2.5 Concept notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 26 oktober 2021.pdf
Tekst van het document
Beide stichtingen, OPOD en SKOBA, voor mensen die wat langer in deze gemeente woonachtig en werkzaam zijn en in de raad hebben gezeten, weten dat beide stichtingen nog niet zo lang geleden, vijf, zes jaar, in de rode cijfers stonden. Fors in de rode cijfers. Als je nu kijkt in bijlage 7 naar de geconsolideerde balans, dan zie je dat mede door goede bedrijfsvoering, maar ook door, denk ik, heel ondernemend te zijn als scholen en als besturen, zie je dat zowel OPOD als SKOBA in de groene cijfers staan. Dat dan het aandeel van OPOD een stuk groter is, het openbaar onderwijs, dan van SKOBA, laat zich verklaren door die leerlingenaantallen. Wij hebben in het openbaar onderwijs op dit moment zo’n 3.300 leerlingen zitten. Dat is al een aantal jaren zo. Als ouders blijven kiezen voor openbare scholen, dan blijft dat aantal zo. Dat is ook de verwachting, ondanks dat er een hele kleine krimp in deze regio wordt verwacht, verwacht het openbaar onderwijs dat zij de komende jaren op die 3.300 leerlingen blijft zitten. Het katholieke onderwijs, SKOBA in dit geval, zit al vele jaren rond de 1.700 leerlingen. Ook in haar prognoses blijkt dat het geval te zijn. Samen hebben we het over 5.000 leerlingen in de achterliggende jaren en in de toekomstige jaren.
Maar het is natuurlijk wel zo dat beide stichtingen nu hun eigen algemene reserves, dat heeft u kunnen lezen in bijlage 7, bij elkaar brengen. Dat levert een behoorlijk bedrag op. Dat kan ik ook niet helpen. Ik ben er wel blij mee, want dat betekent wel dat wij kunnen investeren in onderwijskwaliteit en in personeelsbeleid, samen met de impulsen van de gemeente. Ik zie daar alleen maar kansen in. Maar het blijft een feit dat elke leerling zijn eigen bekostiging meekrijgt. Het maakt niet uit op wat voor school hij zit of is ingeschreven. Dat is 1. Dat toekomstig personeelsbeleid voor collega’s die nu op de pedagogische academie zitten, de Pabo heet dat tegenwoordig, ik kom zelf van de pedagogische academie. Ik vind het een hele logische handeling van dit toekomstige bestuur als zij elke leerkracht die zich wil aanmelden op een van de scholen van de stichting, of het een openbaar of een katholieke school is … Als zij die dan vervolgens de vraag voorlegt van, goh joh, bij gebleken geschiktheid krijg je een vaste aanstelling. By the way, kun je in het formulier aangeven of je gewetensbezwaarde bent of niet? Met andere woorden, ik wil het personeel wat wij nu in dienst hebben en ons toekomstig personeel, gewoon gelijkwaardig en op eenzelfde manier behandelen. Ik zou niet weten welk belang ik dien
om nu in een keer te zeggen, sorry hoor, je bent na de fusiedatum hier komen werken, voor jou geldt deze regeling. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer De Haan: Ik ga dit ook vrijdagmiddag met de vakcentrales bespreken. Dat zijn overigens uiteindelijk natuurlijk de organisaties die daar wat van moeten vinden. Niet deze raad. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Is helder hoor, wat de heer De Haan zegt. Maar dan nog blijft bij mij de vraag staan, waarvoor neem je dat dan niet op? Als je het wel voor je huidige personeel doet, waarom doe je dat dan niet voor je toekomstige personeel? De heer De Haan: Omdat het voor mij vanzelfsprekend is, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dat is een heel politiek correct antwoord, maar dat geeft mij niet de garantie dat het toekomstige personeel ook de keuzevrijheid heeft om dat te doen. Want anders zou je dat nu namelijk, in mijn optiek, ook gewoon meenemen. De voorzitter: Ik denk dat we verder kunnen. De heer Boersma: Voorzitter. De heer De Haan: Voorzitter, ik ben volgens mij duidelijk geweest. De heer Boersma: Misschien nog even een aanvulling erop, want ik ben het wel met mevrouw Stolk eens.
Want als je de teksten leest, dan heb ik daaruit opgemaakt dat er gewoon staat dat nieuw personeel akkoord moet gaan met een eventuele plaatsing op een school met een andere identiteit als dat rechtspositioneel noodzakelijk is. Dat staat erin en dat geeft de verwarring, denk ik. De heer De Haan: Bij rechtspositie, maar daarmee is niet gezegd … Je hebt sowieso rechtspositionele kwesties en je hebt identiteitskwesties. Het gaat hier over die identiteitskwestie. Kijk, als een school terugloopt in leerlingenaantal, zal je iets met personeel moeten op die school. Je kan niet zeggen, iedereen mag blijven. Dat is nu al zo, dat blijft zo. Dan moet je oplossingen creëren. Overigens worden mijn oplossingsvarianten veel groter, maar dat hoeft u niet te geloven van mij. Die identiteitskwestie, daar wil ik weldegelijk heel serieus met al het personeel wat zich de komende jaren gaat aanmelden bij onze nieuwe stichting opnemen bij de aanstelling dat zij kiezen voor het werk op een openbare school, of kiezen voor het werk op een katholieke school en wensen dat dat zo blijft. Geen probleem. Dat het er niet staat, sluit het niet uit.
De voorzitter: Ik denk dat het voor nu wel even genoeg is, op dit punt. Dan gaan we naar de heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, dank u wel. Ik sluit me aan bij de woorden van de Tiebosch, dat in ieder geval een grote mate van betrokkenheid vanuit uw raad blijkt ook uit uw bijdrage. Ook complimenten en waardering voor degene die zich ook nog nader hebben laten informeren over hetgeen nu voorligt. Er zijn niet zo heel veel vragen direct aan mij gesteld, maar ik vind het wel prettig om nog op wat zaken te reflecteren en ook nog wat zaken toch ook te benoemen die mijn richting op zijn gegaan. Allereerst ben ik blij dat een groot deel van uw raad, het grootste deel van uw raad ziet welke rol u heeft en ook ziet wat de toegevoegde waarde kan zijn van deze fusie. Ik sluit me daarin aan bij de woorden die onder andere door mevrouw Koene zijn uitgesproken, ook de heer Boersma en ook anderen die volgens mij heel goed verwoorden van waarom deze beweging op zich een hele goede is. Als ik terugkijk naar een jaar of vijf geleden, toen viel mij op … Toen was ik net wethouder. Toen stond het onderwijs er niet zo heel erg goed voor. Met name SKOBA en OPOD zaten toen, de heer De Haan gaf het al aan, financieel niet goed. Rode cijfers. Problemen. Vooral interim-bestuurders. Niks ten nadele van interim.
De heer De Haan is interim, omdat de vorige bestuurder na een mooie periode een hele mooie nieuwe betrekking heeft gevonden. Dat is een hele gezonde interimmer. Maar toen waren er vooral interimmers, omdat er veel mis was gelopen. Dan wordt er ook vaak een beroep gedaan op interim-bestuurders. Als je dan kijkt wat er de afgelopen jaren is gebeurd, dan denk ik dat de weg echt omhoog is ingezet. De kwaliteit van de scholen is goed. Dat was in het verleden soms ook op onderdelen zorgelijk. De financiële situatie is ook goed. Dat is allemaal hand in hand met elkaar gegaan. Nu komt de volgende stap, om de samenwerking die ook is opgedaan binnen Arcade met name, is al genoemd, maar ook bijvoorbeeld via de zomerschool, de onderwijsinhoudelijke samenwerking, om die stap nu te zetten om OPOD en SKOBA bestuurlijk te laten fuseren. Waarmee de degelijkheid, de soliditeit ook naar de toekomst toe wordt geborgd. Ik ga voor de rest de argumenten van de heer De Haan niet herhalen. En ook de fusie-effectrapportage is er duidelijk over. Waar het gaat over een van die succesfactoren, dan gaat het ook over personeel. Ik heb in het verleden nooit aangegeven dat personeel geen issue is in deze stad. Sterker nog, in 2018 zijn we met een ambitieus programma gekomen, Passie voor onderwijs, om juist dat personeelstekort dat zich zou kunnen gaan aandienen te lijf te gaan voordat het te laat is.
Volgende maand komen ook de schoolbesturen bijeen om hierover te praten. Eén punt op de vergadering bij de schoolbesturen, jongens, hoe gaan we om met toch wel de schaarste aan leraren? Het is hier minder erg dan in de grote steden, de echt grote steden, de G4. Daar worden op dit moment al klassen nar huis gestuurd. Dat is in onze stad gelukkig nog niet aan de gang. Maar er is nu wel iets anders aan de gang, daarom geeft de heer De Haan ook aan van, ik heb wel zorgen over mijn formatie op mijn scholen. Je ziet dat dat Nationaal Programma Onderwijs heeft ook een bepaalde dynamiek veroorzaakt, ook waar het gaat over de flexibele schil van scholen, waar het gaat over het aanbod van leerkrachten. Dat is best wel zorgelijk. Er worden best wel veel leerkrachten weggetrokken bij bepaalde scholen. Je ziet dat op bepaalde andere scholen daardoor het nog moeizamer wordt. Dat is echt een neveneffect van het Nationaal Programma Onderwijs wat onvoldoende gezien is door het kabinet. Wat nu wel
betekent dat we met zijn allen … Dat het echt daarom ook heel goed is dat de schoolbesturen bij elkaar gaan zitten om hierover te praten. Dat vind ik ook een heel mooi teken, dat die samenwerking echt goed op gang is gekomen in deze stad. Want we komen echt uit een periode van concurrentie en versnippering. Dat durf ik echt zo te noemen. Vijf, zes jaar geleden was dat echt het geval. Veel stichtingen, veel onderling animositeit, zat soms op roulatie, zat soms op scholen, op de dynamiek tussen scholen. Dat is nu echt veel beter. Ik ben er heel erg voor dat we van concurrentie naar veel meer samenwerking gaan. Dat geldt trouwens ook voor bijvoorbeeld de zorg. Daar zou je ook veel meer van concurrentie naar samenwerking moeten gaan. Soms hoort daar ook schaalvergroting bij. Richting de heer Boersma zou ik ook willen zeggen, ik snap uw zorgen. Ik onderschrijf ze ook. Maar wat wel mooi is, dat zag ik eerder ook al bij H3O, dat relatief wat grotere scholenstichtingen kunnen het zich veroorloven om soms ook wat kleinere schooltjes overeind te houden, omdat ze onderdeel uitmaken van een groter geheel. Iets grootschaliger organiseren en daarmee kleinschaliger die kinderen recht kunnen doen, dat kan heel goed met elkaar samengaan. Ik ben me wel bewust van uw oproep om dat heel goed in de gaten te blijven houden. Dat zal ik ook zeker doen.
Dan nog het punt over de signalen die ik over moet brengen. Mevrouw Koene geeft ook aan van, beste wethouder, ga hier ook mee naar de schoolbesturen. Ik weet dat toen ik vijf jaar geleden met de voorganger van de heer De Haan … Nee, er zat toen een interimmer. Maar kort daarop kwam de heer Barendregt. De heer Jitze Ramakers is inmiddels ook vertrokken en met pensioen. Niks aan de hand mensen. Dat die tegen mij zeiden van, je bent wel een wat bemoeizuchtige wethouder. Maar je komt zelf niet uit het onderwijs, we kunnen het wel van je hebben. Dat is wel mooi. Dat laat namelijk zien dat onderwijs en onderwijsbestuurders, die laten zijn echt voorstaan op hun onafhankelijkheid. Er is vrijheid van onderwijs. Het is niet aan het gemeentebestuur om daar van alles van te vinden. Zeker niet waar het gaat over de onderwijsinhoud. Tegelijkertijd stonden zijn wel en staan ze in toenemende mate open voor maatschappelijke vraagstukken die wel nadrukkelijk een rol hebben binnen het onderwijs. Mevrouw Nijhof geeft een heel goed voorbeeld daarbij aan. Als ik kijk, ik heb even de laatste LEA, het overleg met de schoolbesturen, erbij gepakt. Wat breng ik dan daar aan de orde? Het gaat over schoolblauwe pleinen. Dat gaat over het jongerenwerk op school. Dat gaat over de menstruatiearmoede, hebben we even besproken, wat bij sommige scholen … Even een wit voetje halen bij mevrouw Stevens.
Het is echt waar. Die zaken bespreek je wel. Op onderwijsinhoud heb ik mij, namens u, vanuit de gemeente, iets meer ruimte gegeven in het gesprek, ook omdat wij, omdat u een fors bedrag beschikbaar heeft gesteld. De 27,4 zal mij nog wel een poosje blijven achtervolgen, door mevrouw Koene. Waar het gaat om toch ook die onderwijsinhoud een impuls te geven. Daar staan de scholen ook voor open. Want ze zien ook dat het partnerschap met de gemeente heel belangrijk is. Dan tot slot, voorzitter, dan sluit ik daar ook mee af, thuiszitters. Ik denk, we hebben een paar jaar terug een thuiszitterstop gehad, wat echt wel belangrijk was. Waarin we een aantal zaken hebben afgesproken, omdat we in Dordrecht te veel thuiszitters hebben. Vorig jaar heeft dat geen herhaling gekregen, om begrijpelijke omstandigheden. Ik zou er wel voor zijn als uw raad eens een avond belegt en dan gaan we daar gewoon de schoolbesturen voor uitnodigen, wellicht ook de Stichting Jeugdteams, om hier eens over door te praten. Want ik denk dat dat waardevol is. Ik denk dat dat ook wel past eigenlijk bij de
onderwijsvisie, waar het ook een belangrijke pijler in is. Volgens mij is het gewoon goed om daar nog eens met elkaar over door te praten. Ook wat wel helpt en wat misschien niet helpt en waarin we ook nog misschien vanuit de verbinding tussen jeugd en onderwijs dingen kunnen verbeteren. Ik zou, als ik u was, ook mijn collega Van der Linden daarbij uitnodigen. Die heeft daar vast ook wel oren naar. Nog een punt over de aangekondigde moties van de VSP. De voorzitter: Dit is al de derde tot slot, wethouder. De heer Heijkoop: Ik kan het ook hierbij houden. Dan komt de heer Tiebosch met hoe dat zit met die ambtelijke appreciatie op die moties, zoals we dat dan noemen. Ik denk dat dat op zich goed is. Dat kunnen we best doen, om van tevoren, als ze tijdig gedeeld worden, gewoon even feitelijk, dan ga ik mij er niet bestuurlijk over buigen, dat kan altijd in het debat gebeuren of in de raadsvergadering, maar gewoon even ambtelijk van, joh, wat betekent deze motie? Wat zijn de consequenties daarvan? Dat u dat ook kunt meenemen bij uw beraadslagingen in november. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Dank je wel. Wil je echt interrumperen op wat de heer Heijkoop heeft gezegd of … Mevrouw Stolk: Ja, ik heb nog twee vragen gesteld. Daar heb ik geen antwoord op gekregen. Ik wil ze nog wel heel kort even toelichten. De voorzitter: Heel kort dan. Mevrouw Stolk: Heel kort.
De voorzitter: Terwijl de rest vast nadenkt over wel die tweede termijn en wat verder. Mevrouw Stolk: Ik heb gevraagd om een reactie, met name in het kader van dat de gemeente Dordrecht op dit drie keer zoveel meer bijdraagt dan het openbaar onderwijs dan aan het bijzonder onderwijs, althans, volgens de cijfers is dat zo. Binnen die nieuwe structuur van het voortbestaan van het katholieke onderwijs is opgenomen, maar wijst erop dat het OPOD in Dordrecht op vrijwel alle fronten drie keer zo groot is. Waarom gaan we dan in voorgestelde statuten uit dat beide organisaties gelijkwaardig zijn? Daar zou ik nog graag een antwoord op willen hebben. De heer Heijkoop: Voorzitter, uw eerste vraag is een wat technische. Die heb ik ook een keer langs horen komen destijds toen OPOD financieel in de problemen zat. Dat heeft met een bepaalde verordening te maken. Maar daar wil ik u zorgvuldig in beantwoorden. Daar krijgt u via een technische reactie uitgebreid antwoord op. Het tweede, dat zou u eigenlijk aan de heer De Haan moeten vragen. Maar ik vind het heel gezond en ook vanuit kracht getuigen als je een samenwerking die je doorontwikkelt naar een fusie, dat je dat op basis van gelijkwaardigheid doet. Natuurlijk zijn die organisaties niet gelijk. OPOD is twee, tweeënhalf keer zo groot. Maar gelijkwaardigheid is een groot punt en
zeker in samenwerking. Want je wordt nooit groter door op een ander te gaan staan. Ik denk dat deze besturen elkaar op inhoud gevonden hebben. Dat daar op zich de omvang van de organisaties niet leidend in is. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Afsluitend. De heer Heijkoop stelt iets voor, met betrekking tot het organiseren van een avond. Ik hoop dat dat op ieders steun kan rekenen. Dat de griffie daarvoor dan ook gaat inventariseren. Want daar heb ik ook nog wel ideeën bij, wie we daar dan bij kunnen betrekken. Ik wil nog wel even, omdat de heer Heijkoop zegt van, die scholen, ik bedoel, ik krijg altijd te horen dat ik me er te veel mee bemoei. Prima, zou ik zeggen. Want de heer Heijkoop weet natuurlijk ook dat op het moment dat er een heleboel andere problematiek verholpen kan worden, dat is namelijk de … Als het op school niet goed gaat, dan gaat het automatisch op budget van de gemeente ergens terechtkomen. Of in de jeugdhulp of in weet ik veel wat. In die zin hebben de scholen zeker een verantwoordelijkheid daarin. De voorzitter: Laten we gelijk even de koe bij de horens vatten. Degene die het voorstel van wethouder Heijkoop steunen om zo’n avond over thuiszitters te organiseren, even handje opsteken. Voldoende steun. Kijk eens aan. Die is vast binnen. Gaan we door. Even kijken. Wie heeft er behoefte aan een tweede termijn? De heer Boersma in ieder geval.
Even kijken, de heer Boersma gaat u ook wat zeggen over het hoe nu verder of … De heer Boersma: Ja, als dat nodig is natuurlijk, altijd. De voorzitter: We gaan eerst gewoon naar de heer Boersma en daarna stel ik de vraag wel over nadere behandeling. De heer Boersma: Hoe nu verder? Volgens mij heeft de VSP drie moties aangekondigd. Dat voorkomt dat dit een hamerstuk wordt, toch? Dat is heel eenvoudig. Ik wilde nog even een afsluitende opmerking maken. Ik ben heel blij met de reactie van de wethouder, die verwijst naar onze onderwijsvisie, naar de relatie met jeugd. Ook de opmerking van mevrouw Koene, over problemen die op school ontstaan, of kinderen die problemen op school hebben, dat dat ook doorwerkt. Want wij zitten hier natuurlijk uitgebreid met elkaar te praten over bevoegdheden van de raad, over organisatie, over grote organisaties, over noem maar op. Heel erg organisatorisch en systematisch. We hebben het eigenlijk helemaal niet over het kind, waar het om gaat. Het kind wordt genoemd als zijnde een bron van inkomsten. Dat is natuurlijk ook zo. Want uiteindelijk draait het er natuurlijk om dat onze kinderen gewoon een veilige schoolomgeving hebben. Een schoolomgeving hebben waar ze geïnspireerd worden, waar ze uitgedaagd worden, waar ze zich kunnen ontwikkelen. Dan maakt het eigenlijk niet uit of dat openbaar onderwijs is, bijzonder onderwijs.
Islamitisch onderwijs is ook bijzonder onderwijs. Ik ga ze ook niet allemaal opnoemen. Ik dacht van, ik geef dat toch even mee, want uiteindelijk is dat de essentie waard om de raad, wij hier met elkaar, een organisatorische discussie moeten voeren, omdat dat onze rol is. Maar het gaat uiteindelijk om onze kinderen en om hoe onze kinderen groot worden en hun plek innemen in onze stad.
De voorzitter: Na deze prachtige woorden kom ik bij u terug om te vragen, hoe nu verder? Mevrouw Nijhoff, wilt u reageren op de heer Boersma? Mevrouw Nijhof: Ik wil nog even reageren op wat er gezegd is over thuiszitters en over die avond. Want wat ik nog in ieder geval mee zou willen geven, is dat het denk ik wel heel belangrijk is in dezen, om niet alleen met de raad en bestuurders te praten. Maar op zo’n avond zouden er ook echt ouders aanwezig moeten zijn die bekend zijn met deze problematiek, om ook toe te lichten van wat er helpend is en wat er mist. Want dat is heel belangrijk. Dat hebben we tot nu toe eigenlijk veel te weinig gedaan. Daarnaast is het natuurlijk zo, dat deel ik wel met mijnheer Boersma, dat we zitten hier vanavond ook nog voor de afbakening van de jeugdhulp. Dit is natuurlijk net een, laten we zeggen, schurende wet, die in principe eigenlijk ergens afgebakend zou moeten worden. Dit is een hele belangrijke avond, die er ook zou moeten komen om ook te kijken van waar de grenzen liggen in het, laten we zeggen, bekostigen van problematiek van thuiszitters vanuit het onderwijs en vanuit de jeugdhulp. De voorzitter: Heel goed. Dat is een goede aanvulling. We nemen het, denk ik, mee in de voorbereiding van deze bijeenkomst. Mevrouw Stolk is nog voornemens om de moties te gaan opstellen? Mevrouw Stolk: Ja, ik heb ze aangekondigd.
Ik heb natuurlijk ook goed naar deze commissie geluisterd. Misschien dat er ook wel wat bijgestuurd … Of misschien is het er één of worden het er twee, maar vooralsnog hebben we er drie aangekondigd. Dat kan nog even veranderen, maar ik ga zeker op het aanbod van de heer Tiebosch in, dat dat zeker ruim van tevoren bij u is. Dat ook de ambtenarij er nog naar kan kijken. Ik wil ook nog even de heer Boersma complimenteren, want het gaat om goed onderwijs voor alle kinderen in Dordrecht. Ik denk dat daarom deze commissie ook gewoon heel erg betrokken is bij onderwijs. De voorzitter: Dan ga ik even kijken of dat we tot een behandelvoorstel kunnen komen. Met de aankondiging van de moties door de VSP, dan wordt het een bespreekstuk in de raad van november. Dan stel ik voor de politieke bespreking te beperken tot de strekking van de moties die dan worden voorgelegd. Daarbij de notitie dat deze moties van tevoren worden getoetst door het ambtelijk apparaat op de bevoegdheden die wij als raad hebben of niet hebben. Dat dat er vast bij zit. Dan stel ik voor een bespreektijd van 2 minuten voor de raad te hanteren. Dan wordt dat hem. Zullen wij nu even een korte onderbreking van 5 minuten doen, zodat we snel verder kunnen naar ons volgende agendapunt? Tot over 5 minuten. Schorsing 7.
Beantwoording door het College van artikel-39-vragen RvO fractie PvdA over Opvang Afghaanse vluchtelingen - Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: We hervatten de bespreking met agendapunt 7 en 8. Agendapunt 7 gaat over de beantwoording door het College van artikel-39-vragen van de fractie PvdA over Opvang Afghaanse vluchtelingen.
8. Brief aan gemeenteraad oproep voor opvang asielzoekers en huisvesting statushouders De voorzitter: Nummer 8 is de brief aan de gemeenteraad met de oproep voor opvang asielzoekers en huisvesting statushouders. Deze punten worden gezamenlijk behandeld. Op 14 september heeft de commissie besloten beantwoording van de artikel-39-vragen op initiatief van het PvdA over de opvang van Afghaanse vluchtelingen ter bespreking te agenderen met de volgende politieke vraag. Waarom reageert het college zo weinig proactief op maatschappelijke vraagstukken wanneer het mensen in beknelde situaties betreft, dan vluchtelingen en statushouders in het bijzonder. Deze vraag is destijds gesteund door het CDA, GroenLinks, fractie Nijhof, D66, VVD en de ChristenUnie/SGP. De e-mail van VluchtelingenWerk Nederland wordt bij deze bespreking betrokken. Ook de ongedateerde brief van demissionair minister van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan college van B&W is op verzoek van de commissie toegevoegd. Het college is gevraagd eventuele beantwoording ook te verspreiden onder de Commissie Sociale Leefomgeving. Hiervan heeft de commissie nog geen reactie ontvangen. Namens VluchtelingenWerk Nederland komt mevrouw Van Lith bij ons inspreken vanavond. Welkom. Graag geef ik u eerst 5 minuten het woord, waarna de commissie aan u vragen kan stellen.
Daarna beginnen wij met de politieke bespreking. Het woord is aan u. Mevrouw Van Lith: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat ik hier kan zijn namens VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland. Er is echt een dringende oproep aan alle gemeentes in Nederland, ik wil me hier richten aan u in Dordrecht, voor de opvang van asielzoekers en huisvesting van statushouders. Het is ook veel in het nieuws. U heeft het vast ook wel gezien. Er zijn op dit moment … Ter Apel zit vol. Mensen en kinderen, gezinnen moeten daar op veldbedden zitten, hebben geen slaapplek. Dat komt met name doordat de opvangplekken in de rest van het land gewoon volledig vol zitten. Er is ook van ons uit als VluchtelingenWerk een sterk pleidooi om structureel ook echt meer opvang te geven als AZC’s. Dan met name in deze provincie, Zuid-Holland. Misschien is dat goed om dat even te belichten, want dat staat natuurlijk niet in de oproep van het ministerie. Maar op dit moment blijft Zuid-Holland als provincie ver achter in de opvang van asielzoekers. We hebben op dit moment … Of in de zomer is het grote AZC gesloten in Rotterdam, Beverwaard. Rijswijk was op de benoeming om te sluiten. Gelukkig heeft de gemeente Rijswijk het besluit genomen om het AZC voor een half jaar te verlengen. Dat betekent dat er toch ongeveer zo’n 500 plekken aanwezig zijn in het land, maar dat is nog maar een enorm klein aandeel van wat er nodig is.
Ons pleidooi is echt van, goh, kan de gemeente Dordrecht structureel een oplossing ook geven voor opvangplekken voor asielzoekers? Een alternatief op een AZC. Of zorgdragen dat de doorstroom, de uitstroom van statushouders die hier in de gemeente Dordrecht ook gevestigd worden, of er meer plekken komen? Dat is waarom ik hier zit. Ik wil ook graag vragen beantwoorden, als die er zijn. Ik wil eigenlijk mijn pleidooi afsluiten met wat andere woorden. Een gedicht die gemaakt is door een bewoonster van Dordrecht, die bij ons … Rina Griffioen. Zij was bij ons degene die VluchtelingenWerk in Dordrecht echt heeft opgericht. Ze heeft een heel mooi gedicht gemaakt. “Ik hoop dat je nooit hoeft te vluchten, voor regimes die misdadig zijn. Ik hoop dat je nooit hoeft te schreeuwen, van
angst of van honger of pijn. Ik hoop dat je nooit hoeft te kijken, als je dochter brutaal wordt verkracht. Ik hoop dat je nooit hoeft te zwijgen, omdat je eens zei wat je dacht. Ik hoop dat je nooit wordt getreiterd, omdat jij iets anders gelooft. Ik hoop dat je nooit hoeft te huilen, als alles is weg geroofd. Ik hoop dat je nooit hoeft te zien, dat het land voor je ogen verbrandt. Ik hoop dat je nooit hoeft te smeken, om asiel in een veilig land. Maar stel dat het ooit zou gebeuren, dan hoop ik voor jou en voor mij op een land dat ons zal omarmen en zegt, kom maar hier. Je bent vrij.” De voorzitter: Dank je wel. Het is gewoon een beetje raar om dan verder te moeten. Dank je wel. Heeft iemand in de commissie vragen aan mevrouw Van Lith? Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel. Prachtig mooi gedicht. Ik heb een vraag. Dat betreft dan niet zozeer over Dordrecht, maar het is mij wat onduidelijk of het asielzoekerscentrum in ‘s-Gravendeel nu wel of niet geopend is. Mevrouw Van Lith: Gelukkig hebben we in de loop van twee weken nu ook positieve berichten. Dat er opvang is gecreëerd. In ‘s-Gravendeel gaat hij open. Ik zit even naar mijn collega te kijken. Is al open? De heer …: Nee, gaat open. Mevrouw Van Lith: Die gaat open. Dat is voor een half jaar. Maar dat is wel een noodopvang. Mevrouw Stevens: Dat begrijp ik. Voor een half jaar.
Hoeveel mensen kunnen daar ongeveer naartoe? Mevrouw Van Lith: 300 mensen. De heer Heijkoop: 375. Mevrouw Van Lith: 375. Kijk, de wethouder die weet de cijfers beter. Mevrouw Stevens: Dank u wel. De heer Heijkoop: Kan ik gelijk even checken. Mevrouw Van Lith: Er is ook een noodopvang in Gorinchem. Die is afgelopen vrijdag geopend. Daar zitten 300 bedden. Die is voor een maand. Dat is wat nu in deze omgeving is aangeboden. Wat natuurlijk heel goed is. Daar zijn we ook hartstikke blij om. Het is alleen natuurlijk wel zo, een maand is echt noodopvang. Mijn collega, die zit op deze noodopvang. Vrijdag zijn er mensen ontvangen. Er zitten ook gezinnen bij. Veel kinderen. Het is enorm. Echt ook heel veel complimenten aan het COA. Die hebben het hele weekend hard gewerkt. Het is een hele mooie opvang, maar het is wel heel tijdelijk. Vooral als daar kinderen zitten, is het niet de opvang die je wilt hebben. Je wilt liever een langdurigere opvang.
De voorzitter: De heer Bosman. De heer Bosman: Voorzitter, dank u wel. Mevrouw Van Lith, bedankt voor het inspreken. Er worden al even twee cijfers genoemd. Ik hoop dat u antwoord kan geven op de vragen. U vraagt eigenlijk concreet aan de gemeente Dordrecht structurele opvang dan wel plekken. Ik vertaal dat als woningen, eigenlijk voor statushouders. Kunt u voor mij misschien een indicatie geven wat u vindt dat een gemeente als Dordrecht qua aantallen daaraan zou moeten voldoen? Wat u daarvan vindt. Mevrouw Van Lith: U vraagt wat ik daarvan vind? Wat wij daarvan vinden als VluchtelingenWerk. Er is een oproep op huisvesting. Dat klopt. Die ligt natuurlijk heel gevoelig, want er zijn ook andere spoedzoekers die zoeken naar huisvesting. Nou is het wel zo, dat op dit moment de gemeente Dordrecht echt een achterstand heeft van ongeveer een derde van de taakstelling. Die is fiks. Ik weet wel dat er ook al zeven plekken worden aangeboden. Dat is heel mooi, want alle beetjes helpen. Maar mijn oproep is ook zeker naar plekken, een AZC. Als ik bijvoorbeeld zie, in Zeeland gaan ze nu een studio inrichten als noodopvang voor 150 bedden. Dat is voor een half jaar.
Er worden allerlei alternatieven in verschillende gemeentes aangeboden om de opvang van asielzoekers, dat zijn mensen die nog geen status hebben, maar wachten totdat ze wel of niet een status krijgen, maar verblijven in een asielzoekerscentrum. Dat is iets anders als structurele woning. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Mevrouw heeft eigenlijk de vraag net wel beantwoord. Want mijn vraag ging over, kunt u duiden wat het verschil is tussen een statushouder en een asielzoeker. Dat heeft u geduid, denk ik. Want wat is de taakstelling voor dit jaar? Weet u dat, of niet? Of is dat een vraag aan de wethouder, denk ik? De voorzitter: Ik denk dat dat een vraag is aan het college. Mevrouw Nijhof: Want volgens mij is het zo dat wij hebben een taakstelling. Als wij een achterstand hebben, hebben we volgend jaar ook een extra probleem, als het gaat om de taakstelling die er dan is. Volgens mij is het zelfs zo dat we beboet worden, of in ieder geval bestraft worden, als gemeente, als we die huisvesting niet geregeld hebben. Dat is natuurlijk … Het is denk ik zo dat die groep nu op dit moment AZC-plekken bezet houdt, terwijl ze eigenlijk gehuisvest hadden moeten worden, zodat ze plaats zouden kunnen maken voor asielzoekers. Heb ik dat goed? Mevrouw Van Lith: Ja. De voorzitter: Zijn er verder nog vragen aan mevrouw Van Lith? Nee.
Dan wil ik u bedanken voor uw inspraak en gaan wij verder met de politieke bespreking. Ik stel voor dat wij starten bij de fractie van de PvdA, die is begonnen met het stellen van de vragen. Daarna ga ik af wie behoefte heeft aan een woordvoering in eerste termijn. Het woord is aan mevrouw Stevens.
Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat net ook wel het verschil is uitgelegd tussen vluchtelingen en statushouders. Ik zie gewoon vaak in de beantwoording dat die twee groepen nog weleens door elkaar gehaald worden. Statushouders hebben zeker recht voor vijf jaar om in Nederland te verblijven. Hebben op deze manier ook recht op huisvesting. Daar kan je allerlei alternatieve vormen ook voor bedenken, maar dat hoeft niet per definitie te betekenen dat ze allemaal een huis krijgen. Als dat zou kunnen, prima. Maar dat er ook allerlei alternatieve vormen zijn. Ik vind het ook jammer om te horen dat de gemeente Dordrecht daarin achterblijft. Deze mensen hebben heel veel meegemaakt. Dat hoef ik niemand te vertellen. Daarbij worden gemeenten ook hiervoor een deel voor gecompenseerd door het Rijk. Op het moment dat we niet aan onze taakstelling voldoen, dat betekent ook dat we geld moeten gaan betalen. Vluchtelingen, dan met name de Afghaanse vluchtelingen, hebben in hun eigen land ook voor Nederland allerlei zaken en diensten gedraaid. Denk maar aan de tolken, zoals het in het nieuws is gekomen. Ik denk dan ook dat het onze plicht is, de plicht om voor deze groep veiligheid te bieden, ook in Dordrecht. Want in eigen land kunnen ze niet blijven. Den Haag roept niet voor niks op aan gemeenten om vluchtelingen op te nemen.
Dan zegt u in de brief, zoals de beantwoording was.in eerste instantie werd er genoemd, dat wij op Den Haag wachtten. Mensen, als wij geld kunnen halen in Den Haag, dan zijn we er ook als de kippen bij. Als Den Haag een beroep op ons wil doen, denk ik van, dan kunnen we daar ook gehoor aan geven. Ze geven hier zelfs geldelijke compensaties voor. Los hiervan vindt de PvdA het niet meer dan menselijk, zeker voor deze groep, om hier een onderkomen voor te vinden. Een sporthal of andere gebouwen, waar deze mensen tijdelijk kunnen verblijven. Het is aan de IND om te kijken of deze mensen in Nederland kunnen blijven. Niet aan ons. Dan is het heel makkelijk om te roepen, we willen ze niet, want we hebben hier al een tekort aan woningen. Op deze manier kan je roepen als je zelf nooit in zo’n situatie hebt gezeten. Daar spreekt het gedicht al genoeg voor. De heer Van der Net: Voorzitter, een interruptie. De voorzitter: Interruptie van de heer Van der Net. De heer Van der Net: Het is toch een feit dat we gewoon niet genoeg woningen hebben al voor onze eigen mensen, mevrouw Stevens? Mevrouw Stevens: Mijnheer Van der Net, ik heb u ook hierop kunnen volgen, op social media. In de vorige commissie heeft u geprobeerd een charmeoffensief bij mevrouw Kruger te krijgen. Ik ga dat bij u niet proberen. De heer Van der Net: Dat hoeft niet.
Mevrouw Stevens: Wij hebben zeker een tekort hier ook aan woningen. Daarom benoemde ik ook al dat er ook alternatieve vormen van wonen zijn. Er zijn bijvoorbeeld mensen die met gezinshereniging of wat dan ook, die kun je ook bij elkaar in een huis plaatsen. Er zijn allerlei mogelijkheden om ervoor te bedenken. Maar je zou wel als gemeente Dordrecht ervoor open moeten staan voor deze groep mensen. Voor deze mensen die hier naartoe gevlucht zijn.
De heer Van der Net: De conclusie is dat die mensen voor gaan voor mensen die hier in Dordrecht ook op zoek zijn naar een woning. Mevrouw Stevens: U vergelijkt appels met peren, mijnheer Van der Net. De voorzitter: Even via de voorzitter alstublieft, anders wordt het een rommel. Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Excuus, u heeft gelijk. De voorzitter: U was met een woordvoering bezig. Was u klaar? Mevrouw Stevens: Ik laat het even hierbij. De heer Van Leeuwen: Ik heb even een interruptie, voor mevrouw Stevens, als dat mag, voorzitter. De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Het fascineert me namelijk een beetje. We hebben in 2019, hij echoot een beetje, een discussie gehad over de verplichte opvang van statushouders. Daar heb ik het nu even over in deze vraag. Wij willen als PVV ze buiten de sociale woningbouw houden, maar we hebben gezegd, we moeten ze verplicht opvangen. We hebben toen het voorstel gedaan om ze op te vangen in bijvoorbeeld opgeknapte kantoorpanden of in containerwoningen. Toen wuifde de Partij van de Arbeid dat voorstel weg. Ik hoor u nu, tot mijn verrassing, zeggen, dat er ook alternatieve mogelijkheden zijn. Hoe moet ik dat zien, dat toen niet en nu wel? Mevrouw Stevens: Wat ik bedoel met alternatieve vormen, is dat op het moment dat je het verschil maakt tussen de statushouders en daar kom ik weer, die hebben gewoon recht op die woning.
Op het moment dat je kijkt naar vluchtelingen, dan zou je wel kunnen kijken dat je leegstaande panden facilitair natuurlijk moet in kunnen richten, om die te kunnen gebruiken om die groep vluchtelingen op te kunnen vangen. De heer Van Leeuwen: Sorry, even kort samenvattend. U bent wel voor alternatieve opvangvormen voor asielzoekers, maar niet voor statushouders? Even kort samenvattend. Mevrouw Stevens: Met alternatieve vorm voor de statushouder, bedoel ik dat je ook kan zeggen dat mensen die zitten te wachten op gezinshereniging, dat je die bijvoorbeeld tijdelijk in een woning kan plaatsen met meerderen bij elkaar. Dat bedoel ik met tijdelijke voorziening. Bij vluchtelingen heb ik net al het antwoord gegeven. De heer Van Leeuwen: Dan toch nog even mijn … De voorzitter: De heer Van Leeuwen.
De heer Van Leeuwen: Toch nog even, voorzitter, mijn laatste vraag over dit punt. Als ik het zo voorlees. Statushouders opvangen. Toen voorgesteld in bijvoorbeeld opgeknapte kantoorpanden, of in containerwoningen. Hoe zou u er nu tegenover staan, voor die groep? Mevrouw Stevens: Sorry voorzitter, ik heb het begin even gemist. Bedoelt u nu de statushouders of de … De heer Van Leeuwen: Nee, het gaat me even in dit specifieke geval over de statushouders. Daar gaat mijn vraag over. U heeft toen het voorstel gedaan om ze op te vangen in bijvoorbeeld opgeknapte kantoorpanden, of in containerwoningen. Hoe staat de Partij van de Arbeid er nu tegenover, in 2021? Mevrouw Stevens: Ik denk dat wij nog daar hetzelfde standpunt innemen, want op het moment dat je statushouders in containerwoningen of in andere gelegenheden, deze mensen verblijven langer dan een vluchteling. Een vluchteling moet wachten op de IND om te kijken naar de status. Op het moment dat je een statushouder bent, vind ik gewoon dat je een woning toegewezen kan krijgen. Maar wel met die voorwaarden die ik net benoemde. De heer Van Leeuwen: Dan heb ik toch nog even een laatste vraag, in het verlengde met … De voorzitter: De heer Van Leeuwen. Dit is wel de laatste keer. De heer Van Leeuwen: Sorry. Heel goed. Voorlopig dan tenminste.
Laat ik het zo zeggen, de Partij van de Arbeid heeft vooral de eerste jaren van deze raadsperiode niet gepleit voor een vergroting van het aantal sociale huurwoningen. Dat vind ik een beetje in contradictie komen met hetgeen u nu voorstelt. Hoe gaat u dat verklaren? Mevrouw Stevens: Mijnheer Van Leeuwen. Heel duidelijk om aan te geven van, als we het hebben over sociale woningbouw, is dat een heel ander onderwerp. Ik ga ook niet zeggen dat statushouders alleen maar in sociale woningbouw moeten. Dat is gewoon iets heel anders. Nogmaals, ik wil die discussie best nog wel een keer voeren over de sociale woningbouw en hoe de Partij van de Arbeid daarin staat, maar vind ik niet in deze discussie thuishoren. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Dank, voorzitter. Ik denk, ik wilde graag ook even interrumperen, dat het goed is om het concreet te maken. U zegt van, ik zou wel een noodopvang willen openen eventueel, hoor ik u eigenlijk zeggen. Ik ben wel benieuwd op welke plekken in Dordrecht u dan aan denkt. Mevrouw Stevens: Sorry. Ik zit te denken dat bijvoorbeeld er genoeg plekken nog open zijn. Ik ga dat niet hier allemaal zelf verzinnen, maar ik weet gewoon dat er bij De Hoop
nog een aantal huisvestingsmogelijkheden zijn waar deze mensen opgevangen kunnen worden. De heer Van Dam-Timmers: Ik weet dat allemaal niet, maar ik ben wel benieuwd. De voorzitter: Wie wil er aan woordvoering doen? De heer Van der Net. De heer Van der Net: Even een tegengesteld geluid, voorzitter. Wat betreft de mensen die hier asiel vragen, wij steunen daar het college gewoon volledig in, dat wij binnen het Dordtse daar gewoon geen mogelijkheden voor hebben. Daarnaast ontbreekt het ook de politieke wil bij de Dordtse VVD om dat te doen. Wat dat betreft … Mevrouw Stevens: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Vraag aan de heer Van der Net. Waar haalt u dat vandaan, dat het Dordtse college dat niet wil doen? De heer Van der Net: Dat staat in de beantwoording van de brief. Dat er geen mogelijkheden zijn om op die manier inderdaad mensen op te vangen. U ontkent dat. Ik bedoel van, ik kan dat stuk nog wel een keer voorlezen, maar … De heer Burakçin: Voorzitter. De voorzitter: Even wachten hoor. Een tegelijk. Er is wat verwarring over wat er wel of niet in de brief staat. De heer Van der Net heeft zijn lezing daarvan gegeven. Ik denk dat jullie in jullie eigen woordvoering daar dan op kunnen zeggen wat je daar zelf van vindt. De heer Van der Net mag weer verder met zijn woordvoering. De heer Van der Net: Ik pak hem er gelijk bij.
Goed van, er staat inderdaad dat het Rijk heeft … Een inventarisatie heeft plaatsgevonden met betrekking tot locaties. Er staat, in Dordrecht hebben we dergelijke locaties niet. Punt. Dat staat gewoon in het antwoord van het college. De heer Burakçin: Voorzitter. De voorzitter: Interruptie van de heer Burakçin. De heer Burakçin: Voorzitter, daar wil ik toch wel even op inhaken. Want eigenlijk leest de VVD net zoals het college hierin eigenlijk op hun eigen manier. Want volgens mij staat er ook heel duidelijk in de brief, dat er bijvoorbeeld ook gekeken moet worden naar onorthodoxe maatregelen. Dat moet allemaal bespreekbaar zijn. Volgens mij gaat de VVD nu enkel spreken over statushouders, maar volgens mij hebben we het hier ook over vluchtelingen. Onorthodoxe maatregelen zijn ook bijvoorbeeld plekken, zoals hotels, vakantieparken, noem maar op, containerwoningen. De heer Van der Net: Voorzitter.
De voorzitter: Heel even wachten, de heer Van der Net, want ik laat liever even uitspreken en dan kan u daar weer op reageren, want … De heer Van der Net: Maar er is een verwarring, voorzitter. De voorzitter: Heel even wachten, want dan kan eerst … De heer Van der Net: Als ik die verwarring kan verbeteren, dan is het misschien handiger voor de discussie, graag, voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Net. Heel even uit laten spreken van de heer Burakçin. De heer Van der Net: U wilt geen verbetering daarin. Wacht ik het eventjes af. De voorzitter: Hij zat midden in een zin. Hij ging nog iets meer zeggen, waarop u dan weer kunt reageren wat hij daar dan wellicht verkeerd aan heeft begrepen. Want het is anders voor de mensen thuis ook echt niet te volgen. De heer Burakçin, wilt u uw punt even afmaken? De heer Burakçin: Nee, voorzitter, volgens mij was ik gewoon heel duidelijk. Er staat volgens mij veel meer in de brieven dan zoals de VVD dat schetst. Er moet veel breder gekeken worden naar huisvesting van statushouders, maar ook vluchtelingen. Dat kan op vele andere manieren. Niet alleen maar over die grondontwikkeling, wat inderdaad in Dordrecht niet zou zijn. De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Vanwaar akte eventjes. Ik begon mijn betoog, dat ik in eerste instantie het heb over de brief en over mensen die asiel zoeken.
Laten we eens een keer even die discussie zuiver houden en niet alles door elkaar gaan lopen halen. Er staat duidelijk in die brief, dat we dergelijke locaties, wat het Rijk gevraagd heeft, niet hebben in Dordrecht. Punt. Dat lijkt mij ook duidelijk. Dan nogmaals, dat bij de Dordtse VVD de politieke wil ook ontbreekt om op die manier ons ook daarvoor in te zetten. Gewoon een duidelijk standpunt. Indien het Rijk in haar huidige inventarisatie desondanks alsnog mogelijkheden, andere geschikte locaties heeft op Dordts grondgebied, zijn wij bereid onze verantwoordelijkheid te nemen, als dat wordt gevraagd. Prima, dan is in ieder geval het politieke standpunt van de Dordtse VVD op dat punt duidelijk. Dat wij op dat punt niet die verantwoordelijkheid willen nemen, omdat wij gewoon vinden dat op dit moment de kraan weer open wordt gezet. Dat we gewoon te maken hebben weer met een overstroming uiteindelijk van mensen die hier asiel zoeken. Dat daar geen beheersing op zit. Dat er gewoon een ernstig gevaar is dat mensen constant denken van, er komen maar mensen binnen en die moeten dan weer een woning hebben en dan komen wij weer achteraan. Dat is een punt wat politiek heel erg van belang is. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ik heb de indruk dat mijnheer Van der Net het steeds heeft over de vluchtelingen, die nog geen status hebben. Klopt dat? Ja.
Want laten we zeggen, wat er
gevraagd wordt en wat ook de oproep is van VluchtelingenWerk, gaat ook over de statushouders. Want wilt u daar dan eens op reageren van wat u daarmee wilt? De heer Van der Net: Jazeker, dat … Mevrouw Nijhof: Want dat zijn mensen, die hebben een status. Dat zijn eigenlijk inwoners van Nederland. Die mogen hier wonen. Die zijn beoordeeld door de IND. Die zitten op dit moment, laten we zeggen, vast in de AZC’s. Wij zijn daar als Dordrecht, laten we zeggen, met het huisvesten van deze statushouders, zo meteen horen we ook over hoeveel dat gaat, het is nu bijna november, ontzettend achter. Dat betekent dat we uiteindelijk volgend jaar, want we krijgen dat deel natuurlijk nooit meer gehuisvest, met een enorm probleem zitten. De heer Van der Net: Ik ken het dossier, mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Maar hoe gaat u dat oplossen? De heer Van der Net: Wij vinden, als Dordtse VVD, dat het Rijk ons hier in Dordrecht een probleem geeft, waar wij op dit moment eigenlijk ook geen oplossing voor hebben, omdat we gewoon veel en veel te weinig woningen hebben voor statushouders. Mevrouw Stevens: Voorzitter. De heer Van der Net: Mag ik even mijn betoog afmaken? Wethouder Stam heeft het … De voorzitter: Er zijn diverse interrupties. Ik denk dat we even een aantal interrupties doen. Dat u daarna dan probeert dat gezamenlijk te beantwoorden, om te voorkomen dat het hakken blijft.
In eerste instantie, ik dacht, mevrouw Stevens wilde nog wat zeggen? Dan doen we die eerst en dan daarna de heer Schalken. Dan kijken of we op die manier wat rust in het debat kunnen brengen. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Van der Net. Uw standpunt is wel heel erg duidelijk. Ik denk dat u daar niet in over te halen valt. Ik wil daarbij wel de opmerking maken dat ik het toch wel heel jammer vind dat u het over een groep mensen heeft waarvan ik denk van, zeker over de vluchtelingen, die gaan niet voor niks uit eigen land. Met betrekking tot de statushouders, dan denk ik van, dan kunt u zeggen, wij hebben hier al te weinig woningen en … We hebben daar gewoon een verplichting aan. Net zo goed als dat we een verplichting hebben aan andere mensen die hier in Dordrecht wonen, om op een gegeven moment niet mensen dakloos te laten zijn. Hoe kijkt u ertegenaan, dan heb ik het toch over de statushouders, wat ik net benoemde, de alternatieve vormen, wanneer het gaat bijvoorbeeld over gezinshereniging? De heer Van der Net: Voorzitter, mag ik daar direct op ingaan? De voorzitter: Dat ligt er een beetje aan, want er hebben diverse mensen op de bel gedrukt. Ik dacht, als we eerst ook mijnheer Schalken aan het woord laten, kunt u daarna een gezamenlijke reactie geven.
De heer Van der Net: Als dat op hetzelfde onderwerp is. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, de vraag sluit aan op de vraag van mevrouw Stevens, want het is ook de landelijke VVD die aangeeft dat die mensen hier gewoon gehuisvest moeten worden. Eigenlijk heeft u van uw eigen partijgenoten ook die opdracht gekregen. Dat is nog los van het feit dat wij ook vanuit Beter voor Dordt vinden dat als we die opdracht hebben, dat we die gewoon moeten uitvoeren. De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Dat is een zwak betoog van een lokale partij natuurlijk. Het is heel simpel van, wij zijn de Dordtse VVD, wij zitten hier als volksvertegenwoordigers voor de Dordtse bevolking. Op dit moment ben ik daarmee bezig. Dat men daar landelijk wat anders over denkt, is ook niet helemaal waar. Want wij zitten nu … Op dit moment zijn wij aan het onderhandelen over een nieuwe regering. Wij hebben als VVD echt wel aangegeven dat het voor ons zo langzamerhand klaar is. Dat opvang in de regio moet komen. Dat we moeten beheersen de stroom die naar ons toekomt. Bijvoorbeeld, in Canada daar hebben we gewoon een quota. Daar zeggen ze gewoon van, we kunnen per jaar zoveel mensen opvangen. That’s it. Met andere woorden van, dat is dan eventjes het antwoord. Ik wil richting mevrouw Stevens wel eventjes de keuze stellen. Het klopt, we hebben te weinig woningen.
Bijvoorbeeld, er komt iemand uit de GGZ, die zoekt een woning. We hebben iemand, die is dakloos. Die zit bij het Leger des Heils en die zoekt een woning. We hebben een statushouder. Wie gaat er dan voor? De voorzitter: Voorzitter. Of, dat ben ik zelf. Ik raak helemaal in de war. De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Dank, voorzitter. Het doet mij ontzettend deugd om vanavond te zien dat de heer Van der Net omziet naar de mensen uit de GGZ, andere Dordtenaren die een woning zoeken. Ik vind het fijn dat u zich wilt inzetten om ook voor die mensen meer sociale huurwoningen te genereren. Dat wil ik toch even gezegd hebben vanavond. De heer Van der Net: Dan misschien ook richting het CDA dan van, welke keuze maakt u? Want die keuze hebben we. We hebben te maken met een schaarste. Daar moeten keuzes in worden gemaakt. We worden vanuit het Rijk gedwongen om statushouders hier op te vangen, omdat we dan anders boetes gaan krijgen. Schandalig natuurlijk ook, vind ik, wat dat betreft. Maar nogmaals, er is een schaarste. Wie gaat er nu voor? We hebben nog één woning vrij. GGZ, dakloze of een statushouder? Dat zijn de keuzes die we moeten maken, mijnheer Van Dam-Timmers. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Dank, voorzitter. Ik wil daar toch even op reageren. Ik merk dat u heel erg vanuit een armoedebrein denkt.
Misschien kent u het armoedebrein wel. Dat is een heel interessante gedachte. Dan ga je ervan uit dat er een soort laatste woning is. Dat dat dan de cruciale keuze is die dan gemaakt wordt. Kijk, ik ben het met
u eens dat je niet ongebreideld veel mensen kunt opvangen. Dat is natuurlijk waar. De andere kant is natuurlijk dat je ook kan zorgen dat aan de aanbodkant er wat toeneemt, zodat je meer Dordtenaren huisvest. Laten we even een gedachtenexperimentje doen met een aantal aantallen. Dat helpt altijd. Want als we het allemaal abstract maken, dan lukt het allemaal niet vandaag. Je moet het gaan hebben over normale aantallen. Als we het hebben over Dordrecht, je zou denken van, we zouden misschien 100 mensen kunnen helpen. We moeten wat doen. De Rijksoverheid, ook uw VVD, vraagt ons, doe iets. Dan denk ik, goed, op zich heb ik liever geen oorlog in de wereld, liever geen vluchtelingen, maar ze zijn er. Dat is hartstikke rot. Daar moeten we wat mee. Die mensen wil je dan op een redelijk fatsoenlijke manier kunnen helpen. Dat willen we dan … In Dordrecht moeten we een kleine bijdrage leveren. Die is niet enorm per se. Als we dan 100 mensen zouden huisvesten in onze sociale voorraad. Tegelijkertijd gaan we ook 200 of 300 extra tijdelijke huurwoningen neerzetten. Die zetten we versneld neer, in de Spoorzone bijvoorbeeld. We doen, met het geld wat we ook krijgen, we zetten daar ook nog extra fondsen in, gelijk een enorme impuls, waardoor we een stuk meer tijdelijke huurwoningen creëren en een beetje van het probleem oplossen. Waardoor de Dordtenaar profiteert.
300 extra woningen voor Dordtenaren. Tegelijkertijd 100 statushouders opvangen. Wethouder Stam kan wat mij betreft aan de slag. Die had er nog niet zo’n zin in op de radio laatst. Maar het lijkt me goed als hij eens aan de slag gaat om zulke plannetjes eens ten uitvoer te brengen. Dat mag ook gewoon zonder dat wij de opdracht geven. Hij mag dat ook zelf verkennen, uit zichzelf. Zou ik mooi vinden. De heer Van der Net: Voorzitter, ik heb geen problemen met flexibele woningen, wat dat betreft. Containerwoningen, heb ik in Leiden gezien, dat zijn keurige woningen. Die kunnen, wat dat betreft, als we dan toch inderdaad gedwongen worden daar vanuit Den Haag om mensen op te vangen, daar gewoon keurig ook worden opgevangen. Ook de mensen uit de GGZ of ex-daklozen. Maar dan blijven we toch nog altijd zitten met een probleem in onze eigen woningvoorraad. Dan is nog steeds de vraag van, wie krijgt die sociale woning die dan vrijkomt? Op dit moment is er ook geen politieke wil binnen de raad om die voorrangsregeling af te schaffen. Ook niet bij het CDA. Dat vinden wij gewoon niet eerlijk. Wij vinden gewoon dat niet de statushouders die wij vanuit Den Haag opgedrongen krijgen, dat die inderdaad verplicht voorrang krijgen boven een Dordtenaar die ook al heel lang op zoek is naar een sociale woning. Heel simpel. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers, laatste keer, want er zijn er nog meer.
De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, tot slot. Dan roep ik toch de heer Van der Net op om dan … Kijk, wij maken in het college goede plannetjes om meer sociale huurwoningen te realiseren. Staan er nog 1.600 op de rol die nog gerealiseerd moeten worden. Misschien moeten we dan proberen toch nog net wat harder eraan te trekken dat die sneller gerealiseerd worden. Als je de taart groter maakt, krijgen we allemaal een lekker stukje. De heer Van der Net: Ik stel vast dat het CDA graag sociale woningen wil bouwen voor statushouders, voorzitter. De voorzitter: We gaan naar de heer Burakçin.
De heer Burakçin: Voorzitter, kort. Want wat ik hier eigenlijk van de VVD echt hoor, is een pure, zuivere vorm van zondebokpolitiek. Want wat de VVD eigenlijk nu ons voor de keuze stelt, joh, kiest u voor de asielzoekers om gehuisvest te worden, of kiest u gewoon voor onze mensen? Alsof als we nu kiezen bijvoorbeeld voor onze mensen en niet voor de asielzoekers, die 167 mensen bijvoorbeeld die we moeten huisvesten, als we dat niet hebben, alsof het probleem opgelost is. Want zo werkt het namelijk niet. Het probleem dat ligt natuurlijk veel dieper, mijnheer Van der Net. Want het ligt namelijk zo, dat er te weinig sociale huurwoningen zijn. Dat is ook, zo kan ik het zeggen … Want u bent al heel lang aan het roer hier binnen dit college. U had de keuze om hier bijvoorbeeld ervoor te zorgen dat er meer sociale huurwoningen konden komen, zodat het nu wat minder spannend was. Maar daar heeft u niet voor gekozen. Nu voert u eigenlijk over de rug van andere mensen, die in zwaar weer zitten, politiek. Dat noem ik echt zondebokpolitiek. Sorry. De heer Van der Net: Voorzitter, de groeiagenda is gewoon binnen de raad afgetikt, met meerderheid. Daar hebben we besloten om een duidelijke mix te krijgen van woningen.
Daar hebben we gewoon ook … Daar zijn we ook vanuit gegaan, dat we gewoon meer kapitaalkrachtigen naar binnen moeten halen om uiteindelijk ook al onze mooie voorzieningen hier te betalen. We hebben gewoon gezegd van, het aantal sociale woningen houden we gelijk. Dat dat nu eventjes uit de pas loopt, dat heeft te maken met sloop en nieuwbouw. Maar het aantal sociale woningen in Dordrecht blijft gewoon gelijk. Dat is wat dat betreft voor ons voldoende om het evenwicht te houden waar wij naar op zoek zijn. De voorzitter: De heer Burakçin. De heer Burakçin: Maar voorzitter, kijk, wat ik eigenlijk aan de heer Van der Net probeer te zeggen, is dat hij zijn betoog houdt van, joh, als we bijvoorbeeld kiezen voor onze mensen, dan is het probleem opgelost. Dat is namelijk gewoon niet zo. We lossen daarmee het probleem niet op, want er zijn gewoon heel veel behoeftes aan sociale huurwoningen. Als u eens eerst werk maakt van die sociale huurwoningen, dan is volgens mij al een groot deel van het probleem opgelost. De heer Van der Net: Maar voorzitter, mijnheer Burakçin … De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Weet ook dat wij een groeiagenda hebben. Dat we daar dit besluit hebben genomen, om op die manier de woningen te gaan verdelen. Kijk, dat u het daar niet mee eens bent, moge zo zijn.
Maar de Dordtse VVD wil gewoon graag dat Dordrecht mee gaat in de vaart der volkeren. Dat wij onze voorzieningen kunnen betalen. De manier waarop u het hier neerzet om nog meer sociale woningen neer te zetten, we zijn sociaaleconomisch al heel erg zwak, daarmee verzwakt u Dordrecht nog veel en veel verder.
De voorzitter: Ik wil wel even opmerken dat het uiteraard, zoals het de VVD vrijstaat om een opinie te hebben op dit punt, natuurlijk GroenLinks ook gewoon een overtuiging te berde mag brengen. Wilt u nog reageren, de heer Burakçin? De heer Burakçin: Ja, tot slot voorzitter, want volgens mij komen we hier inderdaad niet uit. Maar als de heer Van der Net, de VVD, het voortdurend heeft over eigen mensen en de behoeftes, dan moet u toch echt kijken wat daar de behoeftes van zijn. Dat zijn op dit moment echt behoefte aan betaalbare woningen. Daar kiest u niet voor. Dat is namelijk ook het probleem, betaalbare en sociale huurwoningen, meer sociale huurwoningen. De heer Van der Net: Voorzitter, ik stel vast dat GroenLinks geen rekening houdt met de zwakke sociaaleconomische situatie in Dordrecht. Dat men nog meer sociale woningen wil. Dat willen wij gewoon niet. Dat hebben wij met zijn allen binnen de raad, ook binnen de groeiagenda, zo afgesproken. Dat is een goede zaak. De voorzitter: Ik denk dat het wel voldoende is zo, voor de woordvoering van de VVD. Is er nog iemand die behoefte heeft aan woordvoering in eerste termijn? Het woord is aan de heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Voorzitter, dank u wel. Volgens mij heeft het weinig zin om vanavond al in een soort verkiezingsstand debat terecht te komen. Het gaat volgens mij gewoon om die politieke vraag die we hebben geformuleerd.
Dan kijk ik maar gelijk naar wethouder Heijkoop. Waarom reageert het college zo weinig proactief op maatschappelijke vraagstukken wanneer het mensen in beknelde situaties betreft? Het antwoord zou best kunnen zijn, het college komt er niet uit, omdat de Dordtse VVD de boel gewoon in haar greep heeft. Ik ben eigenlijk ook benieuwd naar de andere partijen uit de coalitie, beken kleur op deze vraag. De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Even een korte woordvoering. Ik vind het trouwens wel even grappig dat twee coalitiepartijen, CDA en VVD, strijden om de vraag van, meer of minder sociale huurwoningen. De kritiek van het CDA begrijp ik daarom ook niet. Maar goed, even buiten dat. Ik kom hier zo nog heel even op terug. Het COA vraagt of gemeenten meer statushouders c.q. asielzoekers willen opvangen. De vraag die nu voorligt, willen en kunnen wij als gemeente Dordrecht dat? Want daar gaat het om. We zitten hier voor Dordrecht. De PVV vindt dat we in Dordrecht geen extra vluchtelingen moeten opvangen. Ik zal u ook uitleggen waarom we dat als fractie vinden. Allereerst, Dordrecht vangt nu ongeveer 200 statushouders verplicht per jaar op. Gewoon een wettelijke taak. Die statushouders krijgen van de gemeente Dordrecht een woning aangeboden in de sociale huursector.
Het huidige college heeft bepaald dat de sociale woningmarkt krimpt tussen 2016 en 2031. In 2031 zal het aantal sociale huurwoningen in Dordrecht gelijk zijn, dat hopen we dan althans, aan het totaal op 1 januari 2016. Zelfs dat is niet zeker. 15 jaar krimp en tegelijkertijd lange wachtlijsten. Die wachtlijsten zijn op dit moment nog steeds zo lang. De gemeente Dordrecht is verplicht om statushouders op te vangen. Wij hebben er als fractie meerdere malen voor
gepleit om de verplichte opvang van statushouders te realiseren in bijvoorbeeld opgeknapte kantoorpanden, of in containerwoningen. In ieder geval niet binnen de druk belaste huursector. Statushouders kunnen dan in die opgeknapte kantoorpanden of containerwoningen punten gaan sparen om uiteindelijk in een sociale huurwoning te kunnen gaan wonen. Wat betreft dat punten sparen om te stijgen op de wachtlijst. Zo doen we dat met alle mensen die zich gevestigd hebben of willen vestigen in Dordrecht. Het college kon zich niet vinden in deze oplossing. Er staan op dit moment veel mensen op de wachtlijst die smachten naar een woning. Ik zou bijna zeggen smeken, maar het woord is smachten. Voor de gemeenteraad zijn het misschien alleen maar getallen, maar je zal maar als 23-jarige bij je ouders wonen en met je vriend of vriendin willen gaan samenwonen, maar nog jaren op de wachtlijst moeten staan. Of, nog erger misschien, verhaal heb ik ook een aantal keren al gehoord, je woont in een slecht portiek in Dordrecht, je hebt veel last van lawaaioverlast, criminaliteit en je moet jaren wachten op een andere woning. Of je bent gescheiden en je moet lang wachten op een woning. Of, ook een hele belangrijke, je bent afhankelijk van mantelzorgers en die wonen ver bij je vandaan en willen nu bij jou in Dordrecht komen wonen. Sommige mensen zijn gewend aan dit soort situaties.
Maar deze situatie is niet normaal. Er is een enorme woonnood in Nederland. Je kan het de Dordtse bevolking niet aandoen. Hoe je er ook naar kijkt, ik kan er een uur over praten, er is een enorme druk op de woningmarkt. Laten we eerst zorgen dat er voor onze huidige inwoners voldoende woningen zijn. Er zijn nog steeds daklozen in Dordrecht. Mijn vrouw vertelde, die was naar de fysiotherapeut gegaan, die kwam een dakloze tegen vanochtend. Die man zag er heel beroerd uit. Schuim op zijn mond. In ieder geval, heel erg slecht. Laten we die mensen gaan helpen. In 2019 hebben wij als fractie gepleit voor een grotere daklozenopvang op of in de buurt van het industrieterrein, zodat je meer mensen daar … Daklozen kan helpen, in vergelijking met de opvang aan het Kromhout. Dit geluid vond geen weerklank in de raad. Die oplossing werd weggewuifd. Zorg eerst voor je huidige inwoners en daklozen. Bouw daar huizen voor. Daarnaast pleit de PVV, wat is de oplossing, voor opvang in de regio. Neem als voorbeeld de Afghaanse vluchtelingen. De afgelopen maanden zijn velen op de vlucht voor de terreur van de extreme Islam in Afghanistan. Veel van die vluchtelingen, dat erkennen wij ook als partij, hebben de Amerikanen, Nederlanders en andere landen geholpen met de opbouw van Afghanistan, afgelopen 20 jaar, 18 jaar. Vang die mensen op in de regio.