2.5 2022-12-13 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
Dus we zijn het eigenlijk aan onszelf verplicht en aan de hallen, om echt heel regelmatig even de koppen bij mekaar te steken: Hoe gaat het? Hoe staat het ervoor? Welke ontwikkelingen zien we? Welke kansen zijn er en hoe gaan we die pakken? Dus dat gaan we wat vaker doen. Nou, even kijken. In gesprek blijven, ja. Ja, de carte blanche snapte ik niet helemaal, van Gewoon Dordt. Ik ben me niet bewust, dat we hier een carte blanche hebben nu. Want juist het voorstel is, het is iets wat in strijd is met de Nota Lening en Garantstellingen, dus we komen naar de raad toe. Dus die carte blanche snapte ik niet helemaal. Maar misschien dat u dat nog een keer kan toelichten. En dan heb ik alles gehad, denk ik. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Merx. Dan wil ik, even kijken, naar, in eerste instantie naar GroenLinks, ChristenUnie-SGP en Gewoon Dordt. Of jullie nog andere vragen hebben, of juist een vraag aan de raad? Ja, ik vraag het niet aan u, maar aan de rest van de commissieleden. Of zeggen jullie van, ik ben zo overtuigd geraakt van de woorden van de heer Merx, van: Wij stemmen nu ook voor. GroenLinks en ChristenUnieSGP waren nog open en Gewoon Dordt was in eerste instantie tegen. Dus ik wil het woord geven aan de heer De Feijter. Gaat uw gang. De heer De Feijter: Ja, nou ja, zoals ik al zei, zijn wij in eerste instantie ook niet in principe tegen de garantstelling.
Wel kan ik me niet helemaal aan de indruk onttrekken, dat het toch wel, nou ja, enigszins iets van een uitzonderingspositie zo wordt geregeld buiten het verenigingshallenplan om. Ik denk nog steeds wel, dat het toch de beste vorm zou zijn om het, nou, gewoon in dat totaal van het VHP mee te nemen en de Sportvisie. Anderzijds zijn natuurlijk de argumenten, die de wethouder noemt, ook zeer te begrijpen dat er toch, nou ja, enige vorm van urgentie achter zit. Ik weet niet hoe urgent dat nou echt is, maar goed. Zeker de dingen wat betreft de prijsstijgingen, dat klopt zeker. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. Ik zie een vraag komen richting uw kant, de heer De Feijter.
20
De heer Den Heijer: Ja, ik ben destijds het raadslid geweest wat dat amendement samen met een aantal collega’s in heeft gediend om die twee miljoen toch beschikbaar te houden om het met hoge node te doen. En wat wij in de vorige raad gewoon echt heel erg slecht hebben gedaan, met zijn allen, terwijl we constant heb hebben gezegd dat wij het heel belangrijk vinden, dat zaken die voor liggen, die opgelost moeten worden, die het afgelopen jaar - wat de wethouder nu ook weer zegt - jaren zijn blijven liggen. Dat wij elke keer hebben gezegd, dat is eigenlijk schandalig dat het gebeurd is. En nu ligt er gewoon een van die concrete gevallen voor, die de afgelopen jaren is blijven liggen, en dan begrijp ik uit uw woorden dat u nog steeds, urgentie … Dat snap ik allemaal wel, maar ik wil dan echt wel in deze commissie gezegd hebben van: Laten we nu met zijn allen gewoon eens een aantal successen boeken, dingen voor elkaar krijgen. En ik moet eerlijk zeggen, dit voorstel heeft ook heel erg ook de voors en tegens ook wel naast elkaar gelegd. Legt ook eerlijk neer, waar we als raad positie op kunnen nemen. Maar ik zou echt ervoor willen waken, om weer dezelfde fouten als in het verleden te gaan maken. En ja, dat plan dat moet echt fantastisch worden, dat moet echt veel beter zijn dan wat we ooit hebben gezien.
Dat weet ik ook wel, maar het zou zonde zijn als we nu waar precies dit amendement voor bedoeld is, precies die twee miljoen voor bedoeld is dat we dit soort dingen dan laten liggen en eigenlijk weer doorgaan met de weg waar we ooit vanaf wilden komen. En dit wilde ik toch even gezegd hebben, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Heijer. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, daar wil ik graag … De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers, gaat uw gang. De heer Van Dam-Timmers: Ja, daar wil ik graag ook wel even bij aanhaken, want ik heb met de heer Den Heijer daar ook over gesproken. Ik sprak deze week ook nog een sportvereniging en die benadrukt dan ook steeds van, we weten niet waar we aan toe zijn. En eigenlijk geldt dat voor DMHC de afgelopen jaren ook. Ik ben er wel eens een aantal keren geweest en spreek met heel veel verschillende voorzitters van verenigingen en ook leden en die zeggen: Ja, we willen graag weten waar we aan toe zijn. Niet zozeer of het nu gebeurt of volgend jaar, maar we willen in ieder geval weten waar we aan toe zijn. En dat mist Cees en als iets dan al jaren er ligt, er wordt over twee miljoen gesproken, maar het gaat natuurlijk eigenlijk over vijfendertigduizend per jaar wat gedekt wordt uit die gereserveerde twee miljoen. Dus het is een klein bedrag.
Anders lijkt het alsof we daar heel makkelijk aan voorbij gaan, maar mijn punt is en blijft, wij moeten de sportverenigingen in Dordrecht, moeten we gewoon echt netter gaan behandelen waarbij we ze meer duidelijkheid geven en ook sneller duidelijkheid geven. Want daar hebben ze recht op; het zijn vrijwilligers en we mogen wel wat meer vaart maken. De voorzitter: Dank u wel. Nou, wat vindt u daarvan, de heer De Feijter? De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter en dank ook voor beide interrupties. Nee, het zijn hele goede punten die zowel de heer Den Heijer en de heer Van Dam-Timmers aandragen. Dat is zeker ook waar die reserve voor is bedoeld. En, nou ja, wat dat betreft, wij gunnen DMHC ook zeker die nieuwe blaashal. Dus we zullen, nou ja, zoals ik al zei, zijn ook niet in principe tegen de garantstelling. We zullen daarom ook niet tegen het
21
voorstel stemmen, maar wel nog steeds gezegd hebbende, dat de vorm ons inziens, nou ja, best in het totaalplaatje van het VHP in ieder geval had gekund. De voorzitter: Dank u wel. Uw woorden hebben indruk gemaakt aan de overkant, mijnheer Den Heijer. De heer Uysal, ik neem aan dat u daar ook graag op wilt reageren. De heer Uysal: Ja. Nou ja, ik ga graag mee in de positiviteit. En ik ben het er helemaal mee eens met Den Heijer, met de heer Den Heijer en met de heer Van Dam-Timmers, dat deze urgente investeringen daar bedoeld zijn, dat we daadkrachtig optreden als gemeente. En dat is in de afgelopen tijd misschien niet zo heel vaak gebeurd. Maar ik vind het ook wel goed dat we hier kritisch zijn als, op het moment dat er dan een voorstel ligt van een partij, van een vereniging - want we hebben heel veel verenigingen Dordrecht - dat we dan ook heel kritisch kijken van, hoe gaan we hiermee om. Want we moeten natuurlijk ook ervoor gaan waken, dat we niet precedentwerking gaan scheppen, maar dat we ook gaan kijken, aan welke clubs, aan welke verenigingen gaan we wel bepaalde dingen toewijzen en aan welke verenigingen gaan we dat niet doen. En ik vind daarom ook gewoon goed, dat we kritisch kijken. En daarbij wil ik uiteraard ook benadrukken, dat we volledig mee eens zijn dat op het moment dat er dan zulke urgente noden nodig zijn, dat we daar ook daadkrachtig mee omgaan.
De voorzitter: Goed om te concluderen, dat u dan een kritische voorstander bent in deze. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Ja, dank, voorzitter. De voorzitter: Nog één keer. De heer Van Dam-Timmers: Ja, ik hoor een aantal, aan mijn linkerzijde, dingen gezegd worden of we daar niet kritisch op moeten zijn. Daar ben ik op zich natuurlijk eens, maar is de heer Uysal – dan zeg ik u hier, voorzitter – niet met mij eens, dat we eigenlijk zouden moeten hopen dat er precedentwerking zou zijn? Dat er meer dit soort verenigingen zijn, die met dit soort initiatieven zouden komen om juist hiervoor te gaan. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Ja, daar ben ik het absoluut mee eens. Maar we hebben wel natuurlijk beperkt budget en het gaat uiteindelijk weer om het verdelen, om het verdelingsvraagstuk. We kunnen niet, hadden we maar een oneindig budget en hadden we maar een oneindige pot, waarmee we alle verenigingen konden helpen. En we moeten gewoon keuzes gaan maken.
En daarbij vind ik het wel belangrijk, als we op het moment dat we dan keuzes maken, dat we dan goed kijken van: Waarom kiezen we dan wel voor de ene vereniging dat we die ondersteunen en helpen en waarom dan niet bij een andere? Want ik kan het me nu heel goed voorstellen, dat er nu heel veel andere verenigingen zijn die ook met urgente noden komen op dit moment. Dus ik ben het er absoluut mee eens, dat we op het moment dat een vereniging of een club een aanvraag doet bij ons met, Help ons en we hebben behoefte aan bijvoorbeeld realiseren van een
22
nieuwe blaashal, dat we nog goed kijken en dat we daar ook op een positieve manier mee omgaan. Maar dat we dan natuurlijk niet blindelings daarmee akkoord gaan. Dat doen we ook niet en daarom beschrijf ik dus, probeer ik aan te geven van: Ik vind die positiviteit heel goed, maar ik vind het ook goed dat we gewoon kritisch kijken naar hoe we hiermee omgaan. De voorzitter: Dat is helder, dank u wel. En ik zie dat u nog één keer wilt reageren, mijnheer Van Dam-Timmers. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, ja, dan toch heel kort. Want er wordt nu weer gedaan alsof als gemeente heel veel geld nu uitgeven aan de garantstelling. Dat is niet zo. Uiteindelijk halen we met name, door dit voorstel kunnen meer mensen sporten, halen we een grote Bosa-subsidie binnen, is er een lineaire lening die wordt terugbetaald en is er een vereniging die veel sponsoring bij zijn eigen leden ophaalt. Ja, ik zou echt willen dat elke vereniging dit zou doen. De voorzitter: Nou, dank u wel, de heer Van Dam-Timmers. En ik denk dat de heer Uysal ook duidelijk is geweest. Wil de heer Roggekamp nog éénmaal reageren op wat alles gezegd is? Want ik zie dat er nu van de zes voorstanders, zijn er twee bijgekomen en er is nog eentje tegen. Dus gaat uw gang. De heer Roggekamp: Ja. Ik zou het in ieder geval meenemen naar de fractie, mijnheer de voorzitter.
Overigens waar ik met de wethouder op doelde, was de ‘fraas’ van, dat staat het college en burgemeester en wethouders te mandateren voor het vervolgproces, et cetera, dat stuk. Daar hebben we in het verleden toch wat negatievere ervaringen over gehad. Over, nou ja, de discussie die er net gevoerd is, zitten we ook van, je moet het gehele plaatje bekijken. En vandaar dat we het heel graag toch met die Sportvisie willen bekijken. En ik begrijp ook dat de kosten omhoog gaan, maar ze hebben zelf ook al aangegeven, voor volgend jaar kan het nu toch al niet. En vandaar dat we het liever in het grote plaatje willen zien en dan, inderdaad, ook mogelijk zelfs meer mogelijkheden voor hen hebben. Maar niet willen hebben dat inderdaad, nu één vereniging geholpen wordt en drie andere, die bijvoorbeeld stil zijn geweest, zo meteen ook heel erg zitten. Terwijl, als je naar het complete plaatje had gekeken, het wel opgelost had kunnen worden mogelijk. En dat is vooral waar wij mee zitten en waar we in de fractie heel erg over hebben gehad en waar we niet direct meegaan. Maar daar gaan we nog naar kijken dan. De voorzitter: Helder, dank u wel. En ik zie dat de wethouder nog even daarop wil reageren. En dan stel ik voor om daarna even de conclusie te trekken, wat we hiermee gaan doen. En dan hebben we misschien nog wel een plaspauze voordat we naar de volgende vergadering kunnen.
De heer Merx: Dan heb ik tien minuten. Nee, dat, nou begrijp ik waar u het over had met de carte blanche. Maar dat is wel, dat mandaat, binnen de kaders die daarboven staan natuurlijk. Dus dat, laat dat helder zijn. Ja, en neemt u van mij aan, mijn collega’s van Dordt Sport staan ongeveer elke dag in contact met de vele verenigingen. We kennen de noden die op dit moent – u kunt het allemaal wel raden denk ik, waar dat over gaat – heeft alles met energie te maken. Volgende week hopen we bekend te maken, met welke regelingen wij naar buiten komen. En zoals het er nu uitziet, is dat behoorlijk
23
ruimhartig. Maar dat, verder kan ik er niks over zeggen, want dat moet allemaal nog eerst door leges en dat soort zaken. De voorzitter: Ik wil u ook kan vriendelijk verzoeken, om het gewoon bij de dingen te houden waar we hebben het vanavond over hebben. De heer Merx: Nee, maar dat is … De voorzitter: En geen teasertjes weg te geven. De heer Merx: Als het gaat over … Want de heer Roggekamp, voorzitter, had het erover van, de ene wordt geholpen en de andere zijn stil. Neemt u van mij één ding aan, die sportverenigingen zijn echt niet stil. Echt, ze worden dagelijks benaderd door sportverenigingen die of het een of het ander willen. Het is allemaal geen kommer en kwel; dat beeld moeten we ook weghalen. De mensen maken zich zorgen over de energie en terecht. Daar komen we met een regeling en voor de rest zijn we in nauw contact zowel met de Sportraad als ook met de verenigingshallen over, hoe gaan we dat beleid verder vormgeven waar we dan begin volgend jaar mee naar de raad komen. En daar hebben we ook echt wel haast mee, maar het moet wel goed zijn en zorgvuldig zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan denk ik dat wij kunnen concluderen, dat we hier volgende week in de gemeenteraad uitgebreid overgaan debatteren. Nee. Wat moeten we dan doen ook al weer, hamerstuk, hè? Ja.
Dan maken we daar een hamerstuk van of er moet nu een heel groot bezwaar zijn van iemand, dat we dat echt niet moeten doen. En dan doen we dat. En dan wil ik u bedanken voor uw inbreng en uw gezelligheid. En dan wens ik u nog een hele fijne avond. 3. Sociaal domein: Maatwerk huisvesting – Raadsvoorstel. Voorzitter: mevr. Kruger Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Aanwezig: Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. In ’t Veld (VSP) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (CU-SGP) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Tutupoly (Op ons Eiland) Dhr. Uysal (GroenLinks) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Mevr. Vol-van der Holst (Partij voor de Dieren) Wethouder: dhr. Heijkoop.
24
De voorzitter: Nou, volgens mij kunnen we beginnen en anders dan kondigen we zo nog iemand aan, die dan nog aanschuift. Welkom allemaal, raads- en commissieleden. Ik wilde graag even voor de notulen, dat u zich allemaal zelf even voorstelt. Daar ga ik hier aan mijn linkerhand beginnen. Mevrouw Van Poppel: Denise van Poppel, commissiegriffier. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA Dordrecht. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, Socialistische Partij. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op ons Eiland. De heer In ’t Veld: Richard In ’t Veld, VSP. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie-SGP. Mevrouw Vol-van der Holst: Danielle Vol, Partij voor de Dieren. De heer Kleinpaste: Gert-Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Heijkoop: Peter Heijkoop, namens het college. De voorzitter: En ik ben Kitty Kruger, vanavond uw voorzitter. Er komt nog iemand binnen. Oh, heel goed. Gaat u snel zitten. De heer Damen van de PvdA. Oké, dames en heren.
Op 15 november, toen heeft de commissie voor het eerst oordeelvormend gesproken over het raadsvoorstel, waarin de raad wordt gevraagd om het college toestemming te verlenen om, zo nodig, af te wijken van de regeling Opkoopbescherming vanwege het maatschappelijk belang. U heeft elkaar niet kunnen interrumperen op de woordvoeringen, die waren voorbereid. We hebben de commissie afgesloten, nadat twee fracties in tweede termijn woord hadden gevoerd. Bleek toch wel, dat er behoefte was aan een onderling debat met elkaar over dit raadsvoorstel. Ook de beantwoording op de reeks vragen die voorafgaand schriftelijk was gedeeld met de commissie en is toegevoegd aan dit dossier, riep weer nieuwe vragen op. Ja, daar gaan we vanavond, wilde ik voorstellen om een tweede ronde te doen. Meteen met de tweede termijn te beginnen, waarbij de politieke vraag ter bespreking blijft staan: Wat vindt de commissie van het raadsvoorstel? Gezien de behoefte aan debat onderling en het feit dat we tot half elf hebben, misschien met een uitlooptijd tot elf uur, om dit politieke gesprek met
25
elkaar te voeren, wil ik voorstellen dat we de tweede termijn openen. Waarbij u eerst kort aangeeft wat uw voorlopig standpunt is. En het debat gaat leiden op basis van uw interrupties en dan wel op de woordvoerder van de fractie. Dus, houdt u zich echt alstublieft aan deze richtlijn, dat u niet allemaal op elkaar gaat interrumperen. Interrumperen, wat een woord, maar puur op degene die het woord heeft. En dan, ja, is de vraag: Wie kan ik het eerste het woord geven of vinden jullie het prettig dat ik gewoon de sprekersvolgorde aanhou? Mag ook. Dan doe ik dat. En dan wil ik als eerste het woord geven aan de Dordtse VVD, de heer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank u wel. Vorige keer eerste termijn gehad en moet ik zeggen, redelijk onbevredigend debat in die zin om terug te kijken. Leek in ieder geval ook relatief weinig steun te zijn voor het voorstel in de commissie. En vorige keer hebben we ook in de eerste termijn aangegeven, de Dordtse VVD zit nog met veel open eindjes in voorstel. Zowel in het voorstel zelf, als ook in de beantwoording. En we zijn nog niet overtuigd, dat het middel wat weer inzetten niet erger is dan de kwaal. En we zien daar verschillende ingrepen, die gedaan worden rondom de eigendomssituatie van mensen, waar ook het ingrijpen in de woningmarkt, waar we juist een ingreep hebben gedaan rondom die opkoopbescherming.
We zijn nog niet overtuigd, dat hier nou een rol van de gemeente ligt. En ook in de beantwoording, missen we ook de rol van de corporaties en hoe die private samenwerking eruit dient te gaan zien. Ook, dat hoe huurders geholpen worden, wie, waarvoor verantwoordelijk is en hoe huurders ook naar een nieuwe plek gebracht wordt. En ook heel belangrijk, wat de rol van de regio is. Daar ontstond in de eerste termijn ook wel wat onduidelijkheid over, werd er nu wel of niet een beroep gedaan op de regio. En ook in de beeldvormende sessie ging het ook, dat het college aangaf dat het toch de verwachting was, dat mensen na die tijdelijke huisvesting hier terug zouden gaan naar de eigen regio. Nou, dat kunnen wij ook niet te rijmen met de eerdere antwoorden, dat het dan toch mensen uit de regio zouden zijn dat het hier een regiofunctie betreft. Dus al met al, ja, zien wij toch te veel open eindjes in het voorstel en dingen waar wij ons in de basis niet in kunnen vinden. Dus vanuit daar zijn we niet voor dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noldus. Ja, dat mag zeker. Mag ook tussendoor hè, dat is een interruptie. Hoeft niet op het eind te wachten. De heer Hartmeijer: Nee, maar de VVD zegt, het raakt de opkoopbescherming, daar willen wij eigenlijk niet aan tornen.
Maar ziet de VVD dan geen verschil tussen een commerciële partij die woningen opkoopt en de gemeente? Want dat zijn toch twee volstrekt verschillende entiteiten. Of is dat voor de VVD eigenlijk hetzelfde? Want die opkoopbescherming is toch voor, juist voor bedrijven als Black Stone en dat soort taferelen of ziet de VVD dat niet zo? De heer Noldus: Ja, voorzitter, ik kan me de achtergrond van die vraag goed voorstellen. Tegelijkertijd in de basis, wat ik zei, zien wij het niet als een rol van de gemeente om die woningen te kopen. Dat is één. Tegelijkertijd is het daarmee ook een rol van private partijen en gaat het om, nou ja, de heer … ‘…’. Sorry, excuus, die noemt daarbij een specifieke partij waarbij denk ik een hoop partijen in deze raad, een beeld bij hebben en misschien een beeld bij hebben. Tegelijkertijd zijn er ook heel veel andere particulieren en private eigenaren, die op een andere manier hun woningen verhuren, die ook door
26
deze ingreep geraakt worden. Voor ons in de vorige, in de eerste termijn, daar ging ik misschien wat kort overheen, hebben we ook de positie van de starter aangegeven. Dat dat is waarom die regeling is ingevoerd. En om dan als overheid voor jezelf binnen een jaar na invoering daarop een uitzondering te maken, ja, dat voelt oprecht gek en vervelend. En los nog van, dat wij de opkoopbescherming graag nog zouden willen evalueren met elkaar, dat zijn doel dient, lijkt het ons ongewenst om op deze grond daar een uitzondering op te maken. De voorzitter: Naar tevredenheid beantwoord? Niet? Maar denk dat dit, dat u het hier toch mee moet doen. Iemand anders nog een interruptie op de heer Noldus? Dat mag zeker. Mevrouw Vugt-Roose: Even een vraag aan de VVD. Wat ziet de VVD als de oplossing voor de gezinnen, die op deze manier wel gewoon overal buiten vallen? De heer Noldus: Ja, voorzitter, op zich een terechte en moeilijke vraag. Ook daar verwijs ik een klein beetje naar de eerste termijn, waarin we zeiden, het is in ieder geval een creatief voorstel wat er ligt. Ik weet niet of er één oplossing is, die hiermee alles raakt. Ik denk dat het antwoord daarom ook ‘nee’ is, omdat we het hier met elkaar over hebben. Tegelijkertijd is voor ons niet duidelijk of dit nou ook zo de geëigende route is, of dit nu echt iets bijdraagt aan de opgave die er ligt.
De rol van de corporatie en andere instellingen is ons hierin niet helder. En dan kom ik in herhaling, op de rol van de regio daarin is, blijft onvoldoende uitgewerkt. Dus daar zitten volgens mij veel meer de oplossingsrichtingen die er zijn dan in het zelf opkopen van woningen. De voorzitter: Dank u wel. Dan wilt ik nu naar de tweede woordvoerder gaan van GroenLinks, mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Ja, vorige oordeelsvorming de sessie was inderdaad niet zo bevredigend. En aan de hoeveelheid technische vragen was ook te zien, dat de raadsleden, maar zeker mijn eigen fractie ook behoefte had aan uitwerking voordat we hier een duidelijke keuze over konden maken. En dan heb ik het nog een keertje goed doorgelezen. En in het raadsvoorstel staat eigenlijk, geef ons drie miljoen en dan komen we met de uitwerking en dan weet u waar u die drie miljoen aan heeft uitgegeven en dan gaan we het doen. En, ik wil eigenlijk vragen: Kunnen we dat niet omdraaien? Dus, kan met de uitwerking en dan kunnen wij goed besluiten waar we de drie miljoen precies aan uitgeven. Kijk, het basisidee is duidelijk, we weten allemaal waarvoor we gaan. Maar er zijn een hoop kanttekeningen, die moeten duidelijk worden. Werk die uit en dan kunnen we de drie miljoen wellicht uitlenen. En dat is hoe we er nu inzitten.
We zouden het graag om willen draaien, eerst uitwerking en dan het bedrag. Dank u wel. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, even toch een vraag aan mevrouw Van Engelen. In de vorige bespreking noemde u het een kleine pleister op een hele grote mond. Even ongeveer
27
zoals ik het onthouden heb, ik heb het terug gekeken. Denkt u dat de uitwerking daarmee wel voldoende gaat zijn of zijn er nog dingen die u dan op voorhand zou willen meegeven aan de wethouder om dichterbij een verband te komen wat precies de want kan dekken? Mevrouw Van Engelen: Ja, geeft niks. Kijk, er ligt hier natuurlijk een voorstel, wat gaat over gevallen die al buiten alle regelingen vallen. Dus, om hele specifieke gevallen waar we iets voor willen doen. En dat kan ik alleen maar heel erg waarderen, dat we … Kijk, het liefst ga ik voor een grote systeemverandering, maar we zitten voor nu eenmaal in het systeem en daar vallen mensen buiten de boot. En ik vind het een creatieve oplossing om de mensen op deze manier te helpen, maar dan moet het wel goed gebeuren. De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ja, ik hoorde eerste uitwerking en dan de lening verstrekken. Waarvoor zouden wij als gemeente een lening moeten verstrekken? Er zijn genoeg financiers of banken die nog steeds wat verstrekken, die leningen gewoon kunnen verstrekken. En ik las zal ik maar zeggen, wij beantwoording op de vragen van, want we stellen hoge eisen met betrekking tot de huurders. Nou, we hebben het hier over woningen en als ik de voorbeelden zie, kunnen zij ook gewoon de huur betalen.
Dus ik zie eigenlijk niet een, waarom de gemeente zal ik maar zeggen, de financiering zou moeten verstrekken tegen lagere rente. Want ook in de rente, zit een risico-opslag in. Maar toch hoor ik eigenlijk zeggen van, ja, dan de lening verstrekken. Bent u het er niet mee eens, dat de gemeente hier niet voor de aangewezen persoon is, maar dat het gewoon thuishoort bij de financieringsinstellingen die nog steeds voor vastgoedleningen verstrekken? Mevrouw Van Engelen: Ten eerste, het gaat om de lening voor het plan. Maar als ik het even voor over de rol van ons als lokale overheid hier, het gaat hier om mensen die onze zorg nodig hebben. En ik vind het een heel fijn idee, dat wij als lokale overheid voor onze inwoners zorgen. En als we dat door middel van dit soort dingen kunnen doen, dan sta ik daar erg positief tegenover. De voorzitter: Ja, nog een aanvullende vraag? De heer Tutupoly: Ja, ik zeg ook niet op voorhand, dat je je inwoners niet moet helpen. Maar er zijn zat mogelijkheden. Zeker als we het hebben even over de financieringsinstellingen, die verstrekken gewoon die financiering nog. Het is niet zo, dat de markt op slot zit. En u zegt wel, wij hebben het hier over dit project, maar het is vastgoed bij saldo. Dus ik kan me ook voorstellen, dat je ook andere regelingen of iets anders zou kunnen bedenken in plaats van risico te nemen met gemeenschapsgeld.
Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, nou, de markt zit natuurlijk wel redelijk op slot. Oh, u zei iets, een van uw eerste zinnen, daar wilde ik op reageren. De heer Tutupoly: Ja, sorry, we hebben het niet over de onroerendgoedmarkt, maar over de financieringsmarkt en die zit nog niet op slot.
28
Mevrouw Van Engelen: Maar u zei iets in één van uw eerste zinnen en daar wilde ik graag op reageren. Kunt u dat nog even terughalen? De heer Tutupoly: Nou ja, ik had in ieder geval gezegd, dat het eigenlijk geen taak van de overheid in dit geval is. Je kan natuurlijk nog steeds op een andere manier misschien iets betekenen. Mevrouw Van Engelen: Ja, u zei: Er zijn vele andere manieren. Ja, ik kan daar zelf niet op komen, wat voor vele andere manieren er dan zijn voor dit soort mensen die allemaal al buiten de regelingen vallen. Dus ik wilde aan u vragen: Wat zijn de vele andere manieren, die u voor ogen heeft? De heer Tutupoly: Nou ja, ik kan me bijvoorbeeld voorstellen, dat dit probleem niet vanaf vandaag uit de lucht komt vallen. Als we even kijken naar het verleden, is er hele lange tijd gesproken over de bouw van sociale woningbouw. Dat wordt nu uiteindelijk dan versneld, maar het probleem is niet van gisteren, lijkt mij. Dus dat zal er al één kunnen zijn. En ik kan me ook zo voorstellen, dat je met je urgentieregelingen wat zou kunnen doen. In de stukken wordt uiteindelijk genoemd, urgentie is voor voorrang en verleent iedereen voorrang, dan is er geen voorrang. Nou, dit is ook een vorm van voorrang, dus, ja, ik zie het verschil eerlijk gezegd niet. Dus daar zou je me ook in mee kunnen nemen.
Mevrouw Van Engelen: Ik ben het helemaal met u eens, dat op het gebied van sociale huur, moet gewoon ontzettend veel gebeuren. En we willen natuurlijk tot dertig procent komen en dat moet ook gewoon gaan gebeuren. Maar nu ligt hier urgentie op. En voordat die sociale huurwoningen staan, dat duurt nog wel een paar jaar en dat ligt gewoon puur aan de bouw. De voorzitter: Nog één reactie, mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ja, maar als ik even kijk naar de stukken zoals de voorbeelden genoemd worden, gaat het even met name om mensen die eigenlijk geen of nauwelijks binding hebben met Dordrecht. Ik ken ook heel veel gevallen van gezinnen, die misschien op straat komen te staan of in de problemen zitten, die wel lang in Dordrecht wonen, maar misschien in een soortgelijke situatie zitten, namelijk echtscheiding, noem maar op. Dus waarom geven we de groep bewoners, die dus … Mevrouw Van Engelen: Voorzitter? Mag ik dan ook weer … De voorzitter: Nou, ik weet niet, wil de heer Tutupoly nog even zijn zin afmaken? De heer Tutupoly: Ja. Dus als u het dan heeft het over, ja, we moeten de inwoners helpen, dan denk ik dat die groep veel breder is. En dan vraag ik me af of je dat met tien eengezinswoningen gaat redden. De voorzitter: En u mag zeker hierop reageren, want het is uw woordvoering.
29
Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Nou, volgens mij gaat het ook wel gewoon om mensen die uit Dordt komen en die in dit soort situaties terechtkomen. Het gaat niet alleen om mensen buiten Dordrecht. En, er zijn natuurlijk, u heeft het nu over heel veel goedkopere, maar heel veel van die groepen vallen natuurlijk al onder bepaalde regelingen. Dit zijn uitzonderlijke gevallen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan wilde ik nu naar de VSP, de heer In ’t Veld. De heer In ’t Veld: Ja, dank u wel, voorzitter. De VSP was tegen dit voorstel, was tijdens de vorige commissievergadering uitgesproken. En we blijven er ook tegen. Teveel onduidelijkheden in het hele stuk, zeg maar, wat is nu precies de rol van de gemeente, wat gaat de gemeente doen, wat gaan ze niet doen. Zeker in combinatie met die BPSconstructie, van, wees duidelijk. Het is nu een wat schimmig verhaal. De opkoopbescherming, nou, iets wat je net hebt ingesteld, dat wordt dan zeg maar nu, ja, binnen een paar maanden even aan de kant geschoven omdat het nu even zo goed uitkomt dan. En het doet ook geen recht of het hele verhaal doet ook geen recht zeg maar, aan een grote groep woningzoekenden die we nu al hebben onder de Dordtenaren. Een wachttijd van zeven jaar met schrijnende gevallen. Ik bedoel, die heb je ook. In dit is natuurlijk zeg maar, een groep die het ook hard nodig heeft.
Het is een kleine groep, maar om die nu eruit te lichten ten opzichte van de grote groep Dordtenaren die al misschien meer dan zeven jaar wachten, dat vinden wij niet, niet terecht. Kortom, wij hebben inderdaad gewoon vanuit het verleden een tekort aan sociale huurwoningen opgebouwd en dat is jammer en dat wrikt zich nu. De voorzitter: De heer In ’t Veld, u heeft een interruptie van de heer Damen van de PvdA. De heer Damen: Ja, u heeft het over heel veel woningzoekenden. We praten hier dacht ik, specifiek over gezinnen met kinderen. En als wij die, die niet beschikken over eigen huisvesting, als we die laten wachten, dan staan kinderen op straat. En de vraag is of je dat wil of niet. Dat is gewoon de vraag, die aan de orde is. De heer In ’t Veld: Dat willen wij natuurlijk niet, dat wil niemand. Maar zeg maar, ook in de groep Dordtenaren die nu zeg maar, in de problemen zitten of gaan komen, daar speelt hetzelfde. En we zeggen van, je moet niks doen met deze groep, maar niet op de manier zoals nu voorgesteld is. Daar zijn we tegen. De heer Damen: Maar gezien de … De voorzitter: De heer Damen, wilt u via de voorzitter spreken alstublieft. Dank u wel. De heer Damen: Gezinnen met kinderen die op straat komen te staan, die krijgen bij voorrang een andere sociale huurwoning als ze maatschappelijk gebonden zijn aan Dordrecht.
Waar we nu over praten zijn gezinnen die niet gebonden zijn aan Dordrecht, maar vaak aan geen enkele gemeente gebonden zijn. En die willen we niet op straat laten staan. Dus ik vind uw argumentatie niet kloppen.
30
De voorzitter: De heer In ’t Veld, u kunt hier nog op reageren of verder gaan met uw woordvoering? De heer In ’t Veld: Ik ga verder met mijn woordvoering, het komt later wellicht nog op terug. Waar we ook problemen zien, is inderdaad zeg maar, wellicht bij de opkoopbescherming als we die met handen en voeten treden. Dat daar dan mogelijk juridische problemen gaan ontstaan. En ook ethisch gezien denk ik dat dat toch moeilijk te verkopen wordt, als iemand biedt op een huis en later hoort van: Nou, de gemeente heeft vijfduizend euro meer geboden. Dus dat huis gaat aan zijn neus voorbij. En dan weet ik wel, dan is dat gewoon een bod van een gemeente. Maar ik vraag me af hoe dat zeg maar, door de maatschappij, door de Dordtse maatschappij ervaren gaat worden als de gemeente inderdaad zeg maar, huizen op gaat kopen. Wat toch ten koste gaat van iemand anders die ook een bod uitgebracht heeft. Dat was het. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Bedankt, voorzitter. Ja, eigenlijk hier toch ook een beetje dezelfde vraag. U vindt dit geen goede passende oplossingen, eigenlijk vanwege – laat ik het zo vrij vertalen – vanwege maatschappelijke onrust die zou kunnen ontstaan hierover.
Zijn we dan niet teveel voor de bühne bezig? Het gaat hier om die kinderen die op straat kunnen komen te staan en waarvan, die soms nog maar kort in Dordrecht wonen en dus nog niet op wachtlijsten staan, enzovoort. Daar willen we toch gewoon ervoor zijn? We hebben toch een zorgplicht als gemeente? Een jaar, wat voor oplossing is er dan op dit moment, op dit moment beter? Ik bedoel, er zijn vast nog veel meer oplossingen te bedenken, maar wat is er nog beter op dit moment? De voorzitter: De heer In ’t Veld. De heer In ’t Veld: Dat wat u zegt, willen wij ook niet hebben dat die gezinnen met kinderen buiten komen te staan zonder dak boven hun hoofd. Maar, wij kunnen ons zeg maar niet vinden in de manier waarop het hier geregeld gaat worden. En dit wordt dan een out of the box-gedachte. Ja, misschien is er nog wel een andere out of the boxgedachte te bedenken? De voorzitter: Dank u wel. Iemand anders nog een korte interruptie? Dan gaan we door naar … De heer Tutupoly: Voorzitter? De voorzitter: De heer Tutupoly, gaat uw gang. De heer Tutupoly: Ja, toch nog even een vraag aan mevrouw Van Vugt. De voorzitter: Nee, mijnheer Tutupoly, dat mag niet! Dat was de enige strenge regel die ik vanavond heb voorgesteld. De heer Tutupoly: Oké.
31
De voorzitter: Straks mag u misschien op mevrouw reageren, maar niet nu. Dan gaan we gauw door. ChristenUnie-SGP, mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik ben de derde in de rij van de SGP, of ChristenUnie-SGP geloof ik, dus ik heb me nog vanavond snel nog ingelezen in het onderwerp. En ook woordvoering meegekregen overigens van degene die het eigenlijk zou doen, maar die verhinderd is., Volgens mij is duidelijk dat het voorgestelde plan geen structurele oplossing is. We willen met elkaar voorkomen, dat mensen uit huis moeten, armoede moet aangepakt worden, we willen inderdaad meer sociale huurwoningen. Maar, op dit moment hebben we wel een probleem. En dit is dus een mogelijke oplossing voor een klein deel van de doelgroep. En misschien is het dan een beetje de econoom in me, die dan ook denkt: Ja, we hebben hier gewoon een zorgplicht en je moet daar iets mee doen. En de oplossing is nu om ze in een hotel te zetten. Nou, dat is niet alleen heel kostbaar, maar ook lijkt me absoluut onwenselijk eigenlijk voor die gezinnen. En, ja, het is dan misschien niet de meest voor de hand liggende oplossing, maar ik vind wel dat het dus ook een geval kan zijn van, ja, soms kan het niet zoals het moet, maar moet het zoals het kan. En, we vinden dus wel, dat met de verdere uitwerking er ook een duidelijke BPS-constructie moet worden opgesteld.
We vragen ons wel al, dat gezien de vele bedenkingen die er zijn, of het niet logischer is om eerst een plan nader uit te werken voor dat de verordening wordt aangepast en budget wordt gevraagd. Ik hoop dat dat misschien een mooie tussenoplossing is, waarin we dus elkaar kunnen vinden. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, toch even een vraag aan ChristenUnie-SGP. Waar het gaat over de opkoopbescherming, vindt u niet dat de overheid – we hebben die opkoopbescherming net ingevoerd – zich nu eigenlijk als iemand zou moeten gedragen die het goede voorbeeld geeft en dan juist niet zelf die opkoopregeling zou moeten omzeilen? De voorzitter: Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Ja, ik vind dat een, het is een beetje ook, hoe redeneer je waar de opkoopbescherming voor bedoeld is. Kijk, die is, je kunt zeggen: Nou, die is bedoeld om de starters te helpen. Maar je kunt ook redeneren: Het is bedoeld om investeerders de pas af te snijden, die ten koste van de lage goed zeg maar, iets opkoopt om daarna duur te verhuren. En ik zie het denk ik dus meer op die manier. En dan zeg ik dus, dan vind ik de gemeente daar een geen spelbreker, omdat het nog steeds bedoeld is, juist eigenlijk om een kwetsbare groep een plaats te geven. De heer Kleinpaste: We zijn dus eigenlijk … De voorzitter: De heer Kleinpaste.
32
De heer Kleinpaste: We zijn dus eigenlijk vergeten om een uitzonderingsbepaling op te nemen in de opkoopregeling. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Nou ja, soms kom je erna pas achter inderdaad, dat die misschien te generiek is, ja. Ik denk dat het niet voorzien was, dat we … Maar soms breekt nood wet, denk ik. En ik vind het dus te verdedigen vanuit de visie, dat ze dus inderdaad moet wel dat goedkope woningen in handen belanden van speculanten die daar gewoon snel rijk mee willen worden. Want volgens mij is dat helemaal de intentie niet van de gemeente om hier dikke winst op te maken, maar is het juist om onze kwetsbare burgers te helpen. Daarnaast hebben we tijdens de vorige commissiebehandeling gevraagd of we misschien met minder woningen moeten beginnen om eerst te kijken of het echt werkt. En, nou ja, ik hoorde hier ook nog een beetje het geluid, dat het mogelijk niet allemaal ten goede zou komen aan Dordtenaren die in de problemen zitten. Dus behoren nog graag meer van de wethouder op dit punt. Daar wil ik het graag bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Nieuwland. En dan komen we nu bij het CDA, mevrouw Van Vugt, de heer Tutupoly, goed opletten. U krijgt nu uw kans om te interrumperen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank, voorzitter.
Nou, ik ben benieuwd wat er straks op me afgevuurd woord, maar … Ik denk dat het CDA vorige keer al vrij duidelijk heeft gezegd, het mooi plan te vinden. Juist omdat het eens een keertje out of the box is en omdat het misschien niet naar de letter van de verordeningen en regels is, maar wel naar de geest van de regels die we hebben met elkaar. We willen zorgen voor de kwetsbare groepen in onze samenleving. Ja, voor zover ik vorige keer begrepen heb, waren die uitgewerkte personen, personen die voorbeelden wel echt gebaseerd op Dordtse situaties. Dus daar hoor ik straks graag nog eventjes van of dat ook echt zo is, want dat brengt me dan toch heel even aan het twijfelen. Ik hoop echt dat we, dat veel medemensen gaan inzien, dat het echt een kerntaak is van ons om te blijven zorgen voor de kwetsbaren in onze samenleving. En ja, ik hoop met jullie allemaal, dat dit een maatregel is die niet blijvend nodig is. Dat er gewoon zo, dat we als het ware de armoede zo kunnen aanpakken, dat het nooit meer nodig is. Maar ik denk dat die tijd nog ver weg is. En ik hoop dat er nog veel meer out of the box-plannen gaan komen, want waarom niet, maar zijn we bang voor. Verder heb ik nu al een paar keer even gehoord om eventueel die plannen, als het ware de volgorde om te gooien. Eerst nog het plan dat verder uitwerken en dan het budget of de financiering vragen.
Nou, ik wil daar even mee terug naar mijn fractie, maar ik vind het wel echt een overweging waard dit moment. Dus ik wil het even hierbij laten. De voorzitter: Dank u wel. En voor de heer Tutupoly heeft u kennelijk zijn eerdere vraag beantwoord. De heer Tutupoly: Nou, heel eerlijk, ik ben hem een beetje vergeten. De voorzitter: Ai, ai! Dat is … Ja. Kans voorbij, in deze termijn in ieder geval. De heer Noldus: Voorzitter.
33
De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Mag ik dan een vraag stellen, alstublieft? De voorzitter: Zeker. De heer Noldus: Wat… Nou, het CDA brengt, dit is een start van een begin voor opvang. Tegelijkertijd zijn er natuurlijk meerdere mensen die uit de instellingen komen, op straat leven, et cetera. Wat voor aantallen zou CDA dan in de uiteindelijke plannen hebben om op te kopen en voor huisvesting te hebben hier? Voor verschillende doelgroepen die voor, uit de regio of buiten de regio een woning zoeken. Mevrouw Van Vugt-Roose: Hij stond nog aan. Voorzitter, ik heb natuurlijk geen concrete aantallen in mijn hoofd nu. Ik vind, we kunnen rustig eens met deze beginnen en ik heb de nood van daklozen enzovoort, scherp op het vizier. Ik ben ook geregeld bij de daklozenopvang te vinden. Maar, ja, we kunnen niet alles oplossen. Maar ik vind, kijk, kinderen hebben bij mij echt een zachte plek, zeg maar. Dus als het ook om gezinnen met kinderen gaat, dan moeten we daar gewoon meteen voor klaarstaan. En dat gaat nu om tien woningen waar ze een half jaar in kunnen zitten en waar je vervolgens weer nieuwe gezinnen kunt helpen, zodat ze door kunnen leven, dat kinderen naar school kunnen gaan. Ik vind dat zo belangrijk, dat ik daar gewoon echt heel hard voor wil gaan. Het CDA vindt dat heel belangrijk, sorry ik spreek vaak ‘ik’; dat is niet goed.
En ja, verder, alle andere doelgroepen, die heb ik nog te weinig – qua aantallen – op het vizier. De heer Noldus: Toch even een vervolgvraag. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Een mooi betoog. Maar dan toch voor alle andere doelgroepen uit instellingen, et cetera. Zou u deze regeling dan ook willen uitbreiden? Is dat dan ‘…’? Mevrouw Van Vugt-Roose: Nee, ik wil hem niet voor alle doelgroepen uitbreiden. Dit gaat specifiek om gezinnen met kinderen en misschien als er nog meer gezinnen met kinderen zijn, ja, dan wil ik uitbreiden. Maar niet voor, ja, hoe moet ik nou zeggen, de dakloze die in zijn eentje is of voor een volwassen stel wat het even niet trekt. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder geen bandjes of lichtjes. Dan gaan we over naar de Partij van de Arbeid, de heer Damen. De heer Damen: Ja, voorzitter. Ik vind dat wij voor het probleem van gezinnen met kinderen die niet voor urgentie in aanmerking komen, maar wel op straat staan, dat we daar een zorgplicht voor hebben. We mogen daarvoor niet wegkijken, ook niet als de oplossing die we kunnen bieden niet de schoonheidsprijs verdient. Dat je daar allerlei formele bezwaren tegen kunt opvoeren, maar je moet met een oplossing komen. En als er geen alternatief is, een beter alternatief voor deze regeling, dan moet je daarmee instemmen of anders kijk je voor de problemen weg.
Er wordt gewezen op het feit, dat we dit niet doen voor gescheiden mensen uit Dordrecht die de zorg hebben voor kinderen. Daarvoor hebben we wel een urgentieregeling. Er wordt gezegd, mensen die
34
een instelling verlaten en uit Dordrecht afkomstig zijn, daarvoor geldt deze regeling blijkbaar niet. Nee, daarvoor geldt de urgentieregeling. En die urgentieregeling, mevrouw de voorzitter, die heeft de raad zelf vastgesteld. Die hoort u te kennen. Dus u voert bezwaren op, die er niet zijn. Het gaat nu om gezinnen met kinderen die niet vallen onder de urgentieregeling en die op straat dreigen te komen. En ik vind, dat het nog steeds een lovenswaardig initiatief is. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, vraag aan de heer Damen dan toch in dat geval, omdat hij nogal hamert op die urgentieregeling. Is dan niet veel pragmatischer oplossing om iets in die urgentieregeling aan te passen en uit te breiden, zodat deze doelgroep er wel onder valt, en dan dit plan met heel veel haken en ogen nu in stelling te brengen? De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Ja en nee. Ik ben beroepsmatig betrokken geweest bij het opstellen van de urgentieregeling. En op het moment dat je algemene regels gaat, verder gaat aanpassen, betekent dat die ook een andere instroom krijgt. In een aantal gevallen zul je individueel een oplossing moeten bieden op individuele gronden en niet op basis van aangepaste regels.
Want anders loop je het risico, dat van heinde en verre mensen hier naartoe komen omdat ze voor urgentie in aanmerking komen. Dat willen we niet. De voorzitter: Voldoende beantwoord, mijnheer Kleinpaste? De heer Kleinpaste: Ja, ik probeer even te doorgronden wat dat precies betekent en ik ben daarbij op zoek naar waar, wanneer gaat maatwerk dan over in willekeur? De voorzitter: De heer Damen, heeft u daar een antwoord op? Wanneer gaat maatwerk over in willekeur? De heer Damen: Dat hangt af van de integriteit van de wethouder en die heb ik tot nu toe wel hoog zitten. De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Dan kom ik toch even terug op die urgentieregeling, die u noemt. Want die wil u niet verbreden, omdat het eventueel inwoners van andere steden zou kunnen trekken. Maar als we nu even kijken naar de gegeven voorbeelden hier, dan hebben we het eigenlijk over bewoners die een keer Dordrecht verlaten hebben. Bijvoorbeeld terugkomen en nog niet zo lang hier zitten, zodat zij daar geen gebruik van kunnen maken. Maar dat heeft een andere situatie, dan dat iemand van buitenaf komt, zal ik maar zeggen, omdat die hier in de urgentieregeling zou kunnen vallen.
Dus ik denk dat je daar best wel maatwerk van zou kunnen maken, waarbij uiteindelijk dan de personen of gezinnen die op straat dreigen te komen, die gewoon in Dordrecht wonen, die moeten zich dan inschrijven volgens de urgentieregeling. Dan kunnen ze pas reageer
35
op een woning die beschikbaar komt. En inwoners die die binding op dit moment niet met Dordrecht hebben, die dezelfde situatie hebben, dus ook gezinnen, die krijgen ineens, daar worden tien woningen voor beschikbaar gesteld. Wat in mijn ogen ongelijkheid geeft, even los van nog eens een keer hoe het opgetuigd wordt. De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Maatwerk geeft altijd ongelijkheid, maar is in deze situatie, in mijn ogen, onvermijdbaar. En dan moet je, daar moet je een zeker vertrouwen in het oordeel van de wethouder hebben. Daar komt het in feite op neer. De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Voorzitter. Nou ja, volgens mij zitten we als raad om een controlefunctie uit te oefenen, dus misschien … De heer Damen ‘…’ De voorzitter: De heer Damen, wilt u via de voorzitter spreken alstublieft? De heer Damen: Voorzitter, het lijkt me goed als de heer Tutupoly dat dan achteraf vraagt, van: Wie zijn nou die gezinnen geweest, geanonimiseerd hè, die dan via, op deze manier geholpen zijn en is dat nou terecht? En dan kunt u zo nodig, alsnog de wethouder op zijn vestje spugen. De heer Tutupoly: Nou, ik doe het liever vooraf. Want dat betekent ook, dat je daar nog sturing aan kan geven. En nu heeft het net even over maatwerk.
Nou ja, goed, het maatwerk kan je natuurlijk ook met urgentieregeling op de een of andere manier doen, op het moment dat het om die gezinnen gaat. Want volgens mij kan het nog steeds voor een commissie komen, waarbij je aan kan geven, dit en dit is de situatie. In plaats van die bewoners, die geen binding nog hebben met de stad, als we het hebben over soortgelijke gevallen, namelijk gezinnen die ook op straat dreigen te komen, maar in Dordrecht wonen, die kunnen zich inschrijven op een woning wanneer die leeg komt. En voor de andere situatie, dat inwoners nog geen binding hebben met de stad, die kunnen dus bij voorrang een woning krijgen, want daar worden er dan tien voor gebouwd. De voorzitter: De heer Damen, volgens mij heeft de heer Tutupoly nu herhaald wat hij in de vorige zin heeft gezegd. En ik neem aan, dat u niet ook nu in herhaling valt als antwoord. De heer Damen: Ja, dat klopt. De voorzitter: Volgens mij bent u het beiden niet met elkaar eens. De heer Damen: Nee, maar … De voorzitter: En heeft u allebei een stelling in deze, dus denk ik dat we het …
36
De heer Damen: Maar als de heer Tutupoly een commissie wil die deze situaties beoordeeld, ja, dan vind ik dat ook best. Of de wethouder dat nou doet of een commissie. Het blijft maatwerk. De voorzitter: Ik zag de heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Voorzitter, via u wil ik aan de heer Damen vragen … In de beantwoording van de schriftelijke vragen is er aangegeven, dat het college geen beroep heeft gedaan op de regionale afspraken. Vindt de heer Damen dat niet de juiste weg? Wat in eerste instantie eigenlijk aangehouden moet worden, voor opkoop van woningen door de gemeente zelf of door een private partij. De voorzitter: De heer Damen, duidelijke vraag. De heer Damen: Het is een te ingewikkelde vraag voor mij. Dit kan ik niet zo goed … De voorzitter: Dat kan ook en dan onthoud u zich van antwoord. Ja, oké, dank u. Iemand anders nog? Dat kan straks nog, misschien, u kunt nog erover nadenken. En misschien in de derde termijn erop terugkomen, wie weet. Dan gaan we over naar Partij voor de Dieren, mevrouw Vol. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel, voorzitter. Nou, wij waren al voor dit plan, mede omdat we de wethouder gewoon lef vinden hebben en we dit een hele bijzondere oplossing vinden voor een heel urgent probleem. Naar aanleiding van de vorige vergadering ben ik wel van mening veranderd, dat ik niet gelijk zeg van, we gaan akkoord.
Wij vinden het een prachtig plan, maar ik wil eigenlijk mij aansluiten bij GroenLinks en het liever omdraaien. Dus dat er eerst wat meer onderbouwing komt en dat we daarna die, dat geld toe gaan zeggen. Dus dat was mijn woordvoering voor nu. Want hierna komt toch nog de … De voorzitter: Hierna gaat zometeen de wethouder nog een politieke reactie geven en dan kunt u ook nog reageren. Mevrouw Vol-van der Holst: Dank je wel. De voorzitter: Zelfs interrumperen op de wethouder als u dat wil. Gaan we over naar DENK, de heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank u, voorzitter. Nou, tijdens de vorige commissies heb ik heel wat benoemd, dus ik zou het dit keer heel kort houden. Ik heb drie korte vragen richting de wethouder. Een lening vanuit de gemeente richting private partijen, dat is niet gratis en daarbij hoort ook een marktconforme rente gehanteerd te worden. Nou, in dit geval kan er van tevoren niet bepaald worden of een lening via de gemeente goedkoper zal zijn voor private partijen, zoals aangegeven in het voorstel. En mijn vraag met betrekking tot de lening is: Wordt een lening met een lagere rente dan marktconform, niet gezien als staatssteun? En tweede vraag, toevallig heb ik vandaag nog op Funda gekeken en ik zag dat er zeventien woningen van, via Woonbron te koop staan. Kan het college niet aan tafel zitten met Woonbron of ze per direct tien woningen beschikbaar kunnen stellen
37
voor dakloze gezinnen? En daarmee laatste vraag. Volgens de beantwoording van de schriftelijke vragen zijn er in de regio vijftig woningen beschikbaar gesteld naar aanleiding van de regionale afspraken. Echter is er ook aangegeven, dat er geen beroep is gedaan op de regionale afspraken vanuit het college de afgelopen periode. Nou, mijn fractie is benieuwd, wat de reden is waarom er geen beroep is gedaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder zal daar straks, mogelijk, wel een antwoord op hebben. Dan gaan we door. Dan gaan we naar Gewoon Dordt, de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, we hebben er de vorige keer al iets over gezegd. We zijn niet enthousiast over dit plan. En onze gedachte zou inderdaad zijn – mevrouw Van Engelen zei het ook –van: Werk het nou eerst eens verder uit een kan met een beter plan dan wat nu voorligt. Want als een plan alleen al zeventig vragen oproept, zeventig technische vragen oproept, dan schort er echt nog wel het een en ander aan. Hoezeer wij ook houden van out of the box-denken en creatieve oplossingen. Daar zijn we echt wel voor te porren. Het omzeilen van die opkoopregeling en het kan zijn dat we een clausule zijn vergeten op te nemen in die opkoopregeling, dan moeten we die repareren.
Maar het omzeilen daarvan vinden we gewoon ook geen goede zaak en daarmee geef je als overheid ook niet het goede voorbeeld bij een instrument wat je net hebt ingevoerd. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel. Ik, ja sorry, ik vind uitzonderingen en omzeilen, dat vind ik toch wel echt twee verschillende betekenissen hebben. Dus … De heer Kleinpaste: Ik vind het omzeilen. Mevrouw Van Engelen: Er wordt ons netjes, nu wel gevraagd om een uitzondering. Dat is anders dan omzeilen, dacht ik. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik vind het omzeilen en ik zou het niet in een uitzondering willen regelen. Dus … De voorzitter: Hier zijn we uit. Wat u vindt en ook wat u vindt. De heer Kleinpaste: Omdat ik het echt belangrijk vindt, dat als je een instrument net invoert als lokale overheid, dat je zelf ook het goede voorbeeld geeft in die regeling die je net invoert. Vind ik echt extreem belangrijk. Ja, dat betekent dat dit plan zoals het nu leeg, in ieder geval volgens ons niet de oplossing biedt die gezocht moet worden. En ik ben het met iedereen eens, dat je gezinnen met kinderen niet op straat moet zetten. Dus natuurlijk moet er met man en macht gewerkt worden aan een plan wat wij ook daarin voorziet. En als dat met een private partij samen kan, dan zou dat op zich heel erg plezierig zijn.
Als het met een woningcorporatie samen zou kunnen – mijnheer Kolkiliç deed net een suggestie al - dan zou dat heel plezierig zijn. Maar dit plan, ja, neem het terug, maak het beter en kom nog eens terug naar de commissie.
38
De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we verder met Op ons Eiland, de heer Tutupoly. Als u nog wat kunt toevoegen aan wat u allemaal heeft in de commissie. De heer Tutupoly: Nou ja, goed. Inderdaad wat Op ons Eiland betreft, ja, zien wij eigenlijk niet dit plan als de juiste oplossing hiervoor. De gemeente haalt ermee betaalbare woningen uit de markt. Als ik nu kijk in de stukken, daar wordt aangegeven van dat er nog genoeg betaalbare woningen zijn. Maar goed, als dat zo was, dan hadden we ook geen opkoopregeling toegepast. Even kijken hoor. Tuurlijk moet je gezinnen niet op straat laten staan. Wij denken dat het op een andere manier zou moeten, bijvoorbeeld zoals ik net al aangaf, de urgentieregeling zou je daarop kunnen hanteren. Als ik ook kijk even naar de gemeente, het is niet haar taak om in ieder geval woningen op deze manier te exploiteren. Ik denk dat dat aan de marktpartijen is. Je kan er natuurlijk uiteraard wel mee in gesprek gaan. We hebben nog vorige collegeperiode, hebben we met name, zijn we vastgoed gaan verkopen, omdat het geen kerntaak van de gemeente was. Er zaten ook woningen tussen. Wij hebben vorige periode gehad over sociale woningbouw waar, wat heel langzaam gegaan is. Nu lijkt het of het een nieuw probleem is, maar het probleem heeft dus langer ontstaan, is al geweest.
Daarnaast denk ik ook, dat we als gemeente niet ingericht zijn om financieringen te verstrekken aan marktpartijen. Nogmaals, daar zijn gewoon marktpartijen voor die dat beter kunnen, die die markt veel beter in de gaten houden en ook meer naar risico en dergelijke kunnen kijken bij, ten aanzien van debiteuren. Even kijken hoor. De voorzitter: U kunt even kijken en dan heeft mevrouw Van Vugt een interruptie. De heer Tutupoly: Oké. Mevrouw Van Vugt: Ik vind het bijna een beetje moeizaam als er gesproken wordt over marktpartijen en financiering. Dat de gemeente daar geen partij voor is, terwijl we, terwijl de consequentie daarvan is – we willen eigenlijk niks veranderen - dus het gevolg daarvan is gewoon regelrecht, dat kinderen nog steeds dus in hotels worden geplaatst. En dat vind ik het moeizame aan nu dit plan niet willen omarmen, zeg maar. Dus wat is daar uw reactie op? De heer Tutupoly: Voorzitter, als ik daarop mag reageren. De voorzitter: Zeker. De heer Tutupoly: Nou, mijn reactie is daarop, ik zie niet zo goed met u hiermee bedoelt. Want er wordt eigenlijk gesteld in de stukken, dat marktpartijen moeizamer leningen zouden verstrekken, omdat er teveel naar de huurders gekeken wordt. We hebben het hier over woningen en woningen over het algemeen is, zijn heel goed te financieren. Dat is mijn werk ook, dus.
En er wordt ook in alle voorbeelden gesproken van, het gaat hier niet om partijen die niet de huur kunnen betalen, het gaat om partijen die van de regeling, buiten bepaalde regelingen vallen. Dus dan denk ik, moet de gemeente dan op een stoel gaan zitten van een financierder, terwijl die financiering gewoon op te halen is. Daar wordt gekeken naar het risico van de partij. Of gaan we nu ineens financieringen verstrekken aan partijen, die normaal gesproken geen financiering kunnen krijgen en dus
39
eigenlijk daar niet goed genoeg voor zijn? Met alle risico van dien ten aanzien van gemeenschapsgeld. Ik denk echt dat de gemeente daar niet de juiste partij voor is, die is daar niet op ingericht. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Voorzitter, mag ik … De voorzitter: Mevrouw Nieuwland, zeker. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Dank u wel. Ik wil daar graag een vervolgvraag op stellen. Want u heeft het hier, u zegt van, er is geen probleem om een woning te financieren. Maar kijk, dat is toch inderdaad zo, op het moment dat je een vast inkomen hebt. Ik bedoel, als je een koophuis wil kopen, dan heb je toch een heleboel eisen vanuit de financierder. En op dit moment heb je het over mensen, die gaan daar niet voor twintig jaar wonen. Die hebben een overbrugging nodig en dat zijn nou uitgerekend de mensen die daar natuurlijk geen financiering voor weten te krijgen. De heer Tutupoly: Nou, volgens mij heb ik dan andere stukken gelezen. Want als ik even naar de stukken kijk, gaat het om een huursituatie en niet om een koopsituatie. Dus we hebben het hier over commerciële exploitanten, die eventueel gefinancierd zouden kunnen worden door de gemeente om die woning op te kopen en vervolgens te verhuren aan die mensen die geen dak boven hun hoofd hebben. En dan hebben we het even over commerciële exploitanten.
En dan kan ik me heel goed voorstellen, dat het niet alleen om een lening gaat, maar dan wil je ook een goede partij in de markt hebben die ook het onderhoud kan dragen. Want anders zit je met het volgende probleem, iemand die een lening verstrekt tegen een hele lage rente en vervolgens het onderhoud niet kan plegen aan die woningen, dan sta je ook niet te wachten om die mensen in dit soort woningen terecht te laten komen. Dus ik denk ook, als je dan, als ik dan de stukken lees van lagere rente op de lening, want ja, banken zijn wat moeilijker in het verstrekken van financiering. Dan denk ik, die kijken net iets verder. Want die kijken ook van, is het bedrijf, of de exploitant ook financierbaar, kan die zijn onderhoudslasten en dergelijke ook dragen. En ik denk, als je die mensen daarin wil zetten, wil je ook zeker dat het goed onderhouden wordt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt heeft nog een, weer een aanvullende …
Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, die gaat er weer op verder. Want eigenlijk zegt u nu, geef het maar aan commerciële partijen in die kunnen dan weer gesubsidieerd worden door de gemeente. Nou, als we een ervaring hebben met commerciële partijen, is dat dat er dan nog meer geld voor gevraagd wordt en dat de gemeente dan nog veel meer geld kwijt is. Dus ik zou dat toch heel graag willen voorkomen. De heer Tutupoly: Nou … De voorzitter: De heer Tutupoly.
40
De heer Tutupoly: Voorzitter, als ik daarop mag reageren. Als we het over commerciële partijen hebben, dan hebben we het hier in dit geval over dat de gemeente een lening wil verstrekken. En dan hebben we het over verhuurders. Dat zie ik dan even als een commerciële partij, want die willen huur incasseren en die huur moet voldoende zijn onder andere om het onderhoud te kunnen dragen, zakelijke lasten te kunnen dragen en vervolgens er wat aan overhouden. Dat noem ik dus commerciële partijen. En in het voorbeeld exploiteert de gemeente het zelf niet, maar willen ze die lening bijvoorbeeld verstrekken tegen een lage rente. Dus dan zit je nog precies met dezelfde partijen om tafel, als waar u het over heeft. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, korte aanvulling. Mevrouw Van Vugt-Roose: Maar wel zonder winstoogmerk. En dat, dat vind ik heel belangrijk hier. De voorzitter: De heer Tutupoly, kort antwoord. De heer Tutupoly: Nou, volgens mij is het niet zozeer over geen winstoogmerk gesproken, er wordt gesproken over een lage rente-leninglast, zodat zij die woningen niet uit de markt kunnen halen en beschikbaar kunnen stellen aan partijen die gewoon de huur kunnen betalen. En het gaat er niet om, het zijn geen partijen, zoals de voorbeelden genoemd worden, zijn het geen partijen die de huur niet kunnen opbrengen.