2.6 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen 18 mei 2021.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE BESTUUR EN MIDDELEN DORDRECHT D.D. 18 MEI 2021 Voorzitter: Mevr. Kruger Commissiegriffier: dhr. Bakker Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Bergh (PvdA) Dhr. Van der Graaf (Beter Voor Dordt) Mevr. Jager (Fractie Jager) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. ’t Lam (SP) Dhr. Van Leeuwen (PVV) Dhr. De Lijster (GroenLinks) Dhr. De Looze (CU-SGP) Dhr. Merx (VVD) Dhr. Peters (VVD) Dhr. Polat (D66) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Veldman (CU-SGP) Dhr. Wisker (VSP) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Ambtelijke ondersteuning: de heer Lankhorst Portefeuillehouders: wethouder Burggraaf Insprekers: de heer Wildeman van Stichting Park Merwestein
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond allemaal. Ik kreeg van de griffier, de heer Bakker, het sein om te beginnen, ook al is het nog 19:59 uur. Maar zoals we kunnen zien zal iedereen aanwezig zijn voor de commissie Bestuur en Middelen vanavond, dinsdag 18 mei. Allereerst zal ik even de aanwezigen benoemen. Dat is de heer Polat, de heer Van Leeuwen, de heer Peters, de heer Van der Graaf, mevrouw Koene, mevrouw Jager, de heer Den Hartog. Ik blijf het maar zeggen, hè? De heer Schalken-den Hartog: Ik kom net onaangekondigd op het laatste moment binnen, hè? De voorzitter: Helemaal goed. De heer Schalken-den Hartog: Ik vind het al goed dat je me opnoemt. De voorzitter: Helemaal goed. De heer Schalken, de heer Wisker, mevrouw Van den Bergh, de heer ’t Lam, de heer De Lijster, de heer Wringer, de heer Merx en de heer Van
1
der Kruijff. Straks bij de agendapunten zal ik ook nog onze gasten apart benoemen. Allereerst de mededelingen. Heeft iemand een mededeling van de commissie? Misschien kan ik mevrouw Koene het woord geven, want die wil graag iets vertellen, iets vragen aan de commissie om te kijken of we dat nog aan de agenda kunnen toevoegen. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Is dat zo? De voorzitter: Ja, ik wil het ook vragen, hoor. Maar ik denk: het is uw vraag. Dus dan … Mevrouw Koene: O, ja. Nee, sorry. De voorzitter: Iets met evenementen en zo en een bureau. Mevrouw Koene: Ja, ik ben vanmiddag gevaccineerd, hè? Dus het is allemaal verdrongen door al die volgstoffen die nu in me zitten en zo. Nee, over het evenementengebeuren, de vragen zijn, we hebben het er vorige week even over gehad, de vragen zijn inmiddels al gemaild door de griffier. De vraag van mij is, want het is op zich niet iets waar we een uur over hoeven te doen, dat kan ook in tien minuten, maar de vraag is of als er ruimte is om dat vanavond dan even te doen en anders dat de wethouder daar antwoord op geeft. Maar het is handiger, denk ik, om het gewoon even zo met elkaar te kunnen afstemmen. De reden van de haast is met name omdat iedereen van alles en nog wat wil gaan organiseren en als ze dat eerst moeten gaan agenderen en dat wordt dan juni/juli, dan is het zomerseizoen alweer voorbij.
Dus vandaar eigenlijk mijn vraag aan de collegae. De voorzitter: Exact. En de vraag is dan ook om dat aan het einde van de agenda als laatste punt te bespreken. Mochten we daar niet toe komen dan moeten we even een andere oplossing zoeken. Ik kijk even in de chat. Als ik geen commentaar zie ga ik ervan uit dat iedereen daarmee akkoord is. De heer Merx. De heer Merx: Voorzitter, zeker akkoord. Ik zou het zelfs nog een beetje willen aanvullen, de vragen, want ik denk dat het heel terechte vragen zijn en ook een goede motivering om dit te bespreken. Maar ik krijg wat signalen dat de Omgevingsdienst qua vergunningverlening en dat soort zaken, dat dat daar soms ook niet erg wil vlotten, en dan druk ik me nog wat voorzichtig uit. Mevrouw Koene: Dat is ook precies, daarom heb ik ook die doorlooptijd genoemd. Dat heeft vooral te maken met de vergunningen die afgegeven moeten worden. De heer Merx: Ja. De voorzitter: Maar voor dat we dan nu de discussie aangaan … De heer Merx: Nee, nee, nee. Maar dat wilde ik graag in die discussie betrekken. Ik dacht dat het hier alleen over het evenementenbureau ging, maar … De voorzitter: Nee, nee, nee.
2
De heer Merx: … we zijn het helemaal eens. Ik onderstreep ook de spoed en de spoedeisendheid daarvan. Ik vraag me alleen af of het vanavond lukt. De voorzitter: Daar gaan we ons best mee doen. Als we dan gewoon in de chat aangeven of we akkoord zijn of niet dan gaat dat allemaal sneller. Ik zie de heer Veldman heeft nog iets te zeggen. Mijnheer Veldman? De heer Veldman: Voorzitter, dank. Dit is niet helemaal mijn métier, maar ik heb wel een vraag, of dat dan bij dezelfde bespreking kan worden betrokken. Namelijk, we hebben afgesproken in deze commissie dat de programmering van die Dordtse feesten zo divers als mogelijk zou zijn. Ik zie daar weinig van terug zo op het eerste gezicht. De voorzitter: Nee, dat klopt, als ik u even in de rede mag vallen, maar dat is nu niet de bedoeling van het gesprek. Het gaat meer over wat er dan ook georganiseerd gaat worden. De heer Merx gaf al aan als toevoeging, heeft te maken met de aanvragen van vergunningen, wat niet helemaal loopt. Daar willen we het even specifiek over hebben en niet zozeer … Mevrouw Koene: En niet over de Dordtse feesten. De heer Veldman: U bent de voorzitter, hè? Dus … Mevrouw Koene: Niet over de Dordtse feesten, de heer Veldman. De voorzitter: Ja, ik ben voorzitter, dat klopt. Maar ik had begrepen … De heer Veldman: Omdat u het hebt over ‘we’.
De voorzitter: Nou, de commissie … De heer Veldman: Ik begrijp dat mevrouw Koene daarover wil spreken. Mevrouw Koene: Niet over de Dordtse feesten, dat is echt wat anders. De heer Veldman: Oké. Nee, helder. Daar ging mijn vraag over, dus of dat dan erbij past. Blijkbaar niet. De voorzitter: Nee. En ‘we’ noemde ik omdat ik ‘we, de commissie’ noem. Ik zal het dan volgende keer wat explicieter zeggen, mevrouw Koene en de heer Merx hebben nu een duidelijk voorstel neergelegd. Volgens mij is iedereen het daarmee eens, dus mevrouw Koene, aan het einde van de vergadering, na agendapunt zeven gaan we dit bespreken. Kunnen we dan zo, zoals nu de agenda met dit toegevoegde agendapunt is ingericht, kunnen we die dan op deze manier vaststellen? Ik zie niks in de chat, dus ik ga gewoon gestaag door. Vragen aan het college. Er waren geen vragen gemeld. Heeft er iemand toch nog een oprisping die hij graag kwijt wil? Niemand die snel tikt, dus dat … O, ik sla punt 2 over, wat erg. 2. Vaststellen besluitenlijst commissie Bestuur en Middelen van 12 mei 2021
3
De voorzitter: Het vaststellen van de besluitenlijst commissie Bestuur en Middelen van 12 mei jongstleden. Kan deze worden vastgesteld? De heer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, u had het net over een oprisping en vragen aan het college, maar ik weet niet of u nu daar bent of bij een ander agendapunt. De voorzitter: Ja, ik maak er een potje van met de start. Ik zal eerst eventjes – blijft u maar gewoon in beeld, dan kunt u meteen agendapunt 3 inzetten – heeft er iemand nog wat toe te voegen bij de besluitenlijst van de commissie Bestuur en Middelen 12 mei? 3. Vragen aan het college De voorzitter: Ik heb niks zien verschijnen in de chat, dus mijnheer Veldman, gaat uw gang. De heer Veldman: Voorzitter, dank. De vraag die ik dan daarnet stelde in relatie tot het punt van mevrouw Koene, dacht ik: dan meld ik dat nu maar. Ik weet niet of wethouder Burggraaf in ons midden is, ik zie hem wel op mijn eigen app verschijnen, maar dat kan dan misschien publiek. In deze commissie hebben we eerder vanuit mijn fractie, maar ook de fractie van het CDA, een lans gebroken en dat werd gesteund ook breed, dat de Dordtse feesten voor een zo breed mogelijk publiek zouden moeten zijn. Ik heb mijzelf ook nog wat ingespannen om mensen aan te dragen, maar ik zie dat in ieder geval in de eerste instantie op de website en de aankondigingen nog niet direct terug van wat ik daarvan had gehoopt.
Dus wellicht is daar nog wat toelichting op of uitleg bij, dan zou ik dat graag krijgen. De voorzitter: Het is denk ik een heldere vraag en ik zie inderdaad dat de heer Burggraaf ook is aangeschoven, dus misschien kunt u de heer Veldman van een antwoord voorzien. Wethouder Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp de vraag van de heer Veldman heel goed. De Dordtse feesten ‘…’ zaterdag gestart met als eerste Back to the Rivers en er is ook sinds dit weekend bekend gemaakt voor het volgend weekend, verkoop voor de kaarten rondom het programma wat Bibelot heeft ontwikkeld, allemaal rondom de Energiekade. Er is een compleet programma ook met andere activiteiten, alleen die zijn op dit moment nog niet aangekondigd. Dus ik begrijp heel goed de vraag van de heer Veldman en het beeld wat er nu ontstaat is dat het alleen een muziekevenement is, maar we hebben wel degelijk de vraag heel breed uitgezet, we hadden ook meer dan honderdvijftig organisatoren die erbij zaten. Dat zit ook echt in het programma verwerkt. Ik zat net even te zoeken, maar ik kan hem nu even zo snel niet tevoorschijn toveren, dus ik stel voor dat ik gewoon even uw commissie per mail informeer over de programma-elementen en even wat toelichting geef over hoe we die diversiteit waar u om gevraagd heeft, hoe we dat een plek hebben gegeven.
De voorzitter: Als de heer Veldman daarmee akkoord gaat lijkt mij dat een uitstekend voorstel. De heer Veldman: Voorzitter, zeker. Ik weet ook niet, maar daar roep ik dan de wethouder voor op, om ook in de uitingen richting media en publiek ook te proberen in
4
die zin dat been dan bij te trekken, voordat er delen van de stad denken: die feesten, dat is in ieder geval niet mijn feestje. Want dat zou wel heel jammer zijn. Wethouder Burggraaf: Nee, dat zeg ik u toe. Ik moet zeggen: dat was ook mijn afdronk nu even naar de eerste start. Dus een terecht aandachtspunt, die ik mee terugneem en waar we aan gaan werken. De voorzitter: Mooi gezegd, afdronk na de start. De heer De Lijster zie ik. 4. Raadsinformatiebrief Coronamaatregelen (11 mei 2021) - Raadsinformatiebrief De heer De Lijster: Voorzitter, dank u wel. Wij hadden toch nog even twee vragen. De eerste vraag ging eigenlijk over die quickscans die we aanbieden eigenlijk aan bedrijven gedurende corona, om een visuele check te doen, hoeveel daar nou eigenlijk gebruik van wordt gemaakt door de ondernemers. Een tweede vraag, die raakt misschien ook wel een beetje even de coronabrief, maar de coronasteun voor sport en culturele organisaties, het indienen hiervoor loopt af per 1 juni en voor zover bekend kunnen we zien dat er voor spoedorganisaties nog 97.500 euro op de plank ligt en voor culturele organisaties 59.500 euro. Ik ben eigenlijk dan wel benieuwd of het te verwachten is dat er nog aanspraak gedaan wordt op dit Rijksgeld.
Zo niet, waar komt dit dan door? Zijn de mogelijke procedures te ingewikkeld, zijn de criteria niet haalbaar en is het wellicht voor de organisatie in de tweede termijn wel haalbaar? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Ja, u was mij voor, want ik was nog niet aan agendapunt vier gekomen, de coronamaatregelen. De heer Burggraaf, kan hij hier antwoord op geven of moeten we dan bij iemand anders zijn? Wethouder Burggraaf: Nee, voorzitter, kan ik wel antwoord op geven. Op die eerste vraag, met betrekking tot die voucherregeling, we hebben er twee in het leven geroepen. De ene is de voucher waarbij ondernemers uit een pool van administratiekantoren een scan kunnen laten doen en kunnen kijken: welke mogelijke coronacompensatiemaatregelen zouden we nog kunnen aanvragen en is nog niet gebeurd? Daarvan zijn er, uit mijn hoofd gezegd nu, ik geloof twee ondernemers die daar interesse in hebben. Ik merk wel, waar we nog erg tegenaan lopen is dat ondernemers toch heel lang daar schroom voor hebben om het in te zetten. Dus dat herken ik overigens ook, collegae, ik had het ook met de TONK-regeling al gezegd: er is geld beschikbaar, maar ondernemers vinden het toch wel een behoorlijke drempel om zo’n stap te zetten, ervaren wij.
Maar goed, het wordt dus wel benut en het heeft sowieso zin omdat het, merk ik, heel erg helpt bij de gesprekken met de ondernemers, omdat je een gereedschapskistje meebrengt en daarmee ook gewoon achter veel meer zaken kan komen, wat er speelt en hoe we kunnen helpen. Dus ook al zouden ze niet allemaal benut worden, het feit dat je het hebt helpt gewoon om het goede gesprek met elkaar te hebben en ook op andere vlakken dan te ontdekken waar je nog hulp kan verlenen. Dus dat is één. Het tweede is dat we nu ook een voucherregeling zijn begonnen voor horecaondernemers en dat zit in de bedrijfsadvisering. Dus een horeca adviesbureau kijkt: waar kunnen eventueel nog exercities in het bedrijf gevonden worden, hoe loopt het nou in je bedrijf, zit er nog toekomstperspectief in? Ook in het nieuwe horecalandschap wat ontstaat, die daarin begeleidt en daar is inmiddels ook de eerste aanvraag voor binnen. Dan voor wat betreft de subsidieregeling cultuur, daar is een
5
eerste en een tweede tranche. Die tweede tranche is gewoon de tweede helft van het jaar ook nog beschikbaar en er komt ook nog weer een nieuwe regeling met Rijksgeld beschikbaar, ook meer voor de ZZP- en amateurkunst. Dus ik verwacht dat daar nog wel aanspraak op gedaan zal worden. Voor sport zijn er ook inmiddels een aantal aanvragen. Ik zit even te kijken, want ik geloof dat, ik weet niet of die vraag ook … Ja, die zijn ook van GroenLinks, zie ik, door mevrouw Kruger gesteld. Daar hebben we nu een beantwoording voor liggen, precies op dit thema. Dus dat komt uw kant op, we zullen zorgen dat die ook met de rest van de commissie gedeeld wordt en daar wordt wat meer ingegaan op de vragen die nu net gesteld zijn. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer De Lijster, tevreden over het antwoord? De heer De Lijster: Ja voorzitter, nog wel een vraag dan. Schuift het geld van de eerste tranche ook door, of niet? Wethouder Burggraaf: Ja, voor wat betreft cultuur sowieso, die was in twee termijnen. Voor wat betreft sport hebben we het in de commissie erover gehad, daar was uw zorg: is die aanvraagtermijn niet te kort en vervalt het dan niet? Dus daar heb ik u goed gehoord, die regeling houdt op halverwege het jaar of het eind van de eerste helft.
Als die niet benut is dan kunnen we die gewoon nog in de tweede helft doorzetten, met het oog op dat we altijd een instrument achter de hand hebben op het moment dat het ook echt, op het moment dat een partij daar op zit te wachten of het echt hard nodig heeft. De heer De Lijster: Dank. De voorzitter: Oké. Dan zie ik de heer Polat, die wil nog het woord tot ons richten. De heer Polat: Ja. Dank, voorzitter. Het gaat ook bij mij over die twee ondernemers die zich hebben gemeld bij de gemeente om een quickscan te doen. Wordt dat niet actief geacquireerd bij de bedrijven, om die quickscan te doen? Of wordt er wat meer afgewacht totdat het bedrijf bij jullie zelf komen? Wethouder Burggraaf: Nee voorzitter, daar zijn we echt actief mee bezig, dus we maken hem actief bekend, de regeling. We hebben een team van vijf accountmanagers zitten bij het, zo heet dat, Team Dordt Onderneemt, die er voor ondernemers is. Die hebben ook wekelijks gesprekken met ondernemers. Als er signalen zijn dan gaan we naar ze toe en dan bieden we het actief aan. Het is uiteindelijk wel gewoon aan de ondernemer zelf om uiteindelijk de stap te zetten om het ook echt te benutten. Dus uiteindelijk is het nog de ondernemer zelf die beslist. Maar het is wel iets wat absoluut actief onder de aandacht gebracht wordt. De heer Polat: Tot twee. Dat vind ik wel heel erg weinig.
Wethouder Burggraaf: Dat is nogmaals wat ik zei net: we merken gewoon dat bij ondernemers ook nog echt schroom zit om van dit soort dingen gebruik te maken. Ik heb daar ook onlangs nog met het Ondernemersloket een gesprek gehad, om eens te horen: hoe ga jullie nou om met bijvoorbeeld ondernemers die uiteindelijk zover komen dat ze in een dreigend faillissement raken in de begeleiding, et cetera? Dat wilde ik eens weten, hoe staan we daar voor gesteld. Daar was ik gerustgesteld, dat we daar echt gewoon
6
goede begeleiding in hebben staan, maar die hadden hetzelfde verhaal en zelfde reflectie, dat het gewoon zo is dat de doelgroep van ondernemers daar vaak, ze zijn niet voor niets ondernemer, dus ze zijn gewend om hun eigen zaakjes te regelen. Dat maakt dat ze gewoon minder snel zo’n stap zetten. Het enige wat wij kunnen doen is goed bekendmaken dat het er is, nogmaals vooral veel in gesprek met de bedrijven en ze daarin ook uitleggen dat het soms verstandig kan zijn om, ondanks dat je inborst zegt misschien ‘ik regel het zelf wel’, om daar toch even hulp bij te vragen. Dat is wat we doen en nogmaals, uiteindelijk is het aan de ondernemer zelf om dan ook de stap te zetten om het ook daadwerkelijk te gebruiken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Burggraaf. Ik denk dat met deze brede uitleg het ook nog wat bekend is geworden, zeker als wij het allemaal op onze websites delen, van de politieke partijen, dan komt dat best wel goed, denk ik. Stukken ter bespreking 5. Herbestemming Berckepad 9. - Raadsvoorstel De voorzitter: Dan gaan we nu over naar agendapunt 5, Herbestemming van Berckepad.
Het raadsvoorstel waarbij het voorgesteld besluit luidt: “Het college de opdracht te geven het pand Berckepad 9 – ook wel Het Werfje genoemd – via een meervoudige verhuurprocedure aan te bieden met de bestemming lichte horeca.” Hiervoor wil ik graag de heer Wildeman uitnodigen als inspreker namens Stichting Park Merwestein. Mijnheer Wildeman, u krijgt 5 minuten om uw standpunten aan de commissie mee te geven en er is ook nog ruimte voor vragen. Even een vraag aan u: bent u aanwezig? Ik heb u net wel gezien aan het begin. Ja, daar bent u. De heer Wildeman: Daar ben ik. Hoort u mij? De voorzitter: Welkom. Ja, ik hoor u. Even de vraag: mogen mensen tussendoor vragen stellen of heeft u liever dat het aan het einde is? De heer Wildeman: Ik vind het prima. U mag tussendoor vragen stellen en aan het eind, ik vind het allemaal prima. Ik ben dus Ad Wildeman, ik ben sinds een aantal weken bestuurslid van Stichting Park Merwestein. Ik ben geboren en getogen Dordtenaar en ik woon ongeveer 38 jaar hier op een stukje van de Singel, vlakbij het park. Het park gaat mij zeer aan het hart en sinds kort ben ik bestuurslid. Ik weet dus niet alle ins en outs uit het verleden, maar ik heb me wel de afgelopen dagen erin verdiept en ik heb toch wat opmerkingen richting de commissie over de besluitvorming. U heeft uit de stukken kunnen lezen dat wij als commissie tegen dit voorstel zijn.
Wij willen absoluut geen horeca in het Werfje, dat lijkt ons niet de juiste bestemming voor dat plekje. Wat wij het liefst zouden willen zien is dat het Werfje weer de oude functie van schaftlokaal en ruimte voor opslag zou krijgen. Het is in het jaar 2016, dat de gemeente heeft besloten om alle groenwerkers hun lunchpauze en alles te laten houden op de ‘…’, ergens ver weg. Dat is na 5 jaar nog steeds niet het geval. De mensen gebruiken nog steeds het Werfje als schaftlokaal en gebruiken het ook nog steeds als toiletruimte, omdat we wel mogen stellen dat dit besluit niet echt gedragen wordt door de praktijk. Dus wat ons betreft graag opnieuw dat besluit heroverwegen, liefst nog terugdraaien. Daarbij vervalt ook meteen de noodzaak om het pand te verkopen, wat de gemeente trouwens gelukkig
7
teruggedraaid heeft. Dan kan de oude functie weer teruggegeven worden. Ik heb in een oud stuk uit 2017 van mevrouw Weijs, de bouwhistoricus, die heeft onderzoek gedaan naar het gemeentewerfje, een bouwkundig historische opname. Die heeft duidelijk aangegeven dat de bouwhistorische waarde van het Werfje als positief ervaren moet worden en dat ook de waarde van de gebruikshistorie als ‘hoog’ moet aangegeven worden. Zeventig jaar lang heeft het de functie gehad van keet, maar ook als opslagruimte. Wij willen graag dat het die ruimte weer terugkrijgt. Voor de rest is het besluit van de gemeente, ingegeven door een enquête, waarvan de uitslag wat ons betreft voor allerlei, of in ieder geval voor tweeërlei uitleg vatbaar is. Wij vonden ten eerste de enquête niet echt objectief. De mogelijkheid om de huidige situatie zoals die de facto bestaat, die stond niet bij de vragen. Hij is wel 29 keer als zodanig aangegeven. Als u kijkt naar de expositieruimte en de horeca, dan scoort eigenlijk de expositieruimte als mogelijkheden beter dan de horeca en als je bij de horeca kijkt dan zie je dat 30 procent van de mensen daar fel op tegen is. Dus de horeca, als je daarvoor kiest, dan weet je van tevoren dat je echt heel veel mensen tegen de haren instrijkt. Daarbij moet opgemerkt worden dat de mensen die voor de lichte horeca zijn vooral woonachtig zijn buiten de directe omgeving van de Singel.
Dus wij hebben wel gedacht dat die mensen wel de lusten, maar niet de lasten van de horeca willen hebben. Verder heb ik in het verleden ontdekt dat er in 2016 een motie is aangenomen in de vergadering van 28/29 juli 2016 in de behandeling van de Kadernota 2017. Daar staat in de motie: “Constaterend dat Park Merwestein een belangrijke rol in de stad vervult, onrust bestaat over de toekomst van het Werfje in verband met de ontwikkelingen van het stadsbeheer, het Werfje beschikt over een monumentale status en onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van het Park Merwestein. Spreekt uit dat het wenselijk is dat het Werfje functioneel toebehoord aan Park Merwestein, de Stichting Park Merwestein een klemmend beroep heeft gedaan om de toekomst van het Werfje als onderdeel van het park te garanderen. Draagt het college op ervoor in te staan dat de parkgrenzen van het Park Merwestein niet verschuift en dus ongeacht de te nemen maatregelen het Werfje onderdeel zal blijven uitmaken van het park. In gesprek met Stichting Park Merwestein de mogelijkheden te bekijken over de toekomstige invulling wanneer het Werfje zijn oorspronkelijke functie mocht verliezen, waarbij overwogen zal worden het Werfje aan te bieden aan de stichting en de voorwaarden vast te leggen in een gebruiksovereenkomst.” Dat is een uitspraak van de gemeenteraad en ik denk dat die er niet om liegt.
Voor de rest heb ik nog de brief van Geurt van den Brink, dat is de dierenarts. Die wordt volgens mij ook door jullie besproken straks. Daar geeft hij aan dat hij zich ernstig zorgen maakt over het wel en wee van de dieren in het park, vooral als de drukte in het park toe gaat nemen door de horeca. De voorzitter: Mijnheer Wildeman, dit was uw betoog? U heeft nu uw microfoon uitstaan, net als ik net, wat ik zei u wat, maar dat kon u niet horen omdat ik mijn geluid uit had staan. U heeft nu ook uw geluid uitstaan. Ja, oké. Als eerste de heer Polat. De heer Polat: Dank, voorzitter. Dank, mijnheer Wildeman, voor de bijdrage. Ik heb een vraag. U heeft natuurlijk een heel betoog gehouden om de oude functie te behouden, maar ik heb nog geen argumenten gehoord waarom er geen horeca daar moet gaan plaatshebben.
8
De heer Wildeman: A. De horeca is op deze plek niet geschikt, de aanvoer door het Berckepad, de drukte door het Berckepad. Het Berckepad is een nauw, klein straatje, doodlopend. Wij verwachten ernstige overlast van verkeer, wij verwachten ernstige overlast van parkeren. Niet alleen van auto’s, maar ook van bakfietsen. De toegang tot het park zal wel ernstig belemmerd gaan worden en deze ingang van het park is de enige die direct toegankelijk is voor allerlei hulpdiensten. Daarbij verwachten we ook geluidsoverlast, want we nemen aan dat er ook een terrasfunctie bij zal komen, omdat het pand op zich niet echt groot is om daar horeca onder te brengen. Daarbij moet ik nog opmerken dat er een brief gestuurd is in 2020 en die is ondertekend door alle bewoners van het Berckepad, waarin staat dat alle bewoners van het Berckepad absoluut tegen de horeca zijn. Dus het anti-horeca wordt zeer breed gedragen in de directe omgeving van het park. De heer Polat: Oké, dank. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over naar de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Wildeman, ik heb een vraag. U zegt: er is een enquête verschenen en uw alternatief is daarin niet naar voren gekomen.
Dus ik zit een beetje te zoeken naar de rol van het college: is er overleg met u geweest of in ieder geval met de stichting geweest over het opstellen van zo’n enquête en hoe ziet u dat? De heer Wildeman: Dat is voor mijn tijd geweest, dat is natuurlijk lastig. Ik weet dat er een gesprek is geweest, dat wij vragen mochten aandragen. Er is ook een plan van ons ingediend voor de functie van het Werfje, dat mocht het dus toch niet de oude functie krijgen, dan willen wij er inderdaad een educatie onderbrengen, in dat Werfje. Maar het idee om het weer terug te brengen in de oude staat is niet als vraag opgesteld in de enquête. Dat vinden we erg jammer. De heer Van Leeuwen: Dan nog even een aanvullende vraag. Ik zit toch een beetje te zoeken naar de rol van het college. Wij zijn heel erg voor burgerparticipatie en vinden het ook heel erg belangrijk dat de stichting ook gehoord wordt … De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, we gaan nu niet een hele discussie voeren. Wilt u komen tot uw vraag? De heer Van Leeuwen: Ik ga nu de vraag stellen. Dus mijn vraag is: als u kijkt naar communicatie met het college, wat is daarin gebeurd de afgelopen, wat zullen we zeggen, anderhalve maand? De heer Wildeman: Niets. De heer Van Leeuwen: Niets? De heer Wildeman: Niets.
Wij hebben dus de stukken voor de vorige vergadering van 18 april via mijnheer ’t Lam hebben we die gekregen, want de stukken voor de vergadering lagen, dachten we zelf, in de brievenbus bij ons. Dus wij hebben het idee dat we niet
9
helemaal erbij betrokken worden. Terwijl in die motie die ik net voorgelezen heb heel duidelijk staat dat wij er wel bij betrokken moeten worden. De heer Van Leeuwen: Oké, helder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Ja, voorzitter. Even de camera aan. Voorzitter, dank, mijnheer Wildeman, voor het inspreken. Ik had een vraag aan u. U zegt: het Werfje willen we weer de oude functie teruggeven. Ik wilde even aan u vragen: kunt u uitleggen wie nu gebruikmaken van het Werfje? Is dat Stadsbeheer en Stichting Park Merwestein voor het beheer van het park? Hoeveel tijd maakt u gebruik van het Werfje? De heer Wildeman: Wij maken zelf geen gebruik van het Werfje. Het Werfje wordt nog steeds gebruikt door de mensen die in het park werken. Dus de mensen lunchen daar en die gebruiken het toilet daarvan en het is opslag van materiaal. Het stukje daarachter wordt gebruikt voor bladopvang in de herfst. Maar wij maken zelf als stichting geen gebruik van het Werfje. Mevrouw Van den Bergh: U maakt er geen gebruik van. En heeft u enig idee, kunt u iets toelichten van hoe vaak de mensen van Stadsbeheer daar zitten? De heer Wildeman: Volgens mij bijna dagelijks, want als ik Nico wil spreken, de parkwachter, dan ga ik altijd eerst naar het Werfje en negen van de tien keer kom ik hem daar tegen en niet in zijn woonhuis.
Mevrouw Van den Bergh: Oké, bedankt hiervoor. De voorzitter: De volgende, de heer ’t Lam. De heer ’t Lam: Goedenavond, voorzitter. Ik heb twee vragen aan mijnheer Wildeman. Om te beginnen de motie die u aanhaalde, die is uit 2016. Ik heb ook in de stukken zitten zoeken. Die motie is bij brief van juli 2016, dus kort erna, naar de stichting gestuurd. Dus vanaf dat moment wist de stichting dat er gesproken zou gaan worden over hetgeen er in de motie staat, ik ga het nu niet herhalen, want u heeft hem keurig voorgelezen. Ik vraag me af wat de stichting sinds 2016 gedaan heeft in afwachting van het gesprek met het college, omdat ze wisten dat ze een dergelijk aanbod zouden krijgen. Toen dat gesprek plaatsvond: wat heeft het college toen gedaan met het idee dat jullie hadden? Of hadden jullie geen idee? Dat is mijn eerste vraag. De heer Wildeman: Nogmaals, ik ben kersvers in het bestuur. Wat ik weet is dat de stichting heeft in de buurt wel degelijk mensen geïnformeerd en ook geënquêteerd om te vragen: hoe kijken zij er tegenaan? Ik weet verder dat ze de publiciteit hebben gezocht op Facebook en op Stem van Dordt, heb ik begrepen. Maar dat gesprek met B&W, daar weet ik niks van. Of het überhaupt geweest is, dat weet ik ook niet. De heer ’t Lam: Oké, dat komt straks nog aanbod als ik het college mag bevragen. Dan mijn tweede vraag.
Stel dat de raad zegt: nou, we gaan collegevoorstel overnemen, lichte horeca vinden wij goed idee. Heeft de stichting dan nog bepaalde punten waarvan
10
ze zeggen ‘neem dat dan op in de huurovereenkomst met de toekomstig horecaexploitant’? De heer Wildeman: Nou, ik zou in ieder geval willen pleiten om niet het bestemmingsplan te veranderen. Ik zou in ieder geval pleiten dan om er een kruimelvergunning aan te wagen, dan zitten we voor tien jaar vast en niet voor de rest van de eeuw, zeg maar. Dus dat zou ik als eerste willen aandragen, als het dan zover mocht komen. Ten tweede denk ik dat het belangrijk is, de geluidsoverlast, en wat ik net al zei: die bereikbaarheid van het park moet in orde blijven. Mijnheer Van den Brink is ernstig bezorgd over het wel en wee van de dieren, dus ik denk ook dat het sowieso een heel kleinschalig horeca moet worden, als het dan zover mocht komen. De heer ’t Lam: Oké, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer ’t Lam. Dan komen we bij de heer Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Goedenavond, de heer Wildeman, dank voor uw inspraak. Ik heb eigenlijk een vraag, maar waarvan ik nou niet weet, omdat u al een paar keer gezegd heeft: ik ben pas bestuurslid, dus ik weet niet alles. Ik ga hem toch stellen en als u het niet weet dan hoor ik dat wel. Dat is, ik verwijs even naar een recente mail van de stichting, van het bestuur. Er staat geen naam onder, dus ik weet niet of u hem getypt heeft of één van uw medebestuursleden.
Er staat in: “Het had het college van burgemeester en wethouders gesierd het voorgestelde besluit aan de stichting voor te leggen, dan wel ter kennisname toe te zenden.” Dat is helaas niet gebeurd. Nou hebben wij informatie van de wethouder, zit ook in het segment dossier, ook in de raadsinformatiebrief, die zegt: nou, dat is niet helemaal waar, wij hebben het toen meteen de dag nadat het college een voorstel heeft gedaan aan de raad meteen opgestuurd naar de gemeenteraad, maar ook naar de participanten, waaronder de stichting. Wie heeft er nu gelijk? De heer Wildeman: Wij hebben dat gekregen, maar volgens mij was het een vorige vergadering, 18 april of zo, of ergens in april, waar dit voor het eerst ter sprake kwam. De heer Merx: 15 april, lees ik … De heer Wildeman: 15 april. De heer Merx: … is het aan de stichting gezonden. De heer Wildeman: Nou, in ieder geval, wij kregen de stukken eigenlijk nadat u al als commissie vergaderd had. Toen pas kwamen de stukken bij ons binnen. We hebben ze dus twee, drie dagen later gekregen, dus wij konden eigenlijk net, we moesten echt halsoverkop vergaderen om nog net even wat te kunnen reageren op het voorstel. Dus we waren heel laat geïnformeerd, dat is wat wel zo was.
De stukken zijn eerst door uw collega ’t Lam naar ons doorgemaild en toen lagen ze twee dagen later in de brievenbus van onze penningmeester, die fungeert als brievenbus, de penningmeester. Dus wij hebben ze gekregen, maar niet op het moment dat we dachten: nou, daar kunnen we eens even rustig over nadenken en vergaderen. We moesten à la minute, ad hoc bijna,
11
deze brief opstellen, die is opgesteld door onze voorzitter, die helaas nu op vakantie is, vandaar dat ik hier zit. Maar die is staande die vergadering ongeveer gemaakt, die mail. De heer Merx: Ik denk dat u zich iets meer tijd had kunnen geven, want het was het college wat hierover vergaderd heeft en de commissie gaat er pas vanavond over vergaderen. De heer Wildeman: Ja, maar dat hadden wij … De heer Merx: Dat wil zeggen: we hebben het wel geagendeerd. Daar hebben we het al even over gehad met elkaar. Tweede vraag is, u zegt: het Werfje moet onderdeel zijn van het park. Dat is uw stellingname. Kan horeca geen onderdeel – lichte horeca, zoals het college voorstelt – kan dat geen onderdeel zijn van het park voor de bezoekers? De heer Wildeman: Nou, lichte horeca op zich hoeft natuurlijk geen bezwaar te zijn, maar A. de plek waar is natuurlijk wat ons betreft niet echt handig voor horeca, punt één. Punt twee, je moet je ook afvragen: wat is de functie, wat wil je met het park? Wil je daar een sociaal gebeuren van maken, wil je daar een ontmoetingsplaats van maken, wat wil je daarmee? De meeste mensen komen daar in het park voor de rust, voor de natuur en toch vooral ook voor de ontspanning. Dan is de vraag of dat daar horeca dan zo nodig iets aan toe moet voegen.
Ik denk, als je met vrienden af wil spreken, ga dan naar de stad, ga daar dan op een terras zitten en ga niet daar in het park afspreken. Nogmaals, daar is deze plek absoluut niet geschikt voor. Ik zeg niet dat er überhaupt geen horeca in het park zou kunnen zijn, maar deze plek leent zich daar absoluut niet voor. De voorzitter: Nog één korte aanvullende vraag, mijnheer Merx. De heer Merx: Ja precies, hele korte aanvullende vraag. De voorzitter: Een hele korte aanvullende. De heer Merx: Een hele korte. Als ik denk over lichte horeca dan denk ik aan lichte horeca, aanvullend aan de functie van het park. Dus niet één of ander feesthuis met honketonkmuziek ofzo, maar gewoon een lichte horecafunctie die past in het geheel van het park. Maar wat is uw beeld daarbij, als er dan toch horeca moet zijn? De heer Wildeman: Wat ik denk, lichte horeca, en ik begrijp dat het dan, ik denk dat er broodjes en koffie en wat frisdrank en ijsjes verkocht gaan worden, dat verwacht ik dan. Op zich geeft dat meer loop en meer onrust naar het park toe en vooral, het gaat allemaal via het Berckepad. En het Berckepad is daar nou totaal niet geschikt voor om aanvoer naar een horecagelegenheid te brengen. Ik weet niet of u het kent, maar het is een nauw straatje waar totaal geen parkeerplaatsen zijn of wat dan ook.
Er staan prachtige berkenbomen, het heet het Berckepad, maar je kunt daar niet echt een aan– en afvoer van een horecagelegenheid hebben, die heb je daar niet voor. Dus die plek leent zich daar niet. Ik bedoel, ik kom ook graag in Amsterdam in het Vondelpark, leuk die horeca, prachtig. Mijn kinderen die wonen niet meer in Dordt, die zouden dit toejuichen, horeca in het park. Maar dit is niet de geschikte plek. Dan kun je, afgezien van de discussie of je het wel of niet wil hebben, gaan we nu alleen zeggen: doe dit alstublieft niet in het Werfje.
12
De voorzitter: Helder. De heer Merx: Ik dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merx. Dan heb ik nog de heer Van der Kruijff als laatste om een vraag te stellen. En de heer Veldman. Dan hebben we alle fracties bijna gehad. De heer Wildeman: Ik wou net zeggen. Ik had maar vijf minuten. De voorzitter: Ja, u had vijf minuten, maar dat wordt uitgebreid door de vragen die gesteld worden. U kunt wel zien dat de commissie het zeer serieus neemt. De heer Wildeman: Ja, ik voel me zeer gevleid. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik kan het vrij kort houden. Ik had eigenlijk grotendeels dezelfde vraag als de laatste vraag van de heer Merx, hoe vanuit Stichting Park Merwestein werd aangekeken überhaupt tegen horeca in het park. Laat ik het zo zeggen: wij zien namelijk voor ons, en ik ben benieuwd hoe u dat ziet, dat het ook de aantrekkelijkheid van het park kan vergroten. Als je daar wandelt, dat je ook even een glaasje kan drinken en met je kinderen even naar het toilet kan of zoiets, dat er iets kleinschaligs is. Dus daar hebben we wel hetzelfde beeld bij wat ik ook bij de heer Wildeman hoor, als u dat al zou doen. Alleen, als u dat dan niet bij het Werfje zou doen, heeft u dan een idee, want wij zien dat wel graag namelijk in het park als voorziening beschikbaar komen, waar dat dan wel in dat park zou kunnen, of aangrenzend aan het park? De heer Wildeman: Dat vind ik lastig.
Kijk, ik weet dat Nico Duindam, die gaat met pensioen, maar die wil dolgraag in dat pand blijven wonen. Dat begrijp ik ook. Maar voor de rest hebben we natuurlijk geen gebouwen daar in het park waar je eventueel wat zou kunnen doen. Je kunt natuurlijk ook in de zomer een feesttent neerzetten waar je dan wat lichte horeca neerzet. Als het per se moet, als je per se horeca in het park zou willen dan kunnen we daar natuurlijk over gaan kijken wat de mogelijkheden zijn. Maar nogmaals, het gaat nu om het Werfje en dat is geen discussie, wat ons betreft. Die andere discussie, dat is een nieuw punt en daar willen we graag met u overleggen, maar nu even niet, want dit moet eerst uit de wereld. De heer Van der Kruijff: Eén voor één, dank u wel. De heer Wildeman: Precies, ja. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Kruijff. De heer Veldman nog. De heer Veldman: Voorzitter, dank u wel. Mijn vragen sluiten hier wel vrij naadloos op aan, volgens mij, omdat ik het betoog aan de ene kant, waarvoor overigens hartelijk dank, wat mij in ieder geval helder is, is dat de ontwikkeling in het Werfje ongewenst is. Maar de vraag waarom precies dat begint mij steeds minder helder te worden, omdat er meerdere argumenten voor worden aangedragen, maar ze niet helemaal bij elkaar lijken te passen. Aan de ene kant zegt u: de toeloop via het Berckepad. Aan de andere kant
13
maakt zich zorgen over de drukte in het park, maar dat staat op gespannen voet dan, in ieder geval lijkt het te zijn, met uw suggestie dat er elders wel horeca in het park zou mogen komen. Dus wat is nu precies de crux? De heer Wildeman: Nee, dat begrijpt u verkeerd. De vraag was: als er dan überhaupt horeca moet komen in het park, waar dan? Dat was de vraag van uw collega. Wij willen over de discussie of er al of niet horeca in het park moet komen, dat is een andere discussie. We willen nu in ieder geval dat het Werfje behouden blijft en dat het Werfje de functie weer krijgt die het altijd gehad heeft. Dat past bij het park, dat is een onderdeel van het park en dat hoort bij het park. Het is altijd, zeventig jaar lang, al zo geweest, wat ik net in dat rapport net heb aangedragen, daar werd het ook even aangegeven. Ik heb opgeteld dat mijn achterbuurman, mijnheer Van den Brink, de dierenarts, zich ernstig zorgen maakt over de drukte in het park voor de dieren en voor de flora en voor de fauna, daar maakt hij zich ernstig zorgen over. Dus ik denk dat als er überhaupt gesproken gaat worden over horeca, dat we dan inderdaad heel kritisch moeten kijken of dat inderdaad wel past in dit park. Het is een stadspark, maar het is niet zo’n kolossaal park als het Vondelpark in Amsterdam, het is wat kleinschaliger.
Dus de vraag is of dat je, maar die horecadiscussie denk ik dat die op een ander moment gevoerd moet worden, dat is nu de vraag niet. Het gaat nu om de discussie van het … De voorzitter: Ik denk, dank u wel, mijnheer Wildeman. Mijnheer Veldman, heeft u zo goed antwoord gekregen? De heer Veldman: Nou ja, dat ‘goed’ is uw oordeel. Ik heb in ieder geval een antwoord en ik laat het nog even op me inwerken. De voorzitter: Oké, ik zie verder geen nieuwe vragen aan u, mijnheer Wildeman. Dan wil ik u hartelijk danken voor het inspreken. U mag de discussie nu gaan volgen, maar u kunt helaas geen input meer geven. De heer Wildeman: Oké. Ik dank u heel hartelijk voor de gelegenheid die ik gekregen heb. Ik had op 5 minuten gerekend, maar volgens mij is het 25 minuten geworden. Oké, dank u wel. De voorzitter: Ja, iedereen is heel nieuwsgierig en u heeft goed uw best gedaan. De heer Wildeman: Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we nu over naar de bespreking van het voorstel, met de politieke vragen. Deelt de raad de door het college gemaakte keuze voor de bestemming van het Werfje? Mijnheer Wildeman, dan mag u ook uw camera uitzetten.
De aanvullende vraag is: strookt dit voorstel met de kaders die de raad volgens de unaniem aangenomen motie en aanvullingen die daarbij zijn gedaan bij de raadsbehandeling wil vastleggen in de Parkenvisie? Ik wil voorstellen om de SP en het CDA, die de vragen hebben gesteld, als eerste het woord te geven. Wie meldt zich als eerste? Ik geef gewoon de heer ‘t Lam als eerste het woord. De heer ’t Lam: Voorzitter, ik gaf al aan: het maakt me niet uit of het CDA het eerste is of ik het eerste ben. Wij hebben dit onderwerp mede geagendeerd omdat in april niet
14
duidelijk was of de stichting nu wel of niet was geïnformeerd. Uit de stukken blijkt nu dat de stichting wel is geïnformeerd, maar mijnheer Wildeman vertelde dat juist al: waarschijnlijk is dat door de snelheid tussen het collegebesluit en dat wij het in de commissie bespraken en het verzenden van de brief een beetje tussen wal en schip gevallen. Maar in ieder geval is de stichting nu tijdig geïnformeerd voor vanavond. Dan is het verhaal wat mij betreft begonnen in 2016 met de vastgestelde motie. Ik heb aan mijnheer Wildeman gevraagd hoe zij daarmee zijn omgegaan, maar hij is pas betrokken bij de stichting, dus wist dat niet. Ik vraag nu ook aan het college: hoe heeft het college – want dat heb ik niet in de stukken kunnen lezen – uitvoering gegeven aan deze motie? Dan heeft mijnheer Wildeman nog verteld dat er een brief is van alle bewoners in het Berckepad. Tenzij ik dat gemist heb, heb ik die brief niet gezien. Daar kan de wethouder dan misschien ook nog iets over vertellen. Wat de vorige keer ook niet bijgevoegd was dat was het bouwhistorisch onderzoek, maar dat zit nu wel bij de stukken. Ik heb nog even contact met de wethouder gehad en die heeft mij verteld dat dat rapport, en dat blijkt ook, in bezit is van de Stichting en ook naar BOEi is gegaan. Die hebben dat dus meegenomen bij het onderzoek.
Waar ik ook benieuwd naar ben is of dat, als het pand lichte horeca wordt, of dat dan de ingang van het park op dezelfde plek blijft zitten. Dus gaan we de toegang van het park niet verschuiven? Want dat was ook een opmerking van mijnheer Wildeman: het pand moet onderdeel blijven van het park. Voorzitter, in principe heeft de SP niet veel moeite om lichte horeca in het pand te vestigen. We zijn blij dat het in een constructie gaat met verhuur en niet met koop. In het raadsvoorstel staan een aantal toetsingscriteria en die zouden wij graag uitgebreid zien met enkele punten. 1. Dat de openingstijden van de lichte horeca niet buiten de openingstijden van het park liggen. Dat lijkt me ook lastig als het toegangshek op deze plaats blijft zitten en het dichtgaat als het park sluit. 2. In het huurcontract worden afspraken gemaakt over het verwijderen door de huurder van het afval in het park, afkomstig van de horeca. Ook worden voorwaarden opgenomen over het voorkomen van geluidsoverlast. Als laatste punt: in het huurcontract wordt geen bepaling opgenomen dat de huurder na het verstrijken van de huurtermijn het pand kan kopen. Tot zover mijn inbreng. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer ’t Lam. Dan wil ik graag de heer Van der Kruijff het woord geven. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, in het algemeen vindt het CDA dat we de parken in Dordt aantrekkelijker kunnen maken en er ook aantrekkelijker van worden voor bezoekers als daar gelegenheid komt voor een hapje en drankje, even een zitje op een terras. Ik weet nog, vorig jaar november bij de begrotingsbehandeling is er ook een motie ingediend – niet overigens door ons, maar we hebben wel voorgestemd – waarin gevraagd werd om een Parkenvisie. Toen is ook breed vanuit de raad, ook vanuit ons vooral, aangegeven dat het ook goed zou zijn om in die Parkenvisie mee te nemen hoe we de parken ook aantrekkelijker kunnen maken, bijvoorbeeld door het toevoegen van passende horeca. Het woord ‘passend’ is natuurlijk wel een hele belangrijke in deze, het moet wel bij een park passen. Ook het Merwesteinpark is natuurlijk een zeer gewild park, waar wij denken: natuurlijk moet het niet één of andere feestlocatie gaan worden, maar dat het voor bezoekers – en dat zijn niet alleen de omwonenden, maar er komen ook bezoekers die van verder komen, omdat dat zo’n mooi park is en daar graag gaan wandelen – dat dat voor die bezoekers echt een verrijking is als daar een terrasje komt waar je even kan zitten, even een koffie of een frisje of een ijsje inderdaad, wat de heer
15
Wildeman zei, kunt krijgen en misschien ook even naar het toilet kunt, als je dat wilt. Dus om dat aan het park toe te voegen vinden wij een verbetering, sterker nog, dat hebben we ook aan het college gevraagd, om dat in de Parkenvisie mee te nemen. Die hebben we overigens nog niet, maar we hebben het wel gevraagd. Vandaar ook mijn vraag aan de heer Wildeman: vindt u horeca – en de heer Merx vroeg dat ook – vindt u horeca een verrijking voor het park? De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff, de heer Wildeman neemt geen deel meer aan deze discussie. De heer Van der Kruijff: Nee, maar ik heb wel die vraag aan hem gesteld en dat was om die reden, laat ik het zo zeggen. De voorzitter: Oké, op die manier. De heer Van der Kruijff: Dat is mij helder. Nee, ik zal geen antwoord aan hem vragen, een antwoord heeft hij trouwens heel helder gegeven. Hij zei: daar hebben we het nu niet over. Dat begrijp ik vanuit het standpunt van de inspreker, maar als CDA, maar ook wel vorig jaar november breder en de raad, hebben wij er wel om gevraagd om te kijken hoe dat kan. Als wij naar Park Merwestein kijken zien wij eerlijk gezegd ook niet een andere plek waar je dat op een goede manier zou kunnen doen dan deze.
Dus als je de wens hebt om zo’n voorziening in een park te doen, passend bij een park, licht inderdaad, moet je inderdaad wel zorgen dat je dat op een manier doet waarbij je overlast voorkomt en borgt dat het afval wordt opgeruimd, dat er geen herrie is, dat er geen verkeersproblemen, met bakfietsen bijvoorbeeld, ontstaan. Daar moet je natuurlijk wel maatregelen voor nemen. Dan vinden wij het helemaal geen rare keus omdat in het Werfje te doen, als je het voor elkaar krijgt dat op die goede manier in te regelen. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff, mevrouw Koene komt al in beeld. Zij heeft een interruptie. Mevrouw Koene: Voorzitter, even, want op het moment dat je er een terrasje en dergelijke toestaat, het is even ongeacht wat ik ervan vind, maar ik vergelijk het even met andere situaties, zoals bijvoorbeeld waar nu Bluebirds in the Backyard zit, aan de Wijnstraat. Heet dat Wijnstraat? Heet Wijnstraat. De voorzitter: Ja, heet de Wijnstraat. Mevrouw Koene: Waar dus achter een terras zou kunnen zijn, maar wat door de omwonenden wordt tegengehouden vanwege de geluidsoverlast. Hoe denkt de heer Van der Kruijff te voorkomen dat hier geluidsoverlast plaatsvindt? De voorzitter: Ja, mijnheer Van der Kruijff. Uw antwoord.
De heer Van der Kruijff: Nou ja, het wordt beoogd om dit pand te gaan verhuren, dus als gemeente ben je dan de verhuurder, kun je met de huurder afspraken maken over wat ook niet gebeurt. Natuurlijk begrijp ik, als daar mensen zitten die met elkaar praten en een keer hard moeten lachen, dat kun je geluidsoverlast vinden. Maar dat schaar ik dan niet onder geluidsoverlast, al snap ik dat dat subjectief is.
16
Mevrouw Koene: Precies. De heer Van der Kruijff: Geluidsoverlast, daar denk ik bij aan als je de muziek te hard zet en als er feesten en partijen zijn en van alles en nog wat gaande is. Dat heeft natuurlijk ook te maken met wat je voor soort terras bent. Als je inderdaad een klein terras bent voor een koffie en een ijsje dan trek je een ander publiek als dat het een binnenstadterras is. Maar uiteindelijk gaat het om een exploitant die erin zit, hoe die zijn zaak en zijn gasten weet binnen de hekken te houden, zou ik haast willen zeggen, wat dat betreft. Mevrouw Koene: En voorzitter, dan wil je dus als gemeente, als verhuurder in feite bepalen wat dan de ondernemer wel en niet mag. Ik vind dat een lastige. Dat wil je ook kunnen borgen ten aanzien van de mensen in de omgeving. De heer Van der Kruijff: Nou ja, voorzitter, kijk. Wat mevrouw Koene aangeeft is in zijn algemeenheid met terrassen natuurlijk best een vraagstuk. We hebben het vaak over de Museumtuin gehad, daar speelt dat, u noemde een ander voorbeeld, daar speelt dat ook. Bij alle terrassen en overal waar mensen bij elkaar komen zal het geluidsniveau toenemen, dat ben ik met u eens. De vraag is of het onaanvaardbaar toeneemt. Mevrouw Koene: Oké. Maar dan de laatste vraag, voorzitter. De voorzitter: Een laatste vraag, mevrouw Koene.
Mevrouw Koene: Is het toestaan van lichte horeca het enige waarmee je de levendigheid in Park Merwestein vergroot? De heer Van der Kruijff: Nee, dat denk ik niet. Je kunt ook een speeltuin maken en dat zal de levendigheid ook vergroten. Mevrouw Koene: Die is er al. De heer Van der Kruijff: Nou ja, goed. Kijk aan. Ik ben al een tijdje uit de kleine kinderen, dat was ik alweer even kwijt. Maar wij denken, en dat is omgedraaid, dat bij parken het aantrekkelijker wordt voor de bezoekers als je daar gewoon even op een terrasje kunt zitten als je een park bezoekt en dat dat zou helpen. Dus wat ons betreft is het een haalbaar voorstel. Wij denken dat verhuur voldoende handvatten geeft, in ieder geval de meeste handvatten geeft om het ook allemaal te kunnen borgen en kunnen inregelen met een exploitant. En ja, het moet een bij een park passende horeca zijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Kruijff. Wie van de andere fracties mag ik het woord geven, die iets aanvullends te vertellen heeft of een duidelijke visie heeft of een mening heeft over wat nu voorligt? De heer Merx. Sorry, en ik had mijnheer Schalken, die was als eerste, maar vindt u het goed dat de heer Merx eerst gaat? Dan doe ik u daar vlak na. De heer Schalken: Is goed. De voorzitter: Mijnheer Merx.
17
De heer Merx: Oké, ja. Dank u wel. We doen net of dit voor het eerst voorligt, lijkt me soms. Maar we hebben volgens mij vorig jaar hier al over gesproken en natuurlijk ook een procesvoorstel al besproken. De VVD kan zich vinden in dit voorstel, we denken dat dit, ondanks dat het misschien soms wat snel is gegaan, maar dat moeten we dan ook soms maar weer eens prijzen, dat stukken snel gaan. We denken wel dat de stichting op zichzelf in voldoende mate is betrokken in het geheel, want dat was namelijk één van de vragen die we moesten beantwoorden, volgens mij. Maar ja, luisteren en horen of horen en luisteren, dat zijn twee verschillende dingen. Het kan best zo zijn dat je gehoord bent, maar dat er toch een ander besluit wordt genomen. Tegelijkertijd, als ik kijk naar de voorwaarden, want daar heb ik het dan over, denk ik: lichte horeca, ik probeer me altijd wel een voorstelling te maken en dat doet volgens mij iedereen een beetje, wat is dat dan? In ieder geval gaat het open als het park opengaat of in ieder geval niet eerder en het gaat dicht, die horeca, als het park gewoon sluit. Dus dat lijkt me al een belangrijk uitgangspunt. Wat ons betreft moet het ook ondersteunend zijn aan de normale bezoeker, zeg maar, van het park. Dat je wat meer mensen interesseert om daar te genieten van het park en ondertussen daar eens een keer een drankje kunt drinken lijkt me prima.
Het lijkt mij ook eigenlijk om een andere reden wel belangrijk dat daar een terras bij komt, eigenlijk juist om te voorkomen dat mensen met broodzakjes en weet ik het allemaal, of frietzakjes of ijspapiertjes het park in gaan en sommige mensen niet de moeite nemen om dat in de prullenbak te doen of in hun zak te steken, maar ergens in de struiken te gooien. Het lijkt mij iets dat je moet kijken of het niet mogelijk is dat mensen die daar bij die lichte horeca iets bestellen het ook daar nuttigen. Dus daar zou ik graag een reactie voor hebben. Eén van de voorwaarden is: het moet ook een functie zijn van meerwaarde. Maar dat was dan toch, dacht ik, die lichte horeca. Of staat dat ter discussie? Dat lijkt mij niet, dus die voorwaarde snapte ik niet helemaal. Dat zijn eigenlijk onze belangrijkste punten. De openingstijden, het afval, hoe gaan we daarmee om, dat vind ik wel een belangrijk punt. Vandaar ook het idee om misschien juist een terras erbij, om te zorgen dat mensen het daar gaan opeten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merx. Dan ga ik nu naar de heer Schalken, Beter Voor Dordt. De heer Schalken: Voorzitter, dank u wel. Maar ik had het idee dat de heer Van Leeuwen een reactie had op de woordvoering van de heer Merx. Of ik moet het fout hebben, dan wacht ik daar nog even op, hoor. Dat is geen probleem.
De voorzitter: Ik zie inderdaad, maar ik weet niet of de heer Van Leeuwen bedoelde dat hij ook zijn woordvoering wil. De heer Van Leeuwen: U had het inderdaad niet goed. Ik wilde eigenlijk een woordvoering straks doen. De voorzitter: Kom ik straks bij u. Volgende keer mag u weer voorzitten, mijnheer Schalken, maar dank voor de tip. De heer Schalken: Nou, volgens mij ben ik redelijk geduldig en wacht ik netjes af. De voorzitter: Zeker, zeker, zeker.
18
De heer Schalken: Oké. Nou ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb net geen vraag gesteld aan de heer Wildeman, maar ik wil hem wel danken voor zijn inbreng. De heer Wildeman had het ook over de motie van 2016 en zoals u allemaal waarschijnlijk weet is Beter Voor Dordt altijd zeer betrokken bij Park Merwestein en vinden we het heel belangrijk en hebben we ook toentertijd met het indienen van die motie aangegeven dat wat Beter Voor Dordt betreft het Werfje dus ook onlosmakelijk verbonden is met het park, het park als monument. Daarom zijn we ook eigenlijk vooral blij dat het pand nu niet alsnog verkocht wordt, maar dat het in ieder geval onderdeel blijft van het park en dat het een functie krijgt die aanvullend kan zijn op het park. Mijnheer Wildeman gaf ook terecht aan dat ook eigenlijk sinds 2016 die functie zou vervallen, die het Werfje eerst had, maar dat het ook nog steeds als zodanig wordt gebruikt. Want ik ben een paar weken geleden nog bij mijnheer Duindam ook in het Werfje geweest en er waren een aantal mensen die zaten daar inderdaad lekker te schaften en er staat nog materieel opgesteld. Maar vanuit Beter Voor Dordt kunnen we de lichte horeca die nu voorgesteld wordt ondersteunen. Daarbij ook aangevuld met de punten die de heer ’t Lam van de SP noemde.
Wat ons betreft gaat het ook echt om passende, dat gaf volgens mij de heer Van der Kruijff ook aan, van het CDA, om passende en echt lichte ondersteunende horeca. Wat Beter Voor Dordt betreft hoeft dat ook echt niet een uitgebreid terras te zijn. Ik heb een paar maanden geleden wel eens met mevrouw Nobel van Nobel’s Brood gesproken, die ook interesse ooit had getoond voor wellicht daar het uitbaten van haar activiteiten. Die gaf aan: het zou heel mooi zijn dat mensen bijvoorbeeld een picknickmandje kunnen komen ophalen met alles erop en eraan, zodat ze lekker in het park kunnen picknicken en dan de spullen die zij gebruiken netjes weer mee terug inleveren, zodat er geen rotzooi in het park ontstaat. Volgens mij zijn dat juist dingen waar je aan zou kunnen denken. Fantastisch, en dat zou ook één van de voorwaarden moeten zijn voor de verhuur en de exploitatie, is dat er ook een toiletvoorziening is voor de mensen. Dat zal ook GroenLinks aanspreken, de openbare toiletten. Maar daar gaat u als voorzitter natuurlijk nu niet op reageren. Nee. Daarbij is dat natuurlijk dan ook mooi voor de mensen die nog steeds dadelijk ook in het park aan het werk zijn, want daar wordt het Werfje nu ook voor gebruikt, als in ieder geval een locatie waar ze even naar het toilet kunnen. Eens even kijken.
De voorzitter: Heeft u nog iets nieuws toe te voegen? Ik probeer een beetje … De heer Schalken: Ik heb wel wat nieuws. Wat ons betreft, wat Beter Voor Dordt betreft heeft een lokale ondernemer echt een voorkeur om zich daar te vestigen dan een grote keten of iemand van buiten. Ik gaf wel aan dat die toiletvoorziening voorwaardelijk is. Eens even kijken, volgens mij heb ik hiermee de belangrijkste dingen gezegd. Nog één punt, wat de heer Wildeman aangaf: als er dan toch lichte horeca komt, doe dat dan via zo’n kruimelvergunning. Dat vind ik ook wel een mooie aanvulling, want dan zit je ook niet gelijk aan een definitieve bestemming vast en dan is het, wanneer het toch uit de hand loopt, makkelijker terug te draaien dan wanneer je nu zomaar een lichte horecabestemming op het pand doet. Ik wil het hier graag bij houden. De voorzitter: De heer Van Leeuwen heeft een interruptie op de heer Schalken. De heer Van Leeuwen: Nee, ik heb het nog steeds over mijn woordvoering, sorry.
19
De voorzitter: Dan moet u nog even wachten. U bent heel lang niet aan het woordvoeren geweest, dus ik snap uw ongeduld, maar u komt zo echt aan de beurt. Mevrouw Van den Bergh, mag ik u het woord geven? Ik wil eventjes de commissie vragen, ik wil niemand eigenlijk zijn woordvoering ontnemen, maar als iedereen alle eisen of voorstellen die de heer ’t Lam ook heel duidelijk al aangegeven heeft gaat herhalen dan zijn we over een half uur nog met dit bezig en we hebben nog drie belangrijke punten te bespreken. Dus graag proberen uw woordvoering compact te houden. Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Voorzitter, ik zal het compact houden en ik zal zeker niet herhalen wat de voorgangers hebben gezegd. Wij zitten er toch iets anders in. Park Merwestein is een stadspark, het is voor iedereen toegankelijk, voor heel de stad en zelfs daarbuiten. Het is een prachtig park en wij zijn het eigenlijk met mijnheer Wildeman eens dat het Werfje geen plek is voor horeca. Wij zijn daar geweest, ik heb dat ook allemaal heel goed gezien en het ligt daar vrij verscholen. Het is een heel mooi gebiedje daar, rustig, mooi, groen, met allerlei planten en bomen. Maar wij zien dat niet als een goede horecaplek, afgezien nog even van of dat overlast geeft of niet.
Mijnheer Wildeman noemde het even naar aanleiding van een reactie op de vraag van het CDA: waar dan wel de horeca in dat park? Het jammer is, wij hebben inderdaad dat witte pand op het oog in het park, waar dus, begrijp ik, mijnheer Nico Duindam woont. Daar is vlakbij een speelplek, dat is een hele leuke speelplek, mijnheer Van der Kruijff, waar kinderen nu al spelen en dat zit er vlakbij en daar heb je alle ruimte. Daar heb je ook geen last van overlast, want die kinderen spelen daar, je kan daar een mooi terras maken. Dat zou voor ons een ideale plek zijn, maar ik wil even weten, dat is misschien niet voor nu, maar misschien op termijn hoe dat zit met bewoning en of dat pand een keer beschikbaar komt voor de horeca. Daar kun je veel beter uit de voeten met de horeca. Dus dat willen wij zeggen. Wat dan betreft voor het Werfje, wat ons betreft kan het Stadsbeheer daar blijven met zijn functie, als dat te combineren is. Wij denken toch aan de kinderopvang. Namelijk de enquête is helemaal niet zo eensluidend voor horeca of die educatieve functie. Ja, wel voor de educatieve functie, maar voor de horeca. Het ligt allemaal dichtbij, ook de kinderopvang. Men is ook weer gevoelig voor overlast van kinderen. Nou denken wij: als je je ook al stoort aan kinderopvang, daar zijn we het dus eigenlijk niet mee eens, dat je je daar zo aan moet storen.
Wij willen toch even weten of dat nou werkelijk niet mogelijk is. Wij weten dat School Mühring ook, die heeft een stadsbrede functie, zelfs daarbuiten, die barst uit zijn voegen, heeft grote nood aan ruimte en zou daar graag kinderopvang realiseren. U kunt denken aan de in- en uitgang gewoon aan de Vriezeweg en niet via de Berckepoort. Is dat nou werkelijk niet mogelijk en dan eventueel ook te combineren met Stadsbeheer, die daar toch een ruimte hebben om hun spullen kwijt te kunnen en naar het toilet te kunnen? Dus dat zouden wij graag willen als reactie van de wethouder en ook over de mogelijkheid van het grotere witte pand aan de andere kant van het park, wat op termijn voor horeca zou kunnen dienen. Wat ons betreft is verhuren, bijvoorbeeld van het Werfje, is prima. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van den Bergh. De heer Schalken heeft nog een vraag voor u. De heer Schalken: Voorzitter, dank u wel. Nu noemt mevrouw Van den Bergh van de PvdA een kinderopvangfunctie. Maar als we nu kijken naar één van de voorwaarden, dat het moet passen en aanvullend moet zijn op de functie die het park nu heeft dan zie ik in