CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.6 2023-01-17 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 7 februari 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van Gemeenteraad 20 december 2022 (openbaar en besloten) en Dordtse Dinsdag 13 december 2022 en 17 januari 2023 Vergaderzaal 1, 3, 529.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dat zijn dus allerlei beleidskaders waaraan de Dienst Gezondheid en Jeugd zich moet houden en die zijn dus wel lokaal. Daar hoef je het niet met zijn tienen over eens te worden, dat is gewoon uw eigen bevoegdheid. De raad heeft daarnaast het recht van zienswijze en dat is bij de begroting, de bestuursrapportage, de jaarrekening, de begrotingswijzigingen, als het om meer geld gaat en het vaststellen van een meerjarenbeleidsplan en verordeningen. Een van de dingen die in de komende periode gaat gebeuren, dus 23-24, is bijvoorbeeld het vaststellen van een nieuw meerjarenbeleidsplan. Dus daar zult u ook bij betrokken worden en moet de gemeenschappelijke regeling aangepast worden, dan moet toestemming geven. Wat is er nu in de afgelopen periode gebeurd? Er is dus in juli een zienswijze gevraagd, op basis van de eerste bestuursrapportage, een zogenaamde Burap. Dat kwam omdat voor het deel SOJ de verwachting was dat de uitgaven voor jeugdhulp substantieel zouden stijgen en dat betekent dat de dienst dus nog dit jaar extra middelen van de gemeente nodig had en daar moet een begrotingswijziging voor gemaakt worden en daar heeft u dus recht op zienswijze van.

In de Burap, de eerste Burap, zat ook nog een verwacht negatief resultaat van bijna een miljoen op regio niveau, alleen omdat dat het totaal exploitatie is, het totaalresultaat van de exploitatie in de lopende begroting en omdat dat nog niet zeker was, hoeft er geen begrotingswijziging doorgevoerd te worden en wordt u op dat onderdeel dus ook geen zienswijze gevraagd, formeel. Wat hebben wij gedaan hier in Dordt, wat heeft u gedaan? U heeft een zienswijze ingestuurd met de vraag om extra in te zetten op een goede forecast, dus kunnen we goed voorspellen en kunnen we bij de tweede Burap dat goed zien, vooral ook omdat een aantal aanbieders achterliepen met het declareren. U heeft vraagtekens gezet bij het tijdpad en heeft gevraagd om op werkbezoek te gaan. U heeft aangegeven dat u hoopt op realistischer begrotingen. Daar kom ik straks nog even op terug, want dat heeft een relatie met de brief die de provincie heeft gestuurd, en een gezamenlijke inzet. En hoewel er niet gevraagd was om een zienswijze, heeft u ook gezegd dat u zich zorgen maakte over het verwachte negatieve resultaat en om te kijken of dus in de lopende begroting dat resultaat nog teruggebracht kon worden. Nou, het AB heeft alle zienswijzen besproken en heeft een reactie vastgesteld en de begroting nu ook vastgesteld. Die reactie is ook aan u toegestuurd en daar is in gereageerd.

Daarbij is aangegeven dat de declaratie achterstanden ondertussen grotendeels zijn ingehaald. En

39

dat het de tweede Burap hierdoor een beter beeld geeft dan de eerste. De Dienst Gezondheid en Jeugd geeft aan dat ze graag met u in gesprek gaat en een werkbezoek met u wil organiseren en hoop op de realistischer begrotingen is, denk ik, belangrijk dat de discussie over de realistische begroting over het algemeen over de over het onderdeel SOJ ging, over de kosten voor de jeugdzorg. Tot vorig jaar was er sprake van solidariteit. Dat betekende, het was een afbouw, maar dat betekende dat als je een besluit neemt in de ene gemeente, dan heeft dat effect voor een andere gemeente. Dat maakte dat we dus daar in het AB vaststelden wat de verwachte kosten voor de jeugdzorg waren. Vanaf dit jaar is er geen solidariteit meer en is dus ook afgesproken dat eigenlijk elke gemeente zelf kan aangeven wat zij denken dat een realistische begroting is. Dat is voor ons als Dordrecht heel erg belangrijk omdat we in de volle afgelopen jaren hebben gezien dat gemeentes met een krappe begroting het niet eens waren met het voorstel van de SOJ, dus de SOJ deed een voorspelling van dit worden de kosten volgend jaar. En dan zei de gemeente, ja, dat vinden we te hoog.

We vinden het een verkeerd signaal naar de aanbieders, het past niet in onze begroting, dus wij vinden dat de begroting, dat het groeipercentage lager moet zijn, want we gaan allemaal dingen doen en dat wordt vast beter en het valt vast mee. Daar werd dan bij meerderheid over besloten en kwam dus eigenlijk een niet realistisch bedrag in de begroting en de wet maakt dat je overneemt wat er in de begroting zit van de gemeenschappelijke regeling, dus dat kwam ook in onze begroting en wij kregen dan elke keer weer de discussie van ja, het valt tegen. Het is duurder. Terwijl wij als Dordrecht van tevoren al hadden gezegd: dit gaat het hem nooit worden en dat stond ook altijd in ons risicoprofiel. Vanaf dit jaar mag je zelf kiezen, hebben wij dus als gemeente Dordrecht gevolgd wat de SOJ als advies gegeven heeft. Een aantal gemeentes heeft dat niet gedaan, die hebben het bedrag dus naar beneden bijgesteld en daarvan zegt nu de provincie: oké, maar dan zou zo’n gemeente ook moeten kunnen onderbouwen waarom zij vinden dat het realistisch is om af te wijken. Dan het negatief resultaat. Daar is in de afgelopen periode hard aan gewerkt, en zoals het er nu uitziet, wordt dat grotendeels ingelopen en zal het dus in praktijk veel lager zijn dan dat het was. Even kijken. De tweede Burap, nou, die hebben we gehad. Hoe verder? Dit is gebeurd. De tweede Burap.

Er lijkt een stabilisatie te zijn bij de SOJ, behalve voor Dordrecht. Dat heeft te maken met het feit dat sinds 1 januari vorig jaar het woonplaatsbeginsel van toepassing is verklaard. Dat betekent dat de gemeente waar een kind vandaan komt voortaan verantwoordelijk is voor de kosten, ongeacht waar dat kind begeleid wordt. Want in het verleden was het zo, als je toevallig als gemeente de pech had dat je bijvoorbeeld een gesloten instelling had met zware zorg, dan stond jij aan de lat voor de kosten van die instelling, ook al kwamen die kinderen uit allerlei plaatsen. De afgelopen anderhalf jaar zijn dus eindeloos kinderen administratief heen en weer gependeld van gemeente. Het CBS had daar een voorspelling van gedaan wat de effecten zouden zijn en het blijkt dat dat niet zo’n goede voorspelling was en dat Dordrecht in ieder geval een van de gemeenten is die er dus heel nadelig uitkomt. Dat betekent dus dat wij schijnbaar meer kinderen die op dure plekken zaten buiten onze regio hadden en minder kinderen die niet in Dordrecht wonen maar wel hier opvang hadden. Dat gaan we nog verder onderzoeken en we zijn ook landelijk in gesprek om te kijken of er voor- en nadeelgemeenten zijn, want dan is het een herverdelingsvraagstuk, of dat het gewoon niet goed ingeregeld is.

Nou, voor de tweede Burap zou formeel ook nog een zienswijze gevraagd moeten worden, maar daar heeft u dan twaalf weken de tijd voor om te reageren en de Burap is pas net besproken, dus dat zou betekenen dat u zienswijze pas dit jaar komt. Boeken zijn gesloten, dus dat heeft administratief geen

40

enkel effect meer en dat betekent dus dat uw invloed met name los van de beleidskaders zit bij de begroting en de eerste Burap. En dat dat dus ook de momenten zouden zijn waarop u het gesprek kunt voeren met het eigen lid van het AB, maar u kunt nadrukkelijk ook de Dienst Gezondheid en Jeugd uitnodigen om een toelichting te geven op een Burap. Dus in de afgelopen jaren is over het algemeen de Burap eigenlijk maar alleen behandeld in de zin van de zienswijze hè, wat vinden wij van de zienswijze? Met uw nieuwe model zou je er dus ook voor kunnen kiezen om in een beeldvormende sessie de Dienst Gezondheid en Jeugd en de portefeuille of het AB-lid, want het AB-lid is de heer Merx, omdat de portefeuillehouder lokaal voorzitter is, maar dan zou u de twee leden van het AB kunnen uitnodigen, of de Dienst Gezondheid en Jeugd, om gewoon een toelichting te geven en een wat meer inhoudelijker gesprek te vragen. Nou, tot slot nog even, er is dus inderdaad, de wet gemeenschappelijke regelingen is aangepast.

Die zorgt ervoor dat u als raad ook formeel wat vaker geïnformeerd moet worden, maar geeft dus ook de mogelijkheid om een gemeenschappelijke raadsadviescommissie in te stellen en ik begrijp dat zowel de verschillende GR-en in Zuid Holland Zuid met elkaar in gesprek zijn om te kijken of er niet één, hè, dan gaat het met name denk ik over de GR sociaal en de GR Dienst Gezondheid en Jeugd, of je daar dan één gemeenschappelijke adviescommissie over kan komen en daar zult u dus zelf ook, en daar doet niet het college een advies over, daar zult u zelf een opvatting over moeten ontwikkelen of u dat wel of niet wil. Dat was mijn korte presentatie. De voorzitter: Mevrouw Smid, u was heel helder in uw uitleg, maar geheid dat er wat vragen zijn in deze commissie om nadere toelichting op datgene wat u heeft toegelicht. Ik neem even voorsprong, maar ik kijk deze commissie aan. Zijn er toelichtende vragen? Mijnheer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ja, je kan hier legio vragen over stellen, hè. Als je gewoon kijkt naar zo’n begroting, het is weer een jaar met geld erbij. Als je dan in de stukken kijkt dan zie je een ophoging loon met twee procent, als ik het goed heb en prijs anderhalf procent. Als ik terugkijk naar dit jaar, dan was het toch eigenlijk wel redelijk vroeg bekend dat de inflatiecijfers vele malen hoger lagen.

Dus dan is de eerste vraag van waarom is daar dan niet op geanticipeerd? Tweede vraag is als je naar de inhoud gaat kijken en je kijkt naar die ontwikkeling van jeugdzorg en die solidariteitsgedachte is losgelaten, ga ik toch stukje naar de inhoud, als je gewoon gaat kijken dan zie je dat de instroom van kinderen toch wel redelijk stabiel maar toch nogal hoog is. Maar ik haal nergens uit wat de uitstroom is. Dus op een gegeven ogenblik lijkt het een beetje op te stoppen en dan is beleidsinhoudelijk toch de vraag, en wat ook financiële consequenties heeft van wat gebeurt er nou op dat uitstromingsgebied dat die uitstroom versneld kan worden en hoe kan je nou aan de voorkant de deur iets dichter zetten? Ik heb vorige week ergens in de krant gelezen dat in tien jaar tijd van één op de zesentwintig kinderen naar één op de negen. Ja. Dan denk ik bij mezelf, of daar gaat iets faliekant mis in de wereld, of wij zijn met onze regels te streng. En als je dan nogmaals kijkt naar het financiële perspectief, dan zou dat wel een stuk opluchting kunnen geven in de financiële perspectief ook van een DGJ. Dus ja, dat zijn de eerste vragen die bij mij een beetje opdoemen. Je zou er nog wel veel meer kunnen stellen, maar dat is, denk ik, niet van toepassing voor nu.

41

De voorzitter: Nou, laten we deze vraag eerst beantwoorden. Wie mag ik het woord geven, want dit is een technische zitting. Mevrouw Marsman. Mevrouw Marsman: Ik doe de eerste, want die is wat meer technisch en de heer Van der Linden doet de tweede. Het nadeel van een gemeenschappelijke regeling is dat de begroting moet worden goedgekeurd door de provincie en dat die in feite een jaar te vroeg wordt ingediend. Dat betekent dus dat we nu volop bezig zijn met de uitgangspuntennotitie van de begroting ‘25 hè, dus ’24 en dus je inflatiepercentage stel je dus, in feite, het jaar voordat het lopende jaar is, vast. Het grappige is dat volgens mij juist nu het Rijk maatregelen heeft getroffen om voor de lopende begroting van ‘23 wel iets aan de percentages te doen en die worden nu ook verwerkt in de begroting voor ‘24. Dus je bent vaak afhankelijk van die Burap om eigenlijk nog even, nou ja, de laatste technische aanpassingen mee te nemen als er grote veranderingen zijn. De heer Stam: Een aanvullende vraag, voorzitter. Ik kijk ook een beetje naar de eenduidigheid hoe we met onze GR omgaan, en als ik goed in herinnering heb dan heeft de GR Drechtsteden of de sociale dienst altijd later in het jaar nog een bijstel moment gehad.

Dus de vraag is dan van, hoe kijk je daar dan naar, hè? Moet je dat dan niet voor elke GR doen? Terwijl ik me tegelijkertijd realiseer dat het een beetje mosterd na de maaltijd is, want in dit geval kost het altijd geld. Maar het is wel prettiger om te weten hoeveel je bij moet betalen voordat je gemeentelijke begroting wordt vastgesteld, want dan kan je enerzijds nog middelen vinden of anderzijds een bezuinigingsactie doen en nu ja, word je toch eigenlijk geconfronteerd lopende je eigen beleid. En de laatste vraag die ik nog wil toevoegen die ik net vergeten was, dat is ook wel een beetje een politieke vraag, moet je bij een GR nou weerstandsvermogen neerzetten of zijn wij als eigenaren gewoon de ‘…’ positie van de gemeenschappelijke regeling? Mevrouw Marsman: Die laatste vind ik inderdaad politiek, want het kan allebei. Dat is gewoon een keuze die je maakt. Er is regionaal een afspraak over hoe wij met indexatie en verbonden partijen omgaan en die verschilt dan een beetje, hè, want bij de SOJ heb je weer net een andere index die je gebruikt dan dat je bijvoorbeeld bij de sociale dienst gebruikt. We zijn in ieder geval bij de GR sociaal aan het kijken of we inderdaad met de Burap en de begroting het proces zo kunnen doen dat het nog tijdig is om in je eigen begroting mee te nemen.

En dat zou dus, als dat goed functioneert, zou een reden kunnen zijn om ook met de Dienst Gezondheid en Jeugd te kijken of we in de tijd nog net iets scherper kunnen zijn met het proces. De voorzitter: Mijnheer Van der Linden, u heeft ook een vraag. De heer Van der Linden: Ja, dank. We zitten hier natuurlijk in een beeldvormende sessie, dus het gaat vooral over inhoud. Natuurlijk heeft alle inhoud ook politieke lading, dat snap ik ook. De vraag waar u eigenlijk mee begon, de constatering van ja, twintig jaar geleden was één op de zeventwintig kinderen, ongeveer, in jeugdhulp en nu is dat nou, één op de elf, twaalf misschien en in sommige plekken is het één op negen. Dat is een trend die we landelijk zien. We hebben natuurlijk acht jaar geleden de transitie gehad en je kan veronderstellen dat een deel van de vragen die we nu op ons bord krijgen, dat dat vragen zijn van gezinnen die vroeger buiten beeld bleven. Dus dan is het goed dat je meer vragen ophaalt, want het is heel vervelend, vind je als maatschappij, als sommige vragen niet gezien worden. Tegelijkertijd vinden we met zijn allen wel dat van één op de

42

zevenentwintig naar één op de negen, dat is wel een absurd hoge stijging. Dat heeft een aantal oorzaken. Een oorzaak is gelegen in het feit dat de wetgever een wet heeft opgesteld die in beginsel een open einde regeling bevat. Hè, dat weten we natuurlijk met elkaar. Er zijn gemeentes die hebben inmiddels moeten inboeten op openingstijden van de bibliotheek, het zwembad, het theater, omdat ze heel veel geld extra besteden aan jeugdzorg. Een oorzaak daarvan is ook dat in 2015 bij de transitie gezegd werd, oh, wat fijn, de gemeentes kunnen het veel handiger en dichterbij organiseren, dat is hartstikke mooi. Dan kan het dus ook goedkoper. Dus de budgetten gingen met minstens vijftien procent omlaag en omdat er ook nog provinciale regelingen waren, eigenlijk wel met dertig procent. Nou, dan kun je het als gemeente nog zo leuk doen allemaal met elkaar, maar dan weet je één ding zeker, je komt tekort. Dat is ook gebleken, van de 340 gemeentes komen, op zes of zeven na, alle gemeentes geldtekort. Dat is dus niet zo gek. Maar ik vind de vraag: moeten wij zo royaal, tussen haakjes, hè, want elke vraag die een beschikking krijgt, vind ik … Ik ben blij dat we het zo georganiseerd hebben, maar we het wel heel ruim georganiseerd in dit land en wil je dat veranderen, dan zal je dat deels in de wet moeten doen.

En natuurlijk hebben we ook, en daar hebben we de afgelopen jaren ook vaak over gepraat … Ik ben nog niet klaar, hoor, met mijn beantwoording. Je kan ook meer aan de voorkant gaan doen hè, twee maanden geleden hebben we u een rib gestuurd over de praktijkondersteuning huisarts. Nou, dat is nou echt een voorbeeld, in plaats van dat je via de huisartsen een beschikking haalt, de huisartsen hebben weinig tijd en denken, met alle respect voor het vak, algauw: oké, dat kan wel richting een zorgverlener. Een POH-er heeft veel meer tijd en dan er blijken ook andere oplossingen te zijn. Nou, daar hebben we drie ton op geïnvesteerd vanuit ons eigen budget, maar dat is makkelijk terugverdiend. Ik beperk het nu tot een financiële discussie, dat is niet terecht, want ook op inhoud is het veel beter. Het is helemaal niet fijn, hoor, om jarenlang afhankelijk te zijn van zorg als je ook op een andere manier geholpen kunt worden. Dus met dat soort oplossingen komen, werkt en daar zijn we steeds beter in geworden. Uw andere vraag was ook heel terecht. We zien inderdaad een soort stabilisatie van de instroom. Althans, kijkend naar instroom en uitstroom. Maar we zien wel dat een deel van de casussen zwaarder is dus meer uit huis, meer langdurige begeleiding. En we zien ook wel dat sommige beschikkingen, normaal geef je een beschikking af voor een jaar, dat die verlengd worden.

Nou, we hebben steeds gezegd, in deze ruimte, wij hier aan tafel gaan niet op de stoel van de professional zitten. Als de professional zegt: dit moet het zijn, dan gaan we daarin mee, maar we gaan de professional ook helpen om wel het goede gesprek te voeren en dat gaan we zelf ook doen. U weet dat we jeugdteam, sociaal team, eigenlijk alle partijen die daarbij betrokken zijn, samen hebben gevoegd en dat we die lokaal aansturen vanaf één januari dit jaar. Het houdt ook in dat we met een aantal grotere partijen het gesprek voeren. Hè, wat interessant, bij jullie is het altijd zo dat je heel snel tot een oplossing komt of tot een resultaat komt waarvan je zegt: het is goed genoeg, hartstikke fijn. En bij een ander, bij een andere zorgverlening is dat misschien niet zo. Nou, dan heb je wel een gesprek te voeren en dat gaan we ook doen. Daarbij, laatste opmerking, worden we geholpen door het nieuwe inkoopkader wat we twee jaar geleden hebben vastgesteld, waarbij je veel duidelijker stuurt op, ja, wat je dan kwaliteit kan noemen en ook op afspraken die je kan handhaven. Dus, de trend die we hebben gezien, de afgelopen jaren, van steeds stijgende kosten is vorig jaar duidelijk teruggeschroefd. Nog wel steeds meer kosten, maar wel minder stijging dan de jaren daarvoor. Voor een deel is dat echt te wijten aan de ingrepen die we hebben gedaan.

43

De voorzitter: Mijnheer Van der Linden, bedankt voor deze uitgebreide beantwoording. U heeft nog een aanvullende vraag? De heer Stam: Nou ja, wel een reactie natuurlijk. Ik bedoel, ik snap heel goed dat het probleem natuurlijk best wel veel dieper zit en het is lastig om daar inhoudelijk hier verder op in te gaan, omdat het oordeelvormend is, maar je zoek wel ingangen binnen zo’n begroting waar je jaar in jaar uit als gemeente wordt geconfronteerd met bijdrage, bijdrage, bijdrage. Hoe kan je daarop sturen? Maar misschien zijn daar andere momenten voor dat we daar toch nog eens goed naar moeten kijken. De heer Van der Linden: Nou, dit is natuurlijk de vraag waar het om gaat. Welke mogelijkheden zijn er en hoe stuur je daarop? Nou, dat lijkt me nou heel goed om oordeelsvormend een keer te bespreken of beeldvormend met de DGJ aan tafel met de SOJ-mensen aan tafel. Want dat is natuurlijk het gesprek wat je wil voeren. En dat heeft ook de afgelopen jaren aan de AB-tafel wel eens voor ongemak gevoerd, want je merkt natuurlijk wel dat elke gemeenteraad er net iets anders in zit. Ja, als je met zijn allen financieel solidair bent, dan moet je dezelfde afspraken maken. Dus hier werd steeds gezegd, doe nou niet zo raar, schroef die begroting omhoog, anders kom je tekort, terwijl andere gemeenten zeiden, doen nou niet zo raar, schroef die begroting omlaag, want we geven te veel geld uit.

Ja, je moest het eens worden, dus dat gaf steeds die ongemakkelijke discussies en die hebben nu niet meer. De heer Stam: Voorzitter. Ja, de laatste opmerking. De voorzitter: De laatste opmerking, mijnheer Stam. De heer Stam: Geld is altijd het gevolg van een oorzaak, dus wat dat betreft is het goed om met DGJ over de oorzaken te praten. De heer Van der Linden: Johan Cruyff was de uitvinding van die uitspraak. Dat weet ik. De voorzitter: Nou, fijn dat u in gesprek met elkaar ging, maar we hebben meneer Roggekamp, die heeft ook een verhelderende vraag. De heer Roggekamp: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik vond het een heel helder verhaal totdat ik op een gegeven moment bij de Burap twee kwam en dan wordt er gezegd van de zienswijze indienen heeft nu eigenlijk geen zin meer en klinkt heel plausibel op dat moment, alleen dan zit ik ook te kijken van als raad is een van onze weinige middelen die we hebben, is die zienswijze. Is dit nou een incidenteel geval of zit hier een structureel probleem in eigenlijk ja, bijna de ondermijning van de democratie, kan je dan zeggen als je ver doorgaat, want het is juist een van de rechten van de raad. En als dat zo is, wat zijn dan de mogelijkheden om toch ons, ja, de rechten, zeg maar, te geven? De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Marsman. Mevrouw Marsman: Ik zal beginnen.

Wettelijk moet een gemeenschappelijke regeling alleen een begroting en een jaarrekening indienen. Meerdere organisaties kiezen ervoor om Buraps te maken, één of twee, maar dat is dus geen wettelijke verplichting. Het tempo van de Buraps maakt dat die tweede Burap inderdaad altijd te laat is om nog

44

tijdig voor de jaarrekening in feite een … Nou ja, voor het eind van het jaar een besluit te nemen, tenzij we een zienswijze procedure van twee weken kunnen doen. Maar de wet schrijft het voor, dus de wet voorziet niet in het zo frequent vragen van zienswijzen. In het systeem met de twee Buraps die wij hebben, bent u dus inderdaad altijd te laat. Of, u bent niet te laat, maar u kunt er geen zienswijzen op indienen. Wat, denk ik, wel heel belangrijk is, los van de zienswijze, kunt u natuurlijk wel gewoon, zowel bij de Burap als bijvoorbeeld bij de jaarrekening, het gesprek aangaan en zeggen, wat zien we nou? Wat zijn de rode lijnen en wat gaat het AB doen om dat wel gewoon voor de volgende periode te effectueren en op te lossen? De voorzitter: Mijnheer Van der Linden, u heeft nog een aanvulling, zag ik. De heer Van der Linden: Ja, nou, even een inhoudelijke aanvulling. In de eerste zienswijze, of de zienswijze op de eerste Burap, die we hebben verstuurd, doen we een aantal uitspraken waarbij je ziet dat de tweede Burap daar eigenlijk goed bij past. Het tekort is minder groot dan in de eerste Burap, bleek. Het aandeel Dordt is wel wat groter en het tekort dat we hadden begroot op het DGJ onderdeel, dus niet het jeugddeel, maar alle andere dienstverlening van de dienst, hè, van de Dienst Gezondheid en Jeugd, dat is door ombuigingen fors verlaagd.

In plaats van negen ton is het nog maar ruim twee ton. Dus nog steeds ten koste van het potje, maar dat is natuurlijk wel wat beter te overzien, dus dat is gunstig. We hebben wel gevraagd aan de directie: kom nog met iets meer onderbouwing daarop. Ja, dus materieel bent u eigenlijk met die tweede Burap zitten we binnen de zienswijze die u heeft geuit, maar het blijft ongemakkelijk dat je, vanuit alle regels die de wet stelt, eigenlijk geen tweede zienswijze ronde kan maken, want het is nu een volgend jaar, dat kan niet meer. De voorzitter: Is uw vraag daarmee beantwoord, mijnheer Roggekamp? De heer Roggekamp: Voor een groot deel wel, alleen de vraag van: is het niet mogelijk om bijvoorbeeld te vragen die tweede Burap iets eerder te geven. Dan is die wel over een kortere periode, dat begrijp ik, maar dan kan je wel zien van nou, in de eerste Burap is wat gevraagd, ga die kant op. Dan kan je al zien van ja, het is gelukt, we gaan die kant op of nee, het gaat niet lukken. Dan heb je, denk ik, meer het gevoel, zeker als raad, van dat we in dat proces zitten. De voorzitter: Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Mag ik daar dingen op zeggen? Kijk, we hebben dus nu omdat we die financiële solidariteit hebben afgeschaft, ga je in feite van één discussie over een zienswijze, ga over één tekort of één overschot, ga je naar tien discussies.

Er zullen nu verschillen ontstaan, lokaal, want de ene gemeente gaat streng zijn op zijn geld en de andere royaler. Nou, wij zitten altijd aan de royale kant want ze zeggen hoor eens, in plaats van iedere keer bij discussies over ophalen, doe het nou royaler. Dat gaat verschil opleveren in de toon van het gesprek. In de formele procedures blijf je wel zitten met die zienswijze termijnen en daar zit gewoon iets lastigs met de termijnen die nodig kunnen zijn, er zit iets lastigs in omdat je een AB vergadering hebt en dan moet je het stuk opsturen en dan moet het geagendeerd worden enzovoort, enzovoort. Er zit altijd een zomervakantie tussen, dus twee zienswijze rondes, dat gaan we nooit halen. Maar ik denk wel, en dat sluit ook aan bij wat in de laatste sheet stond over een regionale

45

commissie, als je daar misschien meer gesprek mee zou kunnen voeren of als je zou kunnen afspreken dat we bijvoorbeeld in oktober op basis van halfzachte, maar wel indicatieve cijfers zou kunnen praten, waarbij je dus niet het formele rondje krijgt van zienswijzen, maar wel van hè, we zien dit gebeuren, het licht staat een beetje op oranje. Moeten we hier ergens ingrijpen of gaan we geld ter beschikking stellen? Dan zetten we u meer in positie. En dat kan nu dus ook beter. De voorzitter: Bedankt voor deze toelichting. Meneer Boersma, u heeft ook een vraag. De heer Boersma: Ja, ik heb nog even een vraag over dat financiële nadeel, zeg maar, hè. 0,9 miljoen. Mevrouw Smid geeft daar een uitleg dat dat eigenlijk vooral zit in dat woonplaatsbeginsel. Ik weet dat wij die hele discussie voerden om te stoppen met die financiële solidariteit, dat toen het beeld was dat het voor Dordt gunstig zou zijn, omdat wij in die tijd eigenlijk meer betaalden, naar verhouding, dan wat we afnamen. Het was een aanzienlijk bedrag. Nu hebben we het afgeschaft. Nu blijkt uiteindelijk dat we geen financieel voordeel hebben, hè. Ik zeg het even in mijn woorden, misschien zit het heel anders, dat hoop ik dan, maar geen financieel voordeel hebben, maar eigenlijk ook nog een financieel nadeel.

Is dat dan vooral te verklaren uit dat woonplaatsbeginsel of zit daar ook, dat is me nog niet helemaal duidelijk, een forse stijging ook vanuit Dordtse jongeren in die zorg. Dus dat wij ook dus gewoon meer instroom hebben, dus dat het logisch is dat wij meer kosten hebben? De voorzitter: Mevrouw Marsman. Mevrouw Smid-Marsman: De beelden tot voor, zeg maar, totdat het woonplaatsbeginsel ging draaien was nog steeds dat wij inderdaad voordeel hadden van het afschaffen van de solidariteit. Dus er zitten twee dingen door elkaar. Dus in die zin was dat wel het beeld. We kunnen, ik kan dat gewoon technisch, volgens mij, kunnen we er wel een korte analyse op maken. Dus als u zegt: ik ben er eigenlijk wel in geïnteresseerd om even te kijken of we daar nog wat correctie op hè, of we wat meer gegevens, kunnen we u gewoon een korte technische toelichting geven op die ontwikkeling. De voorzitter: Mijnheer Boersma. De heer Boersma: Heel graag, want kijk, dat woonplaatsbeginsel kunnen we niet zo heel veel aan veranderen, zeg maar, hè, dat is gewoon landelijk vastgesteld ook uit de compensatieregeling dan. Maar als blijkt dat we ook te maken hebben toch met die verhoogde instroom, dan zullen we inderdaad ja, voor ons zal dat dan nog meer druk geven om dan met elkaar te praten over van, kunnen we die instroom nog beperken of moeten we accepteren dat we gewoon meer geld kwijt zijn.

De voorzitter: Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ook al zou dat zo zijn, dat je inderdaad nadeel ondervindt, dan vind ik het politiek nog wel juister dat je het toch lokaal maakt, want dan kun je wel het lokale gesprek voeren. Ik denk zelf dat, we hebben dus een beetje de pech van het woonplaatsbeginsel, maar als we de soliditeit die hadden afgeschaft, was het tekort waarschijnlijk nog groter geweest voor Dordt, want wij zijn de afgelopen jaren steeds aan de positieve kant geëindigd, wat dat betreft. Ja, relatief gezien.

46

De voorzitter: Oké, en de informatie die u heeft toegezegd, mevrouw Marsman, wanneer zouden wij dat kunnen krijgen of de raad kunnen krijgen? Mevrouw Smid-Marsman: Nou, het lijkt me het handigste, en ik kijk heel even om het, want dan hebt u ook een moment om het dus bijvoorbeeld te koppelen aan de jaarrekening die uw kant opkomt, en we het snel kunnen regelen, krijgt u het snel, maar … Geluid ontbreekt Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik had een vraag wat betreft Dienst Gezondheid en Jeugd en SOJ, die zijn samengegaan en daar hoort dan nu dus ook Veilig Thuis bij en mijn vraag was hoe, wat ja, wat is daarin de rol van Veilig Thuis, omdat dan eigenlijk je een aanbieder en een afnemer bij elkaar zet. Omdat SOJ natuurlijk inkoopt en Veilig Thuis afneemt. Dus daar zijn we wel benieuwd naar en we zien heel veel ziekteverzuim, of althans, dat lezen we in de bestuursrapportage en we vroegen ons ook af wat daar dan effectief aan gedaan wordt om dat terug te dringen. De voorzitter: Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ziekteverzuim, ja, dat heeft de aandacht van het management. Waarbij we wel zien dat de afgelopen jaren voor de dienst natuurlijk een enorm complexe tijd is geweest. Ik geloof dat, in maart 2020 waren er acht mensen bezig met wat je normaal onder infectie ziekte bestrijding verstaat. Een half jaar later waren het er 1100.

Dus dat is gewoon een enorme opschaling geweest en een enorme afbouw weer met heel veel golven die weer kwamen en weer afgingen. Dus een groot deel van de organisatie heeft onder hoge druk moeten presteren. Dat vertaalt zich, denk ik, in het ziekteverzuim. Ik heb er verder geen gedetailleerde analyse van, maar dat heeft natuurlijk wel de aandacht van het management en van de directie om te zorgen dat de organisatie nu weer in, nou ja, relatief rustiger vaarwater kan komen. Het wel eens wat verwarrend, hè, als je het hebt over de Dienst Gezondheid en Jeugd, er gebeuren heel veel dingen en we hebben een aantal gescheiden begrotingsprogramma’s. We gaan dus niet, hè, bijvoorbeeld een tekort van binnen het jeugddeel, wat vooral het SOJ deel is, gaan we niet zeggen, oh, weet je wat? Dan plukken we even wat geld uit een ander potje. Nee, daar wordt apart over gerapporteerd, dus het hele DGJ deel is af afgescheiden met een Berlijnse muur, zeg maar, van het SOJ deel.

Het heeft ook een andere financieringsstroom en een tekort op deze, het zou in theorie kunnen dat we in de DGJ vijf miljoen over zouden houden en dan zouden we dus het gesprek voeren over hoe gaan we dat geld teruggeven aan de eigenaren, want wij zijn eigenaren, terwijl we tegelijkertijd op SOJ misschien bijvoorbeeld, ik noem iets, tien miljoen tekort zouden komen en dan zouden we hetzelfde gesprek voeren met de eigenaren, met u dus over oei, we hebben geld nodig. We gaan dat nooit onderling over die muur transporteren, dat doen we nooit, want dat recht heeft u. Veilig Thuis is niet hetzelfde als een zorgverlener en er zijn natuurlijk altijd wel gezinnen waar zowel zorg verleend wordt vanuit een beschikking waar Veilig Thuis niks mee te maken heeft, als dat er een veiligheidsissue is waar Veilig Thuis bij betrokken is, maar in principe is daar geen connectie. Wat we wel hebben is wat we tot nu toe noemen veilig opgroeien is teamwork. Daar heeft u, denk ik, in de introductie vorig jaar wel iets over gehoord. Waarbij we zien dat een aantal onderdelen, als er nog geen hele zware zorgmeldingen zijn of geen een zwaar traject,

47

dat je dan lokale teams eerder kan betrekken. Dat is wel aan de hand en dat is geen, daar zijn geen zorgpartijen bij betrokken die we indiceren, die indiceren, maar dat dat zijn de sociale wijkteams. Als ik het goed zeg. De voorzitter: Heeft u een aanvullende vraag, mevrouw Schnabel? Mevrouw Schnabel: Ja, dank u wel. Want heeft u het dan over de MDH teams of? De voorzitter: Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dat zijn andere teams weer. Mevrouw Schnabel: Ah, oké, want … Ah ja, excuus. Mevrouw Smid-Marsman: Dus even voor het beland, Veilig Thuis wordt niet gefinancierd vanuit de SOJ, dus de Veilig Thuis zijn gewoon, is een onderdeel van de Dienst Gezondheid en Jeugd die gewoon rechtstreeks vanuit de begroting gefinancierd wordt, dus door de beleidskaders en de begroting die wordt vastgesteld. Het is niet zo dat de SOJ opdrachten geeft aan Veilig Thuis of dat soort zaken. Dus dat. De voorzitter: Nou, bedankt. Mijnheer Stam, u heeft ook nog een vraag. De heer Stam: Ja, een heel andere vraag, maar toch hetzelfde. Jarenlang is er een werkgroep geweest, volgens mij ook bestuurlijk, maar ik vraag ook even of u mij op weg wil helpen, van grip op verbonden partijen.

En als ik ook weer naar deze begroting kijk, dan vraag ik me af welke aanbevelingen zijn er nou uit die werkgroep gekomen die hierop van toepassing zijn en welke verbeteringen zijn er dan geweest? De voorzitter: Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, die werkgroep was er en dat is volgens mij twee of drie jaar geleden afgerond met een rapportage die ook hier besproken is. Maar dat, ik graaf nu in een geheugen dat natuurlijk ook gaten vertoont, dus ik … Dat moeten we even opsnorren. Maar die rapportage heeft u gehad, heeft de raad gehad, de toenmalige raad en die is ook, volgens mij, besproken in een commissie destijds. Ja, maar goed, kunnen we nog eens naar kijken. Zeker als u nadenkt over hoe u de komende jaren hierbij betrokken wil zijn. De voorzitter: Oké, mooi. Mijnheer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik had twee vragen. Ik zou ze graag apart willen stellen, omdat ze compleet niks met elkaar te maken hebben. De eerste is. Ik hoorde mevrouw Marsman al iets zeggen over de GR sociaal die op een … Waarbij de terugkoppeling wellicht op een andere manier zou gaan plaatsvinden. Is dat, mits dat succesvol is, ook mogelijk om voor DGNJ mee te nemen? De voorzitter: Dat is de eerste vraag. Mevrouw Marsman.

Mevrouw Smid-Marsman: Ja, volgens mij zat dat ook in zienswijze en was dat ook een van de dingen waar u met de Dienst Gezondheid en Jeugd over in gesprek wou, van hoe

48

kunnen wij nou zorgen dat wij eerder in het proces betrokken worden en dus een van de oplossingen is dus precies wat de heer Van der Linden zei van als we het formeel maken, een Burap, is het heel ingewikkeld hè, want dan moet het naar een ambtelijk advies, dan moet het naar DB, dan moet het naar het Ab en dan moet het naar het college en dan gaat het naar u. Terwijl als we gewoon zeggen van, geef een presentatie over wat op dit moment, nou ja, de hoofdlijnen zijn, dan kan dat wel. Dus dat lijkt mij zeer verstandig om dat wat werkt ook dan bij de Dienst Gezondheid en Jeugd van toepassing te verklaren. De voorzitter: Mijnheer van Ballegooijen, uw tweede vraag. De heer Van Ballegooijen: Ja, dank u wel, voorzitter. De tweede vraag, ja, ik hoor eigenlijk een heel aantal mensen hier aan tafel ook spreken over zorgen om … Ja, financiële zorgen eigenlijk, tekorten, oplopende budgetten, maar wat de heer Stam al ook al zei: eigenlijk is die begroting is natuurlijk een financiële consequentie van de kaders die we stellen. Daarnaast hoorden we ook al wel, en dat is ook, denk ik, niet onterecht, wat zorgen om uitvoering gezien de personeelstekorten, ziekteverzuim et cetera.

En eigenlijk hebben we natuurlijk, eerder vandaag is er een sessie geweest over doelgroepenvervoer, waar we heel specifiek zijn gaan kijken naar de kaderstellende kant, waarbij we gezegd hebben van, wat zijn precies keuzes die gemaakt zouden kunnen worden om de verschillende uitdagingen die er zijn te helpen, zodat we uiteindelijk, wat we, denk ik, allemaal belangrijk vinden, de groep die de zorgt hardst nodig heeft, die het meest essentieel daarvoor is, dat we die in ieder geval kunnen blijven helpen. Dus mijn vraag is, is het mogelijk om ook voor dit onderdeel zo’n zelfde soort voorbereidende sessie uit te voeren? De voorzitter: Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Nou, we hebben, het is natuurlijk de vraag waar het u als raadslid over moet gaan: welke kaders geef ik mee zodat we de goede uitvoering krijgen? We hebben vorig jaar, begin vorig jaar, eigenlijk net voor de verkiezingen, de verordening jeugd vastgesteld, zoals die nu maatgevend is voor de zorg die we willen verlenen. Onderdeel daarvan was een discussie of was eigenlijk het onderwerp wat nooit helemaal afgerond is, hoor, maar wat wel iets meer verduidelijking heeft gekregen in de nadere regels onder andere, over normaliseren. Hè, wat mag je verwachten van de overheid als er iets niet goed gaat of wat moet je zeggen van hé, dat is vervelend, maar ja, dit is hoe het leven soms loopt hè.

De een heeft dit en de ander heeft dat. Dat is natuurlijk een discussie die altijd ingewikkeld is, waarbij iedereen ook wel zegt: ja, mensen die het echt heel zwaar hebben, hebben natuurlijk sowieso hulp nodig, maar er zijn ook dingen waar je wat meer keuzevrijheid in hebt. Nou, dat heeft zijn beslag gekregen. Een andere is dat we een beleidsplan jeugd hebben vastgesteld in 2018 en we zijn nu bezig hè, want dat beleidsplan is nu wel door zijn termijn heen, zeg maar, we zijn nu weer bezig, en die startnotitie heeft u volgens mij of al vastgesteld? Of die komt nog op de agenda, ja, de startnotitie. We willen een integrale verordening maken, hè, waarin alle sociaal domein wetgeving in één verordening wordt gewordt gestopt. De verordeningen zijn de saaie, maar wel heel belangrijke kant van beleidsdoelen die je hebt, want daar hoort ook nieuw beleid bij, en daar gaan we het komende half jaar, komende jaar over praten. Dus wat dat betreft zitten we op het goede moment, denk ik. Waarbij het wel zo is, en dat is geen waarschuwing, maar wel een constatering dat het dat de Jeugdwet wat dat betreft ietsje anders in elkaar zit dan sommige andere wetten.

49

De Jeugdwet is in beginsel zo geformuleerd dat er geen of, ja, dat er uitgegaan wordt van de kracht van het gezin en van wat zo’n gezin nodig heeft, waarbij twee identieke gezinnen dus op heel verschillende manieren kunnen worden geholpen. Dat is een kracht, maar ook een beetje open einde soms. De voorzitter: Bedankt. Ik zag een handje van mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank je wel. Twee vragen, de eerste is denk ik heel simpel te beantwoorden, maar hebben we er als Dordt ook last van dat andere gemeentes de onderbouwing niet op orde hebben en misschien volgend jaar weer niet? Heeft dat gevolgen voor ons als Dordt? En de andere vraag, het kwam een paar keer aan de orde met wat mevrouw Smid zei: we moeten een opvatting krijgen over het instellen van een adviescommissie. Waar, wanneer, hier, hoe? De voorzitter: Mijnheer Van der Linden of mevrouw Smid. De heer Van der Linden: Kijk, alles wat we tot nu toe bespreken, hebben we regionaal georganiseerd, hè. Ik bedoel, de zorginkoop hebben we regionaal georganiseerd. Dat daar heel veel geld in besteed wordt, dat hebben we regionaal georganiseerd, daar zit regionale expertise op. Wat we teruggehaald hebben naar onze lokale raden is de beleidsverantwoordelijkheid en de financiële verantwoordelijkheid. We lopen in principe niets extra tekort of hebben extra baat bij gemeentes die het net iets anders doen.

Ik veronderstel wel dat, Dordt is natuurlijk een grote stad met veel grote stadsproblematiek, maar ook met best veel capaciteit om zelf plannen te ontwikkelen, meer dan sommige andere kleine gemeentes dat hebben. Tegelijkertijd merken we ook wel dat sommige heel goede ideeën die eerst getest zijn in een kleinere gemeente, bijvoorbeeld die POH-er, dat wij dat heel goed kunnen overnemen. Dus dan werken we wel heel graag samen op de inhoud. Daar krijgt u binnenkort nog een rib, over het programma zorg voor jeugd. Maar het is niet perse zo dat, hè, stel dat één gemeente loopt te rotzooien of te klooien, dat we daar nu extra last van hebben, nee. En dat zou in de vorige situatie, waarin we nog wel financieel solidair waren, wellicht iets meer het geval hebben kunnen zijn. Het is ook wel zo, in de kleinere gemeenten, we helpen heel veel kinderen, heel veel jeugdigen, heel veel gezinnen met jeugdigen. Als je een kleine gemeente bent en je hebt de toevalstreffer dat je een paar heel dure kinderen hebt, ja, daar kun je weinig aan veranderen en dure kinderen hebben natuurlijk complexe zorg. Dat is de menselijke kant van het verhaal en de financiële kant is soms vijf ton per jaar. Dordt merkt dat niet zo gauw, maar dat vinden zelfs wij heel goed zichtbaar op de begroting, maar een kleine gemeente zal dat nog, zal dat natuurlijk veel eerder merken.

De voorzitter: Zijn hiermee uw vragen beantwoord? Mevrouw Van Vugt-Roose: Een van de vragen. Mevrouw Smid-Marsman: En de andere nog niet. Naar ik begrijp wordt er op dit moment vanuit een aantal gemeenten, ambten en met griffies en met de verbonden partijen gekeken naar een voorstel. Dus we hadden ook even overleg. Ik zal even kijken of men in ieder geval een indicatie kan geven van op wat voor termijn u een voorstel kunt verwachten.

50

De voorzitter: Mooi. Ik kijk nog even verder. Zijn er andere collega’s die een vraag hebben? Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik had nog een vraag over de MDH teams, want in de bestuursrapportage wordt het een pilot genoemd, maar het is eigenlijk toch al twee jaar bezig. Nu is mijn vraag, er zijn vijf casussen opgepakt. Is dat niet wat weinig over de loop van de jaren of hoe ziet dat er eigenlijk inhoudelijk uit? En is het ook mogelijk om daar een evaluatie, zeg maar, van te verwachten. Dus hoe de samenwerking met de ketenpartners eruitziet en hoe het financieel in elkaar zit? De voorzitter: De heer Van der Linden, mevrouw Smid. Mevrouw Smid-Marsman: Volgens mij, als het goed is, u krijgt binnenkort een rib met daarbij het werkprogramma voor de jeugd, dat is het programma wat de tien gemeenten samen hebben vastgesteld voor de dingen die niet in het AB zit, maar die we wel gemeenschappelijk doen. En een van de sporen in dat werkprogramma is het toekomstscenario kind en gezinsbescherming. Dat is dus wat vroeger ‘…’ heette. Daar is dit, volgens mij, een van de onderdelen van. Dus mijn voorstel zou zijn dat u even dat werkprogramma afwacht en als u dan nog aanvullende vragen heeft, dan kunnen wij die u gewoon leveren. De voorzitter: U heeft een aanvullende vraag.

Mevrouw Schnabel: En wanneer is dat werkprogramma te verwachten? De heer Van der Linden: Volgens mij is dat vorige week in het college geweest, dus ik denk dat het deze of volgende week bij u op de tafel ligt of misschien al heeft gelegen, dat spoor ben niet helemaal wijs. Maar in ieder geval, het komt er heel snel aan. De voorzitter: Mooi. Beste collega’s, omwille ook van de tijd, zijn er nog vragen aan de heer Van der Linden of mevrouw Smid dan om dit onderwerp? Nee. Nou, in ieder geval bedankt voor uw inbreng. Dit was een beeldvormende technische sessie rondom de zienswijze begrotingswijziging van de Dienst Gezondheid en Jeugd. De portefeuillehouder heeft een aantal voorstellen gedaan, met name ook om eens een keertje kennis te maken met Dienst Gezondheid en Jeugd en SOJ. Dat is natuurlijk aan u om daar gebruik van te maken. En het vervolg hierop. Is er een vervolg of zou u nog verder een proces met elkaar van gedachten willen wisselen? Mevrouw Schnabel? Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Nou, wij zouden graag voor willen stellen om de tweede Burap, omdat we hem nu niet echt inhoudelijk besproken hebben, om daar een oordeelsvormende sessie over te houden, zodat we daar nog verder over in gesprek kunnen gaan. De voorzitter: Ik zie een reactie van meneer Van der Linden.

De heer Van der Linden: Ik snap de behoefte om te praten over de stand van zaken, tekorten, dingen die goed gaan, enzovoort. Alleen de Burap is eigenlijk niks meer dan een dood stuk, want u kunt er iets van vinden, maar het AB gaat er niks meer niks meer mee doen. Ik denk dat de jaarrekening, die heel binnenkort komt, daar eerder aanleiding

51

voor is. En dan zou u de informatie die u uit de Burap heeft, daarbij kunnen betrekken, op de inhoud. De Burap zelf vergt geen oordeel meer van uw raad waar collega Merx in het AB of ik in het DB iets mee moet, want het jaar is afgerond. De voorzitter: Is dat helder? De heer Van der Linden: Technisch kan natuurlijk wel. De voorzitter: Is dat helder, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Of, nou ja, want er is natuurlijk een eerste zienswijze geweest en daar zijn ideeën over opgehaald, maar bij deze tweede zienswijze zijn geen, is er, zeg maar, geen oordeelsvormende sessie, dus vandaar de vraag eigenlijk. Dus in die zin nog niet helemaal helder waarom … De voorzitter: Ja. Nog een keertje. De heer Van der Linden: In de trage cyclus die we hebben, vanuit de GR samenwerking, heeft de eerste Burap een belangrijke rol, want we zagen he, er komt het tekort aan. Beste raden, wat vindt u daarvan? Dan stuurt u als raad hè, op onze voorzet een zienswijze en daar hebben wij in het AB ons toe verhouden en gezegd oké, alle zienswijze horend, nemen we dit besluit. Tegelijkertijd hebben we ook weer een nieuwe Burap die voor een deel iets positiever is dan die eerste Burap. Alleen, nog een zienswijze kan dus niet, want het jaar is voorbij, hè. Dus dat is wettelijk niet mogelijk. Dus daarmee is die Burap heeft geen betekenis meer voor de beleidsvorming.

Dus wat u er ook van vindt, of je hem heel goed vindt of helemaal niet goed vindt, politiek betekent het niks meer, want we gaan er nu niet meer mee terug naar de algemene bestuurstafel. Natuurlijk kunt u hier wel een oordeel over uitspreken, maar dat betekent dan, tussen haakjes, niks. Is het zo duidelijker? Mevrouw Schnabel: Dus dan zouden we in een technische sessie wel nog vragen kunnen stellen? En eventueel met Dienst Gezondheid en Jeugd? De voorzitter: Juist, inderdaad. En ik hoor ook de portefeuillehouder aangeven dat op het moment dat de jaarrekening komt, dat is dan om en nabij in april, dat we het dan alsnog, zeg maar, als beeldvormende sessie met elkaar kunnen bespreken. Ik zie ook nog een opmerking van mijnheer Stam die die gaat maken. De heer Stam: Ja, ik zit te twijfelen. Jaarrekening is natuurlijk ook zo, die komt ook zo laat en vastgesteld dat is terugkijken, kan je niks mee en dan heb je kaders voor een begroting 2026 of zo, maar ik denk dat het veel belangrijker is dat we met DGJ om tafel gaan om te kijken welke kaders we hanteren, waar wij zelf als gemeenteraad invloed hebben om die aan te passen en zo te kijken welke verandering je eventueel zou kunnen toepassen. De voorzitter: Bedankt voor deze aanvulling. Dat was ook het aanbod van de heer Van der Linden. Als ik zo kijk naar de commissie dan, nou ja, kunnen we die uitnodiging ook omarmen.

Gaat mevrouw Smid nog organiseren en ik zie mevrouw Van Vugt nog met …

52

Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, ook een stukje onwetendheid nog, maar in hoeverre heeft dat zin, want dat gaat in tien gemeentes gebeuren. Misschien. Mevrouw Smid-Marsman: Nou ja, kijk, wat, denk ik, wel aardig is, zeker nu aan het begin van deze collegeperiode, is juist die tweede Burap gebruiken om, he, dus bijvoorbeeld net de vraag over Veilig Thuis en SOJ en oe verhoudt zich dat dan en dat soort dingen en je zou het werkprogramma er dus naast kunnen leggen, dat zijn de dingen die we met de gemeente zelf doen. Ook bedoeld om inderdaad te sturen. En dan zou je daar gewoon wel echt een wat dieper gesprek over kunnen hebben van, nou ja, waar zitten … Want je kan aan de hand van de tweede Burap, en ondertussen wordt natuurlijk ook aan de begroting gewerkt, kunnen zij wel vertellen: wat zien wij voor risico’s, beren, kansen? Wij kunnen als gemeente zeggen, wat willen we met jeugdhulp naar voren, wat willen we met de andere dingen proberen om dat te doen? Dus daar kan je op zichzelf, denk ik, wel echt een goed gesprek over houden, zodat je gesteld bent, voor de discussie over de jaarrekeningen de begroting en dat soort zaken. De voorzitter: Nou. Als ik zo rondkijk, zijn er geen andere opmerkingen. Nou, dan wil ik u in ieder geval bedanken voor uw inbreng en de toezeggingen die zijn gedaan. Het is allemaal netjes door mijn collega links van me genoteerd.

Ik wens u nog allen een fijne avond en tot een volgende keer. Dank u wel. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 7 februari 2023.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/553/documents/21822