CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 Notulen Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 3 februari 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 23 maart 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen notulen van de Gemeenteraad van 16 februari, de commissie Grote Projecten van 28 januari en de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 3 en 9 februari 202128.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dus niet kijken naar de landelijke overheid, maar als stad ook zorgzaam zijn voor de mensen die dat meer nodig hebben. En om een paar dingen eruit te halen, gaat het over de bestrijding van eenzaamheid en sociaal isolement. Over Junior Life Skills, dat je aandachtshuishoudens net wat meer aandacht ook geeft die dat nodig hebben. En eigenlijk, als ik dan kijk naar de politieke vragen die hierbij gesteld zijn door de PvdA-fractie, dan denken wij als fractie eigenlijk dat met deze middelen inderdaad een goede richting is ingeslagen. En ik kijk eigenlijk uit naar de verdere resultaten en de bredere evaluatie aan het einde van deze projecten. Natuurlijk hoop je dat op sommige projecten wat meer progressie wordt geboekt, maar

38

ik denk dat we daar ook de tijd voor moeten nemen. En dit is een tussenevaluatie. Ik ben blij dat er zo veel ook kan gebeuren en ik denk ook dat zeker in deze tijd waar veel mensen het zwaar zullen hebben en zullen gaan krijgen, dat hier veel nuttige dingen uit zullen voortkomen. En met name wat, ja, mij als dokter dan heel erg raakt, is dat … Ik zie dat er echt ingezet wordt op preventie van duurdere en meer individueel gerichte zorg door juist ook wat meer groepsachtige activiteiten te ondernemen. En dat bestrijdt tegelijkertijd weer eenzaamheid. Lijkt me hartstikke goed. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Van der Net. De heer Van Dam Timmers: Verrassend. De heer Van der Net: Nee, ik ben af en toe best voorspelbaar, mijnheer Van Dam Timmers. Dus dat … Maar dat u uw eigen wethouder in deze steunt, is mij niet vreemd, komt dat over. Maar wat ik mij nu afvraag, gewoon echt een duidelijke, gerichte vraag. We gaan nu allerlei pilots en projecten opstarten en dat geld is dadelijk op. En wat hebben we dan daarna dan te bieden nog aan die mensen? Is dat gewoon even tijdelijk en dan daarna, dan houdt dat op? Wat is de mening van het CDA daarop? Dat is mijn vraag. De heer Van Dam Timmers: Op de tijdelijkheid van dergelijke dingen, nou, deels zitten hier denk ik, als je denkt aan pilots, zitten hier tijdelijke pilots in.

Deels kun je hier, als we bijvoorbeeld kijken naar de aanpak van eenzaamheid, is dat natuurlijk niet iets nieuws. Dat hebben we in het verleden ook gedaan en eigenlijk zie je met deze coronaperiode dat dat ook iets is wat weer meer op de voorgrond komt. En dat vraagt eigenlijk een continue inzet. Dus ook in de toekomst zullen daar waarschijnlijk projecten op zijn en zullen wij als CDA in ieder geval bereid zijn om daar geld voor vrij te maken, omdat dat leven toevoegt aan de tijd die mensen op aarde hebben. En daarom vinden we dat ook belangrijk. En ik denk dat je daar … Of nou, wij als partij, maar ik ook zeker als persoon heb daar zeker geld voor over en ik betaal daar graag wat OZB voor als we daarmee wat kunnen bereiken. Is dat allemaal structureel? Nee, wellicht niet. Maar veel hiervan en zeker waarbij we inzetten op jongeren en ook even kijken, de Junior Life Skills bijvoorbeeld, daarbij denk ik dat je toch op de lange duur hier goede effecten van zou kunnen plukken. En met name ook individuele zorg zou kunnen voorkomen. Of dat uiteindelijk gebeurt, dat weet je natuurlijk niet en dan zullen we de evaluatie moeten afwachten. Dat kun je niet weten, maar dat neemt niet weg dat ik denk dat deze inzet en die richting goed is.

De heer Van der Net: Voorzitter, ik bedoel van, ik stel gewoon de vraag van, wat hebben we … Dit geld is dadelijk op gewoon en daarna hebben we toch best wel een probleem met de begroting, want dan hebben we niet zoveel geld. Dus met andere woorden, we gaan nu een groep eventjes helpen en dan daarna komt er een groep mensen waarvan u eigenlijk zegt van ja, dat is jammer, maar als CDA gaan we misschien nog wel even kijken of er geld is, maar anders dan hebben ze gewoon pech gehad. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter, voor het woord, maar dat heb ik natuurlijk niet gezegd, hè? U legt die woorden mij in de mond. U zegt eigenlijk, ik help liever niemand, want misschien kan ik in de toekomst mensen niet helpen. Ja, dan denk ik, dan

39

heb ik in ieder geval deze geholpen. Kijk, mijn glas is halfvol en uw glas is halfleeg, in dit geval, lijkt het. En dan ga ik toch voor het halfvolle glas, om heel eerlijk te zijn. De heer Van der Net: Nou ja, u legt mij nu woorden in de mond en dat heb ik helemaal niet gezegd, want ik heb niet alle projecten die hier staan, heb ik afgebrand. Want wat dat betreft zitten daar best wel goede punten in. De heer Van Dam Timmers: Fijn. De heer Van der Net: Maar het probleem zit, is er met name het structurele effect wat we dan later ook te bieden hebben richting mensen en kinderen als dadelijk het geld op is van dit geheel? En daar ligt mijn probleem, vandaar dan ook mijn vraag aan u en waarschijnlijk ook aan de heer Van Verk, van wat doen we dan daarna als het geld op is? Hebben de mensen die dan daarna komen een probleem, of niet? De voorzitter: Ik denk dat u op dit punt niet dichterbij elkaar gaat komen en een verschil van politiek inzicht heeft. Dus wat mij betreft gaan we door. Was u klaar met uw woordvoering, de heer Van Dam Timmers? De heer Van Dam Timmers: Ja, dat was het voor zo ver, dank. De voorzitter: Ja? Dan heb ik nog volgens mij een interruptie van de heer Van Verk. De heer Van Verk: Ja, dank u, voorzitter. Er wordt natuurlijk een schijntegenstelling gecreëerd door de heer Van der Net in de richting van de heer Van Dam.

Want de heer Van der Net weet natuurlijk net zo goed als ieder ander in deze commissie dat wanneer het project is afgelopen en succesvol wordt afgesloten, er voor elke politieke partij een keuze ligt om wel of niet structureel geld daarvoor vrij te maken. Dat zijn gewoon de politieke keuzes die volgend jaar gemaakt moeten woorden, mijnheer Van der Net. En dan hoop ik het voor de kwetsbare mensen in Dordrecht dat uw partij niet al te groot wordt, want dan wordt het nog een bittere keuze voor die mensen. De voorzitter: Maar dit … De heer Van der Net: Voorzitter … De voorzitter: Ja, dit was eigenlijk geen … Dit was geen interruptie op de heer Van Dam Timmers, dit was een interruptie op een interruptie. Dus u mag alleen wat zeggen, mijnheer Van der Net, als u niet herhaalt wat u net heeft gezegd. De heer Van der Net: Nee, ik wil graag wel reageren op de heer Van Verk die daar mij op aanspreekt. En natuurlijk ook richting de heer Van Dam Timmers. Ik bedoel, we zitten gewoon met een probleem dat de kosten van het sociale domein gewoon exploderen. En ik ben wat dat betreft waarschijnlijk wat realistischer dan de Partij van de Arbeid en het CDA om gewoon te benadrukken dat we gewoon voorzichtig moeten zijn waar we ons geld aan uitgeven en dat dat terechtkomt inderdaad bij de mensen die het ook hard nodig hebben. En dat we niet vanuit allerlei projecten en pilots maar gaan kijken van,

40

waar hebben we nog meer mensen die we eventueel kunnen helpen? Het gaat gewoon om schaarste en keuzes die we daarin maken, voorzitter. De voorzitter: Goed … De heer Van Verk: Ja, voorzitter en dan zijn de keuzes van wellicht het CDA in ieder geval, van de PvdA, soms wat anders dan die van de VVD. De voorzitter: Nou, dat lijkt me een prima conclusie van dit minidebat. We gaan terug naar de heer Van Dam Timmers. Dat was het? De heer Van Dam Timmers: Ik denk dat dit duidelijk was en ik denk dat wij daar, dat je duidelijk ook een verschil ziet tussen het CDA en de VVD, dat wij als het aankomt op het zorgen voor kwetsbare mensen, dat wij daar juist wat ruimte voor willen maken, omdat ze er zijn. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we door naar de volgende woordvoerder. En dat is, namens D66, de heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik wil gewoon beginnen met een compliment te maken aan het college voor deze uitwerking van dat investeringsplan sociaal domein. Dordrecht heeft heel veel problemen op dit gebied en ik denk dat het wel heel erg goed is en ook wel heel erg stoer dat je vijf miljoen uit eigen middelen investeert om te kijken of je daarmee de zorg in Dordrecht sneller passender en betaalbaarder kunt maken.

Wat we in ieder geval van tevoren even willen meegeven, dat is dat in het stuk wordt aangegeven dat op dit moment nog geen bredere terugblik of evaluatie de bedoeling is, maar dat dat pas begin volgend jaar komt. Ik wil in ieder geval aan wethouder Heijkoop meegeven dat wij dat in ieder geval echt voor de verkiezingen van maart 2022 willen bespreken. Dus uiterlijk januari zouden wij zeggen. Wat wij in deze stukken in ieder geval nog missen, dus de projecten zijn allemaal goedgekeurd, maar als je dan vervolgens de tekst, voor een deel van de problematiek van onze inwoners hebben we geen passend en of snel aanbod, zouden we daar in ieder geval gewoon ook die duiding van willen hebben. En ja, daar hoort denk ik ook, als dat zo is, dan zul je dat ook op de goede manier moeten communiceren met de stad. En waar we echt naar benieuwd zijn, dat is het verhaal van, niet elk probleem waar inwoners tegenaan lopen, vergt een oplossing waarbij een professional is betrokken. En dan gaat het specifiek over dat normaliseren. Daar hebben we al vaker in deze commissie over gesproken, maar we denken dat het wel goed is dat het nu ook echt tijd is dat bij dit investeringsplan echt aandacht komt dan ook wat we onder dat normaliseren gaan verstaan. Want ook dat zal met de stad gecommuniceerd moeten gaan worden.

Dus dat is vooral, dat normaliseren, dat is echt van belang om daar nu, dat niet te laten lopen. En dan nog even richting mijnheer Van der Net, ja, wij lezen het toch echt, als je dan nu euro’s uitgeeft, ja, dan hoop je toch dat er straks een soort multipliereffect op komt dat je inderdaad gaat zorgen dat je minder bureaucratie hebt, dat normaliseren, dat zal dan wat moeten gaan opleveren. Maar vooral ook de bredere samenwerking tussen partners, maar ook nog zorgen voor die professionele tegenkracht. Het lijkt allemaal, nou, soms vraag je je af, waarom hebben we dat niet eerder gedaan? Maar we denken dat het wel goed is omdat het nu zo benoemd is. En D66 geeft het college alle steun om deze

41

projecten verder uit te werken. En we hopen dus dat die evaluatie zo snel mogelijk, in ieder geval in deze raadsperiode nog kan. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Net wil graag een vraag stellen. De heer Van der Net: Nou ja, ik hoor de heer Tiebosch een aantal keren het woord hopen uitspreken, maar we hebben het over een investering van vijf miljoen. Begrijpt u dan dat wij als VVD daar kritisch op zijn, omdat je met een dergelijk bedrag heel veel dingen echt voor elkaar kan krijgen? En u geeft uw toestemming daaraan omdat u hoopt dat er een resultaat uit voortkomt. Dat … Ja, ik … Ziet u dan toch ook wel in dat ja, hoe hard is dat dan? We hebben het over grof geld hè, mijnheer Tiebosch? De heer Tiebosch: Ja, voorzitter, mijnheer Van der Net, dat hoor ik heel goed, hoor. Maar u moet ook niet doen alsof die samenleving maakbaar is. Wij kunnen, op het gebied van preventie kunnen wij veel doen. We kunnen veel doen om mensen zeg maar te helpen. Maar zoals het in het stuk ook gaat, niet voor alle zaken die er zijn waar mogelijk nu wel geld voor wordt uitgegeven, hoef je dat ook te blijven doen. Dat normaliseren, dat zou u toch ook aanspreken? Als je daar nu geld voor uitgeeft wat je daarmee in de toekomst kunt besparen, nou, dan denk ik dat dat voor de stad heel goed is. De heer Van der Net: ‘…’, voorzitter, dat ben ik met de heer Tiebosch eens.

Ik bedoel, van als dat het resultaat is. En nogmaals, ik ben niet op al die pilots en probeersels ben ik kritisch, maar wel op een aantal waarvan ik gewoon niet het structurele effect zie op dit moment. En dan ben ik, zeker gezien het bedrag, ben ik heel kritisch om te zeggen van ja, we hopen dat er iets uitkomt. De heer Tiebosch: Kijk, laat ik het dan zo zeggen, laat ik dat hopen dan vervangen met dat ik in ieder geval dit college en zeker deze wethouder, met alle mensen die samen met hem in dit investeringsplan zo hard aan het werk zijn, alle vertrouwen hebben dat dat ook daadwerkelijk voor de stad Dordrecht wat gaat opleveren waar het volgende college en de volgende raad gewoon ontzettend veel vruchten van zal plukken. Dan maak ik het wat sterker. De heer Van der Net: We gaan het zien, mijnheer Tiebosch. De voorzitter: Goed. Gaan we verder. U was klaar toch, mijnheer Tiebosch, of wilt u nog meer … Nee, u was klaar. De heer Tiebosch: Nee hoor, dank u wel. De voorzitter: Namens GroenLinks, de heer Burakçin. De heer Burakçin: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, voorzitter, het zijn natuurlijk veel initiatieven en projecten waar nog in pilotvorm aan gewerkt wordt en het nu lastig te zeggen is of dit de juiste besteding is van de middelen en hiermee dus de juiste richting is ingeslagen.

Maar op twee onderdelen willen wij wel het een en ander uitlichten en daar opmerkingen bij plaatsen. Ons eerste punt gaat over het project Jongerenwerk op school, dat zich richt op de preventieve inzet om het normaliseren en afschalen van

42

jeugdhulp. Ja, onze vraag is toch wel of we voldoende jongerenwerkers hebben om dit goed uit te kunnen voeren. Ja, het kan misschien zijn dat ik ernaast zit, maar mijn beeld is in ieder geval dat we niet al te breed zitten met het aantal jongerenwerkers en om dit tot een goed gevolg te laten brengen heb je toch wel een aantal jongerenwerkers nodig. Dus mogelijk kan de wethouder hier in ieder geval op reflecteren. En het tweede punt waar ik het over wil hebben, is de inzet van de praktijkondersteuner bij de huisartsen. Bij diverse plannen lees ik dat de inzet van een praktijkondersteuner, die moet voorkomen dat er dus te snel doorverwezen wordt naar de specialistische zorg en dus een kostendrukkende werking moet hebben. Maar goed, recentelijk is er namelijk een publicatie aanwezig vanuit het Centraal Planbureau die een onderzoek heeft gedaan naar de inzet van wijkteams en praktijkondersteuners bij de huisartsen om te kijken of het effect heeft op vermindering van doorverwijzing naar gespecialiseerde zorg. Ja, voorzitter, hierin wordt dus stellig aangegeven dat de inzet van met name praktijkondersteuners bij de huisartsen niet leidt tot een vermindering van het aantal kinderen in gespecialiseerde tweedelijnsjeugdzorg.

Dus om terug te komen op de politieke vragen of we dus met de besteding van de middelen de goede richting zijn ingeslagen, vraag ik mij af of dat het geval is met deze wetenschap. Dus graag een reflectie van de wethouder. Dit waren tot dusver twee punten die ik wilde uitlichten, dank u wel. De voorzitter: Dank u. Namens de fractie ChristenUnie/SGP, de heer Bosman. De heer Bosman: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik sluit in de woordvoering grotendeels aan bij de heer Van Dam Timmers en de heer Tiebosch, waarbij ik dan aangeef, met een vleugje de heer Van der Net. Wat ik daarmee bedoel, het zijn mooie projecten waarvan ik hoop, maar dat mag ik eigenlijk niet meer zeggen, heb ik net begrepen, waarbij ik er vertrouwen in heb dat het positieve resultaten oplevert. Wat ik natuurlijk met de heer Van der Net wel eens ben, vijf miljoen euro is veel geld. Dus de vraag, levert het wat op, levert het voldoende op, lijkt mij een ja, een eerlijke vraag die gesteld mag worden. Waar ik dan meer op zit, is dat we op tijd evalueren. Want ik zie ook, begin 2022 wordt er dan uitgebreid teruggeblikt en volgt er een evaluatie op behaalde resultaten. En nou is mijn vraag aan de wethouders of dat niet iets naar voren gehaald zou kunnen worden.

En dan bedoel ik niet een hele uitgebreide terugblik en behaalde resultaten, maar toch dat we eerder al, dat we kunnen zien of het wat oplevert, omdat ik op dit moment vind eigenlijk dat ik te weinig kan aangeven of er bijgestuurd moet worden. En als we nou zien dat halverwege het jaar bepaalde projecten, ik ga er niet specifiek één noemen, maar bepaalde projecten gewoon echt te weinig opleveren, dat we op dat moment dan wellicht kunnen bijsturen. Dus mijn vraag aan de wethouder is eigenlijk, kunnen we eerder een, nou ja, een wat samengevatte evaluatie verwachten? Tot zo ver. De voorzitter: De heer Van Verk wil daar wat op zeggen. De heer Van Verk: Ja, voorzitter, ik begrijp eigenlijk niet de inzet van de heer Bosman helemaal. Hij wil eerder evalueren, maar zegt ook dat hij, ja, dat een aantal projecten onvoldoende van de grond zijn gekomen mede door de corona, dat heb ik ook gelezen, zodat hij nog kan bijsturen. Maar volgens mij lopen de projecten tot het eind van dit jaar en dan is het evalueren klaar, over, uit. Dus wat wilt u nu eigenlijk? Bijsturen halverwege

43

2021 lijkt mij een beetje zinloos in het kader van het aflopen van het project eind 2021. Als u had willen bijsturen, had u dat nu moeten doen. De heer Bosman: Ja, maar goed, ja, ik snap uw vraag, maar ik vind dat … Ja, zonder resultaten vind ik dat best lastig. Ik bedoel … De heer Van Verk: U ziet welke richting het uitgaat. De heer Bosman: Ja, nee, zeker. En daarom van … De heer Van Verk: En daarbij aangeven van ja, die richting vind ik niet zo. Wij hebben vier projecten aangegeven waarbij we zeggen van luister eens, volgens mij moet daar enige bijsturing op plaatsvinden, want anders behalen we niet de geformuleerde doelen bijvoorbeeld. Nou, dan heeft u … Dat is bijsturen. De heer Bosman: Nee, daar begon het mee. Kijk, op zich vind ik de projecten, inhoudelijk heb ik daar geen op- of aanmerkingen over. Puur is de vraag inderdaad, terecht wat u zegt, corona, het loopt niet allemaal volgens schema. Maar goed, dat is misschien eerder een vraag aan de wethouder, ik ben, ik denk dat die projecten soms ook gaan uitlopen. En of we dan toch eerder gewoon een evaluatie kunnen krijgen. En dat is gewoon simpel mijn vraag. Voor nu hoeft het geen bijsturing, laat ik het zo zeggen. De heer Van Verk: Nou, dan is dat helder. En dan denk ik dat de evaluaties, nou ja, daar hebben al een paar mensen om gevraagd, in ieder geval voor de verkiezingen moeten komen. De heer Bosman: Daarom.

De voorzitter: Goed. Dat was het voor mijnheer Bosman? Ja? Namens de VSP, mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. Er is al veel gezegd waar wij het mee eens kunnen zijn, maar wij hebben natuurlijk ook nog een opmerking. Natuurlijk weet de VSP dat de jeugd de toekomst heeft en dat het belangrijk is jeugd en ook gezinnen goed te helpen. Maar, voorzitter, in dit document zijn de ouderen weer niet benoemd. En dan gaat het met name over de kwetsbare ouderen die vaak meerdere problemen tegelijkertijd hebben, zowel medisch als sociaal, of bijvoorbeeld de ouderen met een migratieachtergrond, waarbij ook rekening gehouden moet worden. De VSP weet dat deze wethouder oog heeft voor de ouderen, maar het kan niet zo zijn dat deze grootst groeiende groep weer niet genoemd is. Want een zorgzame stad is er voor iedereen, ook voor onze ouderen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Van Verk wil daarop reageren. De heer Van Verk: Ja, voorzitter, ik vind het een prachtige geloofsbelijdenis van de VSP, maar ook zij waren aanwezig bij de besluitvorming over deze projecten en hadden toen dit soort zaken kunnen inbrengen en gehoopt kunnen hebben over een meerderheid in

44

de raad om dan die projecten te steunen. Dat is niet gebeurd, dus vind ik dit eigenlijk een beetje mosterd ver na de maaltijd. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het voor mevrouw Striebeck? Mevrouw Striebeck: Ja, dank u wel. De voorzitter: Goed, dan is het aan het college. We hebben wel nog maar tien minuten te gaan, dus de vraag is om het zeer kort en bondig te houden. En de oproep aan de commissieleden is om alvast te bepalen of je een tweede termijn zou willen en als dat dan ook echt moet, dat je dan ook echt nog maar dingen zegt die moeten gezegd worden en vooral ook een besluit nemen ten aanzien van al dan niet bespreken of hoe verder vanaf hier in de raad. Dus dat we dan dat straks kunnen afhandelen met elkaar. Wie mag ik namens het college het woord geven? De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, ja, dank u wel. Ja, ik zal even aftrappen. Ik zal proberen het enigszins beknopt te doen. En collega Van der Linden zal daarna nog een aantal vragen met betrekking tot het jeugddomein voor zijn rekening nemen. Allereerst dank voor uw woorden. Ook de instemmende woorden, maar ook de waardering en de complimenten, die ik overigens gelijk doorleg naar onze partners in de stad waarmee we dit samen doen en ook de ambtelijke ondersteuning die hier hard aan gewerkt hebben.

Want het is wel een ja, het zijn inderdaad projecten en dat vraagt ook vaak veel energie om allianties te sluiten, om samenwerkingsverbanden zo sterk te krijgen dat je vanuit vertrouwen ook projecten, bijvoorbeeld met huisartsen, die kwamen al even langs, verder kan brengen. En ja, het gaat over best een fors bedrag, vijf miljoen. Een fonds van vijf miljoen. Maar ik wil u toch wel erop wijzen dat bijvoorbeeld op het gebied van jeugdhulp we meer dan honderd miljoen ieder jaar uitgeven. En juist onze bedoeling is, met deze interventies heeft uw raad echt beoogd om uiteindelijk ook tot structurele verbeteringen te komen, waardoor je er eerder bij bent en er, nou ja, eigenlijk de zorg en ondersteuning beter is, effectiever en daarmee ook vaak goedkoper. En dat innoveren, dat is soms spannend, maar je moet wel, want we hebben ook weleens debatten met elkaar over de houdbaarheid van kosten en dat kan echt hand in hand gaan met betere zorg en ondersteuning. En die structurele verbeteringen, die zouden er ook toe kunnen leiden dat wij ook een soort bewijslast op gaan bouwen waarmee we ook andere partners aan boord krijgen. Corporaties zijn zeer geïnteresseerd, het Ministerie van VWS, OCW zijn zeer geïnteresseerd en ook zorgverzekeraars kijken nadrukkelijk mee.

En alle projecten, daar mag u echt vanuit gaan, alle projecten worden heel goed gevolgd, gemonitord, business cases liggen eraan ten grondslag. En daarmee, dat hebben we ook nodig om straks te kunnen laten zien aan ook die andere partners dat dit echt goede interventies zijn en wellicht willen ze dan ook op onderdelen meedoen. Waarbij ik ook wel zo eerlijk ben om met u te delen dat van deze projecten er ook wellicht een aantal gaan mislukken. Want dat hoort ook bij innoveren, dat hoort ook bij samenwerken, dat je er soms ook achter komt van nou, dit is misschien niet helemaal geworden wat we verwacht hadden. Maar er is hier goed over nagedacht, u heeft aan de voorkant een aantal zaken meegegeven die ook ten grondslag liggen aan deze projecten. En wij geloven erin dat deze projecten straks bij de evaluatie er echt toe zullen leiden dat wij structureel ook een aantal zaken kunnen borgen. Richting de heer Tiebosch wil ik ook direct toezeggen en dat vind ik ook een logische en begrijpelijke vraag, om ook in deze

45

raadsperiode dat gesprek over die resultaten te kunnen voeren. Dus u noemde januari volgend jaar, dat lijkt ons een goede afspraak, dus die willen wij graag met u maken. Richting de heer Bosman geef ik dan ook al aan, die tijd is ook wel even nodig. Want we hebben inderdaad corona, u gaf het zelf al aan, dat heeft ook een aantal zaken op onderdelen vertraagd. En we willen dat deze trajecten met die partners in de stad goed aflopen om straks aan u ook een volwassen evaluatie met goede en duidelijke resultaten te kunnen voorleggen. U gaf al aan in het debat dat u het op onderdelen niet altijd eens bent. Met name de VVD, de heer Van der Net kiest op, nou ja, sommige punten echt een wat meer klassiek liberale invalshoek. Maar ik denk ook dat met die resultaten die we dus echt wel scherp feitelijk in beeld gaan brengen, in die zin niet te soft, echt wel inhoud en financiën met elkaar verbindend, hoop ik ook dat u straks daar wel met belangstelling kennis van wil nemen. Omdat het er ook toe kan bijdragen om die financiële houdbaarheid van het stelsel overeind te houden, wat toch altijd ook een speerpunt is geweest van de VVD op alle niveaus in ons land. Dat even voor wat betreft de aftrap. Ik heb nog een paar punten. De jongerenhuisvesting, daar ging de heer Van Verk op in.

Dat hebben we besproken met elkaar aan de hand van het raadsvoorstel achttienmin, achttienplus wat we in december met uw raad hebben besproken en dat heeft u ook vastgesteld. We zijn ook bezig om met de corporaties in de regio contingent afspraken te maken. Nou, de heer Van Verk is daar zeer bekend mee vanuit zijn arbeidsverleden. En dat is ook belangrijk, want voor deze jongeren moet je echt iets regelen. Ik weet niet precies wat het RIGO-rapport allemaal erover heeft gezegd, maar wij vinden het belangrijk dat jongeren perspectief krijgen in Dordrecht, maar ook in de andere gemeenten. En op dit moment proberen we die gesprekken met elkaar te voeren. En daar, nou ja, daar zijn we dus echt wel mee bezig en dat maakt dus ook een nadrukkelijk onderdeel uit van dat raadsvoorstel wat u in december heeft aangenomen. Het punt van het onderwijs en jeugdhulp, het integraal arrangeren en een aantal van u was ook nadrukkelijk betrokken bij de onderwijsvisie, daar hebben we hem ook aan de hand gehad. Ook dit proberen we wel SMART te meten, dus welke interventies doe je vanuit welke middelen en wat levert het ook op? Wij hebben destijds wel met elkaar vastgesteld dat daar waar het gaat over onderwijs en jeugdhulp, dat dat nog te veel verschillende werelden waren en dat we dat veel meer bij elkaar wilden brengen.

Mevrouw Nijhof heeft daar destijds, kan ik me herinneren, ook een vurig pleidooi voor gehouden. Dat was bij een peuterspeelzaal of een kinderopvang in Sterrenburg, daar hebben we met zijn allen dat doorleefd. En dit is daar ook zo’n uitvloeisel van. En als u nu mij vraagt van ja, hebben we daar al de concrete resultaten van, nee, maar het is wel de weg die we nu met elkaar inslaan. En we hopen wel dat dat ook ertoe leidt dat middelen effectiever worden ingezet, maar vooral dat mensen beter en vroegtijdiger geholpen worden. Wat overigens een uitdaging is in heel Nederland, want het valt niet mee, de wet op passend onderwijs, maar goed, ik zal er niet over uitweiden. En zeker in deze tijd zien we wel de kwetsbaarheid van ons onderwijssysteem. Maar we proberen daar echt een mooie stap in te zetten. Dan tot slot de jongeren en de ouderen. Het jongerenwerk, de heer Burakçin vroeg van joh, gaan we dat allemaal voor elkaar krijgen? Ja, dat gaan we voor elkaar krijgen. We hebben onze inzet al uitgebreid en Contourde Twern is ook heel enthousiast en doet ook volle bak mee. We halen de jongerenwerkers ook de scholen in, zoals u heeft kunnen lezen en dat loopt goed. En dat krijgen we nog steeds voor elkaar.

En ik ken de heer Burakçin ook nadrukkelijk als iemand die daar ook een pleitbezorger van is, niet zozeer die repressie, maar ook juist aan de voorkant zo snel mogelijk in contact komen met die jongeren. Dat onderschrijven wij van harte. En

46

wij denken dat dit een goede bijdrage daaraan zal leveren. En dan tot slot de ouderen. Last but zeker not least, richting mevrouw Striebeck. De heer Van Verk gaf er al wat tekst op, we hebben aan de voorkant met elkaar bepaald, waar zetten we op in? En we zetten dus overal in op ouderen. Als je kijkt naar Welzijn op recept, de rugklachten van de heer Van der Net waar hij het over had en dergelijke en ook het psychisch welbevinden, dat gaat ook vaak wel over ouderen. Dus die vallen daar nadrukkelijk onder. Maar denk ook aan de vervangede mantelzorg. We hebben daar ook wel uitgebreid bij stilgestaan toen we over het mantelzorgprogramma spraken. Dat gaat ook over ouderen. Juist die ouderen even kunnen ontlasten, waardoor zij die mantelzorg ook vol kunnen houden in de balans die daarvoor nodig is. En ik wil toch ook wel genoemd hebben onze inzet op sociaal isolement, het voorkomen van sociaal isolement en het voorkomen van eenzaamheid. Gaat soms over jongeren, gaat vaak over jongeren, maar het gaat ook zeker over ouderen. Dus ik hoop dat u ook gerustgesteld bent dat ook de ouderen wel degelijk onderdeel uitmaken van dit brede pallet van projecten, nou ja, die wij met elkaar hebben ingezet. Tot zo ver, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Nijhof heeft een vraag. Mevrouw Nijhof: Ja. De heer Heijkoop is nog niet ingegaan op de vragen rondom de onafhankelijke cliëntenondersteuning.

Want die horen volgens mij echt onder deze portefeuillehouder, want in principe is die cliëntenondersteuning van nul tot honderd, dus die vallen ook echt in het wijkteam. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik vind dat mevrouw Nijhof wel een beetje geschot denkt dat het onder deze portefeuillehouder valt. Ik denk dat de cliëntenondersteuning voor zowel jeugd als WMO van groot belang is. Collega Van der Linden zal daar straks even op ingaan. Wij herkennen wel uw zorgen en daar wordt ook wel aan gewerkt aan de doorontwikkeling, maar collega Van der Linden zal daar straks iets uitgebreider bij stilstaan. Dus dat komt zeker terug, ja. De voorzitter: Oké. Gaan we door naar wethouder Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, dank, voorzitter. Er liggen nog twee onderwerpjes, of onderwerpen, maar collega Heijkoop heeft het meeste wel aan de orde gehad. De cliëntenondersteuning en de Flitsteams, denk ik. De cliëntenondersteuning, daar hebben we het pas nog even over gehad, dat was in het kader van onder andere opmerkingen vanuit het meldpunt en toen is ook de onafhankelijkheid aan de orde geweest. En ook de kwaliteit. Nou, wij maken ons niet direct zorgen over de onafhankelijkheid. We vinden het wel een goed punt om nog eens wat dieper op in te gaan.

We hebben wel ook mede aan de hand van de bevindingen van het meldpunt, maar ook op basis van eigen waarneming wel de behoefte om nog eens heel goed te kijken, hebben we dit nou goed genoeg georganiseerd, bereiken we iedereen? En bereiken we ook vooral de mensen die het nodig hebben? Want lang niet elke cliënt heeft ondersteuning nodig met het aangaan, of bij het verkrijgen van een beschikking, of bij het aanvragen van zorg. Maar zoeken we op de goede manier naar de mensen die het echt nodig hebben en bieden we het sowieso op de goede manier aan? Voor de zomer komen we daarop terug bij u. We zijn bezig met een aantal, nou, we hebben een aantal dingen gevonden bij het meldpunt, maar ook nog andere bevindingen. Dus daar wil ik graag, nou, samen met collega

47

Heijkoop ruim voor de zomer bij u op terugkomen. Ten aanzien van de pilot Flits, daar zijn een aantal opmerkingen over gemaakt. Nou, dit is trouwens wel een van de voorbeelden waarvan we denken, dit is nu inderdaad gefinancierd vanuit de vijf miljoen, maar dit is iets wat zich waarschijnlijk echt gaat terugverdienen ook in financiële zin onder kwaliteit van zorg die je levert. En ik zou me maar zo kunnen voorstellen dat een volgend college besluit om dit rücksichtsloos structureel te financieren. Maar goed, daar gaan we niet over op dit moment. Flits is ook bedoeld om flexibel te zijn, dus ook bijvoorbeeld samen te kunnen werken met sociaal pontonnier, iemand zei van, is dat nou niet een soort gekke mengeling? Nou, als het aan de orde is, dan kan dat, maar het is lang niet altijd zo. Er is wel een algemene voorziening. Hoe je het inzet en of je het inzet, dat is, dat wordt samen met de cliënt bepaald. En ja, bij een algemeen aanbod hoort niet dat je dan in een zware beroepsprocedure belandt, maar de afspraken hierover worden wel goed gemaakt. Gezien de tijd houd ik het hierbij, dank. De voorzitter: De prangende vraag van mevrouw Nijhof ten aanzien van de onafhankelijke cliëntenondersteuning, wordt daar nog wat over gezegd? Mevrouw Nijhof: Nou, de portefeuillehouder heeft natuurlijk gezegd dat hij daarop terugkomt voor het reces, als ik het goed hoor.

De heer Van der Linden: Zeker. Mevrouw Nijhof: Maar ik heb wel een opmerking op dat Flitsstukje zeg maar. Want u zegt dus specifiek dat dit een algemene voorziening is, wordt gemaakt. Dat betekent dus een vrij toegankelijke voorziening, terwijl dit gaat om aanbieders, dit gaat om specialistische zorg. En wat hier nieuw aan is, is dat het beschikkingsvrij is. Nou, goed, dat is, dat maakt het dan goedkoper. Maar uiteindelijk is het natuurlijk wel zo dat dit product uitgevoerd wordt door de duurste aanbieders. En uiteindelijk, als het gaat om de uitvoering daarvan, ook een heel groot deel van dit budget inneemt. Dus ik vind, nou, goed, ik moet hier dus even over nadenken, eerlijk gezegd. De heer Van der Linden: Nou, dan heb ik (geluid valt uit) Kijk, dit is een voorziening, die zit niet achter een beschikking. Dus in die zin is die algemeen. Maar het is niet zo dat iedereen in de binnenstad zegt, weet je wat, doe mij maar zo’n Flits, zo is het niet. Wij zijn ervan overtuigd, dit is qua kosten, is dit een stevige. Maar we zijn er wel van overtuigd door deze samenwerking dat we ook juist die specialistische kennis die je vaak in de tweede lijn pas toegankelijk had, dat we die beter, sneller en ook uiteindelijk goedkoper kunnen inzetten. Maar dit is natuurlijk iets wat je ook terug wilt zien zometeen in de evaluatie. Mevrouw Nijhof: Ja, zeker. Dank u wel.

De voorzitter: Ik zie nog twee interrupties. De heer Van Verk. De heer Van Verk: Ik laat mijn vraag even rusten. De voorzitter: De heer Burakçin.

48

De heer Burakçin: Ja, voorzitter, dank. De wethouder, die heeft nog niet gereflecteerd op mijn vraag over het CPB-onderzoek met betrekking tot die praktijkondersteuners. Dus is het mogelijk dat de wethouder daar nog even iets over wil zeggen? De heer Van der Linden: De praktijkondersteuners, daar ben ik even de scherpte van uw vraag kwijt. De heer Burakçin: Nou, dan kan ik het herhalen. Het CPB die heeft recentelijk een rapport, heeft die gepubliceerd. En met name naar de inzet van de wijkteams en praktijkondersteuners. En het ging met name zeg maar over de vermindering van doorverwijzing naar gespecialiseerde zorg. En dan blijkt dus, in het onderzoek, dat dat dus totaal niet het geval is. Het leidt dus absoluut niet tot vermindering van het aantal kinderen in de gespecialiseerde tweedelijnsjeugdzorg, dus ja, mijn vraag is dan ook zeg maar, hoe kijkt u daarnaar? Want als we dat nu zeg maar gaan inzetten, dat is mogelijk niet effectief. Dus … De heer Van der Linden: Nou, klopt. Ja, ik heb het CPB-onderzoek ook gezien. De titel was wat verrassend, want je veronderstelt dat dit juist heel veel helpt. Wij zijn bezig met de voorbereiding en we gaan het wel anders doen dan in veel gemeentes al is gebeurd, maar daar komen we op terug.

Want wij denken dat dit echt, eigenlijk vind ik het eerder jammer dat we daar zo laat mee zijn gestart dan dat we er niet mee zouden starten, of dat we aan de hand van het CPB-onderzoek zouden moeten zeggen van nou, doe maar niet. Maar we komen terug op de aanpak die ook nu ons voor ogen staat en die zal wat verschillen van die van andere gemeentes, denk ik. De heer Burakçin: Dank u wel. Maar goed, u bent er dus nu al mee gestart, begrijp ik? En dat wordt bijgesteld, als ik het zo … De heer Van der Linden: Nou, wij zijn in de voorbereiding. En dat gaat zeer binnenkort van start. De heer Burakçin: Nou, oké, dan horen we graag wat die verandering zal zijn. Dank. De heer Van der Linden: Ja, oké. De voorzitter: Goed. Het is vijf over elf en inderdaad even de bedoeling dat u aangeeft wat u wilt, wel of geen tweede termijn, wel of geen bespreking in de raad en indien bespreking in de raad, wat voor vraag. Dan heb ik een eerste vraag aan de heer Van Verk en die zegt, door naar de raad. Bedoelt u ter kennisname of ter bespreking? Want dat staat er niet bij. Ter kennisname? De heer Van Verk: Uiteraard ter kennisname. De voorzitter: Oké, prima. Ik wacht nog heel even verder af. Nou, er zijn geen mensen die behoefte hebben aan een tweede termijn, zo te zien. O, wacht, er komen nog wat reacties binnen, ik ben iets te snel. Ja, er is geen behoefte aan een tweede termijn.

De heer Van der Net geeft aan, wij overwegen een motie. Dus dan zou die naar de raad gaan onder voorbehoud van het feit dat er dan een mogelijke motie komt. Momentje hoor, er gaat hier een alarm af. Laten we even proberen door te gaan, tenzij ik op moet

49

staan en weg moet lopen. Even kijken, dus dan wordt die geagendeerd in de gemeenteraad onder voorbehoud van de motie, mogelijke motie van de VVD. Goed. Ik zit middenin een brandalarm die afgaat, dus ik moet even in de gaten houden of ik weg moet. 18.Termijnagenda commissie Sociale Leefomgeving De voorzitter: Goed, we waren bijna klaar met onze agenda, dus laten we het even afmaken. Het enige wat we nog moeten bespreken, is eigenlijk de commissieagenda’s voor de komende paar vergaderingen. Ja, het alarm is al uit, dank voor uw bezorgdheid. Het was even een flinke herrie in mijn oren, moet ik zeggen en het is best laat, dus. Goed, laten we het even afmaken. De heer Van Verk wil wat zeggen. De heer Van Verk: Ja, voorzitter. Vorige week, of twee weken geleden hebben we afgesproken dat we moties en toezeggingen nog maar een keer in de zo veel tijd doen na de raadsvergadering. Dat zou deze week zijn. De voorzitter: Ja en nou hebben we weer geen tijd. De heer Van Verk: En we hebben weer geen tijd. Dat wordt toch vervelend onderhand. De voorzitter: Het enige wat we daaraan kunnen doen, denk ik en dat is even pragmatisch denkend, is om hem volgende keer vooraan op de agenda te zetten. De heer Van Verk: Ja, misschien is dat wel een goed idee. De voorzitter: Want dan moet je er wel doorheen voordat je verder gaat.

De heer Van Verk: Tenzij we zeggen van nou, we gaan eerst de andere agendapunten doen, daar zijn we ook heel pragmatisch in. De voorzitter: Zit u volgende week voor? De heer Van Verk: Nee, volgens mij de heer Tiebosch. De voorzitter: De heer Tiebosch, bent u nog bij ons? De heer Tiebosch: Ja zeker, ik zou niet weg durven lopen. De voorzitter: Nee, maar wat ik u wilde vragen, of wij volgende commissievergadering dit overzicht stand van zaken, moties en toezeggingen dan eerst kunnen bespreken en of u erop wilt letten namens ons allen dat we dat dan ook echt gaan doen en het niet weer uitstellen. De heer Tiebosch: Prima, letten we op. De voorzitter: Dank u wel, doen we dat. Gaan we ze niet nu bespreken, doen we ze volgende week als eerste bespreekpunt. En dan gaan we er natuurlijk vanuit dat we het

50

allemaal spetterend voorbereiden, anders hebben we er alsnog niks aan. Goed, dan hebben we alleen de termijnagenda van de commissie Sociaal nog. En even kijken, dit is de termijnagenda zoals vorige week besloten. Het raadsvoorstel WK shorttrack is afgelopen vrijdag binnengekomen op de griffie en staat nu dus volgende week ter bespreking op de agenda gezien de urgentie. Zijn er nog mogelijke politieke vragen die daarvoor geformuleerd kunnen worden? De heer Van Verk. De heer Van Verk: Voorzitter, laten we het vooral algemeen wat formuleren, want bijna niemand heeft kennis kunnen nemen op dit moment van dat voorstel. Ik heb het vanmiddag globaal doorgenomen en mijn vraag zou zijn of wij als gemeente Dordrecht kunnen instemmen met de besteding van dit geld in relatie tot de huidige ontwikkelingen bij de corona, alsmede bij de, nou ja, bij de besteding van het geld, punt, of vraagteken. Laten we het daarop houden. De voorzitter: Kunnen we mee leven, denk ik. Ik zie nog geen andere reacties, dus laten we die vraag in ieder geval er dan bij zetten. Ook steun voor de vraag, prima. Deze vraag wordt het dan voor volgende week. Dan staat er nog, even kijken, op 9 februari raadsvoorstel woningbouw Dordtwijkzone ten behoeve van stadionontwikkeling Krommedijk, gezamenlijk met Fysiek stond dat op de termijnagenda. Dat moment komt te vervallen.

En daarover doet wethouder Stam volgende week een mondeling mededeling in onze commissie. Op 2 februari is de nieuwsbrief transitie STD alvast per email door de griffie verspreid. In het begeleidend schrijven is aangekondigd de behandeling gezamenlijk met de commissie Bestuur en middelen te agenderen. En dat is vooralsnog 13 april op de agenda gezet. Dus dan is bij dezen de vraag, nou, we kunnen kennisnemen van de termijnagenda zoals die nu voorligt en volgens mij hoeven we daar verder geen aanpassingen op door te voeren nu. Tenslotte 21. Rondvraag De voorzitter: Dan zijn we bij de rondvraag, want 19 en 20 gaan dus naar volgende week. De rondvraag. Heeft iemand een rondvraag? De heer Van Verk: Ja, voorzitter, ik heb wel iets voor de rondvraag. Ik had het bij de toezeggingen willen doen. Ik mis bij de toezeggingen en ik vind dat wel belangrijk om dat nu te melden, want ik ga daar ongetwijfeld op terugkomen. Ik mis bij de toezeggingen de toezeggingen die zijn gedaan in de vergadering van december 2020, waarbij we uitgebreid hebben stilgestaan bij de perikelen rondom De Dubbel. Daar zijn toen toezeggingen in de richting van de raad gedaan, met name na aandringen van uw fractievoorzitter over de mandaatregeling als mede nog een aantal andere zaken. Die zouden snel naar de raad komen, zo spoedig mogelijk in januari.

Ik constateer dat het vandaag 3 februari is en dat ik nog niets gezien heb. Dus ik zou via u en de griffie willen aandringen om de spoed die toen werd betracht in woorden, ook in daden om te zetten. En als het college van mening is dat de brieven die de dag erop zijn verstuurd, voldoende zijn in de relatie tot hetgeen ons is toegezegd, dan kan ik u bij dezen mededelen dat onze partij daar geen genoegen mee neemt. Want zeggen dat het mandaat dik in orde is omdat het mandaat dik in orde is, ja, zo lust ik er nog wel tien.

51

Daar zou juridische onderbouwing van komen en die heb ik niet gezien. En als dat wel als juridische onderbouwing wordt gezien, dan zullen we daar op hele korte termijn eens een keer kritische vragen gaan stellen. De voorzitter: Wordt genoteerd, wordt op teruggekomen, Cor. De heer Van Verk: Oké, dankjewel. En we zijn klaar, denk ik. 22. Sluiting De voorzitter: Ja. Ik zie verder geen anderen in de chat aangeven dat zij nog iets voor de rondvraag hebben, dus sluit ik de vergadering om dertien over elf en wens ik u allen een goede nacht. De heer Van Verk: Ja, welterusten.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 23 maart 2021. De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/251/documents/8191