CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 2025.05.13 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 27 mei en 5 juni 2025 en de Dordtse Dinsdag van 13 mei, 20 mei, 3 juni en 10 juni 2025 Vergaderzalen 1, 3, en 526.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het kan wel als het u zelf niet echt goed uitkomt. Tegen ons werd altijd gezegd, wij hebben daar geen invloed op. Dat is meten met twee maten. En dat breekt het vertrouwen af. In andere gemeentes is een azc tegengehouden na intimidatie en bedreiging. Wij keuren dat krachtig af. Maar daar werkte het wel. En hier, waar we vreedzaam, beschaafd en geduldig zijn gebleven, worden we genegeerd. En dat is een perverse prikkel. Geweld loont de redelijkheid niet. En dan nu een directe vraag aan u, raadsleden, gaat u eindelijk opkomen voor uw eigen inwoners, voor onze buurt, deze mensen, deze gemeenschap? Of blijven nieuwkomers keer op keer op plek één komen, ten koste van degenen die al jaren hier wonen, werken en bijdragen? Wij eisen dat u de belangen van onze eigen buurt, burgers op één zet. En daarom zeg ik u dit, de voorwaarden zijn niet nageleefd, de participatie was gebrekkig, de wijk is mentaal en

19

financieel onder druk gezet, de beloften zijn gebroken, het vertrouwen is weg. U heeft ingestemd onder voorwaarden. Wij eisen dat u handelt naar die voorwaarden. Wij eisen dat u ook handelt als die voorwaarden worden geschonden. Wij roepen u op, neem uw verantwoordelijkheid. Dien een motie in voor een tijdelijke bouwstop, zolang de bezwaren nog niet in behandeling zijn, de wijk onvoldoende is gehoord en de beloftes aan de bewoners niet zijn ingelost. Fatsoen mag nooit de zwakste positie zijn. Stop de trein die u zelf op de rails hebt gezet, al is het maar tijdelijk. En geef deze buurt eindelijk rust, eerlijkheid en erkenning, die zij verdient. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Is toch goed gelukt. Uw oproep is duidelijk. Dank u wel. U was ook keurig binnen de tijd. Ik zou ook willen verzoeken om binnen vijf minuten … Inspreker 2: Ik ga het proberen. Hij is niet zo lang. De voorzitter: Prima. Goed. Mijnheer Markesteijn. Inspreker 2: Ik ben Richard Markesteijn. Ik ben 70 jaar. En ik heb hier een mail van een bewoner binnengekregen die leukemie heeft. En die heeft gevraagd of ik dat voor zou willen lezen. Dat ga ik hierbij doen. Er staan ook helaas dingen in die hij al genoemd heeft. Ik moet het ook voorlezen. Ik ben beter om het uit mijn hoofd te doen, maar ik ga het proberen. Azc niet. Het is veel te groot voor een kleine buurtschap als de Tweede Tol.

Zouden politici en de Dordtse gemeenteraad, die ingestemd hebben, zich wel voldoende hebben ingelezen in de gevaren van zo'n groot asielcentrum, zoals Ter Apel, Maarheeze en Budel, et cetera. Op station Maarheeze lopen continu zes man te controleren. Die kunnen de overlast zelf met extra beveiliging niet stoppen. Als je dagelijks het nieuws leest, is het niet vreemd dat de bewoners van het buurtschap Tweede Tol zich zorgen maken over wat er gaat gebeuren in hun, tot nu toe, rustige buurt. Zouden de instemmers met dit plan zich wel voldoende realiseren welke de impact het heeft op ongeveer 300 bewoners, volwassenen en jonge kinderen? Al zullen er een aantal partijen zijn die het niet over het wangedrag van een gedeelte van de asielzoekers willen hebben en het onder de pet wil houden. En zullen tussen de asielzoekers vast een flink aantal rondlopen met trauma's en verward gedrag. Hoe denken Centraal Orgaan Asielzoekers en de gemeente Dordrecht de veiligheid te garanderen? Ook de vele kinderen die over de achteraf wegen fietsen naar school of vanuit de Hoeksche Waard. Of is dit ver-van-mijn-bedshow voor de instemmers van dit absurde plan? 580 mensen dumpen op een industriegebied met windmolens, veel vrachtverkeer, geen vermaak in de buurt, weinig openbaar vervoer, weinig of geen fietspaden, trottoirs. Wil ik er nog een ding bij zeggen.

We hebben hier te maken dat er ook nog militaire oefeningen zijn, waar met mitrailleurs wordt geschoten. Als je mensen wilt triggeren, moet je dat vooral doen. We hebben geen politiebureau in de buurt. Het COA zal misschien zorgen voor toezicht op het azc, maar wat gaat de gemeente doen met het toezicht en het regelen, zodat er in het buurtschap Tweede Tol veilig kan worden gewandeld, gefietst of met je auto kan worden gereden? Zullen we nog rustig kunnen wandelen? Kunnen we dat nog doen met ons geliefde hondje? Is onze veiligheid en ons woonplezier echt bepalend geweest voor hun besluit? Ik denk van niet. Zijn de instemmende politici zich bewust dat ze medeverantwoordelijk zijn voor de incidenten die er zeker gaan komen? Mensen lastigvallen, vaker inbraak in woningen, vechtpartijen, met kans op steekpartijen, aanrandingen en misschien nog wel heftiger. Je leest en hoort er dagelijks over in de media. Het zal op de Tweede Tol en omgeving niet anders zijn.

20

Het raakt de stemmers blijkbaar niet hoe wij erover denken. Die praten alles goed. Wij als bewoners van de Tweede Tol hebben ons fatsoenlijk gedrag laten zien. En we laten ons niet afschepen met leugens van de Dordtse gemeentebestuurders. Niet van tevoren ingelicht en ook weinig tot niets gedaan met de klachten van bewoners. Misschien vindt de gemeente Dordrecht de subsidie, lees inkomsten voor de opvang van asielzoekers, belangrijker dan de veiligheid en een prettig leefmilieu van het buurtschap de Tweede Tol. Wat zeg je? Twee minuten. Dan wilde ik nog even wat vragen. Ik wilde graag hier gebruikmaken dat wij van die mijnheer van GroenLinks heel graag excuses willen hebben, dat wij uit zijn gemaakt voor racisten en dat wij criminaliseren. Ik eis van u dat u nu excuses aan gaan bieden, want wij zijn geen racisten. Ik werk met Syrische mensen. Ik doe heel veel voor armoedebestrijding. En jij hebt ons toen in de hoek gezet. Dit wil ik even doen. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, mag ik daar kort op reageren? De voorzitter: Wacht even. Straks even. Was u klaar trouwens? Inspreker 2: Ik stop er nu mee. De voorzitter: Prima. Uw oproep is duidelijk, uw verhaal is duidelijk en uw signaal is duidelijk. Ik ga zo even de raads- en commissieleden vragen of ze nog vragen hebben, verhelderende vragen.

En wat u met mijnheer Uysal of met GroenLinks, dat moet u dan straks even … De heer Uysal: Voorzitter, ik wil daar wel heel kort op reageren. De voorzitter: Heel kort, want ik wil wel dat het een nette vergadering blijft. Want ik wil niet dat dat heen en weer komt zo meteen. De heer Uysal: Zeker. De voorzitter: Heel even kort, maar wel netjes blijven naar elkaar toe, jongens. De heer Uysal: Uiteraard, voorzitter. Ik wil allereerst de insprekers van harte bedanken. Ook alle mensen die de moeite hebben genomen om hiernaartoe te komen, om hun verhaal toe te lichten. Dat waardeer ik zeker. Mijn fractie waardeert dat. En ik denk ook dat ik namens de hele commissie kan spreken dat we dat waarderen. We nemen ook deze signalen ter harte. Het is niet zo dat we hier absoluut niets mee doen. Ik herken alleen het verwijt niet, voorzitter. Dat wil ik ook expliciet zeggen. Ik heb nooit en te nimmer de bewoners, u niet, maar ook de andere bewoners van de Wieldrechtse Zeedijk niet uitgemaakt voor racisten of fascisten, wat dan ook. Het klopt dat wij een verschil van inzicht hebben hoe we naar dit dossier kijken, maar dat wil absoluut niet zeggen dat ik u uitmaak voor wat dan ook. Ik ben er ook niet op uit om het persoonlijk te maken. En ik vraag ook heel vriendelijk van u, maar ook van de rest van de bewoners, om dit niet persoonlijk te maken.

Laten we gewoon met een goed gezond verstand kijken naar wat hier haalbaar is, wat we samen kunnen doen. Dat is in het belang van ons allemaal. Daar

21

is niemand anders bij gebaat, als we dit op een vervelende manier gaan doen. En ik hoop dat we dit samen tot een goed einde kunnen brengen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Uysal. Mevrouw Kamphuis heeft een vraag. Zijn er nog collega's die vragen willen stellen aan onze spreker? Mevrouw Schnabel. Dan zie ik mijnheer Kolkiliç nog. Ik begin met mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik wil iedereen bedanken voor het inspreken en voor de komst. Dat we het op een goede plek vinden, ja of nee, daar kunnen we lang of kort over praten. Iedereen weet hoe ik erover denkt. Hoe denkt u erover, en de buurt, voor een kleinere opvang, veel minder mensen? De voorzitter: Een van jullie. Mijnheer Van der Elst. Inspreker 1: Ik denk dat beide Richards daar wel redelijk hetzelfde over denken. Wij zijn juist voor kleinere opvang. Zoals je nu ook ziet wat er bij de Oekraïense opvang gebeurt, dat lijkt ons heel humaan. En dat is een goede manier van integreren. Maar als je 580 mensen op zo'n plekje zet bij elkaar, ik geloof nooit dat deze mensen goed kunnen integreren. Dat is een beetje antwoord op uw vraag. Maar wij zijn voor opvang, alleen in normale proporties. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Mijn vraag is, toen dit plan werd vastgesteld, is er ook een motie ingediend voor een begeleidingscommissie.

En daarin werd opgeroepen om echt goed in gesprek te gaan met buurtbewoners. Maar nu is mijn vraag, er is ons daarover terug natuurlijk nieuws gebracht. En dat leek allemaal goed te gaan. Maar wat is jullie ervaring met die begeleidingscommissie? De voorzitter: Mijnheer Markesteijn, u wil daarop reageren? Inspreker 2: Er is met ons niks overlegd. Wij lazen het in de krant. Er was de avond ervoor toevallig door de gemeente 's avonds een briefje in de bus gedaan. En dat was tegelijkertijd dat er ook nog een keer windmolens bij zouden komen. Wij zijn naar die bijeenkomsten geweest. Er is alleen maar meegedeeld en meegedeeld en meegedeeld. Geen enkele inspraak. We hebben niks kunnen beïnvloeden. Al hadden wij wat kunnen beïnvloeden, had er al een asielcentrum kunnen staan, naar mijn mening. Ik ben een van de mensen die een rechtszaak gaat beginnen, want ik kan niet tegen onrecht. Een burgemeester, een wethouder moet niet in mijn gezicht gaan lopen liegen. Er ligt nu een bezwaarschrift. En wij gaan, zodra de tijd rijp is, de werkzaamheden stilliggen. Want de tijd van tien jaar is al een jaar geleden ingegaan. Dat gaan wij zo lang mogelijk rekken. En er is met ons niks overlegd, alleen maar meegedeeld, meegedeeld, meegedeeld.

De voorzitter: Mevrouw Schnabel, u hebt een vervolgvraag? Inspreker 1: Wat vooral zo wrang is eigenlijk, is dat er dan wordt gesuggereerd dat wij worden betrokken in dingen. En dat wij dan uit de krant moeten lezen dat het college notabene bezwaar aan het aantekenen is, ik noem het dan even, om ze bij ons te plaatsen. Terwijl dat als je het ook participeren hebt, dan ga je eerst in overleg met de

22

buurt van, we moeten ook nog eens vijftig jongeren opvangen. Hoe staan jullie daartegenover? Maar nee. En dat is natuurlijk echt een belabberdere manier van participeren. En zo kan ik nog wel wat meer voorbeelden … Maar dit punt gaat eigenlijk om die AMV'ers, waarom wij weer ons in de zeik genomen voelen. En dat is ook de reden waarom er zoveel mensen nu zijn, omdat dit niet de eerste keer is. Het vertrouwen in de gemeente raakt gewoon een keer op. De voorzitter: Dank u wel. In uw ogen is het participatieproces niet volledig mislukt. Mijnheer Kolkiliç had een vraag. De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter. Ik heb goed geluisterd naar uw inbreng, en vorig jaar ook. Eigenlijk lijkt u tijdens uw inbreng de vluchtelingen verantwoordelijk te houden voor problemen die feitelijk zijn ontstaan door falend beleid. Klopt dat? De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Van der Elst. Inspreker 1: Ik hou de vluchtelingen nergens verantwoordelijk voor. Die zijn verantwoordelijk voor hunzelf. Laten we dat vooropstellen. Maar het beleid hier in Dordrecht, door zo'n grote groep op een hoop te gooien, dat is vragen om narigheid. Om te zeggen dat ik daar de vluchtelingen op aanspreek, ik weet niet precies hoe u dat bedoelt of zo, maar dat is niet het geval. De voorzitter: U herkent zich daar niet in? Inspreker 1: Nee. De voorzitter: Mijnheer Uysal.

De heer Uysal: Voorzitter, ik hoor heel veel zorgen van de insprekers. Terecht, onterecht, dat laat ik even terzijde. Maar ik ken deze insprekers, en ook heel veel van deze bewoners, als barmhartige mensen, als mensen die ook openstaan om vluchtelingen hier op een menswaardige manier op te vangen. De planning staat nu vooralsnog dat het azc eind dit jaar, begin volgend jaar wordt geopend. En we beginnen eerst met een kleine groep, met tweehonderd mensen, om te kijken of het allemaal goed gaat. Zijn de bewoners dan, voorzitter, ook bereid om een goede start te maken? Om al bij de opening van het azc langs te gaan bij de bewoners van het azc, en daar wil ik ze van harte bij ondersteunen, wil ik ook graag bij zijn, om te bouwen aan een goede relatie? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Markesteijn. Inspreker 2: Ik denk van niet. De laatste keer met die vijftig mensen, dat lezen wij in de krant. En dan gaat er nog een wethouder zeggen dat ze in andere buurten ze niet kwijt kan, want dan krijgt ze de buurt over zich heen. Wij zijn ook geen buurtbewoners meer. Ik ben bewust in het zwart-wit. Dat heb ik ook een keer tegen de burgemeester gezegd. Ik schaam me om Dordtenaar te zijn. Ik heb zwart-witte kleuren aan, de kleuren van Dubbeldam. De voorzitter: Dank u wel.

23

Inspreker 2: Dat zijn we allang voorbij. Ik ga ervoor dat het er niet komt. Had de gemeente onderhandeld, had het er gestaan, tijdelijk. De voorzitter: U bent daar heel duidelijk in. Gezien de tijd, we hebben nog vijf minuten, ik wil eigenlijk naar een eindronde. Mijnheer De Heer heeft nog een vraag. Mijnheer De Heer is als laatst nu even aan het woord. En daarna ga ik afsluiten. De heer De Heer: Voorzitter, misschien een beetje in aanvulling op wat de heer Markesteijn zegt. We willen het gewoon niet. En dat staat u ook vrij. En dat denk dat ik inmiddels of hoe dan ook, waar in het proces, kan het natuurlijk dat een aantal van de omwonenden zegt, hoe dan ook, aan welke eis dan ook maar wordt voldaan, we willen het niet of niet meer. Tegelijkertijd hoorde ik net de heer Van der Elst ook zeggen, even kijken, we willen een bouwstop totdat aan voorwaarden en eisen is voldaan. Dat veronderstelt soort van, als we tegemoet worden gekomen in, dan mag er weer gebouwd worden. Dat staat op gespannen voet met elkaar. Dan ben ik een beetje benieuwd, over welke voorwaarden en eisen hebben we het dan, waar we dan met elkaar naar kunnen luisteren? De voorzitter: Mijnheer Van der Elst. Inspreker 1: Wat gewoon zo bijzonder is, dat de coalitie, toen het college voorwaardes heeft gesteld, en die voorwaardes blijken gewoon niet ingewilligd te worden.

Of tenminste, die zijn niet volbracht in onze ogen. En dan ben ik benieuwd wat de sancties daarvan zijn. Want je stemt ergens voor, op voorwaarde dat. En als die voorwaardes dan niet kloppen uiteindelijk, dan trek je je voorstel toch in, in een normale gang van zaken? Of dan de toezegging of die mee instemmen trek je dan toch in, als ze niet wordt volbracht aan bijvoorbeeld participeren. De voorzitter: Dank u wel. Het is echt tijd, jongens. Het spijt me zeer. De commissies gaan door. Vandaar dat ik echt ook moet gaan ingrijpen nu. Uw signalen, verhalen, maar ook de oproep is duidelijk, denk ik. Ik zou zeggen, dat is mijn oproep, ga in gesprek straks ook met partijen, met raadsleden, commissieleden. Doe je ding. En ik ga ervan uit dat de partijen misschien dan straks zelf ergens mee kunnen komen. Dank u wel voor uw komst. En neem alsjeblieft je glazen en flesjes mee. En fijne avond allemaal. 5. Vaststellen huisvestingsverordening 2025 – Raadsvoorstel Voorzitter: Den Heijer Den Heijer Raadsgriffier: Mevrouw Bronsveld Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Burakçin (GroenLinks) De heer Van Dam Timmers (CDA) Mevr. De Groot (Beter voor Dordt) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie)

24

Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouder: wethouder W. van der Kruijff Ambtelijke ondersteuning: dhr. Weber Overige aanwezigen: dhr. Van de Burgt De voorzitter: Goedenavond, dames en heren, jongens en meisjes, welkom bij de commissievergadering van de gemeenteraad van Dordrecht. Ik wil alle raads- en commissieleden van harte welkom heten, ook de heer Burakçin, die nu de zaal binnenkomt stormen. Ik wil de heer Safranti welkom heten. Welkom in ons midden. Ik hoor de mensen op de publieke tribune dat er zelfs aanwezigen uit Den Haag aanwezig zijn. Hoe bijzonder is dat? En natuurlijk alle mensen die vanavond niet naar FC Dordrecht kijken, maar naar deze livestream, ook die mensen wil ik van harte welkom heten. De heer Van de Burgt, zit hier achter mij, voorzitter van de Dordtse Adviesraad Sociaal, ook van harte welkom heten. Voor het verslag is het gebruikelijk dat we onszelf even kort voorstellen, en voor welke partijen we zijn. En zoals een goed gebruik, geef ik de griffie als eerste het woord. Mevrouw Bronsveld: Corine Bronsveld, commissiegriffier. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Net: John van der Net, Dordtse VVD.

Mevrouw De Groot: Megan de Groot, Beter voor Dordt. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks Dordrecht. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Weber: Günther Weber, ambtelijke ondersteuning.

25

De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, wethouder. De voorzitter: Ik ben Rolin den Heijer. Ik mag vandaag de voorzitter zijn. En ik wil uiteraard de heer Günther Weber ook van harte welkom heten. Die was ik zojuist vergeten te vermelden. Waar hebben we het vandaag over? Deze beeldvormende commissievergadering wordt een nadere toelichting gegeven over de huisvestingsverordening, en het proces voor de totstandkoming daartoe. De gemeenteraad heeft een tijdje geleden, op 18 juni, de uitgangspunten voor de herziening van de verordening vastgesteld. Dat kunnen we ons allemaal levendig nog herinneren. En in de bijlage van het raadsvoorstel is uitgewerkt hoe met de vaste uitgangspunten is omgegaan, evenals de moties en amendementen die destijds zijn ingediend en ook zijn aangenomen. Voorafgaand aan deze beeldvormende commissie zijn door verschillende fracties technische vragen ingediend. En deze zijn gisteren beantwoord en ook bijgevoegd bij de stukken. Die kunt u daarbij vinden. En we beginnen vandaag, zoals gemeld, met een inspreker. En daarna volgt de presentatie. En ik wil de heer Van de Burgt van de befaamde DAS graag het woord geven. En de heer Van de Burgt is goed bekend met de gebruiken in dit huis. Hij kan aan die kant aan de tafel plaatsnemen. Maar volgens mij heeft u helemaal geen bordje nodig. Mijnheer Van de Burgt, u doet het helemaal onder uw eigen naam.

U krijgt vijf minuten. Gaat uw gang. Inspreker 3: Voorzitter, dank u wel. Vorig jaar juni heeft Ellen Molenaar, die voorzitter is van de werkgroep wonen van de DAS, ingesproken. Ze zou dat vanavond ook doen, maar door omstandigheden kan dat niet. En ik mag haar vervangen, wat een eer is natuurlijk. Ons advies wat we uitgebracht hebben, is nog niet voorzien van een reactie van het college. Daar hebben we overleg over gehad. Ik zal niet het advies gaan toelichten in spreektijd. U krijgt het advies met een reactie van het college voor de volgende behandeling, de beoordelingscommissie. En dan verwachten wij in feite dat u daar ook zo kennis van neemt. Toch hebben we gemeend één punt nadrukkelijk naar voren te brengen. Niet ingaan op de huisvestingsverordening die voorligt, maar wel willen we een onderwerp toelichten waar allerlei systemen, die in feite regelingen gaan betreffen. Verordening en de beleidsregels gaan een aantal dingen weer regelen, ook om ze te controleren. Maar elke regeling, elke toetsingscommissie, beoordelingscommissie vraagt de nodige professionele inzet. Daarnaast speelt wel de vraag bij ons, regel je via een systeem ook wat je werkelijk wilt bereiken of ontwikkel je een bureaucratie die zijdelings het doel maar bereikt en raakt? Wij richten ons op het inwonersperspectief en het cliëntperspectief.

Kijkend naar het komend ravijnjaar, is het 2026, nee, is het 2028, is het nog belangrijker om je af te vragen, wat kost het om weer een systeem op te tuigen? En zal dat in de praktijk ook opleveren wat we willen bereiken? Moet er een commissie komen om de afgesproken criteria te toetsen? We hebben bij deze dingen vaak het idee, zonde van de tijd, en misschien ook wel zonde van het geld. Spreek de doelen af, laat de stakeholders, die bij de huisvestingsverordening van belang zijn, als woningcoöperatie en zorginstelling, samen de criteria afspreken en evalueren. Als doelstellingen gehaald worden, is dat wat je mag verwachten. Zo maak je een lerend proces voor die stakeholders, die actoren steeds in een eigen gezamenlijk proces te evalueren. Daar kun je als lokale overheid van leren. Maar geen commissie die toetst of de bestaande afgesproken criteria functioneren. Wat doet die commissie, namelijk afwijzen, afwijzingen realiseren.

26

Anders zijn ze ook op papier zinloos, die commissies. Zo'n commissie voegt niks toe, maar vraagt alleen veel energie van professionals voor de aanvragen, die beter dat kunnen doen, wat echt helpt voor de mensen in hun perspectief. Wat in de uitvoering de doelen realiseert, omdat er dan meer uitvoeringscapaciteit is. Dordrecht kent veel groepen die bijzondere aandacht vragen. Hoe graag zouden u en wij tegen al die mensen willen zeggen, we denken aan jullie en zullen jullie in jullie noden van bestaanszekerheid voorzien. Wonen is bestaanszekerheid. In het sociaal domein, bij het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2030 en bij de onlangs vastgestelde Participatiewet in Balans, zien we dat de mens en het geleende vertrouwen centraal worden gesteld. Doe dat ook voor deze groepen Dordtenaren. Zet dat vertrouwen in, want het systeemdenken heeft al veel gemotiveerde uitvoeringen de gordijnen ingejaagd. En er zijn er die een nieuwe carrière zijn gestart buiten de zorg of het sociaal domein. Met de tekorten in zorg en welzijn nu en later een zeer kwalijke zaak. Het vraagt er ook om naar je eigen gemeentelijke organisatie te kijken.

Hoeveel ambtelijke inzet is er? Hoeveel capaciteit is er nodig als we een systeem dekken eigenlijk loslaten? En wat kunnen we daar in feite als voordeel zien? Als we kijken naar de landelijke cijfers in venster, zie je dat Dordrecht voor het bestuur 1.415 euro per inwoner uitgeeft. Terwijl het landelijk gemiddelde 727 euro is. Uitgaven zeggen niets. Je moet ze in feite ook genuanceerd bekijken. Maar cijfers vragen wel om er even naar te kijken. En te kijken naar systemen die geld kost en misschien ook wel baten opleveren, waaronder de maatschappelijke baten. En of die in werkelijkheid overeenkomen tussen kosten en batenanalyse. Voor het maken van heldere keuzes staat Dordrecht voor een dubbele opgave. De stad aantrekkelijk houden en verder ontwikkelen voor een breed scala van inwoners en haar van oudsher kwetsbare groep inwoners ondersteunen. Een stad waar leesvaardigheid laag is en heel veel kwetsbare inwoners die zorg vragen. Juist deze groep, ervaren wij, keert zich af van systemen, van stelsels. Ze herkennen zich niet meer in de digitale systeemwereld van ons huidige bestel. Juist deze mensen hebben behoefte aan een professional en ook een ambtenaar, die ze te woord staat en helpt vanuit dat geleend vertrouwen. Dat mensen moeten reageren op woningen waar ze niet voor in aanmerking komen, maar alleen om te laten zien dat ze werkelijk nood hebben.

Dit is een systeem met weinig logica, die echt moeilijk uit te leggen is. Alleen maar met veel maatschappelijke inzet en uren te realiseren. Veel fte's moeten worden ingezet om indicaties te verkrijgen. Wellicht zo'n 25 procent van de formatieve inzet bij organisaties en wellicht ook de gemeentelijke organisatie wordt ingezet om systemen te laten draaien. Hier wordt toch geen mens mee geholpen? Indicaties, vergunningen, toetsingscommissies, beoordelingscommissies, ze hebben weinig toegevoegde waarde voor de mensen en hun noden. Behalve dat ze een systeem laten draaien, wat de illusie geeft dat het stuurbaar is. Hoe vaak zien wij, u en wij samen in de voorbeelden dat dat niet functioneert? Daarbij blijkt dat niemand toch verantwoordelijk blijkt voor het systeem. We weten, herstel kost dan weer geld. In werkelijkheid kan niemand die systemen nog goed en verantwoord aansturen. Regels worden bedacht met de allerbeste bedoelingen. Wat we u vragen, is om kritisch te zijn in het optuigen van systemen met allerlei regels, die aan de mens en zijn vraag voor bestaanszekerheid voorbijgaat. Dank u wel. De voorzitter: Dank voor uw inspreekbijdrage. Ik zag al tijdens uw bijdrage dat enkele commissieleden het signaal gaf om een vraag te willen stellen. Dat was in ieder geval de heer Uysal, van GroenLinks. Kan ik u als eerste het woord geven?

27

De heer Uysal: Jazeker. Voorzitter, dank u wel. Dank voor de bijdrage van de inspreker. Warm pleidooi voor het loslaten van systeemdenken. En misschien ook een terechte constatering op de regeldruk. Maar de reden waarom we dat doen … Of laat ik het anders formuleren. We proberen als overheid meer regie te krijgen op de woningmarkt, om meer grip te krijgen op de betaalbaarheid, beschikbaarheid, maar ook juist die kwaliteit van de woningen. Hoe verhoudt zich dat dan, als we regels en systemen loslaten om juist als overheid meer grip te krijgen en onder andere te zorgen voor de bestaanszekerheid van onze inwoners? De voorzitter: De heer Van de Burgt, gaat uw gang. Inspreker 3: Voorzitter, wij hebben een overleg gehad, een ambtelijk overleg, waar ook de woningcorporaties en zorgorganisaties bij waren. Wij constateren dat de woning- en zorgcorporaties in feite heel veel samen kunnen. En het vertrouwen in feite aan hen geven om samen de criteria te maken, en samen een proces in te gaan om de doelen te realiseren. Dat zagen wij in feite als een andere mogelijkheid dan in systemen te denken. Geef het vertrouwen aan organisaties. Het is een geleend vertrouwen. Een vertrouwen wat je in feite krijgt en wat je geeft aan elkaar, wat je opbouwt met elkaar. Maar we zagen wel dat dat mogelijkheden zijn die anders zijn dan alles in systemen, controle en regie te zetten.

Wij pleiten voor een andere vormgeving van de inzet van de verdeelsystemen. De voorzitter: Dan zie ik een vraag bij de heer De Heer, ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. En dank ook aan de heer Van de Burgt voor het prikkelend betoog. En ik begrijp dat het een kritisch geluid is, ook naar systemen en het optuigen van nieuwe systemen, die misschien de stad en inwoners helemaal niet dienen. En te vragen, helpen ze dan echt? Tegelijkertijd maakt het me ook wel heel erg nieuwsgierig, met ook al uw ervaringen, wat stelt u voor? Want we moeten het doen ook met het stuk wat voor ons ligt, het plan, het voorstel van de nieuwe huisvestingsverordening. En dan ben ik ook benieuwd, welke systemen, om het wat concreter te maken, leest u daar waarvan u zegt, daar maak ik me nu echt zorgen over? Want de systemen zijn tegelijkertijd van alle tijden. En we hebben ze voor een deel dan ook nodig. Maar ik denk te begrijpen dat u een aantal dingen leest waarvan u zegt, daar zit echt specifiek mijn zorg. De voorzitter: De heer Van de Burgt. Inspreker 3: Er zit een brede gedachte achter. Als we indicatievrij gaan regelen in het sociaal domein of passend gaan beschikken, dan maak je in feite een onderscheid tussen welke beschikking past.

Kun je het beschikkingsvrij doen, moet het een lichte beschikking zijn, moet dat een zwaardere beschikking zijn? Als Adviesraad hebben we, laten maar zeggen, bij de Visie Sociaal Domein en bij de uitvoeringsprogramma's eigenlijk aangegeven, kijk eens naar beschikkingsvrij. Kijk eens naar verantwoordelijkheid die je teruglegt bij de mensen zelf. En binnen dat denken, past het denken van, moet je een beoordeling van de aanvragen door een team specials laten doen? Die gedachte, team specials, kom je veelvuldig tegen. Maar moet zo'n team specials in feite de beoordeling doen met betrekking tot de aanvraag voor de huisvesting

28

van de mensen die uit huis geplaatst worden, of die uit een zorgorganisatie komen? Je kunt het ook met betrekking tot urgentieverklaringen zien. Dat zijn twee systemen die we gemaakt hebben, die je anders tegen het licht houdt als je de partijen, de actoren in feite vraagt om verantwoordelijkheid te nemen en gezamenlijk een verantwoordelijkheid ervoor te nemen. Het spaart capaciteit uit bij de organisaties, zowel woningcorporaties als bij zorgorganisaties als in de ambtelijke organisatie. De voorzitter: Dat leidt tot een vervolgvraag bij de heer De Heer. De heer De Heer: Korte vervolgvraag. Dank ook voor dat meer specifieke punt. Dat helpt mij om dat even iets beter te duiden. Zijn er misschien voorbeelden van gemeenten waarvan u zegt, dat beschikkingsvrije werk of dat wat ik voorsta, daar zien we dat gebeuren of daar is die transitie doorgemaakt en daar komt die inspiratie vandaan? Zodat wij dat ook misschien wat beter kunnen begrijpen. De voorzitter: De heer Van de Burgt. Inspreker 3: Ik ken ze niet met betrekking tot huisvesting of wonen. Ik ken ze wel met betrekking tot de beschikking van de Wmo. Een voorbeeld daarvan is Oss, wat een aantal stappen gezet heeft. En u ziet ook dat in de Visie Sociaal Domein een voorzet gegeven wordt om anders met beschikkingen om te gaan. Ik mag u misschien ook herinneren aan de mogelijkheden tot bezuinigingen.

De eerste, die status beschikkingsvrij beschikken. De ander is gebiedsgewijs beschikken. De gedachte is gangbaar, maar wil nog niet zeggen dat er hele concrete situaties bij mij bekend zijn. De voorzitter: De heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik ben de naam kwijt hoor. De inspreker zei ook over kwetsbare groepen. De voorzitter: Dat is de heer Van de Burgt. De heer Hartmeijer: Van de Burgt. Welke groepen denkt hij specifiek aan? En waar lopen zij tegenaan? De voorzitter: De heer Van de Burgt. Inspreker 3: In de beleidsregels geeft het college ook aan dat er mensen zijn die dak- en thuisloos zijn. Dat er mensen zijn die beschermd wonen of begeleid wonen, en die in feite naar een volgende woonstap gaan. En die bedoel ik in specifieke situaties. We hebben met de woningcorporaties en de zorgorganisaties nogal gesproken over ouderen. Ouderenhuisvesting is een thema, net zoals jongerenhuisvesting een thema is. De jongeren blijven vastzitten in begeleid wonen concepten, omdat er geen perspectief is dat ze kunnen uitstromen naar een zelfstandig wonen organisatie. De voorzitter: De heer Katif, van Beter voor Dordt. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. De heer Van de Burgt, ik wil het eigenlijk hebben over de kwetsbare doelgroep en uitstroom opvang. Ik beluister dat, of vanuit de

29

toelichting die u gaf dat er een nieuwe commissie, en dat staat ook in de stukken, wordt opgetuigd om mensen te beoordelen die uit een instelling komen. Mijn vraag is heel kort. Vindt u, in uw hoedanigheid, dat de beoordeling die de commissie zou kunnen doen, dat het bij de instellingen zelf belegd zou moeten worden, ja of nee? Ja, waarom wel? Nee, waarom nee? De voorzitter: De heer Van de Burgt. En die gaat over zijn eigen antwoord. Gaat uw gang. Inspreker 3: Kijk, het is duidelijk dat met Housing First maak je een stap. En als je dat Housing First in feite een perspectief wil bieden, inwoners- en cliëntperspectief, waar we van zijn, dan zul je die volgende stap ook moeten zien. Want ze komen uit een zorgsituatie en uit een woonsituatie. En laat de zorgorganisatie en de woningcorporatie dat in feite met elkaar doen. En laat die die vervolgstap zetten. En bespaar in feite een aanvraagprocedure en beoordelingsprocedure. De voorzitter: Kijk ik de commissie nog een keer rond. Ik had je gezien. De heer Safranti, van de fractie DENK. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk niet direct een vraag aan de inspreker, maar meer naar de wethouder, anders het ambtelijke apparaat. Nu dat we het toch over opvang en huisvestingsproblematiek hebben.

Als het goed is, hebben we twee jaar terug, even terugdenkend, tien huizen opgekocht om deze mensen, families, gezinnen op te vangen. Ik was eigenlijk ook een beetje benieuwd hoever de stand van zaken hierin is. De voorzitter: Dat is inderdaad een vraag, niet gericht aan de inspreker. Deze vraag is volgens mij luid en duidelijk gedeeld nu. Er komt zo een presentatie. En wellicht kan daar nog op in worden gegaan. Het is beeldvormend, maar als de heer Van der Kruijff er iets op kwijt wil, dan kan dat altijd nog. Maar laten we nu even zich toespitsen op de inspreker. Dan dank ik u voor uw inspreekbijdrage. En dan gaan we door naar de heer Weber, ambtelijke ondersteuning. Wij wachten nog heel even, voordat de presentatie op het scherm staat. De ondersteuning wordt op dit moment ingevlogen. Dan rest mij heel even om een spelregel met elkaar nog hier op te merken. Dat de heer Weber de presentatie toelicht. En dat we die even laten passeren. En dat we vervolgens aan het einde daarvan vragen kunnen stellen. En daar hebben we ruimschoots de tijd voor vanavond. Ik geef het woord aan de heer Weber. De heer Weber: Dank je wel. We hebben een presentatie gemaakt. De voorzitter: Ik vraag uw aandacht even voor de presentatie, ook op de publieke tribune alstublieft. Even stilte. Gaat uw gang.

De heer Weber: We hebben een presentatie gemaakt, waarin staat eigenlijk wat we hebben gedaan tot nu toe. Eigenlijk wat we met alle wensen, uitgangspunten, moties en amendementen hebben gedaan. Waar die ook zijn geland in de huisvestingsverordening, of in flankerend beleid. In de stukken zit een tabel. Die licht ik ook aan het einde van de presentatie nog even toe, welke zaken we daadwerkelijk hoe hebben aangepakt. Eigenlijk heel simpel, de eerste sheet is, wat hebben we gedaan? We hebben met negen

30

gemeenten, gemeente Drechtsteden en de gemeenten in de Alblasserwaard, dat zijn Gorinchem en Molenlanden, afstemming gerealiseerd ten opzichte van de nieuwe regeling verlaten opvang- en begeleidingsinstellingen. Dat was eigenlijk een bovenregionale klus. Die hebben we volgens mij succesvol geklaard, maar dat mogen jullie straks bepalen. We hebben de uitgangspunten, zoals die zijn vastgesteld vorig jaar, uitgewerkt in de verordening of in flankerende regelgeving. We hebben regionaal beleidsregels vastgesteld over de uitstroom van de opvang- en begeleidingsinstellingen, inclusief een samenwerkingsovereenkomst, waarin afspraken zijn gemaakt over aantallen en over de verdeling over de regio. Die afspraken zijn gemaakt tussen gemeenten, de corporaties en de zorgpartijen. We hebben de moties en amendementen uit de uitgangspunten verwerkt. En we hebben uiteraard een aantal juridische checks gedaan. We hebben adviesgesprekken en adviesaanvragen gedaan. We hebben ook adviezen gekregen. En we hebben ook inhoudelijke afstemming gezocht met corporaties en met collega's in regiogemeenten. Dat is eigenlijk, het lijkt heel weinig, maar één, twee, drie, vier, vijf puntjes, maar dit is ongeveer bijna een jaar werk. Nu ben ik er. Wat ligt er nu voor? We hebben een nieuwe huisvestingsverordening, met een regionale component. Dat is hoofdstuk 2, de voorrangsregeling.

We hebben beleidsregels over de regionale uitstroom van opvang- en begeleidingsinstellingen. We hebben nieuwe beleidsregels over omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte. Wat we ook hebben meegestuurd is een overzichtstabel van uitgangspunten, moties en amendementen. En we hebben vanaf afgelopen donderdag behoorlijk wat technische vragen gekregen. En we zijn ook in staat geweest om die zoveel mogelijk nog te beantwoorden voor vandaag, of gisteren zelfs. Dat is wat er nu voorligt, waar de raad straks over gaat besluiten. En de beoogde ingangsdatum van de nieuwe verordening is in de regio afgestemd, 1 juni 2025. Dat betekent dat we best wel vaart moeten maken om dat voor elkaar te krijgen. Maar ik hoop dat het allemaal zo duidelijk is dat het ook zo gaat gebeuren. Twee vergaderingen. De belangrijkste wijzigingen in de huisvestingsverordening zijn natuurlijk de voorrangsgrond verlaten instelling … Die stond in de oude huisvestingsverordening als een van de voorrangsgronden. Daar is die hele nieuwe regeling voor gemaakt. We hebben geprobeerd de wijziging in de woningvoorraad, dus de woningonttrekking, woningvorming en woningsplitsing ook wat duidelijker te omschrijven. We hebben gemerkt dat toch wel als mensen dingen aanvragen, dat ze de splitsing aanvragen, terwijl ze het eigenlijk over woningvorming hebben.

En we hebben geprobeerd om in ieder geval die termen ook goed te omschrijven. We hebben de regels rondom kamerverhuur versoepeld, onder andere de hospitaregeling. En we hebben een extra regel toegevoegd voor eigenaar-bewoners, die bijvoorbeeld een bovenverdieping willen verhuren. We hebben in plaats van verwijzingen naar bestemmingsplannen naar de juiste artikelen en plekken in de Omgevingswet verwezen. We hebben een experimentenregeling toegevoegd, waarmee de raad kan bepalen voor welke doelgroep we, met behulp van een experimentenregeling, experimenten kunnen doen, binnen de woningvoorraad. En een van de experimenten die we daarin willen plaatsen, is huisvesting van vitale beroepsgroepen. En een ander experiment, waar we ook al de voorbereiding voor hebben getroffen, is een experiment Wonen Eerst. En dat kan ik zo meteen nog wel even uitleggen. En voor de rest zijn het tekstuele kleine technische aanpassingen die we hebben doorgevoerd. Nu zit hij weer. Uitgangspunten die zijn verwerkt. Daar komt hij weer. De regiobinding is opnieuw geformuleerd. We hadden natuurlijk als eis dat als

31

mensen voor voorrang in aanmerking komen dat ze toch wel enige maatschappelijke binding hebben met Dordrecht of de Drechtsteden. Die is opnieuw geformuleerd. De eis om beschikt te hebben over een zelfstandige woning is geschrapt. We hebben een aantal zaken gewoon gecontinueerd, zoals die in de oude huisvestingsverordening stonden, of ik moet zeggen in de huidige huisvestingsverordening staan. Die hebben te maken met de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, ofwel de Rotterdamwet. De vergunningen voor woningvorming in bepaalde gebieden continueren we ook. Splitsing in appartementsrechten continueren we. De opkoopbescherming en de toewijzing van standplaatsen. Verder was er ook de wens om het gebied waar wonen boven winkels is toegestaan beter te definiëren. Dat hebben we ook gedaan. En we hebben het verhuren van twee kamers mogelijk gemaakt door een hospita. En we hebben ook de definitie van hospitaverhuur vastgelegd in de huisvestingsverordening. We hebben uiteraard die uitgangspunten toen vastgesteld, om ze uiteindelijk ergens te laten landen in de huisvestingsverordening of in flankerend beleid. Een aantal uitgangspunten zijn op een andere wijze meegenomen dan dat we toen hadden vastgesteld. De voorrangsgrond verlaten instelling, daarvan hadden we gezegd, die willen we eigenlijk uit de huisvestingsverordening halen en daar een aparte regeling voor maken.

Dat kan helemaal niet, want de mensen die een instelling verlaten, dat is een verplichte urgentiegroep die in de huisvestingsverordening hoort. We hebben hem wel laten staan. We hebben alleen in de huisvestingsverordening verwezen naar beleidsregels, over hoe we omgaan met instellingsverlaters. We zijn in gesprek met de corporaties, om het aandeel woningen dat wordt verloot te verhogen. De regels voor woningvorming zijn gewoon voortgezet, duidelijker gemaakt en op onderdelen aangepast. Waarvan je eigenlijk kunt zeggen, we hebben ze deels versoepeld. Er is in beleidsregels opgesteld om kamerverhuur meer mogelijk te maken, vooral voor jongeren en studenten. Een verhuurverordening is er nog niet, maar we zijn in een ver stadium dat die in concept er wel ligt. Dat wordt een apart voorstel, buiten de huisvestingsverordening om, ook aan de raad. Nadere regels zijn we mee bezig. En die hebben te maken met die experimentenregeling, waarin we pilots mogelijk maken om leraren, zorgmedewerkers en politieagenten ook daadwerkelijk voorrang te kunnen geven. En het plaatsen van woningen op eigen erf, daar hebben we het over gehad, maar het wordt heel moeilijk om dat in de huisvestingsverordening op te nemen, omdat heel veel zaken daaromtrent vastliggen in het omgevingsplan. We gaan een beleidsregel maken, die het via het omgevingsplan mogelijk maakt om woningen op eigen erf te plaatsen.

Eigenlijk een beetje analoog aan het plaatsen van mantelzorgwoningen, waar gewoon landelijke regelgeving voor is. Komt u maar. Er zijn vorig jaar ook een aantal moties niet aangenomen. De motie Geef dak- en thuisloosheid … Pardon. Clark. De voorzitter: Op dit moment valt de presentatie heel even uit. Dat betekent dat de mensen die meekijken het niet meer kunnen volgen. Wat we kunnen doen, is iedereen hem even voor de time being op zijn eigen schermpje erbij pakt. De presentatie is gedeeld. En dat Clark for the rescue komt. En dat we ondertussen wel even door kunnen. De heer Weber: Als iedereen hem op zijn scherm heeft. Ik heb eventueel nog een versie op papier hier. Er waren twee moties niet aangenomen vorig jaar. Magical fingers. Het is ook de pc van Clark. Twee moties zijn niet aangenomen vorige keer. De motie Geef daken thuisloosheid geen kans. En de motie Maak een taakstellende limiet voor

32

voorstromers. De moties en amendementen die zijn verwerkt, kunt u zelf lezen, Geen verhuur van bezemkasten, Toeristen zijn welkom en Versoepel de vierkante meter eis bij woningsplitsing. En ook hier zat trouwens een spraakverwarring in. Er wordt eigenlijk bedoeld woningvorming, want woningsplitsing is wat anders. De moties en amendementen die op een andere manier zijn meegenomen, Help studenten en jongeren aan woonruimte, staan in de nieuwe beleidsregel. De motie Aanpassingen in flankerend beleid vraagt aanpassingen in ander beleid. En in het parkeerbeleid is dat bijvoorbeeld al doorgevoerd. De motie Uitbreiding doelgroep verplaatsing van mantelzorgwoningen, dat is plaatsen van woningen op eigen erf, dat gaan we in de nieuwe beleidsregel als buitenplanse omgevingsplanactiviteit vormgeven. De motie Verruim de hospitaregeling ook in de wijken buiten het centrum, staat in een van de beleidsregels. De motie Meer kansen voor jongeren op de woningmarkt, die vraagt toch om regionale afstemming, omdat een woningmarkt regionaal is en omdat het hele woonruimteverdeelsysteem ook regionaal is. Dat vergt afstemming. De motie Verminder de leegstand, daarvan wordt een aanpak ontwikkeld. Er werd in die motie ook eigenlijk een voorbeeld genoemd van, bijvoorbeeld een leegstandsverordening. Met die leegstandsverordening zijn we ook bezig. Die aanpak wordt ontwikkeld.

De motie Meer betaalbare jongerenhuisvesting, die krijgt een plek in de prestatieafspraken die we nu aan het voorbereiden zijn voor 2026 en 2027, met de woningcorporaties. En ook de motie Meer kans voor jongeren, starters en actief woningzoekenden, die vraagt eigenlijk om een systeemverandering van het woonruimteverdeelsysteem. En ook dat vraagt behoorlijk wat regionale afstemming, met Woonkeus en de corporaties en de regiogemeenten. Technische vragen zijn grotendeels, volgens mij allemaal, schriftelijk beantwoord. Dit was de presentatie over de huisvestingsverordening en de weg ernaartoe en waar we nu staan. De voorzitter: Hartelijk dank. Ondanks alle hobbels die we in de techniek voor je voeten hebben geworpen, is het toch helemaal goed gegaan. Ik doe even een eerste rondgang. Vingers van mensen die vragen willen stellen. Dan begin ik gewoon aan die zijde. En dan komen we aan de andere kant weer terug. De heer Hartmeijer.

De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik heb eigenlijk meteen een vraag over die laatste motie, want daar staat inderdaad, we willen naar een systeem waarbij jongeren, starters meer kansen krijgen en actief en gericht zoeken wordt beloond. Maar ik krijg nog niet echt een gevoel van wat er dan veranderd wordt. Was dat daarvoor dan niet zo? Voor mij is het niet helemaal helder. De voorzitter: Excuus. Eentje voor de orde. Ik denk dat het wel goed is om even alle vragen van die zijde dan te doen. De aftrap is zojuist gedaan. Anders wordt het echt een post ‘…’. Dat vindt uw partij misschien wel aardig, maar voor ons is dat heel vervelend. Grapje. Wie wilde er nog meer een vraag stellen? De Partij voor de Dieren. Gaat uw gang. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank. Ik heb een vraag over de leegstand. Ik zie regelmatig woningen die al een driekwart jaar tot een jaar te koop staan, leeg staan. Kan een vorm van speculatie zijn. Kan ook iets anders zijn. Wordt daar nog iets mee gedaan? De Partij van de Arbeid.

33

Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk een paar vragen, maar ik neem aan dat daar misschien niet … De voorzitter: Beperk het tot twee, dan is het ook nog te doen en kunnen we straks voor de latere ronde nog … Mevrouw Schnabel: Helemaal goed. Eerste vraag gaat over de pilot Wonen Eerst. Wordt daar Housing First mee bedoeld? Daar was ik benieuwd naar. De tweede vraag gaat over het voorstel. Daar wordt de handhavingscapaciteit in genoemd, en dat daarop bezuinigd gaat worden. Die bezuiniging staat niet bij de ombuigingen vermeld. Wat is hier de gedachte achter? Even kijken. Dat was even kort. De voorzitter: Toch nog een toegift van de Verenigde Senioren Partij. Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Natuurlijk. Zoals u zei, ik zie ook regelmatig sociale huurwoningen langer leeg staan. Is daar eigenlijk nog een termijn voor, dat iets leeg mag staan? Met zo'n woningnood is dat gewoon zonde van de tijd. De voorzitter: Jij wilde nog een vervolgvraag op een vraag stellen? De heer Uysal: Ja, het was in aanvulling op de vraag van de heer Venderbos. Ik denk dat het wel handig is om dat nu even heel kort eraan toe te voegen. De voorzitter: Plak hem eraan vast. De heer Uysal: Namelijk over die leegstandsverordening. Want daar staat, u zei dat net ook, we zijn ermee bezig.

Maar kunt u dat misschien iets meer duiden en iets meer toelichten? Wat houdt dat in? Er zijn veel leegstandsverordeningen onlangs ingevoerd in diverse gemeenten, Arnhem, Amsterdam, Tilburg, noem het maar op. Ligt het in lijn van die gemeenten? En in het verleden werd ook gezegd, als reactie op die motie, het kost te veel handhaving en te veel ambtelijke uren. Kunt u daar misschien iets meer op duiden? En wat kunnen we dan echt verwachten? De voorzitter: Eerste ronde vragen. De heer Weber, gaat uw gang. De heer Weber: De eerste vraag ging over het woonruimteverdeelsysteem. Wat moet er dan anders? Uit de beschikbaarheidsmonitor blijkt gewoon uit cijfers dat jongeren nauwelijks kansen hebben om op die woningmarkt terecht te komen, in een sociale huurwoning. De kans voor bijvoorbeeld 55-plussers en 65-plussers is ongeveer 5 keer zo groot om een sociale huurwoning te bemachtigen dan voor een jongere. En dat komt, omdat het systeem zegt, om een woning te kunnen krijgen, moet je een lange inschrijfduur hebben. Degene die het langst ingeschreven staat, komt bovenaan en krijgt de sociale huurwoning. Jongeren hebben geen inschrijfduur en komen er niet tussen. Als je naar een ander systeem gaat kijken, dat moet je dan wel regionaal doen en dat moet je met het hele woonruimteverdeelsysteem doen. Dan zou je een systeem moeten creëren waarin jongeren en starters meer kansen krijgen.

En hoe je dat precies doet, dat

34

kun je op verschillende manieren doen, maar binnen het systeem zullen er wel een aantal zaken moeten veranderen. De voorzitter: Korte vervolgvraag. De heer Hartmeijer: En raakt dat ook aan het idee van meer lotingen toestaan, bijvoorbeeld? De heer Weber: Dat zou een van de mogelijkheden kunnen zijn. De volgende vraag was van Partij voor de Dieren. Die ziet woningen driekwart jaar leeg staan die te koop zijn. Te koop. Allebei. Maar goed, en er was een vraag over sociale huurwoningen die langer leeg staan, of dat mag? En een vervolgvraag op die leegstandsverordening, wat houdt dat dan in? We hebben laatst in een krantenbericht gezien dat het aantal leegstaande woningen in Dordrecht is toegenomen. En de termijn van driekwart jaar te koop is in deze tijd best wel een termijn die reëel is. Mensen wachten gewoon net zolang totdat ze die hoofdprijs krijgen. De woningen die lang te koop staan, zijn relatief waarschijnlijk ook te duur. Dat is een vrij normale leegstand. Waar ik me wel zorgen over maak, dat is bijna structurele leegstand. En dan heb je het over bijvoorbeeld langer dan een jaar. En daar zijn ook wel panden van. En dat heeft puur een speculatieve grondslag. En daar willen we met behulp van de aanpak van die leegstand, met een leegstandsverordening vooral aan die structurele leegstand iets gaan doen.

En wat kun je daar dan aan doen? Je kunt als gemeente een meldingsplicht in het leven roepen. Wanneer panden langer dan een bepaalde periode leegstaan, dat de eigenaar dat meldt. En dat vervolgens de gemeente kan kijken of daar iets anders mee kan. Dat staat dan in zo'n leegstandsverordening. Uiteindelijk willen we gewoon dat panden, en vooral woningen gebruikt worden. Sommige panden staan leeg, omdat de woningen ook deels ongeschikt zijn om in te wonen. We zouden als gemeente ook min of meer kunnen afdwingen dat die panden, als ze zolang leegstaan, geschikt gemaakt worden voor bewoning en dat ze gewoon weer verhuurd worden. Dat soort zaken staat in een leegstandsverordening. En ik ken die leegstandsverordeningen van Arnhem ook. In die trant zijn we ook bezig met leegstand en met regels daarover. Het zijn wel weer regels, mijnheer Van de Burgt. Maar die heb je gewoon nodig om de leegstand ook aan te pakken. Dan hebben we nog een vraag over Wonen Eerst. Wonen Eerst is niet hetzelfde als Housing First. Housing First wordt hier in de Drechtsteden gebruikt om mensen met behoorlijk wat problemen aan een woning te helpen. Wonen Eerst is een ander principe. Wonen Eerst is het principe dat we mensen die … Eigenlijk is het een preventieve maatregel, om ervoor te zorgen dat mensen die anders in de opvang terecht zouden komen niet in de opvang terechtkomen.

In plaats van dat mensen zich melden bij de opvang, stel je een woning beschikbaar. En een woning is natuurlijk veel goedkoper dan wanneer iemand in de opvang terechtkomt. En we zien nu vaak in de opvang ook best wel wat mensen die helemaal geen andere hulpvraag hebben dan alleen huisvesting. Wonen Eerst is eigenlijk een preventieve maatregel om te voorkomen dat mensen in de opvang terechtkomen. De voorzitter: Natuurlijk. Vervolgvraag, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. En gelden daar dan ook dezelfde voorrangscriteria voor, of zijn dat dan andere criteria?

35

De heer Weber: Dat moeten we nog uitwerken, in overleg met de corporaties en eventueel andere partijen die daar ook aan mee willen doen. De voorzitter: Ik stel voor dat we nu de overstap maken naar de andere zijde. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, er was nog een tweede vraag. De heer Weber: Over handhavingscapaciteit was er nog een … De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Weber: Ik kan daar als ambtenaar niet zo makkelijk een antwoord op geven. Dat doe ik ook niet. Maar het is wel een punt wat in het stuk naar voren wordt gebracht als een mogelijk knelpunt. Als we veel regelingen gaan toevoegen, die moet je ook handhaven. En wij hebben begrepen dat daar nog discussie over is, over of we dat bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid beleggen of dat we dat op een andere manier gaan doen. En ik heb daar het antwoord niet op. Misschien weet jij daar meer van, Wim? De voorzitter: Het is goed gebruik in de beeldvormende sessie dat de wethouder terughoudend is met beantwoorden van de vragen. Dat komt op een ander moment. Dan zijn we toch bij die andere zijde beland. Ik zie, de heer Safranti is bijna niet meer te houden. Die trapt af. En mijnheer Uysal was al voor gesneakt, die zal de rij sluiten. De heer Safranti, gaat uw gang. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. We gaan deze kant op. De voorzitter: U heeft enige gelegenheid om wat door te dromen.

En u bent straks als derde aan het woord. Gaat uw gang, de heer Safranti. De heer Safranti: Mijn vraag is simpel, want die heb ik zojuist ook proberen te stellen. Ging met name over die tien woningen. En ik hoor juist weer dat dakloosheid … En de vraag was meer, dakloosheid, met name voor alleenstaande ouders, anders gezinnen, daar zouden we tien huizen kopen. En ik weet niet wat de stand van zaken is. Misschien dat de ambtenaar daar wat meer over kan vertellen, of daar een andere vorm voor is gekozen, dat kan natuurlijk ook. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Twee vragen. Ik probeer ze gelijk even samen te pakken. Zijn wel heel verschillend van aard. De eerste is eigenlijk, hoe gaat dit straks te werk? We hebben nu een huisvestingsverordening die voorligt. En ik zie ook die datum van 1 juni voor de regio. Stel dat we straks in de oordeelsvorming en in de raad andere dingen besluiten. Wat betekent dat? Betekent dat dat de wethouder dan met de pet rond moet opnieuw in de regio over aanpassingen die we willen, of andere wensen die we toch mee willen geven of waar een meerderheid van de raad toe besluit? Of zijn er ook onderdelen waar Dordrecht zelfstandig over kan besluiten en zegt, regio, jullie doen het zo, maar wij besluiten voor onszelf om het zo te doen. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Dat is eigenlijk vraag één.

En het tweede zijn die experimenten, want die maken me heel nieuwsgierig, ook wel enthousiast, dat ik denk, wat mooi dat dat ook kan. Dat dat

36

expliciet ook staat vermeld als nieuwe artikelen over mogelijkheden voor experimenten. Hadden we dat in het verleden dan niet, of is dat iets nieuws wat is ontstaan? En dan specifiek over het Wonen Eerst, wat net ook werd genoemd. Verhoudt zich dat ook enigszins tot die zorg, die ook wel uit de stad is genoemd door verschillende partijen en groeperingen die zeggen, die weigeringsgrond van dat artikel 2.1.5, waarin ook wordt gezegd, als je geen vaste woon- of verblijfplaats hebt, dan geen toegang tot de voorrangsregeling. Hangt dat met elkaar samen? En zou daar alvast wat meer over kunnen worden gedeeld? Want aan de ene kant zou het kunnen dat daarvan wordt gezegd, dat lees je daar straks in terug, in zo’n experiment. Maar we hebben wel nu te besluiten over deze huisvestingsverordening. Ik zou het fijn vinden om daar toch iets meer over te horen, nu al. De voorzitter: Dank de heer De Heer. De heer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter. Waar we met name naar zitten te kijken, is ook wel de druk natuurlijk die de voorrangsregeling geeft op de totale woningvoorraad. En ik heb hier de brief met de antwoorden. Heel wat fracties hebben daarnaar gevraagd. Bijna de hele oppositie, zo te zien. Maar die geven dan wel weer dat ongeveer 43 procent toegewezen wordt aan voorrangsgevallen. Nu staan er wel aantallen van hoeveel er met voorrang zijn toegewezen.

Maar mijn vraag is, is dat dan ook gewoon eenvoudig uit te splitsen naar de diverse doelgroepen? Ik hoef dat niet nu te hebben, maar dat dat wel ook naar ons toe kan komen. Ik zie hier bijvoorbeeld, in 2024 zijn er 1.090 huurwoningen vrijgekomen. En dan zijn er 467 aan voorrangsgevallen toegewezen. Het zou mij inderdaad wel handig lijken om een splitsing te krijgen, voorzitter. De voorzitter: Dank, de heer Van der Net. De heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. Ik heb een vraag ten aanzien van kamerverhuur en de gemeentelijke verantwoordelijkheid. In uw presentatie had u het ook over de ruimte die wordt geboden om kamers te verhuren in eigen woningen. Ik vraag me af of u het eens bent met mij dat de verantwoordelijkheid voor de betaalbare woningruimte deels verschuift van de gemeente naar de burger? En het lijkt mooi dat je zonder vergunning twee kamers kunt verhuren. Maar welke ondersteuning krijgen inwoners die dit overwegen, bijvoorbeeld op het gebied van juridische, fiscale risico's? Want ik bedoel, als je gaat huren, dan heb je allerlei knowhow nodig om … Moet je het opgeven, enzovoort. Hoe denkt u te voorkomen dat deze regeling vooral op papier mooi klinkt, maar in de praktijk nauwelijks benut wordt, omdat inwoners dat niet aandurven? Want uiteindelijk maak je een regeling, omdat je graag iets wil stimuleren en niet laten stagneren. Tot zover, voorzitter.

De voorzitter: Dank, de heer Katif. Kan wel. De heer Uysal. De heer Katif, kunt u uw microfoon … De heer Katif: Sorry. De voorzitter: En de heer Günther, ook microfoon alstublieft uit. De heer Uysal, gaat uw gang.

37

De heer Uysal: Nu werkt hij wel. Dank u wel, voorzitter. Ik heb meerdere vragen, maar ik begin met twee vragen over weigeringsgronden van splitsingsvergunning. Is heel specifiek. Nu gaat het erom, artikel 3.3.4 heeft als doel om te voorkomen dat bestaande sociale huurwoningen worden gesplitst als ze dan worden aangeboden, als de huurprijs gelijk of lager is dan de huurprijsgrens. En kan dat ook niet averechts werken? Kan dat dan ook niet stimuleren dat juist de huurprijzen hoger worden? Dat is vraag één. En heel die paragraaf 3.3 is bedoeld over tegengaan van splitsen van sociale huurwoningen, maar dat staat er niet zo expliciet in. Heeft dat ook een betekenis? Is dat daarmee voldoende gewaarborgd? Of hoe kunnen we dat verder waarborgen als dat dan niet zo is? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank, de heer Uysal. Ik merk op dat de heer Van Dam Timmers zojuist de zaal ook binnen is getreden, en aangesloten is bij deze commissie. Ik stel voor dat hij heel even op adem komt. En dan doen we eerst de beantwoording. En als de heer Van Dam Timmers daarna nog een vraag wil stellen, is hij uiteraard in de gelegenheid. De heer Weber, gaat uw gang. De heer Weber: Beginnen we bij de vraag over die tien woningen. Wat is daar de stand van zaken van? Voor zover ik weet, staan die woningen in Gorinchem, en is daar de opvang voor gezinnen met kinderen geregeld.

Die woningen staan niet in Dordrecht. Die staan in Gorinchem, in de woonregio. De heer Safranti: Maar hebben wij ze gekocht of niet? Want we zouden toen 3 miljoen gaan betalen daarvoor. De heer Weber: Dat weet ik niet. De voorzitter: Ik heb niet het idee dat we hier een heel veelomvattend antwoord nu op gaan krijgen. Misschien kan daar schriftelijk op teruggekomen worden. Daar kan je ook gewoon meer mee. De heer Weber, gaat u vooral verder. De heer Weber: De eerste vraag van de heer De Heer over de regio. Als er op 1 juni dan besloten wordt om dingen anders te gaan doen. We hebben maar 1 regionale paragraaf. Dat is hoofdstuk 2, de voorrangsregeling. Als we besluiten om daar wijzigingen in aan te brengen, dan moeten alle andere gemeenten daar ook dezelfde wijzigingen in aanbrengen. Want het kan niet zo zijn dat je in 1 woonregio voor een inwoner van Hendrik-Ido-Ambacht andere regels hebt dan voor mensen in Dordrecht. Als het gaat om de lokale paragrafen, zoals wijzigingen in de woningvoorraad of andere lokale paragrafen, dan is het aan de raad om daar iets mee te doen. Ik hoop het natuurlijk niet. Eigenlijk die regionale paragraaf, dat wordt heel erg ingewikkeld als we daar nog iets inhoudelijks willen wijzigen. Alleen hoofdstuk 2. Dan het experiment Wonen Eerst. De vraag was, daar wil je iets meer over weten.

De voorzitter: Misschien helpt het als de heer De Heer hem nog toelicht? De heer Weber: Ja. De voorzitter: Kort dan, want de vorige keer was het wel heel uitgebreid.

38

De heer De Heer: Was die uitgebreid? De voorzitter: Ja. De heer De Heer: De komma's. Ik was inderdaad benieuwd of daar al wat meer over gedeeld kan worden, omdat ik inderdaad benieuwd ben hoe dat straks in zijn werk gaat. Want er wordt gezegd, dat zit er nu nog niet in, dat gaan we uitwerken. Maar tegelijkertijd maakt het nieuwsgierig, omdat een aantal van de zorgen die onze fractie heeft zich daar mogelijk toe verhouden. Het zou fijn zijn. De voorzitter: Helder. De heer Weber: We zijn in gesprek met de woningcorporaties, en vooral met Trivire. Trivire wil zelf ook met een soort van Wonen Eerste traject gaan starten. Het eerste gesprek heeft plaatsgevonden. We weten nog niet om hoeveel woningen het zal gaan. We weten ook nog niet precies voor exact welke doelgroep het zou moeten … Want waarschijnlijk zal het aantal niet tegemoetkomen aan het aantal daklozen dat een woning wil in Dordrecht. Maar we hebben wel met onder andere de Verandergroep Woonregels gesproken. En ook binnen die groep was er wel een lichte wens om vooral geen kinderen op straat te krijgen. In eerste instantie zal dat experiment zich gaan richten op gezinnen met kinderen. Meer kan ik er eigenlijk nog niet over zeggen. De heer De Heer: Korte vervolgvraag, voorzitter. De voorzitter: De heer De Heer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/41177