2.6 2025.05.20 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Tweede groep is de groep van mensen die niet in een opvanginstelling zitten, en die op het moment dat ze een aanvraag doen of willen doen niet over zelfstandige huisvesting beschikken, maar wel in het verleden een bepaalde periode in Dordrecht of in de regio in zelfstandige huisvesting hebben gewoond, dakloos zijn geworden, zelf een oplossing hebben gevonden, gedurende een periode. Maar zo'n oplossing loopt vaak op enig moment af. Die groep probeert zichzelf te redden, met als resultaat dat ze niet meer over een zelfstandige woning beschikken en niet meer voor voorrang in aanmerking komen. Terwijl als ze op het moment dat ze dakloos zouden worden dat wel hadden gedaan. Graag voor die twee groepen extra aandacht. Nog een opmerking. Er wordt herhaaldelijk gevraagd naar de manier waarop corporaties woningen toewijzen. Het overgrote deel van voorrangskandidaten kan zelf kiezen. Ze hebben op een gegeven moment voorrang. Dan kunnen ze kiezen uit de woningen die door Woonkeus worden aangeboden. Daar komt dan geen corporatie meer aan te pas. De voorzitter: Dan rest mij alleen nog dat de heer Stam heeft een aantal moties aangekondigd. Voor de adviesrol die het college inneemt is het misschien ook fijn dat dat de heer Stam kan delen waar hij ongeveer denkt in welke domeinen, welke thema's, welke onderdelen de moties ongeveer zullen gaan landen.
40
De heer Stam: Jazeker. Dat gaat over onderhoud woningen. Dat gaat over correctie inschrijftermijnen. En de derde ben ik even kwijt. Maar het gaat over huisvestingsverordening. De voorzitter: Die houden we dan nog tegoed. De heer Van der Kruijff, er is nog een aantal vragen aan u gesteld. De heer Van der Kruijff: Ik geloof niet eens zo heel veel vragen uiteindelijk. De mensen hebben met name aangekondigd, heb ik geluisterd een aantal fracties, waar nog de moties en amendementen op te verwachten zijn in de raadsbehandeling. De heer Damen vroeg nog wel aandacht voor mensen die te lang dakloos zijn geweest, zwervend over de bank, zoals u dat noemde. En daardoor op een gegeven moment de termijn voorbijging. Ik heb daar niet één, twee, drie een antwoord op. Ik zal daar nog even naar kijken of dat in scope is geweest. En dan komt het vast, als het toch in de raad behandeld wordt, nog wel een keertje terug, u kennende. De voorzitter: En volgens mij vanuit de VVD, en daarmee ook vanuit de heer Uysal, de vraag over de inzage van de toedeling van sociale huurwoningen vanuit de corporaties, vanuit Woonkeus. De heer Uysal: Voorzitter, ik snap, dat is best wel technisch van aard. En ik snap dat de wethouder daar nu misschien niet op in kan gaan. Misschien dat we daar in de loop van deze week nog een overzicht van kunnen krijgen, of wat meer tekst en uitleg van hoe dat dan precies gaat.
De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ik heb op hoofdlijnen wel een aantal ideeën hoe het werkt, maar ik heb ook de indruk dat u heel precies wil weten hoe het werkt. En dan is het misschien misschien beter dat we het gewoon even schriftelijk beantwoorden van hoe precies Woonkeus werkt. De voorzitter: Ik zie hier zojuist naast mij een toezegging genoteerd worden. Dan denk ik dat we hiermee aan het einde zijn gekomen van deze beraadslaging. De commissie heeft in vervolg op de eerste behandeling van het uitgangspunten raadsvoorstel heel veel moties ingediend, en heeft op dit moment ook veel moties en amendement weer aangekondigd. Het college lokt veel uit met deze stukken. Het is een onderwerp wat er ook gewoon toe doet. Volgens mij is dat tweede ook gewoon hartstikke waar. Ik verzoek u allen om het zo snel mogelijk ook met elkaar te delen, zodat we inderdaad daar een goede behandeling over kunnen hebben. Rest mij nu de vraag te stellen in hoeveel minuten u dit debat wil gaan voeren met elkaar. Ik zie hier twee minuten. De heer Katif: Voorzitter, het is zodanig, een aantal moties zijn het, is niet een aantal, ik hoor hier een aantal, hier hoor ik er nog eentje. Er zijn een stuk of vier, vijf. En ik vind twee minuten, dat is echt heel kort. De voorzitter: Kijk, ik ben maar uw voorzitter. Ik ga nergens over.
Maar ik voorzie in ieder geval dat u erg drukke agenda's in de aankomende raden gaat krijgen. Ik voorzie ook dat u veel moties gaat krijgen, waar u zowel bijna een jaar geleden als nu commissies over
41
heeft gevuld. Volgens mij tekent het zich ook gewoon uit wat daarop gaat gebeuren. En heeft u zelf ook het recht om te kiezen waar u wel of niet op reageert. U heeft niet de verplichting om op alles te reageren. Als u persisteert en zegt, ik wil het voorstel doen om vier minuten nu voor te stellen, wat ik proef uit uw woorden, wil ik dat graag ook hier in het midden leggen of dat op steun van uw collega's kan rekenen? De heer Katif: Ik hoorde aan de zijkant van mij, hier in ieder geval met de VVD, dat het vier minuten … De voorzitter: Mijnheer Van der Net is de moeilijkste vaak niet. Zijn er anderen die hierop willen reageren? De heer Groenewege. De heer Groenewege: Volgens mij staat in RvO twee of vijf, geen vier. De voorzitter: En nu? Wat wilt u zelf? Twee. Dan de heer Uysal. De heer Uysal: Ook twee, voorzitter. We hebben hier best wel veel commissies aan gewijd hiervoor, maar ook deze ronde. Wat mij betreft is twee minuten daar voldoende voor.
De voorzitter: De heer Katif heeft gewoon al een compromis voorgesteld, met vier. Dat was op zich al wel weer handig. Maar volgens mij moeten we nu gewoon gaan stemmen. Laten we de vingers in de lucht nu voor twee. En dan doe ik nu voor vijf. Dan denk ik dat we het met twee moeten gaan doen. Maar de heer Katif kan zeer puntig en heel selectief selecteren waar hij het over wil gaan hebben. Ik dank u voor uw aanwezigheid, voor de goede discussies. En we zien elkaar weer terug in de raad. 5. Vaststellen Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit – Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Pauwels (Partij van de Arbeid) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Dhr. Stolk (VSP)
42
Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Langenberg, mevr. Wouters, dhr. Persoon, dhr. Cornax De voorzitter: Goedenavond. Misschien sluiten er nog mensen aan, maar die zullen we dan nog later aankondigen. Welkom raadsleden, commissieleden, ambtenaren, de kijkers thuis, als ze nog wakker zijn. Het is natuurlijk altijd vreselijk interessant. Daar blijf je wel wakker voor. En zeker deze belangrijke commissie over raadsvoorstel Vaststellen Dordtse Omgevingsvisie 2.0, over het Eiland met kwaliteit. Wederom een beeldvormende sessie. En voor het verslag vraag ik eerst maar even iedereen zich voor te stellen. En dan begin ik hier aan mijn rechterhand. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Boom-Vos: Dordtse VVD, Karin Boom. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Langenberg: Sven Langenberg, clustermanager.
Mevrouw Wouters: Anne Wouters, teamleider VROM. De heer Persoon: Teun Persoon, beleidsadviseur ruimtelijke ordening. De heer Cornax: Lauran Cornax, ook beleidsadviseur ruimtelijke ordening. De voorzitter: Binnenkomen nog van de PvdA en twee heren van de VSP. Kunt u zich ook nog even voorstellen? De heer Pauwels: Sam Pauwels, PvdA.
43
De heer Stolk: Ik ben Leo Stolk, van de VSP. De voorzitter: Aangename kennismaking. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De voorzitter: Dank u wel. Ik geloof dat de heer Stolk nogal verbaasd was over wie hij was en waar hij is. De heer Stolk: Eerlijk gezegd wilde ik het grapje maken van paus Leo XIV. De voorzitter: We mogen ook weleens even minder serieus zijn. Mijnheer De Vries, kunt uw lampje nog even uitdoen? Helemaal goed. Waarom zitten we weer bij elkaar? De technische sessie van vorige week hebben we niet helemaal kunnen afronden. We zijn toen geëindigd met de presentatie over het buitengebied en de stadsrand. En er was geen tijd meer voor vragen hierover vanuit de commissie. Hier pakken we de draad zo meteen weer mee op. En na de vergadering zijn nog diverse vragen bij de griffie aangeleverd. De beantwoording hiervan heeft u ook kunnen vinden in de stukken. Ik wil eerst even het woord geven aan de heer Cornax, projectleider, om weer een verbinding te maken met de vorige keer. De heer Cornax: Dank u wel. Voorzitter. Zoals u net al aangaf, vorige keer was er een presentatie over het buitengebied, stadsrand. Voor alle andere onderwerpen hadden we telkens de opzet dat er een presentatie met toelichting kwam vanuit de ambtelijke ondersteuning. En vervolgens de mogelijkheid was om daar nog vragen over te stellen.
Daarom zal zo meteen Teun even kort de presentatie van vorige keer herhalen. Niet helemaal, maar gewoon even de hoofdpunten. En vervolgens krijgt u de mogelijkheid om daar vragen over te stellen, op eenzelfde manier als vorige keer. Daarna zal ik nog even wat vertellen over de beleidscyclus van de Omgevingswet. Daar lijkt ook wel behoefte aan te zijn, om nog eventjes bij stil te staan. En als laatste heb ik hier op de sheets de verschillende vragen die we hebben gekregen tijdens de sessies van 6 en 13 mei, en ook de nagekomen technische vragen die we hebben ontvangen. Kunnen we even doorheen lopen, en daar waar nog behoefte is aan verduidelijking, bovenop hetgeen dat schriftelijk is beantwoord. Hopelijk dat we dan die antwoorden vanavond kunnen geven. De heer Persoon: Dan ga ik even kort samenvatten waar we het vorige week over gehad hebben. Dat eindigde met een gedeelte over het buitengebied en de stadsrand. Om even te kijken wat er in de Omgevingsvisie staat. Daarin schrijven we, ik ga er even heel in het kort doorheen, is de ‘…’ dat we behoudend van aard zijn, waar we vooral de natuurlijke en landschappelijke waarde behouden. Waar we kijken naar ontwikkelingen, kijken we heel erg naar de kwaliteiten die er al in het gebied zijn. En om deze te behouden, willen we een afwegingskader maken die daarop focust.
Om dan nog heel even kort samen te vatten wat we niet willen mogelijk maken in het gebied, zijn grotere ontwikkelingen, zoals dit aangepaste plan wat hier te zien is, wat een tweede plan is na het Natura-park. In dit geval vinden we het gewoon een te grote ontwikkeling, waarbij ook de kwaliteit van het landschap te weinig behouden blijft. Waar we dan wel naar kijken, zijn kleinere ontwikkelingen die kwaliteit toevoegen op de plekken waar het niet zit, door bijvoorbeeld verrommeling op te ruimen. En die zich juist veel beter verhouden tot de kwaliteiten die er wel in het buitengebied te vinden zijn. Dan het afwegingskader
44
is een aanvulling op de omgevingstoets. Iedere ontwikkeling wordt al aan de Omgevingsvisie getoetst, op de doelen van de Omgevingsvisie en de invulling, de ontwikkeling die je daaraan geeft. Maar voor het buitengebied voegen we daar nog een afwegingskader bij, die zich vooral richt op de landschappelijke inpassing. Daarbij de focus op de beeldkwaliteit, de effecten op de kwaliteit van het buitengebied, maar ook bijvoorbeeld in relatie tot de dijk en de structuren van de polders. Dat was even een hele korte samenvatting. De voorzitter: En dan staat er vragen, met een vraagteken ook nog eens een keer. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Pak die vorige sheet nog even terug. Dat was mijn eerste vraag. Over die landschappelijke inpassing, kunt u daar iets meer over vertellen wat ik me daarbij moet voorstellen? Hoe beoordeelt u beeldkwaliteit, enzovoort? Is daar iets meer over te zeggen?
De heer Persoon: In dit geval gaat het heel erg over de grootte van projecten. In eerdere documenten, bijvoorbeeld Kijk op de Dijk, staat heel veel beschreven over maximale maten en over hoeken van daken. Dat is eigenlijk een stedenbouwkundige invulling van hoe gebouwen er ook uit kunnen zien in de polderstructuur en in de dijken. Maar ook de relatie tot de dijk is daarbij belangrijk. De heer Van der Meer: En is dat ergens vastgelegd, hoe hoog en hoe scheef het mag zijn? De heer Persoon: Dat is nu niet ergens in vastgelegd, behalve in het in 1997 opgestelde document Kijk op de Dijk, waar we nog steeds gebruik van maken bij de Omgevingsdienst. De voorzitter: Wie volgt? Alles was duidelijk. De heer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Er wordt aangegeven, dat plan wat we vorige week hebben gezien van Van Pelt en consorten, daarvan geeft u aan dat het niet past binnen landschappelijke kwaliteit. Ik kan natuurlijk zeggen, daar ben ik het niet mee eens. De voorzitter: Dat heeft u nu gezegd. Maar ik denk dat u ook nog iets anders wil zeggen. De heer Laban: Als we deze Omgevingsvisie op deze manier vaststellen, dan gaan we voor de lange termijn eigenlijk vaststellen dat er op die locatie, en eigenlijk alles wat onbebouwd is boven de Zuidendijk, niet kunnen gaan bouwen.
In het kader van eigenlijk wat in de vorige commissie ook besproken werd, er is eigenlijk best wel heel veel behoefte aan allerlei soorten woningen. Wethouder in de vorige commissie gaf aan dat er juist ook heel veel behoefte is aan grondgebonden woningen. Nou hebben we vorige week een plannetje in concept gezien, waarbij die mogelijkheden allemaal geboden worden, grondgebonden woningen, betaalbare koop, sociale huur, wat we allemaal ontzettend belangrijk vinden. En dan zullen we even met het vaststellen van deze
45
Omgevingsvisie op deze manier daar een streep doorhalen. En daar kan ik nog niet helemaal mee leven. De voorzitter: En uw vraag is? De heer Laban: Wat zijn de mogelijkheden om een aanpassing te doen aan de Omgevingsvisie, waardoor we deze ontwikkeling misschien niet direct inplannen, maar ook niet onmogelijk maken naar de toekomst toe. De voorzitter: Mevrouw Wouters. Mevrouw Wouters: Dank je wel, voorzitter. Zoals u net is gepresenteerd in de Omgevingsvisie, zoals die nu voorligt, worden alleen kleinschalige ontwikkelingen mogelijk, die echt heel mooi in het buitengebied, het landschap passen, en echt een toegevoegde waarde hebben. Vorige week hebben inderdaad een aantal insprekers verteld welke meer grootschalige ideeën ze hebben voor een deel van het buitengebied. En er is zeker de mogelijkheid, wat zij aangaven, om de Omgevingsvisie zo vast te stellen dat die plannen voor de toekomst niet onmogelijk worden gemaakt. Dat zou dan wel een aanpassing zijn van het voorstel, zoals dat nu voorligt. Is dat zo voldoende helder? De voorzitter: Mijnheer Laban. De heer Laban: Niet helemaal. Er kan een aanpassing gemaakt worden op het plan. En wat is dan de beste manier, om te amenderen of op De voorzitter: Inderdaad, ik bedoel, met een amendement moet dat gebeuren. Dat klopt. Mevrouw Van Herwijnen.
Mevrouw Van Herwijnen: Ik wil toch eventjes nog op het vervolg van de vraag van de heer Laban. Klopt het dat als wij nu de huidige Omgevingsvisie gaan vaststellen, maar er komt nu echt een geweldig plan in het buitengebied, ik ga er niet voorliggen, en het college denkt, hier willen we eigenlijk wel medewerking gaan verlenen. Dat u dan middels een raadsvoorstel naar de raad het plan wel dat mogelijk zou kunnen maken. Dat u eigenlijk de raad vraagt om daarbij af te wijken van de Omgevingsvisie. Werkt het zo? Mevrouw Wouters: Ja, dat kan. Alleen het is niet heel logisch dat het college dat doet, want de raad legt dan in de kaders vast dat ze eigenlijk geen ontwikkeling in het buitengebied zien op die schaal. Dan zou het college daar eigenlijk afwijken van de kaders die de raad heeft vastgesteld. Het is natuurlijk niet onmogelijk. Het college kan altijd de raad vragen om andere kaders vast te stellen, als ze daar een goede aanleiding voor hebben. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ook een technische vraag naar aanleiding van deze vragen. Stel je zou dit willen, en je wil dat niet onmogelijk maken, wat zou je
46
dan moeten amenderen in deze Omgevingsvisie die nu voorligt? Want het is 190 pagina's. Ik ben dan wel benieuwd, wat is het juridisch bindende stukje in deze Omgevingsvisie waar dat dan over gaat, als we dat eventueel zouden willen in de toekomst? De voorzitter: Daar weet iemand een antwoord op. De heer Cornax: Als ik het woord krijg. Dank u. De voorzitter: Sorry, mijnheer Cornax, u krijgt het woord. De heer Cornax: Sowieso is de Omgevingsvisie zelf bindend. Voor het bevoegd gezag dat het vaststelt, die dient zich daaraan te houden, maar het heeft verder geen juridische doorwerking naar derden, zoals een omgevingsplan dat bijvoorbeeld wel heeft. Het omgevingsplan, daarin staan regels die zowel ons als gemeente binden, maar ook derden die zich daaraan dienen te houden. Daar kom ik zo meteen ook nog op terug bij de presentatie die hierna zit. Zal ik daar wat meer toelichting op geven. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dat voldoet niet helemaal aan mijn vraag. Mijn vraag is eigenlijk, stel ik vind iets in deze Omgevingsvisie niet prettig. En dat komt niet overeen met onze visie vanuit onze fractie, ons verkiezingsprogramma of op wat voor manier dan ook. En ik wil dat, ook in aanvulling op wat de heer Laban zegt, amenderen.
Moet ik dan tekstueel deze 184 pagina's, alle plekken waar dat dan staat, een specifiek amendement op indienen, of zijn daar andere mogelijkheden voor? Ik probeer gewoon even technisch te begrijpen wat ik als raadslid moet doen om dit document zo te maken dat mijn mederaadsleden het met me eens zijn natuurlijk, met een meerderheid, om iets te veranderen. De voorzitter: Mevrouw Wouters. Mevrouw Wouters: Dank je wel, voorzitter. Het is mogelijk om een richting aan te geven in een amendement, om bijvoorbeeld aan te geven, er staat nu in de Omgevingsvisie dat alle ontwikkelingen bijvoorbeeld binnenstedelijk moeten plaatsvinden. En wij willen dat de Omgevingsvisie wordt gewijzigd op het feit dat dat niet alleen binnenstedelijk moet. En dan kunnen de teksten daarop aangepast worden. Wat ook een goede optie is, technisch gezien, is om de stedelijke contour op een andere plaats te leggen, waardoor we nog steeds zouden kunnen spreken over binnenstedelijk ontwikkelen. Maar dat we het over een andere afkadering daarvan hebben. Dat is ook in eerdere Omgevingsvisies al wel gedaan. Alleen dan de andere kant op. De stedelijke contour steeds dichter naar de stad komt te liggen in het verleden. Maar er kan natuurlijk ook besloten worden om dat juist weer ruimer in te vullen. Zowel tekstueel als qua kadering kan het voorstel geamendeerd worden. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers.
47
De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Tot slot. Er staan ook kaartjes natuurlijk in dit stuk. Het zou ook kunnen dat een van ons een nieuw kaartje tekent en dat erin amendeert? De voorzitter: Ik denk, mijnheer Van Dam Timmers, dat dat technisch zeker mogelijk is. Ik denk dat het ook zeker mogelijk is. En ik hoor ook wat u zegt, 191 of 192 pagina's, moeten we dan op elk stukje? Ik denk dat dit zulke detail technische vraag is. Het gaat eventjes nu denk ik om het idee van wat we dan zouden willen amenderen. En dat dan technisch gezien gekeken gaat worden of er verwezen wordt naar iedere keer als dat woord er staat dat dat dan vervangen wordt. Ik bedoel, dat is iets, dat weet ik nu zelf ook niet. Het is nog niet eerder zo in mijn carrière voorgekomen, zo'n groot document. Maar die houden we wel even vast. Het is al opgetekend. Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. Volgens mij reageerden de vorige drie sprekers een beetje op wat we vorige week hoorden. En dat we best wel schrokken dat er voor lange tijd een deur dicht ging. Maar ik heb een beetje na zitten denken. Volgens mij loop ik al een beetje vooruit, wat ik zag op de agenda. Klopt het dat we over vier jaar binnen de cyclus weer een nieuwe Omgevingsvisie gaan vaststellen? Zet je het eigenlijk nu voor vier jaar vast in plaats van voor de komende tien jaar? En een andere vraag.
We kregen aan het einde van de middag nog een mail toegestuurd, met de input van toch de woningbouwcorporatie, net niet corporatie, maar ontwikkelaars. Nou weet ik dat die natuurlijk ook een eigen agenda hebben, waar we proberen los van te … Maar wel het belang van onze bewoners openhouden. Daar spraken zij over een afwijkmogelijkheid in de Omgevingsvisie. Kunt u uitleggen wat zoiets inhoudt? De voorzitter: Wie mag ik het woord hierover geven? De heer Cornax. De heer Cornax: Dank u, voorzitter. Om te beginnen met de eerste vraag, of het klopt dat er elke vier jaar een nieuwe Omgevingsvisie wordt opgesteld en vastgesteld kan worden? Dat is niet zo stellig te zeggen, zou ik zeggen. Het is vooral wanneer er nieuwe inzichten zich voordoen of er ontwikkelingen plaatsvinden, zij het binnen Dordrecht of daarbuiten, die relevant zijn voor onze Omgevingsvisie. Dat kan een aanleiding zijn voor de gemeente om de Omgevingsvisie op een bepaald punt te wijzigen of aan te passen. Ik denk niet, maar misschien spreek ik dan voor mijn beurt, dat we voornemens zijn om elke 4 jaar een nieuwe Omgevingsvisie 3.0, 4.0, 5.0 op te gaan leveren. Maar het is goed mogelijk dat misschien wel 1 keer per jaar of 1 keer per 2 jaar dat er bepaalde ontwikkelingen zijn die vragen om een bepaalde aanpassing van deze Omgevingsvisie, op een bepaald punt.
Bijvoorbeeld, waar willen we bouwen, waar willen we geen woning bouwen? En dan uw tweede vraag over een afwijkmogelijkheid. Is mij niet bekend bij een Omgevingsvisie. Ik zou me wel kunnen voorstellen dat in de Omgevingsvisie een tekst wordt opgenomen dat het uitgangspunt is kwalitatief verdichten, maar in het geval dat dat binnen afzienbare tijd niet de gewenste woningaantallen oplevert, dat we dat dan heroverwegen of dat er een andere locatie voor woningbouw kan worden overwogen. De voorzitter: Voor zover duidelijk? Oké. Wie nog? De heer Stolk. De heer Stolk: Even op het vorige antwoord van mijnheer in te gaan. Van wie komt dat dan om dat wel te wijzigen? Is dat dan van het college uit of kunnen wij dat doen? Ik heb
48
begrepen dat de procedure van onze kant langdurig kan zijn en vanuit het college minder lang. De voorzitter: Mijnheer Cornax, of een van de anderen. De heer Cornax: Ik denk dat het vanuit beide kan komen inderdaad. U kunt, denk ik, het college oproepen om bepaalde uitgangspunten uit de Omgevingsvisie nog eens een keer te bekijken, en met een nieuw voorstel daarvoor te komen.
De heer Stolk: Dan heb ik nog een aanvullende vraag. En dat is gewoon heel duidelijk, binnen- of buitengebied, hoe kunnen we dat initiëren? We hebben vorige week een prachtig presentatie gehad over Nieuw Dubbeldam. Hoe kunnen we dat in de Omgevingswet verankeren dat daar een onderzoek naar gedaan wordt, of dat daar een mogelijkheid tot bouwen komt? De voorzitter: Mevrouw Wouters. Mevrouw Wouters: Dat is niet in de Omgevingsvisie opgenomen, zoals hij nu voorligt. Dat zou betekenen dat het voorstel geamendeerd zou moeten worden, als u dat zou wensen. De voorzitter: Alweer twee of drie amendementen hoor ik. Wie nog over dit stuk? Ik kijk rond. Ik denk dat iedereen nu het begrijpt. En hebben we nog meer informatie? Dan gaan we verder. De heer Cornax: Dan voor het tweede onderdeel van deze presentatie wil ik nog even stilstaan bij de beleidscyclus van de Omgevingswet. Vorige week werden daar al vragen over gesteld. Ook na afloop van vorige week werden er nog vragen over gesteld. En ook vanavond is het weer onderwerp van gesprek. Vandaar dat we jullie daar wat meer toelichting op willen geven. De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. En in de Omgevingswet zijn er allerlei verschillende soorten wetten bij elkaar gevoegd, voor zover die zien op de fysieke leefomgeving. En dat gaat over de ruimte waar mensen wonen, werken en ontspannen.
En eigenlijk bij het ontwerp van die Omgevingswet is ook gedacht, welke instrumenten hebben we nu nodig onder deze Omgevingswet? En daarvoor is bij het ontwerp van die wet de beleidscyclus bedacht of toegepast. En die beleidscyclus ziet er als volgt uit. Dat is de figuur die u op de sheet ziet. Die begint eigenlijk met beleidsontwikkeling. En een instrument voor beleidsontwikkeling is de Omgevingsvisie die nu voorligt. Daarin geeft een gemeente op hoofdlijnen de doelen en ambities die zij heeft voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie is zelf bindend. Die bindt het bevoegd gezag die dat vaststelt. Dat zal de raad zijn. En daarmee eigenlijk ook het dagelijks bestuur van de gemeente Dordrecht, voor plannen en ontwikkelingen die zich aandienen. Zo ook het dagelijks bestuur naar de Omgevingsvisie kijkt van, past dit binnen de kaders die de raad ons heeft meegegeven? In het tweede kwadrant, als we met de klok meegaan, dan komen we bij het kwadrant beleidsdoorwerking. Daarin kunnen bijvoorbeeld die kaders die zijn gegeven in de Omgevingsvisie, die kaders op hoofdlijnen, nader worden uitgewerkt, bijvoorbeeld in het instrument van een programma. Dat kan een sectoraal programma zijn, bijvoorbeeld duurzame energieopwek. Dat kan ook een gebiedsgericht programma zijn. Daarin worden eigenlijk
49
de ambities en doelstellingen concreter gemaakt, maar betreft het nog wel beleid. Beleid en maatregelen kan dat trouwens zijn. Als we dan vervolgens doorgaan in de beleidscyclus komen we bij het kwadrant van uitvoering. En bij de uitvoering hebben we de juridisch bindende instrumenten, zoals het omgevingsplan. Daarin worden algemene regels en regels gesteld waaraan wij, maar ook waaraan derden met initiatieven dienen te voldoen. En ook binnen dat uitvoeringskwadrant is een van de instrumenten de omgevingsvergunning. En dan het laatste kwadrant. Links bovenaan is de terugkoppeling. Het laatste kwadrant van de beleidscyclus. En in de terugkoppeling vind je instrumenten als monitoring en evaluatie. En het idee van die hele beleidscyclus is dat wanneer uit monitoring, evaluatie of in ieder geval uit de terugkoppeling komt dat bepaalde doelen of ambities niet gehaald worden of aangepast moeten worden of aangescherpt worden of zelfs aangevuld moeten worden, wanneer er een ontwikkeling is die we nog niet voorzien hadden, dan is dat op haar beurt weer aanleiding om in het kwadrant van beleidsontwikkeling bij te sturen op je Omgevingsvisie. Die Omgevingsvisie aan te passen of aan te scherpen. En op wat voor termijn deze cyclus wordt doorlopen, daar moeten we eigenlijk ook nog achter komen, juist omdat deze instrumenten en die Omgevingswet nog relatief nieuw zijn.
We kunnen nu niet zeggen, elke vier jaar doorlopen we deze cyclus, dus elke vier jaar kunnen we die Omgevingsvisie aanpassen. Daarmee willen we aangeven dat die Omgevingsvisie ook een dynamisch document is. Hij heeft wel een horizon van 2040, maar we zullen niet tot 2040 wachten voordat die Omgevingsvisie aangescherpt kan worden. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers heeft hier al een vraag over, als dat mag. De heer Cornax: Dat is goed. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. We hebben het nu natuurlijk over de Omgevingsvisie 2.0. Stel de economische omstandigheden zitten bijvoorbeeld tegen voor de gemeente. Er komt een moeilijke tijd aan. En er is geen geld meer voor een heel deel van de inbreidingsontwikkelingen die nu op de kaartjes ingetekend staan. Betekent dat dan ook dat er een versie 2.1 komt van de Omgevingsvisie? En wie initieert dat dan? De heer Cornax: Dat zou mogelijk zijn. En dat is ook waar ik op de volgende sheets even aandacht aan wilde besteden. Ik dacht, ik doe het even aan de hand van een voorbeeld. In het kwadrant van beleidsontwikkeling worden de kaders gesteld door de raad voor de fysieke leefomgeving. En in deze Omgevingsvisie zijn, even uitgelicht voor dit voorbeeld, de volgende kaders. We hebben een hoofdopgave. We willen 11 duizend woningen realiseren. En daarnaast hebben we ook een uitgangspunt van kwalitatief verdichten.
Zo zijn er nog veel meer kaders die worden meegegeven. Maar even voor dit voorbeeld deze 2. Dat betekent dat er woningbouwprojecten nodig zijn. En om die woningbouwprojecten binnen de stad mogelijk te maken, zal er als eerst planologische toestemming moeten worden geregeld. Dat kan door middel van een omgevingsplanwijziging. Daar is de raad bevoegd voor. En vervolgens zal het college, wanneer die planologische mogelijkheid er is, een omgevingsvergunning kunnen afgeven voor een bepaalde ontwikkeling. Stel we doen dat als gemeente een aantal jaar, maar op een gegeven moment merken we dat bij de terugkoppeling bij de monitoring en evaluatie van de woningbouwopgave, wat ook jaarlijks gebeurt door middel van de
50
Realisatiemonitor Bouwen in de Stad, constateren we met zijn allen of misschien uw raad of het college zelf, de woningbouwopgave onder deze uitgangspunten gaat wel lastig worden om die te bereiken of uit te voeren. Dan is dat een aanleiding om te stellen, we moeten de Omgevingsvisie op dit punt bijsturen. En dat zou dan bijvoorbeeld kunnen zijn door te zeggen, dat uitgangspunt van kwalitatief verdichten gaan we wat loslaten. Of misschien het uitgangspunt van enkel binnen de bestaande stad bouwen. Laten we misschien ook over de grens van de stedelijk contour kijken. Dit is dan een voorbeeld van hoe de kaders, het werken met die kaders en uiteindelijk het evalueren van de projecten die daaruit voortkomen en hoe je je doellijn ambities bereikt, kan resulteren in een aanpassing op een bepaald punt van de Omgevingsvisie. De voorzitter: Mevrouw Boom heeft hier een vraag over. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. U legt het uit, we evalueren, we kijken of dat de plannen gehaald worden en we stellen bij. Hoe moet ik dat dan relateren aan de stelligheid die we vorige week vanuit de projectontwikkelaars hoorden van, dat is niet mogelijk? Als we evalueren op de verlichtingsplannen, dan kunnen we de Omgevingsvisie bijstellen? De heer Cornax: Ik hoor hier het antwoord al. Je moet dat als overheid goed kunnen motiveren, als je zo'n besluit neemt.
En op zich, omdat wij jaarlijks zo'n realisatiemonitor bijhouden, kan je dat eigenlijk wel goed onderbouwen, als gemeente of als raad zijnde, dat je zo'n besluit neemt om toch een bepaalde koerswijziging van je Omgevingsvisie door te voeren. Maar het zit hem inderdaad in de motivering die wel sterk moet zijn. De voorzitter: U wilde nog een aanvulling. De heer Langenberg: Mag ik dat aanvullen, voorzitter? De voorzitter: Zeker. De heer Langenberg: Ik denk dat het ook goed is, kijk, in de Omgevingsvisie staat, even specifiek verwijzend onder de inleiding A1.2 ook een citaat als het gaat om dat het een dynamisch document is. En dat als het gaat om de doelen en de ambities die we daarin hebben, dat we die eventueel daarin ook kunnen bijstellen. Nog specifieker, op pagina 29 hebben we het over die schaarse ruimte. En dat die schaarse ruimte met binnenstedelijk ontwikkelen ook zijn grenzen heeft. Dat daar uiteindelijk ook een max aan zit. En dat we op basis daarvan ook weer dat dynamisch document als een Omgevingsvisie, wat het is dat traject, daarop natuurlijk ook weer kunnen bijstellen.
Het staat ook in de Omgevingsvisie uitgelegd, even met die specifieke verwijzingen, als het gaat om jullie vragen rondom, hoe dynamisch is het en hoe zit dat dan met de doelen, et cetera? Als het gaat om goed onderbouwen, hebben we daar ook wel wat haakjes gecreëerd, om daar in ieder geval wat dynamischer in te kunnen zijn. De voorzitter: Dank u wel. De heer Pauwels. De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. Ik heb twee vragen. De eerste gaat over die motivatie. We weten nu al dat binnenstedelijk wij de woningnood niet gaan oplossen. En
51
dan zal woningnood ook niet zomaar een argument kunnen zijn om over een paar jaar te zeggen, het is toch niet gelukt, dus we gaan nu andere gebieden verkennen. Althans, dat is mijn gevoel erbij. Ik vraag me heel erg af, hoe strak moet die motivatie zijn? Is dat een juridische analyse van, welke kennis hebben wij nu en op basis waarvan maken we de keuzes die wij nu maken? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is, mochten wij nu tot een amendement komen, gaat bijvoorbeeld deze Omgevingsvisie dan opnieuw de participatie in? De heer Langenberg: Zal ik … De voorzitter: Dat is een hele goede, technische vraag. Maar de heer Langenberg. De heer Langenberg: Excuus, voorzitter, ik ging voor mijn beurt. De voorzitter: Maakt niet uit. Ik geef u nu de beurt. De heer Langenberg: Voor de eerste vraag, we hebben met de vorige beeldvormende vergadering daar ook al antwoord op gegeven. Technisch gezien hebben wij een verdichtingsstudie gedaan, waarin wij die 11 duizend woningen hebben, inclusief de grotere ontwikkelingen en het verdichten daarvan en de potentie daarvan, kunnen we 11 duizend woningen kwijt, is onze verwachting. Ik zeg daarmee niet letterlijk dat we de woningnood oplossen, want die is wel iets groter in Nederland. Maar wij hebben 11 duizend woningen kunnen programmeren binnen de stad.
De heer Pauwels: Maar we weten niet wanneer die woningen gerealiseerd zijn? De heer Langenberg: De realisatiemonitor en de planningsmonitor laat in ieder geval zien hoe we het tot nu toe programmeren. En letterlijk weten we niet wanneer natuurlijk. Dat klopt. Maar we hebben wel gezien dat de potentie in de termijn die we gesteld hebben en de doelen die we gesteld hebben er is, binnenstedelijk. De voorzitter: De potentie is er. Maar dan hebben we nog steeds de vraag ook van de heer Pauwels. Stel dat er een amendement ingediend wordt, moet dan weer opnieuw het hele participatieproces gaan plaatsvinden? De heer Cornax: Participatie hebben we inderdaad georganiseerd voor deze Omgevingsvisie eigenlijk op twee momenten. Een keer laat ik het een vrijwillige participatie noemen. Hebben we de ruimtelijke keuzes die we hebben toegevoegd aan Omgevingsvisie met inwoners en andere belanghebbenden gedeeld en hen gevraagd, waar moeten we nog meer rekening mee houden als we deze keuze opnemen? Daarnaast hebben we de ontwerp Omgevingsvisie ook een keertje ter inzage gelegd, dat is een verplichting bij een Omgevingsvisie, voor zes weken. Daar zijn dan zienswijzen op ingediend. Vervolgens, wanneer de Omgevingsvisie wordt vastgesteld, staat deze verder niet open voor bezwaar of beroep. En dat zit hem erin dat de Omgevingsvisie zelf bindend is.
In die zin worden er geen regels of verplichtingen voor derden mee opgelegd. Als de Omgevingsvisie geamendeerd wordt op een punt als, we laten het uitgangspunt van verdichten, los wil ik niet zeggen, maar we hanteren dat minder strak. Het is een
52
wijziging van hetgeen wat ter inzage heeft gelegen. Maar of je daarmee dan opnieuw de hele Omgevingsvisie open wil stellen voor participatie, dat denk ik niet. De voorzitter: Het is op zich een goede vraag, die nog even boven de markt hangt, denk ik. De heer Burggraaf wil hem graag beantwoorden. Gaat uw gang, wethouder. De heer Burggraaf: Voor mij is dat niet zo'n ingewikkelde vraag. Want je hebt gewoon een Omgevingsvisie gemaakt. Die heb je ter inzage gelegd eigenlijk aan de stad. En zienswijzes opgehaald. En er zitten zienswijzes in van de ene kant die zeggen, wat goed college dat u deze lijn volgt en dat u het buitengebied, dat u die landschappelijke kwaliteiten daar wil behouden en bewaken, et cetera, en daaraan normen stelt. En er zitten insprekers bij, die heeft u vorige week in de commissie gehad, die een tegenovergestelde zienswijze hebben. En het is vervolgens aan u als raad, gehoord hebbende de verschillende reacties, om daar een weging in te maken. Daarmee heb je gewoon voldaan aan je participatie, en heb je alle geluiden en argumenten tot u kunnen nemen. En kunt u daarin uw eigen afweging maken. De voorzitter: Helder, denk ik. Dank u wel. Wie nog een vraag tot zover, of heeft u ook nog een nieuwe sheet? De technische vragen naar aanleiding van de sessies. U heeft allen ook technische vragen gesteld. En daar zijn antwoorden op gekomen.
Heeft u daar nog vragen over? De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dat gaat over de sessie van 6 mei, om te beginnen. Daar hadden wij een vraag gesteld over duurzame opwekking, met behulp van wind op hoge gebouwen. En daar is op gereageerd in termen van die miniwindturbines, waar we in de raad eerder over gesproken hebben. Maar ik bedoelde eigenlijk, grotere installaties die inmiddels ontwikkeld zijn voor echt op hoge gebouwen, met een veel groter vermogen. Ik kan er eventueel wel links van toesturen, waar een aantal van die ontwikkelingen in benoemd zijn. En ik wilde daar graag van weten, niet of dat mag of niet, maar wat voor bijdrage die kunnen leveren aan onze vraag naar duurzame energie, omdat dat in de Omgevingsvisie wel van belang kan zijn. Die vraag wil ik graag nog wat verder stellen, maar dat kan misschien beter schriftelijk aan de hand van wat nadere informatie. De heer Cornax: Als ik heel kort mag reageren daarop? De heer Van der Meer: Ja. De heer Cornax: Ik denk dat dat inderdaad om een sommetje vraagt, te kijken, wat is de capaciteit van zo'n windturbine op een hoog dak en hoe staat dat in verhouding tot de duurzaamheidsdoelstellingen of de opwekdoelstellingen? De heer Van der Meer: Heel goed. Er zijn een aantal gemeentes waarin dat al toegepast wordt. Er is ervaring mee. Dan had ik nog een vraag.
Er staat ook het een en ander in over minimumvloeroppervlak van 70 meter. En het is mij niet duidelijk geworden waar dat precies geldt. In antwoord op de vraag wordt iets gezegd over een paar wijken waar dat van toepassing zou zijn. Betekent dat dat dat in andere wijken niet van toepassing is? De voorzitter: Mevrouw Wouters.
53
Mevrouw Wouters: Dank je wel, voorzitter. De vragen zijn zo breed. We moeten onszelf ook even breed vertegenwoordigen. Dat is inderdaad juist. De huisvestingsverordening ligt nu ook binnenkort voor bij de raad. En daarin wordt geregeld in welke gebieden die regel geldt bij woningvorming, dat de woningen minimaal 70 vierkante meter moeten zijn. Dat geldt alleen voor de bestaande bebouwing, en dat geldt alleen maar in de genoemde gebieden, in de beantwoording. Dat geldt niet in de hele stad. De voorzitter: En u heeft nog een vraag, denk ik, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik heb nog een vraag. Die heeft ook op dat ‘…’ gebied, zal ik maar even zeggen, betrekking. Want in het kaartje wat in de net verschenen prognose van het grondbedrijf staat, staat dat hele gebied als gemeentelijk eigendom. En we kregen vanmiddag van de projectontwikkelaars die vorige keer hebben ingesproken een kaartje waarin een heel verdeeld bezit is. Hoe zit dat? De voorzitter: Mevrouw Wouters. Mevrouw Wouters: We kunnen dat in beeld brengen. Wat ik er nu over kan zeggen, is inderdaad dat het deels gemeentebezit is en deels in bezit van ontwikkelaars. De voorzitter: Dank u. En wie kan ik nog verlichten met een mogelijk antwoord op de vraag die de heer Van Dam Timmers nu gaat stellen? De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Eigenlijk een beetje ook een juridische vraag.
Er staat in een van de beantwoordingen dat de beleidscyclus uiteraard het algemene beginsel van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, namelijk dat je behoorlijk bestuur moet verrichten. Daar zijn we natuurlijk voor. Maar de vraag is dan, hoe juridisch houdbaar moet je heldere motivering dan zijn om een wijziging aan te brengen? Dat blijf ik toch een ingewikkeld punt vinden, omdat daar staat of valt natuurlijk wel mee hoe bindend wat je nu vaststelt met elkaar is voor de toekomst. En er zijn talloze punten in dit stuk. Het is best wel een gedetailleerd stuk. Waarmee ik me kan voorstellen dat toekomstige ook technische ontwikkelingen je toch een hele andere weg kunnen laten inslaan. Ook natuurlijk politieke opvattingen die soms veranderen, kunnen dat veroorzaken. En dan vraag ik me af, kan dat of ben je dan eigenlijk als overheid toch niet behoorlijk bestuur aan het toepassen? De voorzitter: Mevrouw Wouters. Mevrouw Wouters: Ik kan de vraag op twee manieren beantwoorden. Als ik hem heel technisch juridisch beantwoord, dan ga ik zeggen, de Omgevingswet is net ingevoerd. Is heel weinig jurisprudentie van. Wij kunnen niet voorbeelden geven van, dit was een goede onderbouwing en dit was geen goede onderbouwing volgens de rechter. Als ik hem pragmatisch beantwoord, dan zou ik zeggen, behoorlijk bestuur betekent vooral een goede uitleg, goed verhaal, redenen, argumenten.
Ik denk dat dat het belangrijkste is. Dat er altijd bij besluiten wordt uitgelegd waarom dat besluit is genomen. Meer informatie hebben we gewoon op dit moment daar niet over.
54
De voorzitter: Ik kijk even rond. En ik zie niemand meer met vraagtekens boven zijn hoofd. Of misschien juist heel veel, maar is het zelfs zo ingewikkeld om dan een vraag te maken. Nee hoor, een beetje flauw. Dan ga ik deze commissie ook weer afronden. En dan zit ik met een paar dilemma's, wat ingewikkeldheden. In de eerste plaats wil ik even weten, dat weet ik bijna wel, maar de commissie gaat erover, de inventarisatie, is die voldoende om tot een politiek standpunt over het raadsvoorstel te komen? Ik zie mensen ja knikken. En dan, is het nog de wens om het oordeelvormend te bespreken, of zeggen we, dit is gewoon een hamerstuk? Dat dacht ik ook niet. De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Vanuit onze fractie zouden we graag dit stuk oordeelvormend willen bespreken. En wij overwegen een amendement op misschien een deel van de kaartjes of een deel van de verdichtingsplannen die erin staan. De voorzitter: Amendement. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, ik zou dan wel van de heer Van Dam Timmers willen weten toch welke politieke vraag er inderdaad bij hoort, zodat ik me daar ook op kan voorbereiden. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dat is natuurlijk heel eenvoudig. En dat is, kan de commissie instemmen met de nu voorliggende Omgevingsvisie? De voorzitter: En ik denk, als raad dat eerst maar kijken.
Het is ook als er een amendement … Dan aan de hand van die amendementen, kunnen we het zo ook nog even over hebben. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik kan mij op nog wel andere punten, want er staat heel veel in die Omgevingsvisie, voorstellen dat we amendementen hebben. En mijn vraag is ook, wanneer zou die oordeelvormende vergadering moeten zijn? Ik heb zelf, eerlijk gezegd, wel behoefte aan even nog wat tijd daarvoor. Er zijn heel veel zienswijzen ingediend. Er is net een RIGO-rapport verschenen. We hebben het zonet over die verdichtingsstudie gehad, waar ook wel misschien wat vraagtekens bij zijn, waar ik in elk geval graag nog een keer goed naar zou willen kijken. Ik zou om wat tijd willen vragen. De voorzitter: Helder. Ik kijk even. De heer … De heer Pauwels: Maakt niet uit. De voorzitter: Pauwels. De heer Pauwels: Wij hebben ook sterke behoefte om tot een amendement te komen. En dat is vanwege de politieke vraag die wij hebben. En dat is, waarom zouden wij nu middels deze Omgevingsvisie ervoor kiezen om de woningnood, die er is, niet op te lossen, en zelfs in de toekomst praktisch onmogelijk te maken? De voorzitter: Dat is een stellingname.
55
De heer Pauwels: Een beetje prikkelend. Is het niet een vraag? De voorzitter: Maar die kan omgezet worden in een vraag. Daar zijn we allemaal heel erg handig in. Hoe kunnen of waarom, en dat soort dingen. De heer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Ik kan ver meegaan met mijnheer Van der Meer, van GroenLinks. Ik heb inderdaad ook even wat tijd nodig om alle extra informatie, die we de afgelopen commissievergaderingen gehad hebben, toch tot me te nemen, en daar ook bij de fractie een standpunt over in te nemen. Volgens mij is de vraag in de vorige commissie al beantwoord, zit er heel veel druk op? Volgens mij, ik dacht dat er niet heel veel druk op zat. Wanneer de oordeelsvormende commissievergadering plaats moet vinden, weet ik niet. Maar in ieder geval niet liever de komende maand of zo. De voorzitter: Ik zal zo even een voorstel doen. Ik weet, in principe zit er geen druk op, vanwege wet- en dat soort regelgeving, of wat dan ook. Maar ik heb begrepen van de wethouder en ambtenaren dat ze toch wel heel blij zouden zijn als het niet heel veel lange tijd zou duren. Maar ik zal een aantal voorstellen doen. Want als we dat in juni nog zouden doen, dan hebben we 3 of 10 of 24 juni dat het zou kunnen. Dan valt het samen met het bestemmingsplan van het Maasterras, inderdaad.
En dat valt samen met de Perspectiefnota, waarvan we in principe al hadden afgesproken, die zouden we alleen behandelen. Maar goed, het Maasterras is er ook al ingefietst. Het lijkt mij niet handig om zo'n groot onderwerp daar ook bij te doen. Of we moeten met zijn allen slaapzakjes organiseren en gewoon hier een grote camping van maken, waardoor we alsmaar doorgaan. Lijkt me niet verstandig. Dan is er ook nog een mogelijkheid om te zeggen dat we het over het zomerreces heen tillen, en dan de beoordeling doen. Maar dat is even een vraag aan u van, wat wilt u? Ik zie ook mensen moeilijk kijken van, dat is natuurlijk inderdaad een heel gedoe, maar het is zo qua tijd allemaal nog. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik zou wel even van de ambtelijke organisatie willen horen wat ze precies bedoelen met niet te lang duren. Want ik kan me ook voorstellen dat we toch nog net voor het zomerreces in ieder geval een oordeelsvormende commissie kunnen hebben. En dan misschien de besluitvorming na de zomer. De voorzitter: Het is een beetje om het even. Want als je voor de zomer een oordeelsvormende sessie hebt, dat kan dat. Die ruimte is er nog wel. Dan heb je wel, na de zomer moet je een raadsbesluit gaan nemen over iets wat je acht weken daarvoor besproken hebt. Dat is misschien een lastige. Ik denk dat dit toch wel heel erg groot is om dat zo te doen.
Aan de andere kant geldt dat ook voor als je een oordeelsvormende sessie hebt, dan heb … Maar goed, dan heb je al deze weken de tijd om ook de achterbannen nog te spreken. Ik zie hier twee heren op de tribune zitten, die kunnen misschien nog eens geraadpleegd worden. Van alles wat nog mogelijk is. Maar goed, ik zie de heer, ik wilde zeggen de heer Masum, maar het is de heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Ik wilde eigenlijk een soortgelijke vraag stellen, die de heer Van der Meer net stelde. Maar ik kan me er best in vinden, in het voorstel wat u heeft gedaan om het na de zomer te behandelen. De voorzitter: De heer Wringer.
56
De heer Wringer: Dank, voorzitter. De griffie heeft natuurlijk een paar weken geleden al aangegeven dat er een aantal grote onderwerpen aan zit te komen en dat het gewoon heel druk is tot het zomerreces. Wat ons betreft ook direct na het zomerreces. De voorzitter: De heer Stolk. De heer Stolk: Sluit ik me bij aan. De voorzitter: Ik zie iedereen knikken. Ik durf bijna niet naar links te kijken, want ik weet dat daar de meeste mensen niet echt heel blij mee zijn. Maar aan de andere kant denk ik dat de zorgvuldigheid en de aandacht die het dan toch krijgt belangrijker is als met een ander gevoel op vakantie gaan. De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: U gaat zelf over uw eigen agenda. Wat het voor ons wel beter werkbaar maakt, is als u het vooral dan combineert in de cyclus die u heeft. U heeft, wat is het, beeldvormend, oordeelsvormend, gemeenteraad. Het is vooral voor ons het beste werkbaar als je dat in dezelfde cyclus hebt zitten. De voorzitter: U bedoelt strak achter elkaar? Want het is natuurlijk nu in een cyclus. Die volgorde is er zeker. Alleen een wat ruimere tijd zit ertussen, tussen de uiteindelijke beeldvorming en oordeelsvorming. De heer Burggraaf: Precies. Maar goed, nogmaals, u gaat over uw eigen agenda. U moet vooral kiezen wat u zelf prettig vindt.
Maar voor ons werkt het het makkelijkst als je gewoon, zoals het normaal is, beeldvormend, oordeelsvormend, dan de gemeenteraad, waar je naartoe werkt. En niet nu een beeldvormend, zomer eroverheen en dan heb je in september misschien weer nieuwe vragen. Dan kan het een heel erg lang proces worden. Voor onze organisatie is het het beste te organiseren als je dat in een maand plant, want dan kunnen we daar de capaciteit op zetten. Dat geef ik u mee ter overweging. De voorzitter: Snap ik. Ik denk dat we dat allemaal snappen. Het is alleen gewoon het probleem, en de heer Wringer gaf het ook al aan, dat we met de eerstkomende raad en de laatste raad voor de zomer gewoon helemaal bomvol zitten. En of de eerstkomende raad, dat is volgende week. Dat is niet haalbaar, want we willen toch nog een oordeelsvormende sessie hebben. Dan is het de raad erop. Dan hebben we de Perspectiefnota. En daar zit het Maasterras ook al tussen. Dan hebben we meteen de zomer. Ik zou zelf, maar ik mag natuurlijk helemaal niet sturen, doe ik ook helemaal niet, maar het zou zo zonde zijn, en al die tijd die we er nu ingestoken hebben, om dat zo dan voor de zomer er even tussen te frommelen. De heer Stolk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Misschien toch een iets conflicterende mening op dat standpunt.
We zien ook in de realiteit dat in de oordeelsvorming we met elkaar de goede discussies hebben. Dat we dan vaak zien waar we van mening soms ook verschillen op de verschillende ideeën of concepten of conceptideeën die er leven. En
57
dat je ook juist ervoor kan kiezen dat wel voor de zomer te doen. Dan kristalliseren die ideeën zich in de zomer uit. En dan kom je in september met een goede oordeelsvorming uiteindelijk in de raad terecht, met de amendementen. Dat als alternatief voorstel, wat misschien ook werkbaar zou kunnen zijn. De heer Stolk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Stolk. De heer Stolk: Ik wil toch graag uw voorstel ter stemming willen brengen, na de zomer, want we hebben heel erg veel werk te doen voor de zomer. De voorzitter: Ik ga nu even, net als in de vorige commissie, met handjes op. Wie wil voor de zomer? Twee. Wie wil na de zomer? Dan is toch, het democratische proces werkt. Wat zeg je? Ik snap het. Dan vraag ik wel aan u allen om daar echt ook toch mee bezig te gaan, en misschien onderling al wat kennis en ervaring uit te wisselen, eventueel amendementen die er verzonnen of bedacht worden, om die dan met elkaar te bespreken. En als er onduidelijkheden oppoppen, die kunnen dan toch nog gesteld worden ook. Ik wil u wel daartoe aanmoedigen, om dat te doen. De heer Laban: Voorzitter. De voorzitter: De heer Laban. De heer Laban: Dan heb ik nog een politieke vraag. De politieke vraag die ik zou willen toevoegen is deze, is de stedelijke contour, zoals die nu ingetekend is, de juiste? De voorzitter: Kijk ik even naar de linkerkant.
Is de stedelijke contour die nu ingetekend is de juiste? Mevrouw Boom-Vos: Hij bedoelt voor de oordeelsvorming. De voorzitter: Sorry, ik ben nu even helemaal zelf ook de kluts kwijt. De heer Laban: Het was een politieke vraag. De voorzitter: Ik hoor hem. En die is opgetekend. Excuus. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Gezien dit tijdpad is het misschien mogelijk om op een later moment, maar wel voor de zomer nog politieke vragen toe te voegen. De voorzitter: Zeker. Dan wil ik u allen hartelijk danken. U ook, de ambtenaren, mijnheer Burggraaf. En neem uw bordjes mee, uw flesjes en uw bekertjes. En wel thuis. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 1 juli 2025.
58
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
N. Mol
59