2.5 2025.04.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
43
enthousiasme bij hem of bij zijn opvolger vervliegt? En laat ik er glashelder over zijn hoe de Dordtse VVD erover denkt, als de realisatie van nieuwe parkeergarages achter zou blijven bij het schema, dan moeten we pas op de plaats maken met tariefsverhogingen. En als de bouw van een of meer nieuwe garages komt te vervallen, dan moeten die tariefsverhogingen voor dat gedeelte ook worden teruggedraaid. Het is namelijk heel simpel, die hogere tarieven hebben een doel, en dat is het bouwen van die garages. En op het moment dat dat niet doorgaat of voor een gedeelte niet doorgaat, dan hoeven we ook die tariefsverhogingen niet meer voor dat gedeelte te doen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Groenewege had ook een vraag. De heer Groenewege: Het valt mij op hoe de VVD over participatie denkt. Want als het gaat over betaald parkeren, dan zegt de Dordtse VVD, dat voeren we alleen in als minstens de helft van de wijk erachter staat. Maar bij het bouwen van parkeergarages, wat een veel radicalere ingreep is in je woonomgeving, doet de mening van omwonenden er opeens niet meer toe en verwacht de heer Kuhlmann van de wethouder een planning tot op de datum. Wat gebeurt er met de mening van het Dordtse VVD als omwonenden blijken helemaal niet te zitten wachten op die hypothetische parkeergarages die hier staan ingetekend? De voorzitter: De heer Kuhlmann.
De heer Kuhlmann: Het verband is natuurlijk evident. Die tariefsverhogingen zijn er alleen maar om die parkeergarages te bouwen. Als je ze niet bouwt, dan hoeven die tarieven ook niet omhoog. Het lijkt me alleszins redelijk om van het college te verwachten dat er met een concrete planning wordt gekomen. En natuurlijk, juist omdat omstandigheden kunnen veranderen ... Ik heb ook geen glazen bol. Laat ik eens een in mijn ogen afschrikwekkend scenario bedenken. Stel dat de volgende wethouder van verkeer de heer Groenewege is, dan snap ik ook dat die parkeergarages niet meer worden gebouwd. Daar moeten we denk ik dan eerlijk over zijn. Maar dan moeten we wel daar helder over zijn dat die tariefsverhogingen dan meteen stopt. Dat vind ik heel belangrijk om vast te leggen in dit besluit. En die disbalans zit er nu in. En die willen we er graag uithalen. De voorzitter: Daar wil de heer Groeneweg graag wat op verduidelijken. De heer Groenewege: Het is natuurlijk een hilarisch antwoord, maar ik denk wel dat de waarde die de VVD hecht aan de inspraak van inwoners ook gereflecteerd wordt in het antwoord wat de heer Kuhlmann geeft, waar die daar totaal niet op reflecteert. Hij negeert mijn vraag over de mening van omwonenden geheel. Ik vraag hem nog een keer, wat doet de Dordtse VVD als omwonenden niet blijken te zitten wachten op een hypothetische parkeergarage voor hun deur.
De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Kijk, natuurlijk gaat het nog over exacte uitwerkingen, waar de ingang komt en wat je allemaal doet. Maar de grote lijnen staan, wat ons betreft, wel vast. Ik heb mijn buik vol en de Dordtse VVD, dat is nog belangrijker, heeft de buik vol
44
van die parkeerfiles, van het gebrek aan parkeerplaatsen. Op het moment dat we niets doen, en ik snap dat u dat prima vindt, maar dan maken we de stad onbereikbaar voor de auto. Die parkeerplaatsen zijn hoe dan ook nodig. Die garages gaan we bouwen. En natuurlijk in goed overleg met bewoners. Daar gaat een zorgvuldig proces aan vooraf. En sterker nog, dat zal u dan deugd doen, ik hou inderdaad ook rekening met een scenario waarbij die mogelijk niet gebouwd wordt. Ik heb geen glazen bol. Maar dan zeg ik er nadrukkelijk bij, als dat gebeurt, moeten die tarieven niet verder omhoog. Dan moet je dat stukje eruit halen. De voorzitter: Ik ga u nog even ... De laatste kans, want de heer Kolkiliç wil ook graag een vraag stellen. De heer Groenewege: Een laatste vraag. Ik verwonder me over de verschillende standaarden die de Dordtse VVD hanteert. Want bij het invoeren van betaald parkeren is bewonerssteun daarvoor een voorwaarde, maar bij het bouwen van parkeergarages drukte de Dordtse VVD zijn eigen zin door. Waarom die selectieve waardering voor bewonersparticipatie? De heer Kuhlmann: Daar zit niets selectiefs in. Je hebt projecten die zijn groot en van belang voor de hele stad. Dat geldt ook voor die garages. Als we onvoldoende plekken hebben in de stad, dan levert dat overal problemen op. En zeker ook voor de levendigheid van onze stad.
Als er niemand kan komen, als er niemand zijn auto kwijt kan, bewoners. Een ander iets is, waar het gaat om iets wat alleen een bepaalde wijk betreft, of mensen wel of niet betaald parkeren willen in hun eigen straat, dat is natuurlijk aan die bewoners. En het idee wat nu geschetst wordt, alsof we geen belang hechten aan de inbreng van bewoners voor wat betreft de bouw van garages, dat werp ik natuurlijk verre van me, omdat daar natuurlijk ook een heel proces bij gaat. Er zijn allerlei scenario's denkbaar waarbij het uiteindelijk niet doorgaat. Die optie hou ik open. Ik zeg er alleen wel bij, mensen moeten niet gaan betalen, we moeten niet die tarieven omhoog gooien als blijkt dat een garage niet wordt gebouwd. Vandaar dat ik zeg, dat is iets wat nu ontbreekt in het voorstel. En die disbalans willen we graag corrigeren. De voorzitter: Ik stel voor om het hier even bij te laten. En de heer Kolkiliç had ook een vraag. De heer Kolkiliç: Voorzitter, dank u wel. Vraag aan de heer Kuhlmann. Wat gaat de Dordtse VVD doen als de wethouder geen toezegging doet? De heer Kuhlmann: Ik heb alle vertrouwen in de wethouder dat hij goed luistert naar de inbreng van alle partijen. En we gaan zien wat ij straks zegt.
Ik kan wel alvast zeggen, want dat moet natuurlijk aangepast worden in het voorstel, dat is iets wat we zelf moeten doen, wij vinden die keiharde koppeling tussen de tariefsverhoging en de bouw van de garages noodzakelijk. En naar ons oordeel staat dat nu niet sterk genoeg in het voorstel. We willen dat dat wordt aangepast. En we denken daarom aan een amendement om het raadsvoorstel op dit onderdeel te verbeteren. De voorzitter: Dank u wel, heer Kuhlmann. U bent klaar. Dan ga ik even iets corrigeren, want ik ben begonnen met de indieners van de politieke vragen. Maar het is altijd
45
handiger om eerst met het conceptamendement te beginnen, want dan weten we waar het over gaat. Mijn excuses. De heer Oostenrijk, ik ga u alsnog het woord geven om uw amendement te bespreken. De heer Oostenrijk: Voorzitter, eigenlijk je hebt zo'n open doel die je dan in kan koppen, zoals net de heer Kuhlmann memoreerde. Dit amendement gaat daar precies over. In de versie van 11 maart was de besluitvorming eigenlijk vrij simpel, want dan ging het om, per ingang van 1 juli de tariefdifferentiatie voor straatparkeren en garageparkeren vast te stellen. Punt. Dat was een simpele. De nieuwe besluitenlijst heeft bij 1.5 de combinatie ingebakken van, dan besluiten we niet alleen over tabel 5, maar tevens de stappen in tabel 6. Dat heeft de vorige vergadering ook wat vragen en wenkbrauwen, fronzen opgeleverd. En die verwarring of die combinatie willen we ontwarren. En dat is dan de grondslag geweest voor dit conceptamendement. Eigenlijk in lijn wat de heer Kuhlmann zegt, wij willen de businesscase, die gebaseerd is op jaartallen, zoals we in de beslotenheid tot ons hebben gekregen, koppelen aan de daadwerkelijke te vermoeden realisatiejaren. En het is duidelijk, als de realisatiejaren van enig parkeergarage opschuift naar voren of naar achteren, dan heeft dat wat ons betreft inderdaad direct gevolgen voor de stijging van de parkeertarieven.
Dat hebben we geprobeerd om vorm te geven in dit conceptamendement. Mooier kan ik het eigenlijk niet maken. De voorzitter: Dan houden we het hierbij. De heer Van de Meer heeft daar een vraag over. De heer Van der Meer: Voorzitter, wat ik niet helemaal begrijp, is hoe de koppeling wordt gemaakt tussen de concrete planning van de data waarop parkeergarages worden opgeleverd en de tarieven? Want die tarieven zien erop dat er gewoon elk jaar 2,5 miljoen overschiet, om het zo maar te zeggen, om bij te dragen aan die financiering. En die totale financiering zal toch niet zo heel erg veel veranderen, op het moment dat die planning een beetje verandert. Ik snap de koppeling tussen die beide elementen niet. De voorzitter: Dan gaat de heer Oostenrijk die, denk ik nu, uitleggen. De heer Oostenrijk: Voorzitter, het college heeft bij elke parkeergarage die bandbreedtes aangegeven in het raadsvoorstel van, wanneer een parkeergarage gerealiseerd zou kunnen gaan worden. Terecht zitten daar onzekerheden in. En de businesscase, en dat weten we ook, is een datum of een jaartal wat binnen die bandbreedtes vastgeprikt is. Maar we weten het niet. Het college weet het niet. Daarom kan ook de wethouder niet gevraagd worden om jaartallen vast te zetten, want zo werkt het niet. Maar het is wel duidelijk dat er een relatie moet zijn. Zo is het.
Wordt een parkeergarage later gerealiseerd, dan is de financieringsbehoefte anders dan dat hij, laten we zeggen, op een vroeger tijdstip wordt gerealiseerd. En dat is de tekst die we beogen. En dat dan ook jaarlijks voor te leggen ter besluitvorming aan de raad. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostenrijk: Dan heb je de zekerheden dat wat dat betreft de raad jaarlijks in feite het voorstel van het college kan omarmen of afstemmen.
46
De voorzitter: Dank u wel voor uw uitleg. Nou u toch aan het woord bent, wilt u ook nog een bijdrage doen aan de politieke vragen? Heeft u daar een mening over? De heer Oostenrijk: Niet zozeer aan de politieke vragen, anders dan dat de voorgestelde besluiten gaan puur over 1 juli 2025. Als je wil sparen, ik zeg het maar in simpele taal, om de bouw van parkeergarages te financieren, dan moet je stappen zetten. En de CDAfractie vindt de stap per 1 juli alleszins respectabel. Ook in lijn met de verwachting, en dan kijken we naar dat tabelletje 6, dat als de parkeergarages binnen die jaartallen daadwerkelijk worden gerealiseerd, dat dat dan in de businesscase die tarieven gaat opleveren, of kosten. Het is maar net hoe het ziet. De lijn snappen we. Maar we besluiten over 1 juli. Niet meer en niet minder. En dat ondersteunen we. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik door met de indieners van de politieke vragen. Nee. De heer Kuhlmann: Toch nog eventjes. Want ik zit een beetje mee te lezen met het amendement van het CDA. Ik ben daar eerlijk gezegd een beetje door verrast. En ik kan daar ook weinig chocola van maken. Wat wordt er nu precies voorgesteld? Op het moment dat de realisatie van de parkeergarages achterblijft, om dan die abonnementstarieven, om daarmee te schuiven? Begrijp ik dat goed? De heer Oostenrijk: Dat begrijpt de heer ...
Sorry, voorzitter, dat begrijpt de heer Kuhlmann goed. Als door welke omstandigheden dan ook we een parkeergarage laten bouwen, nog los van dat er een besluitvorming komt om een parkeergarage überhaupt niet te bouwen, ik verwijs maar even naar toch de discutabele financieringsbehoefte van de Grote Markt, dan verandert het plaatje. En daarmee ook de aard van de tariefstijgingen. Ik vind dat zo logisch als ik weet niet wat. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Toch kan ik de logica, eerlijk gezegd, niet zo goed, tenminste maar deels volgen, laat ik het zo zeggen. Omdat, kijk, wat wij zojuist hebben aangekondigd, is een amendement waarin je zegt, voor alle tarieven, ook voor de vergunningstarieven dat je zegt, op het moment dat de realisatie achterloopt, dan ga je daar een pas op de plaats maken. U kiest ervoor om alleen naar die garagetarieven te kijken. Ik snap niet waarom iemand dat onderscheid zou maken. En dan roepen we eigenlijk op, u zit aardig op de goede lijn, maar doe met ons mee. De heer Oostenrijk: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ik kan niet met de VVD meegaan, omdat er geen stuk ligt. Maar het is heel simpel. Voorgestelde besluit 1 tot en met 5, afsluitend tabel 5, gaat puur over zowel het straatparkeren als het garageparkeren en de bewonersvergunningen. Niet meer en niet minder.
En het is simpel, je bent het daarmee eens of je bent het daar niet mee eens.
47
De voorzitter: Dan laten we dat even zo houden. En ook even de zienswijze van de wethouder dadelijk afwachten op de twee amendementen. Ga ik door met de SP, voor hun politieke vragen en reacties op de amendementen. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. De SP kan niet instemmen met deze nieuwe parkeertarieven. Het leven voor veel mensen is al erg duur geworden de afgelopen jaren. En voor diegenen die al minder besteden hebben, is een verhoging echt iets wat de portemonnee gaat voelen. Als het gaat om de binnenstad weten de bewoners wel dat de tarieven elk jaar hoger worden, maar dit is wel erg fors. En wij begrijpen ook niet waar de verschillende bedragen, betreft het straatparkeren en parkeergarages vandaan komen en waar deze op gebaseerd zijn. De SP ziet liever voor de eerste auto een lager tarief dan nu voorgesteld en een hogere bijdrage voor de tweede auto. Wat betreft de tarieven van de parkeergarage steunen wij het avond- en nachttarief, wat behouden blijft in de parkeergarage Energiehuis. Alleen we zetten wel vraagtekens bij sommige andere keuzes. Als je bijvoorbeeld in het gebied woont waar we nu zijn, in de Schil, is het tarief op straat en een garage hetzelfde uurtarief. Nodigt niet uit voor het kiezen voor de parkeergarage, terwijl dat we liever zien dat de mensen die in en rond de binnenstad wonen dat wel gaat doen.
Ook vinden wij het belangrijk dat de pendelbusjes vanaf het Energiehuis en Weeskinderendijk betrouwbaar rijden en dat die toegankelijk zijn van de mensen in een rolstoel. De voorzitter: Ik zie daar geen reactie op. Heeft u nog behoefte om te reageren op de andere politieke vragen of de amendementen? Mevrouw Kamphuis: Voor het laatste ga ik het nog overleggen met de fractie. En dat was het. De voorzitter: De heer Kuhlmann heeft toch een vraag voor u. De heer Kuhlmann: Ik ben benieuwd of de SP een voorstander of een tegenstander is van de bouw van extra garageplekken? Mevrouw Kamphuis: Wij zien liever de auto's niet in de binnenstad. We zien liever dat het ov goedkoper wordt, zodat de mensen met het ov naar de binnenstad komen. Dat er misschien één of twee parkeergarages bijkomen, dat weet ik nog niet helemaal precies. Maar we hebben liever dat het ov goedkoper of gratis wordt. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Er zijn natuurlijk mensen die van het ov gebruikmaken. Dat is hartstikke goed. Maar er zijn natuurlijk ook veel bewoners en bezoekers van het centrum die met de auto komen. En als je daar geen garage voor bouwt, als er onvoldoende plekken zijn dan zegt u eigenlijk tegen die bewoners, jammer, maar je kunt niet naar je werk toe gaan. Of tegen die ondernemer, jammer, er zijn minder klanten, want er zijn onvoldoende plekken.
Ziet u niet het belang, dat is mijn vraag aan de SP, aan mevrouw Kamphuis, van het bouwen van die parkeergarages, gewoon omdat er nu te weinig plekken zijn?
48
Mevrouw Kamphuis: Via de voorzitter wil ik tegen de VVD zeggen, u kunt gerust met uw auto naar de werkplaats of naar de buren of waar u ook maar heen wil. Maar de parkeergarage die nu weg is gehaald, die moet terugkomen. En dan krijg je weer wat meer parkeerplekken. En ook de mensen die goedkoper met het ov kunnen gaan, weet ik zeker dat er veel meer mensen met het ov naar de binnenstad gaan. Dat heft zich aan elkaar op. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik door naar Forum voor Democratie. De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Dank u wel, voorzitter. Ik was er de vorige week niet bij. Ik ben eigenlijk een beetje op een wat later moment ingevlogen. Ik vrees dat ik niet alle ins and outs ken. Maar in zijn algemeenheid zou ik er dit over willen zeggen, dat met de toenemende drukte in de stad, in de binnenstad met name, met auto's dat het ongewenst is, allerlei vormen van parkeeroverlast veroorzaakt. Dat het een goed idee is om daar iets aan te doen. En dan parkeergarages lijken mij een goed idee, omdat dat een efficiëntere manier is van auto's stapelen. Ligt het ook, wat mij betreft, voor de hand dat je dat met een verschillende tariefstelling een beetje probeert te sturen.
De vraag of dat acceptabel is voor bewoners, vind ik een beetje ingewikkeld, omdat ik denk dat het parkeerprobleem of het overschot aan auto's natuurlijk ook te maken heeft met het feit dat we als ambitie hebben om meer woningen te bouwen. Alles wordt dichter bebouwd. Daardoor gaat er ruimte verloren. Je hebt wel meer parkeerplekken nodig, maar de ruimte wordt schaarser. Wat schaarser wordt, wordt duurder. Ruimte in de binnenstad wordt gewoon duurder. Ik zou zeggen, of het acceptabel is, dat wordt bepaald door het feit dat je er überhaupt wil wonen. Ik denk dat wonen in de binnenstad toenemend een beetje een luxe gaat worden, waar je in elk geval voor moet betalen. En daar hebben mensen een keuze in. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u nog iets kwijt over de andere politieke vragen of amendementen? Ik zie dat het aardig rustig is. Dat mag hoor. Wil er nog iemand over in debat gaan, over de politieke vragen. De heer Van der Meer zie ik. Is dit uitlokking? Dat is helemaal goed hoor. Pak me maar op. Hij steekt zijn hand op, wethouder, maar dadelijk aan u de beurt. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag iets zeggen over het een en ander. Wij vinden het een heel evenwichtig voorstel. Er zitten 2 hoofdelementen in. Niet alleen de financiering van de parkeergarages, maar ook het sturende parkeerbeleid. En die hebben beiden onze hartelijke steun.
Natuurlijk zijn tariefsverhogingen vervelend voor mensen die ze moeten betalen. Als je er op een afstandje naar kijkt, dan is inderdaad ons automobiliteitssysteem een heel duur systeem voor mensen, maar ook voor de samenleving als geheel. Daarom is het van groot belang om hard aan alternatieven te blijven werken. En liefst zo dat die voor velen sneller, goedkoper en/of gezonder zijn. Maar het blijft natuurlijk automobiliteit. We woekeren ook met de ruimte. Daarom is het van groot belang parkeren zo weinig mogelijk op straat te laten plaatsvinden, zeker in het centrum. Parkeergarages zijn inderdaad hard nodig. Het voorstel laat zien dat het met een tariefsverhoging van jaarlijks zo'n 2,5 miljoen op kan brengen. Dat is niet genoeg om alles te financieren. Gelukkig zijn er ook andere knoppen waaraan gedraaid wordt. Maar we kunnen ook niet zonder die tariefsverhoging, als we althans dat programma van parkeergarages willen realiseren. Maar als we afzien van tariefsverhogingen, bijvoorbeeld omdat even een beetje vertraging optreedt bij het
49
bouwen van parkeergarages, dan betekent dat dat we die parkeergarages gewoon niet kunnen bouwen, omdat we daar de financiering niet voor hebben. Dat betekent dat in de toekomst, en dat willen velen hier niet, parkeren in en om het centrum nagenoeg onmogelijk gaat worden. Daarom steun voor dit voorstel. Het draagt bij aan een leefbare en bereikbare stad voor iedereen. Ik heb 2 concrete vragen. Eén over het garagetarief. De heer Wringer heeft daar ook al iets over gezegd. Het lijkt, maar misschien begrijp ik het niet helemaal goed, of dat uiteindelijk op een hoger niveau komt dan het tarief op straat. En dat lijkt mij niet de bedoeling, want de bedoeling is dat garagetarieven lager wordt. Tweede is een vraag aan zowel de wethouder als aan de heren Kuhlmann en Oostenrijk, hoe ziet die koppeling van de planning aan tarieven er nu daadwerkelijk uit? Wat verandert er in de financieringsbehoefte, op het moment dat een bepaalde parkeergarage pas 2 jaar later wordt gerealiseerd? Dank u wel. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: U vraagt en er wordt gelijk gedraaid. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik ben nooit te beroerd om een interruptie te doen. Het is een beetje gek, een vraag die niet in mijn eigen woordvoering, maar laten we het op deze manier oplossen. Kijk, het is natuurlijk heel simpel.
Op het moment dat er garages niet gebouwd worden, dan moeten we daar voor dat deel niet die tarieven omhooggooien. Dan moeten we daar gewoon mee stoppen. En op het moment dat er een uitstel is of een lang uitstel ... Kijk, dat iets een week langer duurt of een maand, dat kan. Maar als iets op een gegeven moment, en we kennen allemaal daar wel voorbeelden van, eindeloos op de kalender blijft staan, we willen het misschien nog een keertje doen, en ondertussen gaan de jaren voorbij, dan moeten we natuurlijk ook wat doen aan die tariefstijging. Dan moet je dat maar even voor die periode pauzeren. Zo simpel is het, wat ons betreft. De heer Oostenrijk: Voorzitter. De voorzitter: Dat leidt toch nog wel tot een vraag. Even wachten hoor. Ik zit even te bedenken, is het beter om de heer Oostenrijk eerst nog even antwoord te geven of de heer Van der Meer? Wilt u uw vraag stellen aan de heer Kuhlmann? Ik laat het even aan u over. De heer Van der Meer: Ik wilde inderdaad aan de heer Kuhlmann vragen, wat betekent dat in concreto, als een bepaalde parkeergarage af is, dan snap ik uw redenering. Maar als hij op een iets later moment gerealiseerd wordt. Het hele voorstel start vanuit een berekening van de netto contante waarde die nodig is om die hele operatie van parkeergarages te realiseren.
Op het moment dat een parkeergarage iets later wordt gerealiseerd, dan wordt die netto contante waarde toch uiteindelijk naar verwachting een beetje hoger. Dat zou dan juist eerder tot verhoging van de tarieven moeten leiden dan tot verlaging. Of zie ik dat verkeerd? De voorzitter: Als ik uw vraag even kort samenvat. De heer Kuhlmann, zit in uw voorstel alleen een koppeling aan wel of niet bouwen, of zit daar ook een vertraging in de garage?
50
De heer Kuhlmann: Nee, nadrukkelijk ook wordt daarin meegenomen, op het moment dat er een hele lange vertraging in zit, dan is het gewoon heel simpel, dan verschuift een heleboel en kun je natuurlijk ook ... Dan pauzeer je voor dat deel die tariefsverhoging. En laat ik er meteen ook wat anders bij zeggen. Want je natuurlijk beoogt met zo’n amendement, is dat onze zeer gekwalificeerde mensen op het Stadskantoor, het ambtenarenapparaat, dat is natuurlijk een goede stok achter de deur. Op het moment dat je denkt, mooi, nu zijn die tarieven binnen, nu kunnen we achterover gaan leunen en dan gaan we later nog maar eens een keertje rustig denken hoe we die parkeergarages gaan bouwen., dat is niet hoe ik het graag zie. En ik denk dat het een uitstekende stok achter de deur is als iedereen op het Stadskantoor weet dat op het moment dat het te lang duurt met die plannen, als er jaren overheen gaan en er gebeurt niks ... De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, kunt u het kort maken, want dit is een tweede woordvoering. De heer Kuhlmann: Ja hoor. De voorzitter: En dat is niet helemaal de bedoeling. De heer Kuhlmann: Dan zal ik mijn zin afmaken. Dat men begrijpt dat die automatische prijsverhogingen dan ook ter discussie komen. Vandaar die stok achter de deur ook. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostenrijk, u wilde het ook graag toelichten. De heer Oostenrijk: Ik ben kort, voorzitter.
In aansluiting op wat de heer Kuhlmann net zei, vandaar dit amendement. De voorzitter: Zo, dat kan ook. Nou ben ik helemaal van slag. De heer Van der Meer, bent u klaar met uw standpunten? Volgens mij wel. U heeft uw twee vragen gedeeld. De heer Van der Meer: Ik wil alleen graag nog een constatering maken, dat de heer Kuhlmann zichzelf volgens mij tegenspreekt. Want hij denkt, als we die stok niet achter de deur hebben, dan gaan de ambtenaren achteroverleunen. Terwijl in zijn redenering de parkeergarages juist goedkoper worden, want daar hoeven minder tariefsverhogingen voor binnengehaald te worden, op het moment dat er wat uit wordt gesteld. Het lijkt mij dat die redenering niet klopt. De voorzitter: Dan kijk ik nog even verder rond. De heer De Feijter. Nee, wacht even. Ik ben helemaal vergeten dat de heer Damen eerst was. En daarna geef ik u de beurt. Ik zag hem al verschrikt kijken, vandaar. De heer Damen: Dank u, voorzitter. Voorzitter, wij vinden dat de koppeling van de tarieven en de verhoging van de tarieven voor parkeren terecht gekoppeld wordt aan de kosten van parkeervoorzieningen. Zo strak als de heer Kuhlmann dat wil zien, dat vind ik wel heel vergaand, maar het moet niet zo zijn dat je wel de verhogingen int en niet de parkeervoorzieningen realiseert. Je moet dan wel even goed kijken naar de miljoen,
51
ongeveer een miljoen, die nu uit de opbrengsten van het parkeren toevloeit naar de algemene middelen. Die wordt geschrapt, als ik het goed begrijp, in het voorstel. Dat vind ik verwonderlijk. Met dat miljoen hou je twee zwembaden open, De Dubbel en Wantijbad, bij wijze van spreken. Dat is dan niet meer mogelijk. Maar je moet er ook mee rekening houden dat nu geparkeerd wordt op een aantal plaatsen in de binnenstad, waar je ook heel goed woningen kunt bouwen. Ik noem de Botermarkt, ik noem het kruispunt bij Tuinkade en Boomstraat, ik noem de Cornelis de Wittstraat, tegenover de Dirk. De Bomkade. Zo zijn er tal van plaatsen waar nu geparkeerd wordt en geen woningen gebouwd worden. En je mag daarvoor best zeggen, voor de huur voor die ruimte mag je parkeergeld toesluizen naar de algemene middelen. Dat is één. Twee, de hoge tarieven voor bewoners in de parkeergarages en de forse verhoging daarvan ten opzichte van het parkeren door bewoners op de straat, dat begrijp ik niet. We wilden dat men meer ging parkeren in de parkeergarages, minder op straat. Op dit moment zijn er op tal van plaatsen op de meest idiote plekken parkeerplaatsen gefrommeld. Ik noem de nieuwe brug, onder andere op De Vest, die de aantrekkelijkheid van de binnenstad fors afbreuk doen.
En ik zou graag zien dat het aantal straatparkeerplaatsen, met name op die plekken waarbij je nu niet behoorlijk kunt lopen of wandelen, dat die worden gereduceerd. De Aardappelmarkt vind ik net een verkeerd voorbeeld daarvan. Daar zitten die parkeerplaatsen eigenlijk helemaal niet in de weg. Ten slotte, de locatie voor de parkeergarage Grote Markt, is voor mij onduidelijk of die voor bezoekers bedoeld is. Dat vind ik erg ongewenst, omdat dan er een heleboel verkeer dwars door die binnenstad moet plaatsvinden en dat alleen maar tot door de heer Kuhlmann zo verafschuwde files zal gaan leiden. Dat moeten we niet willen. Als je op de Grote Markt een parkeervoorziening bouwt, dan moet je die vooral bestemmen voor bewonersparkeren. En dat moeten dan ook relatief betaalbare plaatsen zijn. Daarmee heb ik ook wel de vraag, als deze plannen gerealiseerd worden, neemt dan het aantal parkeerplaatsen op de straat in de binnenstad af in de loop van de jaren of blijft dat gelijk? Want dan is het een eigenlijk een soort tevergeefse operatie. De voorzitter: Dank u wel, de heer Damen. Mevrouw Kamphuis heeft een vraag, en daarna de heer Kuhlmann. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. De parkeergarage op de Aardappelmarkt had u het over. Ik heb van een paar bewoners gehoord dat ze dat daar echt niet willen. Hoe denkt de PvdA erover, vraag ik via de voorzitter.
De heer Damen: Ik begrijp de vraag niet helemaal. Ik heb begrepen dat de bewoners graag zien dat daar een aantal parkeerplaatsen gehandhaafd blijft. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. De heer Damen: En dat vind ik op die locatie niet onredelijk. Maar er zijn andere plaatsen, zoals de nieuwe brug, die ik heb genoemd, waar de parkeerplaatsen in mijn ogen veel beter kunnen verdwijnen, omdat die parkeerplaatsen heel ongelukkig gesitueerd zijn. De voorzitter: Beantwoordt dit uw vraag, of bedoelde u hem anders? Stelt u hem nog een keer.
52
Mevrouw Kamphuis: Ik zal hem op een andere manier vragen. De bewoners willen gewoon daar kunnen blijven parkeren. Dat klopt. Maar de parkeergarage die daar eigenlijk zou komen, die willen sommige bewoners niet. Hoe denkt de PvdA erover, over die parkeergarage? De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Het idee dat daar een parkeergarage zou moeten komen, is mij volledig onbekend. Ik weet wel dat er op de Grote Markt een parkeergarage gepland wordt. Als dat een bewonersparkeergarage wordt, en die gedeeltelijk ondergrond plaatsvindt of grotendeels, dan heb ik daar geen bezwaar tegen. Maar een parkeergarage voor bezoekers op die locatie, lijkt mij gewoon een dom ... De voorzitter: Volgens mij heeft u allebei andere signalen. Want u zei net dat dat wel gewenst was door bewoners. En u heeft gehoord dat het niet gewenst was. Volgens mij komen we daar niet uit. De heer Kuhlmann, u had ook een vraag. De heer Kuhlmann: Ik heb een vraag en een compliment aan de heer Damen. Om te beginnen met een compliment. Ik ben heel blij dat hij, misschien in iets minder sterke bewoordingen, maar ook graag ziet dat wanneer de tarieven omhooggaan, dat er ook daadwerkelijk garages gebouwd worden. Dan mijn vraag. Want op een ander onderdeel, daar verschillen we denk ik net een beetje.
Wij zijn, we roepen er al jaren om, dolblij dat eindelijk die afdracht stopt voor wat betreft de greep uit de parkeeropbrengsten naar de algemene middelen, zodat dat geld gebruikt kan worden voor iets wat er ... De voorzitter: De heer Kuhlmann, kunt u uw vraag kort stellen? De heer Kuhlmann: Ja, ga ik doen. Zodat het geld gebruikt kan worden voor het doel waar bedoeld is, namelijk parkeren en parkeergarages bouwen. Waarom denkt de heer Damen dat het slim is, terwijl dat geld daar zo keihard nodig is, om het toch voor andere zaken te gaan best besteden? Waarom zo'n pleidooi? De heer Damen: Het is de heer Kuhlmann, voorzitter ... De voorzitter: Gaat uw gang. Ik vind het goed als het zo gaat. De heer Damen: Het is de heer Kuhlmann mogelijk ontgaan dat we voor een enorme bezuinigingsoperatie staan, En door het niet meer overhevelen van miljoen euro ongeveer uit de parkeeropbrengsten naar de algemene middelen, als je daarmee stopt, betekent het simpelweg dat je een miljoen extra moet bezuinigen. Dat vind ik niet zo wenselijk. Maar bovendien vind ik het niet onredelijk dat je ook kijkt wat het parkeren op dit moment kost op de straat. En daarbij wil ik ook verdisconteren dat er een hele hoop parkeerplaatsen in de binnenstad zijn of in de Schil waar je wel degelijk woningen zou kunnen bouwen.
En een woningopbrengst of een grondopbrengst zou kunnen realiseren die je nu niet realiseert, omdat er allemaal autootjes staan. De heer Kuhlmann: Nog heel even. De voorzitter: Korte vraag.
53
De heer Kuhlmann: Ik denk dat iedereen of vrijwel iedereen in deze ruimte begrijpt dat er een tekort aan parkeerplaatsen is in het centrum. We gaan die garages bouwen. Als u zegt, uit die parkeeropbrengsten moeten we door blijven gaan met daar, volgens mij is het minder dan een miljoen, maar 8 ton, of hoeveel het ook is, naar die algemene reserve. Dan betekent het heel simpel dat de PvdA ervoor kiest om als je die garages wil bouwen, maar ook dat miljoen daar niet voor wil gebruiken, dat de tarieven op straat en voor de vergunninghouders en in de garages nog veel hoger zouden moeten worden dan nu al in het voorstel staat. Bent u daarvoor? De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Op zich klopt de redenering van de heer Kuhlmann. Maar wij vinden niet dat er zo'n enorm groot tekort aan parkeerplaatsen in het centrum is. We vinden dat er een groot tekort aan parkeerplaatsen rond het centrum is. En daar kun je een aantal parkeervoorzieningen voor een veel lager tarief realiseren. Wij zijn daarom ook niet voor een parkeergarage op de Grote Markt voor bezoekers, want dat levert een hele hoop narigheid op. De files waar u het al over heeft, die lopen dan door de hele binnenstad. Dat willen we niet. Wij willen aan de rand van de binnenstad goedkopere garages bouwen. En dat betekent ook dat die tarieven dan voor het parkeren niet zo hard hoeven te stijgen als u vreest.
De voorzitter: Duidelijk. Een duidelijk antwoord. Volgens mij was dit uw standpunt en was u klaar met uw redevoering. Dan ga ik door naar ChristenUnie/SGP, de heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk zijn er twee aspecten aan dit raadsvoorstel. En dat is enerzijds dat we parkeergarages gaan bouwen. En anderzijds dat we willen gaan sturen op waar de auto in de binnenstad zich bevindt. En de ChristenUnie/SGP staat achter allebei die dingen. We moeten meer parkeergarages gaan bouwen. Daar is net ook al nodig over gezegd. Dat punt is al wel denk ik redelijk belicht. Maar anderzijds is het ook nodig dat we de schaarse openbare ruimte die we hebben op een andere manier inrichten. Want laten we wel wezen, en de heer Van Pelt refereerde daar net ook al aan, de auto neemt ruimte in beslag. En door ze te stapelen, zorg je ervoor dat dat op een efficiëntere wijze gebeurt. Daarom staan wij positief tegenover dit raadsvoorstel. Het voorstel wat de Dordtse VVD deed om te koppelen tussen de bouwambities, het realiseren van parkeergarages en de stijging van tarieven vinden we enerzijds een logische. Anderzijds heb je natuurlijk ook dat sturende aspect. We vragen ons ook af, want dat sluit wel aan bij de vraag die de heer Van der Meer er eerder ook al over stelde, stel dat de planning van realisatie van parkeergarages achterloopt door stijgende kosten ...
En we zien nu hoe in een korte tijd de wereldeconomie opeens waarschijnlijk tot een hoop stijgende kosten overal kan leiden. We vragen ons af of die koppeling dan juist ook niet leidt dat we al die parkeergarages ook op een later moment gaan realiseren, omdat we niet op het benodigde bedrag uitkomen? Dat zou ons jammer lijken, want die parkeergarages zijn juist hard nodig. Zowel omdat we gewoon de ruimte nodig hebben, maar ook omdat we de auto uit de openbare ruimte van de straat, laat ik het zo zeggen, willen hebben en in die parkeergarages. De voorzitter: De heer De Feijter.
54
De heer De Feijter: Ik ben benieuwd hoe ook de wethouder hierop reflecteert, maar wellicht dat de heer Kuhlmann van de Dordtse VVD daar ook nog op kan reflecteren. De voorzitter: Ten eerste hebben we nog een vraag van de heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, de heer De Feijter wijdt een aantal woorden aan de suggestie van de heer Kuhlmann. Maar ik ben toch benieuwd wat hij dan van het conceptamendement vindt? Die zegt met dezelfde woorden, laten we zeggen concreet, de relatie tussen het moment van de realisatie van een parkeergarage en de stijging van de tarieven. En dat dan ook jaarlijks te monitoren. De heer De Feijter: Om heel eerlijk te zijn, zag ik dit amendement zojuist pas. Die had ik nog even wat beter moeten lezen. Maar daar zouden dan dezelfde overwegingen voor gelden natuurlijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, toch blijft het mij verwonderen dat de heer De Feijter wel op een niet aanwezig amendement ingaat en voorbijgaat aan het amendement wat er wel is. De heer De Feijter: Als daarvan het idee hetzelfde is, dan lijkt mij, wat ik zeg, dat daar dezelfde vragen voor gelden, toch? De voorzitter: En daarom net het antwoord van de heer Oostenrijk. U heeft terecht uw ruimte al gepakt. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank, voorzitter. Even in de relatie tot, denk ik, de terechte vraag die de heer De Feijter stelde. Goed dat dat aan de orde komt.
Kijk, in zo'n situatie waarbij er eigenlijk een hele heldere reden is, dat er niet iets politieks speelt, geen tegenwerking of wat dan ook, maar gewoon de prijzen zijn duurder geworden, dat lijkt me niet het moment om wat te gaan doen aan die tarieven. Het punt wat u maakt is terecht. Dan komt de realisatie van die parkeergarages nog verder uit beeld. Het is ook, wat mij betreft, geen automatisme om dan te stoppen. Alleen het is wel een rem, een garantie, een reddingsboei om het tegenovergestelde automatisme te voorkomen. Wie weet wie er in een volgend college of misschien wel deze wethouder in een volgend college, maar met een andere politieke samenstelling op een gegeven moment zegt, jullie hebben de tariefsverhogingen heel strak vastgelegd, daar hou ik me aan, dat is de uitgestippelde koers. Over die realisatie van die parkeergarage, dat staat er veel vager in. De politieke werkelijkheid is nu anders en we doen het niet, maar het wordt wel verhoogd. Het is meer in die redenatie. Maar uiteindelijk, en dat is denk ik wel van belang om erbij te zeggen, voor al deze tarieven geldt natuurlijk dat ze jaarlijks worden vastgesteld. We zijn er allemaal zelf steeds bij wanneer we dat doen. De heer Oostenrijk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: De heer Kuhlmann gaat wederom het amendement omarmen. Daar ben ik erg blij mee.
55
De voorzitter: Heel mooi. En ik wil gewoon heel even de wethouder afwachten om te kijken wat zijn blik hier ... Kijk, hij zit al te glimlachen. De VSP, mijnheer Stolk, u wilt graag ook uw standpunt geven. De heer Stolk: De VSP heeft ook naar de punten gekeken. En als eerste staat er, vinden wij het acceptabel voor onze inwoners? Nee, dat vinden wij niet. Ik denk dat het te hoog is. Maar aan de andere kant is het ook zo dat het gekoppeld is aan de garages. Wij zijn voorstander om garages te bouwen. Maar het bedrag wat dan uit die parkeertarieven komt, die 2,5 miljoen, dat vinden wij te veel. Want dat wordt eigenlijk door alle mensen in Dordrecht die parkeren betaald. En het wordt steeds meer in de wijken ook betaald parkeren, waardoor die ook mee gaan betalen aan die garages. En ik denk dat de VSP daar op tegen is, want dat is kosten maken voor mensen die eigenlijk niet parkeren in de stad. Aan de andere kant, om dat gat op te vullen, we hebben ook nog Eneco-gelden. We hebben op het Maasterras 150 miljoen gereserveerd. En daar komt ook, en dan kijk ik even hiernaartoe, de Maasparkgarage. Ik denk dat we daar geen geld voor hoeven te reserveren, want dat zal hoogstwaarschijnlijk zitten in die Eneco-gelden. En dan kan het gebouwd worden. Of er gebouwd gaat worden tussen 2027 en ‘31 is nog de vraag.
En dan zou ik van de wethouder willen horen of dat inderdaad ook zo is? Want uiteindelijk moet eerst nog maar eens de knoop doorgehakt worden, voordat die huizen gebouwd gaan worden. Dat is een punt van, even kijken, de Eneco-gelden. En wat ik ook belangrijk vind, ik ben het eigenlijk met de heer Kuhlmann eens, de VVD, er moeten garages gebouwd worden. Maar wij denken ook aan de winkeliers van de stad. En daar hoor ik niks over. Maar als wij steeds minder in de stad kunnen parkeren, en dat wordt nu ook steeds duidelijker, dan vraag ik mij af of die werkgelegenheid ook nog gestand kan doen. En de derde vraag, of tenminste wat ik ook nog wil zeggen, ik wil vragen of de wethouder erop kan reflecteren? Dat is, we zouden 500 parkeerplaatsen in de stad gaan reduceren, en of hij daar voorlopig mee stopt totdat de garages gebouwd zijn? Of in ieder geval de Weeskinderdijk en de Spuihaven. Want elke keer als er weer een plaatsje weggaat, komt er weer een probleem bij. En we krijgen geen minder auto's, maar we krijgen meer auto's. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik had de heer Groenewege van de Partij voor de Dieren, die ook graag wat in wil brengen. De heer Groenewege: Dank u wel. Voorzitter, om af te trappen, de Partij voor de Dieren vindt dit een moeilijk stuk. Erg technisch en gedetailleerd.
We zullen ons daarom niet blindstaren op punten en komma's, maar proberen uit te zoomen naar principes. Principieel vinden we het correct dat parkeren in de binnenstad duurder is dan parkeren aan de rand van de stad. Ook vinden we principieel dat gebruikers van een parkeergarage, die vele miljoenen kost, daar zelf ook aan moeten meebetalen. Als we het voorstel goed gelezen hebben, concluderen we dat de voorgestelde tariefsverhoging er nog steeds niet voor zorgt dat de gemeente financieel uitkomt met dit plan, om allerlei parkeergarages te bouwen. Er zijn allerlei financiële trucjes nodig om dat enigszins voor elkaar te krijgen, waar de Partij voor de Dieren haar twijfels bij heeft. Zo creëert het college bijvoorbeeld een fictieve restwaarde van parkeergarages, die volledig op natte vinger luchtfietserij gebaseerd lijkt te zijn. Ook stopt een bijdrage van zo'n 9 ton per jaar aan de algemene middelen, wat simpelweg ten koste gaat van andere ambities van de gemeente. Door het college wordt dit aspect in een antwoord als een
56
blikje op straat vooruit getrapt naar de Perspectiefnota. Maar zo simpel gaat de Partij voor de Dieren daar niet in mee. Omdat de gemeente financieel niet uitkomt, moeten mensen die met de fiets, te voet of met het ov naar de binnenstad gaan, gaan bijdragen aan de bouw van parkeergarages waar zij zelf geen gebruik van maken. De gemeente betaalt namelijk met belastinggeld waar iedereen aan bijdraagt de onrendabele toppen van deze miljoeneninvesteringen. Dat voelt onrechtvaardig en onderstreept het belang om de kosten beperkt te houden. De Partij voor de Dieren wil om deze reden dat de maat van parkeergarages zorgvuldig bepaald wordt. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Ik ben benieuwd, want de heer Groenewege noemt het onrechtvaardig dat je parkeergarages voor een deel ook met algemene middelen financiert. Waarom is dat onrechtvaardig, maar zijn er allerlei andere voorzieningen die ook ten bate zijn van de stad, maar waar een beperkt deel van de mensen gebruik van maakt? Ik noem een speeltuin, iemand die geen kinderen heeft, maakt geen gebruik van een speeltuin, en toch wordt dat uit de algemene middelen betaald. Waarom is het daar wel rechtvaardig, maar zoiets nuttigs als een parkeergarage niet? De voorzitter: De heer Groenewege.
De heer Groenewege: Ik heb niet gezegd, even om het helder te krijgen, dat is onrechtvaardig. Ik heb gezegd, dat voelt onrechtvaardig. En dat was ook een zeer bewuste woordkeuze. En die heeft ook te maken met de grootte van de investering. Want bij een speeltuin heb je het toch wel over andere bedragen dan bij een ondergrondse parkeergarage midden in het centrum, in een archeologisch topgebied. Daar hebben we het over. En daarom vinden we het belangrijk dat de maat van parkeergarages zorgvuldig bepaald wordt, om de kosten beperkt te houden. Liefst gebruiken alleen mensen die een auto echt nodig hebben, zoals mensen die slecht ter been zijn, een vele miljoenen kostende parkeergarage en gebruiken anderen een ander vervoersmiddel. Samenvattend heeft de Partij voor de Dieren haar definitieve standpunt over dit raadsvoorstel nog niet bepaald. Wij vinden de verhoging van parkeertarieven terecht, maar we zitten in onze maag met de paragraaf over de Nota Waarderen en Afschrijven. Dat ei zullen wij de komende week leggen. Dank u wel. De voorzitter: Duidelijk. Dank u wel. Dan wil ik het woord geven aan mevrouw Van Waardhuizen. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Dank, voorzitter.
Vanuit Op Ons Eiland hebben we toch ook wat moeite met het raadsvoorstel Tariefdifferentiatie en de RIB Schuifoperatie, wat mede gevoed wordt door de beantwoording van de technische vragen, waarin gesteld wordt dat als we dit zo vaststellen we laten zien dat de komende jaren de auto een goede plek vindt, middels de sturende prijsstelling auto's te verleiden naar die plek, in 80 procent van de gevallen. En mensen die meer te besteden hebben dichter bij de binnenstad kunnen laten parkeren. Wat ons betreft is dat geen toonbeeld van mobiliteitsbeleid, maar meer een vorm van auto ontmoedigingsbeleid, op basis van inkomen. Wat ons betreft is voor een groot deel van onze inwoners dit voorstel niet
57
acceptabel. En daarbij is het parkeren in een parkeergarage wellicht financieel aantrekkelijker. Maar vooralsnog is dit gestoeld op de voorliggende papieren tijgers en niet de huidige dagelijkse praktijk, waar toch veelal sprake is of gaat zijn van betaald parkeren dan wel een boetebeleid, als gevolg van foutief parkeren door een tekort aan parkeerplekken. Ik laat ook niet onbenoemd de nieuwbouwwijken dan wel een verplaatsing van de parkeerproblematiek naar delen van de stad of wijken waar nog geen betaald parkeren is of bestaande parkeerplekken verdwijnen. In die zin zijn we het dan ook eens met wat de heer Kuhlmann stelt. En wat ons betreft zou de tariefstijging ook in hold gezet moeten worden totdat de planning ook helder is. Anders is het gewoon dweilen met de kraan open, zolang nut en noodzaak van autogebruik miskend blijft. De voorzitter: Dank u wel. Dan zou ik graag het woord geven aan de wethouder. De heer Oostenrijk: Voorzitter. De voorzitter: Sorry. De heer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ik wil nog iets zeggen over het ingediende amendement. Dat heeft niet anders de bedoeling door helderheid te scheppen in de relatie tussen de bouw van parkeergarages en de daaraan verbonden tarieven. En het uit te halen uit de besluitvorming die nu gekoppeld zit in 5, omdat je daarmee de datum 1 juli ‘25 koppelt aan het meerjarenverhaal.
Dat is de bedoeling van het amendement. Niet meer en niet minder. De voorzitter: Wethouder, ik zie dat de heer Stam toch ... Dat ik het verkeerd ingeschat heb. Ik wil graag het woord nog even geven aan de heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Als je het STOMP-principe als uitgangspunt neemt, dan snap ik dit raadsvoorstel wel, zeker met betrekking tot tarieven. Echter, als je gaat kijken, parkeergarages zijn gewoon keihard nodig. We hebben onlangs de discussie gehad met Wolwevershaven, Kuipershaven, met mensen. Beter voor Dordt heeft net al aangegeven, met tweede vergunning. Die plek heb je gewoon keihard nodig. Als je kijkt naar de bouwplannen die we hebben aan het Maasterras en je gaat daar een prognose doen van het aantal auto's wat komt en waar plekken voor worden gebouwd, dan kan je maar één conclusie trekken, je gaat een beleid voeren waar je geen auto's mee toestaat of je gaat parkeergarages bouwen. In die zin kan ik het voorstel wel begrijpen. Als je dan kijkt naar de nieuwe parkeertarieven, zijn niet acceptabel? Dat is eigenlijk dezelfde vraag als die ik aan de heer Wringer heb gesteld, wat is acceptabel? Wij vinden ze nu wel hoog worden. Maar als ik hem weer relateer aan het STOMP-principe, dan is het wel een stukje ontmoedigingsbeleid wat eigenlijk dat STOMPprincipe, wat in de gemeenteraad is vastgesteld, met zich meebrengt. Die kan ik dan wel weer volgen.
Mevrouw Kamphuis: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, stelt u uw vraag.
58
Mevrouw Kamphuis: Is de heer Stam, via de voorzitter, het met ons eens dat dan mensen met een dikke portemonnee makkelijker naar een stad toe kunnen dan mensen die niet zo'n dikke portemonnee hebben? De heer Stam: Dat weet ik niet. Dat ligt eraan. Misschien gaan die meer gebruikmaken van het openbaar vervoer. Het enige wat je ziet, dat is dat een basis van dat STOMPprincipe, wat we met zijn allen hebben vastgesteld, daar zit een soort ontmoedigingsbeleid in. En qua tariefstelling zie ik ook wel dat dat op de lagere inkomens in onze stad zijn invloed zal hebben. En die zullen een andere weg gaan vinden of niet om naar het centrum te komen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis heeft daar nog een vraag over. Mevrouw Kamphuis: Met het ov, sommige gebieden klopt dat, voorzitter. Alleen echter in Dubbeldam rijdt niet zo altijd het ov om naar de stad te gaan. Die mensen hebben dan een probleem. De heer Stam: Ik heb altijd begrepen dat daar de rijke Dordtenaren wonen. Wat dat betreft kunnen die gewoon met de auto. De voorzitter: Daar zitten ook een heleboel sociale huurwoningen, de heer Stam. De heer Stam: Als je dan kijkt naar die stijging van de tarieven, zouden die dan leiden tot de bouw? Dan denk ik, lopen die tarieven dan parallel aan de stijgende bouwkosten? Is dat dan voldoende? Mijnheer Van der Meer heeft al aangegeven, gelukkig zijn er nog andere wegen die naar Rome leiden.
We zijn wel benieuwd hoe die parkeergarages dan financieel tot stand zijn gekomen. En als je dan kijkt naar dat verschil tussen straat- en garagetarieven, dat vond ik ook wel verwonderlijk. We hebben gezegd bij het STOMPprincipe, we willen meer auto's in de garage hebben. Nu zie je een omgekeerde prijsstelling. Die vinden we wel bijzonder. En leidt het sturen met parkeertarieven dan tot gewenste resultaten? Daar hebben wij nog wel onze vragen bij. Maar weer het STOMPprincipe als uitgangspunt nemen, zou je denken van wel. En dan toch nog even reagerend op mevrouw Kamphuis. Ik ben ook wel van mening dat je goed moet gaan kijken hoe je mensen met een kleine beurs moet gaan helpen, om toch op een goede manier in de stad te komen, als ze dat willen. En mijnheer Damen heeft al gezegd, die miljoen zou je eigenlijk kunnen gebruiken om andere problemen op te lossen. Ik denk dat je die wel nu moet gaan gebruiken om die parkeergarage te doen. Er zijn wel andere middelen die we wellicht op een andere manier kunnen inzetten, om toch ook de onderkant van onze samenleving op een goede manier te helpen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik u nu wel het woord geven, wethouder. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Weet u het zeker? De voorzitter: De heer Kolkiliç en mevrouw Dijkstra hebben gezegd dat ze niet willen, niet hoeven.
59
De heer Van der Linden: Prima. Dank. Ik denk ook dat we bijna alles wat je hierover kan vinden of vragen wel ongeveer langs hebben gehad. En dat is ook wel mooi om te merken dat dat zo is. Ik denk dat ik eerst even een aantal opmerkingen en vragen per fractie langsga en dan eventjes iets zeg over de amendementen en de politieke vragen. En dan begin ik eventjes misschien bij de VSP. U gaf onder andere aan of u vroeg, stopt het college nu met het weghalen van straatparkeerplekken? Dat is een raadsbesluit geweest, met een amendement. En we hebben afgesproken met elkaar, we voeren het beleid uit, waarbij we er wel rekening mee houden dat we alleen plekken kunnen weghalen op straat als die tweede parkeervergunningen zijn ingeleverd, oftewel als de vraag naar vergunningsruimte daarmee correspondeert. We hebben kleine bewegingen gezien. En ik heb toen al gezegd bij de vaststelling van het beleid, en ook bij de bespreking van de raadsinformatiebrief Schuifoperatie, dat we natuurlijk door de tijd heen wat veranderingen zien. En dat we opgeteld zelfs iets meer straatparkeerplekken hebben dan twee jaar geleden. Onder andere bijvoorbeeld bij parkeerterrein Steegoversloot een aantal vergunningen van de rechtbank is ingeleverd. Dat is helemaal niet erg zo. Zo ademt dat een beetje mee. We gaan niet verder dan dat. Daar stop ik natuurlijk niet mee. Want u heeft een raadsuitspraak gedaan.
En ik ben soms wel een beetje brutaal, maar dat ga ik natuurlijk niet doen. Ik ga niet zomaar stoppen met door uw raad vastgestelde besluiten uit te voeren. Dat doen we niet. We hopen natuurlijk wel dat door mensen een beetje te stimuleren juist in gebouwde parkeervoorzieningen plaats te nemen met de auto, in plaats van op straat, dat langzaam in ieder geval de bezoeker denkt, weet je, ik kan eigenlijk beter en ook voor een net iets andere prijs in de garages gaan staan dan op straat. De eerste parkeervergunning. Want onder andere mevrouw Kamphuis gaf aan, maken we het niet te duur? De eerste parkeervergunning blijft natuurlijk een zeer redelijk tarief houden, waarvan je natuurlijk ook nog kan zeggen, dat is te hoog. n anderen kunnen zeggen, dat moet veel hoger. Prima. Maar voor de eerste vergunning is in ieder geval in verhouding met andere steden een redelijk tarief. Ik denk ook dat we met dit voorstel onszelf niet uit de markt prijzen als het gaat om de andere tarieven. Of het nou gaat om kortparkeertarieven of om garagevergunningen, u heeft een kleine vergelijking gezien in het voorstel, daar kun je ook op die site nog goed naar kijken. Dan zie je dat natuurlijk overal in het land stijgen parkeertarieven in binnensteden. Dat heeft te maken met inderdaad, wat de heer Van Pelt zegt, het ruimtebeslag schaarse dingen, zoals ruimte in binnensteden worden duurder.
Want of je er een stoel, een boom, een bankje, een terrasje of een auto wil neerzetten, die ruimte neemt niet toe. Naarmate er meer vraag is en je ook nog eens meer woningen toevoegt, neemt de prijs per vierkante meter wel wat toe. Dat zie je overal. Maar we prijzen onszelf daar niet mee uit de markt. De voorzitter: De heer Damen, gaat uw gang. De heer Damen: De wethouder, voorzitter, zegt dat de belanghebbende prijs voor een parkeerplaats niet zo hard stijgt. Tegelijkertijd zegt hij dat er beter in parkeergarages geparkeerd kan worden dan op straat. Maar waarom geldt dat dan niet voor belanghebbenden? Want de abonnementsprijs in een parkeergarage is vele malen hoger dan de prijs op straat voor belanghebbenden. En ik zou het liefst dat volledig omgedraaid zien.
60
De heer Van der Linden: Dat kunnen we doen, maar dan wordt een eerste vergunning geen 160 euro, maar 1.600 euro. En dat wilt u ook niet, denk ik. Want gebouwde parkeervoorzieningen zijn gewoon zeer kostbaar. En je moet ze afschrijven in 50, 60 jaar. En dan mag je blij zijn als je daar ongeveer op 0 uitkomt, wat vaak niet lukt. Kortparkeren zie je, kun je beweging prima stimuleren. Maar voor vergunningsparkeren is dat natuurlijk wel wat ingewikkelder. Dan ga ik meteen even door naar uw vraag, of uw opmerking eigenlijk. Als we een garage gaan bouwen op de Grote Markt, wordt die inderdaad bedoeld voor bewoners. Want je wil niet grote vervoersstromen nog meer die binnenstad en het binnenste stukje van de binnenstad intrekken. Die moet dan voor bewoners. Dat is natuurlijk wel een moeilijke plek. En dat vergt ook een besluit over, wil je daar überhaupt wat? Dat besluit gaat u later nemen. Maar die zal uitsluitend voor bewoners zijn. Even kijken. Dan is er ook nog een vraag gesteld of een paar opmerkingen gemaakt over die garagevergunning. Kijk, wat we hebben opgeschreven staat ... Even kijken op welke pagina dat staat? Op pagina 7 is dat. Onder nieuwe parkeerproducten staan 2 nieuwe parkeerproducten genoemd, de garagevergunning en de parkeervergunning op afstand.
De garagevergunning is voor een heel selecte groep mensen, namelijk voor een paar honderd mensen, die in de loop van de afgelopen decennia voor de prijs van een straatvergunning een plek in een garage hebben gekregen. En ik heb de afgelopen weken natuurlijk een paar mails gehad. Eentje van iemand die zei, dat vind ik helemaal niet zo fijn dat ik indertijd voor een vrij laag tarief, namelijk een straattarief, een plek in de garage heb gekregen en nu meer moet gaan betalen. Dat snap ik wel. Ik heb ook een mail gehad van iemand die zegt, dit vind ik heel bijzonder, ik ontdek dat er mensen voor de prijs van een straatvergunning in een garage staan. Wat is dat nou weer voor raars? Dat vindt u toch ook zeker onrechtvaardig? Dat is ook een prima standpunt. Mag ik even mijn zin afmaken? Wat we gaan doen met die garagevergunning, is voor die selecte groep, na afronding van het bouwprogramma, met een ingroeitarief een hogere prijs hanteren. Maar niet zo hoog als de vergunning voor de rest van de gebruikers van de garage. Mocht iemand dan zeggen, maar daar heb ik echt geen zin in, dan hebben we ook nog de POA vergunning. Dan moet je wel een stukje lopen. Op Weeskinderendijk kun je voor een echt heel laag tarief gaan staan. Dat gaat niet. En dan is in mijn zin afgelopen.
Dat gaat niet voor die mensen die een tweede vergunning hebben ingeleverd, want die staan nog steeds voor de prijs van die tweede vergunning in de garage. De voorzitter: De heer Damen, dit leidt nog steeds tot vragen? De heer Damen: In het stuk staat dat er maar een zeer beperkt aantal mensen hun straatparkeervergunning hebben ingeruild voor een vergunning in de parkeergarage. Toch wordt gesuggereerd dat een parkeergarage een veel aantrekkelijker plek is om je auto neer te zetten dan op straat. De feiten tonen wat anders aan. En dat betekent dat het raar is dat een parkeergaragevergunning voor belanghebbenden duurder is, veel duurder, een aantal malen duurder dan een vergunning op straat. De heer Van der Linden: Wat bedoelt u met een belanghebbende, in dat verband? De heer Damen: Die mensen uit De Boogjes die geen keuze hadden voor een parkeerplek op straat. Die hebben in de Spuihavengarage een plek gekregen voor een
61
belanghebbendentarief. Die gaan dadelijk fors meer betalen. En dat is van geen kant uit ... De heer Van der Linden: Dat is wel uit te leggen als je ... Ik citeer net twee mails. En natuurlijk als je afgelopen twintig jaar voor een heel laag tarief in een garage hebt gestaan, vind je het vervelend. Dat snap ik heel goed. Maar als je constateert, ik betaal hetzelfde tarief als mijn buurman, maar ik moet een plekje voor op straat zoeken. Of andersom gezegd, ik heb een vergunning in de garage en ik zie dat er iemand gaat staan die maar een zeer beperkt deel daarvan betaalt. Dat is allebei ook scheef. Wat we hiermee doen is iets gelijker trekken. In ieder geval, dit is wat we u voorleggen. De heer Wringer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Wringer, gaat uw gang. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Maar u creëert nog steeds ongelijkheid. Personen die hun tweede vergunning inleveren om in een parkeergarage te staan, die betalen 200 euro per 6 maanden, 199,50 euro, terwijl die belanghebbenden die daar wonen moeten dadelijk ... Als je bijvoorbeeld in de parkeergarage Kolfstraat staat, is dat 1,7 kilometer lopen of 24 minuten lopen naar de Weeskinderendijk. Dat is wel een heel groot verschil. Het zou ook wel mooi zijn als die mensen gewoon een straatparkeervergunning kunnen krijgen, maar daar is geen plek voor op straat.
Dan maak je toch zelf een probleem? Je jaagt mensen de parkeergarage uit. En dat is volgens mij niet de bedoeling van dit college. De heer Van der Linden: Wij jagen niemand de parkeergarage uit. We willen alleen wel de schaarse ruimte op straat niet verder belasten met auto's. Ik bedoel, er staan vijfduizend auto's op straat in de binnenstad en eromheen. Daar kan niks meer bij. Natuurlijk hier en daar wel, maar grosso modo kan er niks meer bij. Langzaam, daar gaan we jaren over doen, willen we naar minder plekken op straat. Daar hoort allerlei vormen van beleid bij, waaronder prijsbeleid. En ik ben het helemaal met u eens, er zijn altijd categorieën die meer of minder zich als gelijk behandeld kunnen voelen dan anderen. Dat is zo. Ik heb ook mensen gesproken die op bijvoorbeeld Stadswerven wonen. Die zeggen, het is wel heel bijzonder, ik moet x-duizend euro betalen voor een parkeerplek en een paar honderd meter verderop staan mensen gewoon in de publieke ruimte. Door de tijd heen heb je steeds nieuwe ontwikkelingen, steeds nieuwe bouwontwikkelingen die leiden tot andere keuzes, als het gaat om het voorzien in parkeerruimte. De voorzitter: De heer Wringer heeft een aanvullende vraag. De heer Wringer: Dat klopt. De tweede parkeervergunning voor binnenstadbewoners en 19e-eeuwse Schil werken met een uitsterfbeleid. Als mensen verhuizen dan krijgen ze maar één vergunning terug.
Er verhuizen continu mensen, ook op De Boogjes en het Achterom, niet ook een uitsterfbeleid voor die vergunning? En dan kan je in principe volgende maand beginnen met voor nieuwe bewoners de nieuwe tarieven in te voeren.
62
De heer Van der Linden: Waarom niet? De ontwikkeling die we hebben gekozen, om die in te zetten, vinden wij te rechtvaardigen, omdat je er ook een ander parkeerproduct voor terugkrijgt dan dat je op straat hebt. Maar daar hadden we ook voor kunnen kiezen. Hebben we niet gedaan. En als uw raad van mening is dat dat beter is, dan hoor ik het graag. Maar ik denk dat dit past bij de ontwikkeling die we aan het doormaken zijn. Even kijken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stam had ook nog een vraag, toch? De heer Stam: Ja, zeker. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Stam: Ik heb even zitten luisteren. En ik had al een vraag, maar die wordt nu even versterkt door de woorden van de wethouder. Steeds minder auto's op straat. Nu weten we wel bijvoorbeeld heel concreet, en dan ga ik even verder op de vraag van de heer Kuhlmann, zoals die in zijn woordvoering heeft gedaan, dat de parkeergarage hierachter weg gaat. Minder plekken. Maar durft u te zeggen en toe te zeggen dat de bouw van nieuwe parkeergarages parallel gaat lopen aan het afbreken van bestaande parkeerplekken? En als dat niet het geval is, hoe gaan we dan om met die auto's die we dan daar eigenlijk nu geparkeerd hebben? De heer Van der Linden: Goede vraag. We hebben in september vorig jaar de raadsinformatiebrief Schuifoperatie gestuurd. Die is vrijwel onleesbaar, als het gaat om de bijlage.