2.5 2024.05.28 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Al moet je het wel goed monitoren en voel ik mee met de wens van Beter voor Dordt dat je enige voorzichtigheid erin bouwt om te kijken hoe zich dat ontwikkelt. Maar wij zouden op voorhand niet te benauwd willen zijn daarop, omdat het gewoon ruimte biedt en ruimte hebben we hard nodig. Voor mantelzorgwoningen precies hetzelfde. We weten allemaal dat er ook ouderen zijn, die wonen vaak ook nog in te grote huizen. Daar willen we ze helemaal niet uitjagen, maar op het moment dat die ouderen, die zorg nodig hebben, heel graag in een mantelzorgwoning zouden willen wonen, maak dat dan ruimhartig mogelijk. Dat is voor de ouderen fijn, dat is voor de mensen die willen zorgen fijn, maar dat is ook voor de beschikbare woningen fijn, want er komen woningen door vrij. Daar zijn wij allemaal positief over en mag het op een aantal punten qua uitgangspunten bij ons ook wel wat ruimhartig en wat minder begrensd als nu af en toe, misschien ook wel vanuit zorgen voor overlast of misschien commerciële exploitatie voortgekomen. Maar mag het wel iets ruimer, als je dat toch binnen die grenzen zou kunnen doen. Dan hebben we een woonruimtetekort en dat moet je verdelen. En we hebben natuurlijk ook insprekers gehad die aandacht hebben gevraagd voor daklozen en voor niet-instellingsverlaters. En als CDA vinden we dat een hele begrijpelijke vraag.
En tegelijkertijd, ik zeg ook maar eerlijk, een hele moeilijke vraag. Omdat we niet helemaal overzien, stel dat je niet-instellingsverlaters dezelfde prioriteit zou geven als daklozen die vanuit een instelling komen, over welke aantallen hebben we het hier dan? Daar zijn in de beeldvormende sessie ook vragen over gesteld. En daar kwam het eerlijke antwoord op, de ETHOS-norm was dat even voor de kenners die goed geluisterd hebben,
38
dat het in Dordrecht hier of in de regio nog niet onderzocht is. Dat die getallen er ook niet zijn. Wij weten ook niet wat het dan doet met vraag en aanbod en of bijvoorbeeld jongeren of anderen dan ook nog een kans maken. Wij willen wel het verzoek doen aan het college om dat onderzoek eens uit te voeren. Als je naar de ETHOS-norm kijkt en voor daklozen, waar we het dan over hebben qua aantallen hier in Dordrecht en in de regio? De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van de heer Van der Meer van GroenLinks. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Dank u wel. De heer Van der Kruijff vraagt om getallen.. En dat lijkt me buitengewoon relevant. Maar mijn vraag aan de heer Van der Kruijff zou zijn, hoe zijn idee over het omgaan met, laat ik maar zeggen, daklozen die niet uitstromend van een instelling zijn, of je die wel of niet gelijk moet stellen aan uitstromers uit instellingen? Hoe hangt dat af van die getallen, in uw visie, in zijn visie? De voorzitter: De heer Van der Kruijff van het CDA. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, daar kan ik wel iets over zeggen. Ik stel dat ik het een ingewikkelde vraag vind.
Het heeft er hiermee te maken, op het moment dat dat ertoe zou leiden dat alle beschikbare woningen door mensen met een urgentie op een gegeven moment op zouden raken, dat je als jongeren die nu nog bij zijn vader en moeder thuis woont op een gegeven moment ook een woning wil en nooit meer aan de beurt komt, dan vinden we dat een heel ingewikkeld vraagstuk. We snappen de insprekers heel goed die aangeven dat dat vele malen meer urgent is. En tegelijkertijd zien wij ook wel, als je het hebt over maatschappelijk draagvlak hier in de stad, dat als alle beschikbare woningen aan urgenten toegekend worden, waardoor mensen zonder urgentie of jongeren die nog bij hun ouders thuis wonen nooit meer aan de beurt kunnen komen, dat dat op een gegeven moment ook een verhaal is wat je niet droog houdt naar de stad. Vandaar dat we eerst willen weten wat het effect is van als je dat zou doen. Dat zijn de cijfers waar u naar vroeg. Voordat je de beslissing neemt of je het doet. De voorzitter: De heer Van der Meer heeft nog een kleine vervolgvraag. En daarnaast staat er ook nog een interruptie open van mijnheer De Heer. De heer Van der Meer: De vervolgvraag is dat in deze uitgangspunten staat dat er een apart contingent woningen voor instellingsverlaters komt. Dat die juist niet meer in de voorrangsregeling worden opgenomen.
Daarom ben ik het eens dat die getallen heel erg belangrijk zijn om in te schatten van hoeveel woningen je dan nodig hebt en of dat het probleem vergroot of verkleint. Maar de vraag blijft dan wanneer er wel of niet reden is om die beide groepen, als ik het even zo mag noemen, de instellingsverlaters en andere thuislozen, hoe je die wel of niet gelijkschakelt in je behandeling. De voorzitter: De heer Van der Kruijff, nog een extra toelichting eigenlijk op wat u al heeft gezegd. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik dacht dat ik daar net een antwoord op gegeven had. Maar ik ben benieuwd welk deel daar nog ontbreekt bij de heer Van der Meer. Dat wij echt die cijfers willen weten om het effect in te kunnen schatten, voordat je dat doet. Stel dat je dit contingent ook openstelt voor niet-instellingsverlaters, betekent dat dan bijvoorbeeld dat het Leger des Heils... Dat het daar gaat verstoppen, omdat ze niet meer
39
kunnen uitstromen. Ik weet het niet. Ik denk van wel overigens, maar weten doe ik het niet. De voorzitter: Uw standpunt hierop is helder. Dank u wel. Dan mijnheer De Heer, een interruptie. De heer De Heer: Voorzitter, ik was benieuwd, want ik hoorde de heer Van der Kruijff zeggen dat hij het op dit moment nog onverstandig vindt om dat te verruimen, de groepen die voorrang zouden moeten krijgen. Want op dit moment hebben zo ongeveer zo'n 30, 35 procent mensen met een voorrang. Zou hij daar ook een percentage aan kunnen hangen? Want hij zegt op dit moment ook niet van 30, 35 vinden we per se te veel. Het moet terug naar 20 bijvoorbeeld. Wat zou hij dan een ideaal percentage vinden of heeft hij een bepaalde max waar hij dat ook op baseert? Of is het meer van, we hebben op dit moment die 30, 35, laten we het daarbij houden? Of zit daar nog een bepaalde onderbouwing achter? De voorzitter: De heer Van der Kruijff, CDA. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, wat ik ervan begrijp, in deze Uitgangspuntennotitie heeft het college heel goed gekeken naar balans. Oftewel, als we dit in deze set toepassen, komt er in een redelijk evenwicht woningen beschikbaar voor mensen met urgentie, in welke categorie dan ook. Want er zijn er meer dan alleen daklozen en mensen zonder urgentie en waarbij jongeren ook nog speciale aandacht krijgen.
Op het moment dat we daar nu op ingrijpen en we verstoren die balans, dan wil ik weten wat het effect is, voordat ik daar ja tegen zeg. Vandaar ook mijn verzoek van, onderzoek het en kom met een uitwerking. Ik vind de gedachte, vanuit mijn hart zeg ik er ja tegen, omdat ik niet weet wat het effect is op de balans. En wil ik dat eerst uitgezocht hebben. De voorzitter: Dank u wel. Dan is er nog een interruptie van mevrouw Pichel. Enk stel voor om na die interruptie de woordvoering van de heer Van der Kruijff even te vervolgen. Mevrouw Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik kan eigenlijk gewoon echt wel meekomen met alle punten die de heer Van der Kruijff zojuist noemde in zijn betoog. Daar sta ik ook hetzelfde in. Mijn vraag is ook eigenlijk, want de heer Van der Kruijff noemt vooral ook, die verruiming en het mag wel een stuk ruimer. Maar waar ligt de grens en hoe legt u dan de link met de handhaving en hoe pakken we dat dan aan? De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff, CDA. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, de grenzen, ik dacht dat ik ze aangegeven had. Als je het over verkamering hebt, ligt voor ons voor een heel groot deel de grens bij de overlast die het wel of niet kan veroorzaken. Eigenlijk in lijn met wat Beter voor Dordt ook inbrengt. Daar moet je goed naar kijken.
Maar we willen het eigenlijk zo ruim mogelijk als dat kan, zonder overlast. Als het gaat over woningsplitsing, hebben wij gezegd, als een particuliere eigenaar die alleen in te groot huis woont, wees dan niet al te streng. Maar zorg dat het geen verdienmodel wordt voor vastgoed eigenaren die huizen gaan opkopen en die allemaal gaan splitsen, omdat ze denken daar geld aan te kunnen verdienen. Want dat is onze bedoeling niet. De voorzitter: Dank u wel. Helder. Gaat u verder met uw woordvoering.
40
De heer Van der Kruijff: Voorzitter, als laatste nog even een punt waarbij ik aan wil haken bij wat mijn buurman van DENK net zei. Als je een grotere woningen achterlaat, dat je dan voorrang krijgt op een kleinere woning. En wij begrijpen die gedachtegang heel goed. Maar ik ben gewoon benieuwd... Want hier staat natuurlijk niets over in deze Uitgangspuntennotitie en ook niet op het mogelijk effect daarvan. En daar is ook in de beeldvormende sessie, voor zover ik me kan herinneren, niet over gesproken. Vanuit het college, of zij denken dat dit zoden aan de dijk zou zetten om aan meer passende woonruimte te komen voor de mensen die daarnaar zoeken. De voorzitter: Ik vind dat u redelijk naar de mening van het college vraagt. Ik keur het helemaal goed. Dan ChristenUnie/SGP. Mijnheer De Heer, gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, allereerst dank voor alle input die we hebben gekregen ter voorbereiding van deze bespreking. De Uitgangspuntennotitie is heel helder. Veel dank aan de Verandergroep Woonregels, die als een luis in de pels zijn rol pakt in dit thema. Als we als raad praten over dak- en thuisloosheid en ons weleens afvragen waar toch die knoppen zich bevinden om aan te draaien, dit is hem. De Huisvestingsverordening. Wil ik ook graag beginnen met het thema dakloosheid, want dat gaat onze fractie aan het hart.
En tegelijkertijd weten we ook dat we niet alleen maar kunnen kiezen tussen makkelijke oplossingen. Maar als fractie pleiten we in de kern voor de volgende punten. Zoals mijn buurman al heeft gezegd, laten we als Dordrecht meedoen aan die ETHOS-telling. Laten we zorgen dat we een beter beeld krijgen van de omvang van dakloosheid in onze stad. En tot die tijd is het op een bepaalde manier varen in de mis met beleid, in de hoop dat we niet al te veel ijsbergen raken. Als ik het goed heb gezien, dan kunnen we tot 1 juni nog aanmelden. Ik hoop op een toezegging van de wethouder en op actie. We zien graag dat de gronden, waardoor iemand voorrang wordt geweigerd, ook worden aangepast. En dan specifiek dat artikel 2.1.2 lid 1, onder C, waarin wordt gesproken over de voorwaarden van een zelfstandige woonruimte. Hij is al een paar keer langsgekomen, instellingsverlaters, maar ook die zelfstandige woonruimte. Laten we mensen die in een vochtige caravan slapen noodgedwongen bij vrienden op de bank of in een garagebox verblijven ook een mogelijkheid geven om voorrang aan te vragen. En ik hoor verschillende fracties denken, maar die schaarste dan? En zeker, die is er. Daar zijn wij ook niet blind voor. Maar die schaarste is er, in alle eerlijkheid, waarschijnlijk over een jaar of vijf nog.
Onze fractie vindt niet dat, omdat de rij lang is, mensen die er wel recht op zouden moeten hebben dan maar misgrijpen. De rij wordt wel mogelijk langer als je aan die knop draait. Dat is simpelweg waar, maar in onze politieke mening wel rechtvaardiger. Suggestie is om die verruiming twee jaar te doen, om vervolgens opnieuw te beoordelen welke effecten we zien. Ander punt waar we voor pleiten, is het percentage loting. Is ook al langsgekomen. Zoals de notitie ook voorstelt om dat te verruimen. We hebben geen percentage gezien. Maar we zouden dit heel graag ook zien gebeuren, omdat we daarmee zien dat jongeren meer kansen krijgen. Is ongelooflijk belangrijk voor de gezondheid van onze jongeren dat ze tijdig een zelfstandige start kunnen maken. Laten we dat percentage substantieel verhogen, wat ons betreft gewoon richting de twintig procent, voor in ieder geval een periode van twee jaar om de effecten ook goed te kunnen beoordelen. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Ik zag het al gebeuren. U heeft de VVD wakker geschud. De heer Noldus, gaat uw gang. De heer Noldus: Ik was al wel wakker, maar ik zat ook wel te wachten.
41
De heer De Heer: Goedemorgen. De voorzitter: Jazeker, u bent zeer alert. De heer Noldus: Een vraag richting de heer De Heer. Want ik hoor het pleidooi voor verruiming van voorrang. We hebben kennis genomen van de percentages die op dit moment gelden. Daar nu al verruiming in de uitgangspunten. En u doet er nog een schepje bovenop. U zegt ook, via de voorzitter, dat het stuk loting wat volgens de ChristenUnie/SGP uitgebreid zou mogen worden. Iets wat wij op zich steunen. Maar heeft u ook een norm, een ondergrens voor wat u via reguliere... De voorzitter: Toch nog een keer met u. De heer Noldus: Zeker weten. Via reguliere puntentoekenning zou willen overhouden voor woningzoekenden? De voorzitter: ChristenUnie/SGP, mijnheer De Heer. De heer De Heer: Nee, ik heb niet per se een ondergrens. Ik zou willen natuurlijk, net als iedereen hier aan tafel, dat die groep zo groot mogelijk is die daar gewoon gebruik van kan maken. Tegelijkertijd weten we niet hoe groot überhaupt de groep is die nu buiten de boot valt, althans in onze beleving buiten de boot valt. Wij pleiten daarom ook voor die telling, zodat je in ieder geval dat weet. Dan ga je inderdaad een periode tegemoet waarin je dan de realiteit leert kennen. Waar hebben we het eigenlijk over? Welke groep hebben we nu niet in beeld, die ook geen aanspraak kan maken op voorrang? En wat doet dat met de cijfers? Dat is spannend.
Dat erken ik. Maar daarmee ga je in ieder geval echt ontdekken wat realiteit is. Dan kunnen we misschien met elkaar ook beter beoordelen, wat vinden we daarvan? En zouden we dan misschien ook aan een ondergrens moeten werken. Daar pleit ik op dit moment niet voor. Dan zou ik eerder pleiten dat we het echt gaan ontdekken. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder met uw woordvoering. De heer De Heer: Verder zijn we blij met dat de omschrijving van regiobinding opnieuw wordt geformuleerd. Het moet voorkomen dat mensen onterecht buiten de boot vallen. We hebben daar nog geen details over gehoord, maar daar zien we in ieder geval dan naar uit, zeg ik richting het college. We zijn ook wel benieuwd hoe het zit met het vervallen van die inschrijfduur. Tijdens de laatste commissie leek die zorg door de ambtelijke organisatie weggenomen te worden, terwijl de ervaringsdeskundigen aangeven dat hier toch wel echte problemen zijn. En mensen die hun inschrijving kwijtraken dan opnieuw achter in de rij moeten aansluiten. We horen graag de reflectie van de wethouder hierop. Dan nog een laatste punt over sociale huur.
Momenteel is het zo, als ik het goed heb begrepen, want het is een flink dossier om in te duiken, dat als je bijvoorbeeld 15 jaar staat ingeschreven voor een sociale huurwoning en een woning na 15 jaar accepteert, want je ziet iets langskomen, vind je mooi, dat die persoon dan wel zijn inschrijving automatisch verliest. Maar wanneer dat je binnen één jaar daarna weer gelijk inschrijft je je oude inschrijfduur van die 15 jaar, zoals ik dat begrijp, dan weer terugkrijgt. Is dat dan rechtvaardig, is onze vraag? Als we dan met schaarste te maken hebben, dan is het wat ons betreft ook tijd om hier een aanpassing te doen, waardoor de nodige voorrang meer ruimte krijgt en de voorraad eerlijker verdeeld wordt over reguliere woningzoekenden. Dan toerisme. Er wordt 75 dagen toeristische verhuur...
42
De voorzitter: Mijnheer De Heer, voordat u verder gaat, een interruptie van mevrouw Pichel van Forum voor Democratie. Gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Toch wel een vraag hierover, want ik begrijp ook van de heer de Heer dan eigenlijk, de intentie die hij ermee heeft, is denk ik net als het college en net als de rest van de commissie, de woningnood, dat probleem moet opgelost worden. Maar ik hoorde de heer De Heer ook dingen zeggen over, laten we dingen na twee jaar weer evalueren. De woningmarkt, we hebben het nu natuurlijk over een deel van de woningmarkt, maar in zijn totaliteit is dat natuurlijk een behoorlijk ingewikkelde markt. En wat het college hier probeert te doen, ondanks dat ik het raadsvoorstel... Niet blij mee ben. Maar gewoon als we het hebben over die Huisvestingsverordening en het aanpassen van regels, is kansen creëren en ruimte creëren. De markt is natuurlijk dusdanig ingewikkeld om dan te kijken, laten we dit maar doen voor twee jaar. Want alles wat het college wil gaan inzetten, of je het er wel of niet mee eens bent, dat gaat natuurlijk niet echt zijn weg kunnen vinden. Die markt en die marktwerking is natuurlijk veel ingewikkelder dan dat. En waar ik een beetje bang voor ben, is dat wij dan als raad zeggen, dit wel en dat niet en zus en zo. Dat alles wat het college überhaupt wel probeert...
De voorzitter: Mevrouw Pichel, wilt u tot een richting mijnheer De Heer komen? Mevrouw Pichel: Alles wat het college dan überhaupt al probeert, dat dat eigenlijk niet tot zijn recht kan komen. En mijn vraag aan de heer De Heer, dat stukje van die twee jaar, ziet u dat niet meer als ook een beperking voor hetgeen wat in ieder geval het college beoogt te doen? De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel voor de vraag. Het is van alle tijden dat de markt verandert. En het is ook van alle tijden dat we huisvestingsverordeningen vaststellen en dat we die tussentijds soms weleens aanpassen. De reden dat ik twee jaar voorstel, is dat ik me ook kan voorstellen dat het spannende voorstellen kunnen zijn, waarvan ik dan niet zeg, doe het maar twee jaar. Maar zorg wel voor een duidelijk pauzemoment op twee jaar om in ieder geval te beoordelen, wat vinden we hiervan? Wat doet dit met die markt op dat moment, die vast ook hard in beweging is en blijft, en wat vinden we daar dan op dat moment van? Dat is de reden. De voorzitter: Dank u wel. Dan, voordat u verder gaat met uw woordvoering, nog een interruptie van de heer Noldus van de VVD. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Een vraag richting de heer De Heer over het laatste punt wat gemaakt werd over het behoud van punten bij verhuizing.
Kan ik dat ook zien als een opening om te gaan spreken over, hoe gaan we met elkaar met die hele puntensystematiek om? En hoe zorgen we dat we door middel van die puntensystematiek ook de juiste doelgroepen het best in staat stellen om in aanmerking voor de woningen te komen? De heer De Heer: Voorzitter, zeker, ik was ook heel geïnteresseerd toen de heer Noldus dat net noemde. Tegelijkertijd vond ik het jammer dat er geen hele concrete voorstellen waren. Dit is in ieder geval één van die punten die je in zo'n voorstel mee zou kunnen nemen. Het is in ieder geval iets wat wij ontdekten, waar we wel een lans voor zouden willen breken om dat opnieuw te bekijken en onder het licht te leggen. Dat schat de heer Noldus goed in, denk ik. De voorzitter: Dank u wel. Dan mag u uw woordvoering afronden.
43
De heer De Heer: Voorzitter, een stukje toerisme. Er wordt 75 dagen toeristische verhuur voor een woning voorgesteld. Zoals de wethouder in de vorige commissie al aangaf, is dat een vrij willekeurig getal. Dat is ook heel eerlijk en fair dat hij dat zo zegt. De notitie geeft zelf wel ook aan dat er echt een goede onderbouwing en argumentatie moet zijn wanneer je een maximaal aantal hanteert. En dat lijkt dan nu te ontbreken. En als je geen goede onderbouwing op zo'n percentage opschrijft, dan krijg je inwoners die zeggen, dat is typisch zo'n regel die willekeurig door een ambtenaar op het Stadskantoor is bedacht. Die krijgen dan nog gelijk ook. Laten we dat voorkomen. Tot slot, we zijn blij met de voorstellen rondom mantelzorg. We horen ook heel graag of deze aanpassing, dit voorstel wat er nu ligt, ook ruimte biedt voor inwoners die een soort kleine woonplek in hun tuin bijvoorbeeld zouden willen plaatsen, we kennen inwoners die dat willen, voor kwetsbaren die ze dan graag zelf zouden willen opvangen. Dat wijkt namelijk in de definitie wel iets af van de mantelzorgomschrijving, maar we zien wel heel graag dat die groep ook in deze nieuwe verordening meteen de ruimte krijgen voor dit soort barmhartigheid in onze stad, die we natuurlijk heel graag stimuleren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar Fractie van Waardhuizen. Mijnheer Stam.
De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen het kernachtig te doen, want we hebben wel een aantal vragen. Het is natuurlijk ontzettend moeilijk vanuit de landelijke problematiek, waar heel veel vraag naar woningen is, om in één gemeente een oplossing te vragen voor al die problemen die er zijn. Dat er dan een goede verdeling moet komen, staat buiten kijf. Alleen je kan naar die verdeling op andere manieren kijken. Als ik dan de onderwerpen heel kort pak, bijvoorbeeld kamerverhuur. Jarenlang is er door die kamerverhuur van overlast sprake geweest in diverse buurten. Wij zijn dan in principe geen voorstander van een verhoging naar drie procent. Want hoe kijkt wethouder dan aan tegen die eerdere overlast? En hoe denkt hij dit aan te pakken en nu wel onder controle te houden? En hoe verhoudt zich dit dan tot een ander speerpunt van het college, de leefbaarheid in de stad? We hebben bijvoorbeeld onlangs in de krant kunnen zien dat een bewoner in de Oudelandshoek woningsplitsing wilde toepassen, maar op andere regelgeving dit eigenlijk niet kon en mocht doen. Hoe gaan we daar dan mee om? Er is ook gesproken over cruciale beroepen. In de Huisvestingswet worden cruciale beroepen genoemd of binnenkort opgenomen. Wij begrijpen niet dwingend, maar als mogelijkheid voor gemeenten om deze, indien nodig, toe te passen in je Huisvestingsverordening.
Onze vraag hierbij, heeft de wethouder of het college een inventarisatie gedaan naar de vacatures, zoals deze nu zouden moeten passen binnen die groep cruciale beroepen? Zo ja, kunt u die dan overleggen? Als ik bijvoorbeeld naar een brutosalaris van een onderwijzer kijk, past dit dan binnen de sociale aftoppingsgrens of moet ik dat anders zien? Voorrangsposities en regiobinding. Wij als Fractie van Waardhuizen begrijpen ook... De voorzitter: De heer Stam, ik ga u wel vragen of u uw vragen, als u ze echt wil stellen, een beetje anders wil verpakken, want het wordt nu vrij technisch aan het college. Technische vragen kunnen natuurlijk altijd, maar straks voor de termijn graag alleen politieke vragen. De heer Stam: Als ik bijvoorbeeld kijk naar voorrangsposities en regiobinding, wij zien ook de problematiek van maatschappelijke problemen. Daklozen. Alleen waar wij nu bang voor zijn, is de verhouding tussen problematiek en reguliere mensen. Wij zouden daar eigenlijk graag andere oplossingen voor zien. Er is ook gesproken over contingentenoplossing. Daar zijn we wel benieuwd naar hoe dat dan gaat in de regio. Als je ook kijkt naar die Huisvestingsverordening en hoe we nu spreken, naar mijn idee over een vrij kleine groep, het gaat over de huur van sociaal. Maar als je kijkt naar jongeren,
44
dan zit daar nog veel meer onder. De heer Noldus van de Dordtse VVD heeft bijvoorbeeld de opkoopregeling al genoemd. Wij zijn wel ook benieuwd naar die resultaten daarvan. Er is ook gesproken over een doorstroommakelaar. Als we naar de praktijk kijken, zien we uit het contact die wij met jongeren hebben, dat ze toch nog heel vaak buiten de boot vallen. Omdat als je vanuit een koopwoning komt en daar zitten wat oudere mensen die met veel winst hun woning kunnen verkopen en daar een appartement voor kopen, die eigenlijk binnen de prijsklasse vallen van jongeren, dan hebben ze nog geen geluk. De vraag is eigenlijk aan de wethouder, zijn hier ook oplossingen voor te bedenken die binnen een Huisvestingsverordening kunnen vallen? Daarnaast hebben we ook nog een aantal particuliere verhuurders in onze stad. Daar hebben we een aantal jaren geleden een meldpunt voor in het leven geroepen, omdat die niet altijd even goed met hun woningen omgaan. We zouden graag van het college willen weten wat de stand van zaken is, omdat we ook begrijpen dat dit regionaal wordt getrokken. Zijn de resultaten dan zo goed dat we daar in de toekomst meer op kunnen steunen voor die groep die niet afhankelijk of niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning van een corporatie? Dan wil ik het voor nu even hierbij laten. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.
U heeft een hoop oproepen gedaan voor resultaten inzien van onderzoeken. Die zullen vast schriftelijk beschikbaar zijn. Ik hoorde een interruptie van het CDA. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, één van de vele vragen van de heer Stam raakte een punt wat mij wel aanspreekt, wat ik net ben vergeten in mijn woordvoering. Ik grijp de kans nog maar even. Dat ging over de woningsplitsing, waarbij hij aangaf dat er ook andere factoren zijn die dat verhinderen. Bijvoorbeeld de inspreker die aangaf de parkeernorm die dan niet past of welstandsbeleid. En zo zijn er misschien nog wel meer beleidsregels in andere beleidsvelden die op een gegeven moment dat moeilijk maken dan wel onmogelijk maken. Als CDA zouden we dan graag zien, en de vraag is of de heer Stam het daarmee eens is, om ook aan het college te vragen naar het flankerende beleid te kijken, welke aanpassingen daar mogelijk zijn om woningsplitsing niet dwars te zitten. De voorzitter: Goed gebruik van het politieke debat. Fractie van Waardhuizen, de heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Blij dat ik het CDA toch nog op tijd heb wakker gemaakt. Maar natuurlijk zijn wij het daar wel mee eens. Maar daar zitten natuurlijk ook weer andere vraagstukken onder.
Want als je woningsplitsing gaat toepassen en je gaat daar een jonger iemand neerzetten die afhankelijk is van een bepaald soort vervoer, dan moet je goed gaan kijken hoe je met je beleid omgaat en met parkeerproblematiek. Maar in principe, met de vraagstelling of de opmerking zoals het CDA hier neerlegt zijn wij het wel eens. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dan kunnen naar de volgende partij. Partij voor de Dieren. En de heer Venderbos-Lambinon zal het woord voeren. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, de Partij voor de Dieren kan zich op veel punten uit de aanpassing Huisvestingsverordening vinden, maar blijft wel met een paar vragen zitten. Zoals over de studentenkamers. Dordrecht wil heel graag een studentenstad zijn. We werken aan ons opleidingsaanbod en een aantrekkelijke binnenstad. Maar Dordrecht zal nooit zo levendig worden, zoals bijvoorbeeld Breda, als studenten hier geen woning kunnen vinden. Met de huidige regels mag maar twee
45
procent van adressen verkamerd worden. Het college wil dat oprekken naar drie procent. Dat gaat de goede kant op, maar is tegelijkertijd wel een heel minimale maatregel. In een gigantisch lange straat als de Voorstraat zouden er door deze maatregel slechts vier studentenhuizen bij kunnen komen. De Partij voor de Dieren ziet kansen voor meer studentenwoningen in het kernwinkelgebied in de binnenstad en boven winkels buiten de binnenstad. Daar zijn voorzieningen en daar is al reuring, waardoor eventuele overlast van kamerverhuur mee zal vallen. Ook hebben studenten over het algemeen geen auto, waardoor kamerverhuur niet voor parkeerproblemen zal zorgen. Wat de Partij voor de Dieren betreft mogen de kamerverhuurregels in deze gebieden soepeler, om studenten in onze stad een handje te helpen. En wij overwegen dan ook een amendement op dit punt. Ook hebben wij, de voorzitter heeft het al aangekondigd, een amendement klaarliggen om het woord gemiddeld uit de verordening te halen. Omdat volgens deze regeling nu kamers verhuurd kunnen worden die veel kleiner zijn dan twaalf vierkante meter, zelfs vier of zes vierkante meter zou kunnen. Verder een vraag over de dak- en thuislozen.
De Partij voor de Dieren is het eens met de Verandergroep Woonregels Dordrecht, om de voorrangsregels ook te laten gelden voor dak- en thuislozen die nu niet in een instelling verblijven en de aanbeveling om Dordrecht ook aan de ETHOS-telling mee te doen. We sluiten ons dan ook aan bij het pleidooi dat de heer Van der Kruijff hierover heeft gehouden. Verder hebben we nog een reactie op een aantal politieke vragen. Vraag één van het CDA. Wordt er voldoende mogelijke ruimte gegeven voor woningsplitsing, kamerverhuur, mantelzorgwoningen in de achtertuin en dergelijke. Uit de beantwoording blijkt dat de huidige Huisvestingsverordening een aantal beperkingen heeft ten aanzien van de bestemmingsplannen. De nieuwe Huisvestingsverordening is minder beperkend. En de Partij voor de Dieren kan daar dan ook mee instemmen. Vraag van Beter voor Dordt. Er is in het verleden heel veel ingezet om de leefbaarheid in de wijken te beschermen, door onder andere quotering kamerverhuur. Zelfs na tien jaar zitten we nog overal onder de maximale twee procent. Aanpassen in procenten geeft in bepaalde buurten risico's. Moeten we geen onomkeerbare aanpassingen doen? Reactie van Partij voor de Dieren. In de bewoonde buurten moeten we voorzichtig zijn, maar in winkelgebieden, zoals de Voorstraat, is naar de mening van de Partij voor de Dieren een hoger percentage zeer goed mogelijk. Vraag van de VVD.
Is inspanning met betrekking tot handhaving en regeldruk voor toeristische verhuur in balans met wat een invoering hiervan oplevert voor de stad? De Partij voor de Dieren is hier voorstander van. Er blijven namelijk woningen behouden voor de woningmarkt en verliezen deze niet aan toeristische verhuur. Als in een deel van de eigen woningen een B&B gerealiseerd wordt, heeft de Partij voor de Dieren daar geen problemen mee. Wel als er een splitsing van een woning gaat plaatsvinden of een woning ten behoeve van een B&B gekocht gaat worden. Dan hebben we daar wel problemen mee. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb geen interrupties gehoord of gezien. Dan gaan we door naar de SP. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik zal mijn woordvoering doen aan de hand van een aantal politieke vragen die bij dit agendapunt aan de orde zijn gesteld. Maar vooraf, een Huisvestingsverordening kan op zichzelf niet zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor de inwoners van onze mooie stad. Daarvoor is nodig om het beleid om vooral dure woningen te bouwen voor mensen van buitenaf overboord te zetten. We moeten vol inzetten op het bouwen van betaalbare woningen voor onze eigen inwoners, inclusief ook voldoen aan de behoefte van bijvoorbeeld ouderen met zorg, buurthuizen en voor jongeren die op zichzelf willen gaan wonen in een betaalbare jongerenhuisvesting.
46
De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, ik snap dat u uw punt duidelijk wil maken, maar daarvoor is de Bouwagenda en niet de Huisvestingsverordening. Gaat u verder. Mevrouw Kamphuis: Dan nu politieke vragen. Op vraag één van het CDA is ons antwoord, de uitgebreide hospitaregeling, waar nu ook twee kamers verhuurd mogen worden door de hoofdbewoner van een huis, is een goede stap vooruit. Echter, twee procent quotering van het verhuren van de kamers in deze woningen, die niet door de eigenaar zelf bewoond worden, is een onnodige beperking. Het is al voldoende om eisen te stellen aan het verhuren van de kamers, zoals die ook bij de hospitaverhuur gelden. Minimale grootte kamers, gebruik gemeenschappelijke woonruimte, enzovoort. Twee, willen we daklozen geen instellingsverlater zijn. Dakloos is dakloos. Urgentiebehoefte aan een woning. Vraag drie. Antwoord daarop. We steunen de voorgestelde versoepeling van de Partij voor de Dieren. Antwoord van vraag vier. Er zijn, zoals gezegd, andere middelen om de risico's te beheersen van de leefbaarheid. Vraag acht, uitbreiding van voorraad goedkope betaalbare woningen door meer mogelijkheden van woningvorming, woningsplitsing en verhuur. En het antwoord daarop van de Partij van de Arbeid, zoals aangegeven, steunen we dit. Daarnaast zijn we er zeker niet voor om de mogelijkheid van woningen boven de winkels te beperken tot een klein gebied.
Er zijn al heel weinig kleine woningen die jongeren de kans bieden om een start te maken op de woningmarkt. Antwoord van vraag van de PvdA, vraag negen. Als SP vinden wij zeer strikte regels om voor urgentie in aanmerking te komen een middel om feitelijke woningnood te verbergen. Het past bij een collegebeleid, dat stug vol blijft houden dat er te veel sociale huurwoningen zijn in Dordrecht en dat we vooral rijke mensen van buitenaf in de stad moeten aantrekken. We steunen de voorstellen die de Verandergroep Woonregels heeft gedaan om alle mensen met een urgentie dan ook te verlenen. Bovendien zo'n urgentieverklaring kosteloos verstrekt moet worden aan die daarvoor in aanmerking komt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw woordvoering. Ik wil erop wijzen, er wordt momenteel gefilmd in de zaal. De vergadering wordt sowieso al opgenomen. Foto's, oké. Dank u wel. Het leek op filmen. De vergadering wordt sowieso opgenomen en is altijd terug te zien. Dank, mevrouw Kamphuis van de SP. Dan gaan we naar Op Ons Eiland. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel dat wij ook de gelegenheid krijgen om onze zienswijze op dit voorstel tot het college en deze commissie te richten. Voorzitter, we zijn, denk ik, als gehele raad ervan bewust dat we echt in een woningcrisis zitten. En dat gaan we zeker niet oplossen met deze verordening.
En we zijn het volledig eens met het college, dat zij überhaupt een aantal regels op papier hebben gezet, waarbij ze enigszins proberen de pijn te verlichten. Maar laten we het eerlijke verhaal vertellen, ook richting het publiek op de tribune. Die pijn zal misschien ietsjes verlicht worden, maar niet volledig weggaan. Voorzitter, wat wij namelijk hier lezen, is heel eenvoudig. We willen eigenlijk iedereen voorrang geven. En met respect, maar dat is niet de manier waarop we dit acuut en groot probleem gaan oplossen. Wat ons betreft, vanuit onze fractie Op Ons Eiland, is de enige voorrangsregeling die toepasbaar zou moeten zijn, heeft u een dak boven uw hoofd of niet? En daar zou het mee moeten starten. Voorzitter, er is al zojuist door mijn collega's iets verteld over de ETHOS-telling, waarbij de Verandergroep Woonregels ook dat punt heeft aangestipt. Dat kunnen we van harte ondersteunen. En ook de oproep van deze Verandergroep om hen ook te betrekken bij de verdere uitwerking van deze verordening. Voorzitter, iets over voorrang voor jongeren. Met respect, wij hebben jongeren heel hard nodig. Maar als we kijken naar de schaarste in de stad in relatie tot wat het college nu voorstelt, met minimaal zeventig vierkante meter bij mogelijk splitsen van een woning, dan vragen we ons oprecht af, hebben deze jongeren
47
wel zeventig vierkante meter nodig? Want ze zijn starters en ze kunnen heel goed af met misschien wat minder vierkante meters. Ons voorstel zou zijn, wees daar niet zo stellig in. Wees daar coulant in. Voorzitter, er is zojuist ook door mijn collega's van de VVD over de opkoopbescherming en de evaluatie daarvan gevraagd. Graag ontvangen we die uiteraard ook. Een ander punt is de quoteringsregeling. Voorzitter, ik kan me nog heel goed de discussie een aantal jaren geleden in de Dordtse gemeenteraad herinneren, waarbij met pijn en moeite de twee procent is geaccordeerd. En waarom is dat gekomen? Er is namelijk in de stad heel veel bezwaar gekomen of heel veel zorgen geuit van bewoners die de druk, de leefbaarheid in hun straat enorm hoog vonden. En die regeling van twee procent is er niet zomaar gekomen. Ik gun uiteraard iedereen om de woning te splitsen, echt extra kamertjes te creëren. Maar we hebben te maken gehad toen met de uitdrukkelijke wens van heel veel Dordtenaren om dat eens in paal en perk te stellen. Zijn we als stad zover dat we die verruiming kunnen verdedigen? Is een oprechte vraag ook richting het college, maar ook deze commissie. Vervolgens, voorzitter, als laatste punt, we hebben het tijdens de presentaties gehad over de taskforce Huisvestingsverordening. Voorzitter, wij willen vanuit onze fractie ook de coulance geven aan dit college.
Als u een hardheidsclausule wilt gebruiken, dat u de mogelijkheid wilt om per geval te inventariseren, te kijken, te oordelen of iets mogelijk maken voordelig is voor deze stad, voor een wijk, doe dat ook. Wat ons betreft heeft u een vrijbrief. Die geven we niet altijd af. Maar als het gaat om die hardheidsclausule, om het mogelijk te maken, zodat we onze inwoners kunnen huisvesten, be our guest, zou ik zeggen. Doe dat ook. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende fractie, Partij van de Arbeid. De heer Damen, gaat uw gang. De heer Damen: Bent u daar nog geen lid van dan? Dank u, voorzitter. Voorzitter, de woningnood is buitengewoon fors. En dat is niet zomaar gebeurd. In 15 jaar tijd is het aantal sociale woningen van 20.000 na 15.000 afgenomen. En dat verklaart voor een behoorlijk deel de woningnood die nu in Dordrecht bestaat onder mensen met een relatief laag inkomen. Daarom ben ik met de heer Van der Kruijff het eens dat we de dingen die binnen de Huisvestingsverordening mogelijk zijn, om te zorgen voor meer woningvorming, of dat zelfstandig of onzelfstandig is, dat we die mogelijk moeten maken. De heer Van der Kruijff zei steeds dat van hem het allemaal mocht. Ik zou het wat dwingender formuleren. Gezien de nood die er bestaat, moeten we daar echt dingen in ondernemen.
Op alle punten die hij daarover gezegd heeft, daar sluit ik me kortheidshalve volledig bij aan. Wat betreft de loting voor huisvesting, om het aandeel voor jongeren in de toegewezen woningen te vergroten, daar word ik niet enthousiast van. De gemiddelde wachttijd neemt daardoor voor geen millimeter af. Die blijft exact gelijk. Het betekent alleen maar dat sommige mensen wat eerder en andere mensen, ook jongeren, wat langer moeten wachten. Het zou mij veel liever zijn als wij met de corporaties afspraken zouden maken over de verhuur van corporatiewoningen per kamer. Dat er drie jongeren in een corporatiewoning kunnen wonen. Dat gebeurt elders wel. Het gebeurt ook veel door particulieren. Er zijn huisvaders die voor hun kinderen een woning kopen als ze gaan studeren. En dan een deel van die woning aan andere studenten verhuren. Je zult daar als corporatie zorgvuldig beheer op moeten voeren, maar het levert wel extra woonruimte op. Er is gepleit voor het huisvesten van daklozen via de urgentieregeling, net zoals dat gebeurt voor mensen die een instelling verlaten. Wat dat betreft sluit ik me weer aan bij de heer Van der Kruijff die zegt van, ik wil daar dan weleens de cijfers over zien. Wat betreft het loslaten van de regiobinding, daar ben ik zwaar op tegen, maar ik denk wel dat de normen voor de regiobinding veranderd kunnen worden.
Het is goed als mensen die hier opgegroeid zijn, maar een tijdlang elders gewoond hebben, die door omstandigheden dakloos raken, dat die wel in
48
aanmerking komen voor een urgentieverklaring hier. De regeling zegt nu dat je hier drie jaar moet wonen of de afgelopen tien jaar zes jaar hier gewoon moet hebben. Ik zou ook zeggen, als jij in je hele leven tien jaar in Dordrecht gewoond hebt, dan moet jij ook aanspraak kunnen maken op die regiobinding. Daarnaast is er natuurlijk nog een groep mensen die, omdat ze een zwervend bestaan hebben, in geen enkele regio regiobinding hebben. Ik denk dat je daar automatisch clementie voor moet verlenen. En dat je dan de eis moet loslaten, als mensen dat redelijkerwijs kunnen aantonen. Als je de hele regiobinding loslaat en tegelijkertijd een forse verruiming wil hebben van de urgentietoekenning aan daklozen, levert dat een enorme instroom in het Dordtse van daklozen uit het hele land. En ik denk dat we dat niet zouden moeten willen. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van ChristenUnie/SGP, mijnheer De Heer. De heer De Heer: Even voor de zekerheid hoor ter verduidelijking. De heer Damen heeft het over het helemaal loslaten van regiobinding. Ik was even benieuwd wie hij dat heeft horen voorstellen, want het staat volgens mij niet in de notitie en heb ik ook geen van de collega's horen voorstellen. De voorzitter: De heer Damen, PvdA. De heer Damen: Nee, maar het is wel gevraagd tijdens de vorige bijeenkomst van de commissie.
En ook daar moet je op reageren, vind ik. Dat zijn de belangrijkste punten die ik graag naar voren zou willen brengen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Voordat we verder gaan, is er nog een interruptie van mevrouw Koene op de heer Damen. Mevrouw Koene: Zeker. Ik heb daar even over na moeten denken. Maar ik hoorde de heer Damen zeggen dat het een voordeel is om een corporatiewoning aan meerdere mensen te verhuren, meerdere kamers in een corporatiewoning te verhuren. Dan vraag ik me af, waarom zou dat een voordeel zijn en voor welke doelgroep heeft hij dat dan in gedachten? Omdat een jongere die thuis op een kamer zit, waarom zou die dat willen verruilen voor een kamer waar hij veel meer voor moet betalen en nog steeds niks voor zichzelf heeft? De voorzitter: De heer Damen, hoe ziet u dat? De heer Damen: Er zijn een heleboel jongeren die niet thuis op hun kamer zitten, die een zwervend bestaan leiden of gewoon van bank naar bank en van kennis naar kennis verhuizen. Voor die mensen is het al een vooruitgang. Het betekent dat je met één woning de woningvraag van meerdere personen kunt oplossen? En daarmee kun je ook de woonlasten voor een gedeelte delen. En er zijn ook een heleboel jongeren die echt ontzettend snel bij hun ouders vandaan willen, maar daar geen enkele mogelijkheid voor zien en waar de verhoudingen in huis buitengewoon vervelend worden.
De voorzitter: Bedankt voor uw antwoord. Mevrouw Koene nog een vervolgvraag. Mevrouw Koene: Dan is me in ieder geval helder over welke doelgroep we het hebben. Dan hebben we het echt over een specifieke doelgroep. Dank. De heer Noldus: Voorzitter.
49
De voorzitter: Dank u wel. Interruptie van de VVD. De heer Noldus, gaat uw gang. De heer Noldus: Voorzitter, een vraag richting Partij van de Arbeid. Als ik het samenvat, gaat het vooral over het herverdelen van de woonvorm natuurlijk. Loting vindt de Partij van de Arbeid eigenlijk niet zo'n goed idee meer. Dat was een paar jaar geleden een initiatief van de Partij van de Arbeid. Daar is de huidige fractie wat anders in. Tegelijkertijd ziet u ook meer ruimte voor voorrang. Heeft u daarbij ook dan... Want uw betoog gaat voor een belangrijk deel over juist jongeren. Maar op welke manier ziet u dan de jongeren ertussen komen? Aangezien we ook in de stukken zien dat eigenlijk vooral de jongeren geholpen worden door een instrument als loting. De voorzitter: Partij van de Arbeid, mijnheer Damen. De heer Damen: Het voorstel om flats aan meerdere jongeren te verhuren komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Dat kan leiden tot een verruiming van het aanbod voor jongeren. Daarnaast denk ik dat als jongeren heel structureel achterblijven in de woonruimteverdeling, kun je een contingent woningen speciaal voor jongeren reserveren. De voorzitter: En daarmee is de interruptie beantwoord. Dan gaan we door naar de volgende fractie. En dat is GroenLinks. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Toch nog een interruptie voor Partij van de Arbeid van Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel.
Mevrouw Pichel: Dank wel, voorzitter. Vraag aan de heer Damen. Het idee om corporaties de mogelijkheid te bieden om dan een woning aan meerdere mensen te verhuren, waarom zou dat dan niet kunnen door gewoon huiseigenaren of privéinvesteerders? Wat is het verschil? De voorzitter: De heer Damen, Partij van de Arbeid. De heer Damen: Ik zie geen verschil. Dat kan ook dat de huizeneigenaren... Maar we willen dat wel een beetje beperken. Dat wil zeggen tot twee of drie procent of misschien in de toekomst vier procent, als alles goed gaat, per honderd woningen. De voorzitter: Mevrouw Pichel, vervolgvraag? Mevrouw Pichel: Ja. Vanwaar de beperking. De heer Damen: Dat is uitgebreid aan de orde geweest, dacht ik. Er bestaat onrust, in ieder geval in deze commissie, maar ook in een aantal wijken, over het per kamer verhuren van woningen. Als dat te veel gebeurt en er vinden te veel wisselingen plaats in die woningen van huurders, dan leidt dat tot een minder aantrekkelijk woonklimaat. En daar moet je wel opletten. Als je daarin de huidige regels gaat veranderen, moet je dat geleidelijk doen. Dan ga je eerst van twee naar drie procent. En als dat geen problemen oplevert, kun je zelfs overwegen naar vier procent te gaan. Maar dat moet de ervaring leren. De voorzitter: Dank u wel.
50
Mevrouw Pichel: Even dat ik het goed begrijp, want dan bedoelt u inderdaad meer over het aantal kamers per woning of de wisselingen en niet per se dat iemand één huis bezit of twee of vijf of zeven. Begrijp ik dat goed? De voorzitter: Het gaat over kamerverdeling of gaat het over woonbezit, is de vraag? Mijnheer Damen. De heer Damen: Ik heb het niet over woningbezit gehad. De voorzitter: Dan gaan we door naar de volgende fractie, GroenLinks. En de heer Van der Meer voert het woord. De heer Van der Meer: Voorzitter, er is al een heleboel gezegd. En het is lastig om daar nog iets creatiefs aan toe te voegen. Ik wil graag kort een aantal punten noemen die wij als mogelijke verbetering van het voorstel zien. En die sluiten aan bij dingen die al gezegd zijn. De eerste zorg is inderdaad de groep daklozen die geen instellingsverlater is. Heel belangrijk inderdaad om daar meer informatie over te krijgen, zodat we daar gerichter beleid op kunnen formuleren. Inderdaad graag dat onderzoek. Los daarvan is voor ons een belangrijk principe dat die groep in principe gelijkwaardig is qua urgentie en qua wat ervoor gedaan moet worden aan de groep instellingsverlaters. Tweede punt, loting. Loting, hebben een paar mensen al gezegd, betekent per definitie dat sommigen geluk hebben en anderen pech. De wachttijd wordt er per saldo niet korter van.
En het idee wat de heer Damen net ook opperde, als je jongeren meer huisvesting wil bieden, waar best goede argumenten voor zijn, doe dat dan net als met de instellingsverlaters met een apart contingent woningen voor jongeren. Dan de Huisvestingsverordening en flankerend beleid bieden allerlei aanknopingspunten om toch tot iets meer woonruimtes te komen. En mijn vraag aan de wethouder is eigenlijk of het mogelijk zou zijn om die mogelijkheden eens op een rijtje te zetten wat dat op zou kunnen leveren. En dan denk ik aan bestrijding van leegstand via een Leegstandsverordening of een leegstandsbelasting of een andere regeling. De voorzitter: En de heer Van der Meer, ik neem aan dat u dat graag op papier wil na deze vergadering en niet in de termijn van de wethouder? De heer Van der Meer: Nee, dat is best. Maar ik wil wel graag de mogelijkheden even benoemen die wij in elk geval zien. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer: Afzien van verkoop van sociale huurwoningen. Recht op kamerverhuur door eigenaar/bewoners ook buiten het centrum toelaten. Soepeler omgaan met woningsplitsing is al genoemd. Mantelzorgwoningen op eigen terrein makkelijker maken. Dat zijn allemaal mogelijkheden om meer woonruimte te creëren. En dat is om het probleem gewoon een beetje beter te kunnen tackelen, denken wij, heel belangrijk.
Wij hebben vraagtekens bij de voorrang voor agenten, zorgpersoneel en leraren. Je ziet in de praktijk heel veel dat mensen uit deze beroepsgroepen, zeker agenten en zorgpersoneel, in een andere plaats woont dan waar ze werken. En dat is, als die afstand niet al te groot is, helemaal geen probleem. Het is ons eigenlijk niet duidelijk welk probleem hier precies mee wordt opgelost. En het betekent wel dat andere woningzoekenden nog weer minder kans hebben. Daar twijfelen we erg over of dat goed is om die in die Huisvestingsverordening op te nemen. En dan ten slotte wordt het een
51
en ander gezegd over de verhuurdersvergunning in bepaalde wijken of als je verhuurt aan arbeidsmigranten. Ik weet niet precies wat de definitie van een arbeidsmigrant is overigens. Maar daar zijn ook nog verschillende soorten in, in de praktijk. Waarom niet gewoon, ook om het risico van stigmatisering te voorkomen, een verhuurdersvergunning voor iedereen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan een interruptie van de heer Stam, Fractie van Waardhuizen. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik heb de heer Van der Meer het woord arbeidsmigranten horen noemen. Als je kijkt naar de woningen die daar ook voor nodig zijn, voorzitter, dan heb ik de vraag, zijn dat arbeidsmigranten of ziet u als migranten? Want arbeidsmigranten, in hun land van afkomst beschikken ze meestal al over een woning. En vindt u daarnaast, voorzitter, als tweede vraag, niet dat werkgevers die buitenlandse werknemers naar onze stad halen ook meer verplicht moeten worden om voor onderkomen, bijvoorbeeld op industrieterreinen, te zorgen, zoals ze dat in Waalwijk hebben gedaan? Door een X-aantal woningen neer te zetten. X-aantal jaren woningen. En dan instromen in de reguliere woningmarkt. Hoe kijkt u daarnaar? De voorzitter: GroenLinks, de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Daar zou ik allerminst op tegen zijn, eerlijk gezegd.
Waar het mij om ging, is de regel in de Huisvestingsverordening dat je voor verhuren aan arbeidsmigranten een vergunning nodig hebt. En dat vind ik prima. Maar waarom niet bij verhuren aan andere doelgroepen. De voorzitter: Nog een interruptie van de heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik zat nog te twijfelen, maar dat is eigenlijk meer een opmerking, omdat we nu continu in groepjes praten van doelgroepen die we in de Huisvestingsverordening willen benoemen. Maar dan toch in de vragende vorm aan de heer Van der Meer, vergeten we dan niet die reguliere timmerman, die man die bij HVC werkt, die man die elke morgen op zijn fietsje naar zijn werk gaat door weer en wind. Die hoor ik nu eigenlijk een beetje ondergesneeuwd raken in de Huisvestingsverordening, doordat wij allerlei groepen benoemen. Hoe kijkt u daarnaar? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, ik geloof dat de heer Stam het idee heeft dat ik pleit voor meer huisvesting of voorrang of zo voor arbeidsmigranten. Dat is niet aan de orde. Het gaat er gewoon om, waarom moet je voor verhuren aan een arbeidsmigrant een vergunning hebben en voor verhuren aan een drugscrimineel niet? De voorzitter: Zodat alle groepen uiteindelijk in een nette huurwoning terechtkomen, is de insteek. Dan gaan we naar de VSP. En mevrouw Stolk zal het woord voeren. Gaat uw gang.
Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Huisvestingsverordening Dordrecht. Ik denk dat het één van de moeilijkste onderwerpen op dit moment is, wonen, in deze politieke arena. Ik heb veel dingen al voorbij horen komen. Ik zal een paar dingen nog eventjes aanstippen wat voor ons belangrijk is. Mijnheer Kolkiliç had het over de Groeiagenda. Dat er met deze
52
Huisvestingsverordening geen rekening is gehouden met deze Huisvestingsverordening. Teleurstellend vinden we dat, want we willen groeien. Althans het college wil groeien, laat ik het even goed zeggen, naar 140.000 inwoners. En die toch wel meer gericht zijn op de wat rijkeren in onze samenleving. De VSP zou het graag wat zien in het midden en in het lagere segment. Wat ook een beetje teleurstellend is, we hebben het inderdaad allemaal over groepen waar we het vanavond over hebben. En laten we het gewoon een hebben over jong en oud. Jong is de toekomst en oud moeten we voor zorgen dat die door kunnen stromen. Als we daar meer in zouden zetten op die doorstroming in de Huisvestingsverordening of in wonen, laat ik het dan maar zo zeggen, dan denk ik dat er al wat meer gewonnen zou zijn. En als je ook ziet met de knarrenhofjes, dat initiatiefvoorstel wat we ingediend hebben, het is allemaal heel stroperig. Het duurt allemaal lang. En dat is gelijk ook even een haakje naar de dingen als je bijvoorbeeld een woning gaat splitsen. De heer Van der Kruijff had het erover. Volgens mij de ChristenUnie ook. Dat mag wat ons allemaal wel een tandje meer. Ook mensen die een initiatief nemen. Bijvoorbeeld, het was volgens mij een inspreker op de Wieldrechtse Zeedijk die iets voor jongeren wil betekenen. Dat zou wat ons betreft allemaal wel wat soepeler mogen.
En als je het dan hebt over de woningcrisis, dan denk ik vanuit de VSP dat de mensen die daken thuisloos zijn door deze woningcrisis het hardste getroffen worden. Dan de opkoopbeschermingsevaluatie, daar zitten we op te wachten. Dat komt eraan. Betaalbare woningen. De ETHOS-tellingen zijn we echt een voorstander van. En waar ik het toch over wil hebben, is ook, en wij overwegen daarom, maar dat komt misschien nog in een volgende oordeelsvormende vergadering, om toch met een motie te komen over een Leegstandsverordening. En gelukkig gaf de heer Van der Meer dat net in zijn pleidooi aan, als we dan het hebben over oplossingen... Mevrouw Koene zit weer te knikken dat ik het daar niet over mag hebben. Mevrouw Koene: Sorry, voorzitter. Maar als mevrouw Stolk zich gewoon richt op zichzelf. De voorzitter: Wacht even. Zolang er niks door de microfoon wordt gezegd, hoeft u er niks mee te doen. Mevrouw Koene: Nee, gelukkig. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als we ons daar eens meer op gaan richten, als we het hebben over de vierkante meters die heel kwetsbaar zijn, denk ik dat we aan oplossingen kunnen denken aan die Leegstandsverordening. En daar wil ik het voor nu even bij laten. De heer Van der Kruijff: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Twee interrupties. Dan ga ik eerst naar de heer Van der Kruijff van het CDA, want die is nu het luidst. En daarna naar Forum voor Democratie.
Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, mevrouw Stolk zei, laten we gewoon focussen op doorstroming voor oud en de kansen voor jong. Dat is maar even mijn samenvatting. Om daarna te zeggen, maar de daklozen zijn de klos. Bedoelt u dat als we gaan focus op doorstroming voor oud en kansen voor jong dat dan de daklozen de klos zijn? En als dat niet zo is, wat wilt u dan doen voor de daklozen? Want daar hoor ik u nog geen prioriteit voor vragen.
53
De voorzitter: Wat wil mevrouw Stolk doen voor de daklozen? VSP, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik heb het erover dat als we... U heeft het zelf ook aangegeven over het splitsen van woningen. U had het zelf over die zeventig procent. Het moet ook leefbaar blijven. Maar als we gaan kijken naar kansen die we hebben op die vierkante meters die we hebben, dan denk ik dat een Leegstandsverordening, die hebben we niet in Dordrecht, dat we daar met elkaar eens naar gaan kijken of dat eventueel kan helpen voor de dak- en thuislozen. Want er staan heel veel panden leeg. Het is voor iedereen een doorn in het oog, leegstaande panden, terwijl we mensen hebben die geen dak boven hun hun hoofd hebben. Daar zou ik graag wat meer actie vanuit het college willen. En ik ben ook heel benieuwd hoe de commissie daar tegenaan kijkt. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Nog een vervolgvraag van de heer Van der Kruijff. En gaan we door naar mevrouw Pichel. De heer Van der Kruijff: Eén van de vragen waar veel fracties natuurlijk wel op ingegaan zijn, als je kijkt naar de daklozen, vindt u dat zoals het nu wordt voorgesteld als uitgangspunt dat de instellingsverlaters voorrang krijgen of ook de nietinstellingsverlaters? De voorzitter: VSP, mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat vind ik een hele moeilijke discussie, want dan ga je weer een keuze maken, wie wel en wie niet? Wat u ook zegt, laten we eens in kaart brengen hoe de situatie hier in Dordrecht is. En aan de hand van de cijfers, die harde cijfers, wat kunnen we en wat voor acties moeten we daarop uitzetten? Dat is eigenlijk meer het pleidooi wat ik wil houden. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar een interruptie van mevrouw Pichel op de VSP. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ik wilde even het gesprek voeren met mevrouw Stolk over die stroperigheid die ze net noemt. Ik herkende natuurlijk ook al allemaal wat ze zegt en wat ze bedoelt. Maar kan mevrouw Stolk ook even aangeven, waar zit het hem precies in met die stroperigheid? Het is natuurlijk dat vanuit landelijk zijn er een aantal jaar geleden allerlei beperkingen opgelegd. En daar heeft op een gegeven moment iedereen mee te dealen. De markt, maar ook het college en nu ook wij. Waar ziet u de knelpunten van die die stroperigheid? De voorzitter: Waar ziet mevrouw Stolk de knelpunten van de stroperigheid? VSP, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Wat ik al aangeef, dat als je gaat kijken, de jongeren hebben de toekomst. Maar de ouderen zitten vaak in een huis die al afbetaald is. En die willen eigenlijk best wel kleiner gaan wonen. Maar wat hebben we die mensen te bieden? Een woning van 1.100, 1.200 euro.
Daar ga je natuurlijk never nooit je huis voor verlaten, want je zit voor heel weinig geld in een grotere woning. Dan ga je nooit zeggen, dan ga ik die woning verkopen en dan ga ik voor 1.200 euro huren. Dan kan je zeggen, je hebt ook wat geld gekregen van je huis. Maar dat zijn ook wel een beetje de spaarcentjes die hardwerkend Nederland heeft opgebouwd. En moet je dan zeggen, lever dat dan allemaal maar in? Het is een beetje zoeken, maar het is ook kijken naar de mogelijkheden die er zijn. We hebben het over de woonwagencultuur gehad. Daar
54
hebben we heel veel insprekers gehad. Die hebben heel veel oplossingen zelf aangedragen. Ik denk dat er heel veel oplossingen in de stad zitten, als we er maar voor openstaan. En dat is eigenlijk ook een beetje wat ik wil zeggen. En ook met het knarrenhofje, richting de wethouder, dat doe ik dan even niet richting de commissie, dat een knarrenhofje gewoon niet van de grond komt. Dat doet mij pijn. En dat creëert weer kansen voor mensen die geen dak boven hun hoofd hebben. De voorzitter: Pleidooi voor alternatieve woonvormen. Er staat ook nog een interruptie van de heer Venderbos open. Ik wil u het politieke debat zeker niet ontnemen, maar ik wil er wel op wijzen, het is ondertussen vijf over half elf, we eindigen om elf uur. En de termijn van de wethouder moet ook nog komen. Het lijkt me wel prettig om die in ieder geval voor een tweede oordeelsvormende sessie gedaan te hebben. Dan weet u dat. Is het antwoord voor u zo helder, mevrouw Pichel? Nog een korte vervolgvraag. Mevrouw Pichel: Niet helemaal, want juist die laatste zin ging het me om. Want knarrenhofjes komt niet van de grond en we noemden stroperigheid. Maar waarom komt dat niet van de grond? Wat is het probleem? De voorzitter: Waarom komt er niet van de grond, mevrouw Stolk? Mevrouw Stolk: Als het aan mij ligt, is het morgen opgelost.
Maar daar moet u echt richting het college kijken, want die zijn degenen die op pad zijn gestuurd met... De voorzitter: Dan leggen we deze vraag bij het college neer. En dan gaan we door naar de volgende interruptie op uw woordvoering van heer Venderbos, Partij voor de Dieren. Gaat uw gang. De heer Venderbos-Lambinon: Dank, voorzitter. Mevrouw Stolk had het over de Leegstandsverordening, met betrekking tot leegstaande woningen. En ik kan me ook heel boos maken om woningen die gewoon al jaren leeg staan. Ik ben voor een Leegstandsverordening. Alleen de opkoopregeling, die regeling dat je in je woning moet gaan wonen als je er één koopt, geldt maar tot een geloof 450.000 euro. Ikzelf woon in de binnenstad. Dat is waarschijnlijk wel bekend. En daar zie ik verschillende woningen leegstaan die voor 6, 6,5 ton gekocht zijn. En die blijven gewoon 2 jaar leeg staan. Krijgen we met de Leegstandsverordening dat dan ook in de greep? De voorzitter: VSP, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even via u natuurlijk, dat is wat wij hier in dit gremium met elkaar afspreken. Want je kan ook boetes opleggen. Dat gebeurt in Den Haag. Daar zijn ze mee bezig om ook boetes op te leggen. En dan heb ik het niet alleen over woningen die leeg staan, maar je hebt ook, kijk alleen maar naar de Voorstraat, heel veel leegstaande panden die daar staan.
Daar zou je mooie studentenwoningen van kunnen maken. Verzin iets. Dat kan je allemaal gaan gebruiken, maar dan kom je in een heel andere discussie. Want dan kan je ook gaan kijken van, is je kernwinkelgebied wel... Als we kijken naar de hele Voorstraat. Vroeger ging je flaneren over de Voorstraat en tegenwoordig is het meer leegstand dan dat er nog wat vol staat. Dat is ook een discussie wat we een keer moeten voeren. Moet je je kernwinkelgebied niet gaan verkleinen? De voorzitter: Dank u wel. De heer Venderbos nog een verhelderende... De heer Venderbos-Lambinon: Helemaal tevreden met de reactie van mevrouw Stolk.