2.6 Notulen Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 20 april 2021.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE FYSIEKE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 20 APRIL 2021 Voorzitter: mevr. Koene Commissiegriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Chapel (CDA) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Gündogdu (Beter Voor Dordt) Dhr. Hartog (PVV) Mevr. Jager (Fractie Jager) Mevr. Klein-Hendriks (ChristenUnie-SGP) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Loekemeijer (D66) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Portier (SP) Dhr. Soy (Beter Voor Dordt) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie-SGP) Dhr. Timmer (GroenLinks) Dhr. Tutupoly (Beter Voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder Stam, wethouder P. Sleeking, wethouder M. Burggraaf 1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Zo, dames en heren, goedenavond. Welkom bij de commissie Fysiek van 20 april 2021. Ik ga voor het verslag even de namen noemen van de mensen die nu op dit moment in de vergadering zitten.
Dat is de heer Oostenrijk van het CDA, de heer Stam namens het college, de heer Sleeking idem, de heer Portier – SP, de heer Den Heijer, de heer Soy, de heer Noldus, mevrouw Stolk, mijnheer Stolk, mijnheer Struijk, mevrouw Klein-Hendriks, mijnheer Gündogdu, mijnheer Kleinpaste, mijnheer Tutupoly, mijnheer Van der Meer, de heer Chapel, de heer Hartog, de heer Loekemeijer, de heer Timmer, de heer Den Boer namens de griffie, de heer Kuhlmann en ik zie nog iemand die bij de vorige sessie aanwezig was, die afwacht wat er met een bepaald punt gebeurt. Welkom allemaal. Kan de commissie akkoord gaan met de agenda zoals die voorligt? Mocht het trouwens zo zijn dat u denkt dat er een koe bij mij op de achtergrond zit, dat klopt. Goed, mededelingen. Er zijn vooraf geen mededelingen aangemeld, maar ik weet niet of er alsnog iemand is die iets heeft.
2. Vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 13 april 2021
De voorzitter: Gaan we verder naar punt 2, het vaststellen van de besluitenlijst van de adviescommissie van 13 april 2021. Daar zijn vooraf ook geen wijzigingsvoorstellen op ingediend, ik ga er dus vanuit dat u kunt instemmen met de besluitenlijst. 3. Vragen aan het college De voorzitter: Krijgen we punt 3, dat zijn de vragen aan het college. Dat is de heer Kleinpaste namens Gewoon Dordt en die heeft een vraag aangemeld over de Wolwevershaven en Kuipershaven. Mijnheer Kleinpaste, gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik heb inderdaad vragen aangemeld over Wolwevershaven/Kuipershaven naar aanleiding van een artikel in AD De Dordtenaar onlangs, waarin de bewoners/omwonenden van dat gebied hun ontevredenheid over de plannen van de gemeente tot uitdrukking brachten. Dat verraste onze fractie eigenlijk enigszins en daarom heeft Gewoon Dordt daar de volgende vragen bij. Welke concrete voor inspraak vrijgegeven plannen heeft de gemeente in de Wolwevershaven en/of de Kuipershaven? Welke inspraakreacties zijn hierop binnengekomen? Hoe is het overleg met en de participatie vanuit omwonenden en belanghebbenden vormgegeven bij deze plannen? Omdat dit, volgens mij, allemaal gegevens zijn die echt voorhanden zouden moeten zijn willen wij het college met klem verzoeken dat we deze gegevens ook deze week ter beschikking krijgen, zodat we daar goed naar kunnen kijken.
De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Sleeking. Wethouder Sleeking: Goedenavond allen. Voorzitter, naast de Havenvisie die in inspraak is geweest en door de raad is vastgesteld is er voor de Wolwevershaven en Kuipershaven een toekomstverkenning uitgevoerd in 2019, door Mobiel Erfgoed. Die is in december, afgelopen december besproken, ook tijdens een bijeenkomst die volgens mij niet helemaal vlekkeloos verlopen is. Er is vervolgens een zienswijze op ingediend in februari, dus ik was ook wel wat verrast door het ongeduld dat door de bewoners van de Kuipershaven/Wolwevershaven nu is uitgesproken. Volgens mij was daar al een overleg gepland, is er intussen een schriftelijke reactie naar hen toe gegaan en zullen wij dit ook verder met hen bespreken. Dat was het. De voorzitter: Oké. Ik geloof alleen dat de heer Kleinpaste vroeg naar het plan en reacties en de eventuele communicatie daarover en of dat naar de raad kan komen deze week. Wethouder Sleeking: Ja, volgens mij is dat gewoon openbaar, voorzitter. Dus ik zal … De voorzitter: Oké, mooi. Wethouder Sleeking: … beschikbaar te stellen. De voorzitter: Prima. Mijnheer Kleinpaste? De heer Kleinpaste: Nou ja, dan zien wij het deze week wel tegemoet.
De voorzitter: Oké, dank u wel. Hebben we nog een andere vraag aan het college, dit komt van de CU-SGP. De heer Struijk heeft een vraag aangemeld over de afhandeling van Fixi-meldingen over boomstammen. Dat klinkt alweer spannend. Mijnheer Struijk. Dat is dan best wel weer eens leuk, boomstammen en mijnheer Struijk. Maar goed, afijn. Flauw. De heer Struijk: Goed, dank u wel, voorzitter, dat ik de vraag mag gaan stellen. Ik hoop dat er vanavond een mysterie kan worden opgelost. Op 22 oktober zijn er aan de Eastonstraat in het gras 4 boomstammen neergelegd. Diezelfde dag is er op Fixi een vraag gesteld over die boomstammen en die staat tot op de huidige dag nog niet beantwoord. Op 8 april zijn de 4 boomstammen weggehaald en vervangen door 21 fonkelnieuwe boomstammen. Nou ja, tweedehands dan, denk ik. Dat is wonderlijk. Weer een melding door iemand anders gemaakt op Fixi, daar was tot vanmorgen ook nog geen reactie op gekomen en dat noopt mij tot 3 vragen.
De eerste vraag is een hele eenvoudige: waarom zijn die boomstammen daar neergelegd? De tweede vraag: waarom is er niet met de bewoners gecommuniceerd over het neerleggen van die boomstammen? De derde vraag: waarom krijgt iemand – en dat is zelfs nog iemand met een uitstekende staat van dienst in deze gemeente mag ik wel zeggen, die een vraag stelt op Fixi – waarom moet die vraag een half jaar lang in behandeling staan en vervolgens omgezet worden naar ‘wachtstand’, zo staat hij er nu nog, en kan daar niet gewoon eerder een antwoord op gegeven worden? De vraag of die bomen speciaal met dit doel gekapt zijn, die zal ik maar niet stellen, want dat is een beetje een flauwe, denk ik. Ja, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. U moet wel weten dat tweedehands, omdat u over de boomstammen, tweedehands boomstammen, maar tweedehands is heel hip tegenwoordig. De heer Struijk: Ja, dat weet ik, daar ben ik een groot voorstander van. De voorzitter: Oké. Mijnheer Stam. Ook leuk natuurlijk, in het kader van bomen. Wethouder Stam: Ja, we gaan er nog een boompje over opzetten, voorzitter. Dan maken we de cirkel rond. Om op de vragen in te gaan, de boomstammen zijn hier neergelegd omdat aan de rand van het gazon naast de Eastonstraat frequent illegaal geparkeerd werd.
Volgens bewoners zelf gebeurt dat ook vooral door automobilisten die in het Gezondheidspark moeten zijn en hier gratis kunnen parkeren. Dat gazon werd daardoor helemaal kapotgereden met diepe sporen tot gevolg. Met de verkeerskundige en de afdeling handhaving is vorig jaar gesproken over de beste oplossing en een parkeerverbod met gele streep zou gehandhaafd moeten worden, het onmogelijk maken om hier te parkeren dat loste het probleem op. Bij afweging of dat met paaltjes of met boomstammen zou moeten gebeuren is ten gunste van de boomstammen, gezien het natuurlijke karakter daarvan. Vraag twee. We hebben intern gesproken over eventuele communicatie. Wij menen dat dat niet nodig was, omdat iedereen wel zou weten dat er niet op die gazons geparkeerd mag worden. Achteraf had dat beter wel kunnen gebeuren, dan was deze onduidelijkheid met bijbehorende irritatie niet of minder ontstaan. We gaan de bewoners er alsnog nu nog bij betrekken. Vraag 3. Er is op 22 oktober inderdaad een Fixi-melding gemaakt door een bewoner. In het kader van de AGV mag ik geen namen noemen, al is die melding wel openbaar gemaakt. In de melding
werd gevraagd waarom in de Eastonstraat vier boomstammen waren neergelegd. De gebiedsopzichter van Sterrenburg heeft die melding opgepakt, maar niet direct gereageerd. Op 11 november vroeg de melder wanneer hij een reactie kon verwachten, kort daarop heeft de gebiedsopzichter ter plekke met de melder gesproken en uitleg gegeven over wat verder zou gebeuren. Er zouden nog een aantal stammen bijgelegd worden, maar dan wel nettere exemplaren. De eerste keer was dat namelijk niet gebeurd. Op 30 december heeft de gebiedsopzichter gemeld dat het door coronaperikelen helaas niet gelukt was om dat najaar de afspraak met de melder nog uit te voeren, maar dat dit in het nieuwe jaar opgepakt zou worden. De melding is daarbij in de wacht gezet, omdat de afspraken immers nog niet uitgevoerd waren. Formeel had de melding na het maken van de afspraken ook op ‘afgehandeld’ gezet kunnen worden. De melding heeft daardoor te lang geduurd, waardoor het in Fixi eigenlijk niet helemaal goed gaat. Onlangs zijn er inderdaad nog twee Fixi-meldingen gemaakt over dit onderwerp, die zijn intussen beantwoord, met in grote lijnen hetzelfde antwoord wat is gegeven: de boomstammen zijn bedoeld om te parkeren. Dus dat verhaal, dus in principe is er contact geweest met de bewoners over het hoe, wat en waarom. De heer Struijk: Dan is de vanzelfsprekende vervolgvraag … De voorzitter: Mijnheer Struijk.
De heer Struijk: … als het mag, voorzitter, de vervolgvraag: waarom houden die rij boomstammen halverwege de straat op? Want direct waar de boomstammen ophouden zie je nu weer auto’s staan en gaat het gazon kapot. Wethouder Stam: Ik denk dat daarom ook aangegeven staat dat het nog niet volledig is uitgewerkt en opgepakt, dus we moeten daar verder met de buurt over in gesprek gaan, om te kijken hoe we dat verder oplossen. De heer Struijk: Oké, dank u wel. Ik weet voldoende. De voorzitter: Oké, dank u wel, mijnheer Stam. Ik heb nog wel even een vraag voor de commissie op zich, of het antwoord ook nog schriftelijk via de griffie naar de commissieleden kan komen, want het was wel een heel groot verhaal. Agendadeel: nieuwe behandelvoorstellen 4. Ontwerpverklaring van geen bedenkingen te uiten op de omgevingsvergunningen van DuPont de Nemours (Nederland) b.v. en Chemours Netherlands b.v. - Raadsvoorstel De voorzitter: Goed, gaan wij over naar het agendadeel van deze vergadering. Het zijn 4 behandelvoorstellen deze week, ik loop ze even één voor één langs in dit geval. Punt 4 is de ontwerpverklaring van geen bedenkingen te uiten op de omgevingsvergunningen van DuPont de Nemours en Chemours. Het advies is om dit als hamerstuk naar de raad door te sturen.
U heeft voorafgaand aan deze vergadering een technische sessie hierover gehad en mijn vraag is dus of dit doorgestuurd kan worden naar de raad. Mevrouw KleinHendriks.
Mevrouw Klein-Hendriks: Voorzitter, dank u wel. Ik schoof later inderdaad aan bij de technische sessie. Het is een dusdanig omvangrijk en complex onderwerp en ook lastig te toetsen, zeg maar, als lezer dat het doorsturen als hamerstuk waarschijnlijk voor onze fractie gaat betekenen dat we nog in kunnen stemmen of nog tegen zullen stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Iemand anders? Nee, ik zie geen reactie meer. Dan gaat dit als hamerstuk naar de raad. 5. Consultatienotitie commissie Fysiek – van Welstands- en Monumentencommissie naar een Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit De voorzitter: Krijgen we punt 5 en dat is de consultatienota commissie Fysiek van de Welstands- en Monumentencommissie naar een Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Het behandelvoorstel hierbij is om de notitie voor kennisgeving aan te nemen en de uitwerking in de verordening af te wachten. Ik heb begrepen dat de heer Oostenrijk een behandelverzoek heeft. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, dank. Wij willen toch voorstellen om dit onderwerp te gaan bespreken, omdat onze fractie is voorstands niet tevreden over het bestendigen van doel, middel en invulling van de huidige Welstandscommissie in de aanloop naar de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet en de daarbij behorende Omgevingsvisie. De voorzitter: U wil het dus bespreken? De heer Oostenrijk: Ja. De voorzitter: Oké.
U heeft voor de agendering in totaal zes fracties nodig, dus er moeten vijf fracties zich aansluiten. Mijnheer Van der Meer die had ik sowieso het woord gegeven, maar die geeft nou ook in de chat aan dat hij het woord wil. Mijnheer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Ik had een soortgelijke reactie als de heer Oostenrijk, maar ik vroeg me af of we niet gewoon als punt voor de uitwerking mee kunnen geven aan het college dat het een goed idee is om de samenstelling en de taken af te stemmen op de nieuwe functie en rol die die commissie moet gaan vervullen. Dan hoeven we het niet apart te bespreken als we het daarover eens zijn. De voorzitter: Maar het kan natuurlijk zijn, mijnheer Van der Meer, dat iedereen daar net iets anders over wil aanmerken. Dus in die zin ga ik eventjes, u zou er niet echt bezwaar tegen hebben om het te bespreken of wel? De heer Van der Meer: Ik heb er geen bezwaar tegen om het te bespreken, maar ik heb ook een beetje zorgen over onze agenda. De voorzitter: Oké, maar dit kan heel kort. Even kijken, mijnheer Kleinpaste geeft steun, mijnheer Portier geeft steun, mijnheer Stolk geeft steun, mijnheer Hartog geeft steun. Dat zijn er één, twee, drie, vier, vijf. Nou, volgens mij, met mijnheer Oostenrijk erbij, is
dat voldoende. Heeft iemand nog een specifiek – o, mijnheer Loekemeijer ook, de heer Van der Meer – heeft u nog iets concreters of anders dan het verzoek van de heer Oostenrijk? Wil u dat dan even aangeven nog? Anders gaat het onder de vraag van de heer Oostenrijk naar de commissie. Goed, dan doen we dat zo. Dank u wel. 6. Brief van de heer Willemsens over Regionale Energie Strategie A16 – uitbreiding Onderzoeksgebied De voorzitter: Punt 6, dat is de brief van de heer Willemsens over de Regionale Energie Strategie A16 – uitbreiding Onderzoeksgebied. Het behandeladvies hierbij is om deze brief voor kennisgeving aan te nemen en ter informatie toe te voegen aan de stukken voor het Sprekersplein over de RES 1.0. Die staat gepland op 2 juni aanstaande. U wordt tevens voorgesteld de briefschrijver voor dit Sprekersplein uit te nodigen. Iemand tegen? Nee? Oké, dan gaat dat zo gebeuren. 7. Brief van Get Gripp over Proces rondom transformatieplannen 50kV Oranjelaan 1 De voorzitter: Dan hebben we nog punt 7, dat is de brief van Get Gripp over Proces – ja, kom op, jongens – rondom transformatieplannen 50kV Oranjelaan 1. Het behandeladvies is om deze brief toe te voegen aan de commissiebespreking van de raadsinformatiebrief Afwegingskader planontwikkeling 50kV en die staat gepland op 12 mei. Akkoord? Goed, dank u wel. Agendadeel overig 8.
Termijnagenda commissie Fysiek De voorzitter: Dan krijgen we punt 8 en dat is, even kijken, de termijnagenda van de commissie Fysiek. In de eerste plaats hierbij is: kan u instemmen met de voorliggende termijnagenda? Zo niet, dan zie ik dat graag in de chat. In de tweede plaats heeft u gisteren een voorstel gekregen van de griffiers uit de Drechtsteden over een te organiseren regionale motie- en amendementenmarkt – u kan het gewoon zelf niet bedenken – over de RES 1.0 op 16 juni aanstaande. Daarbij de vraag: heeft u behoefte aan een dergelijke regionale afstemming en stelt u het op prijs als onze griffie dit mede organiseert? Daarvoor kijk ik ook weer even in de chat, of iemand hier een opmerking over heeft. Mijnheer Van der Meer, die heeft: “Ja”. Ik geef hem gewoon even het woord. De heer Van Der Meer: Ja, het lijkt mij een goed idee, voorzitter. Dat was het enige wat ik tot uitdrukking willen brengen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Gündogdu, mevrouw Jager.
Nou ja, goed, ik weet niet of er … Mijnheer Kleinpaste heeft een vraag? De heer Kleinpaste: Ja voorzitter, ik probeer dit even te begrijpen, wat de toegevoegde waarde van zo’n markt zou kunnen zijn, omdat wat ik voor ogen had of wat ik logisch zou vinden is als wij vanuit onze politieke verantwoordelijkheid onze wethouder op dit vlak van alles meegeven en dat daar op een ander niveau over die RES wordt doorgeakkerd, omdat we als raadsleden onderling met elkaars amendementen en moties niet zo heel
erg veel van doen hebben. Dus ik ben een beetje op zoek naar de toegevoegde waarde. Maar misschien kan een van de fervente voorstanders hem uitleggen? De voorzitter: Kijk, daar is hij. Mijnheer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Van Der Meer: Nou ja, voorzitter, het gaat om de Regionale Energie Strategie en het lijkt mij een goed idee om daar ook met verantwoordelijken uit andere gemeenten over te overleggen, om te kijken of je die op dezelfde manier zou kunnen bijsturen. Als dat lukt krijg je een veel helderdere besluitvorming, dus dat lijkt mij heel goed. De voorzitter: Oké. Mijnheer Portier. De heer Portier: Voorzitter, toch een beetje aansluitend op de vraag van de heer Kleinpaste. Ik vraag me af of zo’n regionale bijeenkomst niet een soort Poolse landdag gaat worden, want weliswaar is het een Regionale Energie Strategie, maar zo’n bijeenkomst, zo’n markt heeft geen enkele zeggenschap of invloed. Op zijn best is het een uitwisseling van meningen. Maar ja, die kan ook plaatsvinden via de wethouders, et cetera, degenen die regionaal echt de besluiten nemen. Dus ik twijfel ook nogal aan de toegevoegde waarde van dit geheel. De voorzitter: Oké. Kijk, het staat natuurlijk iedereen vrij om daar wel of niet aan deel te nemen.
Dus ik denk dat als er een aantal mensen zijn die het op prijs stellen, dat die daar dan aan deelnemen en de mensen die zich afvragen welke toegevoegde waarde het heeft niet. Dat is heel kort door de bocht, maar misschien wel zo duidelijk. Mijnheer Portier, u zat trouwens, het leek wel alsof u in Oost-Berlijn zat, vanuit 1970 zo’n beetje. Heel donker en allemaal een beetje vaag. Dus als u straks weer aan het woord bent zou het fijn zijn als we u ook een heel klein beetje kunnen zien. Vervolgbespreking woningmarkt Dordrecht (agendapunten 9 t/m 13 worden gezamenlijk besproken) 9. Woningmarktanalyse, voorraadontwikkeling sociale huur en verhuisketenonderzoek - Raadsinformatiebrief 10.Planmonitor Drechtsteden – ijkdatum 01-12-2020 11.Raadsinformatiebrief aanvullende informatie Motie ‘Ambitie en lef voor studentenwoningen’ - Raadsinformatiebrief 12.Beantwoorden motie Loting 191217/M6 - Raadsinformatiebrief 13.Beantwoording artikel 40-vragen PvdA Invoering woonplicht nieuwbouwwoningen (zelfbewoningsplicht/anti-speculatiebeding) – Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Goed, volgende punt. Dat is de vervolgbespreking van de woningmarkt Dordrecht. Dat is punt 9 tot en met 13. 9 is de raadsinformatiebrief Woningmarktanalyse, voorraadontwikkeling sociale huur en verhuisketenonderzoek. 10. Planmonitor Drechtsteden – ijkdatum 01-12-2020. Daar mag u overigens niet over
communiceren. Punt 11 is de raadsinformatiebrief Aanvullende informatie motie ‘Ambitie en lef voor studentenwoningen’. 12. Beantwoording motie ‘Loting’, dat is motie 6. Dan krijgen we 13 nog, beantwoording van de artikel 40-vragen van de PvdA over invoering van een woonplicht bij nieuwbouwwoningen. De portefeuillehouder bij dit onderwerp is de heer Stam. In de commissie van 16 maart hebben we dit onderwerp al aan de orde gehad en is de eerste termijn geweest. Daar kwamen diverse thema’s bij aan de orde, zoals de sociale woningbouw, bouw voor jongeren en startersdoorstroming op de woningmarkt, evaluatie van het woonruimte-verdeelsysteem en onderzoek naar een mogelijke zelfbewoningsplicht. Het is nu aan wethouder Stam om in zijn eerste termijn hierop te reageren, vandaar dat ik als eerste het woord geef aan de heer Stam. Toch nog even leuk, mijnheer Portier, natuurlijk wil iedereen u zien. Mijnheer Stam, gaat uw gang. Wethouder Stam: Dank u wel, voorzitter. Het is alweer even geleden dat we het hier over hebben gehad, maar het is goed om daar toch weer verder op in te gaan. Allereerst wil ik de commissie bedanken voor de brede behandeling van het thema woningmarkt. Het is goed dat een aantal actuele zaken in een bredere context met elkaar in verband worden gebracht. Ook wil ik de insprekers, mevrouw Van Rood en mevrouw Buurman, bedanken voor hun inbreng.
Beide dames hebben actuele punten benoemd waar ik verderop in mijn woordvoering op terug zal komen. Aan de hand van de agenda van de commissie van 16 maart wil ik graag een aantal punten uitlichten en uiteraard ga ik daarbij ook in op de door u gestelde vragen. Het woningmarktonderzoek. Het is best wel fijn om te constateren dat de uitkomsten van het RIGO-onderzoek grotendeels worden herkend. Het nieuwe RIGO-rapport onderschrijft nog steeds de lijn die al in de Woonvisie vastgesteld is. Het onderschrijft ook onze ambities. Er is behoefte aan woningen in alle segmenten, zowel koop als huur. In onze plannen willen we ook in alle segmenten bouwen, waardoor we alle doelgroepen goed kunnen bedienen. De nadruk van de behoefte ligt op de grote grondgebonden koopwoningen. Dit zijn de woningen die we moeten toevoegen om de hogere inkomens te behouden en aan te trekken in onze stad. Dit is een belangrijk deel van de hefboom, om de gewenste sociaaleconomische groei te bewerkstelligen. Het verhuisketenonderzoek. Verschillende verhuisketenonderzoeken tonen aan dat door het toevoegen van grote grondgebonden koopwoningen er meer woningen vrijkomen voor diverse doelgroepen. Ook het door u besproken meest recente verhuisketenonderzoek over Valkhorst toont dat aan. Hierbij wordt duidelijk dat het toevoegen van 44 woningen leidt tot 112 extra verhuisbewegingen.
We doen in 2021 wederom een verhuisketenonderzoek. Ik kom dan bij u terug met een voorstel welk project hiervoor in aanmerking komt. De voorraadontwikkeling van de sociale huur. Door het toevoegen van grote grondgebonden koopwoningen komen als gevolg van de verhuisketen ook corporatiewoningen vrij. In Valkhorst heeft dat 8 verhuizingen vanuit een corporatiewoning opgeleverd. Mevrouw Van Rood van woningcorporatie Trivire heeft tijdens haar inspraak haar zorgen geuit over de tekorten op de sociale woningvoorraad en de kwaliteit van een deel van de sociale huurwoningen die in de nieuwbouwplannen staan. Ik onderschrijf dat we op dit moment een tekort hebben in de sociale huur als gevolg van de vervangingsopgave. Door het terugbouwen van de aantallen sociale huurwoningen die de afgelopen periode zijn gesloopt kunnen we de druk op dit segment verlichten. Het RIGO-onderzoek geeft aan dat het, uitgaande van het gemiddelde scenario, niet nodig is extra sociale huurwoningen toe te voegen. Het is daarom niet nodig het woningbouwprogramma op dit punt bij te stellen. Het terugbouwen van die nieuwe sociale huurwoningen gaat te langzaam. Ook ik constateer dat bijna duizend van
de terug te bouwen sociale huurwoningen niet door corporaties gebouwd kunnen worden en dat deze nu gepland staan om door commerciële partijen te worden ontwikkeld. Een tweede kanttekening is dat deze woningen niet verdeeld worden via de Woonkeus, waardoor versnippering optreedt van het sociale aanbod. Ten derde valt op dat een groot deel van de commerciële sociale huur wordt gerealiseerd voor specifieke doelgroepen, zoals jongeren of senioren. Voorbeelden van die bovenstaande ontwikkelingen zijn het Leerpark, Thureborgh en Middenzone-Gezondheidspark waar u onlangs over heeft gesproken. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, even een vraag rond dat terugvallen van het opgelopen tekort, waarbij de heer Stam eigenlijk zegt: de woningcorporaties kunnen een deel niet voor hun rekening nemen, zo is mijn vertaling. Waar zit dat nu precies in? Want ligt dat aan, ik zou zeggen de financiële of andersoortige capaciteit van de coöperatie of ligt dat op een ander terrein? Wat je zou kunnen zeggen: binnen alle projecten waarin de gemeente natuurlijk aan het stuur zit kan het zodanig geregeld worden dat corporaties bij die nieuwe projecten wel degelijk een rol krijgen met als doel dat zij hun doelstellingen willen realiseren binnen die plannen. De voorzitter: Mijnheer Stam. Wethouder Stam: Een heldere vraag van de heer Oostenrijk.
Ik denk dat er wat meerdere problemen spelen. Wij kennen in Dordrecht twee woningbouwcorporaties, zoals u weet: Woonbron en Trivire. Woonbron mag op basis van de Woningenwet die in 2015 is gewijzigd enkel en alleen bouwen op eigen grond. Daar zijn we nu druk mee bezig, die zitten echt aan hun investeringscapaciteit van rond de vijfhonderd, zeshonderd woningen. Trivire kent echter een ander probleem en daar zoeken we gewoon naar grond. Die doen nu wel mee in wat kleinere plots, u heeft onlangs een discussie gevoerd over de Middenzone, waar zij ook bij zijn betrokken, bij Leerpark 2F. Dat gaat niet enkel en alleen om financiële problemen, maar dat gaat om de betrokkenheid van de woningbouwcorporaties bij de diverse projecten die wij als Dordrecht willen ontwikkelen. Daar is die een rol niet enkel, nogmaals, financieel, maar ook die betrokkenheid die je moet kunnen. Daar spelen die problemen. Dat gaat dan hoofdzakelijk over het beschikbaar stellen van grond, waar we qua grondbeleid die sociale woningen terug kunnen bouwen. Daarnaast bent u als gemeenteraad natuurlijk ook zelf volledig aan zet door de aantallen percentages in de nieuwbouwprojecten die wij hebben lopen, om daar die percentages af te stemmen. Dat moet ook voor een woningcorporatie aantrekkelijk zijn en financieel haalbaar zijn om daar op een goede manier in te kunnen participeren.
De heer Oostenrijk: Maar voorzitter … De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. O, nou, heel snel, mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, want dit is een breed probleem. Maar mijn vraag is: het moet toch mogelijk zijn om binnen ook projecten die niet gerealiseerd worden op gemeentegrond, maar dan gronden van derden, om daar met projectontwikkelaars tot een deal te komen? Dat een deel – nader in te vullen de omvang – dat een deel wel degelijk ter
beschikking komt, uit te voeren door de woningcorporatie, in dit geval Trivire. De gemeente heeft toch niet voor niets daarin een sturende rol? De voorzitter: Mijnheer Stam. Wethouder Stam: Dank u wel, voorzitter. Ja, dat ben ik met de heer Oostenrijk eens en dat gebeurt ook. Ik haalde bij de voorbeelden nogmaals aan van Leerpark 2F en ook over de Middenzone, waar nu weer wordt gesproken met Trivire. Daarnaast zijn wij met Trivire aan het kijken op welke plekken in Dordrecht zijzelf een ontwikkeling kunnen oppakken in samenspraak met die ontwikkelaars, om zo ook de rol van die woningbouwcorporatie beter te positioneren in het terugbouwen van het aantal sociale woningen. De voorzitter: Oké. De heer Oostenrijk: Oké. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, ik heb in mijn eerste termijn geconstateerd dat er met name voor de leeftijdscategorie 23 tot 55 in de sociale woningbouw een duidelijk tekort zit. Ik hoor de wethouder dat nu in feite bevestigen. Mijn vraag is of dat niet, tot op onderdelen op zijn minst, tot een wijziging van het gemeentelijk beleid zou moeten leiden, om ertoe bij te dragen dat dat probleem, waar de heer Oostenrijk het net ook over had, opgelost wordt? De voorzitter: Mijnheer Stam. Wethouder Stam: Voorzitter, ik denk dat ik daar in mijn beantwoording ook helder over ben geweest.
Op het moment dat wij de duizend sociale woningen terugbouwen dan is die vraag weer onder controle. Daarnaast, als we kijken naar een Thureborgh en Leerpark 2F, daar dienen we ook diverse doelgroepen waarmee we, nogmaals, aan de vraag kunnen voldoen. De voorzitter: Oké. Mijnheer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ik word een beetje getriggerd door hoe de wethouder zegt: de gemeenteraad is aan zet om ruimte toe te kennen voor sociale woningbouw, om daar grond voor ter beschikking te stellen. Als gemeenteraad worden we natuurlijk geconfronteerd met voorstellen vanuit het college, ik noem maar even de Vlijweide, maar zo zijn er talloze projecten in de stad waarin er geen ruimte is ingebakken voor sociale woningbouw, met aanvaardbare grondprijzen en met overleg met de woningbouwcorporaties. Dus is het dan niet heel gemakkelijk om de bal bij de gemeenteraad te leggen? Waarbij ik natuurlijk wel erken dat we u hier wel in terug zouden kunnen fluiten. De voorzitter: Mijnheer Stam. Wethouder Stam: Voorzitter, ik vind dat niet de bal makkelijk terugleggen bij de gemeenteraad. We zitten hier allen, immers als college en gemeenteraad, voor hetzelfde
doel: te zorgen voor voldoende woningen voor onze inwoners. Als ik kijk naar de ambitie die wij hebben om diversiteit in de woonwijken aan te brengen dan bent u naar mijn idee wel degelijk aan zet om bij bepaalde plots aan te geven hoeveel sociale woningen u wilt hebben. Dus wat dat betreft zie ik daar wel een samenspel tussen college en gemeenteraad. Zoals collega Sleeking al eerder heeft gemeld rondom de discussie en de Middenzone betekent dat ook iets voor de grondexploitatie. Dus op het moment dat wij veel meer sociale woningen in een bepaalde plot willen hebben dan zouden we ook goed moeten kijken naar: hoe gaan we om met die grondprijzen en de grex? De voorzitter: Oké. Gaat u verder, mijnheer Stam. Wethouder Stam: Ja, dan kom ik bij de motie ‘Ambitie en lef voor studentenwoningen’. Ik heb net al wat voorbeelden genoemd en dan denk ik dat we een hele grote groep jongeren en starters bedienen. Dit werd ook door mevrouw Buurman van de Jongerenraad aangegeven, dat daar best wel voortgang in zit. Daarnaast hebben we onlangs de starterslening geïntroduceerd, waarmee we een stimulans geven aan koopstarters op de woningmarkt. Inmiddels worden de eerste leningen hiervoor afgesloten. U heeft ook uitgesproken over de potentie van wonen boven winkels in onze binnenstad. De afgelopen twee jaar hebben we hier al meerdere malen de hardheidsclausule toegepast om dit mogelijk te maken.
Natuurlijk moeten pandeigenaren dit vooral zelf willen, hè? Niet elke winkelier kan of wil hiertoe overgaan. U heeft verzocht in die discussie 16 maart om inzichtelijk te maken wat het kost om met deze mensen in gesprek te gaan. Dat is heel lastig in te schatten, maar we schatten ongeveer in – als we kijken naar de gesprekken die we moeten voeren, uitwerken, voorbereiding – dat we een eenmalige uitgave van 12.500 tot 25.000 euro nodig hebben. Voor dit bedrag kunnen wij dan de standpunten van de individuele pandeigenaren in kaart brengen. Eventuele vervolgacties zijn hier echter nog niet mee gedekt, want ik kan me zomaar voorstellen dat pandeigenaren dan zeggen: als u daar een separate ingang wilt hebben voor woningen boven mijn winkel dan zouden we daar toch ook een kostenverdeling in moeten maken. Als ik dan kijk naar de motie ‘Loting’, het feit blijft dat we de komende jaren nog te maken hebben met schaarste en een hoge druk op de woningmarkt. Het verdeelvraagstuk is daarom een relevant discussiepunt dat u heeft aangestipt tijdens de laatste vergadering. Loting is één van de instrumenten waar ik u over heb geïnformeerd. Zoals eerder gecommuniceerd zijn er duidelijke kaders gesteld waarbinnen het experiment loting momenteel regionaal wordt uitgevoerd.
Dat betekent concreet dat elke corporatie voor een jaar de inspanningsverplichting heeft om tien procent van de gepubliceerde woningen via loting te verdelen. De corporaties bepalen overigens zelf hoe zij hun woningen verdelen, hier staan wij als gemeente in principe buiten. Evaluatie van een dergelijk systeem ligt dan ook niet bij de gemeente. Dan als laatste de artikel 40-vragen anti-speculatiebeding en zelfbewoningsplicht. Het toegezegde onderzoek naar het anti-speculatiebeding en het zelfbewoningsplicht is in de afrondende fase. Beiden zijn interessante instrumenten, maar de inzetbaarheid is nog zeer beperkt, er kan op dit moment namelijk alleen ingezet worden bij nieuwbouwwoningen. Als college adviseren wij u om de uitkomst van het wetsvoorstel over koopbescherming bij bestaande koopwoningen dan ook af te wachten. Ook andere gemeenten hebben bij ons aangegeven landelijk beleid dat in ontwikkeling is af te wachten. Voor de zomer hopen wij dat u de resultaten van het gevraagde onderzoek kan ontvangen. Voor zover mijn woordvoering, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de tweede termijn van de commissie. We hebben de sprekersvolgorde in de eerste termijn gedaan, dus die van de P&C-cyclus, zeg maar. Dat betekent dat we die nu ook gaan hanteren. Ik wil u vriendelijk vragen om niet uw verhaal uit de eerste termijn te herhalen, maar echt nu puntsgewijs aan te geven wat u eventueel nog mist of waar u nog een antwoord, of van uw collega’s, of van de wethouder op verlangt. Even kijken, we gaan eerst naar D66. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Loekemeijer waarschijnlijk. Ja. De heer Loekemeijer: Klopt, voorzitter. Wij hadden alleen nog één vraag voor de wethouder, waarom er zo vastgehouden wordt aan die vooral grote grondgebonden woningen. Wij twijfelen echt ernstig of dat nou toekomstbestendig is, om het zo maar even te noemen. Dus wellicht dat de wethouder daar nog wat meer over kan zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Gaan we naar Beter Voor Dordt. Ja, gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, bedankt voor de toelichting door de portefeuillehouder op de gestelde vragen en de moties. In ieder geval vanuit Beter Voor Dordt kunnen wij zeggen dat wij met smart zitten te wachten op de honderden woningen die de komende jaren gebouwd gaan worden, want het belangrijkste is wederom – en dat hebben we ook in onze eerste termijn genoemd – bouwen, bouwen, bouwen, want de woningnood is enorm hoog.
Hierbij willen we het laten. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Meer. Uw geluid, alstublieft. De heer Van der Meer: Sorry. De voorzitter: Anders is het zo zonde, dan horen we niet wat u zegt. De heer Van der Meer: Dank. Ik bedank de wethouder voor zijn heldere uiteenzetting. Er zitten een aantal prima elementen in. Tegelijkertijd vind ik dat het erg het beeld geeft van: we zitten op de goede weg, er hoeft niks te veranderen in het beleid. Daar heb ik toch grote twijfels bij als ik de kranten lees, de ontwikkelingen volg en zie hoeveel moeite mensen hebben om een passende woongelegenheid te vinden. Zowel in het huur- als in het koopsegment zitten daar grote problemen. Mijn gevoelen is dat het vertrouwen op doorstroming en de markt, dat het daarmee allemaal wel geregeld zal worden, wel zo langzamerhand erg vermetel begint te worden. Mijn vraag is eigenlijk aan de wethouder: wat moet er op die woningmarkt veranderen om tot de conclusie te komen dat we een ander beleid moet voeren als gemeente? Want de veranderingen die nu plaatsvinden zijn daar kennelijk nog geen aanleiding voor. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik zie mijnheer Struijk, dat u zich had gemeld in de chat. Ik weet niet voor wie u een vraag had, maar ik kom even bij u terug. De heer Struijk: Ja, voor de wethouder, maar ik zal wel even geduld hebben.
Ik zal wel even geduld hebben, voorzitter, tot ik aan de beurt ben. De voorzitter: Oké, prima.
De heer Struijk: Heeft nu niet zoveel zin meer. De voorzitter: Oké, excuus. Gaan we naar de VVD. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Het is lang wachten op de tweede termijn, we hebben een paar weken geleden de eerste termijn gehad, dat gaan we niet opnieuw doen. Dank voor de toelichting en de reactie van de wethouder. Ook de reactie omtrent het onderzoek over wonen boven winkels en de rol die de gemeente daarin zou kunnen spelen. We hebben daaraan gerefereerd vorige keer, omdat het ons interessant lijkt, wetende dat veel ondernemers voor wie dit wellicht interessant zou zijn wellicht ten prooi vallen of hun pand moeten verkopen. Goed, het lijkt ons interessant om hier een toch wel iets verdere uitwerking van te ontvangen. Het zijn geen bedragen waar we in die zin van schrikken, het is een dermate belangrijke ontwikkeling dat we daar wel graag wat meer gevoel bij krijgen van wat er dan opgehaald kan worden. Dus wat ons betreft zien we daarover graag een voorstel voor tegemoet. Iets meer dan de bedragen en de korte uiteenzetting zoals de heer Stam dat zojuist heeft verwoord. Misschien dat hij daar in de tweede termijn nog iets op kan reflecteren of dat de andere partijen daar ook nog iets op toe kunnen voegen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De PVV. Mijnheer Hartog, denk ik. De heer Hartog: Yes.
Ik zie dat mijn camera het niet doet, maar wij steunen de vraag van de D66. De voorzitter: Helder, dank u wel. Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, wij hebben nog wel een aantal vragen. Wij willen graag toch een overzicht hebben over de daadwerkelijk te bouwen woningen in de sociale huursector. Ook gericht op de behorende doelgroepen, met name als het gaat om jongeren en senioren. De heer Stam noemt wel: er zijn plannen, er is van alles in beweging. Maar wij hebben dat graag zichtbaar in een overzicht. Verder willen we – en daar is eigenlijk wat ons betreft te weinig over gesproken – een nadere uitwerking van de nieuwe trend: bejaardentehuizen 2.0 en de knarrenhofjes. Ik verwijs hierbij naar een rapport van het bureau SiRM met als titel: “Waar moet een opa en oma wonen?” Wij vinden dat belangrijk, om ook die sector zichtbaar te maken, wat daarin het college nu aan het bedenken is. Want dat is ook een sector die ingewikkeld is, maar wel degelijk relevant om ook de doorstroming, de zo gewenste doorstroming vanuit grote eengezinswoningen naar nieuwe woonplekken voor ouderen mogelijk te maken.
Verder willen we nog concretiseren dat bij te ontwikkelen projecten van ontwikkelaars de rol van de corporatie veel zichtbaarder wordt, zodanig dat dan ook de doelstelling dat corporaties binnen een particulier woningproject, dat daar ook een corporatie vanaf het begin bij betrokken is, zoals we die discussie hebben gehad in de Middenzone. Als laatste: wat is nu het beeld van de planontwikkeling van de huursector, juist boven de sociale huur? Zeg tot een bedrag van 900 à 950 euro. Kan de wethouder daar iets van zeggen? Ook dat weer geconcretiseerd in zichtbare plannen, zodat wij kunnen zien: o ja, voor die sector, daar gaat ook de woningzoekende iets van merken. Kortom, ook die sector is van belang om de doorstroming te bewerkstelligen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Portier.
De heer Portier: Voorzitter, behalve dat ik me aansluit bij de woorden van de heer Van der Meer, de heer Loekemeijer en vooral ook de heer Oostenrijk heb ik nog een aantal opmerkingen. Ten eerste: voor ons is het RIGO niet zaligmakend. Wij kijken ook naar de slagingskans over de woningmarkt, die door de rekenkamer zijn bekeken. Die zijn toch aanzienlijk minder positief voor wat betreft de sociale huursector. Dat ten eerste. Ten tweede, we hebben nog steeds de doelstelling van tien procent sociale huur. Wat ons betreft te weinig, maar wat ons betreft moet dit ook uitgesplitst worden, zodat de woningen tussen 600 en 650 euro die geschikt zijn voor gezinnen, dat daar ook een duidelijke doelstelling voor komt. Want nu zien we enerzijds in die 10 procent sociale huur de woningen van net aan sociale huur, zeg maar boven de 700 euro, gerealiseerd worden. Aan de andere kant de goedkopere sociale huurwoningen, dat zijn dan vaak piepkleine kamertjes voor jongeren waar dan toch tot 500, 600 euro huur voor gevraagd wordt. Maar voor jonge gezinnen zonder veel geld is dat geen oplossing. Ook wat betreft de koopwoningen, de sector betaalbaar, dat er ook gekeken wordt: wat kan er gerealiseerd worden voor mensen die maar 1 modaal inkomen hebben en niet 2 modale inkomens, waarmee je misschien net een woning van 325.000 euro zou kunnen kopen? Daar wou ik het even toe beperken, voorzitter.
Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Struijk, uw kans. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen miste ik in de woordvoering van de wethouder 2 antwoorden op vragen die door ons de vorige keer op 16 maart gesteld zijn. De eerste was: past de afschaling op de landtong van 54 naar 6 woningen bij de urgentie die uit de monitor blijkt? En de tweede was: de stadsbouwmeester dan wel supervisor kan toezien op welstand en stedenbouwkundige kwaliteit, die draagt bij aan versnelling. Daar wilden we ook graag een reflectie op en die heb ik gemist. Aanvullend wil ik nog twee opmerkingen maken. Er werd een beetje enthousiast gedaan over de starterslening, eigenlijk dat financiële stimulerende middel, zoals bijvoorbeeld de jubelton en het afschaffen van de overdrachtsbelasting voor wat jongere mensen, maar één effect heeft, namelijk dat de prijzen omhooggaan. Ik wil wel eens weten wat de wethouder daarvan denkt. Het laatste punt, een beetje in aanvulling ook wel op de reactie van de heer Oostenrijk van het CDA, over die ouderen en het doorstromen vanuit huurwoningen. Uit het RIGO-onderzoek blijkt dat er nu ook een tekort is aan appartementen. Dat was in 2016 niet zo, maar nu wel.
Ik schat zomaar in dat als je wat meer je gaat toeleggen op het bouwen van appartementen, redelijke omvang graag, dat er dan een behoorlijke doorstroming kan komen en vanuit misschien de duurdere huurwoningen, maar ook wel vanuit de bescheiden eengezinswoningen. Dus ook daar zou ik graag iets over horen van de wethouder en hoe zit hij tegen dat bouwen van appartementen aan te kijken? Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u. De VSP. De heer Stolk: Goedenavond, ook wij willen toch wel aan de wethouder vragen, we horen nog te weinig over de woningen voor de ouderen, de doorstroming voor de ouderen, de appartementen voor de ouderen en zoals er straks ook al gezegd is: wat gebeurt er nu met het idee van 2.0-gebouwen waarin de ouderen goed kunnen vertoeven met alles erin, erop en eraan? Het tweede is eigenlijk de sociale huurwoningen waar mijnheer Stam het over heeft. Ik heb stukken zitten lezen en daar kwam uit dat pas in 2031 de gesloopte woningen pas dan weer op het nulpunt zijn. Dus mijn vraag is ook aan de
wethouder: kunnen we niet eerder gaan bouwen? Want in 2031 pas datgene wat we weg gesloopt hebben weer neerzetten is erg laat. Er wordt wel gezegd: 10 procent moet er dus gebouwd worden extra. Maar daar hebben we het nog helemaal niet over gehad. Dan heb ik nog een vraag, dat is aan de wethouder van de studentenstudio’s op F2, ik neem aan dat dat F2 is. Die zouden volgens zeggen al gebouwd moeten zijn en in juli opgeleverd moeten worden. Maar dat is toen teruggetrokken. Ook daar zou ik van de wethouder willen weten wat daar nu mee aan de hand is. Dat was het, tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik zou mij in ieder geval graag willen aansluiten bij dat wat de heer Stolk zojuist opmerkte over de eventuele opties om versnelling aan te brengen in het programma voor sociale huurwoningen. Want gelet op de urgentie die daarin bestaat lijkt me dat, als dat enigszins redelijk is, een goede zaak. Ik wil me dan ook aansluiten bij de opmerking van D66 over die grote grondgebonden woningen en of dat nou in elk opzicht wel zo verstandig is. Ik zeg dat ook omdat ik vind – maar dat vind ik ook naar onszelf, naar de raad toe – dat we in onze kaderstelling over die tienduizend woningen ook heel reëel moeten zijn.
Als je veel met grondgebonden woningen wilt gaan werken dan neemt dat zo’n ruimtebeslag dat je mogelijk met je hele bouwambitie ergens een keer klem gaat lopen. Dus ik denk ook naar onszelf toe dat we daar helder en eerlijk in moeten zijn. In de eerste termijn had ik mijn inbreng opgehangen aan twee thema’s, rechtszekerheid en participatie van inwoners van onze mooie stad. Ook die rechtszekerheid, er lopen een aantal onderzoeken. Ik ben razend benieuwd hoe dat gaat uitpakken en wat we daarvan terug gaan horen, dus daar wordt wel aan gewerkt. Ik had gehoopt dat de wethouder over participatie en over het nog meer betrekken van inwoners bij alle plannen die er lopen en ook echt invloed geven op de totstandkoming van plannen, dat hij daar iets meer over zou hebben gezegd dan dat hij heeft gedaan. Dus ik nodig hem graag uit om daar toch nog wat woorden aan te wijden in de tweede termijn. Ik steun ook de opmerking van de heer Struijk over het bouwen van appartementen, al was het maar omdat je die ook kunt stapelen. Daar wou ik het bij laten. De voorzitter: Dat is wel een eigenschap van appartementen. Mijnheer Oostenrijk heeft een vraag aan u. De heer Oostenrijk: Voorzitter, nog even over de zorg van de heer Kleinpaste over die grote grondgebonden woningen. Maar we weten dat er nu een aantal projecten, ik zou zeggen, op stapel staan.
Zijnde het grote project Amstelwijck wat in uitvoering is, want ik zie dat toch als een vorm van in uitvoering. Is de heer Kleinpaste het met mij eens dat je dat toch niet meer kunt terugdraaien, zelfs al maak je je daar zorgen over? Maar als dat zo is dan is het de vraag: zijn er andere voorbeelden die de heer Kleinpaste kan noemen van plannen van grote grondgebonden woningen die dan nog eventueel teruggedraaid zouden kunnen worden? Want anders dan is het een kwestie van treuren om hetgeen wat in uitvoering is, maar daar los je het probleem niet mee op. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Nee, voorzitter, ik treur niet om hetgeen er in uitvoering is. Laat helder zijn, want we hebben ook de bouwopgave en de woningvisie vanuit onze partij
keurig gesteund en we geloven daar ook in. Alleen ergens in die ambitie om tienduizend woningen te bouwen – we zijn nu bezig met vierduizend, er moeten er nog zesduizend komen – gaan we een keer klem lopen en ik heb ook in deze commissie wel vaker gevraagd aan mijn collega’s hoe ze daar tegenover staan. Want bij veel partijen heb ik het gevoel dat ze het liefst iedereen een grondgebonden met een tuintje aanbieden, dat we ook niet heel erg geporteerd zijn van al te hoge gebouwen. Ergens loop je dan op het eiland van Dordrecht een keer klem. Dus in die zin was mijn oproep bedoeld om daar met elkaar ook eerlijk in te zijn, want ergens zullen we ook een keer echt de hoogte in moeten, willen we in de toekomst alle mensen die we graag willen huisvesten ook kunnen huisvesten. Nu ik dit toch zo zeg: ik was net vergeten om ook even te zeggen dat ik mij aansloot bij de opmerkingen van de heer Noldus over wonen in de binnenstad, om daar dat onderzoek wel voortvarend in voort te zetten. Dus dat heb ik bij deze dan ook nog even gemeld. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende zo? Ja, mijnheer Oostenrijk verdwijnt. Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Dank u wel, voorzitter. Ik heb alles meegeschreven en als de wethouder alle vragen van mijn collega’s beantwoordt dan weet ik ook alles wat ik weten wil. Ik heb er geen nieuwe meer bij bedacht. De voorzitter: Kijk, dat is helemaal mooi.
Mevrouw Jager: Ja toch? De voorzitter: Gaan we eens kijken of dat gaat lukken, mijnheer Stam. Iets minder bedenktijd nu als tussen de eerste termijn en vandaag. Wethouder Stam: Ik zou willen voorstellen om de beantwoording door te schuiven naar over vier weken, dat geeft wat tijd. Nee, het waren heldere vragen die gesteld zijn. Ik denk dat ik ze ook wel goed kan beantwoorden. Om te beginnen met de vraag van D66, die grote grondgebonden woningen. We moeten toch constateren dat enerzijds dat een kwestie is van vraag en aanbod. Er is veel vraag naar die woningen en als u kijkt naar de nieuwbouwprojecten die wij starten dan zien we dat die woningen ook eigenlijk binnen no-time verkocht worden en ook overschreven worden. Daarbij is het ook voor economische groei van onze stad goed dat die woningen worden toegevoegd. Als we naar onze totale woningvoorraad kijken in Dordrecht dan zien we eigenlijk dat die grote, dure grondgebonden woningen zoals we ze in de volksmond noemen, dat die in de meerderheid verkeren. Dus in die zin is het toevoegen van die grondgebonden woningen gewoon noodzakelijk voor onze stad. GroenLinks heeft de vraag gesteld: wat moet er nou eigenlijk gebeuren? Zoals wij er nu tegenaan kijken is één van de grootste opgaves waar we voor staan is bouwen, bouwen, bouwen. Die woningen die allemaal in de pijplijn zitten moeten we gewoon zo snel mogelijk gaan bouwen.
Maar zo snel mogelijk bouwen is niet gezegd dat het ook morgen kan beginnen, daar gaat een heel traject aan vooraf, in overeenstemming met ontwikkelaars, woningbouwcorporatie, provincie, vergunningstrajecten. Die proberen wij op alle manieren te versnellen om die woningen zo snel mogelijk te kunnen gaan bouwen. U ziet ook in Dordrecht dat u steeds meer die bouwplekken ziet, omdat wij voor onszelf al het vergunningstraject hebben verkort. We zien dan ook gewoon steeds meer heistellingen in die stad. Dus in die zin denk ik wel dat
we de goede kant opgaan. Als u dan dat benadert vanuit de sociale kant dan zie je toch dat de doorstroming+ één van de grootste problemen is, wat ik in mijn eerste woordvoering aangaf: als je kijkt naar een project Valkhof, 44 woningen, 112 verhuisbewegingen, dan zegt dat wel wat. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Een kleine interruptie, voorzitter. Ik begrijp heel goed het verhaal van het bouwen, bouwen, bouwen, alleen de vraag is: moet niet ook opnieuw de vraag gesteld worden wat je eigenlijk moet bouwen? U heeft gezegd: we willen in alle categorieën bouwen. Maar het verhaal gaat toch vooral over grotere woningen en doorstroming bevorderen. Mijn stelling is dat dat in afnemende mate past bij de markt. Misschien worden die woningen wel verkocht, maar er blijft een hele grote groep woningzoekenden die geen kant meer op kan. Leidt dat niet tot de noodzaak om het beleid toch wat bij te sturen? Wethouder Stam: Voorzitter, wat mij betreft vooralsnog niet en daar zijn een aantal redenen voor. Juist het RIGO-onderzoek heeft inzichtelijk gemaakt dat het beleid wat we nu voeren, dat dat nog steeds het beleid is wat we kunnen doorzetten. Natuurlijk is een beleid niet voor de eeuwigheid geklonken, vastgezet, maar vooralsnog zien wij nog geen aanleiding om die koers te veranderen. Ik weet niet of dat voldoende is voor de heer Van der Meer.
De voorzitter: Ik zie hem niet meer, dus ik ga ervan uit van wel. Mijnheer Van der Meer verdwijnt weer. Ah, daar bent u weer. De heer Van der Meer: Voldoende is het niet, maar duidelijk is het wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Stam, gaat u verder. Wethouder Stam: Dan ga ik verder met de vraag/opmerking van de VVD, uitwerking van het onderzoek voor het wonen boven winkels. Natuurlijk, als wij dat budget hebben dan gaan wij daar natuurlijk een plan van aanpak van maken hoe we dat gaan opzetten. Daar kunnen wij u dat plan van aanpak wel aanbieden. Dus we kunnen bekijken of dat in overeenstemming is met de wensen en vragen die u heeft. Dus die toezegging wil ik wel doen. De PVV had dezelfde vraag als D66, ben ik al op ingegaan. Het CDA vraagt om een overzicht van te bouwen sociale woningen. Wij hebben daar natuurlijk een monitor voor. Eigenlijk zit hier een beetje dubbeling in, want die zit meer via de bouwende stad. Daar krijgt u continu overzichten van alles wat in Dordrecht gebouwd wordt en welke projecten er op stapel staan. Dus dan zou ik u toch eigenlijk willen verwijzen naar de commissie Grote Projecten, waar deze overzichten met meer dan grote regelmaat worden verstrekt. De bejaardenbehuizing, er ligt nog een afspraak met de heer Heijkoop, want die woon … De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk wil toch nog even iets kwijt op het vorige punt.
De heer Oostenrijk: Voorzitter, ik snap natuurlijk de reactie van de wethouder best. Alleen mijn vraag is specifiek gericht op de sociale huursector. Ik wil die duidelijkheid hebben, want in het grote geheel van die hele monitor blijkt onvoldoende duidelijk welke
plannen er nu voor de komende paar jaar – ik wil niet kijken tot in de eeuwigheid, maar we hebben het even over 2021 tot 2023 – in de pijplijn zitten, in planontwikkeling. Wetende dat wat vandaag op de tekentafel ligt, dat dat mogelijk pas in 2023 via palen in de grond komt. Dus het moet mogelijk zijn om de plannen in wording binnen de sociale huurwoningen in een overzicht ons duidelijk te laten worden. Want anders dan blijven we zoeken … De voorzitter: Mijnheer Stam. Wethouder Stam: Voorzitter, naar mijn idee staat dit ook in de monitor van de bouwende opgave. Maar als ik de heer Oostenrijk goed wil bedienen dan kan ik wel de toezegging doen dat wij die woningbouwprojecten die op sociaal gebied zitten, dat ik die wel separaat u kan aanleveren. U heeft onlangs ook kennis kunnen nemen van de bouwplannen rond om Cornelis Evertsenstraat, Patersweg, Colijnstraat, Frank van der Goesstraat, het Witte Dorp. Dus wij zullen die aantallen bij u neerleggen. De heer Oostenrijk: Oké, dank u. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Stam: Dan was ik gebleven bij de seniorenwoningen. Daar zijn we samen, want is eigenlijk een vraag die nu via het sociaal domein loopt, ik ben daar samen met collega Heijkoop naar aan het kijken.
Ik ben ook onlangs bij de overeenkomst geweest: “Waar gaan opa en oma wonen?” Dus wij komen daar nog met een aanvullend voorstel hoe we daarmee omgaan en welke oplossingen wij daar voorzien. Dan wordt er ook gevraagd naar de rol van de corporaties met betrekking tot het project. Ja, daar moet ik u toch ook echt weer verwijzen naar die bouwende stad. De rol vanuit wonen is om de segmenten aan te geven waar we moeten bouwen, hoe we moeten bouwen. In de diverse projecten die over de diverse portefeuilles zijn verdeeld is dan de rol weggelegd om de corporaties op een goede manier te betrekken. Vanuit mijn rol … De voorzitter: Mevrouw Stolk wil even nog wat vragen. Ik denk op het vorige punt, maar … Mevrouw Stolk: Klopt, voorzitter, dank. Dank voor de beantwoording, wethouder. Maar zou u ook … De voorzitter: Even trouwens, want is het niet zo dat de heer Stolk al een woordvoering had gedaan op dit punt? Mevrouw Stolk: O ja, dat kan. Maar ik wil alleen even vragen of hij toe kan zeggen op wat voor termijn dat kan. De voorzitter: Oké. Mevrouw Stolk: Dat was heel kort.
Wethouder Stam: Ik snap de vraag, collega Heijkoop zit daar nog iets dieper in als ik, maar ik kan u binnenkort wel even laten weten wanneer wij denken met dat voorstel te komen. Dat zou niet ver na het zomerreces zijn. Mevrouw Stolk: Oké, super. Dank u wel. Wethouder Stam: Daarnaast is gevraagd naar de rol van de corporaties, dat heb ik net volgens mij al aangegeven: die loopt meer via de bouwende stad. Vanuit mijn rol van wonen en specifiek naar de woningbouwcorporaties heb ik in een eerdere beantwoording al aangegeven dat wij nu met name met Trivire bezig zijn om te kijken welke plot wij kunnen oppakken met een leading positie van Trivire, die daarbij zelf ontwikkelaars gaan betrekken. Dus op die manier proberen wij een betere borging te krijgen met betrekking tot het aantal terug te bouwen sociale woningen. Als ik dan kijk naar de vraag van de SP, de bouwkosten is toch wel een groot probleem. Natuurlijk is het wel zo dat wij ook graag zouden zien dat die bouwkosten wat minder zouden zijn, zodat die woningen wat goedkoper zijn voor huur en koop. De voorzitter: Eén moment, mijnheer Stam, want ik zie nu mijnheer Stolk. De heer Stolk: Ja, ik had toch nog een vraag over de corporaties, die dus inderdaad zelf activiteiten gaan doen om het commercieel uit te sourcen.
Maar waarom worden er dus huurwoningen in dat gebied wat u nu net aangaf, dat daar ook de grond te koop aangeboden wordt aan projectontwikkelaars? Is dat inderdaad om woninghuren daar te plaatsen in dan de dure sector of net daarboven of wat gaat er met die grond gebeuren? Het is een nogal een behoorlijke lap wat daar nog te koop staat. De voorzitter: Mijnheer Stam. Wethouder Stam: Voorzitter, over welk stuk grond heeft u het nu? De heer Stolk: Ik dacht dat dat, het is in ieder geval in de Crabbehof en het is wat Woonbron nu aan het slopen is, daar komen nieuwe woningen voor. Dan blijft er nog een gedeelte over en dat zou in de verkoop gaan, die grond. Dan zou het dus eigenlijk naar projectontwikkelaars gaan. Waarom moeten wij dat niet zelf ter hand nemen, om daar ook betaalbare huurwoningen te laten komen? Wethouder Stam: Daar hebben we eigenlijk twee oplossingen voor. Eén, een woningbouwcorporatie en een tweede oplossing zou zijn, waar u eigenlijk naar vraagt, is een eigen woningbedrijf opnieuw op te starten. Ik denk dat dat heel lastig is. Als ik kijk in Dordrecht-West, daar werken wij nu tijdelijk aan een gevarieerd programma met ontwikkelaars en met de woningbouwcorporatie, dus ik denk dat het in die zin in die wijk het probleem minder speelt.
Het probleem wat we daar proberen te tackelen is om juist die diversiteit terug te brengen, dus daar heb je die ontwikkelaars gewoon ook keihard bij nodig. De heer Stolk: En kan niet – als ik het nog even mag vragen, voorzitter – Trivire of Woonbron dat zelf terugbouwen?
Wethouder Stam: Trivire heeft daar geen grondbezit. Woonbron bouwt zelf terug op de grond die ze hebben, dus als je hem heel strak pakt: één meter buiten hun eigendom hebben ze al geen bouwmogelijkheden meer. Daarom zoeken we de samenwerking met de ontwikkelaars en de corporatie om dat gezamenlijk op te pakken, want dan kan een woningbouwcorporatie wel meedoen met een ontwikkelaar. De voorzitter: Oké. De heer Stolk: Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, naar mijn gevoel heeft de wethouder mijn laatste vraag niet beantwoord, dat was mijn specifieke vraag over de huursector boven de sociale huurgrens. Dus … De voorzitter: Dat gaat hij vast nog doen. Mijnheer Stam. Wethouder Stam: Ik was hem eigenlijk niet vergeten, maar ik denk dat hij vanzelf in beeld komt op het moment dat ik u de overzichten ga aanbieden van de sociale woningen die wij gaan aanbieden en dan ziet u daar de prijsklassen bij, dus dan kunt u daar zelf uw oordeel over vellen. De heer Oostenrijk: Oké. Wethouder Stam: Dan ben ik bij CU-SGP, die hebben nog twee uit eerste ronde: de landtong en de bouwmeester. Ook hier moet ik u echt zeggen: dat is toch een vraag voor de bouwende stad en daar zou u echt antwoord moeten vragen via de commissie Grote Projecten, waar die vraag ook al eerder is gesteld.
Die landtong valt ook binnen het project Stadswerven, dus ik moet daar toch verwijzen naar collega Sleeking. Dan kom ik bij de marktwerking van de starterslening. Er is dus iemand die heeft geroepen: elk voordeel heeft zijn nadeel en andersom. Wat wij proberen is juist die starters op de markt toch een steuntje in de rug te geven door die starterslening te geven. Op het moment dat je een woning ziet dan weet een verkoper niet wie die woning gaat kopen, dus of dat nou echt prijsopdrijvend werkt dat durf ik niet met honderd procent zekerheid te zeggen. Je zou in de stad wel zien, als dit soort faciliteiten er zijn, dat dat wellicht aan de hand is. Maar dat neemt niet weg dat de markt zich op een explosieve manier ontwikkelt. We hebben deze week weer kunnen zien dat de huizenprijzen tegen alle verwachtingen in toch weer met vijftien procent zijn gestegen. Eén ding weet ik wel zeker: dat komt niet door de starterslening die wij in Dordrecht nu in het leven hebben geroepen. Dus wij proberen die starters op de markt toch op een goede manier te ondersteunen en die lening daarbij aan te bieden. Wonen en zorg, daar heb ik denk ik net al uitgebreid op gereageerd en datzelfde geldt eigenlijk ook voor de VSP. Ik kan daar nog aan toevoegen dat wij met Woonbron de afspraak hebben gemaakt in het gebied rondom de Colijnstraat, dat daar ook een groot aantal levensbestendige woningen komen.
Dus dat betekent dat mensen daar eigenlijk al op vrij jonge leeftijd in kunnen en daar eigenlijk tot in de oude dag kunnen blijven wonen. Dat heeft voordelen en dat heeft ook nadelen, want dat betekent dat die doorstroming dan ook vrij laat op gang komt. Maar we hebben wel gekeken naar de behoefte en de vraag zoals ook ouderen die
hebben. Dus die complexen worden voorzien van liften, geen drempels in een aantal woningen. Dus daarmee komen we toch wel tegemoet ook aan de wensen van de ouderen onder ons. Daarnaast … De voorzitter: Oké. Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Even kort twee dingetjes. Het eerste was: volgens mij hebben wij ook iets gevraagd – en misschien heb ik de wethouder niet goed verstaan – over die stadsbouwmeester in relatie tot de versnelling. Daar heeft hij volgens mij niet op gereageerd, ik heb het in ieder geval niet gehoord. Ik had ook nog iets gevraagd over appartementen, of we toch niet wat meer ons daarop moeten gaan toeleggen, omdat ook uit RIGO blijkt dat daar het ook uit de pas is gaan lopen, in tegenstelling tot vorige keer. Dank u wel. Wethouder Stam: Voorzitter, ik was nog niet helemaal klaar met de beantwoording van alle vragen. Als ik ga kijken naar die Fast Lane … Laat ik eerst beginnen nog met de vraag die openstaat van de VSP over Leerpark 2F. Die vraag moet ik toch echt aan collega Heijkoop voorleggen, voordat ik u onjuiste informatie geef. Maar en ik heb begrepen dat het heeft te maken met het vraagstuk tussen de ontwikkelaar en de woningcorporatie over het beheer van het gebouw. Maar voor verdere detailinformatie zou ik dat bij collega Heijkoop neerleggen.