2.6 2024.06.11 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
20
De voorzitter: En als laatste de heer Gündogdu. Gaat uw gang.
De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, we hebben als raad meerdere keren ook aan dit college en het vorige college gevraagd voor een actief grondbeleid, met de wetenschap van, we hebben gewoon ruimtetekort, de strategische aankoop et cetera. Ik was ook blij verrast dat we een week of twee geleden in een commissie met wethouder Burggraaf zaten over verdichten. En hij heeft een kaart laten zien. Ik denk niet dat dit dezelfde kaart was. Maar een aantal locaties in de stad waar mogelijk strategische aankopen gedaan kunnen worden en inventariseren of verdichting mogelijk is of niet. En waar ik naartoe wil, is dat met de huidige risico's en het toekomstig binnenstedelijk ontwikkelen, dat vergt veel meer risico dan dat we in het verleden hebben gehad. Met de kanttekening dat we relatief weinig vermogen hebben. Tenminste, we hebben reserves, maar die zijn ook heel snel op. Ik maak even integraal die stappen. In hoeverre is het überhaupt denkbaar dat we nog actief grondbeleid kunnen voeren vanuit het principe van verdichten? Is misschien een politieke vraag hoor. Ik ben wel benieuwd. De voorzitter: Ik schuif hem even door. Wikkel maar even af. Mevrouw De Jonge: Heel kort. Niet politiek. Ik probeer hem zo technisch en bestuurlijk mogelijk te houden. We zullen altijd langs uw raad komen als er grondexploitaties zouden gaan verschijnen die negatief zouden moeten beginnen.
En dat is inderdaad wel de combinatie van, je probeert natuurlijk ook bij actief grondbeleid te zeggen, hier liggen kansen, daar gaan we aan meewerken. Maar wat u signaleert is eigenlijk, soms moet je ook het risico al nemen. In de grondprognose ziet u ook hoe de risico’s zich ontwikkelen. En het is soms weleens lastig dat we op dit moment inderdaad in een vrij krappe periode zitten, waardoor je misschien niet veel kan als je kijkt naar hoe die zich ontwikkelt. Langere termijn wordt onze positie natuurlijk wel weer veel ruimer. Daar moeten we het dan echt met elkaar over hebben van, kunnen we het nog opvangen in onze financiën in de vermogenspositie die we hebben en wat gaan we eraan doen om natuurlijk gewoon die tekorten zo snel mogelijk minder te laten worden? De voorzitter: Dank u wel. En dan hebben wij nu als commissie, althans u heeft als commissie, een paar keuzes te maken. Heeft u voldoende informatie opgehaald om hier een politiek standpunt over in te nemen? Of hebben we nog een beeldvormende sessie nodig? Ik zie dat we geen beeldvormende sessie nodig hebben. Dan is de volgende vraag, kan dit door als hamerstuk of moeten we hier een oordeelsvormende sessie voor gaan organiseren? De heer Katif: Voorzitter, voor mij een vraag. Wij hebben alleen maar technische vragen mogen stellen. Er moet een politiek oordeel over geveld worden.
En u stelt voor, zullen we het oordeelsvormend of zullen we het als hamerstuk? Ik bedoel, als er een politiek oordeel geveld moet worden, dan moeten we natuurlijk oordeelsvormend. De voorzitter: Maar dat is toch altijd. De heer Katif: Als ik de enige ben, dan snap ik het.
21
De voorzitter: Maar bij iedere beeldvormende sessie is de vervolgvraag, wat willen we hiermee doen? Gaat het gelijk door als hamerstuk of wordt een oordeelsvormende sessie? Dit kan niet nieuw zijn na twee jaar, lijkt mij. Mevrouw Boom-Vos. Mevrouw Boom-Vos: Vanuit onze fractie vinden wij het een hamerstuk. Dat is wat anders dan Beter voor Dordt vindt. Ik denk dat we beter even kunnen peilen. De voorzitter: Beter voor Dordt, wat zou u het liefst willen? De heer Katif: De commissieleden wilde ik gewoon uitdagen om te kijken hoe zij hier instaan. Als commissieleden zeggen, we hebben er geen... Dat laat ik aan mezelf. Daar kan ik altijd nog een amendement even in fietsen. De voorzitter: Maar dat kan natuurlijk altijd, ook als het een... De heer Katif: Daarom. De voorzitter: De heer Wringer: Beter voor Dordt wil hameren. De voorzitter: Ik zie dat we gaan hameren. Dan geldt dat ook voor de Nota Grondbedrijf. Daar moeten we ook een keuze in maken. Gaan we daar ook direct bij hameren of is daar nog behoefte aan iets anders. Ik zie geen handen. Dan gaan we daarin ook hameren. Dan denk ik dat we het daarmee kunnen afsluiten. En dan altijd de logistieke mededelingen. Wilt u uw flesjes en kopjes meenemen. En dan wens ik u nog een hele fijne vergaderavond. 5.
Vaststellen uitgangspunten aanpassing Huisvestingsverordening – Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Van Engelen Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Damen (PvdA) Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Schalken-Den Hartog (Beter Voor Dordt) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop
22
De voorzitter: Goedenavond allemaal, het is half negen geweest. Er zijn genoeg raadsen commissieleden aanwezig. En de wethouder zit ook om tafel. Dan is het tijd, de heer Gündogdu, om stil te worden, want we gaan beginnen. Welkom bij deze commissievergadering. Vanavond bespreken we voor de tweede keer oordeelsvormend het vaststellen van de uitgangspunten van de aanpassing van de Huisvestingsverordening. En voordat ik verder ga met de inleiding doen we zoals gewoonlijk het voorstelrondje, zodat iedereen op de tribune en thuis weet wie er aan tafel zit. En dat we voor het verslag ook helder hebben wie er aanwezig zijn. En dan ga ik vandaag aan mijn rechterzijde beginnen. Gaat uw gang. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Meer: Frans Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Stam: Marco Stam Fractie van Waardhuizen. De heer Heijkoop: Peter Heijkoop, namens het college. De heer Den Boer: Mark de Boer, commissiegriffier.
De voorzitter: En mijn naam is Yara van Engelen. En vanavond ben ik uw voorzitter. Dit is de tweede oordeelsvormende sessie, betreft dit onderwerp. De vorige was op 28 mei. En naar aanleiding van die vergadering heeft de commissie besloten om er nogmaals met elkaar in gesprek over te gaan. Nogmaals het debat te voeren. En dat wat meer toe te spitsen op de hoofdlijnen. Of tenminste, de hoofdlijnen die de commissie met elkaar op die manier heeft bepaald. We beginnen eigenlijk fris aan een nieuwe eerste termijn. En welke politieke partij mag ik de beurt geven? De heer Noldus, Dordtse VVD.
De heer Noldus: Misschien is dat een vraag. Want we zijn vorige keer, bij mijn weten, tot halverwege de eerste termijn van het college gekomen. Ik was eigenlijk in de veronderstelling dat we daar nog mee zouden gaan beginnen, alvorens de ronde vanuit de raad, vanuit de commissie te doen.
23
De voorzitter: Klopt. We hebben net even met de wethouder overlegd. En als het goed is, is er ook via de mail nog een hoop gewisseld en beantwoord. En in die zin de eerste termijn afgemaakt. Mocht het nu zijn dat de gehele commissie het gevoel heeft, we hebben eigenlijk dat laatste stukje verbaal eerste termijn van de vorige keer nog nodig, dan kan dat natuurlijk altijd nu nog. Maar u kunt er ook voor kiezen om nu te beginnen met een eigen eerste termijn. Kunnen we zo doorgaan, de heer Noldus? De heer Heijkoop: Voorzitter. De voorzitter: Wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Ik heb net weer mijn zeer ordelijke aantekeningen uit mijn tas opgevist. En ik zeg u gewoon heel eerlijk, ik weet ook niet meer precies waar ik gebleven ben. En ik weet ook niet precies welke vragen we nu ook allemaal schriftelijk hebben afgedaan. Ik denk dat voor de orde van de vergadering het meest handzaam is om het voorstel van de voorzitter te volgen, dat u met de beantwoording eerste termijn, waar ik vorige keer mee gestart ben, en de beantwoording die schriftelijk heeft plaatsgevonden, dat u daarop voortborduurt. En dat ik dan straks in mijn nieuwe eerste termijn alle open vragen nog kan beantwoorden en ook eventueel een reactie vanuit het college kan geven op uw stellingnames. De voorzitter: De heer Gündogdu, Op Ons Eiland.
De heer Gündogdu: Voorzitter, mag ik ook een voorstel doen? Naar aanleiding van de laatste commissievergadering was er een concrete vraag naar aanleiding van een aantal partijen, die toch wel enigszins op bepaalde punten vrij dicht bij elkaar zaten, om een aantal voorstellen uit te wisselen. Mijnheer Van der Kruijff heeft een voorstel gedaan. De heer De Heer heeft een voorstel gedaan. Mijnheer Noldus. Misschien is het ook wel handzaam om juist hen het woord te geven, zodat we totaal als commissie een beeld hebben. De voorzitter: Lijkt mij zeker een goed idee. Welke van de partijen die al iets hebben aangeleverd, mag ik het woord geven? Begin ik bij mijnheer De Heer, ChristenUnie/SGP. Gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, we kijken positief terug op de laatste oordeelsvorming over dit onderwerp. Ik merk ook dat we echt met elkaar op zoek zijn naar het beste voor onze inwoners. Ondanks de complexiteit en hoe ver reikend deze verordening uiteindelijk ook is. Dank ook aan de collega's, die ook na de vorige commissie hun input hebben gedeeld met elkaar. En die heb ik ook deels geprobeerd mee te nemen in deze woordvoering. Ook de reacties van collega's heb ik geprobeerd mee te nemen hierin. En mocht daar wat dubbelingen zitten met woordvoering van anderen, dan bij deze al even genoemd. Onze inzet op dit moment.
We vinden het positief dat nu wordt voorgesteld om de eis om voorafgaand aan verblijf in een instelling een zelfstandige woonruimte te hebben te schrappen. We zien alleen graag dat dit wordt verruimd naar mensen die ook niet in een instelling verblijven. De andere eisen, zoals die nu zijn, die blijven dan ook van kracht. Zoals een inkomen onder de inkomensgrens en regiobinding, die ook een update krijgt, zoals we gelezen hebben en het voornemen van het college is.
24
Deze verruiming geeft dan meer mensen de mogelijkheid om voorrang aan te vragen. En voorkomt hiermee, in onze optiek, dakloosheid. En dat is precies waar wij als fractie ook op uit zijn. We zien ook graag dat de regiobinding wordt geherformuleerd, omdat te vaak mensen buiten de boot vallen. Het voorstel wat we langs hebben zien komen van de PvdA om ook de eis van regiobinding te laten vervallen voor mensen die aantoonbaar in geen enkele andere regio van Nederland aan de eis van regiobinding kunnen voldoen, vinden we eigenlijk wel een hele interessante. Maar we horen wel graag de reactie van het college, om in te schatten hoever dat dan precies reikt en wat de mogelijke invloed ook voor Dordrecht daarin zou kunnen zijn. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van de heer Noldus, Dordtse VVD. De heer Noldus: Dat laatste was even waar ik naar op zoek was, ook om de uitstroom uit instellingen als voorwaarde los te laten. Ik ben benieuwd waar ChristenUnie/SGP de inschatting maakt wat de impact is op het aantal woningen dat dan met voorrang extra verdeeld zou moeten worden. De heer De Heer: Voorzitter, wij hebben minder meegenomen wat precies de directe impact zou zijn. Ik denk ook dat dat voor zowel het college als voor ons als raad enigszins gissen zal blijven.
Onze argumentatie om het wel te doen, is vooral het argument dat het daarmee rechtvaardiger zal worden of rechtvaardig zal worden. Je zou kunnen zeggen, maar dat gaat impact hebben. Je zou ook kunnen zeggen, maar het klopt gewoon op dit moment niet. En ons standpunt zou dan zijn, laten we werken aan die rechtvaardigheid, aan en rechtvaardige verordening, om vervolgens dan daar waar de schoen wringt ook echt met elkaar hard aan te werken. De voorzitter: Helder zo, mijnheer Noldus? Ja. Gaat u verder met uw termijn. De heer De Heer: Het volgende punt is dat we graag het percentage woningen met loting verhoogd zien naar twintig procent. We zijn ook gecharmeerd van het idee van de VVD voor een nieuwe opzet van een puntensysteem, of zoals het tegenwoordig heet, de inschrijfduur. We lezen over een idee om voordeel te geven bijvoorbeeld aan starters en jongeren. Heel concreet is dat voor ons nog niet. Totdat er concretere plannen zijn, stellen we voor om dat percentage loting te verhogen naar twintig procent, aangezien dit ook echt een direct voordeel is voor onder andere jongeren. We horen graag dan ook de reactie van de wethouder, ook specifiek op dat punt van dat percentage.
Volgende punt, zoals vorige keer gedeeld, is het momenteel zo dat wanneer je binnen een jaar opnieuw inschrijft, na accepteren van een woning via Woonkeus, je de volledige inschrijfduur van voor die tijd terugkrijgt. Dat moet wat ons betreft zo snel mogelijk stoppen, want dat houdt de lange wachtrij onnodig in stand. We hebben net als het CDA vorige keer gesproken over verruiming van de mogelijkheden voor mantelzorgwoningen, goed punt ook van het CDA, om flankerend beleid daarin mee te nemen. Om problemen zoals parkeernormen ook op te lossen. Heel goed. En een punt waar we ook graag in mee zouden werken. Voor deze eerdergenoemde punten denken we na over moties en amendementen en waar mogelijk samen ook met andere fracties. Nog een aantal andere punten en ideeën die onze aandacht hebben, die ook werden gedeeld door anderen.
25
Fractie van Waardhuizen stelt dat mensen die na één jaar worden uitgeschreven, als ze nog niet hebben betaald, dat we dat toch vooral na drie jaar moeten verplaatsen. Dat klinkt wat ons betreft heel goed in de oren. En het laatste rondgestuurde amendement van de Partij voor de Dieren over de tien procent studentenwoningen vinden we ook een hele creatieve en interessante. Horen we graag ook de reactie van het college op. Tot zover. De voorzitter: Bedankt voor de bijdrage. Welke partij mag ik als volgende het woord geven? De heer van der Kruijff, CDA. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de vorige vergadering gaven we al aan dat we als CDA primair ook even wilden focussen op hoe je binnen de Huisvestingsverordening mogelijkheden kunt scheppen om meer woningen beschikbaar te krijgen, omdat we namelijk een woningtekort zitten te verdelen. Wat je ook doet, het knelt altijd ergens. En als het wat minder gaat knellen doordat je meer woningen beschikbaar krijgt, helpt dat aan alle kanten. Vandaar ons voorstel om de eis bij woningsplitsing, die nu op minimaal 70 vierkante meter staat als de ontstane woning, lager te stellen. Net als het idee dat je dat niet moet gaan doen als commercieel verdienmodel. Want voor je het weet, de hele woningvoorraad die groot is, wordt dan klein van kleine woningen.
Maar je hebt nu ouderen vooral die opeens alleenstaand zijn geworden of misschien met zijn tweeën in veel te grote woningen, waarvan we weten dat het vrij moeilijk is om een passende andere woning te vinden en waarvoor het heel interessant is wellicht om hun woning te splitsen. Dan kunnen ze gewoon blijven wonen waar ze nu wonen. Dat willen ouderen vaak. En je creëert een kleinere woning voor een starter, die misschien ook betaalbaar is. Dan snijdt het mes aan 2 kanten. En die mogelijkheid zouden wij graag willen scheppen. En dan moet je die 70 vierkante meter eis lager stellen. En wij hebben in het voorstel, wat we aan andere fracties hebben gedaan, 45 vierkante meter genoemd. En nog wat eisen waaraan zo'n woning moet voldoen. Maar die 45 vierkante meter is een beetje op de praktijk geënt. En als iedereen mij gaat overtuigen dat het 40 of 50 vierkante meter zou moeten zijn, ga ik daar best wel in mee. Want het is meer om een gevoel daarbij te geven. In de beantwoording van de technische vragen werd al aangegeven dat je moet oppassen dat dan niet alle grote woningen opeens allemaal leiden tot heel veel kleine woningen en dat je geen grote woningen meer overhoudt. Vandaar dat wij zeggen, doe dat dan ook alleen voor mensen die daar nu al wonen.
En je zou daar bijvoorbeeld eisen aan vast kunnen binden dat dat alleen mag voor woningeigenaren die in het betreffende pand al tien jaar wonen of vijf jaar of acht jaar of wat we hier ook met zijn allen vinden. Maar u begrijpt de bedoeling, mensen die daar al een tijdje wonen, die gewoon een woning waar ze nu zitten zelf willen blijven bewonen en een andere woning ernaast willen realiseren. Dat is ons eerste uitgangspunt wat we zouden willen veranderen. De tweede gaat over de hospitaregeling, gaat over verkamering voor jongeren mogelijk maken. Zit een beetje in de lijn met ook wat de Partij voor de Dieren beoogt, meer woningen voor studenten en jongeren mogelijk maken. In het huidige voorstel is dat dat alleen in het centrum zou mogen. Wij begrijpen niet helemaal waarom dat alleen maar in het centrum mag. Ik denk, die regeling kan wel misschien in heel Dordt heel of wellicht, dat begrepen we ook wel uit de beantwoording van de technische vragen, dat je bij een aantal kwetsbare wijken heel goed moet
26
oppassen of je dat wel wil. Wellicht moeten we dan even goed met elkaar nadenken of je dat voor heel Dordrecht wil of dat je een aantal kwetsbare wijken benoemt waar je zegt, laten we het daar maar niet doen, als dat een risico zou zijn. Het laatste punt, voorzitter, wat wij hadden ingebracht, gaat over de mantelzorgwoningen. De heer De Heer refereerde er al aan. Mantelzorg is vaak voor iemand die je nabij staat. En dan mag je dat tijdelijk doen. En als het niet meer nodig is, dan vervalt het recht op een mantelzorgwoning. Maar we zien heel veel mooie maatschappelijke initiatieven, ook hier in Dordt. Denk aan Kamers met Aandacht. Maar er zijn vast wel vergelijkbare initiatieven, waar mensen wordt gevraagd om ook kwetsbare jongeren... Het hoeven trouwens niet altijd jongeren te zijn. Kunnen ook wel wat verder op leeftijd zijn. Die tijdelijk even ergens anders mogen wonen en dan in zo'n mantelzorgwoning mogen wonen. Die doelgroep wat uit te breiden daarvoor. Dat zijn onze drie punten die we hebben ingebracht. En natuurlijk, dat was de inspreker, waar het gaat over de parkeernormen of andere welstandseisen als je gaat splitsen. Als het daarop stukloopt, dat je daar in flankerend beleid toch ook wat soepelheid moet aanbrengen om dat mogelijk te maken. Natuurlijk zorgen dat het niet ontspoort. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Kruijff, ik verwachtte hem al.
Ik hoorde parkeren. Ik denk de VVD gaat straks aan. De heer Noldus, per interruptie. De heer Noldus: Dank u wel, voorzitter. Niet alleen voor het parkeren, maar het zit vooral in het flankerend beleid. Want op zich sympathie ook voor het voorstel van het CDA. Alleen ik ben wel benieuwd hoe die invulling van het CDA dan betreft zijn. Het gaat over best wel veel potentiële regelingen. Je kan ook niet op alles, denken wij, afstand nemen bij voorbaat. Welke instrumenten, welke weging heeft het CDA dan voor ogen om hier ook in de praktijk handen en voeten aan te kunnen geven. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, om maar een gedachte mee te geven, als het gaat over de parkeernorm. Stel dat in een bepaalde wijk nu een parkeernorm geldt van 2,0. En je zegt, we willen dat dat niet een probleem wordt, zou je in flankerend beleid bijvoorbeeld de parkeernorm op 1,9 of 1,8 moeten zetten. En dan kan je voor jezelf uitrekenen in zo'n omgeving tot hoeveel te splitsen woningen dat dan leidt die je binnen de norm weer kunt doen. Het is een gedachtegang. Misschien juridisch niet helemaal correct. Maar ik zeg maar even gewoon met ons boerenverstand, is dat hoe wij het voor ons zien hoe je daar ruimte in kunt scheppen. En toch een norm aan te geven waar je wel binnen moet blijven. Het houdt ook ergens op. De voorzitter: Die politieke wens mag u zeker uitspreken. De heer Noldus: Voorzitter.
De voorzitter: De heer Noldus nog een vervolgvraag. De heer Noldus: Vervolgvraag. De voorzitter: Gaat uw gang.
27
De heer Noldus: Die probeer ik dan even te wegen ook ten opzichte van... Want er zijn natuurlijk heel veel initiatieven ook voor nieuwbouwrealisatie die we toetsen aan bijvoorbeeld de regelingen rondom parkeren en allerlei anderen. Stelt het CDA dan voor om per definitie over alle wijken deze normen naar beneden te brengen, ook voor nieuwbouwontwikkelingen of sec voor splitsing? Ik ben een beetje op zoek naar hoe die invulling daar dan van gaat zijn. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, de politieke wens is om te zorgen dat de parkeernorm niet direct belemmerend is om een woning te kunnen splitsen. En als je dat in alle wijken moet doen, zou je het moeten doen. Als er een hele creatieve vondst komt van een deskundige ambtenaar die zegt, dat kun je veel simpeler voor elkaar krijgen met een andere maatregel, vinden we het ook prima. Het zit ons niet op de maatregel, maar we snappen dat je het ergens moet vastleggen als beleid waar je aan moet voldoen. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dit was volgens mij ook het einde van uw eerste termijn. Klopt dat? De heer Van der Kruijff: Ja. Voorzitter, we kunnen nog erg ingaan op wat alle andere fracties gaan vinden, maar misschien moet u ze eerst maar eens gewoon het woord geven en er dan wat van vinden. De voorzitter: Dat gaan we ook zeker doen. De heer Damen, gaat u gang.
De heer Damen: Voorzitter, we hebben in een eerdere bijeenkomst de mensen van de club Precaire Woonvormen aan het woord gehad. Die hebben duidelijk geschetst hoe erg mensen omhoog zitten die eigenlijk geen eigen woonruimte hebben en voortdurend bij anderen moeten logeren of op een andere manier ergens wonen waar geen woning is. In mijn eigen omgeving kom ik regelmatig jonge mensen tegen, gewoon werkende jonge mensen met een bescheiden inkomen die bij God niet weten hoe ze aan een woning moeten komen en zich daar gewoon dagelijks zorgen over maken. Het is een veel breder probleem als alleen maar die mensen van de Precaire Woonvormen. Er zijn hele grote groepen jongeren die zich zorgen maken. Daarom ondersteun ik graag de ideeën die net door mijn buurman naar voren zijn gebracht over hospitaverhuur en mantelzorgwoningen. Ik zou ook willen pleiten voor het verhogen van het percentage onzelfstandige woonruimte per honderd woning of per vijftig woningen. En dat schept ook enige ruimte. Om te voorkomen dat dat allemaal tot verschrikkelijke dingen leidt, waar eerder al op gewezen is, zou je een dergelijke regeling voorlopig als tijdelijk kunnen zien. En gewoon kijken wat het effect is. Op het moment dat het leidt tot hele nare parkeerproblemen, dan zou je op een gegeven moment aan de regeling een halt kunnen toeroepen.
De voorzitter: U wordt geïnterrumpeerd door de heer Schalken van Beter voor Dordt. Gaat uw gang. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Richting de PvdA de vraag, we hebben het de vorige keer al over gehad dat in het verleden kamerverhuur tot echt hele vervelende situaties heeft geleid. En in sommige straten is nog steeds de druk erg hoog. En dat is niet alleen met parkeren, maar ook de leefbaarheid. Wilt u niet aan de voorkant
28
al zorgen dat we niet die situaties weer nog erger gaan krijgen en gebieden waar het nu ook nog steeds al zorgelijk is? De heer Damen: Ik zou dat graag doen, maar dat moet ik afwegen tegenover de problematische situatie die er bestaat voor met name jonge woningzoekenden en startende woningzoekenden. En dat is een afweging die je moet maken. Je kunt niet alleen kijken naar, hoe kunnen we eventueel overlast in de wijk vermijden? Je moet ook kijken naar de problemen die er nu wel degelijk bij een grote groep in Dordrecht bestaan. En in die afweging zeg ik, maak dan een tijdelijke regeling waar je enige verruiming toepast. Ten tweede, ik woon zelf in een straat waar nogal wat kamerverhuur plaatsvindt. Wat ik constateer, is dat dat betrekkelijk weinig overlast geeft. Maar er zijn een aantal medebewoners in de straat die zich daar wel aan ergeren. En wat dan het probleem is, is niet het feit dat wij die regeling hebben zoals we die nu hebben, maar dat er geen controle plaatsvindt. De Omgevingsdienst geeft aan dat ze niet voldoende mensen hebben om actief te controleren. Daar zit mogelijk een probleem. Laten we daar eens wat aan doen. De voorzitter: De heer Schalken, tweede interruptie. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Dan maak ik me toch wel toch ernstig zorgen over wat de Partij van de Arbeid nu voorstelt.
Want juist in die kwetsbare wijken, waar u ook uw achterban heeft en waar u zich ook sterk voor maakt, gaat u een situatie creëren waarvan u aan de voorkant al weet dat we die niet kunnen handhaven, omdat we nu al een tekort aan mensen hebben. Vindt u nu echt niet dat u aan de voorkant... De voorzitter: Even via de voorzitter, alstublieft, de heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Vindt de PvdA nu echt niet dat ze een onverantwoord voorstel doen in deze, die echt een hoop mensen het woongenot nog verder gaat ontnemen. De voorzitter: De heer Damen, PvdA. De heer Damen: Lijkt mij zwaar overdreven, voorzitter. Ik geef aan dat je de formele regeling wel wat kunt verruimen. Dat betekent dat je eigenlijk meer controle hebt. Dat je weet waar die panden zitten. Dat je daar ook inspecties kunt doen. Je moet juist de illegale situaties tegengaan. Daar moet je de nadruk op leggen. En de legale situaties kun je enigszins verruimen. En dan kun je tegelijkertijd beter controle uitoefenen. Volgens mij heb je dan die problemen getackeld. En ik proef wat dat betreft bij Beter voor Dordt iets te veel koudwatervrees. Als je de regeling verder tijdelijk maakt, dan kun je op tijd stoppen als je constateert dat dat onverhoopt toch tot nare situaties leidt. En zoals al eerder aangegeven, in sommige regelingen zou je bepaalde wijken moeten uitsluiten waar je verwacht dat dat problemen geeft.
De voorzitter: U heeft de interruptie helder beantwoord, de heer Damen. Ik hoor spreiding en handhaving. Er is ook een andere interruptie bijgekomen van mijnheer De Heer, ChristenUnie/SGP. Gaat uw gang.
29
De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Ik voel wel een beetje mee met de discrepantie die de heer Schalken ook aangeeft bij het voorstel van de heer Damen. Aan de ene kant juist nodig. We moeten verruimen, want er is urgentie. Laten we wat doen. En tegelijkertijd erkent de heer Damen denk ik ook de problemen. Deels merkte hij het in zijn eigen wijk. We zijn er ook niet blind voor wat er nog verder in de stad gebeurt. Hij noemt ook dat de Omgevingsdienst eigenlijk niet genoeg capaciteit heeft. Maar stelt toch voor om het te gaan verruimen. Zou het dan niet heel goed zijn, als we die stap nemen, dat we eerst meer duidelijkheid hebben over handhaving en over een verruiming daarvan, zodat het enigszins voorwaardelijk wordt gesteld voordat we dan dat percentage omhoog gaan gooien. Hoe ziet de heer Damen dat? De voorzitter: De heer Damen, PvdA. De heer Damen: Ik ben het er helemaal mee eens. Gewoon simpel als dat. Ik denk dat je dat moet doen. Ik vind dat als je zegt dat je een regeling hebt, dan moet je hem ook handhaven. Voorzitter, ik kom op een ander verhaal terecht. Het verhaal over de regiobinding. Het is al eerder aangegeven. Ik denk dat de huidige formulering van de regiobinding een aantal mensen uitsluit die in een zeer precaire situatie zitten.
Het betreft enerzijds de mensen die eigenlijk in geen enkele plaats in Nederland aanspraak kunnen maken op regiobinding, terwijl ze wel superurgent woningzoekend zijn en eigenlijk ook voor urgentie in aanmerking zouden komen en toch nergens terecht kunnen. Ik denk wel dat je dat zorgvuldig moet doen en dat dat duidelijk moet worden aangetoond. Ik denk ook, en dat is al eerder gezegd, dat je heel goed in de gaten moet houden of dat een aanzuigende werking heeft. Naar mijn verwachting is dat beperkt het geval. En dat betekent ook dat je een dergelijke regeling misschien zou moeten koppelen aan een evaluatiemoment. En dat je inbouwt dat als het onverhoopt veel aanzuigende werking heeft, dat je dan de regeling gewoon weer terug kunt draaien. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van de VVD. De heer Noldus. De heer Noldus: Ik hoor de heer Damen zeggen, we hebben niet de verwachting dat dat grote aantallen zijn. We verwachten dat het meevalt. Op basis waarvan denkt Partij van de Arbeid dat dat geen significante aantallen zullen zijn? De voorzitter: U zet hem nu precies uit. Hij stond nog aan. De heer Damen: Voorzitter, ik ben werkzaam geweest in deze sector, twintig jaar lang. En daar baseer ik deze veronderstelling op. Deze gevallen kwamen langs, maar eens in de drie, vier maanden. De aantallen vallen mee. Verder, voorzitter, pleiten wij ook voor...
Er zijn mensen die hebben aangegeven, ik ben in Dordt opgegroeid. Ik ben met een partner ergens anders gaan wonen. Gescheiden. Maar toen was ik al een fors aantal jaren uit Dordrecht weg. En ik zit fors omhoog. En nou wordt er tegen mij gezegd dat ik niet in Dordrecht voorrang mag aanvragen, omdat ik daar de laatste drie jaar niet gewoond heb of de laatste tien jaar, zes jaar niet gewoond heb. Maar ik ben gewoon vijftien, twintig jaar lang in Dordrecht opgegroeid. Daar woont mijn familie of mijn kennissen. Ik kan daar steun aan ontlenen. Ik denk dat we ook voor die categorie moeten zeggen, daarvoor moet je de bindingseis anders formuleren. Als jij minimaal tien jaar in
30
Dordt gewoond hebt, zou er in principe sprake moeten zijn van regiobinding. Onverlet latend dat de andere eisen die gelden voor het toekennen van voorrang dan wel overeind blijven. Tenslotte, voorzitter, wat betreft loting ben ik niet zo'n voorstander. Ik geloof veel meer dat je een gewoon een contingent woningen voor jongeren zou moeten toekennen. Dat kan met een soort labeling dat je zegt, die en die en die woningen worden alleen aan jongeren toegewezen. En dat betekent ook dat je toch via de wachtduurregeling dan op een eerlijke manier woningen toewijst, terwijl je wel de hoeveelheid woningen voor jongeren die beschikbaar komen verruimt. En ik zou er ook voor willen pleiten dat er extra punten worden toegekend voor mensen die een verhuurbare woning achterlaten. Meer ruimte bieden voor jongeren, dat is meer ruimte bieden voor starters. Die laten geen woning achter. Ik denk dat het zaak is dat we de doorstroming aan de gang houden. En dat kan door extra punten toe te kennen aan mensen die een woning achterlaten, die weer toegewezen kan worden aan een andere woningzoekende. De voorzitter: Dank u wel. De politieke raakvlakken en verschillen worden zo een beetje duidelijk op tafel. Welke politieke partij wil er nog iets aan toevoegen of tegenin brengen? De heer Venderbos, Partij voor de Dieren. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank u wel.
Tijdens de oordeelsvormende commissievergadering van 28 mei heb ik al aangegeven dat de Partij voor de Dieren zich kan vinden in het raadsvoorstel uitgangspunten aanpassing in de Huisvestingsverordening, maar op het gebied van huisvesting voor studenten te weinig mogelijkheden ziet. Behalve het amendement voor het gemiddeld schrappen uit de verordening stellen wij een tweede concept amendement voor om de quotering kamerhuur te verhogen van twee procent naar tien procent in het kernwinkelgebied. En als reactie op de heer Van der Kruijff, waarom alleen in het centrum en niet in andere wijken? In het centrum is het mogelijk om in woningen boven winkels te gaan verblijven. En studenten gaan nu eenmaal heel graag uit, wat ook in het centrum gebeurt. Zodat je minder dat verkeer hebt vanuit het centrum naar andere wijken. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Van der Kruijff van het CDA. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Daar ben ik het wel mee eens hoor. Waar ik het over had, was over de hospitaregeling. Dat is een hele andere regeling. Maar ik begrijp heel goed de tien procent voor studenten in het centrum boven winkels. De voorzitter: De heer Venderbos, gaat u verder. De heer Venderbos-Lambinon: Dank u wel.
Net als Beter voor Dordt ziet de Partij voor de Dieren de ongelooflijke druk die er nu op de woningmarkt is, zeker voor studenten en jongeren. Ook zijn we het met Beter voor Dordt eens dat de twee procent de basis is en er gekeken moet worden naar mogelijkheden om per geval daarvan af te wijken. Ons amendement om de quotering voor het winkelgebied aan te passen naar tien procent is
31
zo’n mogelijkheid. Om ervoor te zorgen dat deze onzelfstandige woonruimtes alleen verhuurd gaan worden aan studenten en jongeren kan er met de campuscontracten gewerkt gaan worden, zoals bijvoorbeeld in Amsterdam. Met de hogere quotering in het kernwinkelgebied zet Dordrecht weer een stapje richting een volwaardige studentenstad. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie, de heer Venderbos, van GroenLinks. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Even een vraag aan de heer Venderbos. Is uw amendement bedoeld als een aanvulling of een vervanging van dat punt? Het wordt gepresenteerd als een vervanging. En dan vervalt die twee à drie procentregeling. Maar ik krijg de indruk dat uw bedoeling is om voor het winkelgebied een andere optie toe te voegen. Klopt dat? De heer Venderbos-Lambinon: Dat is juist. Wij willen puur voor het kernwinkelgebied een andere optie, met een maximum van tien procent. Wat ik net zei, een hogere quotering in het winkelgebied zet Dordrecht weer een stapje richting een volwaardige studentenstad, wat zo gewenst is door meerdere partijen. De Partij voor de Dieren is het eens met de Partij van de Arbeid om de voorrangsregeling verlaten instelling niet te schrappen, zolang niet duidelijk is welke verbetering bereikt wordt.
De Partij voor de Dieren is, net als het CDA en ChristenUnie/SGP, voorstander van verruiming van de mogelijkheid voor kleine mantelzorgwoningen. Dordrecht kent sinds 14 maart 2022 de opkoopbescherming, maar geeft nauwelijks gevolg aan de Leegstandswet. Woningen staan soms meer dan een jaar leeg, ook nadat deze zijn opgeknapt. Volgens de Leegstandswet kunnen deze woning onder bepaalde voorwaarden verhuurd worden, maar de realiteit is dat deze leegstaande woningen als beleggingsobject aangekocht en opgeknapt gaan worden. En dat is volgens Partij voor de Dieren niet de bedoeling van al die leegstand. Dank u. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. Dan zag ik ook GroenLinks. De heer Van der Meer, voor de eerste termijn. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Het eerste punt wat ik aan de orde wil stellen, is in aansluiting op wat mijn buurman al naar voren gebracht heeft. De instellingsverlaters en andere mensen die echt dak- en thuisloos zijn, zitten in feite in een vergelijkbare positie. En wij zouden graag als uitgangspunt voor de nieuwe verordening willen zien dat die ook gelijkwaardig of in elk geval zo behandeld worden dat ze gelijke kansen hebben. En het voorstel van de ChristenUnie/SGP gaat in die richting. Daar gaan wij waarschijnlijk in mee. Dan het tweede punt, uitbreiding van woonruimtes.
De voorstellen die het CDA daarover gedaan heeft, die spreken ons zeer aan. En daarnaast ook het idee wat net door de Partij voor de Dieren naar voren werd gebracht om iets met de leegstand te doen. Ik begrijp uit de antwoorden op technische vragen dat daar natuurlijk wat ambtelijke capaciteit voor nodig is om dat te doen. Maar het kan in onze ogen maatschappelijk toch wel een heel belangrijk aantal woningen opleveren, met name voor de categorie van jongeren, waar meerderen voor gepleit hebben. Loting voor jongeren hebben wij ook vraagtekens bij, omdat loting per definitie betekent dat sommigen geluk hebben een anderen pech en langer moeten wachten. Wij voelen
32
inderdaad meer voor meer woningen die geschikt zijn voor jongeren en/of een apart contingent, zoals de Partij van de Arbeid voorstelt, voor jongeren tot bijvoorbeeld 27 jaar. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van het CDA. De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ik snap de gedachtegang. Maar wat je natuurlijk ziet bij loting, is dat dat mensen met een korte inschrijfduur meer kans geeft op een woning. Nou zijn dat grotendeels jongeren. Daar zijn we het denk ik wel over eens. Het zijn natuurlijk niet alleen maar jongeren. Er zijn wel meer mensen met een korte inschrijvingsduur die niet urgent zijn. Ik heb begrepen bijvoorbeeld als je gescheiden bent en je zoekt een huis. En zo kunnen we nog wel een paar situaties bedenken. Of je had een koophuis en je hebt dat vanwege een financiële situatie moeten verkopen en je zoekt een huurhuis, dan heb je ook een korte inschrijfduur. De voorzitter: De heer Damen, we gaan niet buiten de microfoon interrumperen. De heer Damen: Voorzitter. De voorzitter: Dan moet u netjes de beurt vragen. En dit is een interruptie van de heer Van der Kruijff of de heer Van der Meer. U kunt nu niet de heer Van der Kruijff interrumperen. Dan moet u nog even wachten. De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Maar ik had stiekem al gehoord dat ik blijkbaar een verkeerd voorbeeld geef.
Maar de heer Damen gaat vast nog wel goede voorbeelden straks even aan me vertellen van mensen die ook een korte inschrijfduur hebben en toch niet jong zijn. En vindt u dan dat je daar niet iets voor moet regelen? Want loting helpt eigenlijk al die mensen qua kans. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Of juist niet. Ik bedoel, als je met loting een woning krijgt, heb je geluk. Als je meer woningen verloot, betekent het dat er ook mensen zijn die nog langer op een woning moeten wachten. Het netto voordeel daarvan is voor sommigen aanwezig en voor anderen is er netto een negatief effect. Een voorrangsregeling is prima. Aparte contingenten voor bepaalde groepen kunnen ook zinvol zijn. Loting betekent gewoon, je je hebt geluk of je hebt pech. En sommigen hebben er baat bij en anderen niet. De heer Noldus: Voorzitter. De heer Van der Meer: En wat is de grond daarvan? De voorzitter: De heer Van der Kruijff, voldoende zo gehoord? De heer Van der Kruijff: De opvatting van GroenLinks is me volstrekt helder. Of ik het er helemaal mee eens ben, dat is wat anders.
33
De voorzitter: Dat is inderdaad mijn vraag aan u. Dan ga ik naar de interruptie van de heer Noldus, Dordtse VVD. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Dan toch even over de opvatting van GroenLinks. Want ik snap de opvatting, als er geloot wordt, hebben sommige mensen geluk en anderen pech. Dat is evident. Wat ik niet helemaal begrijp, is de argumentatie dat dan anderen moeten wachten. Dat gaat immers ook op bij voorrang. Dat gaat ook op bij de puntensystematiek. Het is, hoe je ook verdeelt, er is altijd één iemand die de woning krijgt en de rest van de gegadigden niet. Hoe kijkt GroenLinks daar tegenaan? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Een woning gaat maar naar één gegadigde natuurlijk. En de bedoeling van de Huisvestingsverordening is om dat zo eerlijk en rechtvaardig mogelijk te doen. Als je vindt dat een bepaalde categorie meer kansen moet hebben, dan moet je daar een apart contingent voor maken of in het puntensysteem of wat dan ook iets regelen zodat ze sneller kans maken. En loting is een beetje een oneigenlijk instrument, denken wij. We zijn er niet categorisch tegen, echt niet. En als dat bepaalde groepen helpt, is dat natuurlijk mooi. Maar wij denken dat er betere oplossingen zijn om bijvoorbeeld de groep jongeren of andere mensen die haast hebben te helpen. De voorzitter: Dank u wel. Dan mag u verder met de woordvoering.
De heer Van der Meer: Dank u wel. De voorzitter: De heer Damen, als u fluistert, moet u iets zachter fluisteren. De heer Van der Meer: Ik had vorige keer nog een vraag gesteld over de verhuurdersvergunning. En daar heb ik vervolgens een technische vraag over gesteld. De vraag was namelijk, waarom wordt die specifiek voor bepaalde wijken of voor arbeidsmigranten verplicht gesteld? Waarom geen generieke vergunning? Het technische antwoord daarop was, dat kost extra ambtelijke capaciteit. Ik heb daar nog een vraag bij. Is dat echt zo? Want als je generieke verhuurdersvergunningen hebt, dan moet iedereen een vergunning aanvragen. Als je het niet specifiek maakt, heb je een groter handhavingsprobleem. Want dan moet je namelijk controleren of een bepaalde woning bijvoorbeeld aan een arbeidsmigrant verhuurd is. Wat is overigens precies een arbeidsmigrant? Is dat ook iemand die op de universiteit werkt bijvoorbeeld? Daar hebben we vraagtekens bij. En er zit ook een beetje een principieel element aan van, als je verhuurt aan een arbeidsmigrant, ook al doe je dat allemaal keurig, heb je een vergunning nodig. En als je aan iemand anders verhuurt, heb je in bepaalde wijken geen vergunning nodig. Dat kan toch enigszins stigmatiserend werken, denken wij. Dan een vraag over de toeristische verhuur. Zestig dagen lijkt vrij veel voor een stad als Dordrecht.
Vergelijkbare steden hebben normaal een limiet van dertig dagen toeristische verhuur. De vraag is eigenlijk of de wethouder daar ook nog even op wil reflecteren. En ik ben ook benieuwd hoe andere partijen daarover nadenken. En tenslotte het voorstel om specifieke beroepsgroepen, zoals agenten, zorgpersoneel en leraren voorrang te geven. We hebben daar de praktische vraag bij of dat echt helpt om vacatures te vervullen. Mensen in deze beroepen, zeker ook in de zorg, wonen vaak in een andere plaats dan waar ze werken. En geven daar soms ook de voorkeur aan. En de tweede
34
vraag is, zijn andere vacatures dan niet zo van belang? We begrijpen uit de monitor Agenda Dordrecht 2030 dat er regionaal 6.800 vacatures zijn. Er zijn in Dordrecht, begrijp ik uit antwoorden op technische vragen, 350 vacatures in de zorg en wat leraren betreft. Zijn die andere duizenden vacatures dan minder urgent om naar Dordrecht naar trekken? Dat is mijn vraag. Ek ben ook op dat punt benieuwd hoe anderen daar tegenaan kijken. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik net verkeerd in mijn hoofd opgeslagen dat het ordevoorstel van de heer Noldus van de VVD een woordvoering was. Dat was natuurlijk niet zo. De VVD is aan de beurt. De heer Noldus. De heer Noldus: Het zou anders wel een mooie woordvoering zijn, voorzitter. Dank u wel. Een aantal punten vanuit de Dordtse VVD. Om te beginnen met de puntensystematiek. Is al eerder genoemd. En op dit moment zien we dat door de huidige puntensystematiek vooral jongeren en starters enorm lage kansen hebben ten opzichte van mensen die al geruime tijd over een woning beschikken. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij het voorbeeld van ChristenUnie/SGP over het behoud van punten na het toewijzen van een woning. En wij willen graag als opdracht aan het college meegeven om samen met andere gemeenten en de woningcorporaties, want we kunnen ons voorstellen dat dat nodig is, te komen tot een andere invulling van deze puntensystematiek.
Waar meer aandacht wordt gegeven aan deze doelgroepen, maar waar ook beter gestuurd kan worden op actief woningzoekenden versus mensen die passief ingeschreven staan en wellicht ook wel zelfs mensen die verzaken met het op komen dagen bij een bezichtiging. Wat we toch in de evaluatie helaas als veel genoemd punt terugzien. Dat vinden wij, laat ik zo zeggen, vrij onsympathiek en ook niet passend in de huidige woonsituatie. Wat ik aangaf, wat ons betreft in ieder geval aandacht daarin voor jongeren, starters en eventueel andere urgent woningzoekenden, die daarmee meer kans zouden hebben. Waarmee ook wat ons betreft een deel van die urgentieregeling zou kunnen komen te vervallen. De voorzitter: Een interruptie van PvdA. De heer Damen. De heer Damen: Voorzitter, een aantal woningenzoekenden staat heel gericht ingeschreven voor een bepaalde woning in een bepaalde straat of van een bepaald type. Soms eindigen ze toch vrij hoog, maar constateren dat dan die woning niet aan hun eisen voldoet. Staan ze wel 25 jaar ingeschreven. Om die mensen dan terug te zetten. En dat zijn echt specifieke zoekers. Dat is volstrekt legitiem. Ik snap niet waarom die mensen teruggezet moeten worden in puntenaantal of wat dan ook, omdat ze dan niet komen opdagen bij een bezichtiging? De voorzitter: De vraag, waarom moeten die mensen...
De heer Noldus: Voorzitter, ik denk dat het twee verschillende situaties zijn. Ik denk als ik de heer Damen hoor, is dit het afwijzen van een woning. Daar kun je van alles van vinden. Maar dat is volgens mij iets anders dan wat ik bedoel met het niet op komen dagen op een bezichtiging. We lezen ook in de monitor over de beschikbaarheid. Ik kijk naar de wethouder, volgens mij... Ik zag hem niet meer vandaag bij de stukken zitten, maar die zat er de vorige keer wel bij, even ook als opmerking naar de griffie. Maar daar
35
is duidelijk beschreven dat bij het toewijzingsmodel een relatief hoog aantal niet op komt dagen bij bezichtigingen. Dat vinden we zorgelijk. Volgende punt, voorzitter, waar we op in willen gaan, het kwam net al even op het aantal voorstromers. In de richtlijnen uitvoering van de woonruimteverdeling in de Drechtsteden, waarin de corporaties samen afspraken maken, lezen we maximaal 30 van de voor verhuur vrijkomende woningen in de Drechtsteden wordt beschikbaar gesteld aan voorrangskandidaten, op basis van het aanbodmodel en directe bemiddeling. En daarmee voor voorstromers. We maken ons zorgen dat op dit moment 30 tot 40 procent van de woningen wordt verstrekt en in 2021 37 procent, in 2022 zelfs 38,5 procent in Dordrecht. En we zien dat er ook uitbreiding in het voorstel al wordt voorgesteld en dat eigenlijk vanuit de commissie er nog overtoept lijkt te worden. En dat geeft ons de nodige zorgen. En doordat ook het verstrekken via loting wordt uitgebreid, dreigt de situatie dat slechts 40 tot 50 procent van de woningen beschikbaar komt via het puntensysteem. En dat is wat ons betreft echt een te laag aandeel. De voorzitter: Nogmaals een interruptie van de PvdA. De heer Damen.
De heer Damen: Voorzitter, ik sta helemaal sympathiek tegenover het maximaal houden van het percentage woningen dat gewoon via de normale procedure toegewezen kan worden. En van de andere kant, op het moment dat je het aantal urgent woningzoekenden tot dertig procent van de vrijkomende woningen maximeert, dan betekent het dat je in feite een tweede wachtlijst ontwikkelt van acht procent mensen die dan in dat jaar niet aan de bak komen, of de zeven procent of tien procent. Die staan volgend jaar bovenaan de lijst als meest urgent en langwachtende woningzoekenden. En binnen een jaar of drie, vier heb je gewoon een tweede wachtlijst van de super urgenten. En dat zijn echt super urgenten, want voordat je urgent kunt worden, moet je al aan een hele hoop eisen voldoen. Het lijkt mij buitengewoon onverstandig. De vraag is van mij aan de VVD, is het dan niet veel beter om te zorgen dat het aantal beschikbaar komende sociale huurwoningen wordt uitgebreid door er meer van te bouwen? Want dat is een zaak die de VVD systematisch tegenhoudt. De voorzitter: We zijn nu niet bezig met bouwen, maar met herverdelen. Maar ik zal de heer Noldus ruimte geven om op zijn eigen manier antwoord te geven. De heer Noldus: Voorzitter, dank. Want een tweede wachtlijst is dat ons betreft niet aan de orde.
En we snappen ook als je op een bepaalde manier halverwege oktober zit en je gaat over zo'n grens heen, dat je de mensen in november eenzelfde kans en rechtszekerheid moet bieden als de mensen die in januari opteren voor zo’n regeling. Dat vinden we een lastige. Tegelijkertijd vinden we het ook ingewikkeld dat we nu eigenlijk met elkaar constateren dat het aantal voorrangsgevallen hoger is dan we met elkaar zouden willen en dat we met elkaar hier daarin toch doelgroepen blijven toevoegen aan die voorrangscategorieën. We zouden dan graag zien dat we de opdracht meegeven aan het college dat we toch een kaderstelling zien als dit wordt overschreden. Dat we daarmee ook een voorstel krijgen van het college hoe we ons beleid qua voorrang dermate kunnen aanpassen dat we in de navolgende jaren wel ons kunnen richten op die maximale percentages en aantallen van die toewijzing. En dat is een
36
spiegel die we ons nu zelf, wat ons betreft, onvoldoende voor durven te houden. Ga ik door. De voorzitter: Dank u wel. U gaat verder met de termijn. Gaat uw gang. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Volgende punt gaat over toeristische verhuur. En we snappen het voorgestelde beleid met betrekking tot de toeristische verhuur vanuit het college. Tegelijkertijd zien we eigenlijk in de praktijk op dit moment geen problemen. En ook hoorden de vorige keer dat er eigenlijk geen budgetten zijn voor handhaving. Op dit moment is er een tekort aan kamers voor toeristische verhuur. Dat is een langer lopend iets voor een hotel te bewerkstelligen. En we verwachten dat een maximum aantal nachten leidt tot een vermindering in aanbod en daarmee een stijging van prijs en ook daarmee extra administratieve en handhavingskosten voor de gemeente. En wat ons betreft zijn dat allemaal onwenselijke effecten. We willen dan ook meer toeristische overnachtingen faciliteren in onze stad. Die moeten betaalbaar zijn. En we willen ook dat de gemeente daar weinig administratieve en handhavingslasten voor nodig heeft. Wat ons betreft deze voorgestelde regeldruk ook te schrappen uit het voorstel. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van GroenLinks. De heer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Begrijp ik het goed dat de heer Noldus helemaal geen regeling daarvoor wil? Want het verschil tussen dertig of zestig dagen leidt niet tot meer of minder handhavingsproblemen, denk ik, toch? De heer Noldus: Voorzitter, eens. Mijn laatste zin, toen was al op de knop gedrukt volgens mij, we willen voorstellen om de extra voorgestelde regeldruk op dit gebied te schrappen. Het laatste punt, voorzitter, we zien dat de woonoverlast in principe is afgenomen. Dat blijkt ook uit de jaarstukken. Maar we doen een oproep aan het college voor het breder inzetten van het toepassen van de Wbmgp, gezien de positieve resultaten voor de leefbaarheid in de wijken waar dit wordt toegepast. Iets wat we ook zien in de eerdere evaluatie en de jaarstukken daarvan. We denken daarbij vooral aan de kwetsbare delen van bijvoorbeeld Dordt-West. We wachten daar ook nog op de reactie op de vraag die we ook in de eerste termijn hadden gesteld op dit punt. Dan nog een laatste nabrander. Het is natuurlijk een genot om de Partij van de Arbeid te horen over meer handhaving. Vooral illegale verhuur. En we zijn ook wel benieuwd, wat doen we hieraan als college en hoe pakken we dit aan en welke handhaving loopt hier uiteindelijk op? Want ook bij ons komen daar diverse signalen op binnen van mensen die zich zorgen maken over illegale verhuur in hun straat. Er zijn nog een aantal...
Ik ben wat langer van stof. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie op nog het punt van de handhaving van de ChristenUnie/SGP. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, was eigenlijk op het puntje eerder. Ik zat er even te kauwen op wat er werd gezegd. Maar het ging over die Wbmgp, die bijzondere maatregelen
37
grootstedelijk gebied. Ik snap het voorstel, maar tegelijkertijd is mij nog niet helemaal duidelijk wat voor concrete ideeën de heer Noldus daarbij heeft. Wat zouden we dan op dit moment mogelijk nog laten liggen? En waar doelt hij specifiek op? De heer Noldus: Voorzitter, dank voor de vraag. Ik denk een goede verduidelijking. We hebben ook vorige week in de termijn aangegeven, er zijn nu een aantal gebieden waarop deze regeling van toepassing is. Daar vindt screening plaats. Uit evaluatie blijkt dat in die gebieden de leefbaarheid is toegenomen. Dat de maatregelen in die zin werken. En wij zouden oproepen om het in meer gebieden, zeker in de kwetsbare gebieden van Dordt-West, ook als instrument toe te passen om de leefbaarheid in deze gebieden te verhogen. Het gaat hier om een uitbreiding van het aantal adressen. We zijn benieuwd naar de reactie van het college, omdat we begrijpen dat daar ook iets met een landelijke toewijzing op nodig is. Maar we zien daar nu niks in terug. En we zouden daar graag in de kaders die we meegeven en opdrachten meegeven richting het college. Ik wil er een paar dingen nog uitpikken, voorzitter, waaronder het voorstel die gedaan wordt voor de tijdelijke verhuur contracten voor de kamerverhuur. Daar zijn we wel benieuwd naar het college, wat daar de ruimte voor is. Maar dat lijkt ons wel sympathiek.
ChristenUnie/SGP komt met een voorstel voor twintig procent doen op loten. Dat kan op zich op onze steun rekenen, maar liever zien we een aanpassing van het puntensysteem, zoals door ons ingebracht. En de rest is net vooral in de interrupties denk ik al naar voren gekomen. Daar wacht we even de tweede termijn af. De voorzitter: Zeker. Dank u wel. De heer Noldus: Voorzitter, nog één vraag. De voorzitter: Heel snel nog een laatste punt, de heer Noldus. De heer Noldus: Met betrekking tot de regiobinding hebben we eigenlijk wel een vraag richting het college. De Partij van de Arbeid gaf net aan dat zijn luttele gevallen met niet te veel impact. We zijn benieuwd naar de reactie van het college met betrekking tot de aantallen en de uitvoerbaarheid daarvan. De voorzitter: Dank u wel. Dan is er nog een mening niet vertegenwoordigd aan tafel? Is er een politieke partij die nog behoefte heeft aan een eerste termijn? Hoeft niet. Via debatten is ook een hoop mogelijk. De heer Schalken, Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, misschien kort. We hebben al onderling ook wat afstemming gehad. En daar heb ik ook aangegeven wat ik eerder in de commissie namens Beter voor Dordt heb ingebracht met betrekking tot percentage kamerverhuur. En ook goed te horen dat daar een aantal positieve reacties vanuit de collega's op zijn gekomen.
Vanuit Beter voor Dordt kunnen we ook meegaan in de partijen die vinden dat je kunt kijken of je kunt komen tot een aanpassing van het huidige puntensysteem. Wat ons betreft vooral om jongeren meer perspectief te geven en om doorstroming van bijvoorbeeld senioren ook te bevorderen. Wij kunnen als Beter voor Dordt ook meegaan in het feit dat we niet echt zitten te wachten op extra regels en beperkingen voor de toeristische verhuur. Eigenlijk aansluitend op wat de heer Noldus daarover aangaf. Het CDA gaf een aantal goede punten aan, wat we ook met elkaar onderling hebben gedeeld
38
met betrekking tot hun amendement, wat ze overwegen. Dat kan ook waarschijnlijk onze steun krijgen. Ik denk dat ik het hier even bij laat, want anders hebben anderen ook geen tijd meer. De voorzitter: Het was helder. Dank u wel. De heer Kolkiliç, DENK. De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het ook kort houden. We hebben volgens mij nog vijf minuten te gaan. En vorige week had ik een ruim, brede woordvoering. Een aantal vragen gesteld aan het college. Ook heldere beantwoording teruggekregen. Dank daarvoor. Ik had al aangekondigd dat wij ook een motie zullen indienen met betrekking tot doorstroming. Het belonen van groter naar beter. En heel wat punten vandaag meegekregen vanuit diverse partijen, ook via de mail. En wij hebben daar zeker wel een warm hart bij. En we wachten een amendement of moties af. De voorzitter: Dank u wel voor de helderheid. We hebben nog 35 minuten. Mevrouw Striebeck, VSP. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. De VSP kan zich voor een groot deel vinden in deze Huisvestingsverordening. Wel is het zo dat woningzoekenden ingeschreven blijven staan als zij een nieuwe woning hebben gevonden. Daarom is het aantal woningzoekenden via Woonkeus bijvoorbeeld misschien niet het werkelijke aantal urgente woningzoekende. Er is veel woningnood, onder andere jongeren en startende woningzoekers. Er is nu te veel illegale woningverhuur.
Vaak veel te duur en te onveilig. Daarom is de VSP voor het schrappen van voorrang naar verblijf van instelling. De regiobinding is wel heel belangrijk. En voor mensen die nergens mee een regiobinding hebben, zou dan eventueel maatwerk gebruikt kunnen worden. Het verhogen van de loting lijkt ons ook een goed idee, omdat iedereen dan voor die woning dezelfde kans heeft. Het verruimen van de mantelzorgwoningen zijn wij ook voor. Meer studentenwoningen, verkamering, woningsplitsing, daar zijn wij ook voor, maar dan wel voor lager dan de zeventig vierkante meter. En natuurlijk de verruiming van de woonwagenstandplaats. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar Fractie van Waardhuizen. De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het ook proberen kort te houden. Er zijn een aantal punten al gedeeld door collega’s waarmee we mailwisseling hebben gedaan. Ik zou eigenlijk willen beginnen met de woorden van, ga er maar aanstaan, een Huisvestingsverordening maken nu in deze huidige woonsituatie. Richting wethouder, je kan het bijna nooit goed doen. En wij willen daar ook keuzes in maken. En dat zijn niet keuzes omdat wij ze zo fijn vinden, maar omdat we gewoon een keuze moeten maken. En als ik dan een aantal punten mag opsommen, dan zeg ik, wij zijn geen voorstander van verruiming van kamerhuur van twee procent.
Daar is veel te veel problematiek geweest in het verleden. Woningsplitsing lijkt een mooie oplossing. Echter, de daaraan gekoppelde problematiek met vooral parkeren in zowat dichtgegroeide wijken, zoals Sterrenburg en Stadspolders, zijn forse hoofdbrekens. De wethouder wordt niet alleen voor de huisvesting, maar ook voor de parkeerproblematiek. Dat gunnen wij niemand. Wij hebben best wel moeite met het aantal voorstromers wat er is. Wij willen wel een gelijkwaardige positie voor iedereen. Het lijkt er nu op alsof vijftig procent van de Dordtenaren eigenlijk niet in aanmerking komt. Wij sluiten ons wel aan bij de wisseling
39
die moet worden gemaakt in puntensysteem en in loting. Misschien moet je daar een tussenfase voor inbouwen om naar die nieuwe methodiek toe te werken. Even een tussenfase gebruiken. En wat wij eigenlijk in de Huisvestingsverordening wel graag zouden willen zien. We weten niet goed of het daarin thuishoort. In de Eerste Kamer ligt nu de Wet van betaalbare huur. Den Haag heeft inmiddels via de wethouder laten weten, wij gaan een basiskwaliteit wonen in het leven roepen voor particuliere woningen. Want het is natuurlijk niet zo dat al onze jongeren en woningzoekenden afhankelijk moeten zijn van een woningbouwcorporatiewoning, want ook het particuliere bezit is groot. En wij zouden daar graag wel wat meer over willen zien hoe we die particuliere markt in de grip kunnen houden. We hebben daar ook technische vragen over gesteld, over Meldpunten Ongewenst Verhuurgedrag. Er is al een opmerking gemaakt over het verliezen van je punten naar de inschrijfduur. En als je dan naar een onsympathieke regel kijkt, dan denken wij dat het misschien ook goed zou zijn, op het moment dat je een sociale huurwoning krijgt, dat je dan de eerste vier, vijf jaar geen recht hebt op opbouw van nieuwe punten om die nivellering toe te passen. Want er zijn heel veel mensen die schrijven zich nu in. Na verhuizen bouwen ze zo weer punten op om eerder aan de beurt te komen.
Dat vinden we een ongelijke situatie in de huidige markt. Regiobinding zijn wij wel voor. En waarom willen we dat? Omdat die toevloed van uit andere regio's, waar geen regiobinding is, dan toch makkelijker onze kant op komen. Maar regiobinding zit ook een andere component aan vast. Daar heb ik wel een vraag over. We hebben ook een regionale woonvisie gehad. Er zijn contingenten afspraken gemaakt. Er zijn prestatieafspraken gemaakt. We zouden graag weten wat daar de stand van zaken van is. En als je contingenten binnen de regio gaat toepassen, wat daar de oplossingen voor zijn en hoe we dan tot een betere verdeling kunnen komen? En dat is eigenlijk voor ons nu even de eerste ronde. De voorzitter: Dank u wel. En dan wil ik de commissie bedanken voor de heldere eerste termijn, met duidelijke argumenten en standpunt. En ook het voorwerk wat overduidelijk is gedaan. Daar weet de wethouder vast raad mee. Wethouder Heijkoop, wat gaat u toezeggen? Wat juicht u toe? En wat raadt u af? Gaat uw gang. De heer Heijkoop: Voorzitter, dank u wel. Ik start toch even met het herhalen van uw complimenten. Want ik vind het heel mooi om te zien in al de sessies die we met elkaar hebben, hoe het zich steeds meer uitkristalliseert, het debat zich steeds meer ordent en u elkaar ook vindt in de overeenkomsten en de verschillen die er inderdaad ook zijn. En dat helpt om het debat ook goed te voeren.