2.5 Notulen Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 3 februari 2021.pdf
Tekst van het document
18
De heer …: Ja, ik moest eerst mijn handje opsteken, geloof ik, maar nou ben ik al aan het woord, denk ik. Even, de toename zeg maar van de opvoedhulp en ondersteuning, dat zit op wat verschillende plekken, zeg maar. We zagen dat daar steeds langer zeg maar ondersteuning werd geboden. En dat is ook echt een toename niet van het afgelopen jaar, maar echt van een aantal jaar al. Dat zien we steeds meer toenemen en dat gaat dan over de wat lichtere zorg. Dat zit soms gekoppeld aan andere zorgsoorten, dus dat klopt wat mijnheer Kwaak zegt. Maar hier ging het vooral ook over echt begeleiding van jongeren zeg maar, ook in de thuissituatie zelf. Dus niet alleen maar residentieel, zeg maar. En daar hebben we juist nu ook dit jaar, die cijfers hebben we nog niet, maar hebben we daar ook met de aanbieders een normering afgesproken. Dus ja, daar gaan dan vervolgens op sturen. Dus dit soort cijfers die we dan zien, gaan we vervolgens bespreken met de aanbieders en vragen, hoe komt dat nou? En dan zie je dat vaak er enkelvoudige problematieken worden gesignaleerd en er niet gekeken wordt naar een breder verhaal. Dus inderdaad, ja, er zullen best wel mensen zijn die voor enkelvoudige problematiek de route kiezen van de huisarts, dat klopt, maar je merkt ook wel dat soms eigenlijk wel wat meer nodig is dan dat.
En dat is ook iets waar we mee bezig zijn, om toch samen met de jeugdteams te kijken van, is er nu meer aan de hand zeg maar in dit gezin? Want soms wordt inderdaad wel het probleem bij het kind gelegd, maar is het probleem toch breder dan dat. De heer Van Verk: Oké. Ja. De voorzitter: Zijn je vragen beantwoord, Cor? Voor zover dat kon? De heer Van Verk: Een deel is beantwoord. Ik denk dat het grootste gedeelte van de beantwoording moet komen van de wethouders, omdat het een politieke discussie is. De voorzitter: Goed. Dan gaan we nog even door naar de volgende. Dat is mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja, voorzitter. Ik wil heel even vast aanhaken op de laatste vraag van mijnheer Van Verk, zeg maar, over de, nou ja, hoge cijfers jeugd- en opvoedhulp. Ik zou, of ja, ik zou het voor ons, in ieder geval voor onze partij, maar ook voor de commissie, eigenlijk goed vinden dat er meer duiding komt over wat nou de verdeling binnen die jeugd- en opvoedhulp is. Want zoals ik het lees, ik heb ook het stuk wat hierbij geleverd is, heb ik ook gelezen, is er heel veel, zijn er heel veel verschillende ambulante vormen van opvoed- en jeugdhulp en ook residentiële hulp, is er op één hoop gegooid, zeg ik maar even. En ik denk dat het voor ons als commissie belangrijk is om daar toch een onderscheid in te kunnen maken.
En dat is eigenlijk precies wat mijnheer Krahe volgens mij net zegt aan het eind van zijn antwoord, dat het voor ons heel belangrijk is, denk ik, om te weten of het wel hier gaat om jeugdhulp, of het eigenlijk gaat over hulp aan de ouder in dit geval. Want als jij, nou ja, alles categoriseert en betaalt uit de Jeugdwet wat ook mede ondersteuning, alleen ondersteuning van de ouder is bijvoorbeeld, dan zou je ook kunnen kijken of je dat niet ergens anders onder moet brengen en of je hier niet anders mee om moet gaan. Hier hebben we eerder in de raad ook een discussie over gehad. Dus goed, wij zouden heel graag hier meer duiding en specificering willen hebben van welke soorten jeugd- en opvoedhulp hier ondergebracht zijn, zeg maar. Dan is mij nog iets anders opgevallen in het kostenoverzicht, zeg maar. En daar wil ik graag bevestiging van hebben, daar staat dat bij de cijfers met betrekking tot de
19
kostenontwikkeling niet mee zijn genomen de PGB’s en ook de verwijzende jeugdprofessionals niet. Dus laten we zeggen de Stichting Jeugdteams, die krijgt natuurlijk betaald om te verwijzen, maar die zijn niet in het kostenplaatje opgenomen. En ik zou daar toch wat meer duiding op willen hebben, want dat brengt een vertekend beeld van de kosten, wat mij betreft, omdat het ook zo is dat wij weten dat onze jeugdteams ook soms zelf hulpverlening uitvoeren. Dus graag nadere specificatie zeg maar van ook de kosten van de jeugdprofessionals, want die zijn ook in dienst van de ‘…’. Nou, dan had ik verder nog een aansluitende vraag op mijnheer Van Dam Timmers. Dat gaat ook over die medische verwijzers, zeg maar. Ik weet dat we de afgelopen jaren steeds meer cijfers hebben gekregen waar duidelijk van werd dat in ieder geval de verwijzingen vanuit de huisartsen echt behoorlijk af zijn genomen. En ik hoorde net duiding over de toch nog, laten we zeggen, vele verwijzingen vanuit de huisartsen, dat dat overwegend om verlengingen gaat. En ik vraag mij af wat de controle is op die verlengingen, zeg maar. En of wij daar iets mee zouden kunnen.
Want hoe verloopt dat, zo’n verlenging? Is dat een schriftelijke verlenging met een briefje vanuit de aanbieder dat die nog niet klaar is met zijn, laten we zeggen, indicatie, met zijn hulp, of vindt daar ook daadwerkelijk een gesprek plaats over of het nog wel zo noodzakelijk is dat die hulp daar nog geboden wordt? En dan verder valt mij op in sheet 24 in het stuk wat is bijgeleverd dat daar volgens mij een, nou ja, laten we zeggen, hier staat, de cijfers, dat gaat over de cijfers van de ontwikkeling van het aantal jeugdigen met een verwijzing naar jeugdzorg. Dat gaat dus specifiek over bijvoorbeeld de gecertificeerde instellingen. En dan staat ernaast, bij de gecertificeerde instelling gaat het veelal om gerechtelijke instanties zoals rechters, officieren van justitie en functionarissen van justitiële jeugdinrichtingen, maar ook om jeugdbeschermers. Maar officieren van justitie en rechters zijn geen verwijzers binnen de Jeugdwet. De gecertificeerde instelling is eigenlijk alleen maar de jeugdbescherming en de jeugdreclassering. Dus dat staat volgens mij verkeerd geduid. En ik hoorde mijnheer Kwaak ook in zijn antwoord zeggen op mijnheer Van Verk dat … Of ik hoorde mijnheer Van Verk iets vragen rondom de gecertificeerde instellingen, of dat ook de gesloten jeugdzorginstellingen zouden zijn.
Bij mijn weten is dat niet zo, want die zijn juist ondergebracht, ook de gesloten jeugdhulp, onder de jeugd- en opvoedhulp als het gaat om de staven die in eerdere sheets staan. Dus daar zou ik ook graag meer duiding op willen. Mevrouw Heering: Zal ik eerst iets zeggen en dan mijn collega’s van het SOJ antwoord laten geven? De voorzitter: Prima. Mevrouw Heering: Ik heb geen informatie inderdaad van de verwijzingen van Stichting Jeugdteams. En ik weet dat dat twee verschillende systemen zijn. En ja, ik ben het helemaal met je eens, ik zou dat ook liever inclusief hebben, maar die kan ik niet uit … Tenzij ik het verkeerd heb, Otmar, dan moet je het zeggen. Die zitten er niet in. En die heb ik, die kan ik ook niet zo makkelijk boven tafel krijgen, helaas. Maar je hebt helemaal gelijk, dat hoort erbij. Mevrouw Nijhof: En geldt dat ook voor de PVB’s? Mevrouw Heering: Ja, nee, dat moet even … Wat erin zit, heb ik erop geschreven. En bijna altijd staat er … In onze coronamonitor, wat ik heb begrepen dat jullie later ook
20
bespreken, dan krijg ik van het SOJ de combinatie van PGB en ZIN. Maar hier is het op basis van declaraties en dat is niet altijd, dat is in dit geval denk ik niet, PGB’s. Maar Otmar, daar moet je me eventjes, even kijken of ik daar gelijk in heb. Die gerechtelijke instanties, dat is ook goed dat je het vraagt. Ik heb hier en gekeken in het dashboard wat er staat, ik heb het ook voorgelegd inderdaad aan de collega’s, maar ze hebben … Ik kan er dus helemaal naast zitten, maar ik dacht dat het wel kon. Maar dat moet … Rechters en officieren van justitie, dat dat kon en niet alleen jeugdbeschermers. Maar dus, Otmar, heb ik hier een blunder gemaakt? Want volgens mij staat het, heb ik geen, uit die dashboards wel zo gevogeld en ook voorgelegd, maar … De heer …: Mag ik even … Zeg maar, de toegang tot de Jeugdwet en je hebt Jeugdwet in drie onderdelen, jeugdbescherming, jeugdreclassering en jeugdhulp. Wanneer de rechter een verwijzer is, dan betreft dat eigenlijk nagenoeg altijd een jeugdbeschermingsmaatregel, of jeugdreclassering, dan staat de rechter vermeld als verwijzer. In het verleden is daar nog weleens, is de instelling als verwijzer gebruikt. Nou, dat is niet juist. Dus dat is een stukje vervuiling die voornamelijk in de oudere jaren zitten.
Dan, even kijken, hoor, dat is eigenlijk dus dat stuk van rechter en gecertificeerde instellingen, die kunnen inderdaad wel verwijzen naar jeugdhulp voor de jeugdigen die zij onder hun hoede hebben. Mevrouw Nijhof: En die zit hier ook in, dan? Die zitten hier ook in? Dus het is, het gaat hier over de gecertificeerde instelling die verwijst naar een bepaald soort zorg? Of gaat het alleen over de gecertificeerde instelling? De heer …: Nee, wanneer we spreken over verwijzer, verwijzercategorie gecertificeerde instelling, dan is dat dus de gecertificeerde instelling die verwijst naar een jeugdhulpaanbieder, eigenlijk. Mevrouw Heering: En Otmar, kun jij antwoord geven op de vraag van de cliënten en de kosten van een Stichting Jeugdteams? Dat zit niet in het systeem, toch? De heer …: Nee. Dus dat zit niet in de systemen. Voor een goede duiding over de cijfers van Stichting Jeugdteams lijkt het me goed dat Stichting Jeugdteams daarvoor aansluit en daar ook de duiding over de cijfers bij geeft. Dus ik denk dat de mensen van beleid bij de gemeente Dordrecht daar prima ook de contacten hebben bij Stichting Jeugdteams met de gebiedsmanager om die vragen goed te kunnen beantwoorden en te duiden. Dan was er nog een vraag over het PGB. PGB, zeg maar de toewijzingen daarvan, die verlopen via Stichting Jeugdteams. Dus die worden wel beschikt door Stichting Jeugdteams.
Echter, het zeg maar beheer daarvan, dat ligt bij de sociale verzekeringsbank. Dus wij hebben in onze systemen wel de toewijzing, maar uiteindelijk niet de declaraties dat, de afhandeling daarvan ligt bij de sociale verzekering. En datzelfde geldt voor WMO. Mevrouw Nijhof: Maar volgens mij is het zo, als een PGB wordt toegewezen dat er wel degelijk gewoon een volume wordt aangegeven wat naar de SVB-bank gaat. De heer …: Ja, dat klopt.
21
Mevrouw Nijhof: Dus … Want dat zou je toch ook dan kunnen, dat is hetgeen wat gedeclareerd mag worden, dus dan vraag ik me af waarom dat hier gewoon niet bij hoort. Want PGB is gewoon een vorm van financiering, net zoals zorg in natura is, alleen … De heer …: Nee, dat klopt, maar het is zeg maar, het is data die niet uit dezelfde systemen komt. Dus waar Liesbeth toegang tot had, dus tot het gemeentedashboard van de serviceorganisatie jeugd, daar zit niet het onderdeel PGB in, let wel, nog niet. Dus we zijn wel aan het werk om ons best te doen om daar ook via een omweg PGB wel in te kunnen ontsluiten. Maar PGB is een lastige dataset, loopt via de sociale verzekeringsbank. En ja, doordat er een extra schakel tussen zit, ja, er wordt niet gedeclareerd op producten zoals we dat in de vorm zorg in natura kennen. Dus het is ook lastiger om die gegevens op een ja, op een eenduidige manier weer te geven zoals we dat in zorg in natura kennen. Mevrouw Nijhof: Maar dat betekent dus wel dat er een vertekend beeld is van wat nou precies die kosten dan zijn in totaal. De heer …: Het is een … Zeg maar, u mist in uw overzicht inderdaad de kosten van Stichting Jeugdteams en van PGB, dat is een feit. Mevrouw Heering: Dus het is een incompleet beeld, het is niet een vertekend beeld. Het is niet helemaal compleet. Mevrouw Nijhof: Incompleet.
Mevrouw Heering: Het aandeel van PGB, Otmar, is toch veel kleiner dan ZIN, dan zorg in natura? De heer …: Klopt. Het is een stuk kleiner, inderdaad, maar goed, het gaat wel om … Mevrouw Heering: Veel geld. De heer …: Veel geld. Mevrouw Heering: Het gaat om veel geld. De heer …: En … Maar … Mevrouw Nijhof: En het is … De heer …: Om die vraag goed te kunnen beantwoorden zeg maar, uiteindelijk zijn er ook natuurlijk jaarverslagen van de SO en daar staat wel het volledige beeld in ook per gemeente, in zijn totaliteit voor de regio Zuid-Holland-Zuid en naar mijn weten ook voor de gemeente Dordrecht, ja, waar dat totaalplaatje dus wel in staat. Dus met ook het onderdeel PGB en met het onderdeel Stichting Jeugdteams. De voorzitter: Was dat het zo, mevrouw …
22
Mevrouw Nijhof: Nee, ik had nog een vraag over de jeugd- en opvoedhulp, of het mogelijk is dat er meer duiding komt over wat nou precies allemaal in die jeugd- en opvoedhulp thuishoort. We hebben net een aantal duidingen gehoord en die staan ook in de stukken, zeg maar. Dat gaat dan ook specifiek over, nou ja, dat bijvoorbeeld zowel de 24-uurse woonvoorzieningen als de ambulante opvoedhulp hieronder hoort. Maar wij zouden in ieder geval graag meer duiding zien over de precieze onderverdeling van de kosten. Wat is er ambulant, wat is er 24-uurs en wat is er specifiek opvoedondersteuning? Omdat dat een stukje is wat overwegend vaak niet veel te maken heeft met het kind wat een probleem heeft, maar de ouder die een probleem heeft. Dus wij hebben hier al meerdere keren ook discussies over gehad in de raad over of je bepaalde soorten hulp niet op een andere manier zou moeten categoriseren en ook wellicht op een andere manier zou moeten categoriseren. Dus daar zou ik graag antwoord op willen. Mevrouw Heering: Nou ja, dat is denk ik toch een politieke vraag … Mevrouw Nijhof: Dat is voor ons belangrijk. Mevrouw Heering: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Nou, ik denk … Nou ja, het is … Kijk, dat laatste is politiek, maar de duiding over … Mevrouw Heering: Nee, dat is waar. Mevrouw Nijhof: Van de producten is niet politiek. Die moeten wel degelijk gegeven kunnen worden, denk ik.
Mevrouw Heering: Ja, zeker. Goed, Otmar, jij had je hand opgestoken. De heer …: Nou, dat onderdeel van de vraag wilde ik inderdaad even onderstrepen, van dat is gewoon een … Het is mogelijk om binnen het gemeentedashboard van de serviceorganisatie die uitsplitsing te maken naar de individuele producten. En wanneer daar inhoudelijke duiding over die producten bij gegeven moet worden, dan kan daar het beste een contractadviseur van de serviceorganisatie bij aansluiten. Mevrouw Nijhof: Oké, dank u wel. De voorzitter: De heer Boersma is de laatste die nog een vraag had. De heer Boersma: Ja, het is een hele lange zit geworden, maar bedankt voor de toelichting. Ik vind het altijd heel mooi om eerst zo’n tendens te zien, de hoofdlijnen, cijfers en vervolgens zie je dat we dan ook met elkaar weer heel goed in staat zijn om twee of drie niveaus daaronder met elkaar vragen te stellen en te kijken wat er allemaal onder zit. Ik denk dat het wel een uitdaging wordt voor dit soort cijfers ook de komende tijd van, wat willen we nou precies met elkaar weten, welk abstractieniveau willen we met elkaar bespreken en dan zit denk ik vooral op het stukje duiding en ook met name een onderbouwing en verdere uitwerking van sommige aannames die erin zitten. Daar kunnen we nog wel een slag maken, denk ik. Waar ik zelf nog wel behoefte aan zou
23
hebben voordat we dan heel specifiek op al die verschillende onderdelen weer het debat aangaan, is of het nou ook mogelijk is om dit soort cijfers en tendensen weer te koppelen naar de doelstellingen die we ooit met elkaar geformuleerd hebben. Want we hebben op al die drie beleidsdomeinen, hebben we met elkaar beleid geformuleerd wat we willen bereiken. En daar zitten ook zeg maar een aantal indicatoren onder. Daar zitten doelstellingen onder. En ik ben altijd wel benieuwd of we nou, als we kijken naar deze tendensen, of we daar enige relatie kunnen leggen met wat ooit de bedoeling was en wat we met elkaar wilden bereiken. Dat is eigenlijk mijn eerste vraag. En de tweede vraag is een beetje als vervolg op wat de heer Van Verk zei over die koppeling tussen al die verschillende voorzieningen zeg maar, maar ook met de situatie in wijken, is het ook mogelijk om een soort relatie met, ik noem het even een sociale kaart van wijken te maken, zeg maar. Want we hebben natuurlijk ook gewoon met elkaar de sociale kaart, hoe ziet een wijk eruit qua inkomensniveau, opleidingsniveau, nou ja, alle problemen, alle niet-problemen die er spelen. Dus de sociaal-economische opbouw van de wijk en in relatie tot al deze verschillende voorzieningen om te kijken of we daar nog lijnen uit kunnen halen.
En nou ja, kunnen kijken van, als we nou investeren op bepaalde dingen of dat dan weer … Maar dat is dan meer de politieke kant van het verhaal, of we dat dan in een aantal andere voorzieningen terug zien. En tenslotte, even kijken, had ik nog één … Even denken. O ja, dat is eigenlijk aansluiting ook op wat de heer Van Verk zei wat al meerdere keren naar voren gekomen is. We willen graag nadere duiding van een aantal, nou ja, cijfers die nog verder uitgesplitst kunnen worden, een aantal aannames die ook in het rapport zitten. Maar ik denk dat het ook wel goed is om die politieke duiding met elkaar te gaan delen. En dan kom ik wel weer terug aan het begin, dan moeten we denk ik wel heel scherp met elkaar voor ogen houden op welk abstractieniveau we dat dan gaan voeren, want we zien nu op een aantal cijfers zeg maar die erin zitten, wordt al behoorlijk doorgevraagd. En de antwoorden die daarop gegeven worden, kunnen we ook weer doorvragen. En nou ja, ik denk dat het wel goed is om met elkaar goed te kijken van, tot hoe ver willen we gaan? Het zou mijn voorkeur hebben als we nu dit algemene beeld hebben, om dat eens in eerste instantie ook een volgende keer met elkaar te bespreken, ook als we de cijfers 2020 hebben.
En dan gewoon met elkaar heel concreet te kijken, wat zijn nou de punten waar we nog een verdere uitwerking op hebben en een verdere onderbouwing op willen hebben? En dan vervolgens daarna misschien de politieke debatten te gaan voeren om te voorkomen dat we zelf ook in aannames terechtkomen. Tot zo ver even, ik hoop dat het een beetje duidelijk was. De voorzitter: Dankjewel, Jan Willem. Ik heb geen vragen gehoord, het is meer eigenlijk een beschouwing op hoe we hier nu mee verder gaan. De heer Boersma: Ja, er zat wel één concrete vraag, of die relatie te maken … of twee vragen eigenlijk, met onze beleidsdoelstelling en of de relatie te maken is met zeg maar wat ik even noemde de sociale kaart van Dordrecht. Mevrouw Heering: Als ik als eerste antwoord mag geven, ja, dat is misschien flauw, mijnheer Boersma, dat was niet mijn opdracht, hè? Er is mij niet gevraagd om dit te doen, daarom heb ik dat niet gedaan. Dat is heel flauw, maar het simpele antwoord. Die koppeling met de sociale kaart en de voorziening kunnen wij zeker wel doen. En u kent misschien Waarstaatjegemeente, dat is een VNG-iets, een VNG-dashboard en database die steeds beter wordt, waar je Dordrecht op wijkniveau van alles over kan weten en je
24
ook kan zien hoe Dordrecht zich verhoudt tot de rest van Nederland op al die indicatoren. Dus er is heel veel informatie beschikbaar waar je eigenlijk heel toegankelijk een beeld krijgt van, op een heleboel indicatoren … Het voordeel van wat wij hebben en doen, is dat wij op onze dashboards hele actuele informatie hebben. En die informatie bij Waarstaatjegemeente is, loopt een half jaar achter. Maar dan alsnog heb je voor de eerste helft van 2020, heb je al informatie. En het eerste deel van de coronacrisis heb je ook het beeld voor een heleboel indicatoren wat dat eigenlijk betekent. Dus dat is één. En eigenlijk, die sociale kaart, dat kunnen ook die beleidscollega’s heel goed doen, maar in Waarstaatjegemeente kun je eigenlijk heel snel en heel makkelijk vinden hoe bijvoorbeeld het aantal kinderen wat in armoede leeft, hoe zich dat in Dordtse wijken zich verhoudt tot de rest van Nederland. En dan krijg je heel snel en heel goed een beeld. Nou, die hele dataset en dat hele dashboard van de VNG is, heeft zich zo ontzettend ontwikkeld in de laatste paar jaar dat ook wij steeds beter een iets ouder, maar toch nog heel recent beeld kunnen geven en ook, de gegevens die we dan actueler hebben, kunnen we echt in die context meenemen en voor u helpen duiden. Dus ja, het is zeker mogelijk om dat mee te nemen in een volgende analyse. De heer Boersma: Ja, prima, bedankt.
De voorzitter: Ja, zo zijn we aan het einde gekomen eigenlijk van de presentatie en de bijdrage van diverse personen, waarvoor dank. Er is geen wethouder op dit moment aanwezig, dus op dit moment hebben wij eigenlijk dit hele stuk zonder politieke duiding moeten doen. Ik heb geprobeerd bij te houden wat er door eenieder is aangegeven aan andere wensen of meer wensen ten aanzien van de aangeleverde informatie, dus ik zou willen voorstellen dat we met de commissie nog even doorlopen van nou, wat zijn nou de andere wensen voor een volgende keer en hoe gaan we dit de volgende keer met elkaar bespreken? Ik ga even doorlopen wat ik heb opgeschreven. Als je nou zelf denkt van nou, ik heb iets aangegeven en dat mist, dat is heel belangrijk, even in de chat aangeven dat ik wat vergeten ben, dan kunnen we het lijstje compleet maken met elkaar. Ten eerste was de wens om actuelere informatie te krijgen. Dat er duiding moet worden toegevoegd, ook een politieke duiding. Dus dat kan betekenen dat wij deze informatie de volgende keer krijgen aangeleverd in de vorm begeleid door een raadsinformatiebrief waarin bijvoorbeeld die koppeling met beleidsdoelstellingen kan worden gedaan. Even kijken, dan hebben we wensen dat er gespecificeerd moet worden op wijkniveau voor diverse onderdelen.
Ten aanzien van de verwijzing is aangegeven dat het belangrijk is wat voor typen verwijzingen het zijn, of het verlengingen zijn, nieuwe aanvragen. Of er sprake is van doorlooptijd en wachttijden, werd door de heer Van Verk nog aangegeven, dat die daarvoor ook van belang zijn. Door wie wordt doorverwezen. Als het medische doorverwijzingen zijn, of er dan onderscheid wordt gemaakt tussen huisartsen en bijvoorbeeld gecertificeerde instellingen. Het type aanbieders, dus ook op grootte van de organisatie specificeren, behalve dan het aantal aan cliënten die zij binnen Dordrecht helpen. Even kijken, het PGB toevoegen om het totaaloverzicht van de kosten te kunnen houden. De koppeling met de sociale kaart toevoegen. En het onderscheid maken in de types jeugdhulp die worden verstrekt in plaats van één grote bak met jeugdhulp. Dat is in ieder geval het totaal aan behoeftes van de informatie een volgende keer. Dan staat er op mijn agenda in ieder geval bijgeschreven dat de werkgroep de suggestie heeft gedaan om dit drie keer per jaar te bespreken in een themabijeenkomst. Kunnen we met elkaar afspreken dat wij dat op die manier gaan doen? Dat wij de volgende keer de
25
informatie aangeleverd krijgen voorzien van politieke duiding, waarbij dus wordt gevraagd aan het college om een relatie te leggen met de beleidsdoelstellingen en dat dan als themabijeenkomst te agenderen in het vervolg. Of is drie keer per jaar te veel en moet het twee keer per jaar? Ik zie nog geen raadsleden reageren. De heer Van Dam. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is Van Dam Timmers, trouwens. Ik weet dat het voor veel mensen ingewikkeld is, maar ik heb echt een dubbele naam. Ja, wat mij betreft doen we eigenlijk het eerste, dus met politieke duiding ook van tevoren erbij. Want dan kun je ook daar een mening over vormen en kunnen we kijken, zijn we het daarmee eens? En dan kunnen we vervolgens de wethouder daarop bevragen van ja, waarom vindt de wethouder wat hij of zij wellicht in de toekomst aangeeft? En dat lijkt mij eigenlijk het beste. En dan kun je er ook een boodschap aan geven en kunnen we er een conclusie over vormen met elkaar en dan kunnen we echt stappen zetten. En ook wat de heer Boersma ook aangeeft van ja, uiteindelijk moet je er wat mee. Dus alleen informatie tot je nemen is niet voldoende, het gaat er ook om dat je daar vervolgens dan ook wat mee kan. Dat wij daar als commissie dus ook een mening over kunnen vormen en uitspraken over kunnen doen. En daarbij zou dat eerste wat u zei het beste helpen, denk ik.
En wat mij betreft, ja, drie keer lijkt mij voldoende, twee keer misschien ook wel. Maar dat vind ik lastig te bepalen. De voorzitter: Ik heb in de chat inderdaad, geeft de heer Van Verk ook al aan drie keer, de heer Kwaak zegt drie keer en de heer Boersma zegt ook het eerste jaar in ieder geval drie keer. Ook vanuit de VSP is daar de voorkeur voor, dus ik denk dat we dat in ieder geval, dus dat het per trimester is dat dan geloof ik, hè? Mevrouw Nijhof vraagt het woord. Mevrouw Nijhof: Ja. Nou, goed, ik heb even, ik kon niet goed in de chat reageren, dus het lijkt mij ook in eerste instantie goed drie keer. En ik had nog even een toevoeging op het lijstje wat u net opnoemde. Want ook de kosten van de Stichting Jeugdteams, die zijn niet verwerkt, net zoals het PGB. En of die ook toegevoegd kunnen worden. De voorzitter: Ja, dus voor het totaaloverzicht voor kosten toevoegen PGB’s en de Stichting Jeugdteams? Mevrouw Nijhof: Ja, de verwijzers zelf, ja. De voorzitter: Ja, is toegevoegd. Yes. Dan denk ik dat wij dit agendapunt kunnen afsluiten. Een samenvatting van de nieuwe behoeften, informatiebehoeften zal gecommuniceerd worden met het college inclusief de oproep om het te voorzien van politieke duiding. En dan gaan we daarmee met elkaar aan de slag. Eens even kijken of dat we inderdaad zo beter in positie worden gebracht met elkaar. Dat zou mooi zijn.
Wilde u nog wat zeggen, mevrouw Heering? Mevrouw Heering: Ja, verwachtte u ook nog iets van mij op dit moment? Ik … De voorzitter: Nee hoor, op dit moment niet, hoor. Mevrouw Heering: Nee. Nou ja, wij moeten ook kijken natuurlijk wat wij allemaal kunnen doen op welke termijn. Dus graag … Ik heb ook mee proberen te schrijven, maar ik neem
26
aan dat al die wensen, dat we dat ook schriftelijk gecommuniceerd krijgen, mijn collega’s dan met name, Suzan en Guido en ik misschien ook, over wat die wensen zijn. En dat we daar ook even goed naar kunnen kijken wat de mogelijkheden zijn op welke termijn. De voorzitter: Dat komt in orde. Bedankt voor uw bijdrage vanavond. Mevrouw Heering: Nou, dat … Goed, het is mijn eerste keer. Graag gedaan. Dank u wel. De voorzitter: Dan zijn we aangekomen bij de pauze. We gaan tien minuten de lucht uit en we zien elkaar terug om 21.52 voor het vervolg van deze avond. Tot straks. Schorsing 6. Raadsinformatiebrief Corona maatregelen (12 januari 2021) – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Zo, welkom terug. Is wethouder Heijkoop al binnen? Zo te zien niet. Dan stel ik voor dat we even eerst een ander punt op de agenda doen, want anders is het ook zo sneu dat de vragen van fractie ChristenUnie/SGP nog niet beantwoord kan worden. Dus laten we eerst agendapunt zes doen, als dat akkoord is met de commissie. Dat gaat over de RIB coronamaatregelen van 12 januari 2021. Is dat akkoord? Is er iemand die daar protest tegen aantekent? Dan hoor ik het graag. Akkoord. GroenLinks heeft aangegeven een opmerking te willen maken bij de raadsinformatiebrief. Dus wat dat betreft wil ik heel even het woord geven aan GroenLinks. De heer Burakçin. De heer Burakçin: Ja, voorzitter, dank u wel.
Voorzitter, even een kort punt dat wij hierin willen maken. Wij hebben, zoals bij sommige collega’s bekend, hebben wij dus twee weken geleden een meldpunt geopend waar ouders, leraren en scholen dus hun zorgen konden uiten over het thuisonderwijs. De eerste twee weken hebben we toch diverse meldingen binnengekregen van ouders en leraren en dat hebben we ook doorgegeven aan de ambtenaar, die heeft toegezegd dat hij het gaat oppakken. Nu dat de scholen weer gaan heropenen, staan de leraren voor een zware opgave met alle coronaregels. Dus we willen graag het college vragen om de vinger aan de pols te houden en de scholen en onderwijzers ondersteuning te bieden waar het nodig is. Dat was een korte opmerking. De voorzitter: U plaatst dit nu als een opmerking, maar u stelt eigenlijk een vraag aan het college. Dus wilt u gewoon dat dit wordt toegevoegd in het verslag, of verwacht u iets anders op dit moment? De heer Burakçin: Ja, dat het toch wel toegevoegd wordt aan het verslag inderdaad, voorzitter. Want we maken ons toch wel zorgen om de ontwikkelingen. Ja, er komen natuurlijk allemaal nieuwe regels en het gaat erom dat het in ieder geval goed in kaart wordt gebracht wat er allemaal gebeurt en de ondersteuning krijgen waar nodig. De voorzitter: Oké, dus er wordt geen vervolgactie nu aan verbonden.
Het is een, het wordt toegevoegd aan dit verslag en daarmee is de bespreking van deze raadsinformatiebrief afgerond. Dan kunnen wij besluiten om de raadsinformatiebrief
27
coronamaatregelen van 12 januari 2021 ter kennisgeving naar de raad te sturen? Vraagteken. Ik denk dat dat akkoord is. Agendadeel: Nieuwe behandelvoorstellen. 7. Raadsvoorstel Opzet Cultureel Platform en Netwerk Amateurkunst Raadsvoorstel De voorzitter: Dan gaan we door naar het agendadeel Nieuwe behandelvoorstellen. En dan loop ik ze, dan loop ik ze een voor een even door, waarbij in ieder geval punt zeven al is aangegeven dat men dat wil agenderen. Dus ik loop ze gewoon even door en geef aan in de chat op het moment dat je denkt van hé, die wil ik bespreken, of daar wil ik iets over zeggen. Nummer zeven, het raadsvoorstel Opzet cultureel platform en netwerk amateurkunst. En dan is er iemand van GroenLinks die dat wil agenderen. Is dat mevrouw Van Benschop of de heer Burakçin? De heer Burakçin: Als het goed is, moet dat mevrouw Van Benschop zijn, maar misschien dat ze zo meteen nog even reageert. De voorzitter: Ik zie mevrouw Van Benschop nog niet reageren, dus misschien kunnen we het samen doen, de heer Burakçin? Want er was ook al van tevoren aangegeven welke politieke vraag dat zou kunnen zijn, waarvan het voorstel was, draagt het voorstel bij om het culturele klimaat in Dordrecht te versterken? Dus dat zou de politieke vraag van GroenLinks zijn. En dan is even de vraag wie dit agendavoorstel steunt. De VVD steunt het in ieder geval, dat zijn nu twee fracties.
De heer Van Dam wil graag het woord. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ja, ook wij van het CDA zouden dit wel willen agenderen en dan eigenlijk met ook een aansluitende politieke vraag, met name gericht ook op de amateurkunst. En dan vragen we ons af, met dit plan, is het netwerk amateurkunst eigenlijk voldoende in positie in Dordrecht? De voorzitter: De vraag wordt toegevoegd, deze vraag. En er is voldoende steun voor agendering van dit raadsvoorstel. Even kijken. 8. Raadsinformatiebrief Stand van zaken Mantelzorgbeleid 2020 – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan gaan wij door naar punt acht, raadsinformatiebrief stand van zaken mantelzorgbeleid 2020. En het voorstel is om deze RIB ter kennisname naar de raad te sturen. Zo te zien is dat oké. 9. Raadsinformatiebrief Samenwerkingsagenda VGZ en gemeenten regio’s Drechtsteden, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden - Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan gaan we naar negen, de raadsinformatiebrief samenwerkingsagenda VGZ en gemeenteregio’s Drechtsteden, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Voorstel is om deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad te sturen. Ook zo te zien akkoord.
28
10.Raadsinformatiebrief Toezegging beltegoed – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Nummer tien, de raadsinformatiebrief toezegging beltegoed. Ook daarvan is het voorstel deze RIB ter kennisname naar de raad te sturen. 11.Raadsinformatiebrief Beantwoorden motie M2 Help de leerling aan een stageplaats – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Nummer elf. Raadsinformatiebrief Beantwoorden motie M2 Help de leerling aan een stageplaats. Het voorstel is om deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad te sturen. Zo te zien is dat ook oké. 12.Raadsinformatiebrief Evaluatie gewenste kwaliteitsslag bij Museum 1940-1945 – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Nummer twaalf. Raadsinformatiebrief Evaluatie gewenste kwaliteitsslag bij Museum 1940-1945, waarvan het voorstel is ter kennisname naar de raad sturen. En dan zie ik een vraag van de heer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter, wij willen deze brief graag agenderen met de volgende politieke vragen. Zijn er nog voldoende mogelijkheden om het museum in stand te houden en verder te professionaliseren? Dat is de eerste vraag. En de tweede vraag is, hoe ver willen we als gemeente gaan wat betreft het treden in de bevoegdheden van de stichting? De voorzitter: Waarvoor dank. De heer De Boer. De heer De Boer: Voorzitter, dank u wel.
Ja, sluit lichtelijk aan bij mijn voorganger, maar Beter Voor Dordt wil graag een korte toelichting van een kwartier maken over de bevindingen en de toekomstbestendigheid van het museum. De voorzitter: Maar dat is geen politieke vraag. Maar dat is dan een verzoek als we overgaan tot bespreking, of dat kan. De heer De Boer: Ja, oké, dank u wel. De voorzitter: Wordt genoteerd. Maar dan steunt u dus agendering? Sorry. De heer De Boer: Ja zeker. De voorzitter: Oké. Even voor de volledigheid vraag ik het toch maar even. De heer Van Verk. De heer Van Verk: Ja, ik sluit mij aan bij de vraagstelling van de heer Boersma en ik heb daar niets aan toe te voegen. De voorzitter: En u ondersteunt deze agendering dus ook? De heer Tiebosch.
29
De heer Tiebosch: Ja, dank u wel, voorzitter. We willen graag ook dit punt bespreken, eigenlijk gewoon met de korte vraag, is de beleidsdoelstelling van de gemeente Dordrecht ten aanzien van Museum 1940-1945 realistisch? En we zouden als het mogelijk is, zouden we bij die bespreking ook graag willen spreken met de heer Bert van de Burgt, als dat zou kunnen. De voorzitter: Wordt opgeschreven. Even kijken, hoor. De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ook wij van het CDA sluiten ons aan bij de agendering. En wij vragen ons af ja, ook in hoeverre is het aan de gemeente om zich bezig te houden met deze bestuurssamenstelling? En is dat de taak van het gemeentebestuur in deze zin? Hoe ver ga je daarin? De voorzitter: Dus eigenlijk dezelfde vraag als de tweede vraag van ChristenUnie/SGP. De heer Van Dam Timmers: Ja, ik weet niet of die helemaal daarop doelde, dus vandaar dat ik hem op deze manier stelde. De voorzitter: Ja, hoe ver reikt de verplichting van de gemeente … Kunt u hem herhalen, de heer Boersma? Misschien is dat … De heer Van Dam Timmers: Misschien is dat wel goed, ja. De heer Boersma: Ja, dan moet ik even kijken, hoor. De voorzitter: Even terug scrollen. De heer Boersma: Hoe ver willen we als gemeente gaan wat betreft het treden in de bevoegdheden van de stichting? Dus dat is wel vergelijkbaar met wat de heer Van Dam Timmers aangeeft.
De heer Van Dam Timmers: Ja, het is inderdaad, het bestuur wijzigen vanuit onze positie, ja, zeg maar. Ja, ik snap het. Dan sluit ik me daarbij aan. De voorzitter: Helemaal goed. De VSP geeft aan dat zij de agendering steunen. En GroenLinks geeft ook aan dat zij de agendering steunen, dus daarbij is er ruim voldoende steun en zijn er voldoende kwalitatieve bespreekvragen geagendeerd. Dus dat gaat goedkomen. 13.Artikel 40 vragen RvO van de fractie PVV Dordrecht over Schuldhulpverlening op orde voor zelfstandig ondernemers De voorzitter: Ga ik door naar nummer dertien, Artikel 40 vragen regelement van orde van de fractie PVV Dordrecht over schuldhulpverlening op orde voor zelfstandig ondernemers. Voorstel is om kennis te nemen van de vragen in afwachting van de beantwoording. Ik neem aan dat we het daarmee eens zijn met elkaar. 14.Antwoordbrief technische vragen van de fractie VVD rondom veiligheid voortgezet onderwijs scholen
30
De voorzitter: Dan gaan we door naar nummer veertien, Antwoordbrief technische vragen van de fractie VVD rondom veiligheid voortgezet onderwijs scholen. Het voorstel is de antwoordbrief voor kennisgeving aan te nemen. En ik hoor iemand voorzitter … Zou dat de heer Van der Net zijn? Is die er echt nog bij? De heer Van der Net: Ja, nee, nee, ik ben er echt wel bij, voorzitter. Af en toe ben ik stil, zoals u weet. Ja, nou, goed, wij zitten een beetje in dubio met betrekking tot het antwoord. Wij vinden het, wij hebben gevraagd om gerichte cijfers en we krijgen een algemeen antwoord. En om het weer te gaan agenderen op dit moment lijkt ons niet juist. Dus wij zullen hier nog wat nadere vragen over gaan stellen om wat meer verduidelijking te krijgen vanuit het college op dit punt, want we zijn niet tevreden over het antwoord. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Is goed, wordt genoteerd. Dank u wel. 15.Maandelijkse rapportage Sociaal Domein Gemeente Dordrecht De voorzitter: Even kijken, nummer vijftien. Maandelijkse rapportage Sociaal Domein Gemeente Dordrecht. En behandeladvies is kennis te nemen van de stukken, indien gewenst te bespreken bij de presentatie over data en duiding. Maar dat is natuurlijk dan pas de volgende. Er zijn geen verzoeken tot bespreking.
16.Brief van het FNV over oproep verhoging van het minimumloon De voorzitter: Dus dan gaan we door naar nummer zestien, Brief van het FNV over oproep verhoging van het minimumloon. Het voorstel is de brief voor kennisgeving aan te nemen. Akkoord. 17.VNG ledenbrief over Ondersteuning gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire De voorzitter: Nummer zeventien, de VNG-ledenbrief. O, er komt een vraag over nummer zestien. De heer De Boer. De heer De Boer: Ja, hij is er weer. voorzitter, Dank u wel. Ja, het is ter kennisname, maar goed, ik neem aan dat iedereen hem ook heeft gelezen. Kijk, er wordt een oproep gedaan aan het gemeentebestuur, dus college en gemeenteraad, om zich uit te spreken, maar ik vraag me af, dit is volgens mij niet echt aan ons hè, om daar iets over te vinden. Maar goed, daarom is het waarschijnlijk ter kennisgeving aangenomen, of zullen we hem ter kennisgeving aannemen. De voorzitter: Is het een brief gericht aan de raad, of aan het college? De heer De Boer: Het is een geachte collegeleden en leden van de gemeenteraden, dus ook aan ons gericht. Het gaat om de verhoging van het minimumloon en nou ja, goed, de oproep is om daar iets van te vinden. En als dat eventueel zou kunnen stijgen, waar ik op zich geen tegenstander van ben, dan betekent dat ook dat de uitkeringen kunnen stijgen. Ook ja, ik zie het een beetje als een soort inflatiecorrectie.
Ja, er wordt wel
31
gevraagd om daar iets van te vinden, om dat breed te delen, waardoor dat in de landelijke politiek besproken kan worden. De voorzitter: Is het niet een idee om te vragen aan het college hierop te reageren en ons daarvan een afschrift te sturen? De heer De Boer: Misschien wel, ja. De voorzitter: Dat er in ieder geval iets gebeurt. En dan kunnen we het dan aan de hand van het antwoord van het college alsnog bespreken, of besluiten iets te gaan doen. De heer Van Verk heeft misschien een ander idee. De heer De Verk: Voorzitter, laten we elkaar nou niet een beetje bezig gaan zitten houden. We hebben volgens mij genoeg te doen. Als je die brief doorsluist naar het college met de vraag om te antwoorden, weet ik het antwoord al. Dan zeggen ze ja, dat is de verantwoordelijkheid van de raad. En dat klopt ook, dus laten we ons daar niet mee bezig houden. Ik vind het onzin dat we er hier nu aandacht aan besteden, dus snel door naar het volgende. De heer De Boer: Maar goed, hij is toch even onder de aandacht gebracht, dank u wel. De voorzitter: Dus niet vragen aan het college om een afschrift, prima. Dan gaan we naar nummer zeventien en dat is de VNG-ledenbrief over ondersteuning gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire. Daarvan is het voorstel de ledenbrief van de VNG voor kennisgeving aan te nemen. De voorzitter: Yes, dan gaan we door.
En dan gaan we door, terug eigenlijk helemaal op onze agenda met, even kijken, ik moet even goed oplezen wat er staat en dat is namelijk de raadsinformatiebrief stand van zaken opgave zorgzame stad. Maar voordat we overgaan tot bespreking van het onderwerp, is eerst de vloer aan de fractie CU/SGP om een vraag te stellen aan wethouder Heijkoop aangaande de kinderopvangtoeslagaffaire. Wie mag ik het woord geven? De heer Bosman: Ja, voorzitter, dank u wel. Volgens mij ben ik nu in beeld? Klopt dat? De voorzitter: Ja, ik zie u in ieder geval. De heer Bosman: Dat is mooi. En de heer Heijkoop is ook aanwezig? De voorzitter: Waar is hij? De heer Heijkoop: Ja, ik ben aanwezig. De heer Bosman: Mooi, fijn, goedenavond. Ja, ik heb twee vragen gesteld. Er gebeurt natuurlijk in het dossier van alles. Dat hoef ik u niet te vertellen, volgens mij. En er zijn bijna dagelijks nieuwe positieve ontwikkelingen, denk ik. Twee van die ontwikkelingen raken naar onze mening direct de gemeente en daarom heb ik daar twee vragen over gesteld. Ik weet vanuit Rotterdam, is mij bekend, dat de belastingdienst van plan is om aan de gemeente BSN-nummers te verstrekken, hoewel het technisch volgens mij zo is
32
dat er een collegebesluit voor een notering moet zijn, maar dat laat ik even. Of de gemeente krijgt BSN-nummers van een heel groot deel van de gedeputeerde ouders, zodat deze actief benaderd kunnen worden door de gemeente voor hulp. Mijn vraag, is het al bekend of de gemeente Dordrecht ook BSN-nummers gaat krijgen van de belastingdienst en als dat het geval is, worden deze gedupeerde ouders dan actief en op korte termijn door onze gemeente benaderd voor hulp? Vraag twee, er zijn gemeenten, bijvoorbeeld ook Rotterdam, die hebben aangegeven dat de gemeentelijke schulden van gedupeerden van de toeslagaffaire worden kwijtgescholden. En mijn vraag is of ook het Dordtse college van mening is dat gemeentelijke schulden van deze gedupeerden kwijtgescholden moeten worden. Tot zo ver. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik hoop dat ik goed verstaanbaar ben, want ik heb mijn oordopjes in het vorige overleg leeg gebeld. Een overleg dat overigens ging over de toeslagenaffaire, met het kabinet over hoe we daar nu in verder gaan. De heer Bosman is heel positief dat veel dingen goed gaan. Nou, er gaan wel wat dingen goed, maar er zijn ook nog steeds wel veel zorgen. Wat in ieder geval nu wel goed gaat, is het feit dat we eindelijk de gegevens kunnen krijgen van de gedupeerden. Daar hebben we een half jaar geleden al indringend om gevraagd. Toen waren er nog veel beren op de weg. Nu kan dat wel.
Een aantal gemeenten hebben dat inmiddels ook aangevraagd en ook de gemeente Dordrecht. Wij hebben de gegevens ook binnen. En we zijn het team ook aan het versterken en gaan deze week ook contact opnemen met gedupeerden. Het gaat in Dordrecht over ruim honderd gedupeerden. En we hebben ook aan de andere Drechtstedengemeenten om ook zo snel mogelijk het collegebesluit te nemen, wat Dordrecht inmiddels dus gedaan heeft, zodat wij ook de andere Drechtstedengedupeerden kunnen benaderen. Dat gaan we op de korte termijn doen. Het is echt mijn ambitie om binnen enkele weken iedereen gesproken te hebben. En daar zetten we ook, nou ja, echt op in door de formatie op orde te brengen om die mensen snel te kunnen helpen. Uw andere vraag gaat over de vorderingen vanuit de gemeente. Nou, bijvoorbeeld de kwijtschelding van nou ja, de facturen rond de OZB en dergelijke. Daar hebben we net ook over gesproken, dat willen wij doen. Wij gaan dat volgende week ook voorleggen vanuit de VNG aan alle gemeenten om dat te doen. En Dordrecht zal dat ook doen. We hebben ook nog wel even een gesprek met de belastingdienst wie daar de rekening voor oppakt. Kijk, wij gaan als gemeente, nemen we nu als eerste onze verantwoordelijkheid, maar aan de achterkant willen we dat nog wel even netjes gaan regelen.
En het Ministerie van BZK helpt ons daar ook bij, omdat dit natuurlijk niet door toedoen van de gemeente is dat deze mensen nu in de problemen zijn geraakt. Dus dat is belangrijk. En we zullen die kwijtschelding ook pas echt doen op het moment dat er een akkoord is, duidelijkheid is over totale schulden. En waarom is dat zo? Omdat, als wij onze vorderingen weghalen zonder dat er een totaaloplossing is, ja, dan gaan er gewoon private schuldeisers, banken en dergelijke, die schuiven gewoon op in de schuldenrij. Dus dan is de gedupeerde uiteindelijk nog niet geholpen. Maar het is ook in Dordrecht nadrukkelijk de bedoeling dat wij die schulden gaan kwijtschelden. We verwachten niet dat het om grote aantallen gaat, maar het is wel voor deze mensen belangrijk dat ook deze schulden van tafel gaan, net als de andere publieke schuldeisers. En hopelijk gaan ook de private schuldeisers daar nog een steentje aan bijdragen. Tot zo ver. De voorzitter: Was dat voldoende voor u, mijnheer Bosman, of?
33
De heer Bosman: Ja zeker, voorzitter. Dank u. Eén kleine aanpassing, want u zei, ik ben blij dat de heer Bosman vindt dat er dingen goed gaan. Nou, u bedoelde meer, er zijn positieve ontwikkelingen in de zin van steeds meer kwijtscheldingen, dat soort zaken. Dat lang niet alles goed gaat, is mij zeker bekend. De heer Heijkoop: Ik ben het volledig met u eens. De heer Bosman: Mooi. De heer Heijkoop: En ook uw collega, ook Rotterdam is mij zeer bekend. En hij is ook zeer goed op de hoogte, maar het lijkt soms dat op het moment dat er een oplossing ergens voor is, dat er dan weer drie nieuwe problemen opdoen. Dus ja, het is een hardnekkig dossier, maar we proberen met elkaar de schouders eronder te zetten om dit echt verder te brengen. Maar ik kan u verklappen, het komende jaar gaat dit nog vaak terugkomen en niet altijd positief, maar laten we hopen dat snel mensen weer perspectief hebben en veel, nou ja, schulden ook echt uit de weg geruimd kunnen worden. De heer Bosman: Absoluut. Dank u. De heer Heijkoop: Dank u wel. 5. Stand van zaken opgave Zorgzame Stad – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Goed, zijn we aangekomen bij agendapunt 5 vanavond. RIB Stand van zaken opgave Zorgzame Stad. De commissie heeft op 6 januari geconstateerd dat dit een tussenrapportage betreft en heeft aangegeven benieuwd te zijn naar de voorlopige resultaten.
Politieke vragen zijn geformuleerd door de PvdA-fractie. Is met de besteding van de middelen de goede richting ingeslagen? En een tweede vraag, zou dit al dan niet op onderdelen tot bijsturing moeten leiden? Dus ik neem eigenlijk aan dat het handig is om bij de PvdA-fractie te beginnen, aangezien zij de politieke vragen hebben geagendeerd. En dan is daarna even de vraag, als u woordvoering wilt doen, om dat even aan te geven in de chat. En dan even erbij te zetten woordvoering en niet alleen voorzitter, want dan weet ik niet of u wilt interrumperen op de woorden die de heer Van Verk gaat spreken of dat u zelf woordvoering wilt doen. Mevrouw Nijhof zegt direct, voorzitter. Is er een vraag, mevrouw Nijhof? Mevrouw Nijhof: Ja, ik heb heel veel moeite met de chat, zeg maar. Dus ik moet, als ik weer terug … Nou, goed. De voorzitter: U wilt woordvoering doen, later? Mevrouw Nijhof: Ik wil woordvoering doen later, ja. De voorzitter: Is goed, goed om te weten. Ik noteer het. Goed, gaan we naar de heer Van Verk.
34
De heer Van Verk: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het proberen zo compact mogelijk te houden. Politieke vragen heeft u al gesteld. En ik zal vier projecten eruit halen waarbij wij vinden dat wellicht bijsturing aan de orde is. De eerste is de overgang jeugdwet WMO. Daar worden een tweetal zaken benieuwd als oplossingsrichting, namelijk een doorgaande ondersteuningslijn die wij van harte ondersteunen en waarbij volgens ons de oplossing is om alles in één zorgbudget te stoppen. Dan zijn we in ieder geval al bureaucratisch gezien een stap verder. En de tweede is passende huisvesting. En het opmerkelijke is dat we van dat tweede niets terugzien. Nou zou het zo kunnen zijn dat op basis van het RIGO-rapport het college van mening is dat er geen tekorten zijn op het terrein van jongerenhuisvesting, want dat meldt dat er een groot overschot zou zijn. Maar als dat niet zo is, dan zou ik toch graag horen van het college hoe zij dit probleem denken aan te pakken. Het tweede project wat wij, waar wij wat vraagtekens bij hebben, is de onafhankelijke cliëntenondersteuning. Al lezende drong bij mij het besef door dat het wel lijkt alsof we over twee verschillende werelden praten.
Als je de definitie leest in de eerste bullet van onafhankelijke cliëntenondersteuning, dan denk ik, dat is toch geen cliëntenondersteuning, dat is iemand die in het wijkteam werkt die mij kan helpen bij de problemen die ik ondervind in het leven en mij daarmee ook verder helpt. En als je naar de site gaat om de definitie van de cliëntenondersteuning te lezen, kom je daar ongeveer op hetzelfde uit, terwijl in mijn beeld een cliëntenondersteuning een onafhankelijke positie heeft en de belangen zou moeten behartigen van de mensen die in zorgtrajecten terechtkomen. Nou kan dat heel goed samengaan, dat wil ik helemaal niet uitsluiten, want je zou kunnen redeneren dat de mensen van het wijkteam een onafhankelijke positie innemen en op basis van de problematiek die zij horen, de cliënt doorverwijzen naar de meest passende voorziening en daarmee ook blijven volgen of die passende voorziening daadwerkelijk helpt. En daarmee zijn ze inderdaad een soort van onafhankelijke cliëntenondersteuning. Maar in mijn beleving lopen die definities en die werkwijzen erg door elkaar heen en zou het wat mij betreft bijsturing moeten zijn dat het beleid wordt geformuleerd en dat er keuzes worden gemaakt. Voorzitter, de volgende die ik op mijn lijstje heb staan, is onderwijs en jeugdhulp.
Daarvan vinden wij dat de doelen uitermate onduidelijk zijn en dat daarmee dus resultaten ook nooit gemeten kunnen worden en dat de wijze waarop het gefinancierd wordt, eigenlijk ook niet transparant is. Wij zouden ervoor willen pleiten dat bij dat project een aantal concrete SMART-geformuleerde doelen worden geformuleerd zodat we kunnen zien of die doelen daadwerkelijk gehaald worden en de financiering ook transparant maken. Enige bijsturing op dat project is dus wel nodig. Dan, voorzitter, tenslotte, de sociale wijkteams. Daarin wordt eigenlijk binnen de pilot gezegd, of binnen deze projecten gezegd dat deze samengaan met de jeugdteams en daarmee de sociale wijkteams gaan vormen in een integraal geheel. Op zich allemaal een hele goede ontwikkeling, maar dan moeten we wel oog hebben voor een aantal zaken die op dat moment kunnen gaan spelen. Namelijk, hoe zit het met de taken en bevoegdheden van jeugdteamleden en de oude wijkteamleden? Dan denk ik daarmee onder andere aan de SKJ-registraties die voor jeugdteamleden noodzakelijk zijn en die ook noodzakelijk moeten blijven in het kader van de wijkteams, maar daarin kan wel een verschil van medewerkers ontstaan. Dat leidt ook tot verschillende salariëringen. En wij vinden het eigenlijk onwenselijk dat een tweedeling gaat ontstaan binnen één en hetzelfde team, daar waar integraal werken voor staat.
Dus zou de gedachte kunnen zijn dat je onderzoekt of het mogelijk is om wijkteammedewerkers allemaal SKJ-geregistreerd te maken, zodat iedereen inderdaad
35
dat werk ook kan doen. Voorzitter, dit is op dit moment de zaken die wij, waarvan wij zeggen van, daar zal aandacht voor moeten zijn bij de verdere uitvoering van deze plannen, of deze projecten. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Voorzitter, nou, wij zouden ook graag toch wat meer duiding willen over een aantal zaken. Mijnheer Van Verk heeft daar eigenlijk net ook al op gewezen. De investering is in zijn geheel breed ingezet, maar wat ook te lezen is, is dat er eigenlijk bij alle onderdelen geld uit andere potten wordt ingezet, waardoor het financieel er niet heel transparant en duidelijk uitziet. En dat geldt onder andere ook voor bijvoorbeeld inderdaad de onderwijsondersteuning. Hoe ziet dat er nou eigenlijk daadwerkelijk uit? Ook is te lezen dat de inzet op de onafhankelijke cliëntenondersteuning niet gelukt is, maar dat de bedragen die over zijn, toch overgeheveld worden. In een vorige commissie heeft de portefeuillehouder duidelijk gezegd dat er nog steeds sprake zou zijn van een formele scheiding tussen de wijkteammedewerker en de cliëntenondersteuner, ook al vallen beiden onder dezelfde bestuurder. We hebben ook de klachten gehoord die men bij het meldpunt kreeg en vragen ons af hoe we deze moeten duiden, afgezet tegen het geld dat men voor de uitvoering krijgt.
Moeten we dit toch niet anders organiseren dan nu het geval is? Moeten we hier niet bijsturen? Graag zouden we meer duiding hebben op het functioneren en de positie van de sociaal pontonnier, ook ten opzichte van de pilot Flits. Wat is daar nou het verschil tussen? Die voorziening Flits is beschikkingsvrij, staat erop geschreven. Maar hoe kan een ouder dan bezwaar maken? En staat het ouders vrij om dit aanbod af te wijzen of aan te nemen? Zitten hier consequenties aan vast? Dan verder het perspectiefplan voor jongeren. Dat gaat over de overgang van achttienmin naar achttienplus, daar zouden we graag wat meer duiding over willen met betrekking tot hoe dit valt bij de aanbieders en bijvoorbeeld bij de gecertificeerde instellingen. Want die hebben natuurlijk vooral te maken met jongeren die, laten we zeggen, die zij onder hun hoede hebben, waar een perspectiefplan voor gemaakt moet worden. U weet dat wij zelf al eerder gezegd hebben dat het, als het gaat om deze investering, wat ons betreft helemaal niet gaat om een nieuwe investering, maar vooral om het herstellen van zaken die niet goed gaan. En daar is bijvoorbeeld dat perspectiefplan wat ons betreft een heel goed voorbeeld van.
En we zouden eigenlijk wat meer willen weten in deze tussenrapportage over hoe dat nu loopt en of daar echt vooruitgang kan worden geboekt met betrekking tot, nou ja, laten we zeggen, het wat beter, ja, met wat betere zorg omgeven achttien jaar worden. Tot zo ver, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik was nog vergeten te melden dat ook wethouder Van der Linden aanwezig is, dus dat doe ik bij dezen. Voor de VVD, de heer Van der Net. De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter. We hebben vijf miljoen beschikbaar gesteld voor projecten in de zorg die Dordrecht en dan in ieder geval snel passender en betaalbaarder moeten maken, maar wij vragen ons natuurlijk altijd af, wat levert het uiteindelijk op? Moet niet worden ingezet op meer rijksmiddelen en Dordts geld zo veel mogelijk worden uitgegeven aan andere taken? We zijn vooral kritisch op of deze pilots, of hoe ze ook genoemd worden, structurele effecten hebben en of ineffectief zijn. En op één punt zijn we het wel eens met de wethouder, niet elk probleem waar inwoners tegenaan lopen, vergt een oplossing waarbij een professional is betrokken. De overheid
36
is geen geluksmachine. Wij vragen ons af als Dordtse VVD van hoe men is gekomen tot deze keuzes van deze pilots, of de projecten. Het lijkt op een projectencircus vanuit de ambtenarij. En het geld hoeft niet op. Ik zal nog een aantal punten eventjes benoemen waarvan ik in ieder geval namens de Dordtse VVD vraagtekens zet bij al deze zaken. Excuses. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Van Verk. De heer Van der Net: O, dat mag. De heer Van Verk: Fijn dat dat mag, mijnheer Van der Net. Ja, ik hoor u op het eind van uw woorden zeggen van ja, hoe zijn we nu aan deze projecten gekomen? Waarbij u net doet alsof ze uit de blauwe hemel zijn komen vallen. We hebben uitgebreid discussie gevoerd over deze projecten bij de begroting van ik meen 2020, of bij de kadernota 2020. En daar zat u ook bij. En toen heeft u ook uw bijdrage geleverd. Dus ik begrijp niet dat u kunt suggereren alsof het opeens iets is, een hobby van ambtenaren dan wel wethouders om dit soort projecten te initiëren. We hebben volgens mij als raad toen volmondig en met een breed gedragen steun, misschien niet van uw partij, maar in ieder geval van de meeste partijen wel deze projecten goedgekeurd. De heer Van der Net: Ja, nee, maar goed, ik bedoel, desalniettemin mag ik natuurlijk daar kritisch op zijn.
En omdat natuurlijk dit stuk natuurlijk wat nadere duiding geeft aan wat er allemaal gebeurt, heb ik in de raad een mening gevormd dat het toch wel wat lijkt op een projectencircus. En ik heb natuurlijk ook inhoudelijk commentaar, mijnheer Van Verk, dus misschien zal ik daar dan nog eventjes op ingaan. En dan zal ik in ieder geval aangeven waarom het lijkt op een projectencircus. De heer Van Verk: Nou, mijnheer Van der Net, natuurlijk mag u kritisch zijn, maar u moet niet de onnozele hans uithangen, want dat bent u niet. De heer Van der Net: Ik zou het niet durven, mijnheer Van Verk. Echt, wat dat betreft … Nee, onnozel zal ik mezelf ook nooit gaan noemen, maar ik geef in ieder geval aan waar onze kritieken wel zitten. De voorzitter: Er komt nog een interruptie van de heer Van Dam Timmers. De heer Van der Net: Mag ook. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik kon het niet laten. Ik zat een beetje tenenkrommend te luisteren naar de heer Van der Net en de woorden projectencircus. Natuurlijk mag u die woorden gebruiken en het lijkt me op zich helemaal prima, maar kijk, als je kijkt naar al deze verschillende projecten, dan zijn die allemaal gericht op heel veel verschillende soorten mensen die er in de stad zijn en wonen. En we wonen in deze stad niet met alleen mensen die het goed hebben, maar ook met een hoop mensen die dat niet hebben.
En een projectencircus doet u net alsof het een soort cadeautjes zijn. Heel veel van deze projecten dragen gewoon enorm bij aan het leven van ja, kwetsbare en minder kwetsbare mensen. En om dat dan weg te zetten als projectencircus vind ik toch een beetje makkelijk. We wonen niet allemaal in een twee-
37
onder-een-kapwoning met een auto voor de deur. Dus ik zou het toch fijn vinden om daar wat begrip voor te hebben. De heer Van der Net: Wat is uw vraag, mijnheer Van Dam Timmers? Want die mis ik op dit moment eventjes. De heer Van Dam Timmers: Nee, het was een opmerking. De heer Van der Net: O, nou, dat mag ook. Ik bedoel, geen enkel probleem. Eventjes nog ingaan op een aantal zaken waar ik in ieder geval wel wat opmerkingen over heb. De pilot Welzijn op recept. Nou, daar komt dan naar voren dat er 960 mensen, ik heb in ieder geval een technische vraag gesteld waar ik antwoord op gekregen heb van nou, dat is nog niet helemaal duidelijk, maar dat zijn allemaal mensen, ja, die hebben pijn in de nek, stress, angst, somberheid. Heb ik ook af en toe last van, maar ik los dat zelf op. De overheid is geen geluksmachine. Dus en dan vraag ik me dan ook af in hoeverre dat valt binnen de doelstellingen wat we hebben afgesproken. Hetzelfde geldt voor de pilot Werken aan mijn toekomst. Acht deelnemers. Ik heb hem even uitgerekend, eventjes snel, bijna 18.000 euro per deelnemer. En de vraag is dan nog maar van wat dat uiteindelijk weer gaat opleveren en of dat dan, nee, dat is niet structureel, want als het geld op is, dan kunnen we hier niks meer mee. We hebben hier ernstige problemen mee. De pilot Flits, nou, mevrouw Nijhof had het er ook al over, ik vind dit een vaag project.
Dan staat erbij, op de lange termijn verwachten we wel effect. Nou, dat voldoet niet aan de doelstelling dat het echt structurele effecten moet hebben. Dit lijkt dan meer van, we doen wat en we zien wel wat ervan komt. Pilot Junior Life Skills op school. Nou, wij als VVD vinden gewoon, dat hoort bij de rijksoverheid wat dat betreft en niet iets wat bij ons als gemeente Dordrecht hoort. En daarop vragen wij ook weer ons af van, we investeren dan en als het geld op is, die kinderen die dan daarna komen, nou, die moeten dan maar weer zien. Wij zien niet het structurele effect op dit punt. Nou, goed, ik heb een aantal voorbeelden hier eventjes genoemd. Wij zijn dus zeer kritisch op de uitvoering van deze projecten. Tot zo ver, voorzitter. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter, voor het woord. Met veel plezier eigenlijk heb ik deze, ja, deze stand van zaken over de Zorgzame Stad eigenlijk gelezen. In tegenstelling tot de heer Van der Net zie ik in dit programma eigenlijk een breed programma waarin heel veel verschillende soorten mensen in de stad ook bereikt kunnen worden en er projecten zijn om hun leven op sommige momenten toch wat beter te maken en daar inzet op te vertonen. Het geeft eigenlijk een mooi overzicht van hoe, wij denken, ook je zorgzaam kan zijn als stad.