CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.5 2023.04.04 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 16 mei 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad 11 april en de Dordtse Dinsdag 28 maart, 4 april en 18 april 2023 Vergaderzalen 1,3,534.478 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

En wij wachten even af waar het college mee komt en wilt u een onafhankelijk onderzoek, dan moet u dat eventjes met de griffie, als dat vanuit de raad komt, want dat kan altijd. Ik krijg nu iets in mijn oor gefluisterd. Ja, wat gaan we met de raadsinformatiebrief doen? Houden wij die aan? Die is duidelijk, die houden we aan. Mijnheer Portier, als afsluiter. De heer Portier: Ik heb niet heel duidelijk horen zeggen dat het per se een raadsonderzoek moest zijn. Dus ik denk dat we ook het college vertrouwen kunnen geven om een enigszins onafhankelijk onderzoeker te vinden. Om een onderzoeker te vinden die nooit wat voor Rijkswaterstaat heeft gedaan op dit gebied, dat lijkt me heel lastig, maar goed dat terzijde. De voorzitter: Die is helder. De heer Kuhlmann: Wat denk ik van belang is inderdaad, zo onafhankelijk mogelijk natuurlijk. En het tweede is, is dat ze maar los van wie nou de exacte opdrachtgever is, maar dat we als raad meedenken over de vragen die in het onderzoek zitten. Ik denk dat de punten die de heer Verweerd aan het begin noemde, welke stroomgebieden van de Biesbosch komen onder invloed van de doorstroom wanneer het Hel- en Zuilespolder zijn, hetgeen wat de heer Van der Meer noemde, hoe zit dat met dat getijdeverschil, kijkt naar dat combi-alternatief, dat dat soort vragen. Maar wellicht zijn er nog een paar andere die goed aan bod komen.

De voorzitter: Die is helder hoor, maar ik herhaal alleen maar wat de commissie heeft gezegd. Dus het komt niet uit mijn mond, maar het is gewoon wat u als commissie beslist, dat is aan u. Dan dank ik iedereen en ook onze griffier, want onze griffier is vanavond voor het laatst. Dit is zijn laatste commissievergadering, dus ik wil de heer Boom ontzettend bedanken voor de prettige samenwerking die wij de afgelopen tijd hebben gehad. En wel thuis allemaal. Fijne avond allemaal en wel thuis.

42

6. Vaststellen en beschikbaar stellen van een reservering Doorstartnotitie Programma Energietransitie 2023 – 2026 - Startnotitie Voorzitter: Mevrouw Van Engelen Raadsgriffier: De heer Boom Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland) Dhr. Van Leeuwen (Forum voor Democratie) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Portier (SP) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: Wethouder T.F. de Jonge Overige aanwezigen: mevr. Braakman, dhr. Dijk, dhr. Ten Elshof, dhr. De Keizer, dhr. Noldus, dhr. Ouwehand, dhr. Put, dhr. Veldman, dhr. Verbakel, dhr. Willemsens

De voorzitter: Goedenavond allemaal. Als het goed is hebben we nu per partij ongeveer één commissie- of raadslid aan tafel en per organisatie één spreker aan tafel, welkom. Alvast voor de laatste commissieleden, we doen het vanavond een beetje anders dan gewend, want heel vaak zitten onze organisaties aan deze kant naast de voorzitter. Maar we hebben vanavond een rondetafelgesprek, dus het lijkt mij wel gezellig als we ook echt allemaal rond de tafel zaten, dus ik heb deze keer gevraagd of de organisaties aan die kant van de tafel willen zitten. Vandaar. Ook welkom iedereen op de tribune, daar zie ik ook een hele hoop mensen zitten en natuurlijk mensen die thuis meekijken, heel fijn dat jullie er zijn. We hebben vanavond een hele hoop gasten en wij doen altijd een voorstelrondje met de raads- en commissieleden die vertellen dan hun naam en hun partij en ik stel voor dat ook de organisaties dat doen. Dus we gaan zo een heel rondje doen met raads- en commissieleden, maar ook met de organisaties, u mag even uw naam noemen en van welke organisatie u bent. En dan daarna leg ik verder uit hoe we de vergadering gaan voortzetten. Begin ik aan mijn rechterzijde. De heer Safranti: Dank u wel voorzitter, Mehmet Safranti van DENK Dordrecht. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren.

De heer Van Leeuwen: Van Leeuwen, Forum voor Democratie. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op ons Eiland.

43

De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt De heer Put: Jeroen Put van de Dordtse Ondernemers Vereniging De heer Verbakel: Willy Verbakel van de coöperatie Drechtse Energie De heer Veldman: Ik ben Rien Veldman van de Stichting Drechtse Stromen. De heer De Keizer: Jan de Keizer, Grootouders voor Klimaat De heer Willemsen: Jan Willemsen, akkerbouwer op het eiland van Dordrecht. De heer Ten Elshof: Arjan ten Elshof, HVC. De heer Ouwehand: Alex Ouwehand, Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland. Mevrouw Braakman: Madeleine Braakman, Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland. De heer Noldus: Robin Noldus, VVD. De heer De Feijter: Bart De Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Dijk: ‘…’ Dijk van Stedin. De heer Boom: Hessel Boom, commissiegriffier. De voorzitter: Mijn naam is Yara van Engelen. En ik ben vanavond de voorzitter en voordat we verder gaan zie ik twee handen, er zitten nog twee commissie- en raadsleden op de tweede ring. Jullie mogen je ook even voorstellen. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De voorzitter: Dank jullie wel. Er is even een toelichting, waarom zitten we hier? We hebben van het college het raadsvoorstel Doorstartnotitie Programma Energietransitie 2023 – 2026 gekregen, vorige week is het al beeldvormende toegelicht en heeft Platform Duurzaam Dordrecht ingesproken.

Er zijn ook technische vragen gesteld door de VVD en GroenLinks en de beantwoording daarvan is vandaag nog toegevoegd in de stukken. Trouwens, tussen de stukken van vanavond staat ook een PowerPoint-presentatie van Grootouders voor het Klimaat, daar hebben alle commissieleden kennis van kunnen nemen. Vandaag geven we de gasten aan de rondetafel de gelegenheid om hun reactie op het programma aan u mee te geven, zodat u dit kunt betrekken bij de besluitvorming. De Natuur en Milieufederatie en Drechtse energie en Drechtse Stromen hebben daarnaast ook ter illustratie bestanden toegestuurd die door die door de griffie aan uw dossier zijn toegevoegd. En dan nog even een puntje voor de goede orde. Dit raadsvoorstel zou overlap kennen met het raadsvoorstel Klimaatneutraal 2040 dat we nog moeten ontvangen en op redelijk korte termijn komen we dus ook over het bredere

44

onderwerp van klimaat te spreken. Vandaag beperken we ons tot de energietransitie, zoals opgepend in dit raadsvoorstel. En dat is een belangrijke, want wij willen, raads- en commissieleden, jullie willen vanavond zoveel mogelijk informatie inwinnen om een oordeel te kunnen vormen over het raadsvoorstel wat nu voorligt. Nou zoals ik al zei we hebben een hele hoop organisaties aan tafel, daar zijn we hartstikke blij mee en we willen heel graag met jullie in gesprek. We willen echte rondetafelgesprekken zodat de commissie- en raadsleden door middel van vragen te stellen waar zij mee zitten, aan jullie, aan de goede informatie kunnen komen. Dus we hebben aan alle organisaties gevraagd om even zichzelf kort voor te stellen en te vertellen wat ze hier komen doen, wat ze vinden misschien zelfs wel, door middel van een korte pitch. En dat gaan we doen op de volgorde. We beginnen met Stedin, dan Grootouders voor het Klimaat dan zal HVC aan de beurt komen, dan zes boeren slash LTO, Drechtse energie, dan Drechtse Stromen, Dordtse Ondernemersvereniging, Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland. Als alle pitches geweest zijn, dan open ik het gesprek en dan gaan we met elkaar in gesprek. Maar eerst de pitches, begin ik bij Stedin, bij de heer Dijk. De heer Dijk: Dank u wel, voorzitter.

Stedin, ik weet niet of iedereen weet wat een netbeheerder is en ik dacht misschien is het goed om voor de beeldvorming ook te weten wat wij eigenlijk doen. Je kan een netbeheerder zien eigenlijk als een snelwegbeheerder tussen landelijke, die noemen we TenneT, en we hebben regionale, dat zijn er zeven. Stedin is in deze regio de verzorger, we zorgen voor de stroom en voor het gas. Die grote masten langs de snelweg, die zijn van TenneT, die gaan dan naar de wijk toe en alles wat eigenlijk onder de grond zit is vanuit Stedin en vanuit daar gaat het jullie huiskamer in. Dan wil ik het graag nog hebben over de energietransitie. We gaan steeds meer stroom gebruiken, dat dat is alleen maar meer geworden sinds vorig jaar. Sinds de geopolitieke situatie zien wij echt een enorme stijging van elektriciteitsvraag. Daar moeten wij uiteraard op voortborduren en daarvoor voorzieningen gaan treffen. Dat gebeurt, dat moeten wij ook met gemeenten doen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het stukje grond wat wij krijgen, en de provincie ook voor de ruimtelijke ontwikkelingen. En eigenlijk is de beeldvorming op de notitie die wij hebben gekregen, als Stedin kunnen wij daar geen uitspraak over doen, want wij zijn semi-overheid. Dat laat ik graag aan u over. Maar wat ik wel graag wil doen en waarom ik hier aan taal zit, is een oproep.

En dat gebeurt al heel veel met de gemeenten, om actief met elkaar te gaan samenwerken. Wij willen graag van tevoren, en ook omdat die uitdaging zo groot is, heel graag van tevoren weten waar ontwikkelingen plaatsvinden. Dan moet ik het ook nog hebben over een stukje hoe het net eruitziet. Je hebt het hoogspanningsnet, middennet een laagspanningsnet. Je moet je voorstellen, als er een ontwikkeling plaatsvindt dat wij zeven jaar de tijd het nodig hebben om zo'n station te bouwen. Dat is dan twee jaar bouwen en vijf jaar is het vergunningen. De voorzitter: Ja, dank u wel. Ja, ik zag de pitch is voorbij, het is heel duidelijk wie u bent en waarvoor u komt. Dank u wel daarvoor. U kunt vooral technische ons inhoud geven. En ik denk dat de inhoud waar u nu aan begint komt straks vast nog voorbij. De heer Dijk: Oké, moet ik het hierbij laten? De voorzitter: Ja, u kunt het hierbij laten. Dan gaan we naar de volgende organisatie en ik had beloofd het woord aan mijnheer De Keizer van Grootouders voor het Klimaat.

45

De heer De Keizer: Even op het knopje drukken. Ik ga eerst even zwaaien naar mijn kleinkinderen, die zitten mee te kijken vanavond en ik spreek namens hen en eigenlijk namens alle kleinkinderen. Die hebben nu geen stem en wij moeten zorgen dat zorgen dat zij in een situatie terechtkomen waarin wij onze afspraken hebben gedaan die we hebben gezegd. Hoe gaan we dit uitleggen? Dat betekent dat ik vooral naar de fracties me richt in de zin van, jullie hebben twee taken. Dat zijn aan de ene kant taakstellend, jullie stellen de kaders vast, en aan de andere kant controlerend. En we willen met name even onder de aandacht brengen dat we, mijn kinderen doen op schoolprojecten aan duurzaamheid al, maar die begrijpen dus niks wat jullie hier aan doen zijn. We zijn al tien jaar bezig en op de vraag die ze aan mij stelden, wat hebben ze nou gedaan? Denk ik, ik weet het niet. Ik heb geen idee of we, want we hebben dertig jaar en we zijn in 2040, dat is fantastisch. We hebben dertig jaar uitgetrokken, we zitten nu op een derde van de oplossing, hebben we heel veel dingen al gedaan. Moeten we ons zorgen maken over de zeespiegelstijging, want we zijn al aan dweilen met de kraan open op dit moment.

Dus daar zouden ze graag antwoord op hebben, omdat als je weet hoe het in het verleden ging, als jullie je werk hebben gedaan, kunnen we dat vertalen naar de toekomst en ook zeggen of we hoopvol kunnen zijn voor die toekomst, omdat jullie de zaak onder controle hebben. Nou dat konden we echt niet terugvinden. En vandaar dat ik gezegd heb, het gaat volgens ons nog steeds om een crisis en niet een Business as usual. Daarbij horen strenge beheersmaatregelen. Treffen jullie die ook? Controleren jullie wat de projecten zijn en hoe we dat gaan doen? En we willen er natuurlijk wel een succes van maken met elkaar. We willen graag ondersteunen, mijn kinderen willen graag meegaan met klimaatmarsen en dat is wat we kunnen. Maar we hebben wel jullie hulp daarbij nodig. De voorzitter: Gelukkig zitten we vanavond met elkaar aan tafel. Dank u wel, heel duidelijk verhaal. Gaan we naar HVC, mijnheer Ten Elshof. Ja De heer Ten Elshof: Dank je wel. Wij hebben veel verschijningsvormen, HVC. Vanavond, in dit raadsvoorstel, aan deze ronde tafel zitten wij aan tafel als de leverancier van het Warmtebedrijf, dus leverancier van warmte aan de gemeente, maar in de rondetafel mogen ook andere onderwerpen langskomen. Maar ik denk dat dat de reden waarom ik hier zit.

Ik weet het niet of het bij de partijen zo bekend is, maar Dordrecht heeft best een hele reputatie in Nederland over wat er allemaal gebeurt als het gaat over van-hetgas-af-dossier. Dordrecht heeft samen met woningbouwcorporaties, die huisvesting aan de zwaksten in de samenleving verzorgt, best enorme stappen gezet om van het gas af na een warmtenet te komen, wat de laatste jaren actueler is geworden, ook met de huidige geopolitieke situatie. Een half jaar geleden hebben we hier uitgebreid kennisgemaakt. Ik wil daar niet zoveel meer aan toevoegen op inhoud, maar er zijn veel gemeentes jaloers op de positie van Dordrecht. In het raadsvoorstel staan er grote ambities. Ik voel mij enorm opgejaagd door het college en ik hoop dat het in opdracht van jullie is om meer en sneller te doen. En daar hebben wij, ja ik zie geknik. Daar valt best veel over te zeggen, want de woningbouwcorporaties zijn een keer uit uitgewarmd, zal ik maar zeggen, en dan gaat het particuliere woningbezit er aan te pas komen. En dat wordt lastig. Kunnen we straks iets meer over vertellen.

46

De voorzitter: Super, dank u wel. Mag nog meer haast achter, goed om te horen. Gaan we naar de zes boeren, zes LTO, de heer Willemsens. Ik noem je gewoon Boer Jan. Goedenavond, de heer Willemsens. De heer Willemsens: Graag gedaan, voorzitter, en dank je wel. Geachte raadsleden, ik zit hier namens zes boeren uit de landbouwpolder die het idee hebben opgepakt om samen een serieuze bijdrage te leveren aan de energietransitie. Waarom doen we dit? Ten eerste om ons toekomstperspectief voor ons bedrijf te behouden en onze kinderen een mogelijkheid te geven in de toekomst het familiebedrijf over te nemen. Om als bedrijf te overleven, moeten we op zoek naar een breder verdienmodel. We denken hierbij aan het verduurzamen van de lokale landbouw. Ten tweede willen we dit samen doen, samen met de burgercoöperatie Drechtse Energie, zodat we samen met de burgers een passend plan kunnen maken en ook de Dordtenaren ook mede-eigenaar kunnen worden en mee kunnen profiteren van de financiële rendementen. En ten derde willen we dat de duurzame stroom geleverd kan worden aan Dordtse ondernemers en inwoners. Hiervoor gebruiken we de kennis van Eneco. We kunnen onderzoeken of nieuwe technologieën zoals een smart grid, accu's, waterstof, de concurrentiepositie van ons bedrijfsleven kan versterken.

Laat ons met elkaar de mouwen opstropen en onderzoeken of er onder voorwaarde duurzame energie slash wind in de landbouwpolder mogelijk is. Dank u. De voorzitter: Super, dank u wel. Mooie korte pitch. Dan gaan we naar Drechtse energie en dan geef ik het woord aan de heer Verbakel. De heer Verbakel: Lise Jans, dat is een onderzoeker van de Universiteit van Groningen naar hoe gaan mensen meedoen aan duurzame transitie? En dat komt uit al die onderzoeken, 80 procent van de mensen zegt, hartstikke belangrijk moeten we doen. In belang van het klimaat. Maar het gebeurt niet. Bedrijven, ook burgers, nemen vaak die stap niet. Hoe komt dat nou? Zien ze te weinig financiële voordelen? Dat blijkt maar van beperkte waarde. Afgelopen jaar toevallig wel omdat het extreem was, maar normaal is dat niet zo'n belangrijke factor. Roepen de gemeenten niet genoeg op? Ook niet van belang, want of de gemeente voor of tegen is maakt voor de meeste burgers geen bal uit. Ik zeg het maar even heel plat. Wat blijkt dat de belangrijke factor is om mee te doen is, of ze in de omgeving zitten van burgers en bedrijven die zeggen, dat vind ik belangrijk, we doen het samen, we hebben er vertrouwen in en het gebeurt op de manier die wij willen. Dat is de belangrijkste factor waarin mensen worden gestimuleerd.

Misschien is het best een keer interessant dat de raad een keer die mevrouw eens uitnodigt om uit te leggen hoe die processen gaan. Want vaak wordt gedacht, als ze maar veel communiceren, als we maar veel pamfletten sturen, als ze maar veel dingen doen via het ernergieloket, dan gaat het vanzelf lopen. Neen, het moet wat ons betreft van onderop en dat proces moet worden gefaciliteerd. Dat kost geld en dat geld moet gewoon uit de bestaande fondsen worden gehaald. Tweede wat we willen aanduiden is, in het stuk staat dat er voor 57 megawatt subsidie is verstrekt voor bedrijfsdaken. Maar 16 megawatt is uitgevoerd. Dan kan je natuurlijk hopen dat de rest vanzelf komt. Ik verzeker je, dat is niet het geval. Ik denk dat een deel van de subsidies is verlopen. Maar die bedrijven hebben er moeite mee en dat betekent dat volgens ons, wij zouden kunnen helpen door sommigen daken laten beleggen de burgers, dat ondernemersvereniging

47

zouden kunnen helpen om dat tot stand te brengen. Want anders gaan gewoon die daken niet belegd worden. Ten derde vinden wij de energiemix in Dort … De voorzitter: Moet wel een hele korte zijn, mijnheer Verbakel. De heer Verbakel: Dat moet ik toch even kwijt. Dan misschien naar het laatste. Wij willen doen, wat Jan net vertelde, naar situatie waarin we energie opwekken voor de burgers op het eiland. Dat we er beide ‘…’, daarvoor is nodig een goede energiemix. Dan kunnen we regelen dat langdurig tegen kostprijs energie wordt geleverd aan burgers en bedrijven. Dat geeft meer zekerheid, want nu gebeurt dat dat via een buitenconstructie, via grote lijnen. En dat zouden we ook graag willen. We willen graag een experiment wat de gemeente gaat steunen, waar subsidies van Europa en het rijk voor zijn, om dat tot stand te brengen. De voorzitter: Helder, dank u wel hoor. Ik hoor al veel oproepen rond de tafel. Dan gaan we van Drechtse Energie naar Drechtse stromen. De heer Veldman: Nou, heel kort nog eventjes. Drechtse stromen is een burgerinitiatief, Jan heeft onder andere, een belangrijke rol heeft hij erbij vervuld. Wij helpen burgers met energiebesparen, met kleine maatregelen, grote maatregelen, alleen en ook samen met de buren. Op allerlei manieren doen we daar ons best voor.

En intussen zijn wij, waar we eigenlijk blij verrast dat ineens in het collegeprogramma van het huidige college ineens staat, 2050 gaan we niet meer doen, nee we gaan naar 2040. En we hebben intussen al een hele tijd met spanning zitten wachten op het programma wat de gemeente daaraan gaat doen om dat ook daadwerkelijk te bereiken. Volgens ons zijn daar wel een aantal belangrijke stappen voor nodig. Allereerst, maak een concreet programma voor in die periode, zodat je ook onderweg goed kan zien hoever je al bent en of je het wel haalt, of dat je misschien harder moet gaan lopen. Het tweede punt is dat je daar dan ook een goede monitoring bij nodig hebt om daadwerkelijk te kijken hoe ver je bent. En een heel belangrijk punt voor ons is participatie. Wat je nu ziet is dat de gemeente heel sterk in zijn aanpak heeft staan, eigenlijk nogal van bovenaf, we hebben een warmtenet, daar kan je je bij aansluiten, we hebben campagnes daar kan je ook bij aansluiten of niet. Maar eigenlijk wordt nauwelijks gevraagd aan de mensen, hoe kan ik nou mijn eigen situatie oplossen. En wij denken dat dat juist nodig is.

Beetje in het verlengde van Willy zijn eerste punt over hoe ga je daadwerkelijk in gesprek met de bewoners en wij denken eigenlijk ook dat je de participatie ook in de uitvoering goed moet organiseren, dat je daar eigenlijk de aanpak van de woningen echt moet organiseren als in kleine projecten waar de bewoners samen met hun buren, en daarmee ook ondersteund, de buren door elkaar. Dat je in die vorm eigenlijk moet organiseren dat mensen daadwerkelijk hun huis gaan aanpakken. De voorzitter: Helder, dank u wel. Eén puntje? De heer Veldman: Er is nog één punt, daar hoort heel belangrijk ook bij dat ze daarin ook wel goed ondersteund moeten worden. Dat gaat niet alleen met vrijwilligers, dan moet je echt, net zoals in de stadsvernieuwing en de funderingsaanpak een bureau met professionele ondersteuning, zowel qua proces als qua kennis, voor de inhoud. Voor de energie.

48

De voorzitter: U bent gehoord, dank u wel. Dan gaan we iets horen uit de Dordtse Ondernemersvereniging, de heer Put. De heer Put: Ja, dank je wel. Ja, de pet op van voorzitter van de Dordrechtse Ondernemingsvereniging, daar zit ik voor. Ik benoem toch voor de zuiverheid ook nog even dat ik ondernemer ben met het bedrijf Cirkellab en dat houdt zich ook bezig met circulaire economie en de verduurzaming van het bedrijfsleven. Ik heb vooral die eerste pet op vanavond, maar ik vind het wel zuiver om dat even te benoemen. Ja dat bedrijfsleven dus, dat zie ik eigenlijk nog beperkt terug in de notitie en ik denk dat dat een juist een mooie kans zou zijn om die wel vaker terug te gaan zien, want daar zitten ook heel veel mogelijkheden. Bij henzelf maar vooral ook in de samenwerking met de burgers. Dus ik denk dat dat een belangrijk punt is. Voor bedrijven is energiecongestie die op dit moment een hele grote zorg. Dus besparen is één, opwekken is twee, maar congestie is voor ondernemers een hele groot punt. Ik denk dat het ook goed is om het energieverbruik bij de bedrijven beter in kaart te brengen dan dat het nu is en daar ook een bedrijvenstrategie op uit te werken.

En ik wil ook wel nog wel even noemen, het woord werd wel één of twee keer genoemd in de notitie, circulaire economie, volgens mij werd net ook al net genoemd dat er een samenhangende notitie wordt gemaakt waar dit punt misschien uitgebreid, of zeker uitgebreid in terug zou komen. Maar toch wil ik hem expliciet noemen, want de circulaire economie wordt ook gezien als een van de hulpmiddelen om de energietransitie juist te gaan realiseren. Met het besparen van grondstoffen bespaar je namelijk ook heel veel energie. Dus ik denk dat het juist belangrijk is om ze wel in samenhang te bekijken. Tot slot wil ik eigenlijk afsluiten met een aanbod. Wij willen graag meedenken vanuit de ondernemers om het hier in de stad beter te krijgen en te gaan realiseren. De voorzitter: Heel duidelijk, dank u wel. Dan gaan we naar de laatste organisatie op het lijstje, de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland. En mag ik dan de heer Ouwehand het woord geven, of mevrouw Braakman? De heer Ouwehand: De heer Ouwehand? Je mag Alex zeggen. Allereerst eventjes voor ik een kleine pitch doe, ben ik jullie allemaal heel erkentelijk voor het feit dat er een rondetafel georganiseerd is. Vaak is het zo dat we in formele posities met elkaar in gesprek zijn, maar het is juist enorm belangrijk om met elkaar kennis en kunde uit te wisselen omdat de opgave waanzinnig groot is.

En daar kunnen we elkaar natuurlijk bij helpen. Ik zit hier ook met zorgen. We zijn actief in ‘…’ bij de een iets meer dan bij de ander. Niet overal loopt alles lekker en ik wil vier puntjes graag meegeven voor het debat met elkaar. Het eerste is, het is al een paar keer gezegd, maar het Planbureau voor de Leefomgeving heeft het signaalrapport over betrokken burgers uitgebracht en de betrokkenheid van de burgers is onmisbaar om de transitie te laten slagen. Daar wil ik graag met jullie verder over praten. Een tweede punt is energie-efficiency, we hebben gewoon een hele goede mix nodig van wind, zon en warmte om te zorgen dat het energiesysteem ook toekomstbestendig is. En in de RES, hier in de Drechtsteden is de verhouding 90-10, 90 procent zon en 10 procent wind. Dat kan nooit een solide en een betrouwbaar systeem opleveren. Ik denk dat dat goed is om daar met elkaar een discussie over te hebben. Natuurinclusiviteit, er zijn een aantal zonneparken hier georganiseerd. Die zijn geregeld. Maar als je die gewoon bekijkt, dan is dat elementen eigenlijk maar heel weinig benut en heel weinig de ruimte gegeven. En als laatste de

49

ruimtelijke ordening, we hebben natuurlijk al een discussie gehad over de Krabbengors, maar er zijn ook een aantal, in tussenliggende periode zijn er weer drie locaties van de haak gevallen. En dat betekent ook dat we in andere gebieden extra aandacht vragen voor de ruimtelijke ordening vanuit de gemeente om te zorgen dat ook zoek- en uitwerklocaties op een bepaalde manier geborgd gaan worden. Dit was het, voorzitter. De voorzitter: Dan zijn we door de organisaties heen. Iedereen zich nu even goed kunnen laten horen en kunnen laten zien. Dat betekent dat we het gesprek gaan openen. Even voor de laatste commissieleden, ik wil wegblijven bij het politieke debat, dus echt over het raadsvoorstel, wat gaan we ermee doen? We gaan een oordeelsvorming doen. Maar natuurlijk zitten hier ook verschillende organisaties aan tafel en die vinden er ook allemaal wat anders van. Dus er is wel een klein beetje ruimte om daarmee te spelen. Ik hoorde al veel langskomen over participatie met inwoners, inwoners hierbij betrekken en ik hoorde ook al veel over inwoners goed begeleiden en ik vroeg me af wie van de commissie wil het gesprek aftrappen? De heer Van der Meer, ik had niet anders verwacht. U krijgt het woord. De heer Van der Meer: Nou ja, dat wordt veel genoemd.

Het is nu ook expliciet door Dordtse Energie, Dordtse Stromen en door de Natuur en Milieufederatie geroepen, en in zekere zin ook door de ondernemingsvereniging, wij willen van bottom up meedoen. En daar is natuurlijk heel veel voor te zeggen. Maar mijn vraag is, kunnen jullie beargumenteren waarom dat niet alleen op zich mooi is, maar waarom dat voor een succesvolle energietransitie nodig is? De voorzitter: En vraagt u dat aan de Drechtse Stromen of aan alle partijen aan tafel? De heer Van der Meer: Ik ben wel benieuwd hoe men daar tegenaan kijkt, ja. Maar vooral aan Drechtse Energie en Drechtse Stromen, want die zijn erover begonnen. De voorzitter: Dan geef ik eerst woord aan de Drechtse Energie en alle andere organisaties die zich geroepen voelen om hier antwoord op te geven. Om iets op te zeggen steek vooral uw hand op. De heer Verbakel. De heer Verbakel: Misschien toch, maar ik ben een oudere man, ik heb veel gedaan in mijn leven, vooral in de stadsvernieuwing en voor een deel in paalrot in verschillende steden, in verschillende grote en kleinere steden. In het begin dacht de gemeentes, we kunnen het niet van bovenaf organiseren, leggen we uit dat die wijk slecht is en dat we dat samen moeten verbeteren. Dat werkte niet. Het ging pas lopen toen die burgers zelf zichzelf organiseerden en daar van de gemeente geld voor kregen om dat te doen.

Hun eigen deskundigheid kregen, daar gingen ze mee tegenspreken, maar door de tegenspraak kwam er beweging. Want anders wachten ze gewoon af en doen ze gewoon helemaal niks. En dat is wat ik bij de energie, want het is een geweldige opgave, vooral in die wijken waar de EFG-labels zijn. Dat zijn zomaar kleine dingetjes, dat is bijna weer een verbouwing zal ik maar zeggen. En om dat goed te doen en goed te begeleiden, moeten die mensen zelf denken, dat gebeurt op een manier die bij mij past, die ik mij te dragen is. Dat heeft bij een aantal plekken met geld te maken, maar niet alleen. En dat vertrouwen neemt toe als je dat samen met je vertrouwde omgeving doet. Dat is eigenlijk de afgelopen veertig jaar bewezen in allerlei processen die zo ingewikkeld waren. Dus dat is niet een. En daarmee krijg je een versnelling, misschien even soms

50

een hickup dat mensen dwarsliggen, maar eerder een versnelling als een vertraging. En daar gaat het ons om, om tempo te maken. De voorzitter: We moeten meer tempo maken, oké. Is er een organisatie die wil reageren op de vraag van de heer Van der Meer? Of misschien op de heer Verbakel. De heer …: Ik wil er wel op inspelen. Hij gaf natuurlijk antwoord over hoe het die stadsvernieuwing is gegaan, maar ik kan het ook bevestigen hoe dat nu met die energiebesparing is gegaan. Wij bestaan nu tien jaar in zeker de eerste jaren hebben we veel, toen heette dat blokproject en nu met de burenprojecten. Maar wat je juist in die projecten zag, dat mensen ook daadwerkelijk om tafel gingen, oplossingen zochten voor hun woningen, wat je daar het beste kon doen en uiteindelijk ook die maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd. En dat zie je natuurlijk met bijvoorbeeld die campagnes van de gemeente, van het energieloket, dan komt er een aanbod voor bijvoorbeeld zonnepanelen op je dak. Nou ik weet toevallig mij van mijn zoon, die zou daar niks aan hebben, die heeft die heeft een soort oost-west, de zon schijnt verkeerd op die daken, dus die heeft niks aan die standaardoplossingen. Nou ik weet ook van mensen die dus, als ik een aanbod krijg om mijn spouw te vullen, dan is heb ik er ook niet veel aan, mijn huis heeft namelijk geen spouwmuren.

Dus kortom, hoe zorg je dat nou daadwerkelijk dat ook voor mij of in een bepaalde buurt, dat je voor die woningen mensen, A echt zelf ook oplossingen verzinnen en ze ook daadwerkelijk elkaar stimuleren door aan het werk te gaan. De voorzitter: Helder, dank u wel. Mijnheer De Keizer. De heer De Keizer: Ik ben in dit traject gestapt, net na mijn pensioen en toen lag er volgens bij mij in mijn bus een verhaal waarin gezegd werd, de overheid trekt zich terug. Wil je participeren? Nou, daar hebben we onze vinger voor opgestoken, zijn we met een aantal mensen mee begonnen. Jullie hebben dat opgepakt in 2013 door te zeggen er moet een samenwerking komen met Drechtse Stromen, was dat toen. Ik zal niet over de inhoud ingaan, maar die samenwerking is gewoon verdampt, die is weg. Dus het is een raadsbreed besluit van het moet samengewerkt worden. Ik vertelde net, controleren jullie dat dan? Als ik aan jullie ga vragen, wie weet nou hoe de stand van zaken is rond die samenwerking, denk ik dat niemand dat die afgelopen tien jaar heeft gecontroleerd. Waarom komen particulieren, mensen in een vrije tijd met initiatieven? Zijn we het daar met mekaar over eens? En vervolgens wordt dat niet, als je een zaadje plant moet je water geven, dan gaat het bloeien. En dat vind ik dus ingewikkeld, want jullie vragen ons, wij bieden ons aan, er komt een samenwerkingscontract en dat bloedt dood.

Dat kunnen jullie alleen jezelf aantrekken. De voorzitter: De heer Van der Meer. Wilt u zelf eerst nog reageren? Want ik zie dat andere organisaties ook willen. Dan gaan we eerst, ik moet echt de achternaam erbij nemen, die heb ik nooit uit mijn hoofd geleerd. De heer Willemsens. De heer Willemsens: Ik vind boer Jan eigenlijk veel mooier. Heel simpel, het woord coöperaties is bedacht door boeren. Je moet dingen samen doen als het moeilijk gaat en het gaat misschien niet heel moeilijk nu, maar je moet het wel samen doen. Je moet samen een plan bedenken, je moet het gewoon samen ontwikkelen en je moet samen de kosten en de profijten delen. En dan kun je iets oplossen. Zo simpel is het volgens mij.

51

De voorzitter: Helder, dank u wel. De heer Ouwehand. De heer Ouwehand: Dank u. En ik vond het toch een klein beetje zacht uitgedrukt. Maar participatie, burgerparticipatie is onmisbaar. En het gaat niet alleen nog maar om de participatie zelf, maar het gaat ook om het beleid goed duidelijk te krijgen voor meerdere mensen dan alleen maar een beleidsmaker. Het gaat omdat weerstand serieus genomen moet worden. Het gaat erom dat we met zoveel opgaven op dit moment aan het werk moeten dat het voor een gemiddelde burger ook ingewikkeld is om daar zelf handelingsperspectief in te vinden. En het gaat ook om eigen initiatief, zoals net ook al gezegd is en je ziet dat gemeenten dat heel erg ingewikkeld vinden. Ik verwijs weer naar het PBL-signalenrapport, betrokken burgers, ik zou eigenlijk aan de griffie willen vragen om dat rapport te downloaden en dat te delen met de raadsleden, omdat er echt wel een heleboel goede dingen in staan. De gemeente is per uitstek een orgaan wat heel formeel communiceert, dat ook gewend is via vergunningen en dergelijke. Maar het gaat erom dat je dus op een andere manier ook moet communiceren met je eigen burgers om ze echt mee te nemen in dit proces. En er zijn een aantal gemeenten die hier al hele goede voorbeelden van hebben, daar kan Dordrecht van leren.

De voorzitter: Wilt u nog een keer de naam van dat dossier herhalen voor onze griffier? De heer Ouwehand: Het is op 21 maart uitgebracht, het is vrij recent en het rapport heet Betrokken burgers en het is door het Planbureau voor de leefomgeving gemaakt. En het is juist gemaakt om een handreiking te bieden aan gemeenten die in dit traject zitten en daarvan willen leren om het beter te gaan doen. Dus het is echt een nuttig rapport. De voorzitter: Dank u wel. We hebben al heel veel opgehaald met een vraag. Dan zie ik dat de heer Groenewege een nieuwe vraag heeft. Gaat uw gang. De heer Groenewege: Ja dank u wel, voorzitter, Drie insprekers begonnen over meer windenergie, de heer Verbakel van Drechtse Energie begon erover, de heer Willemsens en de heer Ouwehand. En nou ben ik wel benieuwd van de heer Ouwehand, omdat hij dat toch in een wat vergelijkend perspectief kan plaatsen met meerdere RES-sen en meerdere gemeentes waar hij ervaring in heeft. Wat doen gemeenten die goed bezig zijn met windenergie goed, wat wij als gemeente Dordrecht niet goed doen en wat wij beter kunnen doen? De voorzitter: De heer Ouwehand. De heer Ouwehand: Het is een terechte vraag. Het is zo dat in alle zeven RES-sen in Zuid-Holland, behalve op Goeree Overflakkee, wind echt in het verdomhoekje terechtgekomen is. En de focus ligt enorm op zonne-energie.

En dat betekent ook met Stedin ook discussies in Midden-Holland over de netontwikkeling en hoe dat zich verder moet gaan ontwikkelen in die onbalans. Wat je ziet is dat in de regio Rijnmond er twee convenanten gesloten zijn, één voor de haven en één voor de regio zelf. En daar is vanaf 2012 tot nu even afgerond zo'n 400 megawatt wind gerealiseerd. Daar zit een voor een deel top down in, dan praat je vooral in de haven. En er zit ook een stuk participatie in, en dan praat je meer over het stedelijk gebied. Wat je moet doen is denk ik het verhaal heel goed uitleggen dat wind nodig is en dat wind alleen op zee

52

realiseren niet voldoende is. En ik denk ook dat ik de bal een beetje door moet schuiven naar Stedin, want Stedin is degene die het net moet gaan beheren en ik moet eigenlijk niet de boodschapper zijn van die energie-efficiency. Maar ik denk dat ook dat vanuit Stedin daar best wel wat over gezegd kan worden. De voorzitter: Dank u wel. Ik wilde eerst even naar de heer Portier naast u, tenminste even checken. De heer Portier, wilt u ook een verdiepende vraag stellen over dit onderwerp? De heer Portier: Ja, even over die wind op zee. Het is bekend dat daar meer wind staat op zee, ongehinderd door andere landschapselementen of gebouwen en dat je daar gewoon flink hogewindmolens kunt bouwen die zeer efficiënt zijn. Dus waarom zou je dan nog windmolens op het land willen plaats als ze zoveel efficiënter zijn op zee? Waarom moet het per se op het land? De heer Ouwehand: Ik probeer een heel kort antwoord te geven. We zijn nu bezig met op centrale plekken om het aan te landen en dat is onder andere bij de Maasvlakte en daar liggen nu drie tracés en er moeten er nog vier komen voor 4 gigawatt. Dat is a hell of a job, dat is echt super ingewikkeld. Dus hoe verder we op zee gaan komen, want we hebben natuurlijk de kustzone al bijna gehad, daar komt die 6000 megawatt de komende jaren. Hoe verder we gaan, hoe meer verlies.

Het moet gelijk oplopen met groene energie in de Rotterdamse haven om die groenewaterstofproductie mogelijk te maken. Maar alle wind op zee is niet voldoende om de energie die we nodig hebben in Nederland, dus in de bebouwde kom en het landelijk gebied, om dat goed te krijgen. Het leeuwendeel is allemaal voor de industrie en voor de transitie die daarin plaatsvindt. En het zou betekenen, als je nog meer energie op zee gaat doen, dat wordt een heel ingewikkeld ding, want je staat naar de zee te kijken ene ziet één leeg veld, maar het is waanzinnig druk op zee. Er zijn scheepvaartroutes, er zijn visserijgebieden, er vindt mijnbouw plaats, er vindt zo meteen carbon capture storage met CO 2-opslag plaats waar weer een infrastructuur moet gaan komen. Dus dat betekent echt dat we moeten kijken op welke manier we op een bewuste en creatieve manier de samenleving toch mee kunnen krijgen voor wind op land. De voorzitter: Dank u wel. Het is druk op zee, horen we. De heer Dijk wil hier ook iets over zeggen. De her Dijk: Ja, dat stukje over de verdeling, wij zien als Stedin het liefst de verdeling fiftyfifty tussen wind en zonne-energie omdat we dan ons net het beste kunnen benutten. Nogmaals, wij zijn een partij dat aansluit, dus u heeft de stekker en wij zorgen voor het stopcontact.

De besluitvorming, we kunnen wel roepen dat de verdeling fiftyfifty het beste is, daar proberen we op te sturen omdat dan het net het best benut wordt. Maar dus ook in deze regio is er weinig, inderdaad weinig wind en het zou goed zijn voor het net, want dat betalen we allemaal dat die netbelasting de fiftyfifty verdeling komt. De heer…: Als ik nog één vraag mag stellen, voorzitter? De voorzitter: Ik wilde eerst even naar de heer De Keizer, want die zit ook te popelen om in te springen in dit gesprek.

53

De heer De Keizer: Ik heb een aantal ervaringen met wind bij gemeentes in Nederland. Een voorbeeld wat ik graag even zou willen noemen, is de Spinder in Tilburg. Daar zie je hoe het wel kan en heel goed kan. Daar zit een wethouder, ondersteund door een goed ambtelijk team, die gezegd hebben, wij willen hier windenergie hebben. Er zijn locaties die we samen met jullie willen kijken of we die in handen kunnen krijgen van burgers. En er is eigenlijk in recordtijd, zijn daar vijf windturbines ontstaan onder elf coöperaties. Dat is op zich al een uitdaging. De andere vraag die even richting de heer Portier, volgens mij hebben we hier een handtekening gezet over 2040 energieneutraal. Volgens mij is de roze olifant in de kamer, als jullie kunnen aantonen dat we daar geen windenergie voor nodig hebben, hebben we ook die discussie niet nodig. Maar dat is nou precies het stuk wat we iedere keer voor ons uitschuiven. We zijn bezig met locaties en we zijn niet bezig met hebben we dat dan echt nodig. Zeg ik dat we windenergie nodig hebben, zolang jullie niet kunnen aantonen dat we dat niet nodig hebben, of dat niet kunnen vervangen door zon. Dan zit ik naar mijn buurman en zeggen we, ja dan moeten we die Biesbosch volleggen met zonnepanelen. Ja, dat is de discussie die je eerst moet voeren. En ik zie dus in heel veel gemeentes dat de wethouder zegt, willen we energieneutraal worden? Ja.

Hebben we daar windenergie voor nodig? Ja. Willen we zorgen dat dat 50 procent in handen komt van de bewoners, dan zeggen we ja. Dat zijn volgens mij de dingen die bij jullie liggen en dat alsmaar van je afschuiven kan je die wedstrijd gewoon niet eerlijk spelen. Er zijn handtekeningen gezet in het college. Die moet je nakomen. De voorzitter: Wind of geen wind. De heer Ouwehand wilde u daar eerst op reageren? Dan ik heb de heer Gündogdu ook gezien en de heer Verbakel ook. Dus hou het nog even vast. De heer Ouwehand: Ik wilde de deelgenoot aan tafel, Stedin, niet in een onmogelijke positie brengen. Dat is ook voor mij niet echt de bedoeling. En die 50-50, dat is ook 6040, 50-50, dat is echt een maat die heel belangrijk is. Maar in de RES zoals die hier is afgesproken is het 90-10, 90 procent zon en 10 procent wind. Dat lijkt me voor Stedin a hell of a job om dit gewoon helemaal goed gaan krijgen. Kan je daar misschien vanuit je adviserende rol iets over zeggen? De voorzitter: Gaan we toch even naar de heer Dijk, want die krijgt wel een hele directe vraag. De heer Dijk: Dat proberen we ook te doen om die besluitvorming daar te krijgen.

Maar dat is, nogmaals we kunnen daar in gesprek mee gaan, over gemeente, over besluitvorming, maar dat is nogmaals, wij sluiten aan en als dat op een vervelende manier is, dan kunnen we daar proberen daar op te sturen, advies over te geven, dat doen we ook, daar advies over geven. Ja dat proberen we ook te doen. De heer Ouwehand: Mag ik misschien een vraag teruggeven aan de raadsleden? Wat vinden jullie van dit advies? De voorzitter: Ja, ik ga het woord geven aan de heer Gündogdu., dat is iemand van de raad. U ging toch al het woord van mij krijgen. Misschien kunt u daar kort op reageren. De heer Gündogdu: Ik wil eerst mijn vraag stellen, mag dat? Voorzitter, dank u wel. Ik wil een vraag stellen aan alle deelnemers, en bedankt voor u inbreng vanavond. Mijnheer

54

De Keizer geeft heel duidelijk aan dat de raad eigenlijk de afgelopen jaren niet veel heeft gedaan. Even in mijn eigen bewoordingen en dat het urgentiebesef er blijkbaar niet zou zijn. Wij hebben de afgelopen jaren twee trajecten ingezet. Enerzijds energiebesparing en anderzijds hoe we energie zouden kunnen opwekken, oftewel op ons eiland of een andere manier in samenwerking met partijen. Met name als het gaat om energiebesparen, want alles wat je niet gebruikt hoef je ook niet op te wekken. Ik ben even benieuwd naar alle meningen hier aan tafel als we het hebben over energiebesparen. Er zijn twee stromingen, mensen die energiebesparing eenvoudigweg niet kunnen betalen, ook al zouden ze het willen. Daar zijn divers potjes voor overigens, maar dan nog. En er is een stroming van mensen die überhaupt niet geloven in de urgentie dat we de omslag in energie zouden moeten maken, vanuit een bepaalde wereldgedachte. U heeft nu de startnotitie gelezen. Wat zou dan op basis van deze twee gedachtelijnen uw advies concreet aan deze raad zijn, waarvan u denkt, dit moet in deze doorstartnotitie opgenomen worden, met name als het gaat om enerzijds dus besparen maar anderzijds ook voor het opwekken. Want ik hoor dat participatie heel belangrijk is.

Maar ik zou graag wat meer handvaten willen hebben van u allen dat ik terugzie in deze doorstartnotitie, zodat ik daar ook over zou kunnen beslissen. De voorzitter: Uw vraag is helder, de heer Gündogdu. We hebben net heel erg gehad over de opwek en nu was er ook echt tweede vraag, wat dat gaan we doen met de energiebesparing. Dat is natuurlijk ook een pijler die in het raadsvoorstel staat en het was een vraag aan alle organisaties. De heer Verbakel. De heer Verbakel: Even vooraf, we gaan uit een energiebesparing, dat betekent niet dat hij minder elektriciteit zal worden gebruikt. Hou in de gaten, want we krijgen straks elektrische auto's, bedrijven worden steeds meer geëlektrificeerd, we krijgen te maken met warmtepompen, ook al zijn het misschien maar 20 procent van de woningen, maar dan nog eens dat is een hoop. Dus elektriciteitsgebruik gaat omhoog, ook al gaan we besparen. Dat is wel van belang om dat even te weten. Tweede, je een deel van de mensen ziet het helemaal niet zitten, daar ben ik het mee eens. Maar de realiteit is dat de meeste mensen wel willen, daar kan je bij aansluiten en soms gaan mensen ook gewoon meedoen, ondanks dat ze het niet zinvol vinden. Bijvoorbeeld in zonnepanelen investeren, niet omdat mensen het leuk vinden maar omdat ze eraan kunnen verdienen. Dan is een reden.

Maar soms, mensen schaffen soms een nieuwe keuken aan, doen ze dat om een maaltijd goedkoper te maken? In de meest gevallen is dat niet het geval. Dat vinden ze aantrekkelijk, dat is comfort en een goede isolatie is lastig voor je huis.

Een vloerverwarming levert ook meer comfort op, dat moet ook uitgedragen, dat heeft ook waarde, ook al vind je het helemaal niet nodig voor de wereld, ben ik het niet mee eens, maar dan nog kan het aantrekkelijk zijn dat je dichter bij je raam kan zitten als het wat kouder is. Dus je moet meerdere sporen bewandelen en ook dat kan beter gebeuren door de buren die zeggen, goh, ik zit lekker binnen, ik heb het lekker warm, waarom doe jij dat niet? Zeg je maar ik vind het klimaat niet belangrijk. Nou jongen, dan vind je dat niet belangrijk, dan nog zou je het moeten doen. En dat is het idee, schakel bekenden, schakel je omgeving in om mensen daarin mee te krijgen. Zelfs mensen die twijfelen of het zinvol is. Maar de meesten vinden het wel zinvol, blijf ik zeggen.

55

De voorzitter: Dank u wel. Wilt u ook nog reageren? Gaat uw gang. De heer …: Ja, precies wat Willy uitlegt en dat kan je vervolgens vertalen in een praktisch handvat van, A maak een concreet programma en maak concreet projecten waarin je de mensen samen aan het werk zet zodat ze het inderdaad gaan doen. En natuurlijk is er een groep die er niet in gelooft dat er van allerlei dingen in de wereld misgaan. Aan de andere kant, het is niet zo heel moeilijk om de laatste tijd naar de televisie te kijken om te zien dat er al van alles misgaat. Dus ik sluit me helemaal aan bij wat Willy zegt. De voorzitter: Helder. Nog even een reactie vanuit HVC. De heer Ten Elshof: Energiebesparing, afdwingen of verleiden? Ik denk dat er heel veel gebeurd is de afgelopen jaren in het gebied van verleiden, subsidies, stimuleren. Ik denk dat het afdwingen een lastig vraagstuk is voor de raad, maar ik denk dat daar nog wel veel mogelijk is. Tenminste, laat ik zo zeggen, als je dan wat buiten de gebaande paden zou willen denken, dan zou het afdwingen via belastingregimes met belastingmaatregelen, zeggen dus een huis in de klasse f hebben niet meer toestaan of dwingen zwaarder te belasten. Dus de die carot of een stick, zal ik maar zeggen. Maar niet alleen de verleidingstactiek gebruiken die vaak gebruikt wordt met veel folders en subsidies, maar ook af te dwingen met maatregelen en doelstellingen.

De voorzitter: De heer Put van de Dordtse ondernemers wil hier op reageren. De heer Put: Ja, ik wil even toch benadrukken dat we de bedrijven niet moeten vergeten, die denken misschien net een beetje anders dan een gemiddelde burger. Die komen wel in beweging als er een wetgeving komt, maar ze gaan echt hardlopen als ze enthousiast worden of als ze denken hier ga ik succes mee halen of ik zie een andere ondernemers succes behalen en ik wil dat ook. Dus daar moet je echt een aparte strategie op p uitoefenen. En ik denk dat er zeker besparingsmogelijkheden ook zijn bij het bedrijfsleven. Maar daar is vooral de essentie niet zozeer kennis, maar wel om enthousiasmering en ontzorgen. Dus dan moet je een plan maken waarbij ze gewoon, ja dat anderen bedenken hoe zij het moeten doen. En dan gaan ze echt wel in beweging komen. De voorzitter: Mevrouw Stolk, u was er net helemaal niet. Mevrouw Stolk: Ik schuif toch even … De voorzitter: Het is een beeldvormende sessie, dus dat mag. Mevrouw Stolk: Ik was even wat drinken De voorzitter: Ik ga eerst even naar u en daarna ga ik naar de heer Van der Meer en dan pak ik zelf het stokje nog even terug daarna. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, ik heb even een vraag. Is wel een interessante discussie en die mijnheer van HVC zegt, weet je, je moet soms ook af gaan dwingen.

Maar dan heeft u het ook over energielabels f, dat zijn vaak de mensen die het niet kunnen betalen en die

56

vaak ook denken van ja weet je, de die energietransitie is eigenlijk het laatste waar ik aan denk. Maar wat zouden wij daar als gemeente dan aan moeten doen? De heer Ten Elshof: Ik probeerde de discussie, we hebben een rondetafel en mogen daarbij onze input leveren en ik heb de vraag zo opgepakt van wat kunnen we nog meer doen wat nog niet gedaan is. Een ik wilde iets toevoegen, iets nieuws inbrengen als einde van het stimuleren. En het folders rondbrengen en proberen mensen in beweging te krijgen, dat moeten we blijven doen. Ik denk dat niet alle huizen die een f-label hebben de smalste schouders hebben, er zijn ook veel huizen die zich eigenlijk niet zo druk maken over de kosten van energie maar die we gewoon betalen en dat voor lief nemen. Daar kan best wel druk op komen. Dus dat was mijn initiatief, ik ben er niet een warm voorstander van harde maatregelen of, maar dat instrument afdwingen met belastingmaatregelen, ja ik denk dat dat wel een vaak ongebruikt middel is waar nog wat ruimte zit. De voorzitter: Dank u wel. Voordat we doorgaan met het onderwerp, want mijn taak als voorzitter is natuurlijk om de tijd te bewaken en de raadsleden zo een beetje aan te sturen dat ze alle informatie eruit kunnen halen. Mij valt op, we hebben het over de opwekking gehad en nu ook over de energiebesparing. Maar er staat natuurlijk nog meer het raadsvoorstel, bijvoorbeeld een warmtenet.

Dus ik vroeg me af zijn er commissieleden met andere vragen dan de onderwerpen waar we het net over hebben gehad? De heer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter, een vraag die gaat vooral over de bedrijven en de congestie die net genoemd werd, richting de DOV. Veel bedrijven, inwoners ook, maar veel bedrijven hebben last van congestie op het net. Welke afstemming loopt er ook met Stedin? Misschien kan Stedin daar ook op reageren en wat voor oplossingen liggen daar ook voor handen waar we als gemeente dan iets op kunnen doen? Ik weet initiatieven voor de afstemming met de buren, afstemming met Stedin op zwaarte, maar ook investeren in het net qua capaciteit, maar ook de slimmigheden in het net. Wat kan? Ik ben benieuwd wat daarover gezegd kan worden. En ik hoorde Drechtse Energie ook zeggen dat ze bezig zijn met initiatieven voor zon op dak bij ondernemers. Of dat dan ook iets is wat bij de Dordtse Ondernemingsvereniging of andere partijen actief op het netvlies staat. De voorzitter: Zeker. De heer Dijk. De voorzitter: Netcongestie is inderdaad in Dordrecht, de industrie, inderdaad is er netcongestie. Niet op opname, dus stroomgebruik, maar wel op teruglevering. Dat zijn de zonnepanelen, daar inderdaad netcongestie, 2025 bouwen we daar een nieuw station, dan zijn die problemen er niet meer.

Maar het is wel zaak om gezamenlijk daar het gesprek over te gaan te voeren met de verschillende partijen zodat we weten wat er aankomt. Ik in mijn pitch gaf ik ook aan dat we soms lang moeten bouwen en dat betekent dat we, en dat hebben we ook echt bij deze gemeente Dordrecht een heel goed overleg met elkaar, zodat we weten dat er aankomt. Maar die glazen bol vullen, dat is voor ons echt het belangrijkste. Zodat we op tijd kunnen anticiperen. De voorzitter: Helder. U heeft een vervolgvraag?

57

De heer Noldus: Mijn vervolgvraag is, is de enige oplossing om de capaciteit te verzwaren? Of zijn er nog meerdere instrumenten? Ik weet dat de landelijk verschillende pilots zijn, maar ik weet niet precies wat de uitrolbaarheid in verschillende regio's daarvan is. De heer Dijk: Er zijn flexmogelijkheden, zoals we die noemen. Dus je kan kijken of partijen, want het gaat over piekcapaciteit en die piekcapaciteit is als wij 's avonds thuiskomen dan moet je voorstellen dat alle die elektrische auto's, of dat mensen gaan koken. Of juist in de ochtend hebben we ook een piekcapaciteit, maar dat je juist gaat kijken, wij gaan ook bedrijven actief in de regio, bellen we op, kan jij je capaciteit op een bepaald moment zachter zetten. Dus dat soort mogelijkheden worden onderzocht, de flexmogelijkheden. De voorzitter: Even voor de laatste commissieleden die misschien denken het is halfelf. Dat stond inderdaad op het schema. Maar we kunnen uitlopen tot 11 uur. Dus ik kijk even om mij heen, want ik heb het idee dat daar wel behoefte is. Is uitloopt 11 uur goed? Ja, oké. De heer De Vries, ik heb uw vinger gezien, maar de heer Wringer zat langer met zijn vinger omhoog. Dus die eerst aan de beurt en dan bent u aan de beurt. De heer Wringer: Ja, dank voorzitter. Eerst nog een korte opmerking over die 90-10verhouding.

Ik denk dat ik we even verder moeten kijken dan het eiland van Dordrecht, want zo gauw je de Moerdijkbrug over rijdt, dan zie je tientallen windturbines staan, dus ik denk dat lost zich vanzelf wel op. Maar we hebben natuurlijk een masterplan, de regionale energietransitie, dit jaar moeten we versie 2.0 opleveren. En ik zou zeggen alle partijen die aan tafel zitten kunnen hun kennis, visie, ideeën, daar ook graag delen met het college en de ambtenaren, zodat we een zo best mogelijke transitie hebben voor de stad Dordrecht. Dat wil ik even. De voorzitter: Duidelijke oproep, Dank u wel. Volgens mij zien de organisaties dat ook wel zitten. De heer De Vries.

De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Om de klimaatdoelstellingen te halen zal Nederland de komende jaren waarschijnlijk tienduizenden mensen nodig hebben met een technische beroepsopleiding. Maar zoals het er nu voorstaat denk ik dat het aantal mensen met de juiste opleiding juist gaat dalen. Is Stedin proactief bezig om daar iets aan te proberen om mensen binnen te krijgen en zorgen dat ze? Want zonder die mensen staat en valt alles. De heer Dijk: Ja wij hebben, één van onze van onze strategieën is bouwen en beheren en daar hebben we dit soort mensen nodig. Dus daar hebben we een actieve werving op lopen om dit soort mensen binnen te halen. Dus ja, we kennen de uitdaging en we zijn daar actief op bezig om deze mensen binnen te houden en te behouden, want één ding is om ze binnen te trekken, maar ze moeten ook willen blijven werken. Dus daar zijn we mee bezig. De voorzitter: Sloot niet helemaal aan bij raadsvoorstel, de heer De Vries, maar kreeg wel een heel mooi antwoord. De heer Portier.

58

De heer Portier: Ik had eigenlijk een vraagje voor HVC, want een van de meest punten in energietransitie die in deze regio de meeste zorgen baart is het warmtenet. Dat wordt nu versneld uitgerold. Het is nog helemaal gebaseerd op hoge temperatuur, verbranding van deels gas en deels huis-, restafval. Wat natuurlijk aan het afnemen is, gelukkig. Als er straks een transitie komt naar geothermie, wat op ons eiland nog niet ter beschikking is, maar misschien uit de buurt gehaald kan worden. In hoeverre is er dan sprake van een desinvestering? Want ik neem aan dat de buizen die in de grond liggen, dat die wel gebruikt kunnen worden. Maar alle aansluitingen in de huizen, in gebouwen et cetera, kunnen we die één op één dan overzetten, overgaan op een lagere temperatuur? Of moet daar ook het een en ander aan gebeuren? De voorzitter: In hoeverre is er sprake van desinvestering? Dat was de vraag die ik hoorde. De heer Ten Elshof: De huidige bron van warmte voor het warmtenet is de afvalcentrale in Dordrecht en dat is een duurzamere bron dan de gascentrales, tenminste als je alleen maar het gas verbrand voor het verwarmen van het huis, is dat minder duurzaam dan de restwarmte te gebruiken die het toch is. Maar uw conclusie volg ik volledig. De toekomstige warmtebronnen van het warmtenet zullen andere bronnen zijn.

Vandaag wordt ook bij de slibverbranding, slipverdrogingsinstallatie wordt warmt die normaal uit de schoorsteen gaat nu gebruikt voor het warmen van het Warmtenet en dat is al lagere temperatuurwarmte. We zijn bezig in Sliedrecht om een geothermieput te ontwikkelen die uiteindelijk Sliedrecht, Papendrecht, maar uiteindelijk ook het Drechtse net kan voeden. Dus die bronnen die straks het net gaan vullen, dat zijn meer meerdere bronnen en wij zijn ons volledig bewust van het feit dat wij, ook wij hopen dat er minder restafval komt dat verbrand gaat worden en daarmee dus een andere bron zou moeten komen voor het warmtenet. Lage temperatuurwarmte is geen probleem voor het warmtenet, zeker niet voor de nieuwe aansluiting in de warmtewisselaar die in het huis komt, die kan ook die minder warme warmte leveren. Alleen de binnenhuisinstallatie, de schil om het huis moet wel toegerust zijn om met 70 graden de warmte goed kwijt te kunnen in het huis. Dus je hebt grote radiatoren nodig of betere isolatieschillen aan de buitenkant. Dus dat is niet zozeer het warmtenet en zeker geen desinvestering in het warmtenet. De voorzitter: Heel helder antwoord, dank u wel. Daar wil de heer Ouwehand nog even snel op reageren.

De heer Ouwehand: Ja, ik kan er wel even snel op reageren, want het gaat voornamelijk om achter de voordeur en dat betekent dat je ziet bij een aantal projecten die er nu zijn, dat er best wel veel kosten zijn die bij een huurder liggen als je aangekoppeld wordt op een warmtenet. En vaak is daar, wordt daar niet voldoende rekening mee gehouden en dat betekent dat mensen die in woningbouwcomplexen zitten vaak ook hier met deze kosten geconfronteerd worden. En daarnaast ben ik het met mijn buurman eens, een essentiële voorwaarde is om die woningen ook goed geïsoleerd te hebben, want anders dan blijft dat gewoon natuurlijk rondpompen en die warmte is weer zo weg. De voorzitter: Helder. Ik zag eerst de heer Groenewege, dus die krijgt van mij de beurt.

59

De heer Groenewege: Dank u wel. Ja, dat gaat eigenlijk over hetzelfde onderwerp. Ik heb het idee dat het college net Oprah is met het warmtenet, you get warmtenet en you get the warmtenet, maar er zijn natuurlijk nog meer oplossingen en ik maak me best wel zorgen als er bijvoorbeeld nieuwbouwwoningen die goed geïsoleerd zijn aangesloten worden op zo’n oplossing, in plaats van dat ze een elektrische warmtepomp krijgen. Is er wel genoeg warmtenet beschikbaar in Dordrecht voor iedereen? Of moet het college ook inzetten op andere warmteoplossingen voor bijvoorbeeld goed geïsoleerde nieuwbouwwoningen? De voorzitter: Mevrouw Stolk en ik konden de grap heel erg waarderen. Wie wil hier wat op zeggen? De heer ‘…’. De heer …: Ja, ik heb eigenlijk eerst nog een antwoord op de vraag van mevrouw Stolk, want volgens mij heeft die niet echt een antwoord gehad. Ja, nee dus, dan geven we hem. Juist voor die lage inkomens denk ik dat het erg belangrijk is dat je ze helpt met te zorgen dat het voor elkaar komt. We zijn destijds in 2018 al toen we daar ook een soort blokproject hadden, wat helaas min of meer gesmoord is, maar waar we toen echt ons best voor hebben gedaan, is dat je investeert in die woningen, dan moet je dus geld krijgen voor investering en dat je dat echt compenseert als het ware, dus eigenlijk ook dat je het koppelt aan hun maandelijkse energielasten.

Zodat je daadwerkelijk uit de energiebesparing die investering ook voor elkaar krijgt. Dus dat ze daarmee niet stijgen in hun energielasten. Nou als ze dat toen hadden gedaan, want de energieprijs is enorm gestegen. Dus waren die mensen allemaal spekkopers geweest, juist in Krabbehof. Maar de gemeente wilde graag campagnes en die wilde nog niet zo met de buren samen gaan werken. De voorzitter: Dank u wel. Ja, dan ga ik nu naar de heer Van der Meer, want die heb ik net overgeslagen, dat was niet aardig. De heer Van der Meer: Ja, er zijn allerlei dingen over tafel gegaan die allemaal te maken hebben met wat burgers op bedrijven zelf moet moeten doen of samen moeten doen. Maar tegelijkertijd is daarbij steeds aangegeven, daar is ondersteuning voor nodig. En mijn vraag aan verschillende mensen die het over die participatie, ook van bedrijven, hebben gehad is dus, wat zouden jullie nou graag van de gemeente willen aan ondersteuning voor mensen om te isoleren, om te bedenken wat voor warmte er nodig is, wat voor ondersteuning hebben bedrijven nodig waar de gemeente iets aan kan doen? De voorzitter: De heer Put wil hier graag op reageren. De heer Put: Ja, en dan pak ik gelijk de vraag van mijnheer Noldus mee over inderdaad het verzoek van, of is het mogelijk om vanuit de bedrijven bijvoorbeeld de daken ter beschikking te stellen et cetera.

Hoe ziet die samenwerkingen er uit? Wat bedrijven denk ik vooral nodig hebben is hulp. Noem het ontzorging. Nog niet, natuurlijk, als je een financieel aantrekkelijk aanbod doet of een stuk subsidie geeft bij investeringen, dan is dat prettig. Maar ze hebben vooral ontzorging nodig. Dus gedoe wegnemen, zorgen dat iemand anders bedenkt hoe het zou moeten voor hen en dat het dan geïmplementeerd kan worden. Ik denk dat dat de belangrijkste hulpvraag is die daarvandaan komt. In de waan van de dag hebben ze zelf geen tijd en misschien ook wel eerlijk gezegd niet

60

zoveel interesse om daarmee aan de slag te gaan. Andere prioriteiten dan. Ik denk zeker dat zij bereid zijn om hun daken ter beschikking te stellen. Maar ook daarvoor geldt weer dat de gemiddelde ondernemer dan al gauw denkt, ja maar dat geeft gedoe, wat betekent dat? Welke risico's zitten daar voor mij aan? Maar in de kern is de bereidheid om als ze die stroom zelf niet nodig hebben om daar op te wekken voor anderen met een met hun eigen dak. Dus als je daar bepaalde uitwisseling kan plaats laten vinden tussen bedrijven en burgers, dan denk ik dat je een hele stap verder bent. Sterker nog, dan denk ik dat je ook in de buurt van oplossingen bent van bijvoorbeeld die congestie, want dan kan je lokaal opwekken en lokaal gebruiken. En dat is een van de oplossingen denk ik waar u op doelt vanuit Stedin voor wat betreft flexoplossingen et cetera. Dan ga je die hoofdinfrastructuren ook minder zwaar belasten. Ik denk ook dat we daarnaartoe moeten, veel meer lokale oplossingen, meer creativiteit, en samenwerking tussen bedrijven en burgers en niet op aparte kolommen beschouwen. De voorzitter: Heel helder en bedankt dat u de vraag van de heer Noldus zelf heeft onthouden. Hij was mij even ontglipt. HVC. De heer Ten Elshof: Ik wil graag de vraag van mijnheer Groenewege beantwoorden, want die is volgens mij niet beantwoord. Of alle nieuwe woningen in Dordrecht aan een warmtenet moeten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/550/documents/23834