CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2024.06.11 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 9 juli 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 18 en 19 juni 2024 en de Dordtse Dinsdag van 4 en 11 juni 2024 Vergaderzalen 1, 3, 531.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

En uiteindelijk deze uitgangspunten op te werken richting een notitie, die ik in de regio kan bespreken en wat uiteindelijk zal moeten landen in de Huisvestingsverordening, die u ook echt gaat vaststellen. En die dan het leidende verhaal zal zijn waar het gaat over de woningtoewijzing. En de heer De Heer startte eigenlijk al heel mooi met het strak neerzetten van, dit zijn voor ons de belangrijke thema's en hier vinden wij het nodige van en dit geven wij ook mee. En de rest van de commissie borduurde daar ook op een prettige manier op voort. Ik heb een aantal zaken benoemd, opgeschreven in ieder geval. En die wil ik ook met u doornemen. En eigenlijk heeft u een aantal thema's benoemd waar u aandacht voor wil hebben. En allereerst hoor ik meerdere keren de positie van jongeren. En dan komen er verschillende varianten langs van, hoe kunnen we de positie van jongeren versterken? Ik hoor uw raad eigenlijk in ieder geval in collectiviteit aangeven dat u die positie wilt

40

versterken. En welke weg leidt dan naar Rome? Zelf heb ik bij de uitgangspunten meegegeven, het verhogen van het aantal lotingwoningen. Heeft nog een aantal andere voordelen, dat andere kansarme woningzoekenden daar ook voordeel van hebben. Je kunt het doen via een contingent. Dan heb je soms wel weer de vraag, wie komen er allemaal in aanmerking voor dit contingent? Moet je dan loten om in dat contingent te komen? En het derde punt, wat ook nadrukkelijk werd benoemd, is het puntensysteem. Kijk daar eens heel kritisch naar. De VVD gaf dat aan, de heer Stam en ook anderen van, kun je daar niet bepaalde veranderingen in die opbouw van de punten doen, zodat ook daar jongeren meer kansen hebben. Of het tien of twintig procent lotingwoningen moet zijn of dat het inderdaad misschien wel een soort overgangsregime zou moeten zijn of een combinatie, misschien wel en-en, ik vind het in ieder geval een hele heldere opdracht dat ik dit moet gaan bespreken met de collega's en ook met de woningcorporaties. Die vorige week in een bestuurlijk overleg al aangaven, wanneer gaan wij erover spreken? Want die zijn ook wel heel erg benieuwd. En die zitten wel op het vinkentouw, want die vinden het stiekem ook wel spannend. Want soms doen we bepaalde zaken al decennialang op een bepaalde wijze. En we zijn nu echt toe aan groot onderhoud.

En dat is goed, want daar vraagt de huidige woningmarkt ook om. Maar het is ook heel spannend, want als je het altijd doet zoals je het deed dan is het ook afwachten hoe het gaat als je het op een andere manier gaat doen. Ik neem die opdracht nadrukkelijk mee als zijnde de opdracht om te zorgen dat jongeren meer kansen krijgen. En dat ik dan bij u terugkom waar we ook overeenstemming hebben bereikt. Welk pakket aan maatregelen daarbij past. En er is mij heel veel aan gelegen om dat in collectiviteit te kunnen afspreken. Want waar het gaat over die voorrangsregeling wil je dat echt vanuit de gehele woningmarkt doen. En dat geldt hiervoor, voorzitter, maar zeker ook waar het gaat over die regiobinding. De voorzitter: U heeft een interruptie openstaan van PvdA. De heer Damen. De heer Damen: Voorzitter, de vraag aan de wethouder is of hij dan ook wil zoeken naar het mogelijk verhuren van flats of appartementen aan meerdere jongeren, zodat met één woning meerdere jongeren geholpen kunnen worden. De heer Heijkoop: Voorzitter, dat lijkt me goed om dat ook onderdeel van het gesprek te laten zijn. Soms hebben wij al die gesprekken aan de hand van het vraagstuk rondom de huisvesting van statushouders. Als je meerdere jonge mensen hebt en die hebben geen passende woning, maar je moet wel huisvesten.

Corporaties zijn daar zeer ervaren in, in wat passend is, wat ook past binnen een wijk, wat de leefbaarheid ten goede komt. De ene wijk kan wat meer hebben dan de andere wijk. Je probeert daar ook vanuit hun ervaring juist mix een aan te brengen. En meerdere jongeren bijvoorbeeld kunnen soms in een woning. Soms ook niet. Maar dit soort ideeën zijn nog wel relatief nieuw. Want wij zijn van oudsher niet gewend om op die manier naar die woningmarkt te kijken. Maar dat moeten we wel steeds meer doen. Als het gaat over die regiobinding, vanuit het college zijn we van mening dat de regiobinding op dit moment te streng geformuleerd is. En dat mensen die dakloos zijn of dreigen te raken te weinig kansen hebben op een woning. Dat willen we ook graag versoepelen. Maar dit wil ik ook heel graag regionaal afspreken. En ik kom liever ietsje minder ver, maar dat we het regionaal doen, dan dat we heel ver zouden gaan, maar dat we het alleen voor Dordt kunnen doen, want dan kan het ook bepaalde neveneffecten hebben. En de VVD vroeg naar, heb je daar aantallen bij? Wat

41

zou er dan kunnen gebeuren? En wat doet dat met de uitvoerbaarheid? Ik denk dat in de praktijk het wel uitvoerbaar zal blijken, maar dat die aantallen heel moeilijk in te schatten zijn. Omdat, wat één van u ook al aangaf, die mogelijk aanzuigende werking laat zich niet voorspellen. Maar het is natuurlijk geen hogere wiskunde dat als je hier onder redelijk soepele voorwaarden een woning kunt krijgen als je geen dak boven je hoofd hebt, dat dat ook zich voor zal doen. Dat zien we in ieder geval bij de gemeente Amsterdam, wat een heel soepel en toegankelijk opvangbeleid heeft. Dat je daar ook wel ziet dat daar veel mensen naartoe trekken, omdat ze daar toch beter onderdak kunnen vinden. De voorzitter: Een interruptie van Fractie van Waardhuizen. De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de wethouder. In het verleden zijn er natuurlijk ook contingentenafspraken gemaakt binnen de regie over de opvang van maatschappelijke probleemsituaties. Is dat soepel verlopen? Is dat minder soepel verlopen? En biedt u dat voldoende houvast om uw insteek goed te onderbouwen? De heer Heijkoop: Voorzitter, de VVD had eigenlijk een soortgelijke vraag van, hoe gaat het met het contingent in de regio? Ik zeg u heel eerlijk, het is soms best wel een beetje buffelen om die afspraak te maken en ook een goede verdeling af te spreken, maar dat is wel elke keer gelukt.

En we hebben een paar jaar geleden wel gehad dat we niet het gehele contingent gevuld kregen. En dat vond ik wel heel erg lastig te verteren. Maar dat contingent spreek je dan af voor mensen die een dak boven het hoofd nodig hebben, maar ook een ondersteuningsvraag. Je kijkt heel goed, die kwetsbare groepen, welke mensen komen daarvoor in aanmerking? En corporaties stellen daarbij ook nadrukkelijk de voorwaarde van, dan moet de ondersteuning vanuit de maatschappelijke organisatie, vanuit de zorginstelling ook wel op orde zijn. De laatste tijd loopt dat wel goed. En we hebben al met elkaar besproken dat we ook weer een nieuw contingent willen afspreken. Dat we dat ook elke keer door willen trekken. En dat zouden we ook voor andere doelgroepen kunnen doen. En dan hebben we een soort werkgroep, bestaande uit wat mensen die daar ook vanuit verschillende disciplines naar kijken. En die beoordelen dan ook of iemand in aanmerking komt. En we hebben in het verleden wel de toegang tot het contingent wat versoepeld, omdat wij vonden dat er te weinig mensen voor in aanmerking komen. Op die manier is het wel een beetje zoeken naar, wat is een passend contingent en wat zijn passende voorwaarden? Maar dat verloopt over het algemeen best goed. En het is ook wel mooi dat je dat met elkaar kan doen.

Want er landen relatief wat meer mensen dan in Dordrecht, maar na inwoneraantal zijn we dan heel solidair. Tenminste, naar die verhouding. Voorzitter, met gezwinde spoed naar de mantelzorgwoningen. U heeft al eerder kennisgenomen van ook de hickups rondom het flankerend beleid. De welstandvoorwaarden. Ook het parkeren. U weet inderdaad collega Van der Linden is daar enthousiast mee in de weer, ook waar het gaat over parkeerproblematiek in Stadspolders. En je ziet dat dat soms gewoon heel hardnekkig is en dat dat op gespannen voet met elkaar staat. En het is eigenlijk het zoeken naar een nieuwe balans. En wat de heer Van der Kruijff ook aangeeft van, daar kan ik me ook wel wat bij voorstellen, dat je zegt, het hoeft niet per se met een specifiek instrument, maar kijk of daar niet wat meer ruimte in kan komen. Volgens mij heeft u al een keer beeldvormend gesproken over de Mobiliteitsvisie. En ik kan me zomaar voorstellen dat u daar dit punt ook inbrengt om te kijken van, wat is er wel en wat is er niet mogelijk?

42

Want we zien wel dat parkeernormen in de volle breedte vaak belemmerend werken bij woningvorming, maar ook waar het gaat over nieuwbouwprojecten. Een aantal van u heeft ent ook deelgenomen aan de beeldvormende sessie rondom de WVG Outlet Store. En daar zie je ook dat parkeernormen soms belemmerend kunnen werken. En dat geldt voor al dit soort projecten. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus, Dordtse VVD, per interruptie. De heer Noldus: Een vraag, specifiek over die parkeernormen. Omdat de parkeernormen an sich een generiek instrument, in veel wijken hetzelfde. Tegelijkertijd de parkeerdruk over veel wijken toch zeer wisselt. Je ziet in de ene wijk door de jaren heen veel meer parkeerdruk ontstaan, terwijl de parkeernorm misschien op papier feitelijk hetzelfde is. Is dat iets wat in de uitvoering van het beleid meegenomen kan worden? Dat we ook gaan sturen op, waar zit nog ruimte op straat in plaats van in beleid? Ziet u daar mogelijkheden die we kunnen toepassen binnen de Huisvestingsverordening? De heer Heijkoop: Voorzitter, niet in de Huisvestingsverordening. En ik ben ook geen chef parkeren namens het college. Wat je wel ziet, is dat het meerdere punten raakt. In bepaalde wijken zie je dat het parkeren op eigen terrein voor andere doelstellingen benut wordt, waardoor de druk in de openbare ruimte toeneemt.

Je ziet ook wel dat het soms gewoon wensdenken is om een lagere parkeernorm te hanteren, maar dat het dan toch niet ertoe leidt dat er ook daadwerkelijk minder geparkeerd wordt. En je kunt natuurlijk ook nog variëren met je parkeerregime. Betaald parkeren heeft ook altijd weer een bepaald effect. Maar u bent ook allen bekend met het waterbedeffect. Maar waar het gaat over het inzoomen op het parkeren, dan verwijs ik u echt naar collega Van der Linden, ook in het kader van mobiliteitsbeleid. Maar ik kan me wel levendig voorstellen dat u het liefst een differentiatie zou willen maken van, waar zie je ook daadwerkelijk parkeerproblematiek ontstaan en hoe kun je daar goed op inspelen? Maar ik denk dat het lastig is om daar echt op te differentiëren, omdat het in de uitvoering van het beleid dan wel heel erg complex wordt en ook in de uitlegbaarheid van het beleid naar de inwoners toe. Voorzitter, waar het gaat over de woningeigenaren ruimte geven om te splitsen en zelf te blijven wonen. Ik vind dat een interessante om uit te zoeken. Ook hiervoor geldt, kunnen we dat ook echt in een verordening vangen dat je zegt, mensen moeten er een aantal jaar wonen en blijven er zelf ook wonen. Dan heb je eigenlijk al een soort van hospita-achtige constructie. Ik sta er in ieder geval sympathiek tegenover.

Maar voor veel wat ik zeg, geldt wel dat de toets op de uitvoerbaarheid gewoon heel erg belangrijk is. En ik heb nog geen kennis kunnen nemen van die moties en amendementen. U mag ervan uitgaan dat we vanuit het college daar op een positief constructieve manier mee omgaan, maar dat we wel heel goed kijken van, kunnen we dit ook in de praktijk waarmaken, waarmee u mij op pad wilt sturen? Maar zeker. De hospitaregeling verbreden naar buiten het centrum. Ook daar zouden we best naar kunnen kijken, als daar behoefte aan is. Het voor elkaar willen zorgen hebben wij natuurlijk ook hoog in het vaandel staan. En we hebben met name naar het centrum gekeken, omdat daar de meeste vraag is naar hospitaverhuur. Maar in theorie zou dat natuurlijk best kunnen. Dat is een klein stapje naar de verkamering. De heer Schalken geeft terecht aan, de precaire balans tussen leefbaarheid en de behoefte aan extra woningen. Want daar is natuurlijk een deel van het antwoord op.

43

Ik bedoel, op het moment dat er geen sprake zou zijn van woningschaarste zou je het niet overwegen, want dan ga je het überhaupt niet opzoeken. We willen vooral dan heel goed zorgvuldig kijken naar, welke wijken kunnen dit aan? En we zien wel dat de overlast die ontstaat, dat zijn toch vaak de plekken waar überhaupt geen vergunning voor aangevraagd. Waar het eigenlijk überhaupt de bedoeling niet is. En dat mag al eigenlijk niet. Daar zien we nog weleens overlast optreden. Maar we moeten heel goed vinger aan de pols houden. We hebben in het verleden geleerd dat een te hoge concentratie van verkamering kan tot leefbaarheidsproblemen leiden. En dat willen we absoluut niet. Maar we willen tegelijkertijd wel de kansen benutten om jongeren toch extra mogelijkheden te geven, ook andere woningzoekenden om een kamer te betrekken. Dat is een precaire balans. En ik heb ook kennisgenomen van het standpunt van de Partij voor de Dieren om met name naar... De voorzitter: Een interruptie de heer Schalken, Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. De wethouder heeft het over het punt wat ik eerder al noemde.

Ik heb toen ook gevraagd, is het wellicht mogelijk, waar je dan wel zo'n verruiming zou willen voorstellen, om te kijken om dat eerst in de tijdelijkheid te doen en niet al gelijk als nieuw beleid in te voeren? Om ook nog bij te kunnen sturen of terug te kunnen draaien als er echt onwenselijke situaties ontstaan. De heer Heijkoop: Voorzitter, laat ik zeggen wat er wel mogelijk is. Ik kan me wel voorstellen dat je heel goed kijkt naar, in welke buurten en wijken verruim je de mogelijkheden. Dat je ook heel goed kijkt naar, welke effecten zien we ontstaan en willen we ertoe ingrijpen? Stel dat er één extra woning verkamerd is en je ziet dat dat niet de goede effecten met zich meebrengt, dat je dan zegt, dat doen we niet. Waar ik waar ik wel moeite mee heb, en dat heeft ook gewoon met de rechtszekerheid van de inwoner te maken, dat op het moment dat je die toestemming geeft, dat je die weer zou intrekken. En het zou zomaar kunnen dat de woningeigenaar ook investeert in zijn woning om het geschikt te maken voor kamerverhuur. En om dan te zeggen, u krijgt twee jaar of drie jaar de mogelijkheid en daarna kunnen we het weer intrekken, ik denk dat dat in de praktijk, dat zouden we ook even op uitvoerbaarheid moeten checken, niet haalbaar is. Die andere twee punten wel, maar dit punt niet. Een tijdelijke vergunning zou ik wat minder voor voelen.

Los omdat ik denk dat het ook niet mogelijk is. De voorzitter: De heer Schalken, u heeft een andere manier om de wethouder toch te overtuigen? De heer Schalken-den Hartog: Nee, dat niet. Maar wellicht is het nog de vraag richting wethouder of hij wil kijken of dat inderdaad wel uitvoerbaar is tot de mogelijkheden behoort. Want dat zou in ieder geval wel een extra zekerheid inbouwen om niet wanneer er extra kamers worden verhuurd of extra verkamering is dat je dat niet meer kunt terugdraaien. De heer Heijkoop: Voorzitter, dat zeg ik de heer Schalken toe om dat uit te zoeken of dat kan. En misschien zou je ook nog iets met een bepaling kunnen doen dat als er overlast is, dat het dan ook einde verhaal is.

44

Tegelijkertijd willen we natuurlijk wel met het verruimen ook bewerkstelligen dat woningeigenaren het ook gaan aanbieden. We moeten daar ook even naar kijken van, wat is dan een effectieve beleidsregel? Maar ik zal in ieder geval even nagaan, ook richting het debat in de raad, dat u daar in ieder geval de informatie heeft om daar zelf... Om die informatie ook te kunnen wegen. Voorzitter, ik heb nog een aantal zaken. De tien procent in het kernwinkelgebied. Ik vind het ergens ook wel een interessante gedachte. Je ziet in veel studentensteden dat het centrum is natuurlijk het meest populair. Ook hiervoor geldt trouwens wel dat de leefbaarheid en de levendigheid soms op gespannen voet met elkaar kunnen staan. U heeft daar ook in de voorbije maanden over gesproken met collega Burggraaf, waar het gaat over die horecahotspots en dergelijke. Dat gaat hier op onderdelen ook op. Maar ik zou me dit best wel kunnen voorstellen dat we zeggen, juist in dat gebied wil je toch wat meer ruimte geven. En zeker als je dan nog aanvullende instrumenten hebt met een campuscontract of iets, dat je het echt op studenten kan richten, kan dat een interessante optie zijn. Daar willen we zeker welwillend naar kijken, zeg ik even op persoonlijke titel. Maar ik denk dat ik de collega's daar ook in mee kan nemen. Maar zeker collega Burggraaf vanuit zijn binnenstadportefeuille, zal daar ook wat van vinden.

Dat voorbehoud maak ik wel. De voorzitter: Wethouder Heijkoop, u krijgt toch nog een interruptie hierop. De heer Stam, Fractie van Waardhuizen. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik zit de laatste tijd een beetje in dubio over die studenten. Zijn wij echt zo’n studentenstad? Is dat iets wat we eens een keer niet los moeten laten? We hebben zelf voldoende jongeren en starters die graag ook in het centrum willen wonen. Zijn er cijfers hoeveel studenten er naar onze stad komen? Met Thureborgh kan ik me helemaal voorstellen. Dan zit je naast het station. Je bent binnen een kwartier in Rotterdam. Maar midden in het centrum ben je toch wat langer onderweg. Moeten we daar niet op een andere manier naar gaan kijken? Die tien procent snap ik. Maar kunnen we die niet veel beter aan onze eigen jongeren toebedelen? Want we gaan alleen steeds meer vraag creëren, terwijl het aanbod eigenlijk niet zo superhard meegroeit. De heer Heijkoop: Voorzitter, ik bezie het verzoek vanuit de Partij voor de Dieren eigenlijk ook wel op die wijze. Dat je niet per se de ambitie hebt om een studentenstad te zijn, maar wel dat je daar meer ruimte wil geven. Met wel het oogmerk om daar vooral jonge mensen, jonge Dordtenaren te laten wonen, omdat die ook genieten van het recreatieve horeca-aanbod en het uitgaansleven in Dordrecht. Maar dat is een andere band dan dat we een studentenstad zijn.

De voorzitter: Partij voor de Dieren gaat zelf nog even helder maken of we het hebben over studenten of over jongeren. De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Klopt. Ik heb ook in mijn woordvoering gezegd dat ze verhuurd zouden kunnen gaan worden aan studenten en jongeren, maar dan wel met een campuscontract. Omdat die de mogelijkheid biedt om jongeren gedurende de tijd dat ze studeren in ieder geval aan een kamer te helpen. En jongeren die niet studeren kun je ook een bepaalde tijd voor afspreken.

45

Ik weet in de Buiten en Binnen Walevest heb je een woning, die worden verhuurd aan jongeren totdat ze een bepaalde leeftijd bereikt hebben. En ook dat kan je in een campuscontract zetten. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Ga ik omwille van de tijd, wethouder, even peilen. Want er zijn natuurlijk al moties en amendementen aangekondigd. Is er nog behoefte aan een tweede termijn voor straks of kunnen we de termijn van de wethouder afmaken en dan door naar de conclusie van de vergadering? De heer De Heer, ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, ik heb nog een vraag aan de wethouder, waar ik nog geen reactie op heb gehad. Mag ik die stellen op dit moment? De voorzitter: Ik vroeg ook aan de commissie van, zullen we inderdaad de termijn van de wethouder afmaken? Want ik voel een beetje aan een tweede termijn niet per se nodig is. Dan gaan we nu gewoon rustig verder. De heer Damen. De heer Damen: Moet het verhaal alleen maar bijgesteld worden met moties en amendementen uit de raad of zou de wethouder ook zelf het idee hebben om de notitie bij te stellen? Want dat kan ik me ook voorstellen. De voorzitter: Ik heb de wethouder heel veel dingen horen zeggen, als het in de uitgangspunten komt dan ga ik om tafel. Maar natuurlijk het hele traject van een raadsvoorstel terugnemen en aanpassen is ook een heel gedoe.

Ik denk moties en amendementen, maar we gaan het vast verder horen in de rest van termijn van de wethouder. Gaat uw gang. De heer Heijkoop: Voorzitter, ik zal daar straks even op terugkomen. Ik maak eerst even de inhoudelijke punten af. En de heer De Heer moet mij maar even tot de orde roepen, want ik heb een aantal zaken genoteerd, maar misschien ben ik ook een punt vergeten. Even kijken. Waar het gaat over die verhuurvergunning, we hebben inderdaad de keuze gemaakt om het aantal wijken te beperken, zeg ik richting de heer Van der Meer. Dat heeft toch ermee te maken dat een aantal wijken daar kijk je in die zin niet naar om, omdat je daar geen zorgen of minder zorgen hebt over verhuurmisstanden. Die kunnen er nog steeds zijn. En dan kunnen mensen zich ook nog steeds melden bij het meldpunt, wat we daarvoor in het leven hebben geroepen. Maar een paar wijken willen we gewoon onder een vergrootglas leggen en willen we nog meer de vinger aan de pols houden. En omdat we maar beperkte capaciteit hebben, zouden we dan voor die wijken willen kiezen. De toeristische verhuur, voorzitter, ik heb een aantal partijen... De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer, interruptie. De heer Van der Meer: Belangrijker dan het punt van welke wijken, is eigenlijk de vraag, als het over arbeidsmigranten gaat.

Want dat betekent dat de vergunning afhankelijk is van aan wie je de woning verhuurt of de kamer verhuurt. En daar hebben wij vraagtekens bij. Hoe kijkt u daar tegenaan? De voorzitter: Wethouder Heijkoop.

46

De heer Heijkoop: Voorzitter, de heer Van der Meer gaf natuurlijk terecht aan, je moet altijd oppassen dat je niet bepaalde willekeur hebt. Dat niet iedereen gelijk wordt behandeld, om het zo maar even wat zwaar aan te zetten. Je weet wel dat een aantal wijken kwetsbaarder zijn, waar het gaat over de huisvesting van kwetsbare groepen. En daar willen we de focus op leggen. En ik ben het wel met u eens dat je heel terughoudend moet zijn om te zeggen, je mag aan bepaalde groepen wel verhuren en aan bepaalde groepen niet. Of het moet meer een positieve incentive zijn, zoals waar we het net over hadden waar het gaat over jongeren in het centrum. Dat ben ik met u eens. Daar zullen we in de uitwerking rekening mee houden. Voorzitter, de toeristische verhuur. Ik heb een aantal partijen horen zeggen, laten we vooral geen problemen oplossen die er niet zijn. De heer Noldus voorop. Wij krijgen wat signalen dat die toeristische verhuur toch wel steeds meer in zwang komt, ook omdat de andere verhuurmogelijkheden wat zijn afgenomen en sommige pandeigenaren dan toch zoeken naar huurinkomsten. Wij denken dat het registreren van die toeristische verhuur draagt er ook aan bij dat daar opbrengsten komen vanuit de logiesheffing. Dat het ook voordelen met zich meebrengt. Ik ben het wel met u eens dat we gewoon goed moet kijken naar de maatvoering.

Als uw raad zegt, we gaan die Huisvestingsverordening dermate fors verbouwen, laat de toeristische verhuur maar even voor wat het is, dan zal ik daar geen extra energie insteken. Maar vanuit het college vonden we het toch wel de moeite waard om daar ook naar te kijken, omdat we wel zien dat het toeneemt en dat het jammer is als je pas achteraf tot beleid komt als je dat misschien eerder had willen vaststellen. Maar dat laat ik eigenlijk aan uw raad, voorzitter. Voorrang leerkrachten, zorgmedewerkers, politie kwam ook nog langs. In de Routekaart Wonen hebben we dat anderhalf jaar geleden al opgenomen. We gaan een pilot draaien met corporaties. We willen daar ook middenverhuurders bij betrekken. En gewoon eens even kijken, wat werkt er, wat werkt er niet? Dat gaan we niet gelijk al in beleid vastleggen, want daar hebben even wat tijd voor nodig. Waarom we daarvoor gekozen hebben? Destijds waren dat ook al de argumenten. Dat was echt omdat we zien dat onze Dordtse samenleving piept en kraakt waar het gaat over dit soort vitale functies. Dat ouders niet naar hun werk kunnen, omdat hun kinderen niet naar school kunnen. En dat heeft effect. Dat oude mensen niet de zorg krijgen die ze nodig hebben, omdat er enorm veel vacatures zijn. Dit zijn echt sleutelfuncties, urgente functies.

En natuurlijk is een loodgieter ook ongelooflijk belangrijk als je lekkage van je toilet hebt, maar het is niet dermate ontwrichtend als deze beroepen. De voorzitter: Wethouder, dit punt heeft u heel helder gemaakt, met heel veel mooie woorden. Of je door wil naar het volgende punt. De heer Heijkoop: Dat gezegd hebbende, voorzitter, dan hebben we het breder inzetten van de Wbmgp, in de volksmond ook wel de Rotterdamwet genoemd. Ik zou richting de heer Noldus eigenlijk willen toezeggen om dat ook gewoon op de tafel van de alliantie, waar ik deel van uitmaak, neer te leggen. Daar is ook de politiechef bij aanwezig, de corporatiebestuurders. Het gaat namelijk echt over Dordt-West, waar het dan over gaat. En u refereerde er zelf al aan, het is op dit moment niet opportuun om dat nu aan te vragen. We hebben nu net weer verlengd, maar over een jaar of wat kan dat wel degelijk aan de orde zijn. En dan zou ik dat eigenlijk daar ook willen bespreken, omdat je dan met de politie, met hen en andere partijen kan toetsen van, is er behoefte aan die

47

uitbreiding? En dan kunnen we daar ook bij uw raad op terugkomen. En dan kunnen we alsnog ertoe besluiten om die Wbmgp breder in te zetten. Vooralsnog zien we daar geen mogelijkheden toe Dan tot slot, voorzitter, ik zit nog even te kijken naar die puntensystematiek. Daar kwam ook aan de orde, kun je daar iets mee richting actief woningzoekenden versus het andere uiterste van mensen die niet op komen dagen? Ik denk dat dat een belangrijke oproep is van uw raad. Tenminste als dat, maar daar kom ik straks op, in een motie vervat wordt, dat je strenger gaat kijken naar passiviteit. Dat je mensen die echt hard op zoek zijn, en zoals mevrouw Striebeck aangaf, urgent woningzoekend is ten opzichte van normaal woningzoekend, dat je daar toch wel iets mee wil. En dat je daar dan ook aandacht voor zou moeten hebben in je verordening. Die zouden we zeker ook in de bespreking met de corporaties mee kunnen nemen. Daar zou ik zelf ook voorstander van zijn. En dan tot slot, voorzitter, moties en amendementen. Dit zijn uitgangspunten voor een verordening. Ik hoor in grote lijnen instemming met deze uitgangspunten, maar ook wel soms een aanscherping, soms een afzwakking. En ik vind het heel goed en positief dat u zelf al elkaar hebt opgezocht. En het zou mij gewoon helpen als u bij een motie een aantal uitspraken voorlegt aan uw collega's en daar ook een meerderheid op zoekt.

En dan is dat voor mij een heldere uitspraak. En ga ik met de uitgangspunten en de uitspraak in die moties dan aan de slag. Ik zou er niet voor zijn om zelf de notitie aan te gaan passen, want dit zijn uitgangspunten. Op het moment dat het een echte verordening zelf zou betreffen, dan zou het een ander verhaal zijn. Maar dit geeft ons juist de ruimte om dit op deze manier te doen. En op die manier het verder op te werken richting echt een Huisvestingsverordening waar u dan het hoofd over kunt buigen. De voorzitter: De heer Noldus, u heeft een interruptie wat betreft de moties indienen? De heer Noldus: Nee, daar was ik het op zich wel mee eens. Ik heb twee punten die ik volgens mij nog niet heb terug gehoord. De voorzitter: Dat wilde ik inderdaad even checken of iedereen alle punten heeft gehoord. Welke partijen missen nog punten? De heer De Heer mist nog punten. De heer Stam. De heer Noldus. Wethouder, eigenlijk heeft u nog maar één minuut van mij. En er zijn sowieso nog vier punten. De heer Noldus. De heer Noldus: We hebben gevraagd om een kaderstelling op basis van de voorstromers, om daar duidelijk een taakstelling eigenlijk mee te geven aan de gemeente en daarmee richting het college. Daar zou ik graag een reflectie op willen. En ook de handhaving van illegale verhuur.

Wat doen we eraan? En welke handhaving loopt hier nu op? Daar hebben we volgens mij geen antwoord op gehad. De voorzitter: De heer Gündogdu, waar heeft u nog geen antwoord op gehad? De heer Gündogdu: Voorzitter, ik heb drie vragen waar ik nog geen antwoord op heb gekregen vanuit de eerste ronde vorige week. We hadden ingebracht een oproep van de Verandergroep Woonregels. Zij hebben de moeite genomen om hier in te spreken. Ze hebben hun wensen kenbaar gemaakt. En de wethouder heeft aangegeven om die oproep ter harte te nemen. En hij zou ook nog concreet antwoord geven hoe hij denkt met de Verandergroep om tafel te gaan zitten. Daar heb ik nog geen antwoord op. Mijn tweede vraag is ook gesteld vorige week. We kennen helaas de situatie van

48

huiseigenaren die exorbitant hoge huren vragen aan mensen die eigenlijk niet in de gelegenheid zijn om zich ergens te melden, omdat zij bezorgd zijn om hun woning uitgezet te worden, want dat soort praktijken komen helaas voor. Wat gaan we daarmee doen? Want dat aantal is steeds meer en groter aan het worden. We hebben het zojuist gehad over handhaving. Is daar mogelijk extra inzet op mogelijk? En daarnaast, voorzitter, mijn derde vraag. We hebben het ook in de eerste termijn gehad over voor taskforce Huisvestingsverordening. En de wethouder zou daar ook een concreet voorstel doen. Ik ben benieuwd hoe hij daarin staat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Heer, welk punt miste u nog? De heer De Heer: Voorzitter, we hebben het vorige keer en vanavond gehad over die voorwaarden van het beschikken van een zelfstandige woonruimte in de regio, om überhaupt toegang te krijgen tot de voorrangsregeling. Dan hebben we het over de bankslapers, de garageboxslapers, autoslapers, et cetera. Wij zien dat graag verruimd. In ieder geval die voorwaarden geschrapt. En daar zouden we graag een reflectie van de wethouder op horen. De voorzitter: En de heer Stam. De heer Stam: Heel kort. Voorstromers is al genoemd door de heer Gündogdu. Ik heb een vraag gesteld over verhouding Huisvestingsverordening, regionale Woonvisie. Daar wil ik hem wel even bij laten.

De voorzitter: Dank u wel, commissie. Dan heb ik even een ordevoorstel, want het is drie voor tien. Alle gemiste vragen die nu niet in de termijn van de wethouder zijn langsgekomen, staan genoteerd. Kunt u ermee akkoord gaan dat die vragen per mail naar u toekomen? En dat we nu kunnen constateren, omdat er al veel amendementen en moties op tafel liggen en de commissie ook best een goed idee bij elkaar heeft wat ze wil met deze uitgangspuntennotitie, dat wij dit naar de raad kunnen sturen. En met elkaar een spreektijd gaan bepalen voor de moties en amendementen. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Mag ik dan ook nog een technische vraag schriftelijk aan toevoegen? De voorzitter: Ja, dan mag u die via de mail even sturen. De heer Noldus, kunt u daarmee akkoord gaan? Want u had nog wat vragen openstaan. De heer Noldus: Dat hangt wel een beetje af van het type reactie. Want we hebben een aantal voorstellen die politieke wegingen hebben gehad, maar ook een aantal die eigenlijk nog geen politieke duiding hebben gehad, waarmee we wel richting een motie gestuurd worden. Daar worsteling nog wel mee, moet ik zeggen. De voorzitter: Ik hoor hier links van mij, één minuut. We gaan het zien. Gaat uw gang.

49

De heer Heijkoop: Voorzitter, u zegde mij net één minuut toe. Die wil ik graag nog benutten om een aantal punten te benoemen. Waar het gaat over de voorstromers, het punt vanuit de VVD, het is echt een bewuste keuze dat je het risico loopt... Je maakt eigenlijk een keuze om dat aantal te verhogen. Het aantal toewijzingen via de voorrang te verhogen. De voorzitter: Wethouder, maar gaat u nu alle punten benoemen of alleen die van de VVD? De heer Heijkoop: Een maximum kaderstelling kan eigenlijk niet. Want ik kan u al zeggen dat dat percentage boven de dertig procent gaat komen, op het moment dat we inderdaad de voorrang verruimen. Waar het gaat over de hoge huren, het punt, daar zijn we ons over aan het buigen. We willen in ieder geval een tool in het leven gaan roepen waarbij mensen zelf kunnen checken van, betaal ik niet te veel huur. En nog actiever wijzen ook op het Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag. En voorzitter, het punt van de Verandergroep. We hebben al veelvuldig met de Verandergroep gesproken. Die hebben ook nadrukkelijk gewaardeerde input geleverd. Wij willen wel minder ver gaan, zeg ik ook richting de heer De Heer, waar het gaat over dat bankslapen en dergelijke. Wij hebben daar toch een andere taxatie in gemaakt. We willen de regiobinding flink versoepelen. We willen meer mensen kans op een woning geven. Maar we willen niet zover gaan als zij dat willen.

En dat heeft er echt mee te maken dat wij dan ook effecten zien die wij niet helemaal rechtvaardig vinden ten opzichte van andere woningzoekenden. Dat is gewoon een eigen weging. U kunt een andere weging maken, maar wij vinden dat we dit op deze manier voldoende recht doen. En wij weten dat de Verandergroep daar verder in wil gaan. En er zijn nog een aantal punten, die kunnen we schriftelijke beantwoorden. De voorzitter: Dank u wel. Dit stuk gaat sowieso door naar de raad, want er liggen moties en amendementen al op tafel. En er zijn ook nog hersenspinsels over moties en amendementen. Het enige wat de commissie nog hoeft te doen, is de spreektijd te bepalen. Wie heeft daar een goed idee over? Drie minuten, vijf minuten? Ik zie een handje met vijf. Vijf minuten akkoord voor de commissie? Super. Dan dank ik u voor deze vergadering. We hebben het gered. Het is tien uur precies. Dank jullie wel en tot in de raad dan. Fijne avond.

6. Vaststellen Startnotitie herijking hondenuitlaatbeleid – Startnotitie Voorzitter: De heer Klerk Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Kuhlmann (VVD)

50

Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Schalken-Den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder M. Merx Overige aanwezigen: mevr. De Zoete De voorzitter: Goedenavond allemaal. Terwijl veel Dordtenaren nu het laatste rondje beginnen met hun hondje, gaan wij het hebben over het vaststellen van de Startnotitie herijking hondenuitlaatbeleid. Een hartelijk welkom aan de raads- en commissieleden en wethouder Merx is aanwezig. Welkom ook aan de ambtelijke ondersteuning, mevrouw De Zoete. En een welkom aan alle mensen op de publieke tribune en de kijkers thuis. Voor het verslag vraag ik alle aanwezigen zich even kort voor te stellen. En dan begin ik rechts van mij. Mevrouw De Zoete: Tessa de Zoete, adviseur Wijkadvies. De heer Merx: Marc Merx, wethouder. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordrecht. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP.

Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is Albert Klerk en ik ben uw voorzitter. De toelichting op de reden van de vergadering. Zoals ik zal zei, het college heeft een Startnotitie opgesteld voor de herijking van het hondenuitlaatbeleid. En vanavond gaat mevrouw De Zoete een korte toelichting hierop geven en is er gelegenheid aan u als raads- en commissieleden

51

om verhelderende vragen te stellen daarover. Ik geef dan nu graag het woord aan mevrouw De Zoete. Mevrouw De Zoete: Dank u wel, voorzitter. De Startnotitie hondenuitlaatbeleid. Ik heb voor vanavond een korte presentatie voorbereid van maximaal tien minuten. In deze presentatie wil ik op een aantal dingen ingaan. Op de hoofdlijnen van wat er in de Startnotitie staat. Dat is allereerst, waarom hebben we eigenlijk een hondenuitlaatbeleid? Wat hebben we voor ogen met het hondenuitlaatbeleid? Wat zijn de inhoudelijke uitgangspunten? Zoals u ook in Startnotitie heeft kunnen lezen. Welke procesmatige kaders willen we hanteren in het herijkingsproces om tot nieuw hondenuitlaatbeleid te komen? En als laatste wil ik aan de hand van een aantal vragen met u in gesprek gaan over deze Startnotitie. Het hondenuitlaatbeleid is onderdeel van het programma Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht. Onderdeel van de doelstelling is om bij te dragen aan de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. We hebben in 2016 voor het laatst een hondenbeleid vastgesteld. En wat we eigenlijk de afgelopen jaren hebben gezien, is verschillende ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan, die aanleiding hebben gegeven om het hondenuitlaatbeleid te herzien. Allereerst corona. We heffen sinds 2023 geen hondenbelasting meer.

Maar wat we eigenlijk hebben gezien de afgelopen jaren, is tot die tijd een constante toename van het aantal inschrijvingen voor de hondenbelasting en in ‘21 een piek. Eigenlijk was ieder jaar zo ongeveer 900 gemiddeld aantal inschrijvingen. En in ‘21 zie je dan ineens een uitschieter naar 1.700 inschrijvingen. We hebben geen betrouwbare data over hondenbezit in onze stad, maar we doen wel op basis van gegevens van Dibevo... En op basis van deze gegevens kunnen we wel de aanname doen dat we een stijging hebben gezien in coronatijd van het aantal honden. Tegelijkertijd zien we ook dat het aantal voorzieningen in onze stad eigenlijk vrijwel gelijk is gebleven. Een aantal andere belangrijke thema's die ook altijd spelen in het hondenuitlaatbeleid zijn dat we hebben gezien dat er heel veel wordt ontwikkeld in onze stad. Er wordt heel veel gebouwd. Een enkele keer hebben we ook een voorziening moeten verplaatsen voor een project. En tegelijkertijd zien we enerzijds dat het soms schuurt, dat er ruimte moet komen voor andere voorzieningen. En anderzijds dat er met meer bouwen ook meer vraag komt eigenlijk voor nieuwe wijken, waar kan ik dan mijn hond uitlaten? Een ander belangrijk thema is dat we in het coalitieakkoord ook doelstellingen hebben op het gebied van biodiversiteit. En je ziet dat dat niet altijd samengaat met het hondenuitlaatbeleid.

En dat betekent eigenlijk dat we in zijn algemeenheid zien dat het op een aantal grotere thema’s schuurt, waar we eigenlijk in het herijkingsproces gewoon goed naar moeten kijken hoe we dat beter op elkaar kunnen laten aansluiten. Het hondenuitlaatbeleid richt zich echt met name op, welke voorzieningen bieden wij als gemeente in onze buitenruimte om honden uit te laten en hoe leggen we dit vast in onze regelgeving? En eigenlijk de basis van deze regelgeving is te vinden voor inwoners op de hondenuitlaatkaart. Daar staan zowel de regels op die in de APV staan. Binnen de bebouwde kom moet een hond altijd aangelijnd en hebben we een opruimplicht. En buiten de bebouwde kom is die regel eigenlijk andersom. Mag een hond altijd los en geldt er geen opruimplicht. Er zijn een aantal knoppen in het hondenuitlaatbeleid waar we eigenlijk aan kunnen draaien. Dat zijn de volgende instrumenten. We hebben in onze stad voorzieningen. En voorzieningen zijn losloopplekken, die zijn niet omheind, en hondenspeelvelden. Dat zijn omheinde velden. We hebben regelgeving die we vast hebben gelegd in onze Algemene Plaatselijke

52

Verordening. We hebben beheer en onderhoud. En niet alleen beheer en onderhoud van onze voorzieningen, maar ook in de vorm van dispensers. Op sommige plekken, vaak bij parken en hondenspeelvelden, hebben we van die dispensers waar dan hondenpoepzakjes in zitten? En daarbij hebben we ook een hondenpoepzuiger. De uitvoering daarvan is belegd bij HVC. En we zien toch dat we die in de praktijk vaak op plek inzetten waar er met name veel overlast is, ondanks de opruimplicht op meldingsbasis, zodat die toch de straat schoon kan maken. Als we kijken naar deze ontwikkelingen, hebben we eigenlijk als vertrekpunt genomen de uitgangspunten van het hondenbeleid uit 2016. Wat hebben we gezien, de afgelopen jaren? Wat ik net toelichtte, dan zien we dat we in de basis. Ik mis er eentje. Ik zal hem zo toelichten. Sorry, het zijn zes uitgangspunten in het hondenuitlaatbeleid, in het herijkingsproces willen hanteren. En dat is, allereerst hebben wij als gemeente, zoals ik net vertelde, een verantwoordelijkheid voor het bieden van voorzieningen in de buitenruimte. Maar tegelijkertijd is een hondenbezitter te allen tijde verantwoordelijk voor het gedrag van zijn hond. Dat betekent bijvoorbeeld dat de hond altijd, ook op een losloopplek, onder appel van het baasje moet staan.

De uitgangspunten in zijn algemeenheid wat we hebben geprobeerd te doen, is kijken naar, hoe kunnen we de positieve kanten van hondenbezit een plek geven in het hondenuitlaatbeleid? Want er zijn heel veel positieve kanten. Je ziet veel meer sociale controle, omdat mensen veel buiten komen. Mensen bewegen meer. Mensen ontmoeten elkaar ook op hondenspeelplekken. We moeten hierin aandacht hebben voor zowel hondenbezit en daar de positieve kanten van belichten in het hondenuitlaat, zonder eigenlijk te ontkennen dat we ook te maken hebben met groepen die overlast kunnen ervaren door loslopende honden of door angst voor honden of door hondenpoep. Dat hebben we eigenlijk geprobeerd te vangen in het tweede uitgangspunt. De openbare ruimte is van ons allemaal, zowel van hondenbezitters als niet hondenbezitters. Uiteindelijk moeten we de openbare ruimte met elkaar delen. Waar wij als gemeente een belangrijke rol in spelen, is dat bij we uitlaatplekken ook moeten kijken naar de kwaliteit daarvan. We streven van uitlaatplekken die bijdragen aan het welzijn van honden. Dat betekent dat ze van dermate grootte moeten zijn dat honden ook natuurlijk gedrag kunnen vertonen. Wat er vaak nu gebeurt, is dat we een aantal hondenspeelvelden hebben in de stad en je ziet dat de grootte van die hondenspeelvelden heel erg verschilt van elkaar.

Soms hebben we een aantal kleine plekken en soms hebben we ook hele grote plekken. En een balans tussen de kwaliteit van die plekken, in de zin van de grootte en de inrichting daarvan, maar ook de kwantiteit van het aantal voorzieningen in onze stad moet in balans zijn. We streven naar een aantrekkelijke leefomgeving voor onze inwoners, waarin het duidelijk moet zijn waar honden wel mogen komen en waar niet. Dat doen we eigenlijk met name door aanduiding in de buitenruimte in de vorm van hondenpaaltjes. We hebben paaltjes die aanduiden wat een losloopgebied is. Paaltjes bijvoorbeeld bij kinderspeelplekken die verbodsplekken zijn. Maar ook paaltjes voor hondenspeelvelden. En daarbij hebben we een digitale hondenuitlaatkaart. Die moet laten zien waar mensen in hun wijk terecht kunnen om hun hond uit te laten. Het uitgangspunt dat mist op deze sheet, is dat wij ook als gemeente verantwoordelijk zijn voor veilige uitlaatvoorzieningen. En wat we daarmee eigenlijk bedoelen, is dat je vaak kijkt bij de inrichting van een plek dat het niet te dicht bij fietspad ligt. Wat de verkeersbewegingen in de buurt zijn. Dat een hond niet makkelijk kan ontsnappen naar bijvoorbeeld een kinderspeelplek in de buurt. Op die manier moeten we ook kijken naar

53

aanlooproutes naar een voorziening, maar ook de inrichting van een voorziening zelf. En als laatste is het belangrijk dat we oog hebben voor de overlast die honden kunnen veroorzaken. En naar een goede balans moeten zoeken tussen de belangen van hondenbezitters, niet hondenbezitters, maar ook van natuur en andere dieren. Wat je merkt in het hondenuitlaatbeleid, is dat je vaak vervalt snel in een discussie je hebt een hond en je bent pro honden of je bent tegen honden. En wat ik net al zei, uiteindelijk moet je de buitenruimte ook met elkaar delen en is het balans denk ik wel een beetje de kern van waar je naar probeert te zoeken in het beleid. Als we dan kijken naar, hoe willen we het herijkingsproces aanpakken? We hebben eigenlijk een aantal processtappen in het herijkingsproces zelf. Los van deze processtappen hebben we sowieso structureel contact met een aantal partners in het hondenuitlaatbeleid. En met name het Dordts Hondenplatform is een structurele gesprekspartner. We hebben ook soms contacten met hondenuitlaatservices of hondenoppasservices als. Dat is allemaal input geweest ook voor de herijking van het hondenuitlaatbeleid. Als je kijkt naar de basisstappen om tot een nieuw hondenuitlaatbeleid te komen, dan willen we een dataanalyse uitvoeren. We hebben in Dordrecht een meldingsplatform Fixi.

Daar worden heel veel meldingen gedaan over allerlei zaken, waaronder hondenpoep, loslopende honden, maar ook soms verzoeken en wensen voor hondenuitlaatvoorzieningen. Een wijkgerichte enquête is onderdeel van het herijkingsproces. En waarom wijkgericht? Je ziet, wat ik net vertelde, best wel veel verschil per wijk in de grootte van de voorzieningen en de beschikbare voorzieningen. Het is een bewuste keuze om dat wijkgericht te doen om te kijken, wat kunnen we ophalen in die wijk om daar ook maatwerk voor te kunnen treffen? Inhoudelijke gesprekstafel met interne en externe partners. En partners zijn dan bijvoorbeeld, Louterbloemen, AniCura, het Dordts Hondenplatform. Maar ook interne partijen, zoals een stadsecoloog, gebiedsbeheerders, opzichters, wijkmanagers. Deze drie stappen moeten allemaal leiden tot de nieuwe Nota Hondenuitlaatbeleid, die aan u wordt voorgelegd. En los van het beleid hebben we ook nog de hondenuitlaatkaart. Die hondenuitlaatkaart start ook, de actualisatie daarvan, parallel aan het herijkingsproces van het beleid zelf. Maar in het beleid kunnen ook dingen naar voren komen die relevant kunnen zijn voor aanpassing op de hondenuitlaatkaart. Die hondenuitlaatkaart komt ook naar uw raad, via een raadsinformatiebrief. Standaardprocedure voor die hondenuitlaatkaarten zijn dat die ook ter inzage worden gelegd, zodat inwoners kunnen reageren.

Dat was in een notendop, heel kort, de Startnotitie. Wat ik wil doen, is aan de hand van een aantal vragen verder in gesprek gaan over de notitie. De voorzitter: Dank u wel. Dat is een mooi aantal geformuleerde vragen. Ik denk dat het vooraf even goed is om te vragen, zijn er nog verhelderende vragen? De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. Een jaar geleden of zo waren er gesprekstafels ter voorbereiding op het nieuwe Dierenwelzijnsbeleid. En daar schoof ook de GGD aan. En die was eigenlijk voorstander van een opruimplicht overal, omdat hondenpoep gewoon een gezondheidsrisico oplevert. En ik vraag me af waarom in deze nota niet wordt gekozen om de opruimplicht ook uit te breiden naar losloopgebieden. De voorzitter: Mevrouw De Zoete.

54

Mevrouw De Zoete: In de huidige Startnotitie doen we een voorstel om de opruimplicht uit te breiden, maar dan in het buitengebied. Dat is één van de onderwerpen ter verkenning. Wat je ziet met een opruimplicht in het losloopgebied in de praktijk. Mensen lopen in een losloopgebied. Die honden lopen veel verder weg. Die kunnen letterlijk dan niet zien wat ze moeten opruimen. En daar komt heel veel weerstand ook van de inwoners op. Tegelijkertijd weten we ook, het is een gezondheidsrisico om het te laten liggen. Het gaat ook niet goed samen met ecologische doelstellingen, omdat de poep die blijft liggen, als op een gegeven moment dat blijft liggen en de stikstofhoudende planten groeien juist op die grond, dan krijg je allerlei planten die je eigenlijk juist niet wil. Tegelijkertijd wijzen we ook specifieke losloopgebieden aan voor inwoners om hun hond daar uit te laten. Dan is de vraag, moet je specifiek voor die gebieden dan vragen van mensen om dat daar op te ruimen? Is dat reëel? De voorzitter: Dank u wel. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik wil een verduidelijkende vraag stellen over waar het schuurt. Als ik mevrouw goed heb gehoord rondom het hondenuitlaatbeleid en biodiversiteit. En daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Als het gras hoog is, dan is het natuurlijk moeilijk voor de hond om doorheen te lopen.

Alleen nu zat ik me af te vragen, en wellicht kunt u daar een beetje wat verdere duiding aan geven, we hebben natuurlijk een eiland met, ik heb het even opgezocht, zo'n 10.000 hectare grote oppervlakte. En ik denk het aantal hondenuitlaatplaatsen is natuurlijk beperkt. Dat zal bij elkaar genomen misschien 1 hectare zijn, 2. Met andere woorden, maar een heel klein deel van ons eiland. Wat is er dan op tegen om daar gewoon lekker goed te maaien, zodat de honden daar fijn kunnen lopen op die plekken? Kunt u dat een beetje duiden. De voorzitter: Mevrouw De Zoete.

Mevrouw De Zoete: Klopt. Er zijn een beperkt aantal aangewezen losloopgebieden voor honden. Wat we in de praktijk overigens zien, wij hebben ook een ecologische potentiekaart, noemen we dat. Specialisten, zoals de stadsecologen, hebben bepaald welke gebieden, ik weet niet precies met welke criteria, er hoge ecologische potentie hebben. En je ziet dat dat in veel gevallen aangewezen losloopgebieden zijn. Waarom dat dan is, de criteria die ze daarvoor hanteren, daar kan ik nu geen antwoord op geven. Maar wat we in de praktijk zien, is dat het daarop schuurt. Want ecologisch potentieel betekent eigenlijk dat je extensief beheert. Dat je misschien max twee keer per jaar maait. En intensief beheer betekent dat je minimaal zes keer per jaar maait. We hebben al een aantal locaties in onze stad waar het samengaat. Je kunt ook denken aan het maaien van struinpaden bijvoorbeeld, door sommige gebieden. Struinpaden. Je hoeft dan niet heel het gebied intensief te maaien, maar dan maai je paden door het gebied heen, zodat mensen gewoon door het gebied heen kunnen lopen. En dat kan je ook nog wel doen voor de beleving. Dat zijn oplossingsrichtingen die we structureel moeten gaan onderzoeken in het hondenuitlaatbeleid, in het herijkingsproces. Maar het is een feit dat dat nu schuurt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Struijk.

55

De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde ook daarnet tijdens de presentatie wel van, er is een beetje een spanningsveld tussen de hondenbezitter en niet hondenbezitter. De natuur, alles is van iedereen. Ik ben het er helemaal mee eens. Ik hoorde mijn buurman vragen over opruimplicht overal. Mijn vraag is eigenlijk, als we nu eens gaan beginnen met de opruimplicht waar die wel is, daar iets aan te gaan doen. Mijn indruk, en ik denk dat iedereen dat zal moeten beamen, is dat nog geen tien procent wordt opgeruimd. De voetpaden, de trottoirs, ze liggen gewoon vol. Heeft de gemeente dat zelf een beetje in beeld? Dat is eigenlijk mijn vraag. En is de gemeente van zins ook in de buitenwijken daar misschien wat aan te doen? En het tweede heeft dan ook te maken met die ecologische waarde. Hondenpoep is echt heel schadelijk voor groen. Het valt mij op dat in de parken het aantal brandnetels gigantisch toeneemt. Volgens mij is er echt een verband. Ik heb ooit een onderzoek gelezen van de Universiteit van Leuven dat ongeveer veertig procent van de stikstof deposito in natuurgebieden, ik denk in parken nog hoger is, afkomstig is van honden. Nemen we dit serieus? Waan we daar proberen iets aan te doen? Daar ben ik eigenlijk best wel benieuwd naar. Geen razzia’s alsjeblieft. Maar wel dat er toch een klein beetje iets gaat veranderen. Dank u.

De voorzitter: Kunt u hier iets over zeggen, mevrouw De Zoete. Mevrouw De Zoete: Jazeker. Ik hoor eigenlijk twee vragen. Eén in relatie tot de uitbreiding van de opruimplicht, hoe gaan we om met de huidige gebieden waar een opruimplicht geldt? Klopt, de ervaring leert inderdaad dat ook daar waar nu een opruimplicht geldt, dat er nog steeds sprake is van overlast in die gebieden. Daar hebben we ook een hondenpoepzuiger voor, die vaak op plekken waar veel meldingen over komen dat dan opzuigt. Je ziet eigenlijk, dat het zijn ook de instrumenten die genoemd zijn in de Startnotitie, dat op het gebied van communicatie en handhaving we daar ook in kunnen ontwikkelen, om daar met die instrumenten meer aandacht op te vestigen. En ook denkend aan bijvoorbeeld, hoe kunnen we dan mensen faciliteren in het opruimen? Dat zijn ook manieren om dat te stimuleren. Eén onderwerp in de Startnotitie die kan helpen, maar dan zit je veel meer in de handhavende sfeer, is het verplichten van het bij je hebben van een ruimmiddel. Dat is nu niet opgenomen in de APV. Dat biedt mogelijkheden. Er zijn nog mogelijkheden om daar meer in te doen, is volgens mij het antwoord. En in parken, het klopt wat u zegt, hondenpoep is schadelijk voor groen. We zien ook daar waar het blijft liggen dat er planten groeien die je liever niet wilt.

En ook daar schuurt het, omdat daar waar de begroeiing hoog is, zie je dat er meer weerstand is voor mensen om het op te ruimen. En juist daar wil je eigenlijk dat ook het daar opgeruimd wordt. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, dank u wel. Daarop aanhakend bedacht me opeens, want het is duidelijk, er is weerstand, is weerstand van de hondenbezitters het enige risico van een volledig opruimplicht? Want ze zullen toch hun hond moeten uitlaten, weerstand of geen weerstand. Of zijn er ook nog andere consequenties? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Zoete.

56

Mevrouw De Zoete: Ik denk, in principe in onze stad, binnen de bebouwde kom, alles eigenlijk wat blanco is op de kaart is opruimplichtig. Zoals eigenlijk al een vrij groot gebied. Alleen de losloopplekken zijn daar uitgezonderd van. Je zou kunnen zeggen, we voeren, ook in het kader van uniforme regelgeving, overal een opruimplicht in. De vraag is alleen, gaat het dan ook effectief zijn? Waar we het net over hadden, we zien ook nu al bij plekken waar het nu al geldt, de opruimplicht, dat er nog steeds sprake is van overlast. Dat mensen het niet opruimen. De vraag is of je met de uitbreiding van zo’n opruimplicht gaat bereiken wat je eigenlijk wil bereiken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Berg, u heeft nog een vraag? De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Vraag aan mevrouw De Zoete. In 2016 werd er gesproken over hondenbeleid. En nu wordt er gesproken over hondenuitlaatbeleid. Vanwaar dat verschil? De voorzitter: Mevrouw De Zoete. Mevrouw De Zoete: We hebben bewust dat onderscheid gemaakt tussen hondenuitlaatbeleid en hondenbeleid, omdat hondenuitlaatbeleid echt gaat over welke voorzieningen we bieden in onze buitenruimte voor het uitlaten van honden. En het gaat niet over het houden en verzorgen van honden, want dat is belegd bij het Dierenwelzijnsbeleid. En dat is eigenlijk de reden achter deze terminologie. De voorzitter: Dank u wel.

Ik had de heer Beemer gevraagd om de vragen nog wel even op het scherm te laten staan, zodat we daar ook nog even aandacht aan besteden. Als er verhelderende vragen zijn, mag dat nog steeds. Maar toch wil ik ook oproepen om met name de eerste twee vragen dan ook... Of we ons kunnen vinden of dat we er iets over willen zeggen wellicht, over de kaders. Dat zijn denk ik de zes punten die we op de slide voorbij zagen komen. En het participatieproces. Als u wellicht daar nog gericht iets over kunt zeggen, dat zou fijn zijn. Dat zijn de zaken die u mist of aandachtspunten. Dat merken we nu ook, maar dat mag ook natuurlijk. Mijnheer Kuhlmann, u bijt het spits af. De heer Kuhlmann: Dan neem ik ze even een beetje allemaal mee. Wat wij belangrijk vinden als je kijkt naar het hondenbeleid, om het dan toch iets ruimer toch te noemen, en dan sluit ik ook aan bij de ChristenUnie/SGP op dat specifieke onderdeel, meer controle, boetes voor de dumping van hondenpoep op de plekken waar dat niet mag. En zeker als ik denk aan speeltuintjes of de stoep, dan is het heel vervelend. En daar moeten gewoon boetes voor uitgedeeld worden. Die pakkans moet omhoog. We vinden het heel belangrijk dat de hondenbelasting gewoon opnieuw blijft. Dat is een belangrijke, waar we veel waarde aan hechten. Waar het gaat om bijtincidenten, dat is natuurlijk ook iets wat om aandacht vraagt.

We vinden het heel belangrijk. En misschien is de herijking van dit beleid daar ook wel een goed punt voor om te inventariseren de ernst en de omvang van de bijtincidenten, zodat we daar goed beleid op kunnen maken. Dan gaat het om de uitlaatvoorzieningen. Er is natuurlijk al iets gezegd over plekken die er zijn. Het komt ook terug in de Startnotitie. Maar wat ons betreft echt een aandachtspunt is, is een voorziening in het centrum. En evengoed ook natuurlijk de Staart en Crabbehof. Een ander punt is de toegankelijkheid van de nieuwe Dordtse Biesbosch voor hondenwandelaars. Daar is in het verleden ook al eerder over gesproken. En het is denk ik goed om ernaar te kijken, welke kansen er zijn om daar echt wat verbeteringen aan te

57

brengen. En het is natuurlijk ook wel van belang, het is natuurlijk niet alleen repressie en dingen en zo, maar een hond moet getraind worden. En er zijn allerlei manieren voor. Je kunt natuurlijk op YouTube naar de filmpjes, het zijn denk ik oude filmpjes inmiddels, van Martin Gaus kijken. Maar er gaat niets boven gewoon echt een training. Net zo goed als je kinderen die gaan naar school toe, is het ook goed dat er hondentrainingen zijn. Het is denk ik ook goed om te kijken, het is niet per se een rol van de gemeente om die trainingen aan te bieden, maar het aanbod moet er natuurlijk wel zijn in Dordrecht of in de regio. Dat is ook iets om naar te kijken. En dan het participatieproces. Het is denk ik goed om zoveel mogelijk stemmen te horen. Dat lijkt in orde. En de kaders, met de aanvullingen die ik noemde, daar kunnen we ons in vinden. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er andere commissieleden die ik hierover kan verleiden iets te zeggen? De heer Groenewege. De heer Groenewege: Niet inhoudelijk, want ik vind het een beetje ingewikkeld, omdat we dan eigenlijk een soort oordeelsvormende commissie in gaan hier. De voorzitter: Klopt. Maar het is ook een klein beetje... Ik probeer iets consulterends in te leggen. Laten we het dan zo zeggen. Dat we iets meegeven. Ik snap uw punt.

De heer Groenewege: Maar om het kort te houden, de Partij voor de Dieren kan zich ook vinden in de uitgangspunten. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Dank u, voorzitter. Ik bedoel, het is niet politiek, maar het enige wat ik zelf wilde benoemen is inderdaad, omdat het net ook eventjes over de opruimplicht ging, en dat er weerstand natuurlijk is om dat overal te doen. Kan ik het eens zijn met de VVD, want het is waar veiligheid en groen opeens samenkomen. Prachtig. Die wilde ik ook eventjes benoemen van, er kan in de uitgangspunten misschien nog iets meer aandacht voor die handhaving daarop. De voorzitter: Dank u wel. En ik zie de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik denk dat we het eens zijn inderdaad op het punt van handhaven. Wat mevrouw Van Engelen daarbij ook zei over opruimplicht overal. En als ze de suggestie zou wekken dat de VVD nu op dit moment voorstander is is om op heel het eiland, inclusief losloopgebieden, een opruimplicht in te voeren, zover zijn wij niet. Zeker niet op dit moment. Omdat we, wat daarnet aan de orde kwam, natuurlijk ook vanuit de ambtelijke beantwoording van, als een hond los loopt en heel wat meters bij je veraf is, dan zie je dat niet zo goed. Dat is een redenatie die we goed kunnen volgen. De voorzitter: Goede toevoeging. De heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter.

Als het dan toch een stukje consultering is, dan kan ik het toch niet laten om heel even, maar het moet geen discussie worden hoor, tegen de opmerking van de heer Kuhlmann te gaan om ook de Nieuwe Dordtse Biesbosch bijvoorbeeld tot wandelgebied voor met de hond... We noemen het nieuwe natuur. Daar moet je absoluut geen honden gaan laten lopen, want heel veel baasjes

58

kunnen hun hond niet aan. Dat kan iedereen zien die op straat loopt. Dat is voor de vogels. Dat is voor de andere dieren. Daar moet je geen honden toelaten. Er zijn heel veel hondenuitlaatplekken in Nederland. Er is een gigantisch mooi veld in de Haniapolder. Hectares groot. Dat moet het wel, wat ons betreft, blijven, daarbij. De voorzitter: Het wordt genoteerd naast mij, denk ik. Zijn er nog anderen? De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank. We kunnen ons denk ik goed vinden in de kaders, met inderdaad de notitie van de wat ruimere opruimplicht. Ik had nog één vraag inderdaad van, is deze Startnotitie ook een opmaat om te vragen om nieuw budget of wordt er gekeken om dit allemaal in het huidige budget te doen? De voorzitter: Wie kan die vraag het beste beantwoorden? Mevrouw De Zoete. Mevrouw De Zoete: Het staat in de Startnotitie ook. In principe alles wat er aan wijzigingen, moet binnen bestaand budget. De voorzitter: Dank u wel. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Misschien kort alleen even aangeven dat we ons kunnen vinden in de uitgangspunten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dat geldt ook voor ons, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Ook voor de VSP. De voorzitter: Verder geen vragen, toegiften? Dan komen we tot een afronding, denk ik, van deze sessie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/762/documents/33704