CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2024.02.13 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 12 maart 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 6 februari 2024 en de Dordtse Dinsdag van 12 december 2023, 23 januari, 13 februari en 27 februari 2024 Vergaderzalen 1, 3, 529.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ga ze dan vergroenen, maar doe het niet in een park. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als we dat allemaal gaan vergroenen, dan wordt dat ook vanzelf een park. Dan blijf je in een cirkeltje draaien, maar wat ons betreft blijft het gewoon voor wat het is. Tuurlijk, uitbreiding naar wijken, prima, want de focus is de binnenstad, maar vergeet alsjeblieft ook niet de wijken. Een oproep die ik ook doe, die heeft meneer Roggekamp ook gedaan. Het is een aardig stuk wat er ligt. We weten allemaal dat evenementen moeilijk zijn voor sommige ondernemers of evenementenmakers, laat ik het dan maar zo zeggen, om iets voor elkaar te krijgen. Mooi ook dat als we de Dordtse evenementenorganisaties daarbij voorrang geven. Maar wat ons betreft, zoals het er nu ligt, kunnen wij gewoon instemmen met deze nota. De voorzitter: Dank u wel. We gaan nog naar twee resterende fracties. Dan is volgens mij iedereen aan bod geweest. Eerst Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u, voorzitter. Om te beginnen over de visienota kan ik eigenlijk vrij kort zijn, over het voorlopige standpunt van dit raadsvoorstel. Wij zien het als nuttig om deze visie als basis te gebruiken voor Dordrecht als evenementenstad en kunnen ons ook vinden in de doelstellingen zoals die staan omschreven. Als ik dan toch wel wat input mag leveren, dan doe ik dat graag op mijn manier.

Het klinkt de commissie of het college of de ambtelijke ondersteuning ook niet vreemd in de oren als ik zeg dat we bij de uitvoering van plannen ook regelmatig op weerstand stuiten. We merken nu ook dat er veel meningsverschillen zijn en in het slechtste geval dat plannen niet gerealiseerd worden. Een vraag die ik dan graag beantwoord zie vanuit het college is dat wanneer de gemeenteraad het raadsvoorstel aanneemt, welke manifestatietechnieken worden er

20

toegepast om de visie een realiteit te maken? De visienota telt veel woorden. Ik hoorde net ook mevrouw Stolk en de heer Roggekamp het ook zeggen. Telt veel woorden, echter doet het stuk vrij weinig met de verbeelding. Met andere woorden, het gaat niet leven. Dat is juist wat je zou willen, dat het tot leven komt en dat het tot de verbeelding spreekt. Zoals een medewerker van Walt Disney ooit zei, if you can dream it, you can do it. Met dit in gedachte, wat zou de wethouder dan kunnen zeggen over de visie van Dordrecht? Een toonaangevende evenementenstad, rekening houdend met verschillende belangen. De voorzitter: Een interruptie. Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Even een vraag richting Forum voor Democratie, want ik hoor vanavond al vaker een oude commissie over evenementen herhaald worden. Toen waren we zo'n puntenlijst aan het vastzetten van, waar zullen we de kaders op baseren? Nu hebben we het over de kaders en nu beginnen we opeens te hebben over van, maar we krijgen nog geen beeld bij de kaders.

Maar de vraag aan mevrouw Pichel is, moet dat dan nu? Of gaan we de kaders meegeven aan het college en laten we hun die kaders invullen en gaan wij er dan vervolgens weer iets van vinden vanuit onze controlerende taak? Of gaan we nu, dit geldt voor meerdere partijen, op de stoel van de ambtenaar zitten en de boel alvast invullen? De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik vond het een hele lange vraag, maar uw vraag is in principe, vind ik dat we nu kaders moeten meegeven of niet? Mevrouw Van Engelen: Nee, voorzitter. Mijn vraag was, gaan we nu iets vinden van de meegegeven kaders? Gaan we die vaststellen en het vervolgens laten invullen door het college en daar iets van vinden? Of gaan wij nu gelijk een hoop wensen meegeven bij de kaders? De voorzitter: Volgens mij mag er input meegegeven worden om uit te werken, dus dat is wat hier gebeurde volgens mij. Mevrouw Pichel mag verder. Mevrouw Pichel: Inderdaad om daar even … Voorzitter, ik ben het ermee eens. We mogen als fractie denk ik aangeven wat we willen en als mevrouw Van Engelen nodig vindt om bepaalde dingen meer aan te scherpen, dan kan dat natuurlijk. Mijn ervaring is dat als we spreken over een visie, dat een visie ook vooral kaderstellend is door de wijze waarop je hem vormgeeft. Mevrouw Schnabel: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter.

Ik ben heel nieuwsgierig eigenlijk, omdat mevrouw Pichel aangeeft, het spreekt eigenlijk nog niet genoeg tot de verbeelding. Wat zou er aan de visie moeten veranderen om wel tot de verbeelding te kunnen spreken? De voorzitter: Mevrouw Pichel, ik denk dat dat vanzelf komt als u verder gaat?

21

Mevrouw Pichel: Ik vraag me af wat de heer Katif weet, wat ik niet weet. Maar waarschijnlijk kan hij mijn gedachten lezen. Ik ben nu even de vraag van mevrouw Schnabel kwijt. De voorzitter: Wat geeft u mee om de verbeelding te laten leven? Mevrouw Pichel: Wat ik net al aangeef. Hij telt heel veel woorden, maar ik mis nog inderdaad een bepaalde energie achter de woorden. Dat wil niet zeggen dat ik er geen vertrouwen in heb. Ik zie dit als een goede basis om mee te beginnen. Hiermee wordt gewerkt naar een bepaald beleid. Wat ik hieraan wil meegeven, is waar we vaak mee te maken hebben, wat ik net al zei, we merken het nu al in de commissie, die vindt dit en die vindt dat, die vindt die vindt zo. Dan kunnen we kaders meegeven, moeten zij er maar ergens gehakt van maken. Waar je in ieder geval ook naar kunt kijken is, er zal ook weerstand zijn. Om die weerstand weg te nemen kun je ook eerst ervoor zorgen dat er inderdaad een bepaalde visualisatie komt en een bepaald beeld waar iedereen zich ook in kan vinden en het dan ook gaan verfijnen. Je kunt dat omdraaien, maar als je ergens met een beeld begint, een energie wat iedereen aanspreekt, dan kun je daarmee verder. Ik zie nog meer vingers. De voorzitter: Aanvullende vraag, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Dan eigenlijk nog niet helemaal, denk ik, de beantwoording van mijn vraag.

Hoe ziet zo'n visualisatie er dan uit? De voorzitter: Een filmpje. We gaan verder. Nee, sorry. Mevrouw Schnabel: Er wordt iets gesuggereerd en ik ben heel benieuwd hoe dat dan in de, stel mevrouw Pichel zou het schrijven, hoe dat er dan uit zou zien. De voorzitter: Sorry. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: De voorzitter lachte er een beetje om, maar het is een hele terechte vraag. Eigenlijk klopt het ook wat de voorzitter zei, want daar zat ik ook aan te denken. Als we naar deze visie kijken van, ik weet niet meer van wie de vraag ook net kwam, wat we dan over een paar maanden krijgen? Misschien is het leuk om daar gewoon een mooie film van te krijgen. Om te kijken, wat spreekt tot de verbeelding en hoe komt zoiets dan tot stand? Wat ik net al aangeef, er zijn verschillende belangen, verschillende meningen. Partij voor de Dieren komt met allerlei moties. Op welke manier kunnen we dat tot de verbeelding brengen dat er … Is er iets dat ik mis? De voorzitter: Mensen, nog even de aandacht erbij. We gaan gewoon nog even rustig door tot iedereen zijn beurt heeft gehad. U mag verder. Mevrouw Pichel: Dank u wel. Ik hoop dat ik zo antwoord heb gegeven op die vraag in ieder geval. Leek me wel. Was er nog een andere vraag? Dit was mijn stuk, want ik had mijn zin afgemaakt. Wilde ik nog een kleine reactie geven op de moties en het amendement.

Ik snap, ik zie wel waar Partij voor de Dieren vandaan komt. Bepaalde dingen zou ik me ook best wel in kunnen vinden. Wat mij dan alleen ook weer hier

22

opvalt, is de ook de titels. Geen subsidie, geen versterkte muziek, een verbod. Ook daarin is vaak een andere motivatie, werkt eigenlijk veel meer richting een weg zodat het open kan gaan. Er zijn meerdere mensen die hebben hier kleine kinderen. Als kleine kinderen net kunnen lopen en kunnen meehelpen en ze gaan voor de eerste keer, gaan ze je glas naar de keuken brengen, dan zeg je niet, niet laten vallen. Dan weet je wat er gaat gebeuren. Wat je tegen een kind wil zeggen is, hou het goed vast. Dan valt het op de grond. Wat je tegen een kind wil zeggen is, hou het goed vast en zet het op het aanrecht. Dat is de visualisatie die kinderen krijgen. Dan houden ze het vast en dan zetten ze het op het aanrecht. Dus de positieve motivatie om iets te bewerkstelligen, zou ik mooier vinden. Dank u wel. De voorzitter: Ik wil u hartelijk danken. Er zijn nog wel twee interrupties. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, volgens mij was er net wat verwarring. Zoals ik het heb opgevat, is dit visiestuk even een tussenfase. Zoals de heer Heijer ook zegt, je kan nu in de oordeelsvormende sessie, kan je wat dingen meegeven. Dat wordt dan in 2025 komt er een concept evenementenbeleid en daar kunnen we dan iets van gaan vinden. Dus ik neem aan dat de energie, zoals mevrouw Pichel bedoelt, het visualiseren, dat dat dan komt.

Of ik heb het verkeerd begrepen, maar zo heb ik in ieder geval de Raadsbrief opgevat. Even als opmerking. De voorzitter: U mag erop reageren, maar u bedoelt waarschijnlijk ook dat u aandringt op een visualisatie in het … Mevrouw Pichel: Ik zal erop reageren. Wat ik aangeef is niet zozeer, ik vind dit goed of fout. Of ik vind dit niet de manier. Ik geef eigenlijk een soort tip mee waar meerdere, laten we zeggen, ik gaf het voorbeeld van Walt Disney. Dat is iets waarbij er op een bepaalde manier dingen tot stand zijn gebracht, met hele succesvolle realisaties. Daar kunnen we van leren. Dat is dit stuk niet, even met alle respect voor het stuk. Er staan goede dingen in, daarom steun ik het ook, maar als we gaan kijken naar het tot stand brengen van zoiets groots en zoiets moois en we noemen dit een visienota, dan mag daar van mij iets meer energie achter die visie zitten. De voorzitter: U had het wat sprankelender gewild, zoiets. We gaan naar de heer Groenewege. De heer Groenewege: Ik wil graag reageren op het punt wat u maakt over de titels en over de inhoud. Eigenlijk vind ik het wel een terecht punt, want we hebben als Partij voor de Dieren inderdaad alleen beperkende moties en amendementen op dit onderwerp, maar dat is eigenlijk geheel toevallig, want wij zijn eigenlijk ook voor die positieve benadering.

Qua titel zou je natuurlijk ook kunnen kiezen voor diervriendelijke evenementen of evenementen die de natuur niet verstoren of whatever. Iets wat meer de positieve kant benadrukt, maar ik vind het ook belangrijk dat de titel gewoon zegt waar het op staat. Toevallig is het dit keer alleen maar negatief, maar ik hoop dat mevrouw Pichel daaroverheen kan stappen en toch de amendement en moties op hun merites kan beoordelen.

23

De voorzitter: Zo zie je maar, zo snel heeft het al effect. We gaan door naar het CDA. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank u, voorzitter. Ik geef eerst even reactie op de motie van Partij voor de Dieren. Wat betreft de plastic confetti denk ik dat we ons daar goed in kunnen vinden. Voor de andere moties geldt dat ik dat niet goed kan inschatten wat de gevolgen zijn en dat we die eerst bespreken in de fractie. Dan nu de visienota. Dank. Er zit veel werk in. Ook het tijdpad geeft een helder beeld. De visie is een uitwerking, ook van politiek akkoord, waarin wordt gezegd, Dordrecht is een toonaangevende evenementenstad en dat willen we zo houden. Daarbij kijken we hoe we onze stad met nieuwe thema's vanuit de eigenheid van Dordt kunnen uitlichten. Organisatoren zullen we uitdagen om meer en beter met elkaar samen te werken. Op dat vlak hebben we denk ik met het concept van de Dordtse feesten een mooie beweging zien ontstaan. Vanuit deze ambitie gaan we in op de voorliggende vragen. De vraag van de PvdA of we het eens zijn met de voorgestelde doelstellingen? Evenementen voor iedereen. Ja, daar kunnen we ons in vinden. Een goede balans tussen leefbaarheid en levendigheid. Ja, dat idem. Het vergroten van de maatschappelijke economische waarde. Ja, zeker als ook blijkt dat uit het onderzoek het evenementenbeleid bijdraagt aan sterke vestiging- en woonklimaat.

Dan punt vier, versterken van het lokaal, regionaal en internationaal profiel van de stad. Zoals nu verwoord is in hoofdstuk, of in het 7.4, kunnen we ons er nog niet helemaal in vinden. De focus is nu erg gericht op het op de kaart zetten van Dordrecht voor Nederland en daarbuiten en de wens om door de media opgemerkt te worden. We zouden de uitwerking conform het politiek akkoord versterkt of uitgebreid willen zien. Gericht op de eigenheid van Dordrecht met de focus op de dorpse inwoners. Historische binnenstad van Dordt kan hoog op de kaart, eveneens de verbinding met het water, maar laten we vooral niet vergeten dat we voor die dorpse inwoners bezig zijn. Daarin spreekt over succes, zeker in paragraaf 6.1, gelukkig over het versterken, ondersteunen van wijkinitiatieven, de eigenheid van de wijk. Denk daarbij aan de evenementen die Dordrecht verbinden, zoals de avondvierdaagse, zomerland of muziekavond in Reeland. Dat zien we dus ook weer terug in 6.4. Dit is echt een paragraaf die uit ons hart gegrepen is, maar we zien dit onvoldoende terug in de doelstelling. We sluiten ons op dit punt ook aan bij mevrouw Schnabel en mevrouw Stolk. De gerichtheid op de wijken. Eigenlijk is onze vraag, is het college bereid die wijkgerichte focus ook op te nemen in de doelstelling? Dan het laatste punt, de toekomstbestendige evenementensector in Dordrecht.

Daar zijn we het zeker ook mee eens. Dan hebben we nog een laatste politieke vraag van VVD, of deze visie voldoende basis biedt om weer evenementenstad van het jaar te worden? Wat ons betreft organiseren we met name evenementen voor de stad en niet evenementen in de stad. Het is leuk als we een ranglijst kunnen aanvoeren, maar we willen juist inzetten op verbinding en verrijking van onze inwoners. In dat opzicht is misschien doelstelling één misschien niet helemaal compleet en zou dat juist moeten zijn, evenementen voor iedereen, maar bovenal voor de Dordtenaar. Wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Dan moeten we nu even met elkaar het erover hebben hoe we verder gaan, want we hebben nog een kwartier. Het is denk ik een onmogelijke taak voor de wethouder om ongeveer vijftig punten te beantwoorden. Als ik het zo even … Dat lukt?

24

De heer Burggraaf: Ik ben er wel een aantal weer vergeten.

De voorzitter: Maar ze zijn wel allemaal genoteerd. We kunnen kijken hoever komen, maar over tien minuten zet ik daar wel, dan moeten we opnieuw gaan beslissen hoe we verder gaan. Dus u mag gewoon tien minuten proberen zoveel mogelijk. We moeten echt gewoon … Mevrouw Van Engelen, nog een vraag? Nee, voorzitter. Ik wilde er even op wijzen dat in de conceptagenda voor volgende week is er al een uur gereserveerd voor als dit zou uitlopen, samen met de horecanota. O, ik zie de griffier. Dus dan weten we dat in ieder geval. Dank u wel, want dat maakt wel verschil hoe we er nu inzitten. Over twee weken. Volgende week reces. Dan gaan we naar de wethouder. De heer Burggraaf: Dank u, voorzitter. Ga ik toch proberen zoveel mogelijk, misschien alles wel, te beantwoorden. Dan maar in sneltreinvaart. Als het dan volgende of over twee weken is, dan is het ook weer lastig om die draad voort te zetten van iedereen die heeft gereageerd. Allereerst denk ik maar even, goed, laat ik zeggen, de complimenten voor al het werk, die neem ik graag ter harte en breng ik over naar de organisatie die heer hard heeft gewerkt, maar overigens ook samen met alle evenementenorganisatoren en de verschillende avonden, ook met inwoners en dergelijke. Er is gewoon een enorm groot traject aan voorafgegaan. Het is inderdaad, zoals iedereen zegt, nog niet het eindproduct. U heeft de tijdspanne erbij gehad.

Dan is het echt al te snel om, wat PvdA vroeg, om dan al een uitvoeringsagenda eind 2024 te hebben liggen, maar we gaan nu wel informeren waar we dan staan, zodat je dat in 2025 uiteindelijk kan opleveren in een nieuw evenementenbeleid. Waar natuurlijk ook een uitvoeringsagenda aan vastzit. Dan neem ik graag ter harte wat Gewoon Dordt toe opriep, een aantal anderen ook in bij vielen, dat het ook belangrijk is om dan een heel duidelijk, publieksvriendelijke versie erbij te hebben. Dus dan sta je ook op het punt dat je iets hebt wat je vervolgens ook kan door vertalen naar, zoals u zei, vier A-viertjes of nog minder. Maar het moet heel laagdrempelig zijn en voor ieder duidelijk. Het is complex. Dat ziet u aan het grote stuk, maar als we er eenmaal dan zijn, dan moet het ook heel makkelijk leesbaar zijn voor alle mensen die wat willen organiseren. Want mijn ervaring is, mensen die wat willen organiseren, doen dat omdat ze het leuk vinden en die nemen het voor lief dat er heel veel bij komt kijken als je zo’n evenement moet organiseren. Dus dan moeten we ook zorgen dat we zo min mogelijk drempels daartoe opwerpen. Dan de opmerking van een aantal mensen over de diversiteit en inclusiviteit. Dat zit echt gewoon doorspekt in het beleid, dus we willen echt voor ieder wat wils bieden. Je wil evenementen die voor iedereen een mooie beleving en ontmoeting biedt. Die diversiteit zit erin.

Dat moeten we goed door vertalen ook in de subsidieinstrumenten die we hebben en hoe we daarop kunnen sturen. Er zit dus ook nadrukkelijk de doelstelling van de wijk in. Dus als u vraagt, het CDA, kan het een aparte doelstelling zijn? Wat mij betreft is dat eigenlijk doelstelling één. Ik zat te bedenken, het enige wat je nog zou kunnen veranderen, is dat je zegt evenementen voor iedereen en overal. Want je kan alleen maar voor ieder wat wils bieden als je ook dicht bij de belevingswereld van eenieder zit. Daar horen ook evenementen in de wijk in. Ik ben het ook met u eens, een aantal die zeggen, dat roepen we al zo vaak en hoe gaan we dat dit keer dan wel realiseren? Dat zit dat het in het verleden wel een doelstelling was, maar we nog niet zover waren dat we het evenementenbeleid hadden aangepast en daar ook

25

ons subsidie-instrument, en onze andere sturende instrumenten daarin, ook erop te richten. Door te zeggen, we scoren ook binnen onze evenementensubsidie op of je een evenement aanbiedt wat ook wat in de wijk biedt. Dus op die manier gaan we echt ons beleid anders richten, om ook te zorgen dat we dat ook kunnen realiseren. De voorzitter: Een interruptie even. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. We horen best vaak van jongeren dat ze een evenement willen organiseren, maar dat ze dan in praktijk heel vaak ook tegen een aantal obstakels aanlopen. Dat er dan ook vaak geen budget meer beschikbaar is of dat het heel moeilijk is om het gesprek met de gemeente te voeren. Misschien komt dat ook wel omdat het gewoon niet duidelijk is. Maar wat kunnen we er dan nu aan doen om inderdaad te krijgen dat het overal ook plaats kan vinden? Of wat maakt het dit keer dan anders? De heer Burggraaf: Voorzitter, dat zit omdat we gewoon kleine subsidies hebben voor evenementen vanaf 5000, 10.000 en 15.000. Daar kan je nadrukkelijk de criteria in meenemen om ook voor meer gericht op wijk of jongeren wat te doen. Dat zit hem in een goede samenstelling van de commissie die erin zit. Dus zorgen dat dat ook gewoon een diverse samenstelling heeft en ook aansluit bij de verschillende doelgroepen die er zijn. Dus daar ook het netwerk kunnen aanboren en daar ook oog voor hebben.

Dat zit in de aanpak van een citylab bijvoorbeeld, waarin je gewoon veel nadrukkelijker zegt, we gaan ook juist die open uitnodiging naar de stad doen, zodat mensen laagdrempelig kunnen vinden en daar vanuit nieuwe dingen kunnen organiseren. Qua budget, het is niet voor niets dat u bij de kamernota nog weer zoveel middelen beschikbaar heeft gesteld voor de evenementen, want het is, de kosten zijn al flink gestegen en wil je die ruimte ook hebben om die vernieuwing te doen, dan heb je daar ook de middelen voor nodig. Maar die heeft u bij de kamernota meegegeven. Dus die randvoorwaarde is er ook. Om terug te komen op wat Beter voor Dordt aankaart voor de brief van de veiligheidsregio. Ik snap heel goed dat u zich daar wel zorgen over maakt. Die zorgen die delen wij, want dat is ook wat we in het evenementenbeleid zeggen. We willen heel erg veel, maar tegelijkertijd stapelen we ook heel erg veel in veiligheidsplannen, inzet van verkeersregelaars. Het staat hier allemaal. Inderdaad dat sommige gemeenten zich hier terugtrekken, een beweging maken en ondersteuning van evenementen. Ik zou willen oproepen, en volgens mij hoor ik u dat ook allemaal zeggen, zo’n evenementenbureau wat we hebben, wat vrij bijzonder is hoe we dat hebben georganiseerd, hou dat vooral vast.

Zorg dat daar de kennis in zit, want alleen op die manier kunnen we ook borgen dat we naar de toekomst toe met die stijgende complexiteit, toch onze evenementen kunnen doen. Dat doen we ook. Gelukkig nu met evenementenplatform waar de organisatoren zich hebben georganiseerd. Ook, want dat hoor ik anderen zeggen, kunnen we niet gezamenlijk inkopen doen, kennis delen? Dat is ook een heel mooi netwerk waar de organisatoren onderling met elkaar kennis kunnen delen. Zo hadden we vorige week een thema-avond daarover. Daar was de omgevingsdienst met ecologen die gingen vertellen wat betekent nou eigenlijk die natuurwetgeving voor jouw evenement? Wat betekent die stikstofberekeningen? Daar ook met elkaar kunnen helpen om te zeggen, als jij het al een keer hebt gedaan, dan gebruik jouw kennis voor mijn evenement.

26

Op die manier kunnen we ook faciliteren en assisteren. Er vroeg nog even bij GroenLinks, wie zijn al die stakeholders in de participatie? Het proces wat we doen, doen we echt in de goede breedte, dus met alle belanghebbenden die erin zitten. Dus evenementenorganisatoren, maar ook bewoners. Ik hoor een aantal zeggen, wat gaan we dan doen met de locaties? Dat wordt echt wel een, ik zei al, het is voor iedereen en overal, dus dat vraagt op alle plekken en dat wordt echt wel een flinke zoektocht. U zegt wel door het vaststellen hiervan, dat het uw uitgangspunt is om het aantal evenementen op een goed gelijk niveau te houden op een diversiteit van locaties en daar gaan we het vervolgtraject inzetten. Maar dat betekent ook dat we gewoon op verschillende plekken evenementenlocaties gaan toewijzen. Waar je ook tegen de omgeving zegt van, het liefste wilt u misschien helemaal in rust wonen, maar u zult moeten accepteren dat af en toe er ook eens een keer wat herrie in de buurt is, omdat we graag die evenementen willen hebben. Maar we zorgen wel dat die niet allemaal bij u voor de deur komen, maar dat we dat op een goede gelijkmatige manier door de stad spreiden. Met die opdracht gaan we aan de slag en dan is het onmogelijk om te zeggen, u kan geen versterkt geluid meer in een park organiseren, zoals de moties en amendement van de Partij voor de Dieren suggereert.

Want dan kan je nooit die diversiteit in die spreiding realiseren. Ik zeg, ter geruststelling richting Partij voor de Dieren, ons ecoloog kijkt, heeft meegekeken op alle locaties en die doet de analyse of het op verantwoorde wijze kan plaatsvinden. Dat is het geval, dus het is ook niet zo dat we zeggen, doe maar in de parken en we hebben geen oog meer voor de natuur. Nee, ook daar is, net zoals u terecht zegt voor inwoners, zorg voor een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid. Zo kijken we er ook naar voor de natuur. Maar dat is echt veel te absoluut om dan te zeggen, doe het maar niet meer in de parken, want dan kunt u ook dit niet vaststellen, want dan kunnen we die ambities niet waar gaan maken die in dit stuk staan. Ik zie dat er een vraag is, voorzitter. De voorzitter: Ja, sorry. De heer Groenewege. Interruptie. De heer Groenewege: Toch staat het zo absoluut in de nu geldende beleidsregel, en nadere regels, voor de organisatie en uitvoering van evenementen. Daar staat voor het wantijpark dat daar uitsluitend categorie één evenement kunnen plaatsvinden, met een maximum van tien evenementen per jaar. Een categorie één evenement is een evenement met een lage geluidsbelasting. Precies de regel die volgens de wethouder niet kan worden toegepast en ook volgens mij niet wordt toegepast, maar die wel bestaat. Hoe kan dat dan? De heer Burggraaf: Klopt, voorzitter.

Dat is dus geen toekomstbestendige regel. Dat is ook waarom het zo goed is dat we het evenementenbeleid gaan aanpassen. Waarom kan het dan toch? Dat is omdat er een hardheidsclausule in zit die zegt, we hebben hier een beleid waarin we ook beogen om evenementen te organiseren. Waar tegelijkertijd, nogmaals, die balans met de natuur of andere belangen ook wel op orde moet zijn. Dat is wat er gebeurt bij het wantijpark. Daar wordt in die balans gekeken en gezegd, daarmee kunnen we dus het wantijlijf, onder andere, faciliteren op een wijze die ook in balans is met de andere belangen die in het park zitten. De voorzitter: Het is tien minuten later dan het begin. We hebben nog vijf minuten. Het spijt me dat niet alle, dat er gewoon niet meer tijd is op dit moment. Ik doen een voorstel. De technische vragen kunnen gewoon ingediend worden, die kunnen ook

27

schriftelijk beantwoord worden. Daar staan wat technische vragen her en der tussendoor. De overige vragen die zijn in elk geval ook allemaal genotuleerd, dus die kan de wethouder denk ik ook ontvangen zodat die de volgende keer daarmee, met de beantwoording daarvan, verder kan gaan. Dus dan wordt dat de beantwoording van de wethouder en kunnen we daarna nog de tweede ronde doen van de woordvoeringen en dan pas verder zien hoe verder. Kunt u daarmee instemmen? Ja? Dan is er een eind aan deze vergadering. 4. Vaststellen Visie Sociaal Domein 2030 - Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Klerk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Dhr. Schalken-Den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: wethouder C. Van Benschop, wethouder P. Heijkoop, wethouder R. Van der Linden

De voorzitter: Goedenavond. Hartelijk welkom in deze vergadering waarin we het gaan hebben over het vaststellen van de visie op sociaal domein Dordrecht 2030. Hartelijk welkom aan alle Raads- en commissieleden, aan de wethouders, drie in getal vanavond en aan een volle tribune achter mij. Voor het verslag zal ik, als eerste vraag ik u zich voor te stellen. Ik begin dan voor mij aan de rechterhand. De heer Boogaard: André Boogaard. Commissiegriffier. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers. CDA Dordrecht. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer. SP.

28

De heer Schalken-Den Hartog: David Schalken. Beter voor Dordt. Mevrouw Jager: Ineke Jager. Beter voor Dordt. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi. DENK Dordrecht. De heer De Heer: Robert de Heer. ChristenUnie/SGP. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt. Forum voor Democratie. De heer Stam: Marco Stam. Fractie van Waardhuizen. Mevrouw Koene: Irene Koene. Gewoon Dordt. De heer Stolk: Leo Stolk. VSP. De heer De Vries: André de Vries. VSP. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos. Partij voor de Dieren. De heer Bootsman: Nick Bootsman. GroenLinks. De heer Burakçin: Necdet Burakçin. GroenLinks. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen. Dordtse VVD. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel. Partij van de Arbeid. De heer Gorter: Wouter Gorter. Op Ons Eiland. De heer Van der Linden: Rik van der Linden. Wethouder. In dit kader vooral jeugd en gezondheid. De heer Heijkoop: Peter Heijkoop. Wethouder in het kader van bestaanszekerheid. Mevrouw Van Benschop: En Chris van Benschop. In dit geval coördinerend portefeuillehouder. De voorzitter: Dank u wel. Mijn naam is Albert Klerk en ik ben uw voorzitter vanavond. We spreken vanavond over het raadsvoorstel gericht op het vaststellen van de visie sociaal domein Dordrecht 2030.

Dan met name de politieke vraag, zoals die is geformuleerd, wat vindt de commissie van deze uitwerking van de uitgangspunten visie sociaal domein 2030? Heb ik nog twee opmerkingen in het kader van de orde. Voor dit onderwerp is anderhalf uur gepland. Gezien de omvang van het onderwerp kan het zomaar zijn dat dat net wat krap is. Natuurlijk proberen we aan te sturen om half elf deze vergadering afgerond te beschouwen, maar het zou zomaar kunnen, als de commissie dat goed vindt, dat we het halfuurtje volmaken tot elf uur. Mevrouw Koene ziet dat niet zo zitten. Laten we aansturen op half elf. Gelukkig niet. Dan nog even een voorstel, omdat er op het laatste

29

moment nog stukken aan het dossier zijn toegevoegd, waarvan u misschien geen kennis heeft kunnen nemen. Wil ik de commissie vragen of zij het misschien een goed idee vindt dat wethouder Van Benschop even twee minuten die toegevoegde stukken kort toelicht zodat we allemaal geïnformeerd zijn? Ik zie knikkende gezichten, dus ik geef het woord daarvoor even aan mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Het is misschien wel goed te benoemen dat het geen stukken zijn die raken aan deze integrale visies van het sociaal domein, maar dat het een memo is dat we gisteren hebben gestuurd naar aanleiding van de sluiting van een inlooppunt van het wijkteam. Dat we daar vandaag nog aan toe hebben gevoegd onze formele reactie, of onze inhoudelijke reactie, aan de WMO-adviesraad, die daar ook een brief over had gestuurd. Dat is dezelfde strekking, maar dat is een iets uitgebreidere brief. Die raakt dus niet zozeer aan de inhoud van de integrale visie, maar die raakt aan wat er vorige week in de krant stond, dat er een inloop punt gesloten was. Dat we de afspraak hadden inderdaad te gaan kijken hoe we het wijkteam kunnen positioneren in de wijk, op plekken waar mensen van nature al komen of waar we weten dat mensen aanwezig zijn.

Dat past bij de opdracht die we hebben gegeven van het outreachend werk, vindt plaatsgericht werken, maar dat daar een slag gemist is waarbij dus het inlooppunt wel gesloten werd, maar dat andere traject nog niet goed ingezet. Daar hebben we gesprekken over gevoerd. Dat is ook per vandaag gewoon weer teruggedraaid, maar wij vonden het wel netjes en fatsoenlijk om daar de Raad gewoon voorafgaande aan deze bespreking even over te informeren, zodat we daar niet in deze ronde debat te veel tijd aan hoeven te besteden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stolk. De heer Stolk: Een korte vraag. Hoor ik nu dat het wel teruggedraaid is, maar dat het in de toekomst wel gaat gebeuren? Mevrouw Van Benschop: Wij hebben de opdracht gegeven en afgesproken dat het wijkteam aanwezig zijn moet in wijken op plekken waar inwoners sowieso komen. Dat zijn niet per definitie die vijf inloopplekken die er nu zijn. Dus wij hechten er waarde aan om ervoor te zorgen dat het wijkteam aanspreekbaar is in de wijk. Het moet voor mensen duidelijk zijn op welke momenten en waar in de wijk. Als dat echt goed staat, gaan we de specifieke locaties van het wijkteam sluiten. Maar daarbij is het wijkteam dus nog steeds aanwezig in de wijk. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor dat we hier nu niet het debat over voeren, maar dat het stuk was puur ter toelichting op, omdat de stukken laat waren toegevoegd.

Dan stel ik voor dat we nu beginnen met de eerste termijn. Ik ga het beleefdheidshalve vragen. Zijn er fracties die hierover het woord willen voeren? Dat dacht ik al. Dan stel ik voor dat we gewoon het rijtje afgaan. Dan begin ik deze keer aan de voor mij linkerhand. Mijnheer Gorter, wilde u woord voeren? De heer Gorter: Voorzitter, een duidelijke visie. Sommige van de uitgangspunten zou je als vanzelfsprekend verwachten, blijkbaar is de realiteit anders. Het doel is duidelijk. Sterk, sociaal Dordrecht met gelijke kansen voor alle inwoners. Een stad waar we elkaar helpen en waar inwoners snel en passend geholpen worden als het even niet lukt. Op Ons Eiland heeft wel een grote zorg. De vraag naar zorgpersoneel en de groeiende vraag

30

naar specialistische, vaak complexe, hulp. We zien landelijk dat het regelmatig op dit onderwerp goed fout gaat. Maar niets doen is ook geen optie, want dan worden de wachtlijsten alleen maar langer. Steeds minder financiële middelen zijn beschikbaar voor het sociaal domein, mede door het wegvallen van landelijke gelden en incidentele rijksbijdragen. Dan staat ook onze eigen Dordtse begroting onder druk door de financiële golf die op ons afkomt. Daar kunnen we niet weg van kijken. De komende jaren is er een tekort van 108 miljoen over de periode tot en met ’27. Welke ambities heeft het college binnen het sociaal domein? Sorry. Welke ambities van het college binnen het sociaal komen onder druk te staan als er omgebogen moet gaan worden? Door wie laat het college zich dan leiden in deze keuze? Zijn dat de inwoners? Zijn dat de partners? Of is dat alleen maar financieel? Op Ons Eiland maakt zich dan ook grote zorgen of de gestelde ambities, mede door de onvermijdelijke ombuigingen die eraan komen, nog wel realistisch zijn. Wij zouden graag van de wethouder willen weten of de ambities in volgorde van belangrijkheid gezet kunnen worden in relatie tot de mogelijke ombuigingen. Of gaat het college kiezen voor de kaasschaafmethode? Als laatste de zorg om het gekwalificeerde zorgpersoneel.

Dat is in het programma ruimte van banen al aangegeven om meer in te zetten op de kwaliteit van banen. Hoe kan het college inhoud geven aan deze vraag in relatie tot het groeiend tekort aan zorgpersoneel? Veel gepensioneerden willen langer doorwerken, maar worden niet benaderd of komen niet in de plannen van de werkgever voor. In hoeverre is deze doelgroep een targetpunt om aan deze vraag te kunnen voldoen? De visie is een startpunt voor de toekomst met een onzekere financiële toekomst. De maatschappij gaat steeds meer van onze inwoners vragen. Wat kan de gemeente Dordrecht werkelijk blijven bieden aan onze kwetsbare inwoners? Is de ondersteuning op tijd beschikbaar? Als laatste, hoe kunnen we deze ondersteuning betaalbaar houden? Op Ons Eiland is ervan overtuigd dat alle professionals en vrijwilligers elke dag klaarstaan voor deze kwetsbare inwoners van onze stad. De zorgsector staat al behoorlijk onder spanning. Laat alstublieft de visie geen inhoudsloze visie worden, mede door alle financiële perikelen. Dat verdienen deze zorgmedewerkers en onze kwetsbare inwoners niet. Voorzitter, het college heeft er bijna twee jaar over gedaan om deze visie te schrijven. Binnen welk termijn verwacht het huidige college deze visie om te zetten naar beleid en uitvoering? Dank u wel. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koene.

Mevrouw Koene: Mag ik wat vragen aan de heer Gorter? De voorzitter: Zeker. Mevrouw Koene: Ik ben wel nieuwsgierig, want hij heeft een aantal vragen aan het college en ik hoor hem van alles zeggen, maar ik hoor nou eigenlijk niet wat hij van de visie op zich vindt. De heer Gorter: Daar begon ik mee. Dat het een duidelijke visie was. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik hierna het woord geven? Mevrouw Schnabel.

31

Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Dank voor een mooie visie. Belangrijk dat bestaanszekerheid als basis dient en dat we de inwoners centraal stellen. Normaliseren blijft daarin voor ons wel een punt van aandacht, want wat is normaal? Dat geeft ook de WMO-adviesraad aan. Als het misgaat in de basis, dan gaat het heel snel, verspreidt het zich. We hebben wel nog een paar vraagjes. In het raadsvoorstel wordt een aantal keren genoemd dat noodzakelijk is om keuzes te maken met oog op complexe hulp en toenemende financiële druk. Ik lees geen onderliggend kader op basis waarvan die keuzes voor, excuus, waarvan we die keuzes gaan maken. Hoe worden we als Raad in positie gebracht over de keuze in afspraken die dan gemaakt gaan worden? Als tweede, we hebben een breed palet nodig aan sociale wijkteams en laagdrempelige inlooppunten, daar ging het net ook al kort over, om in te zetten op bestaanszekerheid en preventie. Dus we zouden dan juist niet moeten kiezen om capaciteit weg te halen en juist moeten inzetten op professionele ondersteuning, verspreiding en goed opgeleide vrijwilligers.

We vragen ons wel af hoe borgen we de kwaliteit daarvan? Daarmee samenhangend, wie beoordeelt de omslag van algemene voorziening naar maatwerkvoorziening? En op basis waarvan moet dat beoordeeld worden? Als dat professionals zijn, dat lijkt ons belangrijk, moeten we ze beschermen en bestaanszekerheid van cliënten borgen. Hoe gaat dat in de praktijk? Dan als derde punt, integraal werken of samenhangend werken? We lezen dat we willen dat de inwoner diens hulpvraag en sociale context centraal staan en de professional samen met de inwoner een beoordeling maakt van de draagkracht, draaglastverhouding van de inwoner. Een goede vraagverheldering en goede gesprekken over mogelijkheden en verwachtingen leiden uiteindelijk tot een gedragen plan met realistische doelen en tijdsinzet. Dat klinkt heel mooi, maar hoe krijgt dat in de praktijk vorm? Met oog op de overgang van de jeugdwet, landelijk gaan er bezuinigingen plaatsvinden op jeugdzorg, al hopen we natuurlijk van niet. In de bezuinigingen zal jeugdhulp na achttien jaar niet meer vergoed worden. Hoe gaan we daar beleidsvormend en proactief mee om? We zijn benieuwd wat de wethouder ons daarover kan vertellen. Dan roept de monitor nog best veel vragen bij ons op.

Waar gaan we op letten en waar willen we bijsturen? Hoe komt het dat de monitor geen kwalitatieve gegevens bevat? Op dit moment vinden wij daarom dus ook de monitor eigenlijk te mager. We spraken met WMO-adviesraad en het lijkt ons een goed idee om met elkaar in gesprek te gaan over de monitor, zodat we ook de resultaten goed kunnen meten en volgen. Dan staat er in het raadsvoorstel, we moeten gaan bezuinigen. Dertig miljoen. Maar die gaan we, lijkt ons, natuurlijk uitsmeren over het hele gemeentebeleid, al lijkt het alsof we nu om bij ombuigingsvoorstellen dertig miljoen op het sociaal domein gaan doen. Daar willen we wel enigszins wat meer, of daar willen we wat meer duidelijkheid over. Dan als laatste punt, kan de wethouder de toezegging, of de wethouders, want het verspreidt zich natuurlijk over verschillende vlakken, de toezegging doen dat we een tijdspad ontvangen met een lijst van uitvoeringsprogramma’s? Nu wordt het kort genoemd, maar we zouden graag zien wanneer en welke uitvoeringsprogramma's naar de Raad komen. En wanneer het uitvoeringsprogramma jeugd, dat betrekking heeft ook op de hervormingsagenda, inhaakt in het proces? Dan is dat het. Is dat het voor nu even. De voorzitter: Dank u wel voor nu even. Dan gaan we naar de volgende fractie. De heer Van Ballegooijen van de Dordtse VVD.

32

De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Allereerst, wij kunnen instemmen met de visie op het sociaal domein van Dordrecht 2030. Voor ons is financiële zekerheid een goed uitgangspunt. De geschetste volgorde van eerst kijken naar de persoon zelf, vervolgens naar de directe leefomgeving, daarna naar algemene voorzieningen en tot slot naar specialistische hulp, is voor ons van groot belang. Uiteindelijk streven we ernaar dat iedereen zoveel mogelijk zelfstandig, of met hulp van het sociaal netwerk, kan functioneren. We zijn dan ook verheugd te zien dat hierop ingezet door middel van preventie en vroeg signalering, maar vooral ook door normalisatie. Het kijken naar wat iemand wel kan, of nog kan leren, is niet alleen beter voor de persoon zelf, maar helpt ons ook om de beschikbare hulp zo efficiënt mogelijk in te zetten. In een tijd waarin we niet alleen financiële uitdagingen, maar ook flinke personeelstekorten, hebben, is het aan de gemeenteraad om te beslissen welke hulp het hardst nodig is. Dat betekent soms ook, helaas, afschalen, nee zeggen of doorverwijzen naar algemene voorzieningen in plaats van specialistische hulp. Het feit dat hierbij verstandig wordt omgegaan door middel van normalisatie, is wat ons betreft zeer positief.

Differentiatie in de uitvoering juichen wij ook toe, al vinden we het wel belangrijk dat er in gelijke gevallen ook gelijke behandeling plaatsvindt. Er moet altijd sprake blijven van gelijkheid voor de wet. Daaruit komt bij ons dan ook de vraag naar boven wat er in de visie precies bedoeld wordt met cultuursensitief en cultuurspecifiek werken? Kan de wethouder, of een wethouder, aangeven wat nou precies dat inhoudt en waar de scheidslijn zit? Want we maken hier bij ons ook wel zorgen over wat specifiek werken, wat niet kan gaan schuren met het diversiteitsbeleid. Wat doe je met een cultuur met andere omgangsvormen tussen mannen en vrouwen of met andere normen en waarden? Wat betreft de nadruk die de visie legt op de rol van de overheid bij het wieden van oplossing voor sociale problemen, hopen we dat in de verschillende beleidsplannen terug te zien, dat normalisatie werkelijk inhoudt dat we in eerste instantie focussen op individuele verantwoordelijkheid en individueel kunnen en pas daarna op overheidsinterventie. De overheid moet niet, en kan niet, verantwoordelijk worden voor het oplossen van elke tegenslag. Dit geldt ook voor financiële zekerheid, waarbij de armoedeval wordt genoemd als een reden waarom mensen moeilijk overstappen naar werk. We vertrouwen erop dat we ons blijven richten op zelfredzaamheid als de beste methode voor economische stabiliteit.

Waarbij werk de beste weg uit de armoede is. Verder vertrouwen we erop dat het streven naar integraliteit en samenwerking tussen verschillende instanties zal leiden tot minder bureaucratie. Echter, gezien het gevaar dat dit juist tot meer bureaucratie, zullen we hier op blijven letten en streven naar een efficiënte uitvoering. Tot slot willen we het dan ook over de monitoring hebben. Eigenlijk net als de PvdA voor mij. Het is goed dat er expliciet is opgenomen dat er voor verschillende indicatoren zal worden gemonitord. Dat daar in de beleidsstukken doelstellingen op zullen worden geformuleerd. Wel vinden wij dat er nog veel onderwerpen en indicatoren blijven liggen die aan de ene kant belangrijk zijn om in de gaten te halen, aan de andere kant ook hopelijk niet al te veel extra druk op de organisatie leggen. Denk bijvoorbeeld aan de gemiddelde duur van schulden voordat de weg naar schuldhulpverlening is gevonden als een indicator van preventiebeleid. En zo zijn er nog andere te bedenken. Ook indicatoren voor bijvoorbeeld het succes van normalisatie en integraal werken ontbreekt, helaas. Ik wil daar eigenlijk aansluiten bij de PvdA en de oproep om ons …. Ik wil daar graag in meedenken, wij willen daar graag in meedenken en het lijkt me goed om dat algemeen te bespreken. Dank u wel, voorzitter.

33

De voorzitter: Dank u wel. De volgende fractie. Mag ik de heer Bootsman het woord geven. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, laat ik maar met de deur in huis vallen. GroenLinks Dordrecht is blij met de visie sociaal domein 2030. Het is goed om te zien dat we samenhangender naar het sociale domein gaan kijken. Betekent dit samenhangender kijken naar het sociale domein dan ook dat de geldstromen van bijvoorbeeld jeugdwet en WMO integraler met elkaar samengaan? Daar krijgen wij graag een antwoord van de wethouder op. In het stuk lezen we over de financiën van het sociaal domein. Die schieten in de komende jaren door het dak. Hoe verhoudt dit zich tot het personeelstekort, omdat er ook minder zorg wordt verleend. Verder zijn wij blij dat de professionals de vrijheid krijgen om maatwerk toe te gaan passen waar dit nodig is. Het is wel belangrijk om goed naar mantelzorg te kijken. Het is mooi als een mantelzorger iemand kan helpen die hulp nodig heeft. Hierbij moet echter wel gelet worden op overbelasting van het netwerk. In de huidige prestatiemaatschappij waar mensen zo hard moeten werken voor hun bestaanszekerheid, is het soms niet mogelijk om de volledige mantelzorg voor iemand te doen in het sociale netwerk. Hierbij moet er voldoende ondersteuning zijn voor de mantelzorger. Wij horen graag van de wethouder hoe mantelzorg ondersteuning geborgd gaat worden.

Als er professionele hulp nodig is om te voorkomen dat het netwerk overbelast raakt, of een persoon misschien zelfs wel geen netwerk meer heeft, doordat de persoon die mantelzorg moet doen wegrent omdat hij het niet aankan, moet deze hulp wel beschikbaar zijn. Voorzitter, nog te vaak wordt iets wat eigenlijk geen probleem, is als probleem gezien. Met een brede blik op normaal gedrag gaan we realiseren dat de normaal niet bestaat. Laten we iedereen zichzelf zijn, zonder dingen onnodig te problematiseren en met de juiste hulp voor wie dit nodig heeft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bootsman. Dan geef ik het woord aan de heer Venderbos van Partij voor de Dieren. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank u wel. Wij kunnen voor een groot gedeelte instemmen met de visie sociaal domein, sociaal domein Dordrecht 2030, maar hebben er eigenlijk wel ook nog wat vragen over. Vragen die ook al gesteld zijn door Op Ons Eiland, Partij van de Arbeid en GroenLinks. Ik wacht de vragen op hun, de antwoorden op hun vraag af. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik het woord geven namens de VSP? De heer Stolk. De heer Stolk: Voorzitter, dank u wel. Wij hebben de rapporten gelezen. Ook wij zijn wel in voor het stuk wat er nu voorligt. Het enige wat ik eigenlijk aan de wethouder Chris van Benschop wil vragen, er staat over de participatiewet.

Is het eigenlijk hetzelfde verhaal als wat wij bij Smart Delta hebben gehoord? Dus de inhoud ervan. Als dat met ja is, dan is dat uitstekend. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koene van Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik heb in principe, ik ga gewoon netjes luisteren en ik ga zelf bedenken wanneer ik het woord wil voeren.

34

De voorzitter: Duidelijk signaal. Dank u wel. De heer Stam. Fractie van Waardhuizen. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Na eens luisteren, ga ik ook wat zeggen. Dus dat scheelt wel weer. Ook wij hebben naar de visie gekeken. Op zich vinden we de visie een mooi uitgangspunt en kapstok en startnotitie om verder te gaan, want het valt en staat toch met de uitvoeringsplannen die later in het traject worden aangeboden aan de gemeenteraad. Want er zitten natuurlijk wel wat vraagstukken in. Als je bijvoorbeeld kijkt naar financiën, dan heb je al een groot vraagstuk hoe we dat allemaal gaan bekostigen wat hier wordt voorgesteld. Wat we inhoudelijk wel een klein stukje missen, is naast preventief gedrag, ook repressief gedrag. Wat bedoel ik daarmee? Als je bijvoorbeeld kijkt naar bestaanszekerheid en schuldhulpverlening. Is natuurlijk hartstikke mooi om mensen daarin te helpen, preventief, maar ook een stukje nazorg naar mensen. Hebben we al eerder, artikel 40, vragen over gesteld. Dat is iets wat volgens ons ook wel in die visie moet worden opgenomen om zo proberen te voorkomen, let op, proberen te voorkomen dat die mensen binnen een bepaalde periode weer terugvallen in hun oude problematiek. Voor de rest wachten wij gewoon alle stukken die eruit voortvloeien. Uitvoeringshandelingen zien we wel tegemoet. De voorzitter: Dank u wel.

Wie is de volgende fractie die ik het woord mag geven? ChristenUnie/SGP. De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Ten eerste complimenten voor het voorstel en ook het visiedocument. Het is echt duidelijk beschreven. Het maakt ook helder waar we vandaan komen, wie de spelers in het complexe veld zijn en waar we met deze visie ook naartoe bewegen. We spreken vanavond vooral over wat we vinden van de uitwerking van de uitgangspunten. Tegelijkertijd maakt het ook nu al heel erg nieuwsgierig naar die integrale verordening. Uiteindelijk vier opmerkingen over de visie zoals die nu voorligt. In eerste instantie zijn we blij ook met de aandacht voor de vrijwillige inzet in de visie. Is namelijk ook keihard nodig in onze stad. Zeker ook met betrekking tot uitgangspunt twee, waarin er serieus beroep wordt gedaan op Dordtenaren richting elkaar. We blijven dan ook graag monitoren dat de vrijwilligersorganisaties waar een groot beroep op wordt gedaan, ook de support krijgen om die rol te pakken. We rekenen erop dat dit ook concreet wordt uitgewerkt. Tweede punt is normaliseren. Dat is al een aantal keer genoemd. Begrijpelijke stap ook. Een begrijpelijke focus. Tegelijkertijd wordt het ook wel een beetje erg positief verwoord in eerste instantie. Normaliseren draagt bijvoorbeeld bij aan minder uitsluiting, maar laten we ook eerlijk zijn.

Het is natuurlijk ook een middel om kosten te drukken. Niet onbegrijpelijk in deze tijd, maar toch. Waar we als fractie wel erg benieuwd naar zijn is niet of we moeten normaliseren, maar hoe gaan we dat precies doen? Kan de wethouder ons misschien meenemen in hoe we dit normaliseringsdebat gaan voeren? Staat nu wat beperkt beschreven, terwijl dat ook heel invloedrijk kan zijn uiteindelijk op de uitvoering. Horen graag hoe het college en de Raad hierin nauw samen kunnen optrekken komende tijd. Derde punt. Er zijn op verschillende momenten ook verschillende wetten van toepassingen, zoals we dat ook lezen. Verschillende momenten, verschillende wetten van toepassingen van kracht. Daarin begrijpen we ook dat er een risico kan zijn dat zorg wordt gestapeld en ook heel duur kan worden. Zowel uit kostenoverwegingen als efficiëntie is dat wat ons beseft wel een zorg. We horen graag de reactie van de wethouder hoe we met deze visie ook, waar mogelijk, onnodig stapelen van zorg kunnen voorkomen? Het laatste punt is ook al wel

35

genoemd, ook in de inleiding van de wethouder zelf. Over de laagdrempelige inloopplekken in de stad. Is nu een memo gekomen waarin wat uitleg is gegeven over de sluiting van de Callistolaan. Maar we zijn samen met ook de WMO-adviesraad, en blij ook met hun adviezen en hun reactie die ze hebben gegeven, wel benieuwd hoe dat nou precies zit? We hebben nu een aantal locaties die nu openblijven, maar tegelijkertijd wordt gezocht naar meer laagdrempelige plekken in de stad. In de uiteindelijke situatie hebben we dan te maken met de inzet van dezelfde aantal FTE. Of is dat een situatie van capaciteit die ook wordt vergroot? Dus daar zouden we ook wat meer duidelijk uit over willen van de wethouder. Kortom voor nu, los van de vragen die we hebben, zijn we voornamelijk positief over de visie en kijken ook al nu uit naar de verordening. De heer Van Ballegooijen: Voorzitter? De voorzitter: Dank u wel. Een interruptie van de heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Korte vraag aan de heer De Heer. Als het gaat om de wijkteams dan focust u op de FTE’s. Mag ik aannemen dat voor u belangrijker is nog dat het effect wordt bereikt dan het precieze aantal FTE’s? Dat als dezelfde effecten, of de beoogde effecten, worden bereikt, dat dat dan belangrijker is voor u dan de FTE’s of begrijp ik dat verkeerd? De heer De Heer: Voorzitter, eens met wat de heer Van Ballegooijen zegt.

Hij schat dat goed in. Tegelijkertijd hangt het allemaal samen met capaciteiten en ook wel met FTE’s. Ik ben wat dat betreft wel benieuwd naar het technische antwoord daar toch ook weer op. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Wie is de volgende fractie? Beter voor Dordt? Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Dank u wel, voorzitter. Onze opmerkingen bij de visie op het sociaal domein zoals die vandaag gepresenteerd wordt. Allereerst, één plus één is geen drie en zal ook nooit meer dan twee worden. Het is natuurlijk wel goedkoper, maar het creëert eerder chaos dan synergie. Dat hebben we heel recent ondervonden met het sluiten, dan wel beperken, van de posten van de sociale wijkteams. Gelukkig is dat snel teruggedraaid, maar over hoe meer schijven en lagen er bij de aansturing en uitvoering zijn, hoe meer dergelijke onwenselijkheden op de loer liggen. Beter voor Dordt vindt het echt bizar dat zonder afstemming een uitvoeringsorganisatie de, door de Raad zo gewenste, laagdrempelige inlooppunten van het sociaal wijkteam van de één op de andere dag kan sluiten. Het kan toch niet zo zijn dat de uitvoeringsorganisatie een van de belangrijkste opdrachten die er ligt, namelijk om laagdrempelige toegang te realiseren, kennelijk niet als eerste prioriteit ziet.

Beter voor Dordt vindt het goed dat er nu een Dordtse visie op het sociaal domein komt, waarbij we aan willen tekenen dat de uiteindelijke verordening wel aan de in de visie gestelde uitgangspunten zal moeten voldoen, wat ons betreft. Het betekent ook niet dat Beter voor Dordt nergens twijfels heeft aan de haalbaarheid en geen op- en aanmerkingen heeft bij dit stuk. Het meeste daarvan heeft de voorzitter van de adviesraad WMO en jeugd al bijzonder goed verwoord. Bij het advies van deze Raad sluiten wij dan ons ook heel graag aan. Voor wat betreft jeugd en jongeren, moet er echt meer en sneller ondersteuning komen bij de hulpvragen van jongeren. De wachtlijsten zijn al veel te lang en worden steeds langer, waardoor de hulpvraag steeds complexer wordt. Het onderwijs is de handigste plek om

36

jongeren te bereiken, maar je kunt het onderwijs zelf hier niet mee opzadelen. Beter voor Dordt begrijpt heel goed hoe steeds grotere bezuiniging in de financiële bijdrage van de rijksoverheid de gemeente lijken te dwingen tot steeds meer maatregelen die de uitgaven in het sociaal domein beperken. Daarbij vragen we ons echter wel af of het echt altijd langs de weg van de kaasschaaf moet of dat er creatievere oplossingen mogelijk zijn? Langs de lijnen van, wordt vervangen door, in plaats van, wordt verminderd, waarbij bereikbaarheid en kwaliteit voor onze inwoners altijd voorop moet staan. We verwachten dat er met de adviesraad WMO en jeugd daadwerkelijk iets gedaan gaat worden en wachten, nadat we de antwoorden hier gehoord hebben op de andere vragen, die ook veel de onze zijn, wachten dus de conceptverordening af eer wij verder gaan reageren. Mijnheer Van Ballegooijen? De heer Van Ballegooijen: Voorzitter? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Ballegooijen, u heeft een vraag? De heer Van Ballegooijen: Ja, ik heb een vraag richting mevrouw Jager. Zij had het over creatieve oplossingen. Ik was eigenlijk wel benieuwd of ze daar een voorbeeld bij kon geven. Ik had er niet zo’n beeld bij. Mevrouw Jager: Ik heb wel een idee, maar dat moeten we helemaal nog onderzoeken. Als ik het nu zeg, dan ga je, maar dat kan helemaal nooit. Maar, meer wijkgericht werken.

Ook in niet alleen in sociale wijkteams, maar ook in de zorg meer wijkgericht werken. Dat kan ik er wel van zeggen. Maar hoe en wat ik daar nou precies mee bedoel, dat gaat u ongetwijfeld nog horen. De voorzitter: Dank u wel. Dit was ook uw eerste termijn? Ja? Wie kan ik het woord geven. Dat is de heer Hartmeijer van de SP. De heer Hartmeijer: Dank u, voorzitter. Als eerst, dank aan iedereen die betrokken is geweest bij het opstellen van deze visie. Zo te zien zat er een hoop werk in. Ik wil het in mijn bijdrage vooral hebben over de participatiewet, ook onderdeel van dit stuk. De SP is al langer van mening dat de participatiewet mislukt is. De afschaffing van de sociale werkplaatsen was een historische fout. Veel mensen die daar beschermd aan het werk waren, vaak met plezier, kwamen in de bijstand terecht en kregen niet de zo gewenste reguliere banen bij reguliere werkgevers. Ook de controlezucht en de jacht op mogelijke fraudeurs nam soms absurde vormen aan. Werden vooral, het werd vooral uitgegaan van wantrouwen. Deze houding vanuit de overheid is de afgelopen jaren gelukkig wel wat bijgesteld. Het is uiteraard rijksbeleid, dus wat wij hier kunnen veranderen is beperkt, maar er zijn ook binnen de wet wel mogelijkheden. Inmiddels zien we ook dat het percentage mensen zonder baan aan de lage kant is. Dat is heel mooi, maar dat kunnen we onmogelijk toeschrijven aan deze wet.

Het aantal vacatures groeit enorm. Er is overal personeelstekort. Je kunt overal aan de slag. Een prima moment dus om baanbrekend het uitzendbureau van de sociale dienst niet te reorganiseren, maar af te schaffen. Het zijn met name de commerciële uitzendbureaus waar baanbrekend mee samenwerkt. De vaak grote, internationale bedrijven die profiteren van de goedkope arbeidskracht zonder verdere verplichtingen. De zogenaamde proeftijd, waar kandidaten twee maanden lang met behoud van uitkering aan het werk gaan, zou u kunnen zien als werken zonder loon. Een constructie waarvan de tweede kamer al jaren geleden middels

37

een motie heeft besloten dat hier een einde aan moest komen. Immers, je wordt dan niet betaald door het bedrijf, maar ontvangt nog steeds bijstand. Na die proeftijd staat niets het bedrijf in de weg om weer een nieuwe kandidaat te verwelkomen. Blijkbaar is deze motie niet, of niet compleet, uitgevoerd. Natuurlijk moet een van de taken van de sociale dienst zijn om mensen te helpen aan werk. Daar is niets mis mee. Maar dit is niet de manier. Vraag aan mensen wat zij willen, waar hun talenten liggen en zoek daar een vacature bij. Of zoek het binnen de gemeente. Sommige gemeenten werken bijvoorbeeld met gemeentebanen. Werk binnen de gemeente of uitvoeringsorganisaties. Werk dat nu blijft liggen, maar wellicht goed aansluit bij mensen in de bijstand. Het blijkt daar heel goed te werken. Het is maatwerk, wat motiverend werkt. Of stimuleer vrijwilligerswerk. Ook daar is een groot tekort aan. Zodoende zijn de mensen nuttig bezig en bouwen weer een nieuw netwerk op. Dan een punt over de jeugdzorg. Via de media komen toch al regelmatig horrorverhalen naar boven over bedreigingen richting personeel, maar ook jongeren die verkeerd geplaatst worden. De vraag is eventjes hoe dat zit in onze stad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Ballegooijen zie ik alweer aanstalten maken. De heer Van Ballegooijen: Sorry, voorzitter. Ik durf het bijna niet meer, als u het zo zegt.

Mij is inmiddels duidelijk wat de SP vindt van de participatiewet en van baanbrekend, maar ik was nog wel benieuwd, misschien heb ik het gemist, maar wat vindt u van de visie sociaal die voorligt? De heer Hartmeijer: Ik heb de visie sociaal gelezen, maar ik heb besloten om de participatiewet eruit te lichten om daar iets over te vertellen. Ook vanwege het brede onderwerp, dus WMO en jeugdzorg ook heel belangrijk, maar ik heb gekozen om mijn bijdrage hierover te hebben. De voorzitter: Nog een vervolgvraag van de heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Ik snap heel goed wat de heer Hartmeijer zegt. Ik was alleen benieuwd of u positief staat tegenover de andere onderdelen, ook al heeft u daar uw betoog niet over gehouden? Of dat u negatief staat over de andere onderdelen? Dat was meer mijn vraag. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Nee, in principe sta ik daar niet negatief over. Ik merk ook aan het college dat ze met de WMO flink aan de slag zijn. Proberen de goede dingen te doen, ook in de voorgaande sessies. Daar heb ik niet per se wantrouwen naartoe. Nee. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schnabel van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Was eigenlijk meer een vraag uit interesse. U gaf aan dat er verschillende gemeenten zijn die werken dus met mensen die een afstand op de arbeidsmarkt hebben.

Kunt u voorbeelden geven van gemeenten en over wat voor taken dat dan gaat? De voorzitter: De heer Hartmeijer.

38

De heer Hartmeijer: Dat zijn gemeenten in Twente. Ik dacht Hengelo en geloof ik ook Enschede, die daar mee werken. Dat zijn dan banen waarvan gewoon gezegd wordt, wat zou u nou leuk vinden om te doen heel laagdrempelig? Daar gaan wij dan een vacature of een baan bij zoeken. Dat kan tijdelijk zijn of werk gewoon wat blijft liggen. Ze zijn heel creatief en het blijkt ook gewoon goed te werken. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van Dam Timmers, namens het CDA. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dank ook aan alle betrokkenen hierbij en dank aan de wethouder. Het is fijn om vandaag over de visie op het sociaal domein te kunnen spreken. We hebben hier al verschillende keren natuurlijk over gesproken met technische elementen. Wat ook fijn is om te zien is, is dat betrokkenen zoals de WMOadviesraad en platform tegen armoede ook hier bij ons zijn vandaag. De visie sociaal domein met bestaanszekerheid als basis, vinden we als CDA Dordrecht goed. Het uitgangspunt waarin Dordtenaren elkaar helpen, is lovenswaardig. We gaan voor voldoende kwaliteit en aanbod aan algemene voorzieningen. Eigenlijk alle uitgangspunten zijn in woorden natuurlijk goed, maar de praktijk en de toepassing van deze uitgangspunten, die zal natuurlijk uiteindelijk laten zien hoe het landt bij onze inwoners. Daar hebben we wel een aantal vragen over.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/735/documents/30671