2.6 2026.06.09 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
De heer Tutupoly: De meeste vragen zijn misschien gedeeltelijk al beantwoord. Ik had nog even vraag. Er is net even gesproken over in hoeverre er inzicht is, zowel in de misstanden of de overlast als op de huidige leegstand. Ik begreep dat het inzicht er niet echt volledig is. Voor de leegstand gaat het nog altijd over 550 woningen die leeg zouden staan. Dat is gebaseerd op inschrijving in de basisadministratie. Ik vroeg me af of daar dan ook rekening is gehouden met de zelfbewoningsplicht. Als mensen misschien samengaan wonen en een woning aanhouden, dan mogen ze het niet verhuren op basis van de zelfbewoningsplicht. Is dat er wel of niet al uitgefilterd zijn? Is er, omdat het allemaal nog niet helemaal inzichtelijk is, misschien over gesproken om eerst met een pilot te beginnen, zodat je uiteindelijk meer inzicht krijgt en op grond daarvan het scenario kan opzoeken? Ik las in de stukken dat we flexibel moesten kunnen zijn met die scenario's. De voorzitter: Mevrouw gaat antwoord geven. Mevrouw Das Dores: Met betrekking tot wat u aangeeft, de opkoopbescherming, dat zicht hebben wij niet. Dat hopen we wel te bereiken op het moment dat een eigenaar de plicht heeft om het na zes maanden leegstand bij ons te melden.
We hopen dat we, door 42 het invoeren van dit instrument, over zeker ruim een jaar, anderhalf jaar, meer kunnen zeggen over hoe die leegstand min of meer in elkaar zit binnen de gemeente Dordtrecht. Er is niet gekozen voor een pilot. Ik weet niet precies waarom. Ik zou het niet zo goed weten. De voorzitter: Uw buurvrouw denkt het wel te weten. Mevrouw De Korte: Ik heb een andere aanvulling. Met betrekking tot de cijfers van het CBS, dat ligt iets genuanceerder dan enkel een inschrijving bij de BRP. Er is ook gekeken naar bijvoorbeeld energiegebruik in woningen. Zo zijn er verschillende datasets over elkaar gelegd. Het is niet dat er een dataset is gepakt en dat daar die vijfhonderd maar uit zijn getrokken. Daar ligt wel wat meer onderzoek achter. Er zullen daar waarschijnlijk wel meerdere langdurig leegstaande woningen echt binnen gaan vallen. Welke dat precies zijn en waar we daadwerkelijk iets mee kunnen en uiteindelijk de leegstand weer kunnen oplossen, dat moeten we gaan uitvinden middels de leegstandverordening. De voorzitter: Voldoende, mijnheer Tutupoly? Goed zo. Mijnheer Van de Breevaart. De heer Van de Breevaart: Er was eerder in een vraag sprake van boetes.
Klopt het ook dat in een nieuwe leegstandverordening, wanneer er sprake is van langer dan 6 maanden leegstand zonder dat dit gemeld wordt als zijnde leegstand, een boete kan worden opgelegd worden van 3.500 euro? De voorzitter: Mevrouw Das Dores knikt. Mevrouw Das Dores: Ja, dat klopt. De heer Van de Breevaart: Hoe moeten verhuurders weten dat het risico erin zit? Mevrouw Das Dores: We hebben hier qua communicatie aandacht aan besteed. Er zijn wat artikels hierover verschenen. Ook op onze website kun je hier informatie over terugvinden. Daarnaast is het zo dat we einde van deze maand voor in ieder geval een aantal verhuurbemiddelaars en wat grotere verhuurders een bijeenkomst organiseren om ze nogmaals, want het zou al bekend moeten zijn, te wijzen op deze regelgeving. De heer Tutupoly: Mag ik een verduidelijkende vraag? De voorzitter: Een verduidelijkende vraag van mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Die boetes waar u het net over heeft, die gelden dan voor verhuurders die een woning leeg hebben staan en niet voor eigenaren die niet verhuren normaal gesproken? De voorzitter: Zegt u het maar als u het weet. Mevrouw Das Dores: Ik snap de onduidelijkheid niet. Ik reageerde net op de vraag op de over de leegstandverordening en het moment dat een pandeigenaar niet meldt dat zijn pand langer dan zes maanden leegstaat.
Misschien dat ik heb gezegd verhuurder, maar wat ik bedoelde is een pandeigenaar, de eigenaar van het pand. 43 De heer Tutupoly: Dat geldt ook voor iemand die het normaal gesproken zelf bewoont, maar het om wat voor reden dan ook leeg heeft staan? Mevrouw Das Dores: Ja. De voorzitter: Het antwoord is ja. Mevrouw Kovalenko. Mevrouw Kovalenko: Dank u wel, voorzitter. U heeft gezegd dat de huurders al moeite hebben om iets te melden. De eerste vraag is, waar en hoe kunnen ze melden? De tweede vraag is, welke stappen nemen wij om juist die groepen, zoals arbeidsmigranten die misschien minder kennis hebben van de wetten, van de taal enzovoort, te informeren, zodat ze wel melden? Welke stappen zijn in het plan meegenomen? De voorzitter: Mevrouw Das Dores. Mevrouw Das Dores: Het is zo dat we sinds de invoering van de Wet goed verhuurderschap we als gemeente verplicht zijn om een meldpunt te hebben. Digitaal is er een meldpunt ongewenst verhuurgedrag en daar kun je meldingen doen van misstanden. Mevrouw Kovalenko: In welke taal is dat? Mevrouw Das Dores: Dat is in het Nederlands. Alleen in het Nederlands. Het enige dat je dan kunt doen, is het met de vertaalmachine op je computer vertalen, om het zo maar te zeggen. Op dit moment is het alleen in het Nederlands.
Qua bereiken van de doelgroepen wat u aangeeft, we weten, ook op basis van ervaring, dat er een vrij grote groep is aan arbeidsmigranten en dat zij zeker niet altijd in de meest fraaie omstandigheden leven hier in Dordtrecht. Niet alleen hier, ook in andere steden. Wat wij gaan proberen, is in overleg met wijkteams te kijken op welke manier wij ze het beste kunnen bereiken. Dat gaat onder meer met flyers die we in verschillende talen zullen drukken, zodat vanuit de wijkteams mensen of huurders hierop gewezen kunnen worden. Dat is een van de manieren waarop we dit gaan proberen. De voorzitter: Mevrouw Kovalenko, voldoende? Mevrouw Kovalenko: Ik weet het niet. Ik wil niet zo politiek zijn. Mensen zijn soms bang om die misstanden te praten. Is er nagedacht om bepaalde bijeenkomsten met die mensen te organiseren om hen te informeren en om juist de angsten weg te nemen? Mevrouw Das Dores: Daar hebben we nog geen concrete plannen voor, maar we zijn samen met communicatie en de bestaande wijkteams aan het kijken op welke manier we dat kunnen organiseren. Wat we ambtelijk sowieso doen, omdat dit nu een regelgeving is, is dat we op een soort tour gaan en onze collega’s te wijzen op de nieuwe regelgeving. Op het moment dat zij bezig zijn met hun werk en zoiets hebben van, wacht even, dit soort zaken kunnen gemeld worden bij het meldpunt, kunnen zij dit meenemen.
Daarnaast gaan we ook kijken hoe we huurders op hun rechten kunnen wijzen. Ik weet dat in Rotterdam, maar dat is afhankelijk van de middelen die beschikbaar zijn, er ook weleens voor gekozen 44 wordt, ik heb meelopen, omdat ik ook voor de gemeente Rotterdam heb gewerkt, om deur aan deur te gaan. Daarbij heb je een aantal medewerkers die een andere taal machtig zijn om mensen uit te leggen van, weten jullie dat deze regelgeving bestaat en hoeveel huur betaalt u? Vaak zit het ook in hele hoge huren die mensen betalen, te veel mensen in een woning. Dat we ze op die manier op hun rechten wijzen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Das Dores: Dit is een optie die afhangt van het ambitieniveau dat u uiteindelijk bepaalt. Mijn ervaring is wel dat het heel goed werkt. De voorzitter: We drijven overigens wel een beetje van de scenario’s af, naar de verordening toe. Dat is niet de bedoeling. Mijnheer Noordam en daarna mijnheer Van Aarle. De heer Noordam: Ik heb twee vragen. Dat mag vast wel. De voorzitter: Dat mocht, heb ik gezegd. De heer Noordam: Geldt de verhuurverordening voor geheel Dordtrecht of alleen voor bepaalde wijken? De voorzitter: Dan gaan we het toch weer over de verordening hebben. Dat moeten we niet doen. Het gaat over de scenario's. Er is een presentatie over gehouden en daar mogen vragen over gesteld worden.
De heer Noordam: Dan twijfel ik over de tweede, maar ik vraag het toch even. Begreep ik in het begin van de presentatie goed dat er nog geen jurisprudentie over de verordeningen is? Mevrouw Das Dores: Dat klopt. Het heeft ermee te maken dat het nieuwe regelgeving is. Wij hebben in onze verordeningen moeten onderbouwen waarom wij vinden dat we deze twee verordeningen in kunnen zetten. Als er verhuurders zijn die het daar niet mee eens zijn, dan is het aan hen, op moment dat we bijvoorbeeld zouden handhaven, om daartegen te ageren en aan te geven bij een rechter van, wij zijn van mening dat de … Het zou kunnen dat de rechter vindt dat onze vergunningen niet voldoende onderbouwd zijn, maar dat is iets wat de tijd zal leren. We willen dat graag als gemeente, omdat je bevestiging wil horen van wat je hebt gedaan. De voorzitter: Overigens, mijnheer Noordam, u mag na de vergadering best even aan mevrouw vragen of ze het antwoord op die vraag heeft. Mijnheer Van Aarle. De heer Van Aarle: Dank, voorzitter. Ambitieniveau 1 of 2, maar ik ben wel benieuwd hoe het zich verhoudt tot het huidige handhavingsbeleid. Klopt het dat het meer gericht is op scenario 3? Mevrouw Das Dores: Ik weet niet wat u bedoelt het met huidige handhavingsbeleid. De heer Van Aarle: Wordt er nu helemaal niet gehandhaafd? 45 Mevrouw Das Dores: Deze regelgeving is nog niet in werking getreden.
De voorzitter: Er kan nog helemaal niet gehandhaafd worden. We hebben het hier over de toekomst. De heer Van Aarle: Dan ben ik verkeerd … De voorzitter: Geen probleem. Kan gebeuren. Mevrouw Van Dorresteijn. Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik was ook nog even benieuwd wat het ambitieniveau in andere gemeenten is en welke ervaringen zij daarmee hebben. Mevrouw Das Dores: Ik kan puur uit ervaring spreken over de gemeente Rotterdam, omdat ik mij daar een tijd bezig heb gehouden met dit onderwerp Vanuit de toezichthouders en het bestuur is het ambitieniveau hoog is, maar in de praktijk merk je dat de invulling van toezicht en handhaving echt nog wel een ding is. Vandaar dat ik eerder aangaf met betrekking tot het minimale scenario dat het erg belangrijk is om de keten, de fte’s die je uiteindelijk gaat aantrekken voor dit onderwerp, echt helemaal rond is. Wat je vaak in de praktijk ziet, is dat een verordening wordt ingevoerd. Er gaat heel veel tijd uit naar het feit dat je als verhuurder per 1 september de vergunning moet kunnen aanvragen. Daar moeten we systemen voor inrichten. Dat gaat ook gepaard met allerlei privacyvraagstukken. Daar gaat dan heel veel tijd naartoe. Op het moment dat het komt op toezicht en handhaving, dan is daar al voldoende over nagedacht. Dan merk je van, het wordt alsnog ingericht.
Dat begint vaak, in Rotterdam, met best wat toezichthouders die zich bezighouden met het onderwerp. Wat je daar ziet, daar is recent ook een artikel over verschenen, ik weet niet of u daarmee bekend was, volgens mij in het NRC, is dat het stokt bij de juridische opvolging. Dat zorgt dan weer voor frustratie bij toezichthouders. Nog erger, je probeert huurders te beschermen, maar op het moment dat jij iets aankaart en het blijft te lang liggen of er gebeurt uiteindelijk onvoldoende mee, dan schiet je daar niets mee op. Het is, denk ik, heel belangrijk dat de keten op de juiste manier is ingericht, van A tot Z. Dat je niet alleen kijkt naar het stukje vergunningverlening, maar dat je ook kijkt naar wat je doet als verhuurders geen vergunning aanvragen. Dat houdt in, een stukje toezicht en handhaving. Wat doen we op het moment dat we zien dat een verhuurder in overtreding is? Dat betekent dat er wellicht een controle moet plaatsvinden, maar het betekent misschien ook dat er juridische brieven uit moeten, dat er gesprekken moeten plaatsvinden. Daar moet in een heel vroeg stadium over na worden gedacht. Als het moment daar is, dan kent iedereen de werkprocessen en weet op welke manier te handelen. Ik denk dat dit heel erg belangrijk is en het iets is dat je landelijk hoort.
Een beetje afhankelijk van de grootte van de gemeente, denk aan Rotterdam, Amsterdam en Den Haag, heb je vrij veel geld en kleinere gemeenten vrijwel niet. Er zijn gemeenten die het moeten doen met 1 toezichthouder die in principe alle onderwerpen binnen de gemeente behandelt. Dan wordt het een lastig verhaal. De voorzitter: Ik denk dat de vraag beantwoord is, maar u heeft een vervolgvraag? Mevrouw Van Dorresteijn: Ik had nog een verduidelijkende vraag. U gaf aan, het is heel erg belangrijk dat het vervolgproces goed is ingericht, zodat we voorkomen dat we daar 46 te lang stilstaan. Als ik u goed heb begrepen, zit al wel in scenario 1 dat het vervolgproces helemaal is ingericht, zodat het daar niet misgaat? De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat het een kort antwoord is en dat is prima. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. U gaf aan dat het misschien in het begin een afschrikwekkende werking heeft en dat we wellicht na een bepaalde periode kunnen afschalen. Dat kan ook andersom. Zit er dadelijk een evaluatiemoment in het raadsvoorstel ingebakken, dat na een jaar, twee jaar, wordt geëvalueerd en we dan kijken welke kant we op moeten? Mevrouw Das Dores: Ja. Ik weet even niet meer wat voor tijdsbestek. We hebben dat eerder al met elkaar afgesproken. Twee jaar. De voorzitter: Twee jaar. Mevrouw Das Dores: Je hebt daar best wat tijd voor nodig.
De voorzitter: Mijnheer Tutupoly? De heer Tutupoly: Zojuist werd een vraag gesteld over de vergelijking met andere gemeenten qua scenario. U haalde Rotterdam aan, die daar zwaarder op inspeelt. Is Rotterdam wel vergelijkbaar met de gemeente Dordtrecht qua problematiek, als we het even hebben over misstanden en leegstand? Mevrouw Das Dores: Ik ben van mening van wel. Je hebt in Rotterdam relatief veel arbeidsmigranten zitten. Dat is iets wat we hier in Dordtrecht ook kennen. Wat je in Rotterdam ziet, je hebt specifieke wijken, ik denk dat het hier net zo geldt en dat zijn ook de gebieden die we hebben aangewezen voor de verhuurvergunningplicht, die geconcentreerd zitten in bepaalde wijken. Rotterdam is een stuk groter, maar we hebben zeker raakvlakken met elkaar. De voorzitter: Dank u wel. Ik vermoed dat ongeveer alle vragen wel gesteld zijn, al gaat u daar zelf over en ga ik mevrouw Kovalenko nu toch het woord geven. Mevrouw Kovalenko: U heeft verteld dat scenario 1 reactief is. Die is op meldingen ingericht, maar zodra er een melding wordt gedaan komt wel zo'n juridische opvolging en alles erbij. In scenario 1, als ik het goed heb begrepen, hebben we 2 toezichthouders en that’s it. De kosten voor de juridische opvolging van de meldingen, zit dat al bij scenario 1 inbegrepen of is het nog een aparte kostenpost? Dank u. De voorzitter: Goed zo. Dank u wel.
Dan ga ik het nog een keer vragen, zijn alle vragen die u wilde stellen gesteld en bent u naar tevredenheid geantwoord? Mooi, fijn. Dan dank ik in ieder geval de beide dames voor hun bijdrage en ook voor de wijze van 47 beantwoording. Dan gaan we als afronding even kijken hoe we verdergaan. Het was een raadsinformatiebrief, geen raadsbesluit. Het uitgangspunt, en dit is wel een hele belangrijke, in de RIB is scenario 1, maar we hebben gehoord, als u meer wil, dan zult u de portemonnee moeten trekken en dan zult u richting de perspectiefnota een plannetje moeten maken. Dan zult u daar stappen moeten ondernemen. Als u dat niet doet, dan wordt het automatisch scenario 1. We hebben ook gehoord dat achter de schermen scenario 1 toch niet zo geweldig lijkt te werken. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Even voor mij, dit is een RIB. Dat kunnen we niet met een motie of amendement amenderen. Komt er nog een raadsvoorstel waar dit in staat? De voorzitter: Nee. In de perspectiefnota staat dit scenario 1 op een bepaalde bladzijde opgenomen. Daar kunt u wat van vinden en daar kunt u dan wat doen. Het raadsvoorstel indertijd was over de leegstandverordening. Die hebben we aangenomen. Daar gaan we het niet meer over hebben. Het moet echt via de perspectiefnota. Goed. Dan ga ik verder. In ieder geval moeten we deze beeldvormende sessie voldoende afronden op de wijze zoals gebruikelijk.
Heeft u voldoende informatie of is er behoefte aan nog een tweede rondje, wat ik me moeilijk voor kan stellen? Dan denk ik dat de conclusie kan zijn dat de raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad kan. Dat is dan de raad van 23 juni. Die kunt u daar dan eventueel betrekken bij het bespreken van de perspectiefnota. Dat zult u zeker moeten doen als u andere plannen heeft dan wat daarin staat. Goed. Er is in theorie een mogelijkheid tot een oordeelsvorming, maar dat is bij een RIB een beetje raar. Dat gaan we maar eventjes niet doen. Ik denk dat we kunnen zeggen dat we voldoende gehoord hebben, dat u weet waar u zich de komende week mee bezig kan gaan houden als u dit zou willen veranderen ten opzichte van wat het is. In ieder geval, iedereen hartelijk bedankt voor de betrokkenheid en de vele vragen die gesteld zijn. De beantwoording, daar heb ik het al over gehad. Ik denk dat ik de vergadering kan sluiten. Dan kan ook een andere commissie zo meteen deze zaal gebruiken. Dan vraag ik u in ieder geval vriendelijk om ook al uw spulletjes mee te nemen van hier, de bordjes en de flesjes. Dan wens ik u verder nog een genoeglijke avond. Vergeet vooral niet nog die privévraag eventjes daar te stellen, mijnheer Noordam. Goed. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 juli 2026. De griffier, De voorzitter, G.J.P. van Soest N. Mol 48 49