2.6 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 15 juni 2021.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 15 juni 2021 Vergaderkamer: via MS Teams Voorzitter: Dhr. Van Verk Commissiegriffier: Mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. De Boer (Beter Voor Dordt) Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Bosman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Mevr. Van der Ham (CDA) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kwaak (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Nijhof (Beter Voor Dordt) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Mevr. Stevens (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tiebosch (D66) Ambtelijke ondersteuning: de heer Bomius, mevrouw Smid-Marsman Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop 1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goede avond iedereen, hartelijk welkom bij deze commissie sociale leefomgeving van 15 juni. De afspraken rondom het digitaal vergaderen acht ik bij iedereen bekend. Dus die ga ik niet weer oplepelen. We hebben afmeldingen van mevrouw Eck van Beter Voor Dordt en van mevrouw Van Benschop van GroenLinks. Mededelingen van onze zijde zijn er niet. En alvorens we overgaan tot het vaststellen van de agenda ga ik even opnoemen wie er allemaal aanwezig zijn. Mevrouw Van der Ham van het CDA, mevrouw Striebeck van de VSP, de heer Bomius ambtenaar strategisch of was hij... strategisch onderwijs nou ja goed in ieder geval een ambtenaar.
De heer Bosman van de ChristenUnie/SGP, de heer Tiebosch van D66, de heer Heijkoop onze wethouder, mevrouw Koene van Gewoon Dordt, mevrouw Stevens van de PvdA, de heer Boersma van de ChristenUnie/SGP, de heer Van der Net van de VVD, mevrouw Nijhof van Beter Voor Dordt, mevrouw Stolk van de VSP, de heer Burakçin van GroenLinks, de heer Kwaak van de VVD, mevrouw Van Poppel vanuit de griffie, de heer De Boer van de BVD, Beter Voor Dordt dus. Mevrouw Rutten van de PVV, mevrouw Smid-Marsman ambtelijke ondersteuning, de heer Van der Pot die zit er helemaal niet bij. Dat waren ze. Als ik iemand vergeten ben kunt u zich nog melden in de chat. Goed,
1
dat was het rondje voorstellen. Dan gaan we over naar het vaststellen van de agenda. Er staan twee punten op de agenda ter bespreking. Eén, de agenda 2030 oftewel de besteding van de Enecogelden. Daarvoor staan twee projecten bij ons ter bespreking en dat is een glansrijk een ja een glansrijke toekomst, het Dordtse leerprogramma 4 tot 12 jaar. En een glansrijke toekomst voor Dordtse jongeren van 12 tot 27 jaar. Mijn voorstel is om die twee dingen apart te bespreken zodat er geen verwarring kan ontstaan over welk onderdeel we het hebben. Dus we doen dat in twee rondes. Ik neem aan dat iedereen daar wel akkoord mee gaat. Daarna komt de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden, de nieuwe GR sociaal. En daar tussen zullen we ergens proberen op een natuurlijk moment pauze te houden. 2. Vaststellen besluitenlijst Commissie Sociale Leefomgeving van 2 juni 2021 De voorzitter: Dan ga ik over naar het vaststellen van de besluitenlijst van 2 juni 2021. Er zijn geen wijzigingsvoorstellen binnengekomen. Dus die stellen we ongewijzigd vast met dank aan de notulist. 3. Vragen aan het college De voorzitter: Dan komen we bij punt 3, bij vragen aan het college. En dan wil ik het woord geven aan de heer Kwaak van de VVD. De heer Kwaak: Dank u wel voorzitter. Geachte college, de coronatijd heeft ons veel geleerd. Bewegen en gezond leven is nu zeker een hot item.
De Dordtse VVD is blij met onze sportaccommodaties. Waaronder de buitenzwembaden. Maar niet ieder heeft de financiële middelen en ook anderen wijken graag uit naar een natuurlocatie. Onder andere de Merwelanden en de Viersprong. Helaas kunnen we door blauwalg hier niet altijd gebruik van maken. Na een motie van 25 juli 2019 en de RIB waaruit blijkt dat de conclusie is dat niet de financiën maar de techniek de beperkende factor zijn bij het terugdringen van de blauwalg. Daarom vragen wij u kijkend naar de pilot in de gemeente Lansingerland recreatiegebied Bleiswijkse zoom nogmaals in gesprek te gaan met de waterschappen en de provincie. Daar het aanpakken en bestrijden van blauwalg. Zodat alle Dordtenaren heel de zomer gebruik kunnen maken van de buitenzwemlocaties. Tot zover voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel meneer Kwaak. Ik neem aan dat u bedoelt dat in de gemeente Lansingerland er een techniek is gekomen die het wel mogelijk maakt de blauwalg te bestrijden. En meneer Heijkoop weet er alles van. De heer Heijkoop: Nee voorzitter, de heer Heijkoop weet daar niet alles van. Ik ben overigens erg slecht bij stem dus het gaat nog een interessant avond worden gezien de agenda. Ik ga proberen wat korter van stof te zijn dan u van mij gewend bent. En daar kunt u vast mee leven. De pilot het project in Lansingerland is ons niet bekend.
Maar goed op het moment dat dat een pilot is die werkt en nou ja dan is dat voor ons natuurlijk heel interessant. En wij zullen ons als vanuit de gemeente in verbinding stellen ook met Lansingerland om op de vraag waar dat dan over gaat en hoe dat er dan uitziet, en als het ook soelaas biedt voor de situatie in Dordrecht bijvoorbeeld bij de
2
Merwelanden zullen we daar zeker gebruik van maken. Dus we gaan er even naar kijken. De voorzitter: Goed, dank u wel meneer Heijkoop. U heeft vast en zeker veel moeten praten dit weekend. Dan is er nog een vraag van mevrouw Stolk of mevrouw Striebeck over het zwemmen. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja voorzitter dank, goede avond allemaal. Ik heb twee vragen aan het college. Mag ik die achter elkaar stellen of... De voorzitter: Ja hoor wat mij betreft wel. Mevrouw Stolk: Oké doen we het ja voorzitter, een paar jaar geleden hebben wij een motie ingediend die volgens mij ook unaniem aangenomen is. Ieder kind een zwemdiploma. Daar zou een pilot opgestart worden. Er is ook geld beschikbaar voor gesteld bij de begroting vorig jaar. En wij willen aan de wethouder vragen hoe hij staat met hoe ver hij staat met de pilot. Dus dat is vraag één. En vraag twee, wat vindt het college van de suggestie dat iedere leerling van 15 jaar en ouder op elke school een reanimatiecursus zou moeten kunnen krijgen. Dit naar aanleiding van het incident dat tijdens de EK-wedstrijd Denemarken - Finland plaatsvond waarin het belang van reanimatie is bevestigd. En we weten allemaal dat we ook reanimatie hebben voor kinderen. Vanaf 15 jaar zou je dat wordt er gezegd dat kinderen dat zouden kunnen doen. En wij willen weten hoe de wethouder daar tegenaan kijkt om dat op scholen beschikbaar te stellen.
Dat waren onze vragen aan het college voorzitter. Tot zover. De voorzitter: De wethouder. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, allereerst het schoolzwemmen. Daar weet ik natuurlijk wel heel veel vanaf. Nee hoor dat valt mee, en zeker niet omdat ik zelf niet zo heel behoorlijk zwem. Maar de pilot loopt op zich wel goed. Met inachtneming van alle belemmeringen ook vanuit nou ja vanuit de coronacrisis, het sluiten van de zwembaden, heeft die pilot toch nou ja op onderdelen prima doorgang kunnen vinden. We gaan hem deze maand staat er een evaluatie gepland. Daar zal ik natuurlijk ook over geïnformeerd worden. En die evaluatie gaat dan over de gemeente, het vervoer, de scholen, het zwembad, om daar eens goed te kijken van wat kom je tegen. Ik heb zelf ook al twee keer met ouders gesproken om gewoon van hen eens te horen wat komen jullie tegen? Wat vinden jullie ervan? Die reacties waren heel positief. Maar ook nog wel een paar ontwikkelpunten. En ik denk vanuit de evaluatie gaan we die verbeterpunten want het is een tussentijdse evaluatie, want ook volgend jaar loopt deze pilot nog door, dan nemen we die verbeterpunten natuurlijk wel mee naar volgend schooljaar. En dan zal het uiteindelijk ook aan een nieuw college zijn om uiteindelijk te bepalen of je structureel werk gaat maken van schoolzwemmen. En ja dat is echt aan een nieuw college.
Maar mevrouw Stolk heeft helemaal gelijk, de raad was echt unaniem van mening dat dit belangrijk is. Dus ik heb er ook alle hoop in dat een nieuw college ook echt wel nou ja hiermee aan de slag wil gaan op het moment dat deze pilot ook gewoon positief wordt beëindigd. Dus ik kan u op zich binnenkort wel toezeggen dat ik u binnenkort ook
3
deelgenoot maak van de tussentijdse evaluatie. Ik kan me zomaar voorstellen dat u daarin geïnteresseerd bent en dan zal ik u die doen toekomen. Mevrouw Stolk: Ja dank voorzitter, mag ik nog een aanvullende vraag stellen? Want u geeft zelf al aan omdat we natuurlijk de corona hebben gehad. We hebben natuurlijk als raad geld beschikbaar gesteld. Is dat geld ook allemaal opgegaan of is er nog wat geld overgebleven dat ja dat we nog her kunnen gebruiken of ik weet niet hoe dat gegaan is? Maar misschien dat u dat mee kan nemen in het voorstel wat u gaat maken. De heer Heijkoop: Ja nou ik ga niet zo zeer een voorstel maken. Ik ga even de tussentijdse evaluatie met u delen. En daar kan ik inderdaad ook al de uitnutting van de middelen in meenemen. Ik heb niet de boekhouding van de pilot in mijn hoofd zitten, maar er zullen inderdaad wat verschuivingen zijn. Er zijn natuurlijk wat vergoedingen gekomen vanuit het rijk. De kinderen konden niet altijd zwemmen. Dus dat zullen we ook meenemen in de evaluatie. Want het is ook gewoon een belangrijke belemmerende factor geweest bij deze pilot. Dus dat is een prima gevolgvraag. En die neem ik mee. Dan de tweede vraag. Dat is dat oké voorzitter? De voorzitter: Ja natuurlijk. Als ik niets zeg kunt u gewoon doorgaan. De heer Heijkoop: Ja ik dacht dat mevrouw Stolk ook nog even aanhaalde. Over de hartmassage. En de reanimatie.
Ja we zijn natuurlijk allemaal heel erg geschrokken van wat er gebeurd is afgelopen week. Ik bedoel dan Christian Eriksen. De voetballer van Denemarken. En het feit dat dat gebeurd is dat heeft al iets gedaan rondom het bewustzijn van reanimatie, hartmassage, ook onder de jongeren. Je ziet daar echt wel wat gebeuren. In die zin is het een enorm verdrietige gebeurtenis. Maar het maakt ook jongeren wel zich bewust van de sterfelijkheid als een van hun helden ook gewoon getroffen kan worden door een hartaanval. Maar het gaat over uw vraag en het aandacht schenken ook structureel vanuit cursussen en dergelijke. Op dit moment wordt er een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar de totstandkoming van een Risk Factory, de Risk Factory. Dat is een regionaal iets. Is op enkele plekken in Nederland al beschikbaar en dat is een soort kennishub waar voor het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs waar aandacht is voor risico's. En de risico's in de meest brede zin. Het kan over brandrisico's gaan, maar het kan ook zeker gaan over veiligheidsrisico's bijvoorbeeld reanimatie. En een van de ideeën die daar ook wordt uitgewerkt is ook om jongeren al veel vroeger op te leiden, bewust te maken van het belang van reanimeren van mensen. Dus daarin zal het zeker een plek krijgen.
En als u nog wat meer de diepte in wil ja dan stel ik voor dat u nog wat vervolgvragen daarover formuleert al dan niet in technische zin. En dan gaan we er even goed naar kijken. Maar weet in ieder geval dat daar wel aandacht voor is in het kader van dat haalbaarheidsonderzoek naar de Risk Factory. Mevrouw Stolk: Oké dank u wel. De voorzitter: Dank u. In de chat wordt opgemerkt dat u wel erg veel jargon gebruikt. Factory hup wat bedoelt u daarmee? Misschien zou u bij zo dadelijk bij de uitleg van zaken het kunnen doen op zijn Nederlands. Dat is voor een...
4
De heer Heijkoop: Ja voorzitter, ik ben ongelofelijk voorstander van de Nederlandse taal. Maar dit is een eigen naam, dat heet de Risk Factory. Dus ik kan wel stiekem zeggen dit is de risicofabriek. Maar ja zo heet die niet, het heet de Risk Factory. Maar ik laat me zeker door u aanspreken op het gebruik van anglicisme. Want dat moeten we echt tegen gaan in ons Nederlandse taalgebied. Dus ik zal het ter harte nemen, dank. De voorzitter: Oké. Wij gaan dan nu door naar de stukken die ter bespreking voorliggen. 4. Reserveringen Agenda Dordrecht 2030. - Raadsvoorstel De voorzitter: En dan beginnen bij de reserveringen voor de agenda van Dordrecht 2030. En dan stel ik als eerste aan de orde de kredietaanvraag voor het Dordtse leerprogramma 4 tot 12 jaar. En let wel het gaat hier om een kredietaanvraag. Dat betekent dus dat men al verder is dan een reservering. Even ter verduidelijking. Wellicht dat u in de chat aan kan geven als u hier iets over wil zeggen wil opmerken wil vragen wat dies meer zij. De mevrouw Koene in ieder geval. Mevrouw Koene: Ja voorzitter, dank nog even. Want ik hoor hun nou zeggen over dat het een krediet is en geen reservering. Dat heb ik dan even gemist. Dus ik moet even of dat dan ook wel zo bij mij in mijn dingen staat.
Maar goed, voorzitter, het dit is een onderwerp en ik heb nou eens een keer dat ik dacht zo van kom Koene duik jij nou eens een keer in de details bij de commissie sociaal. Dat is ook leuk. En dat gaat erover en ik neem aan dat de wethouder dat al wel een beetje aan voelde komen dat die 27,4 miljoen dat dat wel een dingetje is voor Gewoon Dordt. Een slecht dingetje eigenlijk wel. Voorzitter, wij vinden het erg belangrijk dat kinderen in de stad zo goed mogelijk onderwezen worden. Dat ze de kansen kunnen benutten die er zijn, dat ze zo succesvol mogelijk zijn. Volgens mij wil iedereen dat wel. En dat er zoveel mogelijk gebruik gemaakt kan worden van ja gelijkwaardige voorzieningen zeg maar op de scholen. En extra inzet natuurlijk van waar dat eventueel nodig is. Zowel voor de kinderen die minder in huis hebben als voor de kinderen die meer of hoogbegaafd zijn. Waarbij we de grootste groep die daar tussen zit zeg maar zeker niet mogen vergeten. Want als je het gewoon goed doet is er verder ja als het allemaal een beetje gaat dan loopt dat allemaal wel. En dan heb je misschien ook wel dat je ja wat meer inzet op je kan zijn. Voorzitter, naast de basisbekostiging vanuit het rijk kent het onderwijs heel veel extra financieringsmogelijkheden. En die basisbekostiging dat is een vast bedrag per school, per leerling, per schooltype, materieel.
En dan heb je nog bijvoorbeeld groepsafhankelijke vergoeding. Een leerling afhankelijke vergoeding. Er zijn budgetten voor passend onderwijs. Extra handen in de klas, prestatiebox en gelden voor de onderwijsachterstandenbeleid. Nou dat is de basisbekostiging. Dat is naast de basisbekostiging zeg maar een budget op basis van de achterstandsscore. Nou dat ik zal jullie ik heb van alle scholen in de stad heb ik de achterstandsscore opgezocht. Dat kan prima. Een meerderheid van de scholen heeft een achterstandsscore. Dat is zeg maar een soort aantal eenheden waarmee de kwetsbaarheid in feite wordt geduid van een school. En nou ja goed dan krijg je per zo'n eenheid krijg je geloof ik 537 euro. Nou de ene school die heeft misschien 139 achterstandsscore. En er zijn scholen met duizend zoveel. Dus daar zit erg veel verschil tussen. Maar dat hangt dus inderdaad af van hoeveel inzet er extra moet zijn. Maar dat is budget wat daar dan ook nog weer eens
5
een keer bovenop komt. Nou als je nou kijk bijvoorbeeld De Driehoek dat heeft een achterstandsscore van 67 en 243 leerlingen. En afgezet tegen de Don Bosco die hebben 892 eenheden. Nou ja goed. Ja en dan hebben we dus dat is het hele financieringsstelsel van het onderwijs. En dan hebben we het dus dat komen we bij meneer Heijkoop aan. En het college in feite. Want die willen daar dan nog 27,4 miljoen aan toevoegen. Dat is hartstikke nobel natuurlijk en het is hartstikke aardig. Maar even terug naar het begin. Ten eerste is om te beginnen de financiering van het onderwijs, de inhoud van het onderwijs geen taak van de gemeente. En je kan je rijk rekenen over dat verlengde schooltijd uiteindelijk iets op gaat leveren. Het grootste probleem of een van de grootste problemen lijkt te zitten in dat misschien vele ouders te weinig erkennen wat het belang is van de Nederlandse taal om die Nederlandse taal goed machtig te worden. En dat moet dus van kleins af aan en ja er wordt al in vorige vroegschoolse educatie geïnvesteerd. Het is voor ons twijfelachtig of dat voldoende oplevert. Maar de basis ligt wel in die leeftijdscategorie. Die leeftijdscategorie van 0 tot 4 jaar daarin wordt de basis van de taalvaardigheid zeg maar gelegd voor kinderen.
En ja wat moet je dan met een verhaal als dit? Nou ja wij willen dan graag sowieso van onze collega's horen of er nou niet echt we hadden het pas bijvoorbeeld over lidmaatschappen van sportclubs en zo noem maar op. Wat zou het voor andere commissieleden betekenen om te gaan zeggen van nou laat nou gewoon die financiering van het onderwijs aan het rijk. Er gebeurt genoeg. Scholen weten misschien soms van ellende niet wat ze met het geld moeten doen. Want we hebben natuurlijk inmiddels ook de coronagelden er nog bovenop. Dus waarom moet de wethouder dit nou in alle haast in feite doordrukken om daar in september mee te gaan beginnen? Terwijl het resultaat van andere dingen afhankelijk is. En dat is wat ik net zeg over bijvoorbeeld de taalvaardigheid zeg maar van een heleboel ja nou ja in de kwetsbare wijken. En ja daarnaast ook nog eens een keer zeg maar dat de kwaliteit van het onderwijs ook te maken heeft met de kwaliteit van de leerkrachten. En het is ook bekend dat kwetsbare scholen over het algemeen veel slechter aan hun personeel kunnen komen dan scholen waar het allemaal heel bruisend en weet ik veel wat is. Dus wij zitten eigenlijk met het probleem dat we zoiets hebben van die 27,4 die zou je best kunnen zien als een desinvestering.
En hoe zouden we nou eens iets kunnen betekenen voor alle kinderen in de stad? Zou je bijvoorbeeld misschien voor de helft van het budget dat je dat naar de sport schuift en dat je dus zegt van dan zorgen we dat alle kinderen bewegingsonderwijs hebben? Ik hoorde mevrouw Stolk net iets zeggen over zwemlessen noem maar op. Je zou dat soort dingen erbij kunnen betrekken. Misschien wel het leerorkest met muziek nou ja noem allemaal maar op. Dus ja zouden we doen we er wel verstandig aan om die 27,4 miljoen te investeren in iets wat geen gemeentelijke taak is? De voorzitter: Mevrouw Koene u heeft een interruptie van mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Ja dank u wel voorzitter. Ik heb een vraag aan mevrouw Koene want ik kan een heel stuk meekomen in haar verhaal. En ik heb de vraag aan u van u geeft dus aan van ja in hoeverre moet de gemeente zich daarmee mee gaan bemoeien. En een andere vraag is dan u ook zegt van ja die taalachterstand. Nou er ook bijvoorbeeld in het stuk om vooral ouders daarbij te gaan betrekken. En ik denk dat dat iets is wat heel belangrijk is. Zeg maar vooral om te leren ook dat ouders bijvoorbeeld als het gaat
6
over die taalvaardigheid dat kinderen ook leren thuis gewoon de taal te leren en daar ouders in te kunnen betrekken. Hoe kijkt u daar dan tegenaan? Vindt u dat dan niet zeg maar ook een taak van de gemeente om te kijken van hoe ga je dan met die ouders om? Mevrouw Koene: Voorzitter, nee ik vind het in principe geen taak van de gemeente en de gemeente vindt dat zelf ook niet. Want er staat dus ook ergens dat de ouders met name zeg maar meegenomen moeten worden door de directies van de scholen. Dus dat zit dan eigenlijk voor het grootste gedeelte helemaal niet in die aanpak. Dit gaat echt om verlengde schooltijden. En ik heb ook iemand horen zeggen van ja maar ja dan zitten ze in ieder geval langer op school dus dan spreken ze ook langer Nederlands. Ja dat is een kulargument natuurlijk. Zeker ligt het wel bij ouders om ervoor nou daarom zei ik ook daarnet, je moet ouders moeten het belang snappen om goed Nederlands te spreken. En dat je thuis onder elkaar weet ik veel wat spreekt vind ik prima. Maar er zijn gewoon die fase van 0 tot 4 die is heel belangrijk.
En in die fase ja maar daarom zeg ik, ik wil de wethouder graag uitdagen om iets anders te bedenken waardoor je in die leeftijdscategorie waar de basis van die taal wordt gelegd, en natuurlijk kan dat met ouders enzovoort, maar ik bedoel het moet wel anders als je ervan uitgaat zo van nou we gaan die schooltijden verlengen en dan is het opgelost. Dan kan je er wel 100 miljoen in investeren daar ga je het niet mee oplossen namelijk. Dus en ik heb dat ook nog wel geïnformeerd hier en daar binnen het onderwijs hoor. Dus het is ook niet zo dat ik helemaal nergens verstand van heb. Mevrouw Stevens: Dat hoort u mij ook niet zeggen. Mevrouw Koene: Nee nee zeker niet, nee maar ik bedoel voor de buitenwereld. En dus ja ouders zijn verantwoordelijk. Nee de gemeente in principe niet. Maar ik vind het wel taak van de gemeente om dus met elkaar te kijken van hoe kunnen we nou ergens een iets ontwerpen waardoor er veel meer geborgd wordt dat die ouders het belang zien van het goed leren van de Nederlandse taal. Want ja echt hoor ik zie een hoop voorbijkomen. En ja nou ja goed er is toch wel wat makkelijke gedachte en nou dat vind ik gewoon jammer. Dat moet gewoon echt anders. Want iedereen moet gewoon lekker mee kunnen doen. Mevrouw Stevens: Daar kunnen we elkaar in vinden. Ik wacht ook het antwoord van de wethouder hierop af. Dankjewel. De voorzitter: De heer Burakçin heeft een vraag.
De heer Burakçin: Ja dank u wel voorzitter. Ja ik hoor mevrouw Koene een hele tijd zeggen van ja het is geen gemeentelijke taak. Maar volgens mij hebben wij wel degelijk een onderwijsvisie die wij in gezamenlijkheid hebben vastgesteld waar wethouder Heijkoop daar volgens mij de voorzitter van is. En hij heeft altijd gezegd dat de gemeente wel degelijk een behoorlijk vinger in de pap heeft. Ja de eerste vraag is dus ja hoe duidt u dat dan? En vervolgens geeft u volgens mij wel aan dat er een probleem is. Maar dat u dit eigenlijk een desinvestering vindt en dat u denkt dat ja dat we eigenlijk niet ver komen. En u heeft eigenlijk een heel mooi punt aangesneden namelijk u heeft
7
het gehad over kwaliteit van het onderwijs. En daarin wil ik toevoegen dat dat helemaal klopt. En dat we daar mogelijk wel iets aan kunnen doen in die zin als we het bijvoorbeeld hebben over kwaliteit dan denk ik over goede kennisoverdracht. Kennisoverdracht doe je volgens mij als je bijvoorbeeld kleinere klassen hebt. Als je voldoende onderwijzers hebt. Nou kunnen we dan bijvoorbeeld niet dit bedrag inzetten om bijvoorbeeld in die kwetsbare scholen voldoende dat er altijd zeg maar voldoende leerkrachten zijn, dat er kleinere klassen zijn, dat ze voldoende aandacht krijgen. En dat we op die manier zeg maar een hogere scores halen. Hoe denkt u daarover? De voorzitter: Meneer Burakçin geeft u al een alternatief mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja nee dat is hartstikke leuk. Maar het is gewoon geen gemeentelijke taak om je inhoudelijk met het onderwijs te bemoeien. En ja de wethouder zoals meneer Burakçin zegt van die heeft een flinke vinger in de pap. Maar dat ligt dus aan je instelling. Ik bedoel kijk ik zou kunnen zeggen bijvoorbeeld dat ik de wethouder best wel naïef vind dat hij denkt dat hij het hiermee op gaat lossen. En ik denk dat we juist ernaar moeten streven kijk ik vind het echt niet erg als je in de stad wat doet voor de kinderen op de basisscholen. Daar zit ik niet mee. Ik zit er wel mee dat er nu elf scholen uitgezocht worden.
En dan begrijp ik ook van de wethouder uit een ander contact dat dat dus kan wisselen. Dus het is ook helemaal zo dat dat dus een programma is van beginnen bij groep 1 en we gaan door tot en met groep 8. Dat kan dus ook zijn dat het na twee jaar andere scholen zijn. Maar meneer Burakçin die heeft niet mijn lijstje gezien. Het is echt een enorme lijst. Hoeveel scholen er zijn met een achterstandsscore. Dus hoeveel kwetsbare scholen er zijn. Ja daar ligt echt een eerste taak van het rijk. Echt niet van de gemeente. En natuurlijk is het zo dat als er kleinere klassen zijn en noem maar allemaal maar op dat het dan beter gaat. Maar ook dat is geen garantie dat het beter gaat. Het is echt naïef om dat te denken. De voorzitter: Burakçin nog even, u heeft een vervolgvraag meneer Burakçin? De heer Burakçin: Nou ja voorzitter, mevrouw Koene die zegt het is naïef om dat te denken. Maar volgens mij zijn daar voldoende rapporten en onderzoeksmethoden zeg maar die wel degelijk duiden dat dat gewoon werkt. Dat daar eigenlijk de oplossing gezocht moet worden. Dus ik vind het eigenlijk jammer dat mevrouw Koene dat eigenlijk als naïef bestempelt. Mevrouw Koene: Nee sorry maar het is naïef om te denken dat je dat oplost met dat je dat dus wel oplost met gemeentelijk geld. Er is heel veel budget voor dat soort dingen. Wat ik daarnet allemaal heb opgenoemd.
Dat is een hele lijst met extra handen in de klas en noem maar allemaal maar op. Dat is een rijksgeld, dat is een rijksverantwoordelijkheid. De voorzitter: Uw punt is duidelijk mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja maar niet bij meneer Burakçin. De voorzitter: Nee maar ik ben bang dat u daar van mening verschilt.
8
De heer Burakçin: Nou ja dat is een ding wat zeker is. Maar voorzitter, kijk als je bijvoorbeeld naar die scholen kijkt in Dordrecht. Ik noem maar wat een aantal kwetsbare scholen. School IKC de Wereldwijzer, Julianaschool of nog een aantal anderen afzet tegenover Mühring, de vrije school, de Bavinck of wat dan ook. Wat je daar natuurlijk ziet is dat die scholen een enorme score hebben bijvoorbeeld Mühring een score op have, vwo, wat dan ook. Daarentegen tegenover die kwetsbare scholen precies andersom. Dat ze bijvoorbeeld de enige school scoort 70% op have, vwo. En de andere school scoort maar 20%, 30%. Dus het heeft wel degelijk te maken op welke school je zit. En wat voor investeringen je doet in een school. Dus en daarom zeg ik ja dat soort scholen ja goed daar wordt natuurlijk wel een behoorlijk bedrag voor gevraagd tussen 200 en 300 euro ouderenbijdrage gevraagd. En daar kunnen ze ook wat extra's mee doen. Maar bijvoorbeeld bepaalde kwetsbare gezinnen die kunnen dat niet. Die zoeken een school op waar bijvoorbeeld 20 euro of 30 euro ouderenbijdrage gevraagd wordt. Dat is natuurlijk ook wel een issue waar we mee zitten, waardoor dus die scores niet hoger worden. Hoe kijkt u daar tegenaan? Mevrouw Koene: Voorzitter, ik wil daar nog wel even op reageren. Even ter informatie voor de heer Burakçin. De IKC de Wereldwijzer heeft een achterstandsscore van 0.
Dus daar gaat het best wel goed. De heer Burakçin: Nee ik heb het over de Citoscore mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja maar de Citoscore dat nou juist ook zo leuk. De Citoscore daar wil iedere zichzelf respecterende school eigenlijk vanaf. Ik bedoel want er wordt het accent gelegd op de het leerlingvolgsysteem. Dus het advies van een school is niet meer alleen wat er met de Cito gebeurt. Er worden Citotoetsen nog afgenomen maar dat is helemaal niet het belangrijkste meer om te kijken hoe een kind het doet. Dus die Citoscore dat is kijk en buiten dat meneer Burakçin niet iedereen kan havo, vwo doen. Ik hoop dat er heel veel mensen nog gewoon mavo doen en vmbo enzovoort. De voorzitter: Nee ik wilde even deze discussie hier nu gaan afronden, want voor je het weet zitten we het hele onderwijsbeleid van Nederland onder de loep te nemen. En volgens mij leidt dat wat te ver af van het onderwerp waar we mee bezig zijn. Ik zie dat mevrouw Nijhof ook een interruptie heeft. Mevrouw Nijhof: Nou ik probeerde al tien minuten te interrumperen. De voorzitter: Ja ik weet het ik heb het gezien. Mevrouw Nijhof: Volgens mij voorzitter. Ja. En wij kunnen heel erg ver meegaan met wat mevrouw Koene hier zegt eerlijk gezegd. En ik wil eigenlijk ik heb twee keer geïnterrumpeerd. Maar nou goed dat lukt niet. Even over die vrijwillige ouderbijdrage. Want dat is een vrijwillige ouderbijdrage.
En laten we even wel wezen, dat is in de wet vastgelegd. Dus in principe hoort het echt zo te zijn dat waar meneer Burakçin het over heeft dat dat geen eis van de school kan zijn om nou ja goed bepaalde activiteiten of in ieder geval bepaalde begeleiding of wat dan ook te krijgen. Daar zijn de afgelopen jaren heel veel discussies over geweest. Want er moet echt wel sprake van gelijkheid om toe
9
te treden tot een school. Dus dat vind ik een beetje een vreemde discussie hier zeg maar. De voorzitter: Daarom hebben we hem ook gestopt. Mevrouw Nijhof: Ja goed ja. En om even terug te komen op het onderwerp vanavond willen we echt aansluiten bij mevrouw Koene als het gaat over dat er inmiddels volgens mij 10 miljard wordt geïnvesteerd in de leerachterstanden. Als ik zo even alle berichten lees van de afgelopen periode ook in coronatijd. En ook van bijvoorbeeld vorige week de PO-raad die nogmaals vraagt om een injectie van naast de 8,3 miljard die er al laten we zeggen naar het basisonderwijs gaat voor leerachterstanden nogmaals 1,9 daarbij geteld kan worden. Vinden wij het ook bijzonder ja laten we zeggen apart dat wij hier vanuit onze Enecomiddelen 27,4 miljoen zouden moeten geven aan die leerachterstanden. Wat zegt u? De voorzitter: Heeft u een vraag aan mevrouw Koene? Want u gaat een woordvoering zitten doen. Dat geeft niet, maar daar ben je dadelijk geweest. Mevrouw Nijhof: Oké nou ja goed ik dat is in ieder geval onze reactie die ik wilde geven ook op die ouderbijdrage zeg maar even.
En ook op om me aan te sluiten bij nou ja de vragen die wij aan de wethouder hebben van laat hem nou eens uitleggen waarom hij specifiek hiervoor als eigenlijk een soort van druppel op een gloeiende plaat want die 10 miljard die komt er daar zal Dordrecht zeker in meedelen, waarom er dan gekozen wordt voor nou ja Nederlands rekenonderwijs daar komt al allerlei geld voor. En wij zijn het er ook heel erg mee eens dat er ook naar de andere zaken gekeken moet worden met betrekking tot de ontwikkeling van kinderen. En daar zouden wij heel graag een reactie op willen als het gaat om bijvoorbeeld bewegingsonderwijs en muziekonderwijs. Want dat hoort erbij. En dat is in de coronatijd nog veel belangrijker eigenlijk gebleken als al die andere zaken. De voorzitter: Kortom, u sluit zich aan bij de woordvoering van mevrouw Koene. En u benadrukt nog eens de vraag van mevrouw Koene van zouden we dat geld andere betekenisvolle wijze kunnen besteden. Mevrouw Nijhof: En ik heb nog een vraag. En dat is ook eigenlijk de vraag of de opmerking waar mevrouw Koene mee begon. Want u zei net in mijn ogen ik heb het zo gelezen alsof het een reservering is die gedaan wordt. En die wellicht ook op het moment dat er rijksgelden komen ook uiteindelijk ja weggestreept kan worden en in de algemene middelen kan vervallen. Maar nu zegt u dat het een kredietaanvraag is.
Dus ik zou daar ook heel graag toelichting van willen hebben van de wethouder. De voorzitter: Oké helder, genoteerd. Volgens mij zijn de vragen aan mevrouw Koene op. Even kijken, de heer Bosman die heeft nog een vraag. De heer Bosman: Ja dat klopt voorzitter. Dank u wel. Inderdaad een vraag aan mevrouw Koene. Ik zal niet...
10
De voorzitter: U valt helemaal weg, u loopt vast. Als u even opnieuw opstart dan kunt u uw vraag in een wat later stadium nog stellen aan mevrouw Koene. Daar bent u weer. De heer Bosman: Ja daar zijn jullie weer. Ja ik zeg al het is meer een principiële vraag. Ik kan best ook even kijken ik ga even overschakelen. Ben ik nog steeds verstaanbaar nu? De voorzitter: Ja hoor. De heer Bosman: Oké dat is mooi. Even kijken want mevrouw Koene geeft aan het is geen taak van de gemeente. Mevrouw Nijhof zegt vervolgens er komt veel geld vanuit de overheid. Nou dat heb ik ook in mijn woordvoering nog wel staan. Zeker vragen over. Maar waar het mij meer om gaat oké geen taak van de gemeente. Maar stel dat we zo naïef zijn dat we denken dat we met dit bedrag nou het oplossen is misschien wat te veel gevraagd maar dat je best wel veel jongeren vooruit kan helpen, verder kan helpen. Bent u er dan principieel laat ik het dan toch zo vragen op tegen als je dat je als gemeente extra geld inzet om wat voor de jongeren te doen? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Nee voorzitter, dank. Nee het gaat er niet om of ik principieel tegen ben. Het gaat erom dat ik denk dat we op een andere manier veel meer effect kunnen krijgen uit investeringen. En het klinkt even heel zakelijk. Investeringen. Maar het is wel een investering.
En dat we dus beter kunnen kijken van goh nou dat geld wat van het rijk vandaan komt waarbij dus kwetsbare scholen extra opgeplust worden enzovoort de hele riedel die ik net gedaan heb, als je dat systeem als je in die zin met rust laat dat is dan echt puur voor taal en de technische kant van het onderwijs. Dan vind ik het prima als je zegt van nou in plaats van die 27,4 maar dat je helft bijvoorbeeld gebruikt om op alle basisscholen in de stad te zorgen. Want er zitten natuurlijk ook op scholen waar het met iedereen heel goed lijkt te gaan een heleboel leerlingen die het moeilijk hebben. Als je hoogbegaafd bent is ook geen feestje. Maar er zijn een heleboel scholen waar nou ja waar niks opvallends gebeurt. Maar waar het ook goed zou zijn om creatief bezig te zijn voor je ontwikkeling en zo. Dus dan wostardt gewoon als het goed is over de hele stad verspreid alles ieder kind gewoon in meer in de gelegenheid gesteld om zich te ontwikkelen. De voorzitter: Dat was het antwoord meneer Bosman. En dat waren de vragen voor mevrouw Koene. En wilde ik overgaan naar de woordvoering van nou ik neem aan dat Beter voor Dordt zijn woordje heeft gedaan. Die heeft zich aangesloten bij een aantal vragen nog eens benadrukt. Dat klopt. Mevrouw Stevens, PvdA. Mevrouw Stevens: Ja dank u wel voorzitter.
Nou wat ik ook al net al begon tegen mevrouw Koene, ik kan een heel eind in haar verhaal meegaan. Kijk als je het hebt over de inhoud daar kan je gewoon niet op tegen zijn. Ik bedoel het is te vaak voorgekomen dat leerlingen die toch wat door taalachterstand bijvoorbeeld naar een voortgezette opleiding gaat terwijl ze eigenlijk hoger kunnen. Ik bedoel qua inhoud zullen we het daar wel met elkaar eens zijn. Maar als ik kijk naar de plannen dan denk ik van ja die zijn
11
toch in mijn beleving ook vaag. Er worden wel een aantal dingen genoemd om te zeggen van nou daar kunnen wij wel aandacht aan besteden en dat kunnen we gaan doen, maar een concrete uitwerking of zeg maar op het ouderwetse woord van een smart geformuleerd om te kijken van hoe we het gaan doen. Ja daar kom ik niet achter. En dan denk ik het is natuurlijk wel ontzettend veel geld wat we daar naartoe gaan. En het zou ook mijn voorstel kunnen zijn om te zeggen van kunnen we dat geld bijvoorbeeld als voorbeeld niet voorlopig parkeren in bijvoorbeeld strategische investeringen. Zodat er duidelijke plannen komen van wat wil je nou precies. En op welke manier wil je nou dat onderwijs daarin tegemoet komen? En bij mij was ook de vraag van in hoeverre verhoudt zich dat inderdaad ook met passend onderwijs. Met alle andere regelingen die er vanuit het rijk gekomen zijn. Maar goed, die discussie zal ik niet herhalen en wil ik eerst wachten van wat de wethouder daarvan te zeggen heeft over te zeggen heeft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Stevens. De woordvoering van meneer Burakçin van GroenLinks. De heer Burakçin: Ja dank u wel voorzitter. Nou ik sluit me niet aan bij de vorige sprekers. Dat was wel duidelijk. Nou dit onderwerp is voor GroenLinks in ieder geval ontzettend belangrijk. Ja niets is zo belangrijk als de toekomst van onze kinderen.
Ik wil eigenlijk dan ook de wethouder complimenteren met het werk die hij heeft verzet om dit mogelijk te maken. Wat ons betreft is deze inzet dan volledig te rechtvaardigen gezien de hoge aantal kinderen die in gezinnen opgroeien die het op sociaal economisch gebied minder breed hebben in onze stad. We hebben nog wel een aantal vragen opmerkingen die wij aan de orde willen stellen. Nou over de beheersing van de Nederlandse taal is al genoeg gezegd. Maar de problemen van leerlingen waar het omgaat in het basisonderwijs zijn natuurlijk veel breder. Ik snap je ergens op wilt richten, maar is enkel focussen op taal niet te beperkt en moet je niet wat breder focussen zoals bijvoorbeeld ook rekenen en cultuureducatie enzovoorts? Dat is natuurlijk net zo belangrijk voor de ontwikkeling van een kind om hoger uit te komen voor de Citotoets. En over die extra kwaliteit op de lessen daar heb ik net al tijdens de interruptie genoeg over gezegd denk ik. Wij vinden als je kwalitatief goed onderwijs wil verrichten dan heb je te maken met ja een goede kennisoverdracht. En dat gaat natuurlijk dat is een-opeen te liëren aan lerarentekort. Dus is het college bereid om op die elf scholen te experimenteren met kleine klassen? Zodat kennisoverdracht beter tot zijn recht komt.
En heeft het college nagedacht over het lerarentekort hoe die dat gaat aanpakken? Ja voorzitter, tot zover in ieder geval mijn bijdrage. De voorzitter: Dan interruptie van mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja dank voorzitter. Toch even dan een korte vraag. Meent meneer Burakçin het dus echt dat hij vindt zo van wat de gemeente dat de gemeente dan maar kleine klassen... Jongens daar gaan die scholen toch zelf over? Ik denk toch niet dat meneer Burakçin echt meent dat we een soort gemeentelijke een soort in plaats van staatsscholen een soort gemeentescholen krijgen?
12
De heer Burakçin: Nou ja mevrouw Koene kijk we hebben nu een bod geld gekregen. En u refereert voortdurend aan dat rijksgeld. Maar dat rijksgeld is volgens mij voor de achterstanden ten eerste voor de achterstanden wat opgelopen is tijdens de corona. Tijdens de schoolsluiting. Dus dat moeten we volgens mij los daarvan zien. En daarnaast nu hebben we een bod geld gekregen, dus als je bijvoorbeeld de mogelijkheden biedt aan de scholen om bijvoorbeeld kleinere klassen te realiseren dan denk ik niet dat de scholen daar onwelwillend tegenover staan. Het gaat erom wat je aanbiedt aan de scholen. En alles heel veel heeft inderdaad met geld te maken. Mevrouw Koene: Nou voorzitter even heel kort, meneer Burakçin moet echt nog heel even in de materie duiken welke scholen nu wat voor budgetten krijgen. De heer Burakçin: Nou ja goed dan moet u dat dadelijk maar eventjes aangeven hoeveel dat het dan precies is. Maar het gaat er nu om om de extra investeringen wat je allemaal kan doen om bijvoorbeeld die onderwijsachterstand in te halen. En dan zijn wij het gewoon van harte eens. Mevrouw Nijhof: Voorzitter, ik had een interruptie. De voorzitter: Mijn excuus, mijn geluid was uitgegaan. Ga uw gang. Mevrouw Nijhof: Nou ja goed, ik ben iedere keer te laat geloof ik. Maar wat ik de discussie gaat hier echt heel erg mank.
Want in principe is het volgens mij echt zo en dat is ook ja laten we zeggen bijna bij wet zo, wij gaan niet over inhoud van het onderwijs als gemeente. Dus wij gaan niet over het lerarentekort of het maken van kleinere groepen. Daar gaan wij gewoon niet over, daar gaat echt het rijk over. Dus we gaan hier nu twee dingen door elkaar lopen die nou ja laten we zeggen die de discussie in ernstige mate ook ja laten we zeggen vervagen of beïnvloeden. Want we kunnen die invloed niet uitoefenen. De voorzitter: Helder mevrouw Nijhof. De heer Burakçin: Ja voorzitter dat vraag ik me echt af. Ik vraag me echt af zoals de wethouder dit ook op de lokaal educatieve agenda zet kan die wel degelijk richting gevend zijn ondersteuning bieden met geld of wat dan ook om daar bijvoorbeeld verandering in te brengen. De voorzitter: Ik stel voor dat deze discussie dat de wethouder daar dadelijk uitsluitsel over geeft. Dit wordt een welles-nietes-discussie. En de wethouder weet zelf uitstekend wat de positie van de gemeente is in deze. De woordvoering van mevrouw Van der Ham, CDA. Mevrouw Van der Ham: Ja voorzitter dank u wel. Nou het voorstel wat voorligt dat voldoet eigenlijk heel goed aan wat er in de onderwijsvisie gezamenlijk met de scholen destijds is besproken. Ik heb wel een aantal vragen over.
En een van de vragen ja sluit een beetje aan bij de discussie die we al best een tijdje aanhoren vanavond. Maar mijn vraag specifiek het gaat u over beheersing van de Nederlandse taal. Er zijn al heel veel
13
middelen die vanuit het rijk beschikbaar worden gesteld voor taalachterstanden en onze vraag zou zijn, kunnen we dan niet net iets meer inzetten op andere onderdelen die belangrijk zijn zoals bewegingsonderwijs, cultuureducatie et cetera et cetera. Dus daar willen we even naar vragen van kunnen we niet dat verbreden ten aanzien van alleen maar Nederlandse taal? Of is die keuze specifiek gemaakt omdat inzet op taalachterstand dan het meeste rendement zal opleveren? En vervolgens denk ik dat wij nog een vraag hadden over het feit dat er dan de keuze voor de elf scholen is gemaakt ten aanzien van het risicopercentage op onderwijsachterstanden. Op zich kunnen we dat volgen. Maar we vinden de tekst wat diffuus als het gaat over scholen met een gemiddeld risico en met een laag risico. En dan staat er van alles over er kan wel wat maar dan is daar geen budget voor nodig et cetera. Ik vond het wat diffuus. Kan de wethouder misschien nog een keer toelichten van nou wat zijn nou de mogelijkheden om dit extra aanbod door te trekken en wanneer kan het wel en wanneer kan het niet? En dat was het voor nu, dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Koene.
Mevrouw Koene: Ja een vraag, want ik hoor mevrouw Van der Ham zeggen over van kan het dan niet voor bewegingsonderwijs enzovoort? Dat is in feite wat ik ook al heb gezegd zo van volgens mij moet je het anders kunnen regelen. Maar ik bedoelt zij dan ook dat dat dan voor alle scholen in de stad is of alleen voor een beperkte groep scholen? Mevrouw Van der Ham: Ja voorzitter, een interessante vraag. Ik zou het liefste hebben voor alle scholen in Dordrecht. Maar ik begrijp ook dat dat met 27 miljoen niet kan voor een periode van tien jaar. Dus ik begrijp wel dat er keuzes worden gemaakt om dat in eerste instantie in te zetten op de meest kansarme jongeren in onze stad. Dus die keuze voor die elf scholen kan ik daarin wel volgen. Alles wat meer kan is mooi meegenomen. De voorzitter: Dank u. Dan kom ik bij de laatste woordvoering voor zover ik dat heb kunnen zien. En dat is de heer Bosman van de ChristenUnie/SGP. Ik ga even kijken meneer Van der Net u heeft ongetwijfeld ook nog wel ergens het woord gevraagd. Ja er zijn nog een paar mensen die wat later waren. Die komen vanzelf aan bod. De heer Van der Net: Komt zo wel. De heer Bosman: Mooi meneer Van der Net. Even geduld. Ja voorzitter bedankt. Ik zit even snel te kijken wat er allemaal gezegd is. Dat is een hoop aansluitend op het CDA van net ook wij vinden nou we staan wel achter het doel. Laat ik dat voorop stellen.
De manier waarop je dat denkt te kunnen bereiken daar kan je natuurlijk van mening over verschillen. Ook ik had in mijn woordvoering staan dat de keuze wordt gemaakt voor elf basisscholen met de grootste achterstanden daar kan ik wel iets bij voorstellen. Even oneerbiedig gezegd, het is denk ik makkelijker om van een 5 een 6 te maken dan van een 8 een 9. Dat is vaak in de praktijk zo. Dus ik kan daar wat bij voorstellen. Wel aansluitend ook op het CDA vond onze fractie het ook wel wenselijk dat eigenlijk alle kinderen wel profiteren van zo'n investering. En inderdaad is daar de tekst niet heel duidelijk in. Dus inderdaad graag daar wat toelichting op. Even kijken inzet specifiek op
14
de Nederlandse taal nou zo ver ik weet is inderdaad het vaak belangrijk of begint het met taal. Als je de taal niet spreekt of begrijpt dan heb je wel dan heb je per definitie een achterstand. Dus ik snap dat daar op ingezet wordt. Er werd al een paar keer gezegd ouderbetrokkenheid dat staat er. Ja wat mij betreft toch ik noem het een voetnootje. Volgens mij moet daar veel meer op ingezet worden. En aansluitend bij de discussie van net ja als gemeente ga je wellicht niet over de inhoud van het onderwijs, maar als gemeente kan je natuurlijk wel ouders aanspreken. Volgens mij moet je die er heel nadrukkelijk bij betrekken, want thuis voorlezen, thuis zoveel als mogelijk de Nederlandse taal spreken. Ik ga niet zeggen dat moet je verplichten, maar het is wel belangrijk. Dus graag een uitleg van hoe gaan we ouders echt betrekken. Als laatste over het geld zelf. Ja dat heb ik ook wel staan. Het reserveringsbedrag. We hebben inderdaad kunnen lezen tenminste ik heb dat gelezen, er komt natuurlijk extra geld bij. Maar ook daar wordt bijvoorbeeld in de Tweede Kamer al van gevraagd ja komt dat wel goed terecht? Dus nou hoe gaan we dat goed monitoren. En de tweede vraag, heeft wat de wethouder betreft nieuwe investeringen of tenminste nieuw geld vanuit de rijksoverheid nog invloed op de hoeveelheid geld die wij investeren? Tot zover. De voorzitter: Dank u meneer Bosman.
U heeft een interruptie van mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik doe dit maar een keer hoor bij sociaal. Dan zijn jullie weer een tijdje van me af. Ik hoor de heer Bosman zeggen voorzitter dat hij denkt dat de gemeente ouders moet gaan aanspreken op hoe ze dus bepaalde dingen moeten gaan doen. En dan kan ik dus heel flauw vragen van stel nou voor dat wij dat bij andersoortig onderwijs doen als gemeente gaan aanspreken dat je bijvoorbeeld over diversiteit, LHBTI weet ik veel wat allemaal dingen moet gaan doen van de gemeente. Is dat dan niet een beetje roept dat dan bij meneer Bosman iets op waardoor die misschien iets zegt wat hij niet zou moeten zeggen dat ouders op die manier aangesproken moeten worden? De voorzitter: De heer Bosman. De heer Bosman: Dank u. Ja volgens mij zei ik al je kan het niet verplichten. Maar ik denk dat er volgens mij is dat zo dat er veel natuurlijk kinderen vanuit de achterstandsscholen ook wel bekend zijn bij de gemeente. Dus wat ik bedoel je kan natuurlijk voorlichting geven als gemeente. Dat kan bij ouders wel. Als je al zegt je kan als gemeente niet over de inhoud van het onderwijs gaan denk ik dat je best wel ouders kan bereiken. Dat is wat ik er mee bedoel te zeggen. Maar het begint natuurlijk al op het consultatiebureau ik verzin even wat. Dat je al aangeeft het is belangrijk om voor te lezen. Ja zo bedoelde ik hem meer.
De voorzitter: Goed, dan ga ik naar de volgende inspreker of spreker. En dat is mevrouw Stolk van de VSP. Ik was u echt niet vergeten. Mevrouw Stolk: Ik dacht het voorzitter, dus ik denk nou ik haal het nog een keertje aan. Ja vanavond over het geld wat beschikbaar gesteld wat de wethouder vraagt om geld. Ja mevrouw Koene mag zich van mij best wel wat vaker verdiepen in de materie. Want dat heeft ze niet slecht voorbereid. Want dat lijstje wat zij aan het begin allemaal opnoemde wat er allemaal beschikbaar wordt gesteld in Dordrecht zo'n soort lijstje had ik ook
15
bijna. En ik ben het met haar eens dat het inderdaad een taak van het rijk is. We hebben het even gehad over de Citotoets want daar had meneer Burakçin het over. Nou mevrouw Koene gaf ook al aan dat eigenlijk de scholen daar vanaf willen. En dat klopt. Want de Citotoets geeft totaal geen kwaliteit of iets aan, dat is gewoon een momentopname. En ja wat mij natuurlijk naar het hart gaat is dat we eventueel veel meer moeten kijken naar hetzij bewegingsonderwijs, muziek en dat soort dingen. Dus ik ben benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. En daar wil ik het voor nu even bij laten voorzitter. En wat ik toch wel even wilde zeggen ik vond het wel een mooi woord wat mevrouw Koene gebruikte, het desinvesteren. Volgens mij heb ik dat een paar weken geleden genoemd bij Stedin. Maar je zou dit op dit onderwerp ook toe kunnen passen. Dus tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Stolk. Dan de heer Tiebosch en daarna komt de heer Van der Net en dan nog mevrouw Rutten. De heer Tiebosch: Ja voorzitter dank u wel. Er is al heel veel gezegd. En wat ik echt wel boeiend vind dat is iedereen die zijn punt heeft ingebracht die heeft natuurlijk gelijk.
Maar wat D66 wel vindt dat is een college wat toch buiten de lijntjes gaat kleuren om juist zelf iets te doen al is het maar een druppel op een gloeiende plaat om iets te doen om van het stempel af te komen dat Dordrecht de laagst opgeleide beroepsbevolking van Nederland of van de Randstad heeft. Maar ook de noodzaak eigenlijk vanaf het moment dat we als gemeentes de decentralisatie voor onze kiezen hebben gekregen dan is er ook veel meer noodzaak als je kijkt naar alles wat er in het sociale domein om gaat en hoe we dat bij D66 daar komen we de kadernota nog wel op terug het koekoeksjong wat allerlei andere dingen aan het verdringen is. Als we dan met 27,5 miljoen als je daar inderdaad kunt zorgen dat het niveau omhoog gaat van die kinderen dan denken wij dat het wel een goede zaak is. Natuurlijk hebben wij ook wel worstelingen. En die worstelingen die is van nou ja dat is een beetje het stokpaardje wat we in iedere commissie vanavond vertellen van waarom zijn die business cases niet zo ingevuld zoals het aan de voorkant afgesproken is. Daarmee krijg je ook een beter gesprek denken wij. En ook de governance die dadelijk hierbij komt kijken.
Want ik denk niet dat het de bedoeling is dat als nou straks dit programma gaat lopen voor dertig en er wordt zelfs gesproken in die business case dat er zelfs over vijftig jaar nog effecten van te zien zijn dat het dan iedere keer in de Dordtse raad gaat specifiek over het meten van de elf scholen. Dat zou je wat ons betreft toch echt op een andere manier moeten doen. En ook veel meer de andere aspecten die in die Dordtse begroting hier dan een rol bij spelen ook goed naar voren brengen. Er zit dus toch ook bij ons zit er nog wat twijfel. Want je had net zo goed kunnen zeggen die 27,5 miljoen of welk bedrag waar je dan bij het verdelen van de taart in het college uiteindelijk iets wilde doen voor onderwijs had net zo goed bij achterstand en huisvesting, onderwijshuisvesting had het kunnen doen of wat voorgesteld wordt in beweging of cultuur. Maar in beginsel denken wij dat dat komt wel bij meer zaken naar voren dat je ook wel het onderwijsveld en deze wethouder die wij kundig achter ook wel het vertrouwen moet geven dat hij als hij die kant op gaat en nogmaals de argumentatie kan allemaal nog stukken beter en het liefst gewoon in die afgesproken business case, dat wij zeggen van joh laten wij dit in ieder geval een kans geven. En voor alle andere argumenten die u hier vanavond heeft genoemd daar zou ik
16
ook zo een kruisje achter kunnen zetten. Maar het zit hem vooral volgens mij in dat je nu iets gaat proberen wat nou juist dan wel binnen je gemeentelijke invloed zit, waarbij het echt nadrukkelijk niet de bedoeling dat wij als gemeente echt op die stoel van dat onderwijs gaan zitten. Voor zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel meneer Tiebosch. Dan geef ik het woord aan de heer Van der Net van de VVD. De heer Van der Net: Ja daar was ik weer, dank voorzitter. Nou goed het moge duidelijk zijn dat de Dordtse VVD nou niet direct op de banken stond met betrekking tot dit plan. Maar wij willen het in ieder geval wel een kans geven. Maar we hebben wel wat randvoorwaarden hiervoor. Wat mevrouw Koene ook al zei van ja dit is eigenlijk rijksbeleid. En wij vinden dat ook dat elke cent extra vanuit het rijk zeg maar gericht op deze achterstanden dat dat gewoon in mindering wordt gebracht net zoals dat nu het was eerst 30 miljoen, er komt nu al 2,6 miljoen van het rijk. Dus we zitten nu op 27,4. Dat betekent dus als er nog meer geld vanuit het rijk dat dat er dan vanaf gaat. En dat we dus meer geld overhouden voor andere zaken. Wij vinden ook de keuze voor die elf scholen, we begrijpen het wel van ja je moet ergens je op baseren. Maar op basis van de Citoscores dat verandert volgens mij gewoon per jaar.
En wij vinden gewoon als Dordtse VVD dat er aandacht moet zijn voor alle kwetsbare kinderen in Dordrecht. En daar staat wel wat over opgeschreven, maar wij vinden dat nog steeds te abstract. En wij willen gewoon ook meer cijfermatig ook zien door de wethouder wat er voor die andere scholen wordt gedaan. En daarnaast vraag ik ook aan de wethouder van we gaan nu uit van elf scholen op basis van een Citoscore van dit jaar of van vorig jaar. En hoe gaat dat dan over twee jaar of over drie jaar? Want het zou best wel kunnen dat van die elf scholen er misschien opeens vier niet meer zo laag staan. En hoe ga je dan dat geld verdelen? Ja de verantwoordelijkheid van de ouders daar is al aardig wat over gezegd. Zo lang mensen toch nog steeds en misschien soms van een tweede of een derde generatie nog steeds in het buitenlands met hun kinderen praten dan hebben ze toch niet het beste voor met de toekomst van hun kinderen. En ja hoe we dat dan weer moeten gaan afdwingen ja blijkbaar kunnen we dat niet. Dus met andere woorden van de gemeenschap moet dan maar meer geld douwen in die kinderen om de taalachterstanden weg te werken omdat de ouders gewoon het verdommen om gewoon die kinderen gewoon goed Nederlands te leren.
Dat geldt eigenlijk ook wel voor een aantal autochtone gezinnen hoor die ook geen enkele aandacht hebben voor hun kinderen en ze ook niet begeleiden en ook niet leren lezen vanaf jongs af aan. Dus dat vinden wij eigenlijk wel een probleem. Maar wij kiezen op dit moment wel voor die kinderen daarin dus … Even kijken. Monitoring. Nou, dat staat beschreven. Dat vinden wij van groot belang, want wij willen wel gewoon echt zien dat wat er dus nu al wordt uitgewerkt en uitgerond, dat dat werkt. Dat willen we wel op jaarbasis ook zien. Als het niet werkt of niet blijkt te werken, dan moeten we daarmee stoppen. Het stuk is gebaseerd op heel veel aannames. De vraag is uiteindelijk of dat dat wel veroorzaakt dat je dan uiteindelijk ook zeg maar hogere scores krijgt en dat dan kinderen ook zeg maar een hogere opleiding kunnen gaan volgen. Er is gewoon helemaal niks met een vmbo-opleiding, want wij zitten te springen om mensen die met hun handjes kunnen werken, bouwvakkers, elektriciens, enzovoort. Dus het gaat erom dat kinderen gewoon
17
een goede opleiding kunnen volgen en het niveau, dat vinden wij gewoon van minder belang. Dan uiteindelijk, ja, de maatschappelijke effecten. Ik heb het er net al over gehad. Ja, dat zijn effecten, maar die zijn dan niet alleen voor Dordrecht, want ja, die kinderen, die vliegen dan weer uit en die gaan misschien ergens anders wonen. Dus op deze wijze stimuleren we eigenlijk gewoon de maatschappij in zijn algemeenheid, waaruit eigenlijk wel blijkt dat dat eigenlijk een Rijkstaak is. Goed, tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot, mevrouw Rutten, van de PVV. Mevrouw Rutten-Alberts: Ja, dank u wel voorzitter. Nou ja, er is natuurlijk ontzettend al veel gezegd hierover. Dus ik hou het ook kort. Wij kunnen ons helemaal vinden achter het relaas van mevrouw Koene, van Gewoon Dordt. Zeker het voorstel om de helft van het budget aan extra bewegingsonderwijs en dan in ons geval ook echt het liefst in de vorm van schoolzwemmen te besteden, dat bespreekt ons heel erg aan. Dat was mijn woordvoering. De voorzitter: Dan zijn we zover dat de wethouder een reeks van vragen kan gaan beantwoorden. De heer Heijkoop, kom er eens in. De heer Heijkoop: Jazeker, voorzitter. Nog even de video. Ja, ik heb goed naar u geluisterd, naar de raad.
Ik ga Serge Bomius nog wat gelegenheid geven de ambtenaar, strategisch adviseur, ook oud-schooldirecteur, trouwens ook op scholen, waar dit over gaat. Dus die weet echt wel waar het over gaat, om nog wat te duiden waar het gaat over die criteria en enkele wat meer technische vragen en bijvoorbeeld over de wereldwijze waar mevrouw Koene wat stellingen over poneerde die echt niet kloppen. Ik vind het wel goed om dat gewoon even goed uit te laten leggen ambtelijk. Het is ook stemtechnisch voor mij prettig om dat minder politieke deel even aan hem over te kunnen laten. Als we … Als de … Dank, voorzitter. Als we kijken naar de vragen die zijn langsgekomen, dan gaat het over het proces dat is doorlopen, de deels op de ideologische afweging die ze gemaakt en de keuzes voor de scholen, invloed van het Rijksbeleid, dat zich verhoudt tot dit programma en ook betrokkenheid van ouders. Zo zijn er nog wat zaken. Ik ga proberen … Ik heb wat aantekeningen gemaakt. Ik zal ze niet allemaal volgordelijk afvinken, maar ik zal wel ingaan op al deze punten en ook nog enkele andere punten. Ik vind het allereerst belangrijk om wel vast te stellen dat dit traject heel zorgvuldig is doorlopen. Een aantal van u refereerde daar ook aan. In het coalitieakkoord stond al dat we een onderwijsvisie wilden opstellen met de schoolbesturen en andere partners.
Dat traject is ook in 2018 gestart, is in 2019 uiteindelijk opgeleverd. Uw raad is daar ook intensief bij betrokken geweest bij verschillende sessies. We gaan nu dat programma starten wat uiteindelijk ook volgt vanuit die onderwijsvisie. In die onderwijsvisie gaat het over taal en rekenen, maar het gaat ook over talentontwikkeling, het gaat ook over het verbinden van zorg, ondersteuning en het onderwijs. Dat is een redelijk brede visie die nadrukkelijk breed draagvlak geniet onder alle schoolbesturen en directeuren. Ik heb recent nog met ze gesproken en ze staan volledig achter die visie en hebben ook heel veel zin om ermee aan de slag te gaan en zijn ook heel positief over de extra middelen die het verwezenlijken van die visie dichterbij brengt ook vanuit het Dordtse leerprogramma. In die visie is overigens ook volop aandacht voor sport en muziek en cultuur, omdat dat
18
hele belangrijke ingrediënten zijn van dat brede onderwijsprogramma, omdat je kunt taal ook heel goed leren via taal, via muziek en via sport en cultuur bijvoorbeeld. Dus we moeten dat ook met elkaar verbinden. Het heeft geen zin om een kind acht uur achter elkaar lang taal- en rekenles te geven. Dat werkt helemaal niet qua het ontvankelijkheid van de leerstof. Je kunt … Daar is echt heel veel kennis en kunde over in het onderwijs en ik denk dat wij ook niet op de stoel van het onderwijs moeten zitten, maar wij kunnen weldegelijk daar afspraken over maken. Daar kom ik later nog even op terug. Mevrouw Koene, die trapte af en gaf aan van: nou, ik heb me erin verdiept en nou, en het zit zo en zo. Nou goed, de heer Bomius gaat daar straks ook nog wel wat op zeggen, maar ik vond het in ieder geval complimenten voor inderdaad de uitgebreide voorbereiding. Het was ook een redelijk ideologisch ingestoken betoog van mevrouw Koene, in die zin van: nou ja, het is niet van ons, het is van het Rijk en niks mee doen en … Nou ja, toch wel een rechts liberaal standpunt. Ook herkenbaar en ook gewoon te respecteren in die zin. Ik vond … Ik had wel nog wat meer ideologisch debat verwacht, ook vanuit andere partijen. Want als het erover gaat van: nou, het is nogal een programma, ja, dat is nogal iets. Niet voor niks, zou ik willen zeggen. De heer Tiebosch raakte dat ook heel terecht aan.
Er is in Dordrecht ook wel wat aan de hand met het onderwijs en met de kinderen en met de kansen die kinderen krijgen. Dat vraagt nogal iets. Is dit programma onorthodox? Is dit heftig? Is dit bijzonder? Ja, dat is het. Moet je het daarom niet doen? Wat het college betreft niet. Wij denken dat dit een hele belangrijke bijdrage gaat leveren aan de welvaart in onze stad, aan de ontwikkeling van onze stad. Dat begint ook bij de jongste generaties. Ik vind het ook wel belangrijk … Kijk, ambtelijk was men aanvankelijk ook wel wat terughoudend, maar nu geven zelfs ook ambtenaren met ruimtelijke ordeningsachtige achtergrond avonden. Die business case die er nu ligt, daar is wel echt heel goed over nagedacht. Ik daag u ook allemaal uit om ook op de andere business cases minstens zo kritisch te zijn. Want als het gaat over het onderscheid wettelijke taken en niet-wettelijke taken, ja, daarmee vind ik dat u uzelf echt tekort doet, want dan degradeert u uzelf eigenlijk bijna tot een soort uitvoeringsinstantie. Wij zijn allemaal politiek actief geworden om politieke idealen in de stad te verwezenlijken. We maken daarin met elkaar keuzes. Gratis openbaar vervoer is ook een politieke keuze, is geen wettelijke taak. Schoolzwemmen, waar we het net over hadden, is ook een politieke keuze. Zelfs de woningbouw in onze stad en de bijdrage die je daaraan levert is een politieke keuze.
We zitten ook in de politiek. Dus het argument dat het geen wettelijke taak is, die volg ik. Maar we zitten ook in de politiek om met elkaar te beslissen hoe we onze middelen gaan uitgeven. Het heeft wel een nadrukkelijke relatie met het Rijksprogramma. Daar wil ook nog wel wat over zeggen. De voorzitter: Mevrouw Koene, die wil reageren op u. Mevrouw Koene: Nou, ik laat dan nu even de heer Heijkoop zeggen wat hij wil gaan zeggen over het Rijksprogramma, want daar ben ik dan wel nieuwsgierig naar als hij dan toch vindt dat we als gemeente hier wel een taak in hebben. Dus ik kom zo terug. De voorzitter: Oké. De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Nou, het gaf hem in ieder geval ook de gelegenheid om even een slokje water te nemen. Kijk, de stelling van: daar moeten we ons niet … Daar zijn wij