2.5 Concept notulen Gemeente Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 26 oktober 2021.pdf
Tekst van het document
Het is wellicht ook beter voor die mensen zelf om te worden opgevangen in een vergelijkbare cultuur. Mijn advies aan het college is, geef de boodschap aan het kabinet door dat het kabinet die mogelijkheid als eerste onderzoekt, van opvang in de regio. Wij overwegen nog of wij een motie met een dergelijke strekking gaan indienen tijdens de volgende raadsvergadering. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Dank, voorzitter. Ik wilde toch even reageren op de heer Van Leeuwen. Want u noemde in het introotje onze partij, het CDA Dordrecht. Maar vervolgens komt u daar niet meer op terug. Kunt u nog even toelichten wat u precies bedoelt? De heer Van Leeuwen: Ik ben er eigenlijk wel op teruggekomen, maar u zit nog maar kort in de commissie. Het college heeft … Goed, daar bedoel ik niks mee. Het college
heeft besloten dat er een krimp gaat optreden in de sociale woningmarkt tussen 2016 en 2031. Wat je er ook van vindt, dat laat ik aan iedereen over. Maar die krimp is er wel. Dat betekent dat … U stelt wel, laten we maar even woningen gaan bijbouwen, maar het college, waar uw partij ook inzit, die is dat gewoon niet van plan. Dat gaat gewoon niet gebeuren. Althans, ik heb geen voorstellen van het CDA of een van de andere collegepartijen gehoord. Ik ga ervan uit, of wij gaan ervan uit als fractie, dat dat niet gaat gebeuren als er geen voorstel op tafel ligt. Dat is even de vraag. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Dank, voorzitter. Ik denk dat dat niet helemaal klopt, wat u zegt. Het is namelijk weldegelijk zo dat er weer een hoop sociale huurwoningen, dat het daarin achterloopt, dat die bijgebouwd worden. Dat is weldegelijk aan de hand, dat er nu zo’n 1.600 woningen nog weer moeten komen. In die zin is er ten opzichte van nu helemaal geen krimpsituatie. Richting de toekomst kan het nog eens heel erg veranderen en staat het alleen voor de komende vier jaar vast dat we werken aan een gezonde mix van diverse wijken. De heer Van Leeuwen: U doet het zo, ik houd het even bij de feiten. Ik laat het aan u over dat u er zo over oordeelt.
Maar ik constateer, als je kijkt naar het aantal sociale huurwoningen op 1 januari 2016 en ook het college geeft het aan in verschillende stukken, dat pas op 1 januari 2031 datzelfde aantal zal worden bereikt. U bent wel heel erg optimistisch. Er worden er nog 1.600 gebouwd. Dat zou best wel kunnen, alleen dat zal volgens het college niet op korte termijn gaan gebeuren, maar op zijn best de komende 10 jaar. Er is sprake van een krimp. Er zijn weinig sociale huurwoningen. De heer Van der Net: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Om geen discussie te hebben over de woningen. Kijk, het is heel simpel, je moet eerst gaan slopen en dan bouwen. Het college bouwt niet. Dat doen anderen. Dat doen woningbouwverenigingen. Met andere woorden, die plannen zijn er. Maar je moet eerst inderdaad gaan slopen, voordat je gaat bouwen. Dan heb je inderdaad een tijdsverloop. Maar uiteindelijk leidt dat weer tot hetzelfde aantal sociale woningen. De heer Van Leeuwen: U maakt er een … Sorry hoor, even antwoorden? De voorzitter: Doe maar eerst inderdaad even. De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: U maakt er een logisch verhaal van. Het is natuurlijk ook waar wat u zegt. Maar het feit is, we zitten nu 26 oktober 2021, dat er op dit moment gewoon minder sociale huurwoningen zijn, als we dit probleem bespreken, in vergelijking met 1 januari 2016.
Dat het de komende 10 jaar wellicht wordt hersteld, daar ga ik dan ook voorlopig nog even vanuit. Maar daar hebben we op dit moment niet echt veel aan.
De voorzitter: Ik zit even te kijken, want ik heb al vier of vijf mensen die aan de bel trekken. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, het is wel leuk dat het CDA en de VVD een beetje met elkaar in debat gaan. Maar ik ondersteun het pleidooi voor een gedeelte van de heer Van Leeuwen, want er wordt inderdaad alleen maar gesloopt en er wordt niet bijgebouwd. Dit college, we hebben nu een woningbouwprobleem, we zouden ook nu voor tijdelijke oplossingen moeten kiezen. Als je voor tijdelijke oplossingen kiest, ik heb het vorige keer al in een andere commissie aangegeven, prefab woningen, die staan binnen, volgens mij, een paar weken. Daar kan je heel veel problemen mee oplossen. Daar los je niet alleen het probleem op voor de mensen die in onze stad wonen, maar je lost daar ook het probleem mee op, als we aan onze humane verplichtingen willen voldoen, om ook vluchtelingen op te vangen. Want nu kan je dat niet. Maar dit college bouwt alleen maar voor de yuppen die hier naartoe moeten komen. De voorzitter: Geachte commissieleden, ik wil nog even onder de aandacht brengen dat het hier echt gaat over huisvesting van statushouders en vluchtelingen. Ik snap dat de verleiding heel groot is om het alleen over de achterstand in sociale huurwoningen te hebben, maar de discussie heeft wel even een iets ander accent vanavond. Ik wil jullie vragen om je daarop te richten.
Ook specifiek op die politieke vraag te richten die in de stukken staat. Want anders zijn wij vannacht om één uur nog niet thuis. Dan gebeurt er verder niks. Ik wil u vragen, politieke vraag, heel graag, woordvoeringen, heel graag. Iets minder hakketakken over sociale woningbouw. Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik heb toch nog een vraag aan de heer Van Leeuwen. Dat betreft, u gaf aan, opvang in de regio. Kunt u daar wat concreter in zijn? Waar denkt u dan aan, in de regio? Welke stad, welk dorp? De heer Van Leeuwen: Mijn voorstel is in ieder geval om die vraag te leggen bij het kabinet. Ik denk dat zij het beste zicht hebben. Zij hebben ook een hele diplomatieke tak daar, of een aantal diplomaten in dienst. Ik denk, als zij een duidelijke opdracht krijgen, een advies van het college, dat zij wellicht voor ons iets gaan bedenken waar die mensen dan wel terecht kunnen. Het is niet aan mij als raadslid om te bepalen in welk land ze moeten gaan … Dat is überhaupt onze taak niet. Ik zeg alleen, we kunnen ze wat mij betreft niet opvangen in Dordrecht. Het college zal met een advies moeten komen van het kabinet over opvang in de regio. Mevrouw Stevens: Voorzitter. De voorzitter: Was u klaar met uw woordvoering? Laten we dat ook even … De heer Van Leeuwen: Laten we vaststellen dat ik klaar was met woordvoering. De voorzitter: Heel goed.
Wilde u nog reageren, mevrouw Stevens?
Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde alleen vragen aan de heer Van Leeuwen, nogmaals, het kabinet vraagt het aan de gemeente, in deze. U legt het dan weer terug bij het kabinet. Begrijp ik dat goed? De heer Van Leeuwen: Het kabinet vraagt het aan de gemeente. Maar het college heeft, laat ik zo zeggen, een soort antwoordbrief, ik zal het even zo formuleren, opgesteld. Ik kan me ook voorstellen, als het college deze brief opstelt, dat er wordt gezegd van, we hebben geen plek, maar wellicht wel of zo, dat ze ook in staat zijn om een andere feedback te geven richting het kabinet. De voorzitter: Waarvoor dank. Ik kijk nog even rond. Woordvoering? De heer Bosman. De heer Bosman: Voorzitter, bedankt. Woordvoering, ik doe hem iets anders. Ik zit even nog op de heer Van Leeuwen van de PVV van opvang in de regio. Maar dat is ook niet vandaag geregeld. Dat kost jaren. Die mensen zijn er nu. Er is al gezegd, we hebben een verplichting naar statushouders, maar volgens mij hebben we ook een verplichting naar vluchtelingen om ze op een menswaardige manier hier een plek te geven. Of ze dan mogen blijven, dan kijk ik naar de heer Van der Net, is niet aan ons. Politieke vraag, want er is een sympathieke artikel-39-vraag van de PvdA, waar onze fractie zich uiteraard vol achter kan scharen. Het college reageert niet actief.
Het college reageert wel, want er staat in wat ze gedaan hebben. Wat ik wel vind, is het … Maar dat komt misschien ook door de vraag. Die wil ik eigenlijk bij u wat verduidelijkt hebben. U zegt, een aantal vluchtelingen opvangen. Dat is niet gekoppeld aan een getal. Dan zie ik de reactie van de gemeente, we hebben geen vastgoed, zal ik maar zeggen, wat we beschikbaar kunnen stellen. Maar als we creatief gaan kijken, de PvdA zou bijvoorbeeld zeggen, ik laat het aan u om daar een getal in te vullen, zoveel Afghanen willen we opvangen. Daar kan misschien de wethouder iets over zeggen, dat dat creatief kan gebeuren. Dan denk ik dat onze fractie dat zeker kan steunen. De voorzitter: De heer Burakçin. De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter. Goed, de oproep vanuit het Rijk is helder. Extra opvang voor vluchtelingen en huisvesting van statushouders. Dat wordt natuurlijk niet zomaar gedaan. We zien elke dag de beelden wat er in Ter Apel gebeurt. De nood is gewoon hoog. De reactie van het college vinden wij toch enigszins passief. Dat is ook te rijmen met de politieke vraag die gesteld is. Want terwijl er, ik zeg het toch nogmaals, wordt gevraagd om onorthodoxe maatregelen bespreekbaar te maken, wordt er toch gezegd, wij zien er geen mogelijkheden in. Er wordt niet verder gekeken dan andere maatregelen.
In ieder geval vinden wij deze passieve houding niet passend bij een grote gemeente als Dordrecht. Vinden wij in ieder geval dat de vluchtelingen niet in de steek gelaten moeten worden. Dat wij als stad het goede voorbeeld dienen te geven, door veel proactiever naar een oplossing toe te werken. Voorzitter, ik heb daarbij een aantal vragen. Ik weet niet of het college dat ook te horen heeft gekregen. Ik kan me voorstellen van wel. Maar recent is er een reactie geweest van de commissaris van de Koning van Zuid-Holland, Jaap Smit. Daarin zegt hij, dat er geen tijd meer is om lang te vergaderen en dat er nu gehandeld moet worden. Daarin zegt hij ook dat er eigenlijk in Zuid-Holland 2.500 opvangplekken gecreëerd kan worden. Dat die er mogelijk zijn.
Goed, een aantal gemeentes in Zuid-Holland, die heeft daar al op gereageerd. Die hebben al opvangplekken beschikbaar gesteld. Goed, maar mijn vraag aan het college is, wat is de reactie van de gemeente Dordrecht hierop? Heeft de gemeente Dordrecht hier al op gereageerd of heeft hij er al contact over gehad? Graag een reactie van de wethouder. Voorzitter, onlangs heeft het college ook onder … Wethouder Stam, die heeft aangekondigd voor zeven flexibele plekken te onderzoeken, voor tijdelijke huisvesting van de statushouders. Wat wordt hier precies onderzocht? Hoelang gaat het duren? Wanneer denkt het college dit te gaan realiseren? Dat is mij allemaal onduidelijk. Maar goed, dat is in ieder geval aangekondigd door wethouder Stam. Graag ook een reactie daarop. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Dank, voorzitter. Ook graag vanuit het CDA Dordrecht een woordvoering op dit punt. Dan wil ik me vooral richten eigenlijk op de vraag die feitelijk voorligt. De vraag die eigenlijk feitelijk voorligt hierachter is, 1, zou Dordrecht een noodopvang willen openen? Eigenlijk de tweede vraag is, zou je extra plaatsen willen maken voor statushouders? Zowel vluchtelingen als statushouders worden daarin benoemd.
Het antwoord op die vraag wordt eigenlijk door het college vrij gemakkelijk beantwoord, door te zeggen dat er geen geschikte locaties zijn op het gemeentelijk grondgebied. Als er geen geschikte locaties zijn, dan zou je feitelijk … Als je geen locatie hebt, dan zou je enige mogelijkheid zijn om dan een soort tentenkamp op te zetten. Maar dat lijkt eigenlijk het CDA Dordrecht niet zo’n goed idee. Zeker niet gezien de ervaringen daarvan elders in het land. Het echte probleem is, rondom asielopvang, natuurlijk het feit dat er überhaupt vluchtelingen zijn. Maar daarnaast het feit dat als deze er zijn, dat je daar dan toch een bepaalde oplossing voor moet maken. Dat we daar ook een bijdrage aan zouden kunnen leveren. Het echte probleem daarachter dan is natuurlijk dat de doorstroming vanuit AZC’s eigenlijk niet plaatsvindt, waardoor er ook geen plaats gemaakt wordt voor vluchtelingen die eventueel daarna kunnen komen. Het feit dat we liever misschien geen vluchtelingen zouden willen hebben, dat ze überhaupt op deze wereld niet zouden zijn, neemt niet weg dat dat wel het geval is. Dat je daar dan wat mee moet. Tegelijkertijd zijn er heel veel andere mensen die ook in de wooncrisis zitten en waarvoor onvoldoende woningen zijn. Het CDA Dordrecht pleit er dan ook voor om wel proactief aan de slag te gaan en in te zetten op extra woningen voor Dordtenaren en statushouders.
Wat ons betreft, zijn we heel blij dat wethouder Heijkoop hier zit en niet zijn collega, omdat we heel erg geïnteresseerd zijn in het kopiëren van het plan Leerpark 2F, waarin 300 woningen of kamers gerealiseerd worden op korte termijn. Wij vragen ons af, waarom zou het college zich niet kunnen inzetten voor meer plaatsen waarin een dergelijk plan gekopieerd zou kunnen worden. Kun je ook denken nog aan containerwoningen in de Spoorzone et cetera. Wat ons betreft zetten we in op het vergroten van de taart en niet ons puur focussen op de wachtlijst. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ik vind het, dat wil ik toch opmerken, echt schokkend dat hier de, laten we zeggen, discussie zich helemaal niet toespitst op het daadwerkelijke probleem wat er is, maar eigenlijk alleen maar weer toespitst op het bouwen van woningen. Ik vind dat
schokkend, omdat we hier een probleem … Er ligt hier een humanitair vraagstuk voor. Dat heeft, goed, de hele wereld zo ongeveer mee te maken. Internationale wetgeving zegt dat er rechten zijn op een dak boven je hoofd. Goed, als ik mijnheer Van der Net, die ontzettend veel moeite doet om die discussie, laten we zeggen, tot die woningnood en tot de Dordtse inwoners voorgaan, dat die eerder rechten zouden hebben, die is daar heel goed in om dat te vernauwen. Maar we wetten inmiddels ook sinds vandaag dat onze overheid mensenrechten schendt. Mensenrechten ten opzichte van hun eigen inwoners. Ik wil dat nog even meegeven. Als we het hebben over opvang van vrouwen en kinderen die op de vlucht zijn, hebben we het ook over mensenrechten. Het college is wat mij betreft niet proactief geweest. Waarom heeft de wethouder ons niet veel eerder op de hoogte gesteld van de enorme achterstand? Want het is bijna november. Als er een derde taakstellingsachterstand is, zo uit mijn hoofd berekend, denk ik dat dat ongeveer 100 plekken zijn, schat ik in, waarom heeft u ons niet eerder gezegd dat er een achterstand was en daar met ons open en transparant over gecommuniceerd? Dat is wel een vraag. Want wij worden namelijk als stad ook gestraft voor het niet onderbrengen van de statushouders en hebben volgend jaar nog een veel groter probleem. Is gewoon hoe het is.
Goed, ik wil echt aansluiten bij de mensen die zeggen bijvoorbeeld, ga naar oplossingen zoeken, huisvesten in prefab woningen, kijk …. Wat ikzelf, jullie weten dat ik natuurlijk heel erg in de jeugdzorgbusiness zit … Waarvan ik ook weet dat een aantal gesloten jeugdzorginstellingen, die er prachtig uitzien, moeten leeg en die staan ook leeg. Om daar eens gewoon ook, laten we zeggen, in samenwerking met andere regio’s en met de Rijksoverheid te kijken of daar niet oplossingen liggen. We hebben een Rijksgebouwendienst, volgens mij, die een inventarisatie kan maken van alle gebouwen die ook in overheidshanden zijn. Waarom worden daar geen oplossingen gezocht? Dat begrijp ik niet. Ik zou ook het college aanraden om daarop aan te dringen. Verder, als het gaat over, laten we zeggen, de noodopvang, goed, we hebben daar niet zomaar een oplossing voor, denk ik. Maar ik denk dat wij gewoon met zijn allen in ieder geval ons wel bewust moeten zijn van het probleem wat er gewoon ligt. Ook zoals het college het stelt, op het moment dat er echt een ernstig beroep op ons gedaan wordt, de commissaris van de Koning heeft zelfs gezegd dat er echt plekken te realiseren zijn, wij moeten dat dan gewoon doen. We moeten eens een keer ook buiten de kaders kijken, wat dat betreft, denk ik. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Dank, voorzitter.
Ik wil toch even een verhelderende vraag stellen aan mevrouw Nijhof. Want wat mij niet helemaal opvat, u heeft het over inventarisatie van gebouwen, maar dat is toch juist gedaan? Mevrouw Nijhof: Volgens mij niet. Dat is niet gedaan. In ieder geval, in de brief staat dat er geen Dordtse locaties zijn. Het is mij trouwens onduidelijk wie dat dan allemaal geïnventariseerd heeft. Maar wat ik ook weet, is dat als je kijkt naar leegstand in bijvoorbeeld, ik zeg het maar even, de jeugdzorg, in de instellingenzorg, is leegstand. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, noem die locaties dan, denk ik dan. Als u denkt aan locaties, kom dan met die locaties.
Mevrouw Nijhof: Kijk, daar mag, wat dat betreft, in samenwerking met, laten we zeggen, de overheid … Moet daarnaar gekeken worden, naar het grotere geheel, wat dat betreft. Kijk, dat zegt u wel, ik zeg ook van Dordt, dat wij gewoon de statushouders moeten huisvesten. Het is gewoon een opdracht die er is. Daar zullen we gewoon binnen no time een oplossing voor moeten vinden. Dat zal dan, laten we zeggen, containerbouw worden, prefab bouw, waar je later ook … We hebben het in Leiden gezien, mijnheer Van der Net, ik was daarbij. Wij zijn daar samen geweest, ook met mijnheer Heijkoop. Daar hebben we die prefab gezien. Prachtig ziet dat eruit. Dat kan ook langdurig staan. Goed, we moeten naar dat soort oplossingen kijken. De voorzitter: Ik denk dat we kunnen stellen dat we aan het einde zijn gekomen van de eerste termijn. Dan wil ik nu overgaan naar de woordvoering van het college. Het woord is aan de heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, dank u wel. Ik zit hier inderdaad namens het college. Binnen het college hebben wij ook allemaal onze eigen verantwoordelijkheden. Ik zal mij ook zeker niet bedienen van toch wel enige campagneretoriek die ik langs heb horen komen. Nou komen de verkiezingen er ook aan. U bent altijd zeer genuanceerd, dan mag het ook wel af en toe iets meer in de campagnestand. Maar dat zal ik niet doen.
Ik zal proberen zo feitelijk mogelijk weer te geven hoe wij er als college in staan. Ook omdat collega Stam primair voor de huisvesting verantwoordelijk is. Collega Burggraaf heeft het vastgoed. De burgemeester zit aan de regietafel, met de provincie, om over dit vraagstuk te spreken. Ik heb met name ook de verantwoordelijkheid waar het gaat over de inburgering van statushouders. Als we nu kijken naar het vraagstuk dat voorligt, eigenlijk ook waar de brief opziet vanuit het kabinet, dan gaat het over een aantal zaken. Die heeft u al met elkaar een beetje ontrafelt. Het gaat over huisvesting. Huisvesting van mensen met een status die hier mogen zijn, mogen verblijven en waar wij allemaal in Nederland … Alle gemeenten hebben daar hun bijdrage aan te leveren. Het tweede waar het over gaat, dan loopt het soms een beetje door elkaar heen, niet zozeer in dit debat hoor, want volgens mij ging dat hier wel redelijk goed, maar dat gaat over de noodopvang. De opvang van mensen, vluchtelingen, mensen die hier zijn en waar we nu een plek voor moeten vinden in ons land. Dan is nog de derde variant, die is niet aan de orde gekomen, hij wordt wel genoemd in de brief, de crisisnoodopvang. Als het echt letterlijk vrouw en kinderen eerst is, dan denk nog even aan vijf, zes jaar geleden met de Syrische vluchtelingenstroom, Drechtwerk leeggehaald, bedjes erin, hop, opvangen.
Als we hem op die manier afpellen, dan zie je dat het gaat over die huisvesting, daar begint het en daar eindigt het eigenlijk ook. Om dat even toe te lichten, op het moment dat elke gemeente haar huisvestingstaakstelling zou voldoen, hebben we geen vraagstuk in de opvang. Dan is er namelijk voldoende plek in de opvang. Dan zouden we daar niet in hoeven te voorzien. Dat gebeurt op dit moment niet. Natuurlijk heeft Dordrecht daar ook een rol in. Het zal u misschien verrassen, maar Dordrecht doet het niet slecht in dat opzicht. Wij hebben een taakstelling, ik heb nog even de cijfers erbij gepakt, van 167. We moeten er nog 52 invullen dit jaar. Maar daarvan hebben er al 36 een aanbieding gekregen. Het gaat over echt een heel beperkt aantal. We verwachten ook dat wij als Dordrecht volledig aan onze taakstelling vanuit het Rijk gaan voldoen. Dit in tegenstelling tot heel veel andere steden en gemeenten.
Daar vinden wij wat van. Want we hebben nu een noodopvangvraag, ook omdat andere steden en gemeenten …. Vandaag stond er ook weer een stuk in het NRC wat er in Noord-Holland gebeurt. Een ruzie tussen een VVD-gedeputeerde, een VVD-wethouder en een VVD-kamerlid. Wat allemaal niet fraai is. Al helemaal het probleem niet oplost. Het is terecht dat de provincie de gemeente aanspreekt, ook een gemeente als Dordrecht, maar met name ook andere gemeenten die nog heel veel achterlopen, dat zij moeten leveren op die huisvesting voor die statushouders. Dat is de reden waarom wij ook hebben gereageerd zoals we hebben gereageerd. Als het gaat over die noodopvang. Want er zijn eigenlijk twee vragen in die brief, ik heb hem er nog even bij gepakt. Heeft u locaties voor de opvang van asielzoekers dan wel huisvesting van vergunninghouders? Dat tweede kunnen we vaststellen, dat doen wij keurig. Kunt u in uw provincie inventariseren zodat u dat met elkaar, een hele mooie volzin … Hoe u dat gaat doen? Wij werken in deze regio veel samen. Op het gebied van beschermd wonen, de huisvesting voor kwetsbare groepen. Met Drechtsteden doen we natuurlijk het hele sociaal domein gezamenlijk. Als we dan gewoon heel rustig kijken naar wat wij in Zuid-Holland Zuid doen, dat is hier al genoemd, dan gebeurt er in ’s-Gravendeel het nodige, met 375 plekken, in Gorinchem 300 plekken.
De termijnen blijf ik even buiten, want ik sluit ook niet uit dat hier en daar nog wat verlengd zal worden. Ik begreep dat er in Gorinchem ook nog naar misschien een andere optie wordt gekeken. Maar in ieder geval, onze regio levert best aardig. Als Rotterdam een asielzoekerscentrum dichtgooit, dan vind ik het ook niet gek dat Rotterdam nu ook even aan zet is om ook hier nu een bijdrage aan te leveren. Wij zijn ook aan zet, maar in onze regio ’s-Gravendeel, Gorinchem, gebeurt al het nodige. Wij doen op andere terreinen, bijvoorbeeld de huisvesting van kwetsbare groepen, weer misschien wat meer. Op die manier doen we dat gezamenlijk als regio. Daarbij wil ik één punt wel markeren. Op het moment dat het echt weer … Dat we in een situatie komen, waar we nu nog niet inzitten, dat het letterlijk vrouw en kinderen eerst is en er moet acuut een opvang worden geregeld, dan gooien we hier gelijk sportzalen open. Dan kunnen mensen komen. Zo staan wij er vanuit het Dordts college in. Dat is op dit moment niet aan de orde. Als dat wel aan de orde is, dan gaan we dat doen. Op dit moment is dat nog niet aan de orde. Er is nu een uitvraag door heel het land. Meerdere provincies hebben al geleverd. Noord-Holland, Zuid-Holland zullen ook volgen. We verwachten, in ieder geval voor nu, dat dat soelaas biedt.
Maar mocht de nood hoger worden, dan gaan wij natuurlijk opnieuw in gesprek en gaan we kijken, niet zozeer naar die flexplekken … Ik permiteer me de opmerking dat die uitspraken van collega Stam wat ongelukkig en onhandig waren in de media, want dat gaat weer een eigen leven leiden. Die zeven flexplekken, ik zou u niet kunnen vertellen waar dat dan over gaat. Want wij zijn voortdurend met elkaar op zoek, ook in het kader van eerdere discussies over de huisvesting van kwetsbare groepen, naar plekken voor deze mensen. Ook naar flexibele plekken. 2F werd genoemd op het Leerpark. Daar gaan we 340 studio’s neerzetten. Op het moment dat we dat kunnen kopiëren, om het zomaar te zeggen, op het moment dat we ook op andere plekken mooie voorzieningen kunnen realiseren, doen we dat natuurlijk. Maar dat is gewoon hartstikke ingewikkeld. Daar hebben we in het college ook over gesproken dat dat wellicht even iets anders had gekund. Ook in dat interview, in ieder geval in dat artikel, leek het ook weer een beetje door elkaar te lopen. Want voor de goede orde, waar het gaat over statushouders, dat zeg ik ook nadrukkelijk met mijn sociale zaken-pet op, ik zie eigenlijk het liefst statushouders hier
echt landen. In de zin, onze bijdrage gewoon landen. Want dan kunnen we met ze aan de slag, kunnen we ze aan het werk helpen, kunnen we ze taal geven, kunnen we ze bestaansperspectief geven. Natuurlijk moeten wij niet meer doen, maar we moeten onze fair share doen in Dordrecht, zoals elke gemeente, alle 352 gemeenten, moeten dat doen. Dat is gewoon wat we met elkaar hebben afgesproken. Dat is ook helemaal niet links, dat is niet rechts, dat is gewoon hoe je als samenleving dit met elkaar afspreekt. Als het gaat over oproepen aan Den Haag en dergelijke, in zijn algemeenheid heb ik de indruk, naar mij wordt er soms geluisterd, maar soms ook niet. Die oproepen zijn niet altijd succesvol. Maar ik ben het wel met u eens, dat hier een hele belangrijke opdracht voor Den Haag ligt. Want laten we wel zijn, het asielbeleid is vastgelopen. Er is eigenlijk gewoon sprake van, op onderdelen, falend asielbeleid. Ik denk dat je dat kan zeggen, omdat de IND laat termijnen verlopen. Dat gaat gewoon niet goed. We hebben het COA. Hebben we natuurlijk heel veel gedoe mee. Dat er enorm is afgebouwd. Dat we nu opeens weer denken, o jee, hoe gaan we dit met elkaar oplossen? Om over die vastgelopen woningmarkt voor betaalbare woningen maar niet te spreken. Dan heb je bijna een perfect storm, waar het gaat over zaken die elkaar beïnvloeden en liet het vraagstuk gewoon nog wat complexer maken.
Ik hoop van harte dat een nieuw kabinet op werk maakt van een meer bestendig asielbeleid, dat in deze toch wel onrustige tijd op wereldschaal ons als land ook wel beter stelt voor dit soort humanitaire vraagstukken. Voorzitter, ik denk dat ik daarmee de vragen beantwoord hebben. Misschien nog even over onze reactie. Want ik heb een aantal van u gehoord van … Sommigen geven aan van, we steunen volmondig deze lijn. Dat doe ik vanuit het college ook nadrukkelijk. Ik heb ook toegelicht waarom wij dat doen. Tegelijkertijd denk ik dat met de urgentie die we vandaag ervaren, dat we misschien voor een iets andere toon hadden gekozen in de beantwoording dan twee maanden geleden. Dat kan ik me best wel voorstellen, omdat er toch nog wat zaken achter wegkomen, die ik net ook aan u heb toegelicht en ook de gesprekken in het provinciehuis, dat die context wellicht wel behulpzaam was geweest als we die hadden toegevoegd. Laat onverlet, dat onze beantwoording is geweest zoals die is geweest. Die ziet eigenlijk op een aantal zaken die ik met u gedeeld heb, namelijk onze verantwoordelijkheid die we nemen, waar het gaat over de huisvesting van statushouders, waarin wij echt leveren. Ook dit jaar volledig gaan leveren. Geen achterstanden. Waarin wij zeggen, in de regio leveren wij ook noodopvang. Dat staat buiten kijf. Dat gebeurt in Gorinchem en een ’s-Gravendeel.
Als derde punt van, als het echt zo urgent wordt dat het echt humanitair … Dan gaan we hier sporthallen opengooien. Dan gaan we onze bijdrage ook op die manier leveren. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Toch naar de wethouder. Het is een heel mooi betoog. Ik ben ook blij om dat te horen, zeker als het gaat over de statushouders, als het gaat over de crisisopvang. Maar daarnaast geeft u ook aan, Gorinchem en ‘sGravendeel vangen nu, even voor het gemak, 600 mensen op, totaal. Korte duur. Het wordt waarschijnlijk verlengd. Eerst was het in Gorinchem een maand, ‘s-Gravendeel een half jaar. Kinderen kunnen niet naar school. Waar blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente Dordrecht om te zeggen, wij kunnen ook, ik vind dat er met name vanuit
het CDA hele mooie voorbeelden genoemd zijn over van woningen neer te zetten, om hier ook een groep op te kunnen vangen, om ook te kunnen zorgen dat ze een menswaardig bestaan hebben. Niet, wat ik ook net hoorde, over VluchtelingenWerk, het zit gewoon vol. Er staan 4.000 tot bijna 6.000 vluchtelingen op de wachtlijst. Mijn vraag is dat ik het toch jammer vind, ik ben teleurgesteld toch in de houding van het college hierin. De heer Heijkoop: Voorzitter, daar toch op reagerend. Kijk, in Dordrecht willen wij onze verantwoordelijkheid nemen. Maar we hebben ook met draagvlak in de samenleving te maken en misschien ook wel met draagkracht. Wij willen mensen huisvesten met die status. Wij willen die kinderen zo snel mogelijk ook perspectief bieden en naar school laten gaan. Tegelijkertijd spreken wij ook onze collega-gemeenten aan, om ook een bijdrage te leveren. Want op het moment dat iedereen dat doet, dan is het vraagstuk bijna volledig van tafel. Ik vind niet dat we van een stad als doordacht kunnen verwachten dat wij, om maar even theoretisch een exercitie, dat wij veel meer gaan doen dan wat ons gevraagd wordt. Daarmee inderdaad ook woningzoekenden, bijvoorbeeld met een GGZ-achtergrond, maar ook gewoon regulier woningzoekenden, kwetsbare groepen, daarmee ook tekortdoen. Want wij kunnen geen huizen bijdrukken. Wij moeten onze verantwoordelijkheid nemen en volledig nemen.
Maar het is niet zo dat wij, in die zin, veel meer kunnen doen. Maar het gaat over die noodopvang. Ik zeg nog wel richting mevrouw Stevens, ik heb net al getwijfeld of ik dat zou aangeven, het denken is niet gestopt in de regio. Wij weten dat ‘s-Gravendeel gaat echt wel een poosje open. Gorinchem heeft het belastingkantoor beschikbaar gesteld voor ook echt een groot aantal plekken. Elders in de regio wordt er nog steeds wel nagedacht over mogelijkheden. Dat denken stopt zeker niet. Op het moment dat daar nieuws te melden is, dan zal dat ook naar buiten komen. Ik vind het niet aan mij, op deze plek, om daarop te preluderen, om daarop vooruit te lopen, zeg ik richting mevrouw Koene. U heeft helemaal gelijk. Om daarop vooruit te lopen. Omdat het een delicaat proces is. Het is ook niet voor niets dat hier bepaald geen locaties over tafel vliegen. Dat heeft ook weer met dat delicate, gevoelige proces te maken, waar het gaat over enerzijds je verantwoordelijkheid willen nemen, het omzien naar elkaar, zeker naar kwetsbare mensen die hier naartoe gevlucht zijn en anderzijds de draagkracht en heb toch ook wel draagvlak in de samenleving. Wat ook belangrijk is, ook voor deze mensen, zeg ik nadrukkelijk in uw richting. De voorzitter: Wij hebben weer een nieuw woord geleerd, preluderen. Dat was wel Nederlands. Wil iemand nog reageren? De heer Burakçin.
De heer Burakçin: Voorzitter, toch even kort op mijn vraag op de reactie van de commissaris van de Koning. Volgens mij heeft u daar nog niet echt op gereageerd. Want die zegt gewoon hardop, er moet plek zijn voor 2.500 opvangplekken. In sommige gemeentes in Zuid-Holland, die hebben daar al op geacteerd. Die hebben al voorzieningen getroffen. Maar goed, wij zitten ook in Zuid-Holland. Wat is de reactie van de gemeente, of van het college hierop geweest? Is daar al contact over geweest? Wat is daarop uw reactie?
De heer Heijkoop: Voorzitter, er is regelmatig contact tussen met name dan de burgemeester en de commissaris van de Koning, aan de provinciale regietafels, waar dit soort vraagstukken ook besproken worden. Het aantal wat je noemt, dat gaat over ZuidHolland. Er zijn al getallen over de tafel gegaan, of het kleine stukje Zuid-Holland Zuid, wat dat levert. Daarmee kunnen we, denk ik, ook vaststellen dat wij in ieder geval in deze regio een stap naar voren hebben gezet. Excuus. Dat wij dat ook echt van steden als Den Haag, Rotterdam en andere gemeenten mogen verwachten. Dat je dit gezamenlijk met elkaar moeten. De voorzitter: De heer Burakçin. De heer Burakçin: Nog heel kort. Inderdaad, gezamenlijkheid met elkaar moet het doen. Die steden wat u opnoemt, die hebben hun verantwoordelijkheid al genomen. Die hebben inderdaad die stappen al vooruitgezet. Die hebben bepaalde plaatsen of locaties opengezet. Goed, wij willen ook een hele grote stad zijn. Past dit dan ook niet een beetje binnen onze verantwoordelijkheid om hier ook een stap vooruit te zetten en te zeggen van, joh, wij willen ook een deel van die asielzoekers opvangen. Inderdaad, zoals de heer Van Dam-Timmers zei, op bepaalde locaties die wij zelf kunnen aanwijzen. De heer Heijkoop: Voorzitter, richting de heer Burakçin zou ik willen aangeven, kijk, er ligt een vraag, een aantal, vanuit de provincie. Die regisseert dat ook.
Dat blijkt ook uit de brief vanuit het kabinet en de Rijksheren, de commissarissen van de Koning. Dat wordt ook in die gezamenlijkheid met elkaar besproken. Mocht daaruit blijken dat wij in Zuid-Holland Zuid minder bijdragen dan wat van ons verwacht zou kunnen worden, dan zullen wij daar ook in voorzien. Wij willen echt onze bijdrage daaraan leveren. Als dat voor Dordrecht betekent, kan dat ook. Dat kan ook evengoed wat betekenen voor gemeentes als Hendrik-Ido-Ambacht en Papendrecht, waar bijvoorbeeld ook echt wel nagedacht wordt. In heel veel gemeenten wordt nagedacht. Dan zijn wij daarop aanspreekbaar, want dat ben ik met u eens. Het is niet de bedoeling dat wij als stad per definitie zeggen van, wij geven niet thuis. Juist niet, zou ik willen zeggen. Wel hebben wij aangegeven, dat hebben we al een paar jaar, is dat echt onze lijn, dat past ook bij onze visie, om die statushouders echt een start op onze woningmarkt en een start in onze samenleving te kunnen geven. Wij geloven niet in die noodopvang. Ik heb in het kader van de nieuwe Inburgeringswet ook veel met de minister gesproken over hoe we statushouders zo snel mogelijk onderdeel kunnen uit laten maken van de samenleving. Het laatste wat je wil, is dat opeens noodopvang als een normaal alternatief wordt gezien, voor mensen die hier gewoon al een status hebben.
Dat we dat normaal gaan vinden, dat mensen die hier gewoon hun leven kunnen gaan opbouwen met hun gezin, dat die soms nog tijdenlang in een noodopvang blijven. Dat is voor niemand goed. Al helemaal niet voor de gezinnen die in die noodopvang verblijven. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers, wilt u nog reageren op de wethouder, of gaan we naar de tweede termijn? De heer Van Dam-Timmers: Ja, ik zou heel kort willen reageren op de wethouder. Dank, voorzitter. Dan ben ik toch wel benieuwd naar de wethouder. Ik deed natuurlijk wat gedachtenexperimentjes en wat aantal ideetjes. Uw collega-wethouder, de heer Stam,
die had ook al wat gedachtenexperimentjes op de radio. Hoe verhouden die zich tot elkaar? De heer Heijkoop: Voorzitter, in al mijn kwetsbaarheid zeg ik dat het misschien niet verstandig is als ik me om acht minuten voor elf nog aan gedachtenexperimentjes ga wagen. Ik heb overigens ook niet kennisgenomen van de gedachtenexperimentjes van collega Stam. Daar kan ik ook gewoon echt niet op reageren. Ik weet ook niet of ik dat per se nog ga naluisteren. Ik leg hier vooral uit welke solide vinden wij een bestendige lijn die wij vanuit het college voeren, voor een groot deel ook in samenspraak met u als raad, zo geformuleerd. Daar zou ik het voor nu eigenlijk bij willen laten. Wel met de toezegging die ik net heb gedaan, dat mocht de nood hoger zijn, mocht er een aanvullende vraag komen, gaan wij echt opnieuw met elkaar om tafel. Want dit college ziet echt dat ook Dordrecht hier een bijdrage te leveren heeft. Dat kan op meerdere manieren. Goed, ik zal mezelf niet herhalen in dat opzicht. De voorzitter: Goed, dan gaan we kijken naar een afronding van dit agendapunt. Dan is de vraag of er behoefte is aan een tweede termijn, of dat we kunnen volstaan met even ophalen hoe nu verder. Ik zie geen handen per se voor een … Mevrouw Nijhof, wilt u een tweede termijn, of heeft u een voorstel. Mevrouw Nijhof: Ik heb nog een vraag. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Laatste vraag dan.
Mevrouw Nijhof: Is het wel mogelijk dat wij … Dit debat hebben we nu gehad. U heeft uw antwoord gegeven. Dat we actief op de hoogte gehouden worden van hoe het ervoor staat? Want dat zou ik wel op prijs stellen. Want we zijn natuurlijk niet de afgelopen tien maanden op de hoogte gehouden überhaupt van de huisvesting en de problematiek. Ik zou daar wel een wat proactievere houding willen. De heer Heijkoop: Voorzitter, die vraag kan ik mij wel voorstellen, ook gezien de enorme maatschappelijke impact die het heeft. U heeft als raadsleden ook nadrukkelijk een volksvertegenwoordigende functie. U zult waarschijnlijk ook op de markt en overal worden aangesproken van, joh, hoe doet Dordrecht het daarin? Ik zeg u toe, dat wij vanuit het college binnen afzienbare tijd, moeten er even een natuurlijk moment voor vinden, waar het gaat over het vraagstuk wat we net bespraken, u een raadsinformatiebrief sturen, om even … Dat zal wellicht … Ik kan me voorstellen dat we dat in november ergens al doen. Echt op hele korte termijn, eind november, de stand van zaken met u delen. Ook waar het gaat over de verschillende locaties in de regio en hoe we daar invulling aan geven. Dan kunt u daarmee … Dan staat het natuurlijk aan u om eventueel daar nog met elkaar over van gedachten te wisselen. Dat zeg ik bij deze toe vanuit het college, eind november een raadsinformatiebrief.
De voorzitter: Die toezegging is genoteerd. Ik stel voor dat we wel nu verder gaan, want het is echt al laat. De vraag aan u als commissie is, gaan we de beantwoording ter kennisgeving aannemen of moet deze geagendeerd worden ter bespreking? Als dat wel zo is, is dan aan de hand van een motie of niet? Mevrouw Stevens.
Mevrouw Stevens: Dank u wel. Ik wil toch met mijn eigen fractie overleggen, voor eventueel toch een motie in te kunnen dienen bij de raadsvergadering. De voorzitter: Zijn er meerdere fracties die een dergelijke actie overwegen? GroenLinks, PVV. Nou moet u ons natuurlijk niet teleurstellen, dat uiteindelijk het op de raadsagenda staat en er dan geen moties zijn. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Wanneer er geen moties worden ingediend, dan gaat het gewoon ter kennisname. De voorzitter: Dan reserveren we tijden. Niet tijdig. Dat is dan? Als er 24 uur voorafgaand aan de raadsvergadering geen moties zijn verspreid, dan gaat het ter kennisgeving en anders ter bespreking. Dan is nog eventjes als het ter bespreking gaat, hoeveel spreektijd hebben wij dan nodig? Kunnen wij volstaan met 2 minuten? Dat is het geval. Dan sluit hiermee de agendapunten 7 en 8 af. 9. Technische sessie Verordening Jeugdhulp De voorzitter: Dan is eigenlijk ons volgende agendapunt de technische sessie over de Verordening Jeugdhulp. Maar daar zou een externe voorzitter aanschuiven. Maar het is elf uur. Ik wil eigenlijk voorstellen om die technische sessie voor de Verordening Jeugdhulp uit te stellen tot 16 november. Want het is ook niet netjes om dat nu nog even ertussendoor te frotten. Maar het is wel elf uur.
Kijk, het kan ook … Het enige wat we kunnen doen, is nu een half uurtje en dan vervolgens verder. Maar ik denk niet dat het qua inhoud dan beter wordt. Ik kijk even rond. Ik zie heel veel schuddende gezichten. Ik ben me er helemaal van bewust dat ik teleurgestelde gezichten achter mij heb zitten. Dat begrijpen we helemaal. Maar dan gaan wij die agenderen, die technische sessie. Nog even onder voorbehoud dat dat dan ook allemaal lukt met de externe partijen. Maar 16 november wordt dat dan. Gaan wij nu onze vergadering afmaken. We hebben het agendadeel nieuwe behandelvoorstellen. Dan gaan wij naar de nieuwe behandelvoorstellen. Als wij nog even heel scherp kunnen zijn met elkaar, probeer ik er zo snel mogelijk doorheen te lopen. 10.Raadsinformatiebrief over onafhankelijke cliëntondersteuning en het Adviesen Meldpunt Jeugd Dordrecht - Raadsinformatiebrief Niet behandeld 11.Uitvoeren Motie Dordrecht, een stad waar je ertoe doet (d.d. 23 juni 2020) – Raadsvoorstel De voorzitter: Gaan wij nu onze vergadering afmaken. We hebben het agendadeel nieuwe behandelvoorstellen. Dan gaan we naar de nieuwe behandelvoorstellen. Als we nog even heel scherp kunnen zijn met elkaar, probeer ik er zo snel mogelijk doorheen te lopen. Nummer 11, het raadsvoorstel uitvoeren Motie Dordrecht, een stad waar je ertoe doet. Bij het voorstel is deze als hamerstuk te agenderen voor de gemeenteraad. Akkoord.
12.Raadsinformatiebrief over integraal plan van aanpak leefbaarheid gebied Kromhout-Kasperspad – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Nummer 12, de raadsinformatiebrief over het integraal plan van aanpak leefbaarheid gebied Kromhout-Kasperspad. Mijn voorstel zou zijn om deze ter kennisgeving door te sturen naar de raad, of te bespreken in de commissie met een politieke vraag. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter. De voorzitter: Ik hoorde voorzitter. De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, dank. Wij hebben eigenlijk … Hinken op twee gedachten bij dit voorstel. Enerzijds vragen we ons af waarom het afvalplan niet toegevoegd is aan de stukken. Dat is 1. Ons procesvoorstel zou dan zijn, een weekje laten staan en het afvalplan toevoegen. Dat willen we graag zien. Het tweede, wordt er in het stuk eigenlijk gesproken over de analyse voor illegale kamerverhuur. Maar dat zou juist een analyse voor overal scheve kamerverhuur moeten zijn, want illegale kamerverhuur pakken we altijd aan. Ik vroeg me af, het leek mij goed om dat dan te bespreken, als dat niet gewijzigd zou kunnen worden. Vandaar zouden we het een weekje willen laten staan, om het afvalplan toe te voegen, in eerste instantie. De voorzitter: Is dat akkoord voor eenieder om het even aan te houden tot het afvalplan wordt toegevoegd? Mevrouw Koene.
Mevrouw Koene: Voorzitter, afvalplan, wat is dat? De voorzitter: Dat staat in het stuk, dat er voor het gebied een nieuw afvalplan is ingesteld en dat dat het antwoord op vele vragen en problemen zou zijn in het gebied. Mevrouw Koene: Maar dat is fysiek? De voorzitter: Dat is specifiek voor dit gebied, voor dit plan van aanpak. Mevrouw Koene: Maar dat … O. De voorzitter: Aanhouden totdat het afvalplan is toegevoegd. Mocht eenieder zich daar nog op kunnen beraden en dan komt het de volgende keer weer terug. Dan komt deze politieke vraag, of in ieder geval die kamerverhuur waarschijnlijk nog wel weer terug bij u. 13.Raadsinformatiebrief Coronamaatregelen (12 oktober 2021) Raadsinformatiebrief De voorzitter: Nummer 13, de raadsinformatiebrief Coronamaatregelen van 12 oktober 2021. Het voorstel is om deze ter kennisgeving te agenderen in de raad. Akkoord.
14.Raadsinformatiebrief Stand van zaken ondersteuning gedupeerde ouders toeslagenaffaire - Raadsinformatiebrief De voorzitter: Nummer 14. Raadsinformatiebrief Stand van zaken ondersteuning gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire. Voorstel is om de raadsinformatiebrief ter kennisgeving te agenderen voor de gemeenteraad. Akkoord. 15.Beantwoorden artikel-40-vragen PVV Aanpak dakloosheid schrijnende gevallen - Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Nummer 15. Beantwoorden van artikel-40-vragen PVV Aanpak dakloosheid schrijnende gevallen. Voorgesteld de beantwoording voor kennisgeving aan te nemen. Doen we ook. 16.Artikel 40 vragen RvO van de fractie PVV over Duidelijkheid over uitspraken wethouder Stam inzake huisvesting statushouders De voorzitter: Nummer 16. Artikel 40 vragen Reglement van Orde van de fractie PVV over Duidelijkheid over uitspraken wethouder Stam inzake huisvesting statushouders. Het voorstel is kennis te nemen van de gestelde vragen in afwachting van beantwoording door het college. Akkoord. 17.Memo van wethouder Van der Linden over vragen BVD tijdens commissie 0707-2021 over toezicht JBW De voorzitter: Nummer 17. Memo van wethouder Van der Linden over vragen Beter voor Dordt tijdens de commissie van 7 juli over toezicht JBW. Er wordt geadviseerd een memo ter bespreking te agenderen.
Dan in te zoomen op de aanvullende vragen die dit oproept, zoals de deskundigheid van de professionals, die waarheidsvinding in onderzoeken en de uitvoering van maatregelen. Is dat iets wat op steun kan rekenen, dat behandelvoorstel? Dan is het wel ook even de vraag om een politieke vraag te formuleren of een technische sessie ervan te maken. Hoeveel fracties willen dit memo bespreken? 4 fracties is te weinig. Het gaat over kinderbescherming. 1, 2, 3, 4, 5, 6, dat is wel voldoende. De politieke vraag. Wat maken we ervan? De heer Boersma: Voorzitter, kunnen we hem niet verbinden aan ... Kijk, we gaan straks … Die technische sessie hebben we nu uitgesteld. Die technische sessie zit een stuk Jeugdverordening in, maar er zaten nog een aantal stukken die eigenlijk over meer gingen dan de jeugdverordening. Ik weet niet of deze hierbij past, maar dan zouden we eigenlijk de technische sessie … Dat rapport van dat meldpunt vind ik eigenlijk niet zo geschikt voor een technische sessie, als we het over de politieke vragen hebben. Dan zouden we eens moeten kijken of we gewoon 16 november een avond kunnen hebben over een aantal van dit soort thema’s. Dan een stukje technische sessie, wat mij betreft ook gewoon een stukje politiek debat over dit soort onderwerpen.
De voorzitter: Daar kan ik me eigenlijk wel heel goed in vinden. Ook vanuit de procedure wordt het dan een stuk eenvoudiger, omdat natuurlijk de rapportage van het meldpunt veel meer politieke lading heeft. Mevrouw …: Voorzitter. De voorzitter: Sorry. Dit memo, de technische sessie bespreken op 23 … Mevrouw …: Nee, apart. De voorzitter: 16 november wordt dan de technische sessie, waarin we een aantal van dit soort documenten en problemen met elkaar doornemen, onder begeleiding van een externe, die helaas vanavond voor niets kwam. 23 november volgt dan de politieke bespreking, voor in ieder geval het onderdeel van het meldpunt. Is dat akkoord dan? Mevrouw Nijhof: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Dan zou dit stuk bij vraag 6 horen. Want er is een, laten we zeggen, politieke vraag gesteld, vraag 6. Dat gaat over de kinderbeschermingsmaatregelen. Dat zou daar kunnen aanhaken. De voorzitter: Ik knik ja, maar ik kijk ook wel even naar de griffie. Als het kan, doen we alle technische zaken dan op de 16e. Daar valt dit dan ook onder. Voor zover dan van toepassing, komen die technische stukken natuurlijk weer terug in de politieke bespreking, 23 november.
Het zou kunnen dat je uiteindelijk vanuit de technische sessie informatie hebt opgehaald die je weer gebruikt op 23 november om je politieke mening over het stuk te geven, toch? De heer Boersma: Voorzitter, maar ik zei al, ik heb ook een beetje moeite met een technische sessie, zoals die nu vormgegeven was. Is een beetje mosterd na de maaltijd. Kijk, op het moment dat wij een presentatie krijgen over de nieuwe Jeugdverordening, daar zit een stukje techniek in, daar zit een stukje uitleg in. Vervolgens kunnen wij dan naar het politiek debat gaan. Dat rapport van het meldpunt is niet iets voor een technische sessie, want daar staan zes politieke vragen in. Die zijn aan ons als gemeenteraad gesteld. Die moeten wij, volgens mij, gewoon in een openbare commissievergadering ook politiek bespreken, want dat wordt van ons verwacht. De voorzitter: Dan heb ik een vraag. Is dan dit memo … Wordt dit dan bij het stuk van het meldpunt wat we gaan bespreken op de 23e? Oké, dan is … Dat was voor mij niet duidelijk. Goed. Mevrouw Nijhof: Volgens mij hebben wij afgesproken dat wij de technische sessie zouden hebben. Dan vervolgens de vragen, die er zouden zijn, maar die zijn nu ook al beantwoord, laten we zeggen, in de rib die voorligt, dat we die als raad zouden beantwoorden. Ik weet niet … Volgens mij, eigenlijk is het namelijk zo dat je die los zou
moeten zien van de technische sessie over de verordening en het kader daarvan. Dat denk ik echt. De voorzitter: Ik constateer dat er wat … Ik denk dat er wat verwarring is over wat nu precies de inhoud moet gaan zijn van die technische sessie, omdat natuurlijk wij als commissie heel duidelijk hadden aangegeven daar die punten van het meldpunt te willen bespreken. Maar dat is eigenlijk een politieke discussie. Laten we kijken of dat we even concreet kunnen maken of op de mail kunnen zetten wat in die technische sessie moet gaan gebeuren. In ieder geval, 23 november alvast in de agenda zetten voor de politieke bespreking van het stuk van het meldpunt. Dan hebben we die twee alvast gesplitst. Dan komen we op die technische sessie nog even terug, of dat dat dan alleen maar over de verordening zal gaan, de technische sessie, of dat daar ook nog aandacht wordt besteed aan die politieke vragen, die vervolgens door ons nog geduid moeten worden. Mevrouw Nijhof: Nou is het stuk het eerste stuk wat voorligt, voor die politieke vragen die we zouden behandelen, dat gaat over de cliëntondersteuning. Dat is een onderdeel van de verordening, zeg ik maar even. Hoe gaan we dat bespreken? Gaan we dat nog extra bespreken, want daar is antwoord van gekomen door het college van hoe dat nu ingevuld wordt.
In de verordening moeten wij natuurlijk zelf als raad vaststellen wat wij vinden van cliëntondersteuning en waar dat thuishoort. Want dat is wat er gebeurt. Is het zo dat wij ons alleen richten op die zes politieke vragen, of ook op het stuk wat voor, laten we zeggen, die zes politieke vragen en die rib staat. Want dat gaat juist over de bevindingen van het meldpunt. Mevrouw Stevens: Sorry, voorzitter. Ik ga ervan uit dat wat erboven staat, dat dat meegenomen wordt. Niet alleen die zes politieke vragen. Mevrouw Nijhof: Wat daarvan is afgesproken, dat staat ook zelfs in het stuk, dat daar uitvoerders van de toegang en cliënten, of cliëntvertegenwoordigers zouden uitgenodigd worden om in ieder geval daar ook over in te kunnen spreken en daar ook input op te kunnen geven. Dat is wat de bedoeling was. De voorzitter: Ik denk dat het goed is dat er over de technische sessie nog wat emailverkeer gaat plaatsvinden wat er precies de bedoeling is. Maar in ieder geval, het deel van de politieke bespreking over het meldpunt, hebben we nu in ieder geval wel met elkaar besproken hoe we dat gaan doen. Die technische sessie, dat moet echt nog wel eventjes wat duidelijker worden hoe en wat precies, zodat ook eenieder daar gewoon de rol kan pakken die hij wil pakken. Het is ook al laat, ik vind het ook nog wel moeilijk om hier nu nog meer chocola van te maken dan dat ik nu geprobeerd heb.
We gaan even verder. Het is nu melkchocola. 18.Brief aan gemeenteraad apartheid 2021 ihkv coronamaatregelen De voorzitter: Nummer 18. De brief aan de gemeenteraad apartheid 2021 in het kader van coronamaatregelen. U wordt voorgesteld de brief in handen te stellen van het college voor beantwoording, waar u een afschrift van ontvangt.
19.Maandrapportages t/m september Service Organisatie Jeugd De voorzitter: Nummer 19. De maandrapportages tot en met september van Service Organisatie Jeugd. Het voorstel is om kennis te nemen van de maandrapportages, die ter informatie worden verspreid onder de commissie. 20.Termijnagenda De voorzitter: Dan zijn we bij het agendadeel overig aangekomen. Dat gaat over agendapunt 20. De termijnagenda Commissie Sociale Leefomgeving. Op 16 november is een commissievergadering ingepland. De raadsbrede thema-avond op 17 november komt te vervallen. Wij hebben ook al een agenda voor 16 november, zoals we net hebben besproken. Het voorstel is om de evaluatie van de commissie ook op 16 november te laten plaatsvinden, voorafgaand aan de commissievergadering, als u dat wilt. Willen wij nog een evaluatiemoment voor onze commissie inplannen? De heer Van der Net: Ik denk niet. De voorzitter: Dat willen wij niet. De heer Van der Net: Want we zijn druk bezig om een heel nieuw systeem te ontwikkelen voor de volgende raad. Het lijkt mij, een evaluatie op dit moment niet meer relevant. De voorzitter: Dan doen we dat … De heer Boersma: Voorzitter. De voorzitter: De heer Boersma. De heer Boersma: Misschien even een tegengeluid hoor. Want evaluatie klinkt heel zwaar, maar wij hadden ooit de gewoonte om een keer in de zoveel tijd even in de commissie met elkaar na te denken over hoe het gaat.
Dat doen we dan in zo’n evaluatie. Die hebben we de afgelopen anderhalf jaar, twee jaar bijna niet gehad in verband met de coronamaatregelen. Ik denk, los van alle discussies over de toekomst, kan het nooit kwaad om even naar elkaar te kijken en zeggen van, joh, hoe werkt het nu? Want een voorbeeldje, wij hebben weer vanavond drie inhoudelijke agendaonderwerpen gepland, terwijl we eigenlijk van tevoren wisten dat we dat nooit gaan redden. Dat zijn van die dingen dat misschien wel goed is om met elkaar weer even te spiegelen van, jongens, wat loopt er goed en wat loopt er minder lekker? Laten we daar elkaar een beetje scherp op houden. Dat is eigenlijk niets meer en niets minder, wat dat betreft. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, ik denk dat ik dat wel steun, omdat je dan het komende half jaar ook gewoon op een goede manier met elkaar die discussies kan voeren die we hebben. Ik denk dat dat nuttig is. Je zag het ook voor de gasten die hier vanavond waren, is het toch wel heel vervelend. Dat moeten we eigenlijk niet willen.
De voorzitter: Wat we zouden kunnen doen, is eigenlijk een beetje een gulden middenweg ervan maken. Dat je op 16 november niet voorafgaand aan de commissie dit gaat doen, maar gewoon bij afronding even 5 minuten vragenrondje van, hoe gaat het, wat vinden we ervan? Dat we dat als evaluatie doen. Zullen we dat doen? Goed. Dan verder, kan de termijnagenda dan worden vastgesteld, met die aanpassingen die we zonet nog hebben besproken? De heer Boersma: Nog een vraag, voorzitter. Ik weet dat het laat is. Maar hebben wij nu voor de 16e dan alleen de technische avond, of hadden we ook nog een ander thema ervoor staan? En dan de 23e inhoudelijk? De voorzitter: Ik heb voor de 16e nu staan, de stand van zaken van het LHTBI. Ik wilde zeggen, het staat hier verkeerd geschreven. Een heleboel letters. Dat we een mondelinge toelichting zouden krijgen op het LHBTI-beleid en dan de technische sessie. Dan moet het lukken om aan het eind 5 minuten nog te evalueren. De 23e hebben we dan net aangepast, daar komt de politieke bespreking van de bevindingen van het meldpunt op. Verder staat er alleen nog een voorstel voor dinsdag 30 november voor de themabijeenkomst Nieuwe Wet Inburgering. Maar verder is onze termijnagenda gewoon leeg. Dit is denk ik prima nu.
De heer Boersma: Maar zullen we dan de LHBTI en de technische sessie omdraaien, want anders zitten we weer met insprekers die zitten te wachten. Dat is misschien handiger. De voorzitter: Goed voorstel. Doen we dat. 21.Rondvraag De voorzitter: Dan heb ik nog een rondvraag. Maar ik zie mensen al gaan. Jullie even geen ronde of vierkante vragen voor mij? Nee, geen rondvraag. 22.Sluiting De voorzitter: Dan sluiten we nu de vergadering.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 21 december 2021. De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff