2.6 2026.06.09 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Ik heb de bezoekersaantallen niet paraat, maar er is een vergelijking gemaakt op basis van cultureel centrum, aantal zalen en gebruik van die zalen naar rato van inwoners. Ik heb die cijfers nu niet paraat. De heer Den Hartog: Zou u die wel kunnen opvragen? Zou ik die kunnen krijgen? 21 De heer Reinsma: Dat lijkt mij wel. In zekere zin denk ik dat we zeker voornemens zijn om die te delen. Ik zag dat zelf voor me als onderdeel van het onderzoek van de toekomstige visie. Ik zie niet in waarom u dat niet eerder kunt krijgen al u dat wenst. De voorzitter: Dan komt het nog schriftelijk deze kant op. Dan kwamen we bij mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ten eerste wil ik u bedanken voor de prestatie. Ik vroeg me af, dat café staat al een hele tijd leeg, op welke termijn kunnen we verwachten dat er een nieuwe horecagelegenheid in komt? Ik had nog twee vragen gesteld. Kunnen het gebouw overdag niet openstellen, want overdag staat het leeg, en het onderhoudsplan. Dat is er en er wordt aan gewerkt, maar waarom is er dan een achterstand? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: De eerste vraag? Een-voor-een, sorry. Drie vragen tegelijkertijd. Mevrouw Kamphuis: ‘De Crisis’(01:04:43), het café, dat is failliet. Wanneer … De heer Reinsma: De overgang van die afspraken is nu voorzien op 1 juli.
Zodra er een handtekening onder de afspraken staat en de inkt opgedroogd is, kunnen wij per 1 juli een contract aangaan met een horecapartij. Het betekent dat zij nog voorbereidingen moeten treffen voor er een lopende horecazaak is. Ik hoop nog dit jaar, maar daar kan ik niks over zeggen. Dat is aan hen. Dat contract zou dan gelijk in kunnen gaan. De tweede vraag. De voorzitter: En dan de twee vraag. Mevrouw Kamphuis: Overdag openstellen. De heer Reinsma: Het Energiehuis is overdag open, maar dat beantwoord uw vraag niet. Ik denk twee dingen. Enerzijds de gebruikers. Zij staan zelf aan de lat om invulling te geven aan hun programmering. Daar gaat de gemeente niet over. Anderzijds is het wel een signaal dat we vaker meegekregen hebben en wordt meegenomen in de toekomstvisie. We kijken daar zeker naar om te zien of we daar multifunctioneel gebruik van kunnen maken, andere gebruikers kunnen toevoegen et cetera. De voorzitter: Tot slot. Mevrouw Kamphuis: Deze vraag is niet het antwoord dat ik verwachtte. Ik heb diverse keren voor een gesloten deur gestaan, terwijl ik een afspraak had. Het is niet open en er wordt ook niets mee gedaan. Mijn vraag is, kunt u nog dit jaar proberen om het overdag open te stellen voor gebruikers? De heer Reinsma: Daar zou ik dan echt nader naar moeten kijken, want bij mijn weten is het overdag open.
Ik weet niet wanneer u voor een dichte deur heeft gestaan. Daar zal ik echt naar moeten kijken. In principe is het open overdag. 22 De voorzitter: Misschien goed om het daar dan na de vergadering nog eventjes over te hebben met zijn tweeën. Mevrouw Stolk. Mevrouw Kamphuis: Ik had nog het onderhoudsplan. Sorry, voorzitter. De voorzitter: Excuus. De heer Reinsma: Ik begrijp dat een deel van de achterstand in de eerste jaren direct na de renovatie al zijn ontstaan. De afgelopen jaren zijn we hard aan het lopen om die achterstand weg te werken. Daarmee zijn ook veel van de lekkages die in de presentatie staan al opgelost. Er is wel degelijk een onderhoudsplan waar uitvoering aan wordt gegeven. Wat ik ook eerder vermeldde, met de renovaties die we uitvoeren, wordt gelijk rekening gehouden met de toekomst. Die achterstand is voornamelijk in de eerste jaren, al direct na de renovatie in 2013, ontstaan. Die zijn we nu aan het dichtlopen. De voorzitter: Een? We zitten te ruim in het jasje, geloof ik. Mevrouw Stolk kan het, geloof ik, nog wel eventjes houden. Heel goed. Dan gaan we nog voor een laatste vraag van mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Waar ik bang voor ben, is dat wat met Podium N3 is gebeurd. Mijn verzoek is aan de gemeente om te zorgen dat het niet nog een keer gebeurt. De voorzitter: Dat is een suggestie om mee te nemen. Mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Moeten we niet eerst eens gaan kijken wat we met het Energiehuis willen. Ik hoor verduurzaming, verduurzaming en nog eens verduurzaming. We hebben 4 miljoen en daar kunnen we mee gaan verbouwen. Voor hetzelfde geld komt er dadelijk heel iets anders uit en willen we heel iets anders met dat Energiehuis. Hoe kijken jullie daarnaar? Wat is de route? Laat ik het dan zo zeggen. De voorzitter: De vraag gaat over de volgordelijkheid en de besluitvorming, geloof ik. Mevrouw Stolk: Wat is de route die jullie daarin willen bewandelen? Het college komt straks met een voorstel, maar stel nu dat wij iets heel anders willen … Welke route willen jullie lopen hierin? De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Goossensen. De heer Goossensen: Dat is precies het punt waar we ook april, mei vorig jaar voor zaten. Waren we met die 4 miljoen de no-regret dingen, die dingen die je moet doen, gaan doen … Toen hebben we gezegd, dat is onhandig, want je moet echt kiezen waar het gebouw goed voor is. Nog even over die te grote jas, dat is puur even als je naar de cultuurfuncties kijkt. Je kunt het concept verbreden. Het is een gebouw waar je met zijn allen ontzettend trots op moet zijn en dat moet bloeien. De transformatie in dat gebied is een kanskaart.
We hadden meer tempo willen maken om de vraag op tafel te krijgen, waar is dit gebouw goed voor in het gebied en de stedelijke functies die je hebt. Dat is 23 de kern waarop je zo’n plan baseert. Natuurlijk nemen we ook dingen mee die voor het gebouw zullen moeten. Daarom hebben we gekozen voor de voorbereiding voor 1 groot plan. Ik hoop dat ik daarmee uw vraag beantwoord. De voorzitter: Ik geloof nog niet helemaal. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Hoe wilt u dat plan verkopen aan de commissie, voor die 4 miljoen? Wat gaat u ons bieden? De heer Goossensen: Heel flauw, u heeft reeds besloten die 4 miljoen opzij te leggen. Dat was omdat we zeiden, er moet sowieso wat. Al wil u functioneel niks, blijven we doen wat we doen, dan moet het gebouw worden aangepakt. Wat daarboven komt, want de raming was toen 8 tot 10 miljoen, wil je koppelen aan functionaliteiten waarvan u zegt, die vinden wij belangrijk, dit moet in het Energiehuis gebeuren en niet elders. Daar liggen, nogmaals, maar nu ga ik herhalen, ideeën voor. We moeten echt nog de bouwstenen op een rij krijgen. Dan krijgt u het gesprek over, zo’n plan met echt een helder idee over de functionaliteit, voor het gebied en de stedelijke functies, wat is dat voor u waard? Er is in ieder geval 4 miljoen nodig, want dat bent u al kwijt, bij wijze van spreken, aan dingen die bouwtechnisch vanuit vastgoed moeten.
De voorzitter: Is dat voldoende antwoord? Mevrouw Stolk: Nee. Nog niet helemaal. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Het is een idee, hoor ik steeds. Het is een idee en het is een plan. Wat is het nu, een idee of heeft u al concrete plannen liggen? U weet ook, het Energiehuis staat al jarenlang, bij wijze van spreken, onder water. Het duurt al veel en veel te lang dat daarop gelopen is. Tegelijkertijd over dat onderhoud, wie controleert of het MIOP, of weet ik hoe dat ding heet, gecontroleerd wordt? Wie controleert dat? De heer Goossensen: Eerst een stukje over … We hebben gezegd, er moet zo snel mogelijk levendige terug. Dat is het debat geweest, ook hier in de raad. We hadden veel eerder Khotinsky weer willen vullen. Het is net ook even toegelicht waarom we pas op 1 juli die stappen kunnen zetten. Dat is jammer. Levendigheid moet zo snel mogelijk terug. Wat betreft de functionaliteit van het gebouw hebben we bouwstenen. Je hebt echt een idee over wat er zou kunnen. Dat moeten we snel afmaken. Dan komt ervan u een keus over met welke functies u verder wil in het gebouw. Dan misschien nog even de vraag over wie controleert precies wat echt nodig is. De heer Reinsma: Er wordt uitvoering gegeven aan het MIOP. Dat is een samenwerking van bedrijfsvoering, technisch beheer en vastgoed.
Zij pakken dat in gezamenlijkheid oppakken en kunnen elkaar aanspreken als er gebreken zijn of als het niet goed is uitgevoerd. 24 De voorzitter: Dan gaan we door naar de volgende vraag en die is van mijnheer Groenewege. Hij had nog geen vraag gesteld. Ik zit blijkbaar in zijn dode hoek, lees ik net op WhatsApp. De heer Groenewege: Andersom. Bedankt. Ik vroeg me af of er vanuit de visie op Wantij- West al een lijst is van functies waar onvoldoende vloeroppervlak voor is. Het lijkt vloeroppervlak op zoek naar functie te zijn, maar misschien is er ook functie op zoek naar vloeroppervlak. De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Bij mijn weten is die lijst er nog niet. Ik weet wel dat wij voor het Energiehuis in een eerdere verkenning ook over de verschillende afdelingen onderzoek hebben gedaan en de vraag hebben gesteld, ambtelijk, zijn er partijen met een huisvestingsvraag waar we eventueel rekening mee kunnen houden? Vanuit die verkenning is er wat, maar je vraag was, is die verkenning er dan ook voor Wantij-West en breder? Dat weet ik niet. De voorzitter: Voldoende zo? Voordat ik weer een half uur die kan niet op kijk. De heer Groenewege: Wordt het in dat onderzoek meegenomen, dit aspect? De heer Reinsma: Zeker. Ik weet dat er voor Wantij-West nog meerdere sessies op het programma staan om hierover na te denken.
Dat zal ongetwijfeld en zeker te weten worden meegenomen. De voorzitter: Dan kom ik bij mevrouw Lammens. Daarna mijnheer Van Aarle, mijnheer Tutupoly en mijnheer De Gelder. Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Hoe zorgt het college ervoor dat de ontwikkeling rondom het Energiehuis, waaronder het regiokantoor met jongerenwoningen, het Wantijbad, het stadstrand, de toekomstige invullingen van de plinten en het dak van de parkeergarage en het basketbalveld niet als losse projecten worden ontwikkeld, maar daadwerkelijk worden verbonden als culturele, maatschappelijke en recreatieve activiteiten van het Energiehuis? De voorzitter: Mijnheer Goossensen. De heer Goossensen: U kunt daar, bij wijze van spreken, de Biesboschhal er nog uit bij rekenen. Dat is, wat mij betreft, precies de reden dat we de uitwerking van dat project, als we op hoofdlijnen weten wat we willen, heel nadrukkelijk verbinden aan de gebiedsontwikkeling van Wantij-West. Het wordt niet een apart project, wat mij betreft. Het wordt echt puzzelen en kijken of het in de functies die u noemt goed op elkaar aansluit. De voorzitter: Dan komen we bij mijnheer Van Aarle. De heer Van Aarle: Dank, voorzitter. Ik wil nog even kort reageren op mevrouw Stolk zojuist. 25 De voorzitter: Ik neem aan met een vraag richting … Dan gaat het goed. De heer Van Aarle: Met een vraag richting … Precies.
In deze vergadering worden best wel woorden gebruikt als binnenkort, heeft lang geduurd. Wat heb ik nog meer opgeschreven? Ik heb het een beetje bij proberen te houden. Volgens mij is er de wens, zowel bij het Energiehuis, de ambtenarij als bij ons als raad, als commissie, om zo snel mogelijk tot een concreet plan te komen. Ik heb het idee, met alle nieuwigheid die nog steeds wel een beetje aan mij hangt, dat dit traject al best wel lang loopt en het met woorden als binnenkort en zo snel mogelijk allemaal een beetje op de lange baan geschoven wordt. Ik ben benieuwd, is het mogelijk om met elkaar, concreet, een stappenplan, misschien wel een tijdsplan te maken voor wanneer we met elkaar stappen willen zeten? Anders heb ik niet het idee dat dit concreet wordt. De voorzitter: Mijnheer Van Aarle wenst het SMART te maken, enigszins. Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Ik had deze slide al eerder laten zien. Ik begrijp dat u het graag nog een slag concreter wenst. Daar kunnen we aan werken, denk ik. Het lastige is, denk ik, dat met de afspraken waar we … Hoe ga ik dit zeggen? Die toekomstvisie vraagt om een goed gesprek met de gebruikers zelf. Op het moment dat we in deze afspraken zitten met elkaar, is het moeilijk om jet goede gesprek te voeren. Daarmee is die toekomstvisie iets opzijgeschoven. Wat ik zei, we voorzien nu 1 juli als overgangsdatum.
We hopen daarna direct heel hard onze tijd en energie hieraan te kunnen besteden. Grofweg resulteert dat in deze planning. Als u dat concreter wenst, dan moeten we daar werk van maken. De heer Van Aarle: Dank voor het antwoord. De voorzitter: Mijnheer Van Aarle. De heer Van Aarle: Korte vervolgvraag. Er wordt best wel vaak aan ons als commissie gevraagd om mee te denken, om een reactie te geven of input te leveren. Wij moeten wachten met input leveren totdat de gebruikers en de gemeente met elkaar tot iets concreters zijn … Is dat wat er gezegd wordt? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: In feite wel. De voorzitter: Kort, maar krachtig. Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Wat mij even bezighield, is de vraag van mevrouw Stolk zojuist, wie controleert die werkzaamheden? Er werden een aantal afdelingen genoemd. Als ik dan even terugkijk naar het begin van de presentatie waar gezegd werd dat de renovatie destijds niet goed is uitgevoerd, of van mindere kwaliteit is, dan lijkt het niet te werken, die controle. Kennelijk worden we dan onvoldoende aangesproken op het achterstallig onderhoud dat niet goed uitgevoerd is. Tegelijkertijd zitten we met het plan. Jullie gaan proberen om daar sneller naar te kijken.
Ik vroeg me serieus af in hoeverre die 4 miljoen, waar akkoord voor gegeven is, stopgezet kan worden totdat we een concreet plan 26 hebben liggen, waarbij we uiteindelijk kunnen zeggen van, luister, dit zijn de plannen, ook met de invulling. Dan ga je toch beter kijken hoe je dat in gaat vullen en welke huurders erbij komen. Jullie raadplegen de bestaande huurders, maar willen dat toch uitbreiden. Dan kan je die 4 miljoen, denk ik, veel beter besteden dan dat je er achteraf achter gaat komen dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd die ... De voorzitter: Dit begint wel aardig politiek te worden inmiddels. De vraag is, denk ik, of het technisch mogelijk is om het stop te zetten en het op een andere manier nog te besteden. De heer Tutupoly: Kort samengevat. De voorzitter: Mijnheer Reinsma of mijnheer Goossensen. Wie waagt zich hieraan? De heer Reinsma: Technisch gezien zou dat kunnen, denk ik. Daar moeten het bestuur en jullie over besluiten, denk ik. De voorzitter: Het budgetrecht ligt altijd bij de raad. De heer Goossensen: Een aanvulling. Wat u zegt, beogen we ook precies te doen. We hebben niet gezegd, we gaan alvast beginnen met die 4 miljoen en dan doen we maar wat we met dit bedrag kunnen. Die planvorming moet na 1 juli snel invulling krijgen. Logisch dat we de gebruikers, die heel veel kennis hebben van het gebouw en ook wensen hebben, betrekken.
Daarna vragen we u om consultatie over waartussen u zou kunnen kiezen. Dat we dan ook nog kritisch kijken naar wat er echt nodig is voor het gebouw, misschien wel check inbouwen. Dat is, volgens mij, de marsroute en wat ik u hoor zeggen. De voorzitter: Voldoende? Mijnheer De Gelder. De heer De Gelder: Dank u wel, voorzitter. Ik lees tussen de regels door dat er vertraging was opgelopen, omdat tegen juridische hobbels werd opgelopen. Ik vroeg me, wat waren die juridische hobbels precies? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Dat waren meerdere dingen. Zonder al te veel in detail te treden, kunt u denken aan aanbestedingsrecht. We liepen er tegenaan dat we het niet zomaar konden overnemen zonder het aan te besteden. Dan ben je zo weer een jaar verder. Je kan ook denken aan bijvoorbeeld arbeidsrecht dat ermee gemoeid ging. Dat zijn processen die je vervolgens zorgvuldig met elkaar moet doorlopen, onder andere. De voorzitter: Ter aanvulling … De heer Goossensen: Er zijn twee medewerkers die over moesten naar de gemeente. Zij werken voor het Energiehuis. Vanwege de overgang van het hoofdhuurderschap moesten zij gemeenteambtenaar moesten worden. Dat soort dingen moet je allemaal hartstikke zorgvuldig regelen. Het viel in de tijd tegen. 27 De voorzitter: Dan kijk ik even de commissie rond. Mijnheer Van der Bijl. De heer Van der Bijl: Voorzitter, dank u wel.
Er werd een aantal keer gehamerd op graag een snelle planning. In hoeverre voorzien jullie nog risico's in de haalbaarheid van deze planning? Ik denk bijvoorbeeld aan netcongestie als je gaat verduurzamen. Zijn er nog andere risico's die invloed kunnen hebben op de planning en de haalbaarheid daarvan? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Van renovatie en verduurzaming bedoelt u dan? Dat is nog ver weg. Ik vind het moeilijk om daar nu antwoord op te geven. Het wordt een grootschalige renovatie en verduurzaming. Daar zullen we echt een verdere planuitwerking voor moeten gaan maken om het concreet te maken. Het zijn nu nog verkenningen, op papier. We zullen er echt concrete plannen voor moeten gaan maken om daar beter antwoord op te kunnen gaan geven. De heer Goossensen: Misschien een aanvulling. Planvorming moeten we echt op tempo doen. In die planvorming gaat u zien dat er wellicht nog wat risico’s zijn. Op het moment dat je gaat uitvoeren kom je misschien nog dingen tegen of de prijsontwikkeling. Dan zult u zien welke risico’s we nog mee moeten nemen. De voorzitter: Nog een korte aanvulling door mijnheer Reinsma? De heer Reinsma: Er was nog een vraag die nog openstond. Dat ging over de zonnepanelen. Dat was de vraag van mijnheer Den Hartog. Inmiddels heb ik daar een reactie op gekregen. Die zou ik graag nog willen beantwoorden.
De zonnepanelen staan in de plannen voor de verduurzaming. Het is ook een gemeentelijk monument. We krijgen daardoor te maken met een vergunningsprocedure. Daarbij is het nog niet in beeld of de huidige dakconstructie de last kan dragen zonder aanpassing. Daar moet nog naar gekeken worden. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u wel voor het antwoord. Dat de dakconstructie nader onderzocht moet worden, is heel plausibel. Voor wat het eerste betreft, het dak is vanaf het straatgezicht niet te zien. Ik kan me niet zo goed voorstellen wat voor problemen dat zou opleveren. Dat zou ik dan wel willen weten. De voorzitter: Is daar een nadere duiding op te geven? De heer Reinsma: Op dit moment niet. Ik moet het ook ingefluisterd krijgen. U begrijpt dat ik het niet paraat heb. De voorzitter: Begrijpelijk. Dan kijk ik nog een keer naar de commissie rond. Zijn er nog vragen aan mijnheren Reinsma of Goossensen? Ik geloof het niet. We kunnen elkaar dan nog een half uur aan zitten staren, maar we kunnen ook iets eerder stoppen. Dat lijkt me een beter idee. Er zijn in ieder geval nog een paar dingen waar schriftelijk op terug wordt gekomen. Zonnepanelen, denk ik, inmiddels niet meer. Als dit voldoende antwoord is voor mijnheer Den Hartog, dan wordt er niet meer schriftelijk op terugkomen.
Er is nog 28 wel een vraag gesteld over de bezoekersaantallen en hoe daartoe gekomen wordt, de berekeningen en ook de referentiegemeenten, of we niet te groot in ons jasje zitten. Daar wordt schriftelijk nog op teruggekomen. Verder was dat het op dit moment, geloof ik. Dat wordt bevestigd. De heer Van Aarle: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van Aarle. De heer Van Aarle: Ik had ook de vraag gesteld of dat … Er werd wel gezegd dat de bezoekersaantallen oplopen, maar of het in vergelijking met een aantal jaar terug significant is. De voorzitter: Een toename inderdaad. Of de cijfers van de afgelopen jaren wellicht gedeeld kunnen worden, zodat er te zien of er een trend is. Dan is vervolgens de vraag aan de commissie, is er voldoende beeldvormend gesproken over dit onderwerp? Als het antwoord nee is, dan zou ik zeggen, maakt nog gebruik van dit half uur. Dat kan ik me haast niet voorstellen. Dan is de … Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: We hebben plannen gehoord, maar niet de werkelijke plannen. Ik zou graag een beeldvormende sessie hebben als de plannen er zijn, zodat we het wel kunnen bespreken. De voorzitter: Dat gaat in die zin, denk ik, over de toekomst. Ik ga ervan uit dat ze tegen die tijd, ik durf de toezegging wel te vragen van de ambtenaren, nog een keer deze kant op komen en we het nog een keer gaan bespreken.
Dan is vervolgens de vraag … Mijnheer Van Aarle nog? Wat deze commissie wil met dit onderwerp, met dit agendapunt. Het zijn vragen die gesteld zijn en de antwoorden daarop. Er ligt geen raadsvoorstel voor, maar u kunt er wel iets mee als u dat wil. Dat leg ik de commissie voor. Wat wil u hiermee? De heer Van Aarle: Sorry, als ik zo vrij mag zijn? De voorzitter: Mijnheer Van Aarle. De heer Van Aarle: Er was ook een vraag over eventueel een werkbezoek. Ik zou er zelf wel voor openstaan om daar te gaan kijken en te gaan spreken met misschien wel de huurders of de gebruikers. De voorzitter: Dat kan zeker, een werkbezoek. Als meer fracties dat willen, dan kan ik me goed voorstellen dat ambtelijk zoiets wordt voorbereid. Mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Daar kan ik me bij aansluiten. Als ik naar de hele commissievergadering kijk, dan bemerk ik toch dat er nog heel veel vragen zijn over onduidelijkheden waarvan gezegd wordt, dat kan nu nog niet precies gezegd worden. Dat maakt het lastig om iets te zeggen over hoe nu verder. Ik denk dat we vooral zo snel mogelijk duidelijkheid willen hebben. Als we duidelijkheid hebben, kunnen we beslissen hoe we verder willen. 29 De voorzitter: Pieter heeft het verlossende woord. We gaan naar mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Hij heeft me gespot. Halleluja. Mijn arm begon lam te worden.
Volgens mij heeft het pas weer zin om hierover te praten als het raadsvoorstel er ligt, als ik het zo begrijp. Dat is misschien ook een aardige koppeling met het werkbezoek, dat dan kan worden toegelicht, op locatie, wat die renovatie en verduurzamingsmaatregelen daadwerkelijk inhouden. Dan krijgen we er misschien een beter beeld bij waarom we kruiwagens met geld daarnaartoe moeten dragen. Voor nu, kennisnemen van de beantwoording. De voorzitter: Concreet is dan het voorstel dat nu voor de commissie voorligt om de beantwoording van deze vragen ter kennisgeving naar de raad te sturen. Vervolgens gaan we het plan, als dat er is, bespreken. Daar wordt een werkbezoek aan gekoppeld. Dan wordt er ook nog antwoord gegeven, dat zal eerder wel gebeuren, op de technische vragen die nog uit staan. Dat is, als ik het zo goed verwoord, het voorstel. Kan de commissie zich daarin vinden? Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik zou graag zien dat naast het Energiehuis ook de gebiedsontwikkeling en plannen voor Wantij-West erbij betrokken worden, zodat duidelijk wordt hoe we daarmee verder gaan en eerst nog eens een keertje in een beeldvormend vergadering bespreken en dan in een oordeelsvormende vergadering.
De voorzitter: Dat is een suggestie voor wat in de presentatie kan worden meegenomen? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Kan ik aannemen dat we per 1 juli de ondernemerspost, het magazijn en de sleutel krijgen? De voorzitter: Technische vraag. Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: We zijn op dit moment die afspraken met Kunstmin aan het maken. We voorzien dat het nu mogelijk is op 1 jul. Als er iets is in dit traject wat ik geleerd heb, dan is het oppassen met het maken van harde beloftes en deadlines daaraan koppelen. Weet dat we echt keihard aan het werk zijn om het mogelijk te maken. We werken daar echt naartoe. Ik behoud mezelf ervan om harde beloftes te maken. Zodra die afspraken met Kunstmin meegemaakt zijn, kunnen we ook de afspraken met de horeca maken. De voorzitter: Ik zie verder, geloof ik, geen alternatieve voorstellen voor hoe het zojuist is voorgesteld door mijnheer Groenewege. Dan besluit de commissie aldus. Dit betekent dat we de vragen ter kennisgeving aannemen. Er komt een werkbezoek t.z.t., gekoppeld aan het raadsvoorstel. Daar zal dan ook de beantwoording van de technische vragen bij zitten. De heer Groenewege: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Daarnet zei u, we sturen de vragen ter kennisgeving door naar de raad. Nu zegt u, wij nemen de vragen ter kennisgeving aan.
Welk van de twee is het? 30 De voorzitter: Dat is een heel scherp detail, mijnheer Groenewege. Ik hoopte dat te verbloemen. Helaas. Dat was even omdat ik zelf technisch niet helemaal zeker was hoe het ook alweer zat. Ik kreeg gesouffleerd dat beantwoording van vragen door de commissie ter kennisgeving worden aangenomen en niet naar de raad gaan. Dat wordt bevestigd, denk ik. In ieder geval, we nemen er kennis van. Of het de commissie is of de raad, we hebben ze gezien. Dan nog de huishoudelijke mededeling om graag uw flesjes en glazen mee te nemen en wens ik u verder nog een fijne avond. 3. Raadsinformatiebrief over Toelichting toezicht en handhavingsscenario's Verhuur- en Leegstandverordening - Raadsinformatiebrief Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Van Soest Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Aarle (CDA) Dhr. Van der Bijl (Beter voor Dordt) Dhr. Van de Breevaart (Forum voor Democratie) Mevr. Van Dorresteijn (GroenLinks-PvdA) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Den Hartog (GroenLinks-PvdA) Mevr. Kovalenko (D66) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Noordam (VVD) Mevr. Stolk (VSP Dordrecht) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Mevr. Van Valen (VSP Dordrecht) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: - Ambtelijke organisatie: mevr. Das Dores, mevr. De Korte De voorzitter: Goedenavond, beste mensen.
Wij zijn hier bijeen om met elkaar te gaan spreken over een raadsinformatiebrief, hartelijk dank, Richard, Toelichting toezicht en handhavingsscenario’s Verhuur- en Leegstandverordening. Gelijk alvast een winstwaarschuwing voor sommigen die denken, we gaan eens lekker over die leegstandverordening praten, dat gaan we helemaal niet doen. We gaan praten over de scenario's. That’s it. Het is een beeldvormende sessie. Bij dezen open ik de commissievergadering over de raadsinformatiebrief zoals ik zojuist gezegd heb. Ik heet van harte welkom, de raads- en commissieleden hier aanwezig, geen vertegenwoordiger van het college, wel de enkele mensen die op de tribune zitten, onder andere onze welbekende Ben Corino. Namens de organisatie zitten hier mevrouw De Korte en mevrouw Das Dores. Wie wie is, dat mogen ze zo meteen zelf gaan vertellen na het voorstelrondje. Om de spanning erin te houden, ga ik nu alvast verklappen dat ik rechtsom ga. Voor het verslag moeten we ons voorstellen. Ik begin aan mijn 31 rechterhand. Graag even naam en fractie, zoals gebruikelijk. Dat geldt niet voor iedereen. De heer Van Soest: Namelijk voor mij. Ik ben griffier. Mijn naam is Geert van Soest. De heer Van de Breevaart: Hans van de Breevaart, Forum voor Democratie. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. Mevrouw Van Valen: Sabine van Valen, VSP. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP.
De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Van der Bijl: Richard van der Bijl, Beter voor Dordt. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Noordam: Joost Noordam, Dordtse VVD. Mevrouw Kovalenko: Vita Kovalenko, D66. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks-PvdA. Mevrouw Van Dorresteijn: Floor van Dorresteijn, GroenLinks-PvdA. De heer Van Aarle: Sander van Aarle, CDA. Mevrouw Das Dores: Rina das Dores. Mevrouw De Korte: Roos de Korte. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben jullie gelijk al kunnen oefenen. Als je spreekt, dan moet de microfoon aan. Als je niet meer spreekt, dan moet je het uitdoen, want als er 2 tegelijk aanstaan, krijg je allerlei rare geluiden. Voor degenen die het nog niet weten, mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond de commissievoorzitter. Waarom zijn we hier bij elkaar? De commissie wordt vanavond geïnformeerd over de inrichting van toezicht en handhaving op de verhuur- en leegstandverordening die op 1 september 2026 in werking treedt. Tijdens de presentatie ligt de organisatie de verschillende uitvoeringsscenario’s toe. Er is ook gelegenheid, uiteraard zou ik willen zeggen, voor de commissieleden om vragen te stellen en eventuele aandachtspunten mee te geven voor de verdere uitwerking.
Bij de perspectiefnota heeft u de gelegenheid om dit onderwerp in uw besluitvorming te betrekken. Dan gaat het er met name om dat het college heeft voorgesorteerd op scenario 1. Als iemand zegt, maar ik vind scenario 2 of 3 veel beter, dan is dat prima. Dan zult u het daar moeten inbrengen en tegelijkertijd een zak met 32 geld moeten meenemen om het te bekostigen. Hoe hoger het scenario, hoe hoger de kosten worden. Dat weten in ieder geval degenen met ervaring wel en die vind je in bijna elke fractie. Wij gaan naar de presentatie luisteren en kijken. Ik ga het woord geven, allereerst, aan mevrouw De Korte. Succes ermee. Mevrouw De Korte: Nogmaals goedenavond allemaal. Fijn dat u hier allemaal aanwezig bent. Mijn naam is Roos de Korte en ik ben hier samen met mijn collega Rina das Dores om jullie meer te vertellen over de verschillende scenario's voor toezicht en handhaving van zowel de leegstandverordening als de verhuurverordening. Goed om te noemen dat het 2 verschillende verordeningen zijn, maar ze zijn gedurende de hele besluitvormingsperiode in samenhang besproken, gezien de overloop die in een eventuele uitvoering te vinden is. Zoals ik al aangaf en zoals eerder ook al is aangegeven, zijn deze verordeningen in februari vastgesteld door de raad. Er staat hier een kleine fout in de presentatie. Het was namelijk op 3 februari.
Daarvoor zijn ze in de commissies meerdere malen besproken. Daarin heeft uw raad ook de wens gedeeld om meer toelichting te krijgen op de verschillende handhavingsscenario’s, omdat we destijds nog niet bezig waren of heel ver waren in de uitwerking van deze scenario's. Gezien de implementatie in september is ervoor gekozen om dat op dit moment te doen. Zoals al werd aangegeven, is het niet het moment om te sparren over welk ambitieniveau u voor ogen heeft, maar gaat het vandaag echt om de toelichting, zodat u, wanneer u deze keuze wil maken, echt de kennis heeft om dat op een goede wijze te kunnen doen. Nog even een korte terugblik, ook voor degenen die er niet bij waren. De verordeningen zijn vastgesteld met 2 verschillende doelen. Voor de leegstandverordening gaat het echt om het zicht krijgen op de leegstand in Dordtrecht en tegelijkertijd in contact te komen met eigenaren van leegstaande panden en samen naar een oplossing toewerken. Voor de verhuurverordening is het ook het zicht krijgen op de particuliere verhuurmarkt om vervolgens, door dit zicht, misstanden te kunnen aanpakken en huurders te beschermen. Ook voor de huisvestingssituatie van arbeidsmigranten biedt het veel meer inzicht in de mogelijkheden om ook hier meer bescherming te bieden voor huurders.
Deze verordeningen zijn onderdeel van landelijke wetgeving en het instrumentarium dat landelijk wordt geboden aan gemeenten. De leegstandverordening stelt een verplichting voor eigenaren om leegstand langer dan 6 maanden te melden. Wanneer leegstand gemeld is, dienen zij in gesprek te gaan met de gemeente. De gemeente initieert dit. In dit gesprek wordt gekeken met een eigenaar waar de leegstand vandaan komt en wordt toegewerkt naar het beëindigen van deze leegstand wanneer daar mogelijkheden toe zijn. De verhuurverordening biedt een vergunningsplicht voor de verhuur van woonruimte in specifieke wijken in Dordtrecht en de verhuur aan arbeidsmigranten in heel de stad. De vergunning controleert op de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbaar huur. Dit betekent dat wordt gekeken of ze zich houden aan goed verhuurdersgedrag. Eerlijke prijzen, goed onderhoud, maar bijvoorbeeld ook, bij arbeidsmigranten, het niet koppelen van het huurcontract aan het arbeidscontract. Daar kan dan vervolgens weer op gehandhaafd worden. Zoals net ook werd aangegeven, zijn de verordeningen in principe zonder toezicht en handhaving niet uitvoerbaar. Dan stel je een vergunningsplicht en een meldplicht in, maar zou je er vervolgens niks mee kunnen. Daarom heeft het college, in ieder geval nu, in de perspectiefnota een minimale reactieve inzet opgenomen.
Dat vormt de basis voor 33 toezicht en handhaving, om het uit te kunnen voeren. De raad bepaalt het verdere ambitieniveau in de uiteindelijk besluitvorming van de perspectiefnota. De voorzitter: Ik ga u heel even onderbreken als het mag. Een vraagje tussendoor, is dat een probleem voor u? De voorzitter: Onze voorkeur zou zijn om het aan het einde in één keer te doen voor het geval we uitlopen. De voorzitter: Dan vraag ik aan mijnheer Noordam, kunt u het noteren of proberen te onthouden? Dan doen we het straks. U heeft het gehoord inmiddels, de voorkeur is, we maken het even af. Prima. Mevrouw De Korte: Helemaal goed. Bedankt. De besluitvorming van de perspectiefnota vindt in juli plaats. Daar kunt u uw wensen voor het ambitieniveau in meenemen. Daar kan gekozen worden om het huidige niveau aan te houden, maar een hogere inzet, en daarbij extra kosten, zou ook een optie in zijn. Tijdige richting van de raad is nodig om toezicht en handhaving passend te kunnen inrichten bij het ambitieniveau dat gekozen wordt. Mevrouw Das Dores: Dank je wel, Roos. Ik neem het nu van Roos over. Zoals eerder aangegeven, hebben we een raadsinformatiebrief aan u gestuurd, waarin we verschillende scenario's hebben geschetst. Dat is wat ons betreft de basis waarop u uw ambitieniveau uiteindelijk kunt bepalen. Ik zal nu heel kort even ingaan op die verschillende scenario's.
In de volgende slides zal ik wat uitgebreider ingaan op de verschillende scenario's. Het eerste scenario dat we hebben geschetst, is die op reactief niveau. Dat komt op ongeveer 450.000 euro per jaar aan kosten. Scenario 2 ziet op een op een integrale aanpak qua uitvoering. De kosten die daarbij gepaard gaan, zijn ongeveer 600.000 euro per jaar. Dan is er een ambitieuzer scenario 3, die zich richt op risico's. Het is een risicogericht niveau. Het is een heel ambitieus niveau dat ook de hoogste kosten heeft. Het is een intensief proactief niveau en zou ongeveer op 1 miljoen euro per jaar komen qua kosten. In de volgende slide zal ik afzonderlijk ingaan op de verschillende scenario's. Het eerste is scenario 1. Scenario 1 ziet echt alleen op reactieve toezicht en handhaving. Dit houdt in dat we als gemeente alleen opvolging geven aan meldingen die we krijgen vanuit huurders en incidenteel signalen die we wellicht intern ontvangen over bepaalde huurders. Dit hebben we ingestoken als een minimale inzet, maar dit houdt niet in dat je niet alsnog een volledig handhavingsinstrumentarium nodig hebt om dit te kunnen doen. Dit houdt in dat op het moment dat er een melding wordt gedaan, er een inspecteur is die eventueel een controle moet uitvoeren, maar ook dat er administratieve ondersteuning is om de toezichthouder daarin te helpen.
Als er sprake zou zijn van juridische opvolging, dan is er ook een juridisch medewerker en als het door zou gaan naar bezwaar en beroep, dan is er een jurist bij gekoppeld. Deze keten is, dat wil ik benadrukken, heel erg belangrijk. Juist ook omdat het nieuwe regelgeving is, is de kans behoorlijk groot dat verhuurders in bezwaar gaan en uiteindelijk in beroep, omdat ze willen weten hoe een rechter nu tegen deze nieuwe regelgeving aankijkt. Voor ons als gemeente heel belangrijk, maar dit houdt wel in dat we, op het moment dat we onze toezicht en handhaving inrichten, dit in 1 keer doen door ook een jurist erbij te betrekken. Dit ga je niet pas doen op het moment dat er daadwerkelijk sprake is van zo'n bezwaar of een beroepszaak, omdat je dan feitelijk te laat bent. Het effect, wat ons 34 betreft, van reactieve toezicht is dat er jaarlijks maar een beperkt aantal controles zullen plaatsvinden, mede afhankelijk van het aantal meldingen dat je binnen zult krijgen. Dit houdt ook in dat je minder of een beperkt zicht hebt op de misstanden die er zijn in de particuliere verhuurmarkt hier en dat er een lage zichtbaarheid in de stad is qua toezicht op dit onderwerp, omdat we puur op meldingen afgaan.
In onze beleving houdt het dan ook een lage naleving in, omdat verhuurders het idee kunnen krijgen van, hoezo zou ik mijn gedrag of een aantal zaken aanpassen als de pakkans relatief laag is? De beperking van dit scenario is dat je heel erg afhankelijk bent van meldingen. Op het moment dat je geen meldingen binnenkrijgt, wat doe je dan? Als je alleen reactief toezicht en handhaving houdt, betekent het dat je, afhankelijk van de hoeveelheid meldingen die je binnenkrijgt, in een dilemma komt op het moment dat mensen bijvoorbeeld geen vergunning aanvragen. Wat doe je dan? Als we als we geen meldingen krijgen van leegstand, is er dan ruimte om daar achteraan te gaan? Naar onze mening hebben we daar bij scenario 1 te weinig middelen voor. We zijn van mening dat de preventieve werking van deze vorm van toezicht en handhaving laag is. Dan ga ik nu verder met scenario 2. Dat is een integraal … Sorry? Excuseer. Scenario 2 ziet op een integrale aanpak. We hebben geen pandbrigade in Dordtrecht, maar er wordt intern wel over gesproken om op die manier te gaan samenwerken. Het houdt in dat je elkaar meer opzoekt qua handhaving en je probeert om een aantal disciplines te koppelen, ook om te voorkomen dat je verschillende controles moet gaan uitvoeren op 1 pand, terwijl je wel met verschillende disciplines bezig bent. Je wil dat integreren.
Wat ik net al aangaf, toezicht wordt dan gekoppeld aan bestaande controles die sowieso al moeten plaatsvinden, bijvoorbeeld in het kader van achterstallig onderhoud, maar dat kan ook zijn in het kader van een BRP-controle die in een pand moet plaatsvinden. Dan vraag je meteen aan zo’n huurder, wat voor huur betaalt u. Dan zouden we nog iets kunnen zeggen over de hoogte van de huur en of het wel of niet klopt. Het effect van een dergelijke aanpak is, wat ons betreft, dat er meer controles in de stad zijn. In ieder geval meer dan bij de reactieve variant. Je hebt beter zicht of groter zicht op misstanden, er is een snellere signalering en er kan sneller opgevolgd worden op het moment we op deze manier te werk zouden gaan. De beperkingen van zo'n integrale aanpak, in ieder geval in scenario 2, is, wat ons betreft, dat je je nog niet echt heel gericht op je doelgroepen richt, omdat er in deze variant iets minder analyse plaatsvindt dan in de derde variant die ik straks nog zal toelichten. Je bent afhankelijk van bestaande toezichtmomenten, zoals al eerder aangegeven. Nogmaals, niet alle risicogroepen krijg je op deze manier in beeld, omdat er, naar onze mening, nog iets te weinig analyse in deze fase plaatsvindt. Dat zit voornamelijk in de middelen van deze variant. Dan ga ik nu over naar scenario 3. Scenario drie is risico en data gedreven toezicht.
Die richt zich meer op risicogebieden en doelgroepen. Wat heel erg belangrijk is bij deze variant, is het gebruik van data en analyses. Nu moet ik erbij zeggen dat wij scenario 2 zo zouden willen invullen, dat we ook met een data-analist zullen werken. Wel in mindere mate dan bij scenario 3 omdat er bij scenario 3 meer middelen zijn en je een data-analist gerichter te werk kan laten gaan. Wat je dan doet bij dit scenario, is prioriteren op basis van risico's. Het idee daarachter is dat wanneer je controles uitvoert, je al bijna 100 procent zeker weet, of ieder geval voor het grootste gedeelte weet, dat er een misstand zal zijn op het moment dat je een controle gaat verrichten in zo’n pand. Dat is bij de scenario's hiervoor een stuk minder. Daar is die kans net wat lager. Het effect van scenario 3 is gericht op controles met meer impact, een betere aanpak van probleemlocaties, hogere naleving bij 35 risicogroepen. Dit scenario heeft ook beperkingen wat ons betreft. Het is minder breeddekkend dan een volledig proactief toezicht dat ik straks in scenario 4 zal schetsen. Het blijft deels afhankelijk van signalen en selectie van 1 of meerdere data-analisten. Het vereist hele goede datakwaliteit. Daar zit dan zeker nog een uitdaging in. Dan ga ik nu naar scenario 4. Dat is het meest ambitieuze niveau dat we hier vanavond zullen bespreken. Dat is intensief proactief toezicht.
Wat doen we dan? We doen echt actieve opsporing van overtredingen. Dat doe je ook op basis van de data-analyses die je bij scenario 3 doet. Er is sprake van structurele en frequente controles. Het effect hiervan is een groot bereik in de stad, een hoge zichtbaarheid van toezicht en handhaving, wat ons betreft een maximale naleving en een sterk preventieve werking. De beperkingen zijn uiteraard de hoge inzet van capaciteit en uiteindelijk de hoge structurele kosten. Met betrekking tot die kosten, u heeft, denk ik, in de raadsinformatiebrief gezien, en voor zover u al de inhoud kent van de perspectiefnota die we binnenkort zullen behandelen, dat als we uitgaan van scenario 1, zoals door het college voorgesteld, we over 2026, omdat de wetgeving per 1 september 2026 ingaat en het maar 4 maanden loopt, 150.000 euro nodig hebben voor een stukje toezicht en handhaving over dit jaar. Dat wordt aan uw voorgelegd. Over een heel jaar is er 450.000 euro nodig voor scenario 1. Dat heb ik in de eerdere slides ook wel aangegeven. Dat komt op indicatieve kosten van ongeveer 100.000 euro per fte. Dat betekent niet dat 1 fte 1 functie is, dat we het bijvoorbeeld hebben over een toezichthouder. Het betreft een integrale inzet, waaronder toezicht en handhaving, de afhandeling van meldingen, een stukje administratieve ondersteuning, maar ook de juridische opvolging waar ik het net over had.
Dan heb ik het specifiek over de inzet van een juridisch medewerker en een jurist. Daarbij is het nodig dat er een stukje regie gevoerd wordt over de werkzaamheden van de toezichthouders. Dat zit allemaal in het bedrag. Met betrekking tot de keuze van het ambitieniveau, dat u niet vanavond, maar in een later stadium nog gaat bepalen, wil ik u meegeven dat scenario 1, wat ons betreft, echt het minimale is dat we als gemeente zouden moeten doen, het reactieve toezicht. Wat ons betreft heeft dat een beperkt effect. Juist met de nieuwe regelgeving zijn we van mening dat je zeker in eerste instantie vol zou moeten inzetten, ook om een signaal af te geven aan de verhuurders, op, wij leggen jullie nu een plicht op. Wij vragen iets van hen. Wij nemen het als gemeente dusdanig serieus, dat we daar opvolging aan willen geven. Het is niet dat zij … Ze moeten best wat informatie bij ons aanleveren. Ze moeten huurovereenkomsten inleveren waar we op kunnen checken of de gevraagde huur klopt, maar ze moeten ook dingen als een onderhoudsplan bij ons in dienen. Het zou vervelend zijn als een verhuurder het idee krijgt van, hoezo doen we dit, want de gemeente gaat er uiteindelijk toch niet op handhaven. Dit is wel een beetje het gevaar dat je loopt bij de minimale variant.
Bij de overige scenario's krijg je meer zicht, dat is wat we uiteindelijk willen, op de particuliere verhuurmarkt binnen Dordtrecht. Wat ons betreft zouden we in ieder geval graag van start willen gaan met scenario 2. Dat is de integrale inzet waar ik het eerder over had. Ook omdat er intern al gekeken wordt naar het inzetten van pandbrigade. Daar zouden wij graag op inspringen met onze onderwerpen, de leegstandverordening en de verhuurverordening. Dit is het minimale dat wij van de raad zouden willen vragen. Zoals al eerder aangegeven in de vorige slides, meer inzet, betekent meer effect, wat ons betreft, maar uiteraard ook hogere kosten. Het ambitieniveau dat u bepaalt, zorgt voor de benodigde inzet en de inrichting van de uiteindelijke toezicht en handhaving. Wij zouden het wel heel erg prettig vinden als er in 36 de perspectiefnota daadwerkelijk iets over wordt uitgesproken, omdat we vanaf 1 september aan de slag gaan met die regels. Het is voor ons wel belangrijk om te weten op welke manier we omgaan met toezicht en handhaving. De financiële doorwerking voor 2026, dat heb ik al eerder aangegeven, zien we echt als een opstartfase. Het kost 150.000 euro ongeveer. Dan hebben we het echt over de laatste 4 maanden van het jaar. Vanaf 2027 is er in ieder geval 450.000 euro per jaar nodig voor de minimale variant. Dat is ook wat er in de perspectiefnota is opgenomen.
De keus is uiteindelijk aan u. Als u daar anders over denkt, dan zouden wij het prettig vinden als u in ieder geval zou kiezen voor scenario 2, omdat wij denken dat we daarmee meer zullen bereiken dan de minimale variant. Het gekozen ambitieniveau bepaalt uiteindelijk de structurele kosten vanaf 2027. Ik wil daarbij aangeven, ik heb het volgens mij ook al eerder gezegd, dat je wat ons betreft in het begin hoger inzet, omdat je een afschrikwerkende werking wil hebben van de regelgeving. Het kan heel goed zijn dat, als we het goed doen, na een aantal jaren het budget naar beneden zou moeten, omdat je merkt van, onze verhuurders doen het wel heel erg goed. Vanuit de wetgeving is het idee dat je het gedrag van een verhuurder wil aanpakken. Wij geloven daar ook in, maar het betekent wel dat je daarin moet investeren. Qua capaciteit betekent het dat je behoorlijk arbeidsintensieve trajecten aangaat en veel in gesprek met verhuurders zal moeten. Het liefst zoeken wij ze actief op, omdat niet elke verhuurder die het slecht doet, dit bewust doet. Er zitten ook echt wel verhuurders tussen die onvoldoende op de hoogte zijn van de regelgeving. Er is heel veel regelgeving en daar komt nu dan nog nieuwe regelgeving bij.
Wij nemen het dan graag op ons, als gemeente, om dat aan ze toe te lichten en ze te monitoren van, wat doen jullie met de informatie die we jullie geven? Uiteindelijk hebben we een aantal consulterende vragen aan u. Nogmaals, die hoeft u vanavond niet te beantwoorden. Wij vragen ons af welk ambitieniveau past bij de doelen die u heeft met betrekking tot deze 2 verordeningen en welk niveau van toezicht en handhaving acht u daarvoor passend? Een belangrijke vraag is ook, hoeveel effect wilt u bereiken in de stad? Wij willen heel graag dat u ons die richting geeft bij de behandeling van de perspectiefnota, zodat we ons vanaf 1 september 2026 goed kunnen voorbereiden op dat stukje toezicht en handhaving. Uw richting is bepalend voor het ambitieniveau en de structurele inzet vanaf september 2027. Dat was van onze kant de presentatie. Hartelijk dank voor het luisteren. Nu willen we graag overgaan tot de vragen die er mogelijk zijn bij jullie. De voorzitter: Dank u wel ik zie een heleboel vingers. In ieder geval, beide dames, dank voor de presentatie. Ik ga voor de makkelijkste oplossing kiezen, ik ga op volgorde. Ik begin bij mevrouw Van Dorresteijn. Sorry, mijnheer Tutupoly. Dan moet u een poosje wachten. Het zou zomaar kunnen dat uw vraag al eerder gesteld wordt. Er was geen voorkeur. Ik dacht, ik ga links beginnen, want ik was net rechts begonnen met het voorstellen.
Nog even met klem, de consulterende vragen die aan de raad gesteld worden, in de laatste sheet, daar gaan we nu niet op in. U mag technische vragen stellen over de rest van de presentatie, maar dat snapt mevrouw Van Dorresteijn vast. Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel, voorzitter. Mag ik ook twee vragen stellen? De voorzitter: Vooruit. 37 Mevrouw Van Dorresteijn: Helemaal goed. In dat geval heb ik twee vragen. De eerste vraag. Ik heb beidde verordeningen er nog eventjes bij gepakt. Daarin zie ik ook boetebedragen terugkomen. Ik vroeg me af, in hoeverre zorgt een hoger ambitieniveau ook voor meer gevallen die we beboeten en daarmee hogere baten? Ik vroeg me af, is dat meegenomen in de afweging? Dat is mijn eerste vraag. Zal ik de tweede meteen doen? Ja? De tweede vraag, is er ook nagedacht over de maatschappelijke baten, bijvoorbeeld bij de leegstandverordening in de vorm van extra woningen die gebruikt kunnen worden? Leegstaande woningen gebruiken lijkt mij goedkoper dan nieuwe woningen bouwen. Ik vroeg me af, zijn die maatschappelijke baten ook meegenomen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de vragen. Mevrouw Das Dores, de eerste over de boetes en de tweede over de maatschappelijke baten. Mevrouw Das Dores: Wat u aangeeft met betrekking tot de boetes, de Wet goed verhuurderschap is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van verhuur.
Het ziet op een stukje gedragsverandering, waar ik het eerder over had, van een verhuurder en het beschermen, uiteindelijk, van huurders. Dit betekent dat wij handhavingstrajecten in zullen gaan met verhuurders, maar dat ons doel niet per se is om boetes op te leggen. Er zullen gevallen zijn van verhuurders die hardnekkig zijn, waardoor we wel overgaan tot het opleggen van een boete, maar dat zijn sowieso geen structurele baten die het opleveren. We kunnen daar niet op anticiperen. Het is een soort bijvangst, om het maar zo te zeggen. Wat we met deze regelgeving niet willen, is het genereren van financiële opbrengsten voor de gemeente. Dat is niet het idee. Voor een klein gedeelte zal het wel gebeuren, maar daarvoor hebben we deze regelgeving niet. De tweede vraag ging over de leegstand. De voorzitter: Over de maatschappelijke opbrengst. Mevrouw De Korte. Mevrouw De Korte: Er zullen waarschijnlijk maatschappelijke opbrengsten zijn, maar die landen niet in de perspectiefnota. Die nemen we ook niet mee in onze berekening. De voorzitter: Dank. Mevrouw Kovalenko? Vragen we niets? Dan mijnheer Noordam. De heer Noordam: Voorzitter, iedere ondernemer moet … Ik zal het anders stellen.
Vallen de woningbouwverenigingen ook onder dezelfde regeling als waar de particuliere ondernemers onder gaan vallen met verhuren? Moeten ze ook elke keer weer opnieuw een vergunning aanvragen? De voorzitter: Geeft u maar antwoord. De volgende vraag is al gesteld. Mevrouw Das Dores: Dat geldt niet voor de woningcorporaties. Met betrekking tot de Wet goed verhuurderschap is het wel zo dat een woningcorporatie dient te voldoen aan de regels van goed verhuurderschap. Dit betekent dat ook een woningcorporatie zich aan de puntentelling van het Woningwaarderingsstelsel hoort te houden. Zij zijn niet vergunningplichtig. Zij zijn uitgesloten daarvan. 38 De heer Noordam: De vraag was ook nog of de ondernemer elke keer, bij elk pand, een vergunning moet aanvragen of dat het per ondernemer is. Er zijn mensen die hebben een huis in de verhuur, maar er zijn er ook bij die hebben er wat meer. Mevrouw Das Dores: Je vraagt een vergunning aan voor al je panden. De voorzitter: Dank. Mijnheer Noordam, als u even uw microfoontje … U heeft een tweede vraag? Dat mag. Microfoontje even uit. Dan gaat het allemaal goed. De heer Noordam: Is er een gemeentelijk overzicht van leegstaande panden? We kunnen wel nu iets aannemen van dat we het willen controleren of wat dan ook, maar dan moeten we wel weten waar we het over hebben.
Mevrouw Das Dores: Er is op dit moment geen gemeentelijke lijst met leegstaande panden. Waar we onze cijfers, die we in het eerdere raadsvoorstel hebben opgenomen, op hebben gebaseerd, is het CBS-onderzoek dat is gedaan. Zij kwamen tot de conclusie, dat kun je onder andere te meten door te kijken of er iemand ingeschreven staat op een pand, dat er in Dordtrecht ongeveer 555 leegstaande panden zijn. Dat is ons uitgangspunt. Wij zijn ons ervan bewust dat er ook een gedeelte zal zijn dat administratief leegstaat en in de praktijk uiteindelijk geen leegstaande woningen zijn. Juist door dit instrument hopen we daar inzicht op in te krijgen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hartmeijer? Dan mag u straks, want anders moet mijnheer Tutupoly zo lang wachten. Dat wordt dan de tweede ronde. Ik ga voor maximaal twee per fractie. Dan weet u dat. De tweede ronde, dat zien we wel. We hebben tijg genoeg. Mijnheer Tutupoly moet niet in slaap vallen. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dat was een waarschuwing. Dank, voorzitter. Ik heb twee vragen. Eerste vraag, zijn de scenario's die nu besproken worden een-op-een te plakken op beide verordeningen? Dat idee kreeg ik eventjes. Zijn er nuances te maken of te zien, bijvoorbeeld als het gaat om het reageren op meldingen? Daar zit misschien wel een verschil in. Mijn tweede vraag is, het verschil tussen scenario 1 en 1 is 1,5 ton en 1,5 fte.
Zou er nog iets meer toelichting kunnen komen op hoe het precies zit dat je met een minimale verhoging toch veel meer slagkracht bereiken? Dat beeld had ik nog niet helemaal. De voorzitter: Mevrouw Das Dores. Mevrouw Das Dores: Om als eerste op uw laatste vraag antwoord te geven, die 1,5 fte zit met name in ons idee om bij het eerste scenario ongeveer 2 toezichthouders aan te trekken voor de handhaving. Dat zal in scenario 2 niet per se anders zijn. Wat we er bij scenario 2 aan toe zouden willen voegen, is een analist. Bij de controles die we dan zelf gaan doen, is de pakkans, om het maar zo te zeggen, groter. Daar zit met name het verschil in. Qua geld valt het relatief mee, maar wij denken dat door toevoegen van een analist je daar al … Met 2 toezichthouders, want wij vinden 1 toezichthouder te kwetsbaar, ook voor scenario 1. Stel dat iemand op vakantie is of ziek wordt, dan zou het volledig stil komen te staan. Dat kan niet de bedoeling zijn. Vandaar dat ons basisaantal voor de toezichthouders 2 is. Het idee is om bij scenario 2 in ieder geval een analist toe 39 te voegen en een beetje afhankelijk van hoe alles loopt te kijken of je daar wellicht aan de toezichthoudende kant nog wat aan zou kunnen toevoegen. De voorzitter: En de eerste vraag? Mevrouw Das Dores: Kunt u die alstublieft nog een keer herhalen? De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer.
De heer Hartmeijer: De verschillende scenario's, of die een-op-een te plakken zijn op beide verordeningen of dat er nog nuanceverschillen zijn. Ik kreeg het idee dat beide verordeningen onder een scenario vallen. Mevrouw Das Dores: Wat ons betreft valt het allemaal onder diezelfde scenario's. Dit heeft ermee te maken dat gaat over de particuliere woningvoorraad en we heel veel raakvlakken zien, waardoor we niet gaan differentiëren. De toezichthouders zullen ook werken op het moment dat ze melding krijgen van een leegstaande woning. Het verschil dat je in de praktijk nog wel zult zien, is dat bij het melden van de leegstand de juridische ondersteuning daar waarschijnlijk meer werk aan zal hebben dan een toezichthouder. Het is heel belangrijk voor de juridisch medewerker om goede communicatieve kenmerken of kwaliteiten te hebben om in gesprek te gaan met zo'n verhuurder. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Laban. De heer Laban: Dank, voorzitter. Het is een voordeel als je wat later in het rijtje bent. Ik had vier vragen en nu heb ik er nog twee. Dat komt goed uit. De voorzitter: U kent mij, ik kom precies goed uit. De heer Laban: U geeft mij de indruk, in de presentatie die ik zie, dat het lijkt alsof scenario 1, als we dat uitvoeren, zinloos is.
Klopt dat? Mevrouw Das Dores: Volledig zinloos niet, want op het moment dat we helemaal geen middelen zouden vrijmaken hiervoor, volgens mij hebben we dat ook aangegeven in de raadsinformatiebrief, vinden wij dat je de verordening zou moeten intrekken. Je vraagt nogal wat van een verhuurder en als gemeente geven we daar dan uiteindelijk geen opvolging op. Dan zijn we ook ambtelijk van mening van, waarom vragen we dit dan van verhuurders als het voor de rest geen opvolging heeft? Op basis van ervaringen van andere gemeenten weten we dat er meer nodig is dan alleen maar reageren op meldingen. We weten dat huurders grote moeite hebben om misstanden te melden. Dat zitten vaak in het feit dat het gaat om het dak boven hun hoofd en ze niet goed weten hoe een pandeigenaar daarop zal reageren. Om die reden zouden wij liever de regie hebben door zelf met pandeigenaren in gesprek te gaan, omdat we weten wat voor hoe gevoelig het onderwerp is. Daar gaan we niet met gestrekt been in. Wat ik net al probeerde uit te leggen met betrekking tot eventuele baten die boetes opleggen zouden opleveren, daar streven we niet naar, ook omdat je werkt met een escalatieladder. Je gaat eerst in gesprek en je probeert er met zo'n pandeigenaar uit te komen, juist omdat we er ook zijn om de huurder te beschermen. 40 De voorzitter: De volgende vraag, mijnheer Laban.
De heer Laban: De tweede vraag, de verhuurverordening en leegstandverordening leveren leges op. Is de opbrengst aan leges meegenomen in de kosten die verwacht worden? Mevrouw Das Dores: Nee. Het is zo dat de leges die we vragen echt ziet op het stukje vergunningverlening. Dat is dan net een ander traject. Daar zijn leges wel kostendekkend voor, maar wij mogen als gemeente daar niet op plussen door toezicht en handhaving daar nog in … Dat is een beetje belastingtechnisch … Ik weet niet precies hoe die regels zitten maar, het mag niet. Dat staat los van elkaar. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Mijnheer Van der Bijl. De heer Van der Bijl: Dank, voorzitter. Ik had ook vier vragen, inmiddels nog maar een. Dat gaat de goede kant op. De voorzitter: Dan wordt dat de laatste vraag waarschijnlijk. De heer Van der Bijl: Die vraag gaat over het derde scenario. Daarin gaat het over datagedreven werken. We zien we de laatste jaren dat datagedreven werken, AI- modellen best wel grote consequenties met zich mee heeft meegebracht, bijvoorbeeld bij een toeslagenaffaire. Hoe wordt dat in die afweging meegenomen? Hoe is gedekt dat er geen willekeur in optreedt bijvoorbeeld of geen discriminatie? Mevrouw Das Dores: Dat heeft zeker onze aandacht. Los van dat we ons sowieso AVG- technisch aan de privacyregelgeving horen te houden, wordt daar zeker naar gekeken door ons.
We toetsen dat door het daar met onze juristen over te hebben van, welk risico lopen we als we op deze manier te werk gaan? Dat wordt altijd voorgelegd. We zijn bekend met dat risico. Het betekent niet dat we het 100 procent kunnen afdekken, maar dat zit wel in ons achterhoofd. Het is wel de manier waarop wij te werk gaan. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Wringer: Sorry, het was twee vragen per fractie, toch? De voorzitter: Ik dacht, dat heeft hij vast niet door. Mijnheer Wringer, u mag een vraag stellen. De heer Wringer: Dank u wel. Ten eerste vind ik het heel bijzonder dat het college en u het niet eens zijn met welk scenario. Dat vind ik wel grappig. Als we met een motie komen om scenario 2 of 3 omhoog te krijgen, moeten we daar ook een dekking voor zoeken. Mevrouw Das Dores: Mag ik daar nog wel even op reageren? De reden dat het college met de minimale variant is gekomen, is dat zij van mening zijn dat de nieuwe raad het ambitieniveau voor de toezicht en handhaving moest bepalen. Dit is de enige reden dat zij daarvoor hebben gekozen. 41 Zij zijn ervan op de hoogte, en volgens mij staat het college daar ook achter, dat je een hoger niveau zou moeten inzetten om echt een vuist te kunnen maken. Dat wil ik nog wel even zeggen. De heer Wringer: Dank u voor de toelichting. Op dit moment is de 450.000 euro gevonden, waarschijnlijk, voor scenario 1.
We moeten daar meer geld voor zien vrij te maken. Dat wordt even zoeken en puzzelen. Weet u toevallig wat de dekking is voor die 150.000 euro en waar die vandaan komt? Dan kunnen we daar misschien op inspelen. Nee? De voorzitter: Goed zo. Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Kort, maar krachtig. Mijn vraag is een verlengde op de vraag van mijnheer Hartmeijer. We hebben nu beschrijvingen gekregen van 4 scenario's en een kostenplaatje van ieder scenario. Hoe de kosten gerelateerd zijn aan die beschrijving, volgens mij zit daar nog een denkstap tussen, namelijk een overzicht van fte's per functie, per scenario. U gaf al aan, bij scenario 2 kunnen wij zus en zo aan fte’s toevoegen en dat heeft dan de volgende functie. Heeft u achter de schermen een overzicht van die functies per scenario, wat die gaan doen? Ik zou het best wel interessant vinden als we die kunnen ontvangen. De voorzitter: Heeft u die? Mevrouw Das Dores: Die heb ik. Het is geen probleem, wat mij betreft, om dat te delen met u. De voorzitter: Dat noteren we even als een toezegging. Helemaal prima. Het wordt u toegestuurd, zo snel mogelijk. Voor we de perspectiefnota behandelen in ieder geval, want dat zal de bedoeling zijn. Mevrouw Stolk, heeft u nog wat vragen op Curaçao kunnen verzinnen? Mevrouw Van Valen ook niet? Nee? Mijnheer Tutupoly, lang gewacht.