CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 15 juni 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 13 juli 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Raadsvergadering van 22 juni 2021, de commissies Bestuur en Middelen en Fysieke Leefomgeving van 8 juni, de commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 15 juni 2021 en de Commissie So26.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

19

niet van en er gebeurt al genoeg, dat ben ik gewoon niet eens. Er gebeurt dus niet genoeg. Dat is juist het grote probleem. De reken- en taalvaardigheden in ons land bij de kinderen en ook bij mbo’s en dergelijke holt al jaren achteruit. Dat gaat gewoon niet goed. Het is niet voor niets dat we een soort van onderwijscrisis inmiddels in ons land hebben. Dat is niet omdat het allemaal goed gaat. Zeker in de meest kwetsbare wijken, en daar hebben we er gewoon een paar van in Dordrecht, en dat zijn ook onze wijken en die willen we ook graag vooruit helpen. We willen ook dat die wijken meer gaan bijdragen aan de verdiencapaciteit van onze stad. Juist die wijken, die plukken de wrange vruchten van het feit dat er, nou, toch wel een soort van crisis in onderwijsland gaande is. Als het Rijk, en dat is ook wel een vraag die, beantwoording van een vraag die is gesteld … Als het Rijk echt heel fors extra gaat investeren in het primaire onderwijs, in taal- en rekenvaardigheden, daar echt werk van gaat maken, en niet alleen even in het snel in elkaar getimmerd programma in een paar maanden tijd nationaal onderwijsprogramma met een enorme bult geld wat er in twee jaar moet worden uitgegeven, wat volop kritiek ontmoet omdat: je wil een structurele investering. Wij gaan hier een commitment van tien jaar aan, omdat we dat belangrijk vinden.

Maar mocht het Rijk zeggen: wij gaan echt structureel fors extra investeren en juist ook in het onderwijs van kinderen die gewoon minder kansen krijgen omdat hun ouders ook een achterstand hebben, dan gaan wij deze business case en de inzet vanuit de Dordtse begroting opnieuw wegen. Dan gaan we ook met u bespreken van: is dit nog nodig? Moeten we het anders gaan inzetten? Zeker omdat het Rijk hier een grotere rol pakt. Even voor de goede orde, mocht op het gebied van ruimtelijke ordening het Rijk veel meer gaan doen, dan gaan we ook business cases … De voorzitter: Mijnheer Heijkoop. De heer Heijkoop: In de ruimtelijke ordeningshoek opnieuw wegen. Dus dat is ook wel goed om ons te realiseren. Dat heeft inderdaad wel verband met elkaar. De voorzitter: Mijnheer Heijkoop. Mevrouw Koene, die heeft al een tijdje een interruptie voor u. Mevrouw Koene: Ja, nou ja, goed. Kijk, mijnheer Heijkoop, die roept van: ja, er gebeurt dus niet genoeg. Ik wil dus concreet van de wethouder weten nu wat er dan naar zijn mening niet genoeg gebeurt. Als ik de hele rij heb met alle financieringsbronnen voor scholen, met name ook voor kwetsbare scholen, dan zie ik werkelijk niet waarom er dus niet genoeg gebeurd en waarom wij dat als gemeente dan moeten oplossen. De voorzitter: De heer Heijkoop.

De heer Heijkoop: Ja voorzitter, de hele riedel die mevrouw Koene opnoemde met prestatieboxen en extra incidentele budgetten en dergelijken, dat is eigenlijk gewoon voor een deel het probleem met onderwijsland. Ook in het debat over de acht en een halve miljard vanuit het nationaal programma onderwijs ging het ook wel soms over het feit van: joh, maar zullen we niet gewoon eens taal- en rekenonderwijs gaan geven. Zullen we eens even gaan stoppen met al die programma’s, die prestatieboxen en dergelijken? In veel opzichten is de basis niet op orde. Als het gaat over kleinere

20

klassen, grotere klassen, kijk, we kijken ook gewoon heel goed naar: waar rendeert onze euro het meest? Bewezen is dat onderwijstijdverlening is eigenlijk effectiever dan kleinere klassen. Maar het kan ook heel goed zijn dat je in sommige scholen, in sommige groepen, ervoor kiest om inderdaad kleinere klassen in te zetten. Want uiteindelijk, dat geld dat we gaan inzetten gaat gewoon naar mensen, gaat naar mensen die onderwijs geven, gaat naar programma’s die bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. Kijk, en ik ga mevrouw Koene gewoon helemaal niet overtuigen, want mevrouw Koene, en dat vind ik ergens te respecteren hoor, is ideologisch gewoon van mening dat wij niet moeten investeren, extra moeten investeren, in deze kinderen. Dat kan, want u zegt van: het is een Rijksbeleid. Dus dan kunnen … Daar ga ik u niet in overtuigen. Alleen wat ik wel aangeef, is dat het een politieke keuze is en het is algemeen bekend dat investeren in onderwijs rendeert. Dat hebben we ook allemaal met elkaar besproken rondom de argumentenfabriek, die radartjes. Dat onderwijs is gewoon een hele belangrijke parameter waar het gaat over de ontwikkeling van je stad. Wij doen al veel in het hoger onderwijs. De voorzitter: Mijnheer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ik heb vanmiddag een … De voorzitter: Even een punt of een komma. Mevrouw Koene wil reageren. Mevrouw Koene: Ja.

Nou ja, voorzitter, de wethouder heeft inmiddels meerdere malen mijn woorden in de mond gelegd. Ik heb niet gezegd dat we niet moeten investeren in kinderen. Ik heb alleen maar geprobeerd aan te geven dat er bij alle scholen in de stad kinderen zijn die aandacht behoeven. Als mijnheer Heijkoop dan al die programma’s zo waardeloos vindt van al die verschillende budgetten enzovoort en dat dat een mislukking is en weet ik veel wat hij allemaal zei, dan moet hij zich daar eens een keer voor gaan inzetten. Als dat dan op orde is, dan gaan we nog eens een keer kijken. Maar ik heb niet gezegd dat we hier niet gaan investeren, alleen niet specifiek voor elf scholen terwijl ik misschien twintig scholen op kan noemen die het noodzakelijk … Of die het nodig hebben om in te investeren. De voorzitter: Helder. De heer Heijkoop, er was geen vraag. Dus de heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ik kan wel zeggen: de heer Bomius gaat straks nog even in over dat onderscheid tussen kwetsbare scholen, gemiddelde scholen en dergelijke en hoe dat ook met die middelen zit. Want je kunt wel kwetsbare scholen onderscheiden. Dat zijn eigenlijk scholen waar kinderen niet op een gelijke basis kunnen beginnen als andere kinderen in sterke wijken. Dat komt dan door het land van herkomst van de ouders. Dat komt soms door de schulden waar ouders in zitten. Er zijn allerlei criteria.

Die zijn weldegelijk te identificeren. Daarmee kun je ook zeggen van: nou, deze kinderen, deze scholen, daar heeft extra inzet echt wel rendement. Wat er ook werd aangegeven vanuit de ChristenUnie SGP, van: ja, wil je van de zeven een acht maken of van een vijf een zes? Nou ja, het is principieel ook verstandiger om van een onvoldoende een voldoende te maken en die kinderen daarmee meer kansen te geven. Die zeven naar acht is ook mooi, maar je merkt vaak dat de kinderen die in een zeven-, achtomgeving zitten, dat

21

daar ook heel veel andere structuren omheen zijn, waardoor die kinderen al heel veel meer extra kansen krijgen, ook vanuit hun omgeving. De voorzitter: Mijnheer Heijkoop, u heeft de neiging om enorm lang door te praten, weinig punten en komma’s te zetten, waardoor het bijna onmogelijk voor de raad wordt om u te interrumperen, dus ik ga er maar wat korter op zitten. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Nou ja, goed. Ik merk dat de wethouder heel defensief wordt. Die voelt zich ergens aangevallen in alles wat er gezegd wordt. Wat ik heel jammer vindt en daar probeer ik ook aan te sluiten bij mevrouw Koene, maar ook bij meneer Burakcin zeg maar, als het gaat over onderwijsachterstanden, is dat ik het ongelooflijk jammer vind dat wij nu hierover spreken, maar uiteindelijk het wel zo is dat er een decentralisatie passend onderwijs is geweest of is, met betrekking tot onder andere het begeleiden van kinderen op scholen, nou ja, laten we zeggen, waar problemen mee zijn en die ook gericht zijn op het, nou ja, het beter leren en het beter onderwijs kunnen volgen. Ja goed, waar ik echt een antwoord van wil van de wethouder is … Wat ik gewoon niet goed begrijp is dat … Wij vinden onderwijs ongelooflijk belangrijk, maar de discussie die de afgelopen jaren is geweest over al die bedragen, in het … Bijvoorbeeld in het passend onderwijs liggen er miljoenen op de plank zeg maar bij de scholen.

Dat weten we gewoon. Die hebben ook raakvlakken met het oplossen van achterstand, waarom daar dan in de afgelopen jaren door het college, ja, laten we zeggen, geen energie in is gestoken om dat, laten we zeggen, deel aan elkaar te verbinden, ook in het Dordtse onderwijs. Want wij gaan hier nu iets oplossen en ik, kijk, waarvan ik dus ook denk: dit is een druppel op een gloeiende plaat, waar eigenlijk al jaren ook geld voor op de planken ligt wat niet gebruikt wordt. Dat … Ik vind dat een … Ja, ik begrijp uw vurige betoog voor achterstanden. Ik … Maar u weet, u kent mij, ik ben het daar ook ongelooflijk mee eens dat mensen ondersteund moeten worden, alleen wat ik heel jammer vind, is dat we ook wel iets gaan oplossen wat eigenlijk allang opgelost had kunnen worden en wat, ja, wat ergens ligt als bedrag. De voorzitter: Uw vraag is helder, mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja, dus het zou … De voorzitter: Waar het geld van onderwijsachterstand blijft. Mevrouw Nijhof: Ja. De voorzitter: Van passend onderwijs, mijn excuus. Wethouder, waar is dat geld? De heer Heijkoop: Nou ja, voorzitter, we moeten wel onderscheid maken in onderwijsachterstandenbeleid en passend onderwijs. Passend onderwijs gaat ook over middelen die nodig zijn om kinderen zo normaal mogelijk naar school te kunnen laten gaan. Voor de goede orde, er liggen geen miljoenen op de planken bij het passend onderwijs.

In ieder geval niet in Dordrecht. Ik heb heel recent nog met de directeur van het passend onderwijs gesproken en ik stel hem ook altijd standaard die vraag en hij zegt gewoon dat dat niet zo is. Hij zegt: wij zetten die middelen in. Sommige middelen

22

… Je ziet wel in het voortgezet onderwijs, primair onderwijs, zie je wat andere uitgaven, maar hij bestrijdt echt dat er miljoenen op de plank liggen. Dus ik wil dat echt wegnemen. Elders in het land, heb ik ook wel gehoord dat daar, dat dat kan spelen. Maar nou ja, samenwerkingsverband maakt ook jaarverslagen en dergelijke. Ik stel voor dat we daar dan nog eens een keer induiken, maar ik krijg in ieder geval dit antwoord. Dus ik … Ik wil daar niet defensief op reageren, maar ik wil dat wel proberen, ja, wel helder te maken, want anders gaan we voortborduren op aannames die misschien niet kloppen. Waar het … Kijk, waar het gaat over de inzet van de middelen uit dit programma, het gaat er niet om dat het ene kind meer recht heeft dan het andere kind. We willen alleen de talentontwikkeling van kinderen benutten. We willen kansen voor kinderen zoveel mogelijk gelijk maken. Het is nu echt zo dat de school … De ene school 75 procent gaat naar het vmbo en een paar kilometer verder gaat 75 procent naar het HAVO, VWO. Allebei die uitstroomprofielen zijn prima. Want we hebben inderdaad vakmensen nodig, we hebben vmbo’ers nodig, mbo’ers, dat is allemaal prima. Alleen op individueel niveau wil je dat een kind een gelijke kans heeft om er uiteindelijk wel uit te kunnen halen wat erin zit. Als ergens een school driekwart van de kinderen naar het vmbo gaat, dan missen we ook gewoon talent.

Talent wat we ook nodig hebben om bijvoorbeeld straks, nou ja, door te stromen naar het mbo, het hbo, de AD-opleidingen en dergelijke. Dus daar gaat het ook om. Dus het is absoluut niet zo dat het ene niveau beter is dan het andere niveau, maar je wil wel graag dat kinderen gelijke kansen hebben. Ik … Kijk, ik vind het … Ik snap heel goed de bedenkingen en de problemen en mogelijke bezwaren en van: moet het allemaal wel? Ik probeer juist ook aan te geven welke kansen het biedt, welke kansen natuurlijk op individueel niveau voor het kind, maar ook voor een buurt, voor een wijk, voor ouders en uiteindelijk voor heel de stad. Als het gaat over die ouderbetrokkenheid, ik probeer u ook een beetje … Naar u te kijken, voorzitter, dat ik … Als u een seintje geeft, dan stop ik gelijk. Kijk, met ouderbetrokkenheid, er gaan ook … We zijn daar ook wel mee bezig om programma’s te maken. Die willen we ook onderdeel uit laten maken van dit grotere programma. Kunnen we het niet verplichten? Nee, we kunnen het misschien niet helemaal verplichten. Maar ik ben niet van de liberale school dat we zeggen van: joh, ouders mogen gewoon helemaal doen wat ze willen. Even voor de goede orde, de pilot zwemonderwijs waar we het ook eventjes over gehad hebben, daar hebben wij opgenomen dat ouders verplicht betrokken zijn. Je gaat mee met je kind. Je zorgt dat je je kind in staat stelt om te zwemmen.

Wij bieden dat vanuit de overheid aan, maar ouder, u gaat niet … Blijft niet thuis. U gaat mee. Dan kunt u zeggen: ja, kun je dat verplichten? Nou, we kunnen het best verplichten. Wij willen gewoon dat die ouder ook bijdraagt aan de ontwikkeling van het kind. Voor de ouder is het ook goed. Die komt buiten, die doet sociale contacten op, die komt in een taalrijkere omgeving. Dat gaat allemaal hand in hand met elkaar. Die programma’s die we dan in willen zetten op het gebied van ouderbetrokkenheid, die gaan ook heel erg over gedragsverandering. Dus je wilt dat ouders echt meer mee gaan doen, meer naar buiten komen. Verplicht, nogmaals, is lastig, maar je kunt echt wel meer dan dat we soms gewoon vanuit de reguliere programma’s kunnen doen. Want is er een vrijheid van onderwijs? Kunnen onderwijsorganisaties zelf bepalen wat ze doen? Scholen, ja, dat klopt. Maar het is weldegelijk zo … Kijk, wij gaan niet over de inhoud van het onderwijs, maar wij gaan wel over de afspraken die wij maken met de scholen over de extra inzet van deze middelen

23

vanuit de gemeente. Dan gaat het er weldegelijk over dat wij wat mogen vinden over de wijze waarop zij die programma’s gaan uitwerken. We hebben wel gezegd van: het primaat ligt bij die directeur op school, omdat die directeur, die kent zijn school. Die kent de kinderen, die kent de buurt. Die weet wat er nodig is. Maar het is absoluut niet vrijblijvend. Zij committeren zich echt aan afspraken die ze met ons maken. Kunnen wij treden in hun reguliere onderwijs? Nee. Maar zij committeren zich aan die onderwijsvisie. Dat commitment blijkt ook aan het feit dat ze extra middelen krijgen om op maat te maken. Daarmee kunnen wij ook die afspraken met hen maken. Dat is ook vraag, voorzitter, en die wil ik ook nog even goed beantwoorden. Dan nog tot slot. Het is ook nog even gegaan over nul tot vier jaar, dat daar de interventie heel effectief is. Dat klopt. We doen ook veel aan nul tot vier jaar. We hebben natuurlijk de VSW, de voortijdse school, de VVE-educatie. Is heel belangrijk, extra peuteruren voor die kinderen. Maar het is ook heel belangrijk om die doorgaande lijn te realiseren. Dus na nul tot vier komt gewoon vier tot twaalf. Ook in die periode moeten kinderen volop opgepakt worden en moet die taalontwikkeling doorgezet worden. Dus ja, nul tot vier is belangrijk, maar de periode daarna ook. Daarom gaan we hiermee op deze manier aan de slag.

O ja, nog één punt over het lerarentekort. Toevallig vanmiddag heb ik de school, de bestuurders van de hoge scholen gesproken, ook in het kader van de Dordrecht Academy, waar we weer een mijlpaal hebben mogen vieren. Toen had ik het ook al met de bestuurder van Hogeschool Inholland nog even over de PABO. In Dordrecht gaat het gewoon echt goed met de PABO. We hebben … In 2008, toen zijn we een programma gestart, passie voor onderwijs. Een aantal van u weet zich dat vast nog te herinneren. Daarmee hebben we de samenwerking tussen het hbo Inholland en de basisscholen fors verstevigd. De instroom in de PABO Inholland is fors gestegen. Er zijn veel meer leerkrachten die worden opgeleid. De schoolbesturen geven aan dat zij het nog steeds rond kunnen krijgen. Moeten we scherp blijven? Moeten we alert blijven? Absoluut. Want het lerarentekort ligt echt op de loer. Maar in de G4 is het echt van een andere orde. Ik ben er eigenlijk heel trots op en heel blij mee dat wij in Dordrecht gelukkig nog alle klassen, dat er overal nog een leerkracht voor de klas kan staan. Punt. De voorzitter: Dat was me helder. Maar toch nog even, voorzitter, of wethouder, er zijn vragen gesteld over de urgentie van dit verhaal, die relatie ook tot de kredietaanvraag en misschien kunt u nog even duiden waarom hierin sprake is van een kredietaanvraag en wat dan de urgentie is.

De voorzitter: Ja voor… Dat is goed. Daar heeft u helemaal gelijk in. Kijk, die 27,4, die zetten we weg voor de komende tien jaar. Maar we halen in al … Nu, voor dit jaar vragen we al een bedrag om gelijk te kunnen starten met de scholen. Dat moet u zien ook als een soort cofinanciering naast het nationaal programma onderwijs. We willen ook gelijk als gemeente instappen in die onderwijsprogramma’s die voortkomen vanuit de onderwijsvisie. Dus daar, dat geld, dat gaan we, willen we nu al uit gaan geven. De andere bedragen zetten we in de meerjarenreeks. Het is altijd … Kijk, een college en een raad … Een raad heeft budgetrecht. In de toekomst kun je altijd daar weer andere keuzes in maken. Maar in principe gaan we nu dat commitment aan voor tien jaar. Daar gaat het onderwijs ook op investeren. Daar gaan ze mensen op aannemen. Maar wat ook terecht vanuit de raad gezegd is, je gaat af en toe wel kijken van: wil je op

24

onderdelen bijstellen? Wil je wat meer doen? Wil je wat minder doen? Als het Rijk ook met extra middelen komt kan dat ook reden zijn om de inzet vanuit de gemeente anders in te zetten of wat af te schalen. De voorzitter: Oké, helder. Dan zou u nog het woord geven aan de heer Bomius, de strategisch adviseur onderwijs. De heer Bomius, komt erin. De heer Bomius: Dank u wel voorzitter. Goedenavond allemaal. Ja, wat kan ik nog hieraan toevoegen? Nou goed, inhoudelijk wel het één en ander. Ik hoop dat ik goed verstaanbaar ben, want ik zie nu mijn scherm staan. Maar dat zal vast wel. Anders hoor ik het vast van de voorzitter. Nou ja, de onderwijsvisie is inderdaad vastgesteld in 2019. Dat heeft u al gehoord. U heeft al meerdere vragen gesteld over die verdeling van die elf scholen, waarbij er in de stukken denk ik staat … Dat weet ik wel zeker. Er zijn meerdere stukken. Het gaat over hoge risico’s, gemiddelde risico’s en lage risico’s. Ik wil even duidelijk maken dat die hoge risico’s niet gebaseerd zijn op citotoetsen. Die hoge risico’s, het woord risico houdt eigenlijk in dat je vooraf het risico gaat bepalen. Dat is ook wat gezegd is in het begin als het gaat om schoolgewichten en het in kaart brengen van die schoolachterstanden, dat is op basis van gegevens die vooraf beschikbaar zijn bij het CBS. Dat zijn openbare gegevens, natuurlijk niet op persoonsniveau.

Dat weten we allemaal. Maar dat zijn gegevens die heel goed kunnen bepalen wat de kansen zijn voor kinderen. Dan hebben we het dus over vijf criteria. Dat gaat over het opleidingsniveau van de ouders. Dat gaat om het geboorteland of het herkomstland van moeder. Dat gaat om de verblijfsduur in Nederland van moeder. Het gaat om het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school. Dat is ook een sterke predictor. Het gaat over ouders in de schuldsanering. Nou, deze vijf, daarachter zit ook nog een kaart overigens, maar dit zijn de vijf belangrijkste criteria om op voorhand te zeggen: dit zijn de risico’s en op basis hiervan worden de schoolgewichten gekoppeld aan de scholen zelf en kun je dus zeggen: dit zijn scholen die verhoogde risico’s lopen. Dat blijkt in de praktijk ook zo. Als je daarop zit, als je daar werkt, als je daar rondloopt, dat zijn prima scholen. Dat gaat … In grotendeel gaat dat allemaal goed. Alleen deze … Dit zijn ook scholen die niet altijd hun dromen kunnen waarmaken. Dat heeft ermee te maken met de ultieme opdracht die je als school hebt en dat is: er alles uithalen wat er in zit bij een kind. Nou ja, goed, dan hebben je het over die kansen, gelijke kansen, ongelijkheid. Kinderen, die hebben helaas, ja, soms te maken, daar vragen ze zelf niet om, met een taalachterstand.

Dat is op hun tweede jaar, op hun vierde jaar, op hun zesde jaar en op hun achtste jaar, maar ja, die taalachterstand, daar kun je wel mee aan de slag. Dan moet je wel iets extra’s kunnen doen. Want als je hetzelfde doet als in andere scholen, ja, dan stijgen deze kinderen net zo hard, de gemiddelde landelijke groei, net zo hard, maar die kloof blijft hetzelfde. Doe je iets extra’s? Ja, dan ga je de kloof verkleinen. Daar gaat nou dit programma eigenlijk over. Ik hoor u inderdaad terecht zeggen: dit gaat toch niet alleen over taal? Gelukkig niet. Want we hebben het over zeer goed uitgebrachte programma’s, taal en cultuur, taal en muziek, bewegend leren, waar ook het rekenonderdeel flink aan bot komt, maar ook het door u zo verlangde bewegen komt daar terug. Dat maak je heel erg betekenisvol. Want zoals de wethouder ook terecht zegt, je kunt kinderen niet zes uur, zeven uur lang in de klas op een stoel zetten. Dat gebeurt ook niet op de scholen. Dus dat zijn opdrachten die de

25

scholen prima kunnen aanpakken en waar ze uitstekend mee aan de slag kunnen. Ik kom nog weer even terug op die hoge risico scholen. Want er werd op een gegeven moment de aanname gedaan over de Wereldwijzer dat dat, dat daar geen risico’s zijn omdat dat een nulweging heeft. Dat kan zeker kloppen, maar dat komt omdat de Wereldwijzer een BRIN-nummer, we maken het heel technisch, is gefuseerd met de Don Bosco. Dat betekent dat de Don Bosco de hoofdlocatie is. Die werd door u ook genoemd als met een zeer hoge risico en als zeer hoog schoolgewicht. Dat klopt zeker en dat klopt ook omdat die andere school, de Wereldwijzer, daarbij zit. Bij de scholen hebben we een zeer hoge risico groep. Die zullen dus zeer gebaat zijn bij deze ondersteuning. Ja. De voorzitter: U krijgt een vraag van mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, even tussendoor. Want ik heb inderdaad inmiddels gezien … Want ik zag een koppeling tussen IKC De Wereldwijzer en de Bavinckschool ook. Dus klopt dat ook? Want ik dacht van: ja, dat zou natuurlijk dan ook kunnen verklaren dat die voor nul daar staat. Maar ik bedoel, ik moet uitgaan van wat ik op internet zie, want in dit stuk staat niks. De heer Heijkoop: Ja, dat klopt. Moet u nooit van uitgaan. Nee, de koppeling van de Wereldwijzer is echt met de Bon Bosco. Dat zijn beide scholen van een katholiek bestuur.

De relatie Bavinckschool, die, dat zal misschien op een samenwerkingsproject zijn, maar niet als het gaat om Rijksbekostiging of telling bij DUO. Ja. Dus … De voorzitter: Ik wil even interrumperen. Want het verhaal wordt hoe langer, hoe technischer. De heer Heijkoop: Ja. De voorzitter: Dat is voor de politieke besluitvorming uiteindelijk niet zo belangrijk. Het gaat erom of dat we dat wel of niet willen. Dat is in feite de bottom line. En daar ga je allerlei argumenten voor hebben, maar om te voorkomen dat we heel erg uit de tijd gaan lopen, kunt u uw vraag gaan afronden? Want het is inmiddels half tien. De heer Bomius: Laat ik nog één ding over de andere scholen zeggen en één ding over de ouders met uw goedkeuren. De andere scholen worden inderdaad niet of nauwelijks beschreven in dit Dordts leerprogramma, maar daar gaan we wel wat voor doen. En dat gaan we inderdaad doen op een van de budgetten die is opgesomd aan het begin. Dat budget dat is het OAB-budget, het onderwijsachterstandenbeleid. Jullie geven terecht aan hé, op deze scholen zitten deze kinderen ook weliswaar in veel mindere maten. Dat klopt. En daar is dit budget voor en de scholen gaan de komende twee jaar in de looptijd van het nationaal programma gaan zij gezamenlijk programma’s ontwikkelen om in de wijken voort te kunnen zetten.

Die programma’s gaan over bijvoorbeeld cultuur, sport, hopelijk ook een stukje taal, filosofie, techniek nou, vul maar in. Daar waar energie zit, maar daar ook waar de wens zit daar moeten die programma’s zeker gaan opgesteld worden. Dus ik hoop dat dat een antwoord is op die vraag. Zeker… De voorzitter: Het leidt in ieder geval tot een nieuwe vraag van mevrouw Nijhof.

26

Mevrouw Nijhof: Ja, nou, ja, u legde het heel erg uit van hoe dat zit met dat hoge risico en nou, ja, goed, hoe dat gaat. Is het dan ook zo dat voor die scholen geldt dat daar extra veel budget gevraagd wordt van het samenwerkingsverband als het gaat om passend onderwijsgelden. Weet u dat of niet? Is daar een verband? Want het zou er wel moeten zijn. Want u beschrijft namelijk dat het hier gaat om laten we zeggen… De voorzitter: Mevrouw Nijhof, uw vraag is helder. De heer Bomius: Nou, het Dordts leerprogramma gaat eigenlijk om het benutten van leerpotentie hè, onbenut leerpotentieel daar gaat het Dordts leerprogramma over. Passend onderwijs gaat eigenlijk over een aantal andere zaken waardoor die leerlingen belemmerd worden. En dat kan bijvoorbeeld met persoonlijke kenmerken te maken hebben. Dat zijn echt twee verschillende zaken wat mij betreft. En gaat er meer naar die scholen die uitspraak die zou ik niet durven uitspreken eerlijk gezegd. Mevrouw Nijhof: Oké, mag ik daar nog even op reageren mijnheer Van Verk? De voorzitter: Direct. Mevrouw Nijhof: Ja, nee, goed, want volgens mij is het ook zo dat de kinderen die niet tot leren komen, zeg maar, ook vaak niet tot leren komen, omdat er thuis problemen zijn, zeg maar. Of hè, dat er schulden zijn, u beschrijft het ook zelf al, hè. Er zijn een aantal kenmerken waaraan deze kinderen voldoen.

Dus nou, ja, goed het gaat misschien te ver voor deze commissie. Maar ik zou het eigenlijk weleens willen zien of daar verbanden zijn of daar meer gebruik wordt gemaakt van de passend onderwijsgelden. Want die zijn specifiek voor leerlingen die uiteindelijk niet tot leren komen en die daarin ondersteund moeten worden. Ja, nou, goed… De voorzitter: Het is een goede vraag, maar waarschijnlijk niet nu te beantwoorden? De heer Bomius: Er is een redelijke verdeelsleutel over alle scholen in het Dordtse, ja. En die verdeelsleutel nou, ja, dat is een verdeelsleutel grotendeels op basis van aantal leerlingen. En vervolgens kunnen de individuele arrangementen gevraagd worden waardoor kinderen of juist wel binnen het regulier onderwijs kunnen blijven of juist eruit. En ik vind het niet chic om aan te geven of er nu juist een verschil is tussen het aantal verwijzingen in relatie tot scholen of juist niet. Dus dat is, denk ik, niet hier uw vraag ook. De voorzitter: Het was niet dit onderwerp van gesprek. Mevrouw Nijhof: Ik zou daar wel vragen over kunnen stellen, begrijp ik, of er verbanden zijn? De voorzitter: Natuurlijk. Gaat u verder met uw afronding mijnheer. De heer Bomius: Ouders ja, zeker. U heeft terecht vragen gesteld over ouders en de heer Heijkoop heeft daar ook al wel antwoorden op gegeven.

Er gebeurt al best wel veel met ouders alleen zoeken wij in het hele onderwijsveld eigenlijk nog naar de goede

27

connectie met elkaar. Wij hebben taalklassen die opgericht zijn door Da Vinci, die gedraaid worden door Da Vinci op de scholen zelf. En dan gaat het over het schoolse gebeuren hè, dan worden ouders geholpen met, hoe bereid ik een oudergesprek voor? Nou, dat soort zaken die komen wekelijks. Is ook gelijk een vindplaats voor Da Vinci om te kijken van hé, kunnen we deze ouders misschien iets meer bieden en naar een formeel onderwijsaanbod bij ons gaan? Daar zijn deze ouders natuurlijk erg bij geholpen. Waar het gaat inderdaad om gedragsverandering, om conditionering van ja, hoe gaat dat. Dus dat is ook een van de onderdelen die zelfs in de hopelijk te maken subsidieregeling wordt beschreven. Dit is echt een tandwiel wat gewoon erbij hoort, dat kan niet los gezien worden. En dat was eigenlijk volgens mij mijn toelichting. De voorzitter: Goed. Nou, dan dank ik u hartelijk voor deze heldere uiteenzetting. En wilde ik gaan voorstellen aan de commissie om een minuut of 5 à 10 even kijken tot kwart voor tien te pauzeren waarbij ik kan meedelen dat Frankrijk met 1-0 voor staat op Duitsland voor degenen die van voetbal houden. We zien elkaar kwart voor 10 terug. Goedenavond, welkom terug bij deze commissievergadering, ik neem aan dat iedereen weer in de startblokken zit als is het nog niet precies ‘45, we gaan toch van start.

Ik wilde overgaan naar het tweede deel, de glansrijke toekomst voor Dordtse jongeren 12 tot 27 jaar. Daarbij wil ik u er wel op wijzen dat het inmiddels kwart voor 10 is, dat we hierna nog een belangrijk punt hebben. Dus ik zou u allen willen vragen u te beperken in uw woordvoering en niet zoals net. Wat op zich de kwaliteit van het debat wel ten goede kwam, maar niet al te vaak uit te wijden naar interessante verdere zichten en mooie zijpaden. Maar dat we het tot de kern van het verhaal houden, namelijk een glansrijke toekomst voor onze jongeren tussen de 12 en 27 jaar. Wie mag ik het woord geven? Waarbij mevrouw Koene meldt dat zij weg is. Zijn er mensen die het woord willen? Even via de chat. Ja, mevrouw Nijhof ik zie u dus ik geef u zo direct het woord. Ik neem aan dat er meer mensen zijn die hier woordvoering op willen doen. En anders zijn we er heel snel mee klaar en dan geef ik nu mevrouw Nijhof het woord. Ga uw gang. Mevrouw Nijhof: Nou, ik wil even praktisch blijven. Want ik had in principe mijn woordvoering door elkaar gedaan over de twee business cases. We hebben specifiek wat vragen aan de wethouder over business case twee zal ik maar even zeggen.

Voor deze business case van 12 tot 27 jaar die spreekt over een betere ondersteuning op de mbo’s en de coaches van JOR vragen wij ons af hoe u voor zich ziet hoe dit uitgevoerd zou moeten worden? Betekent dit dan bijvoorbeeld dat alleen Dordtse jongeren gebruik kunnen maken van deze ondersteuning en andere jongeren die de mbo bezoeken van buitenaf niet? Hoe zouden de scholen hiermee om moeten gaan? En nou, hoe ziet u dat? En wat vindt u hier zelf van? U spreekt ook specifiek van de opbrengst, de maatschappelijke opbrengst over het terugdringen van het aantal bijstandsuitkeringen. Wij vragen ons af of alles rond corona er niet juist toe leidt dat er veel meer mensen straks bijstand van de gemeente zullen moeten vragen dus hoe realistisch datgene wat u hier schetst? We vinden het een wat magere uitgewerkte business case. En als laatste willen we zeggen dat hetgene wat u hier beschrijft al velen jaren gevolgd wordt. En het is natuurlijk heel mooi om een nieuwe poging te doen, met name het aansluiten van opleidingen op de arbeidsmarkt. Tot op heden is dit niet voldoende gelukt op de manieren die in uw BC, in uw business case beschrijft. En wij hebben toch wel het idee

28

dat het heel erg overeenkomt met de manier die de afgelopen jaren geprobeerd heeft. En daarnaast heeft die in onze ogen ook wel veel overeenkomst en overlappingen met de andere business case die volgens mij in de commissie bestuur en middelen of de commissie fysiek met betrekking tot banen op dit moment gehouden wordt. En daar willen wij heel graag een reactie op. De voorzitter: Duidelijk mevrouw Nijhof, dank u wel. Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Ja, dank u wel, voorzitter. Wat dat aan gaat, had ik een wat dezelfde vragen als mevrouw Nijhof. Ook wij hadden zoiets van goh, er is wel heel veel geprobeerd de afgelopen jaren en ja, hoe ziet dat… Waarom zou het nu anders kunnen gaan? Waarmee ik wel wil zeggen van dat we wel nogmaals heel enthousiast zijn over de inhoud dat je dingen altijd zou kunnen proberen. Waar ik ook nog wel een vraag over heb en dat is ook in de afgelopen jaren al diverse malen gepoogd, is die samenwerking tussen de scholen. We weten allemaal van dat dat bijna… Dat er heel veel initiatieven ook geweest zijn. Ik ben zelf ook vanuit mijn werk daar ook bij betrokken geweest en op een of andere manier lijkt dat toch een behoorlijke drempel. Dus ik wil toch wel van de wethouder weten hoe die daar tegenaan kijkt. Tot zover. De voorzitter: De heer Burakçin. De heer Burakçin: Ja, voorzitter, ja, dank u wel.

Ja, voorzitter, ik had eigenlijk niet echt een woordvoering hierover, want dat stuk is voor ons nog veel te abstract om hier echt iets van te vinden. Maar voor zover ik wel kan lezen, is dat er ook geïnvesteerd wordt in werkgevers. En dat triggerde mij om toch een vraag te stellen aan de wethouder. Gisteren heb ik namelijk het bericht gelezen dat, dat wist u eigenlijk al langer, maar ze hebben wetenschappelijk aangetoond dat sommige groepen binnen onze samenleving te maken hebben met stage- en arbeidsdiscriminatie. Ja, dat lijkt me in ieder geval in eerste plaats een niet te accepteren ontwikkeling. Maar mijn vraag is, wordt het bedrag bijvoorbeeld ook besteed om te investeren om de problematiek aan te pakken? En ik weet dat er in het verleden zeg maar wel is iets gedaan om werkgevers uit te nodigen en om erover te hebben. Maar graag zou ik van de wethouder willen horen of hij dit problematiek ja, ook gaat oppakken met de werknemers, tot zover. De voorzitter: Dank je wel. Mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Ja, voorzitter, dank u wel. Wij hadden eigenlijk maar één vraag. En dat is eigenlijk dat nou, er wordt gesteld hè, door dit te investeren gaan uiteindelijk bespaard worden op bijstandsuitkeringen. En er wordt inderdaad een bedrag van 10 miljoen genoemd.

En om meer gevoel te krijgen bij, waarom zouden we die 10 miljoen nou hieraan willen besteden, zou ik graag willen horen, hoe groot is dit probleem op dit vlak? En om hoeveel jongeren gaat het dan? Dus hè, hoeveel kinderen of jongeren worden hier nou geholpen? Om dat toch wat beter in perspectief te kunnen plaatsen waar die 10 miljoen naartoe gaat. De voorzitter: Duidelijk. De heer Bosman van de ChristenUnie neem ik aan?

29

De heer Bosman: Dat klopt helemaal, dank u. Ja, ik zal het ook kort houden. Ook hier positief als het gaat om het doel van de investering. Wat ik net bij de jeugd van 4 tot 12 heb genoemd dat ik de ouderbetrokkenheid nou, ja, een voetnootje vond. Kom ik toch weer op terug, want daar lees ik nu helemaal niets over. En hier vind ik dat eigenlijk minstens zo belangrijk wat de rol van ouders is. En dat heeft te maken met dat ik lees dat de opbrengst van de business case besparing op de bijstandsuitkeringen betreft. En wat mij opviel bij het lezen, was dat het intergenerationele overdracht doorbroken moet worden. De heer Burakçin zei net ook iets hè, over nou, ja, andere oorzaken, discriminatie wellicht. Maar volgens mij spelen bij het doorbreken van dit probleem voorbeeldfiguren een grote rol. Dus we zetten in op jongeren, maar welke ik durf het nu wellicht wel te zeggen, verplichting zou u in dat geval ouders opleggen of anders gevraagd welke rol kunnen ouders hierbij hebben? Daar lees ik niks over en dat hoor ik graag. Tot zover. De voorzitter: Oké, de heer Kwaak. De heer Kwaak: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me aansluiten bij de vragen van mevrouw Van der Ham. En ik wil ook de bijstandsuitkeringen… En ik wil alleen nog maar vragen aan de wethouder over welke doelgroepen spreken we precies? Want dat wordt mij niet duidelijk. Tot zover, dank u wel.

De voorzitter: Goed, wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Dank u wel. U verzoekt om het kort te houden en dat ga ik ook doen, want er zijn toch echt wel weer de nodige technische vragen gepasseerd over de samenwerking, hoeveel jongeren, doelgroepen. Nou, ja, kinderen en dergelijken. Ja, ik stel echt voor dat we die gewoon zorgvuldig eventjes voor u op papier gaan zetten, want ik ga hier echt niet uit stand allemaal getallen over jongeren en dergelijken roepen. Dat zou niet verstandig zijn. Wat ik er wel over wil zeggen, dat dit is inderdaad iets dat is niet van vandaag of gisteren. Dit is ook van de toekomst, we zullen altijd moeten blijven investeren in kwetsbare jongeren in deze groep zeker ook in een stad als Dordrecht. En dat moeten we ook doen samen met het onderwijs, met werkgevers. Richting de Burakçin zeg ik daarbij ook nadrukkelijk inclusief werkgevers. Werkgevers die zich bewust zijn ook van hun maatschappelijke positie ten opzichte van deze jongeren. Daar moeten we werk van blijven maken en dat doen we niet alleen, dat doen we heel nadrukkelijk ook samen met fondsen van buiten. En dit programma wat we hier voorstellen dat heeft in het verleden ook gelopen. Dus er lopen ook heel veel dingen al goed, daar zijn we op voort gaan bouwen.

En straks komen weer fors middelen vanuit Europa en daar moeten we ook een aantal doelstellingen op formuleren hoe daar ook mee aan de slag gaan. En als de heer Bosman zegt van nou, ik ben het eigenlijk wel eens met deze doelstellingen dan denk ik dat dat ook wel een belangrijke uitspraak is. Want op deze doelstellingen gaan wij plannen maken samen met onze netwerkpartners. En zoals u ook in de wethoudersbrief heeft kunnen lezen, gaan we dat dus met die partners doen en dat gaan we de komende periode doen. Kijk waar het gaat over uitkeringen zijn dat allemaal hele harde getallen, weet je precies hoe dat loopt. Nou, ja, per definitie niet zou ik bijna willen zeggen. De bedragen die wij krijgen voor uitkeringen variëren ook per jaar. Het kan zijn dat je bijvoorbeeld het aantal uitkeringen

30

stijgt, maar dat je toch nou, ja, financieel beter uitkomt met uitkeringen omdat je het dan bijvoorbeeld relatief beter doet dan andere gemeenten. Dus je moet dat ook een beetje relateren dat er in het verdienmodel een bepaalde prikkel zit die voor ons beter uitpakt. Maar grosso modo kan je zeggen op het moment dat je flink investeert in jongeren, dat je de keten verbetert tussen onderwijs, werk en ook ondersteuning vanuit bijvoorbeeld de sociale dienst dat het gewoon echt rendeert. En daarbij gaat het niet alleen over korte flexachtige contracten nee, het gaat ook over opleiden, over duurzame toe leiden naar de arbeidsmarkt en daar dragen dit soort trajecten echt heel nadrukkelijk toe bij. En we beginnen nadrukkelijk echt niet van niets, we hebben echt een hele mooie samenwerking staan in de regio. En daar gaan we straks fors op door investeren dat kunnen we met dit programma doen. En deze middelen vragen we van u als raad om deze middelen straks ook te kunnen koppelen aan nou, ja, gelijk bedrag vanuit Europa zodat we met deze doelstelling aan de slag kunnen. En waar het gaat over de meer technische vragen die zijn gesteld ja, ik zeg u echt toe dat we daar dan nog in een technische beantwoording op terug komen, want dat weet ik op dit moment gewoon echt niet. De voorzitter: Ja, kan ik me helemaal voorstellen. De heer Burakçin. De heer Burakçin: Ja, dank u wel, voorzitter.

De wethouder die is eigenlijk heel snel op mijn vraag ja, doorheen gelopen, zou ik willen zeggen. En heeft aangegeven dat die dus werk gaat maken met inclusieve werkgevers. Maar krijgen we daar nog een uitwerking van hoe dat eruit ziet? Hoe dat eruit gaat zien? De voorzitter: De wethouder of er een uitwerking… De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, nou, ja, in het kader van het arbeidsmarktbeleid heb ik daar ook weleens met uw raad en ook met het rechtraad over gedebatteerd en ik heb een ronde tafel georganiseerd met werkgevers. Daar hebben we ook allerlei signalen opgehaald wat we tegenkomen. Kijk, wij zijn uiteindelijk niet de inspectie van sociale zaak en werkgelegenheid, maar wij hebben wel als gemeente een heel duidelijk standpunt waar het gaat over het vraagstuk wat de heer Burakçin terecht aanstipt. En vanuit Baanbrekend Drechtsteden bijvoorbeeld de samenwerking met UWV en randstad hebben wij ook een heel duidelijk beleid dat wij niet accepteren als er sprake is van discriminatie of ander soortig gedrag. Als we daar aanwijzingen toe krijgen dan verbreken we de samenwerking met het bedrijf of gaan maken we daar echt wel een punt van. Dus op die manier gaan we daar nu mee om. Helaas was de heer Burakçin schetst dat komt helaas nog in heel de samenleving voor in het onderwijs, bij werkgevers.

En dat is nergens acceptabel dus u mag erop rekenen dat wij daar ook op die manier mee omgaan en daar hebben we eigenlijk geen beleid voor nodig, want we hebben gewoon de grondwet. We hebben gewoon artikel 1 en dat is het leidende principe en we accepteren gewoon geen discriminatie. De heer Burakçin: Ja, goed, voorzitter, ik vind dit wel heel erg globaal geantwoord. De grondwet ja, het gebeurt gewoon en daar hebben we bijvoorbeeld strakker beleid voor nodig. Maar dan ga ik denk ik te diep op de stof in en dan gaan we uitweiden. Dus kom ik later nog wel op terug.

31

De voorzitter: Dank u, mijnheer Burakçin. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja, volgens mij had ik ook een denk ik niet technische vraag gesteld over de kwestie dat er gesproken wordt in de stukken over de betere ondersteuning op de mbo’s en de coaches van JOR. En nou, ja, goed, dit zijn de Dordtse eneco middelen zeg ik maar even hè, die ingezet worden. Op mbo’s en op middelbare scholen is het natuurlijk zo dat er ook kinderen uit andere steden zeg maar hier les krijgen in Dordrecht. Ja, mijn vraag was aan u natuurlijk, hoe ziet u dat voor zich? Want nou, goed hè, wij besluiten hier over de ondersteuning neem ik aan van de kinderen uit Dordrecht. En hoe ga je nou om met de kinderen van andere scholen die daarop zitten en hoe zien de scholen dit? De voorzitter: Kortom, wordt er onderscheid gemaakt tussen autochtone bevolking en de mensen van buiten Dordt. De wethouder. Mevrouw Nijhof: Ja, of zijn er afspraken over bijvoorbeeld? De heer Heijkoop: Ja, nee, en toch vind ik juist zo’n vraag die moet ik wel degelijk even echt heel goed uitzoeken, want dat vraagt echt een zorgvuldige beantwoording. Want als ik daar te kort door de bocht ga, doe ik ook geen recht aan u als vragensteller. Dus die kan ik op dit moment gewoon niet beantwoorden. Ik weet niet precies hoe dat zit, dat moeten we gewoon even uitzoeken.

Voorzitter, ik kan mij wel voorstellen dat we misschien nog even naar de technische ondersteuning gaan, want die zijn net flink aan het… Die moesten allemaal echt om twee voor twaalf denken. Die zijn als het ware terwijl wij de vraag beantwoorden, zijn die aan het opzoeken geweest. En die kunnen het belletje rinkelen en wat vragen beantwoorden. En dat scheelt ook weer ambtelijke memo’s als die vragen nu beantwoord kunnen worden. De voorzitter: Nou, ja, goed, ambtelijke memo’s lezen we en de vragen beantwoorden kost tijd, maar mijnheer De Boer. De heer De Boer: Goedenavond voorzitter, dank je wel. De technische vragen die ik hoorde over aantallen als we dan kijken in Dordrecht hebben we het inderdaad over in de doelgroep van 16 tot 27 jaar over 17 duizend jongeren. En uit onderzoek blijkt dat 15 procent daarvan kwetsbaar is in de zin dat ze niet economisch zelfstandig zijn, laten we zeggen ook niet voldoende opgeleid zijn om daardoor economisch redzaam te zijn op de arbeidsmarkt. En jaarlijks hebben daarvan meer dan 400 jongeren bijstandsuitkering. Dus dat zijn even inhoudelijk het antwoord op de vragen die ik net hoorde ter onderbouwing daarvan. En dat waren volgens mij even de twee vragen die ik hoorde of ik heb dan iets gemist, voorzitter. De voorzitter: Zo snel, dat je het wel kon opzoeken. De heer De Boer: Nou, ja, inderdaad.

Het staat ook in de maatschappelijke business case bij wie zijn die jongeren daar staat het ook genoemd.

32

De voorzitter: Oké, dank je wel. Goed, dan zijn wij zo langzamerhand gekomen tot een afronding van deze twee business cases. En gaat het proces verder, volgens mij gaan… Ik hoor nog allemaal… Mevrouw Stolk die wil een vraag stellen, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, nog eentje. Ja, voorzitter, laat vooropstellen dat wij natuurlijk heel blij zijn dat er geïnvesteerd wordt in onze jongeren dat we die en glansrijke carrière willen geven, want ja, de jeugd heeft de toekomst. Maar kunnen wij ook een business case verwachten voor 50-plus op de arbeidsmarkt? Want dat is toch ook een doelgroep die we toch wel steeds meer uit het oog aan het verliezen zijn. En ik zie wethouder Heijkoop al lachen. Maar het zal de VSP niet zijn als wij deze vraag niet zouden stellen. De voorzitter: De wethouder. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, mevrouw Stolk maakt mijn avond. Ik vind het inderdaad echt een heel erg leuke vraag. En het is hier warm binnen, maar een goede vraag mevrouw Stolk. Twee antwoorden daarop, allereerst we hebben inderdaad een extra aanpak vanuit de sociale dienst ook gericht op mensen die wat ouder zijn om die ook naar werk toe te kunnen begeleiden, omdat die gewoon minder kans hebben op de arbeidsmarkt. Dus die krijgen extra begeleiding om uiteindelijk aan het werk te kunnen.

En dat is ook effectief dus daar blijven we ook mee doorgaan tenminste als ook de rechtraad en de regio daarmee instemt, maar dat verwacht ik wel, want dat is gewoon goed, goed voor mensen en daarmee ook goed voor de samenleving. Het andere is, wij zijn nu bezig natuurlijk met het hoger onderwijs naar de stad toe te halen en daar komen ook heel nadrukkelijk ontwikkelmodules in voor de wat oudere mensen om zich ook door te kunnen blijven ontwikkelen om ook daarin te investeren en dat vinden we heel erg belangrijk. Want wat u terecht aangeeft en dat gaat ook nadrukkelijk een rol krijgen in de toekomstige arbeidsmarktbeleid vanuit de regio in het kader nee, het wordt echt te technisch, maar in ieder geval in het kader van de samenwerking die we met onderwijs en het UWV hebben vanuit de regionale ja, mobiliteitsteams. Sorry, terwijl ik het zeg, snap ik dat het heel complex is. Waarin we ook heel nadrukkelijk oog hebben ook voor die oudere werknemers, omdat de tijd van het vaste contract van je 18 de tot je 68ste of 58ste of 65ste bestaat niet meer. Het levenslang ontwikkelen, wordt steeds belangrijker. En daar hoort heel nadrukkelijk ook het investeren in, in mensen die wat ouder zijn. Want het is echt volkomen belachelijk dat mensen die op het moment dat ze de 50 zijn gepasseerd dat zij moeilijker een plek vinden op de arbeidsmarkt.

Want die mensen staan bomvol met talenten van de ervaring, hebben heel veel te brengen. En het is eigenlijk gewoon een heel gek taboe dat die mensen moeilijker aan het werk zouden komen. Want ook hun ziekteverzuim is op geen enkele manier een probleem ook in relatie tot jongeren. Dus mevrouw Stolk vindt u mij echt een voorvechter om ook werk te maken van het kansen bieden voor 50-plussers dus dank ook voor deze vraag. Mevrouw Stolk: Dank je wel, voorzitter. Ik ben blij, ik had dit antwoord ook wel verwacht van wethouder Heijkoop, want ik weet hoe hij zich daarvoor inzet. Het zou natuurlijk mooi zijn als we daar ook wat middelen beschikbaar voor kunnen stellen. Dus misschien dat u ja, kijk, we hebben nu deze business cases dat daar misschien in het vervolg ook ja, wat geld naartoe gaat. Maar dat vertrouwen geef ik de wethouder, voorzitter.

33

De voorzitter: Oké, helder. Dank u wel. Ik ga nu wel naar mijn afronding en stel vast dat we dat business cases voor sociaal in ieder geval nu uitgebreid behandeld hebben. De vervolgende stap is dat er nog een overall bespreking is van alle business cases op 7 juli in de commissie bestuur en middelen. En daar zal dan waarschijnlijk wel ten einde raad besloten worden of het stuk doorgaat naar de raad voor 13, 14 juli. Maar dat kan best zijn dat u nu al op voorhand zegt van, dat is mooi, maar wij zijn toch ook voornemens om een motie of amendement in te dienen waardoor de business cases automatisch tot de bespreekstukken gaat behoren. Is er iemand vanuit de commissie die dat voornemend is? De heer Van der Net: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Nou, ja, goed, ik denk dat we het proces zorgvuldig moeten doen. Bestuur en middelen daar komen de stukken nog een keer in terug. En ik vind dat dat toch wel het geëigende tijdstip is om in ieder geval aan te kondigen of er moties of amendementen moeten worden ingediend, vind ik.

De voorzitter: Oké, nou, ja, ik kan u mededelen dat wij vanuit de PvdA in ieder geval overwegen om een amendement in te dienen met betrekking tot de methodiek van verdelen van gelden waarbij de essentie is dat het geld als strategische investering wordt ingezet en de raad in positie is om op diverse momenten in het hele proces de komende 10, 15 jaar bij te sturen op de besteding van die middelen. Wij zullen dat amendement vroegtijdig in de richting van de commissiebesturen met u gaan sturen. Dus dan is iedereen in ieder geval voorbereid dat er van onze zijde wel wat kan komen. Dan sluit ik dat hiermee af. 5. Kennisnemen van Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (15e wijziging) - Raadsvoorstel De voorzitter: En gaan wij over naar het raadsvoorstel met de wat opmerkelijke titel, kennisnemen van een Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Drechtsteden. Opmerkelijk omdat je van een raadsvoorstel neem je geen kennis daar neem je een besluit over, maar goed, dat even ter zijde. En dit betreft het raadsvoorstel wat ingaat op een mogelijk nieuwe gemeenschappelijke regeling sociaal domein, nieuwe gemeenschappelijke regeling Drechtsteden. Nou, ja, er zijn allerlei types aangegeven.

De portefeuillehouder zal en dat is in dit geval ook weer de heer Heijkoop, zal worden bijgestaan door mevrouw Gemma Smid-Marsman die inmiddels is aangesloten op de vergadering neem ik aan. En volgens mij zijn er drie zaken die van belang zijn in het geheel namelijk de stemverhoudingen zoals in de brief wordt medegedeeld, het maatwerk zoals in de brief wordt medegedeeld en als derde punt zou je kunnen zeggen, wat is nou de positie van de gemeenteraad ten opzichte van zo’n gemeenschappelijke regeling? Maar ik kan me ook voorstellen dat u zelf allerlei andere vragen, opmerkingen, gedachtes en beelden daarbij heeft. Dus wie mag ik het woord geven als eerste? Wie trapt het af? Ze komen… Ja, ik laat u even doorlopen. Want ik heb in ieder geval woordvoering van de VSP, nee die is nog van de vorige keer, van de heer Van der Net,

34

VVD. Mevrouw Van der Ham van het CDA, de heer Tiebosch en mevrouw Nijhof, Beter Voor Dordt. Ik noteer, en er komen er nog een paar bij, de heer Boersma komt erbij en de PvdA komt erbij, mevrouw Stevens. GroenLinks de heer Burakçin. De heer Van der Net kan starten. De heer Van der Net: Dat is mooi voorzitter. De voorzitter: Dat komt niet zo vaak voor he John. De heer Van der Net: Nou ja ik bedoel van ik was nu heel snel natuurlijk, dus ik dacht van nou ja misschien maak ik een kans, voorzitter liberalen en sociaaldemocraten goed samenwerken vind ik. Ja voorzitter, in ieder geval ook eventjes, ik ga zo op de stemverhouding eventjes in hoor maar ja over maatwerk en dergelijke en hand in hand gaan met efficiency staat in de tekst zelf van nou die uitwerking is nog niet voldoende en dat vinden wij toch nog steeds wel een groot risico. Wij willen toch inderdaad wel dat dat wat beter wordt uitgewerkt omdat dat toch wel ook de basis gaat worden van eventueel een nieuwe GR. Nou, er staat ook dat als Dordt de meeste stemmen gaat krijgen met betrekking tot de stemverhouding, en ik vind dat we op basis van financiën daar ook recht op hebben, dat een GR niet meer nodig is.

Nou, ik heb volgens mij begin januari daar ook al eens een keer wat over geroepen of in ieder geval mijn fractievoorzitter Marc Merkx, dat wij toch ook die vraag al hebben neergelegd van nou ja ik bedoel van: waarom is niet voor die optie dan gekozen? Wat er in het stuk wordt gesteld over het verschil tussen stedelijk gebied en poldergebied, ik begrijp wel waarom het daar staat maar ja ik vind dat op dit moment eigenlijk niet relevant. Even nog over de twee gemeentes, Dordrecht en Zwijndrecht, die hebben volgens het stuk 70% van de cliënten en het budget ook. Nou en wat ik dan ook nog even wel even bij de wethouder wil neerleggen van als Zwijndrecht en Dordrecht samen 70 hebben, hoeveel heeft Dordrecht dan in percentages. Ik mag wel zeggen dat ik toch vrij teleurgesteld ben dat er in het stuk uiteindelijk als advies wordt gegeven om de stemverhoudingen die we destijds binnen de Drechtraad hebben aangenomen omdat nu over te nemen want volgens mij zijn er in eerdere woordvoeringen al duidelijk aangegeven dat wij als Dordtse raad daar op dit moment niet meer op zitten te wachten. Wie betaalt bepaalt nog steeds en wij zijn wat dat betreft van mening dat hij stemverhouding in ieder geval recht moet doen aan datgene wat Dordrecht in ieder geval inbrengt en ook aan het aantal cliënten en dergelijke wat Dordrecht heeft.

Dus in ieder geval die voorzet dat wij daar niet mee akkoord gaan en dat wij eigenlijk vinden dus, vandaar de vraag ook, van wat is nu het percentage van Dordrecht zeg maar vertegenwoordigt binnen dat totale budget van de huidige sociale dienst en wij vinden dat daar nagestreefd moet worden om in ieder geval dat als maatstaf neer te zetten voor die stemverhouding. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Ja voorzitter dank u wel. Nou voor ons drie punten van belang. Eerste is inderdaad de stemverhouding. Want waarom zou Dordt altijd minimaal twee andere gemeenten nodig moeten hebben om iets voor elkaar te kunnen krijgen? Want op deze wijze gaan we er zelfs op achteruit. Wat ons betreft zou de stemverhouding op

35

zijn minst moeten blijven zoals het nu is in de Drechtraad. Het nodig hebben van een andere gemeente zou echt voldoende moeten zijn en op het moment dat de belangen van Dordrecht in het stemgewicht niet voldoende geborgd zijn, moeten we hier niet mee instemmen. Dat is althans de mening van het CDA Dordrecht. Kan het misschien maar beter blijven zoals het nu is. Tweede punt is sturing, de GR sociaal wordt nieuw collegemodel, dat heeft qua governance dezelfde risico’s als de DG&J. Hoe wordt omgegaan met de zienswijze van de raad en hoe voorkomen we het gebrek aan sturing dat we beiden DG&J zo vaak ervaren? Het derde punt: financiële solidariteit. Het lijkt wel alsof men bang is die uitspraak over te doen. Wat zijn de mogelijkheden? Wat zijn daarvan de consequenties? En hoe voeren we dit gesprek met elkaar? Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Tiebosch. Oh pardon, een interruptie van de heer Van der Net, mijn excuus. Even wachten … De heer Van der Net. De heer Van der Net: Dank richting mevrouw Van der Ham eventjes. Kijk heel simpel van de stelling van de Dordtse VVD is uiteindelijk van wie betaalt, die bepaalt. En ik kon het CDA dit moment nou niet echt een uitspraak daarover doen.

Maar bent u het niet met mij eens dat we als we gaan kijken naar het percentage van geld en cliënten die Dordrecht inbrengt in de sociale dienst, dat dat dan ook moet worden afgespiegeld in de stemverhouding binnen de nieuwe GR? Dat is de vraag. Mevrouw Van der Ham: Ja voorzitter, ik neem aan dat ik daarop mag reageren. De voorzitter: Ja natuurlijk. Mevrouw Van der Ham: In feiten hebben we hetzelfde gezegd mijnheer Van der Net want ik heb gezegd dat de belangen van Dordrecht voldoende geborgd moeten zijn, ook in de stemverhouding. En dat houdt in dat wij op basis van financiële bijdrage of het aantal cliënten, gewoon een behoorlijke vinger in de pap zouden moeten hebben dat het niet zo kan zijn dat wij erop achteruitgaan ten opzichte van nu. De heer Van der Net: Ik word daar helemaal gelukkig van mevrouw, echt, dank u wel. De voorzitter: Nou in ieder geval de heer Van der Net vanavond weer gelukkig gemaakt. De heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Ja dank u wel voorzitter. Ja wat betreft, u heeft als, of de Partij van de Arbeid heeft een amendement naar ons gestuurd waarin eigenlijk staat dat de stemverhouding binnen het AB zodanig is dat deze overeenkomt met het inwoneraantal, die financiële inbreng, samengevoegd tot een gewogen gemiddelde, dus daar kunnen wij ons als D66 ook helemaal in vinden. Dus als dat amendement in stemming wordt gebracht, dan zullen wij dat steunen.

Dan is de, nog even op het punt, eigenlijk gaan we onze raadsbevoegdheid gaan we nu met het voorstel mandateren aan het college. Nou er is altijd wel, in de gesprekken vooraf, de raden voorgehouden dat de raad uiteindelijk over de besluitvorming gaat, over de GR. Maar dat is volgens mij niet zo want stel nou vervolgens gaan al die zeven raden akkoord met het voorstel om de GR-sociaal zo in te richten, dan komt vervolgens artikel 39 in de concepttekst en dan blijkt dat nadat de

36

zeven raden akkoord zijn gegaan, dan zou diezelfde GR alsnog gewijzigd kunnen worden door de colleges en de raden hebben hierover dan niets meer te vertellen. Dus graag daar nog iets op. Dus in theorie kunnen we nu eens met tekst A akkoord gaan en in september, waarna de tekst gewijzigd wordt, dan staat er uiteindelijk tekst B. Vervolgens nog een interessant punt bij hoofdstuk 9, bij die financiën, artikel algemeen 23.3, daar gaat het specifiek over als een van de deelnemers eigenlijk hetgeen waar hij voor verantwoordelijk is niet kan betalen, ja dan wordt de vervolgens gekeken naar de andere gemeentes. Dus de vraag is ook even van: hoe zit dat? En dan zou ook nog wat graag meer duiding willen hebben over wat er dan onder co-creatie nog wordt verstaan. Want een voorwaarde voor succesvolle co-creatie, tenminste zo hebben wij het op school altijd geleerd, dat het co-creatie gaat uit van gelijkwaardigheid van de deelnemers, wederkerigheid, openheid en vertrouwen en nou ja dat ben ik nog even aan het zoeken waar u dat dan denkt nog verder te kunnen gaan doen. Voor zover, oh ja dan er twee dingen. Een dat is de, hebben nog niet gehad met elkaar in deze commissie ook over hoe wij dan in de toekomst het proces van de zienswijzen zien. We hebben de afgelopen periode hebben we veel gesprekken met elkaar gevoerd over alleen op de zienswijze op de dienstgezondheid en jeugd.

En nou ja wij zijn wel gecharmeerd van de wijze waarop de laatste keren is gegaan waarbij in ieder geval dan de griffie samen met de commissie het voortouw neemt en niet het college zelf. Dus dan zouden we ook graag van de andere commissieleden willen weten of u dat ze steunen, want dan zouden we dat ook gelijk aan de voorkant voor Dordrecht zo kunnen regelen dat wij dat als raad op die manier voor de toekomst zouden willen doen als proces. Voor zover voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Tiebosch, zou u de tweede vraag na artikel 39 nog een keer kunnen herhalen want het geluid viel hier een paar keer weg? De heer Tiebosch: Oh sorry. De voorzitter: Daar hoef je geen sorry voor te zeggen. De heer Tiebosch: Ik dacht dat u het had over mijn geluid. Even kijken. Ja bij artikel 39 stond in de concepttekst … De voorzitter: Die hebben we, die daaropvolgend. De heer Tiebosch: Daaropvolgend heb ik aangegeven bij het hoofdstuk financiën en daar zitten in die artikel, daar zit bij punt drie er zit een punt dat op het moment dat een van de deelnemers eigenlijk niet aan zijn financiële verplichtingen kan doen, dat het vervolgens dan gekeken wordt naar de andere deelnemende gemeentes en daar zou ik dan wel wat meer toelichting op willen hebben.

Want hoe gaat dat dan? Hoe gaan wij dat dan als, ik neem aan dat Dordrecht dan als de grootste dat er toch als eerste naar wordt gekeken, en ik … Ja, ik wil graag weten hoe dat zit. De voorzitter: Oké, helder. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ik wist niet dat ik aan de beurt was al. Nou er zijn heel veel vragen gesteld die we eigenlijk ook hebben. Met betrekking tot de stemverhoudingen en als het

37

gaat over het amendement, dan zullen wij dat ook steunen. Het wordt een collegeregeling waarbij het beleid lokaal bepaald wordt. Wij hebben wel behoefte aan voorbeelden van hoe dat dan zou moeten verlopen met betrekking tot stemmen. En dat betekent dit dus dan toch dat andere gemeenten voor het lokale beleid kunnen gaan liggen? Of zie ik dat verkeerd? En in hoeverre kun je dus dan echt maatwerk voor je inwoners regelen? Nou ja goed die vraag is ook al eerder gesteld, wij hebben toch wel als we kijken naar het model waar nu, dat nu beschreven is krijgen wij een déjà vu als het gaat over de gemeenschappelijke regeling jeugd. Wij willen graag uitgelegd zien nou ja goed of dat klopt wat wij, dat wij veel overeenkomsten zien. Wij hebben vragen, en dat is voor mij nog even niet aan de orde geweest, over de raadsadviescommissie die beschreven wordt. Is dat nou een commissie net zoals de Wmo-adviescommissie maar dan voor de raden en niet voor de colleges of moeten wij dat zien? En dan vinden wij het nogal wrang dat in de voorbeelden genoemd wordt ergens in de stukken, als het gaat over dat een van de raden een ander besluit nemen als nou ja goed de rest, dan wordt er de inkomensafhankelijke bijdrage wordt hij genoemd, dat vinden we ernstig wrang omdat het eigenlijk juridisch gezien natuurlijk helemaal niet kan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/302/documents/11453