CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen 18 mei 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 22 juni 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Raadsvergadering van 26 mei 2021, de Commissie Grote Projecten van 20 mei 2021 en de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 12 mei, 18 mei en 2 juni 202134.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

39

Nederland, maar over de hele wereld, is dat de overheid juist een belangrijke factor is in de innovatie. Waar baseert u uw mening over dat de overheid niet echt een onderdeel is van innovatie? De heer Van der Kruijff: Ik heb overigens niet gezegd dat de overheid geen onderdeel is, ik heb juist gezegd dat de overheid een heel belangrijk onderdeel vormt waar het gaat over het aanbieden van bedrijfslocaties, over infrastructuur, over onderwijs en al die dingen, die we ook in Dordt en regio aan het faciliteren zijn. Wat ik gezegd heb is wat ik zie, dat het bedrijfsleven vaak sneller gaat en sneller wil dan het de overheid lukt om te gaan. Dus ik constateer dat we als overheid sneller moeten gaan werken dan we nu blijkbaar kunnen. De heer Polat: Dat is heel goed, dat punt. Want dan komen we dus aan de uitwerking van de plannen, door de roadmaps. Dan denkt u: de roadmaps, daar hebben wij op dit moment niet direct een behoefte aan en het bedrijfsleven kan gewoonweg zijn gaan. Maar zonder kaders in de roadmaps, wat natuurlijk met de ‘…’ opgesteld, dan kun je natuurlijk gewoon geen doelen stellen. Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Van der Kruijff: Ik heb het idee dat de doelen voor de roadmaps, dat moet straks de wethouder maar allemaal beantwoorden, hoe ver hij daar allemaal concreet mee is.

Maar ik denk dat het goed is als dat het er allemaal staat, maar ik denk dat het belangrijkste punt is dat het gewoon straks in de uitvoering ook allemaal gebeurt. Gewoon het doen, dus niet het schrijven, maar het doen. De heer Polat: Dat is precies juist wat we met de motie vragen, een roadmap. De voorzitter: Mijnheer Polat, uw punt is duidelijk. De heer Polat: Dank u. De voorzitter: De heer Van der Kruijff, u was klaar met uw woordvoering? De heer Van der Kruijff: Zeker, voorzitter. De voorzitter: Voor ik te snel overschakel naar de volgende. Dan wil ik de heer De Lijster, GroenLinks, uitnodigen voor een korte woordvoering. De heer De Lijster: Dank u wel, voorzitter. Er is al heel veel gezegd. Ook GroenLinks kan zich vinden in het stuk, maar we zijn inderdaad ook nog wel heel erg benieuwd naar die roadmaps. Iets wat wij nog wel willen aanstippen is dat we een duidelijke verwijzing missen naar het stimuleren van duurzame producten, dat dat ontbreekt. Daar wil ik het bij laten, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik geloof ik iedereen gehad die zich gemeld heeft in de chat en wil ik graag aan de wethouder vragen, de heer Burggraaf, om ook deze rij vragen en opmerkingen van een antwoord te voorzien. Wethouder Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Hoort u mij, geen gestotter?

40

De voorzitter: Geen gestotter, uw beeld staat scherp. Gaat uw gang. Wethouder Burggraaf: Dank u wel. Ik probeer ook hier weer even de opmerkingen wat te clusteren. Om maar te beginnen even met de rol van de overheid, want het is waar, zoals een aantal van u zeiden, dat die rol of de verantwoordelijkheid vooral bij de bedrijven ligt. Wat hier verder nog doorheen speelt is dat we hier natuurlijk ook een schaal te pakken hebben die ook Dordrecht overstijgt. We hebben over het ruimtelijk economisch domein met elkaar afgesproken dat we bovenlokaal binnen de Drechtsteden gaan samenwerken, waarbij de innovatieaanpak regionaal binnen de Drechtsteden uitvoering heeft en met de Regio Deal daar ook Gorinchem bij is gekomen. Daar zie je ook heel goed hoe het economische profiel van bedrijven zich niet aan gemeentegrenzen houdt. Als je het bijvoorbeeld hebt over de maritieme bedrijvigheid dan loopt die ook echt wel van Gorinchem tot aan Schiedam en zie je hoe belangrijk het is om hier ook op de juiste schaal elkaar te weten te vinden en afspraken te maken. Waarbij het natuurlijk wel zo is dat uiteindelijk, als je dan die bovenlokaal regionale agenda ook echt tot uitvoering wilt brengen, dat er natuurlijk een doorvertaling zit in een aantal aspecten die je dan vervolgens binnen je gemeente lokaal moet gaan doen.

Dat zit onder andere op het vlak natuurlijk van de Duurzaamheidsfabriek, het Leerpark waar heel veel activiteiten plaatsvinden, wat voor de regio ook echt is geïdentificeerd als het epicentrum, van waaruit de innovatie regionaal wordt getrokken. Dat zit even, om dat punt van ChristenUnie-SGP en een aantal anderen te benoemen, op het vlak van die bedrijfspaspoorten, die kavelpaspoorten. Het gaat namelijk om zorgen dat je binnen je eigen gemeentegrenzen scherp hebt waar per bedrijventerrein, we hebben de vier Dordtse Killen, wat daar nou de overheersende typologie aan bedrijven is. Want je ziet dat bedrijven vanuit een bepaalde sector het duidelijk prettig vinden om dicht op elkaar te zitten. Als we dan kijken naar bijvoorbeeld de discussie die we morgen met elkaar gaan hebben op de Agenda 2030, daar zit ook een plan op, ruimte voor banen, en de revitalisering van de bedrijventerreinen, hebben we het vooral over Kil I en Kil II, wat verouderde bedrijventerreinen zijn. Dat zijn nou bij uitstek kansen die je lokaal hebt als je daar wat meer profiel gaat maken en de kansen gaat identificeren, waar verouderde bedrijven zitten of bedrijven waar je van je zegt: daar zit eigenlijk qua toegevoegde waarde in de regio qua aantal arbeidsplaatsen of bedrijvigheid, wat ook echt toegerust is op de toekomstige economie, waar de kansen liggen.

Als je dat scherp weet te maken dan kan je vervolgens zorgen dat op het moment dat je daar gaat entrepreneren, om daar bijvoorbeeld leegstaande panden op te kopen en vervolgens weer te herontwikkelen, dan kan je veel gerichter dat ook gaan doen richting het cluster waarvan je zegt: maar daar zit de bedrijvigheid van de toekomst met clusterversterkende activiteiten en veel werkgelegenheid, die ook duurzaam is voor de toekomst. Het andere is daarin ook nadrukkelijk, wat ik merk in mijn gesprekken die ik bijvoorbeeld met de bedrijfsinvesteringszone-besturen heb, is dat ze zelf ook vaak nog niet zich heel erg, dat het vaak nog aan toevalligheden is dat ze met elkaar samenwerkingen aangaan in de omgeving. Ik ben ervan overtuigd, als we dat bedrijfspaspoort/kavel weten te maken is dat we ook veel makkelijker het gesprek kunnen voeren met de bedrijven en de besturen van de bedrijventerreinen, dat je zegt: wat is nu jullie DNA voor jullie bedrijventerrein, wat zijn nu jullie buren? En dat je daarmee ook op gang kan brengen dat ze daar ook zelf een verantwoordelijkheid voelen om eigenlijk te zorgen dat als er een kans ontstaat met een leegkomende plek, dat daar niet de markt gewoon de beste huurder zoekt, maar ook het de beste buurman wordt voor jou als bedrijf en daarmee elkaar versterkt. Dus dat is

41

de rol die het college ziet voor deze bedrijfspaspoorten binnen dit geheel. Ik zie u in beeld, dus ik denk dat er een vraag is. De voorzitter: Heel goed. De heer Polat heeft een korte vraag voor u. De heer Polat: Zeker, een hele korte vraag. De wethouder heeft het over de gebiedspaspoorten, over de gebiedsontwikkeling. Zit daar een bepaalde strategie achter, om de bedrijven bijvoorbeeld samen te clusteren, dan alleen maar bedrijvigheid, maar ook innovatie in het achterhoofd? Wethouder Burggraaf: Daar zit, en dat is even het andere aspect, dat is de roadmaps. Als je kijkt naar ook de wetenschappelijke literatuur, wat maakt nou uiteindelijk dat je regionaal de economische structuur gaat versterken, maar we zeggen ook: je moet investeren in de bedrijvigheid die toegerust is op de toekomst, dus die genoeg innoveert. Maar ga niet proberen bedrijvigheid naar je toe te halen die nog niet in je regio zit. Zoek naar de bedrijven die je al hebt en ga daar dan vooral de andere bedrijven binnen dat gebied naar je toe trekken.

Dus dat is de bedoeling, dat je uiteindelijk die focus gaat maken en zegt: ja, maar wacht, als we eens goed naar die bedrijventerreinen kijken, wat zijn dan onze sterke bedrijven? Ik hoorde de ChristenUnie-SGP al een mooi voorbeeld noemen: Krohne is er inderdaad zo één, een sterk bedrijf, een groot MKB-bedrijf met veel innovatie, die ook goed geworteld is in de regio, die veel doet op de meet- en regeltechniek. Sorry, ik zeg het niet goed, op sensormeetinstrumenten. Dat is dus zo’n bedrijf die nu ook, volgens mij staat het ook in de stukken, naar de Maakfabriek gaat komen en daar vervolgens met de joint venture die ze hebben gevormd recentelijk en vooral op het digitaliseringsvlak een stap gaan maken, heel erg behoefte hebben om juist innovatieve startups en scale-ups te hebben. Dus dat zijn beginnende bedrijven of bedrijven die net een stap verder zijn, die daardoor veel wendbaarder zijn, met nieuwe technologieën bezig zijn en Krohne ook nadrukkelijk zegt: dat soort bedrijfjes moeten we om ons heen hebben, want die nemen kennis mee die wij weer heel goed kunnen gebruiken in het feit dat wij als bedrijf wat volwassener zijn, wat daardoor dan misschien wat minder wendbaar is. Dan wil je dat naar je toe halen om te zorgen dat daar een goede samenwerking mee kan ontstaan.

Zo zien we de clustervorming voor ons en dan is het natuurlijk zo dat je niet gaat zeggen: wij hebben de invloed om op een bedrijventerrein te zeggen ‘er gaan alleen maar bedrijven van het type maritiem zitten’. Want uiteindelijk heb je natuurlijk niet alles in eigendom, maar als je verhuurder zou zijn dan kan je bepalen welk bedrijf er komt. Daarvan zeg ik, dat zijn incidentele kansen op het moment dat je een keer zegt: in de aankoopstrategie, omdat wij bijvoorbeeld al erfpacht hebben, is een moment om een verouderd gebouw over te nemen en te herontwikkelen en dan hebben we er direct invloed op. Maar het is ook een verleiding te zorgen dat we dus inderdaad met de bedrijventerreinen het gesprek aan kunnen gaan. Eigenlijk, zoals ik het voor me zie, dat is ook een beetje wat de heer Veldman zei, dat je het smoel geeft, waardoor je een andere typologie bedrijven weet te interesseren: hier is een interessant vestigingsklimaat. Zodat je, als een pand beschikbaar komt, je eigenlijk automatisch uit de hoek die je wil hebben daar als eerste in de rij staat en zegt: hé, dat vinden we een interessante plek om ons te vestigen, wij willen het graag huren. In plaats van dat het er gewoon eentje wordt die puur op ‘zorg maar dat je de huurwaarde binnenhaalt en that’s it’, maar juist op die economisch toegevoegde waarde naar je

42

toekomt. Dat is dan wat meer de zachtere methode, maar ik geloof wel dat dat start met focus en dat je dat treintje dan vanzelf op gang kan brengen. De voorzitter: De heer Polat heeft nog een vraag. De heer Polat: Een korte vraag. Het is heel duidelijk, helder, dank daarvoor. Een extra dingetje, een aanvullende vraag: doen jullie ook echt marketing voor die plekken om specifieke bedrijven die gewoonweg hun cluster kunnen gaan versterken om aan te trekken? Wethouder Burggraaf: Ja, dat hebben we bovenlokaal georganiseerd via Deal, waar we via de Groeiagenda-middelen aan bijdragen. De inzet van Deal op de regionale economische marketing is ook gefocust op sectoren. Dat is primair op de marketing, de sector, en op de smart industry. Nu we met de roadmap-aanpak bezig zijn, dus dat zijn de zes thema’s die u heeft kunnen lezen, dan komt daar vanzelf achter weg ook zo meteen een marketingaanpak en netwerkversterking om te zorgen dat je vervolgens ook binnen de sector die je naar je toe wil halen en de bedrijven die daar zitten, om bovenaan in de gedachtes komt. Want een bedrijf verplaatst niet elk jaar, bij wijze van spreken, dat is misschien een once in a lifetime-evenement, dat doe je niet elke dag. Dus je moet zorgen dat als die kans zich een keer toevallig voordoet, dat ze dan als eerste aan onze regio denken.

Dan is even het andere punt, het punt: hoe zorg je nou dat onderwijs, bedrijfsleven vooral goed samenwerken? En het ongeduld dat ik bij D66 en een aantal anderen hoor: ja, maar waar zijn die roadmaps dan? Daarvoor zitten we gewoon aan de start van het traject. De Regio Deal is echt een enorm mooie stap die we als regio hebben binnen kunnen halen, want daarmee hebben we dus geld gekregen om drie jaar lang business-developers te betalen. Dat zijn mensen die die agenda aan het maken zijn. Dat doen ze nadrukkelijk, dat hebben we ook gezegd, gestuurd door het bedrijfsleven. Wij gaan niet vanuit de overheid sturen hoe die roadmap eruit moet zien, dat moet vooral door het bedrijfsleven en samen met het onderwijs zijn. Ik zit er namens de regio als de vertegenwoordigend wethouder bij die roadmap-stuurgroepen nadrukkelijk om daar dan te kijken: hoe kunnen we als overheid daarin vervolgens faciliteren? Maar om bijvoorbeeld een voorbeeld te noemen: smart manufacturing is zo’n roadmap, daar zit André Boer van Krohne als één van de bedrijven in. Die bepaalt dus de agenda en die draagt ook actief andere bedrijven bij. Die zegt: maar hé, wacht, in onze regio hebben we deze bedrijven zitten die ook in de stuurgroep moeten zitten, want daar zitten onze economische kansen. Dat doen we samen met Erwin van Braam van de Dordrecht Academy.

Collega Heijkoop heeft daar vooral op het onderwijsvlak en het hoger onderwijs veel inzet gepleegd en het feit dat die nu in de fase zit dat ze ook gaan vestigen in Dordrecht, op zoek zijn naar ‘welke opleiding kunnen we daaraan koppelen?’ en ook heel erg gericht zijn op innovatie, die zit daar ook aan tafel. Dat is een beetje het antwoord op de andere vraag van D66: heb ik gesproken met universiteiten of TNO en dergelijke? Nou, dat is primair vanuit Dordrecht Academy, zorgen dat we ook dat hoger onderwijs mee gaan versterken en in dat netwerk betrekken, die overigens ook zelf zeggen: wij gaan ons netwerk daarin benutten, om te kijken hoe we misschien ook bij de universiteit daar in contact kunnen verbinden. We hebben bijvoorbeeld met TU Delft via het Leerpark Duurzaamheidsfabriek gesprekken nu met Digital Mainport Drechtsteden, dat is de digitale agenda, om een Fieldlab hier op te zetten in samenwerking met TU Delft. Dus ook op die manier ontstaan de dwarsverbanden met het universitair onderwijs,

43

want we zijn in de regio vooral heel sterk op de toegepaste kennis, dat is echt wel waar we in de regio onderscheidend op zijn en we ons in moeten profileren en verder uitbouwen. Maar dat is dus … De voorzitter: De heer Polat heeft nog een vraag. De heer Polat: Dank, voorzitter. Ik ben heel erg blij met de ontwikkelingen die de wethouder ons voorspiegelt. Ik heb één vraag. Ik begrijp dat de roadmaps op dit moment in ontwikkeling zijn. Wanneer kunnen we ze verwachten? Wethouder Burggraaf: Dat is ook, denk ik, meteen daarmee de vraag van Beter Voor Dordt beantwoordend, over: wanneer krijgen we nou die terugkoppelingsmomenten? Die roadmaps, zodra die staan zal ik zorgen dat daar ook in de regio Drechtsteden een presentatie komt. Wij hebben er, denk ik, een maand geleden alvast eentje gehad, waarbij ze allemaal even kort langs zijn gekomen. Dan denk ik dat na de zomer die agenda’s helemaal zijn uitgekristalliseerd en dat we u dan mee zullen nemen in een informatiesessie, waarbij ook het bedrijfsleven aangehaakt is. Vervolgens, als je het hebt dan over de evaluatiemomenten, dat is een natuurlijk moment rond om de Groeiagenda, waarvan de budgetten in de volgende collegeperiode weer opnieuw voor vier jaar gefund moeten worden, dus daar zal vanzelf ook een evaluatie plaatsvinden, dus dat zal volgend jaar zijn.

De Regio Deal loopt voor drie jaar, dat is ook het mooie van de financieringssystematiek. Daar zijn we ook echt verplicht om binnen drie jaar resultaten te boeken, dus we moeten nu inmiddels, denk ik, nog anderhalf jaar te gaan, bijna twee jaar, daar moeten we ook echt kunnen aantonen wat we met dat geld aan resultaat hebben geboekt. Dus die evaluatie komt ook richting u, Regio Deal eraan en dat lijkt me ook een goed moment om daar vervolgens bovenlokaal met u de terugkoppeling op te doen. De heer Polat: Oké, als ik het goed begrijp – sorry dat ik het, mag ik? ‘…’ Ik kan u niet horen. De voorzitter: Dat komt omdat ik me uitschakel, omdat ik denk: dan gaat het sneller. Een korte vraag graag, want we lopen ontzettend uit en we hebben nog een agendapunt. De heer Polat: Heel kort. Dus als ik het goed begrijp dan hebben we na de zomer de roadmaps tot onze beschikking? De voorzitter: Dat is een goede vraag. Wethouder Burggraaf: Ja, na de zomer zullen wij weer een informatieavond, dus voor alle Drechtstedelijke gemeentes en Gorinchem daar ook bij, organiseren. Even nog als laatste: ik zou het niet erg vinden als er over drie jaar bijvoorbeeld één of twee roadmaps afvallen.

Want we hebben nu wel zes thema’s geformuleerd, het zou het mooiste zijn natuurlijk als we op alle zes zelfstandig zo meteen voort kunnen gaan, maar het zou ook heel goed kunnen zijn dat je in die drie jaar ontdekt: hé, wacht, op dit thema dachten we dat daar de regionale kracht zit, maar we merken dat dat bij dit thema niet loskomt. Dan kan dat ook een conclusie zijn en dan zou ik dat niet als falen zien, dat hoort ook bij innoveren en zoeken naar: waar zit de kracht van de regio? Zo is deze structuur ook echt opgezet en bedoeld. Even kijken, heb ik dan alle? Als laatste nog,

44

denk ik, de fondsfinanciering werd ook nog even benoemd. Dat is wel iets wat we moeten realiseren, bijvoorbeeld het MKB-Katalysatorfonds, die financiering loopt eind van het jaar af, dus wil je dat voortzetten dan zal je vanaf volgend jaar daar weer opnieuw ook financiering voor moeten verstrekken. Hetzelfde voor innovation corner, waarbij ook op innovatiefinancieringen vanuit het Rijk ook wel cofinancieringseisen aan worden gesteld. Maar goed, dat zal dan vanzelf uw kant op komen. Volgens mij heb ik dan alle onderwerpen wel benoemd. Als laatste zou ik misschien nog kunnen noemen, als je het vraagt: wat staat ons lokaal nog te wachten? Dat is op de roadmap Digital Mainport, die digitalisering. Daar zit natuurlijk ook nog wel een nadrukkelijke lokale rol in, want daar heb je twee poten, de één is digitalisering en het bedrijfsleven en innovatie en de andere poot is smart society, dat is de digitalisering op je meer beleidsmatige taken als gemeente. Daarvoor zullen we ook nog dit jaar apart bij u terugkomen, hoe we daar die agenda ook binnen de gemeente invulling gaan geven. Dat was hem, volgens mij, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Burggraaf. Mijn microfoon weigert. Mevrouw Koene geeft nog aan: voor wat betreft het taalniveau, Maarten. Mevrouw Koene, ik heb ook extra op zitten letten tijdens deze sessie, heel veel woorden die vertaald kunnen worden.

Dus ik denk dat we daar allemaal eens goed naar moeten kijken. Commissie, is er nog iemand die – ik durf het bijna niet voor te stellen, want we hebben echt eigenlijk nog twee agendapunten, drie zelfs – die een tweede termijn wil? Of kunnen we met de antwoorden van de wethouder dit stuk doorgeleiden naar de raad als hamerstuk of wilt u dit als een bespreekstuk? “Hameren, hameren, hameren, hameren, hameren, stemverklaring.” Mijnheer Polat, heeft u echt een tweede termijn nog of kunt u het ook hameren met een stemverklaring bij de raad? De heer Polat: Nou voorzitter, ik ben nog niet helemaal tevreden over de uitwerking van de motie, dus ik had eigenlijk de motie willen aanhouden, dat dat mijn voorstel zou zijn. Ik zou dat gewoonweg in ieder geval willen bespreken, hoe wij hiermee om moeten gaan. Als ik het zo hoor van de wethouder, dat de roadmaps natuurlijk in het dictum van de motie uitdrukkelijk is geschreven, die zijn nog niet uitgewerkt, die komen pas eind zomer. Dus ik ben daar nog niet helemaal tevreden. De voorzitter: Ik hoor wat u zegt, mijnheer Polat, maar de motie aanhouden, dat … De heer Polat: Dat kan niet. De voorzitter: Dit is een raadsvoorstel … De heer Polat: Kan niet, begrijp ik … De voorzitter: Dus u kunt, het merendeel is voor hameren, u kunt tijdens het hameren bij de raad nog met een duidelijke stemverklaring komen.

De heer Polat: Dat gaat zeker komen, dank. De voorzitter: Mijnheer Merx.

45

De heer Merx: Volgens mij kunnen we het raadsvoorstel als zodanig hameren, maar staat dat los van het feit of je de motie volledig als afgehandeld ziet. De voorzitter: Dat klopt, maar dat staat nu denk ik ook niet ter sprake, dat krijgen we straks bij de ‘Stand van zaken moties’ en dergelijke. De heer Merx: Precies, en dat hoor ik de heer Polat zeggen. De voorzitter: Ja, oké. Oké, dank u. Dan wil ik even drie minuten om de benen te strekken en om over te gaan naar het volgende agendapunt. Schorsing De voorzitter: Volgens de griffier zijn we al 3 minuten verder, dus ik ga het voorzichtig weer proberen. 7. Storting cumulatief preferent kapitaal Stedin Holding NV - Raadsvoorstel De voorzitter: We komen aan agendapunt 7. Ik wil de commissie vragen zo kort mogelijk hierover in gesprek te gaan en in ieder geval goed te luisteren naar wat anderen zeggen en niet steeds in de herhaling te vallen. Mevrouw Koene, u heeft een punt van orde. Mevrouw Koene: Ja voorzitter, ik wil graag weten wat het stuk over Stedin, of daar vandaag een ei over gelegd moet worden, want ik ga er niet vanuit dat dit een behandeling wordt van tien minuten, zeg maar. De voorzitter: Nee, en ik heb begrepen dat er inderdaad een fatale datum op zit, dus dat we hier wel degelijk die vandaag een ei over moeten leggen.

Mevrouw Koene: Dat is dan vrij slordig van het college, want dan is het dus te laat geweest, blijkbaar. De voorzitter: Het is zoals het is nu, op dit moment. Ik zal u in ieder geval als één van de eersten het woord geven, want u staat ook als één van de eersten op de rol. Wij gaan dus beginnen met agendapunt 7, ‘Storting cumulatief preferent kapitaal Stedin Holding NV – Raadsvoorstel’. Nog zo’n staaltje van C2, had mevrouw Koene het geloof ik vandaag over. Voorafgaand wil ik de commissie wijzen op dat er bij dit stuk geheime bijlagen zitten en ik wil u allen daar vragen vooral niet op in te gaan tijdens deze openbare bespreking. Het voorstel zelf en de toelichting die u daarbij ontvangen heeft zijn verder gewoon openbaar en we zullen ons daar nu ook dan op gaan richten. Er zijn verschillende politieke vragen gesteld: wat moet de rol van het Rijk zijn bij deze investeringen? Is het wenselijk om aandelen Stedin te kopen nadat we juist aandelen Eneco verkocht hebben? Wordt er voldoende duurzaam geïnnoveerd? Hoe versterken deze investeringen het verdienvermogen van de stad? Als laatste vraag: waarom of hoe is er een relatie met het gasnet? Dan wil ik graag mevrouw Koene, Gewoon Dordt, als eerste het woord geven. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter.

Ik kan heel kort zijn, want de politieke vraag die wij gesteld hebben, daar wil ik een afdoende antwoord op, omdat wij de noodzaak niet zien

46

om als gemeente aandelen aan te schaffen van Stedin. Dus wat mij betreft kan dit onderwerp heel snel klaar zijn. De voorzitter: Helder. Dan wil ik als tweede het woord geven aan de heer ’t Lam. De heer ’t Lam: Voorzitter, dank u wel. Stedin heeft geld nodig, omdat de netwerken uitgebreid moeten worden. Stedin heeft ook gemeenten benaderd die geen aandeelhouders zijn en het Rijk, zonder resultaat. Daarom komen ze uit bij de gemeenten die al wel aandelen hebben. Die netwerkuitbreiding is nodig voor de energietransitie en dat is een activiteit die voor heel het land geldt. Dus wat de SP betreft is het verstrekken van geld aan Stedin een taak van het Rijk en niet van de gemeenten die toevallig aandeelhouder zijn. Nu het Rijk niet thuis geeft helpen we, denk ik, Stedin en de gemeenten die aandeelhouder zijn het beste door juist geen nieuwe aandelen te kopen, want daarmee dwingen wij het Rijk ook over de brug te komen om het geld beschikbaar te stellen. Dan de financiële kant van het verhaal, we zouden twintig miljoen aandelen moeten kopen en door de verkoop van de aandelen Eneco hebben we dat geld op dit moment wel beschikbaar, maar het geld van de Enecoaandelen gaan we inzetten voor de Agenda Dordt 2030 en dat betekent dat we op termijn dus geld zullen moeten lenen, 20 miljoen, omdat het geld dan bij Stedin staat.

We kunnen het daar niet weghalen, want je mag het alleen verkopen aan overheden en andere overheden, heb ik net aangegeven, die hebben geen belangstelling om aandelen te kopen. Tot slot nog iets over het rendement. Stedin kondigt aan dat ze drie procent rendement geven, maar ik heb tijdens een bijeenkomst die ik gevolgd heb bij Stedin de woorden ‘in principe’ gehoord, dus het is maar de vraag of we drie procent krijgen. Ik heb onlangs mijnheer Van Verk van de PvdA op de radio horen zeggen dat drie procent een mooi rendement is, omdat we nu nul procent krijgen bij het Rijk. Maar we moeten ons wel bedenken dat Stedin dit rendement alleen maar kan betalen door het in hun tarieven door te berekenen. Kortom, dat betekent voor de inwoners een lastenverhoging en dan nog eens een lastenverhoging waarvoor je geen kwijtschelding kunt krijgen. Mocht de meerderheid van de raad toch vinden dat we aandelen bij moeten kopen bij Stedin dan stelt de SP voordat we de zes ton die we krijgen maximaal aan rendement ook weer teruggeven aan onze inwoners en dat is bijna elf euro per wooneenheid. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel, mijnheer ’t Lam. Dan ga ik nu naar de heer De Looze, ChristenUnie-SGP. De heer De Looze: Voorzitter, dank u wel voor het woord. Wij zitten op een iets andere lijn.

Wij zien dit eigenlijk wel als kans om nu te investeren in Stedin, in ieder geval voor de komende vijf jaar. Wij hebben nu gewoon geld over, een soort van tijdelijk, omdat we nu cash hebben gekregen of geld vanuit de verkoop van Eneco. Wij zien dit wel als kans om dit te investeren in de energietransitie. Los daarvan, of het een taak van het Rijk of van de gemeente is, wij zijn nu aandeelhouder en wij hebben deze kans om deze investering te doen in onze eigen netten en in onze eigen energienetten. Dus ik zie dat als positief. Ik zou het bijna misschien nog groter willen maken, de investering, maar goed, voor nu is 20 miljoen denk ik een mooie eerste stap. Of we daarna bij moeten lenen, na 2026, dat weten nu nog niet, maar dat is ook niet nu al zeker. De rente op een lening is ook rond de nul procent, dus uiteindelijk maken we er ook nog een mooi rendement op. Dus wij steunen dit.

47

De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik nu het woord geven aan de heer De Lijster, GroenLinks. De heer De Lijster: Voorzitter, dank u wel. Wij steunen het in principe ook, de aankoop in ieder geval, om te investeren. We steunen een snel investeringsprogramma van Stedin om de energietransitie te versnellen, daar zijn we dus ook erg positief over. De aandelen kopen bij Stedin is voor GroenLinks zeker een manier om weer meer invloed te kunnen hebben op een voorziening, waarbij we nog steeds wel de vraag willen plaatsen hoe het komt dat Stedin niet op tijd heeft geanticipeerd. De aanleiding is geen ontwikkeling die Stedin gisteren heeft overvallen, lijkt ons. Daar wil ik het bij laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zou ik nu het woord willen geven aan D66, de heer Polat. De heer Polat: Dank, voorzitter. Ik wil het heel kort houden. D66 is wel voorstander om te investeren in Stedin. Drie procent rente is beter dan nul procent, wat we op dit moment krijgen. Waar wij wel vragen over hebben dat is natuurlijk aan het college, het terugkopen van de aandelen, dat is natuurlijk een issue. Stel dat wij gewoonweg in de komende periode wel behoefte hebben aan meer cash, hoe en op welke manier wij de aandelen terug kunnen verkopen.

Verder willen wij ook aandacht vragen voor de governance, want we willen natuurlijk wel weten hoeveel macht wij als aandeelhouder hebben in die nieuwe situatie en wanneer wij ook geld insteken in Stedin. Want we willen natuurlijk niet voor verrassingen komen te staan. Verder is dit natuurlijk wel een bijdrage aan de energietransitie en daar willen wij graag aan meewerken, dus wat dat betreft, dat is ‘…’. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Polat. Dan krijg nu het woord de Dordtse VVD, de heer Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Ook dit is, u zei het zelf al, een redelijk technisch stuk, waar je even voor moet gaan zitten om dat allemaal tot je te laten komen. Zoals ik het begrijp en zoals wij het begrijpen – en daar zal ook het Rijk echt zijn poot moeten bijzetten – het is een gevolg van de energietransitie en het gasloos maken die Stedin heeft genoodzaakt het net uit te breiden, dat is niet iets wat we in Dordrecht alleen verzonnen hebben of alleen aandeelhouders van Stedin hebben bedacht, dus ik denk wel dat – nou, ik denk het niet alleen – ik wil graag het college ook oproepen om daadwerkelijk met andere aandeelhouders druk op het Rijk te zetten, dat zij hun poot bij gaan zetten.

Want het Rijk past hier bij en tegelijk een ander onderdeel van het Rijk, de ACN, zorgt ervoor dat de tarieven dusdanig zijn dat Stedin niet geld kan sparen om deze noodzakelijke investering te doen. Dat als eerste. Tegelijkertijd hebben wij wel ook als Dordrecht en als gemeenteraad onze mond vol over duurzaamheid, energietransitie en dat soort zaken. Dat vinden we ook belangrijk en vandaar dat ik ook denk kunnen wij nu niet wegkijken en zeggen: ja, het is een probleem van het Rijk, Stedin zoekt het maar uit. Er zal wat moeten gebeuren. Dan komen er twee dingen mooi bij elkaar en dat is ook door vorige sprekers gezegd. Aan de ene kant biedt dit ons een kans om ook daarin onze verantwoordelijkheid te nemen en dat geld daar bij te passen. Ik vind het wel belangrijk dat als de gemeenteraad ertoe besluit dat we dit gaan doen, dat dat geld op de één of andere manier gemarkeerd wordt ook als onze investering in duurzaamheid en de energietransitie, dus op de begroting dat ook wel duidelijk herkenbaar is. En last but not least, we zijn ook nog steeds op zoek naar middelen om dat renderend weg te zetten,

48

behalve de investeringen waar we het morgenavond over gaan hebben en Dordrecht 2030 zijn we ook nog steeds op zoek naar investeringen die het maken dat we de rendementen die er zijn verloren hebben doordat we Eneco-aandelen hebben verkocht, de jaarlijkse pot met geld die elke keer voorbijkwam die zijn we kwijt en zo geldt het ook op de ander. Hier kunnen we in ieder geval drie procent rendement op pakken, ik hoor de heer ’t Lam zeggen ‘in principe’ of ‘bijna’ heeft u gehoord. Daar wil ik wel graag wat meer zekerheid over hebben, in ieder geval drie procent. Tegen nul procent denk ik: nou, het mes snijdt hier echt wel aan twee kanten. We dragen bij aan de duurzaamheid, we laten zien dat we verantwoordelijkheid willen nemen en dat we geld ervoor over hebben. De andere kant is: het levert ook nog wat op. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merx. Dan mevrouw Stolk, u mag meteen, want ik had de VSP als volgende spreker staan. Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Nou, dat is mooi, voorzitter. De voorzitter: Ja, je komt net binnen een mag meteen aan de bak. Mevrouw Stolk: Ja, geweldig. Voorzitter, de VSP zit er iets anders in, in het verhaal.

Waarom zou Dordrecht moeten investeren in Stedin en waarom moet een gemiddelde stad in Nederland in een bedrijf investeren die de energietransitie gaat uitvoeren? Is het wel de taak van de gemeente om risicovol te investeren met gemeenschapsgeld? Overschat de coalitie zichzelf niet om een dergelijke investering te overwegen? We hebben tenslotte net ook de aandelen van Eneco verkocht. Het argument om te investeren in Stedin om de energietransitie in Dordrecht en omgeving te stimuleren vinden wij onzin. De gemeente Dordrecht investeert namelijk ook niet in bouwbedrijven om de woningbouw te versnellen. Op dit moment, waarop Stedin tweehonderd miljoen en uiteindelijk één miljard wil/moet gaan investeren is het moment om uit een dergelijk bedrijf dus te stappen. De coalitie en de gemeenteraad van Dordrecht is niet competent op beleggingsgebied en de gemeentegelden zijn niet bedoeld om te investeren in een commercieel bedrijf. De voorzitter: Mevrouw Stolk, twee interrupties. Eerst van de heer De Looze en daarna van de heer Merx. De heer De Looze: Voorzitter, dank u wel. Dat was ik eigenlijk net nog vergeten te zeggen, maar Stedin is geen commercieel bedrijf, Stedin heeft geen concurrenten. Dus in principe, wat de heer ‘t Lam ook al aangaf, het geld wat Stedin verdiend wordt gewoon opgehaald bij onze inwoners door de tarieven die we betalen voor de aansluiting op het energienet.

Dus wat dat betreft is er een groot verschil met Eneco, Eneco concurreert gewoon met anderen, Vattenfall en met andere bedrijven. Maar Stedin is in deze regio gewoon alleen-gebruiker en wat dat betreft is daar voor ons wel een groot verschil. Normaal gesproken zou je ook veel meer dan drie procent willen krijgen, als het echt een risicovol bedrijf is. Mevrouw Stolk: Als ik daar even op mag reageren. De voorzitter: Heel kort, ja. Dat mag.

49

Mevrouw Stolk: Weet je, ze doen zich voor als geen commercieel bedrijf, maar als je kijkt, er zijn in Nederland tien netwerkbedrijven en vier van de netwerkbedrijven hebben zowel gas als elektra en Stedin heeft zowel gas als elektra en dus zullen we moeten desinvesteren. Als je gaat kijken naar tien vergelijkbare bedrijven in Nederland net zoals Stedin, deze bedrijven zullen op korte termijn elkaars concurrent worden. Dan kunnen we allemaal wel zeggen: dat is niet waar, wat u nu zegt. Daar denken wij gewoon anders over, want ook bedrijven uit het buitenland, uit Duitsland, die gaan straks hier de markt veroveren en vice versa. Dus wij kijken daar toch anders tegenaan en de aandelen staan ook gewoon genoteerd. Dus ik weet niet hoe u dat … Dat is mijn reactie hierop. De voorzitter: Een hele korte reactie, mijnheer De Looze. De heer De Looze: Ja goed, de wethouder kan er ook nog op reageren, denk ik. Maar Stedin heeft gewoon een gebied en daar is het de enige aanbieder. Je kan als consument niet kiezen voor Stedin of iets anders, je moet bij Stedin de aansluiting hebben. Mevrouw Stolk: Dat klopt, dat is tot nu toe zo, maar Stedin zit ook in Zeeland, Friesland, ze zitten overal, hè? Ze zitten ook in Duitsland. Maar goed, daar denken we dan allebei verschillend over, dat mag. De voorzitter: Mijnheer Merx. De heer Merx: Ja, dank u, voorzitter.

Ik ben het eigenlijk eens met wat de heer De Looze zojuist zei, want er is gewoon geen concurrentie. De overheid heeft besloten dat de stroom en het gas, dat wordt in concurrentie aangeboden, maar het net via welke het verspreid wordt door het land, dat is een nutsvoorziening en dat is van dermate groot belang voor ons land dat niemand daar een schotje in kan zetten en zeggen: nou, sluiten we Dordrecht af van het stroom of zo, of Nederland, of weet ik veel wie. Vandaar dat gezegd is: nee, het land is verdeeld in een aantal delen waar een netbeheerder verantwoordelijk is voor het beheer en het onderhoud van het net. Het kan dus niet zo zijn dat er dadelijk een concurrent komt of dat er vijf leidingen naast elkaar liggen waar mevrouw Stolk uit kan kiezen via welke leidinkje zij het gas of de elektra wil krijgen. Dus daar slaat u, met alle respect, een klein beetje de plank mis. Dan is mijn vraag aan u: mocht de heer De Looze nou gelijk hebben, hij zegt ‘er is geen sprake van concurrentie’ – en de wethouder gaat dat zo duidelijk uitleggen of hij gaat zeggen ‘die De Looze en Merx snappen er niks van’, dat kan ook – maar stel dat wij gelijk hebben, bent u dan bereid uw mening te herzien? Mevrouw Stolk: Dat weet ik op dit moment nog niet. Wij zien het in dit geval toch anders, wij hebben heel veel … De heer Merx: Nee, maar dat is duidelijk, u ziet het anders.

Maar als nou … Mevrouw Stolk: Nee, daar ga ik nu nog geen antwoord op geven. De heer Merx: O, dat vind ik jammer. De voorzitter: Dat is ook een antwoord, mijnheer Merx.

50

Mevrouw Stolk: Maar ik laat mij geen antwoord … De voorzitter: Gaat u verder, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: … ontlokken. Even kijken waar ik gebleven ben. Ik had gezegd dat Dordrecht niet competent is op het gebied van beleggingsgebied en de gemeentegelden niet bedoeld zijn om te investeren in een commercieel bedrijf. Zo zien wij dat, althans. De VSP wil de huidige belegging in Stedin te gelde maken en deze investeren in Dordrecht. Het gaat hier om een bedrag van 245 miljoen, die nuttig kan worden ingezet voor, ik noem maar een voorbeeld, en zeker met de ambitie ook van dit college, het investeren in het spoor, huisvesting. Laten we vooral ook niet vergeten dat we met gemeenschapsgeld hier in Dordrecht, één op de tien inwoners van Dordrecht leven onder de armoedegrens. Daar wil ik het voor de eerste termijn even bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ja, mijnheer Merx. U vraagt hoe … De heer Merx: Ja, hoeveel, want ik hoor mevrouw Stolk – voorzitter, via u – zeggen dat wij 245 miljoen zouden investeren in deze volgens de VSP commerciële aanbieder van netten. Of heb ik dat verkeerd gehoord? Mevrouw Stolk: Nee, nee, nee. Wij hebben 9,05 procent aandelen van Stedin en als je gaat kijken wat de waarde op dit moment is bij de Agio, dat is 2,7 miljard. Als je daar 9,05 procent van neemt kom je op 245 miljoen uit.

Dus als wij nu uit Stedin zouden stappen en we zouden het bijvoorbeeld aan Rotterdam verkopen of aan een andere, dan kom je op een bedrag van 245 miljoen. Dat heb ik even zo snel uitgerekend. De heer Merx: O, voorzitter, maar u wilt ze verkopen? Mevrouw Stolk: Ja. De heer Merx: Aha. Mevrouw Stolk: Want wat je dan kan krijgen voor die aandelen eventueel, 245 miljoen, waarvan ik dus al aangaf: dan zou je bijvoorbeeld kunnen investeren … De heer Merx: Nee, maar het is helder, ik … Mevrouw Stolk: ‘…’ De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merx. Mevrouw Stolk, u was klaar met uw woordvoering? Mevrouw Stolk: Ja, tenzij er nog meer vragen zijn. De voorzitter: Nee, die zijn er nu niet. Mevrouw Stolk: Dat is nou jammer, zeg.

51

De voorzitter: Ja, ik zie de heer ’t Lam. De heer ’t Lam, want dan mag u op de heer De Looze en u had ook nog even op, want u had nog wat van mij tegoed op de ChristenUnieSGP. Graag korte vragen. De heer ’t Lam: Ik zal het proberen, voorzitter. Even richting mevrouw Stolk, die wil de aandelen verkopen. Ik ben benieuwd aan wie ze die aandelen dan wil verkopen, dat hoor ik graag van haar. De vraag naar aanleiding van de opmerking van mijnheer De Looze en ook D66 en de VVD spreken van het behalen van drie procent rendement. De collegepartijen zijn altijd heel trots dat we de belastingen zo laag houden in Dordrecht, maar via een omweg brengen we natuurlijk bij de inwoners onder de naam van betalingen die we als Stedin moeten doen wel belastingen in rekening, want ze zullen de drie procent gewoon moeten betalen, de inwoners. Mensen die op een minimum zitten krijgen dus wel kwijtschelding van belastingen, maar niet per Stedin. Dus wij vinden het een vertekening van het beeld door te zeggen: we halen goed rendement. Want het gaat over de rug van de inwoners. Dan ben ik nog benieuwd naar het antwoord van mevrouw Stolk, aan wie ze de aandelen wil verkopen. Mevrouw Stolk: Dat is even om het even, maar ik ben het wel eens, hoor, wat u zegt over het rendement. Daar ben ik ook niet zo zeker van. Aan wie verkopen? Ja, weet je, je hebt aandelen, die kan je kopen en die kan je verkopen.

Dat is me even om het even aan wie we die verkopen, maar je kunt ze bijvoorbeeld verkopen aan Rotterdam, ik noem maar wat. De heer ’t Lam: Ja, kijk, je kunt ze wel verkopen aan de gemeente Rotterdam, maar je kunt ze niet aan iedereen verkopen, mevrouw Stolk. De voorzitter: Dames en heren, we kunnen nu een hele discussie houden over het verkopen, maar dat staat nu niet op het programma. Sorry, mijnheer ‘t Lam. Mevrouw Stolk: Maar dat zeg ik toch? De heer ’t Lam: Maar mevrouw Stolk zegt iets wat niet kan. Mevrouw Stolk: Nee, dat zei ik niet. Ik zeg: het is mij om het even. Ik heb gezegd: bijvoorbeeld aan Rotterdam. Pin mij nou niet vast op welke gemeente dat nou precies is. De voorzitter: Helder. De heer De Looze had ook een vraag aan mevrouw Stolk? De heer De Looze: Nee, maar mijnheer ‘t Lam heeft mij een vraag gesteld. De voorzitter: Oké, sorry. De heer De Looze: Zijn punt was: die drie procent, het is inderdaad beter dan nul procent. Maar drie procent, en ik was ook bij die informatiesessie, het is ook duidelijk uitgelegd dat dit uiteindelijk voor Stedin en ook gewoon voor de inwoners de beste constructie is voor iedereen. Dus wat dat betreft, daarom steunen wij dit. Drie procent rendement op het eigen vermogen is echt heel weinig, maar omdat Stedin zoals we eerder aangaven de enige aanbieder is, is het risico ook heel laag, dus is drie procent gewoon normaal, gewoon netjes.

Iets anders wat wel zo is, al die investeringen moeten

52

uiteindelijk wel gedragen worden door de inwoners. Dus dat is iets anders, dat is natuurlijk wel een zorg. Maar goed, we kunnen denk ik niet anders en uiteindelijk is het ook goed dat we die transitie maken naar duurzame energie. Maar ik denk dat die drie procent, dat is gewoon heel netjes. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Looze. Dan gaan we nu verder met Beter Voor Dordt, wie van u mag ik het woord geven? De heer Merx: Voorzitter, voorzitter, voorzitter? De voorzitter: Ja? De heer Merx: Ik had al gemeld dat ik ook nog een vraag had aan de heer ’t Lam. De voorzitter: Oké. Ik dacht: Stedin kan zelf terugkopen. Toen dacht ik dat u schreef: ik aan ’t Lam. Dus dat u aandelen wil verkopen aan de heer ’t Lam. Ja, op dit tijdstip dacht ik: wat een leuke grap. Maar u wilt nog een vraag stellen. Want we gaan nu allemaal interrumperen op elkaar en er moeten nog een aantal mensen een woordvoering houden. Dus graag kort. De heer Merx: Ik reageer eigenlijk op de woordvoering van de heer ’t Lam, waarin hij twee keer zegt dat een aantal partijen het wel erg makkelijk maken en over de rug van de bewoners van Dordrecht drie procent rendement gaan halen. Dan maakt u het verhaal alleen niet af, want – en daar vraag ik wel even uw reactie op, de heer ’t Lam – wij verzorgen ook die voorzieningen. Die kwijtschelding, dat is niet iets wat, dat moet ook betaald worden.

Dus de afvalstoffen die nu opgehaald worden en dat soort zaken en die uiteindelijk kwijtgescholden worden bij bepaalde bevolkingsgroepen, om het zo maar te zeggen, dat moet wel ergens van betaald worden. Want de HVC zegt niet: we sturen geen rekening. Die rekening betalen wij met zijn allen, dus die drie procent rendement kunnen we ook wel weer goed besteden voor onze stad, wil ik maar zeggen. Maar dat vindt u niet zo belangrijk? De heer ’t Lam: Ik snap eerlijk gezegd uw vraag niet helemaal. Mijn stelling is dat als we drie procent rendement krijgen, dat we dat het beste terug kunnen geven aan alle inwoners, want alle inwoners moeten nu via de tarieven meer betalen. Ik gaf al aan dat als je bij Stedin meer moet betalen, dat je in ieder geval geen kwijtschelding kunt krijgen. De heer Merx: Nee, precies. Maar mijn stelling is: die drie procent, uiteindelijk komt die ten goede aan Dordrecht en aan de inwoners. De heer ’t Lam: Ja, en die wordt opgebracht door alle inwoners, ook door de minima. De heer Merx: Ja, wat is daarop tegen? De heer ’t Lam: Die hebben in verhouding de zwaarste lasten. De heer Merx: Overigens, dat geldt voor bijna iedere Dordtenaar, hè? Die betaalt belastingen.

53

De voorzitter: Heren, ik wil deze discussie even stoppen. We hebben nog een paar woordvoeringen te gaan en ik wil nu echt het woord geven aan Beter Voor Dordt. Wie mag ik daar het woord geven? De heer Wringer. Mevrouw Stolk: Voorzitter? Heel even. De voorzitter: Ja, mevrouw Stolk? Nee, we gaan echt niet interrumperen op … Mevrouw Stolk: … ook geïnterrumpeerd en dat wordt ook toegestaan. Nou heb ik een interruptie en dan laat u hem niet toe. Ja, kom op, dit is een onderwerp waar we het over twintig miljoen hebben. De voorzitter: Mevrouw Stolk, omdat u zo aandringt mag u voor deze keer een interruptie plegen op degene die geïnterrumpeerd werd. Op de heer De Looze, neem ik aan. Gaat uw gang. Mijnheer Wringer, nog even geduld. Mevrouw Stolk: Dank, voorzitter. Daar is dit onderwerp net iets te belangrijk voor. Kijk, de heer De Looze geeft aan … De voorzitter: Wat een … Mevrouw Stolk: Ik vind dit wel heel vervelend, voorzitter, wat er nu gebeurt. Maar goed, nee … De voorzitter: Mevrouw Stolk, dit is een heel belangrijk onderwerp, maar we vallen in herhaling, de één na de ander herhaalt wat de ander heeft gezegd. Maar gaat uw gang, naar de heer De Looze. Mevrouw Stolk: Dank je wel, voorzitter. Voorzitter, de heer De Looze geeft aan dat hij het niet veel risico vindt met die aandelen en dat die drie procent, dat dat ook goed is voor de inwoners van de stad.

Maar wat nou als we inflatie krijgen, dan stijgt de rente. Dan dalen de aandelen. Hoe kijkt u daar dan tegenaan? Want die drie procent blijft die drie procent. Dan gaan wij niet mee naar zes procent, als de rente naar zes procent stijgt. Vindt u dat niet een risico wat u neemt met gemeenschapsgeld? De heer De Looze: Dat is wel waar. Het is ook wel in principe tot 2026, is dit preferente storting. Dus wat dat betreft is het niet dat we nu storten en het voor altijd kwijt zijn, dus zo is het ook niet. Maar het renterisico is wel degelijk een risico, dat klopt. Dat is eigenlijk, het kredietrisico van Stedin is heel klein, maar het renterisico is denk ik het grootst. Aan de andere kant, het schatkistbankieren, dat is natuurlijk ook bekend dat dat echt heel laag is. Die inflatie gaan we ook last van krijgen als we niks met het geld doen, dus dat verandert niet. Omdat we nu dat Eneco-geld al hebben gaan we daar ook last van krijgen. Dus wat dat betreft maakt dat niet uit. Mevrouw Stolk: Nog een korte interruptie, voorzitter. U zegt: daar lopen we niet zoveel risico. Als we die twintig miljoen gewoon op de bank laten staan dan hebben we gewoon die twintig miljoen nog.

Maar als we nu gaan investeren in Stedin en we krijgen een inflatie, en dan denk ik alleen maar aan de coronacrisis die er geweest is en wat zeker financiële gevolgen gaat hebben, zijn wij er niet zo zeker van of dat nu wel zo risicoloos

54

is, zal ik maar zeggen, wat een beetje aansluit op uw achternaam. Hoe kijkt u daar tegenaan? De voorzitter: Dit was de laatste interruptie, dan wil ik verder gaan graag. De heer De Looze: We krijgen die twintig miljoen terug, daar ben ik niet bang voor. Maar uiteindelijk moet het ook weer opgehaald worden bij onze inwoners, dus wat dat betreft is het ook een soort rondpompen. Maar het voordeel is dat je het wel gewoon op kan halen, door de tarieven. Dus dat risico zie ik niet. Die inflatie, dat risico is er altijd, maar dat verandert niet, of je het nou in Stedin stopt of op de bank zet, dat wordt wel minder waard. Dus dat maakt niet uit, of je het hierin stopt of ergens anders in. Het voordeel is dat er nu wel iets mee gebeurt, met het geld, namelijk dat de netten klaargemaakt worden voor de toekomst. Dus wat dat betreft gaat het geld wel rollen, zeg maar. Dus dat is goed, ook voor de aannemers, voor alle werkzaamheden in onze regio. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Looze. Dan gaan we nu doorrollen naar Beter Voor Dordt, de heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Er is al heel veel gezegd. Na het lezen van veel informatie en ook het bijwonen van de presentatie van Stedin begrijpt Beter Voor Dordt wel het verschil tussen Eneco en Stedin. Bij Eneco kun je kiezen uit Essent, Vandebron en de 61 andere energiebedrijven die Nederland rijk is.

Stedin, ik kan niet kiezen voor Liander, want ik heb geen lijntje van Liander in huis. Daarnaast mag Stedin niet zelf hun prijzen vaststellen, dat doet de Autoriteit Consument & Markt, en ook de taken die ze hebben. Dus we zien echt wel het verschil tussen deze twee bedrijven. Daarnaast gaan we er ook vanuit dat Stedin toch wel weer dividend aan hun aandeelhouders gaat uitkeren in de toekomst, dat is ook mooi. De tweehonderd miljoen die Stedin wil ophalen bij haar aandeelhouders is wel heel veel geld, maar een kleinigheidje bij wat ze totaal nodig hebben tot het jaar 2030. We snappen wel dat ze dat willen, want dan kunnen ze daarmee naar hun institutionele beleggers toe en zeggen: onze aandeelhouders doen ook mee. De energietransitie gaat natuurlijk heel snel, er komen in een recordtempo laadpalen, zonneparken, windturbines, ‘…’ bij. Al die energie moet van die bron naar de afnemers, dus Stedin is echt een onmisbaar bedrijf in de energietransitie. Dus vandaar dat we ook wel willen investeren. We hebben wel twee vragen aan de wethouder. Eigenlijk drie, maar de eerste is al meerdere malen gezegd: waarom investeert het Rijk niet? De tweede vraag is: we hebben begrepen dat er een lobby is gestart vanuit de Drechtsteden, om de investeringsruimte die nodig is voor de netbeheerders niet bij de gemeente te beleggen.

Betekent dat dat het college eigenlijk niet wil investeren of sluit het Dordtse college niet bij die lobby aan? Als laatste: we zijn een beetje bezorgd over de rol van die institutionele investeerders. Die brengen natuurlijk heel veel geld in en die willen daar ook zeggenschap en rendement uit hun investering terugverdienen. Hoe kijkt het college hier tegenaan? Daar wou ik het even bij houden, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Wringer. Dan heb ik nog van het CDA mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Jawel, voorzitter. De voorzitter: Kijk.

55

De heer Van der Kruijff: Dank u wel. Laat ik zo beginnen, ik zal niet alles herhalen wat gezegd is. We verkeren natuurlijk als Dordt wel in de fortuinlijke omstandigheid – dat is wel een goede term in dit kader – dat we honderden miljoenen hebben opgehaald van Eneco en ook tientallen miljoenen meer dan we initieel dachten te zullen ophalen. We weten ook met zijn allen dat we de komende dagen/weken gaan besluiten over hoeveel honderden miljoenen we daarvan kunnen reserveren om te investeren in deze stad, de Groeiagenda, in banen, sociaal en alles. Dan houden we nog tientallen miljoenen over. Het klinkt hartstikke luxe en wij denken dat het goed is dat je die tientallen miljoenen ook niet allemaal gaat uitgeven, maar dat je die ook nog even in de reserve houdt. Je geeft niet alles in één keer uit. Dan is het inderdaad zo dat je nul procent rente krijgt als je het op het moment verplicht bij de schatkist moest stallen. Als wij kunnen investeren in een nutsbedrijf, want dat is Stedin, dat is nut voor ons allemaal, het gaat over elektriciteitsleidingen, misschien straks over gasleidingen waar waterstof ook doorheen moet kunnen. Dat vergt grote investeringen en dat geeft drie procent rendement. Dat is zes ton per jaar en als het één procent wordt twee ton per jaar.

Dat komt ten goede van onze burger en dat betekent, als het geld op die manier binnenkomt, dat we het niet via extra belastingen op hoeven te gaan halen, dus dat is ook echt goed voor onze burger. Richting de heer ’t Lam zou ik willen zeggen: als wij hier niet in investeren doet een andere gemeente het wellicht wel en dan wordt de drie procent rendement ook gehaald, dus betaalt onze burger dat ook. Nu krijgen ze er in ieder geval nog iets voor terug. Ja, ik ben het met u eens: op landelijk niveau kun je er anders tegenaan kijken, maar voor de Dordtse burger is dat waar. Kortom, het CDA denkt dat dit goed is, ook als je kijkt vanuit spreiding. Het meeste geld wat Dordt heeft staat gewoon bij de schatkist. We hadden ooit honderden miljoenen bij Eneco staan, dat hebben we niet meer. We hebben nu nog een klein gedeelte en vanuit beleggingsoogpunt en spreiding is het echt heel verantwoord om het op deze manier te doen en nog twee tot zes ton per jaar rendement te maken, wat we in onze stad kunnen investeren en tegelijkertijd op die manier bij te dragen aan de noodzakelijke investeringen in ons energienetwerk. Dus het CDA kan instemmen met dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Kruijff. Van de PVV, is de heer Van Leeuwen nog aanwezig? Ik zie hem niet meer. Dan wil ik het woord geven aan mevrouw Van den Bergh, PvdA. Mevrouw Van den Bergh: Ja voorzitter, heel kort.

Wij gaan akkoord met het voorstel. Stedin moet zijn netwerk heel goed op orde brengen, gezien de toekomst. Er komt steeds meer vraag naar elektriciteit. Als er storingen zijn dan vallen niet alleen huishoudens stil, maar bedrijven en het hele land. Daarom moeten die investeringen gedaan worden en daar kunnen wij aan meehelpen. Waarborgen dat er altijd stroom is, dat is de opgave voor de toekomst. Onze vraag is wel: is er ook overleg met Rijk en provincie hierover, hoe zij daartegen aankijken? Wij gaan akkoord dat wij die aandelen kopen voor 28 miljoen. Wat ons betreft zou het bedrag nog wel hoger kunnen, voor bijvoorbeeld steden die daar niet in kunnen investeren. Niet iedereen kan dat. Wij zien dat het oplevert, er is drie procent rente en misschien ook nog wel voor langere termijn en misschien ook omhoog. Wij willen ook wel meer duidelijkheid over die afspraken over die drie procent, dan horen we het van de wethouder. Dat was het.

56

De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik, denk ik, iedereen gehad en zou ik aan de heer Burggraaf willen vragen of hij op de nog openstaande vragen antwoord kan geven. Mijnheer Burggraaf, komt u er maar in. Wethouder Burggraaf: Dank, voorzitter. U ziet mij? De voorzitter: Zeker, en ik hoor u. Wethouder Burggraaf: Ik haper niet? De voorzitter: Nee, helemaal niet. Wethouder Burggraaf: Kijk, mooi. Allereerst inderdaad een technisch verhaal, ingewikkelde materie. Maar ik constateer ook in de commissie een heel levendig debat met heel veel inhoudelijke kennis, die ook denk ik in de informatiesessies is opgedaan. Dus ik constateer daaruit dat het kennisniveau ook hoog is en dat is belangrijk bij deze belangrijke beslissing. Dat scheelt ook wel weer in de beantwoording van een aantal vragen, want die heeft u in het debat onderling al zelf ook goed kunnen geven. Om maar eens even te beginnen bij de storting, de kapitaalbehoefte. Daar speelt inderdaad, velen van u zeggen dat, bij de energietransitie en de verhoogde investering die eruit voortkomt een belangrijke rol vanuit het Rijk. Want het is een Rijksopgave, een landelijke opgave, een energietransitie waar veel extra investeringen uit voortkomen. Dat is ook hetgeen wat de aandeelhouders vanaf het begin, dat de kapitaalbehoefte naar boven kwam, altijd de inzet is geweest.

Dat is ook de reden dat u ziet dat er nu niet voor de verwachte kapitaalbehoefte van 750 miljoen wordt gevraagd, maar voor 200 miljoen, precies om de reden dat we hebben gezegd: we zijn als aandeelhouder verantwoordelijk om bedrijven goed te kapitaliseren, maar we vinden echt dat het Rijk hier ook nog een rol te spelen heeft, dus we doen niet meer dan strikt noodzakelijk. Er was ook nog een vraag van, ik weet even niet meer wie het was, GroenLinks geloof ik: had dit niet eerder op tafel kunnen liggen? Er is een intensief traject geweest van ik denk twee jaar tijd om met elkaar ook echt scherp te krijgen wat er aan kapitaalstorting nodig is en om ook de governance-discussie – dat is een andere vraag, die is ook in het voorstel wel duidelijk aangegeven – we echt wel een betere positie als aandeelhouder krijgen, om dat ook bij het voorstel te krijgen. Dus richting het ACM, richting de Tweede Kamer met de VNG, daar lobbyen we ook echt om de boodschap neer te leggen: wij nemen als aandeelhouder verantwoordelijkheid, maar u heeft als Rijk ook nog een aantal dingen te doen om te zorgen dat feitelijk wat er nu ontstaat in een stabiele markt is het ACMtarievensysteem voldoende om gewoon je investeringen te kunnen betalen.

Omdat je nu zo’n grote stijging in investeringen hebt moet je heel veel voorfinancieren en dat komt nu op het bordje van de aandeelhouders terecht en daar zou ook een andere keuze in gemaakt kunnen worden. Dan de categorie vragen die gaan over: is het nou een gunstig voorstel wat er ligt en hoe zeker zijn we nou met het rendement wat erop zit? De drie procent die is genoemd, dat is een tariefrentevergoeding die vaststaat tot 2026. Er zit een ondergrens daarna in van tenminste één procent rente. Je zal zien dat in dat geval er een discussie zal zijn over financieren of bij je aandeelhouders via dit product of bij andere investeerders. Dan volg je toch vaak ook de marktrente. Dus ik voorzie dat je daarmee best een aardig meebewegen hebt in de rentevergoeding met de kosten die je op dat moment hebt om kapitaal aan te moeten trekken. Ik wil ook daar nog even aan toevoegen dat de suggestie: nou ja, maken we het niet zo duurder voor Stedin, want ze

57

moeten over dat kapitaal natuurlijk rente betalen? Kijk, als u het niet doet, als u als aandeelhouder niet bijstort dan zal er of het risico ontstaan dat de credit agency, dat is het bedrijf dat de kredietrisico-inschatting doet zegt: het wordt een risicovoller bedrijf. Dat betekent dat er een hogere risicovergoeding moet komen en dat betekent dat je het kapitaal wat je hebt, dat je daar meer over moet betalen, met als gevolg een veel hogere stijging van de tarieven. Dus daarmee is het in ieder geval vanuit financieel perspectief gunstig om deze stap te zetten. Dan nog even over die risico’s, er was ook nog een discussie, maar daar heeft u eigenlijk onderling in het debat ook al duidelijk gemaakt: het is inderdaad gewoon zo dat het een gereguleerd bedrijf is – Rothschild geeft dat ook aan – waarmee de risico’s ook gereguleerd zijn en niet hoog zijn in de bedrijfsvoering. Dan nog een aantal partijen die zeiden, ik hoor de ChristenUnie-SGP dat eigenlijk al zeggen: zouden we niet meer moeten storten? De PvdA zei dat het meest duidelijk. Daar zou u voor kunnen kiezen. Er is nu een minimale variant als je kijkt naar het aandeel wat we hebben van 18 miljoen, daarvan hebben we nu voorgesteld om 20 miljoen te storten. Papendrecht heeft al aangegeven: wij nemen de maximale 200 procent, want dat is namelijk wat we hebben afgesproken.

Je kan ook als aandeelhouder kiezen: voor de gemeentes die het niet doen kan je ook kiezen om tot maximaal 2 keer je aandelenbelang erin te zetten. Dus u zou er ook voor kunnen kiezen om te zeggen: nou, we willen niet 20 miljoen, maar 36 miljoen investeren. Dan zou u het voorstel moeten amenderen. Het voorstel is nu in ieder geval 20 miljoen. Even kijken, de lobby in de regio waar Beter Voor Dordt het over had die is mij niet bekend, daar is in ieder geval Dordrecht geen onderdeel van. Wat is de rol van de commerciële investeerders? Die hebben verder geen stemrecht, die hybride kapitaalverschaffer. Misschien is dat niet helemaal de juiste omschrijving, maar ik zie meer in de categorie van de bankrelatie dan in de categorie van een investeerder met achtergesteld kapitaal. Nou, volgens mij heb ik dan alle vragen wel beantwoord. Zo niet, dan hoor ik dat nog wel van de voorzitter, denk ik. Mevrouw Stolk: Als de voorzitter er niet is dan heb ik nog wel een vraag. Wethouder Burggraaf: Ik zat te kijken, ja, of mijn verbinding bleef hangen, maar dat is niet … De voorzitter: Sorry. Nee, ik was er wel, maar ik was even uit beeld. Ik vergeet even mijn camera aan te zetten. Mevrouw Stolk heeft nog een vraag, want dat was mijn vraag: de commissie moet uitmaken of er nog vragen zijn. Ik heb alles nagekeken en ik dacht dat alles voldoende beantwoord was.

Ik kan geeneens meer praten, einde van de avond en morgen en overmorgen-avond hebben we ook nog wat. Maar we gaan even gewoon door, ik neem een slok water en dan gaat het vast weer verder. Mevrouw Stolk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Dank, voorzitter. Voorzitter, als laagste overheid – want u zegt, het is niet helemaal risicoloos – als laagste overheid, de gemeente, gaan we investeren in Stedin. Maar eigenlijk, de heer ‘t Lam vroeg dat ook al, de kans is natuurlijk wel dat Stedin overgenomen wordt door een andere netwerkprovider. Stedin staat volgens mij ook op de beurs in Luxemburg. Dus ja, weet je, je kan zeggen: gereguleerd. Dat vraag ik me dan af. Maar waarom de laagste overheden de grootste risico’s nemen, terwijl de provincie en het Rijk nog niet geïnvesteerd hebben, dan hebben we toch wel degelijk een risico? Of bent u dat niet met mij eens?

58

Wethouder Burggraaf: Voorzitter, er zitten een aantal vragen in. Het is geen beursgenoteerd bedrijf, de aandeelhouders zijn de gemeentes in het gebied. Daar waar het een beursnotering betreft is het gewoon puur het hybride kapitaal wat erin zit en wat ik eerder benoemde. We zijn juist eerder bezig om te kijken: hoe kunnen we nou zorgen dat, dat is eigenlijk de andere stap in de kapitaalverschaffing waarvan we hebben gezegd, Stedin is actief in een werkgebied waar bijvoorbeeld Utrecht, maar ook Zeeland niet aandeelhouder zijn. Dus dat is een andere inzet die we hierna ook nog doen, naast de inzet richting het Rijk, dat we zeggen: het zou goed zijn als ook de andere gemeentes waar dat netwerkbedrijf actief is, als die ook aandeelhouder zouden worden. Maar dat zijn de volgende fases en andere gesprekken die gevoerd worden. Je hebt als aandeelhouder uiteindelijk een verantwoordelijkheid te dragen om te zorgen dat een bedrijf ook goed gekapitaliseerd is. Nogmaals, dat hebben we gedaan door de uitsplitsing te doen waarbij de initiële vraag was: we hebben een kapitaalbehoefte van 750, kunt u daarin voorzien? En waarvan we juist hebben aangestuurd op: nee, dat doen we nu voor wat nu nodig is, dat is de eerste stap, de eerste fase, 200.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/294/documents/10676