CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 2025.05.13 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 27 mei en 5 juni 2025 en de Dordtse Dinsdag van 13 mei, 20 mei, 3 juni en 10 juni 2025 Vergaderzalen 1, 3, en 526.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De heer De Heer: En dit gaat wel specifiek over Dordrecht? Dit specifieke onderdeel, het Wonen Eerst, gaat echt over Dordrecht, is niet een onderhandeling met de regio? De heer Weber: Nee, de experimentenregeling is ook alleen in Dordrecht en Sliedrecht. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, zit uw vraag ook op dit punt, of zullen we hem later even … De heer De Heer, is het voor u zo voldoende? Ja. De heer Weber, gaat uw gang. De heer Weber: De volgende vraag ging over de druk op de totale woningvoorraad. En de vraag of dat uitgesplitst kan worden in doelgroepen. Dat kan. We hebben een beschikbaarheidsmonitor, waar die uitsplitsing al in staat. En die stond bij een van de stukken als bijlage. En die 43 procent van het afgelopen jaar werd voornamelijk veroorzaakt door een enorme hoeveelheid mensen uit herstructureringsgebieden, herstructureringskandidaten. Sloop-nieuwbouw. De heer Van der Net: Sloop-nieuwbouw? Dat is natuurlijk wel een verschil. De heer Weber: Dat was veruit de grootste groep. De heer Van der Net: Maar goed, dat is een voorrangsregeling. Nu begrijp ik het. De heer Weber: Maar die uitsplitsing die kunnen we maken, of kopiëren uit de beschikbaarheidsmonitor. Dan de vraag van mijnheer Katif over kamerverhuur. In hoeverre inwoners van Dordrecht juridisch en fiscaal ondersteuning kunnen krijgen en

39

hoe eigenlijk het college denkt te voorkomen dat daar problemen ontstaan? Deze versoepeling van kamerverhuur heeft de raad zelf besloten, bij die uitgangspunten. Wij maken de randvoorwaarden in deze huisvestingsverordening zo dat het mogelijk is. Waar we geen rekening mee houden, is met zaken waar we helemaal geen invloed op hebben. Want we hebben geen invloed op fiscale wetgeving en op allerlei andere zaken die daarmee te maken hebben. Wij maken het puur fysiek mogelijk om extra kamers te verhuren, that’s it, met deze huisvestingsvoorziening. De voorzitter: De ondersteuningsvraag die de heer Katif daarbij stelde, dat zit daar niet bij? De heer Weber: Nee, in de huisvestingsverordening zit dat er niet bij. Kijk, uiteraard we hebben ook nog onze gemeentelijke Dordrecht website, waarin we mensen wel wegwijs maken en enigszins inhoudelijk kunnen ondersteunen. De website over kamerverhuur zal wel veranderen. Als de huisvestingsverordening is vastgesteld, zal die website ook aangepast moeten worden, want daar staat de oude regeling nog in. De voorzitter: Ik zie geknik. De heer Weber: Ik weet niet of het knikken of schudden was. De voorzitter: We gaan gewoon door. De heer Weber: Dan de vraag van GroenLinks over die splitsingsvergunning. Dit artikel staat al heel lang in de huisvestingsverordening, en hebben we eigenlijk niet veranderd. En ik was even kwijt wat precies de vraag was.

De voorzitter: Dat kan de heer Uysal kort en puntig opnieuw duidelijk maken. De heer Uysal: Voorzitter, dat ging om de splitsing van sociale huurwoningen tegen te houden, doordat de huurprijs gelijk of lager moet zijn dan de huurprijsgrens. Maar dan kan het toch een stimulans zijn voor verhuurders om de prijs boven de huurprijsgrens te laten komen? De heer Weber: De hele voorwaarden voor splitsing zijn gebaseerd op het feit dat een heel pand met meerdere woningen, waar huurwoningen in zitten, gesplitst wordt, zodat de individuele woningen verkocht kunnen worden. Als zo'n pand bestaat uit huurwoningen die betaalbaar zijn en het wordt alleen maar gesplitst om te kunnen verkopen, we willen niet dat er heel veel huurwoningen verdwijnen. Dat staat in dat artikel. Het is ter voorkoming van dat er huurwoningen, die betaalbaar zijn, zomaar verdwijnen door middel van splitsing en verkoop van die woningen. De voorzitter: Bent u door de beantwoording van alle vragen heen? Volgens mij wel. Dan zie ik dat dat leidt tot een vervolgvraag. En ik had mevrouw Schnabel ook nog op de achterhand zitten. En ik geef de heer Uysal als eerste het woord. De heer Uysal: Geen vervolgvraag. Nog een vraag, dat was een aanvullende vraag op de vraag die ik net had gesteld. Namelijk dat de hele paragraaf gaat om splitsingen van

40

sociale woningen tegen te gaan. Maar sociale huurwoningen wordt niet expliciet genoemd. En ik was gewoon even benieuwd naar de reden daarvan. De voorzitter: De heer Weber. De heer Weber: Het gaat niet zozeer om sociale huurwoningen, maar het gaat om betaalbare huurwoningen. De heer Uysal: Daar valt dan ook … Inderdaad, sociale huurwoningen. Duidelijk. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een vraag over de hospitaregeling. Want ik lees, en misschien heb ik eroverheen gelezen, in de beleidsregels niet de uitwerking over hoe die motie van de hospitaregeling dan uitwerking krijgt in de wijken, waar de motie eigenlijk toe opriep. En ik probeer het nu heel technisch, maar mocht het niet technisch zijn, hoor ik dat graag. Als we gaan bezuinigen op de handhavingscapaciteit, wat voor gevolgen heeft dat dan met betrekking tot deze motie? De voorzitter: Ik geef de heer Weber wat bedenktijd, want ik zag dat de heer Hartmeijer ook nog een vraag wilde stellen. De heer Hartmeijer: Voorzitter, nog een vraag over het beleid wonen boven winkels. Ik zie dat de Voorstraat beperkt is tot alleen het kernwinkelgebied. Ik vroeg me af waarom niet de hele Voorstraat is aangemerkt? De voorzitter: Wonen boven winkels op de gehele Voorstraat, waarom niet? Ik zie zo zachtjes aan toch weer wat vingers komen.

Ik denk dat ik toch nog even een knip zet nu. Het blokje is bijna vol. Doet u eerst de beantwoording maar, dan doen we daarna de andere vragen. De heer Weber: Dat kan ik gewoon nu niet beantwoorden, omdat ik niet precies weet welke handhaving we wel of niet kunnen verwachten bij de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid. En dat is iets waar we later op terug kunnen komen. We kunnen het wel uitzoeken en daar een antwoord op proberen te geven. Deels is die misschien politiek. Het is niet echt een volledig technische vraag. Ik stel voor dat we daar later op terugkomen. De voorzitter: Op zich, de effecten van een voorgenomen bezuiniging, waar in het stuk over gerefereerd wordt, is zuiver gezien een technische vraag. De vraag is alleen of we dat nu beantwoord krijgen. En ik denk dat we daarin misschien, ook richting de ombuigingsopgave die er straks ligt … Misschien zit die daar ergens wel tussen. Weten we niet. Misschien zit hij nog ergens achter. Weet je ook niet. Maar het zou goed zijn om daar een technische vraag nog over te stellen, zodat er misschien later op gereageerd kan worden. Is dat een idee, mevrouw Schnabel? Mevrouw Schnabel: Als daar beantwoording op kan komen, heel graag.

41

De heer Weber: En die andere vraag, volgens mij staat er in de huisvestingsverordening dat elke eigenaar twee kamers zou mogen verhuren. Dat betekent ook dat een hospita twee kamers mag verhuren. En dat geldt voor heel Dordrecht. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Maar de motie roept echt specifiek op om buiten het centrum ook in de wijken te gaan kijken. En dat is niet terug te lezen in de huisvestingsverordening of in de … De heer Weber: In de hospitaregeling uit te breiden ook naar andere wijken buiten het centrum. Volgens mij hebben we dat gedaan in deze … Dat mag in heel Dordrecht. Dat hebben we gedaan. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Uw microfoon. Mevrouw Schnabel: Excuus. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Het zat voor de laptop. Dan heb ik dat over het hoofd gezien. Dan staat dat in de beleidsregels? De voorzitter: Microfoon. De heer Weber: Ik heb de huisvestingsverordening hier liggen. Ik kan u zo aanwijzen waar het staat. De voorzitter: Ik vermoed dat dat zomaar in de coulissen zo gaat gebeuren. Er waren nog wel wat meer vragen gesteld.

De heer Weber: Waarom niet de hele Voorstraat? We hebben gemerkt, en dat hebben we in de praktijk gewoon gemerkt, dat in het kernwinkelgebied liggen ook een heleboel panden waar je woningen in zou kunnen maken, die veel groter zijn dan 40 vierkante meter, met een buitenruimte. En dat zijn dan vaak de wat nieuwere panden, waar je appartementen in kan maken. En de regeling, heb ik nagevraagd, was ooit bedoeld om vooral wonen boven winkels en op kleine winkels, dat zijn vaak ruimtes die nu niet als woning gebruikt worden, maar als magazijn of als opslag, om daar woningen in te maken. En de ruimte boven die kleinere winkeltjes, de echte oude Voorstraat en een aantal zijstraten, is niet zodanig dat je daar aan 70 vierkante meter kan komen voor een woning. Vandaar dat we het gebied hebben beperkt tot een deel van de Voorstraat en een aantal zijstraten. Wetende dat daar juist die pandjes staan waar in principe boven winkels gewoond kan worden. Maar wat we willen voorkomen, is dat de V&D of de C&A boven op hun gebouw allemaal units van 40 vierkante meter tegen een grote huur gaan zetten. Dat zijn wel aanvragen die zijn binnengekomen. We hebben in de praktijk gewoon gezegd, deze regeling was ooit bedoeld om wonen boven winkels mogelijk te maken voor de oudere panden. En daar is het voor bedoeld. Vandaar ook die begrenzing.

42

De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Mijn vraag ging natuurlijk wel specifiek over de Voorstraat. Dat bedoelde ik eigenlijk. Kan ik het zo concluderen dat die andere gebieden in de Voorstraat, daar is die behoefte niet, want daar zijn eigenlijk al woningen? Daar hoef je eigenlijk niet heel veel meer mee te doen. De heer Weber: In andere gebieden is het mogelijk om grotere woningen ook te maken. De voorzitter: Dan was er nog een aantal vragen. Ik zag de heer Venderbos. En dan gaan we die lijn weer terug. Gaat uw gang, de heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Dank u wel. We hebben een aantal technische vragen gesteld over onzelfstandige woonruimtes. Als antwoord is gekomen dat de vragen uitgezet zijn aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. En zo snel mogelijk, zodra ze binnen zijn, krijgen we dan die antwoorden. Is er misschien uit ervaring te zeggen hoelang dit kan gaan duren? De voorzitter: Hier wordt buiten de microfoon om gezegd dat het antwoord nee is. De heer Weber: Het korte antwoord is nee. En ik kan ook wel uitleggen waarom. Eigenlijk is het hele gebied waar die quotering voor kamerverhuur geldt ingedeeld in clusters van 150 woningen.

En elke keer wordt er binnen die clusters gekeken hoeveel panden, die geschikt zijn als woning, er al gesplitst zijn in kamers of waar al kamers gevorderd zijn, en hoeveel er volgens de quotering dan nog bij kan komen? Dit hele gebied bestaat uit duizenden woningen. Je moet in elk cluster gaan kijken. Dat is gewoon heel veel werk. Ik weet ook niet hoelang het duurt. En ik weet ook niet of OZHZ überhaupt daarop een antwoord kan geven. We gaan ons best doen. De voorzitter: Dan gaan we naar de andere kant. De heer De Heer heeft aangegeven een vraag te hebben. De heer De Heer: Ik heb er wel meer dan één, voorzitter. Maar ik zal ze kort proberen te houden. De voorzitter: Dat kunt u. De heer De Heer: De eerste gaat over die nieuwe beleidsregels. Eigenlijk meer een hele technische vraag. Hoe werkt dat precies? Want we stellen straks een verordening vast, maar ik zie ook dat er twee nieuwe beleidsregels worden gepubliceerd vanaf datum 15 april dit jaar. Het lijkt dat die dan al zijn ingegaan. Daar besluiten we straks ook niet meer over. Dat is dan eigenlijk de vraag. Tweede vraag is, wij hebben een regio waar ik de Hoeksche Waard niet bij lees. Ik was even benieuwd, hoe is dat ontstaan? Want bij heel veel andere regio’s samenwerkingen, bijvoorbeeld DG&J, hebben we dat wel. Daar was ik even benieuwd naar. Derde vraag. Even kijken. Dat gaat over de uitvoering woonruimteverdeling.

Daar waren wat technische vragen ook over beantwoord, dat we daar niet bij betrokken zijn geweest, bij de vorming daarvan, voor 2025. Daar denk ik in te lezen dat dat inderdaad … Dat is in ieder geval gebeurd, ook met onvrede van de gemeente zelf. Maar voor 2026 moet dat dan wel gebeuren, wat ik begrijp. Hangt dat

43

dan ook samen met bijvoorbeeld de motie die wij hebben ingediend, die is aangenomen, over meer loting voor jongeren? Wordt dat een gesprek wat moet worden gevoerd voor 2026? Dat is de derde dan. En de laatste is over toch dat experiment nog even, waar net wat over werd gedeeld, dat Wonen Eerst, bijvoorbeeld. Komen wij daar als raad ook nog in positie? Want nu wordt er kort gedeeld, artikel experimenten. En er is ruimte voor. En dat wordt uitgewerkt. Komt dat nog naar ons ook om mee in te stemmen, of nog kaders in aan te geven, of komt dat meer ter kennisgeving naar ons toe? Dank u wel. De voorzitter: Keurig. De heer Van der Net. De heer Van der Net: De cijfers kunt u vergeten. Die heb ik net zelf even heel snel gevonden in de stukken. Excuus voor die vraag. Waar ik wel constant naar op zoek ben, je hebt natuurlijk een aantal voorrangsregelingen, maar wie gaat er nu voor binnen de voorrangsregeling? Hoe is die verdeling dan eigenlijk op dat punt? Kan daar nog een korte uitleg over komen? Ik bedoel, er zijn een aantal voorrangsregels. En de ene komt uit een instelling en de andere uit de gevangenis en de andere is een statushouder. En op grond waarvan worden dan die woningen verdeeld? De voorzitter: Ik zag een vinger bij de heer Uysal. Ik weet niet of de heer Katif nog een vraag had? Nee. De heer Uysal, gaat uw gang.

De heer Uysal: Voorzitter, twee vragen over woningvorming door eigenaar-bewoners. Allereerst, als eigenaars besluiten om hun woning te verbouwen, dan moet die woonruimte voldoen aan een minimale woonoppervlakte van 70 vierkante meter. En de nieuwe, extra gecreëerde woning moet voldoen aan de eis van 45 vierkante meter, was het. Vanwaar die concrete specifieke cijfers, getallen? Kan het ook 50 vierkante meter zijn of 80, of nog kleiner? En mijn tweede vraag, voorzitter, is dat de eigenaar-bewoner die zijn woning verbouwt zelf moet aantonen dat hij minimaal 5 jaar op dat adres heeft gewoond. En vanwaar, ook weer dezelfde vraag, die 5 jaar? De voorzitter: Volgens mij hebben we daarmee alle vragen gehad. Dan geef ik u het woord, de heer Weber. Gaat uw gang. De heer Weber: De vraag over de beleidsregels van 15 april snap ik niet helemaal. Zijn die 15 april al vastgesteld? Vastgesteld op 15 april? De voorzitter: De heer De Heer, kunt u dat met de microfoon opendoen? De heer De Heer: Excuus. De voorzitter: De heer De Heer, licht zijn vraag wat toe. Gaat uw gang. De heer De Heer: Als ik de beleidsregels doorneem en ik scrol naar beneden, dan zie ik daar staan, aldus vastgesteld in een vergadering van dinsdag 15 april. De heer Weber: Ze zijn natuurlijk niet vastgesteld. Ik denk dat die datum bij de formele beleidsregels nog aangepast moeten worden.

44

De heer De Heer: Precies. De heer Weber: Ik denk niet dat we die beleidsregels hebben vastgesteld. De heer De Heer: Dat is verwarrend, want dat staat onder beide stukken van wel. De heer Weber: De bedoeling is dat die beleidsregels tegelijkertijd worden vastgesteld met de huisvestingsverordening. De heer De Heer: Dat verklaart. Dank. De heer Weber: Waarom niet de regio Hoeksche Waard? Dat komt, omdat wij al een behoorlijke tijd een samenwerkingsverband hebben op het gebied van wonen en zorg en wonen en kwetsbare groepen, met de regio Alblasserwaard. Want als je de Hoeksche Waard er ook bij zou pakken, dan moet je ook Goeree-Overflakkee erbij pakken. En dat is wel de regio Zuid-Holland Zuid, maar de zorgregio, zoals we die hebben gedefinieerd en zoals we ook al samenwerken een tijdje, is Drechtsteden en Alblasserwaard. Het is gewoon in het verleden zo gegroeid. Dan die uitvoering richtlijnen woonruimteverdeling zijn inderdaad door het bestuur van Woonkeus vastgesteld. We zijn in gesprek met Woonkeus en de corporaties om daar een rol in te krijgen. En de corporaties en Woonkeus staan ook wel open voor het feit dat we als gemeente daar meer invloed op willen uitoefenen. En ook dat is in het verleden zo gegroeid, omdat er best wel zaken zijn die in die uitvoeringsrichtlijnen staan, die dingen raken die ook in de huisvestingsverordening worden vastgesteld.

Het zou fijn zijn als dat een beetje samengaat. Daarover zijn we sowieso al in gesprek, zowel met de corporaties als met het bestuur van Woonkeus. Dan de rol van de raad bij experimenten. Er staat een regeltje in de experimentenregeling, en volgens mij is dat de laatste regel. En dat is dat de gemeenteraad bepaalt waarover experimenten gaan lopen. En vervolgens gaat het college het uitwerken. En die zal ongetwijfeld ook wel terug moeten op het moment dat het uitgewerkt is. De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Sorry, ik stel toch nog even een vervolgvraag hierover, omdat het mij nu nog niet helemaal duidelijk is. Ik lees inderdaad, de raad stelt de doelgroep voor een experimentenregeling vooraf vast. Maar ik hoorde wel iets over twee soorten experimenten die al werden genoemd. Eerder werd al genoemd voor de leraren en agenten en de andere, Wonen Eerst. Ik begrijp dat dat wel op een later moment dan nog naar de raad komt om vast te stellen? De heer Weber: In principe, volgens mij die leraren, agenten zijn al ooit in het verleden een keer … De heer De Heer: Die wel. Ik stel inderdaad voor de zekerheid vast … De heer Weber: Wonen Eerst. Kijk, op het moment dat de raad zegt, wij willen een regeling voor mensen die dakloos dreigen te raken of dakloos zijn, die alleen een

45

huisvestingsvraagstuk hebben, dan is dat een doelgroep die de raad vaststelt. En vervolgens komt er een experiment Wonen Eerst, waarin we dat ook gaan doen. De voorzitter: U vervolgt uw betoog, de heer Weber. De heer Weber: De vraag over voorrang binnen de voorrangsregeling komt mij heel bekend voor. Die is volgens mij een paar jaar geleden ook al gesteld. Er is geen voorrang binnen de voorrangsregeling. Kijk, elke woning die vrijkomt, daar wordt afgewogen van, we hebben een geschikte woning voor een statushouder en er moet een statushouder gehuisvest worden op dat moment. Uiteindelijk bepaalt de woningcorporatie zelf naar wie die woning gaat, binnen de kaders die er binnen de voorrangsregeling zijn gesteld. Er is geen prioriteit binnen de voorrangsregeling. Het is niet zo dat iemand die een instelling verlaat, voorgaat op een statushouder of andersom. Het is iedere keer een afweging die gemaakt wordt op het moment dat er een voor die doelgroep geschikte woning vrijkomt. De voorzitter: Ik zie dat de heer Van der Net daar een vraag over heeft. De heer Van der Net: Voorzitter, ik begrijp wel natuurlijk dat je moet gaan kijken, dit is een woning voor vier mensen, dat je dan kijkt naar een gezin met twee kinderen. Maar dan blijft toch altijd de vraag, een woningcorporatie maakt dan blijkbaar daar een keuze in.

En dan denk ik, dat vind ik toch wel complex om de keuze voor zo'n woning en naar wie die gaat dan bij een dergelijke organisatie neer te leggen. Want dat zegt u toch? De voorzitter: En nu maakt u er een technische vraag van, toch of niet? De heer Van der Net: De technische vraag is gewoon aan mijnheer, klopt het inderdaad dat woningcorporaties daar gewoon een eigen beleid in hebben? De heer Weber: Binnen de kaders van de voorrangsregeling hebben ze daar … De afweging maken ze zelf. De voorzitter: Jijzelf? Zullen we het op het einde even doen, als de heer Weber klaar is? Ja. Gaat uw gang, de heer Weber. De heer Weber: De vraag over woningvorming door eigenaar-bewoners. Waarom die 70 vierkante meter en waarom die 45? Die 45 vierkante meter stond ook in de motie, waarbij woningvorming, kleinere woningen zouden gevormd kunnen worden. Daar maken we nu voor eigenaar-bewoners de mogelijkheid voor. En die 5 jaar ergens gewoond hebben, is analoog ook aan de opkoopbescherming. Als je een woning koopt en je hebt daar 4 of 5 jaar in gewoond, dan mag je die woning wel verhuren. Dan valt die niet meer onder de opkoopbescherming. En deze regeling is eigenlijk analoog daaraan. Want wat we willen voorkomen, is dat mensen woningen gaan kopen om ze vervolgens te verbouwen en 45 vierkante meter te gaan verhuren. Met het doel om ze te gaan verhuren.

Vandaar de eis, je moet er eerst 5 jaar zelf gewoond hebben. Ik zou bijna zeggen, dan ben je een beetje gewend aan het feit dat die woning zo is. En dan kun je ook met betere ideeën komen. De voorzitter: Toch een vervolgvraag bij de heer Uysal.

46

De heer Uysal: En dat ziet toe op mijn eerste vraag, voorzitter. Want ik snap de eis wel van 45 vierkante meter voor die nieuwe extra woning die gecreëerd wordt. Maar die 70 vierkante meter blijft wel gehandhaafd. En we hebben algemene regels voor woningvormen, daar staat die ook in. En we hebben ook regels voor woningvorming door eigenaar-bewoners. En daar zie je die minimale eis van 70 vierkante meter ook in terugkomen. Is dat een hard gegeven of kan daar ook afgeweken van worden? De heer Weber: Kijk, in principe kan er altijd afgeweken worden via de hardheidsclausule. Als het technisch niet mogelijk is om zo'n woning te creëren, dan kan een aanvrager altijd vragen om gebruik te maken van de hardheidsclausule. Waarom die 70 vierkante meter? Omdat we in Dordrecht eigenlijk al heel veel kleine woningen hebben en er steeds meer grote woningen verdwijnen. En 70 vierkante meter is eigenlijk al niet zo heel erg groot. Vandaar dat we toch de woning die overblijft voor de eigenaar-bewoner, daar toch de eis van 70 vierkante meter hanteren. Want anders krijg je ook wellicht weer situaties dat mensen genoegen nemen met zichzelf voor 30 vierkante meter. En dan hebben ze nog een klein zoldertje van 30 vierkante meter. En dat willen ze dan ook nog gaan verhuren.

Weet je, het is gewoon een grens of een richtlijn van, 70 vierkante meter vinden we nog een woning waar een gezin in zou kunnen wonen. Kleiner eigenlijk niet meer. De voorzitter: Mevrouw Schnabel had nog een vraag. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Ik lees in de huisvestingsverordening, onder het kopje gebiedsbepaling, dat daar inderdaad een aantal wijken staan. Maar de wijken die daar niet in genoemd worden, zijn Wielwijk, Crabbehof, Dubbeldam, Stadspolders en Sterrenburg. Wat is daar de keuze achter? De heer Weber: Welk artikel is dat? Mevrouw Schnabel: Dat is artikel 3.2.2. De heer Weber: Dat is een artikel dat gaat over woningvorming. En de vergunningplicht geldt alleen in die gebieden. En buiten die gebieden geldt die vergunningplicht niet. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. En wat is daar de reden achter? De heer Weber: Wat is daar de reden achter? Ik heb geen idee. Dit stond al in de huisvestingsverordening, in de vorige, en die daarvoor. Waarschijnlijk hebben we in die wijken geen problemen met excessen ten aanzien van woningvoorraad. De voorzitter: Dit zou op een aantal punten schriftelijk ook teruggekomen worden. Ik stel voor dat we deze meenemen in de veeg. Dan zie ik toch nog een vinger. Dat is een hardnekkige hoek hier. Nee hoor. We hebben nog de tijd. De heer De Heer, stelt u vooral uw vraag.

47

De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Even kijken. Nog een vraag over de nieuwe beleidsregels over regiobinding. Daar lezen we dat er minimaal een jaar aaneengesloten in de regio moet worden gewoond, onder andere. Ik was benieuwd is, want dat is heel specifiek, dat is een harde knip, een jaar, of wat is het zes jaar voorafgaand aan, wat er wordt genoemd, uit mijn hoofd. Worden daar echt letterlijk dagen geteld of is er ook nog zoiets als een soort hardheidsclausule die kan worden toegepast, wanneer dat dat nodig is? En is dat dan via het college of is dat gemandateerd richting het special teams? Hoe functioneert dat? De heer Weber: Deze grens was voorheen drie jaar. En die werd ook gehanteerd. En als je grenzen hanteert, dan is de grens de grens. Want de mensen die het moeten uitvoeren, het moet werkbaar blijven. De voorzitter: Mevrouw Striebeck, van de VSP, gaat uw gang. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een vraag over de urgentieregeling. Als ik bijvoorbeeld uit Zwijndrecht kom en ik ben urgent, kan ik dan in iedere gemeente terechtkomen met die urgentieregeling? De heer Weber: Ja. Iedereen heeft het recht om in de hele regio te reageren op woningen. Je kunt ook als urgente in de hele regio terechtkomen. Uiteraard wordt er wel gekeken naar voorkeuren en naar sociale netwerken die er zijn, als mensen dat nodig hebben om zelfstandig te kunnen wonen.

Er wordt wel gekeken naar waar dat netwerk zich dan bevindt. Iemand die een heel groot netwerk in Dordrecht heeft, dan ligt het voor de hand om zo iemand niet in Hardinxveld-Giessendam te plaatsen. Mevrouw Striebeck: Vanzelf. Dank u. De voorzitter: Dan wil ik u in ieder geval bedanken voor de zeer uitvoerige en vrij diverse vragen die u heeft beantwoord. Gaf de wethouder mij in, voor uw blik, de linkerhoek aan dat hij nog een opmerking wilde plaatsen over iets wat er gezegd is vanavond. En bij uw permissie geef ik de wethouder ook even de gelegenheid om dat te doen. Bij deze. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, het was heel technisch, naar aanleiding van de vraag van de heer De Heer over die datum van 15 april op de beleidsregels. Het vaststellen van beleidsregels is een collegebevoegdheid. En 15 april is de datum geweest waarop het college deze huisvestingsverordening heeft vastgesteld. Tenminste, het raadsvoorstel ook wat nu aan u is aangeboden. En ook tegelijk deze beleidsregels, die aan u zijn meegestuurd over de omzetting zelfstandig naar onzelfstandige woonruimte, maar ook die van de uitstroom opvanginstellingen heeft vastgesteld. Daarmee zijn ze door het college vastgesteld, met de collegebevoegdheid die het college heeft. En ze treden in werking als ze gepubliceerd en bekendgemaakt worden.

En natuurlijk gebeurt dat op het moment dat ook de huisvestingsverordening door de raad wordt vastgesteld. Dat gaat in één moeite door. De voorzitter: Dat biedt enig licht weer in de duisternis. Dank, wethouder. We hebben het met elkaar, volgens mij, bij aanvang van deze vergadering geconstateerd dat er best tempo gehanteerd zal moeten gaan worden. Tegelijkertijd heeft u natuurlijk een heel traject achter de rug, waar ook de uitgangspunten met elkaar benoemd zijn en

48

vastgesteld. En is dit ook de vertaling daarvan. En daarlangs kunt u ook gewoon dit raadsvoorstel toetsen. Dan ligt het voor de hand, op de 20ste is er ruimte om dit oordeelsvormend verder ter bespreking te brengen. De fractie van GroenLinks heeft de pen ter hand genomen en al twee politieke vragen met ons gedeeld. De eerste is, doet de verordening voldoende recht aan de opvang van dak- en thuislozen? En het tweede is, dragen de regels optimaal bij aan het creëren van meer woningen? Ik zal in deze rondgang ook bij u even inventariseren of daar ook nog zaken aan toegevoegd zouden moeten worden en hoe we dat met elkaar gaan formuleren. Ik zag als eerste de heer Van der Net. Dan geef ik mijnheer Katif het woord. En dan mevrouw Schnabel. Mijnheer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Dank, voorzitter. Wij willen toch nog een keer in de oordeelsvormende bijeenkomst bespreken of we het nog steeds noodzakelijk vinden dat de statushouders in de voorrang blijven. Ik begrijp dat dit een paragraaf is die voor de hele regio geldt. Maar desondanks vind ik het wel van belang om daar toch even nog een keer over van gedachten te wisselen. En ik wil ook nog wel de politieke vraag neerleggen of dat wij het acceptabel vinden dat uiteindelijk de voorrangsmensen inderdaad een woning krijgen toegedeeld door de woningcorporaties.

Ik vind dat ook wel toch iets waarvan ik denk, hoe gaat dat nu en wat voor effecten heeft dat? Ik heb daar geen grip op. Vandaar de vraag ook om dit te bespreken. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De voorzitter: Ik had net een sprekersvolgorde gedaan, maar dit haakt in op wat de heer Van der Net zegt. De heer Van Dam Timmers: Ik kan die tweede vraag niet volgen, wat u precies voor ogen heeft in de bespreking. Kunt u dat toelichten? De heer Van der Net: Dan wil ik zeker toelichten. We hebben net gehoord dat er geen voorrang is binnen de voorrangsregeling, maar dat er door de woningcorporaties wordt beslist wie inderdaad uiteindelijk binnen dan die groep van voorrangsgerechtigden … Waar die dan terechtkomen. En mijn vraag is, de politieke vraag is, of wij dat inderdaad een goed systeem vinden, dan even richting de heer Van Dam Timmers, voorzitter. De voorzitter: Schept dat enige helderheid? De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dan begrijp ik dat de vraag is, is de commissie het eens met de huidige systematiek dat de woningcorporatie binnen de voorkeur de voorkeur bepaalt? De heer Van der Net: Ik vind het perfect verwoord. Precies wat ik bedoelde, maar dan met andere woorden, voorzitter. De voorzitter: We kijken het terug op de band, de heer Van der Net. De heer Katif, gaat uw gang.

De heer Katif: Voorzitter, ik heb een politieke vraag die wat algemener is, maar volgens mij kan het ook. In hoeverre biedt deze huisvestingsverordening daadwerkelijk een

49

antwoord op de urgente wooncrisis? Ik zeg in Dordrecht de wooncrisis, in plaats van vooral te reguleren en niet te stimuleren? De voorzitter: Dat zit hem niet per se op de realisatie van woningen, maar meer op de rol van de overheid die daarbij … Dan haakt hij een klein beetje aan op de vraagstelling van GroenLinks. Maar ik denk dat we er vast iets moois van kunnen gaan maken. De heer Van der Net: Maar even, voorzitter. Maar dit staat toch los van de huisvestingsverordening? Ik begrijp de vraag wel natuurlijk, dat dat van belang is, maar dit gaat de huisvestingsverordening niet oplossen. De voorzitter: Maar volgens mij kunt u daar ook met elkaar het gesprek dan over hebben. De heer Katif: Voorzitter, het is ook zo dat de politieke vraag vanuit een bepaalde fractie is. En de andere fractie bepaalt namelijk niet wat de politieke vraag wel of niet is, maar de voorzitter wel? De voorzitter: Nee. Maar zo kennen wij de heer Van der Net, die intentie zal hij vast niet hebben gehad. De heer Van der Net: Nee, die heb ik zeker niet. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Al die heren die zo voor piepen. Het is ongelooflijk. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Mijn vraag of onze vraag is, hoe kijken wij aan tegen de afbouw van de handhavingscapaciteit, die vastgesteld wordt met de vaststelling van de huisvestingsverordening? De voorzitter: Helder. Ik zag hier in de hoek nog wat gebeuren.

De heer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, ik had misschien een aanvulling op de politieke vraag die GroenLinks had gesteld. Die zei, doet de verordening voldoende recht aan de opvang? Ik zou ook willen toevoegen, voorkomt de verordening voldoende dak- en thuisloosheid. Maar misschien kan die worden gecombineerd. De voorzitter: Goede suggestie. Volgens mij beginnen er wel wat rode lijnen te ontstaan, voor richting de oordeelsvormende vergadering. Ik zie dat GroenLinks nog een derde prijs in het verschiet heeft liggen. De heer Uysal: Voorzitter, een aanvullende politieke vraag vanuit GroenLinks is, sluit de huisvestingsverordening aan op de veranderende woonbehoefte van de Dordtenaren? De voorzitter: Ik merk alleen op, en ik ga daar verder niet over, maar u heeft met elkaar vrij uitvoerige uitgangspunten vastgesteld. Dit is ook een vertaalslag daarvan. Ik zou u als voorzitter oproepen, ik weet niet of ik de volgende keer voorzit, maar beperk het dan tot wat de vertaling daarvan dan is geweest. Want u werpt hier vrij fundamentele vragen op, die ook echt weer raken aan de fundamenten waarop u uw uitgangspunten

50

gebaseerd heeft. Zeg ik als uw voorzitter. Doe ermee wat u wil. Hou de vragen vooral in stand als u denkt, dat moet gewoon gebeuren. Maar ik geef het even mee. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Misschien nog graag aanvullend willen toevoegen. Maar we wachten natuurlijk ook de schriftelijke vragen af, hoe we aankijken tegen de uitwerking van de hospitaregeling, die in alle wijken uitgevoerd gaat worden. De voorzitter: U heeft het over technische vragen? Mevrouw Schnabel: Ja. De voorzitter: Dat is ook waar ik in de afsluiting op terug wilde komen, dan kijk ook even die kant op, of het mogelijk is de technische vragen die opgeworpen zijn, of die inderdaad voor de behandeling van de oordeelsvormende vergadering ook verzonden kunnen worden naar de griffie, en met ons gedeeld kunnen worden? De heer Katif: Voorzitter, mogen wij de discussie tussen jullie wel even horen, want ik hoor … De heer Weber: De vraag is, wat zijn precies de technische vragen die we dan voor de volgende keer beantwoord zouden moeten hebben? De voorzitter: Die hebben we hier volgens mij gewoon genoteerd. De griffier schrijft mee. Welke is het boven? De rode? Dat artikel 3.2.2, daar wordt op teruggekomen. En de tien woningen van de heer Safranti.

En daar werd ook wel wat gereserveerd op gereageerd, hoe er omgegaan kan worden inderdaad in relatie tot de effecten van de bezuinigingen? En hoe dat dan precies zit? Maar goed, die heeft u ook al oordeelsvormend geagendeerd. Daar kunt u het sowieso over hebben. De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik heb niks toe te voegen als politieke vraag. Maar ik bedenk me wel voor de volgende keer, als we een uitgebreide oordeelsvormende vergadering hebben, dat we natuurlijk zelf als commissieleden ook kunnen bedenken dat we daar de aandacht op werpen waar we dat nodig vinden. En omdat het zo veelkleurig is, deze hele verordening, dat we zelf bepalen natuurlijk waar de aandacht naartoe gaat volgende keer. De voorzitter: Volgens mij een terechte oproep die u daar plaatst. Volgens mij zijn we er dan. Dan wil ik iedereen bedanken voor uw aanwezigheid. Ik moet altijd van de griffier zeggen dat u uw kopjes, bordjes en alles wat los op tafel ligt meeneemt en weer op de juiste plek teruglegt. Ik dank de ondersteuning nogmaals, en alle aanwezigen. En ik wens u een prettige avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 1 juli 2025.

De griffier,

De voorzitter,

51

A.E.T. Wepster

N. Mol

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/41177