2.6 2024.09.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Waarbij we vanuit het ministerie via de provincie, toezicht, via de omgevingsdiensten uitkomen bij uiteindelijk de WBE. Die dat doet in onze opdracht, namelijk de gemeente Dordrecht. Waarom doen we dat? Wij hebben 439 hectare akkerbouwgrond, die wij verpachten aan de agrariërs. En die eigenaarsrol vraagt van ons om het beheer goed vorm te geven. En dat doen wij middels het verhuren van de jachtrechten. Dat doen wij al sinds zeer lange tijd. En dat komt omdat het jachtrecht is gekoppeld ook aan het eigendomsrecht. En daarmee geven wij uitvoering aan onze verplichting om binnen de faunabeheerplannen de verantwoordelijkheden over te dragen. In dit geval aan de WBE. Dat staat hier nog eens een keer toegelicht. Dat valt ook binnen het wettelijk kader van de Omgevingswet, vanaf 1 januari 2024. Nogmaals, ik ga er wat snel doorheen. Maar voor de geïnteresseerden, u kan dit heel specifiek nalezen. En het doel waarom wij dit doen, met name om aspecten die net ook al aan bod zijn geweest, het voorkomen van aansprakelijkheid van schade bij de gemeente. En zonder het beschikbaar stellen van dit recht aan de WBE kunnen zij
19
niet binnen het Faunabeheerplan toezien op uitvoering van dat faunabeheer. Dan heeft u ook een vraag gesteld in uw agenderingsverzoek over de termijn. Waarom kiezen wij voor twaalf jaar? Met name om gewoon de periode die wij het jachtrecht hebben verleend in het verleden te continueren en om daarmee ook voor de langere termijn een duurzaam faunabeheer mogelijk te maken. U heeft ook gevraagd over de financiële opbrengst. Die hebben wij hier laten zien. En vragen daarvoor tien euro per hectare. En daar hebben wij onderzoek naar gedaan, dat dat marktconform is. Een hele jacht wordt dan uitgevoerd door de WBE, binnen de daarvoor geldende wet- en regelgeving. Wij doen daar ook onze bijdrage als verhuurder, door dat aan hen beschikbaar te stellen. U heeft ook gevraagd om antwoorden op hoe er toezicht plaatsvindt. Dat gebeurt via de verschillende omgevingsdiensten. Waar de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid gemandateerd is namens de Omgevingsdienst Haaglanden. U heeft ook gevraagd in uw agenderingsverzoek om afschotcijfers. Hierop wordt later nog ingegaan in de verschillende presentaties van WBE en FBE. En samengevat betekent dit het volgende, wat hier eigenlijk opgesomd staat. En ik stel voor dat ik het niet allemaal op lees, maar dat ik het hierbij afrond en u in de gelegenheid stellen om vragen te stellen. De voorzitter: Mijnheer Nap, ik denk dat u het keurig gedaan heeft.
En ik ga gelegenheid geven voor vragen stellen. Ik zie er al een paar. En ik stel voor dat we het ook weer keurig via de voorzitter doen. Mijnheer Van Dam Timmers, u mag beginnen. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Er ontstond in de vorige sessie een klein beetje verwarring over per wanneer dit in zou gaan en wanneer iets is uitgesteld en wat voor schade er misschien in die tussentijd wordt geleden. Kunt u uitleggen hoe dit qua termijnen zit, wanneer het begint, wanneer het stopt en hoe dan de situatie de afgelopen negen maanden is geweest? De heer Van Hasselt: Ik zal daar een reactie op proberen geven. Het jachtrecht liep af in januari 2024. Er zou een nieuw jachtrecht uitgegeven worden. Vanwege het feit dat er publicatie is geweest, is er eerst nog een bezwaar gekomen vanuit iemand. Toen is het weer verdaagd. En op het ogenblik is er geen jachtcontract. Is er ook geen schade meer mogelijk. En we zitten nu eigenlijk met dit rondetafelgesprek. Voorlopig ligt er geen jachtrecht, tenzij... Er mag nu wel op ganzen gejaagd worden, omdat er... Dat is voldoende zo. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers, voordat ik u het woord weer geef. Voor alle duidelijkheid, nu dit rondje eigenlijk alleen verhelderingsvragen en dan straks, als het even kan, nog het rondetafelgesprek.
Gaat u een verhelderingsvraag stellen of een andersoortige vraag? De heer Van Dam Timmers: Verhelderend natuurlijk. De voorzitter: Ik wist dat u dat zou zeggen, maar ik ben bang dat het niet zo is. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Maar ik heb toch een korte vraag. De voorzitter: Heel kort dan. De heer Van Dam Timmers: Mijn vervolgvraag is, stel de gemeenteraad wil deze periode heel kort laten duren, dat dat er niet is, wat moeten wij dan doen?
20
De voorzitter: Daar kan u een kort antwoord op geven mogelijk? De heer Van Dam Timmers: Dat het jachtrecht nu niet uitgeven is? De heer Nap: In principe niks. Dan kunnen wij zo snel mogelijk dat contractueel overeenkomen met de WBE. De voorzitter: Dat was kort. Mijnheer Groenewege, had u een verhelderingsvraag? Heel goed. De heer Groenewege: Ja, over de procedure waar de heer Nap het over had. Naar zijn analyse was de jacht op gemeentegrond in de afgelopen jaren naar tevredenheid. Niet naar tevredenheid van de dieren, neem ik aan, maar naar tevredenheid van de jagers. Heeft de gemeente of heeft het college een analyse gemaakt van, wat zijn eigenlijk de schadecijfers en wat zijn eigenlijk populaties van de verschillende soorten die bejaagd worden op gemeentegrond en wat zijn de cijfers van de aanrijdingen, voordat het college heeft besloten om jachtrecht voor al die soorten te verlenen? Is het niet mogelijk om daar wat selectiever in te zijn? Alleen daar waar de noodzaak toe noopt? De voorzitter: Mijnheer Nap. De heer Nap: Daar is geen onderzoek naar gedaan. En wij hebben gemeend om die verantwoordelijkheid over te dragen aan een partij die daar zicht op heeft en die dat ook uitvoert binnen het Faunabeheerplan van de provincie. En daarmee denken wij dat die zaken geborgd zijn waar u naar vraagt.
De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, heeft u ook een verhelderingsvraag? Mevrouw Kamphuis: Ja. Ik hoorde net dat de WBE verantwoordelijk is voor de telling en het jagen van die dieren. In hoeverre is dat dan onafhankelijk? Want hun tellen en jagen. De voorzitter: Mijnheer Nap. De heer Nap: Voorzitter, ik herken de vraag, zoals u die net ook stelde. En toen is er ook verwezen naar de verdere presentaties van de FBE en WBE. En ik zou daar ook graag nu weer naar verwijzen, omdat zij daar nadrukkelijker antwoord op kunnen geven. De voorzitter: Lijkt me duidelijk. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter, een vervolgvraagje. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik wilde weten hoe de gemeente daarover dacht. De voorzitter: Mijnheer Nap. De heer Nap: Wij zien hen als een professionele partij, die dat op een goede manier vorm geeft. De voorzitter: Duidelijk antwoord, denk ik. Ik stel voor dat wij verder gaan met de heer Van Damme van LTO Noord, afdeling Dordrecht. En ook hier geldt weer, als hij zijn presentatie, zijn verhaal gehouden heeft, alleen verhelderingsvragen.
21
De heer Van Damme: Bedankt, voorzitter. De stoom komt uit je oren. Deze opmerking hoor ik vaak van een boer die een schademelding wil doen bij BIJ12. BIJ12 is de organisatie waar boeren schade melden aan gewassen. Deze schademelding kost altijd 300 euro. Deze site is bijna beter beveiligd als de bank. De procedure is zeer ingewikkeld. Kortom, een boer meldt niet zomaar schade. Op het eiland van Dordt zijn 30 boeren en de oppervlakte is ongeveer 1.750 hectare. Wij hebben het gebied enorm zien veranderen. De laatste jaren voornamelijk met natuurontwikkeling. De Nieuwe Dordtse Biesbosch is bij iedereen bekend. Dit gebied trekt steeds meer vogels en gelukkig ook mensen. Wij als boeren zien de afgelopen jaren ook een andere ontwikkeling, vogels en meer wild. Vogels komen maar wat graag onze gewassen bezoeken. Jammer is dat deze soms compleet afgevreten worden. Geen oogst of een mindere oogst. Als voorbeeld. Zwanen in maart en april met honderden tegelijk. Deze zijn onmogelijk te verjagen. Deze landen op je rug, als ze toch verjaagd worden. Duiven, kraaien, ganzen zijn er het hele jaar rond. Als deze gezamenlijk besluiten om de zogenaamde val op je perceel te hebben, is het gedaan, zelfs bij een oplettende boer. En deze zijn er heel veel. De schadebedragen zijn fors. We hoorden net al een ondernemer over 25.000 euro.
Als ik me goed heb laten informeren, is het tussen de 1,5 en 2 ton dit jaar. Preventieve maatregelen. Vlaggen neerzetten of met geluid vogels verjagen heeft in veel gevallen een beperkte werking. Vogels passen zich razendsnel aan en zijn niet gauw onder de indruk. Wij als LTO vinden het zeer belangrijk dat populatiebeheer en schadebestrijding goed geregeld is. De jagersclub, die actief is op het eiland, waarderen wij. En er is ook veel contact. De mensen hebben veel gebiedskennis. Naar ons inzien zeer belangrijk om met meerdere belangen rekening te kunnen houden. De gemeente is in onze ogen dit jaar nalatig geweest om het goed te regelen. Als gevolg hebben een aantal leden forse schade in gewassen. Deze konden niet gemeld worden bij BIJ12, omdat er niet aan de voorwaarden voldaan kon worden. Wij vragen ons af waar die schade verhaald moet worden. Wij kijken ook graag vooruit en gaan graag met jullie in gesprek hoe we verder gaan. Bedankt voor jullie aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Damme. Verhaal duidelijk genoeg? Ja, concludeer ik. Dan gaan we straks het gesprek met mijnheer Van Damme aan. Ga ik naar mevrouw Dekker. En via mevrouw Dekker ook mevrouw De Jong. Mevrouw Dekker: Ik ben nu even mevrouw De Jong. Als het goed is, luistert ze mee. Ik hoop dat ik het goed doe.
Bij het verpachten van de jacht op gemeentegronden worden de gronden van de gemeenschap ter beschikking gesteld aan een kleine groep personen voor het uitoefenen van hun hobby. De jacht heeft uitsluitend betrekking op het doden van één van de vijf als wild aangewezen soorten, te weten konijn, haas, fazant, houtduif en wilde eend. De jacht op het konijn is vanwege de ongunstige staat van instandhouding in het hele land niet geopend. De minister kijkt nog naar de situatie van de andere soorten. Het gaat bij jacht niet om andere diersoorten en ook niet om schadebestrijding. Door de gemeente wordt gesteld dat de WBE Hoeksche Waard als rechtspersoon verantwoordelijk is voor een redelijke wildstand, het verhuren van het jachtrecht aan jagers, educatie over de jacht en het organiseren van tellingen. Op de site van deze WBE staat, ik citeer, “De WBE is de vereniging van lokale jachthouders en jagers die uitvoering geeft aan verantwoord en duurzaam wildbeheer.” Citaat sluiten. Dit zijn allemaal zaken die samenhangen met de hobbyjacht en vormen geen overtuigende redenen voor de gemeente om de jacht op eigen gronden aan deze WBE te verpachten. Het wild hoeft helemaal niet te worden beheerd. Dat de verhuur geld oplevert, mag uiteraard geen reden zijn om het wild in de gemeente over te leveren aan jagers.
Zodra jagers de jacht hebben gepacht, kunnen zij zelf bepalen wanneer en hoeveel van de genoemde dieren ze gaan doden. In het Dierenwelzijnsbeleid 2024 staat dat
22
Dordrecht een stad wil zijn waar dieren en dierenwelzijn de aandacht krijgt die het verdient en dat de natuur in principe zoveel mogelijk met rust wordt gelaten. Daarvoor is het belangrijk dat de gemeente zelf de regie in handen houdt en die verantwoordelijkheid niet afschuift. Een WBE is niet gericht op het algemeen belang, laat staan dat deze jagersorganisatie het welzijn van dieren en de bescherming van de natuur nastreeft. Het zijn jagers die hun hobby willen uitoefenen. De gemeente is niet verplicht om Faunabeheerplan uit te laten voeren op eigen gronden. Als er al sprake zou zijn van belangrijke landbouwschade of gevaar voor de openbare veiligheid op gemeentelijke gronden, veroorzaakt door in het wild levende dieren, zijn er diverse diervriendelijke maatregelen te treffen om dat aan te pakken. Het gaat dan bijvoorbeeld om het weren of verjagen op verschillende manieren. In het geval van landbouwschade kan de gemeente de agrariërs daarbij ondersteunen. Het doden van dieren is in de meeste gevallen helemaal niet nodig en lost eventuele problemen vaak niet eens op. En ze heeft nog één opmerking nagestuurd in reactie op het verhaal van de gemeente. De gemeente stelt in haar presentatie dat zij verplicht zijn om het Faunabeheerplan uit te laten voeren op eigen grond. Die verplichting is nergens in de wet vastgelegd. Deze bewering is onjuist. Dat was het verhaal van...
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Dekker, voor het voordragen van het verhaal van mevrouw De Jong. Ik stel voor dat als uw vragen aan mevrouw De Jong heeft, dat die schriftelijk ingediend worden. En voor alle zekerheid nog maar, dat is Fauna4life. Mevrouw Dekker, u popelt ongetwijfeld om ook uw eigen verhaal te doen. Mevrouw Dekker: Dat wordt wel een beetje langer. De voorzitter: Maar ik hoop niet al te lang. Mevrouw Dekker: Niet al te lang. Ik had ook een paar plaatjes. De voorzitter: Probeert u het in een minuut of vijf. Is een verzoekje. Mevrouw Dekker: Ik heb tien minuten. De voorzitter: Tien mag, maar dat is wel het alleruiterste. Ik wilde even kijken of u erin trapte. Mevrouw Dekker: Als ik mag beginnen, dan ga ik dat in tien minuten doen. De brief van het college van 26 maart aan de raad over het Dordtse Dierenwelzijnsbeleid stemt mij hoopvol. Maar ik heb er ook heel veel vragen bij. Vooral in het licht van het voornemen om de jachtrechten voor de maximale termijn van 12 jaar te verhuren aan de Wildbeheereenheid Hoeksche Waard. Dordrecht heeft hart voor wilde dieren, lees ik. Strookt dat met het toestaan van het doden van gezonde dieren? Weet u bijvoorbeeld hoeveel dieren deze jagers jaarlijks doden? Jagers van de WBE Hoeksche Waard doden in 2018, 2019 en 2020 meer dieren dan welke andere WBE ook. En er zijn er ruim 300.
Hier moet ik nog bij vermelden dat dit cijfers zijn van de jagers zelf. Er is geen controle op het afschot en ook niet op de registratie daarvan. Mijn vraag aan u is, hoeveel dieren doden deze jagers op Dordtse gemeentegrond? Op hoeveel soorten de WBE Hoeksche Waard onder de verschillende regimes in 2020 jaagden, kunt u zien op de slide. Saillant detail hier is dat geen WBE in Nederland in dat jaar meer hazen en houtduiven doodden dan de jagers van deze WBE. Zuid-Holland is sowieso een uitgesproken jachtprovincie. De provincie met de minste natuur staat al jaren in de top 3 van provincies waar jagers de meeste in het wild levende dieren doden. Een verklaring
23
daarvoor is wellicht te vinden in de samenstelling van de Faunabeheereenheid. Hoewel de FBE Zuid-Holland claimt dat er maatschappelijke organisaties in vertegenwoordigd zijn, blijkt dat niet uit de zetelverdeling. In de praktijk behartigen ze zowel de belangen van jagers en belanghebbenden bij de jacht. De enige partij die staat voor het belang van het dier is de Dierenbescherming. Deze hebben een halve zetel. En deze is al lange tijd onbezet. Wie anders dan deze raad kan de belangen van de dieren die op Dordts grondgebied leven behartigen? Inbreuken op dierenwelzijn worden steeds minder geaccepteerd, staat in de brief te lezen. Bent u zich ervan bewust hoe weinig draagvlak er is voor de plezierjacht? Dit is de jacht op de vijf wildlijst soorten, die zijn al een keer genoemd. En weet u dat het niet goed gaat met deze soorten? Is het in dit licht verantwoord dat jagers tijdens het jachtseizoen ongelimiteerd op deze soorten mogen schieten? Een gemeente mag dan geen zeggenschap hebben over welke soorten op de wildlijst staan, ze kan wel degelijk strenge aanvullende eisen stellen aan de plezierjacht op haar eigen grond. De inwoners van Dordrecht vinden het welzijn van dieren wel zeer belangrijk, lees ik. En dat klopt met wat we weten over hoe de Nederlandse bevolking denkt over de jacht. Wacht, ik mis er één.
Dit waren de jachtlijst soorten en dit is de staat van instandhouding op dit moment. Maar ik denk dat onze ecoloog daar misschien ook nog wel op terugkomt. Ik praat veel te snel. Ik sla dingen over. Ruim 7 op de 10 Nederlanders vinden het niet acceptabel dat jagers voor hun eigen plezier mogen jagen, zo bleek uit een onderzoek in 2022. Ook benutting, zoals jagers de plezierjacht tegenwoordig plegen te noemen, krijgt weinig bijval. 65 procent van de ondervraagden vindt dat alleen professionals dieren mogen doden. Een recent Europees onderzoek onder plattelandsbewoners laat soortgelijke uitkomsten zien. 2 op de 3 ondervraagden vinden bescherming van biodiversiteit en dierenwelzijn belangrijker dan de instandhouding van traditionele jachtpraktijken. 70 procent steunt de stelling dat elk wild dier een voelend wezen is dat beschermd moet worden. Vertaald naar Dordrecht betekent dat, dat ruim 85.000 Dordtenaren een respectvolle omgang met in wild levende dieren belangrijker vinden dan de belangen van enkele Dordtse jagers. De FBE claimt dat de plezierjacht een bijdrage levert aan het verminderen of voorkomen van landbouwschade. Het bewijs voor die claim is nergens terug te vinden in het beheerplan. Er vindt helemaal geen structurele registratie plaats van schade, veroorzaakt door wildlijst soorten.
Moet niet eerst de noodzaak voor de plezierjacht onderzocht worden, voordat we die toelaten op uw grond? Jacht mag alleen toegestaan worden bij een bewezen noodzaak, vindt een meerderheid van de Nederlanders. 7 op de 10 ondervraagden willen dat effectieve, niet dodelijke en humane methode voor het beheer van wilde dieren worden onderzocht en toegepast. Dat is in lijn met het uitgangspunt van de wet, het nee, tenzij-principe. Uw ambities gaan verder dan de wet voorschrijft, lees ik. Dat is niet het geval waar het gaat over de beheerjacht of schadebestrijding. Die is uitsluitend toegestaan als eerst alles in het werk is gesteld om landbouwschade of risico's voor de veiligheid te voorkomen. Aan deze voorwaarde is in Dordrecht niet voldaan. Zo mogen jagers reeën doden, zonder dat eerst alles in het werk is gesteld om aanrijdingen te voorkomen. Deze stelling onderbouw ik uitvoerig in een reeënmanifest, dat ik binnenkort zal publiceren. Met daaraan gekoppeld een petitie. Het college vindt het welzijn van dieren in haar stad belangrijk. Bent u zich ervan bewust hoe dieronvriendelijk de jacht is? Het veroorzaakt veel schrijnend dierenleed. Buiten het opjagen van de dieren, wat veel stress veroorzaakt, zijn dieren zelden direct dood na een schot. Tussen de 19 en 29 procent van de wilde eenden vliegt rond met hagel in het lijf. Bij ganzen ligt dat percentage nog hoger.
Van de konijnenjacht weten we dat 40 procent van de beschoten dieren niet direct dood is. Aangeschoten dieren worden vaak eerst door honden in de bek genomen en daarna doodgeslagen of doodgestoken. Een onbekend aantal aangeschoten dieren wordt nooit gevonden en sterft een langzame en pijnlijke dood. Neemt u als gemeente verantwoordelijkheid voor de pijn en stress die
24
bejaagde dieren doormaken? En hoe voorkomt u dat in het wild levende dieren binnen uw gemeentegrenzen ernstig lijden door de jacht? Hoe houdt u toezicht op dierenwelzijn tijdens de jacht en afschot in het veld? Monitoring is ook nodig bij tellingen door jagers. Het CBS oordeelde dat de telgegevens en protocollen van de WBE’s niet bruikbaar zijn, ik citeer, “Omdat gegevens zodanig zijn dat zij niet gevalideerd kunnen worden.” Sluit citaat. Het CBS beoordeelt de telprotocollen van jagers als onvoldoende en twijfelt eraan in hoeverre jagers deze protocollen überhaupt volgen. Ook in Dordrecht, dat zei mijnheer Koole al, tellen jagers reeën en berekenen ze daarna zelf hoeveel dieren ze mogen doden. Een toelichting op hoe dit gebeurt, geef ik in het hiervoor genoemde reeënmanifest. Vindt u het wenselijk dat jagers in Dordrecht reeën afschieten, terwijl zij zich baseren op eigen onbetrouwbare tellingen? Zou het niet redelijk zijn om op zijn minst de voorwaarde te stellen dat een objectieve partij participeert in deze tellingen? U schrijft in uw brief ook over het niet verstoren van een natuurlijke balans. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat afschot de vruchtbaarheid van dieren juist aanjaagt, wat natuurlijke processen verstoort. In mijn boek Jagerslatijn ga ik er uitgebreid op in. Een diervriendelijke stad maken we samen, schrijft u.
En u spreekt de wens uit voor prettig samenleven van mensen en dieren in de openbare ruimte. Dat is in mijn optiek in directe tegenspraak met het verlenen van jachtrechten aan jagers. Want co-existentie bereik je niet met het doden van dieren. De voorzitter: Mevrouw Dekker. Mevrouw Dekker: Mijn stelling is dat juist het beheer... Ik ben bijna klaar. De voorzitter: Fijn. Wilde ik net zeggen. Mevrouw Dekker: Mevrouw De Jong was heel kort. Ik mag een beetje langer. De voorzitter: Dat gaan we niet doen. Mevrouw Dekker: Dan moet u me niet onderbreken, want dan gaat het helemaal niet lukken. Co-existentie bereik je niet met het doden van dieren. Mijn stelling is dat juist het beheer met het geweer diervriendelijke en innovatieve oplossingen voor eventuele schade door overlast in de weg staat. Gemeentes hebben juridische middelen om de plezierjacht op eigen grond aan banden te leggen. Ook voor de beheerjacht zijn regionaal uitzonderingen mogelijk. Zo is in Terschelling de reeënjacht gesloten, terwijl deze in andere delen van Friesland nog wel plaatsvindt. Ik hoop dat u, raadsleden van mijn stad, zich het lot van in wild levende dieren aantrekt. Niet alleen in woorden, maar ook in daden. Want dieren hebben geen stem. Ik heb er nog één citaat. Ik sluit af met een citaat van Johnas van Lammeren, wethouder in diervriendelijkste gemeente van Nederland, Amersfoort.
“Alles met veren, poten, vleugels of schubben is net zo goed inwoner van Amersfoort.” Tot nu toe de enige gemeente die geen jacht toestaat op gronden waar ze eigenaar van is. Ik zou het geweldig vinden als mijn stad de eerste jachtvrije gemeente van Zuid-Holland zou worden. Dierenwelzijn is mensenwerk, aldus Van Lammeren. En het lot van de in he wild levende dieren in Dordrecht ligt in uw handen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Dekker. Was dit verhaal helder genoeg voor iedereen? Dan ga ik naar mijnheer Terlouw, van de Natuur- en Vogelwacht. De heer Terlouw: Dank u wel, voorzitter. Dan wacht ik nog even op mijn presentatie. Dan wil ik graag nu even uw aandacht. Dank u wel. Natuur- en Vogelwacht Biesbosch. Wij
25
staan voor natuurbescherming en natuurontwikkeling in de ruimste zin van het woord. En daarom gaat dit ons ook zo aan. En daarom zijn wij ook tegen de jacht, want dat heeft niks met natuurontwikkeling of natuurbescherming te maken. En daar wil ik u eventjes een paar argumenten voor meegeven. Een aantal van die argumenten zijn net al voorbijgekomen door mevrouw Dekker. Het onnodig lijden van dieren. Dat behoeft eigenlijk geen verdere uitleg. Dan ga ik ga snel verder. Maar vergeet ook niet dat ernaast ook een grote mate van verstoring is voor andere diersoorten, die bijvoorbeeld wel beschermd zijn. Als je in zo'n veld zit en je schiet daar een dier, alle andere dieren in zo'n veld schrikken ook op. Gevolg is, die soorten zijn ook extra gestrest. En stress betekent ook dat ze meer energie verbruiken. Als ze opvliegen, omdat ze verjaagd worden, gaan ze ook meer energie verbruiken. En die energie moeten ze ook weer aanvullen. Dat betekent dat ze nog meer willen gaan eten. Eigenlijk ben je ook averechts bezig. En dieren die verjaagd worden, die worden ook nog sneller verzwakt, omdat ze meer energie verbruiken. De kans dat ze ziek worden, is ook nog eens groter. Dat helpt allemaal niet bij een goede stand in de natuur. En daarnaast, wat wij ook waarnemen op het eiland, is dat er dieren worden bijgevoerd. En dat heeft volgens mij ook niks met natuur te maken.
Als je de fazanten aan het bijvoeren bent op je eiland, waar ben je dan mee bezig? Eerst ga je ze bijvoeren en dan ga je ze afschieten. Dat noemen we eigenlijk veeteelt. En volgens mij heft dat ook niks met natuur te maken. Volgende sla ik over, omdat mevrouw Dekker daar ook al op in is gegaan. Maar wat vooral ook wel belangrijk is, is dat er verschillende soorten afschot met geweer zijn. En dat is af en toe een paar keer langsgekomen. Maar daar bestaat volgens mij heel veel onduidelijkheid over. En het is goed om te beseffen, denk ik, als college dat je daar ook onderscheid in kan maken in de vergunning die je afgeeft. Plezierjacht, waar ik me hier op gefocust heb, want jacht is plezierjacht, is wettelijk vastgelegd. Schadebestrijding is geen jacht. Dat is weer een ander onderdeel daarvan. En daar kan je ook onderscheid in maken in je vergunning. Dat wil ik graag meegeven. Maar omdat het over het jachtrecht ging, heb ik mij hier in de verdere presentatie even op de jachtsoorten gericht. En daar wil ik dan ook iets verder bij stilstaan. Kijk naar de wilde eend. Linksboven het plaatje van de landelijke trend van de wilde eend. Rechtsboven, daarnaast, de trend van de wilde eend in de Biesbosch. Natura 2000-gebied. Waar de wilde eend een Natura 2000 instandhoudingsdoel is. De groene lijn die daardoorheen loopt, is dat instandhoudingsdoel. Daar zitten we ruim onder.
Waarom zou je een dier, die ruim onder zijn instandhoudingsdoel zit, bejagen? Net aan de andere kant van de Biesbosch, aan de andere kant van die dijk. Vind ik heel vreemd. Vanuit de Natuur- en Vogelwacht tellen we al sinds 1990 in de maanden oktober tot met maart, midden van de maand, met alle vrijwilligers, iedereen mag mee, ook jagers, alle vogels op het eiland. En als je dan naar die trend gaat kijken, linksonder, dan zie je eigenlijk ook dat er een afname is. Ook op het eiland van Dordt is er een afname van de wilde eend. Waarom zou je die dan gaan bejagen? Ook als broedvogel, dat zijn weer een ander soort tellingen, zie je hier in het rood de lijn landelijk en in blauw de lijn van de broedvogelaantallen van de wilde eend in de Biesbosch. Ook die nemen alleen maar af. Bij de houtduif eigenlijk hetzelfde soort verhaal. Landelijk neemt hij sterk af. Zien we linksboven. Ook op het eiland van Dordt, rechtsboven, neemt hij af als wintervogel. In die oktober tot en met maart tellingen. Linksonder zijn weer de broedvogelaantallen. Ook die nemen af. En als je specifiek alleen naar Zuid-Holland kijkt, dan zie je daar ook een gestage afname van de houtduiven. Het gaat daar helemaal niet goed mee, ondanks dat beheer voor een redelijke wildstand, zoals dat wordt genoemd. Fazant, zelfde verhaal. Landelijke trend, linksboven, sterke afname.
De tellingen in de winter, rechtsboven, lichte afname, laat ik het zo zeggen, en redelijk stabiel. Als broedvogel, linksonder, weer in blauw, in de Biesbosch, ook een zeer sterke afname. Nu al een jaar op een heel laag niveau. En als je dan kijkt naar die tellingen, even specifiek van afgelopen jaren, rechtsonder, dan zien we ook geregeld wat
26
opvallends. Afgelopen winter was het wel weer heel duidelijk. Zoals jullie waarschijnlijk allemaal op de basisschool geleerd hebben, in mei leggen alle vogels een ei. Dat betekent dat je dan in juni en juli, die maanden daarna, veel jonge vogels ziet, als het goed gaat met ze. Wij zien altijd een piek in het aantal fazanten om de paar jaar in december, als het afschotsseizoen begint. Dan zijn er opeens heel veel meer fazanten in de polder. Bijna allemaal mannetjes trouwens, dat is ook ecologisch gezien knap, die daar heel verdwaasd rondlopen, op zoek naar het gaas van een kooi. Oftewel, er wordt ook illegaal uitgezet, wat niet mag, om te kunnen jagen. Als je dan nog even samenvattend kijkt naar een onderzoek wat LNV heeft laten uitvoeren, twee jaar geleden. Hoe gaat het landelijk met al die soorten, de plezierjacht, echt de jachtsoorten? Die werden allemaal als matig ongunstig of zeer ongunstig beoordeeld. Waarom zou je dan dit toestaan? Het gaat slecht met die soorten. Daarnaast heb je ook nog eens dat er heel vaak andere soorten tussen zitten, die heel erg op elkaar lijken. Wat we ook zien in het veld, is dat als houtduiven bijvoorbeeld geschoten worden, dat niet alleen een houtduif geschoten wordt, maar ook een holenduif. Die lijkt erop. Kijk maar wat het verschil is, links en rechts. Dat is behoorlijk moeilijk. Helemaal op afstand, met licht tegen misschien wel.
En zo zijn er ook de Turkse tortel of de zomertortel, die inmiddels al bijna van het eiland verdwenen is. Daar gaat heel vaak wat mis. Ook met eenden is dat bijvoorbeeld zo. Het mannetje van een krakeend is nog wel goed te herkennen, als je een beetje verstand ervan hebt. Die is linksboven, met die witte plek op zijn flank. Maar het vrouwtje zwemt ervoor. En als je dan naar het vrouwtje van de wilde eend kijkt, daar rechts, die lijkt er sprekend op. Dat verschil zie je niet. Er sterven ook andere beschermde dieren door dit soort jacht. En ze zitten dan ook nog eens altijd in groepen, heel vervelend, met soorten door elkaar. Als je op één gaat jagen, dan verstoor je ook nog de andere beschermde soort vaak. Als je naar de haas en het konijn kijkt, dan hebben we eigenlijk geen goede tellingen van het eiland, omdat die heel moeilijk te tellen zijn. Konijnen zitten vooral in het stedelijk gebied. Daar doen ze het nog een klein beetje goed, alhoewel myxomatose daar ook heel zwaar heeft huisgehouden. In de polders kom je die bijna niet tegen, het konijn. Haas zit daar echter wel. Maar we zien ook, als je kijkt landelijk, de trend neemt af. Voor Zuid-Holland is ook de trend negatief beoordeeld. En de totaalbeoordeling die LNV heeft laten uitvoeren door Wageningen Universiteit staat op zeer ongunstig voor beide soorten. Ook dat wilde u uitgeven.
En daar komt bij, ze staan op de rode lijst. En sinds 1 januari van dit jaar is de Omgevingswet van kracht, waarin staat dat de provincies de verantwoordelijkheid hebben om rode lijst soorten te behouden en te laten herstellen, zodat ze van de rode lijst af gaan. En dan is het niet bedoeld door ze uit te laten sterven, maar door ze weer op een gunstig niveau te krijgen. Met het uitgeven van het jachtrecht voor de plezierjacht maak je het de provincie wel erg moeilijk om die doelstellingen te halen. Daar zou ik nog eens als raad met de provincie over in gesprek gaan. Wat ik ook nog mee wil geven, en daar begon ik mee, dat onderscheid is heel erg belangrijk. Wat er nu voorligt, is gewoon een vrijbrief aan de WBE om eigenlijk een groot deel te doen wat ze willen. Ik zou willen vragen aan de raad, kijk alstublieft goed naar, hoe gaat het met de soorten die wij nu vrijgeven voor jacht of voor schadebestrijding? Moet dat wel? Want je kan allemaal voorwaarden opnemen ook in die vergunning. Kijk daar alstublieft goed naar. En laat ook niet, de schadebestrijding, al die andere soorten daar de dupe van zijn. Waar gaat het eigenlijk om? Ik hoor voornamelijk ganzen hier. En landelijk is dat ook zo. Negentig procent van alle schade aan landbouw komt door ganzen.
Waarom zou je dan sowieso al die andere soorten op voorhand ook afknallen? Naast dat natuurlijk eerst alle andere mogelijke middelen volgens de wet gebruikt moeten zijn, voordat je op afschot overgaat voor schadebestrijding.
27
De voorzitter: Mijnheer Terlouw, kunt u afronden? De heer Terlouw: Zeker. Ik wil nog even meegeven dat jacht ook echt voor een verstoorde ecologische balans zorgt in de natuur. En dat de Biesbosch een ontzettend belangrijk gebied is voor al deze soorten. Echt internationaal van belang. En dat je daar ook al heel gauw tegenin gaat, door ze heel veel af te schieten. Helaas heb ik niet de ganzen meegenomen als kaartje voor de trend, want ik had me op de plezierjacht gericht. Maar ook daarvan hebben we een trend op het eiland van Dordt. En die is al sinds 2000 stabiel, licht afnemend. Maar laten we zeggen stabiel. En u bent welkom met de tellingen mee te gaan. De voorzitter: Dank u wel. En de tribune mag graag stil blijven. Heeft iemand nog een prangende vraag? Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja, graag. Ik zag dat het kaartje was vanaf 1975 ongeveer. Namens de voorzitter natuurlijk even aan mijnheer Terlouw. Als het vanaf 1975 is, we zitten natuurlijk in Nederland nu op achttien miljoen mensen. Eigenlijk hebben we te veel mensen hier, maar om die af te schieten, dat gaat natuurlijk ook niet. Dat is eigenlijk het grootste probleem. Maar we moeten het met elkaar doen. Omdat we achttien miljoen mensen hebben, hebben we gewoon minder grond voor de dieren. Maar we willen wel evenveel dieren hebben, met minder grond.
De voorzitter: Wat is uw verhelderingsvraag? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Mijn verhelderingsvraag is, moeten we als wij minder grond hebben voor de dieren... Er is nog steeds vijftig procent landbouwgrond in Nederland. Maar er is minder grond voor natuurgrond. Hoe kunnen we dan in vredesnaam zoveel dieren behouden? En de vos en de ekster hebben toch ook invloed op de vogelstand? De voorzitter: Mijnheer Terlouw. De heer Terlouw: Dat zijn meerdere vragen. Laat ik met eerst één beginnen. De hoeveelheid grond. Het eiland wordt niet groter. Die is al vrij lang stabiel. Inpolderingen doen we niet meer. Maar wat je wel ziet, is dat de hoeveelheid natuur in het gebied juist iets is toegenomen door de Nieuwe Dordtse Biesbosch, als je het vergelijkt met bijvoorbeeld 1975. Als je het vergelijkt met 1900, dan zie je dat daar de polder de Biesbos is ingepolderd. Dat daar heel veel natuur eerst is afgegaan en daarna is er een heel klein stukje teruggegeven. En juist die landbouwgebieden zijn voor veel soorten heel erg onaantrekkelijk, behalve voor ganzen. Er is niet minder gebied beschikbaar voor ze. Er is zelfs iets meer voor ze. Maar toch zie je de trends allemaal negatief zijn. Over die trends. Je hebt ook als overheid een verantwoordelijkheid om die diersoorten in stand te houden. Die trends gaan alleen maar naar beneden.
Hoelang hou je dat vol? En ik had nog een derde, maar die ben ik even kwijt. De voorzitter: Ten derde was, mevrouw Lammens? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Bij mij in de tuin zag ik vroeger veel meer mussen en nu veel meer eksters. Die eksters zitten gewoon die kleine vogeltjes op te eten. En er lopen bij ons in de wijk ook gewoon vossen rond. En die vossen eten ook eieren en vogels en van alles op.
28
De heer Terlouw: Vossen zijn je beste vriend als je ganzen een beetje in toom wil houden. Schiet vooral geen vossen af, want die kunnen heerlijk tekeer gaan om de populatie op sommige plekken misschien eventjes wat minder te krijgen. Zie het ook echt in het totaal, zou ik zeggen. A mens als je gaat schieten, ga je de balans verstoren. De voorzitter: Dank u. Ik heb het gezien, mevrouw Kamphuis, maar ik heb nog twee mensen die toch echt voorgaan nu eventjes. Ik ga naar mevrouw Huber van de Faunabeheereenheid Zuid-Holland. Uw microfoon even aan, dan gaat het wat beter. Mevrouw Huber: Dank, voorzitter. Ik ben van de Faunabeheereenheid Zuid-Holland. De organisatie die verantwoordelijk is in Zuid-Holland voor het vormgeven en coördineren van het faunabeheer. Dat is planmatig faunabeheer. In mijn bijdrage ga ik kort proberen toe te lichten hoe het geregeld is in Zuid-Holland. En dan kan ik niet alles meenemen, want het is heel ingewikkeld geregeld. Dat mag ik wel zeggen. Als u nog vragen heeft, kan ik nog toelichten. Maar ik ga er een beetje in vogelvlucht doorheen. En daarnaast nog even de belangrijkste thema's voor het faunabeheer in Zuid-Holland. Wij maken er faunabeheerplannen voor. Dat zijn eigenlijk de grootste in het kader van de schadeprobleemsoorten waarvoor beheer nodig is. Dan begin ik met het bevoegd gezag voor het faunabeheer. En in eerste instantie ook de wet.
Dat is de Omgevingswet, die het faunabeheer regelt. En daarin staat dat bijna alle diersoorten beschermd zijn. Alle inheemse diersoorten zijn beschermd. En ook exoten en verwilderde diersoorten hebben nog wel enige bescherming. Niet zo groot als inheemse soorten, maar ook die zijn in bepaalde mate beschermd. En in die wet staat ook dat vangen en doden en het bewerken van eieren bijvoorbeeld gewoon verboden is. Dat mag niet. Maar daar kan wel van worden afgeweken. En dan komt faunabeheer om de hoek kijken, omdat het meestal gewoon vangen of doden is of eieren bewerken. En de voorwaarden voor die afwijkingen zijn, dat er schade of risico is aangetoond. Er moet veel landbouwschade zijn of de verkeersveiligheid moet in het geding zijn. En het moet ook stevig onderbouwd worden. Dat is één. De tweede is dat je niet op een andere manier het probleem even kunt oplossen. Daar is vanavond ook al over gesproken. Kun je preventieve middelen inzetten om het probleem te voorkomen? Het is ook een voorwaarde dat we eigenlijk aannemelijk moeten maken dat het niet kan. Of alle andere middelen moeten zijn geprobeerd, voordat er een toestemming komt voor faunabeheer. En derde voorwaarde van de Omgevingswet om faunabeheer toe te staan, is dat er geen risico mag zijn voor de staat van instandhouding van de diersoort. De maatregelen mogen geen gevolgen hebben voor die staat van instandhouding.
Dan nu het bevoegd gezag. De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is het geworden. Elke vier jaar veranderen ze weer van naam. Maar dit is het. Gaat vooral over de opening en sluiting van de jacht. En faunabeheer is inderdaad jachtbeheer en schadebestrijding. En jacht is maar een klein onderdeel van het faunabeheer. En dat gaat over, op het ogenblik, vier wildsoorten. Er zijn vijf wildsoorten aangewezen in de wet, maar op het konijn is de jacht gesloten. Het gaat over haas, houtduif, wilde eend en fazant. Dat zijn de vier soorten die mogen worden bejaagd onder de Omgevingswet. En de minister is verantwoordelijk voor het openen en sluiten van de jacht. En zij mag de jacht niet openen als de staat van instandhouding in het geding is. Daarom heeft ze twee jaar geleden, meen ik, de jacht op het konijn gesloten en in een aantal provincies ook de jacht op de haas en fazant. De provincie Zuid-Holland is eigenlijk het bevoegd gezag voor al het overige faunabeheer. Op een paar kleine dingen na. Dat betekent dat de provincie Zuid-Holland ook toestemming geeft voor faunabeheer. De volgende. Dan het Faunabeheereenheid Zuid-Holland. De organisatie waarvan ik ben. Wij zijn een stichting. En we zijn bij de wet ingesteld. Dat is vreemd. We zijn geen bestuursorgaan, maar het lijkt er soms wel een beetje op. En het is hier al gezegd, de Faunabeheereenheid heeft
29
een onafhankelijk voorzitter en heeft vijf bestuursleden, die verschillende stromingen vertegenwoordigen. Eén is de jacht. Twee is particulier grondbezit. Drie zijn de agrariërs. Vier de terreinbeheerders. Staatsbosbeheer staat hier niet bij, maar hoort daar ook bij. En we hebben inderdaad ook nog een zetel voor de maatschappelijke organisaties, die door twee organisaties wordt ingevuld. En de Faunabeheereenheid, dat staat in de wet, is verantwoordelijk voor het planmatige faunabeheer. Het planmatig uitvoeren van jachtbeheer en schadebestrijding. En het is een beetje verwarrende terminologie. Alle handelingen gaat het eigenlijk om het doden van dieren of het bewerken van eieren. Maar er zijn gewoon verschillende titels waarop dat mogelijk is. Jacht is er één. Beheer wordt vaak gebruikt als we de populatie naar beneden brengen. Daar heb je een vergunning voor nodig. En schadebestrijding wordt als term vaak gebruikt als je echt op het perceel probeert schade te voorkomen. Maar het is een beetje een juridisch ding. Het komt wel op veel punten op hetzelfde neer. Jacht kom ik dadelijk op. Al deze vormen van beheer worden uitgevoerd ter voorkoming van schade, ter afwending van risico's. Dat geldt ook voor jacht. Ook de jacht wordt uitgevoerd om schade te voorkomen. Alleen in de jacht zit ook nog een kleine benuttingscomponent.
Dat er gezegd wordt, jagen wordt ook uitgevoerd ter benutting van die dieren. De voorzitter: Ik ga u even een waarschuwing geven. U zit op de helft van uw tijd. Mevrouw Huber: Dan zal ik even snel doorgaan. Het Faunabeheerplan wordt goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. De FBE stelt het op, de Faunabeheereenheid. Gedeputeerde Staten keurt het goed. Daarna mag het pas uitgevoerd worden, dat faunabeheer. Jachtbeheer en schadebestrijding. En al het faunabeheer, dat zei ik net al, wordt uitgevoerd. Het heeft bescherming van wettelijke belangen, onder andere flora, fauna, landbouw en openbare veiligheid. De volgende. Dan ga ik even heel snel door een paar belangrijke thema's die spelen in Zuid-Holland. De reeën is hier ook veel over gezegd. Reeën worden beheerd. En dat betekent dat de populatie naar beneden wordt gebracht en stabiel wordt gehouden. En om twee redenen, de verkeersveiligheid en ook de landbouw. Reeën kunnen ook schade veroorzaken aan landbouw. Ik heb hier de gegevens van de geregistreerde aanrijdingen in Zuid-Holland in 1 jaar, in ’23. Dat zijn er 211 geweest. Maar daar moet ik wel bij zeggen dat het alleen geregistreerde aanrijdingen zijn. Er zijn er waarschijnlijk meer, maar het is ook heel moeilijk om ze te achterhalen. En wij doen ook nog een poging om een betere registratie van aanrijdingen te krijgen.
Bijvoorbeeld, wegbeheerders halen ook gewoon dieren op langs de weg. En dan heb je geen registratie van. En daar wil ook nog bij opmerken dat het heel goed is om die registraties te hebben, want daarna willen wij als Faunabeheereenheid in de provincie kijken bij sommige punten, waar veel aanrijdingen plaatsvinden, of je daar bijvoorbeeld een raster neer kan zetten. Als je een goede registratie hebt van de aanrijdingen, kun je daarna eventueel een raster als alternatief middel neerzetten. Maar dat neemt niet weg dat de reeënpopulatie ook beheerd wordt. En je hebt ook nog valwild, 245 in Zuid-Holland. Dat kunnen bijvoorbeeld ook dieren zijn die in hekken verstrikt raken of die door honden, dat is ook een groot probleem, aangevallen zijn. Het volgende thema is een vrij nieuw thema, bever en waterveiligheid. Daar voeren wij nog heel weinig beheer op uit. Maar de bevers zijn natuurlijk 30 jaar, 40 jaar geleden al uitgezet, hier in de Biesbosch ook. En in Zuid-Holland komen ze vooral in de Hollandse Delta voor. Maar ze trekken ook steeds verder naar het noorden op. En bevers kunnen wel aanzienlijke schade aan dijken en wegen veroorzaken. De plaatjes die u ziet, de één is een gat door een bever. Volgens mij is die hier nog op het eiland van Dordrecht gemaakt. Maar ik ben het vergeten na te vragen. En het andere plaatje is ook een dijk, die wordt hersteld.
En dat een bever erin gegraven heeft. En die rode strepen zijn eigenlijk de gangenstelsels. Op sommige
30
plaatsen kun je gewoon geen bevers hebben. Op het ogenblik worden er vooral nog dammen weggehaald en dat soort zaken. Op een gegeven moment zullen wij ook waarschijnlijk overgaan op het doden van bevers. Want vooral in het noorden van de provincie, bij boezemdijken, is het gewoon veel te gevaarlijk. Daar kunnen bevers niet graven. Volgende thema. Predatie. De voorzitter: Ik ga u echt uw laatste minuut aankondigen, want er is nog een spreker. Mevrouw Huber: Dan ga ik hier door. Predatie is ook een thema. Vooral het beheren van de vos. En dan kom ik nu op een aantal plaatjes van de faunaschade. Dit is de faunaschade in geheel Zuid-Holland. En het is misschien toch wel interessant voor de vraag van helpbeheer nu. Knobbelzwanen hebben wij altijd kunnen beheren in ZuidHolland. De rechter heeft daar een tijdje geleden gezegd, dat kan niet meer. Daarna hebben overigens wel voor het grootste deel de Raad van State ons nog in het gelijk gesteld. Binnenkort kunnen we weer knobbelzwanen bestrijden. Maar je ziet hoe de schade is opgelopen. En dat is alleen de tegemoetkoming in de faunaschade, die net ook ter sprake is gekomen. Er is meer dan 8 ton in Zuid-Holland aan tegemoetkomingen uitgekeerd, terwijl er vroeger 10.000 euro schade ongeveer was. De smient, ongeveer eenzelfde verhaal. Ik zal hem overslaan. Meerkoet. Er komen meer meerkoeten en die beheren we niet.
De schade voor de provincie. Hiervoor is BIJ12 gezegd. Maar BIJ12 verleent die tegemoetkomen voor de provincie. Die schade loopt ook naar een half miljoen toe, op het ogenblik. En dit zijn de top schadecijfers in Zuid-Holland. De gans, dat klopt, meer dan 7 miljoen euro aan tegemoetkomingen verleend. En de tegemoetkoming is nog maar een deel van de schade. En de andere soorten heb ik genoemd, de knobbelzwaan, de smient. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Huber: Ik heb ook nog de afschotgegevens, maar die sla ik dan over. De voorzitter: Ik denk dat de andere... Ze hebben allemaal de presentaties. Ze kunnen die gegevens zien. Maar ik wil ook mevrouw Van der Eijk nog even recht doen, want die heeft ook nog een presentatie. Ik stel voor dat we daar gelijk naar overgaan. En Clark heeft inmiddels al begrepen dat we een beetje haast hebben. De Agendacommissie is een beetje erg optimistisch geweest, wat ze hier helemaal in gestopt hebben. En voor alle duidelijkheid, mevrouw Van der Eijk is van Wildbeheereenheid Hoeksche Waard. Ga uw gang. Ze doet het samen met de heer Blokland. Mevrouw Van der Eijk: Inderdaad. De voorzitter: Maar alle twee tegelijk aan, dat is een beetje lastig. Dan krijgen we een heel vreemd geluid. De heer Blokland: Dan trap ik af. De voorzitter: En u heeft niet elk tien minuten. De heer Blokland: Dat wisten we.
Gelukkig had iemand een foto gevonden van een jaar of 14 of 16 geleden. Toen lukte het allemaal nog prima. 58 jaar ondertussen, getrouwd, 3 kinderen, sinds 1991 muskusratten, tegenwoordig heet dat beheerder. Vanger mag niet meer. Ook het waterschap doet aan een beetje pr. Bij waterschap Rivierenland, maar wel werkzaam in de Hollandse Delta. Ik ben in dit gebied wel heel erg goed bekend, want ik loop daar al sinds ‘93 5 dagen in de week in de polder. De volgende. Waar komt het
31
jagen vandaan? Dat komt hier vandaan. Voor de kenners onder ons is dit Fre Vos. En die woonde op de Thomaswaard. Dat ligt in de Sliedrechtse Biesbosch. En die man was 's winters broodjager, naast dat hij 's zomers op het land werkte en ’s winters riet snee. En toevallig vond mijn vader... Even de locatie Thomaswaard, dat is aan de rechterkant daar. Die vond dat jagen ook heel erg interessant. En ik mocht als klein ventje mee. En ik vond dat ook heel erg interessant. En dat ben ik vervolgens de rest van mijn leven blijven doen. Dan ga ik er toch even op in. Als klein mannetje mocht ik mee gaan lopen. En dan liepen wij over die polders daar. Want daar staken we met de roeiboot over naar Hardinxveld, want ik woon op Hardinxveld. En daar deden wij in het voorjaar weidevogeleieren zoeken. Niet om te rapen, maar enkel om te zoeken. Een soort sport. En dat was één groot feest, want het wolkte daarvan. Maar daar werd noch beheer en schadebestrijding toen uitgevoerd. Toen is een partij daar eigenaar van geworden en die heeft er natuur van gemaakt. Nu moet je zoeken om er één of twee te vinden. Reden zal divers zijn. Maar iets inrichten als natuurgebied is geen garantie dat het dan een succes wordt. Die wil ik vast meegeven. De voorzitter: Als u uw microfoon uitdoet, dan kan uw buurvrouw. Mevrouw Van der Eijk: Goedenavond allemaal. Dank u wel, voorzitter, voor deze uitnodiging.
Mijn naam is Janneke van der Eijck, 42 jaar. Ik woon samen met mijn vriend. Wij hebben samen een zoon. Ik ben bewoner, agrariër en jager in polder de Biesbosch. Een groot liefhebber van de polders en zijn natuur. Hier zien we de polder de Biesbosch, waar het allemaal over gaat vanavond, Ik woon samen met mijn gezin precies in het midden. U ziet daar het gehele landbouwveld of alle akkers van de landbouw en daaromheen alle natuur. Rechts, voor de bekenden in de polder, het welbekende keetje. Die staat bij ons midden op de akker. Wij zijn daar zeer trots op. De heer Blokland: Taken en verantwoordelijkheid van de WBE. Ik denk dat het meeste wel genoemd is al, maar ik wil er toch nog een keertje op terugkomen. Wij zijn eigenlijk de schakel tussen de provincie die beleid maakt en doelen stelt. En wij zijn uitvoerend. En wij communiceren met de omgeving. Dat doen we in verenigingsverband. Dat is ook bij wet geregeld. Want vroeger had je allemaal wel losse jagers. We doen het in verenigingsverband. En dan doen wij niet alleen maar het schieten van dieren. Wij nemen ook zitting in... Bijvoorbeeld als er nieuwe Natura 2000 plannen gemaakt moeten worden of er moet een predatiebeheerplan gemaakt worden door ANV’s. Daar nemen wij ook zitting in. Wij vertolken wel degelijk een maatschappelijke functie, om het in het buitengebied zo goed mogelijk te laten lopen.
Met als doel dat de doelen van de provincie gehaald gaan worden. Dat is denk ik voor de meesten niet zo goed bekend, maar daarom wil ik het wel graag noemen. Dat is in de vorm van inderdaad die drie eenheid. Die is in Zuid-Holland in die zin wel heel specifiek, omdat je moet wel de jacht hebben, voordat je weer aan schadebestrijding kan doen. Dat is in andere provincie net iets anders geregeld. Even voor heel Nederland dan. Hij staat er. 27.000 jagers voeren voor elke provincie een stuk van dat beleid uit. Dat is berekend. Ik zie daar 1.000 staan. 13.000 fte is best een bepaalde waarde. Sommige mensen denken dat dat niet nodig is. Wij denken dat dat een toegevoegde waarde is aan het behalen van de doelen, omdat we inderdaad met 18 miljoen mensen hier in Nederland wonen. Ik heb hem al eerder gehoord. En er is niet zoveel ruimte meer. Dan die kleine gebieden die er nog zijn, die moet je zorgvuldig beheren. En dat is wat wij proberen te doen. Dan kijk ik even. Die is ook voor mij. Het zijn drie dingen de jacht, populatiebeheer en schadebestrijding. Waarbij vooral in deze setting van belang is dat de jachthouder, lees in eerste instantie de eigenaar van de grond, is verantwoordelijk voor een gunstige staat van de
32
instandhouding van de 5 soorten. Hij is ook verantwoordelijk voor schade voor die soorten, als hij onvoldoende werk maakt van wat er moet gebeuren. En ik kom een eindje verderop, denk ik, op... Hij is er wel al. Waar we hier nu voorstaan, is in 2002 bij wet een keer geregeld. Want in 2002 is de Flora- en faunawet in werking getreden. Daarbij was het verboden om in Natura 2000 gebieden te jagen. Er werd een jachtverbod afgekondigd op alle 5 de soorten. Toevallig had ik een jachtveld in het Oudeland van Strijen. Dat is hier relatief dichtbij, want dat is hier in de Hoeksche Waard. Het is alleen maar De Kil over. De stand van de hazen explodeerde. Want dat Natura 2000 gebied bestaat niet alleen uit een stukje natuurgebied, maar dat bestaat uit de complete polder met gewoon akkerbouwgronden. Vergelijkbaar met de situatie hier in. In een aantal jaren tijd steeg daar de hazenstand enorm. Want een voorjaarsstand van 143 hazen op 120 hectare is landelijk gezien spectaculair. Dierenwelzijn wordt er vaak genoemd. Ik rijd daar als rattenvanger op een quadje rond gelukkig, tegenwoordig, want mijn benen doen het niet zo goed meer. Ik hou het iets langer vol. En wat vond ik dit jaar, 60 doden hazen. Allemaal kaal, vanwege de concurrentie onderling. Dat is ook geen dierenwelzijn. Wat er vervolgens nog meer gebeurd is, de groei van de stroperij. De voorzitter: We hebben nog twee minuten.
De heer Blokland: De mensen met lange honden hadden dat ook ontdekt en gingen daar met de lange honden het veld in en gingen, met 200 kilometer per uur achtervolgd door de politie, door de Kiltunnel heen, in de verkeerde richting. Wil je dat dan? Een gevolg van wildschade, heb ik het alleen maar over wildschade, 90.000 euro door fazant en haas binnen 5 jaar tijd. Daarna is er een ontheffing verleend door de FBE. En in 2 jaar tijd hadden we de schade weer door jachtwild op nagenoeg 0 kunnen krijgen. En een redelijke wildstand. De verantwoordelijkheid van de jachthouder. Mevrouw Van der Eijk: Goedenavond, ik wil het dan toch proberen in die twee minuten nog even zo compleet mogelijk te maken. Voorzitter, als het mag? Ik wil u graag meenemen bij mijn taken en verantwoordelijkheden als WBE-lid. Zoals gezegd, ik woon midden in de polder de Biesbosch. Ik ben dagelijks te vinden in het veld. Ik ben de dagelijkse ogen en oren in het veld. De verstoring in de balans worden door mij heel snel opgemerkt. Zorgen bij te weinig en te veel, dat doen wij door middel van jachtpopulatiebeheer. Weide- en akkervogelbescherming is zeker voor ons in de polder de Biesbosch een enorme uitdaging. Als ik met de trekker in het land rij, de nesten van de kievieten aan de kant haal, worden ze achter mij door de kraaien opgegeten. Daardoor zie ik in grote getalen de predatie toenemen.
Daar maak ik dan ook melding van. Verder voer ik de schadebestrijding uit bij de agrariërs bij ons in de polder. En eigenlijk het allermooiste vind ik persoonlijk in het vroege voorjaar maaislachtoffers voorkomen met de drone. Wij hebben binnen de WBE een drone. Wij vliegen met een team. En wij vragen de boeren bij ons maaimeldingen te doen. Ook bij Staatsbosbeheer doen we dat overigens. En als wij dan met de drone de kalfjes op kunnen sporen en daardoor veilig kunnen stellen, dat geeft enorme voldoening. Wij treden op bij calamiteiten. Ik ben zelf valwildafhandelaar. Dat ben ik 24 uur per dag en 7 dagen per week, samen met 7 collega's in de hele WBE. En daarvan 3 op Dordrecht. Wij hebben een speciale wapenontheffing, op basis van onze jachtakte. Daarnaast heb ik een adviserende en ondersteunende rol bij de Dierenambulance. Ik hoorde net iets over vossen in de woonwijken. Op het moment dat mensen vossen binnenhalen en voeren en zien het als huisdieren, belt de Dierenambulance mij hoe ze daar toch mee om moeten gaan.
33
De voorzitter: Mevrouw Van der Eijk, dank u wel. Ik vind het heel frustrerend, maar om half tien is hier een volgende vergadering. Mevrouw Van der Eijk: Als u dit verhaal voor iedereen compleet wil maken, geeft u mij nog twee minuten, dan ben ik helemaal klaar. Misschien drie. De voorzitter: Probeer het in één. Mevrouw Van der Eijk: Dat gaat niet lukken. In het kader van de verkeersveiligheid ben ik zeer vaak in gesprek met terreinbeherende organisaties. Wij nemen maatregelen ten behoeve van verkeersveiligheid en zeker dierenwelzijn. Ik ben apart reewildcoördinator op het eiland van Dordrecht. Zoönose is hier vanavond al veel over gesproken, maar het is wel degelijk een gevaar, via vogels of zoogdieren op de mens. Ik ben nog bestuurslid van de WBE. Daardoor heb ik voor het eiland van Dordrecht direct invloed. Binnen de WBE organiseren wij tellingen. Iedereen in deze zaal is bij deze uitgenodigd voor de eerstvolgende telling aanwezig te zijn. Deze telling is voor iedereen openbaar en voor iedereen te volgen. De resultaten van die tellingen leveren wij aan bij de FBE. Daarmee creëert de FBE de faunabeheerplannen en wij geven daar weer uitvoering aan. Dat doen wij door een planmatige en gebiedsgerichte aanpak. Verder heb ik een zetel in de grofwildcommissie en onderhoud ik contacten met de jachthouders. De voorzitter: Dank u wel.
Ik vind het echt nogmaals heel vervelend, maar ik kan er niks aan doen. Er komt hier zo meteen nog een vergadering. Mevrouw Van der Eijk: Dit was het belangrijkste. De voorzitter: Ik heb gezien inderdaad het belangrijkste. En de collega's die het nog niet gelezen hebben, kunnen het thuis alsnog lezen. Maar anders krijg ik ruzie met de volgende commissie. En wij moeten ook nog even als commissie een besluit nemen. Ik wil u ook hartelijk danken alvast voor uw bijdrage. En de vraag is aan de commissie, hoe gaan wij nu verder? Het echte rondetafelgesprek, en dat wist ik eigenlijk twee uur geleden al, is er niet van gekomen. U kan zeggen, we hebben genoeg, we weten genoeg, de motie is uitgevoerd, bedankt. Maar ik kan me voorstellen dat er iemand is met een ander idee. Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, ik wilde eigenlijk voorstellen een tweede technisch sessie en dat dan het rondetafelgesprek te laten zijn. Dan kunnen we ook nog wat meer ingaan op de laatste informatie die nog niet is geweest. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Dam Timmers, u vindt dat ook? De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, eigenlijk niet per se. Ik denk dat er heel veel informatie gewisseld is. Ik heb eigenlijk niet per se behoefte aan een nieuwe sessie. Ik denk dat alle standpunten wel over tafel zijn gekomen.
En volgens mij is er ook wel enige urgentie om dit alles met elkaar niet heel lang te laten duren. Eigenlijk geen behoefte aan een nieuwe sessie hierover. De voorzitter: Dat zijn twee smaken. Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Ik zou het allemaal prima vinden om er nog een keer over te spreken. Maar voor mij staat er dan wel één ding vast, dat ik inderdaad wil dat we zo snel mogelijk in elk geval dat jachtrecht... Dat dat verleend gaat worden. Want ik ben best geschrokken dat er nu al negen maanden blijkbaar geen jachtrecht is.
34
De voorzitter: Mijnheer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Als deze avond mij één ding duidelijk heeft gemaakt, is dat er verschillende vormen van jacht zijn. Wat het voor mij dan onbegrijpelijk maakt, dat je één vergunning voor twaalf jaar verleent. Ik heb daar veel meer informatie voor nodig. Wat mij betreft komt er nog een aanvullende sessie, om te kijken hoe we hier verder mee om moeten gaan. Maar het lijkt me onverstandig om die vergunning nu al te verlenen op basis van hetgeen wij nu als gemeenteraad weten. De voorzitter: Als laatste mevrouw Kamphuis. En dan ga ik wel vingertjes tellen. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Alles wat deze mijnheer heeft gezegd, mijnheer Stam. En daarbuiten, ik heb nog zoveel vragen. Ik zie zo weinig dieren in de Hollandse Biesbosch. Ik wil nog een andere sessie erbij. De voorzitter: Dan ga ik eventjes vingertjes stellen. Wie wil er nog een tweede sessie? Dat is een meerderheid van de hier aanwezige fracties. Een kleine, maar het is wel een meerderheid. Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik heb wel even een aanvulling. Ik vind, de raad is niet goed ingelicht geweest over dat de boeren zulke grote schades krijgen. Ik denk dat we daar toch echt wel heel erg goed ons best voor moeten doen voor de boeren, dat er zulke schades zijn. En doordat wij nu dit weer uitstellen, krijgen zij nog meer schade.
En dat vind ik echt heel schadelijk. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dank. Het klopt volgens mij inderdaad dat er een nipte meerderheid is. Overigens niet in zetelaantal, volgens mij, maar dat terzijde. Ik denk dat het goed is dat dit een bevoegdheid is, volgens mij van het college. En we hebben hier een beeldvormende sessie steeds over gehad. Maar dat staat op zich het verlenen van het jachtrecht natuurlijk helemaal niet in de weg, omdat het een bevoegdheid van het college is. En ik zou toch wel het college willen oproepen om ook op te passen dat de schade die geleden wordt door de boeren... Feitelijk is dat op een gegeven moment ook natuurlijk gewoon gemeentelijke schade. De voorzitter: Uw oproep is helder. Er is iemand van het college hier aanwezig. En die zal dat vast en zeker doorgeven. Maar ik stel in ieder geval vast dat er behoefte is aan nog een sessie. En dat kan dan het rondetafelgesprek zijn. Dan vraag ik wel even aan degenen die nu aan tafel zitten en eventueel de insprekers ook, of die de bereidheid hebben hier nog een keer te komen. Want het heeft weinig zin natuurlijk om met mij in gesprek te gaan. Het gaat om de mensen hier. Maar de insprekers mogen natuurlijk wel belangstellend aanwezig zijn. Dat verhaal, denk ik, als ik heel eerlijk ben, ze hebben wel hun tien minuten gehad, dat kun je wel lezen.
En dat is gewoon de afspraak, de tijd. Tien minuten mag je nemen om te presenteren. Ik zou zelf zeggen, lees de presentaties goed door. Als ik naar links en rechts kijk, zijn jullie allen bereid om nog een keer te komen? Mevrouw Huber: Even bekijken of dat lukt. Er kunnen natuurlijk ook schriftelijke vragen gesteld worden. De voorzitter: Dat kan altijd.
35
Mevrouw Huber: Ik wil zeggen, want ik ben gevraagd en u ook een hele avond om voor te lichten. De voorzitter: Prima. Ik snap hem. Mevrouw Huber: En er wordt niet eens een vraag gesteld, maar oké. Is misschien niet netjes. De voorzitter: Dat klopt, maar ik heb daar de agenda niet gemaakt. Mevrouw Huber: Dat ik dat zeg, bedoel ik. De voorzitter: Geeft niet. Dat mag. Ik heb een dikke huid Mevrouw Huber: Ik ben daar wel teleurgesteld over. De voorzitter: U ook nog wat? De heer Van Damme: Mijnheer de voorzitter, de oogstperiode komt eraan en de schades zullen echt aanzienlijk zijn. Dat jullie daarvan op de hoogte zijn. De voorzitter: Dank u wel. Ook dat is duidelijk. En naar uw buurvrouw, mevrouw Huber, ik vind het ook vervelend. Alleen volgens mij op een laatste moment zijn er zes insprekers tussen gevoegd. De tijd is niet uitgebreid. Zes keer vijf en zes keer tien. Reken maar allemaal maar uit. Mevrouw Huber: Ik begrijp het, mijnheer. Maar ik word gevraagd om dat te doen. En het is ook mijn werktijd. Maar ik begrijp de opzet. Maar wij zijn ook altijd bereid om schriftelijke vragen te beantwoorden. Misschien is dat ook een goed idee. De voorzitter: Dat hoort iedereen. Ik zou zeggen, stel ze. Ik ga nu echt afsluiten. Allen hartelijk bedankt voor de inbreng. Ook de commissieleden voor hun inbreng. En ik wens u verder nog een fijne avond. Dank u. 4.