CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2024.09.03 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 24 september 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 9 juli en 29 augustus 2024 en de Dordtse Dinsdag van 2 juli en 3 september 2024 Vergaderzalen 1, 3, 530.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 3 SEPTEMBER 2024 Vergaderzaal 1 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Stolk (VSP) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden De voorzitter: Beste mensen, goedenavond. Het is zeven uur. Ik wil graag starten. Als iedereen gaat zitten. Welkom allemaal bij het eerste vragenhalfuurtje na het zomerreces. We hebben twee vragen. En ik ga gelijk naar de eerste vraag. En die is van de heer Katif van Beter voor Dordt. Mijnheer Katif, kunt u uw vraag kort toelichten? De heer Katif: Dat zal doen, voorzitter. In de Nieuwe Dordtse Biesbosch werkt Staatsbosbeheer aan plannen om de natuur verder te versterken, door het creëren van een nat ecologische natuurverbinding. Maandag 22 augustus jongstleden begon Aannemersbedrijf Van Kessel met het benodigde grondwerk. Maar al na twee dagen moesten de werkzaamheden worden stilgelegd. De oorzaak hiervan was zorgen van de omwonenden over mogelijke schade aan hun woningen door het zware vrachtverkeer dat voor het project wordt ingezet. Naar aanleiding hiervan, voorzitter, heeft Beter voor Dordt de volgende vragen.

Hoe beoordeelt het college deze gang van zaken? Waarom is vooraf geen onderzoek gedaan naar risico's voor schade bij bewoners? Waarom is deze route gekozen, ondanks de aanwezigheid van kwetsbare monumentale huizen? Is er een alternatieve route overwogen? Voorzitter, een laatste vraag. Wat gaat het college doen om de zorgen van omwonenden over mogelijke schade aan hun woningen weg te nemen? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. En voor het antwoord ga ik naar de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank, voorzitter. Dank voor de vraag. Inderdaad, er is na twee dagen werken al een stopje gezet op het transport en niet op de werkzaamheden zelf. Aan het gebied zelf is gewoon doorgewerkt. Maar de grondverzettransporten zijn even stilgelegd. Dit is allereerst een zaak van Staatsbosbeheer, want die is de opdrachtgever. En de aannemer heeft natuurlijk het werk aangenomen. En wij als gemeente zijn betrokken geweest bij de voorbereidingen vanuit bereikbaarheid. Hoe kun je het beste rijden? Want het is natuurlijk een kwetsbaar gebied. Er zitten niet heel veel wegen. En de wegen die er zijn, gaan over dijken waar je niet al te veel als last overheen mag doen of door het poldergebied zelf. En daar geldt hetzelfde voor eigenlijk.

1

Er is goed gekeken hoe dat moet, hoe ze moesten rijden. Er zijn ook verschillende opties in overwogen. Uiteindelijk is er een weg gekozen die goed gebruikt is. Maar er zijn inderdaad klachten geweest van omwonenden. En daarmee heeft de opdrachtgever ook gezegd, we leggen het werk even stil. Wat er inmiddels is gebeurd, dat ligt bij Staatsbosbeheer, er is actief overleg tussen Staatsbosbeheer en omwonenden, maar ook met onze afdeling bereikbaarheid over hoe we dit verder kunnen doen. En inmiddels, even kijken de laatste stand van zaken, we kijken hoe dit verder moet. En we hebben ook overleg met een aantal omwonenden, die dichter dan 25 meter bij een weg, waar het transport over plaatsvindt, wonen. En ik zit even te zoeken naar mijn laatste opmerkingen, want volgens mij gaan heel binnenkort de werkzaamheden weer verder, althans de transporten. Dat heeft de aandacht. En op deze manier kunnen we er wel mee verder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mijnheer Katif, korte vervolgvraag? De heer Katif: Voorzitter, graag. Het gaat mij ook om het volgende. Vanmorgen eigenlijk een van de bewoners even gesproken. En wat er eigenlijk een beetje bij die bewoners dwars zit, is dat men zegt, op het laatste moment worden wij op de hoogte gesteld. En dan beginnen de werkzaamheden.

En ik vind dat een beetje, ik vind het niet een beetje, ik vind het onacceptabel dat je werkzaamheden die allang bekend zijn, en dat je op het laatste moment zegt, weet je wat, laten we het maar gewoon, als het gaat om die participatie, op de hoogte stellen van datgene wat er nu gaat gebeuren. En dat zit eigenlijk de bewoners dwars. En dat zit mij ook dwars, althans Beter voor Dordt De voorzitter: Nog een reactie van de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u, voorzitter. Dat kan ik wel voorstellen, maar dan moet, en volgens mij is daar ook het contact over... Ik weet niet of dat met deze bewoner is. Daar is contact over nodig tussen aannemer, Staatsbosbeheer en de omwonenden. En wij zijn alleen betrokken vanuit het kijken naar, wat is de beste route in dit kwetsbare gebied? De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de volgende vraag. En dat is een vraag van de VVD. En die gaat over de belijning op de Krispijnseweg. Er zijn al veel vaker vragen over gesteld, maar het is nog steeds actueel. En de heer Kuhlmann zal de vraag kort toelichten. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Bijna een jaar geleden waren de werkzaamheden vrijwel afgerond aan de Krispijnseweg. Alleen de belijning hoefde nog te worden aangebracht. Maar dat gebeurde helaas niet. Een probleem waar inderdaad de Seniorenpartij en OOE al eerder aandacht voor hebben gevraagd.

Inmiddels zijn we elf maanden verder en ontbreekt de belijning nog steeds op sommige delen van de Krispijnseweg, terwijl we ondertussen toch vele zonnige dagen achter de rug hebben. Je begint je bijna af te vragen, zou de wethouder misschien stiekem denken, laat maar zitten die belijning. Want hij heeft ook ideeën over de Krispijnse tunnel afsluiten voor autoverkeer. Zou hij daarop voorsorteren? Voor de goede orde, ik vertrouw natuurlijk volledig op de goede intenties van de wethouder. Maar de situatie begint toch een beetje te lijken op zo’n televisieprogramma, waarbij een goedmoedige cluster... De voorzitter: Komt u tot een vraag, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Jazeker. Maar niet slaagt om de verbouwing af te ronden. Ik vraag me af, moeten we Hilversum gaan bellen met de vraag of ze een speciale uitzending

2

willen maken, help, mijn wethouder van verkeer klust aan de weg. U begrijpt het, voorzitter, ik wil graag weten, wanneer maakt de wethouder zijn klus aan de Krispijnseweg af? De voorzitter: We gaan naar de heer Van der Linden voor het antwoord. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Dit is een vraag die natuurlijk niet voor eerste keer gesteld is. Het antwoord is ook deels wel een herhaling van eerdere antwoorden. Het is inderdaad gelukkig de afgelopen zomer af en toe droog geweest. En u weet, de werkzaamheden konden we eind vorig jaar niet afronden, omdat regen en ook wel koude, maar vooral het regenseizoen nogal vroeg was. En voor deze weg, die we inrichten op een iets andere manier dan een normale 50 of 30 weg, maar eigenlijk willen we dat mensen 40 gaan rijden, hebben we gekozen voor een wat andere belijning en ook voorbelijning die we in 3D aanbrengen. En er zijn in dit land dozijnen bedrijven die we elke dag kunnen bellen met de vraag, stuur een pot verf met wat mensen erbij en verf een stukje van de weg bij. En het gebeurt heus weleens dat dan iemand zegt, vandaag lukt niet, maar volgende week lukt echt wel. Er is in Nederland één bedrijf dat dit soort werk doet, met 3D belijning aanbrengen die ook een tijd zit. Want er zijn natuurlijk wel meer 3D belijningen, maar die worden meestal vrij snel stuk gereden.

Daar is iets langere droogtijd voor nodig dan de halve dag die je met een potje verf nodig hebt. In de afgelopen maand mei en juni hadden we vier dagen geboekt. Daar zijn tweeënhalve dag van benut voor verven. En toen was de tijd op. En we hebben volgende week weer op de planning staan om het werk uit te voeren. En als het dan droog is, is het snel gedaan. Maar er is wel iets meer droogtijd nodig dan bij een potje verf. Dat is de enige reden dat dit nog niet afgerond is. Dat is vervelend, want we hebben een heel erg mooi project gedraaid, met een hele mooie voorbereiding, die twee jaar genomen heeft, want veel overleg met ondernemers en bewoners. Rotonde werkt goed. We hebben complimenten gehad over het groen en de oplossing voor een aantal andere thema's. Dan is het jammer dat zo'n mooi project niet alleen maar applaus krijgt, maar ook steeds natuurlijk logische vervolgvragen, wanneer is het echt helemaal af? Maar dit is de reden. Ik heb ook afgesproken met de mensen dat mocht het zo'n slecht seizoen worden dat we aan zien komen dat het echt niet meer gaat lukken met die 3D, dan moeten we gewoon ons afvragen of we toch niet helaas gewoon iemand gaan bellen die we de opdracht geven om een pot verf te smeren. En dat zou ik jammer vinden, want het ontwerp komt beter tot zijn recht met 3D belijning. Maar we gaan ook weer richting het donkere seizoen.

En dan heb ik liever witte verf dan beter uitgevoerde 3D. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Ik denk dat dat laatste een mooie toevoeging is. Maar voldoende antwoord op uw vraag, denk ik? De heer Kuhlmann: Wij kijken uit naar dat het klaar is. En dan hopen we daar graag op te kunnen proosten met de wethouder en alle andere mensen die zich daar zorgen over hebben gemaakt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Mag ik nog een vraagje stellen? De voorzitter: Als u een korte vervolgvraag heeft, prima.

3

De heer Stolk: We hebben het over de belijning, maar waar hebben we het dan over? Is dat dan die brede strook van dertig centimeter waar gruis overheen ligt, wat donker is of wordt hij nog wit geverfd? De voorzitter: Het is wel erg technisch, maar kunt u er kort antwoord op geven? De heer Van der Linden: Zo kort mogelijk. Het gaat inderdaad over vooral die brede strook, waar je met gemak even overheen kan als het niet anders is. Maar waarvan je wel als autobestuurder moet denken, ik moet weer even opletten want het is ook voor de fiets. U weet waarschijnlijk dat daar een stukje gewoon in lichtgrijs is uitgevoerd. En dat vonden we eigenlijk iets te grijs. Helemaal wit moet hij ook niet worden. Er is een soort mengkleur gemaakt. En die is voor een deel aangebracht. En het gaat over dat stukje. En dan is ook nog een klein stukje wat helemaal niet voorzien is van het materiaal. Dat ziet er rommelig uit. Het gaat niet ten koste van de bereikbaarheid en ook niet van de zichtbaarheid enzovoorts, maar het ziet er gewoon niet mooi uit. De voorzitter: Dank u wel. Normaal gesproken kunnen we niet zover de diepte in, maar het is, nu wat is de tijd, negen over zeven. Dank u wel. Ik sluit dit vragenhalfuurtje. Prettige vergaderavond allemaal. 3.

Agenderingsverzoek raadsfracties PvdD, FvW, FvD, GL, VSP, BvD, DENK, SP, FvdS aan Agendacommissie over De jacht nav de aangenomen motie ‘in gesprek over de jacht’ Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Portefeuillehouders: wethouder T.F. de Jonge Overige aanwezigen: Dhr. Noorman, dhr. Koole, mevr. Bruurmijn, dhr. Van Hasselt, dhr. Nap, dhr. Van der Eijk, dhr. Groeneveld, dhr. Van Pelt, dhr. Blokland, mevr. Van der Eijk, mevr. Huber, dhr. Van Damme, mevr. Dekker, dhr. Terlouw De voorzitter: De beste manier om een zaal stil te krijgen, dat is gewoon om niks te zeggen. Dat heb ik 43 jaar in de praktijk gebracht voor de klas. Het werkt blijkbaar nog steeds. Ik heet u allemaal hartelijk welkom. Ik heet welkom de raads- en commissieleden die hier aan tafel zitten. Ik heet hartelijk welkom de insprekers die ook aan tafel zitten. Er zijn een aantal deskundigen, die straks aan tafel hopen te gaan zitten. Er zijn ook best

4

aardig wat belangstellenden. Uiteraard zijn die ook hartelijk welkom. Evenals degenen die thuis misschien nog meekijken. De pers is vertegenwoordigd. Geweldig. Ik wens u allemaal een mooie avond en een goed debat, vanavond over het verlenen van het jachtrecht voor een periode van twaalf jaar. En waarvan een aantal partijen hebben gevraagd om daar eens over van gedachten te wisselen. Ik zal er zo meteen wat meer over zeggen. Maar het is altijd een goed gebruik dat we even een voorstelrondje hebben. En dat is nodig voor het verslag. En dat betreft degenen die nu aan tafel zitten. En ik zal straks de deskundigen, als ze aan tafel zitten, ook de gelegenheid geven om zich eventjes voor te stellen. Ik ga het rondje maken. En ik ga nu van links en dan die kant op. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Noorman: Joost Noordam, inspreker. De heer Koole: Sander Koole, inspreker. Mevrouw Bruurmijn: Ik heb een iets langere introductie. Mijn naam is Astrid Bruurmijn en al vanaf mijn kinderjaren kom ik in het buitengebied van Dordrecht. En ik ben daar ook nu... De voorzitter: Eén moment. Het is alleen maar even kort voorstellen. U mag straks uw verhaal doen. Mevrouw Bruurmijn: Dat is jammer. Astrid Bruurmijn. De heer Van Hasselt: Xavier van Hasselt, gemeente Dordrecht. De heer Nap: Albert Nap, teamleider Grondzaken. Mevrouw De Jonge: Tanja de Jonge, wethouder.

Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Stam: Marco Stam, Fractie van Waardhuizen. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Van der Rijk: Joost van der Eijk, bewoner Dordtse Biesbosch. De heer Groeneveld: André Groeneveld, akkerbouwer Dordrecht.

5

De heer Van Pelt: Wim van Pelt, akkerbouwer in polder de Biesbosch. De voorzitter: Mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond de commissievoorzitter. Kort even toelichting op de reden van deze vergadering. Het college heeft het voornemen bekendgemaakt om gedurende de komende twaalf jaar het jachtrecht te verhuren aan Wildbeheereenheid Hoeksche Waard. In de stukken kom je vaak drie letters tegen. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeenteraad het college verzocht om deze overeenkomst nog niet af te sluiten, maar eerst in gesprek te gaan met de raad en belanghebbenden. De voors en tegens van de jacht op die manier in kaart te brengen. En dat gesprek vindt vanavond plaats. We gaan zo meteen beginnen met de bijdrage van de insprekers. Die krijgen elk maximaal vijf minuten, waarin ze hun verhaal kunnen doen. We hebben twee blokjes van drie gemaakt. En na elk blokje is er de gelegenheid voor de commissieleden om wat vragen te stellen. Ik wil u wel vriendelijk verzoeken, stel alleen vragen die echt noodzakelijk zijn, want twee uur zijn zo om. En we hebben een heleboel op het programma staan. Dat eventjes als een soort winstwaarschuwing. We gaan zo meteen luisteren naar de insprekers. Maar ik wil eventjes vooraf... Dit debat is best een klein beetje beladen. Dat zien we aan de volle tribunes. Dat zien we zelfs aan de uitmonstering van sommige mensen.

Maar we willen het wel heel graag netjes houden. Daar hebben we in de politiek altijd een heel mooi middel voor. We gaan elkaar niet aanspreken, want dan wordt het soms wat fel. En je moet ook later gewoon met elkaar wat kunnen drinken. We spreken via de voorzitter. De commissieleden zijn dat gewend. Die stellen straks niet een vraag aan één van u. Die stellen de vraag aan mij. En ik speel hem dan wel door. Ze noemen dan uiteraard wel de naam van degene aan wie ze de vraag willen stellen. En ik ga daar best een beetje streng op toezien. En ik zou de insprekers, maar voor hen is het misschien wennen, willen verzoeken om te proberen het ook via de voorzitter te doen. Dan is dit gelijk ook een mooie les. Misschien als u later nog politieke ambities hebt. Ik zal in uw geval overigens iets minder streng zijn, maar het is wel de bedoeling dat dit allemaal gewoon waardig gaat verlopen. En daar gaan we ons best voor doen. Ik heb op mijn briefje staan dat ik ga beginnen met de heer Koole. Wij gaan kijken. De heer Koole mag nu vijf minuten aan het woord. De heer Koole: Voorzitter, allereerst dank voor de mogelijkheid tot inspreken. Beste raads- en commissieleden, mogelijk bent u in het buitengebied van Dordt al eens een ree tegengekomen. Een mooie ervaring om dit prachtige en schuwe dier waar te nemen. Dit zoogdier is een sieraad voor onze natuur en fauna op ons eiland.

Al gedurende meer dan twintig jaar volg ik de populatie reeën op het eiland op de voet. Nagenoeg dagelijks en in alle seizoenen van het jaar ben ik in alle uithoeken van de Biesbosch te vinden om dit elegante dier waar te nemen en zijn gedrag en leefwijze te volgen. Zo ben ik bijvoorbeeld heel goed op de hoogte waar de territoria van onze Dordtse reeën zich bevinden en zich regelmatig laten zien. Van dit alles heb ik heel veel op beeld en video kunnen vastleggen. De jacht op het ree is voor mij heel lang vanzelfsprekend geweest. Totdat ik een aantal jaren geleden op de website van de Koninklijke Nederlandse Jachtvereniging te lezen kreeg dat zelfs drachtige reeën, inclusief kalf, kunnen worden afgeschoten. Vervolgens ben ik mij gaan verdiepen in de vraag, waarom wordt de ree hier op ons eiland eigenlijk bejaagd? Wat is de aanleiding om de veelal gezonde dieren te doden? Reeën geven namelijk geen schade aan landbouwgewassen. En van verdere overlast is ook geen sprake. Resteert het argument van de Wildbeheereenheid en de Faunabeheereenheid, namelijk verkeersveiligheid. Het begint met de tellingen. Het aantal dieren dat jaarlijks wordt afgeschoten, wordt afgeleid van de telling die in het voorjaar plaatsvindt. Deze telling wordt uitgevoerd door de Wildbeheereenheid en is voor ons als buitenstaanders niet te controleren. Er is geen sprake van een objectieve telling.

Overigens is het tellen van reeën een uiterst moeilijke

6

aangelegenheid. Een jager uit een heel andere regio zei mij hier destijds het volgende over. Reeën tellen is en blijft natte vingerwerk. En wij laten er gewoon een rekenmodel op los. Zo kun je concluderen dat de tellingen onbetrouwbaar zijn. Het enige en beste moment om op ons eiland Dordrecht reeën te tellen, is bij hoogwater en als de dieren naar binnendijks vluchten. En dit kan alleen met een flink team aan mensen. In het recente verleden heb ik aan één der lokale jagers voorgesteld om als onafhankelijke aan hun telling deel te nemen. Echter, ik heb de uitnodiging daarvoor nooit ontvangen. Zoals voornoemd, is de verkeersveiligheid en zijn de aanrijdingen met reeën het argument om ze te kunnen schieten. Over dit onderwerp heb ik met een vooraanstaand zoogdierecoloog, landelijk bekend, van gedachten gewisseld. Hij geeft aan dat de jacht op territoriale dieren, en dat is het ree, wetenschappelijk benaderd zinloos is. Voor een dier dat wordt weggeschoten, komt weer een ander exemplaar in de plaats. Schieten maakt de populatie zeker niet kleiner. Ook heb ik zelf in de vroege morgen het oversteekgedrag van reeën kunnen testen. De volwassen en ervaren dieren kunnen bij een gematigde snelheid van de auto heel goed inschatten wanneer ze de oversteek kunnen maken. Dat heb ik ook mooi op video kunnen vastleggen.

Laten we eens kijken naar de risicowegen in Dordrecht, waar dan eventueel aanrijdingen met reeën zouden kunnen plaatsvinden. Want over het aantal aanrijdingen bestaat ook heel veel onduidelijkheid. Zelf heb ik namelijk de indruk dat het er maar heel weinig zijn. Ik noem de Oude Veerweg, gelegen naast het bosgebied De Elzen. Ik noem de Baanhoekweg, de Provincialeweg, de Rijksstraatweg en de Landbouwweg. Alle genoemde wegen geven de automobilist ruimschoots de gelegenheid de maximale snelheid te overschrijden. Waarbij vermeldt dat daar de waarschuwingsborden overstekend wild en/of maximaal 50 borden staan. Laten we vaststellen dat deze borden totaal zinloos zijn. De Provincialeweg is de route van en naar het veer Werkendam, waar menig persoon op tijd het veer wil bereiken en zo nog even gas bij geeft. Een maatregel als bijvoorbeeld verkeersplateau’s zouden een goede bijdrage kunnen leveren aan een verbeterde verkeersveiligheid voor zowel mens als dier. Hierbij doe ik een oproep aan de raad van Dordrecht om bij de provincie het verzoek te doen de jacht op het ree op het eiland van Dordrecht te stoppen. En daarbij ook uw eigen mogelijkheden te onderzoeken, in samenspraak met de betrokken partijen. Terschelling, dat in menig opzicht met ons eiland te vergelijken is, en de provincie Zeeland zijn ons hier al in voorgegaan. Ik dank u hartelijk voor uw aandacht.

En ik ben zeker bereid om indien gevraagd u van nadere informatie te voorzien. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Koole. U hoorde het. U zat precies in de klok. Complimenten wat dat betreft voor uw planning. De heer Koole: Graag gedaan. De voorzitter: Ik ga het woord geven aan mevrouw Bruurmijn. En nu kunt u wel zeggen wat u net wilde zeggen. Mevrouw Bruurmijn: Dat stukje sla ik dan even over. In december 2022 reed ik door de polder en zag op een akker, grenzend aan de Nieuwe Dordtse Biesbosch, een drijfjacht op hazen. Tientallen jagers en drijvers jaagden de hazen op. De dieren schoten alle kanten op en één haas rende voor zijn leven richting mijn auto. Een jachthond rende keihard achter het dier aan. De haas sprong een slootje over, de weg op en bereikte een ander akker. Voorlopig gered van de kogel en de tanden van de hond. Ik was onthutst. Is dit hoe wij met in het wild levende dieren omgaan in de Dordtse polders? Dieren opjagen, vreselijke angst laten doorstaan en ze daarna afschieten? Ook nog eens wordt een groot percentage niet in één keer doodgeschoten, waardoor een dier vreselijk lijdt. Vervolgens moet de jager het dier uit zijn lijden verlossen. En dat mag met een

7

slagwapen. Wist u dat bejaagde dieren meer jongen krijgen? Als het om een konijn gaat, een soort zeer vergelijkbaar met de haas, zegt VBE, een groep jagers, het volgende. “Het is zo dat als je konijnen niet bejaagd ze weinig jongen krijgen. Als je ze wel bejaagd, krijgen ze vier tot acht jongen.” Waarom wordt er dan gejaagd? Stel u zelf die vraag, gedurende deze avond. Ik ben snel doorgereden, want zo'n twaalf jagers op een rij lopend in mijn richting is niet zonder risico. Want ook rijdend in je auto kan een verdwaalde kogel van een jager je raken. Dit gebeurde een moeder en dochter die op de A15 reden. Een jager uit Dirksland zegt hierover, “cursisten hebben over het algemeen de meeste moeite met het onderdeel veiligheidstraining. Ze blijven te vaak met hun wapen zwaaien. En dat is natuurlijk levensgevaarlijk als er mensen in de buurt zijn.” Er zijn percelen in onze polders waar gejaagd wordt, die grenzen aan recreatie- en natuurgebied. Daar waar ik me ook bevond. Mijn vraag, voorzitter, is dan ook, hoe veilig is het eigenlijk in de Dordtse polders als daar gejaagd wordt? Terug naar de haas. In de jaren 70 zijn massaal veel hazen gestorven, vooral vanwege de jacht en schaalvergroting van de landbouw, waardoor onder andere verlies aan perceelranden is opgetreden. De hazenstand heeft zich sindsdien niet meer hersteld.

Wist u dat het met hazen zo slecht gaat dat ze op de rode lijst staan? Een rode lijst is een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Desondanks worden deze dieren toch afgeschoten. Ook op de percelen waarvan de gemeente Dordrecht de jachtrechten weer wil verlengen. Door het terugbrengen van landschapselementen aan de randen van akkers wordt het leefgebied van de haas verbeterd, maar kunnen ook natuurlijke predatoren van de haas terugkeren. Met de juiste inrichting en het aanbieden van een alternatieve voedselbron zullen hazen het gewas op akkers ook minder interessant vinden. Een diervriendelijke oplossing ten opzichte van het afschieten van deze dieren. Het ANLb, Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer is een subsidie voor onder andere een pakket van dit soort landschapselementen. Het Collectief Zuid-Hollandse Eilanden, waar Dordrecht onder valt, kan deze subsidie aanvragen. Daarnaast bestaan er provinciale subsidies voor de inrichting van deze elementen. Denk aan houtwallen en hagen bijvoorbeeld. Ik wil dan ook vragen aan het college om hierover in gesprek te gaan met de boeren, maar ook zelf een beslissing te maken hoe de gemeente Dordrecht met de betreffende landbouwgrond om wil gaan. Kiezen we voor steriele akkers zoals nu of brengen we er leven terug. Niet alleen voor de haas, maar bijvoorbeeld ook voor akkervogels.

Voorzitter, er zijn ook innovaties op het gebied van verjagen van dieren, zonder ze af te schieten. Het is ondenkbaar met dit alles in het achterhoofd, innovaties, veiligheid van recreanten, dierenleed en in de huidige tijd waarin dieren op de rode lijst staan, dat de gemeente de jachtrechten voor maar liefst twaalf jaar wil verhuren. Dat is niet meer van deze tijd. Als laatste vraag ik u in overweging te nemen de jacht niet alleen op de gemeentegronden te stoppen, maar op het hele eiland van Dordrecht. De natuur weet namelijk veel beter voor zichzelf te zorgen dan dat de mens voor de natuur zorgt. En dat past ook helemaal bij de ambities van de gemeente voor een natuurinclusief Dordrecht. Dit was mijn bijdrage. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bruurmijn. En u ook keurig binnen de tijd. Ik ga naar mijnheer Noordam. De heer Noordam: Goedenavond. Behalve dat ik Joost Noordam heet, ben ik ook inwoner van Dordrecht. Ik ben trouwens ook jager, maar ik heb verder geen jachtbelangen op het eiland. De jagers hebben de verantwoording dat de populatie een gezonde stand heeft en in evenwicht is met de geboden ruimte. De jager is net als een rentmeester, hij blijft van het kapitaal af en oogst alleen de rente. Er wordt natuurlijk beweerd dat de jager alles maar doodschiet. Dat is een fabeltje.

De jager gaat een langdurige overeenkomst aan met de grondeigenaar en heeft totaal geen belang om alles maar dood te schieten.

8

Verder wordt er veelvuldig gezegd dat het een plezierjacht is en dat de jagers plezierjagers zijn. De jager is een grote natuurliefhebber, die 95 procent van zijn tijd in de natuur doorbrengt en daar ook voor zorgt. En voor 5 procent oogst. En uiteraard moet hij plezier hebben erin, anders komt er niks van terecht. Je moet ook plezier hebben in je werk. Als je op je werk geen plezier hebt, dan kan je beter een andere baan gaan zoeken, want dan kan je je werk niet goed uitvoeren. De jager zorgt er ook voor dat de volksgezondheid niet in gevaar komt. Onder watervogels, zoals ganzen, komt de vogelgriep voor. Als de populatie te groot wordt, dan is het gevaar van vogelgriep ook groter. En volgens deskundigen is het niet de vraag of de vogelgriep op mensen overgaat, maar wanneer. Ook heeft de WBE en het eiland Dordrecht valwild afwikkelingen. Er zijn valwild schutters opgeleid hiervoor. En ze verzorgen het aangereden en het doodgereden wild dat... Sorry, ik zeg het niet goed. Dat het aangereden wild nagezocht wordt en dat het uit het lijden verlost wordt en dat het allemaal verwijderd wordt. Dit is allemaal vrijwilligerswerk, door de jagers die hiervoor langdurige opleidingen gedaan hebben. Er komt geen geld aan te pas. Niemand betaalt ze. Ook zijn de jagers de ogen in het veld. Ze komen bijna dagelijks in het veld en weten precies wat daar gebeurt.

Ze staan ook in goed overleg met de boeren en met de politie. Er wordt beweerd dat het met veel dieren in de natuur niet goed gaat, zoals met de haas, eend en fazant. De haas is op de rode lijst geplaatst. Dit komt, omdat er een redelijke instandhoudingsverplichting is waarvoor de stand van nu vergeleken wordt met de stand van dertig, veertig jaar geleden. Het beschikbaar oppervlak van nu is vele malen kleiner dan de oppervlakte van dertig, veertig jaar geleden. Er zijn veel meer woningen, het wegennetwerk is uitgebreid en er zijn grote industrieterreinen bijgekomen. Dat houdt in dat het aantal getelde dieren van nu op een veel kleiner oppervlak vergeleken wordt met de oppervlakte van dertig, veertig jaar geleden. Door deze scheve vergelijking is de haas op de rode lijst gekomen, terwijl in werkelijkheid over het algemeen er een goede hazenstand en ook eendenstand is. Tot slot wil ik meegeven dat jachtbeheer en schadebestrijding een noodzaak is om bepaalde populaties, zoals de gans, in toom te houden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordam. U blijft zelfs ruim binnen uw tijd. En dat is uiteraard toegestaan. We hebben drie insprekers gehoord. Zijn er commissieleden die aan één van deze drie, via mij, een vraag willen stellen? Ik zie mevrouw Kamphuis. Ik zie nog meer vingers. Kom ik zo. Ik begin met mevrouw Kamphuis. En daarna kom ik bij u, mevrouw Lammens.

Mevrouw Kamphuis: Ik heb een vraag aan de heer, ik ben uw naam vergeten, Noorland. Sorry. Via de voorzitter, wie telt de dieren? En is er ook een onafhankelijke persoon bij, zodat het op de juiste manier wordt geteld? En hoeveel valdieren zijn er? En wat is eraan gedaan om het te voorkomen? De voorzitter: De heer Noordam, wie telt er en hoeveel valdieren zijn er? De heer Noordam: Ik kan daar wel iets over zeggen, maar ik denk dat het beter is als de SBE of de WBE iets daarover zegt. Ik weet dat er geteld wordt door de jagers in de gehele Hoeksche Waard, met ook diverse partijen erbij. Staatsbosbeheer telt mee. Maar ik denk dat daar een betere uitleg van kan komen via de WBE of de SBE. Valwildcijfers, heb ik niet paraat. Ik ben wel jager. Ik ken het eiland erg goed. Maar daar ben ik niet van op de hoogte. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kamphuis, straks goed luisteren naar de deskundigen en dan komt mogelijk het exacte antwoord op uw vraag wel. Mevrouw Lammens.

9

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter, ik zou graag een vraag stellen aan de heer Noordam. Ik ben zelf in het Merwesteinpark geweest, omdat daar één gans was en heel graag wilden ze daar nog een gans bij hebben. Helaas ging dat niet, want er zou een gans kunnen komen uit het Wantijpark. Maar dat kon niet, omdat er vogelgriep is. En daarom kon die gans niet van het Wantijpark naar het Merwesteinpark. Nou hebben we heel veel ganzen hier in Dordrecht. Wat geloof ik ook wel aardig wat overlast geeft. Hoe zit het met de zoönose. En is er de mogelijkheid dat die vogelgriep ook op mensen over gaat? Kunt u mij daar wat over vertellen? De voorzitter: Dank u wel. Vogelgriep op mensen over, hoe groot is de kans? De heer Noordam: Er komt zeker vogelgriep voor, zowel binnen de bebouwde kom als buiten de bebouwde kom. En wat ik net al even aangaf, zo gauw de populatie groter gaat worden, is ook de kans op vogelgriep groter. In Nederland weet ik niet voorbeelden of dat er overdracht is op mensen, maar in het buitenland zijn er al gevallen bekend dat het op mensen over gaat. Maar ik neem aan dat SBE en WBE ook daar nog meer over kunnen vertellen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel. De voorzitter: Ook hier komt straks mogelijk nog een antwoord. Mijnheer stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Een aantal vragen aan mijnheer Koole en mevrouw Bruurmijn.

De voorzitter: Een aantal is hopelijk niet al te groot, mijnheer Stam. De heer Stam: 72. De voorzitter: Die twee ga ik mee akkoord. De heer Stam: Er is gesproken over een objectieve telling. Welke oplossing ziet u daar dan voor? Weet u of de gemeente zelf ook tellingen doet? En dat heeft dan ook relatie met het aantal aanrijdingen wat er is geweest. En mevrouw Bruurmijn had het over innovatie en innovatieve manier om te jagen. Wat bedoelt u daarmee? De voorzitter: Laten we beginnen met mijnheer Koole, over de aanrijdingen. De heer Koole: Nee, de vraag gaat over de telling. Ik heb in mijn verhaal aangegeven, als het gaat om de reeën, dat er alleen geteld wordt door de WBE, door de jagers. En dat dat eigenlijk geen objectieve telling is. Ik heb zelf het aanbod gedaan aan één van de jagers binnen de WBE om mee te tellen. Nogmaals, ik ben daar niet voor uitgenodigd. Het is geen objectief verhaal, die telling. De jagers kunnen daar in feite alle kanten mee op. De voorzitter: Dank u wel, tot zover. Mevrouw Bruurmijn, u had ook een vraag gekregen. Mevrouw Bruurmijn: Dank u wel. De innovatie op het gebied van het verjagen van dieren zonder ze af te schieten, dat is een artikel wat ik heb gelezen over Drogo. Dat is een bedrijf dat bestaat uit technici, maar ook met een agrarische achtergrond. En ik heb deze mannen gebeld, omdat ik erg geïnteresseerd was daarin.

Zij verjagen met drones succesvol ganzen van akkers. Echt ook blijvend. Dat doen ze niet alleen met drones,

10

maar ook met sensoren die ze aanbrengen op de akkers. En ik heb over deze vergadering verteld. En zij staan open voor een pilot hier in Dordrecht. Ik hoop ook dat dat er een agrariër bereid is op het eiland van Dordrecht die zegt van, ik wil zo'n pilot aangaan op het gebied van haas. Dan willen ze gaan kijken of ze met drones en ook het aanbrengen van die sensoren kunnen voorkomen dat hazen de akkers betreden. Dat is de innovatie. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. De heer Groenewege. En daarna kom ik weer bij u, mevrouw Kamphuis. De heer Groenewege: Een vraag voor de heer Noordam. Ik ben een beetje op zoek naar die relatie tussen de jacht en vogelgriep. Want hoe zou je als Dordtse burger vogelgriep oplopen van een wilde gans? En hoe zou de jacht dat risico beperken? Die relatie zie ik niet. Vogelgriep kan je toch alleen oplopen als je in direct contact komt met een gans? Dat komt toch niet voor met wilde ganzen? De voorzitter: Mijnheer Noordam, kunt u daarop reageren? De heer Noordam: Jazeker. De relatie tussen vogelgriep en aantallen is vastgesteld. Hoe meer aantallen ganzen er zijn, hoe groter de kans is op vogelgriep. Dat er overgang op mensen is, terwijl je in de stad woont, zal klein zijn. Maar er is grote kans dat er mensen in het buitengebied, wandelaars die in aanraking komen met de uitwerpselen dat op kunnen lopen.

Je hoeft niet contact met de gans zelf te hebben. De voorzitter: Dank u wel. Heb ik nog twee vragen. En wan wil ik eigenlijk naar een afronding toe. Mevrouw Kamphuis en daarna mevrouw Pichel. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Via de voorzitter wil ik aan de heer Noorland vragen, wat vindt u van het idee van de drone, dat het op een diervriendelijke manier verjaagd kan worden en waarom? De voorzitter: Mijnheer Noordam, de drone. De heer Noordam: Het idee is zeker heel innovatief, maar ik denk dat het ten eerste over de kosten gaat. Wie gaat dat betalen? Hoelang wordt dat volgehouden om dat te doen in... Een ander voorbeeld daarin, in de Hoeksche Waard is enkele jaren geleden ook gesproken over, we moeten geen ganzen meer schieten. Die moeten verjaagd worden. Toen is er een afspraak geweest tussen de natuurliefhebbers en de jagers, dat daar de ganzen gezamenlijk verjaagd zouden worden. Elke ochtend of om de paar dagen zouden er jagers en natuurliefhebbers zijn. Dat hadden ze afgesproken voor een paar jaar dan te gaan doen. Eén keer is er een natuurliefhebber geweest om te helpen verjagen. De rest van de tijd hebben de jagers het zelf gedaan. Tot de proefperiode over was. Toen zijn er ook maar mee gestopt. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik naar mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is ook voor de heer Noordam.

De heer Noordam had het net over de verhouding van het aantal dieren die op de rode lijst staan, maar ook het aantal dieren die er nu zijn in verhouding tot de oppervlakte. En daarbij gaf hij ook aan van, we hebben nu ook minder oppervlakte dan dertig jaar geleden. Daardoor zijn er ook wat minder dieren. En waar ik inderdaad een beetje naar zoek, wij merken natuurlijk dieren hebben ook een bepaalde oppervlakte nodig, een bepaalde leefomgeving om daar gezond in te leven. Hoe wordt daarnaar gekeken en hoe staan wij

11

daarin? Meer misschien biologisch gezien. En ik denk dat die vraag wellicht ook is, ik weet niet of het richting onze ambtelijke ondersteuning of experts is, hoe wij daar als gemeente dan mee omgaan? Maar graag ook even uw visie daarop. De voorzitter: En wat dat laatste betreft, daar krijgt u wellicht straks gelegenheid voor. Mijnheer Noordam. De heer Noordam: Aantallen in relatie met het verleden, daar is een YouTubefilmpje van. Zou ik zeker eens even opzoeken. Daar kan dan precies zien hoe dat functioneert qua oppervlakte met wild. Ik denk dat daar straks ook wat meer over verteld kan worden, wat dat inhoudt. Maar je kan er ook vanuit gaan dat er een bepaalde draagkracht per hectare is. Als je het dan gewoon even per hectare bekijkt, daar zullen enkele hazen leven of één haas of twee of drie. Het gaat even niet om het aantal. Maar als er meer hazendruk komt, dan heb je ook meer kans op... Met de ganzen heb je meer de kans op de vogelgriep, maar bij de haas en het konijn heb je ook meer kans op ziekte uitbraak, zoals myxomatose en dergelijke. Je moet een bepaalde stand aanhouden voor een gezonde stand te behouden. Een goede jager, en er zullen best verkeerden tussen zitten, maar die zal nooit zijn veld leegschieten, want ze moeten er ook voor betalen. Ik heb gezien dat ze een tientje per hectare moeten betalen.

Waar we nu over praten, het contract, is geloof ik vierenhalf duizend euro. Dan gaan ze niet het eerste seizoen dat hele gebied leegmaken, want elk jaar betalen ze ervoor. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor dat ik naar de insprekers aan mijn rechterhand ga. En dan begin ik met de heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Ik ben Wim van Pelt, akkerbouwer en voedselproducent in polder de Biesbosch. Nu de gemeente Dordrecht de jacht niet heeft uitgegeven, zit ik met een grote schade in een perceel sperziebonen, wat veroorzaakt is door de grote groep ganzen. Voorheen kon ik deze schade opgeven bij BIJ12. Maar nu er geen jacht meer op het perceel zit, krijg ik mijn schade niet meer vergoed. In mijn pachtcontract van de gemeente Dordrecht staat dat zij dit zelf uitgeven aan een jager. Ik mag zelf geen jager inzetten. Nu blijft er voor mij niets anders over om de gemeente aansprakelijk te stellen voor mijn schade, omdat deze in gebreke is gebleven. Om u een indicatie te geven van de schade aan een gewas, had ik vorig jaar een perceel gerst wat getaxeerd was door BIJ12 op 70 procent schade van het perceel. Als u er toch voor kiest om de jacht niet meer door te laten gaan, is er voor ons als akkerbouwer geen toekomst meer en voor de Nederlandse burger geen voedsel meer, wat op eigen land is geteeld.

Gezien de stikstofproblematiek lijkt het mij niet uit te leggen om dit met vrachtwagens uit het buitenland te halen. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Pelt. Ga ik naar mijnheer Groeneveld. De heer Groeneveld: Dank u wel, voorzitter. Ik ben André Groeneveld, akkerbouwer in Dordrecht. We hebben verschillende percelen pacht en eigendom in de Biesbosch en rondom de polders op het eiland van Dordrecht. Ik ben niet zo van de protesten en van de barricaden klimmen, maar ik vind het wel tijd om mijn mening nu even te laten horen. De laatste jaren is er door al het gedoe op provinciaal en landelijk beleid een explosie van ganzenoverlast ontstaan. En nu, als klap op de vuurpijl, komt de gemeente met mogelijk niet uitgifte van de jacht op mijn gronden. Met als gevolg van het niet meer kunnen aanvragen van faunaschade, omdat er dan twee bejaagacties in één week tijd plaats moeten vinden. Door het niet uitgeven van de jacht kunnen agrariërs die gronden in eigendom hebben in de Biesbosch ook niet te schadelijk wild jagen, omdat je veertig hectare aan één stuk jachtgebied moet hebben. En dat is ook niet mogelijk dan. De

12

overlast van duiven en ganzen neemt de laatste jaren schrikbarend toe. Kijk maar naar de schadebedragen bij BIJ12, de organisatie waar je je schade moet indienen. Ik bedoel, wij moeten eerst een gewas zien te krijgen en alle investeringen doen. En als de ganzen de helft of drie kwart opeten, dan worden wij daar niet vrolijk van. Wij krijgen één keer in het jaar de mogelijkheid om te oogsten. En als het door de overlast van ganzen teniet gedaan wordt, dan snapt u wel dat het bij ons heel erg hoog zit. Ik vraag me dan ook af als we de schade niet meer bij BIJ12 aan kunnen vragen of we deze bij de gemeente neer kunnen leggen? Ik hoop dan ook dat het verstand van de partijen het wint en de emoties naar achtergrond zakken. Dank voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Groeneveld, voor u inbreng. Dan als laatste mijnheer Van der Eijk. De heer Van der Eik: Mijn naam is Joost van der Eijk. Dank u, voorzitter, ook nog voor het late toevoegen voor mij als inspreker vanavond. Ik ben ook agrariër in het gebied. Maar mijn collega's hebben al goed aangegeven waar de pijn zit als agrariër. Ik wil eigenlijk een korte toelichting geven over hoe ik de afgelopen twaalf jaar gewoon als bewoner, met mijn jonge gezin inmiddels, heb ervaren. En ook jacht. Want ik hoor net een aantal dingen.

En ik proef dat ook het argument veiligheid of overlast van jacht een onderwerp of een argument zou zijn. Maar laten we wel zijn, mocht er iets gebeurd zijn in de afgelopen twaalf jaar wat betrekking zou hebben gehad op de jacht in de polder de Biesbosch of in de overige polders op het eiland van Dordrecht, we zijn tenslotte een klein eiland, dan had iedereen binnen deze zaal wel een voorbeeld hebben van een krantenartikel van iets wat er misgegaan zou zijn. Er worden voorbeelden gegeven uit andere gebieden. Volgens mij, naar mijn weten, maar wellicht is het mij ontschoten, is er op het gehele eiland van Dordrecht nog nooit iets misgegaan wat betrekking heeft op jacht. En dat was eigenlijk het belangrijkste punt wat ik vanavond nog wilde toevoegen. Omdat er de afgelopen twaalf, dertien jaar een gewoon goed jachtbeleid, goed jachtbeheer is geweest. Ik geniet, net als andere mensen aan deze tafel, ook van de reeën elke dag. Ik woon zelf aan de Oude Veerweg. Ik word er elke dag mee wakker. En als er slecht beheer geweest zou zijn, slechte jachtpraktijk geweest zou zijn waardoor er incidenten geweest zouden zijn, dan hadden we dat met elkaar geweten. Dan hadden we die mooie dieren niet meer gehad. Dan hadden we wellicht incidenten gehad. En naar mijn weten zijn die niet geweest. Dat wilde ik nog even toevoegen vanavond. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Eijk.

Ik hoef in ieder geval niemand te berispen over dat hij te lang van stof is. Commissieleden? Ik zie mijnheer Groenewege, ik zie mevrouw Nieuwland en mevrouw Lammens. En daarna zien we wel verder. Mijnheer Groenewege, u mag als eerste. De heer Groenewege: Twee vraagjes aan u alle drie eigenlijk. Is het juist dat u alleen schade ondervindt door ganzen en dat de jacht op hazen, reeën, konijnen op uw percelen van geen toegevoegde waarde is? En twee, welke maatregelen heeft u in het beheer van uw bedrijf genomen om ganzen eerst te verjagen, voor ze worden doodgeschoten? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Groenewege. Zijn het alleen de ganzen? En welke andere maatregelen heeft u genomen om te voorkomen dat die ganzen tekeer gaan? U gaat antwoord geven, mijnheer Groeneveld?

13

De heer Groeneveld: Ja. Wij hebben een perceel sperziebonen en kidneybonen staan. Daar zitten gewoon constant een stuk of zes hazen in. Die kan je verjagen, maar als je weg bent dan springen ze over het slootje en komen ze weer terug. Daar valt eigenlijk niks tegen te doen. Daar kan je een kanon neerzetten met gas. Dat is een heel moeilijk verhaal. Dan moet je het perceel afheinen rondom. En dan blijven ze buiten. Maar dat is financieel niet haalbaar. De ganzen hebben wij ook op het perceel. Hetzelfde perceel bonen. 's Morgens om half zeven, zeven uur komen ze uit de natuurgebieden, de ganzen. Met bosjes strijken ze neer op het perceel. 's Morgens doe ik het twee keer en mijn vrouw tot half tien, want daarna gaan ze weer terug naar het ganzengebied. 's Avonds om half zeven, zeven uur komen ze weer. Hebben wij zes verjaagacties om ze weg te houden, maar schade is niet tegen te houden. Je bent altijd te laat. We hebben een gaskanon staan. Dat gaat via de app. Die kunnen we 's ochtends aanzetten, om half zeven. En 's avonds met het donker gaat hij vanzelf weer uit. Ze gaan er gewoon naast zitten. Als die een week staat, is het even en dan zijn ze eraan gewend en gaan ze ernaast zitten. Je kunt vlaggen neerzetten. Dat werkt ook twee dagen. Dan gaan ze gewoon naast de vlag zitten. Rondom de vlag, een meter, staan de bomen nog gewoon fris en groen en rondom zijn ze weggevreten.

Het is gewoon ontoelaatbaar. Het is om gek van te worden. Echt waar. We rijden heel de zomer achter de ganzen aan. Ander werk komen we niet meer aan toe. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Groeneveld, voor uw antwoord. Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Ik weet niet wie van jullie drie het beste de vraag kan beantwoorden. Maar er werd meerdere keren gerefereerd aan het claimen van de faunaschade en de relatie met dat er wel dan gejaagd moet zijn. Mij is onbekend hoe dat precies werkt. Kunt u dat misschien nog iets meer toelichten, waarom je dan geen claim meer kunt indienen? De voorzitter: Ik zie mijnheer Van Pelt naar het knopje gaan. De heer Van Pelt: Als je de schade bij BIJ12 vergoed wil krijgen, staat er in het reglement bij BIJ12 dat er jacht op het perceel moet zitten. Als er geen jacht op zit, dan betaalt BIJ12 de schade niet uit. Zo zit het in elkaar. De voorzitter: Genoeg, mevrouw Nieuwland? U wil nog wat toevoegen? De heer Van der Eijk: Ja. Daarnaast zal ik nog iets toevoegen dan ook, als mede-agrariër ervaring daarin. De jagers die dat uitvoeren, net werd al gerefereerd aan valwild dat dat vrijwilligerswerk is, dat is ook vrijwilligerswerk voor die jagers om dat in die systemen allemaal in te vullen, om voor de boeren uiteindelijk die uitkering bij de provincie te krijgen.

En het is een steeds grotere molen aan het worden om door die papiermolen te gaan. Gelukkig heeft mijn vader dat al die jaren gedaan. Ik heb het dit jaar voor het eerst zelf gedaan. En helaas ook door de huidige situatie kwam je niet verder, omdat je bejaagacties mist. Op zich is het ook wel logisch, want net wordt ook gezegd dat de bejaagacties die we zelf of die collega's uitvoeren in de polder weinig succesvol zijn, omdat jacht an sich wel een afschrikkend effect heeft op de ganzen. Ze kiezen daarna vervolgens wel een ander perceel of een ander gebied waar op dat moment een rustgewas staat waar ze zelfs, wat mij betreft ook hetzelfde geldt voor de haas, hetzelfde geldt voor de ree, op dat moment natuurlijk gewoon kunnen foerageren. De voorzitter: Dank u wel voor deze aanvulling. Mevrouw Lammens, u had nog een vraag.

14

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. Even aan de heren. Ik heb gehoord van de heer Van Chastelet dat hij in de Hel en Zuilespolder speciaal gras doet om de ganzen daar te laten grazen, zodat ze geen uitwerpselen hebben op de zwemplas, omdat daar die uitwerpselen wel bij de bewoners kunnen komen en dat ze daar last van hebben. Bent u daarvan op de hoogte en weet u daar wat van? De voorzitter: Wie weet er iets van speciale grassoorten die invloed uitoefenen op de ontlasting? De heer Groeneveld: Mij is het wel bekend dat de ganzen broeden en leven in de natuurgebieden. En 's morgens om zeven uur komen ze de jonge gewassen van de akkerbouwers opvreten. Wij kunnen niet overal gras gaan zaaien dat de ganzen... De voorzitter: U heeft een vervolgvraag, mevrouw Lammens? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja. Dank u wel, voorzitter. U bent wel bekend dat dat speciaal wordt gedaan, omdat dan niet de uitwerpselen bij de zwemplas komen. En wat mijnheer Groenewege vroeg, hoe komen de zoönosen bij de mensen, dat dat een mogelijkheid zou zijn? De heer Groeneveld: Ik denk dat het komt, omdat de Zuilespolder is een natuurbeschermingsgebied en dat daar die grassoorten gezaaid worden. En dat ze daarop vreten. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de vraag. Mijnheer Stam. De heer Stam: Voorzitter, twee vraagjes. Eén, die faunaschade.

De gemeente weet waarschijnlijk ook ongetwijfeld dat die provinciale regeling dan niet meer van toepassing is. Heeft u van de gemeente een aanbod gehad dat u dan via de gemeente die schade vergoed krijgt? Dat is vraag één. En vraag twee is voor mijnheer Van Chastelet. Ik heb net de andere kant horen zeggen van, er zijn innovatieve maatregelen om dieren te verjagen. Staat u open om samen naar die innovatieve maatregelen te kijken, zonder allereerst te beginnen met jagen? De voorzitter: Laten we beginnen met de eerste vraag. Heeft u een aanbod van de gemeente gehad, iemand, over schadevergoeding? De heer Van Pelt: Ik heb geen aanbod van de gemeente gehad op schadevergoeding. En voor die innovatieve maatregelen, het is leuk het verjagen, maar dan komen ze bij de buurman terecht. Dat gebeurt nou ook al. Ik verjaag ze en dan gaan ze naar de buurman. En dan moet de buurman weer komen. En die gaat ze weer verder jagen. Het is gewoon de hele dag een kat-en-muisspelletje. De voorzitter: Iemand die daar nog wat aan toe wil voegen? De heer Groeneveld: Als er een pilot is met het verjagen van hazen of zo, sta ik daar altijd voor open. Ik bedoel, waarom zou ik diegene zijn... Als ze maar van mijn land vandaan blijven en de schade niet... De voorzitter: Mijnheer stam, mijnheer Groeneveld staat open voor een pilot. Mevrouw Kamphuis.

15

Mevrouw Kamphuis: Ik hoorde net van een drone. Ik mag aannemen als u de kans krijgt om dan die drone te laten vliegen bij u, zodat u geen ganzen dood hoeft te maken en die gewassenbescherming blijft... De voorzitter: Staat er iemand open voor verjaging door middel van een drone? De heer Groeneveld: Ja, daar sta ik altijd voor open, voor pilots en dingen. Maar als het meer gaat kosten als dat het opbrengt, dan houdt het een keer op natuurlijk. Want ik neem aan dat er niemand uit Zoetermeer vandaan met een drone komt en bij mij even de ganzen komt verjagen voor een paar tientjes. Dat zie ik niet zitten, eerlijk gezegd. Ik bedoel, een pilot is prima, maar dan zit er een verdienmodel achter zoiets. En dan zal het wel over zijn, ben ik bang voor. Maar ik sta er altijd voor open. De voorzitter: U nog een aanvulling? De heer Van Pelt: Mag ik nog even wat aanvullen? De gemeente Dordrecht is nu weer vijvers aan het graven in de Zuidpolder, kort bij de Zeedijk. Het ganzenprobleem verplaatst zich steeds verder, ook naar de stad toe, omdat ganzen graag in plas en dras zitten. En daar zitten ze. En ze komen bij ons eten. En ze komen ook steeds verder naar de stad toe. Dat je er in de stad op een gegeven moment ook last van krijgt, van de ganzen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Pelt. Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter.

En dank ook voor de insprekers voor hun verhaal. Ik was even benieuwd wat een beetje de inschatting is van de schade die dan wordt geleden per bedrijf of per hectare. Stel, de gemeente of wij als gemeenteraad zouden uiteindelijk besluiten om geen jachtrecht meer toe te laten. De voorzitter: Kan iemand een indicatie geven hoe groot de schade wordt? Mijnheer Groeneveld. De heer Groeneveld: Ik ga nu van 1 perceel uit. Dat zijn kidneybonen. Die gaan naar de conservenindustrie. Die brengen een 4.000 euro per hectare op. Dat is een perceel van 5 hectare. Dat moet 20.000 euro opbrengen. En het is getaxeerd door een taxateur van BIJ12 op 3.000 euro schade, voor die 5 hectare. De voorzitter: 15 procent? De heer Groeneveld: Ja. Maar dat is net het bedrag wat wij... Als ik het niet zou krijgen, dat is nettowinst van ons. Ik bedoel, we zijn niet voor iedereen bezig. De voorzitter: Mijnheer Van der Eijck. Dat hoeft ook niet. De heer Van der Eijk: Daar wilde ik nog wel iets aan toevoegen. Het lastige van dingen meten op dit moment... Er werd tot 1 januari 2024, zoals ik al zei, 12 jaar beheer gedaan door jagers. Dat is nu vandaag precies 8 maanden niet gebeurd. We zijn nu over iets aan het spreken waar we wellicht over 3 jaar, ik hoop het niet, elkaar hier weer treffen met een veel hoger bedrag. Bij ons op het eigen bedrijf gaat het alleen al over 25.000 euro schade bij BIJ12.

Dit gaat alleen over ganzen bij ons en de houtduif dit jaar. Die is er recent bijgekomen, omdat er geen jacht plaatsvond dit jaar op de houtduif. En in de polder bij ons ook geen beheer, omdat de jacht niet is uitgegeven. En die getaxeerde schade, er zitten nog meer collega's op de tribune, LTO zal er zo ook nog wel iets over

16

zeggen, maar alleen al op dit rijtje van 3 personen praat je over ik denk meer als 30.000, 40.000 euro. En over het hele gebied, inclusief het hele eiland van Dordrecht, ik zou daar geen getal aan willen hangen. Maar een veelvoud van het uitgeven van een jachtrecht of wat dan ook. En we staan aan het begin van die 12 jaar. Ik weet niet hoe dat er over 6 jaar uitziet. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat het verhaal wel helder is. De heer Groeneveld: Voorzitter, mag ik nog even een toevoeging doen? De voorzitter: Mijnheer Van Pelt. Ja, eentje nog dan. De heer Van Pelt: Dit gaat dan over een perceel van mij van die kidneybonen. Dat ligt in de Noordbovenpolder. En daar is wel jacht mogelijk. Door alle eigenaren wordt dat verpacht. Als dit perceel in de Biesbosch gelegen had op gemeentelijke grond, had ik geen 3.000 euro aan kunnen vragen. Dat verschil wil ik even duidelijk naar voren krijgen. De voorzitter: Dank u wel. U heeft nog een vraag. En dan daarna mevrouw Kamphuis. En dan wil ik eigenlijk afronden. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, toch een korte vervolgvraag. Het is denk ik duidelijk dat het gaat over heel veel geld. Mijn vervolgvraag is, u heeft het natuurlijk over de voorwaarden voor het aanvragen van zo’n vergoeding.

Als die vergoeding er niet is, stel dat zou gebeuren, zijn er dan nog andere mogelijkheden of betekent dat gewoon dan dat u uw onderneming eigenlijk niet meer op deze manier kan rondkomen? De voorzitter: Dat is een duidelijke vraag, denk ik. Wie gaat het antwoord geven? Mijnheer Van der Eijck. De heer Van der Eijk: Die kan ik vrij simpel beantwoorden. Ik zei net al, een bedrag van 20.000, 30.000 euro. Het boerenleven is prachtig, maar het is zeker geen miljonairsleven. Je praat toch over een half jaarsalaris wat we aan schade claimen. Als het over 2 jaar 2 keer zoveel is, maar daar zal LTO wellicht zo ook nog wel wat over zeggen, dan is het einde wel zoek als landbouw. En dat is toch zonde, want we hebben dat prachtige gebied met elkaar ook op onze manier te beheren. De voorzitter: Dank u wel. Duidelijk. Mevrouw Kamphuis, de slotvraag. Mevrouw Kamphuis: Ik hoor best wel heel veel, er is nog jacht. Maar volgens mij is de jachtvergunning nog niet uitgegeven. Die start toch pas in oktober? De voorzitter: Mijnheer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Het interessante is dat we over verschillende gebieden hier praten. Wij hebben ook gronden die buiten het jachtrechtuitgiftegebied liggen waar het hier over gaat. En ik doel op die gebieden met betrekking tot de schade, net als mijn buurman, die ook gebieden heeft in de Bovenpolder, waar op dit moment nog wel jacht plaats mag vinden.

De voorzitter: U kan daar een kort antwoord op geven? Bij uitzondering dan. De heer Noordam: Ik had trouwens maar drie minuutjes net.

17

De voorzitter: U heeft nog twee minuten tegoed. Vooruit. De heer Noordam: Ik wil toch even op de schade ingaan bij de agrariërs. In Zuid-Holland is er een uitzondering op jacht ten opzichte van de rest van Nederland. Je hebt jachtbeheer en schadebestrijding. In de rest van Nederland is beheer en schadebestrijding losgekoppeld van het jachtrecht. De grondeigenaar is de jachthouder. En in dit geval is dat de gemeente. En zeker om de boeren tegemoet te komen, en zolang deze discussie duurt om jacht uit te geven, zou ik de gemeente oproepen om zo snel mogelijk in ieder geval de schadebestrijding door te schrijven aan de jagers die daar normaal de jacht hebben. Kunnen ze in ieder geval wat doen aan de schade van de boeren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordam, voor deze toevoeging. Ik wil alle zes de insprekers hartelijk danken voor hun inbreng, bereidheid hierheen te komen. U mag naar huis, maar u mag natuurlijk ook op de tribune plaatsnemen, want als het goed is komen daar ongeveer evenveel plaatsen vrij als u nu in beslag neemt. En dan ga ik de deskundige uitnodigen om hier te komen. Dan mogen die zo meteen hun verhaal doen. Over één minuutje gaan we verder. Er wordt even water gehaald. Beste mensen, ik wil graag gaan vervolgen. Ik snap bij zo'n lange vergadering dat er heel even behoefte was aan wat vochten innemen of wat vocht afvoeren.

Maar we gaan nu weer verder, want dat doet de klok ook. Voordat ik de mensen rechts en links van mij vraag zich voor te stellen, even heel kort een toelichting. Deze mensen gaan ook een toelichting geven, namelijk op hun rol en ook hun visie met betrekking tot het gemeentelijk jachtrecht. Vooraf wil ik nog even melden dat ook Animal Rights is uitgenodigd, maar die zijn helaas niet beschikbaar om vanavond hier te zijn. Mevrouw De Jong van Fauna4life zou digitaal deelnemen, maar een technisch probleem maakt dat onmogelijk. Gelukkig heeft mevrouw Dekker, die hier aan tafel zit, zich bereid verklaard om de bijdrage van mevrouw De Jong vanavond even met ons te delen. Die horen we dan nog. En mocht u na afloop toch nog vragen hebben voor Animal Rights of Fauna4life, dan kunt u die alsnog schriftelijk stellen. En dan zullen zij daar vast en zeker op reageren. We starten zo meteen met een presentatie. Verduidelijkingsvragen kunnen na die presentatie gesteld worden. En daarna één voor één krijgen de andere deskundigen het woord. En dan kunt u die ook zo nodig bevragen. En dan hoop ik dat u het ook weer zakelijk doet, dat er nog even wat tijd over is voor het rondetafelgesprek. We gaan eventjes voorstellen. En laat ik met het verste weg beginnen. De heer Blokland: Erik Blokland, WBE vertegenwoordiger van de Hoeksche Waard. En daar zit het eiland van Dordrecht uiteraard ook bij.

Mevrouw Van der Eijk: Janneke van der Eijk, WBE Hoeksche Waard, eiland van Dordt. Mevrouw Huber: Mariette Huber, ik ben van de Faunabeheereenheid Zuid-Holland. De heer Van Damme: Pieter van Damme, LTO eiland van Dordrecht. Mevrouw Dekker: Mijn naam is Nettie Dekker. En ik heb het boek Jagerslatijn ingeschreven. De heer Terlouw: Ik ben Sander Terlouw van Stichting Natuur- en Vogelwacht Biesbosch en landschapsecoloog van huis uit.

18

De voorzitter: En de heren van de gemeente hebben zich al voorgesteld, volgens mij. En die gaan nu een presentatie voor ons verzorgen. Wie gaat het doen? U was mijnheer Nap? Klopt hè? Op Clark hoef je nooit lang te wachten. Volgens mij luistert die ons af. De heer Nap: Dank u wel, voorzitter. Zal ik starten? De voorzitter: Ja. Heeft u enig idee hoelang u voor de presentatie nodig heeft? De heer Nap: Ik wilde eigenlijk voorstellen om er relatief snel doorheen te gaan, omdat de prestatie is verstrekt al. De antwoorden staan erin. Maar dan kan ik nog een korte toelichting geven over het hoe en waarom. De voorzitter: Heel graag. Want iedereen heeft hem inderdaad kunnen lezen, maar dat heeft misschien niet iedereen gedaan. Wel eventjes snel er doorheen graag. Dank u wel alvast. De heer Nap: Ik ga dat proberen. Voor de duidelijkheid, mijn naam is Albert Nap. Ik ben teamleider van het team Grondzaken binnen de gemeente. Wij zijn het team wat namens het college de jachtrechten wil gaan uitgeven. Ik laat u heel even zien wat ik wil toelichten, of wat in ieder geval in de presentatie te lezen valt, waarom wij de jachtrechten willen gaan uitgeven, in relatie tot het faunabeheer. Welke betrokken partijen zijn daarbij in beeld? Ik licht ook nog even toe om welk gemeentelijk eigendom het gaat. Wat het jachtrecht precies inhoudt. En binnen welke wet- en regelgeving dit dan gebeurt.

En natuurlijk dan de ruimte voor de vragen. De reden dat we nu hier zijn, is de publicatie die de gemeente heeft gedaan. En die publicatie hebben wij gedaan, omdat voorheen onze grondeigendommen beheerd werden door Stichting De Biesbosch en wij sinds een aantal jaren zelf eigenaar weer zijn en de jachtrechten moeten gaan verstrekken. Daarbij speelt het zogenaamde Didam-arrest een grote rol. Namelijk dat alles wat wij op de markt brengen in concurrentie op de markt moeten brengen. Zo ook een recht om te mogen jagen. Dat wilden wij niet zomaar op de markt brengen. Wij wilden dat op de markt brengen op een manier die recht doet aan de situatie, zoals die de afgelopen jaren is geweest. Die naar tevredenheid is geweest, naar ons idee. En daar wilden wij een professionele partij bij betrekken, die ons inziens ook de enige serieuze gegadigde is om dat recht te gaan huren van ons. En daarom hebben wij gemeend dat recht te moeten gaan verhuren aan de Wildbeheereenheid Hoeksche Waard. En wat is dat dan? In het kader van het faunabeheer eigenlijk drie termen die daarbij van toepassing zijn, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en die later ook nog zullen worden toegelicht door de WBE en de FBE. Om te laten zien dat het jachtrecht niet iets is van de gemeente Dordrecht, maar iets is dat binnen een breder kader van allerlei verschillende overheden plaatsvindt, deze sheet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/764/documents/34835