CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen 18 mei 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 22 juni 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Raadsvergadering van 26 mei 2021, de Commissie Grote Projecten van 20 mei 2021 en de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 12 mei, 18 mei en 2 juni 202134.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

20

hele lichte horeca veel beter een aanvulling dan in kinderopvang. Want kinderopvang is geen aanvullende functie die past bij het karakter van het park. Dus dan gaat u voorbij aan de uitgangspunten waar wij zelf met elkaar akkoord mee zijn gegaan. De voorzitter: Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Dat is maar net hoe je er tegenaan kijkt, mijnheer Schalken. Want je kunt ook zeggen: het past uitstekend ook in een educatieve functie. Kinderen zien hoe in het park beheerd wordt, want als Staatsbosbeheer daar blijft … Of Staatsbosbeheer, ik zit nog steeds bij de Biesbosch. De voorzitter: Dat is een hele andere groep. Mevrouw Van den Bergh: Stadsbeheer. Dan kun je ook kinderen meenemen in de functie van een park, hoe het park wordt onderhouden, wat je daarmee kunt doen en wat je er niet mee kunt doen. Wij zien daar wel degelijk ook een educatieve functie in. Ook voor het park, ook kinderen worden uiteindelijk grote mensen. De heer Schalken: Voorzitter, ik vind het vergezocht, maar ik ben benieuwd naar de reactie vanuit het college. De voorzitter: Dan wil ik nu overgaan – dank u wel, mevrouw Van den Bergh en dank u wel, de heer Schalken – naar de heer De Lijster. Ja, doe ik het op de goede volgorde. De heer De Lijster: Dank u wel, voorzitter. Ik zal ook niet te veel gaan herhalen. In de eerste plaats ook dank aan de heer Wildeman om in te spreken.

Wat GroenLinks betreft, GroenLinks kan zich ook vinden in een open procedure voor lichte horeca, wat inderdaad wel past bij het park. Waarbij wij graag de mogelijkheden voor ‘…’ ten aanzien van educatie en expositie ook in wordt meegenomen. Natuurlijk mits de activiteiten en daarbij mogelijk grotere aantallen bezoekers de flora en fauna en de nodige rust voor de verblijvende dieren niet wordt aangetast. Dan zal ik ook nog wel reageren, natuurlijk zijn wij ook blij met een openbaar toilet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Lijster. Dan kom ik bij de heer Veldman, ChristenUnie-SGP. De heer Veldman: Voorzitter, dank. Veel is al gezegd. Ook voor onze fractie is het Merwesteinpark van groot belang. In onze optiek wordt de publieke functie van het park echt versterkt als daar heel beperkte horeca plaats heeft. Op internet zat ik even te kijken: wat is nou lichte horeca? Volgens mij heb je het dan over een tearoom en dat type horeca, waar je even kortstondig een hapje en een drankje doet, dus daar hebben wij geen moeite mee. Wel vinden wij natuurlijk, en dat is een terugkerend punt denk ik van onze fractie, aandacht voor de omgeving, omwonenden, met name op het gebied van leefbaarheid, geluidsoverlast. Dan denk ik ook even, of dan leg ik de relatie ook even met Art & Dining in de binnenstad.

Dat is natuurlijk relatief kleinschalig, maar worden af en toe ook vergunningen voor wat grootschaliger activiteiten gegeven. Daar weten we ook van dat dat echt niet op de steun van de omgeving kan rekenen, dus graag op dat punt ook vanuit het college de toezegging dat dat hier niet aan de orde is. Voorzitter, mij moet toch een beetje van het hart: wij zijn wel erg van de monumenten, dat mag breed

21

bekend zijn, maar we moeten wel een beetje reëel blijven, we hebben het hier gewoon over een schuur uit 1946, ook niet uit de middeleeuwen. Als ik dan zie hoe uitvoerig het college aan stukken heeft toegevoegd. Aan de ene kant complimenten daarvoor, aan de andere kant denk ik: nou ja, dan is het misschien bij andere monumenten in deze stad wel eens een beetje te weinig, laat ik daar dan mee afsluiten. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Veldman. De heer Polat, D66. De heer Polat: Dank. D66 is wel voor lichte horeca in het park. Wij zouden dat ook graag aangevuld willen zien met een educatieve functie, waar we vandaag al wel informatie over kregen, over dat park, maar ook in de breedte van de stad. Dus dat zien wij wel als een meerwaarde. Verder is natuurlijk, de heer Wildeman hebben wij aangehoord over Berckepoort, maar ja, het park is natuurlijk alleen via Berckepoort te bereiken. De voorzitter: Berckepad, bedoelt u waarschijnlijk. De heer Polat: Berckepad, sorry, Berckepad. De voorzitter: Berckepoort is ook weer wat anders. De heer Polat: Dat is waar. Maar ook via Groenedijk, Vrieseweg en ook Singel. Dus wat dat betreft, het is ook een klein park, dus wat dat betreft, dat moet in onze optiek niet zo’n groot probleem zijn. Ik ben zelf opgegroeid in die wijk, dus ik weet het park vrij goed.

Ik heb onder al die bomen vroeger zitten knikkeren, dus dat is mij ook bekend. Dus wat dat betreft, het lijkt me gewoonweg een goede optie om daar een horecafunctie bij te plaatsen. Daarbij wil ik wel even opmerken dat de criteria die door de heer ‘t Lam zijn voorgesteld, dat die natuurlijk ook ons aanspreken, dat die ook meegenomen gaan worden bij de aanbesteding van de horecafunctie. Tot zover onze bijdrage. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Polat. Dan last but not least, de heer Van Leeuwen, PVV. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Op zich vindt de PVV het geen slecht idee om het park Merwestein aantrekkelijker te maken door daar horeca aan toe te voegen. Wel onder bepaalde voorwaarden. Misschien verrassend, maar ook de PVV zou daar graag een toilet willen zien op die plek, om mensen van wat meer gemak te voorzien. Verder de nadruk op een lichte horeca, dus echt geen grootschalig gebeuren. Misschien een klein terrasje, liefst dan geen, ik geloof eigenlijk helemaal geen geluidsoverlast. We zijn erop zich voor, alleen we vinden wel dat de wethouder een belangrijke stap heeft overgeslagen en daar wil ik nog een vraag over stellen aan de wethouder. Dat heeft te maken met het overleggen met de belangrijke participant, de Stichting Park Merwestein.

Waarom heeft de wethouder überhaupt geen overleg gevoerd met deze stichting? Kunt u beargumenteren waarom u ervoor koos een collegebesluit te nemen zonder overleg met deze participant? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. O, ik hoor een echo. Is die weg nu? Mevrouw Koene: Ja.

22

De voorzitter: Oké. Nou, mevrouw Koene, u mag ook nog. Eindelijk weer eens als hekkensluiter. Mevrouw Koene: Ja, nou ja, inderdaad. De voorzitter: Die positie heeft u gedurende de afgelopen jaren moeten opgeven, maar vanavond mag u deze rol weer vervullen. Mevrouw Koene: Best wel spannend. De voorzitter: Mijnheer Merx wil een interruptie plegen? Mevrouw Koene: Ik heb nog geeneens wat gezegd. De voorzitter: Nee, kan je nagaan. De heer Merx: Dat roept u over u af. De voorzitter: Maar heeft u een interruptie nu al op mevrouw Koene of is het nog aan de heer Van Leeuwen? De heer Merx: Nog aan de heer Van Leeuwen. Mevrouw Koene: Oké. De voorzitter: Dan mag u nog even weg, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, dan ben ik nog even weg. De heer Merx: De heer Van Leeuwen stelt dat er totaal geen overleg is geweest met de stichting, maar waar haalt hij dat vandaan? De heer Van Leeuwen: Ik heb dus net de vraag aan de heer Ad Wildeman gesteld: in hoeverre is er overleg geweest met het college? Toen antwoordde de heer Wildeman: geen. Dus ik ga ervan uit dat die informatie uiteraard correct is. Er is geen overleg geweest met het college en dat betreurt de PVV. Ik vind dat dat … De heer Merx: Dan betreurt het mij, want u heeft ook de heer Wildeman horen zeggen: ik zit er pas net, dus ik weet ook niet alles.

Dus u kunt het de heer Wildeman niet kwalijk nemen, maar ik kan het u wel kwalijk nemen of in ieder geval de vraag stellen: heeft u de raadsinformatiebrief gelezen of het voorstel en zo ja, waarom heeft u dan niet gelezen dat er staat dat het participatieproces is doorlopen om tot dit voorstel te komen? Daarin staat om te beginnen dat op 28 juli 2020 het bestuur van de stichting gesproken heeft met een afgevaardigde van de gemeente. Dan worden er nog een aantal data genoemd waarin het bestuur is betrokken, en zelfs ook de heer Wildeman heeft gezegd – dus ik snap niet eens waar u het vandaan haalt, maar dat kunt u mij wel uitleggen – de heer Wildeman heeft gezegd dat ze zelfs vragen hebben mogen inschieten voor de enquête. Dus de stelligheid waarmee u beweert dat er niks gebeurd is, hoe komt u daarbij?

23

De heer Van Leeuwen: Goed, hoe kom ik daarbij? Ik lees in ieder geval dat het bestuur van de Stichting Park Merwestein op de hoogte stelt, even uit mijn hoofd op 15 april, dacht ik even. Eén dag voor of na de commissievergadering. Althans, dat heb ik wel van de wethouder. In ieder geval, het tweede punt is wat ik ook nog even wil noemen, is dat het bestuur van het park is gekomen met een alternatief en in ieder geval is dat alternatief niet verwerkt in de enquête die uitgeschreven is door het college. Dus dat is op zich ook een ander punt, wat ik wilde zeggen, wat ik heel vreemd vind. De voorzitter: Mijnheer Merx heeft nog een korte opmerking. De heer Merx: Sorry, er zat ergens iemand enorm te hoesten. Maar u spreekt zichzelf nu tegen. U zegt dat er niet is gecommuniceerd. Tegelijkertijd zegt u, dezelfde vragen zijn meegenomen, terwijl uw gewoon in uw eigen raadsvoorstel, wat in een bundeltje zit, kan lezen dat er vanaf 28 juli 2020 – en ik ga het niet allemaal voorlezen – overleg is geweest met de stichting. De heer Van Leeuwen: Ik begrijp dat u de wethouder … De heer Merx: Maar dat gelooft u niet? De heer Van Leeuwen: Nou, ik weet niet of ik het wil geloven. Het gaat er mij even om dat in ieder geval er, laat ik het even anders stellen, onvoldoende overleg is geweest, want het alternatief wat het bestuur van het park heeft voorgesteld is niet verwerkt in de enquête.

Dus het bestuur heeft zich niet herkend in het feit dat er overleg zou moeten zijn. Maar laat de wethouder daar maar een antwoord op geven. De heer Merx: Maar dat is een andere vraag, voorzitter, dat is een andere vraag. De voorzitter: Mijnheer Merx, ja. De heer Merx: Ik constateer dat u ruimschoots overleg heeft gepleegd. Ik constateer ook dat u de vragen, ingestoken door de stichting, niet heeft meegenomen in de enquête. Dat is een andere vraag dan de stelligheid waarmee u beweert, voorzitter, dat de stichting totaal niet is betrokken. Hier laat ik het bij. De heer Van Leeuwen: Goed, oké. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merx. Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank u wel, voorzitter. Kort. Ik hoorde de heer Veldman ook al iets zeggen, dat hij opgezocht had wat ‘lichte horeca’ nou precies is. Dat is misschien toch wel … De voorzitter: Dat heeft u vast ook gedaan. Mevrouw Koene: Ja, nou ja, goed. Maar iedereen heeft daar een andere interpretatie van, dus ik hoor graag van de wethouder wat het college zich daarbij voorstelt. Daarnaast heb ik nog wel even de vraag namens Gewoon Dordt, er wordt gesproken, binnen de

24

gemeente doen we dat al jaren om panden juist af te stoten. Er staat dat op advies van BOEi nu wordt geadviseerd om te verhuren, omdat er dan meer controle over kan zijn, waarbij wij ons dus afvragen waarom dat niet notarieel vast te leggen is, want dat is namelijk wel een mogelijkheid bij verkoop en dat strookt dan wel meer met de afspraken die we hebben binnen de gemeente met betrekking tot vastgoed. Dus daar wil ik wel een antwoord op hebben. Als het dan dus niet verkocht wordt, er moeten afspraken gemaakt worden met betrekking tot investeringen die gedaan worden. Hoe wil de gemeente daarmee omgaan? Dus afspraken maken is leuk, maar voor hoeveel wil je als gemeente investeren? Wil je het met – hoe noemen ze dat? – iets met dat je alleen de sleutel om hoeft te draaien voorbereiden of hoe? Dus dat vinden wij interessant om te weten, voorzitter. De voorzitter: De aanvullende vragen komen bij het rijtje waar we zo van de wethouder gaan horen. En de heer Wisker, ik dacht steeds: we zijn aan het einde van de woordvoering, maar de heer Wisker is ook nog aan de beurt. Mijnheer Wisker, VSP. De heer Wisker: Zoals altijd bijzonder kort, mevrouw Kruger. Bijna alles is natuurlijk al gezegd en gevraagd.

Ik werd alleen door de heer Wildeman – dank overigens, ook namens de VSP, voor zijn inbreng – getriggerd toen hij zei dat het Berckepad vrijwel ongeschikt was om een wat grotere toeloop te herbergen. Dus mijn vraag dan aan het college is: wat gaan ze daaraan doen? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ja, mijnheer Burggraaf, een heel rijtje met vragen voor u. Wethouder Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Waar u vast kort en krachtig op kunt antwoorden. Wethouder Burggraaf: Ik ga ze proberen te bundelen, voorzitter. Ik denk maar om even te beginnen, de vraag van de SP en een aantal vragen die daaraan relateerden, hoe het college uitvoering heeft gegeven sinds die motie van 2016, waarbij door de raad was meegegeven dat daar de parkgrenzen behouden moesten blijven en in gesprek met de Stichting Park Merwestein gegaan moest worden om ook daar met hen te kijken naar de toekomstige invullingsmogelijkheden. 2016 was die behandeling, inmiddels zitten we in 2021 en in 2020 zijn we echt daadwerkelijk … De voorzitter: U valt een beetje … Wethouder Burggraaf: … pas met de stappen naar herbestemming en in de toekomst herbestemming. De voorzitter: Mijnheer Burggraaf, u valt weg. Wethouder Burggraaf: Hoort u mij nu? De voorzitter: Ja, maar wel heel stotterend.

25

Wethouder Burggraaf: Oké, wacht even, hoor. Ik kijk of ik een andere verbinding. Nee, ik heb wel de snelste verbinding staan, dus misschien als ik dan de video uitzet, dat dat helpt. De voorzitter: Zo gaat het wel beter. Wethouder Burggraaf: Zo, ben ik zo beter te verstaan? De voorzitter: Niet te veel bewegen en doorpraten. Wethouder Burggraaf: Oké. Ik hoop dat het nu beter gaat. Ik was gebleven bij het punt van 2020. Dat komt omdat in die tijd in de raad ook heel veel panden op dispositie waren geplaatst, dus we moesten met een flink aantal panden een proces ingaan voor verkoop, dat kostte veel tijd. Dus het was pas in 2020, rond de tijd dat we echt aan dit pand toekwamen, in ieder geval in deze collegeperiode. Vervolgens hebben we in het college discussie gehad: hoe gaan we nou op dat punt komen dat die parkgrenzen onderdeel blijven uitmaken van het park? Dat was de eerste stap. De keuze om in ieder geval te zorgen dat de grond niet verkocht zou worden, het andere verhaal, verkoop/verhuur, dat is onderdeel van het onderzoek van Stichting BOEi geweest. Vervolgens, u heeft het in de brief kunnen lezen: 28 juli 2020 met de stichting om tafel gezeten, 6 november nog een keer samen met collega Stam, die over de parken gaat. Dat is 2 december geweest, waarbij we de stichting BOEi ook hebben geïntroduceerd bij de Stichting Park Merwestein, die het onderzoek ging doen.

Daar hebben we het proces verder mee afgestemd en hebben we gezegd: gegeven die motie en uw betrokkenheid in de directe omgeving geven we u de ruimte om ook vragen mee te geven. Er wordt wel door het onderzoeksbureau OCD uitgevoerd en die hebben vanuit hun professionaliteit, welk type vragen, de balans tussen vragen, je hebt dan ook een uitkomst te hebben die statistisch, waar je wat mee kan. Dat hebben we toen ook meegegeven aan de stichting: die slag gaat er wel overheen. Dus dat verklaart waarom de stichting zegt: we hebben vragen ingediend, maar we zien ze niet allemaal letterlijk terug. Dat komt omdat je gewoon bij een enquête beperkt bent tot een maximum van een aantal vragen en omdat daar een vertaalslag in zat vanuit die professionaliteit van onderzoek, om wel te zorgen dat de ruimte er is om de aard van de insteek van de stichting ook boven tafel te kunnen krijgen. Dat is bijvoorbeeld met een open vraag, waarbij ook de ruimte ontstond om te kijken: welke andere invullingen zijn mogelijk voor het Werfje? De voorzitter: Mijnheer Burggraaf, de heer ‘t Lam heeft een interruptie. De heer ’t Lam: Dank u, voorzitter. Ik hoor de wethouder uitleg geven waarom er pas in 2020 gestart is. Daar heb ik niet zoveel problemen mee. Dan komt hij al snel dat de stichting gelegenheid heeft gekregen om vragen in te dienen voor het onderzoek van BOEi.

Maar de motie spreekt niet over het kunnen indienen van vragen, maar die spreekt erover dat het college met de stichting om tafel zal gaan te kijken naar de toekomstige invulling, waarbij de stichting om niet er gebruik van zou kunnen maken. Ik krijg een beetje het idee dat die stap overgeslagen is. Wethouder Burggraaf: Dat klopt, ik zal wat zorgvuldiger in mijn woordvoering zijn. U zei: ‘om niet’, dat is in de motie ook doorgestreept. Dus dat is uiteindelijk in de vastgestelde motie niet de optie geweest, inderdaad om het Werfje aan te bieden aan de stichting en

26

de voorwaarden vast te leggen in de gebruiksovereenkomst. Dat is hetgeen wat we in november met de stichting besproken hebben en hebben gezegd: er zijn meerdere initiatieven en meerdere richtingen die al aan de voorkant een toegevoegde waarde aan het pand zouden kunnen geven. We willen graag de raad ook in de gelegenheid stellen om daarin een keuze te maken, welke van die bestemmingen uiteindelijk zij het meest waardevol vinden voor het plan. Dus is hier invulling aan gegeven door de Stichting Park Merwestein de gelegenheid te geven om als één van de vier initiatiefnemers zijn het uiteindelijk geweest, met de stichting BOEi, op gelijke voet de plannen aan te leveren, zodat ze ook op gelijke waarde tegen elkaar afgezet kunnen worden. Dat ziet u terug in het rapport. Waarbij we ook hebben moeten constateren dat het voorstel wat er vanuit Stichting Park Merwestein nu ligt, één van de nadelen nog is dat daar nog niet een hele duidelijke exploitatie onder ligt en ook niet heel erg duidelijk is wat de businesscase van dat plan is en hoe ze er kostendekkend invulling aan kunnen geven. Maar goed, dat staatje heeft u in het BOEi-rapport kunnen lezen. Vervolgens hebben we dus die enquêtevragen uitgedaan, dat is onderdeel van het rapport geweest.

Daaruit is wel duidelijk geworden, zo staat het ook in het rapport, dat het een bestemming is die wel heel nauw luistert en dat hoor ik ook in al uw woordvoeringen terug, dat het in goede balans met de omgeving zit. Dus ik heb even gekeken, ik hoor eigenlijk op de Partij van de Arbeid na volgens mij iedereen wel zeggen: lichte horeca, dat begrijpen we, zien we de toegevoegde waarde voor het park. Ik hoor u terecht zeggen: ja, maar er zitten wel een aantal randvoorwaarden in deze omgeving die wel meegegeven moeten worden om te zorgen dat het ook uiteindelijk een bestemming is die past in de omgeving en de horeca ook een aantal voorwaarden daaraan gaat voldoen. Dat is de kaders die we hebben omschreven. Vanuit de SP werden er een aantal nog geëxpliciteerd, die zeggen: gelijke tijden aan het park. Dat zien wij inderdaad als passend binnen de omgeving, dus dat kunnen we toezeggen, dat we dat mee zullen nemen in het proces. Afspraken maken over het afvalbeheer en het vermijden daarvan in het park. Dat is ook een logische vraag, die kunnen wij ook meenemen daarin. Zoals we het ook al hadden genoemd, het geluidaspect was daar ook al in benoemd, evenals het parkeren in de omgeving. Ik hoorde de SP nog expliciet vragen om niet toe te voegen dat aan het einde van de huur gekocht kan worden. Kijk, we gaan een traject in, zoals we hier hebben gezegd, met verhuur van het pand.

Dus als de raad dan daarin een koopoptie zou willen hebben, dus ik zou hem eigenlijk willen omdraaien, dan roep ik u op om daartoe een amendement op het besluit te nemen. Dus als u het besluit nu zo neemt dan verhuren we hem gewoon en tegen het eind van de verhuurperiode zou dat altijd weer een afweging kunnen zijn, maar is de insteek gewoon verhuur en niet met een optie van koop. Als de raad dat wel nog zou willen, want dat maakt het natuurlijk voor partijen wel makkelijker om partijen te vinden, zo is het natuurlijk ook. Als ze moeten investeren en je hebt aan het eind van de verhuurperiode een koopoptie dan is de kans dat je uiteindelijk een partij vindt die hier wil gaan zitten natuurlijk wel groter. Maar dat geef ik u als overweging mee, als u niet met een dergelijk amendement komt dan wordt hij gewoon verhuurd en komt er aan het einde van het traject niet nog een koopoptie op te zitten. Ik hoorde een aantal zeggen: komt er wel een toiletvoorziening? Die toiletvoorziening die zit er natuurlijk uiteraard bij als je een lichte horecafunctie hebt. O ja, ik zie mevrouw Koene en ik denk dat zij haar vraag in dit kopje misschien wil, over de notariële akte en verkoop en of daar niet zaken in geregeld kunnen worden, of niet?

27

Mevrouw Koene: Nou ja, nee. Maar ik hoor, voorzitter, de wethouder zeggen dat we via een amendement een koopoptie eraan toe kunnen voegen en dat in feite dan het aantrekkelijker wordt voor partijen om er dan nu in te stappen. Maar dan snap ik dus niet waarom we dus nu niet gelijk verkopen onder goede notariële voorwaarden. Wethouder Burggraaf: Ik zal meteen uw vraag beantwoorden met betrekking tot de investering. Kijk, we verkopen het nu niet en dat is de keuze geweest omdat we – en dat zegt BOEi ook – het is in een omgeving die wel heel veel zorgvuldigheid verlangt. Ik heb ze net ook allemaal genoemd, alle toetsingscriteria die je doet. Dan heb je de meeste grip op het moment dat je gewoon een verhuurdersituatie hebt met een exploitant, dan kan je daar ook met verhuurders afspraken over maken en dan heb je een veel directere sturing. Bij verkoop dan verkoop je het aan één partij en die partij kan je bij de verkoop zeggen: is het een goede partij? Maar daarna heb je hier wel veel minder sturingsmogelijkheden en heb je ook minder sturing op het moment dat daar weer een andere exploitant in zou komen. Voor wat betreft die investering, daarvan is het zo dat hetgeen je investeert in het pand uiteindelijk wordt afgeschreven en als kostprijs in je huur wordt verrekend voor een aantal casco-gerelateerde zaken. Dus daarmee krijg je dan een kostendekkende of marktconforme huur.

Er zullen altijd investeringen zijn die aan de huurder zelf zijn en die hij uiteindelijk in zijn exploitatie gedurende de huurperiode terug moet verdienen. Als een partij weet dat hij bij wijze van spreken na tien jaar huur het succesvol zou kunnen kopen dan zit daar natuurlijk waarde in en dan zou dat kunnen zijn dat je die waarde al in het begin meeneemt, omdat je dan meer kan investeren, omdat je weet dat je aan het eind daar wat extra mee verdient. Dat stukje haal je weg op het moment dat je zegt dat je het alleen maar verhuurt. Maar goed, nogmaals: gegeven ook het advies van de stichting kiezen wij ervoor om het te verhuren, omdat je dan gewoon een maximale grip op de exploitant hebt en al die zorgvuldige toetsingscriteria die u ook meegeeft en kaders daarin het beste kan borgen. Dan had ik nog een vraag van de Partij van de Arbeid, die zeiden: ja, maar zou het niet in het witte pand in het park kunnen, bij de speeltuin? Ja, dat pand is gewoon bewoond, daar hebben we ook afspraken over met die bewoners. Dat is niet in de voorzienbare toekomst komt daar een andere bestemming op, dus dat is gewoon geen optie. Kinderopvang vroeg de Partij van de Arbeid nog naar. Daar hebben we van geconstateerd dat er gewoon weinig draagvlak is: 47 procent geeft aan dat dat het minst aantrekkelijk is.

Je hebt dan een gebouw wat toch niet zo publiek toegankelijk is als een lichte horeca, wat ook één van de voorwaarden was. Er waren ook wel meer ingrepen in het gebouw nodig die wat botsen met de monumentale voorkeuren die je met het gebouw ook aan de binnenkant hebt. Dan de vraag nog van een aantal: wat moeten we dan verstaan onder lichte horeca? Ik hoorde van de ChristenUnie-SGP een tearoomachtige beschrijving hebben en anderen van een ijsje en een koffie, een ontbijt en lunch. Dat is inderdaad het beeld wat het college ook heeft bij die bestemming en daar passen inderdaad geen feesten of evenementen bij. Dus het is echt puur lichte, ondersteunende horeca in het park, voor parkbezoekers. Ik denk daarmee ook dat het de toegang tot het park daarmee niet zo een issue is, want daarmee kan het bezoek gewoon nog het park in via dezelfde wegen en ingangen zoals die nu ook voor het park gelden. Ik hoorde nog wel wat zorgen bij de stichting over de toegang van het Berckepad, voor de bevoorrading van de lichte horeca. Maar daar zit nu ook gewoon een weg die uitkomt op het Werfje zelf, dus dat is ook gewoon dezelfde weg die dan gebruikt kan worden voor de bevoorrading. Dat zal, nogmaals, bij lichte horeca nou niet zijn dat daar meerdere keren

28

per dag aanvoer moet zijn. Dus ik denk dat dat wel te overzien is. Dan vraagt de PVV over de invulling van de enquête. Die heb ik volgens mij voldoende beantwoord. Volgens mij heb ik daarmee alle vragen die er waren beantwoord. Zo niet, dan hoor ik het vast in de tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Burggraaf. Ik heb ook een beetje, ik had alle vragen opgeschreven en een beetje na zitten kijken. Volgens mij heeft u alle vragen beantwoord, maar dat wil ik graag aan de commissie vragen. Zijn er nog vragen onbeantwoord gebleven of heeft u nog aanvullende vragen? Wilt u nog een tweede termijn of kunnen we naar een afronding van dit agendapunt? Roept u maar. De heer ’t Lam zegt: ja. Is dat een aanvullende vraag of is dit een tweede termijn? Mijnheer ’t Lam. De heer ’t Lam: Voorzitter, ik combineer mijn vraag met de tweede termijn. De wethouder heeft aangegeven dat de woorden ‘om niet’ in de motie geschrapt zijn. Dan heb ik in het raadsinformatiesysteem waarschijnlijk de oude motie gevonden en niet de geschrapte motie, maar dat is even niet zo interessant. De wethouder heeft in ieder geval uitgelegd hoe het proces is verlopen. Tenzij ik niet goed geluisterd heb, heb ik niet iets van de wethouder gehoord op de brief van alle bewoners uit het Berckepad die gereageerd zouden hebben en die ik niet bij de stukken heb aangetroffen.

Dan is de wethouder akkoord met de aanvullende voorwaarden die ik genoemd heb en door BVD en D66 in ieder geval ook ondersteund zijn. Ik neem aan dat we daarvoor geen amendement hoeven in te dienen met de toezegging dat de wethouder die punten gewoon overneemt en als we niet met een amendement komen voor verkoop, dat het gewoon huur blijft, dat we dan kunnen volstaan. Dan tot slot, voorzitter, mijnheer Van den Brink, de dierenarts, heeft ook een brief gestuurd en die hebben we denk ik niet genoemd toen we dit punt aan de orde stelden. Maar die is natuurlijk wel onderdeel van de discussie en mijnheer Van den Brink wijst erop dat de flora en fauna door drukte in gevaar kan komen. Misschien dat de wethouder daar nog iets van kan zeggen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat ook mevrouw Van den Bergh nog een vraag heeft. Misschien kan zij die meteen stellen, zodat de wethouder dat in één keer kan beantwoorden. Mevrouw Van den Burgh: Dank, voorzitter. Ik begrijp dat er voor ons idee weinig steun is, van de kinderopvang. Ik begrijp ook dat het witte pand, althans op afzienbare termijn niet beschikbaar is, wat een ideale locatie zou zijn voor de horeca.

Wat mijn vraag nog is, en verder zal ik het met de fractie bespreken: wordt er wel gedacht bij lichte horeca bijvoorbeeld ook aan een combi met expositieruimte en educatie? Want daar was in de stukken ook sprake van, maar ik hoor daar verder eigenlijk niemand over. Maar is dat wel een optie? De voorzitter: Dank u wel. De heer Burggraaf, nog twee resterende vragen. Wethouder Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Voor die brief bewoners Berckepad moet ik bekennen dat ik niet weet wat voor brief dat is. Dus in de enquête is wel ook echt de directe omgeving ook betrokken en input gegeven. De brief is mij niet bekend. De voorzitter: Mag ik heel even interrumperen? De heer ’t Lam noemde de brief van de dierenarts …

29

Wethouder Burggraaf: Nee, hij noemde twee brieven. Er was inderdaad een brief van de dierenarts, van flora en fauna. Dat is uiteraard een aspect wat natuurlijk gewoon bij de toetsing wordt meegenomen, dat je uiteindelijk een exploitatie krijgt die ook past nogmaals binnen de omgeving en het algemeen belang van het park. Dus dat betekent gewoon dat het een functie moet zijn die daar ook past bij de flora en fauna en de dieren die in het park zich begeven. Dus dat is een vanzelfsprekend onderdeel bij de selectie. Tot slot nog de vraag: is de combi expositie/educatie realistisch? Dat gaat het vervolgproces uitwijzen. Kijk, we hebben gezien dat daar best wel veel mensen van hebben aangegeven dat ze dat interessant vinden, dus we willen dat nadrukkelijk als een uitnodiging meegeven bij het proces die je dan ingaat voor het selecteren van lichte horeca. In de praktijk zal dan moeten gaan uitwijzen of inderdaad de ruimte ook zich ervoor leent om naast horeca ook daar nog een invulling aan te geven. Maar dat gaan we in het selectieproces gewoon uitvragen. En dat is, zo zou ik hem willen vertalen, vooral een hele nice-to-have, zeg maar, een goede plus, maar niet een must. Dus niet per se noodzakelijk. Als blijkt dat geen van de partijen zegt ‘het is te combineren’, dan wordt het alleen lichte horeca.

Als er een partij bijzit die dat wel denkt te kunnen combineren en dat aangeeft dan zou dat een hogere score in de selectie geven. De voorzitter: Dank u wel. De heer ‘t Lam blijft even in beeld, dus ik neem aan dat hij niet geheel tevreden is met het antwoord wat hij gekregen heeft. De heer ’t Lam: Nou, ik ben redelijk tevreden, voorzitter. Ik zou alleen aan de wethouder willen vragen, omdat hij die brief van de bewoners ook niet kent en die brief is zo nadrukkelijk door mijnheer Wildeman genoemd, dat hij toch nog eens even kijkt of die brief er is en dat hij die dan aan het dossier toevoegt. Zodat we allemaal hebben gekeken, als de raad een besluit neemt, wat die mensen geschreven hebben. Want het is een beetje vreemd als er mensen reageren en niemand kent de brief en we kijken er niet naar. Wethouder Burggraaf: Nee, voorzitter, ik zal even navragen bij de heer Wildeman en zorgen we dat er gewoon een kopie van die brief geanonimiseerd, zoals dat geloof ik gebruikelijk is, in het systeem erbij voegen. De voorzitter: Oké, dank u wel.

Ik heb verder net de vraag gesteld of iemand anders nog een tweede termijn wil en daar heb ik geen reactie verder op gekregen, dus ik wil het volgende voorstellen: hebben we dit agendapunt voldoende besproken, zodanig dat we dit raadsvoorstel als hamerstuk door kunnen geleiden naar de raad of wilt u dit toch nog gaan bespreken? Dan neem ik aan ook, als hamerstuk ook met de toezeggingen die de wethouder heeft gedaan als aandachtspunten, zoals de opening van de horeca, de huurcontracten met het afval, geluidsoverlast, et cetera, et cetera. Nou moet ik even wat dingen wegklikken. Ik zie: “Hameren, hameren, hameren, hameren met stemverklaring, hameren met stemverklaring.” Ik kan concluderen dat deze commissie het raadsvoorstel Herbestemming Berckepad 9 als hamerstuk naar de raad wil doorgeleiden en sommige fracties geven aan met een stemverklaring te kunnen komen. Dank u wel, allen, voor dit agendapunt 5. Voor ik overga naar agendapunt 6 wil ik even voorstellen om 5 minuten pauze te houden. Dus om precies 21:40 uur gaan we weer verder. Schorsing

30

De voorzitter: Beste commissie, het is nog niet helemaal 21:40 uur, maar ik ga toch proberen te starten. 6. Innoveren voor Duurzame Groei - Raadsvoorstel De voorzitter: Wij zijn bij agendapunt 6, Innoveren voor Duurzame Groei. Waarbij het raadsvoorstel een voorgesteld besluit heeft: kennis te nemen van de regionale innovatieagenda, vernieuwingsagenda en de bijbehorende regionale acties, mede ter beantwoording van de door de gemeenteraad aangenomen motie ‘Innoveren/vernieuwen voor duurzame groei’. Als ambtelijke ondersteuning zal de heer Lankhorst aanwezig zijn en we gaan dit voorstel bespreken met de politieke vraag: geeft dit raadsvoorstel voldoende invulling aan de breed gedragen wens van de raad om Dordrecht innovatiever te maken en wordt er duurzaam geïnnoveerd? De vraag is opgeworpen door de VVD en ik wilde dan ook voorstellen om hen als eerste het woord te geven. Mijnheer Merx, mag ik u uitnodigen of heeft u een andere afgevaardigde? De heer Merx: Nee, ik ga het nou doen. De voorzitter: Geweldig. De heer Merx: Nou, dat weet ik niet, laten we dat maar eerst even afwachten. Dank u wel, voorzitter. Een belangrijk punt, innovatie. Eigenlijk ben ik wel blij met de stukken die voorliggen.

Het heeft wel even wat moeite gekost om er doorheen te komen, voor een leek zoals ik is het best ingewikkelde materie, om het zo maar te zeggen, is het veel informatie en moet je het ook even op je in laten werken. Als je dat dan laat gebeuren dan lijkt het toch ook wel een klein beetje op een soort van lappendeken, allerlei initiatieven die in de loop van de geschiedenis zijn ontstaan, maar die toch heel mooi samen lijken te komen. Initiatieven die nu ook een soort van verbinding gaan krijgen in de focuspunten die worden voorgesteld. Dat is dan die smart manufacturing, duurzaam varen, dat is dat duurzame element. Ik vind het ook wel belangrijk, want wij zijn natuurlijk wel een gemeente die ligt op het drukst bevaren kruispunt van Europa. Je kunt allerlei maatregelen nemen in je stad om uitstoot van allerlei stofjes te voorkomen, maar als scheepvaart hier voorbijkomt en die blaast ongeveer in een bocht door het draaien net zoveel uit als overdag in de hele binnenstad de auto’s uit kunnen stoten, dan is elk klein beetje helpt, maar dan zou daar toch nog wel wat winst te halen zijn. De deltatechnologie en de zorginnovatie is natuurlijk ook erg belangrijk, het ziekenhuis is de grootste werkgever in Dordrecht, academisch althans. Nou, geen academisch ziekenhuis, maar net iets wat eronder zit, ik ben het even kwijt, de naam. Dus ik denk dat daar ook heel veel kansen liggen.

Die kansen worden nu gezien en worden benut. Het mooie is ook hierin dat ook de overheid, de ondernemers en het onderwijs niet te vergeten goed gaan samenwerken. Ik ben er dan ook best wel trots op en ik denk dat we ook als Dordrecht er trots op mogen zijn, zoals we vorige week hebben kunnen lezen, dat dit ook aanslaat en dat het ook herkend wordt en gezien wordt bij de ondernemers, bij de innovatieve ondernemers. Zo’n ingenieursbureau als Pentacon, die op een zeer innovatief gebied werkzaam is, heeft zich hier inmiddels gevestigd, juist vanwege die Duurzaamheidsfabriek, juist vanwege de Maakfabriek die er komt, maar ook vanwege de sfeer die we inmiddels kennelijk als Drechtsteden en als Dordrecht uitstralen op dat punt. Dus ik ben eigenlijk wel heel erg tevreden met het stuk. Ik vind wel dat we erop door moeten gaan, dus ik maak me wat zorgen over die financiën, zoals het MKB

31

Katalysatorfonds en Innovation Quarter, dat zijn toch fondsen die op een gegeven moment voor een bepaalde periode zijn aangegaan en daar zit ook een einde aan. Hoe gaan we dan zorgen dat dat toch wel geborgd blijft met elkaar? Last but not least, het is ook wel goed om bedrijven die bij elkaar passen ook zoveel mogelijk bij elkaar te krijgen. Dan kijk ik even naar Leiden, waar een Bio Science Park is ontwikkeld naast de universiteit daar, vlakbij het station, waar bijvoorbeeld de Janssen-vaccins zijn ontwikkeld. Door bedrijven en wetenschap bij elkaar te krijgen en onderwijs kun je hele mooie dingen gaan ontwikkelen. Dus de zorg over: hoe gaan we zorgen dat dit ook financieel blijft lopen ook naar de toekomst toe? Nog één vraag, want ik heb het net over zo’n bedrijventerrein dat je zo inricht dat daar de bedrijven die bij elkaar horen ook bij elkaar komen. Dan staat er in het stuk een gebiedspaspoort en bij een paspoort heb ik allerlei ideeën, maar nou niet iets als een profiel, een gebiedsprofiel. Wat is het profiel van dat bedrijventerrein en wat zou daar moeten komen? Is dat hetzelfde of wordt er met een gebiedspaspoort echt iets heel anders bedoeld? Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merx. Wie mag ik als tweede het woord geven? De heer Schalken. De heer Schalken: Voorzitter, dank u wel.

Ik ga heel erg mijn best doen om niet te herhalen wat de heer Merx al heeft aangegeven, want … De voorzitter: Wat een mooi streven, mijnheer Schalken. De heer Schalken: Ja, want ook Beter Voor Dordt heeft niet voor niets die motie mee ondersteund, omdat ook wij het belang zien. Er ligt natuurlijk nu een mooi uitgeschreven plan, waarbij ook heel duidelijk te zien is dat er alles aan gelegen is om ook het met elkaar uit te werken, dat staat bij alle partners wel goed op het netvlies ook. Wat wij als aanvulling nog hebben is een nog wat duidelijkere fasering en momenten van evaluatie. Wij denken bijvoorbeeld aan een zesmaandelijkse update om ook de raad op de hoogte te houden en een jaarlijkse evaluatie, om ook gewoon op tijd te kunnen bijsturen als dat nodig mocht zijn. Zoals ook al gezegd, er zijn veel goede initiatieven, we hebben de roadmaps, de netwerken en het versterken van die digitale infra. Het stukje wat de heer Merx ook benoemde, die gebiedspaspoorten en de grenzen die daar dan wellicht aan zijn, aan die gebiedspaspoorten, om dat vooral niet te rigide te zien. Want je moet, denk ik, willen voorkomen dat je innovatieve ontwikkelingen gaat missen wanneer je vasthoudt aan een vast gebied, omdat die bedrijven die samenwerken misschien niet zo die gebiedsgrenzen voelen zoals wij die dan vanuit onze kant zien. Dus daar graag een reactie op van de wethouder, een toelichting.

Ik denk dat ik het hier even bij laat, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij heeft de heer Merx een interruptie bij u. De heer Merx: Voorzitter, dank u wel. Eens, hoor. Je moet goed je ogen en oren openhouden, dat je geen kansen mist waar je spijt van krijgt. Maar het gebied is één, maar de focus wordt gelegd op die vier thema’s die ik zojuist noemde: smart manufacturing, duurzaam varen, deltatechnologie en zorginnovatie. Als we daar ons nou op richten, want ik vind dat echt, mij spreekt het in ieder geval enorm aan, dan zoeken we daar de gebieden bij en niet andersom. Dus niet de gebieden en dan vervolgens zoeken bij. Dus ik zou zeggen: op deze thema’s zeker geen enkele kans missen, daar

32

moeten wij groot in zijn, daar moeten wij toonaangevend in worden in Nederland en misschien ook daarbuiten. Dat dus. Dus ik zou het niet aan het gebied willen koppelen, maar aan deze thema’s. De heer Schalken: Voorzitter, ik denk dat we hetzelfde ook wel een beetje bedoelen, maar wat wij vanuit Beter Voor Dordt vooral nog willen aangeven, dat je bij die bedrijven die binnen zo’n gebied vallen, dat je niet in de valkuil stapt van: oké, zo’n bedrijf heeft een samenwerking met een hoop andere bedrijven, omdat ze samen tot iets innovatiefs komen. Maar dat je dan zo’n ontwikkeling misschien dan niet faciliteert, omdat het dan ook om bedrijven gaat die dan buiten dat gebied ook vallen. Dat is mijn aandachtspunt, dat het zonde zou zijn als je daarmee dan een innovatieve ontwikkeling zou missen. Dus ik denk eigenlijk dat het aanvullend is op wat de heer Merx aangeeft. Vooral proberen te voorkomen dat je innovatieve ontwikkelingen mist, omdat je met bepaalde gebiedszones of beperkingen gaat werken. De heer Merx: Ja, mee eens, ja. De heer Schalken: Dat was het aandachtspunt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Schalken. Dan wil ik nu het woord geven aan de heer Polat, D66. De heer Polat: Dank u, voorzitter. Ik zal het wat langer houden dan de heren Schalken en Merx. Voorzitter, allereerst wil D66 de wethouder bedanken voor zijn inspanningen en de stukken.

Dat zeggende zijn we niet helemaal tevreden over de deliverance, over de stukken. D66 hecht heel veel waarde aan innovatie, want alleen door innovatie kunnen we onze stad en de regio toekomstperspectieven bieden. Dat is dan ook de reden geweest dat we samen met de VVD, VSP en BVD de motie hebben ingediend. Voorzitter, in het dictum van de motie staat: een integraal innovatieactieplan, een roadmap, op te zetten, waarbij technische en sociaalmaatschappelijke innovaties een rol krijgen en een bijdrage leveren aan de totstandkoming van de next economy. Een tweede, bij dit actieplan ook in kaart te brengen welke verbeteringen aan de vestigingsvoorwaarden dat vraagt en wat nodig is om clustervorming te stimuleren en welke rol dat vraagt van de gemeente. Als we het raadsvoorstel doornemen zien we daar weinig in terug, helaas. De Regionale Innovatieagenda Drechtsteden is beschrijvend en wel fijn te lezen, maar concreet staat er weinig in. Er wordt vanuit verschillende thema’s beschreven wat de ambitie is, maar qua uitwerking zien we weinig terug. In de motie vragen we naar roadmaps en die zien we niet terug. Wel wordt opgemerkt dat de business-developers met hun geld samen aan roadmaps gaan werken. Dat zien we als D66 te karig voor de motie. Voorzitter, de innovatie heeft drie poten: technologie, implementatie en commercialisatie van marketing.

De roadmaps moeten per innovatiethema de uitdaging inzichtelijk maken, welke stappen genomen moeten worden over de technologie, testen ontwikkelen en tot markten komen. In de stukken die wij hebben ontvangen zien we dat helaas niet terug. Met oprechte interesse vragen we aan de wethouder wanneer wij die roadmaps mogen ontvangen. Clustervorming is natuurlijk een belangrijk onderdeel. Clustervorming van een belangrijk zakelijk netwerk, vanuit een cluster van bedrijven om te werken aan innovaties van de toekomst. Daar is ook door mijnheer Schalken en door mijnheer Merx al opgemerkt ook weer: gebiedspaspoorten. Het is belangrijk dat bedrijven in diezelfde sector elkaar vinden in een cluster en samen, grote en kleine

33

bedrijven, en kennisinstellingen die werken aan innovatie, zodat niet alleen individuele bedrijven, maar het hele cluster daar de vruchten van plukt. We missen echter concrete acties om tot clustervorming te komen in de voorstellen. Dat zouden we graag meer uitgewerkt willen zien. Dordrecht is geen Delft of Eindhoven met een universiteit, dat weten we. Een cluster als Brainport in Eindhoven of YES! in Delft is misschien net een brug te ver, maar Dordrecht ligt ook niet ver van Delft of Eindhoven. Vooral Delft is drie kwartier met de trein … De voorzitter: De heer Polat, de heer Merx heeft een interruptie. De heer Polat: Helemaal goed. De heer Merx: Een hele korte vraag, want ik snap de vraag van de heer Polat wel, voorzitter, maar in de stukken staat, en ik denk dat hij iets meer had verwacht dan dat er nu geleverd wordt in de zin dat er bij elk actiepunt staat dat er nog een roadmap moet worden ontwikkeld. Dus dit zijn de visie, dit zijn de kaders en als wij het daarmee eens zijn dan, zo stel ik me dat voor, dan worden … De heer Polat: Nee, maar … De heer Merx: … de roadmaps ontwikkelt. De heer Polat: Helemaal mee eens met mijnheer Merx, maar in de motie staat dat wij vragen naar roadmaps en niet naar een aankondiging dat er roadmaps komen. Dus wij hadden graag in deze voorstellen hadden wij de roadmaps willen zien, hoe zij daar invulling aan willen geven.

De heer Merx: Voorzitter, een laatste opmerking. Ik snap het ongeduld van de heer Polat. Tegelijkertijd, je moet eerst weten waar je heen wilt voordat je je route kan gaan bepalen. Dit is volgens mij waar we heen willen, althans dat is wat het college voorstelt, waar we heen gaan. Als we het daarmee eens zijn, zo stel ik me dat voor, dan oké, dan gaan we ervoor, dan gaan we die roadmaps opstellen. De heer Polat: Mijn voorstel is dan gewoonweg, dan gaan wij de motie parkeren en dan gaan wij gewoonweg wachten op de roadmaps, totdat ze gewoonweg daar invulling aan geven en dan gaan we verder. De Merx: Maar een laatste vraag, voorzitter. Bent u het wel eens met deze punten? De heer Polat: Ik ben het eens met de agenda, dat ze in ieder geval de kaders hebben vastgesteld, maar de kaders zijn niet voldoende. Er moeten gewoonweg echt de roadmaps komen op de kaders, zodat wij gewoon precies weten waar we aan toe zijn en hoe wij invulling geven aan de innovatie-ambities die wij hebben en hoe wij het gaan realiseren. Dat is mijn insteek. De Merx: Helder, dank u. De voorzitter: Goed. De heer Polat, ter afronding, denk ik.

34

De heer Polat: Nou, nog net niet. Het is dus goed mogelijk om samen te gaan werken met Universiteit Delft en ook TNO, dat missen we ook in de plannen, om onze innovatiedoeleinden te halen. Heeft de wethouder – dat is een vraag – heeft de wethouder contacten gelegd, gesproken met de universiteiten of TNO om onze beoogde clusters in Dordrecht te komen versterken? Zo ja, wat is de uitkomst van die gesprekken? Zo niet, waarom niet? Voorzitter, we kunnen nog uren doorgaan wat er allemaal schort aan de uitwerking van de motie en het raadsvoorstel, maar we gaan eerst de reactie van de wethouder afwachten. Als hij ons dan niet kan overtuigen gaan we niet akkoord met die uitwerking van de motie en zullen wij hem vragen terug te gaan naar de tekentafel en dan ons een voorstel te doen waar we ons wel in kunnen vinden. Dank. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Polat. Dan moet ik even, want er wordt heel veel gezegd in die chat, dacht ik dat de heer Veldman nu aan de beurt is. Zeker, mijnheer Veldman, mag ik u uitnodigen? De heer Veldman: Voorzitter, dank. Innovatie is natuurlijk een ontzettend belangrijk thema, alleen wat daarbij wel altijd aan de orde is: wat is nou precies de rol van de overheid daarin? Want in onze optiek zijn het vooral de bedrijven die innoveren en eerlijk gezegd had ik die tekst ook van de heer Merx verwacht, maar dat geeft niet, dan doe ik hem.

Als ik dan de stukken lees die we voor ons hebben roept dat inderdaad de vraag op: wat gaan die kavelpaspoorten nou doen op het gebied van innovatie? Ik lees hem eigenlijk andersom, namelijk die kavelpaspoorten hebben we hoe dan ook nodig om onze bedrijventerreinen een duidelijke smoel te geven, dat is een punt wat CU-SGP met name bij bedrijventerrein Kil IV meer dan eens naar voren heeft gebracht. Daar zijn we het op zich ook wel mee eens, alleen dat gaat dan eigenlijk om een ander punt, namelijk: zorg ervoor dat Dordrecht een aantrekkelijke vestigingsstad is en dat leidt wellicht ook nog tot innovatie. Maar als je het hebt over ‘stimuleer de innovatie’, dan vraag ik me af of dat dan precies het punt is, want dan zie ik meer – en dat lees ik op zich wel terug, maar dan denk ik: is het nou vooral papier en bestuur of zit daar ook nog meer achter? – in het koppelen van onderwijs en het bedrijfsleven rond de duurzaamheidsfabriek. De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ik zie u gebaren. De voorzitter: Ja, ik probeerde een punt te zoeken, want er zijn twee mensen die aan het dringen zijn om een interruptie te plegen. De heer Polat was de eerste. De heer Polat: Dank, voorzitter.

Mijnheer Veldman zei: wat is de rol van de overheid bij innovatie? Innovatie is natuurlijk een onderdeel van ‘…’, je kan gewoonweg zonder stimulering van de overheid niet direct tot innovaties komen. Bent u het daarin met mij eens of heeft u daar een ander beeld bij? De heer Veldman: Nou, ik riep het natuurlijk op als vraag om aanleiding te geven om mijn eigen betoog op te zetten. Kijk, uw vraag is: kan het zonder de overheid? Volgens mij kan innovatie prima zonder de overheid, de vraag is alleen: wij willen dat de overheid bepaalde interventies doet, zodat er meer of beter of op specifieke terreinen wordt geïnnoveerd. Daar is mijn fractie het mee eens, maar om een voorbeeld te noemen:

35

bedrijf Krohne in deze stad is een ongelooflijk innovatief bedrijf. Het zit op een terrein wat niet, althans niet direct onderdeel is volgens mij van de kerngebieden die nu in dit stuk worden genoemd, terwijl ik zo’n bedrijf niet graag uit de omgeving zou zien vertrekken. Dat is een voorbeeld. Wij hebben in het Dordtse, moet ik het goed zeggen, een instituut gehad die allerlei meetinstrumentarium ijkte, volgens mij het IJking dan wel Normeringsinstituut. Dat is uit onze stad vertrokken. Dat zijn hoog-specialistische instituten met veel kennis en dat vind ik ontzettend lastig. Dus als ik dan een voorstel zie over kavelpaspoorten dan ben ik niet tegen een kavelpaspoort, maar denk ik: doet dat nou iets op dat innovatieve? De heer Polat: Oké, daar zijn we het wel over eens, maar het is wel zo, u heeft het ook zelf genoemd: de overheid kan gewoon bepaalde specifieke thema’s op sectoren ondersteunen om tot innovatie te komen. Dus daarmee geeft u wel aan dat de overheid wel een rol heeft in het faciliteren en het aanjagen van innovatie. Toch? Of niet? De heer Veldman: Ja, volgens mij probeert u mij eerst iets te laten zeggen, wat u daarna ontkent, maar wat ik in ieder geval niet heb gezegd.

Ik heb niet gezegd dat de overheid geen rol heeft, ik heb alleen mezelf de vraag gesteld: als ik deze stukken nou moet beoordelen, doen wij dan de goede dingen? Daarvan heb ik dus met name een vraag aan de wethouder, want het enige concrete wat ik in het stuk lees zijn die paspoorten, terwijl als ik in de stukken lees denk: op zich zijn die paspoorten voor het smoel geven van bedrijventerreinen wellicht best een goed instrument. Maar hoeveel doet dat nou op innovatie? De heer Polat: Oké, daar zijn we het wel over eens. Ik ben ook niet zo’n voorstander van de paspoorten. Dank u. De heer Veldman: Voorzitter, langs deze interruptie heb ik denk ik zo’n beetje wel … De voorzitter: Sorry. Ik was alweer aan het praten zonder dat ik mijn microfoon aan had, dat is weer slordig. Maar ik had nog een tweede interruptie van de heer Merx. De heer Merx: Dank u, voorzitter. Ik denk dat de heer Veldman hem al wel voelt aankomen. In de eerste plaats een correctie op de woordvoering en ik raad de heer Veldman aan om ook nog even terug te lezen wat ik gezegd heb. Natuurlijk, bedrijven innoveren, ik heb ook genoemd die goede samenwerking tussen bedrijfsleven, ondernemers heb ik het genoemd, onderwijs en ook overheid.

Ik heb ook genoemd het bedrijf Pentacon als goed voorbeeld, dat onlangs ook in onze regio is gekomen en zelfs in Dordrecht is gekomen, omdat die nou juist ziet wat er in deze regio aan de hand is. Ik ben het met de heer Polat eens dat ik ook vind dat de overheid toch ook wel een rol heeft. Niet voor niks investeren wij behoorlijk veel in het onderwijs, de Dordrecht Academy wat hier naartoe komt, wat hier een belangrijke rol in gaat spelen. Wij investeren niet voor niks in de economic development board, waar hele goede initiatieven vandaan komen en die daar worden gebundeld. Dus ik vind wel degelijk – en misschien ben ik dan niet de klassieke liberaal/VVD’er op dit punt – dat de overheid hierin ook een rol heeft. Maar de overheid innoveert zelf niet, dat ben ik met u eens, dat doen grote bedrijven. Maar we moeten wel de voorwaarden creëren, zodat bedrijven zich hier welkom voelen als ze binnen die thema’s die wij hier aandragen, althans, die hier aan worden gedragen.

36

De voorzitter: Dit was uw verduidelijking van … De heer Merx: Bent u het daar met mij over eens, mijnheer Veldman? De heer Veldman: Voorzitter, ik krijg hier echt allemaal de ene gewetensvraag na de volgende gewetensvraag. Dat vind ik wel heel interessant, dat mijn woordvoering dat opwekt. Nee, mijnheer Merx, ik zat u een beetje te plagen. Ik ben het daarmee eens, hoewel ik ook hoop dat de overheid zichzelf af en toe een beetje innoveert, maar dat is nu even niet het thema. Nee, dus helemaal eens dat we dus heel veel doen op het gebied van onderwijs en die economic board en al die voorbeelden die u noemde. Maar daarom verbaast het mij een klein beetje dat ik de beslispunten las zoals ze waren, dat was meer het punt. Dus ik zat erg te worstelen met: volgens mij doen wij heel veel, wat voegt nu dit voorstel, de tekst die wij krijgen, toe in de uitvoering van die motie? Leidt het nou echt tot iets substantieels extra? Ik weet nog niet helemaal of het antwoord daar ja op is, terwijl ik op zich met het stuk wat er ligt ook niet per se ongelukkig ben, maar ik ben er dus een beetje voor mezelf niet helemaal uit en dat neigt dus een klein beetje naar: winnen we hier nou de oorlog mee? Snapt u? Dat is mijn punt. De voorzitter: En dit was uw woordvoering, begrijp ik. Het microfoontje gaat uit. Ga ik naar de volgende woordvoering, van de heer Van Leeuwen.

De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, er is al heel veel gezegd, ik zal het daarom kort houden. De PVV is het op hoofdlijnen eens met het voorstel van het college. Innovatie is belangrijk voor de groei van de economie en levert banen en inkomen op. We staan achter de vier actiekaders die in het voorstel staan opgesomd. Van belang is dat ondernemers de beste kans krijgen om hun producten verder te ontwikkelen of nieuwe producten te ontwikkelen. Daarbij ligt de eerste verantwoordelijkheid naar het idee van de PVV bij ondernemers, maar goede ondernemers grijpen hun kansen en het is mooi als de overheid ze daarbij kan ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Dat is kort ‘…’. Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Dan ga ik naar mevrouw Koene, die een korte opmerking heeft, zo lees ik in de chat. Mevrouw Koene: Ja, nou ja, goed. Het is een … De voorzitter: Het mag ook een iets langere opmerking, hoor. Mevrouw Koene: Nee, maar er is al zo verschrikkelijk veel gezegd, voorzitter. Ik kan alleen maar benadrukken namens Gewoon Dordt: we gaan er niet voor liggen. Maar het is inderdaad aan een bedrijf om te innoveren en als de overheid daar gewoon een beetje een faciliterende rol in kan spelen is dat natuurlijk altijd goed. Waar ik mijn opmerking over wilde maken was met name, en volgens mij zei de heer Merx of Veldman, dat weet ik niet meer, iets over de moeilijke tekst.

Ik had inderdaad ook opgeschreven: next economy, smart city, smart society. Daar word je toch een beetje simpel van, dus ik heb in de tussentijd even een check gedaan op het taalniveau en kom tot de conclusie dat het raadsvoorstel C1 is en het langere stuk, de Regionale Innovatieagenda, C2. Ondanks dat dat technisch is noem ik dat nu toch, want het geeft direct aan dat dat tegen de

37

afspraak is die wij hebben en ook voor de gemiddelde sterveling, zoals ik misschien, lastiger te volgen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Van den Bergh, PvdA. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter, ook heel wat forse stukken, zeg maar. De PvdA kan in grote lijnen dit volgen, de aanpak. Zeker wat betreft structurele verbetering tussen de samenwerking bedrijf, onderwijs en overheid, daar hebben we het wel vaker over, de Triple Helix. Wij willen toch, maar we wachten dan op die roadmaps en de uitwerking van de actiepunten, want wij willen meer concrete informatie daarover en met name ook beter en meer geld aantrekken vanuit de publieke en private financiering naar onze regio. Dat is goed, vanuit de provincie en het Rijk, Europa. Innovatie is het kernwoord, dat komt overal weer terug en dat lees je ook tientallen keren op een pagina. Dat is allemaal prima, maar wat betreft die innovatie, moet van het bedrijfsleven komen. De overheid daarin moet faciliteren en stimuleren en vooral niet hinderen met bureaucratie, niet te traag zijn met vergunningen en niet te veel regels. Wij willen stimuleren. Wees open naar het bedrijfsleven en trek aan wat voor ons gebied heel goed is. Dat betreft ook een goede match tussen werkaanbod en werknemers, want daar hoor ik toch nog wel steeds klachten over en dat is vrij hardnekkig hier, dat moet toch echt beter.

Ook wat betreft de groene economie en de werkgelegenheid die dat voortbrengt, daar moeten we ook op stimuleren en dat willen we beter in beeld. Tenslotte is voor de PvdA belangrijk dat innovatie moet leiden tot het aanpakken van de armoede en de armoede terugdringen in deze stad, of eigenlijk helemaal wegwerken. Dat vinden wij belangrijk, dat al die acties leiden tot het terugdringen van de armoede en het moet meetbaar zijn wat we doen. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van den Bergh. Ik zie dat de heer Polat een interruptie heeft. De heer Polat: Dank, voorzitter. Ik heb een vraag. Bij innovatieclusters zijn er vooral veel faciliteiten vanuit de overheid om de bedrijven met elkaar samen te laten werken. Als ik u hoor zegt u: ja, er worden bepaalde belemmeringen opgesteld door de overheid. Begrijp ik het verkeerd of zijn dat dan bureaucratische belemmeringen die de innovatie tegenwerken, kunt u me dat meer toelichten? Mevrouw Van den Bergh: Nee, ons algemene uitgangspunt is dat de overheid zich inderdaad vooral moet richten op het faciliteren en niet moet tegenwerken door zoveel mogelijk bureaucratie en niet te veel regelgeving en vergunningen. Het vergunningentraject zo soepel en zo makkelijk mogelijk maken, want dat kan, dat horen we wel eens, dat kan nog wel wat beter. De heer Polat: Oké.

Mijn ervaring is dat vooral nog de overheid bij innovatietrajecten … De voorzitter: Wat is uw vraag, mijnheer Polat? Sorry dat ik u in de rede val, maar we moeten toch een beetje door nu. De heer Polat: Dat begrijp ik, maar het punt is: heeft mevrouw Van den Bergh wel signalen ontvangen van bedrijven die zeggen dat zij gewoon tegen worden gewerkt bij innovatie?

38

Mevrouw Van den Bergh: Nee, ik zeg niet dat ze tegen worden gewerkt. Het kan alleen soms wat versnellen, dat een bedrijf verplaatst wil worden op bepaalde locatie, dat dat gewoon wat … Ik bedoel, de wil is er en er gebeurt van alles, er gebeurt heel veel goeds, maar wij vragen alleen aandacht: blijf dat doen, blijf het ondersteunen en wees alert erop dat niet die bureaucratie ertussen gaat zitten. Dat is eigenlijk onze enige oproep. Ja? De heer Polat: Helder, dank u. De voorzitter: Dank u beiden. Dan wil ik nu, want u was klaar met uw woordvoering, mevrouw Van den Bergh? Dank u wel. Wil ik doorgaan naar de heer Van der Kruijff, die heeft ook een korte woordvoering. De heer Van der Kruijff: Ik weet niet of dat ‘ook’ helemaal klopt, maar in ieder geval … De voorzitter: Dat staat in de chat, hè? De heer Van der Kruijff: Ja, ik heb twee keer het woord ‘ook’ gebruikt, zeker waar, ik las dat ook. Voorzitter, het volgende. Het stuk wat wij gelezen hebben, dat is de vraag: vinden wij dat voldoende? Laat ik dat vast beantwoorden: dat vinden wij voldoende. Als ik heel eerlijk ben hebben we er niet heel veel nieuws in gelezen, maar dat vinden we niet per se slecht, want we waren als CDA eigenlijk al niet zo negatief over hoe we de afgelopen jaren in Dordrecht en in de Drechtsteden met innovatie bezig zijn en nog steeds bezig zijn.

Het is wel goed dat allemaal een keertje geclusterd te lezen, dus daarvoor heeft dat zeker zijn nut gehad. Wat wij lezen is: wij lezen focus en dat is goed, we lezen ambitie en dat is ook goed en we lezen, heel belangrijk, samenwerking. Als je het hebt over wie leidend is dan denken we inderdaad dat het bedrijfsleven leidend is, maar onderschat niet de rol van de overheid waar het gaat om het beschikbaar stellen van voldoende plekken waar bedrijven zich kunnen vestigen, waar ze kunnen clusteren, samen sterker kunnen zijn, maar ook over faciliteiten voor onderwijs. Daar hebben we echt al mooie meters gemaakt, dus wij zeggen: ga zo door. Eigenlijk vinden we het wel goed dat niet alles helemaal dichtgetimmerd is, want innovatie vraagt ook wendbaarheid. We hebben nog wel eens de afgelopen periode met een aantal werkgevers gesproken die ook meedoen in al die mooie overlegstructuren die we hebben en samenwerkingsstructuren. Die zijn allemaal enthousiast over onze plannen, maar wat ze wel vaker aangeven: in de uitvoering mag het af en toe wel wat sneller en wat slagvaardiger. Dus volgens mij moeten we ook niet te lang hier in papier blijven zitten en in roadmaps, hoe belangrijk ook, maar vooral de oproep aan alles en iedereen, ook aan de overheid die hiermee bezig is, om ook het innovatietempo als overheid bij te benen wat het bedrijfsleven op dit moment laat zien.

Want volgens mij hebben we daar als overheid nog wel een verbeterslag te maken. Dank u wel. Uw microfoon staat uit, voorzitter. De voorzitter: Alweer, alweer, alweer. U mag even blijven zitten, zei ik, want de heer Polat heeft ook aan u een vraag te stellen. De heer Polat: Dank, voorzitter. Als ik dan zo hoor van de heer Van der Kruijff, hij zegt: de ondernemers zijn aan het innoveren en de overheid probeert achter ze aan te lopen, die kunnen ze niet bijbenen. Mijn insteek is, wat ik heb gezien en niet alleen in

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/294/documents/10676