CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 Notulen Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 3 februari 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 23 maart 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen notulen van de Gemeenteraad van 16 februari, de commissie Grote Projecten van 28 januari en de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 3 en 9 februari 202128.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 3 FEBRUARI 2021 Voorzitter: mevr. Van der Ham Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Bauer (VVD) Mevr. Van Benschop (GroenLinks) Dhr. De Boer (Beter Voor Dordt) Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Bosman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kwaak (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Nijhof (Beter Voor Dordt) Mevr. Stevens (PvdA) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tiebosch (D66) Dhr. Van Verk (PvdA) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden, wethouder P. Heijkoop Ambtelijk: mevrouw Heering, de heer Krahe, de heer Oosterhof Opening 1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond, allemaal en welkom bij deze commissievergadering Sociale Leefomgeving van 3 februari 2021. We beginnen met de opening, mededelingen en vaststellen agenda. En voor de volledigheid nog even kort de belangrijkste afspraken voor digitaal vergaderen. Als je niet aan het woord bent, dan zet je de camera en de microfoon uit en als je wilt interrumperen of het woord wilt, kun je dat aangeven in de chat. We hanteren meestal de sprekersvolgorde van de raad, tenzij een onderwerp door een bepaalde fractie is geagendeerd en dan starten we met die fractie.

En daarbij stel ik voor dat we vanavond een nieuwe regel introduceren en dat is, wanneer je behoefte hebt aan woordvoering, dan geef je dat aan in de chat. Dus ik zal niet automatisch alle partijen afgaan vanavond. Ik zal nu overgaan tot het noemen van de namen van de aanwezigen bij deze vergadering. En als ik je naam noem, graag eventjes beeld en geluid dat je er ook echt bij bent vanavond, voor het verslag. Eerste in mijn lijst is mevrouw Striebeck van de VSP. Mevrouw Striebeck: Aanwezig, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Goedenavond. De heer Bosman van de ChristenUnie/SGP.

1

De heer Bosman: Goedenavond, voorzitter. Ja, mijn camera heeft problemen, dus dat ga ik nog oplossen. De voorzitter: We herkennen uw stem in ieder geval. De heer Bosman: Dat is mooi. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop van GroenLinks. Mevrouw Van Benschop: Ja, ik ben er. De voorzitter: Welkom. De heer Van Verk van de PvdA. De heer Van Verk: Aanwezig. De voorzitter: En de heer Van Dam Timmers van het CDA. De heer Van Dam Timmers: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: De heer Deurloo namens het ambtelijk apparaat. De heer Deurloo: Aanwezig. De voorzitter: De heer Tiebosch van D66. De heer Tiebosch: Goedenavond, voorzitter. Ik was even in verwarring met het laatste berichtje waarop stond, de vergadering start om 21.25. Maar u bent op tijd begonnen. De voorzitter: Nou, ik ben blij dat u er toch bij bent dan, anders hadden we tot 21.25 zonder u moeten doen. Hebben we, even kijken hoor, mevrouw Heering, ook namens ambtenaren denk ik? Mevrouw Heering: Ik ben er. Onderzoeker en presentator. De voorzitter: Onderzoeker. Dank u wel. Mevrouw Koene van Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Ja, voorzitter, ik vind het eigenlijk nogmaals een beetje tijdverslindend, maar goed. Ik ben er. De voorzitter: De heer Boersma, ChristenUnie/SGP. De heer Boersma: Ja, goedenavond, ik ben er ook. De voorzitter: Dan hebben we de heer Van der Net van de VVD. De heer Van der Net: Ik, ja, ik ben er, voorzitter.

Eventjes terugkomend nog op de mededeling van, wie het woord wil, die moet dat aangeven. Dat werd zo eventjes erin geponeerd. Ja, ik bedoel, dan vind ik, in ieder geval richting u van, dat ik altijd het woord wil. Ik vind het toch wel een beetje overdreven om dat elke keer weer in de chat te gaan gooien. Maar bij dezen, ik ben er, voorzitter. Dank u wel.

2

De voorzitter: Goed. De heer Krahe, Guus Krahe, namens het ambtelijk apparaat. De heer Krahe: Ja, ik ben ook aanwezig. De voorzitter: Mevrouw Nijhof van Beter voor Dordt. Mevrouw Nijhof: Present, voorzitter. De voorzitter: De heer Burakçin, GroenLinks. De heer Burakçin: Ja, aanwezig, voorzitter. De voorzitter: De heer Stefan Oosterhof namens het ambtelijk apparaat. De heer Oosterhof: Ja, aanwezig. Ik moest even zoeken. De voorzitter: Mevrouw Van Oostrom-Van der Meijden. Mevrouw Van Oostrom-Van der Meijden: Ja, ik ben er. De voorzitter: De heer Kwaak van de VVD. De heer Kwaak: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Poppel namens de griffie. Mevrouw Van Poppel: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: De heer De Boer van Beter Voor Dordt. De heer De Boer: Aanwezig, voorzitter. Zoals het hoort, in beeld en geluid. Dank u. De voorzitter: En inclusief Sinterklaas. Goed, dank u wel allemaal. Gaan we over tot het vervolg van de agenda. Wij hebben twee afmeldingen binnengekregen van mevrouw Van Eck van Beter voor Dordt en mevrouw Rutten-Alberts van de PVV. Er zijn geen mededelingen, tenzij iemand er nu eentje heeft in de chat. Ik zie nog niks, dus dan denk ik dat we door kunnen gaan naar het vaststellen van de agenda. Bij de agendavaststelling is van belang dat wethouder Heijkoop door verplichtingen er niet is tot half tien.

En er zijn vragen binnengekomen van de heer Bosman van ChristenUnie/SGP over het onderwerp. Dus ik wilde voorstellen om deze vragen aan bod te laten komen op het moment dat wethouder Heijkoop in onze vergadering aanwezig komt, dus bij agendapunt, even kijken, waar hij dan bij zal zijn. Dus ik denk dat vier en vijf omgedraaid moeten worden. Dus het voorstel is, vanuit de griffie, agendapunten vier en vijf omdraaien omdat wethouder Heijkoop niet eerder aanwezig kan zijn, zodat we eerst de presentatie gaan doen. En ik hoop dat dat akkoord is. Yes? Ik zie akkoord in de chat. GroenLinks heeft aangegeven een opmerking te willen plaatsen bij de RIB Coronamaatregelen, dus dat kan dan bij agendapunt zes. En we gaan sluiten, wij sluiten deze vergadering af om elf uur, dus ik ga proberen de tijd voor ons te bewaken en daar heb ik natuurlijk uw medewerking bij nodig. Dus we beginnen met de presentatie dan voor data & duiding van het sociaal domein, want we hebben net besloten dit om te

3

draaien. U wordt in de gelegenheid gesteld om daar vragen over te stellen aan de onderzoeker van de OCD. En met totaal gaan we een uur maximaal besteden aan dit agendapunt. En vervolgens gaan we dus naar de RIB-opgave Zorgzame Stad. En dan kan rond half tien de wethouder Heijkoop als wethouder Van der Linden, gaan dan meedoen en dan kunnen we daar vervolgens ook weer een uur aan besteden. Pauze gaan we waarschijnlijk ergens tussen kwart over negen en half tien houden. Dus als er dan nu geen opmerkingen zijn, gaan we akkoord met deze agenda. En ik zie inmiddels in de chat dat mevrouw Stevens van de PvdA ook bij ons aanwezig is voor het verslag. Mooi. 2. Vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 19 januari 2021 De voorzitter: Agendapunt twee, vaststellen besluitenlijst adviescommissie van 19 januari van 2021. Er zijn geen wijzigingsvoorstellen vooraf aangemeld, dus de vraag is of dat u kunt instemmen met de besluitenlijst. Ik zie geen opmerking, dus dan zal dat in dit geval wel goed zijn. 3. Vragen aan het college De voorzitter: Punt drie is dus vragen aan het college, waarbij ik zojuist heb aangegeven dat die vragen dan aan bod kunnen komen op het moment dat wethouder Heijkoop aanwezig is. En de reden daarvoor is dat het gaat over de kinderopvangtoeslagaffaire. Dus die komen dan om half tien. Stukken ter bespreking 4.

Rapport Data & Duiding Sociaal Domein – Ontwikkelingen in het sociaal domein van Dordrecht 2016-2019 De voorzitter: Gaan we door naar het nieuwe agendapunt vier, de presentatie Data & Duiding van het sociaal domein. Op 27 oktober 2020 heeft de commissie Sociale Leefomgeving het besluit genomen in te gaan op het voorstel om de onderzoekers van het OCD een presentatie te laten verzorgen in onze commissie. Aansluitend wordt de commissie gevraagd welke indicatoren u in de toekomst in welke frequentie, bijvoorbeeld per kwartaal of trimester, gerapporteerd zou willen zien. Het agendapunt is inhoudelijk mede-voorbereid door de werkgroep Informatiepositie en daarin hebben deelgenomen mevrouw Nijhof, de heer Van Verk en de heer Van der Net. Even kijken, graag attendeer ik u in dit licht ook op het ingekomen behandelvoorstel Maandelijkse rapportage sociaal domein Gemeente Dordrecht. Die informatie kunt u hier inhoudelijk mogelijk ook nog bij betrekken. Mevrouw Heering werkt als senior onderzoeker en is ter vergadering aangesloten om ons namens de OCD in de presentatie mee te nemen in de data & duiding van het sociaal domein. Daarnaast zijn er ook twee collega’s van de SOJ aanwezig om met ons mee te denken. De heer Deurloo werkt als data-analist en de heer Krahe is werkzaam als manager beleid en inkoop.

Ook onze programmamanager Guido zou in onze vergadering aanwezig zijn, ik heb hem alleen niet in de lijst gezien. Ik heb wel Stefan Oosterhof gezien. Klopt het dat u vervanger bent, Stefan? De heer Oosterhof: Nou, we zouden er in principe allebei bij zijn, maar ik heb begrepen dat Guido samen met Peter Heijkoop nog op pad is. Dus vandaar dat, nou ja, zowel Suzan als ik hier nu present zijn.

4

De voorzitter: Oké, dank u wel voor de toelichting. Ik ga het woord geven aan mevrouw Heering. En de vraag is om eerst de presentatie af te wachten en dan na afloop van de presentatie de vragen te stellen. En zoals we dat van elkaar gewend zijn, kunt u dan vervolgens in de chat aangeven of u een vraag zou willen stellen. Het woord is aan mevrouw Heering. Mevrouw Heering: Hallo. Ik weet niet of ik nu in beeld kom, of dat ik meteen de presentatie voor mijn neus krijg. Dat weet ik eigenlijk niet. De voorzitter: U bent in beeld. Mevrouw Heering: Ik heb met ‘…’ gesproken. Ja, daar is hij. Ik neem hem over. Nou, hartelijk dank dat ik hier aanwezig mag zijn. En u heeft allemaal het rapport gekregen en ook deze presentatie. Dus ik zal zeker niet alles vertellen wat er in die rapportage staat, maar wel met u samen door deze rapportage heenlopen, zodat we daarover in gesprek kunnen gaan. Nou, u ziet hier staan dat het over de periode 2016-2019 gaat. Dan ga ik kijken of ik naar de volgende pagina kan gaan. Nee, dat gaat nog niet. Denise, kun je mij weer eventjes de presentatie geven en het de besturing over laten nemen? Want ik kon hem niet doorklikken en dat heb ik nodig. Dus ik neem de besturing over, ja … En dan hopen we dat hij in beeld komt. Ja, vast en zeker. De voorzitter: Wij zien wel een presentatie. Mevrouw Heering: Ziet u ook dat ik hem … Ja.

Nou, als u de tijd heeft gehad om hiernaar te kijken, herkent u misschien hier iets van. Dit is wat ik met u wil doorlopen vanavond. We gaan kijken in zijn algemeenheid naar het gebruik van de regelingen uit de drie wetten die in 2015 naar de gemeente toegekomen zijn, de Jeugdwet, Participatiewet en de WMO en dan gaan we steeds in meer detail kijken hoe dat uitpakt in de stad, naar wijk-, stadsdeel, leeftijd enzovoort. Hier ziet u staan wat we gaan bespreken. Eerst kijken we in zijn algemeenheid naar het gebruik van de regelingen uit de drie wetten. Hier ziet u gewoon een volumeverhaal. Dat wil zeggen, hoeveel gebruikers zijn er nou per duizend inwoners in die periode en wat verandert daarin in het volume? En dan ziet u dat, het grootste aantal gebruikers van een wet is toch van de WMO en dat is ook de staafjes die u het meest ziet oplopen. En dat weet u ongetwijfeld al, dat het aantal gebruikers van de voorzieningen uit de WMO het sterkst is gestegen in deze periode van 2016 tot en met 2019. We hebben ook het verzoek gekregen vanuit uw werkgroep om dit te vergelijken over de, Dordrecht met de Drechtsteden in zijn algemeenheid om te kijken, wat zien we nou? We zien eigenlijk, als we weer per duizend inwoners kijken, dat het aantal gebruikers van die wetten heel erg met elkaar, niet veel verschilt, dus de Drechtsteden en Dordrecht, behalve bij de Participatiewet.

Daar is het wel zo dat je per duizend inwoners veel meer gebruikers hebt in Dordrecht. Dat heeft eigenlijk vooral met het grootstedelijk karakter te maken van Dordrecht. En grote steden hebben nou eenmaal grotere populaties die een beroep doen op zaken als de bijstand en dergelijke. Dan gaan we nu eens kijken naar de voorzieningen naar wijk, stadsdeel en leeftijd. We beginnen met jeugdzorg naar wijk. Ook echt een verzoek vanuit uw werkgroep van, wij willen niet alleen cijfers voor Dordrecht als geheel, maar ook uitgesplitst naar wijk. En of we daar nou verschillen in zien. Nou, weer ziet u alle wijken voor zich en u ziet dat dat patroon, het patroon is niet zo anders, het niveau wel. En dat wil zeggen dat er wijken zijn met minder beslag op die voorzieningen in het aantal jeugdigen per jeugdige onder de 23

5

jaar. Want duizend jeugdigen onder de 23 jaar, want dat is de basis die vergelijkbaar is, dat zijn degenen die een beroep kunnen doen op die voorzieningen. En u ziet dat er verschillen zijn, maar ook veel overeenkomsten. En als u naar stadsdelen kijkt, ziet u eigenlijk dat die verschillen eigenlijk nog veel kleiner worden. Wel dat er natuurlijk verschillen zijn tussen oost en west en dat ook centrum toch wel in zijn geheel een iets hoger niveau heeft van beroep op die voorzieningen jeugdzorg. Ook is het nuttig om te kijken van, wie maken er nou gebruik van die voorzieningen? En dat is natuurlijk helemaal geen verrassing dat hier het gaat over dat er veel echt jeugdigen een beroep op doen en vooral dus de vijf- tot twaalfjarigen. Dat is nuttig om te weten, als je weet dat er tussen nul en vier en achttien en tweeëntwintig minder een beroep wordt gedaan op de Jeugdwet als het grosso modo vijf tot twaalf. Achttien tot 22, daar gaan cliënten natuurlijk ook mogelijk over op de WMO, dus dat is iets wat we hier moeten onthouden als we naar deze cijfers kijken. Dan de volgende wet, Participatiewet naar wijk. En daar zien we wel grotere verschillen per wijk. Dus er zijn wijken waar veel meer een beroep wordt gedaan op een voorziening uit de Participatiewet dan in andere wijken. In Dubbeldam heel weinig, in Wielwijk heel veel.

Maar als we weer inderdaad kijken naar de stadsdelen, dan zien we eigenlijk in grote lijnen dat oost, in oost wordt er relatief weinig beroep gedaan op de Participatiewetsvoorzieningen en in west heel veel. En hoe zit het dan met de leeftijdsverdeling van de cliënten van de Participatiewet? Nou, dat zijn natuurlijk mensen vooral in de werkzame leeftijd, want die doen een beroep op voorzieningen die hen helpen omdat ze geen werk hebben. En dat zien we hier weerspiegeld in de verdeling van de cliënten over leeftijden in de bevolking en in de cliënten van de P-wet. WMO. WMO is natuurlijk een voorziening voor mensen die hulp nodig hebben om zelfstandig te blijven wonen vooral, grosso modo. Hier is het patroon per wijk, verschilt meer dan bij de Jeugdwet en wat minder dan in de Participatiewet. Maar hier zien we de stijging die we ook zagen in de eerste plaatjes, namelijk dat over de jaren heen het beroep op die voorziening toeneemt. En als we weer naar stadsdeel kijken, dan zien we dat in west het grootste beroep wordt gedaan op deze voorziening. En dat was eigenlijk de belangrijkste reden om die leeftijdsverdeling te betrekken in deze analyses, want wie doen er nou een beroep op de voorzieningen? Voor de WMO is dat eigenlijk het duidelijkst, dat zijn vooral oudere mensen. Maar veel meer dan het aandeel in de bevolking is het aandeel WMO-cliënten 85-plus.

Dus dit zijn echt voorzieningen voor onze oudste inwoners in Dordrecht. En dat zegt ook iets over wat we kunnen verwachten in de toekomst met de dubbele vergrijzing en mensen, een steeds ouder wordende bevolking die ook steeds meer behoeften gaat krijgen. Voor het beleid belangrijk om ons te realiseren natuurlijk. Nu gaan we eens kijken naar de combinaties voor voorzieningen uit de drie wetten. Wat is dit voor plaatje? Omdat we van allerlei dingen met elkaar combineren, nemen we een punt in 2016 wat we op honderd zetten. En alles wat dan, als het hetzelfde zou blijven, het beroep van huishoudens op voorzieningen, dan zouden we op honderd blijven in 2019. Maar dat is niet zo. En ook dat weten we. Maar wat leren we nou uit dit verhaal, we leren dat het beroep op de WMO en Jeugdwet in combinatie in huishoudens enorm toeneemt in de jaren tussen 2016 en 2019. En er is ook wat overlap in die voorzieningen en dat relativeert dit hele stijgende plaatje, maar het is wel van belang om ons te realiseren als we hiernaar kijken. Dus dat is de belangrijkste les uit dit plaatje. Nu gaan we eens kijken naar de verdieping op Jeugdzorg. Ik weet niet wat u ziet, maar mijn scherm wordt zwart en ik zie al uw initialen, maar ik zie niet meer de presentatie. Die komt vast weer terug. Ik scroll met u … Even

6

kijken. Ik neem hem over en ik ga naar waar we waren. Nou, dan moeten we het nog een keer proberen. Of … De voorzitter: Wij kunnen ook de sheets verder klikken, als dat handig is? Mevrouw Heering: Weet ik niet, mag ook. De voorzitter: Gaan we even terug naar waar we waren. En dan, als u een seintje geeft wanneer we moeten klikken, dan klikken we de sheets verder. Mevrouw Heering: Ja, we zijn bij twintig ongeveer al. We zijn bij twintig, zag ik. Nee, is prima. Geef ik het aan, helemaal goed. O ja, eentje terug. Ja, verdieping jeugdzorg, top. Nou, heel fijn dat mijn twee collega’s van het SOJ aanwezig zijn, want die, van hen komen de cijfers die we zien. En mag ik het volgende plaatje? Dat staat ook op die plaatjes, daar staat op, de bron is het dashboard van het SOJ uit mei 2020. Toen hebben we de cijfers uit het dashboard gehaald. Een beetje reclame maken, het is prachtig dat wij en ik toegang heb tot dashboards waardoor ik gegevens die we nu presenteren, makkelijk zelf tot mijn beschikking kan krijgen en figuren kan maken en een beeld kan vormen van wat er gebeurt in het gebruik en in de posten. Want daar beginnen we nu mee.

We hebben uit het dashboard kunnen halen wat de kosten zijn die in de jeugdzorg gemaakt worden en dit zijn kosten die we in het linkerdeel, de totale kosten in euro’s per jaar, dat is een prettiger overzicht, daar ziet u dat er eerst 21 miljoen enzovoort en 2016 uiteindelijk 26 miljoen euro is uitgegeven aan jeugdzorg. En het wiebelende plaatje heeft vooral te maken met dat die posten, de declaraties daarvan, zeg maar niet heel op een vast moment gebeuren. En als u daar meer vragen over heeft, dan kunnen Otmar en zijn collega daar u meer over geven. Maar waar het ons om ging, was om te laten zien waar het nou eigenlijk om gaat met die kosten. En dat gaan we relateren aan het aantal gebruikers. Mag ik het volgende plaatje? Oké. We hebben ook gekeken naar wat er nou gebeurt met waar die kosten nou voor worden gemaakt. En dan gaan we eerst kijken naar het aantal cliënten en later naar de kosten. En dan zien we dat de SGGZ, dus gespecialiseerde, geestelijke gezondheidszorg, heel veel cliënten heeft en houdt. Dus dit geeft een beeld waar die jeugdzorgcliënten nou hulp voor krijgen, AWBZ, basis geestelijke gezondheidszorg enzovoort. U heeft de rapportage, dit kunt u zien. En ook in een kleine duiding waar dat over gaat. Maar het is vooral een plaatje van, waar wordt het nou aan uitgegeven? Ook aan vervoer, ook aan J&O, wat ambulante jeugd en opvoedingsproblematiek is.

Volgende plaatje. Dan gaan we naar de kosten. En u ziet dat de kosten en het aantal cliënten niet zeg maar hetzelfde plaatje vertonen. Ambulante jeugd en opvoedproblematiek heeft grotere kosten dan bijvoorbeeld dat hele grote SGGZ-verhaal. En dat heeft te maken dat de kosten van het ene soort zorg veel groter zijn en veel langduriger plaatsvinden dan het andere. Dus de hoogste bedragen worden niet uitgegeven aan de zorg met de meeste cliënten. De kosten van de gespecialiseerde GGZ zijn lager dan voor jeugd en opvoedondersteuning. De reden daarvoor is dat het overgrote deel van de 24-uurszorg onder J&O valt. Het gaat dan om behandelplekken, gesloten jeugdzorg en gespecialiseerd woonvoorziening. Dat zijn natuurlijk hele dure voorzieningen. Dus wat ik als onderzoeker probeer te doen, is te combineren wat het aantal cliënten en het aantal posten, waar hebben we het dan over? Dit is een inkijkje in waarom de kosten voor J&O zo hoog zijn. Als we weten waar het over gaat, weten we ook dat bepaalde zorg voor weinig cliënten heel duur is. Volgende plaatje. Nu kijken we naar de verwijzers in de jeugdzorg. En dit is gebaseerd op declaraties. Soms laten we zien

7

hoeveel verwijzingen er zijn, dat kan Otmar straks ook uitleggen en soms laten we zien wat gebaseerd is op declaraties. Nou, de verwijzingen worden gegeven door bijvoorbeeld de wijkteams. En de declaraties laten zien welke zorg daar werkelijk is afgenomen en hoeveel. Dit gaat over declaraties. O nee, 22 is niet, sorry … Ja … Goed. De … U ziet hier dat de medisch verwijzers een grote groep zijn van degenen die verwijzen en ook toenemend zijn en dat de overige verwijzers juist afneemt. Waar staat die dan … Bij het sociaal wijkteam, ook een belangrijke verwijzer, zien we een langzame stijging, maar de grootste groep verwijzers is de medisch verwijzers. En de medisch verwijzers, daar heeft de gemeente niet zo veel invloed op, want dat zijn huisartsen en andere partijen. Dus als er stijgende kosten zijn in de jeugdzorg die tot stand komen doordat andere partijen dan de gemeente verwijzen, dan is dat een feit waar je weinig sturing op hebt als gemeente. Dat wil ik hier vooral bij aantekenen. Volgende plaatje, alsjeblieft. De ontwikkeling van het aantal aanbieders. Veel wordt gezegd over dat grote of kleine aanbieders hele andere soortige kosten hebben.

En om dat nu te weten, wilden we eigenlijk weten, hoe is die verhouding nou? Hebben we nou veel aanbieders die heel veel cliënten hebben, of hebben we heel veel aanbieders die heel weinig cliënten hebben? Dit is het plaatje en dit is hoe het verandert in de loop van de tijd. U ziet dat de kleine behandelaars, die dus minder dan tien jongeren behandelen, dat blijft de grootste groep aanbieders voor jeugdzorg. En de grotere aanbieders, die blijven het kleinste aandeel van de jeugdzorg bieden. En dat geeft dus inzicht in hoe er wordt beschikt door alle partijen bij welk type aanbieders. En dat geeft u dus de mogelijkheid om te kijken van nou, wat betekent dat nou dat we zo veel kleine aanbieders hebben? Ik kan u dat antwoord op zich niet geven, dat kunnen mijn collega’s geven die het beleid maken en of die de cijfers via het SOJ bij elkaar brengen, maar dit is het plaatje. Dit geeft u inzicht in hoe de zorg wordt verdeeld bij de verschillende aanbieders. Volgende plaatje, alstublieft. En dan, want dat is natuurlijk interessant, dan weten we nog niet heel veel, dames en heren. Dan kijken we waar, wat voor kosten maken die, die verschillende types aanbieders. En dan zien we dat die kleinere aanbieders met minder dat tien jongeren, die maken gemiddeld meer kosten per cliënt dan de grote aanbieders. Dit is het punt dat wij kunnen halen uit het dashboard van de gegevens.

En mijn collega’s die het beleid erop maken, kunnen u er meer over vertellen wat voor hen, wat dit voor hen betekent en of ze dit een goede ontwikkeling vinden. Ik laat u alleen zien wat de ontwikkeling is. Volgende plaatje. Ik moet opschieten, geloof ik. Participatiewet. Volgende plaatje. Goed, we gaan weer beginnen met de relatieve ontwikkeling in de uitgaven, want dat laat zien, wat gebeurt er nou? Wordt er nou meer, minder enzovoort uitgegeven en waaraan dan? Nou, drie typen voorzieningen uit de P-wet worden hier weergegeven. De inkomensondersteuning, participatiebezet en minimaal beleid. Ja en u ziet dat, er is één die ongeveer gelijk blijft en dat is de inkomensondersteuning. En de andere twee, die gaan eigenlijk naar beneden. Dus er worden wat dat betreft, gaan die kosten omlaag. En dat zagen we ook in het begin aan de Participatiewet en het aantal cliënten en de kosten, nou, vooral het aantal cliënten neemt niet heel erg toe. Dat blijft ongeveer stabiel. Volgende plaatje. Schuldhulpverlening. Dit geeft maar een heel summier beeld, maar toch. Dit konden we boven water halen over het aantal unieke cliënten met een aanvraag. En uiteindelijk hebben we het hier over 2017, 2018, 2019, die gegevens hebben we gekregen van de OCD.

En u ziet dat in de tijd dat wij eigenlijk, dat onze economie behoorlijk goed was, dat het aantal aanvragen, het aantal unieke cliënten met een aanvraag blijft, nou, toeneemt, niet afneemt. Dat is verrassend. We weten een klein beetje, want we weten niet om wat voor bedragen het gaat, we weten, we hebben hier een beeld. Een beeld dat het beroep

8

op de schuldhulpverlening niet afneemt in die jaren. Volgende plaatje. WMO. Goed, onder de WMO zijn allerlei voorzieningen. En ik wil u dit plaatje laten zien omdat we dan zien wat, waar geven we nou bij de WMO veel geld aan uit? Vervoer, bovenste plaatje. Daar gaat het in. En dat gaat over taxivervoer enzovoort. En dat is hoog en blijft hoog. En dat, daar gaat veel geld naartoe. En hulp bij het huishouden ook. U weet, abonnementstarief ingevoerd, 2019, betekent dat het hulp bij het huishouden erg aantrekkelijk is geworden voor mensen om die aan te vragen bij de WMO. Volgende plaatje. Omdat uw werkgroep geïnteresseerd was in de combinaties, hebben wij combinaties bij elkaar gezorgd uit het dashboard van de SOJ. Welke combinaties worden nou veel gezien? Natuurlijk is altijd de grootste, in het bovenste plaatje, vervoer, want dat komt veel voor en dat is de grootste categorie. En dan zijn er natuurlijk ook, daar komt wel vaak bij hulp bij het huishouden en rolstoelwoonvoorziening. Dit geeft ons enig beeld van, wat is nou het type cliënt waar we hier mee te maken hebben. Dat zijn mensen die meerdere, die hulpbehoevend zijn, in die zin, rolstoelwoonvoorziening. Die kunnen zelfstandig blijven wonen doordat ze meerdere voorzieningen uit de WMO hebben. Ander voorbeeld, hulp bij huishouding. Daar hoort ook vaak de vervoervoorziening bij en woonvoorziening en een rolstoel.

Weer een voorbeeld van wat voor combinaties veel voorkomen bij onze cliënten WMO. Volgende plaatje. Nog een paar. En laten we dan, dan gaan we daar een beetje sneller doorheen, want ik neem te veel tijd. Het totaal begeleiding, ook belangrijk. En wat zien we dan? Daar zit ook hulp bij het huishouden bij en vervoervoorziening en dagbesteding. Dus dit is een groep mensen die ondersteuning krijgen, ook een combinatie van voorzieningen. En ja, het totaal in de begeleiding bestaat onder andere uit deze componenten, dagbesteding en vervoersvoorziening. Als we kijken naar de mensen in beschermd wonen, die hebben vaak ook nog een overig beschermd wonen-voorziening en begeleiding en vervoersvoorziening. Dus u ziet, combinaties tussen wetten is interessant, maar binnen een wet ook. Wat voor soort combinaties vinden we dan? En nog één keer sluikreclame voor die prachtige dashboards die we maken. Doordat we die gegevens zo hebben, kunnen we voor u onderzoeken wat we nou zien in het gebruik en ook in de ontwikkeling daarin. Volgende plaatje. Dit zijn de kosten en dat zijn eigenlijk voor al die verschillende voorzieningen binnen de WMO om een indruk te krijgen. Daar ziet u ze in het totale in miljoenen over de jaren en weer relatief over de jaren in de combinaties. En eigenlijk een ander beeld dan het vorige, op een andere manier weergegeven voor alle voorzieningen.

En die stijging is opvallend, maar ook bij u bekend, neem ik aan. Volgende. Sociaalmedische indicaties en voor- en vroegschoolse educatie. Die hebben we niet uit het dashboard, maar u wilde het al een tijd weten, hoe zit het nou? We hebben helaas alleen maar gegevens over 2019. En dan zie je, dan is het interessant om te zien dat het grootste deel gaat over verlengingen en niet zozeer over nieuwe indicaties. Maar goed, dit is het aantal indicaties wat is afgegeven. En een deel is voor gezinnen en een deel is voor kinderen. Heeft u een beeld? Volgende. De voor- en vroegschoolse educatie. Dat hebben we wel kunnen splitsen naar wijk en voor twee jaren op kunnen vragen. Daar kunt u zien, nou, dat er toch inderdaad grote wijkverschillen zijn over wie er nou zo’n indicatie krijgen. Het heeft met zaken te maken die we al eerder bespraken. En u ziet ook dat sommige wijken, ja, loopt het op. Maar goed, het gaat hier om niet zulke grote aantallen, dus die staven die heel hoog worden, moet u ook niet te veel waarde aan hechten. Het is een beeld over de indicaties en het verloop daarin in die twee jaren. Nou, volgens mij ben ik er bijna, toch? Ja. Hartelijk dank. En dan nu, zijn er vragen, denk ik.

9

De voorzitter: Ja, dank u wel. Er is in ieder geval het verzoek van de heer Tiebosch van D66 om het woord te hebben, dus bij dezen. De heer Tiebosch: Dank u wel, voorzitter. Nou, mevrouw Heering, dank u wel voor uw presentatie. Ik realiseer me ook dat het een beetje lastig is dat ik als raadslid met u als onderzoeker een politiek debat ga doen, dus probeert u maar ook eventjes mijn positie … Ik zal wat kritisch zijn, maar dat is niet bedoeld naar uw onderzoek, maar meer vanuit de behoefte voor mij als raadslid om iets meer betekenis te krijgen bij de presentatie die u heeft gegeven. En dan zit het hem soms ook in een bepaald verwachtingspatroon. Mevrouw Heering: Mag ik u even … Ik … Als u die vraag … Dank u wel hoor, voor deze inleiding. Ik zal, als het om inhoudelijke vragen gaat over het beleid, dan geef ik het woord aan mijn collega’s. Maar ik ga graag in op vragen over de presentatie. De heer Tiebosch: Oké, dank u wel. Nee, het gaat mij er even om om het scherp te krijgen, u bent als onderzoeker, bent u onze kennispartner voor het bestuur en beleid. Dus u ondersteunt bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid met uw onderzoek. En zo kijk ik er ook met name als raadslid, wat brengt het me en wat kan ik er vanuit D66 mee. En dan haak ik vooral aan op het verhaal dat het gaat over de kop die zegt, data en duiding. En ik mis met name, zeg maar, dat duidingsverhaal.

Dat doet u wel op een aantal onderdelen wat verder in de presentatie, maar aan het begin heb ik dat niet zo gehoord. Dus het … Ik probeer even een aantal dingen aan te geven waarvan ik nou echt het gevoel had van nou, dat zou ik wel wat meer over willen weten. Dan gaat het bijvoorbeeld over, mij boeit het niet zozeer, het fenomeen stadsdelen. Daar kan ik niet zo veel mee. Met de onderdelen wijken, daar ben ik erg in geïnteresseerd. En juist bij dat onderdeel, daar gaat u eigenlijk niet of nauwelijks, gaat u daarop in. Dus als het bijvoorbeeld gaat over de WMO per wijk, ja, dan gaat u naderhand, gaat u wel heel erg op het totaal op die verschillende indicaties en die voorzieningen, maar u gaat niet dat nog per wijk, gaat u dat duiden. Dus dat zou, in het begin zou me dat wel helpen als u in uw staafdiagrammen, als u daar ook per wijk, want klaarblijkelijk heeft u wel die informatie, als u dat ook per wijk zou kunnen aangeven. Dat geeft mij als raadslid veel meer informatie over waar mensen met alle mogelijke problemen langer thuis moeten wonen, waar veel meer gebruik wordt gemaakt van voorzieningen op het gebied van vervoer et cetera. Dus dat zou D66 helpen. Als het gaat over een andere vraag, bij de participatie blijft u eigenlijk helemaal weg uit de wijken en blijft u ook weg uit de stadsdelen.

Daar ging u vrij snel overheen, dus dat is ook voor mij wel een onderdeel, dat is wel een groep mensen die nou, over het algemeen zonder werk zitten en dat zou ook helpen als u daar toch meer duiding zou kunnen geven hoe dat dan in Dordrecht ook zit. Verder, deze cijfers, die zijn tot en met 31-12-2019. Ik heb op uw sheets meegekeken en ik zag dat ze opgehaald zijn mei 2020. En uiteindelijk zijn ze in augustus 2020, zijn ze gepresenteerd. We hebben er lang over gedaan om het te agenderen en het vanavond te bespreken. Dus dat is wel een punt waarvan ik denk van, hoe komt dat dan? Dat zou best kunnen zijn dat er misschien pas later naderhand, of pas later om is gevraagd, maar hoe komt het nu dat die cijfers bij wijze van spreken zo veel tijd nodig hebben om in zo’n format te komen? En wat ik ook graag van u zou willen weten, bent u nou bijvoorbeeld in staat om de komende periode die cijfers sneller te verstrekken, met die punten die ik net heb aangegeven en zou u bijvoorbeeld ook in staat zijn om een speciale coronaspecial te maken? Want er zitten wel een aantal factoren in, specifiek op het jeugddeel, waarvan ik

10

denk, daar zou deze raad mee geholpen zijn om deze periode even te markeren. En waar ik ook naar benieuwd ben, op dit moment mis ik eigenlijk nog, u heeft het wel een aantal keren genoemd, waarvan u zegt van nou, wat verwachten we van de toekomst? Maar u heeft niet één keer, heeft u een toekomstbeeld in uw cijfers laten zien. Dus ik wil graag van u weten, in hoeverre is het OCD met alles wat zij nu onderzocht heeft, ook in staat om ons als raad te helpen bij het prognotiseren voor de toekomst op die verschillende onderdelen die u heeft? Daar ben ik echt in geïnteresseerd. Nou, dan denk ik dat ik nu even voldoende tijd heb gepakt en geef ik het woord terug aan de voorzitter. Mevrouw Heering: Voorzitter, mag ik antwoord geven, of wilt u meer vragen gaan ophalen? Zeg het maar. De voorzitter: Nou ja, er komen nog meer, maar als u antwoord vast wilt geven, dan komt de rest daarna aan bod. Mevrouw Heering: Ja. Hartelijk dank voor uw vragen. Sommige dingen zijn niet mogelijk vanwege de data en hoe ze beschikbaar zijn. Die WMO per wijk en die onderverdeling … Weet u, we zijn begonnen in november 2019 en we hebben in maart 2020 vastgesteld wat we willen doen met uw werkgroep. En hier zijn we op uitgekomen.

Het verder uitsplitsen per wijk per voorziening zou, ik weet niet helemaal zeker of het mogelijk is, ik weet wel dat de OCD-dashboards over het sociaal domein, hebben alles uitgesplitst naar wijk. Die ziet u het meest terug. Die zijn nu actueel en daar zit dus heel veel, daar zit heel 2020 ook bij in. En het wordt makkelijker om dat te rapporteren, omdat we ze nu beschikbaar hebben. Dat is de eerste vraag. Dus die uitsplitsing in WMO-voorzieningen naar wijk kan minder goed omdat ze uit een ander dashboard komen waar niet die wijk in is uitgesplitst, helaas. Voor de P-wet geldt dat helemaal. Daar moet ik op het dashboard van het SDD terugvallen en daar zit die informatie helaas niet in. Dus dat is een hele knullige, maar toch het antwoord op die vraag, dat ik die uitsplitsingen voor die twee zaken niet kan doen. Ik ben het met u eens dat … Kijk, er staat meer duiding in het rapport, dat heeft u vast gezien. Ik ben als een malle door dat geheel heen gesjeesd en heb inderdaad weinig, ik heb zo veel mogelijk duiding proberen te doen zoals ik kon geven. Maar daar staat iets in over waarom het begrijpelijk is dat er in sommige stadsdelen veel meer beroep wordt gedaan op de Participatiewet door hoe het eruit ziet. Dat er veel meer huurwoningen zijn, dat er veel meer … En daar kan je nog veel meer vanaf weten, dat ben ik helemaal met u eens.

En mijn collega’s Jeugd en ook van SOJ kunnen ongetwijfeld dieper in wijkzaken kijken om ook voor de jeugdvoorzieningen die ik heb gepresenteerd, informatie te krijgen. Dus als er een verzoek komt van, wij willen daar meer van en het verzoek wordt omgezet in een opdracht aan ons, dan kunnen we dat zeker doen. En het heeft vooral lang geduurd, denk ik, wat u zelf al aangaf, doordat de doorlooptijd hier, dat is één. Nou, ik ben helemaal blij met uw vraag over corona. Wij hebben al elf coronamonitors gemaakt als het OCD. En wat zit daarin, jeugdhulp, jeugdbescherming, hoe gaat het met het aantal cliënten? En mijn collega’s van het SOJ zijn zo goed om alles wat zij hebben, elke maand aan ons te geven om in de coronamonitor te stoppen hoe het loopt met het aantal cliënten daar. Alleen de uitsplitsingen in zo’n grote coronamonitor met zestig slides over de details, die hebben we niet. Maar we hebben wel al die informatie in die hele coronaperiode in hoofdlijnen jeugdhulp, jeugdbescherming, hebben we, staat in de coronamonitor. Dat betekent dat we die gegevens voor heel 2020 hebben en op bepaalde stukken die we al hebben laten

11

zien, maar ook andere, kunnen verdiepen. En op redelijk korte termijn rapportages voor u kunnen maken en u kunnen laten zien. We hebben de coronamonitor begin elke twee weken en nu gemaakt en nu elke twee maanden. We hebben daarmee een infrastructuur in de benen geholpen om alle wijkteams elke maand te rapporteren hoeveel cliënten ze krijgen, hoeveel dossiers worden geopend, hoeveel worden gesloten enzovoort. Kortom, wij zitten eigenlijk nu heel dicht op informatie die we heel snel, die we nu eenmaal meteen ook krijgen elke maand en ook rapporteren. En ja, het is inderdaad heel interessant om te kijken wat er onder de coronaperiode gebeurt. Dus ja, daar kunnen we ook verder op inzoomen, zeker weten. Die toekomst, leuk hè, ik ben demograaf en ik hou van voorspellen. En een paar jaar geleden ben ik aangehaakt bij een VNG Den Haag groep die een voorspelmodel voor de WMO ging maken. Nou, weet u, dat is niet zo ingewikkeld.

U zag de leeftijdsverdeling, demografen houden van leeftijdsverdelingen, die is zo, die WMO is heel erg bepaald door leeftijdsontwikkeling en daar is het enige waar ik iets heb gezegd van nou ja, reken erop dat we daar heel veel meer kosten aan krijgen aan die WMO, want die vergrijzing … Nou, er worden voorspelmodellen gemaakt en ik heb meegedaan in de groep die daarin vooropliep en wij hebben voor Dordrecht, voor de Drechtsteden kunnen kijken in prognoses, hoe loopt dat zo’n beetje? Nou ja, ik kan zo weer aanhaken om daarin mee te gaan, maar wij zijn inderdaad uw dienaren in kennis en in toekomstvoorspellingen. En jazeker, daar kunnen wij dingen op doen. Als u ons dat vraagt, dan kunnen wij daar … Als wij daar iets van tijd voor krijgen, kunnen we daarin voorzien. Is dit een paar antwoorden op uw vragen? De heer Tiebosch: Ja, dank u wel. De voorzitter: Dan had de heer Burakçin van GroenLinks een vraag. De heer Burakçin: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ook dank namens ons voor de presentatie. Ook wij missen eigenlijk wel een nadruk duiding zeg maar over die cijfers. En ik kan de heer Tiebosch eigenlijk heel goed volgen wat die allemaal heeft gevraagd. Maar ik heb een hele inhoudelijke vraag over bepaalde cijfers. Neem bijvoorbeeld de Participatiewet en kosten. Ik lees dat er binnen een paar jaar tijd het budget van het minimabeleid met drie miljoen euro is afgenomen.

En dan vraag ik mij toch af, als we bijvoorbeeld zien dat wij in onze stad een hele hoog aantal mensen hebben die in armoede leven en ook nog eens dat de schuldhulpverlening toeneemt. Hoe kan het dan bijvoorbeeld zijn dat het bedrag afneemt? Dus ik daar zou ik nog even wat meer verdieping in willen hebben, hoe dat kan. Mevrouw Heering: Ja, snap ik. Mag ik meteen antwoord geven of wilt u nog meer weten? De heer Burakçin: Nee hoor, prima. Mevrouw Heering: Nou ja, wat u zegt … Kijk, op de zevende slide hebben we die, het aantal gebruikers van de P-wet laten zien, Participatiewet. Dat is natuurlijk heel grof, want dat is alles bij elkaar. En daar ziet u dat het aantal gebruikers wel toeneemt, alleen relatief gezien is het zo dat het in vergelijking met die andere wetten niet zo heel erg toeneemt. Dus ja, het is allemaal maar relatief. Kijk, ik ben … Ik weet niet heel veel van de schuldhulpverlening. Het enige wat ik doe, is in deze data daar en bijvoorbeeld de coronamonitor laat zien wat het beroep is op die schuldhulpverlening, hoe verloopt dat nou eigenlijk? En helaas, ik heb gewoon niet meer informatie tot mijn beschikking uit de

12

rapportages en de dashboards van de Participatiewet om u heel veel meer informatie te geven over hoe dat nou precies zit. Ja, wij hebben toch gekozen voor, in deze rapportage, voor waar heel veel belangstelling voor was, vooral voor de Jeugdwet, daarom zit daar het meeste over in. De WMO en dat is, ja, sorry, daar is gewoon ook veel meer beschikbaar in de dashboards. Dus wij konden heel makkelijk die informatie halen en daar een duiding op geven, wetend wat de ontwikkeling binnen het gebruik is. Daarom kan ik van de WMO en de Jeugdwet veel meer laten zien dan van de Participatiewet. Ja, is een sullig antwoord, maar zo is het nou eenmaal helaas. Dus ik, ja, u heeft gelijk, we kunnen kijken naar de Participatiewet in de wijk. Dan zie je dat het aantal, de Wielwijk en Crabbehof, daar is het hoogste percentage huishoudens met een laag inkomen. Dus we zoeken dan eigenlijk in logische verklaarders waarom er daar zo’n beroep op wordt gedaan, hoe ziet zo’n wijk eruit? En dat is natuurlijk beperkt, dat is een soort van contextualisering van die gegevens. Heel veel verder zijn wij niet gekomen. Misschien kunnen mijn collega’s van beleid daar iets over zeggen, maar helaas hebben we niet echt onze schuldhulpverleningscollega aan boord die hier veel meer over kan zeggen, maar ik kan het alleen maar zeg maar relateren aan de welvaart in die wijk.

Maar goed, dat heeft natuurlijk allemaal verband met elkaar, dat je daar allemaal veel meer huurwoningen hebt, woningcorporaties. Kortom, ik heb zeg maar gegevens uit de context van die wijken gezegd nou, dat snap ik dan wel. En ik begrijp dat u meer wilt weten, maar dan moeten we toch echt ook de collega’s die daar meer vanaf weten, vanuit schuldhulpverlening en vanuit de hele inkomensontwikkeling in die wijken u meer over vertellen. Dus het is een beperkte duiding en een beperkt aantal gegevens, dat is waar. Maar dus, ik zou zeggen, leg het nog voor aan die beleidscollega’s en dan krijgt u vast een antwoord. De heer Burakçin: Maar goed, ik denk dat het wel een hele belangrijke vraag is, want dat zouden wij toch graag willen weten. Want dit valt heel moeilijk uit te leggen, laat ik het zo stellen. Dus. Maar goed … Mevrouw Heering: Ja. U moet, het spijt me. Ik heb gewoon niet meer gegevens en ik heb ze niet gekregen, dus ik kan het u niet vertellen, het spijt me. De heer Burakçin: Ja, oké. De voorzitter: Dus deze moeten we even onthouden dan voor de afsluiting van het agendapunt, Necdet, totdat we weten wat we dan meer aan informatie of andere informatie beschikbaar willen krijgen in de toekomst. De heer Van Dam had nog een vraag. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank. Kijk, alles doet het. Nou, dank, mevrouw Heering, voor uw presentatie.

En ik wilde eigenlijk een klein beetje aansluiten ook bij de eerdere sprekers bij ja, veel cijfers. Op zich wel mooie cijfers, alleen nou, ik doe zelf veel met cijfers, maar het is altijd lastig om daar dan de duiding bij te vinden. En dan kom je toch al snel uit op aannames. Nou en ik weet ook dat aannames, ja, dat je daar toch wel vaak de fout mee ingaat, dat je daar soms toch mee moet oppassen voordat je conclusies trekt terwijl je het eigenlijk niet weet. Dus daarom heb ik eigenlijk een paar vragen. De eerste vraag is eigenlijk al gesteld net door de heer Burakçin over de minima en participatie, dat het budget eigenlijk omlaag lijkt te gaan, terwijl er tegelijkertijd meer mensen in die situatie zouden zitten. Dat is één vraag, maar die gaan we voor later

13

bewaren. Het tweede is eigenlijk, wat mij opviel, is dat en dan gaat het over het aantal medische verwijzers, dat is eigenlijk slide 22 en dan vraag ik me af, die verwijzingen zijn eigenlijk extreem gedaald in de overige categorie, maar ik vraag me af, wat is daar nou eigenlijk de verklaring voor? Want daar noemt u eigenlijk niets over, terwijl het wel een hele opvallende verandering is. Hangt dat samen met bepaalde dingen die er zijn afgesproken, bijvoorbeeld? En dan had ik eigenlijk als derde vraag, over slide 23 een vraag. Dat gaat over de jeugdzorg en de aanbieders. Mij is nou niet helemaal duidelijk, als we het nou hebben over grote of kleine aanbieders, zijn dit dan grote en kleine aanbieders in Dordrecht, of zijn dit aanbieders die toevallig een klein deel van hun zorg in Dordrecht doen? Want dat is natuurlijk wel een verschil waar je het over hebt. Dus ik vroeg me sterk af, zijn dit nou ja, bij wijze van spreken eenpitters die heel weinig cliënten hebben en daarmee toch voldoende inkomen voor zichzelf genereren, of zijn dit meer versplinterde organisaties die over een breed aantal gemeenten hun zorg verzamelen? Dat waren eigenlijk de belangrijkste vragen. Dank alvast. Mevrouw Heering: Nou, dank u wel voor de vragen. Eerst over de verwijzers. Hier hebben mijn collega’s beleidsmakers mij natuurlijk ook moeten helpen duiden.

En ik geef het woord weer strakjes misschien even aan Suzan om even mee te helpen, want die heeft hierover ook mee helpen duiden. In de rapportage staat dat die medisch verwijzers, even kijken, bestaat voor het grootste deel uit huisartsen en voor een kleiner deel uit een groeiend, klein maar groeiend deel uit medisch specialisten. En dit is iets, het gaat hierbij echt vaak om verlengingen, dat zeggen wij ook. U heeft trouwens helemaal gelijk met aannames, daarom heb ik ook … Ik krijg cijfers uit een dashboard, daar staat een label bij en als ik het snap en ik kan de context van de ontwikkelingen relateren aan wat ik zie, maar als ik het niet snap of iets anders, dan ga ik het ook vragen. Dit is wat die medisch verwijzers zijn en dit is wel wat we in de landen ook zien hoe er eigenlijk, dat beroep op die jeugdzorg, medisch verwijzers de rol daarin en de grote rol daarin. Dat zien wij elders ook. Dus dat is één. Dat overig, dat neemt af omdat er administratieve redenen zijn. Die waren vaak slecht geregistreerd, verkeerd geregistreerd in het beschikkingssysteem. Dus dat heb ik inderdaad van mijn collega’s beleidsmedewerkers gehoord van oké, nou, zo moet je dat zien. Ik neem de categorie mee, want ze staan in het systeem en het zijn de mensen die hebben verwezen. Dit vertelt het verhaal over waarom dat terugloopt, dat die categorie overige, daar zaten fouten in.

En medisch verwijzers gaat omhoog, dat klopt met wat we zien in de landen. Zeker als er wachtlijsten zijn bij het sociaal wijkteam, zijn er andere verwijzers die zorgen dat de jeugdigen komen bij waar ze terecht moeten komen. Dus dat is wat ik kan vertellen. Suzan, wil jij daar nog iets aan toevoegen? Mevrouw …: Over de … Ja, ik zit even te … Mevrouw Heering: Over de verwijzers. Mevrouw …: Ja. Nou, we hebben ook collega’s van de SOJ, de data, wellicht dat die wat beter zitten op de … Want wij weten inderdaad dat in het begin er best wel veel werd geregistreerd op overig, wat dan eigenlijk op een andere categorie hoorde, maar ik denk dat ja, dat zij dat mogelijk beter kunnen beantwoorden. Mevrouw Heering: Otmar? Of Stefan, ik weet niet. Otmar misschien. Ja, Otmar.

14

De heer …: Ja, zeg maar, Stefan mag ook. Ik wil het ook wel doen. De registratie van verwijzers, dat vindt binnen het proces plaats in de toewijzing. En daar is in de loop der tijd, dus sinds 2015, ja, is daar het een en ander aan veranderingen geweest A, in de landelijke standaard en in de administratieve systemen. Dus 2015, 2016, 2017 is die administratie van de verwijzer en dat is een categorie, niet optimaal. Dus dat hebben we al geprobeerd in ieder geval gemakkelijker te kunnen duiden door daar categorieën aan te hangen, want anders heb je in plaats van vier, vijf categorieën heb je er misschien wel vijftig, waarvan er veertig allang niet meer actueel zijn. Maar het gaat om het weergeven van de toegang naar de Jeugdwet. Dat is de kern van het verhaal. En eigenlijk, vanaf 2018-2019 ga je die cijfers, ga je- Dus vanaf 2018 kan je die cijfers eigenlijk goed vergelijken. Moet ik even jouw sheet erbij pakken, Liesbeth. Want dit is de ontwikkeling van het aantal jeugdigen met een verwijzing naar jeugdzorg en die komen dan uit het dashboard serviceorganisatie jeugd. Wat belangrijk is hierin, is ook om iets anders weer te geven misschien in de instroom. Het dashboard van de serviceorganisatie, dat is gebaseerd op declaraties, dat geeft ons ook de meeste detailinformatie die we dan, ja, vrij nauwkeurig weer kunnen geven.

Daar hebben de beleidsmakers van de gemeente ook toegang toe. Maar het zijn geen instroomcijfers, dus het is niet het moment van instroom. De heer Van Dam Timmers: Nee, dat snap ik, want waar ik een beetje naar op zoek was en waarom ik ook de vragen eigenlijk stelde, want wat ik me hier sterk afvroeg en dat zegt u nu eigenlijk van, is dit inderdaad een traject wat in principe een soort verlenging doormaakt? Want nou, zo gaat dat met het briefje van de huisarts, dat je heel vaak dingen oneindig kan blijven verlengen, natuurlijk. En ik vroeg me af, is dat dit of is dit, zijn dit inderdaad nieuwe? Maar u zegt dus eigenlijk, het is eigenlijk een combinatie van van alles? De heer …: Ja, het is een combinatie inderdaad van ja, de ontwikkeling van de registratie, dus er was, in het begin was er een hele grote groep onbekend. Nou, die is sterk afgenomen. Ja, dat … En de stijging in het aantal jeugdigen met een verwijzer onder andere huisarts, ja, daar zouden we echt even in moeten duiken zeg maar hoe we die cijfers echt eventjes, ja, goed kunnen … Laat ik het zo zeggen, ik moet even in die cijfers duiken om daar even een goed onderbouwd antwoord op te geven. De heer Van Dam Timmers: Oké, prima. De heer …: Ik heb geen antwoord voor u klaarliggen, sorry. De heer Van Dam Timmers: Nee, dat is ook goed. Dat is ook een antwoord. Prima.

Dan had ik nog een tweede vraag, of een derde vraag eigenlijk, over de kleine aanbieders en de verscheidenheid daarvan. Is dat nou heel erg verdeeld over die gemeentes, of zijn dit gewoon hele kleine aanbieders? Dat vroeg ik me af, want dat kan ik hier eigenlijk ook niet uit aflezen. Dus ik heb hier helemaal geen gevoel bij wat, wie zijn dit en wat is dit, zeg maar. De heer …: Ik zie dat mijn collega … Mevrouw Heering: Zal ik nog even … Ja, Otmar, jouw collega steekt zijn handje op. Misschien kan die even het woord nemen.

15

De heer …: Zal ik hem even proberen te beantwoorden? Want de vorige was inderdaad een stukje systeemfouten nog zeg maar, maar je ziet ook een aantal andere ontwikkelingen, wou ik toch even aangeven, naar die medische verwijzers. Je ziet de ontwikkeling naar meer jeugdteam, dat is juist de bedoeling, hè. We willen juist zeg maar dat daar … Mevrouw Heering: Precies. De heer …: Dat daar de complexere gevallen worden besproken, zodat een integraler aanbod kan worden gedaan. Dus dat we niet alleen maar naar die kinderen kijken, maar dat we het integraler doen. En wat je bij die huisartsen ziet, is dat toch ouders die een enkelvoudige vraag hebben, makkelijker de route vinden naar de huisarts. Dat is een algemene duiding van die cijfers zeg maar. En hoe dat dan helemaal precies zit, dat kan Otmar nog eens een keer uitfilteren uit het systeem, maar dat is een. En twee, van die kleine aanbieders, daar zitten ook twee kanten aan. Ja, de meeste dingen in de jeugdzorg zitten twee kanten aan, helaas. Een is dat we zien dat veel meer kleine aanbieders dichterbij zorg aanbieden en dat vinden we een goede ontwikkeling. We willen juist dat dichtbij de kinderen de zorg komt. Dat staat ook weer in contrast met dat we aan de andere kant wat grotere aanbieders willen zeg maar, of wat minder aanbieders willen. Tenminste, dat is het algemene uitgangspunt van de radar.

Maar we willen ook juist dichtbij ouders en kinderen, willen we zorg hebben. en dan zie je dus inderdaad kleinere aanbieders die lokaal werken vaak en gewoon een aanbod doen. Er zit ook een negatieve kant aan, aan die kleine aanbieders. En dat is dat die kleine aanbieders ook wel de krenten uit de pap halen. Dus dat die ook echt zoeken zeg maar naar waar ze, nou ja, ze toch ook wel een goede boterham aan kunnen verdienen, zeg ik maar even, terwijl de groteren ook ingewikkeldere gevallen aannemen en wat goedkoper kunnen werken, omdat ze nou eenmaal wat groter zijn en minder overhead hebben dan per kind, zeg maar. Ja, dus dat soort zaken spelen ook zeg maar in dat verhaal. Maar wat het belangrijkste, wat we zien, is dat er echt ook vanwege de toegenomen complexiteit van de zorg die geboden wordt, dat is een algemene lijn wat je in al die zaken ziet, is dat je steeds complexere zorg moet bieden. In het begin was het heel algemeen, dat wordt volgens de aanbieders toch steeds complexer, zeg maar. En wat je ook ziet, is dat in ieder geval, wat we dachten in het begin dat het was, dat blijkt uit het landelijke AEFrapport, dat er heel veel multiprobleemgezinnen waren, zie je nu dat ook vooral de ouders met toch wat meer mogelijkheden makkelijker de weg vinden naar de jeugdzorg. Dus even, dat zijn allemaal even algemene verklaringen zeg maar voor een aantal cijfers.

En hoe dat per wijk zit, dat weten we niet … Tenminste, dat weten wij niet precies, dat weten meestal de wijkteams en dat weet bijvoorbeeld Stefan Oosterhof, jullie beleidsambtenaar, misschien wat beter dan dat wij dat weten. De heer Van Dam Timmers: Ja, inderdaad. Ik kan heel veel dingen hierin volgen. Dank ook daarvoor. Maar dat is nog geen antwoord op de vraag die ik stelde, namelijk, zijn dit nou echt kleine aanbieders, of zijn dit nou aanbieders die heel verspreid georganiseerd zijn? De heer …: Nee, dat zijn echt wel kleine aanbieders. Dat zijn echt wel aanbieders die meestal een specifiek aanbod doen of een heel lokaal aanbod doen. Dus dan heb je het over een psychologenpraktijk zeg maar in een bepaalde kern, bijvoorbeeld, die toch

16

jongeren zeg maar vooral in die kern oppakt, bijvoorbeeld basis-GGZ en dan via de huisarts lokaal ook wordt verwezen. De heer Van Dam Timmers: O, dus dan heb je het echt over een wijk waar een eenpitter als psycholoog bijvoorbeeld zit, of orthopedagoog die echt in zijn eentje een cliënt doet? Maar dan wel heel weinig cliënten per jaar, als ik zo die aantallen zie. De heer …: Heel weinig, ja, maar heel weinig cliënten in de Jeugdwet, hè. Waarschijnlijk heeft hij nog meer cliënten, maar niet in de Jeugdwet. De heer Van Dam Timmers: Precies, op die manier. Dan snap ik het beter, ja, dankjewel. De voorzitter: Volgende in de rij is de heer Kwaak. De heer Kwaak: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor de presentatie. Het was voor mij heel duidelijk. Ik had graag een wat meer actualiteit verwacht, meer over coronagerelateerde dingen. Ik hoop dat in de toekomst, dat het dat ook wordt. Ik had nog wat vragen over het SOJ en over de aanbieders. Dat viel mij ook op, wat mijnheer Van Dam beredeneerde over de kosten, dat de kleine aanbieders veel meer kosten hebben, daar ben ik erg van geschrokken. Misschien moeten we daar in de toekomst eens naar kijken. En voor de rest, dank u voor de cijfers. Dank u wel. Mevrouw Heering: Ja, willen collega’s van het SOJ hier nog op antwoorden? Ik heb ook al geantwoord over coronatijd.

We kunnen u eigenlijk op hele korte termijn … We hebben in de coronamonitor het hele jaar 2020 gemonitord voor de jeugdhulp en jeugdbescherming, heel beperkt. Maar ook uw beroep op, voor volwassenen bijvoorbeeld, de wijkteams. Dus we hebben heel veel informatie in die andere monitor zitten, dus als u vragen stelt … Voorzitter. De voorzitter: Volgens mij is er geen vraag gesteld door de heer Kwaak. Dus gaan we door naar de heer Van Verk. De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Om te beginnen, dank voor de presentatie en de helderheid daarvan. Ik zou me willen aansluiten bij de heer Tiebosch wat betreft de wens om de cijfers te actualiseren, 2020 moet binnenkort ook op te leveren zijn, ook in zijn totaliteit en daarbij prognoses te geven. Dat zijn allemaal geen vragen. Wat ik een beetje mis en veel mensen hebben het er al over gehad, over de duiding uwerzijds. Nou, ik denk dat het terecht is dat u zegt van ja, dat doen we, daar zijn wij terughoudend in en voorzichtig mee, want voor je het weet zit je in de aannames, dat we speculeren. Ik zou echter wel naast de wat meer inhoudelijke duiding die u zou kunnen geven, zou ik ook een politieke duiding wensen. Die mis ik nu helemaal en die kunt u niet geven, die moeten wij van het bestuur krijgen. Het bestuur heeft kennisgenomen van deze cijfers, dus die had die duiding op zich kunnen geven.

En ik wil u een voorbeeld geven wat ik daarmee bedoel. Ik zie dat er meer gebruik is van voorzieningen, met name in de jeugdzorg in de wijken waar de werkloosheid groot is, waar de armoede hoog is. En tegelijkertijd zie ik een afname van het minimabeleid. En daarbij zou je de relatie kunnen leggen, zou het nu zo zijn dat door het beperken van een minimabeleid er een toename is van gebruik van voorzieningen? En als dat zo is, wat doen we daar dan mee, met die kennis? Moeten we dan niet opnieuw gaan inzetten op een breder minimabeleid, zodat

17

dat soort zaken minder pregnant naar voren komen? Noem maar op. Maar dat is een politieke duiding, die mag ik niet en kan ik niet van u verlangen. Maar daar zou ik wel graag met de wethouders eens een keer in over discussie gaan. Wat mij nog wel intrigeert en dat is wel misschien iets wat u kan duiden dan wel uw collega’s van de SOJ, ik zie in de vier jaargangen, zie je dat in 2017 en 2018, daar wordt de index onder de honderd. Maar de kosten, die stijgen dik boven de honderd. En eigenlijk, als ik de cijfers naar gebruik kijk, dan zitten we een fractie, ik geloof 103 procent, of 103 staat de index voor 2019, terwijl de kostenindex ondertussen op 120 staat. Dat intrigeert me dan. Hoe kan het nou zijn dat eigenlijk bij een geringe, bij een nauwelijks stijgend gebruik, de kosten zo enorm stijgen? Dan is er iets aan de hand. Mevrouw Heering: Als ik mag onderbreken, dat heeft de collega van SOJ eigenlijk gezegd, dat we steeds complexere problematiek krijgen. Dus we hebben inderdaad laten zien, wat gebeurt er met de kosten en wat gebeurt er met het aantal cliënten, dus dat, heel terecht dat u dat opmerkt. En dat hebben we eigenlijk ook proberen te zeggen, maar ja, je zou nog verder willen gaan in oké, waar liggen de relaties met die andere wet? En dat wilde u ook. En dat is inderdaad, daar moet je ook datatechnisch zeg maar voorzichtig mee zijn.

Maar als je gegevens van huishoudens op al die terreinen hebt, dan kan je natuurlijk wel relaties leggen in het gebruik. Maar goed, gaat u verder met uw verhaal, sorry. Ik was zo enthousiast geworden, ik dacht, ik ga even antwoorden. De heer Van Verk: Nee, dat is niet erg. Alleen dan haalt u me wel uit mijn verhaal. Mevrouw Heering: Ja, o jee. De heer Van Verk: Maar ik kijk even terug. Ja, u zegt, die index, of u zegt, dat is eigenlijk door de meer toenemende complexiteit van de problematiek. Nou, dat zou een verklaring kunnen zijn, maar ik hoor u eigenlijk zeggen dat dat pas van de laatste tijd is, dat het complexer wordt en dat er meer mensen met een hoger inkomen ook de weg weten te vinden. Nog een ander puntje van aandacht is dat die hele hoge staaf van jeugd en ondersteuning bij de kosten, daarvan gaf u als duiding aan dat dat onder meer komt, dat daar de kosten hoog oplopen vanwege het feit dat residentiële zorg, oftewel, de kinderen die uit huis geplaatst worden, ook daarin zitten. Maar tegelijkertijd zie ik ook een staaf van gecertificeerde instellingen en daar zit zeker de residentiële zorg in. Dus ik vroeg me af hoe die twee dingen, hoe dat nou kan dat ik bij de ene een daling zie en bij die andere zo’n enorme stijging, of een enorme piek. Nou, dat was het voor dit moment. Even nog wat betreft, ja, de antwoorden net van de heer Krahe van de SOJ.

Die maakt het eigenlijk soms alleen maar onduidelijker, geloof ik. In ieder geval, wat de huisarts betreft, zou het ook niet zo kunnen zijn dat de huisarts gemakkelijker en sneller kan doorverwijzen daar waar bij de jeugdteams soms wachttijden zijn? Ik noem het maar als een oorzaak. En veel ouders, zeker de hoogopgeleide ouders weten ook dat je bij de huisarts terecht kan. En wat betreft de omvang van de aanbieder, dat heeft volgens mij niets te maken met de plaats van de locatie. Een kleine aanbieder kan een nabijheid zijn, een grote aanbieder kan dat ook zomaar zijn. Dat ligt een beetje aan de wijze waarop het een en ander georganiseerd is. Dat even ter relativering, volgens mij. Even die pieken, die jeugd en ondersteuning, heeft dat nou daadwerkelijk te maken met uithuisplaatsingen en hoe zit dat dan met de gecertificeerde instellingen? Mevrouw Heering: Collega’s van de SOJ?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/251/documents/8191