2.6 2023-01-17 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Maar als het nou zo ernstig onder druk staat en de groei, hè, we krijgen dag dagelijks, Brian kan daar ook wel wat over vertellen, aanvragen om weer kinderen te plaatsen, dan moeten we misschien ook eens kijken van, zou het ook op een andere manier kunnen en ik wil u graag even meenemen in een filmpje waarop ze laten zien hoe dat zou kunnen. Film
19
Mevrouw De Lijster de Raadt: Ik wil nog even benadrukken, dit geldt niet voor iedereen. Maar als je op een gegeven moment zoveel groei op je af krijgt, kan je je wel voorstellen dat je kan kijken voor wie die, als je de toegang, hè, als je indiceert, dat je kijkt: voor wie zou dit wel mogelijk zijn? Naast het feit dat je dan zorgt dat er goed vervoer blijft voor degenen die dat echt nodig hebben, zijn er ook mensen die, gewoon kinderen, die zelfredzamer worden. Het doet ook iets met je en dat onderzoeken, of dat tot de mogelijkheden behoort, ja, dat lijkt mij een van de oplossingen richting hoe kan je dingen anders gaan doen en kan je kinderen zelfredzamer maken? Ja, en daar zijn ook pilots van in Nederland. Dat heten Maaspilots en in Gelderland, bijvoorbeeld, hebben ze daar een heel grote van opgezet. Dus er zijn genoeg voorbeelden in Nederland. Dit is nu HTM uit Den Haag. Er zijn genoeg voorbeelden waar dit gedaan wordt en wat wij kunnen onderzoeken of dat wenselijk is voor deze regio. De voorzitter: Dank u wel. Nou ja, ter bespreking op dit tweede onderdeel is de vraag, ja, wat gaat er goed en wat gaat er niet goed op het gebied van leerlingen- en jeugdhulpvervoer in onze regio? Ik geef daarvoor weer de insprekers, onze gasten, het woord.
Mevrouw Schrijver heeft eerder ingesproken en die … Had u vanavond ook nog een inbreng of? Mevrouw Schrijver: Dat de situatie nog onveranderd is. We hebben sinds twee dagen weer een nieuwe chauffeur. Vorige week was er bijvoorbeeld nog een rit tweeënhalf uur, enkele reis. Dan wordt Jonathan zeven uur ‘s morgens opgehaald, is die over half tien pas op school. Ja, de werkdruk is enorm van de chauffeurs en de communicatie, vinden wij, dat ook beter zou kunnen. Als een chauffeur ziek is en, hé, Jonathan gaat een uur later opgehaald worden, dan is toch het minste wat ze kunnen doen even een belletje. Wij hebben als ouders ook ons werk. Wij moeten vergaderingen afzeggen, wij kunnen niet weg. En dat voorstel van een strenger indicatiebeleid lijkt mij een mooie om mee te beginnen. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Vastenhoud. De heer Vastenhoud: Ik ben inderdaad Tobias Vastenhoud, ik ben ouder van een meervoudig gehandicapt kind van vijftien. Mijn zoon gaat naar Kiem en wij maken al vele, vele jaren met volle tevredenheid gebruik van taxi Stam, dankzij de gemeente Dordrecht. En ja, ik ben eigenlijk heel tevreden en dat is, ja, misschien helemaal een beetje een rare input, maar ik ben eigenlijk gewoon heel tevreden. Ik vind de communicatie met mijn taxi is heel helder. Kijk, natuurlijk helpen dingen.
Wij hebben al jaren een vaste taxichauffeur en elk jaar mag ik aangeven of dit weer kan en het lukt op een wonderlijke manier. Dat maakt voor mijn autistische kind heel veel verschil. En ook, even los van dat het voor mijn individuele kind prettig is, zie ik ook dat het efficiënt werkt bij de chauffeurs. Als je een vaste route hebt, zie ik dat het veel beter rijdt, dat de kinderen sneller thuiskomen dan wanneer iemand moet invallen. Maar goed, nogmaals, dat is, ja, dat kan. Chauffeursgebrek, ja, maar wij zien tot nu toe eigenlijk dat het heel vaak of bijna altijd goed opgelost wordt en anders is er altijd directe communicatie om te kijken of we zelf een oplossing kunnen vinden. Dus ja, alle lof voor mijn taxi en met dank aan de gemeente Dordt. Wat ik wel zie, is dingen die ik spannend vind, is bijvoorbeeld, ik heb even wel die stellingen, die we niet gaan bespreken maar waarvan ik er nu dan toch even eentje injas, bijvoorbeeld de kilometergrens vind ik een hele spannende, want je kunt op een iets verdere afstand wonen en heel snel op een of andere manier op je doel
20
komen of redelijk dichtbij, maar volledig vaststaan in de stad en totaal niet uit de weg kunnen met je kind. Ik geloof ook echt in het initiatief van Stroomlijn over om het te beoordelen of de doelgroepen gesorteerd kunnen worden naar andere initiatieven. Maar er zal inderdaad, zoals u ook al aangeeft, altijd een groep blijven, nou ja, waaronder mijn kind, volledig rolstoel gebonden en nou ja, die kan in die zin verder niks. Ja, er zal altijd een doelgroep blijven die van die taxibussen gebruik moet maken. Dat hij dan een uur in de taxi zit, ja, dat is de consequentie. Ook al woon je in Dordrecht en is het vier kilometer, ja, dan moet je niet zeuren, vind ik zelf. Ik ben heel blij dat het kan, want het maakt voor mij een heleboel andere dingen mogelijk. Twee en een half uur vind ik een heel ander verhaal. Dat is, ja, dat dat is niet in verhouding, maar voor binnen de stad denk ik, ja, een uur, ja, dan hoor ik, want de taxichauffeur die heeft ook andere ervaringen en die komt ook wel eens met stoom uit haar oren bij ons aan de deur. Dat ze kinderen wakker moet bellen aan de deur of dat ouders gewoon het helemaal vergeten en dat je dus voor Jan joker als chauffeur komt. Ja, dan denk ik, nou, daar zou best wat mij betreft op ingezet mogen worden, dat dat onacceptabel is. Dat doe je niet, er wordt voor jou betaald, je kind staat klaar.
Dus ik vind, het is ook een wisselwerking, een voor wat hoort wat, waarvan je dan dankbaar gebruik mag maken. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, ja. De heer Burns van taxibedrijf Stam. Heeft u op dit punt nog iets toe te voegen of? De heer Burns: Ja, ik kan beamen dat er routes zijn die heel goed gaan en die al jaren een vaste chauffeur hebben. Soms is er door tijdswijzigingen van bepaalde scholen komt er een andere dynamiek in het vervoer en toevoegingen van leerlingen of waardoor een route wijzigt. We hebben ook de verplichting om het zo efficiënt mogelijk neer te zetten. Dus in het geval Marcus gaat het altijd heel goed en doet Ria dat al jaren met plezier en ongetwijfeld dat er ook routes zijn, zeker ’s middags, waar er meer dynamiek plaatsvindt en dat heeft ook met de verwovenheid van het jeugdvervoer te maken, tussendoor. Dan moet je de keuze maken, oké, zorg ik ervoor dat het vervoer tijdig gaat of met een vaste chauffeur. Dat dilemma, daar hebben we soms ook mee te maken en ja, op het moment dat er soms een andere chauffeur naar een bepaalde route gestuurd wordt, ja, die moet de route ook leren kennen, dus dat kan het soms al langer duren. Dus dat wilde ik nog even toevoegen. De voorzitter: Dank u wel. Dan namens de adviesraad Wmo en Jeugd, de heer Bax, als laatste. De heer Bax: Ja, ik heb contact gehad met een drietal ouders die gebruikmaken van leerlingenvervoer.
Helaas moet ik, we hadden toch wat negatieve berichten, toch ook nog een paar signalen toevoegen. Eén ouder was tevreden na de verandering van de vervoerder en verder waren de ouders toch, ja, bezorgd over de gang van zaken. Ze missen vooral bij de jongere chauffeurs de vaardigheden om met de leerlingen om te gaan, met de kinderen om te gaan. Ik hoor van stress bij kinderen en ouders, dat ligt ook in de lijn wat mevrouw Schrijver zei. Taxi die niet komt opdagen of te laat is, te vroeg. Dus dat geeft veel spanningen, in sommige gezinnen ook omdat ouders inderdaad ook werken. De communicatie, ook een probleem wat ik ook van ouders hoor, de communicatie tussen de vervoerders en naar de ouders toe. Eén ouder vond dat er te veel, dat het vervoer over teveel schijven loopt, vindt dat het te veel bureaucratisch is. De vraag was ook van een van de ouders: is er voldoende besef dat de kinderen die
21
vervoerd worden ook een rugzakje hebben? Dus ik denk dat wel een aandachtspunt is. Dus dat waren eigenlijk wel de belangrijkste signalen die ik gehoord heb van ouders. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben alle gasten het woord gehad. Ik zit weer op mijn horloge te kijken, natuurlijk. Het is kwart voor negen, we hebben er nog een aantal minuten voor om dat om het gesprek aan te gaan en wat vragen te stellen. Wie mag ik als eerste het woord geven? Mevrouw van Vugt van het CDA. Mevrouw Van Vugt-Roose: Bedankt, voorzitter. Ik zat eigenlijk, los van al deze problemen, ook aan een, misschien helemaal misplaatste, oplossing te denken, maar ik wil graag weten of daar iets in mogelijk is. We hebben het nu allemaal over ritten die we eigenlijk in stand willen houden, die moeilijk vol te houden zijn door tekorten, door te lange afstanden, door filedruk. Is er ook een oplossing om dagbesteding en school richting Dordt te halen, zodat we kortere ritten krijgen? De voorzitter: Aan wie kan ik deze vraag, aan wie stelt u de vraag, wie zou deze het beste kunnen beantwoorden? Mevrouw: Ja, dat valt dan onder onderwijs, denk ik, en dagbesteding. De voorzitter: Dan lijkt mij de wethouder daarvoor de aangewezen persoon. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik kijk met een schuin oog naar de collega van de Wmo, want dagbesteding valt onder collega Van Benschop. Onderwijs zit inderdaad bij mij.
Kijk, ja, het is natuurlijk altijd zo dat je een aantal voorzieningen binnen de stad hebt, maar dat er ook een aantal voorzieningen buiten de stad zijn. Ik weet nog heel goed, vanuit uw inspraak, dat de school die het beste bij uw kind paste, zat gewoon in Rotterdam en dat zal altijd zo blijven. Je hebt niet alles in Dordrecht. Een aantal, we hebben wel een aantal heel goede scholen, ook voor deze doelgroep en ook een aantal dagbestedingslocaties natuurlijk die zeer nabij zijn. Goed onderwijs, zeker dit type onderwijs voor kwetsbare kinderen, dat dat laat zich, daar zit wel een bepaalde specialisatie is er aan gekoppeld en we willen in Dordrecht een evenwichtig voorzieningenniveau hebben, maar of je meer of minder onderwijs hebt, je zult altijd met leerlingenvervoer te maken hebben. Je zult altijd met dagbestedingsvervoer te maken hebben. De mate waarin kan iets verschillen, maar het maakt, de meest fundamentele discussie het gesprek over welke keuzes je maakt, maakt het in principe niet anders. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er, de heer Boersma, ChristenUnie/SGP. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u wel.
Ik zit een beetje in een overpeinzing, want we hebben eigenlijk horen we twee verhalen, hè, het verhaal van mevrouw Schrijver wat we de vorige keer ook gehoord hebben, wat best heel indrukwekkend is en wat ook heel schrijnend is en een verhaal van eigenlijk hè, van waar het wel goed gaat en dan vraag ik me af hoe kan het nou zijn dat dat blijkbaar verschilt per taxibedrijf, ik ga er even vanuit dat dat een ander taxibedrijf is, en hoe kunnen we dan ervoor zorgen dat die kwaliteit van taxibedrijven, dus de kwaliteit waarvan de heer Burns van Stam zegt van nou, daar gaan wij voor, hè, met de vaste chauffeur bijvoorbeeld. Nou, ik hoorde mevrouw Schrijver die heeft volgens mij inmiddels de dertigste misschien veertigste chauffeur wel in al die jaren. Hoe kunnen die verschillen zo groot zijn? Hebben we nog
22
een mogelijkheid om, ondanks dat je zegt van nou, we hebben een tekort aan chauffeurs, dat we toch met elkaar iets vinden over dat die kwaliteit, hè, zeker voor kwetsbare jongeren, om te voorkomen dat dat allemaal verkeerd loopt, want dan denk je ja, waarom kan het ene taxibedrijf het wel en het andere taxibedrijf dat niet? Dus misschien kan de heer Burns van Stam daar iets over zeggen over hoe zij dan die kwaliteit garanderen en kan u iets zeggen van ja, hoe kun je daar iets meer op sturen om te zorgen dat die kwaliteit voor al onze jongeren op een soortgelijk niveau komt? De voorzitter: Dank u wel. Ja, mijnheer Burns, aan u wordt de vraag gesteld. Ook aan een ieder weer de oproep om het even beknopt te houden. De heer Burns: Om te beginnen, we hebben Jonathan ook vervoerd. In de vorige concessie zijn wij ook verantwoordelijk geweest, eigenlijk, voor het vervoer vanuit Dordrecht, alle kinderen die geografisch in Dordrecht zaten, die vervoerden wij en met de nieuwe aanbesteding is dat anders geworden en haalden we eigenlijk alle kinderen naar Dordrecht toe. Wij kenden de doelgroep, we zijn al vele jaren vervoerder van de gemeente Dordrecht. Dat dat maakt het inzichtelijker voor ons en tijdens een transitie van contracten waarin alles nieuw wordt, dan is een implementatie daarin heel lastig. En voordat je eenmaal de juiste mensen op de juiste plekken hebt.
Ja, dan gaan daar maanden overheen, dus de korte implementatietijd die nu heeft plaatsgevonden en daarin dat daar vastigheid in is, of dat daar gewenst is, ja, dat zou voor ons ook een uitdaging zijn. Dus het heeft er meer mee te maken met de voorgeschiedenis die wij hadden met het vervoer dat het voor ons haalbaar was om het op deze manier te doen dan dat wij daarin … We zien ons, we onderscheiden ons natuurlijk graag ten opzichte van andere vervoerders, maar dat brengt wel heel veel uitdagingen met zich mee. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw De Lijster, misschien wilt u daar nog wat aan toevoegen. Mevrouw De Lijster de Raadt: Ja, een korte aanvulling. Het vervoer is dus Europees aanbesteed en vervolgens komen daar vervoerders uitrollen waar je niet kan zeggen nou, die behoudt dit of die behoudt dat, de markt schrijft in. Normaal gesproken is een onderdeel van de CAO ook dat chauffeurs volgen werk en dat is het mooie en dat heet, dat is een speciale bepaling ook vanuit de Europese aanbesteding en het sociaal fonds taxi die bewaakt dat die overgang van dat personeel naar het opvolgende werk. Dus dan zou je zeggen: geen probleem. Tot het leerlingenvervoer werd aanbesteed. 2021 zijn we van start gegaan en er kwamen geen chauffeurs over.
Dus verschraling van de markt heeft ervoor gezorgd dat in de SROI periode, de overgang of de OPOV-regeling, zo heet die regeling, overgang personeel bij overgang vervoerscontract, nog geen chauffeurs overkwamen. Dus de nieuwe vervoerder, die kwam al met 4-0 achterstand en moest nog gaan werven. De chauffeurs zijn werk niet gevolgd en dat is ook een onderdeel van de verschraling van de taxichauffeur in de markt. De voorzitter: Dank u wel. Misschien nog tijd voor een vraag. Mevrouw Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, voorzitter. Ik heb een korte vraag aan mevrouw De Lijster: worden er dan ook, wanneer, zeg maar, vervoersbedrijven dus
23
inderdaad voor Stroomlijn BV gaan werken, ook voorwaarden gesteld die ook betrekking hebben op de kwaliteit in het leerlingenvervoer en zo ja, hoe zien die eruit? Mevrouw De Lijster de Raadt: Ja, dat is een programma van eisen waar eigenlijk alle kwaliteitseisen in opgenomen zijn. De vervoerders schrijft zelf ook een plan hoe hij bijvoorbeeld … We hebben uitgevraagd op goed werkgeverschap, hoe zorg je voor langdurige contracten, daar hebben we allemaal op uitgevraagd, daar hebben ze punten voor gekregen en het is niet zo dat wij op prijs hebben uitgevraagd, maar dankzij, nou, uw goedvinden zijn wij uiteindelijk met 70 procent kwaliteit en 30 procent prijs hebben we dit bestek in de markt gezet en daar zitten al die voertuigeisen in en die veiligheidseisen en die opleidingseisen van die chauffeur en goed werkgeverschap en partnerschap, hè, hoe werk je goed samen? Ja, die zitten daarin geborgd in dat programma van eisen en dat inkooptraject is ook langs alle wethouders gegaan om dat af te stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag nog een vingertje bij mevrouw Vol van de Partij voor de Dieren en dat is dan echt de laatste vraag voor nu. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel.
Ik maak me een klein beetje zorgen over maak, is toch die communicatie, die hoor ik terugkomen dat mensen dan niet weten waar ze aan toe zijn en ik zit dan heel praktisch na te denken, maar mijn Albert Heijn die laat iedere keer krijg ik zo’n appje, zeg maar, dus ik vraag me af is zoiets mogelijk, dat je gewoon een betere communicatie hebt naar iedereen toe, zodat ze weten waar ze aan toe zijn. Ik weet niet of dat onderzocht is ooit. Of, nou ja, graag uw mening. Mevrouw De Lijster de Raadt: Ik denk dat we even aan Brian ook moeten vragen, want wij doen zelf de regie niet op het, dat doet de vervoerder zelf. Dus sprake van bureaucratie is niet echt aan de orde. Voor het leerlingenvervoer is het de vervoerder zelf die de regisseur is. Wij bewaken alleen en hebben de consulent functie. Dus misschien, ja, kan jij iets vertellen over communicatie? De voorzitter: De heer Burns. De heer Burns: Daar is software voor, al zijn wij het enige land in de wereld die het groepsvervoer kent. Dus we zijn ook, ja, een beetje beperkt tot wat de Nederlandse marker biedt. Wij maken gebruik van een systeem waarin ouders kunnen inloggen de verwachte aankomsttijd kunnen zien. Ja, dat. Dus het is er wel, alleen ja, voor de ouders is het soms ook lastig om, of de ouders of verzorgers om ze daarin te betrekken en waar ze dat, en alle functies, ja, hoe ze hoe ze het systeem ook moeten gebruiken.
Dus het is er wel, alleen het houdt niet altijd realtime bij. Dus als er een voertuig later is of ja, dat kan wel eens plaatsvinden en we doen wat we kunnen, dus als er een aantal, ja, we zijn beperkt met de mensen die bij ons op de centrale zitten, dus als er als er uitloop is op bepaalde specifieke routes dan kunnen we die mensen nabellen dat ze in ieder geval voorbereid zijn en dat de kinderen niet buiten staan, bijvoorbeeld, in de kou. Maar dat is lastig, op hetzelfde moment gaat er zo’n groot volume de weg op. Ja, om iedereen dan tegelijkertijd te informeren, dat is lastig. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik voorstellen dat, als afsluiting, dat ik nog kort ook wethouder Heijkoop het woord geef om te reageren op dit gesprek.
24
De heer Heijkoop: Oké, voorzitter, dat is prima. Ik moet zeggen, ik kan me eigenlijk, ook namens collega Van der Linden, naadloos aansluiten bij de woorden ook van collega Van Benschop. Kijk, de maakbaarheid is eindig en ik heb in het verleden ook veelvuldig in contact gestaan met Stroomlijn. Ik ben ook een keer op werkbezoek geweest bij Stam en dan spraken we altijd wel naar elkaar uit van, het gaat nog goed, het gaat heel erg goed, maar ook wij zien langzaam wel die personeelstekorten steeds nijpender worden en wij gaan ook in deze regio op den duur keuzes moeten maken om de continuïteit, de kwaliteit voor de meest kwetsbaren te borgen. En we hebben met corona gezien, toen was het echt even een soort van shake out in heel die sector en dat heeft nog een extra klap gegeven en dat maakt nu dat het dat het nijpend is. Ik heb heel veel respect voor de inzet en de flexibiliteit om elke keer weer de gevolgen voor reizigers en voor onze inwoners te beperken en ik respecteer ook zeer de keuze van uw raad dat u zegt van nou, we laten dit allemaal even tot ons doordringen, we gaan er eens goed over nadenken. Maar wij willen vanuit het college graag met beleid komen, integraal beleid vanuit de verschillende doelgroepensoorten en daarbij willen wij uw raad echt heel nadrukkelijk goed in positie brengen.
Dus we hopen in een volgende sessie, en dan spreek ik eigenlijk ook Chris van Benschop na, dat uw raad ook aan de hand van die stellingen wellicht wat richtinggevende uitspraken wil doen. Ik vond dat er al een mooie voorzet gegeven werd ook door een van de ouders van hoe wij dat beleid moeten gaan herijken, hoe we dat moeten gaan richten op een wijze waarvan u zegt als raad van, oké, natuurlijk willen we het liefst iedereen altijd 100 procent perfect helpen, maar gezien het gegeven dat het gewoon niet meer kan, welke keuzes willen we dan maken? Dat is wel de wens vanuit het college dat u dan die richting meegeeft en dat wij aan de slag gaan voor u en dat brengen we natuurlijk dan ook weer bij u terug om het uiteindelijk ook van oordeelsvorming te laten voorzien. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag dat er nog één reactie is van de heer Van Ballegooijen van de VVD. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zou graag aan willen sluiten bij de wethouder, gedeeltelijke althans, met de oproep eigenlijk dat hier op het acute probleem keuzes gemaakt moeten worden. Ik vind het jammer dat we het, mijns inziens, daar te weinig over hebben kunnen hebben.
Ik wil graag twee dingen meegeven wat betreft de stellingen en mochten er meer keuzemogelijkheden zijn, dan hoor ik ze uiteraard ook graag, maar de twee dingen die ik zou willen meegeven, die ik zou willen vragen of dat mogelijk is, is één, het is voor mij lastig in te schatten wat op een gegeven moment voldoende is aan keuzes om dan wat er overblijft te kunnen garanderen. Dus wat is op een gegeven moment, op welk punt hebben we voldoende, hoe ver moeten we moeten we gaan? Dus ik weet niet of dat mogelijk is om daar per stelling een bepaalde soort waarde aan te hangen waarmee we weten nou, op een gegeven moment komen we tot een tot een niveau wat we zeggen nu is het weer draagbaar, gezien de personeelstekorten en de andere is eigenlijk, ik zou het ook fijn vinden als er een mogelijkheid is voor alle gasten die vandaag aanwezig zijn, de verschillende groepen, om eigenlijk ook hun input te leveren op deze stellingen, zodat we ook weten, vanuit die groepen, wat huns inziens draagbaar is op deze vlakken, of dat haalbaar is om hen ook daarbij te betrekken, wat natuurlijk eigenlijk vandaag de bedoeling was geweest. Dank u wel, voorzitter.
25
De voorzitter: Dank u wel. Ja, ik … Sorry, ja, de wethouder. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, want de suggestie die wordt gedaan, dat vind ik eigenlijk wel een goede. Kijk, wij hadden die stellingen in de beeldvormende zin aan u willen voorleggen om wat gevoel te krijgen bij welk beeld de raad heeft bij de te maken keuzes, zodat ze die verder konden uitwerken en ook konden voorzien van wat onderbouwing, facts, figures, gevolgen. Er wordt nu eigenlijk gevraagd van, voor de volgende sessie, werk die stellingen iets verder uit al op de consequenties, op de financiële gevolgen, op de gevolgen voor de werkdruk. Collega Van Benschop noemde bijvoorbeeld al het gevolg van veel minder reizigers door een bepaalde maatregel, twintig procent minder reizigers. Ik denk dat we daar vanuit het college wel in kunnen voorzien. Dus om u nog nadere informatie te geven aan de hand van deze stellingen, wat eigenlijk de facto ook gewoon keuzemogelijkheden zijn, zodat u daarbij ook nog wat meer gevoel krijgt bij de impact van de keuzes die u kunt maken en ook de mate waarin ze met elkaar samenhangen. Dus ik denk dat we dat als college wel mee kunnen nemen richting een volgende sessie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Heijkoop. De heer Boersma: Voorzitter, mag ik daar nog een aanvulling op doen? De voorzitter: Ja, nog een dan.
De heer Boersma: Om te voorkomen dat we dan, zoals we het met andere discussies ook wel eens hebben, heel erg vanuit de beperkingen gaan denken, zou ik dan bij het uitwerken van die stellingen ook wel iets willen zien over de basiskwaliteit die we met zijn allen willen kunnen garanderen en kunnen blijven garanderen. Dus ik snap de hele discussie over het tekort wat er is en de inzet van mensen en dat we keuzes moeten maken, alleen die keuzes moeten we ook wel kunnen maken op basis van wat gaan we nou kwalitatief wegen? De voorzitter: Dank u wel. Ja, ik constateer dat er dus behoefte is, zowel vanuit het college als ook vanuit de commissie, om een volgende sessie te laten plaatsvinden in de vorm van een consultatiesessie waarbij we op de stellingen in kunnen gaan, waarbij we ook de betrokkenen mogelijk uitnodigen, die hier aan tafel zitten, om daar ook hun input op te geven. Heb ik dat juist samengevat? Ik kijk even rond. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Ja, kijk ook misschien even een beetje naar de griffie van, kunnen we dat niet combineren met echt een oordeelsvormende sessie, dat we wat langer de tijd nemen achter elkaar? De voorzitter: Ja, er ligt geen stuk voor waar we een oordeel over moeten vormen, dus dat is wel ingewikkeld, nog. Er ligt nog geen raadsvoorstel of iets dergelijks. Qua tijd, anderhalf uur kunnen.
Ja, hoor ik naast mij gesouffleerd, dat dat wel kan in een nieuwe sessie van anderhalf uur. Dus dat we daar goed de tijd nemen om de input mee te geven. Beeldvormend, ja. Ja? Dan dank ik u allen hartelijk. Speciaal een woord van dank nog aan de gasten die hier aanwezig zijn en ja, ik wens u een goede avond verder.
26
4. Instemmen voorgesteld besluit RKC inzake het onderzoek ' Een duurzaam huis voor iedereen', over hoe het is gesteld met de verduurzaamheidsopgave van woningen in de gemeente – Raadsvoorstel Voorzitter: J.F. van Vugt-Roose Commissiegriffier: D.G.H. van Poppel Aanwezig: Mevr. Van Vugt (voorzitter) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Mevr. Striebeck (VSP) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Mevr. Vol (Partij voor de Dieren) Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Doeze Jager (CDA) Mevr.Van Poppel (commissiegriffier) Dhr. Den Dulk (PVV) De voorzitter: Wil iedereen die nu hier niet meer hoeft te vergaderen rustig gaan zitten of de zaal verlaten? Dank u wel. Ik wil iedereen hartelijk welkom heten bij deze oordeelsvormende vergadering over het voorgenomen besluit van de rekenkamercommissie inzake het onderzoek een duurzaam huis voor iedereen. De raadsleden zijn natuurlijk allemaal welkom en ook iedereen die hier verder kijkt. Voor het verslag wil ik vragen aan de raadsleden om zich kort even voor te stellen en ik begin voor de verandering een keer rechts. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht.
De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. Mevrouw Vol-van der Holst: Danielle Vol, Partij voor de Dieren.
27
De heer Boersma: Jan Willem Boersma, ChristenUnie/SGP. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Stam: Marco Stam, Fractie van Waardhuizen. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Doeze Jager: Sandra Doeze Jager, CDA. Mevrouw Van Poppel: Denise van Poppel, commissiegriffier. De heer Den Dulk: Antony den Dulk, Partij voor de Vrijheid. De voorzitter: Ook goed, ja, ik had u bijna niet gezien, dank u wel. Zijn er nog meer mensen op de tweede ring? Nee? U kunt gewoon aan deze tafel komen zitten. Als u dat wil doen, is dat wel handig. Oké, en ik ben Franciske van Vugt, uw voorzitter van vanavond. Op 22 november, bij die vergadering was ik ook, hebben we het met elkaar erover gehad dat … De rekenkamercommissie kwam toen verslag doen, heeft een hele presentatie gegeven en ze kwamen ook met een voorstel om voor te leggen aan het … Of om dat zo door te sturen als hamerstuk naar het college.
We vonden dat allemaal net niet genoeg en we hebben toen tijdens een commissievergadering gezegd dat er op twee punten aanscherping nodig is en het eerste aanscherping punt was: hoe kan de raad nou grip krijgen op de beleidscyclus, op genoemde aanvulling op de prestatieafspraken die de gemeente maakt met woningbouwcorporaties op het thema van verduurzaming? En dat is, nou, de rekenkamercommissie adviseerde ook om dat concreter te maken, de voortgang te monitoren en te bespreken met de raad. Dat stond er nu nog niet expliciet in. Het tweede punt was: hoe kan de raad sturen op het bevorderen van samenwerking tussen afdelingen van de gemeente? In dit geval het facetbeleid opgave duurzame stad en het sectorbeleid cluster stad. Dus we hebben nu eigenlijk ter bespreking het stuk wat door de heer Noldus en de heer van Op Ons Eiland, Tutupoly, maar u neemt waar dan, denk ik, de heer Gündogdu kan dat dan ook verder verduidelijken. Dus ik zou graag eerst het woord geven aan de twee mensen die het hebben geschreven en vervolgens kunnen wij er iets van vinden en misschien wordt het een heel korte vergadering en misschien wat langer, we gaan het zien. Het woord is aan de heer Noldus. Eerst, ja, oké. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank. Iets dat we hebben geschreven, is inderdaad, we hebben een kort amendement wat op twee punten iets extra’s toevoegt.
Het eerste punt is eigenlijk het vijfde bullet uit het stuk wat erbij zit. Het is niet helemaal in kleur weergegeven, maar dat is eraan toegevoegd om prestatieafspraken die we maken met de corporaties, om daar een beleidscyclus op te zetten om daar ook meer sturing en meer grip op te hebben. Dat was, denk ik, terecht één van de punten uit het
28
rekenkamerrapport. Nou goed, we hebben daar vragen over gesteld en ik denk dat het goed is, en eigenlijk kwam dat antwoord ook wel een klein beetje uit het college, maar ik dat het goed is als we daar met de corporaties maar vooral met onszelf een beleidscyclus opzetten waarop we meer sturing geven, meer handvatten hebben om daarop bij te kunnen sturen door de jaren heen, want er zitten toch een aantal belangrijke opgaven die we in deze prestatieafspraken vormgeven. Dus nou, dat is in het kort wat we hebben opgeschreven. Ik weet niet, heel veel meer introductie daarvan heb ik ook niet. Geef ik graag het woord aan de heer Gündogdu, via de voorzitter, als dat kan. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Onzerzijds, vanuit Op Ons Eiland.
We hebben inderdaad samen met de Dordtse VVD gekeken naar het amendement waarbij we dus hebben vastgesteld, nou, datgene wat de rekenkamercommissie ons heeft aangeboden, nou, dat sluit heel goed aan op wat wij denken, politiek gezien, het handigst is met een aantal aanpassingen, dat heeft uw collega zojuist ook gedaan en met name hebben wij ook een aanpassing, of althans het voorstel, want het is in de vorm van een amendement waar u over gaat, wij zijn van mening en nou, dat is iets wat de afgelopen jaren veelvuldig ook ter discussie is gekomen, dat juist als het gaat om het beeldkwaliteitsplan of beeldkwaliteit, maar ook, zeg maar, het beleid van de gemeente en met name als het gaat om verduurzamen van met name historische gebouwen, dat er wel een eenduidige richting naar onze bewoners en ondernemers zou moeten gaan, want er wordt nog te vee, naar ons inziens, zeg maar, niet eenduidig antwoorden gegeven zodanig dat onze bewoners ondernemers gaan zoeken van ja, wat kan ik nou nu gaan doen omdat het antwoord niet altijd helder is. Vandaar dat wij, en ik meen dat ook het CDA in dit kader ook een agenderingsverzoek heeft gedaan, om daar in dit amendement aandacht voor te vragen om vanuit één loketgedachte heldere informatie te geven aan iedereen die wil verduurzamen aan zijn woning of bedrijfspand. Dat ter toelichting. De voorzitter: Bedankt.
De heer Noldus heeft dus vooral de vijfde bullet toegelicht en de heer Gündogdu vooral de laatste bullet. Dan zouden we daarover nu het debat kunnen voeren of eerst nog een rondje? Ja, reacties graag op deze twee punten. De heer Van der Meer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik sluit, om te beginnen graag aan met wat de heer Gündogdu heeft gezegd, hoewel de technische mogelijkheden voor verduurzaming voorhanden zijn en er zeker ook voor particulieren financiële mogelijkheden zijn om dat te ondersteunen, lijkt het verduurzamen in de praktijk veel moeizamer te verlopen dan wat nodig is om die energietransitie, in het tempo dat we willen, te realiseren en zeker ook om zo snel mogelijk de energiekosten te verlagen, wat voor velen van groot belang is. Belangrijk dus om dit als een integraal agendapunt mee te nemen en niet alleen als facetbeleid en ook om de vinger aan de pols te houden met betrekking tot de effectiviteit. De aanscherping die het amendement voorstelt, heeft daarom van harte onze steun. Ik wil ook graag nog even expliciet in dit verband aansluiten bij wat de heer Gündogdu heeft gevraagd: aandacht vragen voor de noodzaak om met name ook particuliere eigenaren proactief te benaderen. Informatie, advies en soms ook geld is beschikbaar, maar velen weten toch niet, zitten met de handen in het haar over wat in concreto te doen.
Meer energiecoaches en andere manieren om
29
eigenaren actief te benaderen, kunnen helpen. En mijn vraag aan het college is of zij daar mogelijkheden toe ziet. Dank u wel. De voorzitter: Is dat een vraag die u straks al beantwoord wil zien, of geeft u dat mij op moment dat we de raadsvergadering hebben? De heer Van der Meer: Als er nu een antwoord op gegeven kan worden, zou dat mooi zijn. De voorzitter: Dan, de vraag is dus of er meer inzet nog kan zijn om energiecoaches in te zetten om het handen en voeten te geven, dit beleid. Daar komt het op neer, hé? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, de vraag strekt iets verder dan de bespreking van vandaag. Collega De Jonge heeft mij gevraagd hier aanwezig te zijn omdat die belangwekkende zaken gebeuren en zij in de andere vergaderkamer aanwezig is. En zoals de heer, goh, waar zit u nou? Oh, daar. De heer Van der Meer, ja, ik dacht, ik wil hem even aankijken als ik tegen hem praat. De heer Van der Meer weet, zijn de energiecoaches de verantwoordelijkheid van collega De Jong, in ieder geval portefeuille van collega De Jonge en zij is enorm gebrand op verbrede inzet van die energiecoaches, uitbreiding van het aantal energiecoaches. Dus ik denk dat het zeker ook onderdeel van de uitwerking zal zijn. Die toezegging kan ik wel doen, omdat dat voortdurend aandacht heeft van de collega, maar wellicht niet direct in relatie tot dit rekenkameronderzoek, zeg ik daar wel direct bij.
Die inzet vanuit het college, die loopt daar eigenlijk parallel aan, maar staat er wel los van. De voorzitter: Zijn er meer reacties? Ja, de heer Boersma, ChristenUnie/SGP. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, de eerste gewijzigde bullet, zeg maar, waar de heer Noldus zijn toelichting op gegeven heeft, daar kunnen wij sowieso ook van harte achterstaan. De laatste bullet, inhoudelijk kan ik daar ook heel goed mee leven. Ik heb daar nog wel een vraag over, want ik vind dat we in de formulering wel heel erg richting de verantwoordelijkheid van het college opschuiven, omdat we expliciet verschillende afdelingen noemen en mijn vraag is van ja, moeten we dat nou zo gedetailleerd zeggen of kunnen wij gewoon, en daar zou ik graag een reactie van de heer Gündogdu willen, maar uiteindelijk ook wel van de wethouder, of we gewoon als raad de opdracht geven aan het college om te zorgen voor een integraal beleid voor de hele gemeentelijke, hè, althans een duidelijk beleid voor iedereen waarvan onze inwoners weten waar ze aan toe zijn en niet van het kastje naar de muur gestuurd worden.
Maar uiteindelijk, het is een klein dingetje, hoor, dus dat wil niet zeggen dat we dan dit amendement niet zouden steunen, maar … En dan aan het college de verantwoordelijkheid laten om dan te zorgen dat die individuele afdelingen ook gewoon die samenwerking zoeken en gewoon die eenduidigheid tentoon spreiden. De voorzitter: Dus de vraag aan de heer Gündogdu: moet het zo specifiek of kan het algemeen gemaakt worden dat we duidelijk beleid willen zodat de inwoners weten waar ze aan toe zijn? De heer Gündogdu: Voorzitter, ik hoor mijnheer Boersma. Weet u, datgene wat hij nu schetst, dat staat precies in deze laatste bullet. Kijk, dit is misschien vanuit zijn
30
bewoordingen heel strikt geschreven, maar dat is alles behalve onze bedoeling. Het is eenvoudigweg gewoon een opdracht aan het college van joh, er zijn diverse beleidsafdelingen bezig met eenzelfde onderwerp. Zorg ervoor, alsjeblieft, dat dit belangrijke onderwerp, juist nu in deze tijd, dat dat eenduidig is en ook naar buiten eenduidig wordt gecommuniceerd. Kijk, over de praktische uitwerking, daar gaan wij natuurlijk niet over, maar het is echt dat één loket gedachte en ervoor zorgen dat die afdelingen met elkaar om tafel gaan en samenwerken. De voorzitter: Bedankt, ik zie dat de heer Boersma u ook snapt. Mevrouw Stolk van VSP. Mevrouw Stolk: Ja, even een aanvulling en ter ondersteuning van de heer Gündogdu, ik heb het een paar weken geleden, dat is gewoon even als voorbeeld om te geven de gedachte van één loket, we hebben het energie loket, we hebben de gemeente Dordrecht en we hebben de SVN. Nou ben ik zelf aan bellen gegaan voor voor mezelf iets. Nou weet ik wel een beetje de wegen te bewandelen, maar dat weet niet iedere Dordtenaar. En als je al weinig geld hebt en heel moeilijk de eindjes aan elkaar kan knopen. Ik zal u in het kort vertellen hoe dat gegaan is. Heel, heel kort, hoor, want is maar gewoon één voorbeeld.
Ik ben gaan bellen naar het energieloket, het energieloket verbond me weer door naar de gemeente Dordrecht, de gemeente Dordrecht wist het niet, verbond me weer door naar het energieloket. Het energieloket, dat zei van nou, ja, nee, dat weet ik eigenlijk ook niet, maar dan moet u even contact opnemen met de SVN. Ik heb contact opgenomen met de SVN en de SVN zei nee, u moet toch contact opnemen met uw gemeente. Ik weer terug naar de gemeente, tot op een gegeven moment ik dacht van nou, krijg nou maar de hik. Dus ik heb de wethouder een berichtje gestuurd en die heeft mij ook direct geholpen. Dat moet ik ook heel eerlijk zeggen, dus complimenten daarvoor, maar nou weet ik de weg te bewandelen, maar dat weten die Dordtenaren niet. Dus dit even ter ondersteuning hoe belangrijk het is om te communiceren naar onze inwoners van de stad, als we die versnelling echt willen maken en wat mij betreft hoeft daar niet altijd een tandje bij, want wij hebben liever van nou, doe het maar ietsje rustiger dan, bij wijze van spreken, GroenLinks. Daar verschillen we dan misschien iets van mening, maar als het gaat om verduurzamen en lasten naar beneden te drukken van onze inwoners van de stad, dan denk ik dat daar wel een tandje bij mag.
Dus dat even ter ondersteuning van de heer Gündogdu en dat kunnen wij dan ook ten volle ondersteunen, die gedachte en dan ook de communicatie op websites, want dat was ook niet aangepast en dat is echt ook de andere dag direct aangepast door de wethouder, dat er dingen niet meer beschikbaar waren. Maar communiceer dat of doe dat in het plaatselijke krantje, ik weet niet hoe, maar mensen weten ons niet altijd te vinden. En dat is echt een ding wat speelt. De voorzitter: Bedankt. Mag ik ook concluderen dat u het eens bent met deze toegevoegde bullet, denk ik? Ja. U heeft vast een heel ingewikkelde vraag gehad, denk ik, maar goed, die is in elk geval opgelost. Ik zie eerst mevrouw Schnabel. Of … De heer …: Nee, ik wou hierop reageren, want om onduidelijkheid te voorkomen, als zou ik de onderliggende gedachten niet steunen. Die steun ik, alleen het ging mij erom van, wij formuleren met elkaar een kader van mensen moeten gewoon snel informatie kunnen krijgen, moeten niet van het kastje naar de muur gestuurd worden. En hoe dat precies georganiseerd wordt, is verantwoordelijkheid college en dat was één klein
31
puntje. Ik vond hem hier heel specifiek verwoord richting verschillende afdelingen. Dat is eigenlijk enige wat ik aan wou geven. Maar de gedachte ondersteun ik ten volle. De voorzitter: U ondersteunt het ook, alleen het was heel specifiek. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Ook in aanvulling op mevrouw Stolk, ik had een vraag aan de heer Gündogdu. Wij vinden het natuurlijk ook heel belangrijk dat daar één informatievoorziening is en misschien zit het al te veel op de uitwerking, maar is er ook over nagedacht of dat het zowel in het centrum is als ook in de wijken? Zodat mensen ook in de wijken veel meer informatie op kunnen halen? De heer Gündogdu: Nou ja, het is, kijk, Dordrecht is natuurlijk niet beperkt tot het centrum. Ja, het gaat eigenlijk om de basale vraag: hoe willen we nou de juiste informatie zo goed mogelijk onder de aandacht brengen van onze ondernemers, bewoners en stichtingen die gewoon de hulp nodig heeft en die ook een eenduidig antwoord krijgt. Dus wat dat betreft ja, ik zou zeggen ook opeens aansluitend op wat mevrouw Stolk aangaf, ja, zo breed mogelijk en hoe dat dan vervolgens zijn vorm krijgt, dat is aan het college. Maar daar, dat is aan hen, de uitwerking. De voorzitter: Zo breed, maar wel zo eenduidig mogelijk, dat geeft u hieraan.
Wie wil er nog reageren op de wijzigingen ten opzichte van vorige keer? De heer Wringer van Beter voor Dordt. De heer Wringer: Ja, dank, voorzitter. Met het punt van de heer Noldus stemmen we natuurlijk in. Het monitoren van ‘…’ afspraken en regelmatige feedback is natuurlijk alleen maar goed. Ook het punt van Op Ons Eiland. Maar we zien daar misschien ook wel een probleempje, want als college willen we dat iedereen gaat verduurzamen, maar bijvoorbeeld de bewoners van een gemeentelijk monument, die komen nog wel eens in conflict met de welstandscommissie. Hoe denkt het college daarmee om te gaan? De voorzitter: De conflicten met de welstandscommissie. Aan het college het woord. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dit is altijd gevaarlijk als ik me over de welstandscommissie ga uitspreken en over zonnepanelen en heel die discussie.
Wat mij betreft trouwens wel een voorbeeld van waar het net overging, dat je als gemeente eenduidig beleid wil, want dat is volgens mij het belangrijkste in de laatste bullet, dat punt, en de heer Boersma begrijp ik wel, want als het dan gaat over dat je de uitvoering van dat eenduidige beleid ook eenduidig communiceert en eenduidig organiseert, dat is echt wel een collegebevoegdheid, maar dat is, denk ik, nadrukkelijk wel de wens dat dat eenduidige beleid op die manier hier ook naar voren wordt gebracht en dat één loket, dat zou, denk ik, heel goed de wethouder kunnen zijn, want dat is een bewezen succesvol concept, alleen ik denk dat ik haar geen plezier doe als ik die toezegging hier doe. Dat we haar mobiele nummer op de website zetten van al uw vragen, bel de wethouder, maar het toont wel haar enorme betrokkenheid dat ze gelijk hiermee aan de slag is gegaan. Dus waar het gaat over het spanningsveld tussen enerzijds welstand en anderzijds de zonnepanelen, uw raad heeft het al een paar keer, volgens mij, goed benoemd en ik denk dat je … Die spanning moet … Je moet nu even met elkaar naar de hitte toesturen en daar echt keuzes in durven maken, want de welstandscommissie doet op zichzelf prima haar werk vanuit de kaders die van uit de raad zijn meegegeven. Ja,
32
daar kunt u over van mening verschillen, maar in ieder geval die kaders, daar zijn ze mee aan de slag gegaan. Vanuit het duurzaamheidsbeleid hebben we ook een bepaalde keuze waar het gaat over zonnepanelen toestaan. Ja, het is uiteindelijk aan u raad om die mogelijkheid ook te bieden en ik weet dat collega De Jonge daar met een aantal van u ook al eens over gesproken heeft en het is uiteindelijk aan u raad in hoeverre die afweging van belangen, want het monumentale aanzicht van onze stad is natuurlijk wat waard, enerzijds de verduurzaming en de betaalbaarheid van de energierekening. Dat is echt wel een factor die erbij is gekomen en daar moet uiteindelijk een weging in komen. En daar treed ik hier niet in, het is ook niet mijn portefeuille, maar dat is wel nadrukkelijk uw verantwoordelijkheid als raad om dat samen met het college op te pakken. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Even daarop inhakend, want het is inderdaad natuurlijk een hot item en met name ook in de binnenstad, daar zouden we dan toch eventueel een amendement over in kunnen dienen? Stel nou dat wij als raad zeggen: de inwoners in de binnenstad, daar kunnen we niet tegen zeggen van nou, jongens, jullie mogen geen zonnepanelen, want dat treft het aanzien van de stad.
Ik kan me niet altijd voorstellen als je zonnepanelen ergens neer kan leggen, want je kan ze op je schuur neerleggen, het hoeft niet altijd aan de voorkant van … Maar ik vind niet dat je kan zeggen tegen inwoners van bijvoorbeeld het centrum, van het hart van de stad, door te zeggen van ja, maar jullie betalen maar gewoon een heel hoge energierekening, want je woont nou eenmaal in zo’n pand, dat kan volgens mij in deze tijd niet meer. Daar moeten we als raad, denk ik, keuzes in maken door te zeggen van ja, hoe gaan we dat dan wel oplossen en aan welke eisen moet dat dan voldoen om die mensen wel hun huis te laten verduurzamen? Want dat gaat er bij mij gewoon niet in dat dat niet kan en mensen, want dat zijn vaak ook nog eens een keer … De voorzitter: Even afronden. Mevrouw Stolk: Ja, huizen die, dat zijn natuurlijk heel oude huizen waar overal kieren en gaten misschien wel zitten. Ja, dat kan je toch niet meer verkopen in deze tijd, denk ik. Dat was … Nou, ik rond hem nu af, klaar. De voorzitter: Dank u wel, want we voorkomen hiermee ook die andere discussie die waarschijnlijk binnenkort ook komt. Het gaat hier over het beleid wat gemaakt wordt en de kaders gaan wij binnenkort misschien bijstellen. Dus. De heer Wringer nog. De heer Wringer: Ja, dank, voorzitter.
Dan wil ik eigenlijk het punt ook dadelijk ‘…’ wat breder stellen, want er gaat natuurlijk heel veel warmte via enkel glas verloren. En nou, dat is natuurlijk ook een discussie, behalve de zonnepanelen. Dubbel glas, monumenten glas, wat mag wel en wat mag niet. Dus belangrijk dat we daar ook kaders stellen. De voorzitter: Belangrijk om dat eventueel ook in zo’n nieuwe kaderstellende vergadering mee te nemen. Wie wil er nog verder reageren op het voorstel wat hier voorligt. De heer Hartmeijer van de SP.
33
De heer Hartmeijer: Ja, ik kan het kort houden. Wij steunen het amendement wat voorligt en ook de toevoegingen van de VVD en Op Ons Eiland. Toch wil ik wel nog even zeggen dat de reactie vanuit het college die, zeg maar, bij het onderzoek zat, daar zegt het college eigenlijk min of meer ja, dit doen we eigenlijk allemaal al. Maar goed, de rekenkamer heeft toch geconcludeerd dat er toch een meer proactieve houding, nog meer ook naar de corporaties, toch wel echt noodzakelijk is. Zij vragen dat ook zelf. Dus ja, als we toch één op één nu met de wethouder spreken, dan zou daar misschien nog een reactie op kunnen komen. Dank u wel. De voorzitter: Dat kan nu meteen, ja. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dank u wel. Nee, ik heb dit rapport ook al zo gelezen als zijnde dat er op onderdelen nog een schepje bovenop mag. We gaan natuurlijk ook weer afspraken maken met de corporaties en die afspraken, die zullen we ook wat aanscherpen ook aan de hand, onder meer, van dit rekenkamerrapport, dus dat past daar prima in. We zullen ook nadrukkelijk uw amendement daarin meenemen, want wij kunnen daar ook prima mee uit de voeten.
Binnen enkele weken biedt dit college u een aantal stukken aan op het gebied van wonen en bouwen en ook daarin zullen wij al aangeven dat wij de afspraken met corporaties wat strakker willen gaan formuleren, hen ook wat steviger aan willen kunnen spreken op de afspraken die we maken en ook daar zit wel een wederkerigheid in dat de corporaties op hun beurt ook de gemeente aan kunnen spreken om ook onze bijdrage te leveren aan het verwezenlijken van doelstellingen. Dus in die zin durf ik wel te stellen dat wij dat ons als college realiseren. Dat zeker ook in deze tijd en ook zeker gezien de toegenomen duurzaamheidsambities, maar ook wel gezien de grote vraagstukken op het gebied van bouwen en wonen. Dat we daar het ambitieniveau ook wat willen verhogen. Dus daar zult u ook het een en ander over teruglezen in die stukken en we zullen het ook nadrukkelijk meenemen in het kader van dit amendement. De voorzitter: Voldoende beantwoord? Ja. De heer Van der Meer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Nog een kleine vraag daarover, want de wethouder gaat nu specifiek in op de relatie met de woningbouwcorporaties. Prima, maar de particuliere eigenaren zijn ook een heel belangrijke doelgroep om te benaderen. En ik hoop dat dat op dezelfde manier, nee, op een andere manier, maar ook op een effectieve manier wordt meegenomen.
De voorzitter: Dat is dus eigenlijk een aanvulling, want die staat niet genoemd in bullet 5. De heer Van der Meer: Nee, maar die staat wel in het oorspronkelijke voorstel. Ik heb het punt even niet paraat, maar een van de punten gaat over het meer en beter communiceren naar en dat heb ik geprobeerd te onderlijnen, dat niet vanzelfsprekend goed gaat, dus dat daar echt creatieve ideeën voor nodig zijn om dat op een effectieve manier te laten gebeuren. Het hoeft niet toegevoegd te worden aan de formulering, maar het is wel een uitnodiging om dat punt heel erg proactief op te pakken. De voorzitter: De uitnodiging is gedaan aan het college. Nog meer reacties op het voorstel wat voor ons ligt? De heer Stam.
34
De heer Stam: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook Fractie van Waardhuizen sluit zich aan bij het voorstel en het voorgestelde amendement van VVD en Op Ons Eiland. Ja, wij kijken ook eigenlijk wel uit naar die verdere verduurzaming, hè, want die afspraken met de woningbouwcorporaties gaat vooral over corporatiebezig. En wat de heer Van der Meer al zegt, ik geloof dat 60 procent zelfs daarbuiten valt. Dus hoe ga je daarmee om? Dan ben ik wel nieuwsgierig naar hoe het college daarnaar kijkt. En die eenduidigheid in de organisatie, ja, dat is ook wel een punt, hè. We hebben natuurlijk in het verleden wel eens gezien, op een heel ander vlak, met SED, die decentralisatie, dat daar ook aanspreekpunten zaten die continu moesten zeggen: het is niet mijn expertise, dus ik ben wel benieuwd hoe die eenduidigheid en die integraliteit wordt opgepakt. Maar het zou wel mooi zijn als het college kan aangeven welke ze stappen ze daar denken in te kunnen zetten om in ieder geval in plaats van vijf vragen niet te beantwoorden, nu nog maar twee niet te kunnen beantwoorden. Dan zeg ik hem positief, maar het voorstel an sich wordt positief ontvangen. De voorzitter: Wilt u nu al antwoorden op die vragen, of wilt u die vooral terugzien in de uitwerking? De heer Heijkoop: Nou, het lijkt me beter dat we even op die uitwerking wachten van het college en dat we dan kunnen reageren.
De voorzitter: Nog meer reacties op het voorstel.? Ja, mevrouw Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ja, ik had net al aangegeven dat we inderdaad voor die eenduidige informatievoorziening zijn, maar we zijn dus inderdaad ook voor het amendement en het voorstel. Wat we wel nog hadden, en dat is dan een vraag aan de wethouder, is dat het veel minder makkelijk is om, als het gaat over particuliere woningen, om die, en om kleine particuliere woningen, om die te verduurzamen en hoe dat wordt meegenomen. De voorzitter: Of dat ook wordt meegenomen, dat is eigenlijk de vraag. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, wij hebben in Dordrecht echt een enorme opdracht op dit punt, want we hebben een relatief oude, goedkope koopvoorraad en daar wil je ook die verduurzamingsslag maken. Collega De Jonge is daarbij in de lead, maar die is nadrukkelijk ook met ons, met collega Burggraaf en ikzelf, vanuit bouwen en wonen aan het kijken van ja, wat kunnen we daar nog aanvullend in doen, hè. Met de corporatie kun je afspraken maken, maar je wil eigenlijk nog wel een schepje erbovenop doen. Zeker ook waar het gaat over de betaalbare koopvoorraad. Je kijkt ook heel nadrukkelijk naar maatregelen vanuit het rijksbeleid, dus al, er zijn recent ook weer nieuwe maatregelen genomen.
Over enkele weken komt er ook een verregaand voorstel vanuit het ministerie ter consultatie over een nieuwe wet en we hopen dat daar ook wel instrumenten worden aangeboden om daar nog een extra schwung aan te kunnen geven. Maar het is ook niet uitgesloten dat wij vanuit het college nadenken van ja, kunnen wij nog nadenken over, zoals we de verenigingen bijvoorbeeld willen ondersteunen bij de verduurzamingsoperatie, dat we dat ook dat ook in toenemende mate voor woningeigenaren willen doen om toch ja, die verduurzaming mogelijk te maken. Maar we
35
kijken natuurlijk ook heel nadrukkelijk naar landelijk en provinciaal beleid, dat het allemaal goed bij elkaar komt. Maar dat gaat wel allemaal al de komende maanden gaat er meer helderheid over komen en dat is, denk ik, ook belangrijk, want het is echt een heel grote uitdaging voor onze stad en zeker voor woningeigenaren om ook deze stappen te kunnen zetten. Niet iedereen kan dat betalen, dus dan is er wat extra’s nodig. De voorzitter: Bedankt. Dan kunnen we, denk ik, al naar de afronding, die gaat als volgt. Het gaat erover of we het voorstel zoals het nu is, gewoon door kunnen sturen als hamerstuk naar de raad of niet, en wanneer doen we dat niet? Als er enkele fracties zijn die het alsnog ter discussie willen stellen in de raadsvergadering. We hoeven er niet over te stemmen, want het is een, zoals nu voor ons ligt, dat is ook met de rekenkamercommissie geschreven, dus het is eigenlijk ook de rekenkamercommissie heeft geschreven namens ons en wij komen zelf met dit voorstel naar de raad. Zo moet u het eigenlijk zien, heb ik begrepen. Dat is allemaal nieuw, maar we leren het wel een keer. Nee, het is dus een geamendeerd voorstellen, maar zoals het voorstel nu is, hoef je niet over een amendement te stemmen. We stemmen dus als hamerstuk over dit complete voorstel. De heer …: Dat begrijp ik niet helemaal, voorzitter. De voorzitter: Met de nieuwe tekst, dus.
De heer …: Nee, maar formeel kunnen wij niet beslissen over iets dat de raad vindt, toch? Ik bedoel, ja, nee, de rekenkamer heeft een, zo als ik het heb opgevat, een voorstel gedaan over wat de raad zou moeten besluiten over opdrachten die aan het college worden gegeven. Dat voorstel zal in de raadsvergadering op zijn minst moeten worden gehamerd om geldigheid te krijgen. Als er een amendement op is, zal de raad toch moeten besluiten of dat amendement wordt verwerkt in het besluit of niet. Of zie ik dat nou verkeerd? De voorzitter: U ziet het inderdaad verkeerd, het is geen bestuursopgave. De rekenkamercommissie werkt in opdracht van de raad, dus wij sturen nu zelf dit hele voorstel, als raad, op als hamerstuk aan de raad en natuurlijk, dan moet er dus wel een besluit volgen over dit hamerstuk, tenzij we het opnieuw willen hebben over het hele stuk zoals het nu voor ons ligt. Maar ik zie hier consensus over de aanvullingen die zijn gedaan, dus daar hoeven we niet opnieuw over te vergaderen. De heer Roggekamp: Voorzitter? De voorzitter: De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Volgens mij hebben wij van de rekenkamercommissie een stuk gekregen, daar willen we een amendement op hebben. Nou kan de rekenkamercommissie natuurlijk zeggen, we passen hem aan en we dienen die opnieuw in, dan is er geen amendement meer.
Of we zeggen, zoals die nu is, gaat hij naar de raad, samen met het amendement en kan zo in stemming gebracht worden. Maar volgens mij kunnen wij hem niet aanpassen hier.
36
De voorzitter: Nee, de rekenkamercommissie, dat heb ik daarnet in elk geval geprobeerd te zeggen, heeft dit samen met de heer Noldus en de heer Gündogdu aangepast. Dus dan is het in één keer rond. Dat heb ik gezegd, hoor. Ja, dan is het akkoord? Gelukkig. De heer …: Ja, ik had de indruk dat het een amendement van VVD en Beter voor Dordt wordt. Maar dat is dus niet zo. De voorzitter: Nee ze hebben eraan meegewerkt, ja, en ze hebben het wel mee ingebracht. Iedereen akkoord dat het als hamerstuk naar de raad gaat? Mooi zo. Dan sluiten we deze commissievergadering. 5. Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht Zienswijze Begrotingswijziging 2022 GR Dienst Gezondheid & Jeugd Voorzitter: A. Gündogdu Commissiegriffier: D.G.H. van Poppel Aanwezig: Dhr. Gündogdu (voorzitter) Mevr. Van Poppel (commissiegriffier) Mevr. Smid-Marsman (portefeuilledirecteur sociaal domein) Dhr. Den Dulk (PVV) Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Van Vugt (CDA) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Mevr. Vol (Partij voor de Dieren) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. In ’t Veld (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr.
Van der Meer (GroenLinks) Portefeuillehouder: Wethouder Van der Linden De voorzitter: Collega’s, een goeienavond, van harte welkom bij deze laatste vergadering voor vanavond. In ieder geval van harte welkom en ook degene die nog thuis meekijkt met ons en de pers op de publieke tribune. En een gast, zie ik daar. Nou, van harte welkom. Het zou leuk zijn om even voor de notulen, voordat ik het onderwerp aanvang, even een kort voorstel eronder te doen. Zou ik dan links van mij mogen beginnen? Mevrouw Van Poppel: Denise van Poppel, commissiegriffier. Mevrouw Smid-Marsman: Gemma Smid, portefeuilledirecteur sociaal domein.
37
De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder. De heer Den Dulk: Antony den Dulk, Partij voor de Vrijheid. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer Stam: Marco Stam, Fractie van Waardhuizen. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA Dordrecht. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Boersma: Jan Willem Boersma, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Vol-van der Holst: Danielle Vol, Partij voor de Dieren. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, ook GroenLinks. De heer Gündogdu: En ik ben Aydin Gündogdu, ik mag vanavond uw voorzitter zijn. Wederom van harte welkom. Waar gaan we het vanavond over hebben? Beste collega’s, voor u ligt de zienswijze begrotingswijziging 2022 van de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid en Jeugd. Er is op 17 november jongstleden een besluit genomen door het algemeen bestuur van de Dienst Gezondheid en Jeugd en na overwegingen van de ontvangen zienswijze van de deelnemende gemeenten op de begrotingswijziging 2022 zitten we nu bij elkaar.
Er wordt straks een toelichting gegeven op deze zienswijze en u heeft ook een brief gekregen van de provincie Zuid Holland betreffende financieel toezicht op de jaarrekening 2021 en de begroting 2023. Die worden bij deze bespreking ook betrokken. Toelichting door ambtelijke ondersteuning, mevrouw Smid-Marsman, u heeft tien minuten de tijd om ons mee te nemen in datgene wat zich heeft voorgedaan. Ik geef u het woord. Mevrouw Smid-Marsman: Dank u wel, dan ga ik snel praten. Een deel is ook herhaling, dus dat zou moeten kunnen. Waar gaan we het even over hebben? Ik wil even wat vertellen over hoe de verhoudingen zijn, de rollen tussen AB, DB en gemeenteraad en de procedure die we gelopen hebben. Hoe verhouden AB, DB en gemeenteraad zich tot elkaar? Nou ja, zoals iedere gemeenschappelijke regeling heeft de GR Dienst Gezondheid
38
en Jeugd een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. En er is in de regeling vastgelegd dat de gemeente Dordrecht de voorzitter van de regeling neemt of levert. Dat is mijn buurman, zoals u weet. Het algemeen bestuur is het hoogste bestuur in orgaan binnen de Dienst Gezondheid en Jeugd. En heeft dus in beginsel alle bevoegdheden. Bepaalt de hoofdlijnen van het beleid, stelt jaarlijks de begroting vast en de verordening en het AB, daar is dus ook een stemverhouding. Bij de Dienst Gezondheid en Jeugd gaat die naar omvang van de inwoners. En dat betekent dus, als er uiteindelijk een besluit genomen moet worden, dat bij meerderheid van stemmen beslist wordt en dus dat het ook af en toe kan zijn dat het AB iets besluit waar de gemeente Dordrecht, maar ook de vertegenwoordiger van Dordrecht, van gezegd heeft: dit vind ik helemaal niks, maar als de meerderheid dat vindt, dan wordt dat toch besloten. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het dagelijks functioneren en bereidt ook de vergadering van het algemeen bestuur voor en bereidt het voor. Wat is dan de rol van u als gemeenteraad? De Dienst Gezondheid en Jeugd is een collegeregeling en dat betekent dus dat de raad vooral de beleidskaders bepaalt. Dus een van de dingen die bijvoorbeeld in de vorige collegeperiode is gebeurd, is dat de verordening jeugd is vastgesteld, de inkoop strategie is vastgesteld.