2.6 2026.06.09 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT - DORDTSE DINSDAG D.D. 9 JUNI 2026 Vergaderzaal 1 1. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: De heer Van Soest Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Dangerman (D66) Dhr. Van der Graaf (PVV) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Van de Vreede (VVD) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf, wethouder W. van der Kruijff, wethouder M. Merx De voorzitter: Toen werd het stil. Beste mensen, het is 19.00 uur geweest. Ik open het plenaire vraaghalfuurtje van dinsdag 9 juni. Welkom allemaal, iedereen hier in deze zaal en iedereen die op een andere manier meeluistert of meekijkt. We hebben vandaag 4 vragen. Voor de eerste vraag ga ik naar de VVD. Dat is een vraag over het Leger des Heils en wordt toegelicht door mijnheer Van de Vreede. Mijnheer Van de Vreede, gaat uw gang. De heer Van de Vreede: Voorzitter, de afgelopen weken is het opnieuw flink geëscaleerd op het Kromhout. Wijkbewoners worden aangevallen door dak- en thuislozen of daarmee bedreigd. Ruitenwissers die van een auto worden afgetrokken en dag en nacht overlast, waarbij politie meerdere keren per dag opgeroepen moet worden. Dit door mensen die volgens omwonenden bij het Leger des Heils wonen, maar met zware ggz-problematiek.
Wat de Dordtse VVD betreft, geeft dit aan hoe actueel het is om stil te staan bij deze vorm van maatschappelijke opvang. Daarbij wil ik benadrukken dat er veel mensen verblijven die naar mijn idee op een goede manier werken aan hun toekomst. Het Leger des Heils trekt ook de andere kant aan, zoals mensen met zeer zware ggz-problematiek, door het aanbieden van maaltijden en andere zaken. Dit is heel nobel, maar niet voor in een woonwijk. Dat roept de vraag op of deze maatschappelijke opvanglocatie geschikt is om mensen met deze zware problematiek op te vangen. Omwonenden zijn de overlast zat. Daarom de volgende vragen.
Ten eerste, is het college het met de Dordtse VVD eens dat deze recente incidenten noodzaken om zo snel mogelijk maatregelen te nemen of afspraken te maken met het Leger des Heils om mensen met deze problematiek daar niet meer op te vangen of anderszins te voorzien van maaltijden en andere zaken? Ten tweede, wanneer verwacht het college de raad te informeren over de concrete uitwerking van de motie Past het Leger des Heils in ‘Ons Vierkant’? Wanneer wordt de raad betrokken bij de vaststelling van de definitieve onderzoeksvragen? Ten derde, kan het college nauwkeurig inzichtelijk maken welke 1 doelgroepen momenteel op deze maatschappelijke opvanglocatie worden opgevangen en of zij daar voor een andere redenen komen, zoals bijvoorbeeld maaltijden of dagopvang? Ten slotte, welke alternatieven onderzoekt het college voor de doelgroep die daar, gezien de ernst van de problemen en de hoge druk op de leefbaarheid en veiligheid, niet thuishoren? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Het was uw eerste vraag. Ik heb u niet onderbroken. Voor de volgende keer, probeer het tot een minuutje te beperken. Ik ga naar de wethouder. Ik denk mijnheer Van der Kruijff. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ook het college heeft er inderdaad kennis van genomen dat de situatie daar is toegenomen.
We zien dat onder andere in het aantal Fixi-meldingen dat toeneemt. Dan krijg ook signalen van bewoners dat het toeneemt. Overigens is het niet zo dat er bij de politie meer meldingen komen. De cijfers over de kanalen lopen wat uit elkaar. Inderdaad, het is de afgelopen periode toegenomen. Overigens zien we in de echt heel recente periode dat de overlast weer wat afneemt. Dat is ook mede door waar u om vraagt, de extra inzet van het Leger des Heils en onze handhavers. Toen deze signalen ons bereikten, hebben we niet gewacht op uw vragen. We zijn aan de slag gegaan om hier samen met het Leger des Heils en onze handhavers wat aan te doen. We hebben gereageerd op de basis van de signalen van de bewoners. Het is inderdaad wel zo, dat moeten we niet ontkennen, de mensen met, zoals als het dan heet, ggz-problematiek ook overnachten bij het Leger des Heils. Doorgaans zijn ze dan in afwachting van passende zorg. Het Leger des Heils is opvang. Dit betekent dat als je je daar meldt en je gezien de problematiek en waar je vandaan komt in aanmerking komt voor opvang, je opgevangen wordt. We proberen de mensen, dat geldt voor alle clientèle, zo snel mogelijk door te geleiden naar de passende zorg die er te bieden is. Er zijn hier en daar wachtlijsten. Daar is problematiek bij. Wat betreft uw tweede vraag, wanneer we de raad informeren, die motie is in de raad aangenomen op 10 maart.
Het laatste punt van het dictum van de motie is … Het eerste punt is trouwens om een onderzoeksvoorstel uit te werken met betrekking tot de maatschappelijke opvang. Bij de betreffende raadsbehandeling hebben we afgesproken dat het college die onderzoeksvraag zal formuleren. Het laatste punt van de motie is dit met de gemeenteraad te delen voor de begrotingsbehandeling van 2027. Dat is half november aanstaande. Het college ligt nog steeds op koers en we verwachten dat u het voor half november van ons krijgt. Dat is de planning waar u om gevraagd heeft u naar verwachting gaat krijgen. Wat betreft het derde punt, kunnen wij het nauwkeurig inzichtelijk maken voor wat betreft doelgroepen, momenteel staat er ook, momenteel en nauwkeurig weten we het niet. Het college heeft geen inzicht per bewoner, of bewoner, hoe je het wil noemen, van degen die in het Leger des Heils verblijft qua opvang. In zijn algemeenheid weten we wel wie daar verblijven. Dat zijn namelijk dak- en thuislozen van achttien jaar, zonder vaste woon- en verblijfplaats en vaak ook wel met andere problematiek. Dat kan inderdaad psychiatrisch zijn, het kan middelengebruik zijn, het kunnen schulden zijn. Er is multiproblematiek. Wij hebben geen precies inzicht, per individu, waar het dan precies in zit. Vervolgens is het inderdaad ook zo dat het Leger des Heils maaltijden verstrekt.
Dat is niet omdat het met de gemeente is afgesproken, maar dat doet het Leger des Heils zelf, vanuit haar eigen maatschappelijke opdracht. Ze organiseren het zelf en ze bieden het zelf aan. We 2 zijn wel met hen in gesprek om dat op een zodanige manier te doen, dat het weinig overlast geeft. Inderdaad, daar komen ook wel mensen voor. Wij begrijpen wel dat de raad de behoefte heeft om daar inzicht op te krijgen. We nemen mee bij de onderzoeksvraag die u half november kunt verwachten hoe we op dat punt wat meer helderheid kunnen geven over hoe het allemaal precies in elkaar steekt en wat we daarmee zouden kunnen of willen. Uw laatste vraag is, welke alternatieven onderzoekt het college voor de doelgroepen? Ik moet heel eerlijk zijn, op het moment onderzoeken we dat even helemaal niet. We zijn vooral in gesprek met het Leger des Heils en handhaving. Op het moment onderzoeken we dat even helemaal niet. We zijn vooral in gesprek met het Leger des Heils en handhaving om te proberen wat we nu zien in goede banen te leiden. Op basis van uw eigen motie, het onderzoek dat we gaan doen en die inzichten, willen we komen tot oplossingsrichtingen die we met elkaar kunnen bespreken. Daar wordt uw raad uiteraard bij betrokken. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Mijnheer Van de Vreede, voldoende antwoord, denk ik, op uw vraag? Prima.
Dan gaan we naar de tweede vraag en die komt van de PVV. Het gaat over woningen voor vluchtelingen in de Stadspolders. Ik zie mijnheer Van der Graaf aan tafel. Graag een korte toelichting op uw vraag. De heer Van der Graaf: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk zou Saskia Rutten-Alberts de vragen stellen, maar ze is ziek. Ik neem het even waar. PVV Dordrecht heeft via AD Dordtenaar kennisgenomen van de plaatsing van vier woningen voor Oekraïners op een grasveld in de wijk stad Stadspolders. Omwonenden hebben hier bezwaar tegen gemaakt, omdat daarmee een door hen veelgebruikt grasveld komt te vervallen. PVV Dordrecht wil daarover graag volgende vragen stellen.
1, zijn er volgens het college alternatieve grasvelden in de nabije omgeving die voor dezelfde speeldoeleinden gebruikt kunnen worden? Zo niet, is het college dan bereid om in samenspraak met de omwonenden te onderzoeken hoe het verloren speel- en groengebied in de nabije omgeving gecompenseerd kan worden? 2, waarom is niet gekozen voor een locatie waarbij geen bestaand speel- en groengebied verloren gaat? 3, waarom is het volgens het college rechtvaardig dat de bestaande omwonenden van het grasveld het goede gebruik ervan permanent moeten opgeven voor bebouwing die in elk geval voorlopig ten gunste komt aan mensen die naar Nederland geïmmigreerd zijn? 4, hoe meent het college te kunnen garanderen dat de betreffende woningen over een paar jaar, zoals in het artikel wordt gesuggereerd, daadwerkelijk voor de reguliere huizenmarkt beschikbaar komen? Als laatste vraag, voorzitter, kan het college informatie verstrekken over de bewonersprofielen van de Oekraïners die de betreffende woningen zullen gaan betrekken? Betreft het in de Nederlandse samenleving geïntegreerde individuen die de Nederlandse taal spreken en de Nederlandse culturele gebruiken omarmd hebben zonder een voorgeschiedenis van overlastmeldingen bijvoorbeeld of is het anders? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Ik kijk naar het college.
De heer Kolkiliç: Voorzitter? De voorzitter: Ik zie niet waar. Mijnheer Kolkiliç. 3 De heer Kolkiliç: Een punt van orde. Volgens mij hebben wij een aantal afspraken met betrekking tot het vragenhalfuur. Dit is naar mijn mening geen actuele zaak. Er zitten ook technische vragen in. Ik ben zelf een paar keer teruggeroepen met betrekking tot vragen die ik stelde, dat het niet actueel was of dat het te technisch was. Ik schaam me ervoor dat vraag 5 zelfs gesteld kan worden hier in deze zaal. De voorzitter: Ik snap uw opmerking en uw vraag. De vragen zijn vanmorgen beoordeeld en zo zijn ze hier op vragenhalfuurtje gekomen. Ik wil er op een ander moment best bij u op terugkomen, maar ik ga nu voor de beantwoording naar het college. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag is of er alternatieve grasvelden zijn. Het antwoord is, ja. Het betreffende grasveld ligt westelijk van de Oranje Nassauschool, 120 meter naar rechts ligt er een grasveld met een Cruyff Court en een speelplaats en als je nog 300 meter doorloopt, een groot grasveld waar ook nog een jongerenontmoetingsplaats op gesitueerd is. Dat is het antwoord op uw eerste vraag. Het antwoord op vraag 2, waarom is niet gekozen voor een locatie waar geen bestaand groen verloren gaat? Deze locatie heeft een woonbestemming. Dat heeft de raad vastgesteld.
Bij het raadsbesluit van 2024 heeft de raad besloten dat we dit gaan doen, omdat het snel kan, want het heeft een woonbestemming. Uw vraagt bij de derde vraag of het rechtvaardig is dat het gebruik permanent moet worden opgegeven. De bewoners hebben van meet af aan kunnen weten dat hier een woonbestemming op zit. Met terugwerkende kracht kun je heel blij zijn dat er geen woningen gestaan hebben, maar het heeft een woonbestemming. Daarom hebben we het gedaan. De komende 3 jaar is het inderdaad gereserveerd voor Oekraïners. We hebben met Trivire afgesproken dat zij met 3 jaar passend gaan toewijzen. Er is een afspraak met Trivire dat het na 3 jaar gaat gebeuren. Hoe kunnen we dat garanderen? Omdat we het met Trivire zijn overeengekomen dat ze dit gaan doen. De vijfde vraag is of wij informatie kunnen verstrekken over het aantal Oekraïners dat de woningen gaat betrekken. Dat kunnen we. Er kunnen per woning maximaal 6 inwoners in. Het zijn 4 woningen. Maximaal zijn dat er 24. Naar verwachting worden het samengestelde of gewone gezinnen met kinderen, bijvoorbeeld twee moeders of een opa en oma, omdat het vlakbij een school ligt en het voor hen een heel passende plek is. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Ik ga, denk ik, naar de volgende vraag. De heer Van der Graaf: Het is niet eens een vervolgvraag.
De laatste vraag die ik heb gesteld ging niet over het aantal, het ging echt over een bewonersprofiel. Wat ik al aangaf, spreken die mensen de Nederlandse taal, dat soort zaken? Dat was mijn vraag en wordt nu niet beantwoord. De voorzitter: Ik ga nog even terug naar het college of mijnheer Van der Kruijff daar nog antwoord op wil geven. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, alles Oekraïners die hier komen voldoen niet aan 1 profiel. Het profiel dat ik beantwoord heb, is dat het gezinnen zijn met kinderen die naar school gaan. Dat is het antwoord op vraag naar een profiel. Vervolgens wil ik aangeven, maar dat weet ik niet precies voor die locatie, dat 70 procent van de Oekraïners werkt. 4 We kijken er niet naar of ze wel of niet Nederlands spreken, al geldt voor een heel aantal dat ze het wel doen. Sommige spreken Engels. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de volgende vraag. Die komt van D66 en gaat over een initiatief voor ondernemers in de binnenstad. Mijnheer Dangerman gaat het toelichten. Gaat uw gang. De heer Dangerman: Dank u wel, voorzitter. In het AD verscheen vorige week het volgende bericht, Dordts offensief om shoppers te behouden tijdens afsluiting van de Papendrechtsebrug (N3). Zes weken voor de sluiting van de brug zijn binnenstadondernemers druk bezig om onze stad aantrekkelijk te houden om te blijven bezoeken, ook als de brug straks dicht is.
Daarbij noemen ze bandjes, campagnes en het opfleuren van de openbare ruimte als voorbeelden. Daarover de volgende vragen aan het college. 1, welke rol ziet het college voor zichzelf in het faciliteren van dit soort extra's om de binnenstad aantrekkelijk te houden voor bezoekers? Is het college al actief in gesprek met ondernemers over dit offensief? Zo nee, is zij bereid om dit te doen? Hoe gaat het college er actief aan bijdragen dat meer Dordtenaren thuis, in onze stad, hun aankopen blijven doen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Wie gaat het beantwoorden? Mijnheer Burggraaf? De heer Burggraaf: Ja. Dank u wel, voorzitter en dank aan D66 voor de vragen. Het college herkent de onderliggende zorg, want juist in een periode waarin de bereikbaarheid onder druk staat, moeten we blijven investeren in een levendige en aantrekkelijke binnenstad waar de inwoners en bezoekers graag komen. We waarderen het daarom ook zeer dat de ondernemers zelf nadenken over manieren om bezoekers aan de stad te blijven binden. Dat ondernemerschap en de gezamenlijke inzet is wat Dordtrecht uiteindelijk verder brengt. De afsluiting van die Papendrechtsebrug heeft vanzelfsprekend impact op de bereikbaarheid van onze binnenstad. Juist daarom vinden we het belangrijk dat Dordtrecht aantrekkelijk blijft voor bezoekers en voor onze eigen inwoners.
Om dan in te gaan op uw eerste vraag, ziet het college voor zichzelf vooral een faciliterende en verbindende rol hierin, we ondersteunen partijen, als het Binnenstadsbedrijf Dordrecht en Dordtrecht Marketing & Partners, die zijn opgericht om ondernemers te ondersteunen, bezoekers te trekken en de stad te promoten. Daarnaast versterken wij de communicatie van Rijkswaterstaat en Zuid-Holland Bereikbaar en zorgen we dat er een goede afstemming is tussen alle betrokken partijen. Dan uw tweede vraag, of wij al een gesprek zijn met ondernemers. Dat is inderdaad het geval. Via het Binnenstadsbedrijf, Dordtrecht Marketing & Partners en onze accountmanagers van Dort Onderneemt is er de afgelopen maanden intensief overleg geweest met ondernemers over de gevolgen van de afsluiting en de kansen om bezoekers aan de stad te blijven binden. Daarbij wordt gewerkt aan extra programmering, marketing en activiteit in de binnenstad. Tot slot uw vraag hoe we stimuleren dat Dordtenaren hun aankopen in eigen stad doen. Nogmaals, dat doen we door samen met die ondernemers en stadspartijen de aantrekkelijkheid van de binnenstad te vergroten met evenementen, activiteiten, gerichte promotie, gastvrije openbare ruimte.
Hopelijk gaat deze periode ertoe leiden dat voor heel veel Dordtenaren, die misschien eerst toch even wat verder weg gingen rijden, de drempel zo 5 hoog is geworden, dat ze daardoor naar onze Dordtse binnenstad komen en deze weer herontdekken. Ik moet toegeven, we hebben een tijd achter de rug waarin we met elkaar nog meer met de stad in gesprek zijn geweest. Dan hoor je vaak langs de deuren dat er mensen zijn die zeggen, de binnenstad, ik ben er echt al tien jaar niet meer geweest. Dat is doodzonde. Ik weet zeker dat als die mensen wel naar onze binnenstad komen, ze ineens weer zien van, waarom niet? Die binnenstad is zo mooi en er is zo veel te halen. Hopelijk kunnen we uit deze tijd, waarin de bereikbaarheid wat slechter wordt, ook iets positiefs bereiken en weer een hele nieuwe groep Dordtenaren aan onze binnenstad binden. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoord. Ik denk voldoende beantwoord? De heer Dangerman: Ja. Helemaal helder. Ik sluit me aan bij de wens van de wethouder die hij aan het eind verkondigt. De voorzitter: Dat is mooi. Dan gaan we naar de volgende vraag. Dat is een vraag over straatintimidatie en komt van Beter voor Dordt. Ik geef het woord aan mijnheer Katif om het kort toe te lichten. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Dordrecht doet sinds april 2025 mee aan de landelijke pilot met boa's tegen straatintimidatie.
Landelijk blijkt deze aanpak echter nauwelijks tot handhaving te leiden. Beter voor Dordt wil weten of deze pilot in Dordtrecht daadwerkelijk effect heeft of dat het vooral symbolisch beleid is. We hebben een aantal vragen, 4 in totaal. Kan het college concreet aangeven hoeveel meldingen, waarnemingen door boa's en processen-verbaal sinds de start van de pilot zijn geregistreerd in Dordtrecht? Acht het college de inzet van 4 speciaal opgeleide boa's voldoende of is de pakkans te klein om een preventief effect te bereiken? Is het college, net als andere gemeenten, van mening dat boa's door strenge wettelijke eisen in de praktijk vaak niet kunnen optreden? Zo ja, stelt het college dat aan de orde bij het ministerie? De laatste vraag, voorzitter, overweegt het college extra maatregelen in het kader van aanpak van straatintimidatie nu de pilot onvoldoende effect lijkt te hebben? Tot zover de vragen. De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting. Ik begrijp dat ik naar mijnheer Merx ga voor het antwoord. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vraag en het thema dat op zichzelf nooit genoeg aandacht kan hebben. Ik maak er graag gebruik van om hier middels deze vragen, samen met mijnheer Katif van Beter voor Dordt, aandacht voor te vragen, ook aan alle inwoners van onze stad. Daar kom ik dadelijk nog even op terug.
Houdt u vast, sinds de start van de pilot in april 2025 is er 1 proces-verbaal opgemaakt. Het toeval wil dat het toevallig ook nog een boa was die op dat moment werd geïntimideerd, seksueel werd geïntimideerd. Die is door de politie aangehouden. Althans, niet de boa, maar de dader. We zijn nog in afwachting van wat het OM gaat doen met het proces-verbaal. We hebben inmiddels 6 opgeleide boa's. We zijn er met 3 gestart vorig jaar. Toen is er nog 1 bijgekomen en dit jaar nog 1. Wij vinden het, ondanks het feit dat het misschien niet heel veel processen-verbaal oplevert, toch wel heel waardevol, omdat je wel op straat bezig bent, in de gaten houdt wat er gebeurt en met eigen ogen kan zien waar het gebeurt. We hebben sinds april vorig jaar ongeveer 25 meldingen gehad. Ik heb toevallig 6 vanmiddag, niet toevallig, mede naar aanleiding van uw vragen, nog eens door een aantal van die meldingen heen zitten scrollen. Je ziet heel veel meldingen van straatintimidatie van de 43. Dat is niet per se seksuele straatintimidatie. Het gaat bijvoorbeeld ook over jongeren die het leven zuur maken van anderen, van ouderen of wat dan ook, mensen die zich geïntimideerd voelen of mensen die zich onveilig voelen op een bepaalde plek. Op dat moment is er geen sprake geweest van seksuele straatintimidatie. Het aantal meldingen van 43, of 41 eigenlijk, kunt u nog met een aantal verminderen.
Ik heb niet voor u uitgeteld met hoeveel het had gekund. Dat heb ik niet gedaan. Wij willen hier wel mee doorgaan. Ongeveer 1 keer in de 2 weken gaat het team de straat op naar de plekken waarvan zij verwachten, mede op basis van meldingen, dat de kans groot is dat er eens een keer iemand gepakt wordt. Dat leidt tot nog toe tot weinig acties. Ben je daar dan treurig over of mag je je misschien gelukkig prijzen dat het op die plekken, op dat moment, dit moet ik er allemaal bij vertellen, meevalt? Het is, en dat is ook een antwoord op uw vraag, lastig. Je moet er heel dichtbij staan, je moet daadwerkelijk horen wat er gezegd wordt. Er worden hoge eisen gesteld aan het bewijs, want het is wel iets waarbij iemand voor een misdrijf kan worden veroordeeld. Het is niet zomaar van, we denken dat hier sprake is van seksuele straatintimidatie. Daar moet je echt wel goed bewijs voor hebben. Dat maakt op zichzelf de bewijslast best ingewikkeld, om er zaken ervan te maken. Wij gaan ermee door. Wij zijn 1 van de weinige pilotgemeenten. Wij staan regelmatig in contact met het ministerie van Justitie. Het beeld dat wij hebben, wordt gedeeld door de andere gemeenten die ook pilotgemeente zijn, er worden over het algemeen weinig processen-verbaal opgemaakt. Tegelijkertijd weten we allemaal dat het gebeurt. Het gebeurt overal.
Het gebeurt soms in de horeca, soms in het openbaar vervoer, op straat. Daar waar het druk is, kun je van alles meemaken. Gaan wij meer doen? Nee. Op dit moment niet, omdat wij denken dat we al heel veel doen. Dan kom ik weer bij het begin van mijn verhaal, we hebben die opgeleide boa's. Even kijken, we hebben preventie met het programma van Theater Tortilla, zeer indrukwekkend. Ik ben een keer bij geweest. Ik zie instemmend geknik. Ik vond het heel mooi om te zien wat deze mensen doen, onze stadsdichter met haar collega, om het bij jongeren onder de aandacht te brengen. Ik wil graag iedereen oproepen tot de bewustwordingscampagne Ben je oké? We zijn ooit begonnen met de dader aan te spreken. Dat is best lastig. Toen zijn we ons gaan richten op het slachtoffer. Nu hebben we gezegd, we moeten ons richten op de omstander. Dat zijn wij allemaal, zoals we hier zitten. Als we het zien, je spreekt het slachtoffer aan die op dat moment geïntimideerd wordt en je stelt de vraag, ben je oké, dan voelt diegene zich beschermt. Degene die op dat moment verkeerd bezig is, denkt, wacht even, zij of hij is niet meer alleen. Daar gaan we mee door. Dan doen we ook in samenwerking met andere partijen, zoals bijvoorbeeld Big Rivers weer binnenkort. Dit jaar gaan we boegbeelden lanceren. De pilot wordt nog keertje verlengd tot 1 juli 2026. Daar gaan we mee door.
We blijven ermee aan de gang, maar we doen ook een indringend beroep, ik ga het nog een keer herhalen, want na 3 keer blijft geloof ik iets hangen, we doen beroep op ons allemaal. Dank u wel. De voorzitter: U heeft goed gebruik gemaakt van de zendtijd. Helemaal goed. Mijnheer Katif, bent u tevreden met de beantwoording? Dank u wel. Dan hebben we hiermee de vragen voor vanavond besproken, zijn die aan de orde geweest en wens ik u een goede vergaderavond. 7 2. Beantwoorden door het college van artikel 40-vragen RvO van mevr. Lammens (fractie VVD) over Dordtse VVD wil levendig en gezellig Centrum Voorzitter: De heer De Feijter Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Van Aarle (CDA) Dhr. Van der Bijl (Beter voor Dordt) Mevr. Burgaz (GroenLinks-PvdA) Dhr. Dangerman (D66) Dhr. Den Hartog (GroenLinks-PvdA) Dhr. De Gelder (ChristenUnie/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Kovalenko (D66) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Mevr. Stolk (VSP Dordrecht) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Mevr. Van Valen (VSP Dordrecht) Portefeuillehouder: - Ambtelijke organisatie: dhr. Goossensen, dhr. Reinsma De voorzitter: Een hele goede avond allemaal. Het is inmiddels 19.30 uur. Ik stel voor dat we rustig gaan beginnen. Van harte welkom bij deze beeldvormende vergadering.
De vergadering gaat over de ontwikkelingen in het Energiehuis, als iedereen zover is. 8 Ik heet welkom, alle raads- en commissieleden, vertegenwoordiging van het college, momenteel niet aanwezig, geloof ik. Ik zie ook niemand meer op de tribune zitten vanuit het college. Naast mij zit mijnheer Reinsma van de ambtelijke organisatie, projectleider Vastgoed, en naast hem mijnheer Goossensen, concerndirecteur. Voor het verslag wil ik eventjes vragen alle aanwezige raads- en commissieleden om zich voor te stellen. Dan begin ik links van mij. Mevrouw Burgaz: Mihriban Burgaz, GroenLinks-PvdA. De heer Van Aarle: Sander van Aarle, CDA Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks-PvdA. Mevrouw Kovalenko: Vita Kovalenko, D66. De heer Dangerman: Xander Dangerman, D66. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer De Gelder: Peter de Gelder, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Bijl: Richard van der Bijl, Beter voor Dordt. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. Mevrouw Van Valen: Sabine van Valen, VSP. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren Dordrecht. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier.
De voorzitter: Mijn naam is Bart de Feijter, uw voorzitter voor vanavond. De aanleiding van deze vergadering is dat de VVD een aantal vragen heeft gesteld over de ontwikkeling in het Energiehuis en de vertraging daarbij. Voor de beantwoording daarvan is een agenderingsverzoek ingediend. Dat heeft steun gekregen van een aantal fracties. Daarom zitten we hier met elkaar. Het doel van vanavond is om meer inzicht te krijgen in de toekomst van het Energiehuis en eventuele knelpunten bij die ontwikkeling. Wellicht ten overvloede merk ik nogmaals op dat dit een beeldvormende vergadering is. Dit betekent dat de vragen die gesteld kunnen worden aan de ambtelijke organisatie over de prestatie allemaal technisch van aard zijn. 9 Alleen maar technische vragen, geen politieke vragen. Mocht dit agendapunt later nog oordeelsvormend geagendeerd worden, dan is dat het moment voor de politieke meningen. Dan wil ik nu het woord geven aan mijnheer Reinsma voor de presentatie. De heer Reinsma: Dank u wel. Het Energiehuis, de toekomst en ontwikkeling ervan.
Waar wil ik het vanavond met jullie over hebben? Ik wil beginnen bij de opgave waar we aan werken en waar die opgave uit is ontstaan, de probleemstelling, de opgave die we daarop geformuleerd hebben, maar ook een stukje bestuurlijke voorgeschiedenis die medebepalend is voor het plan van aanpak waar we aan werken om vervolgens verder te gaan naar de punten die jullie hebben aangekaart voor deze sessie. Ik ben zo vrij geweest om die samen te vatten in de kopjes verhuur, gebruik en toekomst, om daar op die manier puntsgewijs doorheen te gaan. Allereerst … Hij doet het niet. Hij doet wet wel. Het Energiehuis, dit is het. Knoeperd van een gebouw, 11.000 vierkante meter schoon aan de haak. Een gebouw waar je makkelijk in kan verdwalen als je binnenstapt, een gebouw waar je binnen kan komen, waar in meerdere zalen misschien wel 1.000 man kan staan feesten zonder dat je het ook maar enigszins doorhebt wat er gaande is, wat er gebeurt, mede door hoe het gebouw is opgezet. Een ontzettend groot gebouw. Volgens sommigen misschien wel een wat te grote jas voor Dordtrecht. Als je kijkt naar vergelijkbare steden met vergelijkbare inwoneraantallen en vergelijkbare culturele centra, dan zie je dat 11.000 vierkante meter toch wel erg veel vierkante meter is.
Het is misschien een gebouw waar menig stad wel echt jaloers op is, maar ook een gebouw waar we, denk ik, als stad Dordtrecht trots op mogen zijn. Jullie kijken nu naar het gebouw, maar uiteindelijk gaat het over wat daarbinnen allemaal plaatsvindt. Het zijn de huidige gebruikers, de culturele instellingen die sjeu geven aan het gebouw, die het gebouw kleur geven. Hier slechts een kleine sfeerimpressie. Linksboven zien we een generale repetitie in de zaal van Kunstmin, rechtsboven clubavond van Bibelot, linksonder Popcentrale Festival en rechtsonder NRG Battles, als ik het goed zeg, een danscompetitie die daar is georganiseerd. Deze avond is te kort om helemaal in te gaan op wat er allemaal gebeurt, maar ik denk dat dit wel een beeld geeft van de diversiteit aan cultureel programma dat daar plaatsvindt en ook voor een heel diverse doelgroep. Verder voor jullie beeldvorming een aantal cijfers. Ik zei al 11.000 vierkante meter, 6 concertzalen, variërend van 200 tot 800 man die daar terechtkan, 11 oefenruimtes, 30 lesruimtes, ateliers en dansstudio 's, 2 horeca 's, waarvan Brandstof van Bibelot en eentje die nu leeg staat, de voormalige ruimte van Khotinsky Er zijn op dit moment 3 hoofdgebruikers. We gaan normaal gesproken uit van 4. Dat zijn Kunstmin, Bibelot en SCE en dan de horeca, die in dit geval nu leegstaat.
Als laatste, in 2025 waren er plusminus 250.000 bezoekers in het Energiehuis. Misschien goed om daarbij te vermelden dat het een gebouw is dat veel piek- en dalmomenten kent. Het zijn culturele instellingen. Zoals jullie je kunnen voorstellen, cursussen vinden vooral na schooltijd plaats, oefenruimtes worden vooral een avond geboekt en concerten met name in het weekend. Zo heb je door doordeweeks, maar ook in het jaar, piek- en dalmomenten. Dat denk ik even over het Energiehuis in zijn algemeenheid. Wat is dan de opgave waar we mee bezig zijn? In 2013 is de voormalige energiecentrale getransformeerd tot het huidige cultureel centrum dat het nu is, het Energiehuis. Destijds paste dat in de ambitie om Dordtrecht en de regio aantrekkelijker te maken en als goede verbinder tussen de binnenstad en de toekomstige wijk Stadswerven. 10 In die transformatie heeft er ook een renovatie plaatsgevonden. Daarbij zien we in de onderzoeken van afgelopen jaren, en ook in recent onderzoek, met name de schil bouwkundige gebreken heeft. Er zijn ook klimaattechnische gebreken. In de presentatie staat lekkages. Veel van die lekkage zijn inmiddels al opgelost, maar het zijn niet alleen lekkages. Die renovatie in 2013 is met betrekking tot de schil niet supergoed uitgevoerd. Dat zeg ik even voorzichtig.
Er zijn bepaalde bouwkundige detailleringen die van mindere kwaliteit zijn uitgevoerd, waardoor we nu met bouwkundige gebreken zitten. Tevens is er sprake van achterstallig onderhoud, waardoor we tot de conclusie komen dat een grootschalige renovatie en verduurzaming noodzakelijk is voor het gebouw. Anderzijds zijn er ook heel veel ontwikkelingen gaande op het Energieplein en in Wantij- West, een gebied dat echt in transitie is. Jullie zien hier een plaatje van Wantij-West. Deze sheet doet op geen enkele manier recht aan de ontwikkelingen die in dat gebied plaatsvinden. Er vindt namelijk heel veel plaats. Veel onderzoeken en verkennende onderzoeken, ook op dit moment. Onder andere het stadsstrand, het havenbad, het kantoor aan de Noordendijk dat leeg komt te staan, de riviercruises, verschillende woningen die worden toegevoegd, het Energieplein zelf waar 2 basketbalveldjes aan worden toegevoegd. Allerlei ontwikkelingen die maken dat het een gebied in transitie is en dat er heel veel koppelkansen zijn voor het Energiehuis. Dit betekent ook dat er een opgave jullie kant op komt. Namelijk, wat willen we dat dit gebied is, wat gaan er met onder andere Noordendijk gebeuren? Daarmee ook het gebouw.
Hoe willen we dat het gebouw en het Energiehuis in de toekomst in dit gebied functioneert? Blijft dit het culturele centrum dat het is of werken we toe naar een breder, multifunctioneler gebouw? Vragen voor de toekomst. Als ik heb over de toekomst, dan hebben we het hier echt over jaren. Voor dit gerealiseerd is, hebben we het over jaren. We hebben hierop een verre horizon. Dit gaat niet op de korte termijn gerealiseerd zijn. Het is goed om dat scherp te hebben. De voorzitter: Een vraag van mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Hoe komt het dat er zo veel achterstallig onderhoud is? De heer Reinsma: Deels komt dat door de achterstallige bouwkundige detaillering die destijds niet is uitgevoerd, waardoor veel lekkages zijn ontstaan, maar ook andere daarop voortbordurende andere gebreken. De voorzitter: Vervolgt u uw presentatie. De heer Reinsma: Dan wilde ik maar even doorpakken naar een stukje bestuurlijke voorgeschiedenis. Bij de vaststelling van de Cultuurnota Dordtrecht 2030 is in 2014 een motie aangenomen.
Het college is daarin opgedragen een plan van aanpak te maken voor het Energiehuis, met als doel, ik citeer: “de ruimtes beter te benutten door de bezettingsgraad te verbeteren.” De raad vraagt daarin mee te nemen, verbetering van de invulling, bevordering van de horeca en bedrijfsmatige verhuur en de partij die het Energiehuis exploiteert, die dit ook waar kan maken. De voorzitter: U heeft een vraag tussendoor van mevrouw Kamphuis. 11 Mevrouw Kamphuis: Twee korte vraagjes. Is er geen onderhoudsplan? Waarom worden de ruimtes nu overhad leeg gehouden? Is het mogelijk om volgend jaar te gaan vullen overdag? Nu is het gesloten overdag. De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Is het goed als ik die tweede vraag heel even parkeer en daar later op terugkom? Als het niet beantwoord is, stel het gerust nog een keer. Daar kom ik graag zo nog even op terug. Uw eerste vraag was, is er een onderhoudsplan? Een onderhoudsplan is er zeker. Dat wordt ook uitgevoerd. Elk onderhoud dat we op dit moment uitvoeren, wordt met het oog op de toekomst, voor die grootschalige renovatie en verduurzaming, uitgevoerd. We doen wel alles meteen op een manier waardoor we het straks hopelijk niet meer hoeven te doen. De voorzitter: Nog een vervolgvraag. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik begrijp goed dat er een plan is en daarmee wordt gewerkt. Dan snap ik niet dat er een achterstand is.
Hoe komt dat? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Goede vraag. Is het goed als ik daar zo op terugkom? De voorzitter: Vervolgt u uw presentatie. De heer Reinsma: Even kijken. Het plan van aanpak en de zaken die we daarin moeten meenemen die deels ook de opgave formuleren waar we voor staan. We hebben een update en de stand van zaken gedeeld in de vorm van een RIB in oktober 2025. Daarin zijn we ingegaan op dat plan van aanpak en de toekomstvisie waar we aan werken. Daarin is geschetst dat we toewerken naar die renovatie en verduurzaming. Daar is in de in raad van juli 2025 4 miljoen voor beschikbaar gesteld. Dat vormt het uitgangspunt voor de verdere planvorming. Daar ligt echter ook nog een keuze aan ten grondslag, in welke mate we gaan verduurzamen en renoveren. Eventueel aanvullende financiële middelen daarvoor moeten we vinden in verbeterde huur en verbeterde exploitatie. Ook daarop zullen we aanvullende onderzoeken moeten doen. Dan komen we met een toekomstvisie voor het gehele huis. Los daarvan zijn we in die RIB ook ingegaan op de leegstaande horeca en het overnemen van het hoofdhuurderschap. Dar wil ik nog heel veel parkeren. Daar kom ik zo meteen wat uitgebreider op terug. U refereerde er net al aan, de aanleiding voor deze sessie waren onder andere de artikel 40-vragen die gingen over de vertraging van de horeca en het maken van de afspraken.
Daar kom ik zo meteen op terug. Wat betreft die toekomstvisie waar ik het net over had, dit is waar we aan werken. We werken toen naar de renovatie en verduurzaming. Daarvoor is die 4 miljoen beschikbaar gesteld. Eventuele aanvullende financiële middelen gaan we zoeken in het gebruik. Kunnen we de verhuur verbeteren, gebruikers toevoegen, multifunctioneler gebruik in het Energiehuis plaatsen om op die manier de exploitatie te verbeteren en de renovatie en verduurzaming bekostigen? De voorzitter: Een vraag van mevrouw Lammens. 12 Mevrouw Lammens-Oostdijk: Wat voor plannen heeft u voor het Energiehuis als u extra gebruik wil hebben? De heer Reinsma: Dat gaan we nog onderzoeken. Op dit moment hebben we die plannen nog niet. We gaan toewerken naar een visie waarin we gaan onderzoeken. We hebben een verkennend onderzoek gedaan. Dat is nog een interne ambtelijke exercitie geweest, waarin we meer hebben gekeken op concertniveau naar wat het Energiehuis zou kunnen zijn. Wat zijn aanvullende functies die daar goed op aansluiten en hoe kan dat ruimtelijk vertaald worden naar het Energiehuis? Dat is echt nog een interne exercitie geweest. De voorzitter: Een korte vervolgvraag. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Even een vervolgvraag. Twee jaar geleden hebben we als raad een motie aangenomen dat er meer gebruik gemaakt zou worden van het Energiehuis.
Nu zijn we twee jaar verder en er is nog niet eens onderzoek gedaan. We weten nog steeds niet wat we willen. De voorzitter: Ik hoor geen vraag hierin. Wellicht is dit meer een politieke opvatting over wat er wel of niet met de motie zou moeten gebeuren. Een vraag van mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u wel, voorzitter. Het gaat even om de verduurzaming, een onderwerp wat me na aan het hart gaat. Ik snap dat verduurzamen, zeker bij zo’n gebouw, een enorme opgave is. Het is volgens mij gebouwd in de tijd dat er nog geen spouwmuren bestonden en dergelijke. Wat ik ook zie, is dat er een enorm dakoppervlak is. Dan zou ik denken, laaghangend fruit, daar kan je veel zonnepanelen neerleggen. Ik zie een beperkt rijtje. Wat is de reden dat er zo weinig zonnepanelen liggen? Ik neem aan dat zo'n gebouw een enorm energieverbruik heeft. Dat zou toch een logische keuze zijn. Kunt u daar iets over zeggen? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Dat is een uitstekende vraag. Daar moet ik even op terugkomen. Excuus. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter? De voorzitter: Een vraag van mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik hoor u net spreken over een visie voor de toekomst. Wanneer kunnen wij die verwachten? Hoe weet u zo zeker dat het ongeveer 4 miljoen gaat kosten? De heer Reinsma: Ik weet niet dat het 4 miljoen gaat kosten.
Ik weet dat de 4 miljoen op dit moment beschikbaar is gesteld. Dat vormt het uitgangspunt voor de verdere planvorming. Er is een eerste verkenning gedaan naar verschillende scenario's. Uiteindelijk denk ik dat het een keus is van het bestuur en de raad in welke mate we 13 gaan renoveren en verduurzamen en of daar ook de financiële beschikbare middelen voor zijn. De voorzitter: Een kleine vervolgvraag. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dit gebouw is historisch gezien een best wel belangrijk gebouw. Is het niet mogelijk dat de provincie of het Rijk mee gaat betalen? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Ik denk dat het zeker het onderzoeken waard is, absoluut. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Corrigeer me maar als het niet technisch genoeg is. We hebben het nu over de investeringen in het Energiehuis. Wat gaat het ons op den duur opleveren? Het is de afgelopen jaren zo geweest dat we alleen maar bij hebben gelapt bij het Energiehuis. We gaan nu verduurzamen en we gaan er een andere invulling aan geven, maar hoe gaan we ook wat terugverdienen? De voorzitter: Dat vind ik best technisch. Zijn er baten? Zo ja, wat zijn deze baten? De heer Reinsma: Ik denk dat het samenvalt in de visie die we gaan onderzoeken voor het toekomstig gebruik van het Energiehuis.
Daarin gaan we kijken naar, wat voor gebruik kunnen we toevoegen, hoe kunnen we de verhuur daarin verbeteren en wat heeft dit voor effect op de exploitatie, zodat ook de exploitatie verbeterd wordt? Dat zullen we in dat onderzoek moeten meenemen. De voorzitter: Een korte vervolgvraag. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Een korte vervolgvraag hierop. Er moet al iets zijn wat jullie op de plank hebben liggen over wat er de afgelopen jaren wel gelukt en niet gelukt is. Is daar niet een beetje zicht op met de kennis die er nu al is? De heer Goossensen: Ik begrijp de vragen en ik begrijp ook het ongeduld. We waren al een tijdje in gesprek. Vorig jaar is in de perspectiefnota een gekapitaliseerd bedrag van een miljoen of 4 vastgelegd. Waarom die 4 miljoen? Omdat we scenario’s hebben vanuit vastgoed. Wat heb je nodig om het gebouw weer up-to-date te krijgen en de verduurzaming te doen? Tussen de 8 en 10 miljoen. Toen hebben wij geadviseerd aan college en de raad, leg in ieder geval de helft van het bedrag, dat is 4 miljoen geworden, opzij, want dat zul je sowieso kwijt zijn om te regelen wat voor het gebouw moet. Wacht daar niet te lang mee, want het wordt alleen maar slechter.
De verbinding met wat de programmering moet worden, ik kijk ook de collega’s van cultuur aan die er druk mee bezig zijn geweest … Je kunt zo’n gebouw niet, en dat weten we als sinds 2013, niet helemaal volprogrammeren met cultuuraanbod. Dan komt de vraag, dat noemen we even onderzoek, maar daar hebben we concrete ideeën voor liggen, verhoudt zich dat tot hetgeen je qua cultuuraanbod geconcentreerd in dit gebouw wil hebben? Het is een cultuurtempel. Dat zijn bepaalde typen van leisure. Dan 14 komen we ook tot de vraag, zou het een vorm van leisure kunnen zijn die zich goed verhoudt met cultuur en waar je een leuke businessclass op kunt zetten? Daar zijn we nu, volgens mij, druk mee bezig en naar aan het kijken. Het is nog niet af. We moeten het heel snel afmaken, want het ongeduld dat ik proef zit ook bij mij en bij de portefeuillehouders. Zij hebben al een jaar geleden gezegd, tempo. Het laatste, en dat is een hele mooie kanskaart, is de gebiedsontwikkeling. We hebben, en dat heeft u ook meegekregen, goed contact met bijvoorbeeld cruisevaartmaatschappijen die Dordrecht meer zien als een plek waar ze vast stoppen en mensen de gelegenheid geven om de stad in te gaan. Dat is het bedrijf Viking. Zij zien Dordrecht als een soort stepping stone. Dat zou hartstikke mooi zijn, om dat op een bepaalde manier te verbinden het met Energiehuis. Dat zou best kansrijk zijn.
We moeten ook even kijken naar de Biesboschhal. Je wil niet gaan dubbelen. Daar zitten ook vragen. Uit die dingen komt, denk ik, een programmering rollen en hopelijk ook elementen waarvan je zegt, daar kun je wat verdienvermogen op het Energiehuis in kwijt. Als we dat nu snel bij elkaar vegen en kijken naar de functionaliteit en wat de partijen moeten hebben, aanvullend op wat sowieso in het Energiehuis moet, is dat wat mij betreft de exercitie. Gelukkig liggen er al veel bouwstenen voor. Dat noemen we dan nog maar onderzoek, maar die bouwstenen moeten nu echt goed geordend worden. Dat is een mogelijke politieke ambitie bij, want welke richting moet het op met het Energiehuis? Dat is in feite de stand van waar we staan. De voorzitter: Uitgebreid antwoord. Dan komt ik bij mijnheer Tutupoly en daarna mijnheer Van Aarle. De heer Tutupoly: Een deel van de vraag is misschien hiermee al beantwoord. U had het erover van, het is met name een cultuurgebonden gebouw. We zijn op zoek naar manieren om de huur te verhogen, waaronder aan cultuur gerelateerde activiteiten. Houdt het in dat er verder gekeken worden naar wat verder afstaat van cultuur? Cultuur kost over het algemeen toch wel veel geld in plaats van dat het oplevert. De voorzitter: Mijnheer Reinsma of mijnheer Goossensen. De heer Goossensen: Wat ik zei ...
Laat ik even zeggen, in bijvoorbeeld het Leerpark hebben we zo'n hartstikke leuke klimhal. Dat paste. Het was een mooie combinatie. Er zullen vast vormen van leisure zijn die zich goed verhouden met cultuur. Dat is wel een voorwaarde, denken wij. Uiteindelijk zal de keuze bij de politiek liggen. Alle opties zullen we bekijken, maar er zullen wellicht ook een paar opties afvallen, omdat we zeggen, dat verhoudt zich niet. Je hebt momenten dat de ruimten ontzettend goed gebruikt worden en een momenten waarop je door het gebouw loopt en denkt van, gebeurt hier wat? Je kunt ook kijken op welke delen van de dag hebben partijen wat nodig hebben en of je tot een leuke mix komt. De voorzitter: Mijnheer Van Aarle. De heer Van Aarle: Dank, voorzitter. Er wordt een mooi feit gegeven over 250.000 bezoekers per jaar. Dat in vorig jaar geweest, de meting. Hoe verhoudt zich dat tot de jaren daarvoor? Is dat een toename of een afname? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. 15 De heer Reinsma: Die cijfers heb ik nu niet paraat, maar die kunnen we opvragen. De heer Van Aarle: Als je het kunt inschatten, loopt het terug? De heer Reinsma: Een toename, hoor ik net. De heer Van Aarle: Wel een toename? De voorzitter: Mevrouw Lammens. Die cijfers heb ik nog niet paraat maar die kunnen we opvragen maar als je dat kunt inschatten is, loopt dat terug toen een toename.
Mevrouw Lammens-Oostdijk: U zei dat u het liefst alles op cultuur zou willen hebben, maar zou het ook mogelijk zijn dat je congressen organiseert in het Energiehuis? Er zijn genoeg grote zalen, expositieruimtes. We hebben er de vorige keer, vanuit het Stadskantoor, een hele leuk leuke dag gehad met verschillende lezingen in verschillende kleine vergaderzalen die gebruikt worden. Daar leent het gebouw zich uitstekend voor, maar het wordt niet gebruikt. Wat mij betreft zou het erbij kunnen, dat je ook een- of tweedaagse congressen erbij organiseert. Vindt u dat ook een mogelijkheid? De voorzitter: Het is een suggestie. Is die suggestie al eens eerder naar boven gekomen? De heer Goossensen: De basis is de cultuur. Het gebouw is hartstikke groot. Om dat met allemaal cultuuraanbod te vullen … Dan is congresaanbod, ik heb fantastische congressen en bijeenkomsten meegemaakt, hartstikke goed. Het liefst voor een stuk op commerciële basis, zodat je er wat mee verdient. Dat zijn wel dingen waar we goed naar kijken. De voorzitter: Dan kom ik mevrouw Burgaz. Mevrouw Burgaz: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg we af wat op dit moment de stand van zaken is met de horecaruimte die leeg staat. De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Dat volgt iets verderop in de presentatie. Daar kom ik zo op terug. De voorzitter: Dan hebben we eerst nog een andere vraag van mevrouw Kovalenko.
Mevrouw Kovalenko: Dank u wel, voorzitter. Hebben jullie ook de samenwerking met andere partijen onderzocht, zoals met scholen bijvoorbeeld? Ik kan als voorbeeld geven, mijn kinderen gaan al jarenlang naar muziekles bij het Energiehuis. Het biedt misschien mogelijkheden voor muzieklessen in samenwerking met scholen of theateropstellingen. Er is best veel te winnen, tenminste, dat is mijn indruk, als je die opties onderzoekt. Hebben jullie, wat dat betreft, de samenwerking met onderwijs onderzocht? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. 16 De heer Reinsma: Bij mijn weten gebeurt dat op dit moment al heel veel. SCE geeft daar heel veel invulling aan op dit moment. Dat vindt al plaats. Maar ik denk dat onderwijs zeker een van de verkenpunten kan zijn voor een verdere toekomst, absoluut. De voorzitter: Dan nog een laatste vraag, voor nu, van mevrouw Kamphuis. Ik stel voor dat we daarna eventjes weer een stukje presentatie gaan doen. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Hebben jullie überhaupt nagedacht over huurverhoging? Zo ja, is het dan technisch gezien niet mogelijk om deze huur zo te houden, omdat er anders misschien huurders weglopen? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Sorry dat ik de vraag … Uw vraag is of we de huur op dit moment zo houden voor de huidige gebruikers? De voorzitter: Kunt u het verduidelijken, mevrouw Kamphuis? Mevrouw Kamphuis: Ja.
Wordt in de toekomst de huur verhoogd? Zo ja, bent u dan niet … Dat is politiek. Kunt u dan onderzoeken of de huidige huurders niet weg gaan lopen en het nog meer leeg komt te staan? De heer Reinsma: Het beleid van vastgoed is dat we, volgens mij, kostendekkende huur rekenen. Dat doen we en dat zullen we blijven doen. De voorzitter: Vervolgt u uw presentatie. De heer Reinsma: Even kijken. Waar waren we gebleven? Ik denk voor nu even genoeg over deze opgave en de toekomstvisie die we wat dat betreft aan het vormen zijn. Dan wil ik vanaf hier door met kijken naar de verhuur. We zijn op dit moment bezig met het maken van nieuwe afspraken met Kunstmin. Waar komen we vandaan? Dat misschien even als eerste. Het Energiehuis als cultuurcentrum in 2013 werd aan het begin exploiteert door Stichting Energiehuis. De gebruikers zaten in die stichting. Sinds 2016 exploiteert Kunstmin het Energiehuis en verhuurt het onder aan Bibelot en SCE met een contractperiode die tot eind volgend jaar loopt. Daar zijn we nieuwe afspraken in aan het maken. Waarom? Het is een bestuurlijke wens, met name om meer grip te krijgen op de toekomstvisie die ik net schetste. Daarvan is het echt van belang dat we de grip en regie pakken om de renovatie en verduurzaming uit te voeren om eventueel het gebruik van het Energiehuis te veranderen, te verbeteren et cetera.
Vanuit die wens is de bestuurlijke wens ontstaan om de regie en die rol te pakken. Daarnaast heeft ook Kunstmin aangegeven bepaalde lasten en risico's niet te willen en kunnen dragen. Dat droeg bij aan de bestuurlijke wens om dit vorm te gaan geven met elkaar. Wat zijn dan die nieuwe afspraken? De gemeente wordt direct verhuurder van zowel Kunstmin, Bibelot als SCE. Daarmee kan de gemeente ook een aparte huurovereenkomst met de horeca gaan sluiten. Belangrijk daarbij is om te vermelden dat huurders zelf verantwoordelijk blijven voor hun programmering en invulling van hun eigen ruimtes. Dat was al zo en blijft zo binnen de kaders van de subsidie die zij krijgen. Nu is op deze sheet … Sorry. Deze afspraken hebben enorm vertraging opgelopen. Niet 17 zozeer op basis van wat er op deze sheet staat. De verhuur was nog niet de bottleneck, maar wel wat hij hier achterweg komt wat hierbij komt kijken. Kunstmin heeft heel veel verantwoordelijkheden en taken die ze vervullen in het Energiehuis. Denk aan schoonmaak, afvalinzameling, gas, water en licht, facilitaire diensten, bemannen van de receptie et cetera. Met name in het maken van die afspraken liep het soms vast op juridische punten. Enerzijds zaten we met elkaar in de snelkookpan om dit snel te regelen, anderzijds kwamen daar echt hele belangrijke juridische punten uit, eventuele financiële risico's.
Dit maakte dat we daar zorgvuldig mee om moesten gaan, we af en toe tot de orde werden geroepen en terug naar de tekentafel moesten om nieuwe afspraken te maken. Helaas is het daardoor wat vertraagd, maar ik kan wel zeggen. we werken echt zo snel als we kunnen om dit mogelijk te maken. Op het moment voorzien we 1 juli als datum van overgang, om dit daadwerkelijk vorm te geven. Nogmaals, we werken echt zo snel als we kunnen. Er lijkt licht aan het einde van de tunnel te zijn. Met die afspraken is ook het knelpunt met een leegstaande horeca ontstaan. We hebben partijen gevonden die staan te trappelen om te starten in het Energiehuis. We hebben een intentieovereenkomst getekend met ze. Dit betreft een tijdelijke horecavoorziening voor de komende 4 jaar. Zolang wij niet de afspraken hebben gemaakt, kunnen wij geen nieuw contract met de horeca aangaan, waardoor ook het starten van horeca op dit moment vertraagd is. Gezondheid. De voorzitter: Een vraag van mijnheer Van Aarle. De heer Van Aarle: Hoe verhoudt het laatste dat u zegt zicht tot de contractperiode die tot 31 december 2027 loopt? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Wij kunnen, volgens mij, als die afspraken gemaakt zijn, nieuwe afspraken aangaan met de horeca. Dat staat los van de afspraken die we hebben met Kunstmin. Ik weet niet of het antwoord geeft op uw vraag.
De voorzitter: Een vervolgvraag, mijnheer Van Aarle? De heer Van Aarle: Ja. Als Kunstmin zo'n belangrijke partij is in dit verhaal rondom facilitaire zaken, dan vind ik het ook wel apart dat het zo … Dat is misschien te politiek dat ik het apart vind. Ik moet daar nog een beetje aan winnen. De voorzitter: Wat u ervan vindt, dat mag houden en nog even voor uzelf houden deze vergadering. Een technische vraag kan wel. De heer Reinsma: Wat ik misschien wel kan toevoegen, ik zei net dat Kunstmin die zaken nu uitvoert, maar daar maken we nieuwe afspraken over. Veel van die taken en verantwoordelijkheden komen naar de gemeente en gaan wij als gemeente uitvoeren. Zonder al te veel in detail te treden, er zijn ook een aantal zaken die bij de gebruikers zelf blijven, maar een groot deel van die taken en verantwoordelijkheden komen naar de gemeente toe. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog op dit punt. 18 De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Dan heb ik nog wel een technische vervolgvraag op wat mijnheer Van Aarle zei. Dat gaat over de exploitatieovereenkomst met Kunstmin tot 31 december 2027. Dat is dichterbij dan je denkt. Is er al uitzicht of dat verlengd gaat worden of niet? Zo niet, is daar dan een andere partij voor? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Ik vind die vraag nu nog moeilijk te beantwoorden.
Ik denk dat we er echt een stap verder voor moeten zijn om antwoord te kunnen geven op die vraag. Als wij meer zicht hebben op wat wij willen met het Energiehuis, kunnen we gaan nadenken of we contracten moeten opbreken en anders gaan vormgeven of niet. Ik vind het echt te voorbarig om daar antwoord op te geven. De voorzitter: Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Even een verduidelijkende vraag. De vraagstelling was net hoe het zat met het contract dat eindigt in december 2027 ten aanzien van de horeca. U gaf zelf aan, we kunnen een contract met de horeca overeenkomen. Dat even los van die wijziging. Ik zie bij bullet point 4 staan dat de start van de nieuwe horeca is uitgesteld, omdat de contractwijziging vertraging heeft opgelopen. De heer Reinsma: Ik bedoel het anders. Het aangaan van het contract heeft alles te maken met het wijzigen van deze afspraken, met het aangaan van nieuwe contracten. Het heeft geen verhouding met de contractperiode van Kunstmin. Dat het contract van Kunstmin eindig is, het loopt tot eind volgend jaar, wijzigt niet. Er komt longe op die huidige contracten. Dat heeft verder niks te maken met dat wij een contract van vier jaar kunnen aangaan met de horeca. We moeten wel eerst nieuwe afspraken gemaakt hebben met Kunstmin. Deze contractwijzigingen moeten rond zijn en dan kunnen wij een nieuw contract aangaan met de horeca.
De voorzitter: Nog een vraag van mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Klopt dat Kunstmin het hoofdhuurderschap heeft teruggegeven? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. Mijnheer Goossensen. De heer Goossensen: Er is ook weleens iets in de pers, in het AD, over verschenen. We hebben samen geconstateerd, dat was afgelopen september, dat we met de ambities die we hebben, namelijk een beter Energiehuis, het nodig is dat, als we die stappen willen zetten, de verantwoordelijkheid op het hoofdhuurderschap, de verbinding met de gebruikende partijen, naar de gemeente moet. Dat werd versneld, en dat begreep ik heel goed, toen Kunstmin zei, Khotinsky is opeens failliet en we zijn geen ondernemer, Dat is ingewikkeld. We zijn ook niet voorzien als organisatie om met het ondernemersrisico daar stappen in te zetten. Zeker niet wetende dat de gemeente de verbouwing wil gaan doen. Op dat moment hebben we samen gezegd, dan moet het hoofdhuurderschap terug. Zo is dat ook met Tanja de Jonge als wethouder vastgoed en Rik van der Linden als wethouder cultuur afgesproken. Vervolgens heeft het lang geduurd, omdat het veel ingewikkelder was dan we dachten. Misschien hebben we dat 19 zelf bij de gemeente wat onderschat. Ik heb echt het gevoel dat Kunstmin daar hartstikke hard aan heeft mee geroeid. Dat het nu geregeld is, maakt nu even de weg vrij om in feite de vervolgstappen te kunnen zetten.
De voorzitter: Een korte vervolgvraag. In de microfoon graag, mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Kunstmin heeft geen zeggenschap meer in het Energiehuis? De samenwerking met Kunstmin is opgeheven? De heer Goossensen: We hebben we hebben zeker een samenwerking met Kunstmin, maar ze staan niet tussen de gemeente en de gebruikers in. Het hoofdhuurderschap is weg. Dat is logisch, kijkend naar de stappen die we met het Energiehuis willen gaan zetten. De voorzitter: Laten we weer teruggaan naar een stukje presentatie. Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Dank. Dat was betreft de horeca. Dan nog even het gebruik vervolgens. Het is net al uitgebreid geschetst door ons, we werken toe naar een toekomstvisie voor het gebruik. Dat is op dit moment herhaling. Ik sla deze sheet even over. Ook deze sheet, hier hebben we het over gehad. De toekomst, de opgave waar we aan werken. Ik kreeg net al een vraag over de planning. Hoe ziet het vervolg eruit? De tweede helft van 2026 willen we gebruiken om die visie echt een stap verder te brengen. Allereerst op het gebruik en exploitatie en vervolgens moet dat ook gaan landen tot een bestuurlijk voorstel. Hoe zit het eruit? Ik zei net al, we hebben op dit moment zicht op 1 juli als overgang en dan kunnen we ook met de nieuwe tijdelijke horeca het contract sluiten.
De tweede helft van 2026 en begin 2027 willen we verder vormgeven aan de visie op gebruik, verduurzaming en renovatie. Dan werken we toe naar een college- en raadsvoorstel die zaken met elkaar moet verbinden en waarbij jullie ook aan de lat staan om daar iets van te vinden. Vervolgens moeten we toewerken richting uitwerking. Dan ga ik door naar mijn laatste sheet. Een voorstel en een vraag aan jullie, op het moment dat wij een stap verder zijn in die visieontwikkeling, willen we jullie uitnodigen voor een werkbezoek in het Energiehuis om daar wat meer zicht en gevoel bij te krijgen. Die vraag leg ik even bij jullie neer. Tot zover de presentatie. De voorzitter: Zijn er nog vragen? Best een hoop, geloof ik. Ik zag mijnheer Dangerman als eerste. De heer Dangerman: Welke rol ligt er voor ons in het ontwikkelen van die visie? Nu klinkt het alsof het uit de ambtenarij moet komen, maar welke kaders heeft u daar vanuit ons voor nodig? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Goede vraag. Misschien even goed om te schetsen waar we staan. Wat ik al zei, we hebben die interne ambtelijke verkenning gedaan. De eerste stap die we daarin willen zetten is vooral met de gebruikers in gesprek gaan daarover. Die stap hebben we nog niet gezet en we zijn echt verplicht om dat eerst te doen.
Op basis daarvan zullen we daar, denk ik, een berekening moeten maken, zodat we kunnen kijken naar wat mogelijk is in relatie tot de verduurzaming en de renovatie. Punt. Dat 20 beantwoordt de vraag niet helemaal, geloof ik, maar dat is hoe ik het proces voor me zie. Ik dacht dat links wat wilde gaan zeggen. De voorzitter: Ik dacht dat er ook nog een aanvulling kwam van mijnheer Goossensen. De heer Goossensen: Een aanvulling? Ik vertelde het al even, in die aanpak van het Energiehuis hebben we een stukje no-regret. Je moet een aantal dingen oppakken. Met de verduurzaming kun je bij wijze van spreken nog kiezen tussen duurzaam en heel duurzaam. Vervolgens hopen we een paar smaken te hebben over wat er qua functionaliteit kan en wat het verdienvermogen daarbij is. Als we daar meerdere smaken zouden kunnen aanbieden, vinden we het heel fijn dat er een bestuurlijke keus kan zijn. Om te roepen van, zegt u maar wat u graag wil hebben, dat is heel ingewikkeld. Het wordt toch de afweging, waar maak je ruimte voor, wat verhoudt zich goed met de kernfunctie, welk verdienvermogen kun je inbouwen, waar maak je verbinding met het gebied? Waar er smaken zijn, zullen we er absoluut op aankoersen dat we een bestuurlijke afweging organiseren. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Dan kom ik naar mijnheer Den Hartog, dan mevrouw Kamphuis en dan mevrouw Stolk.
De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Helemaal in het begin van de presentatie werd een korte zin genoemd, dat het Energiehuis misschien wel een te groot jasje is. Verderop werd gezegd, 250.000 bezoekers. Er werd ook even gerefereerd aan andere gemeenten van ongeveer gelijke grootte en dat soort dingen. Mijn vraag is, is het zo dat het te grote jasje misschien een oorzaak kan zijn van het aantal zaken leegstand? Moeten we misschien constateren dat dit gebouw te groot is voor zo'n gemeente als wij zijn? De voorzitter: Mijnheer Reinsma. Ambtelijk, wat is technisch het antwoord daarop? De heer Reinsma: Ik laat die conclusie graag aan jullie over. Het onderzoek en de analyse die we daarop gedaan hebben, zal tijdens het thema met jullie gedeeld worden. Ik denk als onderbouwing ook van het gebruik en de visie. Dan laat ik de conclusie graag aan jullie over, of het daadwerkelijk te groot is of niet. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog, een korte vervolgvraag. De heer Den Hartog: Dan misschien iets technischer, in vergelijking met andere gemeenten die ongeveer ons profiel hebben, hebben zij ook 250.000 bezoekers of meer of minder? Dat geeft mij dan wel een idee om die eigen mening daarover in te vullen. De voorzitter: Mijnheer Reinsma. De heer Reinsma: Snap ik.