CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2025.05.20 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 27 mei en 5 juni 2025 en de Dordtse Dinsdag van 13 mei, 20 mei, 3 juni en 10 juni 2025 Vergaderzalen 1, 3, en 529.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 20 MEI 2025 Vergaderzaal 1 1. Werkbezoek Biesboschcentrum 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Net (VVD) Portefeuillehouders: burgemeester P. van der Velden, wethouder W. van der Kruijff De voorzitter: Beste mensen, het is 19.00 uur. Welkom bij het vragenhalfuurtje van dinsdag 20 mei. Met vandaag vragen over vier onderwerpen. En ik start gelijk met het eerste onderwerp. En dat gaat over de portier bij het Leger des Heils. Zowel Beter voor Dordt als de VVD hebben hier vragen over gesteld. En naar wat ik begreep gaat de heer Katif een korte inleiding doen, zijn vragen stellen en volgen daarop de vragen van de heer Van der Net. Als eerste de heer Katif. Gaat uw gang. De heer Katif: Goed gezien, voorzitter. Dank u wel. Via het Bewonersplatform KromhoutKasperspad zijn we geïnformeerd over het plotselinge schrappen van de inzet overdag van de portierfunctie bij het Leger des Heils. Dit is gebeurd zonder overleg met de bewoners, voorzitter.

Terwijl wethouder Merx in de commissiebehandeling van het raadsvoorstel Vervolgaanpak Kromhout-Kasperspad op 11 februari 2025 herhaaldelijk benadrukt heeft dat hij intensief met de bewoners zou optrekken. Na forse onrust is gelukkig besloten om de maatregelen tijdelijk terug te draaien tot 1 juni. Wat er na 1 juni gebeurt, is onzeker, terwijl bewoners juist behoefte hebben aan structurele duidelijkheid en betrokkenheid. Naar aanleiding hiervan, voorzitter, heeft Beter voor Dordt de volgende vragen. Deelt het college de mening dat de wijzigingen in toezicht bij het Leger des Heils altijd vooraf met de gemeente en omwonenden afgestemd moet worden? Wat doet het college om ervoor te zorgen dat er voor 1 juni duidelijkheid komt over vervolg, en dat bewoners daarbij actief worden betrokken? En de laatste vraag, voorzitter, is het college bereid structureel met het Leger des Heils afspraken te maken over zeggenschap en afstemming met de buurt bij toekomstige wijzigingen? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Net, vervolgvragen. De heer Van der Net: Pak ik gelijk even op. En ik verwijs, voorzitter, naar de subsidiebeschikking. En onder de kop, wat doet u voor deze subsidie, staat, u spant zich

1

in voor een goede relatie met omwonenden in de buurt Kromhout-Kasperspad. Daarvoor betrekt u in ieder geval de leden van het Bewonersplatform structureel en tijdig bij de ontwikkeling en plannen. En spant u zich binnen uw mogelijkheden in om de overlast in de buurt te verminderen en te beperken. En mijn vraag is eigenlijk gericht op deze beschikking. In hoeverre is deze handelswijze volgens u een overtreding van de hierboven vermelde bepaling in de subsidiebeschikking met het Leger des Heils? Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar een reactie vanuit het college. En dat doet de heer Merx? Nee, de heer Van der Kruijff. Heer van der Kruijff, gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dank u wel. De eerste vraag, of wij de mening delen dat de wijzigingen in toezicht bij het Leger des Heils altijd vooraf met gemeente en omwonenden afgestemd moeten worden, is het antwoord ja. Dat vindt het Leger des Heils overigens zelf ook. Want voordat ik al een vraag kon stellen of ook voordat uw vragen binnenkwamen, kreeg ik al berichten binnen van de regiodirecteur van het Leger des Heils van, dit is niet helemaal goed gegaan. En dat had een zorgvuldiger proces moeten zijn. Ze steken de hand ook wel in eigen boezem, dat het beter had gemoeten. Daar zijn we het allemaal over eens.

Wat doet het college, dat is de tweede vraag, om ervoor te zorgen dat er voor 1 juni duidelijkheid komt? Daar hebben we niet zo heel veel voor hoeven doen. Want ook het Leger des Heils gaf toen meteen aan, en dat vertrouwen moeten we weer terugwinnen en herstellen. En daarom zullen ze komende week ook een bijeenkomst met de Beheergroep inplannen. De exacte datum is nog niet bekend, maar meest waarschijnlijk begrijp ik maandag de 26 e of dinsdag de 27e. En tijdens dat overleg zal het Leger des Heils met de buurt de inzet van de poortdiensten, zoals zij het noemen, de beveiliger, afstemmen. Waarbij overigens het wel zo is, als het over bedrijfsvoering gaat en hoeveel uren en hoeveel geld ze daar hebben, dat wel aan het leger des Heils is. Je kan geen voorschot geven op de uitkomst of hoeveel uren dat kan zijn. Dat zou zomaar minder kunnen zijn. Maar ze moeten het in afstemming doen. En dat gaan ze doen. En dat gaat bijvoorbeeld ook over tijdsblokken. Wanneer doe je het dan of hoe doe je dat of per wanneer doe je dat goed? Dat gesprek gaat plaatsvinden. We zullen zien waar die afstemming toe leidt. Dat is aan het Leger des Heils, samen met de omwonenden. De derde vraag, is het college bereid structureel afspraken te maken over zeggenschap en afstemming met de buurt? De noodzaak voor die afspraken is niet zo, want we zijn het er toch over eens dat dat moet gebeuren.

Het Leger des Heils beaamt dat ook. Zwart-op-wit gaat dat niet beet te maken, maar dan gaat het wel bewust over afstemming. Zeggenschap gaat verder. Het is niet zo dat anderen zeggenschap uiteindelijk hebben. Het gebeurt in afstemming. En natuurlijk als we als gemeente nadrukkelijk opvatting zouden hebben of als omwonenden hebben, zal het Leger des Heils dat meewegen. En als we het niet eens zijn, dan zal dat vast ook weer tot een vervolggesprek leiden. Maar de uiteindelijke zeggenschap ligt wel bij het Leger des Heils zelf. En dan de laatste vraag die de heer Van der Net stelde over de subsidiebeschikking. Ik denk als u alle andere antwoorden net gehoord hebt, dat we het gewoon met zijn allen eens zijn dat het Leger des Heils, en dat vinden we als gemeente, dat vindt het Leger des Heils zelf ook, ze hebben wel wat berichten gegeven hoor. En hier en daar een vooraankondiging ook aan een voorzitter van het Bewonersplatform. Maar dat is

2

natuurlijk niet voldoende. En dat zien ze zelf ook. Is dat een overtreding? Dat vind ik dan wel een groot woord. Ik vind als iemand een fout heeft gemaakt en dat zelf ruiterlijk toegeeft en zegt, we gaan het proberen te herstellen, dat ze dat netjes oplossen. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij voldoende antwoorden op uw vragen. En dan ga ik daarmee, denk ik, naar de volgende vraag. En die gaat over het op schermen mee kunnen kijken naar voetbal op terrassen. En die komt van de VVD. En de heer Den Heijer gaat hem kort toelichten. Gaat uw gang. De heer Den Heijer: Dank u wel, voorzitter. FC Dordrecht beleeft gewoon een historisch seizoen. Dat zal niemand ontgaan zijn. En speelt morgen de halve finale van de play-offs thuis. En we zouden graag zien dat de Dordtenaren de wedstrijden kunnen volgen op tvschermen op de terrassen. Het is goed voor de gezelligheid, ondernemers en iedereen die natuurlijk onze lokale FC een warm hart toedraagt. En daarom stelt de fractie van de Dordtse VVD de volgende vraag aan het college. Is het college bereid om ruimhartig mee te werken aan het faciliteren van tv-schermen op terrassen tijdens halve en eventuele finalewedstrijden van FC Dordrecht? Zijn er inmiddels ook meer mogelijkheden dan toen we dit punt ook maakten tijdens het EK? Destijds is er ook een optie geweest voor vergunningvrije verlening.

Aangezien de finale pas volgende week wordt gespeeld en er ook meer voorbereidingstijd is dan destijds. En drie, kan het college proactief communiceren met de horecaondernemers over de mogelijkheden en voorwaarden, zodat zij tijdig kunnen inspelen op deze toch unieke kans voor de stad? De voorzitter: Volgens mij een vraag die voor beantwoording richting onze burgemeester gaat, als portefeuillehouder. De heer Van der Velden: Volgens de Nadere regels terrassen gemeente Dordrecht is het plaatsen van de beeldschermen op terrassen normaal gesproken niet toegestaan. Dit uit het oogpunt van voorkomen van overlast en in het belang van openbare orde en veiligheid. Het college is, gelet op de bijzondere prestaties van FC Dordrecht, in dit specifieke geval echt bereid om mee te werken aan het faciliteren van tv-schermen op terrassen tijdens de halve en eventueel, en laten we dat hopen, finalewedstrijden van FC Dordrecht. Daarom zullen we toestemming geven om de wedstrijden te tonen op de beeldschermen op terrassen die ook een geldige terrasvergunning hebben. Daar worden een aantal voorwaarden aan gesteld, die we zullen communiceren uiteraard met de horecabranche. Zijn er inmiddels meer mogelijkheden? De mogelijkheden onder de huidige regelgeving, want daar hebben we mee van doen, zijn hetzelfde als tijdens het EK van 2024.

Normaal gesproken, zoals bij de beantwoording van vraag één, niet toegestaan. Maar we willen hier een uitzondering op maken door dit tijdens de resterende nacompetitiewedstrijden van FC Dordrecht wel toe te staan, onder de voorwaarden. En vraag drie, kan het college proactief communiceren met de horecaondernemers, et cetera? Wij zullen dat gaan doen. Dat zullen we ook op korte termijn uiteraard doen. En daarbij ga ik gewoon uit dat de horecaondernemers ook hun verantwoordelijkheid tonen, om te zorgen dat alles op plezierige banen geleid gaat worden. En laten we, wat mij betreft, hopen dat we voor FC Dordrecht kunnen juichen. Het is toch mooi om, net als zaterdag, hen in beeld te zien, de prestaties te zien. En ik vind dat we daar ook op een

3

goede wijze aan mee moeten werken. De stad en haar inwoners moeten dat kunnen beleven. En daar heb ik, en met mij ook de collega-wethouders, zeker vertrouwen in. De voorzitter: Dank u wel. Toch nog een korte vervolgvraag? Ga uw gang. De heer Den Heijer: Ik wil de burgemeester danken voor deze beantwoording, namens het college. Ik had één punt waar ik toch enige zekerheid dan op wil vragen. Dat is dat aspect dat het tijdens het EK mogelijk was om dat ook vergunningvrij te doen, omdat er nogal wat bij komt kijken. Het is een kort tijdsbestek. Is dat ook nu dan de lijn, zoals u dat zojuist gesteld heeft? De heer Van der Velden: Wat mij betreft gaan we er snel, flexibel en creatief mee om. Als we dat nu gaan inrichten met een aantal voorwaarden, dan gaat dat niet lukken natuurlijk. Dat weten we. Het directief is slagvaardig, creatief en met begrip dat te handelen met elkaar. Het is wel goed even dat deze vraag gesteld wordt, zodat ik dat ook nog even terug kan leggen bij de mensen die daarmee verantwoord zijn. De voorzitter: Lijkt me voldoende zo. Dank je wel. Gaan we naar de volgende vraag. En die komt van GroenLinks. En die gaat over de mogelijkheden tot landen van de traumahelikopter. Mijnheer Bootsman, u kunt de vraag toelichten. De heer Bootsman: Jazeker. Dank, voorzitter. GroenLinks Dordrecht is benaderd door een arts, verbonden aan de traumahelikopter.

Onlangs heeft zich een situatie voorgedaan, waarbij geprobeerd werd te landen op het Otto Dickeplein. Ter plaatse bleek dit niet mogelijk, vanwege de aanwezigheid van het Bewegend Bos. De helikopterbemanning was hier vooraf niet van op de hoogte, wat leidde tot een substantiële vertraging in een medische noodsituatie. Naar aanleiding van deze situatie de volgende vragen. Is het college het met GroenLinks eens dat een goede bereikbaarheid van het centrum door de traumahelikopter van essentieel belang is voor de veiligheid van onze inwoners in acute medische nood? Is het college bereid om structureel te communiceren met de traumahelikopterdienst over, tussen twee haakjes dan, tijdelijke obstakels, zoals het Bewegend Bos of bijvoorbeeld evenementen op het Statenplein, die de landingsmogelijkheden in het centrum kunnen beïnvloeden? En is het college bereid in overleg te treden met de traumahelikopter en eventueel andere relevante partijen om te waarborgen dat de vergroening en evenementen, die natuurlijk heel belangrijk zijn, maar dat dat niet ten koste gaat van voldoende veilige en toegankelijke landingslocaties voor de traumahelikopter? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. En ik begreep dat we voor de beantwoording naar de heer Van der Velden ook gaan?

De heer Van der Velden: Laat ik even vooropstellen, buitengewoon belangrijke vragen uiteraard. Maar gezien de korte beschikbare tijd vandaag en het ontbreken van de specifieke datum in de vraag over de traumahelikopter kan niet nagekeken worden nu wat er precies gebeurd is. Vandaar dat ik een antwoord wat in algemene zin geef. Mocht ik in de precisering meer weten, dan zal ik u dat ook separaat laten weten. Het college is het uiteraard eens dat er een goede bereikbaarheid moet zijn van het stadscentrum, en

4

uiteraard voor alle locaties op het grondgebied van onze gemeente, met als doel adequaat en snel hulp te kunnen verlenen. Dan vraag twee, het structureel communiceren. In samenwerking met onze hulpdiensten worden dergelijke meldingen en vergunningen van tijdelijke obstakels, maar bijvoorbeeld ook van meldingen en vergunningen van evenementen, proactief gecommuniceerd met hulpdiensten. Dit wordt zowel proactief aan de voorkant als reactief achteraf in raadpleegbare systemen met alle hulpdiensten gedeeld. Op deze manier proberen we de geschetste situatie te voorkomen. Maar goed is om op te merken dat bij de aanwezigheid, wanneer een traumahelikopter ingezet wordt, ook altijd assistentie en begeleiding van de politie op de grond aanwezig is. En die dan bij een landing bij een noodsituatie de trauma-arts desnoods met een hulpverleningsvoertuig kan vervoeren, et cetera. Dan uw vraag drie, willen we in overleg treden? Uiteraard willen we in overleg treden. In de praktijk is het wel zo dat een traumahelikopter vaak weinig ruimte nodig heeft om te landen, en biedt onze stad toch voldoende mogelijkheden om te kunnen landen. Wel is het goed te beseffen dat dergelijke open plaatsen gelegenheid bieden voor hulpdiensten om te landen, op te stellen en daar ook te verzamelen. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dat was de beantwoording. Ik dacht, u gaat uw blaadje omdraaien.

Er komt nog wat. Sorry. Mijnheer Bootsman, voldoende beantwoord denk ik ook? Prima. Dan gaan we naar de laatste vraag. En de laatste vraag gaat over de situatie in Gaza. En die komt van GroenLinks. En mijnheer Burakçin gaat hem toelichten. De heer Burakçin: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, onlangs sprak onze burgemeester zich in de media uit over het aanhoudende geweld in Gaza. Hij gaf daarbij aan met afschuw te kijken naar het geweld, en riep iedereen die invloed heeft op om zich in te spannen voor een einde aan het bloedvergieten. Tegelijkertijd zien we in onze stad, net als overigens in de rest van Nederland, een groeiend maatschappelijk geluid hierover. Meer dan 100 duizend mensen kwamen onlangs in Den Haag bijeen, om te demonstreren tegen het geweld in Gaza en tegen de opstelling van het kabinet ten aanzien van de oorlogsmisdrijven die Israël pleegt. Voorzitter, in het licht hiervan de volgende vragen.

Hoe kijkt het college aan tegen de recente massale demonstratie en het brede maatschappelijke geluid dat oproept tot een duidelijker standpunt van de Nederlandse overheid, inzake het geweld in Gaza? De tweede vraag, voorzitter, is het college bereid om namens de gemeente Dordrecht het kabinet op te roepen om actief diplomatieke druk uit te oefenen op Israël, om het internationaal recht te respecteren en om een einde te maken aan de verwoesting van Gaza en de uithongering van de Palestijnse bevolking? De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de heer Van der Velden. Mijnheer Van der Velden. De heer Van der Velden: Het is goed om op te merken dat ik door een journalist, naar aanleiding van de gedachtewisseling in Amsterdam en in andere delen, gevraagd ben naar de opinie, zoals meerdere collega-burgemeesters. In die zin heb ik geantwoord dat ik geweld afkeur en met afschuw ernaar kijk, zoals ik dat ook zie in landen als Soedan, Somalië. En dat ik vooral een oproep doe aan mensen die daar een betekenis hebben, doe er alles aan om dat te voorkomen. Dat heb ik gezegd. En we hebben daar ook met de raad niet over gesproken. Het is niet aan mij om daar opvattingen dan verder over te geven, zoals ik gedaan heb. Het is goed om je mening te laten horen. En ik realiseer mij dat wij in een land leven waar men in vrijheid kan zeggen wat men wil zeggen. En dat is

5

helaas niet in allerlei landen het geval. We hebben als college hier ook niet over gesproken. Geen standpunt over ingenomen. Ik heb overigens ook niet de illusie dat mijn persoonlijke mening tot een staakt-het-vuren in Israël en Gaza zal leiden tot een opvat tot vrede, zoals ook niet in andere delen van de wereld. Maar nogmaals, ik verafschuw geweld in alle vormen, waar dan ook ter wereld. Is het college bereid om namens de gemeente Dordrecht het kabinet op te roepen, et cetera? We hebben daar in het college ook niet met elkaar over gesproken. En ik weet dat in de lokale politiek men zeer verschillend denkt, waar spreekt men zich over uit en wat niet? En het is als de raad daar een opvatting over heeft, kan men dat te berde brengen aan het college. En dan is het aan het college. Ik denk wel dat het altijd, als je dat wil, dan moet er sprake zijn ook van een breed gedragen boodschap, lijkt mij. En dat is aan de raad. De voorzitter: Dank u wel. De heer Burakçin: Voorzitter. Allereerst dank, burgemeester, voor de beantwoording. Als ik het goed begrijp, wilt u hier eigenlijk een raadsuitspraak over. Wij hebben in ieder geval een motie in voorbereiding om dat dan te bewerkstelligen. Dan kunnen we het daarover hebben. De voorzitter: Volgens mij is hier geen nieuwe vraag. En denk ik sluiten we dit vragenhalfuurtje af en wens ik u allen een goede vergaderavond. 3.

Vaststellen huisvestingsverordening 2025 – Raadsvoorstel Wordt gezamenlijk behandeld met agendapunt 4 4. Beantwoording Artikel 40-vragen RvO over woonruimteverdeling en voorrangsregeling Voorzitter: De heer Den Heijer Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Stam (Fractie Stam) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Uysal (GroenLinks) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Portefeuillehouder: wethouder W. van der Kruijff

6

De voorzitter: Dat is waar. Ook voor alle kijkers thuis, we gaan alvast beginnen. Welkom raads- en commissieleden en wethouder Wim van der Kruijff, namens het college, ambtelijke ondersteuning. De heer Weber zal ook ergens in de zaal aanwezig zijn. Alle kijkers thuis, en alle andere geïnteresseerden. Ook de inspreker die afgelopen week ons een indringend verhaal mee heeft gegeven. Daar hebben we afgelopen week op kunnen kauwen, en vandaag gaan we een stap verder zetten. Gaan we de oordeelsvormende fase in. Dat betekent dat we het raadsvoorstel oordeelsvormend met elkaar gaan bespreken, de huisvestingsverordening. En ik neem u en de kijkers ook even mee in het resultaat van de huisvestingsverordening. Een langdurig voorbereidingstraject. Is opgesteld op basis van de uitgangspunten die wij als gemeenteraad op 18 juni 2024 hebben vastgesteld, door de herziening van de verordening. Er is een hele waslijst aan moties en amendementen ingediend, die dezelfde dag zijn aangenomen. En waar u ook in de stukken kunt zien wat het college daarmee heeft gedaan. Verschillende fracties hebben technische vragen gesteld. Voor zover de gemeente over de benodigde informatie beschikt, zijn deze allemaal beantwoord. Althans, dat staat hier in mijn stukken. Daar zult u vanavond een pleit over beslechten. En vorige week hebben we de verordening al beeldvormend met elkaar besproken.

Op een aantal punten is toen toegezegd om daar schriftelijk op terug te komen. En ook die antwoorden heeft u inmiddels ontvangen. Voordat we verdergaan met deze hele riedel, vraag ik iedereen om zich even kort voor te stellen. Ik zou in ieder geval aan, voor uw beeld, de rechterzijde beginnen met de commissiegriffier. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA. De heer Van der Net: John van der Net, Dordtse VVD. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Stam: Marco Stam, Fractie Stam. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, wethouder.

7

De voorzitter: En mijn naam is Rolin den Heijer. En ik ben vandaag de voorzitter, die u vanavond ook bij aanvang van de discussie gaat vragen om zich een beetje terughoudend op te stellen op de discussie die we eerder ook bij de uitgangspunten hebben gevoerd. Die zijn inmiddels vastgesteld. En we hebben ons dan ook te richten op de thema's die bij de beeldvormende bespreking naar voren kwamen, en de onderliggende politieke vragen. Ik zie u allemaal heel ernstig kijken. We hebben daar een onderverdeling gemaakt in drie blokjes. Dat raakt aan de wooncrisis. Daar heeft GroenLinks twee politieke vragen gesteld en BvD. Dan hebben we het over de ruimteverdeling. Daar heeft de VVD twee vragen over gesteld. En de dakloosheid. Daar zitten GroenLinks en de ChristenUnie/SGP. En als het goed is, heeft u ook in uw stukken die politieke vragen. En als u wenst dat ik ze allemaal voor gaat zitten lezen hier, dan moet u het vooral niet laten weten. Dan is mijn vraag nu, welke politieke partijen wensen het woord te voeren over dit onderwerp? Dan stel ik voor dat we gewoon aan de, voor uw kant, linkerzijde … Geven we mevrouw Striebeck het woord. Mevrouw Striebeck: Dank u wel. De VSP Dordrecht is van mening dat de huidige huisvestingsverordening 2025 te veel gericht is op regulering en te weinig bijdraagt aan echte oplossingen voor de wooncrisis.

Er is dringend behoefte aan meer bouw, met de focus op betaalbare, levensloopbestendige woningen. De bestaande regels sluiten onvoldoende aan op de veranderde woonbehoefte van ouderen, starters en kleine huishoudens. Wij missen een duidelijke visie op wonen voor ouderen in het voorstel. Daarom roepen wij het college op om explicieter in beeld te brengen wat ze kunnen doen voor de groeiende doelgroep, en concrete prestatieafspraken te maken met woningbouwcorporaties. Daarnaast pleiten wij voor meer gemeentelijke regie op de urgentietoewijzing. Dit mag niet alleen bij de woningcorporaties liggen. We pleiten ook ervoor dat iedere gemeente zijn eigen verantwoordelijkheid neemt, met wat betreft urgentie toekennen voor de eigen inwoners. Urgentie voor daklozen uit Dordrecht eerst. De verordening biedt onvoldoende concrete oplossingen voor het voorkomen van dakloosheid. Het vraagt om een mensgerichte aanpak en doorstroming, en maatwerk, niet alleen om regels. Wat betreft statushouders is herbezinning binnen de regio noodzakelijk, zeker gezien de hoge woningdruk. Ook de regio moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Een mooie opdracht voor de wethouder om dit te stimuleren. Het draagvlak in de stad moet vooropstaan. Laten we samenwerken aan een toekomstbestendig woonbeleid. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Striebeck.

Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Van Vugt, van het CDA. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de VSP inderdaad. Ik vroeg me even af, hoe ziet u het voor u om in de huisvestingsverordening de wooncrisis gedeeltelijk op te lossen? De voorzitter: Mevrouw Striebeck, gaat uw gang. Mevrouw Striebeck: Excuus. Dat is in de huisvestingsverordening misschien niet op te lossen, maar het moet wel genoemd worden.

8

De voorzitter: Mijnheer Uysal, GroenLinks. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Ook een vraag vanuit GroenLinks aan de VSP. Ik hoorde de VSP zeggen dat de gemeente meer grip moet krijgen op de toewijzing van urgente doelgroepen. Dat wordt nu gedaan door corporaties. Maar hoe ziet de VSP dat dan gebeuren? Hoe gaan we dat anders organiseren dan dat we dat al jarenlang doen op deze manier? De voorzitter: Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Wat de VSP betreft moet er meer inzicht komen door de gemeente in het toewijzingssysteem. Nu gaat het alleen via de corporaties. En het zou mooi zijn als de gemeente daar ook in mee kon kijken. De voorzitter: Dan is volgens mij uw inbreng beëindigd. De heer De Heer wilde volgens mij het woord voeren. Volgens mij bent u de eerstvolgende in de rij. Gaat uw gang. De heer De Heer: Dank u wel. Voorzitter, laat ik beginnen met het onderwerp in de verordening waar onze fractie momenteel het meest alert op is, het voorkomen van daken thuisloosheid. Nederland heeft een ambitie, in 2030 iedereen een thuis. En dat is echt een hele grote ambitie. En dat vraagt ook van ons als gemeente Dordrecht om met ambitie aan te sluiten. En de vraag is, is deze verordening ambitieus genoeg? Laat ik positief beginnen, de verordening zet een aantal belangrijke stappen. Aanpassing in de regiobinding, die vinden we uitstekend.

Ook het vervallen van de eis dat iemand voorafgaand aan het verblijf in een instelling moet hebben beschikt over een zelfstandige woning, dat vinden we goed en juichen we ook toe. Maar zoals eerder bij de uitgangspunten ook wel besproken, er is een groep die niet … De heer Damen: Voorzitter, mag ik daarover wat vragen? De voorzitter: Ja. U zat helemaal in mijn blinde hoek. Excuus. De heer Damen: Ik ben zo nieuwsgierig waarom het goed wordt gevonden door de spreker dat iemand over een eigen woning moet hebben beschikt, voordat hij als voorwaarde voor het in aanmerking komen van voorrang? Er zijn een heleboel mensen die door omstandigheden daar niet in slagen, of niet aan die voorwaarden kunnen voldoen. Met name de groep mensen die dakloos is geworden, een tijdje terug, uit een relatie en geprobeerd te hebben zelfstandige woonruimte te vinden, dan van kennis naar kennis zijn getrokken, en daarbij hun kennissenkring langzaam hebben uitgewoond. De heer De Heer: Voorzitter, misschien kan ik het … De heer Damen: En die mensen komen nu niet voor voorrang in aanmerking, terwijl ze juist zelf een poging hebben gedaan om een oplossing te vinden. De voorzitter: Wellicht leidt het antwoord van de heer De Heer tot enige bevrediging. De heer De Heer.

9

De heer De Heer: Voorzitter, ik denk dat we elkaar net even verkeerd begrijpen. Want ik ben het helemaal met u eens, via de voorzitter. Dat is ook absoluut ons betoog. Wat ik hier zei, het vervallen van de eis dat iemand voorafgaand aan een verblijf in een instelling moet hebben beschikt over een zelfstandige woning, dat juicht onze fractie toe. Het vervallen van die eis, de aanpassing in deze verordening, daar zijn wij positief over. Dank u voor het uitgebreide betoog. Maar u vindt ons aan uw zijde. De voorzitter: U vervolgt uw betoog. De heer De Heer: Zoals eerder bij de uitgangspunten besproken … De voorzitter: Ik ga u toch onderbroken. Mijnheer Stam, zit er met een vinger. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor u net praten over, er moet regiobinding zijn. Staat ook in de verordening. Hoe kijkt u naar de rol van de regiogemeenten? Want kijk, ook wij dragen wel een warm hart toe aan daklozen, zonder dat ze een eigen woning moeten hebben gehad. Huisvesten, prima. Maar hoe ziet u die aanzuigende werking als je regiobinding maakt? En er zijn nog wel wat andere problemen, waardoor heel veel mensen naar Dordrecht komen. En dan maken we volgens mij het huisvestingsvraagstuk nog vele malen groter. Hoe kijkt u dan naar Dordtse verbondenheid ten opzichte van de regio en de activiteiten die onze regiogemeenten ook ontplooien? De voorzitter: De heer De Heer.

De heer De Heer: Voorzitter, een hele begrijpelijke en ook terechte vraag. We zijn een regiogemeente. Dat geeft ons ook een andere rol in de regio. We zijn een grotere gemeente. We krijgen ook meer middelen om meer te doen. Dat geeft ook een bepaalde verantwoordelijkheid om in te vullen. Dat neemt niet weg dat onze fractie vindt dat andere gemeenten in onze regio ook een verantwoordelijkheid hebben. En daar hebben we ons volgens mij als raad ook meerdere malen, op verschillende onderwerpen weleens over uitgesproken, dat we vinden dat dat soms wel wat steviger mag. Dat hebben we volgens mij op verschillende momenten ook van onze wethouder gehoord. We zijn het er helemaal mee eens dat we echt een verantwoordelijkheid hebben om te pakken, maar dat dat niet de verantwoordelijkheid bij andere gemeenten wegneemt. En dat inderdaad zo'n aanzuigende werking in de gaten gehouden moet worden. Want inderdaad, je wil daarmee voorkomen dat het allemaal op het bord van Dordrecht komt te liggen. Zoals eerder bij de uitgangspunten besproken, er is een groep die niet in een instelling hoort, wel dakloos is of dreigt te worden. En dat gaat heel technisch over dat artikel 2.1.5E. En daar hebben we best wel een probleem mee. Deze groep slaapt bij mensen op de bank, in een garagebox, in een caravan of erger. Het werd net al genoemd.

Maar zien we dan toch bij deze verordening haakjes die perspectief geven? We zien een artikel in deze verordening over experimenten, zoals dat experiment Wonen Eerst, waarbij deze doelgroep mogelijk wat nieuwe ruimte krijgt. Het feit is alleen dat we het daar hier nog niet over hebben. Het experiment is nog niet uitgewerkt. De doelgroep is nog niet door de raad vastgesteld. De hoeveelheid plekken die hiermee vrijkomen, is onbekend. We

10

zien momenteel dit nog niet als een duurzame oplossing voor een groep die nu perspectief zoekt. En onze fractie hoopt op verbetering voor de toekomst voor deze doelgroep. Maar hoop is geen strategie, zou ik willen zeggen. En vandaar dat we nadenken over moties en amendementen om deze verordening te verbeteren. Denk misschien wel toch rigoureus aan het schrappen van dat artikel, of een aanpassing in de beleidsregel, middels een motie. Of meer kaders meegeven aan het college voor het nog te ontwikkelen experiment. 2 vragen aan de wethouder nu. Op hoeveel woningen verwacht de wethouder dat het experiment Wonen Eerst van toepassing zal zijn? En de tweede vraag, hoe krijgt de raad grip op de vorming en uitvoering van het nog te ontwikkelen experiment? Tot slot, voorzitter, nog een paar reflecties op de andere politieke vragen. Deze verordening, wat net al werd gezegd, gaat niet zomaar de wooncrisis oplossen, maar draagt wel iets bij. Denk aan aanpassing aan de vierkante meters voor woonvorming en duidelijke hospitaregelingen. Dan ook nog de vraag over statushouders. Worden die onderdeel van de voorrangsregeling? Wat ons betreft zeker wel. Waar de VVD ons nieuwsgierig in maakt, is dat we inderdaad wel misschien wat meer grip kunnen krijgen op de systematiek van het toewijzen van woningen bij urgentie.

Tot slot, voorzitter, denken we nog na over een motie met betrekking tot de woonruimteverdeling. Een motie die moet voorkomen dat mensen die een woning krijgen toegewezen, een sociale huurwoning, en die zich binnen een jaar dan weer opnieuw inschrijven, dan meteen hun volledige oude inschrijfduur terugkrijgen. Volgens mij houden we daarmee een wachtrij onnodig lang, vooral voor jongeren, in stand. Tot zover. De voorzitter: Dank, de heer De Heer. Een punt, u stelt een aantal vragen die ook wel technisch van aard zijn. Maar ik zag de wethouder al heel knikkend het opschrijven. Wellicht is de wethouder ook in staat om die in de oordeelsvormende ronde te beantwoorden. We gaan het zien. De heer Stam, is dat voor een inbreng voor een termijn? De heer Stam: Nee, even nog een vraag aan de heer De Heer. De voorzitter: Is het een interruptie? Dan geef ik u het woord. De heer Stam: Op uw laatste punt, over die inschrijftermijn. En dan reflecteer ik gelijk even over de opmerking van u aan het begin, voorzitter. Ik heb daar technische vragen over gesteld, maar daar heb ik nog geen antwoord op gezien. Maar ik ben wel benieuwd hoe de heer De Heer aankijkt tegen dan die inschrijftermijn en correcties die daar eventueel op mogelijk zijn.

Want we hebben inmiddels een aantal mensen gesproken die door de invoering van de nieuwe methodiek in 2017 opgespaarde punten van drie, vier jaar kwijt zijn, en nu eigenlijk daardoor weer achteraan de rij staan. Hoe kijkt u daarnaar, om vanaf die periode die inschrijftermijn te gaan corrigeren? De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik weet niet zeker of ik de vraag van de heer Stam helemaal begrijp. Volgens mij hebben we het inderdaad over dat woonruimteverdeelsysteem, waar

11

de heer Stam ook een suggestie over doet. En hij heeft het over drie jaar. Misschien kan hij dat nog even verduidelijken. De voorzitter: Ter verduidelijking, de heer Stam. De heer Stam: Voorzitter, om hem heel plat te slaan, bent u ook bereid om de inschrijftermijn, die in 2017 fout is gegaan door een nieuw systeem, vanaf 2017 voor woningzoekenden te corrigeren, zodat ze nu ook punten hebben van voor die tijd? De heer De Heer: Voorzitter, die vraag is best wel technisch van aard. Daar zou ik iets verder in willen duiken, ook voordat ik daar een inhoudelijk en een politiek antwoord op geef. Maar de heer Stam heeft mijn interesse. Ik ga daar even nog in duiken. Dank u. De voorzitter: U verwijst zojuist naar hoe ik dit debat geopend heb. En dat is inderdaad met de opmerking dat de informatie die de gemeente in bezit heeft, en hier geef ik in ieder geval even een navraag, zijn we ook afhankelijk van derden om dat beantwoord te krijgen. Dat vergt enige tijd. Wellicht kan de wethouder daar zo iets meer over zeggen. De heer Katif is volgens mij dan aan de beurt. Gaat uw gang. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Op de eerste vraag, althans, wij willen in ieder geval de verordening langs de politieke vragen leggen. En lichten wij toe in ieder geval dat op de vraag van GroenLinks, ik zal de vraag niet herhalen, ons antwoord in ieder geval is helder, nee.

De verordening regelt vooral inderdaad, zoals mevrouw Striebeck zei, de bestaande woningverdeling, en niet hoe wij meer realiseren. En het oplossen van een wooncrisis vraagt om andere instrumenten, voorzitter. En degenen die nieuwsgierig zijn, zou ik zeggen, versnelde woningbouwtransformatie van leegstaand vastgoed en gericht investeren in doorstroming. De verordening faciliteert splitsing, kamerverhuur, maar het is geen echt wooncreatiesysteem. Wanneer gezinswoningen worden opgedeeld in 5 kamers, verdwijnen juist woningen met meerpersoonshuishoudens. Op korte termijn neemt het aantal woonruimtes toe, maar de lange termijn raakt de woonbalans verstoord, voorzitter. Ten aanzien van kamergewijs verhuur, daar dienen wij alvast, zeg ik dan, in de de gemeenteraad een amendement in, waarbij wij het huidige maximum van 2 procent kamerverhuur per straat willen handhaven, zoals hier stond eigenlijk al eerder in de verordening of beleidsregels. Uiteraard met uitzondering van een kernwinkelgebied. Waarom, voorzitter, doen we dat? Voordat de vragen allemaal gesteld worden? Wij willen voldoende woningen behouden voor gezinnen en meerpersoonshuishoudens. Wij willen geen risico's nemen met de leefbaarheid in de wijken. Meer bewoners in een woning betekent meer auto's, meer fietsen, meer afval, en helaas, voorzitter, soms ook meer overlast. De heer Van der Net: Voorzitter.

De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Het is niet geheel onverwacht natuurlijk, dit punt, door Beter voor Dordt. Maar mijn vraag is wel of dat de heer Katif misschien beseft dat er steeds meer

12

eenpersoonshuishoudens zijn, en dat deze regeling met name gericht is op die mensen. Met andere woorden, u reguleert daarmee niet het probleem dat veel mensen alleen geen woning kunnen krijgen, via u voorzitter. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, ik hoor geen vraag van de heer John van der Net. De heer Van der Net: Ik wil hem nog wel een keer stellen natuurlijk, voorzitter, als het niet duidelijk genoeg is. Het is heel simpel, u wil die 2 procentregeling nog steeds in stand laten. En dat betekent dat er inderdaad minder woningen worden gecreëerd, en met name gericht op eenpersoonshuishoudens. En daar gaat u dan voorliggen, toch? De voorzitter: Nee, voorzitter. De voorzitter: Uniek moment, dat de heer Van der Net onduidelijkheid wordt verweten. Goed dat u dat even recht heeft gezet. De heer Katif. De heer Katif: Maar, voorzitter, dat is de heer van John van der Net aan hemzelf om dat gewoon te bepalen. Maar wij staan op het standpunt dat je gewoon die 2 procent niet moet verlaten. Zo simpel is dat. Omdat wij vinden nog steeds dan namelijk dat de creatie van woningen, in dit geval niet 5 mensen die elkaar nog niet eens kennen, in een woning. En ik geef meer de voorkeur aan een eengezinswoning of 1 gezin waar 2 of 3 mensen zitten. En niet andersom. De heer Van der Net: Dat is duidelijk. De voorzitter: De heer Van der Net wil graag een vraag stellen.

De heer Van der Net: Maar u heeft dan geen boodschap aan de feiten, dat er steeds meer eenpersoonshuishoudens komen. De heer Katif: Jawel. De heer Van der Net: En op die manier dat u dan inderdaad ervoor zorgt dat er minder woningen komen voor die doelgroep. Dat is toch gewoon simpel. De heer Katif: Voorzitter, u legt mij woorden in de mond. De voorzitter: Buurman. De heer Katif: Maar daar komen we niet uit, denk ik, voorzitter. In ieder geval dank voor de vraag. Voorzitter, even nog een kleine motivatie waarom we dat wel willen, is dat de handhaving nu al beperkt is. En gezien de krapte op de arbeidsmarkt is het niet realistisch te verwachten dat er extra handhavingscapaciteit komt. Dan moet je de risico's nu beheersbaar houden, als het gaat namelijk om de verhoging naar de 3 procent. Ik geef een voorbeeld aan de heer John van der Net. Als je woont in een straat van 100 woningen, huizen. Met 3 procent kamerverhuur, zoals nu voorgesteld wordt, zijn er 3 panden met 5 inwoners elk. Dan zijn er 15 tijdelijke bewoners, vaak zonder binding in de buurt. En dat is niet bevorderlijk voor de sociale samenhang. In ieder geval met

13

onze amendementen willen we dat die ruimte blijft voor jongeren, maar binnen de draagkracht van de wijk. En dat vinden wij echt heel belangrijk, want daar gaat het eigenlijk om, mijnheer John van der Net. Wat de binnenstad betreft, voorzitter, hebben we begrip voor de verruiming van de 10 procent. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, een interruptie. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik zit nog even over die 3 procent. U wil eraan vasthouden. Maar dan kun je toch … De heer Katif: Nee, ik wil vasthouden aan de 2 procent. Mevrouw Van Vugt-Roose: Aan de 2 procent, excuus. De heer Katif: Excuus. Mevrouw Van Vugt-Roose: Een freudiaanse verspreking. De voorzitter: Zullen we nu even de afspraak met elkaar maken dat we niet steeds door elkaar gaan zitten schreeuwen. De heer Katif: Sorry. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, u krijgt het woord. En u zet even uw microfoon uit, want anders wordt het echt een soort podcast bijna, waar we naar zitten te luisteren. We zitten in een debat. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Het is best moeilijk om dan je vraag vast te houden. De 2 procent. Het wordt in deze huisvestingsverordening nu mogelijk gemaakt, dit voorstel, om iets meer mensen een woning of een woonruimte te bieden. U bent daartegen. U kadert dat anders.

Maar dan zou ik zeggen, bent u er dan voor in om juist kaders mee te geven dat het ook voor Dordtse mensen is? Dan snap ik er nog iets van. Maar anders snap ik er eigenlijk niks van. De voorzitter: Kunt u mevrouw Van Vugt meenemen in hetgeen wat u bedoelt? De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, wij staan op het standpunt dat die 2 procent heilig is. Het klinkt misschien heel raar. Voor ons wel, als Beter voor Dordt. Daar zijn we al voor geweest en het blijft gewoon. Wij willen dat dat zo blijft. En als dat niet, dan is het aan de raad om te zeggen, dat amendement willen we gewoon wel of niet. Maar in principe, 2 procent is voor ons gewoon heilig. De voorzitter: Een vervolgvraag bij mevrouw Van Vugt. En ik zie ook dat het heiligheid iets getriggerd heeft bij de heer Stam. Die geef ik daarna het woord. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag, of de heer Katif ook bereid is om dan mee te denken, als het wel door mocht gaan, om daar dan

14

andere kaders voor te stellen of zo. Maar in feite zegt hij, ik wil niet meer woonruimtes vrijmaken voor de Dordtse mensen. De voorzitter: Zijn er andere kaders denkbaar? De heer Katif: Maar, voorzitter, dit vind ik echt, u legt mij de woorden in de mond. Wij staan namelijk voor de Dordtenaren. Dit doen wij niet omdat wij zeggen, we willen geen woonruimte voor de Dordtenaar. Ik wil die ruimte blijven creëren voor gezinnen. Daar gaat het nu over. Dat is mijn prioriteit. En daarnaast die 2 procent, dat hebben we al vastgelegd en dat staat. Daar hoeven we niks aan te doen. En ik wil die eenpersoonshuishouders gewoon de mogelijkheid geven, binnen deze verordening, om daar de ruimte te kunnen krijgen. Daar gaat het eigenlijk om. En natuurlijk het principiële 2 procent, beter voor Dordt. De voorzitter: U begon net over verkiezingen. Mijnheer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik snap die filosofie wel van mijnheer Katif. Maar de vraag is, welke oplossingen ziet hij dan voor de vragen van die doelgroep? En is Beter voor Dordt dan ook bereid om bijvoorbeeld te zeggen, we rekken die 2 procent voor 5, 6 jaar op tot 4 procent? En als de woningmarkt zich een beetje stabiliseert, dan draaien we dat weer terug. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: U vraagt eigenlijk hetzelfde. De voorzitter: Anders gaat uw zaligverklaring weer door. De heer Katif: Excuus, voorzitter.

De voorzitter: U vervolgt uw betoog, heer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik was even gebleven bij de binnenstad. Hebben wij begrip voor de verruiming van 10 procent. Al benadrukken we dat elke aanvraag goed moet worden beoordeeld op de gevolgen van de leefomgeving. Dat weet u van Beter voor Dordt, denk ik, voorzitter. Als het gaat om de vraag, ik ga hem niet herhalen volgens mij, maar als het gaat om ruimteverdeling urgentie, daar beantwoord ik met, deels vinden we dat de verordening daaraan voldoet. De verruiming van urgentiecriteria voor jongeren, mantelzorgers, mensen uit de opvang, is een stap vooruit. Maar er blijft te weinig ruimte voor lokaal maatwerk. En voor degenen die de vraag willen stellen, kan ik wel beantwoorden, voorzitter. Een werkende alleenstaande ouder zonder urgentie valt nog steeds tussen wal en schip. En dat heb ik in werkelijkheid ook meegemaakt. Vat betreft de vraag van de VVD over de statushouders, mijnheer John van der Net. De gemeente is verplicht om hun huisvesting te bieden, op basis van een taakstelling. Formeel is dat voorrang, niet verplicht, maar het resultaat komt op hetzelfde neer. Wat belangrijk is, dat wij blijven uitleggen dat er geen willekeur is, maar dat dit geheel voortkomt uit nationale, internationale afspraken die we elkaar gemaakt hebben. Je moet en je zou mensen moeten opvangen.

De woningtoewijzing, voorzitter, door de woningcorporaties werkt in de praktijk goed, zolang het college maar regie houdt. Wij

15

willen een scherp toezicht. Het mag niet gebeuren dat iemand met medische urgentie, en dat is echt geen grap, dit is echt gebeurd, wordt geplaatst in een woning zonder lift. Tot slot, voorzitter, deze verordening is nodig, maar geen wondermiddel. Ze verdeelt, maar creëert niets. Ze brengt structuur, maar biedt weinig tot geen flexibiliteit. En ze vraagt om politieke keuzes, zoals, hoeveel druk kan een wijk aan? Hoe houden we toewijzing eerlijk en leefbaar? En hoe blijven we als raad aan het stuur? Want dat is heel belangrijk. In ieder geval, met ons amendement over kamerverhuur kiezen wij voor een balans tussen woningzoekenden en de wijken. En met onze opmerking over urgentie kiezen wij voor uitvoering en preventie. En ik zeg tegen het college, blijf luisteren naar onze inwoners, de Dordtenaren, en maak beleid niet rechtmatig, maar vooral rechtvaardig. De voorzitter: De heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik hoor de heer Katif bijvoorbeeld praten over die 2 procent. Nou kunnen we het heel erg debatterend aanvliegen, als het gaat over bijvoorbeeld dakloosheid. We kunnen ook zeggen, we kunnen elkaar een beetje helpen om de verordening nog beter te maken op dat gebied. Ik ben erg benieuwd, want Beter voor Dordt heeft daar eigenlijk niet zo heel veel over gezegd, hoe ze het probleem van dakloosheid een stapje verder willen brengen.

De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dan stel ik de vraag terug. Dakloosheid, hoe wij dat willen oplossen? Voor mij staat, of tenminste voor ons, Beter voor Dordt, staat één ding vast, iedereen moet een dak boven zijn hoofd hebben. Dat is een wettelijke verplichting. Of je het wil of niet. En daar moet je alles aan doen, ook binnen die verordening, om dat te faciliteren. De heer Hartmeijer: Voorzitter. De voorzitter: Dat leidt tot een vervolgvraag. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dat begrijp ik, het antwoord. Alleen ik hoor de heer Katif een aantal dingen zeggen die hij niet wil. Wat wil hij dan wel? De voorzitter: De heer Katif, misschien kunt u dat enigszins toelichten. Gaat uw gang. De heer Katif: Ik gaf het even aan, dat natuurlijk niet bereid. Graag zelfs dat een … Ik ga het naar mezelf zelfs trekken. Ik vind persoonlijk, niet alleen als Beter voor Dordt raadslid, maar dat het schandalig is dat sommige mensen eigenlijk geen plek hebben om te kunnen wonen/te kunnen slapen. Dat vind ik echt schandalig. En dan zou je dat niet alleen niet regelen in een verordening. En nou ga ik even uit alle protocollen. Moet je gewoon voor zorgen als gemeente. Dat is je plicht. En het interesseert me niet hoe je het doet. Ik beschik niet over … Ik beschik wel, voorzitter … De voorzitter: De heer De Heer, nu gaan we weer … En mevrouw Van Vugt.

De heer Katif: Hoe doe ik … Ik beschik niet over ruimte.

16

De voorzitter: Stel u terughoudend op. Mijnheer Katif, gaat uw gang. De heer Katif: Voorzitter, als ik die ruimte zou willen hebben praktisch gezien, dan zou ik het graag willen doen. Waarom niet? Dan zouden we huizen moeten opkopen als gemeente, en dan ga ik weer uit mijn rol, om daar onze daklozen, zal ik maar zeggen, in te kunnen huisvesten. Dat zou voor mij praktisch zijn. Maar in eerste instantie ga ik er niet over. De voorzitter: U kijkt mij aan. De heer Katif: In tweede instantie wel. De voorzitter: De heer Hartmeijer, volgens mij, hangt aan uw lippen. Is dit voldoende zo? Want ik zag ook een vinger. De heer Katif: Het moet. De voorzitter: Het moet maar. Kijk, dat is mooi Dordts. De heer Van der Net zag ik ook nog met een vinger. Kriebel aan de neus? Bent u klaar met uw met uw inbreng? Dank. Dan hebben we de heer Van der Net. De heer Van der Net: Dat klopt. Deze verordening is toch wel een juiste uitwerking van de amendementen en moties, voorzitter. We hebben nogal een aantal opmerkingen. Wij wijzen de commissie erop dat de systematiek van woningtoedeling en voorrang, of dat in balans is nu de wijze van woningtoedelingssystematiek niet is opgenomen in de huisvestingsverordening, maar nog moet worden besproken met diverse partijen. Dat vinden wij toch nog wel een risico. We wijzen ook als Dordtse VVD op de experimentenregeling.

Wij hebben aangegeven dat wij graag een experiment willen met betrekking tot voorrang voor politieagenten, onderwijzers, zorgpersoneel, maar ook bijvoorbeeld voor militairen of veteranen. Op dit moment staat dat nog steeds open. En we willen wel eventjes, ook richting de wethouder, vragen, wanneer krijgt dat een keer vorm dan? Even kijken hoor. Dan ook gelijk eventjes nog opmerkend richting de heer Katif van Beter voor Dordt over de statushouders. Het moge deze commissie niet verbazen dat de Dordtse VVD toch altijd al heeft gezegd dat wij het niet meer kunnen verkopen dat statushouders voor Dordtenaren gaan. Heel simpel. Daar hebben wij al een aantal keren in een verleden ook moties over ingediend. Daar is nooit een meerderheid voor geweest. Maar we hebben wel te maken met een regering die nu van plan is om die voorrangsregeling gewoon te verbieden. Op dit moment maken we een keuze zelf, niet verplicht, om die voorrang hier te regelen. Wij vinden eigenlijk dat die niet thuishoort in deze huisvestingsverordening, maar wij hebben daar geen meerderheid voor. Maar we willen wel richting het college toch, en wij overwegen daar ook wel een motie over, om vast voor te bereiden op het feit dat als die voorrangsregeling gewoon verboden wordt, wat dan de actie zal worden van dit college? En dat is wel een punt wat wij heel erg belangrijk vinden, op dit moment.

De voorzitter: Dat leidt tot een interruptie bij de heer Uysal, GroenLinks.

17

De heer Uysal: Voorzitter, een hele simpele vraag, als eerste. Wat hoopt de VVD hiermee te bereiken, door de statushouders buiten de voorrangsregeling te houden? De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Een eerlijke verdeling. En niet dat mensen het idee hebben, ik zit al de hele tijd te wachten op een huisje. Ik heb hier ook nog wel even wat cijfers. Want de cijfers zijn, wat dat betreft, voor ons wel wat vervuild. Want de herhuisvesting, dat zijn mensen die weg moeten vanuit een sloopwoning, die komen ook op die lijst. Wij vinden eigenlijk dat die daar niet thuishoren. Als je gaat kijken naar 2024, dan zijn er uiteindelijk met echte voorrang 326 mensen, waarvan 155 statushouders. Dat betekent dat bijna de helft van de voorrangscategorie voor statushouders is. En wij vinden op dit moment dat wij dit niet meer kunnen verkopen in deze woningcrisis, voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal, is volgens mij nog niet helemaal overtuigd. Gaat uw gang. De heer Uysal: Dat was mijn eerste vraag. En daaruit kunt u, denk ik, ook opmaken dat er vervolgvragen zijn. Wat de heer Katif net aangaf, we hebben ook te maken met een taakstelling. En dat betekent, twee keer per jaar krijgen we een taakstelling van het Rijk en moeten we statushouders hier huisvesten. Dat is gewoon een wettelijke taak. En als Dordrecht lopen we ook achter op die taakstelling.

Je kan er wel voor besluiten om de statushouders uit die voorrangsregeling te halen, maar dat betekent niet dat je statushouders niet meer hoeft op te vangen. Aan de ene kant snap ik dat de VVD wil toewerken naar een rechtvaardige verdeling van woonruimte. Maar tegelijkertijd draai je ook wel aan een knop waarmee je het andere vraagstuk groter maakt, namelijk, wat ga je dan doen met de statushouders? Hoe kijkt de VVD daarnaar dan? De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Het moge u niet verbazen dat wij als Dordtse VVD daar ook wel een oplossing voor hebben. Kijk, op dit moment bijvoorbeeld met de Oekraïners hebben we het Schippersinternaat opgekocht. Dat soort grootschalige opvang zou ook voor statushouders kunnen. En dan kunnen die rustig wachten tot er gewoon op een eerlijke manier achteraan de rij een keer een plekje vrijkomt voor een sociale woning. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Tot slot, voorzitter. Daarmee raakt de heer Van der Net natuurlijk ook aan een ander punt. Namelijk dat we in Nederland te maken hebben met een opvangcrisis. We hebben heel veel statushouders die op dit moment verblijven in azc's. En dat maakt dat die asielketen helemaal verstopt is. En dat maakt ook dat die asielketen ontlast moet worden. Nou ken ik de VVD ook als een partij die zich inzet voor veiligheid en voor minder overlast, in algemene zin.

Leidt deze maatregel dan er juist niet toe dat statushouders niet kunnen beginnen aan hun leven, niet kunnen meedoen aan de samenleving op het moment dat ze geen dak boven hun hoofd krijgen? En opvang is totaal wat anders dan huisvesting.

18

De voorzitter: De heer Van der Net ook tot slot. De heer Van der Net: Dat is een principieel verschil, voorzitter. Wij zijn van mening dat iedereen gewoon netjes achter in de rij moet gaan staan, behalve dan de andere voorrangskandidaten. En dat er dan toch inderdaad even gewacht moet worden tot er een daadwerkelijke woning vrijkomt. En in de tussentijd in een grootschalige opvang. Ik bedoel, we hebben het dan over een aantal groepen mensen die in één complex zitten. Dan kan je best wel toewerken naar integratie en dat soort zaken. Maar wij vinden het echt niet meer te verkopen tegenwoordig, in deze woningsituatie, dat al die statushouders voor meer dan de helft altijd voorrang hebben boven de gewone Dordtenaren, voorzitter. De voorzitter: Dat leidt toch tot nog een vraag bij de heer Damen van de Partij van de Arbeid. Gaat uw gang. De heer Damen: De huisvestingsverordening is natuurlijk vooral een regeling, wat betreft de woonruimteverdeling, die de armoede verdeelt. Die armoede blijft bestaan, zolang we niet meer dan 10 procent van de woningen die we toevoegen laten bestaan uit sociale huisvesting. We bouwen 11 duizend woningen deze raadsperiode, waarvan duizend sociale huurwoningen ter vervanging van woningen die worden afgebroken en duizend sociale huurwoningen als toevoeging aan de voorraad. Dat leidt tot een tekort, want het is gewoon te weinig.

De minister zegt het, we moeten naar 30 procent. De provincie zegt, we moeten naar 30 procent. De voorzitter: En uw vraag is? De heer Damen: Wij voegen maar 10 procent sociale huurwoningen toe. Zou het verhogen van het aantal sociale huurwoningen niet een veel betere oplossing zijn dan het laten concurreren, tegen elkaar uitspelen van woningzoekenden? De voorzitter: De heer Damen, allereerst onderschrijf ik dat de heer Van der Net hier wel op in kan gaan, want volgens mij het raakt toch wel enigszins aan dit onderwerp. Maar ik roep de commissie op, laten we wel bij de kopjes blijven die we vooraf met elkaar bepaald hebben. Hij raakt er zeker echt wel aan. Maar ik roep ook tegelijkertijd op, het kan zomaar een hele Woonvisie discussie gaan worden. En daar zitten we weer precies niet voor vandaag hier in deze zaal. Maar de heer Van der Net wil er zeker op ingaan, denk ik. De heer Van der Net: Voorzitter, het gaat om evenwicht. En de sociaaleconomische situatie van Dordrecht is nog steeds heel laag. Mijnheer Damen, van de Partij van de Arbeid, wil nog meer sociale woningen gaan toevoegen. Dat lijkt mij niet de juiste weg. We hebben wat dat betreft een vrij ruime voorraad aan sociale woningen, maar ook een hele ruime voorraad aan hele goedkope koopwoningen hier, waar ook die doelgroep gevestigd gaat worden. Meer sociale woningen zijn wij geen voorstander van, voorzitter.

De voorzitter: De heer Stam, gaat uw gang.

19

De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik kan de heer Van der Net wel heel goed volgen eigenlijk. En ik voel ook wel veel voor zijn idee. Maar ik heb er nog wel een aanvullende vraag op. Als je de afgelopen jaren gaat kijken, dan zie je ongeveer dat er tussen de 1.000, 1.100, 1.200 huurwoningen per jaar vrijkomen. We hebben een x-aantal doelgroepen die we moeten huisvesten. En om dat gebekvecht onderling te voorkomen, hoe kijkt mijnheer Van der Net aan tegen quorums voor bepaalde doelgroepen? Als voorbeeld, 200 asielzoekers, 200 daklozen, 200 jongeren, 200 regulier, waarmee je eigenlijk die voorrangspositie weghaalt. Hoe kijkt hij daarnaar? De voorzitter: Hoe kijkt de heer Van der Net tegenover quotums? De heer Van der Net: Ik ben geen tegenstander van quota. Dat moge duidelijk zijn. Maar goed, daar gaat het in deze huisvestingsverordening op dit moment niet over natuurlijk. We hebben gewoon een aantal voorrangskandidaten opgenomen. En die moeten dan worden gehuisvest. Maar nogmaals even richting de heer Stam, voorzitter, wij zijn als Dordtse VVD niet tegen quota. De voorzitter: Kijk, die heeft u binnen. Was u klaar met uw betoog? De heer Van der Net: Ik zit even na te denken, maar volgens mij wel, voorzitter. De voorzitter: Ik moet zeggen, het duurt ook wel even. We zijn nog niet eens halverwege. We moeten ook een beetje met het oog op de tijd gaan functioneren.

Maar mevrouw Van Vugt gaat het woord voeren namens de fractie van het CDA. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. In deze verordening zien wij duidelijk een uitwerking van de moties en amendementen terug. Daar zijn we blij mee, want daarmee beweegt het ook een kant op die we graag zagen. En dat zal ik aan de hand van die drie punten ook even benoemen. De wooncrisis, dat is duidelijk, die lossen we hier niet mee op. Maar we zijn, zoals mijnheer Damen ook al zei, schaarste, of hij noemt het armoede, aan het verdelen. En toch helpt deze verordening wel de goede kant op, omdat het meer mogelijk is om woningen te splitsen, te delen, kamers te verhuren, de hospitaregeling. En veel van die zaken zijn natuurlijk ook gewoon met instemming van de hoofdbewoner, waardoor problemen die hier eerder wel genoemd werden door ons niet zozeer worden voorzien. We zijn er gewoon blij mee. Dan de woonruimteverdeling. De taakstelling en de uitvoering daarvan is op dit moment voor ons niet echt ter discussie. Dit is voor ons niet een vraag. Daar moet je gewoon aan voldoen. En als het gaat om de systematiek, horen we graag nog even een aanvulling waarom er precies voor deze systematiek gekozen is, of die altijd al bestond of dat die bewust op deze manier is ingezet. De dakloosheid, ook die lossen we niet op met deze huisvestingsverordening.

Maar we zijn wel blij met de stappen die erin gezet worden, dat er minder lang binding aan Dordt nodig is, waardoor het gewoon net wat minder streng is. En ook de kapstokregeling, die eerder al werd genoemd, biedt in elk geval mogelijkheden voor experimenten. En de vragen daarover ben ik ook benieuwd naar, die al gesteld zijn door ChristenUnie/SGP. Maar we zien wel het gevaar, als je dit probleem helemaal zou willen oplossen, dan zet je de rest voor drie jaar lang op slot. En mijn hoop is dan ook, en dat hoopt echt het hele CDA eigenlijk wel, dat steeds meer mensen, en dan heb ik het niet over een verordening, maar steeds meer mensen gewoon openstaan voor het samen oplossen van een stukje van het woonprobleem, door ook hun huis open

20

te stellen voor anderen. Dat is een soort oproep, die niet per se de verordening behandelt, maar wat wel een hartenwens is, ook voor mij persoonlijk. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Het appel zit ook in uw partijnaam. Hoe mooi is dat? Mijnheer Uysal, een slok water, gaat uw gang, GroenLinks. De heer Stam: Voorzitter, ik heb nog een vraag. De voorzitter: Excuus. Dan moet u toch nog even wachten. De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel. Ik ben wel benieuwd hoe het CDA dan kijkt naar die woningsplitsing en de rol van woningbouwcorporaties. En er is pas, 13 mei, een onderzoek gepubliceerd waarin naar voren is gekomen dat landelijk gezien het onderhoud van die sociale woningen door corporaties best wel wat te wensen overlaat. Als je op een goede manier woningsplitsingen wil gaan doen, hoe kijkt u dan tegen de rol aan van die woningbouwcorporaties? En hoe ga je die dan zo ver brengen dat ze ook dat onderhoud goed gaan oppakken? Want ik begrijp ook vandaag van RTV Dordrecht, dat bouwen wordt vertraagd. Maar er is wel een hele grote speler met betrekking tot woningsplitsing. Hoe kijkt u daar dan naar? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Het onderzoek ken ik niet, maar hoop ik niet dat ik u daarin heel erg teleurstel.

Van woningcorporaties vind ik dat we mogen verwachten dat ze voldoende onderhoud doen en dat het ook woonwaardige woningen zijn die ze moeten onderhouden. En hoe dat precies in wet- en regelgeving is geregeld, weet ik niet. Maar ik hoop van harte en ik vertrouw erop dat het college hier in Dordt de woningcorporaties echt goed bij de les houdt en daarover ook continu in gesprek is. En ik zou niet weten, ze hebben natuurlijk hun eigen taken, hoe je daar heel concreet nu op zou kunnen sturen. Ik wil daar graag een keer over van gedachten wisselen, vind ik helemaal prima, maar ik heb nu de oplossing niet. De voorzitter: Dan zie ik een interruptie van de heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, toch nog een vraag aan het CDA. Ik was al blij met een heel aantal van de woorden die ook werden gesproken. Dan vinden we elkaar volgens mij op een belangrijk punt. Op dat punt van dakloosheid hoorde ik mevrouw Van Vugt wel zeggen, dat lossen we hier niet mee op. Maar toen hoopte ik op een komma, maar toen leek er toch een punt te komen, omdat ik een beetje de oplossingsrichtingen toch nog miste. Ik weet ook dat het CDA niet tevreden met die situatie is. Maar tegelijkertijd mis ik dan even de stap verder naar voren, omdat er ook werd gezegd, want als we dat verder loslaten, dan zit het drie jaar op slot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/41178