CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 2024.04.02 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 mei 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 9 april 2024 en de Dordtse Dinsdag van 26 maart, 2, 16 en 23 april 2024 Vergaderzalen 1, 3, 534.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De voorzitter: Ik stel voor dat we het hierbij laten, want dit is ook wel een redelijk technische vraag. Dank u wel. We gaan naar de tweede vraag. En die gaat over de openingstijden van de milieustraat. En die komt van de VVD. En de heer Kuhlmann kan de vraag kort toelichten. Mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Wie afgelopen maandag, gisteren, Tweede Paasdag, na het opruimen van het huis of na een mooi klusproject zijn spullen of klusafval heel milieubewust wilde inleveren bij de milieustraat aan de Baanhoekweg, die zou daar voor een dichte poort staan. En de motivatie van onze inwoners om hun afval in meer dan twintig verschillende categorieën te komen scheiden in de milieustraat, is natuurlijk het grootst wanneer je dat meteen kan doen. En als je net hebt opgeruimd of net een klusproject hebt afgerond, dan wil je niet daarna nog eens dagenlang tegen het afval aankijken. Het is daarom klantonvriendelijk, milieuonvriendelijk en niet meer van deze tijd om de milieustraat uitgerekend te sluiten op dagen als Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag en Tweede Pinksterdag, wanneer er juist heel veel mensen aan het opruimen zijn of klussen, veel meer dan op een normale doordeweekse dag. Beetje alsof de oliebollenkraam in december gesloten is. Niet heel logisch. En daarom de volgende vragen.

Vindt de wethouder het een goed idee dat de milieustraat gesloten is op dagen waar veel mensen aan het opruimen en klussen zijn, zoals tweede Paasdag, Hemelvaartsdag en Tweede Pinksterdag? Want afvaldumpers moeten we bestraffen, maar goed gedrag moeten we toch faciliteren. En als tweede vraag, hoe kan het dat de milieustraat anno 2024 nog zulke gedateerde openingstijden heeft, terwijl twee jaar geleden een raadsmeerderheid vroeg om mogelijkheden voor optimalisatie van de openingstijden van de milieustraat te onderzoeken. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij een vraag voor wethouder De Jonge. U hoeft niet te antwoorden op de oliebollenkraam.

18

Mevrouw De Jonge: Gelukkig, want dat zit inderdaad niet in mijn portefeuille. Dank voor deze vragen. Het is altijd mooi om te zien dat mensen gaan opruimen als ze een extra vrije dag hebben. Dat kunnen we ook alleen maar stimuleren natuurlijk dat er weer eens goed gekeken wordt naar, welke spullen heb je echt nodig en waar kun je afstand van doen? En net als dat u misschien ook gisteren een vrije dag heeft, geldt dit ook voor de medewerkers van HVC. Het personeelsbeleid van HVC is er ook op gericht dat zij hun medewerkers een dag vrij geven op de bekende feestdagen. Dan is er geen bezetting. Je zou kunnen zeggen, er zijn misschien mensen die wel zouden willen werken. En zou je dat kunnen vragen. Maar zoals u zelf ook al aangeeft, met twintig fracties betekent dit dat er echt een heel groot team aanwezig zou moeten zijn. Het is specialistisch werk. En dat vraagt op dit moment om een oplossing die niet zo eenvoudig met het huidige personeel op te vangen is. Wil niet zeggen dat wij geen oog hebben voor uw vraag. Want ook wij vinden het belangrijk dat er een goede service is voor mensen die inderdaad naar het afvalbrengstation willen. Want hoe meer we kunnen inzamelen, hoe meer we als grondstoffen kunnen hergebruiken en daarmee ook weer een bijdrage leveren aan een gezonde leefomgeving. Wat er wel al is gebeurd, is dat de openingstijden zijn al verlengd.

Tegenwoordig kan iedereen op maandag tot en met zaterdag tot kwart over zes er terecht, zodat de mensen na werktijd ook nog een ritje kunnen doen, mochten ze wat verzameld hebben. En er wordt ook gekeken, kunnen we voor een bepaalde hoeveelheid fracties, die mensen zelf goed kunnen scheiden, die ook direct uit de tuin komen bijvoorbeeld of een keer echt restafval, kunnen we kijken of daar misschien met onbemande inzameling aan de gang gaat. Daar kijken we bijvoorbeeld ook naar HendrikIdo-Ambacht. Daar hebben ze dit opgezet. En daar leren ze nu, hoe werkt dat? Gaat het dan goed? Gooien mensen het in de goede bakken. Kun je dat zonder eigenlijk mensen die helpen, die aanwijzingen geven, kun je dat introduceren? Dat zou natuurlijk ook een oplossing kunnen zijn om rekening te houden met het personeelsbeleid. Dat je toch kunt zeggen, mensen kunnen er wel terecht. We hebben echt wel het gesprek erover. Samen met collega Merx die daar duidelijk ook wel een rol in heeft, hebben we ook aangegeven dat er rond de bekende dagen, waarop we zien dat er heel veel wordt opgeruimd, dat er wel extra faciliteiten komen. Maar het is wel nu binnen de randvoorwaarden die we hebben bij HVC. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Mijnheer Kuhlmann, nog niet helemaal tevreden? De heer Kuhlmann: Nee, tenminste op goede stappen.

Maar ik zou toch de wethouder willen vragen om nog iets verder te kijken. Want er zijn natuurlijk meer mensen die ook op Tweede Paasdag of op andere feestdagen aan het werk zijn. Dat is niet zo heel gek. Kijk maar als je naar de IKEA gaat of ergens anders. En ook mensen die met belastinggeld betaald worden. Sterker nog, voor HVC zelf, zoals de wethouder al zei, geldt natuurlijk al dat die mensen op hun zaterdag werken, waarop ook niet iedereen werkt. En misschien ook rondom die kwart over zes, zijn natuurlijk veel mensen die dan nog onderweg zijn naar huis toe of andere verplichtingen hebben. Op zichzelf de wens om toch te kijken naar wat bredere openingstijden, die blijft staan. En ik hoop dat de wethouder, samen met natuurlijk het college, daarnaar wil kijken. De voorzitter: Misschien nog een korte reactie door mevrouw De Jonge.

19

Mevrouw De Jonge: Ik neem deze weer mee in het volgende bestuurlijk overleg wat we hebben. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de derde vraag. En die komt van GroenLinks en gaat over de opvang van derdelanders. Mijnheer Uysal, u heeft uw vragen vanochtend ingestuurd. Kunt u ze ook nog kort toelichten? De heer Uysal: Zeker, voorzitter. Voorzitter, vandaag is de gevreesde 2 april. De dag dat zogenoemde derdelanders uit Oekraïne Nederland moeten verlaten. We hebben het hier over mensen die uit Oekraïne zijn gevlucht voor oorlog en die toevallig niet in het bezit zijn van de Oekraïense nationaliteit. En dat laatste lijkt ze fataal te worden, wilde ik zeggen, maar dat is ze inmiddels fataal geworden. Want een paar uur geleden hebben wij uit de krant vernomen dat Dordrecht als eerste gemeente derdelanders uit de opvang heeft gezet. En dat terwijl er nog zoveel onduidelijkheid heerst over de juridische positie van deze derdelanders. Normaal gesproken komt er een einde aan een discussie als de Raad van State een uitspraak doet. En het komt niet zo vaak voor, maar in dit geval riep de uitspraak van de Raad van State juist nog meer vraagtekens op. En dat is ook waarom de lagere rechters nu bakkeleien over hoe de Europese richtlijn geïnterpreteerd moet worden en waarom et nu een vraag bij de Europese rechter voorligt.

En alles bij elkaar opgeteld, hebben gemeenten zoals Amsterdam, Tilburg, Den Bosch een pas op de plaats gemaakt en hebben besloten om voorlopig geen actie te ondernemen om derdelanders de opvang uit te zetten. De voorzitter: Wilt u tot uw vraag komen? De heer Uysal: En nu kom ik tot mijn vragen, voorzitter. Ik zou graag reflectie van het college willen op de ontwikkelingen van met name de afgelopen week. En de tweede vraag is ook waarom het college heeft besloten om niet een pas op de plaats te maken en gewoon even af te wachten totdat er meer duidelijkheid komt over de vaststelling van de juridische positie van de derdelanders. En tot slot, er is naast deze situatie ook een groep die heeft besloten om uit eigen gelegenheid te vertrekken. Is er enig zicht op die groep? En hoe voorkomen we dat die mensen ongedocumenteerd door het leven gaan en de illegaliteit in verdwijnen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de portefeuillehouder, mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank. Even meteen voor de helderheid, het is niet een collegebesluit om het zo te doen. Het is een besluit van mij als burgemeester, aangezien de burgemeesters in Nederland verantwoordelijk zijn voor de opvang van Oekraïners. Dat is al zo sinds maart 2022. En wij hebben dat in onze stad ruimhartig ingevuld door ongeveer 1.150 Oekraïners op te vangen op uiteindelijk 2 locaties in onze stad.

De grootste locatie is bekend, Crown Point, hiernaast, waar inclusief de hub, zo'n beetje 900 mensen worden opgevangen. Het kabinet heeft al enige tijd geleden het voornemen geuit om de derdelanders, die mee zijn gekomen met de stroom Oekraïners, dat zijn mensen die uit veilige landen afkomstig zijn, in Oekraïne verbleven, geen Oekraïense nationaliteit hebben, maar wel zijn meegekomen naar onder andere ons land, om die ook in Nederland te huisvesten. Dat is in eerste instantie zo gebeurd. Heel veel landen in

20

Europa hebben daar niet voor gekozen. Een aantal landen wel. Uit mijn hoofd 3 of 4 landen, waaronder Nederland. En uiteindelijk is dat ook gebeurd en is er gezegd, mensen die voor juli 2022 zijn binnengekomen in ons land en die onder die derdelanders vallen, die mogen voorlopig blijven. Na juli 2022 is daar een stop op gekomen. Uiteindelijk heeft het kabinet ook besloten om die derdelanders na enige tijd, en die enige tijd is inmiddels 2 jaar zo ongeveer, om tegen hen te zeggen, u kunt eigenlijk beter terugkeren naar uw eigen veilige land. Dan hebben we het over landen als Maleisië, India, Turkmenistan, Nigeria. Landen die wij hebben gekwalificeerd als veilig land. Zodat wij de Oekraïneopvang ook daadwerkelijk kunnen inzetten voor mensen die uit Oekraïne komen en de oorlog die daar heerst op ons eigen continent ontvluchten. Oftewel, we gaan de Oekraïneopvang echt alleen maar beschikbaar maken voor mensen uit Oekraïne. En daar heeft Nederland als land ruimhartig in opgetreden, 2 jaar lang. Maar dat komt ten einde. Daar heeft het kabinet toe besloten. Dat is overigens ook politiek gezien vandaag nog door de Tweede Kamer bekrachtigd. Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer heeft vandaag nog een motie aangenomen waarin gezegd wordt, staatssecretaris, die derdelanders moeten echt terug naar hun land van herkomst, omdat ze onterecht onze Oekraïneopvang bezet houden.

Landelijk gaat het om een groep van zo'n 2.500 tot 2.700 mensen. In onze stad zijn het ongeveer 110. En daarmee zijn we, voor wat betreft de derdelanders, de een na grootste opvanglocatie van het land, na Amsterdam. Dat betekent dat je ook over wat andere aantallen praat dan in sommige steden, zoals die net werden genoemd. De politieke kant van de zaak is dat. Dan heb je nog de juridische kant. De staatssecretaris wilde deze richtlijn, die vanuit Europa van toepassing is op de Oekraïners, beëindigen voor deze derdelanders. En daar heeft uiteindelijk de Raad van State in januari een uitspraak over gedaan. Daar refereert de heer Uysal ook aan, voorzitter. En de raad van State heeft gezegd dat de bescherming van de Europese richtlijn per 4 maart jongstleden afgelopen is voor deze groep en dat de mensen dan nog 28 dagen de tijd hebben om de opvang te verlaten. Per 4 maart gold voor hen al dat ze geen recht meer hebben op leefgeld, geen recht meer hebben om in ons land te werken, maar de opvang zou nog 28 dagen voortduren. Die 28 dagen zijn nu voorbij. Het is vandaag 2 april. Afgelopen vrijdag nog heb ik de staatssecretaris, het ministerie van Justitie en Veiligheid geconsulteerd.

En daar is ook bevestigd dat individuele rechtszaken die in dit land de afgelopen weken, afgelopen week ook, hebben plaatsgevonden, waarbij rechters in individuele gevallen hebben gezegd, maar deze mijnheer of mevrouw krijgt nog het recht op een voorlopige voorziening. Oftewel, die mag nog even blijven. Of voor deze individuele zaak geldt nog een hoger beroep. Neemt niet weg dat de grote lijn is dat voor de hele groep geldt, waar mensen geen hoger beroep of geen voorlopige voorziening voor hebben, dat voor hen vandaag, op 2 april, het recht op opvang moest worden beëindigd. Dat is ook de lijn vanuit het ministerie, die ook nog vanochtend mij is bevestigd. En hebben wij vandaag in gang gezet datgene wat we gepland hadden, namelijk het uit de opvang halen van deze groep, die daar ook al dagen en wekenlang op is voorbereid. Men heeft daar brieven over gekregen. Er zijn individuele gesprekken gevoerd. Iedereen heeft ook van de IND een code gekregen op basis waarvan heel goed te zien is of iemand bijvoorbeeld recht heeft om weliswaar niet meer in de opvang te verblijven, maar alsnog de COA-route in te gaan, een reguliere vluchtelingstatus mogelijk te krijgen, mensen die helemaal nergens meer recht op hebben, mensen die recht hebben om bijvoorbeeld nog te blijven zolang ze een voorlopige voorziening hebben. Iedereen heeft een eigen code. En de mensen die

21

de code hebben die geen voorlopige voorziening, geen hoger beroep, ook geen recht op de COA-route, daarvan hebben we vandaag gezegd, daar starten we mee met het uit de voorziening plaatsen. Dat is voor een groot deel gebeurd op basis van vrijwilligheid. Een aantal mensen is geholpen, zal ik maar even zeggen, door de politie. Ik heb in de krant gelezen, en dat vond ik erg vervelend om te lezen, dat iemand zegt, ik moest zonder jas en zonder mijn spullen op straat en ik wist van niks. Iemand is echt al wekenlang voorbereid. Daar begint het mee. Er heeft niemand zonder jas op straat gestaan. En de spullen van iedereen zijn achteraf ook nog meegegeven. Er is één iemand die heeft geweld gebruikt richting politieagent. Die zit momenteel in de gevangenis, waar je dan ook terecht hoort. En de rest heeft een vertrekregeling gekregen vanuit het Rijk. En iedereen die we vandaag hebben uitgezet en de komende dagen zullen uitzetten, wordt ook nog eens een keer door de Dienst Terugkeer & Vertrek gezien. Want we hebben een medewerker van de Dienst Terugkeer & Vertrek op onze locatie zitten. Wat er verder met hen gebeurt als ze niet het land verlaten, is echt een zaak van het Rijk, van de dienst Terugkeer & Vertrek. Niet van de gemeente. Wij voorzien in opvang, zoals we dat ook van de staatssecretaris als opdracht hebben meegekregen. Die opvang is voor hen beëindigd.

En als mensen hier nog blijven in het land, dan zijn ze daarmee ongewenst en ook illegaal vreemdeling. Mogen hier niet verblijven. Ook niet meer werken. En mensen mogen ook niet individueel als particulier hen onderdak verlenen. Dat eventjes in een toch wat langere variant, maar even als uitleg en reflectie op de vraag van de heer Uysal. De voorzitter: Dank u wel. Duidelijk. Nog een korte vervolgvraag. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Het was zeker helder. Ik wil toch even ingaan op de beantwoording van vraag twee. Het klopt dat inderdaad Nederland ruimhartig is omgegaan met de opvang van derdelanders. En ik ken onze burgemeester als iemand die ook ruimhartig omgaat als het gaat om opvang van asielzoekers of vluchtelingen. Laat daar geen misverstand over bestaan. Maar wat ik wel afleid uit de beantwoording van de burgemeester, is dat hij zich vooral baseert op de uitspraak van de Raad van State. En dat hij dat vooral als leidraad neemt. Alleen laat nou net gebeuren dat die uitspraak van de Raad van State nu enorm onder druk staat. Het rammelt aan alle kanten. Het piept en kraakt aan alle kanten. Dat is waarom er nu ook zo verschil van inzicht bestaat tussen de lagere rechters. En ook een vraag ligt bij de Europese hogere rechter.

En er is een redelijke kans aanwezig dat de Europese rechter de Raad van State terugfluit en dat alsnog voor deze derdelanders, waarvan we nu de opvang hebben beëindigd, dat zij achteraf toch nog recht hadden op opvang hier in Dordrecht. En ik maak me heel erg zorgen. De voorzitter: Komt u tot een vervolgvraag. De heer Uysal: En ik zou ook heel graag aan de burgemeester willen vragen hoe wij kunnen borgen dat wij nu, op dit moment, niet onrechtmatig hebben gehandeld? De heer Kolff: Dank. De voorzitter: Nog kort.

22

De heer Kolff: Feitelijk alle gemeenten die vandaag nog derdelanders in hun gemeente hebben zitten, die geen voorlopige voorziening of geen hoger beroep hebben, die handelen eigenlijk tegen de aanwijzing van de staatssecretaris in van het kabinet. Wij hebben de opdracht van de staatssecretaris, en ik kijk niet per se naar de uitspraak van de Raad van State, dat is hetgeen waar het kabinet en ook de Tweede Kamer zich op baseren. Wij hebben een opdracht te vervullen van het kabinet, van het Rijk, namelijk mensen huisvesten. We hebben nu ook een opdracht te vervullen dat voor een deel van die mensen het recht op opvang verdwijnt. Daar richten we ons op. En de staatssecretaris baseert zich inderdaad op de uitspraak van de Raad van State, wat overduidelijk een hogere rechter is dan al die andere rechters die de afgelopen week in individuele gevallen iets anders hebben bepaald, voor hun moverende redenen. Maar ik richt me niet op al die uitspraken. Ik richt me op het kabinet dat ons de opdracht heeft gegeven voor hen de opvang te beëindigen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een vervolgvraag van mevrouw Lammers. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik heb nog even een vraag, via de voorzitter, aan de burgemeester. Wat houdt de vertrekregeling in, waar u het net over had? De voorzitter: De burgemeester. De heer Kolff: Dat is wel een zaak van het Rijk.

Dat is niet iets waar wij verder tussen zitten. Maar mensen die zelfstandig vertrokken uit de opvangregeling tot vandaag 12 uur hadden een regeling van, uit mijn hoofd gezegd, 5.000 euro per persoon. Dan krijgen ze ook nog een ticket naar het land van herkomst daarbovenop. En de mensen die nu nog vertrekken, krijgen een iets lager bedrag. Uit mijn hoofd gezegd is dat 1.800 euro plus een ticket. Dat is het bedrag waar het over gaat. Maar dat is niet het bedrag wat wij als gemeente betalen. Dat komt allemaal vanuit de Rijksoverheid. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel. De voorzitter: Ik ga het hierbij laten. Dank voor de vragen. Een goede vergaderavond. 3. Agenderingsverzoek raadsfracties BVD, Gewoon Dordt, FvD en Fractie van Waardhuizen aan Agendacommissie over Vervolgafspraken AZC Voorzitter: Mevrouw Koene Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. Droog (ChristenUnie/SGP) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Den Heijer (VVD) Mevr. Kamphuis (SP)

23

Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Uysal (GroenLinks) Portefeuillehouders: burgemeester W. Kolff, wethouder C. van Benschop Overige aanwezigen: mevr. Vergouwen De voorzitter: Dames en heren, zou u allemaal uw plaatsen in willen nemen? En mensen die hier niet hoeven te zijn in deze zaal, die mogen best weg. Goedenavond dames en heren, wij hebben hier nu de commissie over de Vervolgafspraken azc. Ik wil graag welkom heten alle raads- en commissieleden natuurlijk sowieso. Wethouder Van Benschop, burgemeester Kolff en mevrouw Vergouwen, namens de ambtelijke organisatie. En voor degenen die thuis kijken, al die honderden mensen en de mensen op de publieke tribune, geldt natuurlijk ook dat ik ze van harte welkom wil heten. Voor het verslag ga ik iedereen even voorstellen, gewoon omdat dat sneller gaat, mijnheer Klerk. Links van mij de commissiegriffier mevrouw Vermeulen, de heer Kolff, mevrouw Van Benschop, mevrouw Vergouwen, de heer Kolkiliç, de heer Klerk, mevrouw Kamphuis, de heer Droog, mijnheer Groenewege, mijnheer Aarden, beide van de Partij voor de Dieren.

Dat zeg ik niet meer als u meerdere keren ben geweest, mijnheer Aarden, maar nu nog wel. Mevrouw Pichel, de heer Uysal, de heer Van Pelt de heer Den Heijer en de heer Van der Net. Jullie zitten met zijn tweeën namens de VVD. Dat zal ik dan ook wel zeggen. Mijnheer Tutupoly, mijnheer Stam, mijnheer Roggekamp, mijnheer, weet ik ineens je naam niet meer, Schalken. En mijnheer Damen. Ik weet niet of de... Mevrouw Van Engelen zit gezellig bij ons aan tafel. Even kijken. Zijn er nog meer mensen? Nee, niet verder die zich in het politieke debat kunnen gaan mengen. De toelichting waarom wij hier bij elkaar zitten. Twee weken geleden hebben wij een avond gehad, commissievergadering gehad, dat was op 19 maart, waar de omwonenden van de locatie waar het azc moet komen, hebben kunnen inspreken. Die hebben ook met de commissie in gesprek kunnen gaan, vragen kunnen stellen, et cetera. En de commissie heeft aan de hand van die bespreking ook een aantal vragen gesteld, nog voor het college, die op dat moment niet het woord hebben gekregen. Bewust de keuze om even een aparte afspraak te maken, zodat daar ook fatsoenlijke ruimte voor is. En we hebben heel veel ruimte. Twee uur betekent niet dat we die vol hoeven te maken. Maar dat zou zomaar wel kunnen. De presentatie die voor dat moment was voorbereid, is gecombineerd met antwoorden op de vragen die u heeft gesteld.

En mevrouw Vergouwen gaat dit presenteren. Ik geef u graag het woord. Mevrouw Vergouwen: Voorzitter, dank u wel. Ik wil u graag meenemen in het communicatie- en participatietraject, zoals dat doorlopen is rondom de komst van het azc. Ik loop even te zoeken hoe ik de presentatie op het scherm kan krijgen.

24

De voorzitter: Clark komt eraan. Mevrouw Vergouwen: Clark komt eraan. De voorzitter: Maar dat geeft mij de gelegenheid om ook even de commissieleden te vragen om alleen maar echt een vraag tussendoor te stellen als het niet anders kan. Als het echt onduidelijk is anders. Of u schrijft hem even op voor na de presentatie. Mevrouw Vergouwen: Helemaal goed. Waar ik u op de inhoud in mee wil nemen, is eigenlijk de gekozen uitgangspunten rondom communicatie en participatie. En zoals die ook met de bewonersvereniging en de raad zijn gecommuniceerd. De ingezette communicatiemiddelen en een aantal tijdlijnen. De tijdlijn communicatie richting bewoners en bedrijven. Dank je wel. De tijdlijn communicatie met de raad. En de tijdlijn van participatie met de begeleidingscommissie. En zoals de voorzitter net al zei, zal ik tijdens het behandelen van die tijdlijnen ook ingaan op de vragen zoals die door de commissie meegegeven zijn. Als het gaat om de komst en de locatie van het azc heeft het college als uitgangspunt gekozen geen participatie op de vraag of er een azc komt en waar dat azc komt, maar wel maximale participatie daar waar het gaat om de bestuursovereenkomst. Geen participatie op het of en waar, maar wel op het hoe. Dat heeft het college op verschillende momenten ook gecommuniceerd in de beide RIB’s die op 17 januari en op 14 maart zijn verstuurd aan de raad.

En daar is aangegeven dat er de keus is gemaakt om geen participatieproces te doorlopen ten aanzien van de locatiekeuze, vanuit de achtergrond dat het college het van belang vindt op korte termijn een locatie aan te bieden. En dat de ervaring leert dat er vaak wel draagvlak is voor de vestiging van een azc in de gemeente, maar niet in een bepaalde wijk en omgeving. In ieder geval niet bij de bewoners uit die omgeving. En u ziet op de sheet staan dat ook de Nationale ombudsman recent daar nog een uitspraak over heeft gedaan. College heeft wel gezegd, maximale participatie op de bestuursovereenkomst. En dat sluit ook aan bij de door de raad aangenomen motie, die daar ook om gevraagd heeft, om bij het hoe de omwonenden en de bedrijven maximaal te betrekken. Als we kijken naar de gekozen communicatiemiddelen, en ik ga ze niet allemaal opnoemen, maar u kunt ze lezen op het scherm en ze komen zo meteen bij de tijdlijnen nog verder aan de orde, dan ziet u dat we op verschillende manieren gecommuniceerd hebben, zowel met de gemeenteraad als ook met omwonenden en met ondernemers. En er zijn twee punten die ik daar toch uit wil lichten. We hebben een mailadres ingesteld, azcdordrecht.nl, voor het stellen van vragen. Wat we gezien hebben, is dat er in het begin best gebruik van gemaakt is. En dat dat eigenlijk zeker de latere momenten weinig meer gebruikt is.

Wat we ook gedaan hebben, is dat we een contactpersoon voor de omgeving hebben aangesteld, een omgevingsfunctionaris. En die heeft heel veel gesprekken, ook met direct omwonenden en met bedrijven gevestigd in de omgeving, gevoerd. Zodra er een signaal binnenkwam, de omgevingsmanager nam contact op en ging het gesprek aan. U ziet voor het overige op de sheet welke communicatiemiddelen er allemaal gebruikt zijn. En dan kom ik eigenlijk bij de tijdlijn en communicatie richting de bewoners en bedrijven. En ook daar geldt, ik ga ze niet allemaal toelichten, maar een paar wil ik er toch even uitlichten, omdat die ook betrekking hebben op vragen zoals die vorige week of twee weken geleden in de commissie aan de orde kwamen. We hebben eigenlijk al heel snel bestuurlijk overleg gevoerd met de VLBTT of VBLTT, moet ik zeggen. Excuus. Ook met de vraag, op welke wijze zij en de omwonenden betrokken wilden worden bij het proces

25

rondom de komst van het azc. U ziet in de tijdlijn waar diverse bewonersavond enzovoorts gehouden zijn. Het tweede groene kopje, de titel planschade en locaties. Wethouder Van Benschop of namens wethouder Van Benschop is op 9 maart 2023 al een mail gestuurd richting onder andere de VBLTT. En die mail ging in op het vraagstuk rondom planschade. Die mail ging ook in op het vraagstuk rondom inspraak op locaties. En ging zelfs in op een aantal locaties, zoals die door de omwonenden naar voren zijn gebracht. Waarom niet daar? En ten aanzien van het proces rondom de planschade is toen al aangegeven, met een link, op welke wijze mensen planschade zouden kunnen aanvragen. En dat is het moment waarop de omgevingsvergunning is verleend. En die is op dit moment nog niet verleend. Op het moment dat hij verleend wordt, informeren wij weer de omwonenden. En dan kunnen zij planschade aanvragen. Daar waar het gaat om de vraag op welke wijze zij betrokken kunnen worden bij de voorgestelde locatie, heeft het college gezegd dat het college van mening is dat het aan het college is, gehoord hebbende de wensen en bedenkingen van de raad, om een locatie voor te stellen. Aangegeven is dat de bewoners daar zeker hun mening over naar voren kunnen brengen. En dat die argumenten in het geheel worden meegewogen. Het college zegt, daarin moeten we echter wel eerlijk zijn.

Het college neemt deze argumenten mee, maar neemt ook zijn eigen verantwoordelijkheid en kijkt in de volle breedte van de stad naar de mogelijkheden. En het college houdt daarbij rekening met een aantal uitgangspunten, zoals bijvoorbeeld het gegeven dat geen terrein wordt aangewezen waarop woningbouwontwikkelingen gepland zijn. De vraag waarom er geen onderzoek naar draagvlak is ingesteld, is ook beantwoord door het college. En eigenlijk vanuit hetzelfde perspectief, waarin het college zegt, wij willen geen valse verwachtingen wekken met een draagvlakonderzoek, omdat voor het vestigen van een azc in het algemeen soms nog wel een draagvlak te vinden is, maar daar waar het gaat om een specifieke locatie dat veel moeilijker ligt. En het college zegt, we hebben ervoor gekozen met een wensen en bedenkingenprocedure van de raad zelf de keuze te maken. Maar we willen wel heel graag met de omgeving in gesprek over de vraag op welke manier de vestiging van het azc in de omgeving op een zo goed mogelijke manier kan worden ingepast. Dit was de communicatie van 9 maart vorig jaar. En geeft u in ieder geval antwoord op, wat is er besproken ten aanzien van locaties en planschade? Er is door de omwonenden een aantal locaties aangedragen, waarom niet op die locatie? En ook daar is inhoudelijk gemotiveerd aangegeven waarom die locaties naar het beeld van het college niet geschikt waren.

U heeft ook een vraag gesteld over een mogelijke toezegging van de burgemeester rondom het afsluiten van de Wieldrechtse Zeedijk door middel van een hek. Gaat u dat zelf doen? Dan sla ik dat over. En dan laat ik dat zo meteen bij de burgemeester. Maar dan weet u alvast dat dat een gesprek was van 7 april. Helemaal goed. Vanuit de commissie is ook de vraag gesteld, één van de insprekers refereerde aan de Structuurvisie, hoe zit dat met die Structuurvisie en waar wordt uit geciteerd? En u ziet helemaal achteraan bij de tijdlijn dat er een Woo-verzoek is ingediend bij de gemeente, maar ook bij de Omgevingsdienst. En de betreffende bewoner heeft geciteerd uit een mail van een medewerker, ik vermoed van de Omgevingsdienst. En in die mail staat eigenlijk dat er nog niet getoetst is aan een aantal punten die wel genoemd zijn in de Structuurvisie. Inmiddels is dat de Omgevingsvisie. En op het moment dat de aanvraag compleet is, en dat verwachten wij ergens de komende weken, wordt er aan die punten, zoals mijnheer die genoemd heeft, wel aandacht besteed. Want de aanvraag, zoals die eind december was ingediend, was een incomplete

26

aanvraag. En dat wisten wij ook. Voor het overige kunt u op het scherm kennisnemen van alles wat wij met de bewoners en de bedrijven gedeeld en besproken hebben. En u ziet dat dat diverse brieven zijn, diverse informatieavonden en diverse mails en individuele gesprekken. Daar waar het gaat om de tijdlijn en communicatie richting de raad, ook weer op diverse momenten met de raad het gesprek aangegaan, hetzij via een RIB, hetzij in een wensen en bedenkingenprocedure. Ook hier geldt dat met name bij de RIB van 7 februari, besproken op dat moment, en 11 april, de RIB’s waren iets eerder verstuurd, aan de orde is geweest het gegeven dat het college ervoor gekozen heeft om geen inspraak te verlenen op de locatie en op de vraag of er een azc komt. Maar dat er wel wordt ingezet maximale participatie rondom de vraag, en hoe gaan we dat dan doen? U ziet aan het eind van die tijdlijn ook het woordje planschade tijdelijk azc staan. Dat refereert aan datgene wat er twee weken geleden in de commissie aan de orde was. Kunnen mensen een beroep doen op planschade? En uw vraag was, zijn er delen van de raad die daar op een andere manier over geïnformeerd zijn? Er is eind vorig jaar een uitspraak geweest in een andere gemeente. En uit die uitspraak bleek dat ook als er sprake is van een tijdelijke azc er mogelijk sprake kan zijn van planschade.

Daar heeft de wethouder met onze organisatie over gecommuniceerd. En desgevraagd heeft zij aan een raadslid, die haar daar een vraag over stelde, geantwoord dat dat inmiddels wellicht een mogelijkheid zou zijn. Voor het overige is daar niet met de raad of met fracties over gecommuniceerd. Ik denk dat ik daarmee voldoende gezegd heb over de tijdlijn en de communicatie richting de raad. Blijft over het participatiedeel. Vanuit de raad is er vorig jaar een motie ingediend, met het verzoek om een begeleidingscommissie in te stellen, en maximaal in te zetten op participatie rondom, ik zeg maar even, de hoe-vraag. Dat heeft het college ook direct op zich genomen. Een begeleidingscommissie, bestaande uit drie vertegenwoordigers van de omwonenden en drie vertegenwoordigers vanuit de bedrijven. Het ene bewonersdeel via de VBLTT en voor de bedrijven gold dat de parkmanager Dordtse Kil III aanwezig was, de penningmeester van de VvE Dordtse Kil III en een ondernemer van Dordtse Kil IV, die nog niet zo georganiseerd zijn als de bedrijven van Dordtse Kil III. En het doel was eigenlijk dat men mee zou denken en input zou geven op de afspraken, zoals wij die hebben gemaakt met het COA, rondom alle inhoudelijke onderwerpen, veiligheid, meedoen en werken, enzovoorts.

Zo meteen ziet u dat ook terug in de tijdlijn, wat we eigenlijk elke keer hebben gedaan, is dat wij, voordat we het gesprek hadden met het COA zeiden, wij gaan volgende week het gesprek aan over het thema veiligheid of over meedoen en werken of over zorg. En dan hadden we meestal een vorm van een presentatie. Soms in de vorm van een mondelinge toelichting. Gaven een toelichting op waar wij aan dachten. Wat wij inhoudelijk zouden willen bespreken met het COA en wilden vastleggen in de bestuursovereenkomst. Wij hebben aan de begeleidingscommissie gevraagd hun input op wat wij bedacht hadden, maar ook de input die ze zelf hadden. Dat hebben wij meegenomen elke keer na het gesprek met het COA. Soms ging dat in één gespreksronde. Soms ging dat in twee gespreksrondes. Een beetje afhankelijk van de omvang van het onderwerp. En elke keer als we de keer erop weer bij de begeleidingscommissie kwamen, dan koppelden we terug, dit is er uitgekomen, dit hebben we bereikt, dit net niet. En we hebben met de begeleidingscommissie de afspraak gemaakt dat zij hun eigen achterban, omwonenden en bedrijven zouden informeren. En de VBLTT had aan de voorkant tien punten ingebracht.

27

En ook de parkmanager van Dordtse Kil III, namens de bedrijven, had aan de voorkant een document ingebracht met onderwerpen waarvan gezegd werd, wil je hier bij het maken van de afspraken aandacht voor hebben. En gaande het proces hebben we dat steeds ook meegenomen. Kom ik al bij de laatste sheet, de tijdlijn en de participatie met de begeleidingscommissie. U ziet acht sessies. Eigenlijk over alle inhoudelijke onderwerpen is gesproken. Soms twee keer. En soms zelfs nog vaker, bijvoorbeeld bij verkeer. Daar is vanuit de begeleidingscommissie ook gezegd, jullie hebben wel wat bereikt bij het COA, maar wij weten nog niet of dat voldoende is. Wij horen vanuit onze achterban echt wel nog veel opmerkingen. Dat hebben we vervolgens ook in de bewonersavond zo teruggekregen. En dat is voor ons aanleiding geweest om nog twee aparte sessies rondom verkeer te hebben met een aantal omwonenden over de situatie op de Rijksstraatweg. En dat heeft ook tot een, ik mag wel zeggen, redelijke aanpassing van de plannen rondom verkeer en bereikbaarheid geleid. U ziet al met al een behoorlijk aantal afspraken. Wij hebben van de bedrijven, want die hebben we ook geïnformeerd over het feit dat er ingesproken werd door de omwonenden, gevraagd of zij behoefte hadden om aanwezig te zijn en in te spreken.

En zij hebben, de bedrijven die zitting hebben in de begeleidingscommissie, gezegd, wij vinden dat het goed verlopen is. We hebben niet alles gekregen wat we gevraagd hebben, maar wij vinden dat we een fair deal gesloten hebben. Aantal onderwerpen moeten nog uitgewerkt worden, zoals bijvoorbeeld meedoen en werken. Maar wij zien ook dat de ontwikkelingen op dat vlak landelijk zo snel gaan dat wij snappen dat jullie als gemeente daar heel even op wachten. En we gaan ervan uit dat we gewoon betrokken worden op het moment dat dat verder uitgewerkt moet worden. Daarmee kom ik aan het eind van mijn presentatie en hoop ik u een stukje inzicht te hebben gegeven in de communicatie en participatietraject. De voorzitter: Dank u wel. Is er op dit moment iemand die naar aanleiding hiervan een vraag heeft? Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor de presentatie. Maar ik zou toch graag willen weten welke locaties er nog meer onderzocht zijn waar het azc kan komen, want dat mis ik in dit verhaal. De voorzitter: Ik wilde net zeggen, dit lijkt me meer iets, want dit is een beeldvormende sessie dan nog even als herhaling, dat we de vragen maar niet al te politiek maken. Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel. Voorzitter.

Zoals we al eerder hebben gecommuniceerd, waren er een aantal randvoorwaarden die belangrijk waren voor het vinden van een locatie. Dat was drie hectare gemeentegrond, geen woningbouwlocatie. Vervolgens hebben we met dat lijstje in de hand gekeken, welke plekken zijn dan geschikt? En daar kwam deze uit. Er is een, wat net al genoemd werd door mevrouw Vergouwen, een brief gestuurd aan de bewoners die hebben gevraagd om een aantal specifieke locaties, waarom dat geen opties waren. Die hebben we toegelicht. Maar wij hebben geen onderzoek gedaan naar andere locaties dan deze. Dit is ook de enige locatie die wij hebben besproken met het COA. Dit is de enige locatie.

28

Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Zelf ben ik daar wezen kijken om zelf de sfeer te proeven. Maar de windmolens, ik keek er vijf minuten naar en kreeg hoofdpijn. Vindt u dat inderdaad de juiste locatie dan voor die mensen? De voorzitter: Is wel weer een hele afwijkende vraag ten opzichte van de eerste vraag. Maar als mevrouw Van Benschop het ziet zitten. Mevrouw Van Benschop: Ik begrijp dat er überhaupt uitdagingen zijn in het gebied. En dat geldt voor bewoners, hoe die dat ervaren. Dat geldt ook voor de feitelijke situatie, zoals de locatie op een bedrijventerrein en windmolens. En dat is ook de reden dat wij met het COA in gesprek zijn gegaan of zij daar in de bouw van het azc en dergelijke oplossingen voor kunnen vinden. En als dat niet kan, dan wordt er gewoon getoetst aan de geldende regelgeving. En dan zal dat niet kunnen. Maar dat is natuurlijk met de snelle toets al gedaan. En het COA houdt met de bouw rekening met de omgevingsfactoren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u, voorzitter. Bedankt voor deze toelichting. En het is wel overduidelijk dat er natuurlijk gewoon heel veel contactmomenten zijn geweest. Dat is heel zichtbaar. Het is ook nooit goed natuurlijk, want communicatie is een van de moeilijkste dingen die je kunt doen.

Een vraag die ik er wel over heb, want ondanks inderdaad de vele contactmomenten en communicatiemomenten was er wel ook een vraag vanuit de groep met betrekking tot, hoe wordt die participatie geïnterpreteerd? Want er is natuurlijk een intentie en het is hoe iemand een participatie beleeft. En sommige mensen hebben misschien net een andere kijk op, wat is participatie? En ik merk ook dat daar een discrepantie is van wat bepaalde omwonenden verwachten van een participatie. Kunt u daar nog even iets over toelichten hoe daarnaar wordt gekeken? Mevrouw Van Benschop: Ik denk dat u daar een punt aansnijdt wat in alle gevallen zo geldt. Participatie is altijd een begrip wat of heel groot is of heel klein. Dat is maar net hoe iemand het interpreteert. Daarom hebben we geprobeerd aan de voorkant zo duidelijk mogelijk te zijn over de kaders waarbinnen die participatie zou plaatsvinden. Wat er net al gepresenteerd werd, niet het of en waar, maar wel het hoe. Dat betekent nog steeds niet dat alles wat is ingebracht, of dat door bedrijven is of door bewoners, ook een-op-een over is genomen. We hebben ons best gedaan zo goed mogelijk rekening te houden met wat ingebracht is. We hebben ook heel veel dingen wel gedaan die we misschien, als we niet begeleidingscommissie hadden gehad, niet hadden gedaan.

Dat is ook wat mij betreft een voordeel van het instellen van zo’n begeleidingscommissie, dat je in ieder geval dat gesprek vanuit bewoners- en bedrijvenperspectief mee kunt nemen. Maar het is inderdaad zo dat je aan de voorkant probeert de kaders zo duidelijk mogelijk mee te geven en dat dat nog steeds niet betekent dat alles een-op-een overgenomen zal worden. Dat is ook inderdaad een kwestie van gevoel en interpretatie. De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Dank ook voor de presentatie. En vooral het gaat over participatie en communicatie. Ik constateer dat het vooral veel communicatie is geweest en participatie, het is maar net hoe je het uitlegt. Maar als we het dan hebben

29

over het stukje participatie. Er zijn ook andere ontwikkelingen daar in het gebied, zoals bijvoorbeeld doortrekken van die landbouwweg. Ook een hoofdpijndossier waarschijnlijk, kunnen we dat wel noemen. Maar er is veel gesproken, zagen we ook net in het schema over verkeer. En ik begreep eigenlijk vanuit bewoners daar dat ze vooral nu zo verrast waren dat wanneer er nu zo goed wordt gekeken naar de veiligheid bij de Rijksstraatweg er dan nu ineens wordt gekozen om die woning die daar staat te slopen, waardoor eigenlijk weer een hoop maatregelen die genomen gaat worden waarschijnlijk eigenlijk voor niks zijn geweest, omdat dat juist weer de snelheid van het verkeer en de veiligheid daardoor gaat terugnemen. Misschien daar nog een reactie op. Mevrouw Vergouwen: Ik moet u zeggen dat ik twee weken geleden toch ook een beetje verrast was door die mededeling van de omwonenden. Want dat hebben wij niet besproken met elkaar. En ik kan me voorstellen dat u verwacht dat dat dan ook als zodanig meegenomen wordt. Dit is een besluit wat al veel eerder genomen is. En wij gaan in gesprek over die woning, want wij hebben de omwonenden goed gehoord en kijken wat daarin verstandig is. Want de keuzes voor de verkeersmaatregelen zijn precies ingegeven vanuit het veiligheidsperspectief. Ik zeg u toe dat wij in gesprek gaan over die woning.

Maar nogmaals, dat besluit is echt al een aantal jaren eerder genomen. Maar vandaar dat we er wel opnieuw over in gesprek gaan. De heer Schalken-den Hartog: Dat is in ieder geval een mooie toezegging. De voorzitter: Heeft verder nog iemand echt een concrete vraag over de presentatie? Want anders dan ga ik namelijk naar de volgende fase. Mijnheer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Op zich, ik heb de presentatie gezien, maar ik kan er niet zo superveel mee. Als je gewoon kijkt naar communicatie, dan is het vooral een kwestie van zenden geweest. En als je hoort wat hier nu over tafel gaat, dan merk ik wat verschillen op met hoe dat bij de bewoners is overgekomen. Als je bijvoorbeeld gaat kijken naar die planschaderegeling, er is eigenlijk tegen de bewoners gezegd, er is geen bestemmingsplanwijziging, planschade is niet mogelijk. Ik hoor hier nu over tafel gaan, dat is misschien wel een optie. En dan wil ik daar gelijk op inspringen, want we hebben hier vorige keer een inspreker gehad die dan wel vrijwillig, maar toch gedwongen door de situatie zijn woning te koop aan gaat bieden. Die zit nu voor ongeveer een hypotheek van 700 euro. Die is nu naar een andere plek aan het kijken, kost 1.400 euro. Dan is de aller logische vraag van mijn kant, hoe gaat u dan met die planschaderegeling om ten opzichte van die bewoner en die vijf plekken.

De voorzitter: Mijnheer Stam, iets meer to the point en technisch graag. De heer Stam: Technisch is de vraag of het college bereid is de planschaderegeling toe te passen op de bewoners die daar nu behoorlijk wat schade lijden door de komst van een azc? Dat is één. En punt twee is heel concreet, maar dat niet echt een technische vraag. Hoe komt het dan dat er bij de bewoners een aantal partijen zijn die zeggen dat ze alle locaties weten en de afwegingen die zijn gemaakt. Want die vind ik dan wel bijzonder. De voorzitter: De planschade allereerst.

30

Mevrouw Van Benschop: Wat betreft de planschade, hebben wij gezegd dat het kan. Je kunt planschade aanvragen, maar dat betekent niet per definitie dat hij ook toegekend wordt. De situatie waar nu over gesproken wordt, is dat er eind vorig jaar een uitspraak is geweest in één zaak van een rechter die uitspraak heeft gedaan dat er inderdaad aanspraak moet kunnen worden gemaakt op planschade. Maar de waardedaling van het huis was zodanig minimaal dat die binnen het maatschappelijk risico viel. Dat is het eigen risico als je ergens een woning koopt. Waardoor er uiteindelijk geen betaling heeft plaatsgevonden. Dat is wat er gecommuniceerd is. Is gewoon een artikel wat ook in de krant stond. Is gewoon jurisprudentie over. Maar dat betekent niet dat in alle gevallen ergens planschade wordt toegekend. En als al wordt aangenomen dat er inderdaad een daling is van de woningwaarde, dan moet hij wel zodanig zijn dat er ook daadwerkelijk uitbetaald kan worden. De tweede vraag ging over de locaties. Wat ik net al probeerde toe te lichten, is dat wij een brief hebben ontvangen van bewoners. Die hebben zelf een aantal locaties benoemd van, dat zien wij als potentiële locaties. Daar hebben wij op gereageerd, onderbouwd, waarom die locaties niet geschikt waren. En dat was eigenlijk alleen al door te toetsen aan de hand van die criteria die we aan de voorkant vast hadden gesteld.

Daar is geen onderzoek naar geweest. De heer Stam: Voorzitter, maar dat was eigenlijk de vraag niet. De vraag was meer van, hoe komt het dan dat een aantal politieke partijen die hier aan tafel zitten bij de bewoners hebben gezegd dat zij die locaties kennen. Ik ken ze als oppositiepartij niet. Dat vind ik vreemd. En met betrekking tot die planschade is mijn vraag dan eigenlijk, is dat dan schriftelijk gecommuniceerd naar de bewoners hoe dat in elkaar steekt en de mogelijkheden? Want wij krijgen, als een aantal partijen die er op bezoek zijn geweest, terug dat er is gezegd, er is geen planschade mogelijk. Daar zit wel een soort van discrepantie tussen hetgeen u zegt en wat wij van de bewoners terugkrijgen. En wij zoeken naar een stukje waarheidsbevinding. Is die dan schriftelijk vastgelegd? Mevrouw Vergouwen: Als ik een antwoord mag geven op de vraag wat er schriftelijk gecommuniceerd is bij mail van 9 maart vorig jaar. Is er aan de bewonersvereniging aangegeven op welke wijze planschade kan worden aangevraagd en is de link waarmee planschade kan worden aangevraagd meegestuurd. Mevrouw Van Benschop: Daar wil ik nog even iets op aanvullen als het mag, voorzitter. Dat betekent niet, en dat is in een gesprek... Waarschijnlijk krijg je daar een gesprek over. Dat betekent niet dat het ook toegekend werd in het verleden. Er is nu één zaak geweest waar dat wel is gebeurd.

Ik kan me zomaar voorstellen dat dat gesprek op die manier is verlopen. Nu is er één uitspraak geweest waarbij feitelijk is gezegd, u zou recht kunnen hebben op planschade. Maar de waardedaling is zo laag dat die valt binnen het maatschappelijk risico. Er is niks anders gecommuniceerd dan wat we nu doen. Er is alleen een nieuw feit, namelijk eind vorig jaar jurisprudentie. Dat andere punt over die locaties. Ik ga niet over de woorden van wat andere mensen zeggen. Ik kan u alleen vertellen dat wij deze brief al vorig jaar maart hebben verstuurd. Dat al vorig jaar maart is gereageerd op andere mogelijke locaties die aangegeven zijn door bewoners. Wij hebben nooit andere locaties gecommuniceerd en onderzocht. Wij hebben hierop gereageerd. Er is alleen, dat staat ook in die beantwoording, een keer gekeken naar een plek op Amstelwijck. Alleen die was niet groot genoeg. Daarmee viel hij af. Dat is de enige plek die geen woningbouwlocatie was. Maar die was te klein.

31

De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik zag in de dia over verkeer. Ik red zelf persoonlijk nog net om over te stappen, anders had ik een vrachtwagen op mijn achterkantje gehad. Wat gaan jullie aan de drukke weg daar voor de azc doen? Mevrouw Vergouwen: Ik heb de sheets niet bij me. Maar we hebben een hele serie afspraken gemaakt met betrekking tot verkeer. En dat strekt van het aanleggen van voetpaden langs de Aquamarijnweg richting de Heliotroopring. Dat strekt ertoe dat we verkeerslichten in de kruising Heliotroopring-Aquamarijnweg aanleggen. Dat is een stukje van het azc vandaan, op de plek waar mensen geacht worden over te steken vanuit de Aquamarijnweg naar de overkant. Want de weg, dat is de Van der Dussenstraat, die wordt doorgetrokken naar de Rijksstraatweg. Daar komt ook een voetpad langs, zodat mensen veilig kunnen wandelen op dat voetpad. En stoplichten komen er daar. Daarnaast nemen we maatregelen op de Wieldrechtse Zeedijk, die op de inrichting van de weg betrekking hebben. En datzelfde geldt voor de Rijksstraatweg, waarbij we uitgaan van de auto te gast gedachte. En het tunneltje aan de Wieldrechtse Zeedijk, daar stellen we voorrangsregeling in. Gaan we met verlichting en duiding zodanig maken dat het een veiliger doorsteek wordt voor voetgangers en fietsers. De voorzitter: Dan wil ik dit gedeelte voor nu even afsluiten.

Het college heeft zelf ook bij de vergadering twee weken geleden gezeten en daar niet de gelegenheid gekregen om te reageren, zoals ik al eerder zei. Maar heeft wel het een en ander te zeggen erover. En daarom geef ik eerst het woord aan de heer Kolff, omdat ik nou eenmaal bepaal wie er iets wat zeggen. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank, voorzitter. Even als eerste misschien goed om te zeggen waarom ik hier ook zit en niet alleen de portefeuillehouder, wethouder Van Benschop. Ik zit hier ook omdat de komst van een azc, zeker een azc van de omvang waar we het over hebben, iets is waarin de meeste gemeenten niet alleen de portefeuillehouder bij betrokken is, maar ook de burgemeester, al is het maar vanwege allerlei veiligheidsvraagstukken. En we hebben daar de afgelopen, laten we zeggen, anderhalf jaar samen in opgetrokken. Als ik even een korte reflectie geef op wat ik twee weken geleden heb gehoord, dan komen mij de inspreekreacties, zoals we die met elkaar hebben gezien, niet vreemd voor. Ik heb zelf een aantal bewonersavonden bijgewoond. Ik ben ook langs geweest. Ik heb ook met een aantal bewoners individueel gesproken. Ook met een aantal bewoners die hier twee weken geleden hebben ingesproken. En de allereerste keer dat ik in dit kader op de Wieldrechtse Zeedijk was en daar met een aantal bewoners sprak, schrok ik zelf eerlijk gezegd ook.

En dat heeft niet zozeer te maken met de komst van een azc, maar meer met de optelsom der dingen die ik in die omgeving waarneem en heb gehoord. Zeker voor de bewoners die daar al decennia wonen, veertig, vijftig jaar soms, soms zelfs nog iets langer, geldt dat er door de jaren heen in hun omgeving ongelooflijk veel is gebeurd, is veranderd. Snelwegen zijn er gekomen, er zijn spoorwegen gekomen, er zijn bedrijventerreinen gekomen, er zijn windmolens gekomen en nu komt er een azc. En ik snap dat die optelsom van zaken, plus het feit dat inwoners die in dat gedeelte van Dordrecht wonen, misschien sowieso al wel het beeld hebben van, de gemeente is vervan-mijn-bedshow. Kijkt niet naar wat er hier gebeurt. Dat gevoel wat inwoners in die

32

omgeving hebben, kan ik me eerlijk gezegd goed voorstellen. En ik stond daar zelf op de Wieldrechtse Zeedijk, samen met de wethouder en nog een aantal andere mensen, keek naar het smalle weggetje wat leidde naar de tunnel. En op dat moment reed er ook een busje voorbij. En ik dacht, dit is eigenlijk best wel een gevaarlijke situatie. Of er een azc komt of niet, dit is best wel een gevaarlijke situatie waar we serieus naar zouden moeten kijken. En ik heb me eerlijk gezegd ook wel in de spiegel aangekeken. Ik was op dat moment vijf jaar burgemeester van Dordrecht, toen ik daarvoor met die bewoners in dit kader voor het eerst stond. En ik dacht, waarom heb ik dit eerlijk gezegd niet eerder geweten? Ik krijg regelmatig mailtjes of berichten van inwoners die ergens mee zitten. Ik had het graag van de bewoners gehoord. En tegelijkertijd had ik misschien ook daar zelf eerder achter moeten komen. Tegelijkertijd, beter laat dan nooit. En ik vind ook eerlijk gezegd dat een aantal maatregelen in die omgeving, of dat verkeersmaatregelen zijn of anderszins, genomen moeten worden, of er wel of niet een azc komt. Daar hebben de bewoners gewoon recht op. En daar hebben we ook serieus de taak om als gemeente naar te kijken. Dat is verder iets vooral ook voor de wethouder. Maar ik vind wel dat ik dat eventjes als begin wilde zeggen. Veiligheidssituatie hebben we heel serieus naar gekeken.

Ik hoor net een aantal raadsleden, ook commissieleden zeggen, er is vooral gecommuniceerd en weinig geparticipeerd. Komt de wethouder straks nog op terug. Maar als het om veiligheid gaat, geldt overigens ook voor een aantal andere onderwerpen, is er wel degelijk heel erg serieus geluisterd tijdens die bijeenkomst naar wat bewoners belangrijk vinden. En dat is ook zo goed en zo kwaad als het kan meegenomen in wat er uiteindelijk afgesproken is met het COA en wat we aan maatregelen daadwerkelijk gaan treffen. Ik hoorde vervolgens voor een deel van die maatregelen ook weer terug van bewoners, als dit moet gebeuren aan veiligheidsmaatregelen dan zal het wel heel erg zijn. Maar dat zijn wel maatregelen die voortvloeien voor een deel ook uit wat de bewoners zelf voor wensen hebben neergelegd. Dat wil ik ook nog even meegeven. Het is altijd it takes two to tango. Als het gaat om de bestuursovereenkomst, waar uiteindelijk mijn handtekening onder staat, omdat ik nu eenmaal als burgemeester alle overeenkomsten van deze gemeente teken, daar hebben we heel erg serieus naar gekeken. Heel veel werk ingestoken om dat een maatwerkovereenkomst te laten zijn, waar echt de wensen van ons als gemeente goed in verwoord staan en ook de wensen die we hebben meegekregen, meegenomen vanuit de bewoners.

Daar staat echt bijvoorbeeld een maatregel in die je bijna nergens aantreft, dat in een uiterste situatie, en dat willen we natuurlijk niet, want daarom zetten we dat ding niet neer, maar als het uit de hand loopt daar meermaals en het COA doet daar te weinig aan, dan zou ik als burgemeester in het kader van openbare orde ofwel tijdelijk ofwel definitief het azc kunnen sluiten. Dat is een maatregel die maar in een aantal bestuursovereenkomsten is opgenomen, waaronder die van de gemeente Dordrecht. Zo zijn er wel meer maatregelen getroffen op het gebied van veiligheid die echt uit de participatie met bewoners naar voren is gekomen. Dan nog even de gesprekken met een aantal bewoners individueel zelf. Ook één van de bewoners die vorige week hier heeft ingesproken of twee weken geleden heeft ingesproken en nu op de tribune zit, ik ben bij hem thuis geweest. We hebben, zoals dat heet tegenwoordig met een moderne term, aan de keukentafel met elkaar gesproken. Was een goed gesprek. En tegelijkertijd heb ik niet altijd alle zorgen kunnen wegnemen. En in die wetenschap hebben wij ook moeten acteren. Wij kunnen niet alle zorgen wegnemen. Ik heb wel kunnen spreken uit enige ervaring. In mijn vorige

33

gemeente kwam een aantal azc's tegelijk in de nabije omgeving, waaronder in de buurgemeente tegen de grens van mijn toenmalige gemeente aan. Ik liep toen ook aan tegen bewoners die daar vlakbij woonden in een klein buurtschap die zeiden, wat maken jullie me nou? We hebben grote zorgen. We willen dit niet. En een aantal jaar later ging het azc weg en eigenlijk zeiden de bewoners toen allemaal, waarom gaat dit weg? We zijn blij met deze locatie. We zijn blij met wat hier gebeurt. En er werd zelfs vrijwilligerswerk gedaan. En ik zeg niet dat daarmee nooit er iets gebeurt in zo’n locatie. Om aan te geven dat bij de komst van een azc er vaak weerstand is, maar ook bij het vertrek. Dan nog eventjes die toezegging waar mevrouw Vergouwen net al eventjes op duidde. Ik ben gewend om zelden een toezegging te doen buiten de politieke context. In dit geval heb ik toegezegd om inderdaad in het gesprek wat ik voerde met de betreffende inwoner, waar wij eigenlijk pratenderwijs tot de conclusie kwamen dat het wellicht een optie was om de Wieldrechtse Zeedijk af te sluiten ter hoogte van het fietspad, waar je de grote weg nadert waar het azc aan komt te liggen, af te sluiten en die hooguit nog beschikbaar te maken voor de bewoners, de belanghebbenden zeg ik dan maar even, met een sleutel, zodat zij door een hek kunnen en het verder geen openbare doorgang meer zou zijn.

Dit niet zozeer omdat we van tevoren al zeggen, zo’n azc is niet veilig. Maar vooral om de routering van de mensen die van het azc bijvoorbeeld naar het stadscentrum willen in de juiste banen te leiden. Ik heb gezegd dat ik dat wil onderzoeken. Dat ik dat een serieuze optie vind. En dat heb ik ook met de wethouder overlegd. En daar hebben we ook ambtelijk naar laten kijken en juridisch. En dat bleek om meerdere redenen niet mogelijk. Dat bleek juridisch niet mogelijk, maar bleek ook niet mogelijk omdat een deel van de bewoners daar weer anders over denkt. Een deel van de bewoners wil dat graag en een deel wil dat niet. En dat is de reden geweest dat we uiteindelijk als college er niet voor hebben gekozen om voor die optie te gaan. Dat is mijn reflectie op die toezegging. In zijn algemeenheid geldt, dat azc moet ergens komen in onze stad. Daar gelden criteria voor. Heeft de wethouder al gezegd. Eén van de criteria is de oppervlakte die je nodig hebt. Daar zijn maar heel weinig locaties voor. Mijn ervaring is ook dat eigenlijk iedereen in de stad of bijna iedereen in de stad wel vindt dat dit gefaciliteerd moet worden. Alleen dat niemand het in eerste instantie naast zijn of haar voordeur wil hebben. En ik heb daar ook nog wel begrip voor, zeker in relatie tot een gebied wat al langer onder druk staat en waar allerlei ontwikkelingen zich hebben afgespeeld de afgelopen decennia.

En tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat het ergens komt. En dan vind ik ook dat we de bewoners die daar in de omgeving wonen daarbij zo goed mogelijk moeten helpen. Dit eventjes van mijn kant, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel. Volgens mij is de algemene vraag, wat is de reflectie op de commissievergadering van twee weken geleden? En ik heb hier aan tafel bewoners gezien en gehoord die zich zorgen maken. En ik wil hier niet en welles-nietes spelletje van maken of dat wel of niet terecht is, of er wel of niet voldoende geparticipeerd is. Ik wil echt wel erkenning geven voor het gevoel dat mensen hebben. Punt eigenlijk. Als er dan specifiek gevraagd wordt, is er alleen gecommuniceerd of geparticipeerd? Hoewel mogelijk dat er andere interpretaties zijn van die begrippen, kan ik echt niet anders dan blijven concluderen dat we gecommuniceerd en geparticipeerd hebben. Een deel is informatie verstrekken geweest. Dat is brieven sturen, mails sturen,

34

echt communiceren over ons handelen richting bewoners. Maar een deel is... Een deel? Er zijn zeker negen sessies geweest met de begeleidingsmissie om op te halen wat zij op al die verschillende thema's belangrijk vonden. Dat neemt niet weg dat niet alle vragen die gesteld zijn ook daadwerkelijk tot uitvoering kunnen komen. Onder andere een hek op de Wieldrechtse Zeedijk. Of wat heb ik nog meer opgeschreven? Ik kan een paar dingen opnoemen die wel zijn binnengehaald, op zich. Er zijn veiligheidsgaranties. Daar is gevraagd, hoe is het toezicht geregeld, is er camerabewaking, krijgen we een veiligheidsplan en dergelijke, wordt er een veilig wonen scan gedaan? Dat hebben we allemaal gedaan. Als het gaat over bijvoorbeeld een meldpunt of contact met en over het azc bij incidenten, dan wilden de bewoners graag contactpersonen hebben en een telefoonnummer of in ieder geval een plek om naartoe te kunnen. Hebben we georganiseerd. We hebben een mailadres geopend waar mensen specifiek rondom het azc hun vragen kunnen stellen. Als het gaat over vrijwilligerswerk, dat mensen een dagbesteding moeten hebben, daar hebben we uitgebreid over gesproken met bewoners. Tenminste, dat heeft de ambtelijke organisatie gedaan. Die zijn allemaal opgenomen in de bestuursovereenkomst. Als het gaat over het aanleggen van wandelpaden, al dat soort dingen zijn wel degelijk meegenomen.

Ik vind het ergens bijna vervelend om dit soort punten op deze manier te moeten noemen, omdat ik daarmee het gevoel krijg dat we zorgen die inwoners uiten niet voldoende serieus nemen. Die neem ik wel serieus. Dat is ook de reden dat we niet stoppen met het contact met bewoners en dat we die contacten willen blijven houden. Maar als er wordt gezegd, er is niet geparticipeerd, dan is dat niet hoe wij in ieder geval zien dat we dit proces hebben gelopen. En verder is er volgens mij geen vraag specifiek gesteld, denk ik. De voorzitter: Maar die komt vast wel. Mijnheer Van der Net als eerste. De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter. Even een reactie op de burgemeester met betrekking tot de afsluiting van de Wieldrechtse Zeedijk. Er wordt nu gezegd, juridisch kan dat niet. Dat wil ik wel graag toch eventjes op papier hebben. En met betrekking tot de één wil het wel en de andere wil het niet. Met betrekking tot betaald parkeren kijken we ook uiteindelijk natuurlijk van, wat wil de meerderheid? Ook op dat punt wil ik graag wat meer informatie. Ik heb daar ook gelopen. En ik vond dat toch wel één van de opties om de mensen wat meer gerust te stellen. Dat was hem. De heer Kolff: Dank, voorzitter. En dank ook voor de vraag van de heer Van der Net, want kennelijk was ik niet helemaal duidelijk geweest. Ik ga natuurlijk niet primair over de verkeerssituaties in deze stad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/751/documents/31829