2.6 2022-02-15 Gemeente Dordrecht Commissie Bestuur en Middelen.pdf
Tekst van het document
21
die het daglicht niet kunnen verdragen daarom niet meer op zo’n plek gebeuren. En dat het om die reden in dat soort ernstige gevallen waar veel straatintimidatie plaatsvindt nuttig zou kunnen zijn. De heer Kolff: Ja, nou, voorzitter, dat sluit denk ik wel aan bij wat ik zojuist zei, dat ik het zeker niet uitsluit in het kader van dit thema. We hebben natuurlijk recent bijvoorbeeld de situatie gehad bij winkelcentrum De Bieshof, dat ging niet zozeer alleen maar om straatintimidatie maar ook om straatintimidatie. Daar heeft een camera, hebben we daar tijdelijk neergezet en dat heeft echt gewerkt. Dus er zijn echt wel situaties denkbaar waarin dat effectief is. Maar ik zou daar niet mee willen beginnen om de hele stad onder camera’s, ik zeg het maar even een beetje gekscherend, maar de hele stad onder de camera’s te plakken. Als het gaat om, nogmaals, ik heb al gezegd, die strafbaarstelling van het thema straatintimidatie, dat is echt iets waar de Tweede Kamer, maar daar wordt nu aan gewerkt, ik ben daar groot voorstander van. Dat geeft in ieder geval meer mogelijkheden voor de sterke arm. En als het gaat om onze eigen toezichthouders, ook die komen natuurlijk voor in het Integraal Veiligheidsplan, maar we hebben ook jaarlijks een handhavingsplan, waarbij we aangeven wat de prioriteiten zijn van de boa’s.
Ook daar staat dit thema nu niet in vermeld als topprioriteit en boa’s hebben natuurlijk ook wel weer andere bevoegdheden dan politieagenten. Als het gaat om zaken die strafbaar zijn kunnen de boa’s daar weer minder in acteren maar ze kunnen natuurlijk wel signalerend zijn voor wat betreft het vervolgens opschalen naar de politie. Maar ze kunnen wel heel goed in hun uniform, als ze iets signaleren, een inwoner die dat wangedrag vertoont aanspreken. Dus in zoverre, ja, zou ik eigenlijk de toezichthouders die wij nu hebben in de rol die ze vervullen, want ze zijn toch dagelijks op straat met ongeveer 45 mensen die wij bij ons hebben lopen, zou ik die toch wel de boodschap willen meegeven: wees hier extra alert op. En we moeten ook kijken in het nieuwe Integraal Veiligheidsplan hoe we daar eventueel nog extra prioriteit aan kunnen geven. De voorzitter: Ik zag weer een vinger van de heer Kuhlmann, u bent inmiddels qua aantal interrupties bij het derde bespreekpunt, dus u heeft er niet zo heel veel meer vanavond. De heer Kuhlmann: Goed. Ik hoorde de portefeuillehouder spreken over handhavers. Nou, dat is denk ik heel goed. Hij noemde daarbij ook, als ik hem goed heb verstaan, ook uitdrukkelijk geüniformeerde handhavers. Nou, die kunnen daar zeker een rol in hebben.
Maar ik ben ook even benieuwd naar zijn gedachten over wanneer een handhaver juist niet zijn uniform aan heeft? Omdat ik denk dat heel wat daders van straatintimidatie misschien niet zo snel een geüniformeerde handhaver durven lastig te vallen. Op het moment dat een handhaafster niet haar uniform aan heeft dan pakt dat misschien net anders uit. En als er dan natuurlijk wel geüniformeerde collega’s in de buurt zijn, hoe kijkt dan de portefeuillehouder daartegen? De heer Kolff: Ja, dank. Laat ik het zo zeggen, ik vind eigenlijk dat handhavers in het algemeen herkenbaar moeten zijn als zodanig. Zodat mensen die zich onveilig voelen ook heel makkelijk naar een handhaver toe kunnen stappen om te zeggen: ik herken u als handhaver, help mij. Ik zeg het maar eventjes zwart-wit. Als aanspreekpunt ook
22
namens de gemeente want het gaat niet alleen maar om veiligheid bij handhavers, het gaat om toezicht in brede zin. Handhavers hebben overigens ook dat uniform aan niet alleen vanwege de herkenbaarheid maar omdat het veiliger voor ze is, om hun werk veilig te kunnen doen. Er zit een steekwerend vest is daar onderdeel van, dus dat vind ik allemaal belangrijke aspecten. We hebben bijvoorbeeld als het gaat om het handhaven van de coronamaatregelen wel eens gebruikgemaakt van handhavers in burger. Bijvoorbeeld binnen de horeca te kijken of mensen zich aan de maatregelen houden zonder dat daar meteen de sfeer verpest wordt omdat er uniformen binnenkomen, zeg ik dan maar even. Overigens werd dat ook gewaardeerd door de meeste ondernemers die daarmee geconfronteerd worden. Dus het kan voorkomen dat wij handhavers ook in burger inzetten, en dat zou bij dit thema ook kunnen. Tegelijkertijd vind ik wel als je ’s nachts of ’s avonds laat op straat bent als handhaver, dan moet je wel de middelen ter beschikking hebben die je nodig hebt om ook jezelf te kunnen beschermen en je werk veilig te kunnen doen. Dus, nou ja, ik moet daar over nadenken, ik kan daar eigenlijk nog niet meteen ja of nee op zeggen. Het zal niet op grote schaal gaan gebeuren en ik wil ook uitlokking voorkomen, maar het kan een middel zijn dat helpt in de strijd tegen de straatintimidatie.
En volgens mij, voorzitter, heb ik de meeste zaken aangeraakt. Het enige wat ik nog van Beter Voor Dordt heb begrepen is ja, maak die app nou landelijk. Ja, daar ga ik niet over. Ik ga over de openbare orde en de veiligheid in onze stad. Er is vanuit de gemeenteraad van Dordrecht echt de vraag gesteld: wat kunnen we doen om straatintimidatie tegen te gaan? Nou, daar zou zo’n app bij kunnen helpen. Ook in andere steden helpt zo’n app. En die app is nogmaals niet bedoeld om zeg maar 112 te vervangen of het reguliere politienummer te vervangen maar is echt bedoeld vooral om voor de gemeente ook in kaart te krijgen, waar speelt het zich nou af, wat voor soort en aard en omvang van straatintimidatie hebben we mee te maken? En ook de mensen die zich hier in onze stad op enig moment onveilig zouden voelen het gevoel te geven, ik heb een plek waar ik dat kwijt kan. Dus wat dat betreft is het niet zo raar als dat een lokale app is eigenlijk, zou ik willen afsluiten, voorzitter. De voorzitter: Nou eentje, mevrouw Kruger, en dan gaan we door naar het volgende punt hoor. Mevrouw Kruger: Ja, een korte vraag, ik heb het over de, anderen ook wel, over de publiekscampagne gehad. Wordt daar al voort mee gemaakt, wanneer kunnen we dat tegemoet zien? En worden daar ook anderen voor uitgenodigd? De heer Kolff: Ja, dat is een goede, dat heb ik inderdaad nog vergeten te zeggen.
U noemde een naam van iemand die wij denk ik allemaal kennen ofwel via media ofwel zelf via gesprekken die we hebben gevoerd. Die persoon was in ieder geval betrokken bij de verdere uitwerking. En de app, de bedoeling is dat de app eind maart actief wordt, kan zijn. Er wordt nu nog aan gewerkt om die te optimaliseren en klaar te maken voor gebruik. Dat willen we dan ook met de publiekscampagne lanceren dus dat zal uiterlijk eind maart, begin april gaan plaatsvinden. De voorzitter: Helder.
23
De heer Kolff: En u kunt het dus tegemoetzien, het hele onderwerp, in het concept of in het voorstel Integraal Veiligheidsplan voor de komende jaren. De voorzitter: Helder. Nou, we hebben dit onderwerp naar mijn gevoel uitgebreid besproken. De portefeuillehouder is op al uw suggesties, vragen ingegaan. Ik kijk even rond maar ik ga ervan uit dat er geen aanvullende vragen meer zijn en kan dit stuk ter kennisname naar de raad. Ja. Oké, dan is dat vastgesteld. 6. Raadsinformatiebrief Stand van zaken politiecapaciteit d.d. 5 januari 2022 De voorzitter: Dan gaan we door naar het volgende punt en dat is de raadsinformatiebrief, even kijken, zeg ik nu de goede volgorde, inzake de politiecapaciteit. Ja. En de bespreking richt zich op de volgende vragen: wat betekent de beperkte capaciteit voor noodhulp voor het veiligheidsgevoel in de wijk en hoe gaan we om met de situatie dat de politie geen opvolging geeft of kan geven aan aangiftes die worden gedaan? En de vragen zijn gesteld door de SP en het CDA. En ik geef het woord aan de heer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Nou ga ik ook al piepen. Ah, kijk aan. Ik zei dank u voorzitter en dan ga ik weer verder. Door slecht rijksbeleid is er een tekort bij de politie en dus ook in Dordrecht.
En als oplossing lezen we in het stuk dat onder andere gekozen wordt om maximaal 20 procent van de capaciteit van de wijkagenten in te zetten voor andere taken. Net hebben we bij straatintimidatie kunnen lezen dat uit het onderzoek van het OCD is gebleken dat er behoefte is aan meer en betere handhaving. Er gaat bijna geen weekend meer voorbij of er is iets met messen aan de hand in de stad. Mensen voelen zich niet meer veilig, dat komt zeer regelmatig aan de orde als je met burgers spreekt. En daarom vinden wij de keus om wijkagenten voor andere taken in te zetten geen goede keus en zouden we daar graag een andere afweging op willen hebben. We moeten vooral zorgen dat in de wijken de wijkagenten die daar vast horen ook zijn en dat er ook vaste toezichthouders zijn. En misschien kunnen we met toezicht wat andere prioriteiten stellen, we hadden het daar bij het vorige onderwerp ook al over. Ik was van de week, onlangs een keer om een uur of elf in het centrum en dan zie ik twee parkeerwachten auto’s controleren of ze keurig een parkeerboete, parkeervergunning hebben, dat ze betaald hebben. En dan denk ik: nou, er was helemaal geen gebrek aan parkeerruimte, laat daar nu eens een keer een auto staan die niet betaald heeft maar laat die mensen in de wijken actief zijn op het moment dat er problemen zijn of dat je problemen kunt verwachten.
En dat betekent dat we ook in de late avond en in de nacht politie en toezicht in de wijken moeten hebben, vinden we bij de SP. Dus graag een reactie van de burgemeester hoe hij denkt meer het veiligheidsgevoel in de wijken te vergroten? En vooral niet mensen die in de wijken actief zijn van politie en handhaving daar weg te halen. De voorzitter: Dank u wel. Andere partijen? Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Nou, voorzitter, ik sluit me voor een belangrijk deel aan en wil één punt aanvullen, dat is een vraag. Kijk, die wijkaanpak staat in Nederland ook bekend als een van de redenen dat extreem gedachtegoed, jihadisme, et cetera, dat we dat in
24
Nederland, nou ja, min of meer in de hand hebben of in het zicht of nou, ik weet niet precies welke woorden daar precies geschikt voor zijn. En dat roept bij mij dus de vraag op van: ja, als je dan minder in die wijk bent, leidt het dan niet op de middellange termijn tot veel grotere problemen op dat vlak? Het is een beetje vergelijkbaar, ik dacht een beetje aan het wegenonderhoud, dat is een beetje rare vergelijking misschien. Maar kijk, je kunt best een paar jaar lang geen wegenonderhoud doen maar je merkt het vijf, zes, zeven jaar later dubbel en dwars terug want dan zijn de kosten drie keer zo hoog om het te repareren. Dus daar zat mij, en dat sluit denk ik aan op het betoog van de heer ’t Lam dus daarom dacht ik, ik kom er nu even in. Dus daar graag wat tekst op. De voorzitter: O, sorry. Dank u wel. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. De Dordtse VVD baalt natuurlijk enorm van de onderbezetting bij onze politie. Er ligt voldoende geld om alle salarissen te betalen maar er zijn onvoldoende politiemensen. Dat komt, zo lezen we in de brief van het college, omdat er momenteel een grote groep politiemensen met pensioen gaat, hun vervangers nog deels in opleiding zijn en omdat onze politiemensen moeten komen opdragen bij allerlei demonstraties en op die momenten niet aanwezig kunnen zijn in de Dordtse straten.
Ook al lijkt het een probleem dat over een paar jaar zal verminderen wanneer de nieuwe politiemensen hun opleiding hebben afgerond, in de tussentijd is die onderbezetting natuurlijk wel een ernstig probleem. Onze stad kent helaas de nodige veiligheidsproblemen zoals hardrijders, straatintimidatie en het messengeweld waarbij we elke politieman en -vrouw op straat hard kunnen gebruiken. Wat de Dordtse VVD tot nu toe mist in het debat over de onderbezetting zijn voorstellen om die onderbezetting te bestrijden. Kunnen we niet een aantrekkelijke regeling organiseren om agenten die bijna met pensioen gaan nog een paar jaar langer in dienst te houden? Agenten met een berg aan politie-ervaring die hun laatste politiejaren doorbrengen in leuke Dordtse wijken zoals Stadspolders en Sterrenburg of in Dubbeldam. Dat zou zelfs een oplossing kunnen zijn die landelijk ingevoerd kan worden. En wat is er dan mooier om een pilot te starten in onze gemeente Dordrecht.
En eerlijk gezegd ben ik ook wel benieuwd hoeveel invloed een individuele agent heeft op zijn of haar standplaats? Is een agent volledig afhankelijk van de grillen van het rooster of hij moet gaan werken in Gouda, Breda of Dordrecht of kan een wijkagent een voorkeur uitspreken om geplaatst te worden in een Dordtse wijk? Ik vraag het omdat die onderbezetting landelijk speelt en ik zie dat andere gemeenten hun aantrekkelijkheid voor agenten willen vergroten door bijvoorbeeld agenten voorrang te geven op een woning. Met dat in het achterhoofd vraag ik me af of het zinnig is om Dordrecht aantrekkelijker te maken als standplaats zodat … Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, u doet dat zelf niet terwijl ik verwacht van u als voorzitter dat u dat wel doet, dit gaat helemaal nergens meer over ten opzichte van het onderwerp. Dit is zo breed, wij gaan hier niet over de politie. Dus ik wil eigenlijk mijn collega Kuhlmann vagen of die zich kan beperken tot de Dordtse situatie?
25
De voorzitter: Nou, volgens mij, tenminste zo heb ik het gehoord tot nu toe, was die daarmee bezig maar u kunt misschien iets bondiger zijn. Mevrouw Koene: Ja, dat is prima met een VVD-voorzitter en een VVD-woordvoerder, maar de heer Kuhlmann heeft het over allerlei zaken waar wij niet over gaan hier. De voorzitter: Goed, nou trekt u mijn onafhankelijkheid als voorzitter in twijfel, dat begrijpt u dat ik dat niet accepteer. Maar gaat u verder, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel. Met dat in het achterhoofd vraag ik me of het zinnig is om Dordrecht aantrekkelijker te maken als standplaats zodat de politiemensen die wel beschikbaar zijn in de wijde omgeving graag in Dordrecht komen werken. Is het niet een idee om politieagenten die tenminste de helft van hun werktijd actief zijn in de Dordtse straten dezelfde pas te geven die gemeenteraadsleden ook krijgen waarmee ze gratis toegang hebben tot onze gemeentelijke musea. Een andere oorzaak van de onderbezetting van de politie in onze stad is het enorm toegenomen … Mevrouw Kruger: Voorzitter? De heer Kuhlmann: … aantal demonstraties in ons land. De voorzitter: Mevrouw Kruger, gaat uw gang. Mevrouw Kruger: Ja, nu ga ik eventjes toch er tegenin want ik bedoel, ik vind het hartstikke leuk alle ideetjes maar dat geldt voor de mensen in de zorg, dat geldt voor het onderwijs, dat geldt voor bijna iedereen.
Laten we het nu hebben over waar het in de raad, ik onderstreep wat dat betreft wat mevrouw Koene zegt, laten we het hebben wat erover in de raadsinformatiebrief staat, de oplossingen die bedacht worden en niet hebben over allerlei cadeautjes die we kunnen gaan geven waardoor het aantrekkelijker wordt om het vak uit te oefenen. Volgens mij zal de politie niet zo blij zijn met een museumkaart, eerder met een hoger salaris of met meer personeel. Maar goed, dat is mijn mening. De voorzitter: Maakt u uw punt alstublieft, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja. Een andere oorzaak van de onderbezetting van de politie in onze stad is het enorm aantal toegenomen demonstraties in ons land. Gelukkig is demonstreren een grondrecht in ons land, dat moet natuurlijk zo blijven, maar het valt me wel op dat er politieke partijen zijn die ondanks alle mogelijkheden die er zijn om zaken aan te kaarten in het politieke debat, vaak nodig vinden om op straat te gaan om te demonstreren. Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Ja. De heer Kuhlmann: Ik denk dan in de eerste plaats …
26
De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, want nu begin ik ook met mevrouw Koene en mevrouw, ja, mijnheer De Boer ook inmiddels. Beperkt u zich alstublieft tot het onderwerp want u gaat nou echt wel heel breed dit onderwerp aanvliegen. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, mag ik toch heel even reageren? De voorzitter: Ja, kort. Mevrouw Kruger: Ja, ik kan er niks, ik zit al heel ver weg maar ik vind het echt wel kwalijk als u het heeft over dat er zoveel meer demonstraties. Ook dan wil ik zeggen, moet u even beelden van de jaren 80 kijken, die waren duizend keer zoveel die demonstraties. Het gaat erom, dat is een grondrecht wat mensen hebben en dan gaan we niet zeggen dat die maar minder moeten zijn, bepaalde politieke stromingen die dat doen, omdat we nou eenmaal een tekort hebben aan politie. Dat is een andere oorzaak waardoor we nu een tekort hebben aan politie. Daar hebben de demonstraties niks mee te maken. De voorzitter: Oké, dit was ook zeg maar als reactie op maar ook buiten de orde van het punt. Wilt u zich beperken tot het punt verder, mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Dat doe ik graag en als u de raadsinformatiebrief leest die voor ons ligt en die ter bespreking hier ook ligt staat er duidelijk in, ik citeer: dat er een groot beroep wordt gedaan op de gebiedsgebonden politiezorg door de inzet voor het bewaken en beveiligen en begeleiden van demonstraties.
Dat is gewoon een onderdeel waar we het vandaag over hebben. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. Ja, dan moet ik u toch … De heer Kuhlmann: En het enige wat ik daarover … De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, even, nu moet ik u toch corrigeren. De bespreking van vanavond richt zich op de volgende punten, ik heb ze zojuist ook voorgelezen: wat betekent de beperkte capaciteit voor de noodhulp van het veiligheidsgevoel in de wijk en hoe gaan we om met de situatie dat de politie geen opvolging geeft of kan geven aan aangiftes die worden gedaan? Dat zijn de vragen die vanavond ter bespreking staan. De heer Kuhlmann: Goed, ik denk, wij denken dat het slim is om bij die onderbezetting, het probleem waar we het volgens mij vanavond over hebben, om te kijken, hoe kunnen we dat oplossen? Ik heb daar een paar dingen over gezegd. En laat ik dan afsluiten, de VVD en zeker de Dordtse VVD probeert wanneer dat kan graag te denken in oplossingen en niet in problemen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kuhlmann. Anderen? Mevrouw Van den Bergh. Mevrouw Van den Bergh: Ja, heel kort. Wij willen ook graag even aangeven dat, wij vinden de wijk, de aanwezigheid van wijkagent in de wijken, dat dat prioriteit heeft. En wij denken ook, daarnet hebben we het er ook over gehad, over de prioriteiten stellen in het Integraal Veiligheidsplan en het handhavingsplan en in wat voor andere
27
beleidsstukken ook, dat we die prioriteiten eens goed weer op een rijtje moeten gaan zetten. En daar zou ik ook de reactie van de politie en de burgemeester op willen, hoe je toch het zo kunt organiseren dat je in de wijken, boa’s, wijkagenten, politie, dat dat zeg maar zoveel mogelijk in die wijken aanwezig is. Zodat je zeg maar zowel aan de preventieve kant en via de handhavingskant veel beter, sneller knelpunten, laat ik het zo zeggen, kunt boven tafel krijgen en daar iets aan doen. En dan wil ik toch even weten hoe we dat kunnen organiseren en op wat voor termijn? Want het lijkt me toch wenselijk dat die wijkagenten in de wijk zijn en zo min mogelijk tijd besteden aan andere activiteiten. De voorzitter: Dat was hem? Dank u wel. Anderen, mevrouw Kruger, of niet? Ja, Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, ik zat even als aanvulling op wat mevrouw Van den Bergh aangeeft, over in de wijken. En dan kom ik dus gewoon, daar hebben we het al vaker over gehad, over de politiebureaus. Dus de plekken waar mensen kunnen zijn en dat is, we hebben nu op de Vriesestraat is er dan net eentje weer bijgekomen.
Nou, nou, nou, ik vind het echt minimaal voor een stad waar toch de laatste jaren wat minder maar wat we hopelijk weer wat meer gaan krijgen met de versoepelingen, dat er veel mensen komen, vind ik het minimaal wat we hier aan plekken hebben waar mensen ook naartoe kunnen gaan als er iets is. En dat heeft volgens mij niet direct altijd met bezetting te maken maar goed, ik denk dat dat wel weer tegengesproken wordt maar daar moeten we wel ook eventjes naar kijken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ja, ook Beter Voor Dordt vindt het een vervelende situatie waar we nu in zitten. Gelukkig is dit onderkend en lees ik een hele rits genomen maatregelen om de impact te verminderen. De ondercapaciteit duurt nog in ieder geval tot 2024. We missen op dit moment 15 fte’s. Ik vroeg me af: hoeveel percentage van het totaal het is? Waar we ook zorgen over maken is dat we lezen dat er verlofuren worden afgekocht en er wordt kritischer gekeken naar de inzet van niet verplichte opleidingen. Deze twee maatregelen hebben misschien een directe impact op de gemoedstoestand van de agenten. Daar hoor ik misschien dadelijk nog iets over van de agent aanwezig, want ook agenten hebben ontspanning nodig en afleiding. We moeten wel oppassen dat zij niet overwerkt raken want dan zijn we nog verder van huis.
En als laatste punt, voor de Dordtse evenementen, kunnen we daar niet meer externe veiligheid inhuren om eventueel de agenten wat te ontlasten op dat punt? Dank u, voorzitter. De voorzitter: Ik dank u wel. Ik kijk rond, verder niemand meer. Dan geef ik het woord aan de portefeuillehouder, mijnheer Kolff. De heer Kolff: Hartelijk dank. En ik heb voor de beantwoording van deze vraag, en dat had u al gezien, ook de districtschef meegenomen van de regio Zuid-Holland Zuid. Dus die is verantwoordelijk eigenlijk voor alle tien gemeenten in ons gebied. Dennis Den Os, en daar ben ik heel blij mee dat die hier vanavond is. Even heel kort als het mag de iets bredere context schetsen want er werd al gezegd: dit komt door slecht Rijksbeleid, et
28
cetera. Maar dit heeft ook gewoon te maken met demografische ontwikkelingen. Dat zie je en dat zei mevrouw Kruger volgens mij al terecht, en je ziet het in allerlei beroepsgroepen, onderwijzers, zorg, politie, je ziet gewoon dat er een grote uitstroom is, mensen gaan met pensioen, de babyboomgeneratie gaat ermee stoppen en er zijn eigenlijk gewoon te weinig mensen om het werk te doen. Tegelijkertijd zie je dat de aantrekkelijkheid van het vak er wel voor zorgt dat er veel mensen in opleiding zitten. En u heeft het staatje gezien in de brief, wij verwachten dat in de loop van ‘23, begin ‘24 het omslaat en we weer meer instroom hebben dan uitstroom maar we dus ook weer meer capaciteit ter beschikking hebben. De heer ‘t Lam: Voorzitter? De heer Kolff: Ik zie een vraag, voorzitter, van de heer ‘t Lam. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Voorzitter, ik hoor de burgemeester zeggen dat het te maken heeft met allerlei uitstroom. Maar ik vind dat Rijksbeleid, want die uitstroom komt niet in één keer, men had vooral gewoon eerder moeten gaan werven en betere salarissen geven, dan was er waarschijnlijk wel voldoende politie geweest. Dus het is echt Rijksbeleid. De heer Kolff: Ja. Nou ja, goed, laten we die discussie dan maar niet te lang voeren. Ik ben geen minister en ik ben ook geen werkgever van de politie, dat is de minister.
Ik ben slechts burgemeester verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid en daar heb ik onder andere de politie ter beschikking als een van de twee gezagsdragers, samen met de officier van justitie. En in zoverre ga ik dus over de prioritering van wat de politie op het grondgebied van Dordrecht doet. En daar heb ik ook overleg over met mijn collega-burgemeesters binnen de eenheid Rotterdam Rijnmond, dat gaat over 25 gemeenten, om daar zoveel mogelijk ook één lijn in te trekken. Dat is anders ook onwerkbaar voor de politie als we zeggen van, ja, als het gaat om prioritering en capaciteitsgebrek, waar we het hier over hebben, dan moet je daar ook met elkaar afspraken over maken wat daar de grote lijnen in zijn. En die grote lijnen zijn enerzijds dusdanig dat ik vind dat ik de raad daarover moet informeren, en anderzijds zullen ze in praktijk niet tot enorm grote problemen leiden in Dordrecht, zeg ik er meteen maar even bij. Want waar gaat het om, we hebben een structurele onderbezetting in onze stad van vijftien fte. Ik zou heel graag willen dat die vijftien fte, want die komen onze stad gewoon toe, daar komt het op neer, in de verdeling van de capaciteit, dat die zo snel mogelijk worden ingevuld. Dan heb je het ongeveer over tien procent van de totale capaciteit van die Dordrecht toekomt.
Als het gaat om het veiligheidsgevoel maar ook over de feitelijke ontwikkeling van de criminaliteit en de opvolging die de politie daaraan kan geven, dan zien we al jarenlang een dalende trend en dat is een positieve trend. We zien het aantal woninginbraken afnemen, het aantal roofovervallen, tal van vormen van criminaliteit nemen af. Ondanks dat we de laatste jaren wat knellender zitten als het gaat om de capaciteit van de politie, dus dat is eigenlijk best een mooie ontwikkeling. Als het gaat, en dat is ook een vraag geweest die vooraf werd gesteld, een politieke vraag: hoe gaat het nou met die aangiftes? Ja, daar kan misschien straks de districtschef nog wel wat over zeggen, maar voor zover ik weet
29
is capaciteitstekort geen grond voor afwijzing van een aangifte. Oftewel een aangifte wordt altijd opgevolgd, het kan zijn dat er uiteindelijk wordt gezegd: deze aangifte leidt niet tot een vervolging of wat dan ook in overleg met de officier van justitie. Als het gaat om die wijkagenten, en dat is ook een belangrijke vraag die velen van u hebben gesteld, dan is het zo dat deze brief aangeeft niet dat de wijkagent maar even wordt ingezet om het probleem op te lossen. Er wordt gezegd: we stellen als burgemeesters een maximum aan de hoeveelheid werk die een wijkagent kan verrichten niet zijnde zijn wijkagenttaken. En dat is dus twintig procent, dat betekent dat die tachtig procent van zijn tijd wel kan besteden aan de wijkagenttaken. En zo moet u de brief ook lezen, het gaat om een maximum van twintig procent. Waarbij ook nog eens keer, en dat vind ik wel belangrijk om te zeggen, we met elkaar nastreven dat die twintig procent maximaal werkzaamheden die die dan doet buiten zijn directe werk als wijkagent, wel binnen zijn eigen wijk of haar eigen wijk verricht. Dus dat hoeft niet per se de zichtbaarheid in de wijk aan te tasten maar, en dat komt er ook niet altijd aan dat het geen honderd procent zal zijn, maar we proberen hier juist een maximum te stellen aan de hoeveelheid tijd die een wijkagent buiten de wijk werkt. De heer ‘t Lam: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer ’t Lam.
De heer ‘t Lam: En misschien dat de burgemeester nog eens wat verder kan toelichten want dat snap ik niet helemaal, twintig procent is die geen wijkagent maar hij is wel werkzaam in de wijken, wat doet die dan in de wijken als zijnde niet zijnde een wijkagent? De heer Kolff: Dat is misschien een vraag waar straks de districtschef wat nader op kan ingaan om dat in te kleuren maar een wijkagent heeft wel specifieke taken in zijn wijk maar er is ook politiewerk wat wel in de wijk kan plaatsvinden, wat niet zozeer bij het primaire werk van een wijkagent hoort. Maar dat lijkt me echt een vraag voor de heer Den Os. Als het gaat om de boa’s, die haalde de heer ’t Lam nog even aan, ja, dat is echt buiten de orde van dit thema. Hij zei: ja, boa’s die zie ik dan parkeerbonnetjes uitschrijven. Dat is wel een prioriteit die u zelf onder andere ook aan de boa’s heeft meegegeven. U heeft parkeerbeleid ingesteld in deze stad en daar moet ook op worden gecontroleerd. Boa’s doen dat overigens nooit alleen, in die zin dat ze bezig zijn met parkeercontroles, dat doen ze op hun rondgang door de stad in de wijken waar ze actief zijn op dat moment. En die houden natuurlijk dan ook andere zaken die niet deugen in de gaten maar houden tegelijkertijd in de gaten of auto’s wel of niet betaald hebben volgens de afspraken met u als gemeenteraad.
Dan wat oplossingen vanuit de VVD over agenten langer in dienst te houden. Ja, dat vind ik echt, en we kunnen natuurlijk wel suggesties doen vanuit de gemeente of als burgemeester richting het Rijk, maar misschien dat de heer Den Os er nog iets over kan zeggen, maar ik vind dat wel echt een thema wat bij de werkgever speelt en dat is de minister van Justitie en Veiligheid. Natuurlijk praten we als burgemeesters en ook als regioburgemeesters met enige regelmaat met de minister. Ik kan me wel voorstellen dat agenten, als ze op een pensioengerechtigde leeftijd komen, ook van het pensioen willen gaan genieten want het is zwaar werk. Dus ik kan me ook voorstellen dat het zomaar ever langer in dienst
30
houden, zeg ik dan maar even, niet meteen voor iedereen de oplossing kan zijn maar het kan voor sommige misschien de oplossing zijn. Maar misschien dat de heer Den Os daar ook nog wat langer op in kan gaan. Als het gaat om de standplaatskeuze, agenten solliciteren op een baan, en dat kan zijn dat er een vacature is als wijkagent in Dordrecht, en dat die wijkagent, of een agent specifiek solliciteert op die functie. Dus het is niet zo dat we te maken hebben met een roulerend spel dat elke ochtend de taken verdeeld worden. Sommige wijkagenten zijn echt al heel lang ook actief in hun wijk en dat vind ik ook belangrijk omdat dat zorgt voor een langdurige binding, voor herkenbaarheid van inwoners. Dus we streven er ook echt naar om wijkagenten langdurig in hun eigen wijk actief te laten zijn. En ik ben het er wel mee eens, er zijn bepaalde gemeenten die proberen om het aantrekkelijk te maken voor een agent. Om daar dan ook, nou ja, voor te kiezen. Daar zou je naar kunnen kijken maar vind ik ook echt iets waar de raad een rol in heeft, bijvoorbeeld over huisvesting of andere thema’s. Dan nog even GroenLinks, die heeft het over politiebureaus. We komen natuurlijk uit een tijd dat de buurthuizen veel in steden en gemeenten bezocht werden en dat het een trend was om overal buurthuizen te hebben, maar ook politiebureaus of steunpunten vanuit de politie.
Een landelijke lijn vanuit de politie, en ook daar kan misschien de heer Den Os nog wat meer over vertellen, is wel zoveel mogelijk blauw op straat. Dat betekent dat je niet zeg maar in elke wijk en buurt een eigen bureau kunt hebben. Als het gaat om Dordrecht specifiek hadden we natuurlijk het huidige bureau naast het ziekenhuis, het grote centrale politiebureau, en we hadden natuurlijk het bureau binnenstad wat al tijdelijk, wat niet altijd open was maar waar wel openingstijden aan verbonden waren, van waaruit ook de wijkagent van de binnenstad zijn werk deed. Ik heb de afgelopen twee jaar eigenlijk buitengewoon er hard aan moeten trekken, tot aan de eenheidsleiding toe. Daar kan de heer Den Os denk ik misschien nog wel wat van bevestigen. Komt uiteindelijk toch weer het vertrokken politiebureau uit de binnenstad want dat past gewoon bij de landelijke lijn van minder bureaus maar wel meer blauw op straat, om hier weer een extra steunpunt te krijgen. En ik wilde eigenlijk meerdere vliegen in één klap slaan, het gaat natuurlijk om het kwetsbare gebied Kromhout, Kasperspad, waar we met elkaar ook de schouders onder zetten. Ik vind het erg mooi dat het gelukt is, vanuit op die plek komt een politiepunt. In combinatie met een buurthuis waar de buurt ook een plek kan vinden, van waaruit de wijkagent opereert waar die ook spreekuur kan houden.
En waar mensen, toeristen bijvoorbeeld in de stad die een politiebureau zoeken, ook vrij eenvoudig vanuit het centrum vanuit de binnenstad terechtkunnen. Dus ik ben echt blij met die ontwikkeling. Maar ik heb echt niet de illusie, laat ik het maar even ook daar realistisch in zijn, dat we dat in iedere wijk op die manier kunnen doen. Wat ik wel probeer is een groot deel van de agenten in opleiding, om in elk geval bij de politie op aan te dringen om die ook in onze stad actief te laten zijn. Want ook agenten in opleiding lopen in uniform, kunnen ondersteuning bieden aan de zeg maar al opgeleide agenten. Voor een deel kan dat zijn doordat ze hun opleiding hier volgen of hier worden ingezet, en dat kan de capaciteit ook tijdelijk vergroten. Dan nog even heel kort, voorzitter, en dan sluit ik af. De aanleiding, het is al gezegd, het heeft te maken met demografische ontwikkelingen maar het heeft ook te maken met de druk die de afgelopen tijd op de politieorganisatie heeft gezeten. En dat gaat, zeg ik tegen mevrouw Kruger, wel degelijk ook om demonstraties. Misschien niet alleen maar in onze stad, daar zijn ook al demonstraties geweest maar die hebben we
31
op zich goed kunnen handelen, maar onze agenten worden dan ook ingezet eenheidsbreed als het gaat om grotere demonstraties, bijvoorbeeld in Rotterdam. En we hebben ook wel weer profijt van het feit dat daar zo’n grote capaciteit is als hier eens een keer wat is. Dus die eenheid inzet die is er wel degelijk. En in het kader van de coronaperiode is de druk op de politieorganisatie, en daarvan hebben we denk ik allemaal de beelden kunnen zien, behoorlijk stevig geweest. En hebben we nu te maken, net zoals bij elke bedrijfstak, met een hoog ziekteverzuim omdat er ook gewoon corona toeslaat, net zoals bij de zorg en bij de brandweer ook bij de politieorganisatie. En tot slot, voorzitter, dat is echt de laatste opmerking, het stelsel bewaken en beveiligen. Het is kennelijk een soort actueel rot thema om mensen te bedreigen in dit land. Ik vind dat een buitengewoon zorgelijke ontwikkeling. Maar als het gaat om mensen die bedreigd worden, politici, niet-politici, mensen die een vooraanstaande rol vervullen. We hebben ook kennisgenomen van een aantal vreselijke moorden de laatste jaren van mensen die prominent in beeld waren. Het stelsel bewaken en beveiligen doet ook een groot beroep op de capaciteit van alle korpsen en daar leveren we ook naar rato een bijdrage aan.
Maar dat is natuurlijk een ontwikkeling die wat mij betreft niet eindeloos kan doorgaan omdat dat zorgt voor beperking van de keuze die wij hebben als burgemeesters om de agenten in te zetten voor het werk waar ze eigenlijk voor bedoeld zijn. Daar wou ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Oké. Mijnheer Den Os, aan u het woord. De heer Den Os: Voorzitter, dank en dank dat ik in deze commissie enige toelichting mag geven. Ik heb dat eerder een keer digitaal gedaan en ik heb toen ook afgesloten met: nou, ik lever mijn bijdrage graag ook fysiek dus dat doe ik ook bij deze. Als agent aangesproken worden vind ik overigens een compliment want dat is een, ik ben trots op het vak. Als districtie ben ik verantwoordelijk voor het hele district en zie ik ook dat wij natuurlijk nog steeds te maken hebben met handhavingstekorten, tekorten in de capaciteit. Wij hebben daar een aantal maatregelen tegenover gezet. Die zijn zeer volledig, moet ik zeggen, in een brief uitgelegd. En als ik dan specifiek inzoom op de situatie in Dordrecht, dan kennen wij een aantal principes. Het principe is wel dat wij opvolging moeten geven als er inderdaad 112 wordt gebeld. Dus de handen aan het bed, opvolging geven aan de 112-meldingen moet te allen tijde gegarandeerd zijn. Dat betekent dat wij op een aantal vlakken met elkaar de schouders eronder steken.
Dat houdt in dat leidinggevenden niet alleen maar leiding aan het geven zijn vanaf een bureau maar dat ze ook op de auto meedraaien. Dat betekent dat als wij het vanuit Dordrecht of vanuit het district Zuid-Holland Zuid het niet halen, dat wij een buurhulpvraag kunnen doen. Maar dat betekent ook dat wijkagenten niet alleen maar dedicated in hun wijk aanwezig kunnen zijn maar dat zij ook in de 20 procent van hun totale diensten dienstdoen vanuit het voertuig. Dat komt ongeveer neer op als een wijkagent fulltime werkt, op vier diensten per periode. Dat houdt in dat hij zich dan beschikbaar stelt voor de 112-meldingen, dat houdt in dat op het moment dat er elders dan in zijn eigen wijk een melding is, dat hij daar opvolging aan geeft. Maar het principe blijft ook overeind staan dat een wijkagent, ook al doet hij in die vier diensten draait die mee, kan hij dat nog steeds vanuit zijn eigen wijk in principe doen. En wij zijn ook wel aan het doorontwikkelen in een generieke taakstelling en dat we eigenlijk vinden dat wij
32
geen collega’s meer enkel voor noodhulpprocessen de straat op brengen. Nee, wij zitten veel meer in een generieke taakstelling. Collega’s die dagdagelijks op straat zijn, die zijn er niet alleen maar voor de 112-meldingen maar die zijn er juist ook voor de wijken. U mag ervan op aan dat ik het een groot goed vind dat de wijkagent zoveel mogelijk los van vaste diensten in de wijk aanwezig zijn. In de haarvaten van de samenleving is een bekende uitspraak. En ik geloof ook echt dat het helpt om signalen vroegtijdig naar boven te krijgen om in verbinding met de bevolking te staan en dat is dagdagelijks een heel groot goed nog steeds vanuit ons werk. Dat hij die vier diensten daar in die 20 procent … De voorzitter: Ja. De heer Den Os: Had u een … De voorzitter: Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Ja, nog een verhelderende vraag. U zegt: die 20 procent maximaal dat de wijkagenten dan ander werk doen, doen ze dat bijvoorbeeld vanuit de auto maar toch wel in de wijk. Als het een optimale bezetting is, begrijp ik het dan goed dat die wijkagent 100 procent in de wijk is en dat andere agenten dan die diensten doen die de wijkagenten nu doen zoals in die auto uitrukken? De heer Den Os: Dank voor de vraag. Het streven is natuurlijk om een wijkagent zoveel mogelijk los van meldingendruk in de wijk te hebben.
Toch geloof ik ook dat het goed is voor wijkagenten om nog steeds die meldingen mee te doen omdat dat vanuit schouder aan schouder principe het goed is om ook elders in de wijken aanwezig te zijn en mee te draaien in de diensten, waarvoor we uiteindelijk ook begonnen zijn. Wij zijn er om opvolging te geven aan mensen die onze hulp moeten en kunnen gebruiken. En dan geldt dat wijk, toch als wij 100 procent bezet zijn, dan is die wijkagent ook 100 procent in de wijk aanwezig waarvoor die bedoeld is. Als je ziet in vacatures dan geven wij ook altijd prioriteit aan vacatures op wijkagenten. Wij geven echt prioriteit om die wijkagenten op peil te houden, dat zijn er zo’n 24, 25 in Dordrecht, en daar geven we altijd voorrang aan die om die op peil te houden. Nou, als ik dan kijk, kunnen wij die diensten dan draaien, dan kan ik dat op dit moment wel bevestigen. Het druk op weinig schouders, de capaciteitstekorten zijn er. Toch als ik zie dat wij iedere dag gegarandeerde opvolging kunnen geven aan de prio-1 meldingen, de prio-2 meldingen, en dat wij de wijkagenten nog steeds zoveel mogelijk in de wijk hebben, vind ik dat wij nog steeds wel doen waar wij uiteindelijk voor zijn hier in Dordrecht. Dus ik hoop dat dat wat geruststellend is, wij halen niet 20 procent van de wijkagentencapaciteit af, wij zetten ze gewoon op gezette momenten anders in, maar nog steeds aanwezig in de wijk.
Dan is er iets gezegd over het aangifteproces. Iedere aangifte, als een burger aangifte wenst te doen, zullen wij daar altijd opvolging aan geven. Het is een recht, en wij nemen de aangifte op als er sprake is van strafbare feiten. Wat wij wel doen is dat wij prioriteren, dat doen wij op basis van daderindicatie, dat doen wij op basis van het delict soort. En met het Openbaar Ministerie maken wij een schifting in wat pakken wij wel en wat pakken wij niet op. Er is altijd wel terugkoppeling aan aangevers wat er met hun aangifte gedaan is. Dat is in het systeem verwerkt, mensen krijgen een brief thuis om in
33
ieder geval, omdat wij vinden echt dat slachtoffers recht hebben op de wetenschap, wat is er nou met hun aangifte gedaan. In een aantal gevallen doen we dat ook mondeling. Als het gaat over woninginbraken, straatroven, dan bellen wij ook de slachtoffers nog op. Dus dan vindt er niet alleen maar een correspondentie per brief plaats maar hebben wij ook nog even contact met slachtoffers omdat bij deze delict soorten wij wel echt vinden dat wij in nauw contact met het slachtoffer kijken of wij nog wat kunnen doen. Als het gaat over de huisvesting, het klopt inderdaad wat de burgemeester aangeeft, het is een landelijke trend, een landelijk opgave om huisvesting, daar zit ook een bezuinigingsopgave achter. En een nieuw concept in dat wij ook flexibel aanwezig zijn binnen de wijken, dat wij niet vastgebonden zijn aan locaties. Alle medewerkers in ons district die zijn uitgerust met een laptop dus wij zijn veel flexibeler, kunnen wij op dit moment aan het werk en kunnen wij zijn waar wij nodig moeten zijn. Dat betekent dus niet dat wij ergens vast achter in een politiebureau zitten te wachten tot mensen naar ons toe komen, nee, wij kunnen gewoon maximaal in de wijk aanwezig zijn. Dat heeft wel echt een andere visie dan, en daarin zijn we ook wel doorontwikkeld.
Dus los dat huisvesting nog steeds een grote kostenpost is op landelijke kostenplaatje, zit er ook echt wel een ander concept achter over het werken. Ik denk dat ik zo wel de meeste vragen beantwoord heb en als er nog vragen zijn ben ik absoluut bereid om die nog te beantwoorden. De voorzitter: Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank u, voorzitter, ik doe het even zo, dan gaat het denk ik het beste. Ik had daarstraks een vraag over intimidatie. Nou, hij kwam ook niet meer terug later in een van de vragen dus ik denk, ja, ik kan hem helemaal niet meer kwijt vanavond. Maar ik denk, ik mag toch nog wel een rondvraag stellen en de vraag wil ik toch aan de politie stellen. Ik heb zes mensen in mijn netwerk, die ken ik, die werken bij de politie, die heb ik van de week gesproken. Twee werkzaam in de Drechtsteden, twee werkzaam in Rotterdam en eentje in Sevilla, eentje in Zwitserland, Genève. Ik moet zeggen, de aanpak van de politie in Genève en in, nou laat ik maar even buitenland, is toch iets anders als hier in Nederland. Maar goed, dat zult u beamen. Hè, ik bedoel … De voorzitter: Het is ons een beetje onduidelijk over wat voor aanpak u het heeft maar … De heer De Boer: Ja. Nee, maar ik denk, ik benoem het dan eventjes. Maar u noemde net even, we hebben een tekort aan politie, we hebben te maken met een ziekteverzuim.
Kan het ook zijn dat het ziekteverzuim te maken heeft met intimidatie richting ik zeg even niet alle andere hulpverleners, even specifiek de politie, tegen de politie? Ik hoor die geluiden namelijk wel. De voorzitter: Oké. Mijnheer Den Os. De heer Den Os: Wat wij hebben gezien is dat wij in 2021 een jaar achter de rug hebben waarin er ook fysiek geweld, intimidatie richting mijn collega’s zijn geweest. Mijn politiechef heeft daar zich ook eerder op eenheidsniveau over uitgelaten dat dat in ieder geval onacceptabel is en dat dat niet hoort bij ons vak. Wij worden wel geselecteerd op
34
weerbaarheid en wij worden ook geselecteerd op de stap naar voren doen als eigenlijk iedereen vooral een stap naar achter doet. Het schouder aan schouder principe geldt dan in dit soort situaties enorm, wij staan daar met elkaar voor. We hebben een incident in Dordrecht gehad waarbij twee van mijn collega’s zijn neergeschoten afgelopen jaar, en dan zie je dat principe ook. Schouder aan schouder, niet alleen, de operationele collega’s maar de collega’s leidinggevenden die de collega’s steunen maar ook in de keten, het Openbaar Ministerie en tot aan de rechtbank zie je dat er een enorme prioriteit en opvolging is. Dus aan de ene kant, wij zijn een weerbare politie-eenheid, zeker in Dordrecht, zeker in het district maar ook in de eenheid Rotterdam. Wij worden wel geconfronteerd met veel geweld want dat hebben we gezien de afgelopen jaren, maar wij zijn ook geselecteerd op weerbaarheid. De voorzitter: Een laatste korte vraag, mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank u wel, hoofdagent zeg ik maar even dan. Districtie, sorry, excuus. Maakt u zich zorgen voor de toekomst over die intimidatie richting politie? De voorzitter: Het leidt erg af van het onderwerp maar deze sta ik toe en dan sluiten we het af. De heer Den Os: Nou, waar ik mij in breder verband zorgen over maak is de polarisatie in de samenleving.
Wij zien, wij worden geconfronteerd met een aantal vraagstukken deze tijd wat van links tot rechts verdeelt. En wij worden vanuit onze politieorganisatie geacht om vanuit altijd het midden te blijven acteren. Wij zijn de politie voor iedereen, ongeacht of je nou voor of tegen vaccineren bent, of je … Nou, en zo zijn er heel veel items te noemen, wonen, energie, er zijn heel veel aspecten op dit moment in de samenleving die polariserend werken. Daar maak ik mij zorgen over. En ik vind juist dat wel een hele nobele maar belangrijke taak als politie om daar wel vanuit het midden, en die politie voor iedereen te blijven zijn. Dat het ingewikkeld is, dat klopt ook, dat klopt ook. De voorzitter: Oké, volgens mij heeft u inderdaad alle punten beantwoord. Ik geef nog even kort het woord aan de portefeuillehouder, dan gaan we even pauzeren denk ik. De heer Kolff: Dank, voorzitter. Ja, even heel kort nog op die laatste vraag want het is iets wat natuurlijk de politie zelf puzzelt maar mij ook als burgemeester en de collega’s met wie ik spreek ook. We hebben in het veiligheidsberaad ook over gehad, dan in het kader van corona. Wat je natuurlijk zag in die demonstraties van de laatste tijd, die hadden, dat noemt mevrouw Kruger ook, we hadden in de jaren 70 en 80 waren er ook stevige demonstraties.
Het waren vaak wel demonstraties zeg maar over een bepaald thema met voor- en tegenstanders, en hier zie je vaak de laatste tijd dat de politie eigenlijk wordt gezien als de tegenstander. Als vooruitgeschoven post om kabinetsbeleid te verdedigen of wat dan ook. En dat maakt het wel extra ingewikkeld voor de politie omdat de politie in principe bedoeld is, ook vanuit oogpunt van rechtsstatelijkheid, om een demonstratie te faciliteren en te zorgen dat demonstranten ook in vrijheid van hun grondrecht gebruik kunnen maken. Dat wordt wel ingewikkeld als de demonstranten de
35
politie als tegenstander gaan zien. Dus met die extra complicatie hebben we de laatste tijd veel meer te maken. Dus dat puzzelt ons wel. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, voorzitter, ik heb daarnet in mijn emotie een opmerking in uw richting gemaakt, die ik dus ook publiekelijk terugneem bij deze. De voorzitter: Nou, dat stel ik zeer op prijs, dank u wel. Dan terug naar dit onderwerp. Is dit voldoende besproken? Mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Ik wil in ieder geval de districtschef bedanken voor de heldere uitleg. En ik zit toch nog een beetje kijkend naar de politieke vraag met de worsteling van ja, wat moet ik er nu mee? Aan de ene kant signaleren we dat er een tekort is en wordt er gesproken over capaciteit weghalen bij de wijk, en vervolgens is die capaciteit weer in de wijk. Dat vind ik allemaal een beetje tegenstrijdig. En het tweede wat mij opvalt is dat de burgemeester zegt tal van vormen van criminaliteit nemen af, dat zal ongetwijfeld op basis van de cijfers kloppen. Maar als ik met burgers spreek, dan gaat het vooral over de zichtbaarheid, de aanwezigheid van politie. Er is toch een grote roep om meer capaciteit op straat, in de wijken. En ja, ik weet eerlijk gezegd nog niet wat ik daar allemaal met die tegenstellingen aan moet. Maar even een ontboezeming.
De voorzitter: Ja, en dat gaat met name om het eerste punt van de bespreking… De heer Kolff: Nou, voorzitter, ik kan me op zich die puzzeling wel voorstellen want die heb ik zelf ook wel. Ik zou ook graag het liefst nog veel meer dan nu blauw op straat willen hebben om mensen het gevoel te geven dat politieagenten makkelijk benaderbaar en aanspreekbaar zijn. Er is natuurlijk wel een aantal jaar geleden vanuit het Rijk gekomen met die norm van één wijkagent per vijfduizend inwoners, daar voldoen we in Dordrecht echt aan. En daar let ik ook zeer sterk op, dat ondanks dat we nog niet op de 100 procent fte-bezetting zitten, dat we wel die één op de vijfduizend in ieder geval in deze stad halen. Dit is overigens ook een stad met problematiek waar dat wat mij betreft echt vereist is, dat is weer anders dan misschien in meer plattelandsgebieden. Ik wil daar in Dordrecht in ieder geval echt de politie ook aan houden. Waar het mij vooral om ging met het u informeren over die politiecapaciteit is toch een stukje begrip en ook een stukje medeverantwoordelijkheid. Niet dat ik dat bij u neerleg want ik ben er verantwoordelijk voor hoor, dat zeg ik meteen. Maar als u zegt: we willen graag hier en daar en daar en zus en zo ook extra politiecapaciteit op inzetten en we willen allerlei nieuwe evenementen die we nu nog niet organiseren, et cetera.
Dan heeft u misschien door middel van deze informatiebrief iets meer begrip als ik ook af en toe eens even aan de rem trek. Wat mij betreft is er zoveel mogelijk maar we hebben hier wel mee te dealen en ik vind het dus ook belangrijk dat u dat weet. Dat is het eigenlijk gewoon. De voorzitter: Ja. Oké, ik kijk even rond. Kan dit stuk ter kennisname naar de raad? Want het is een raadsinformatiebrief. Ja, niemand wil dat bespreken. Dan gaan we even een minuutje of tien pauzeren, tot tien uur, en dan komen we terug want om tien uur
36
sluit de bar dus dat kunt u geen glaasje fris meer halen dus dat gaan we nu even doen. Tot tien uur. De voorzitter: Dan gaan we iets verder want iedereen zit te dringen om over het volgende onderwerp het woord te gaan voeren. 7. Beantwoorden Artikel 40-vragen VVD Schade- en letselverhaal op daders – Antwoordbrief Artikel 40/41 De voorzitter: En dat zijn de beantwoording van de Artikel 40-vragen van de VVD, schade- en letselverhaal op daders. De bespreking richt zich op de volgende politieke vragen: doet de gemeente wel voldoende om schade en letsel te verhalen en moeten gemeentes schade, bedreigingen en mishandelingen beter bijhouden? Het is ingebracht door de VVD en we willen, nou, willen u dit nog even nader toelichten. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, verreweg de meeste mensen waarderen de hulpverleners in onze stad, en toch is er een groep mensen die het nodig vindt om onze hulpverleners tijdens hun werk te belagen of zelfs geweld te gebruiken tegen hulpverleners. Op 27 december werden twee van onze handhavers aangevallen tijdens hun werk in onze stad. Marc Merx heeft er namens de Dordtse VVD vragen over gesteld en opgeroepen om de schade van geweld tegen hulpverleners te verhalen op daders, zelfs als de juridische kosten hoger zijn dan het bedrag wat de dader kan betalen.
De reden dat de Dordtse VVD dit voorstelt is dat wij willen dat daders van geweld tegen hulpverleners op elke mogelijke manier merken en voelen dat hun gedrag totaal onacceptabel is. Wie de doodeenvoudige sociale afspraak aan zijn laars lapt dat je geen hulpverleners in elkaar slaat of geweld gebruikt daartegen, verdient een keiharde aanpak waarbij je de schade die je veroorzaakt moet terugbetalen. De reactie van het college op ons voorstel vinden we eerlijk gezegd nogal ambtelijk en lijkt niet te getuigen van een grote wilskracht en ambitie om elke dader van geweld tegen hulpverleners op te laten draaien voor de schade die ze veroorzaken. Sowieso vinden we het vreemd dat de gemeente, afgezien van de jaarwisseling, geen beeld heeft, geen cijfers heeft van het letsel wat toegebracht wordt aan haar eigen werknemers en schade aan haar eigendommen. Dat klinkt niet best en de gemeente moet dit beter gaan bijhouden. Natuurlijk is het goed dat, zoals het college antwoordt, binnen elke afdeling die ermee te maken heeft, de desbetreffende leidinggevende maatwerk toepast bij de zorg voor de werknemers die slachtoffer zijn van geweld. Wat echter niet verschillend en versnipperd zou moeten zijn is het aanspreken van de daders.
Elke hulpverlener die tijdens zijn werk in de Dordtse straten wordt geconfronteerd met geweld verdient respect dat hij wordt ontzorgd en niet zelf een procedure hoeft te beginnen om zijn schade te verhalen op de dader. Nee, wat betreft de Dordtse VVD kan elke hulpverlener die wordt geconfronteerd met geweld tijdens hun werk zijn schadevordering overdragen aan de gemeente die het voor hem verhaalt op de dader, samen met de schade die de organisatie zelf leidt. Bijvoorbeeld omdat een hulpverlening na zo’n geweldsincident zijn dienst niet kan afmaken. Want elke dader van geweld tegen hulpverleners in onze gemeente moet opdraaien voor de schade die hij veroorzaakt. En dat vraagt om een regierol van het college. Want in de praktijk zijn er praktische hindernissen waardoor daders niet of
37
nauwelijks opdraaien voor de schade die ze veroorzaken. Marc Merx schreef het al: het wordt overgelaten aan verzekeraars die uit efficiëntie nalaten om de daders aan te spreken. Of de dader blijkt weinig inkomen of vermogen te hebben waardoor de juridische kosten niet opwegen tegen hetgeen de dader op dat moment kan betalen. Allemaal begrijpelijke redenen waardoor individuele afdelingen en individuele hulpdiensten er uiteindelijk niet aan komen om daders op te laten draaien voor de schade die ze veroorzaken tegen hulpverleners. Alleen met centrale regie vanuit het college en de politieke wil om ondanks deze hindernissen toch daders altijd laten op te draaien voor de schade bereiken we het juiste resultaat. Want laat er geen misverstand over bestaan, de Dordtse VVD wil dat daders van geweld tegen hulpverleners altijd worden geconfronteerd met de gevolgen van hun gedrag en de schade die ze veroorzaken vergoeden. Zelfs als de juridische kosten hoger zijn dan het schadebedrag, zelfs als iemand nauwelijks inkomen heeft en weinig vermogen. Laat de deurwaarder desnoods maar de spelcomputer of de televisie van de dader weghalen voor executieverkoop. Want wie geweld gebruikt tegen hulpverleners moet altijd worden geconfronteerd met de gevolgen van zijn gedrag. De voorzitter: Dat was hem? De heer Kuhlmann: Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Anderen? Mijnheer ‘t Lam.
De heer ‘t Lam: Ja, voorzitter, heel kort. Als medewerkers schade ondervinden bij de uitoefening van hun werk, dan moet de gemeente daar een goede werkgever bij zijn en moeten ze niet afhankelijk zijn die medewerkers van wat de leidinggevende aan ondersteuning geeft of zorgt voor vergoeding, dat ben ik met de VVD eens, dat moet gewoon vanuit het college worden geregeld. Ja, wat onze handhavers betreft, die zijn niet bij ons in dienst. We gaan opnieuw aanbesteden dus wat de SP betreft regelen we als voorwaarde bij die aanbesteding dat de werkgever van de handhavers zelf de ruimhartige opstelling hanteert als ik bepleit voor medewerkers die wel in dienst zijn van de gemeente. De voorzitter: Dank u wel. Anderen op dit punt? Niet? Dan gaan we naar het college. De heer Kolff: Dank, voorzitter. Ja, ik kan hier natuurlijk heel lang en heel kort over spreken maar met de uitgangspunten die door de beide sprekers worden geformuleerd ben ik het enorm eens, ik vind dat mensen met hun handen van anderen moeten afblijven en zeker als het gaat om hulpverleners, of dat nou politie is of boa’s of anderszins. En het geldt wat mij betreft ook dat als er schade ontstaat bij een van deze hulpverleners doordat ze van buitenaf door iemands toedoen, dat die schade verhaald dient te worden. Dus dat heb ik volgens mij ook in de beantwoording op de artikel 40vragen volgens mij heel helder beaamd.
Het is niet altijd eenvoudig zeg ik daar meteen bij, omdat soms niet altijd de dader bekend is. Het hangt er ook een beetje vanaf wat de omstandigheden zijn, of een officier van justitie tot vervolging overgaat waarbij een slachtoffer zich kan schikken voor wat betreft een schadevergoeding. Maar als het gaat om kosten die een werknemer van de gemeente maakt om tot zijn of haar recht te
38
komen, laat ik het maar even zo zeggen, dan zou wat mij betreft de gemeente daar als werkgever gewoon voor moeten opdraaien en moeten zorgen dat het slachtoffer daarin ontzorgd wordt. Het geldt wel inderdaad, wat de heer t’ Lam terecht signaleert, een beetje anders ligt dan bij onze boa’s. Ook al vind ik wel dat onze boa’s, ondanks dat ze bij een extern bedrijf in dienst zijn, ik beschouw ze gewoon eigenlijk als medewerkers van de gemeente. Ze handelen ook als het gaat om de openbare orde en veiligheid uit mijn naam of als het gaat om toezichtstaken uit naam van het college. Dus ik vind ook dat we daar een specifieke verantwoordelijkheid hebben. Of dat dan is door een voorwaarde op te nemen in de aanbesteding, daar zou ik even goed naar moeten kijken en me ook laten adviseren, maar dat zou een hele goede suggestie kunnen zijn. Kan ook anderszins dat je ze gewoon gelijkstelt met zeg maar eigen werknemers. Dus dat eigenlijk. En even als het gaat om registratie, dan geldt dat gemeenten bij ons gemelde fysieke en verbale agressie registreert. We gebruiken daar wel een wat, zeg ik dan maar even, gebruiksonvriendelijk systeem voor. Dus daar ben ik ook achter gekomen naar aanleiding van deze vragen, dus daar zou ook wel verbetering in kunnen komen in dat systeem.
En het is inderdaad toch ook wel afhankelijk van nou, of het slachtoffer zelf ofwel de specifieke omstandigheden van het geval, of een leidinggevende daar wat mee doet. Het is misschien toch wel goed om daar als college ook in elk geval stelling in te nemen en te zeggen tegen je medewerkers: wij vinden eigenlijk dat als jij slachtoffer bent door iemand die jou wat aandoet tijdens jouw werkzaamheden, dat wij er voor je zijn en dat we je steunen in alles wat nodig is om dat weer recht te breien. Dus ik vind het op zich een terecht punt, het zet ons aan het denken. Het zorgt er ook voor dat het systeem wat we hanteren wat mij betreft onder de loep wordt genomen. Het kan zijn dat daar kosten uit voortvloeien, nou, daar komen we dan eventueel wel of niet mee terug. Dus het zorgt in ieder geval even voor extra alertheid op dit punt. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, ik zag uw hand. De heer Kuhlmann: Ja, ik ben blij met dit bemoedigende antwoord maar toch nog even voor alle helderheid, wordt het beleid van het college vanaf nu dat gewoon elke hulpverlener van de gemeente maar ook degene die niet in dienst zijn van de gemeente, zodat onze handhavers ontzorgd worden en dat hen in ieder, in elk geval wordt aangeboden: nou, wij willen die schade wel voor je gaan verhalen. Als ze daar geen gebruik van willen maken, ook goed, maar het wordt aangeboden.
Is dat het nieuwe beleid? Dat zou namelijk heel fijn zijn. De voorzitter: Dat vragen we dan. De heer Kolff: Nou, ik ga daar nu niet meteen keihard ja op zeggen maar ik heb net wel gezegd wat ik heb gezegd. Ik heb gezegd dat ik het logisch vind dat wij als college, ook als werkgever voor onze mensen staan als zij tijdens hun werkzaamheden schade oplopen door toedoen van de andere zeker. Wat mij betreft zet ik dat op een rij en gaan we daarmee aan de slag, ik vind dat op zich een goede suggestie. Ik weet natuurlijk niet precies hoe het nu allemaal zit met zaken die via verzekeringen lopen, et cetera, dus ik wil het eigenlijk even goed op een rij hebben voordat ik hier heel zwart-wit ja op zeg. Maar met de basisvraag die hier op tafel ligt, staat u als gemeente voor uw personeel als zij tijdens hun werkzaamheden schade oplopen, dan is mijn antwoord wat mij betreft ja.
39
De voorzitter: Helder. Mijnheer De Boer. De heer De Boer: Dank u, voorzitter. Een vraag aan de burgemeester, we hebben vanavond ook gesproken over het harder aanpakken van dit soort feiten. Als ik het een beetje goed heb begrepen dan pakken we eigenlijk de gevolgen harder aan, maar niet het harder aanpakken van het delict op het moment dat dat gebeurt. Zo, ja, hij piept heel erg. De heer Kolff: Ik begrijp de vraag, voorzitter. Eigenlijk zegt u: het gaat om de gevolgen en de effecten en het bestrijden van de schade maar niet zozeer om het delict. Ja, dat is iets, ik ga als burgemeester niet over sanctioneren. Ja, als het gaat om strafbare aangelegenheden, dan is dat de officier van justitie en of de rechter die daarover gaat en niet de burgemeester. Dus ik heb daar gewoon geen bevoegdheden in, al zou ik dat al willen, wat niet zo is overigens. De heer De Boer: Nog één opmerking. De voorzitter: Mijnheer De Boer, laatste poging. De heer De Boer: Ik wil het noemen hier maar u kunt daar niks aan doen, dat zal landelijk beleid zijn. Ik heb het idee dat de politie vaak een stap terug doet als de ander tegenover de politie staat. Wat mij betreft mag die stap vooruit. U heeft het ook wel genoemd vanavond, maar wat mij betreft een keer een knuppel in de knieholte mag van mij ook. De heer Kolff: Ja, maar even, dat zijn wel een paar dingen die door elkaar lopen nu.