2.6 2025.05.20 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
En toen dacht ik, waar baseert mevrouw Van Vugt dat op? Want als ik kijk naar de cijfers die we hebben opgevraagd, dan lezen we ook dat als we het puur hebben over de instellingsverlaters, dan gaat het echt over om 2,5 procent van het totaal aantal verhuringen hier in de regio. Om te voorkomen dat we het idee geven van dat er hele grote tsunami's aan aantallen zijn en dat we dat niet aankunnen, zou ik toch die vraag nog even terug willen leggen.
21
De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik was er bij de vorige bespreking niet bij, maar ik weet wel van de keren daarvoor dat echt meerdere keren is aangegeven dat als je de dakloosheid in een keer zou willen oplossen, dat je dan alle andere doelgroepen, zoals jongeren, ouderen en mensen die net gescheiden zijn voor een hele tijd on hold zet. En daarmee krijg je weer andere problemen, die ook langere tijd gewoon in de hele samenleving doorwerken. Want we hebben heel veel jongeren die gewoon maar niet op eigen benen komen te staan. En die daardoor ook weer in allerlei problemen komen. En als we het hebben over de instellingsverlaters, dan heb ik wel gezien, van vorig jaar was dat volgens mij, dat er 163 een aanvraag hebben ingediend. En 120 daarvan ook echt een urgentieverklaring hebben gekregen. Dat vind ik best een hoog aantal. Dat vind ik dan in die zin ook weer niet tegenvallen. Je wordt niet zomaar afgewezen. De voorzitter: Tot slot, de heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, toch nog een vraag. Dat inderdaad over 2 jaar die 120. Gemiddeld genomen is dat 60 ten opzichte van de 2.400 in totaliteit in de regio. 2,5 procent. Klein aantal zou ik daar willen stellen. Maar is mevrouw Van Vugt het dan met ons wel eens dat deze groep zou er eigenlijk bij moeten horen? Ze zouden eigenlijk ook gewoon recht hebben op die voorrang.
Maar omdat het nou eenmaal druk is, laten we ze er dan maar buiten. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, ook tot slot. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Dat is een verkeerde samenvatting. We laten ze er niet buiten, maar we verdelen, en kom ik eigenlijk terug op waar ik begonnen ben, de schaarste. We gunnen al die groepen wat, maar we kunnen geen enkele groep volledig voorzien van wat er nodig is. En dat is heel spijtig, maar het is op dit moment niet anders dan dat. En dat doet ook echt zeer, dat je het niet anders kan verdelen. De voorzitter: Dan bent u echt. De heer Uysal, namens de fractie van GroenLinks. De heer Uysal: Ik zat al te popelen, voorzitter. Voorzitter, het is natuurlijk vanzelfsprekend evident dat we met deze huisvestingsverordening de wooncrisis niet oplossen. Daarvoor moet je gewoon meer woningen gaan bouwen. Dat staat vast. Maar het staat ook vast dat we met deze huisvestingsverordening zeker een bijdrage kunnen leveren aan het creëren van meer woningen. Dat was ook onze eerste politieke vraag. En grotendeels staan wij er wel positief tegenover dat deze huisvestingsverordening bijdraagt aan die opgave. Denk aan de versoepeling van regels in de verordening rondom kamerverhuur, maar hospitaregeling. Collega Van Vugt noemde daar ook een aantal maatregelen van. Die dragen daar zeker bij aan het creëren van meer woonruimte.
En ook bijvoorbeeld, de ruimte die wordt geboden voor woningvorming, waarbij een grotere woning kan worden opgesplitst in kleinere eenheden, waardoor er meer woningen ontstaan op dezelfde locatie. Dat zorgt ervoor dat de bestaande voorraad beter benut wordt. Dat is heel belangrijk dat we dat hebben opgenomen. Maar dan toch een opmerking, een kanttekening daarover. De eis van 70 vierkante meter,
22
daar heeft GroenLinks zich in het verleden al jarenlang over uitgesproken. Dat is en blijft toch een doorn in het oog van GroenLinks, omdat dat meer betaalbare woningen in de weg staat. Want het gaat over woningvorming in algemene zin. Mocht je een bestaande woning willen verbouwen tot 2 of meer zelfstandige woningen, dan moeten die woningen voldoen aan de minimale eis van 70 vierkante meter. Het geldt ook voor eigenaarbewoners. Als zij hun bestaande woning willen verbouwen tot een extra woonruimte, dan moet de woning waar de eigenaar zelf in blijft wonen ook voldoen aan minimaal 70 vierkante meter. Wij vragen ons af, is dat echt nodig en kunnen we daar niet wat flexibeler mee omgaan? Want als we daar te strikt aan blijven handhaven, dan zien wij toch dat niet alleen eigenaar-bewoners, maar ook vastgoedeigenaren, projectontwikkelaars daar toch mee in de knel komen. Die zien dit echt als een belemmering om meer woonruimte te creëren. En vandaar de koppeling naar de volgende vraag. Sluit het ook aan bij de veranderende woonbehoefte van Dordtenaren? De Dordtse raad heeft vorige week kennis kunnen nemen van het RIGO-onderzoek. We gaan daar op een ander moment uitgebreid bij stilstaan. Maar heel kort gezegd waar dat op neerkomt, is dat Dordrecht in de praktijk nog relatief vaak kiest voor ruime woningen, voor grote grondgebonden woningen.
En dat staat op gespannen voet met de noodzaak om compacter, betaalbaarder en toekomstbestendiger te bouwen. Dat is niet wat wij als GroenLinks zeggen, maar dat is wat het rapport zegt. En daarin voelen wij ons ook gesterkt om die eis van 70 vierkante meter los te laten, op zijn minst om daar wat flexibeler mee om te gaan. Even kijken, voorzitter. De heer Van der Net: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Net, interruptie. De heer Van der Net: Ik kan de heer Uysal wel aardig volgen, en dat hij dat vindt. Maar ik bedoel, op dit moment staat het in het voorstel zo. Dan is mijn vraag, voorzitter, gaat de heer Uysal daar dan nog ook wat politiek mee doen? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Ik zat in mijn aantekeningen te kijken wat het volgende punt was. En dank dat heer Van der Net mij daarin helpt. Want het volgende punt was, ik wil het college nog de gelegenheid bieden om in te gaan op de hardheidsclausule. Want ik hoorde daar vorige week de ambtenaar iets over zeggen. Aan de ene kant snap ik dat we die eis van 70 vierkante meter niet helemaal los kunnen laten, omdat je anders dan de leefbaarheid eventueel onder druk kan zetten. Maar tegelijkertijd zien wij dat als je daar zo heel strikt aan vasthoudt, dat dat ook meer betaalbare woonruimte in de weg kan zitten.
En in hoeverre is er de mogelijkheid om maatwerk te leveren? En in hoeverre speelt die hardheidsclausule daar een rol in? Zit daar nog wat ruimte in? Wij wachten graag de reactie van het college daarop af. En als antwoord op de vraag van de heer Van der Net, we hebben de vorige periode een amendement ingediend om de eis van 70 vierkante meter los te laten. En als het antwoord van het college niet bevredigend genoeg is, dan kan dat voor ons aanleiding zijn om nogmaals met een dergelijk amendement te komen, of met een voorstel te komen om die eis los te laten om meer
23
betaalbare woonruimte te kunnen creëren. Dan de volgende vragen, voorzitter, over of het noodzakelijk is om statushouders uit de voorrangsregeling te halen. Ik heb daar net in een interruptie op de heer Van der Net ook kort op gereageerd. Maar in Nederland hebben we gewoon te maken met, of als gemeente hebben we te maken met een taakstelling die we 2 keer per jaar van het Rijk opgelegd krijgen. En dat houdt in dat wij als gemeente de statushouders moeten huisvesten. En dat is onderdeel van een spreidingsbeleid, om ervoor te zorgen dat statushouders eerlijk verdeeld worden over de gemeenten in Nederland. Dan maak ik nog even een punt, want ik zie de heer Van der Net meteen al naar de microfoon grijpen. De voorzitter: Ik laat nu eerst u even uw punt afmaken. De heer Uysal: Naast de taakstelling die we gewoon als gemeente hebben en waar we aan moeten voldoen, is voor GroenLinks ook een andere reden om dit gewoon te laten zoals het is, namelijk in de voorrangsregeling om de asielketen te ontlasten. Ik gaf het net ook al aan, we hebben te maken met een opvangcrisis. Dat betekent dat veel statushouders nog in azc’s verblijven. En die moeten zo snel mogelijk doorstromen naar de reguliere woningmarkt, zodat azc's ook vrijkomen en plaatsmaken voor asielzoekers.
Daarmee lossen we een ander probleem op, wilde ik zeggen, maar we dragen bij aan het oplossen van een ander vraagstuk, namelijk de opvangcrisis. Dat is ook een element wat voor GroenLinks een belangrijke rol speelt. De voorzitter: Helder. De heer Van der Net. De heer Van der Net: Maar die keuze ken ik, voorzitter, van GroenLinks. Een opvangcrisis, maar we hebben met name ook een wooncrisis. En dat betekent dat eigenlijk de keuze van GroenLinks is dat statushouders gewoon voorgaan op mensen hier in Dordrecht, jonge mensen die ook een woning willen hebben. En ik heb net al de cijfers gegeven. En dat drukt. En ik bedoel, in de ideale wereld zou dat geen probleem opleveren. Maar op dit moment hebben we gewoon veel en veel te weinig woningen. Dan moet er meer gebouwd worden. Maar dat betekent wel dat wij de keuze maken om statushouders op een andere manier te gaan opvangen en ze gewoon netjes te laten wachten in de rij, voorzitter. De voorzitter: Dit punt is nu al meermaals gemaakt. Ik geef de heer Uysal wel kort de gelegenheid om erop te reageren, want anders is dat niet fair. Maar laten we dan dit debat ook even laten voor wat het is. Ik zie dat de heer Stam daar zo ook nog een duit in het zakje wil gaan doen. Maar ik geef de heer Uysal eerst gelegenheid.
De heer Uysal: Voorzitter, ik vind het jammer dat de VVD groepen zo tegenover elkaar zet, want het wil niet zeggen dat als we de ene groep wel voorrang geven dat we daarmee andere groepen uitsluiten. Wij als gemeente wijzen urgentiecategorieën aan. Wij kunnen als gemeente bepalen wie we als urgente aanwijzen of niet. En voor de rest laten we dat over aan corporaties, binnen dat kader, om een eerlijke, rechtvaardige verdeling te maken. En wij verschillen van mening met de VVD met betrekking tot de urgentiecategorieën. Wat ons betreft horen de statushouders daar ook bij, net zoals de jongeren, net zoals de starters, net zoals de dak- en thuislozen. Dat is een keuze die wij als gemeente maken. En daar hoort wat ons betreft de statushouders bij, omdat zij ook
24
het recht hebben op een dak boven hun hoofd. En ook het recht hebben om met hun leven te beginnen. De voorzitter: Volgens mij zijn wel beide standpunten helder verwoord. Ik geef de heer Stam nog de gelegenheid om een interruptie te plaatsen. Gaat uw gang. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik heb gelijk de neiging om een andere vraag te stellen, als die ik in gedachte had, maar dat ga ik niet doen. Ik ga nog even terug naar die 70 meter en die wens om die aan te passen. Daar kan ik me best wel wat bij voorstellen, zeker gelet op de vraag. Maar als je kijkt naar die woningsplitsing, dan ga ik toch even terug in de tijd. Beter voor Dordt heeft natuurlijk niet voor niets die 2 procent in het leven roepen, want er was sprake van heel veel overlast. En als je kijkt naar de vraag nu, kan ik me nogmaals wel voorstellen dat je die gaat toepassen. Maar is GroenLinks dan ook bereid om dat enkel en alleen voor Dordtse jongeren te doen, die dan een woonverleden hebben van ongeveer 6, 7 jaar in Dordrecht, en daar bedoel ik niet alleen geboren Dordtenaren mee. Voordat er weer wordt gezegd, u schakelt groepen uit. We hebben het over 122 nationaliteiten, die al langere tijd in onze stad wonen, die zoeken naar een woning. En waar wij over nadenken, is echt om die woonachtergrond even een aantal jaren op te gaan rekken tot een jaar of 7, 8, om rust te krijgen op die woningmarkt.
Hoe kijkt u daarnaar? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: En de vraag was heel kort samengevat, of wij het zien zitten om dat alleen voor de jongeren toe te laten passen? Ik vind het een beetje een lastige. Het zijn voornamelijk inderdaad de jongeren en de starters die aangeven dat ze behoefte hebben aan kleine woonruimte en geen grote woningen en ruimtes. Maar ik kan me ook heel goed voorstellen dat er andere mensen zijn die genoegen nemen met minder dan 70 vierkante meter. Ik zou ook niet op voorhand willen pleiten dat we bepaalde doelgroepen daarvan uitzetten. Voor ons staat het gewoon buiten kijf dat er genoeg behoefte is om ook woonruimte te creëren voor eenieder die dat wenst, voor minder dan 70 vierkante meter. De heer Stam: Voorzitter, als het mag? De voorzitter: De heer Stam, tot slot. De heer Stam: In het verleden is er natuurlijk heel veel overlast ontstaan ook, met name door arbeidsmigranten. En als die ook weer tot de doelgroep gaan behoren, waar naar mijn idee werkgevers veel meer voor een oplossing moeten zoeken voor die mensen, is mijn vraag, zit in uw visie dan ook die arbeidsmigrant weer, of kijkt u dan alleen naar de doelgroepen die u net noemt, jongeren, jonge starters? En waar het mij vooral om gaat, is dat ze al langere tijd in Dordrecht wonen, langer dan die vier jaar die nu volgens mij in de verordening staat.
25
De voorzitter: En die vragen heeft u zojuist gesteld, via de voorzitter. Let daar ook een beetje op allemaal. Gaat uw gang. De heer Uysal: Voorzitter, via u, als reactie op de heer Stam, wij zijn er niet van om doelgroepen als gevaar aan te merken. Ik ga hier ook geen uitspraken doen dat we bepaalde doelgroepen, en met name dan arbeidsmigranten, daarvan gaan uitsluiten, want daarmee geef je een verkeerd beeld af. Daarmee, laat ik het dan maar zo zeggen, criminaliseer je ook arbeidsmigranten. Voor ons staat voorop dat je goed naar de omstandigheden moet kijken. Als je de omstandigheden op een goede manier organiseert, dan maakt niet uit wat voor doelgroep er gaat wonen in die woning. Maar ik vind het verkeerd om op voorhand te zeggen dat bepaalde doelgroepen al meteen tot overlast zorgen. Dat is niet de aanpak die wij hanteren, voorzitter. De heer Stam: Voorzitter. De voorzitter: De heer Stam, ik had zojuist gezegd tot slot. Aan de andere kant, de heer Uysal weegt zijn woorden zwaar op dit moment. Let er ook met elkaar een beetje op hoe je dat uitspreekt. U gaat over uw eigen woorden. Maar dit is dan echt de laatste vraag die u stelt. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik maak het gewoon licht. Ik maak wel bezwaar tegen het woord criminaliseren.
Ik heb gevraagd, hoe kijkt u er dan ook naar om bijvoorbeeld arbeidsmigranten veel meer dat huisvestingsvraagstuk op te laten lossen door de werkgevers waarvoor ze werken? En als je bijvoorbeeld de gemeente Waalwijk neemt, daar hebben ze gewoon een aantal woningen neergezet op industrieterreinen. En dat is a wel niet zo zoals we het het liefst allemaal zouden willen, maar het is wel een oplossing. En dan wil ik niet zeggen dat ik ze wil criminaliseren of uitsluiten, maar ik wil ze op een andere plek huisvesten. Hoe kijkt u daarna? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, op zich is dat natuurlijk een goed streven, als die verantwoordelijkheid bij de werkgevers ligt. Zo zou het ook eigenlijk moeten horen. Maar als werkgevers dat niet doen, dan kunnen we het ons als stad ook niet veroorloven dat die arbeidsmigranten overal en nergens in de stad verblijven. We hebben de taak als gemeente om ervoor te zorgen dat zij ook een dak boven hun hoofd krijgen. En om dat ook zo goed mogelijk te organiseren, juist om die overlast dan tegen te gaan. En als je dat niet doet, dan belanden ze op straat, dan belanden ze op plekken waar wij dat niet willen. En dat zorgt dan juist tot onveilige situaties, zowel voor de stad, maar ook voor de arbeidsmigranten zelf. De voorzitter: U vervolgt uw betoog.
De heer Uysal: Met betrekking tot statushouders, niet alleen vanwege die taakstelling die we hebben, maar ook met betrekking tot de opvangcrisis die we hebben en om de asielketen te ontlasten, is het belangrijk dat we statushouders binnen de voorrangsregeling blijven houden. En de volgende vraag van de VVD ging over de huidige systematiek. Dat vind ik ook een bijzondere, voorzitter. Eigenlijk dezelfde vraag
26
en bedenkingen als het CDA. Want wat wij als raad doen, wij stellen kaders, wij stellen vast wie tot de urgente doelgroepen behoren. Daar maken wij keuzes in. Die kaders stellen wij vast. En vervolgens gaat de uitvoering over tot corporaties of tot bijvoorbeeld zo’n Woonkeus Drechtsteden. En zij moeten dan denk ik ook de beoordelingsruimte hebben daarin om bepaalde keuzes te maken, omdat zij een veel beter zicht hebben op al die verschillende doelgroepen, wie dan wel of niet in aanmerking komt voor een woning die dan vrijkomt. Dan heb je te maken met beschikbaarheid, passend toewijzen en dat soort zaken. Ik vraag me ook heel erg af wat voor rol de VVD of andere partijen hier voor de gemeente zien weggelegd. Moeten wij dat als gemeente dan doen? Moeten wij als gemeente dan de woningen toewijzen aan urgente doelgroepen? Moeten we daar strikter op toezien? Moeten we nadere regels opstellen? Hoe moet ik dat voor me zien? Ik heb daar geen goed beeld bij. Misschien kan de wethouder daar zelf een nadere toelichting op geven? En tot slot, voorzitter, met betrekking tot het betoog rondom dak- en thuisloosheid sluit ik me volledig aan bij de woordvoering van de heer De Heer van de ChristenUnie/SGP. Tot zover. De voorzitter: Ik zag dat de heer Van der Net in de tweede termijn terug gaat komen op uw gestelde vragen. Dan de heer Groenewege, Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
De heer Groenewege: Dank u wel. Voorzitter, ik heb me voor deze vergadering nog even ingelezen in hoe de uitgangspunten voor deze huisvestingsverordening vorig jaar tot stand zijn gekomen. Dat was nog met wethouder Peter Heijkoop en raadslid Wim van der Kruijff. In de vier commissievergaderingen over de uitgangspunten hebben we met zijn allen gereflecteerd op de quoteringsregeling voor kamerverhuur. Dat die wel heel streng is en dat je daarmee heel weinig kamers kan toevoegen in Dordrecht. Op die manier wordt Dordrecht nooit een studentenstad. Die regeling gaat nu door een raadsbreed aangenomen amendement van de Partij voor de Dieren en Op Ons Eiland versoepeld worden, waardoor er meer kamers beschikbaar komen aan de Voorstraat, in het winkelgebied. Een noodzakelijke stap waar we blij mee zijn. Over het algemeen is de Partij voor de Dieren tevreden over de huisvestingsverordening. De uitgangspunten die de raad heeft vastgesteld zijn natuurgetrouw in deze regels geland. Toch staan er nog wat politieke vragen open. Bijvoorbeeld over statushouders. Statushouders zijn mensen die een vreselijke situatie zijn ontvlucht, in Nederland van top tot teen zijn doorgelicht en een verblijfsvergunning hebben gekregen. Deze mensen blijven gewoon in Nederland. Die gaan niet meer weg. Maar ze hebben nog geen leven in Nederland opgebouwd en ook geen wachttijd voor een huurwoning.
Deze mensen zijn niet in staat om op eigen kracht een woning te vinden. Als ze geen voorrang krijgen voor een sociale huurwoning, blijven ze hangen in asielopvangcentra. Volgens het College voor de Rechten van de Mens schendt dit hun grondrechten. De asielopvang voldoet, dankzij het meedogenloze beleid van onze regering, al jaren niet aan basisnormen voor privacy, veiligheid en hygiëne. Ook heeft dit tot gevolg dat ouders en kinderen langer van elkaar gescheiden blijven, wat in strijd is met het recht op gezinshereniging. Ook de Woonbond is voor voorrang voor statushouders. De Woonbond vindt het niet passend om de schuld voor de woningschaarste in de schoenen van een groep woningzoekenden te schuiven. En de Woonbond constateert meer nadelen. Ik citeer. “Als statushouders veel langer in de opvang moeten blijven, belemmert dat hun integratie en leidt het tot extra uitgaven voor
27
zorg en sociale zekerheid. Het regelen van extra asielopvang of onderbrengen van statushouders in de daklozenopvang is bovendien veel duurder dan het realiseren van reguliere huisvesting.” Einde citaat. Ook de koepel van woningcorporaties Aedes heeft zich uitgesproken voor voorrang voor statushouders. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Voorzitter, de Partij voor de Dieren sluit zich bij deze partijen aan. Voor het onderwerp dak- en thuislozen heeft de ChristenUnie/SGP een aantal belangrijke punten gemaakt, waar we ons graag bij aansluiten. En dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Dank voor uw heldere betoog. De heer Hartmeijer, van de Socialistische Partij. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Om te beginnen zijn wij ook erg te spreken over deze verordening. En ook een aantal wensen vanuit mijn fractie zijn in de verordening terechtgekomen, zoals de verruiming of versoepeling van de quota kamerverhuur. Weliswaar nog in pilotvorm. De hospitaregeling stadsbreed, het woning splitsen, oftewel de ruimte die je al hebt beter gebruiken. Wel sluit ik me aan bij de heer Uysal, die er even niet is, dat je met zo'n splitsing 70 vierkante meter voor de bewoner over moet houden. Ik had hem net iets anders gelezen. Maar als dit zo bedoeld wordt, dan snap ik GroenLinks wel. Maar algemeen met een wooncrisis en toename van dakloosheid is het echt belangrijk dat die stappen gezet worden.
Een ander punt is het voorstel om leraren, politiemensen en zorgmedewerkers eerst via een pilot een voorrangsstatus te geven bij het zoeken naar een huurwoning. Op het oog misschien willekeurig. Maar wij zijn daar juist heel blij mee, want de invulling van deze essentiële beroepen staat onder druk. En dan is het juist verstandig om deze mensen, die dit belangrijke werk doen, via een woning aan je stad te binden. We zijn erg benieuwd hoe ook deze pilot gaat verlopen. Zo zijn er nog wel meer punten, maar ik zal ze niet allemaal gaan noemen. Wat verder opvalt, is dat bijna alle aangenomen moties van vorig jaar niet allemaal in de verordening zijn opgenomen, maar wel deels terechtkomen in ander beleid. Ook deels wat nog vastgesteld moet worden, zoals een leegstandsverordening, waarvan mijn fractie ook al lange tijd vond dat die er moest komen. En ook lezen we dat er een voorstel voor een aparte verhuurverordening aankomt, onder andere gericht op verbetering voor huisvesting van arbeidsmigranten. Iets waar onze partij al langer aandacht voor vraagt. Ook goed om te lezen dat er overleg komt met corporaties of er meer met loting gewerkt kan worden in het verdeelsysteem, als het gaat om jongeren. Niet exclusief, maar wel meer dan nu.
Omdat zij uiteraard minder punten hebben kunnen opbouwen en het maatschappelijk wel problematisch wordt als een steeds grotere groep jonge mensen en ook steeds later geen woning kan vinden en ze niet verder kunnen met de volgende stap in hun leven. Dit onderwerp voelt nog niet als compleet. Dit stuk ligt er. En daar kunnen we ons prima in vinden. Maar we weten ook dat er nog meer nodig is. En daar spreken we komend jaar nog verder over. Dank. De voorzitter: Dank, de heer Hartmeijer. De heer Kolkiliç, van de fractie DENK. De heer Kolkiliç: Heel kort, voorzitter. Het is eigenlijk een uitwerking van waar de raad om heeft gevraagd. Wij vinden het een goed stuk. En het is volgens mijn fractie ook het meest haalbare in de huidige situatie. Ik heb wel een vraag richting de wethouder Ik heb hier meerdere fracties gehoord over daklozen. Ik kan me ook aansluiten bij de heer De Heer over SSF. Want die had naar mijn mening ook een functie voor opvang in het
28
verleden. Wat is de huidige situatie? Want naar mijn mening wonen daar nu meer arbeidsmigranten dan mensen die daar worden opgevangen. De voorzitter: Dank voor uw inbreng. En dan de heer Damen, zonder bordje, namens de Partij van de Arbeid. De heer Damen: Voorzitter, we zijn blij met de wijzigingen in de verordening. Dat voegt enige woningen toe aan de voorraad. En iedere woningzoekende die geholpen wordt, is mooi meegenomen. Maar het zal duidelijk zijn dat het verdeling van armoede is. Het aantal nieuwe sociale huurwoningen dat beschikbaar komt, is veel en veel te laag. Dat moet naar 30 procent van de toevoeging aan de voorraad die we in deze stad hebben. Dat halen we bij lange na niet. Het college mikt op 10 procent. En dan vervolgens ontstaat er hier gesteggel over welke groep voorrang moet krijgen. Of dat herstructureringskandidaten zijn die geen woning meer moeten krijgen of instellingsverlaters of statushouders. En een opmerking wat dat betreft, statushouders wachten natuurlijk ook heel lang voordat ze een status krijgen. En vervolgens wachten ze nog vaak 1 tot 2 jaar in een asielzoekerscentrum, voordat ze een woning krijgen toegewezen. Bij elkaar hebben die ook vele jaren wachttijd. En daarbij moet je in acht nemen dat die mensen vaak met een gezin op 1 kamer zitten, in een woning met 2, 3, 4 kamers, waarbij ieder gezin 1 kamer heeft.
De vraag is of je kunt zeggen dat die mensen gewoon, als ze hun status hebben, zich moeten inschrijven en vervolgens 8 jaar nog een keer moeten wachten op een woning. 1 aspect willen we nog extra de aandacht voor vragen. Er is een verruiming van de regeling voor de verkamering. Maar dan moeten exploitanten van die woning wel een vergunning hebben. Er is veel onrust in een aantal wijken over dat er veel illegale verkamering is. Maar mensen weten vaak niet welke woningen een vergunning hebben en voor welke woningen er geen vergunning is. Ik wil vragen aan het college om inzage te bieden in het overzicht van woningen, niet de eigenaren, maar de woningen op adres waar een vergunning ook van toepassing is, zodat mensen makkelijker in staat zijn om aan te geven bij de, niet bouw- en woningtoezicht, dat heet de Omgevingsdienst dat zij vermoeden dat er sprake is van verkamering. En op dit moment is er wel inzage mogelijk, maar dat is een ingewikkelde weg. De voorzitter: Dank, de heer Damen. En daarmee hebben we de eerste termijn van de commissie gehad. Ik zie dat de heer Van der Kruijff, de wethouder, nog een aantal laatste punten op de I zet voor de beantwoording. Ik verzoek de heer Van der Kruijff in ieder geval om zoveel als mogelijk ook even bij de onderverdeling te blijven, de structuur die we voor dit debat ook gekozen hebben.
Inderdaad wooncrisis, woonruimteverdeling en dakloosheid. Er is door de commissie een aantal punten naar voren gebracht. Ik stel voor, trapt u het bal af. En gaan we zien of dat nog tot vragen of instemming of afkeuring leidt. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, er waren natuurlijk een aantal politieke vragen. Draagt de huidige regelgeving optimaal bij aan het creëren van woningen. Daar is al veel over gezegd. En iedereen die zegt, de huisvestingsverordening is niet bedoeld om woningen te creëren. Dat is inderdaad bedoeld om de vraag te reguleren. Zij het niet dat we in deze huisvestingsverordening wel wat mogelijk hebben gemaakt, waardoor er meer woonplekken komen. En daar heeft u het allemaal over gehad. Dat gaat over het
29
mogelijk maken van meer kamerverhuur. Sommige bieden 2 procent. Andere bieden 10 procent. En de hospitaregeling en de woningsplitsing c.q. woningvorming. Dat technische verschil laat ik maar even achterwege. Maar in ieder geval komen er daar meer woningen door. Ook deze huisvestingsverordening draagt wel bij aan het creëren van meer woonplekken. Of dat allemaal woningen zijn, dat is natuurlijk bij kamerhuur en hospitaregeling niet het geval. En als je dan kijkt, sluit het aan bij de woonbehoefte van de Dordtenaren? Dat was de tweede vraag. Zien we natuurlijk wel dat er heel veel starters en ook meer alleenstaanden, of alleengaanden noemen ze zich ook weleens graag, liever, een kleinere woonplek zoeken, en dat niet nu kunnen vinden. En dan kan kamerverhuur en hospitaregeling echt het antwoord zijn op de vraag die die mensen hebben. Het creëert echt woonplekken voor mensen die graag op zichzelf willen wonen, zeker als starter en alleenstaande. Daar draagt het wel aan bij. En u heeft inderdaad laatst ook nog het RIGO-onderzoek gehad. Daar gaan we nu verder niet op in. Wellicht komt dat nog een keer aan de orde bij een andere commissievergadering. Maar dan zie je dat we inderdaad wel heel veel kleine woningen bouwen, maar dat de vraag vaak naar grotere woningen is.
Het is vaker meer een financieel probleem, waar mensen eigenlijk liever een grotere woning hadden, maar een kleinere woning kiezen, omdat ze meer niet kunnen betalen. Er zit ook een financiële kant aan. Zo kunt u er ook naar kijken. En als je dan de vraag stelt, in hoeverre biedt deze verordening een oplossing voor de wooncrisis? Dan ben ik het met iedereen eens die hier zegt dat de beste oplossing voor de wooncrisis is het toevoegen van extra woningen. Want we zijn inderdaad schaarste, of zoals sommigen zeggen armoede aan het verdelen. Tegelijkertijd, het helpt wel iets. Een andere vraag, is het noodzakelijk dat de statushouders binnen de voorrangsregeling blijven? Naar de huidige regelgeving sowieso wel. Maar al zou de minister besluiten dat er geen voorrang meer moet worden gegeven, blijft nog altijd gewoon in de Huisvestingswet staan dat de gemeenten de verplichting hebben om medewerking te verlenen aan de huisvesting van vergunninghouders, oftewel statushouders. En dat is gewoon een landelijke taakstelling die wij als gemeente Dordrecht opgelegd krijgen. En een aantal van u heeft het gezegd, waar wij op achterlopen. Overigens de omliggende gemeenten lopen ook achter. En we lopen allemaal ongeveer vergelijkbaar achter. Ook daar zie je de woningschaarste in de verdeling, dat het niet lukt om iedereen die je zou moeten huisvesten te huisvesten.
Dan was er nog een politieke vraag. En daarna zal ik nog een aantal specifieke vragen van fracties nagaan. Maar u verzocht me even de thema's langs te gaan. Daar begin ik dan maar mee. Is de commissie het eens met de systematiek waarbij wooncorporaties de toewijzing voor mensen met urgentie bepalen? Het is iets te kort door de bocht gezegd dat de wooncorporaties de urgentie bepalen. Uiteindelijk zien we dat gewoon via de huisvestingsverordening wij wel urgenties bepalen, maar dat je vervolgens ziet in de toewijzing en de verdeling van woningen dat daar de wooncorporaties met elkaar een rol in hebben. En dat doen ze gezamenlijk, regionaal via Woonkeus. Vandaar dat ook een aantal technische vragen die gesteld waren daarover wij zelf niet kunnen beantwoorden, want dat moeten we dan ook opvragen bij Woonkeus. En die antwoorden zijn helaas voor u, maar ik kan er ook niks aan doen, nog niet gekomen. Voorzitter, dan zal ik nog een aantal vragen langslopen, of opmerkingen die vanuit fracties gesteld zijn. Vanuit de ChristenUnie, en een aantal sloot
30
zich daarbij aan, GroenLinks en de Partij voor de Dieren, herinner ik me zomaar even, rondom dakloosheid. Kijk, wat wij in deze huisvestingsverordening gedaan hebben, een aantal van u heeft dat ook uitgesproken, en ik hoop met waardering, dat we een-op-een de uitgangspunten en de aangenomen moties en amendementen vertaald hebben in deze huisvestingsverordening. Er is inderdaad bij het vaststellen van de uitgangspunten in de raad ook een motie ingediend om meer te doen voor de daklozen, waar de heer De Heer, namens de ChristenUnie/SGP aandacht voor vraagt. Die motie heeft het niet gehaald in de raad. Dan moet u er ook niet gek van staan te kijken dat het college een niet-aangenomen motie niet verwerkt. Dat is een dubbele ontkenning, maar u snapt wat ik bedoel. Daarom staat hij niet in de huisvestingsverordening, want de raad heeft dat uitgangspunt niet meegegeven aan het college. Tegelijkertijd heeft het college geproefd dat er breed in de raad gevraagd werd om wel aandacht te hebben voor de groep, en daar wat aan te gaan doen. Een aantal partijen wat ook niet ingestemd heeft, heeft toen in de woordvoering wel aangegeven dat dat misschien te maken had met het niet overzien van wat je je op de hals haalt qua aantallen, en of je dat allemaal wel kunt hebben, gezien het effect op andere groepen die ook een woning zoeken.
Dat heeft ertoe geleid, dat beseffend, dat het college deze huisvestingsverordening voorstelt om met een experiment te gaan werken. Dat woord experiment hebben wij niet zelf bedacht, maar dat komt zo vanuit de wetgeving. Die noemt dat dan een experiment, wat je mag vaststellen. Maar wat mij betreft mag u het zien als een eerste stap. Maar goed, volgens de wetgeving moet dat dan een experiment heten. En dat mag het college doen. Als je naar bevoegdheden kijkt, mag het college experimenten vaststellen. Dat vonden wij niet helemaal passend als college, want we denken, de raad vindt dit belangrijk en we moeten de raad hierin meenemen wat we hierin doen. Vandaar dat we in de verordening hebben opgeschreven dat experimenten vastgesteld moeten worden door de raad. De raad stelt vast waar het college experimenten opneemt. Dat is geen wettelijk voorschrift, maar dat hebben we als college zelf in de huisvestingsverordening willen opschrijven, om ook daarmee u in positie te brengen. Dat het niet zomaar het college is die wat experimenten doet, maar dat u als raad aangeeft welke experimenten u wil. We hebben in het raadsvoorstel, wat u heeft gekregen, daar een aantal van opgesomd. Het ene ging inderdaad over de speciale beroepsgroepen, ook al door een aantal van u genoemd. En het andere ging over de daklozen.
Als u goed leest, ziet u dat er in het raadsvoorstel wat voorligt nog niet staat opgenomen bij het raadsbesluit om deze 2 experimenten te starten. We noemen het in het raadsvoorstel en we kondigen aan als college dat u een voorstel van ons mag verwachten, ik neem aan in de loop van het najaar, over beide experimenten. Dat betekent dat u dan een raadsvoorstel krijgt A, om het experiment vast te stellen, dat u dat wilt. En vervolgens is het een collegebevoegdheid om daar de regels bij vast te stellen. Hoeveel woningen het precies zijn, welke criteria erbij gebruikt. Kortom, hoe het gaat werken. Ook om u in raad te brengen. Dat is wel een collegebevoegdheid, maar wij vinden het ook belangrijk dat met u te bespreken. Dat zullen we dan op die manier, net zoals dat we het nu ook hebben gedaan, ook nadere regels bijgevoegd, waarbij u kunt zien hoe het eruitziet, krijgt u dat ooit aangeboden. Als u zegt, ik heb echt enorme grote haast om beide experimenten sowieso te gaan doen, dan kunt u dat eventueel met een amendement bij dit raadsbesluit opnemen.
31
Dan zegt u, college, wij stemmen in, of wij besluiten tot het starten van een experiment. En dan benoemt u de doelgroep waarmee u dat wil. En vervolgens is het aan het college om met nadere regels te komen. En die zullen we natuurlijk met u doorspreken. Dat is hoe het werkt. Ik hoorde de ChristenUnie/SGP ook zeggen, we overwegen eventueel ook een … Kijk, ik weet niet of u dat letterlijk zei trouwens, maar ik zeg het maar even in mijn eigen woorden, misschien zeg ik het net niet goed. Of we artikel 2.1.5E, ik heb het mee opgeschreven, van de huisvestingsverordening te amenderen of misschien helemaal door te strepen. Dan hebben we met elkaar in de uitvoering een groot probleem. Dat is namelijk, omdat heel hoofdstuk 2 van de huisvestingsverordening een regionaal hoofdstuk is. In alle gemeenten hier in de woonregio, de Drechtsteden en Alblasserwaard, hebben een gelijkluidend hoofdstuk 2. En dat is ergens ook wel logisch, omdat je niet wil dat in de ene gemeente Zwijndrecht of Dordrecht of Molenlanden, of noem ze maar op, op dit punt andere regels gelden, want dan is niet duidelijk wie wel of geen urgentie heeft. Al helemaal niet voor de wooncorporatie die dat moet uitvoeren. Want zoals ik net zei, via Woonkeus worden uiteindelijk de woningen toegewezen. Als we daar verschillende artikelen hebben in de regio, dan moeten we eigenlijk opnieuw afspraken gaan maken, dan staan we stil.
Dat is feitelijk de consequentie, want dat is dan niet uitvoerbaar voor degene die het moet uitvoeren. Een andere vraag van u was, hoeveel woningen denkt u aan bij zo'n experiment? Ik zeg voorzichtig ambtelijk, binnen de gemeente Dordrecht wordt nu het getal ergens 30 à 50 genoemd, woningen. Dat zijn meer daklozen overigens. Want je hebt daklozen, en dat zijn soms ook moeders met kinderen. En dan heb je gewoon in 1 woning bijvoorbeeld 3 of 4 personen. Je moet iets anders tellen. 30 à 50. Tegelijkertijd, het voorstel zit er nog niet bij en het college is nog gaande, in afstemming met de diverse instanties en organisaties, wooncorporaties, zorginstellingen, anders die betrokken zijn bij dit vraagstuk, om te kijken wat we voor aantallen ook redelijk aankunnen. Want dat is de vraag, hoe we het wel gewoon op een gereguleerde manier kunnen doen, waarbij ook alle andere groepen die we qua voorrang en huisvesting te bedienen hebben, dat het in nette balans kan. En een nette balans bedoel ik dan procedureel. Want ik snap heel goed als je naar het vraagstuk kijkt dat het een vreselijk vraagstuk is. Ik krijg zelf wekelijks e-mails van mensen in zware problemen, zonder huis, zonder woning. Ze spreken me erop aan. En wat kunt u voor me betekenen? En ik kan je echt verzekeren, als je de mensen spreekt en als je die verhalen hoort, dan gun je dat helemaal niemand.
Des te groter de motivatie om hier hard mee aan de slag te gaan. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Het is misschien een verduidelijkende vraag hoor. En dank aan de wethouder voor de toelichting, in ieder geval, op deze punten. Het gaat mij even om inderdaad dat experiment Wonen Eerst, of in ieder geval het artikel in de huisvestingsverordening die ruimte geeft aan experimenten. Ik ben nog even in dubio wat precies de verdeling is van het college. Want het college heeft bevoegdheid om dat voor te bereiden. En dan krijgen we dat ook terug, zoals ik dat begrijp. Gaan we daar dan als een raadsvoorstel met elkaar wel over spreken, of is het meer ter info. En aan de voorkant ook lees ik in punt 3 van artikel 5.6, de raad stelt de doelgroep
32
voor een experimentenregeling vooraf vast. Maar dat klinkt nogal heel beperkt. Ik zit nog even te denken, wat kunnen we aan de voorkant meegeven aan het college? En waar komt het college dan mee? En wat kunnen we dan nog? De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, aan de voorkant meegeven? Als u zegt, ik wil erover gaan praten en dingen meegeven, dan is het de raad die over zijn eigen agenda gaat. En die kan alles aan het college meegeven wat u sowieso wil, via commissievergaderingen die u agendeert dan wel via moties die u indient. Dat zijn de reguliere instrumenten die u heeft. Weet tegelijkertijd, we hebben ooit de visie Van opvang naar wonen vastgesteld. Dat beoogt dat mensen die alleen maar een huisvestingsvraagstuk hebben niet in een opvang bijvoorbeeld bij het leger des Heils of elders terechtkomen, dan wel bijvoorbeeld in beschermd wonen, terwijl er eigenlijk helemaal geen zorgvraag is, dat die mensen gewoon een woning krijgen. Die visie Van opvang naar wonen is door uw raad vastgesteld. En er komt nu een uitvoeringsplan. Dat komt ook in de raad van de visie Van opvang naar wonen. Eigenlijk heeft u de kaders al meegegeven in de visie Van opvang naar wonen. Dat zou u niet opnieuw hoeven doen. U zou hem nog eens kunnen lezen en kijken of u het nog steeds vindt.
En tegelijk, daar gaat het college mee aan de slag en komt daar dan met een uitvoering op. En het is nou eenmaal zo hoe de regelgeving werkt, dat het college dan de beleidsregels vaststelt, maar de raad, daarom bespreken we het hier, kan er altijd richting aan meegeven. Dan wel door in de commissievergadering er aandacht voor te vragen en de wethouder bepaalde toezeggingen te laten doen, of als de betreffende wethouder dat niet tot uw zin doet het nog via een motie door de raad te laten doen. Ik denk, dat zijn de instrumenten die u heeft. En dat kan ook nog natuurlijk als het voorstel er ligt, op dat moment, want dan horen we wat u ervan vindt hoe het college dat gedaan heeft en of u het anders had gewild. De voorzitter: Tot slot, de voorzitter de heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, tot slot nog de vraag, punt 3, de raad stelt de doelgroep van experimentenregeling vooraf vast, dan verwijst u vooral naar het beleidsstuk Van opvang naar wonen, waar we dat voor een deel al hebben besproken? Dat is even de koppeling, zoals ik dat begrijp? De heer Van der Kruijff: Ja. De doelgroep zou dit in dit geval zijn daklozen zonder zorgvraag. De voorzitter: De heer Van der Kruijff vervolgt zijn betoog. Nee, de heer Van der Net. En ik zie dat daarna de heer Groenewege nog een interruptie heeft. De heer Van der Net, gaat uw gang.
De heer Van der Net: Ook eventjes weer over de experimentenregeling, voorzitter. Want bij daklozen staat er Van opvang naar wonen, informatie hierover volgt later dit jaar. Maar bij de vitale beroepsgroepen staat daar niets bij. Mijn vraag is dan ook wel richting de wethouder wanneer hij denkt inderdaad hieraan toe te komen?
33
De voorzitter: Voordat we vragen opnieuw gaan stellen die misschien nog op de lijst staan bij de wethouder om te beantwoorden, want ik kan me niet anders indenken dan dat deze ergens genoteerd is, want die heeft u zojuist in de eerste termijn gesteld. Geldt dat ook voor de heer Groenewege, dat u nog iets mist, of heeft u nog een punt ter verdieping op hetgeen wat de heer Van der Kruijff zojuist … Gaat uw gang, heer Groenewege. De heer Groenewege: De heer Van der Kruijff verwijst naar de visie Van opvang naar wonen. Maar een van de grote problemen bij dakloos is juist de mensen die niet in een opvang zitten. Hoe krijg je die aan een woning? Kan de heer Van der Kruijff erop ingaan hoe die een plek krijgen in dat experiment? Want dat mis ik nog een beetje in dit verhaal. De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: De mensen die alleen een huisvestingsvraag hebben, daarvan is het de bedoeling dat die niet in de opvang komen, maar in een huis, in een woning. De voorzitter: Met het oog op de tijd stel ik voor dat de wethouder zijn betoog vervolgt. En ik ga ook een beetje streng zijn, want we lopen best wel uit de tijd nu. Laten we de wethouder zijn betoog afronden. Als we daarna iets missen of we een verdiepingsvraag hebben, laten we die vragen dan tot het einde bewaren. Ik zie geen nee geschud. De wethouder vervolgt zijn betoog.
De heer Van der Kruijff: Voorzitter, de dialoog die ik in de commissie hoorde over de 2 of 3 procent kamerverhuur is natuurlijk een herhaling van de discussie die ook bij de uitgangspunten is geweest. Destijds heeft de raad het college meegegeven 3 procent. Dat hebben we gedaan. En ik zie dat een aantal partijen of Beter voor Dordt in dit geval met name in de herkansing wil bij de vaststelling. En dat is hun goed recht natuurlijk. Dat zien we gebeuren. Vanuit de VVD was inderdaad nog vraag naar het experiment zorg, onderwijs en ook de agenten. U noemde ook veteranen, maar die staan er niet bij genoemd. Dat was uw toevoeging. Wat dat betreft de eerste 3 komt ook in het najaar. En dat vergt ook afstemming met de betreffende partijen, bijvoorbeeld met het ziekenhuis van, welke beroepen doe je dan precies? Wij denken meer met de mensen die echt feitelijk met de handen aan het bed staan, de leraren voor de klas en bijvoorbeeld niet administratief personeel of de specialist. Om maar even een gedachte vast mee te geven. Maar dat moet wel gedefinieerd worden, anders zou het voor iedereen zijn. Mevrouw Van Vugt van het CDA refereerde er nog even aan dat we in gesprek gaan met de wooncorporaties … Nee, over de systematiek ging het met name. Daar is wel het een en ander over te zeggen. Woonkeus heeft een eigen verdeelsysteem.
En ik heb inderdaad een overleg geïnitieerd met de wooncorporaties in de regio en mijn collega-wethouders, die ook over volkshuisvesting dan wel wonen, hoe het daar soms heet, gaan, om eens met hen dat te actualiseren. En daar komt onder andere ook het punt aan de orde hoe we jongeren meer kans in het verdeelsysteem kunnen geven. En daar is loting een van de ideeën bij waar we het over gaan hebben. Maar ook dat vergt afstemming in de regio met elkaar en de wooncorporaties, en vooral de regelingen die bij Woonkeus gebeuren. Dat ga ik doen. En op het moment dat daar nieuws te vertellen
34
is, gaat u het horen. Wat betreft de 70 vierkante meter eis, ook die is door de raad meegegeven. Daar staat hij. De onderliggende reden is dat we zien dat we in Dordrecht naar verhouding veel kleine woningen hebben en wat minder grote woningen hebben, en we ook zuinig moeten zijn op de woningen die wat groter zijn en daarmee geschikt zijn voor grotere gezinnen. Niet de woningen van 70 vierkante meter of meer al te gemakkelijk allemaal moeten verkleinen tot kleinere woningen, en we daarmee niet meer voldoende grote woningen over moeten houden. Dat is de ratio erachter. Er werd gevraagd naar een hardheidsclausule. Het antwoord is, dat kan. Waar het echt een heel klein beetje scheelt, maar je denkt, als je ernaar kijkt, zou het kunnen, dan kunnen we die toepassen. Dat is een mogelijkheid, hardheidsclausule. De voorzitter: Ik had net een oproep gedaan om alles op het einde te doen. De heer Hartmeijer: Het ging specifiek over die 70 vierkante meter, even ter verheldering eigenlijk. De voorzitter: Als ik het bij u toesta, dan moet ik het bij de heer Stam ook toestaan. De heer Hartmeijer: Zal ik wachten tot straks? De voorzitter: Ik weet dat ik het uiterste van u vraag, maar u zit bij mij in het snotje. Mijnheer Van der Kruijff, gaat u verder. De heer Van der Kruijff: Even kijken.
Ik heb een aantal andere partijen nu niet genoemd, maar die zitten eigenlijk al volgens mij opgesloten in de beantwoording die ik ook op vragen van anderen heb gegeven. In ieder geval de conclusie van de SP klopt, dat we nog niet compleet zijn. Dit is een eerste stap, maar er komt nog heel veel achteraan aan verhuurverordeningen, leegstandsverordening dan wel die experimenten. We zijn onderweg, maar we zijn er nog niet. De heer Kolkiliç vroeg nog over Short Stay Facility en de mensen die daar zitten. Dat is een hele brede mix. Daar zitten een aantal instellingen, zoals het Leger des Heils en Yulius en nog een aantal andere, onder andere de vrouwenopvang. Maar er zijn ook een aantal anderen die daar gewoon wonen. Dat is een hele brede mix. Het is een doorgangshuis. Er zitten ook arbeidsmigranten. Ik heb hier het lijstje. Ex-gedetineerden, mensen in scheiding, moeders uit een geweldige, gewelddadige, is helemaal niet geweldig, gewelddadige situatie. Ook gewoon professionals en stagiaires. Ik zal maar zeggen, het zijn niet allemaal mensen waar een etiket op te plakken is van, er is wat mee? Ex-verslaafden, dakloze jongeren, studenten, het is een hele brede mix die daar met elkaar toch wel in wonderlijke harmonie samenleeft. En de vraag over illegale verkamering en of wij makkelijker inzichtelijk kunnen maken hoe dat zit, daar heb ik nog niet één, twee, drie een antwoord op.
Misschien komt die nog in de tussentijd. Dan kan ik daar in de tweede termijn nog op antwoorden. En er was een andere suggestie. En dan stop ik, voorzitter. Dat was de kamerverhuur en de discussie over Dordtse jongeren. Kijk, alles wat door wooncorporaties verdeeld wordt, daar weten we aardig om wie het gaat en er is een verdeelsysteem. Kamerverhuur is door particulieren. En dat is niet te controleren en niet te handhaven door de gemeente. En ook vanuit privacy weten we
35
helemaal niet wie aan wie een kamer verhuurt. De gemeente heeft geen inzicht of je aan een Dordtse jongere of een buitenlandse jongere of een oudere verhuurt. Daar kunnen we niet op sturen. De voorzitter: Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw inbreng? Dan dank ik de wethouder, die namens het college zijn eerste termijn heeft gedaan en beantwoording op uw vragen. Dan weet ik dat de heer Stam een vraag wilde stellen. Ik weet dat de heer Hartmeijer nog een vraag wilde stellen. Ik stel daarna ook anderen in de gelegenheid om hun vragen te stellen. Maar laten we met deze twee vragen beginnen. De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. De wethouder maakte even gewag van het feit dat hij met Woonkeus in gesprek is met zijn collega-wethouders uit de regiogemeenten. Er zit wel een causaal verband in hoe je met die schaarste om moet gaan. Er zijn ooit afspraken gemaakt met de regiogemeentes om op een x-percentage sociale huurwoningen uit te komen. Een aantal jaren hebben ze daarbij achtergelopen. Weet u inmiddels of ze die achterstand hebben ingelopen? En zo nee, creëert het niet een extra druk op onze verdeling? De voorzitter: Ik doe even een korte veegronde, maar het zijn wat losse vraagjes die we nog toestaan. En daarna doen we de tweede ronde. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Eventjes gewoon puur ter verheldering.
Is het zo dat de bewoner die een woning splitst voor zichzelf 70 vierkante meter over moet houden, of moet de woning als geheel 70 vierkante meter zijn om te splitsen? Dat is mij eventjes niet duidelijk. Dat is even hoe het precies zit. De voorzitter: Die label ik stiekem als technisch. Maar als de wethouder daar zelf een antwoord op kan geven, dan is het natuurlijk van ganser harte. De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, de wethouder ging ook in op de opvang of huisvesten, de taakstelling van statushouders. En ik vroeg me af, ook ter voorbereiding op de eventuele acties die door de VVD ondernomen gaan worden, om de statushouders uit de voorrangsregeling te halen. We hebben al een achterstand. En die kan natuurlijk niet zo blijven. Op een gegeven moment gaat de provincie ingrijpen. Weet u bij welk aantal de provincie dat gaat doen? Want de achterstand wordt ieder jaar weer een stuk groter. Maar wanneer hebben we echt een probleem en wanneer gaat de provincie ingrijpen, en wordt woningtoewijzing door de provincie gedaan in plaats van dat wij dat nog in de hand hebben? De voorzitter: Ook die zou je met alle creativiteit als technisch kunnen beschouwen. Maar ik denk dat de wethouder wel er enig inzicht op kan geven wanneer dat kritisch wordt.
Zijn er nog mensen voor de veegronde die iets gemist hebben in het betoog van de heer Van der Kruijff, die wel aan de orde is geweest in hun eigen inbreng? Want dan nemen we die nu even mee. En anders starten we zo kort nog met de tweede termijn. Maar dan geef ik de heer Van der Kruijff nu de gelegenheid om deze losse vragen nog te beantwoorden. Aldus, de heer Van der Kruijff, gaat uw gang.
36
De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Vraag van de heer Stam, hoe het staat met de taakstelling van het bouwen van allerlei woningen in de regio. Dat heb ik nu niet 1, 2, 3 paraat. Dat zou ik echt weer terug moeten zoeken. Zit ook niet in scope van de huisvestingsverordening. Op deze vraag ben ik helemaal niet getalsmatig voorbereid. Maar als u het wil weten, mag u het vragen, en dan zullen we dat technisch nog een keer beantwoorden. Wat betreft de vraag van de SP, 70 vierkante meter is de minimumeis. Daar zit een uitzondering in. Dat is als een eigenaar-bewoner, die er al een tijd woont, 5 jaar hebben we opgeschreven in de huisvestingsverordening, zijn huis wil splitsen. Dan moet zijn eigen gedeelte 70 vierkante meter blijven, en het gedeelte wat hij afsplitst, mag dan kleiner zijn, met de gedachte dat je dan ook een soort mantelzorgwoning of je zoon of dochter of een bekende naast je laat wonen. En wat betreft de achterstand op statushouders, ik heb echt geen idee of en wanneer de provincie denkt hierop te moeten gaan handhaven. Ik heb daar het afgelopen halfjaar wel een keer een gesprek gehad met iemand van de provincie die dat dan constateert. Maar die ziet ook dat breed in Nederland dit wel het geval is. Als we willen gaan ingrijpen, moeten ze dat heel breed gaan doen.
En tegelijkertijd, en dat is geen garantie, dat een provincie niet ingrijpt, begrijpen ze wel dat het in Dordrecht op het moment ook wel mede veroorzaakt wordt, omdat we heel veel herhuisvestingskandidaten hebben. Zoals u weet zijn we in DordtWest heel veel sociale huurwoningen aan het vernieuwen. En al die mensen die in de oude woningen wonen, moeten tijdelijk elders gehuisvest worden. En dat vergt heel veel plek. Die tijdelijke dip die we hebben vanwege herhuisvesting, maakt ook dat een aantal andere groepen achterloopt. De voorzitter: Dan zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van het college. Dan hebben we natuurlijk een heel traject achter de rug. Daar heb ik net bij de opening van dit debat wat inzage in gegeven. Ik proef in ieder geval aan de eerste termijn dat er draagvlak is in de commissie. Ik stel u wel in de gelegenheid om nog in een tweede termijn kort toe te lichten. Een aantal partijen, zoals de ChristenUnie/SGP, Beter voor Dordt en ook GroenLinks hebben een motie of amendement aangekondigd. Wellicht kunnen die daar nog op ingaan, wat na de beantwoording van de wethouder daar nu de status van is. En dan gaan we vervolgens met elkaar bepalen wat we hier verder mee gaan doen, met dit raadsvoorstel. Wie kan ik het woord geven? Kunt u uw vingers de lucht in doen? Dan ga ik gewoon weer hetzelfde rondje af. Dan begin ik bij de heer Stam.
De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Gewoon heel kort. Wij brengen een aantal moties in. De voorzitter: Wat zegt u? De heer Stam: Ik hou hem heel kort. Wij brengen een aantal moties in, in de raadsvergadering. De voorzitter: Waarvan akte. Dank u. De heer Roggekamp, tweede termijn. Gaat uw gang.
37
De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij zijn heel blij met de beantwoording van de vragen van het college, ook bij de technische vragen. En draagt het plan bij aan het creëren van woningen? Ja. Lost het de problemen op? Nee, zeker niet, maar het is wel een goede stap in de richting. Wij zullen hiermee instemmen. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, zoals inderdaad aangekondigd denken we na over moties en amendementen, en dan vooral gericht op echt zoveel mogelijk het fundamenteel corrigeren waar we dat nodig vinden, om te voorkomen dat we toch een route opgaan van experimenten die ook nog lang gaan duren. We hebben het ook een aantal keer hier over experimenten gehad richting, wat is het, politieagenten en leraren. Dat moet ook allemaal nog steeds gebeuren. We proberen daar niet te veel vertrouwen in te stellen, en toch echt te zoeken naar fundamentele aanpassingen. Ik snap ook dat het consequenties zou kunnen hebben dat dingen stilliggen. Maar je zou kunnen zeggen, het is wat waard om dingen te corrigeren waar dat nu nodig is. We denken er in ieder geval over na. En daarmee de aankondiging. De voorzitter: Dank, de heer De Heer. De heer Katif, BvD. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. De laatste woorden van de heer Van der Kruijff over, sommige kamers zijn in privéverhuur, om zomaar te zeggen. Daar kunnen wij geen inzicht in hebben.
En ik vraag me in alle ernst af, als we van 2 naar 3 procent gaan, hoe gaat u dat handhaven? Dat is 1. En voor Beter voor Dordt blijft het behoud van leefbare wijken, en we zullen gewoon met een amendement komen. De voorzitter: Dank. De heer Van der Net, u had iets beloofd in de eerste termijn. De heer Van der Net: Had ik wat beloofd? Kijk, wat dat betreft denk ik, ik kijk natuurlijk weer naar de heer Uysal, maar ook wel naar de wethouder. Kijk, die systematiek van verdeling bij Woonkeus, daar wil ik in ieder geval wel wat meer inzicht in hebben om te kijken of dat inderdaad wat meer inzicht geeft van hoe dat dan gebeurt. Ik wil niet allerlei regels weer creëren op dat punt. Maar ik vind het wel van belang om te kijken, op welke manier gebeurt nu die verdeling uiteindelijk? De voorzitter: Even in alle scherpte, is dat een vraag aan het college? De heer Van der Net: Dat is een opmerking richting de heer Uysal over een oplossing, maar ook een vraag aan het college, voorzitter. En dan daarnaast ook overwegen wij nog een motie met betrekking tot wat er waarschijnlijk te gebeuren staat in Den Haag met betrekking tot statushouders en de voorrang, dat die geschrapt wordt, verplicht, om te kijken of het college al kan gaan kijken hoe we dat dan gaan oplossen.
En wij overwegen eventueel nog een amendement op het voorstel, om te kijken bij de experimentenregeling om daar ook militaire veteranen in te zetten. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank, de heer Van der Net. Mevrouw Van Vugt, namens het CDA.
38
Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Op dit moment, het CDA is geen moties of amendementen van plan. Ik heb wel veel dingen gehoord hier. Wij gaan ook alles wat op dit punt binnenkomt goed lezen, doornemen en daarin meedenken. De voorzitter: De heer Uysal, GroenLinks. De heer Uysal: Voorzitter, ik begon mijn bijdrage meteen door in te gaan op de politieke vragen, maar ik wil van deze gelegenheid toch nog gebruik maken om mijn waardering uit te spreken aan de wethouder, maar ook de ambtelijke organisatie voor de inzet. Want het is inderdaad, wat nu voorligt, een goede weerspiegeling van wat we destijds hebben besproken, hebben meegegeven in de Uitgangspuntennotitie. In de kern kunnen wij de huisvestingsverordening steunen. En met betrekking tot onze opmerking ook over de eis van 70 vierkante meter. Ik snap de reactie van de wethouder. Ik snap de afwegingen die gemaakt worden. Maar we gaan daar nog ook in de fractie even ons over beraden, om te kijken hoe we toch mensen kunnen aanmoedigen om hier werk van te maken. Want als dat zo heel strikt staat ook in de huisvestingsverordening, daar krijgen wij zelf ook signalen van dat dit gewoon ontmoedigend werkt voor mensen. Dat ze dan ook zoiets hebben van, maar dan beginnen we er al helemaal niet meer aan. En ik weet niet in hoeverre die hardheidsclausule daar nog een effectieve rol in kan spelen.
We gaan daar even kijken om dat op een goede manier te verwerken. Dat kan leiden tot een motie of een amendement. En aan de andere kant, als reactie op de vraag van de heer Van der Net, wij zijn uiteraard bereid om verder te kijken naar de toewijzing van woningen die door Woonkeus en corporaties gedaan wordt. Ik heb daar zelf ook niet volledig inzicht in, maar we kunnen daar dieper op in duiken en kijken waar nog een effectieve rol voor de gemeente is weggelegd, ja of de nee. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: De heer Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Niet meer over de politieke vraag, maar wel even reflecterend op de aangekondigde motie van de VVD over veteranen. In het raadsvoorstel staat een experiment aangekondigd om voorrangsregels op te stellen om vitale beroepsgroepen voorrang te geven in de zorg, het onderwijs en de politie. Dat voelt extreem arbitrair, zeker als je er nog militaire veteranen aan toe gaat voegen, die dan ook kennelijk een vitale beroepsgroep zouden zijn. Waarom zou je niet loodgieters aanmerken als vitale beroepsgroep? Is toch best belangrijk als je een lekkage hebt in je huis dat die wordt opgelost. Waarom niet vuilnismannen? Is toch best belangrijk dat de straten niet volstromen met vuil? Waarom niet elektriciens? Is toch best belangrijk als je geen stroom meer hebt, dat de elektricien langskomt om het te fiksen.
Waarom niet brandweermannen? Is toch best belangrijk dat je huis niet affikt. Dat soort dingen. Je kan die lijst zo lang maken als je wil. Volgens mij is de lijst met vitale beroepsgroepen oneindig lang, in potentie. Dat experiment, wat ons betreft, wat daar de zin van is, dat vragen we ons sterk af. Daar overwegen we een motie. De voorzitter: In die zin van. De heer Van der Net, wilde u daarop reageren? De heer Van der Net: Kijk, het belachelijk maken van een dergelijk voorstel is natuurlijk makkelijk, voorzitter. Maar goed, ik neem kennis, zonder woorden. En ik ga gewoon dat doen wat wij willen.
39
De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Tot slot, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Als ik mag reageren? Als een voorstel zo makkelijk belachelijk te maken is, is het misschien een slecht voorstel. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, wij zaten inderdaad, in navolging van GroenLinks, ook even een beetje met die 70 vierkante meter. Aan de ene kant snap ik dat je niet alle woningen wil splitsen naar 40 of 50 vierkante meter, want je wil ook natuurlijk nog gezinswoningen overhouden. Aan de andere kant denk ik ook niet dat iedereen zomaar even zijn woning gaat splitsen. Wij zitten inderdaad, net als GroenLinks, ook daar nog een beetje mee te stoeien. Ik zie wel dat er een motie vorig jaar ook al over is ingediend, maar dan moet ik eventjes kijken, van het CDA, wat die precies behelst. Want anders heeft het geen zin om daar nog eens een keer een motie over in te dienen. Maar voor de rest kan ik me wel vinden in de woorden van de heer Uysal. De voorzitter: Kolkiliç niet. Gaat uw gang. De heer Damen: Voorzitter, wij willen graag bij de experimenten aandacht vragen voor twee groepen. Dat zijn de mensen die nu korter dan zes maanden in een opvanginstelling zitten. De Dordtse Adviesraad Sociaal heeft gezegd, verkort die termijn naar drie maanden. Dat zou een optie zijn om een experiment aan te wijden.