2.5 2022-12-13 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
Maar ze komen niet in aanmerking voor een woning, omdat ze nog te weinig binding hebben met Dordrecht. En dat is een ander verhaal. De voorzitter: Uw laatste opmerking mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Nou, in de voorbeelden heb ik ook een situatie gezien van mensen die wel het geld hebben om de huur te betalen, maar die toch gewoon niet worden toegelaten omdat ze op dat moment net even geen vaste baan hebben of net in andere omstandigheden zitten. Dus ik heb denk ik inderdaad wat anders gelezen. De voorzitter: Mevrouw Nieuwland, graag op de heer Tutupoly, niet op mevrouw Van Vugt. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Nee, het is inderdaad op de heer Tutupoly. Ik, nou ja, uw verhaal is denk ik anders inderdaad, dan dat ik het tot nu toe heb gelezen. Dus ik zou heel graag eigenlijk de vraag door willen stellen aan de wethouder. Of die misschien duidelijk kan maken of het inderdaad hier gaat over een soort, ja, in mijn beeld zie ik haast huisjesmelkers die dan vervolgens de gemeente weer volop laten betalen. En volgens mij willen we dat juist absoluut niet. Dus ik hoor heel graag van de wethouder hoe het daadwerkelijk zit. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we over naar de SP, de heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank u wel, voorzitter. Wij steunen dit voorstel. Ik was niet aanwezig bij de tweede beeldvormende sessie, maar ik heb hem wel terug gekeken.
En ik denk dat de wethouder het heel goed verwoord heeft. Normaal gesproken zou je zeggen, het organiseren van betaalbare woningen is een taak van corporaties, woningcorporaties.
41
Dat snappen wij ook wel, maar er zijn nu eenmaal situaties denkbaar die niet binnen de afgebakende kaders passen. Gezinnen die dakloos raken en in een hotel of de opvang moeten verblijven, moeten zo snel mogelijk weg uit zo’n situatie. Dat is echt niet wenselijk. En als zowel de markt als de corporaties geen oplossing blijken, is het goed dat de gemeente iets georganiseerd heeft. In feite raakt dat ook aan artikel 22 van onze grondwet, waarin zorg voor huisvesting bij wet geregeld is. Het zou wat ons betreft ook niet per se bij tien woningen hoeven blijven, want er zijn redenen te bedenken waarom je als gemeente in de toekomst een aantal woningen, dus niet complete straten, maar een groepje woningen, zelf in bezit kan hebben om ze aan bepaalde doelgroepen toe te wijzen. Gezinnen met twee of drie kleine kinderen zitten nu ook wel eens in een veel te krappe studiowoning, eigenlijk bedoeld voor een alleenstaande omdat er niks anders is. Of gewoon een anti kraak en moeten er misschien op korte termijn uit. En het zou zomaar kunnen, dat er voor deze mensen op dat moment geen passende woning te vinden is in een situatie waar corporaties ook geen uitkomst meer kunnen bieden. Deze mensen laten zodoende ook weer een woning achter, voor bijvoorbeeld een jongere starter. Dus kortom, steun.
Wel met die kanttekening, dat er geen private partij tussen moet vallen en dat deze na, dat deze aangekochte woningen uiteindelijk bij voorkeur weer worden verkocht aan een woningcorporatie, zodat deze woningen ook in het sociale segment blijven. Tot zover, dank. De voorzitter: Dank u wel. En dan last but not least, mevrouw Pichel. Ja, u bent al. Sneller dan verwacht. Mevrouw Pichel: Goedenavond. Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wij zijn eigenlijk wel vrij positief gestemd over een ja, creatief plan wat bedoeld is om inwoners te helpen die niet onder andere regelingen vallen. Daarnaast kijken we er wel zo tegenaan, dat … Nou ja, nee, ik moet eerst nog eigenlijk even zeggen, we hoorden eigenlijk veel geluiden over dat het plan misschien verder uitgewerkt moet worden of dat er nog veel meer aan toegevoegd mag worden. En daarvan ben ik wel van mening, dat het best wel goed kan zijn om gewoon een plan te starten en daar gewoon, nou ja, het creatieproces verder te bevorderen. Dus daar ben ik ook niet zo heel erg bang voor. Er zijn twee punten waar ik wel graag naar wil kijken. Want het is eerder ook al genoemd, afwijken van de opkoopregeling. Ja, wat heeft dat voor gevolgen? Het is iets wat is ingesteld, moet je daar dan als gemeente zelf zomer van afwijken.
Is dat verstandig? En hoe gaan andere investeerders eventueel hiernaar kijken? Ik zou heel graag van de wethouder daar wel een antwoord op willen krijgen of, hoe hij dat dan ziet of hoe hij daarmee om zou willen gaan. En het andere punt wat ik ook vanavond heb gehoord is, ja, gaat dit dan echt wel over Dordtse gezinnen? Ik heb het idee van wel, want het staat ook wel in het voorstel. Maar dat zou wel fijn zijn als daar een bevestiging op komt. Ja, dat is eigenlijk mijn stukje. De heer Tutupoly: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik had even een vraag aan mevrouw Pichel. Want het gaat nu om Dordtse gezinnen, waar trek je de grens? Ik bedoel, zoals u het aangeeft, de voorbeelden die er zijn. Gezinnen die hier nu bijvoorbeeld jaar wonen, daardoor onder bepaalde regelingen vallen. Vervolgens, als we het even over de aanzuigende werking hebben van
42
andere gemeentes. Nu komt er een gezin, een nieuw gezin richting Dordrecht, komt in een zelfde soortgelijke situatie. U heeft het over uitbreiding van woningen, gaan we dan voor die nieuwe gezinnen die komen het op dezelfde manier behandelen? Zodat we dan zeggen, nou, daar moeten we dus ook tien woningen voor bouwen, waardoor al die andere bewoners steeds verder naar achteren schuiven in de rij. Hoe ziet u dat? De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik dit plan heb gelezen, is steeds een poging om een probleem op te lossen voor een huidige situatie. Ik denk dat we de wethouder ook kunnen vragen om wellicht met voorbeelden te komen, want naar mijn idee is het ook daaruit voortgekomen. En het gaat nu ook inderdaad om tien woningen, omdat het gaat om incidenten en er is nog niet gezegd, dat we daarmee verder gaan. Dus ik ben in dat opzicht ook even niet voorbij dit plan aan het kijken. De heer Tutupoly: Voorzitter. De voorzitter: Korte opmerking, de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ja. En volgens mij hoor ik u zeggen, en wat mij betreft kan dit plan ook zo doorgaan en kunnen we ook nog meer bouwen. Dus vandaar, daar was mijn vraag op geënt. De voorzitter: Mevrouw Pichel, kunt u antwoord geven op de veronderstelling die de heer Tutupoly nu geeft, wat u mogelijk gezegd zou hebben. Mevrouw Pichel: Ja.
Dus ik zou mogelijk gezegd hebben, dat er verder uit kan worden gebouwd op dit plan. Zeg maar, een plan na dit plan. Oh. Nee, dat is niet wat ik zeg. Nee. Het gaat mij even puur om dit plan, om hier een, nou ja, wel of niet een akkoord op te geven namens de raad. Ja. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Toch nog een vraag, waarvan ik eigenlijk dacht dat de heer Tutupoly hem deelt, bijna dezelfde, maar toch iets andere insteek. Want ik hoor mevrouw Pichel zeggen, dat het toch gaat vooral om Dordtse gezinnen. Terwijl juist ook in de situatie die net hier over tafel ging, het vooral ook gaat over gezinnen die nou, wellicht op dit moment in Dordt zijn, maar niet de regio oorsprong hebben. Waarbij we ook in de technische beantwoording of de beantwoording van de vragen zien, dat het ook gaat over uitstroom richting andere regio’s. Dus, is in dat geval uw opvatting over het voorstel nog steeds hetzelfde? De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ja, uw vraag is dus, als het niet zou gaan om Dordtse gezinnen, of het dan nog steeds gesteund kan worden. Nee, mijn vraag zou
43
inderdaad wel zijn aan de wethouder om duidelijk te maken, dat het wel voornamelijk gaat om de Dordtse inwoners. Want dat is, daar staan we voor. De voorzitter: Dank u wel. Nou, complimenten aan u allen hoe toch kort, duidelijk en dat u ook bent in debat gegaan. Nu wil ik de wethouder vragen om op zo’n zelfde goede manier, kort en duidelijk antwoord te geven op de vragen die er gesteld zijn. De heer Heijkoop: U legt de lat daarmee wel hoog, want al het goede komt in drieën. En dat is zeker ook voor het debat over dit onderwerp het geval. Ik denk dat we om verschillende redenen in de vorige debatten, nou ja, soms een wat te wrange afloop hadden door nou ja, wat rommelig verloop en dergelijke. En, nou ja, ik kijk nu ieder geval terug op een heel goed en constructief debat, waarin u heel veel met elkaar heeft uitgewisseld. Bij ik mij ook in die zin wat meer kan uitspreken ook over de vragen die er nog liggen en die uiteindelijk niet al in uw debat aan de orde zijn geweest.
Want het is wel mooi om te zien, dat dit voorstel – wat best wel een beetje een spannend voorstel is, wat een voorstel is wat buiten de gebaande paden gaat, wat eigenlijk een manier van denken met zich meeneemt waarin we toch een iets andere rol aannemen dan dat we in het verleden altijd gedaan hebben en vanuit nou ja, decennia waarin we de markt alsmaar groter en belangrijker hebben gemaakt- dat we zeggen: Hé, wacht even, we gaan hier als overheid positie terug nemen. En dat is zeker voor dit onderwerp zeer gepast, vinden wij vanuit het college. Want als je kijkt naar de opvangsituatie in onze stad en ook in andere grote steden, het piept en het kraakt. Er zijn al eerder vragen gesteld over de winteropvang. En we zien aan alle kanten, dat het steeds, dat steeds meer gezinnen in moeilijke omstandigheden komen te verkeren. En dat heeft te maken, dat heeft allerlei redenen, die kunt u ook lezen in de media, daar heeft u denk ik zelf ook wel voorbeelden van gezien. En we zien ook wel, dat soms gezinnen echt in hele moeilijke omstandigheden belanden. En dat zijn gezinnen die hier nu, het zijn geen inwoners in Dordt in die zin, ze hebben geen huis, ze hebben geen dak boven hun hoofd. Ze zijn wel inwoner in Dordt in die zin, dat we ze vaak nu opvangen op plekken waar we eigenlijk niet zouden, ze zouden willen opvangen.
We hebben nu ook een gezin waarvan de moeder met de kinderen gescheiden is van de vader, omdat de vader zit in de crisisopvang aan het Kromhout en de moeder met de kinderen zit bij De Hoop. Allemaal hele dure voorzieningen, vader werkt gewoon, maar op deze, ja, bij De Hoop kunnen ze dat niet op die manier, doen we vader erbij. Dus dan moet je dit soort, nou ja, dit soort, nou ja, vervelende voorstellen doen aan zo’n gezin om uiteindelijk toch zo’n gezin wel van de straat te houden. En het klopt zeker, het is wel maatwerk. En maatwerk is niet hetzelfde als willekeur. Als je maatwerk op een integere manier toepast, dan doe je recht aan het individuele, individuele situatie van een gezin. En ik zal het niet zelf beoordelen. Degene op wie ik vaar, die zit hier ook op de tribune. Dat zijn mensen die dagelijks met deze gezinnen te maken hebben, die de noden kennen van deze gezinnen en die op een hele goede manier die afweging kunnen maken van: Oké, dit gezien gaan we helpen. En, nou ja, zij geven ook aan, dat dit voorstel een enorme bijdrage levert aan een oplossing voor die gezinnen. Er zullen in die zin, is de verwachting, geen gezinnen meer op straat komen te staan als we net die paar woningen beschikbaar hebben om die gezinnen op te vangen. Als je ziet wat we nu, want een aantal van u heeft ook nadrukkelijk de sociale woningmarkt benoemd.
Daar hebben we echt wel met elkaar een groot vraagstuk. Het is niet voor niets denk ik, prioriteit nummer één ook voor de rijksoverheid inmiddels, want de woningnood heeft een directe relatie met de problemen op het gebied van
44
duurzaamheid, de bestaanszekerheid waar veel mensen mee worstelen. En ook in Dordrecht gaan we, staan we wel voor een spannende tijd. Als je kijkt naar hoeveel woningen wij in het verleden toewijzen via de urgentieregeling, via voorrang, dat ging over ongeveer, ongeveer over één op de vier mensen. Dus echt een kwart van de woningen geen buiten het: verdeelsysteem, geen gewone mensen die voorrang moesten krijgen. Omdat ze uit een instelling kwamen we, omdat ze ge voor huisvesting moesten worden in verband met sloop of omdat ze een status hadden gekregen, in dit land hun bestaan mogen bouwen en wij in hun woning moeten, huisvesting moeten voorzien. Voor volgend jaar sluit ik niet uit dat één op de twee woningen via voorrang toegekend moet worden. Als we zien, de enorme taakstelling die we op ons dak krijgen waar het gaat over het huisvesten van statushouders en die we ook echt goed willen invullen en tegelijkertijd de enorme lage mutatiegraad in de sociale huursector. Daar is, een paar weken geleden heeft de griffier daar u over bijgepraat. Dan vind ik dat best wel pittig, want daarmee gaan wachtlijsten oplopen. Als je dan kijkt wat we gaan bouwen aan sociale woningen … De heer Noldus: Voorzitter
De heer Heijkoop: Dat meer dan de helft van die woningen, betreft woningen die niet geschikt zijn voor gezinnen. De voorzitter: Mijnheer Heijkoop, de heer … De heer Heijkoop: Ik maak even mijn zin af, voorzitter. Dan zie je, dat dat ook niet al te direct met elkaar in verbinding te brengen is. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, toch even een vraag. Want we hebben het nu over de sociale huurwoningen en de wachttijden daarop. En dat is natuurlijk heel relevant, maar uit het voorstel en kwam ook uit het debat zojuist en ook uit de vragen die gesteld zijn, gaat het volgens mij juist om situaties waarbij men niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. Dat is volgens mij ook de reden, want we hebben verschillende vragen gesteld over hoe, welke rol spelen de corporaties nou. En welke rol kunnen de corporaties daarin dan spelen? Nou, die zijn beperkt beantwoord, ook vanuit het idee, het gaat om situaties waar de corporaties sociale, of mensen die niet, of gezinnen die niet in aanmerking komen voor sociale woningbouw. En daarom wil ik even op zoek naar hoe ik het voorstel, of de reactie van de wethouder nu hierop kan rijmen, nu het toch gaat over juist die urgentieregeling, de huisvesting van statushouders. Terwijl dit juist eerder vanaf de andere kant belicht is in de eerdere debatten. De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter.
Niet zozeer de heer Noldus, maar wel andere fracties, die ligt te wel een directe relatie met die voorrangsregeling, van: Joh, kunnen we die niet verruimen? En de heer Damen heeft al heel goed aangegeven, dat als je die gaat verruimen, dan heeft dat echt gevolgen. Dan ga je namelijk, dan wordt het misschien
45
niet één op de twee straks, maar misschien wel twee op de drie en drie op de vier. En dat heeft echt enorme gevolgen voor de wachtlijsten en dat doet ook iets met het draagvlak. En, het zou ook zomaar kunnen, dat mensen die je dan structureel huisvest voor de rest van hun leven, dat dat mensen zijn die anders misschien ook wel een andere keuze hadden gemaakt. Misschien zelf een woning hadden gekocht of misschien een andere regio voor een huurwoning waren gegaan. Dit gaat echt over gezinsopvang, het gaat niet over de definitieve huisvesting. Dit gaat eerst over mensen een dak boven het hoofd bieden en van daaruit de beste weg kiezen. En dat hoeft niet altijd, dat kan ertoe leiden dat je uiteindelijk alsnog een sociale huurwoning toekent, maar dat hoeft niet per se. De heer Noldus: Ja, voorzitter, toch nog dan even de vervolgvraag. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Want het gaat over die urgentieregeling en ik snap, andere partijen hebben wel de vraag gesteld. Maar zoals we de beantwoording en in de stukken ook zien, gaat het hier juist om situaties van mensen die ook niet in aanmerking komen voor de sociale huursector en dus ook geen aanmerking hebben op de urgentieregeling. Zo kwam die volgens mij ook op het, uit het debat naar voren. Dus ben ik even op zoek naar, hoe de argumentatie daar dan betrekking op heeft op de, op het voorstel zoals het hier ligt.
De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, het is relevant in relatie tot het ook over tafel is gegaan, van: Kun je de voorrangsregeling, de huisvestingsverordening aanpassen en verruimen, zodat deze gezinnen daar ook gebruik van kunnen maken? Dan is die relevant. Zoals het voorstel nu ligt, is het niet relevant, want wij kiezen er niet voor om al deze gezinnen, nou ja, om daar allerlei toeren uit te halen om ze toch via de coöperatie of iets te huisvesten, omdat het gewoon niet de gepaste weg is in deze. De heer Noldus: Ja, voorzitter, nog een laatste vraag. De voorzitter: De heer Noldus, nog een korte aanvulling. De heer Noldus: Dan heb je kans dat het wel een technische vraag is. Want uit de eerder op beantwoording begrijp ik ook, dat het überhaupt niet mogelijk is om de voorrangsregeling toe te passen als men niet aan de basisprincipes van het recht op een huur, sociale huurwoning voldoet. Begrijp ik uit het antwoord van de wethouder, dat het eigenlijk anders is, dat je ook als je niet aan die inkomensgrens et cetera voldoet, dat je wel – mits we daarvoor de urgentieregeling verruimen - dat toe kunt staan. Is dat dan wat u daarmee zegt? De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. We hebben, we geven mensen voor soms, omdat het bijvoorbeeld gaat over sociale zorg woningen bij een, in een, bij een zorginstelling.
Ja, dan wil je daar een ander criterium op loslaten. Dus, je kan bepaalde groepen, kun je
46
uitzonderen. Maar op het moment dat je voorrangsregel gaat verruimen – mind you, we verwachten volgend jaar één op de twee - als je dat verder gaat verruimen, ja, dan kun je eigenlijk wel bijna stoppen met sociale huisvesting. Want dan is het eigenlijk, dat bijna alle vrijkomende woningen worden gewoon dan beschikbaar gesteld voor specifieke doelgroepen. Dus dan staan mensen eindeloos lang op een wachtlijst. Dan maak je fundamenteel andere keuzes in volkshuisvestingsbeleid en die keuzes zou je echt niet moeten willen maken. Voorzitter. De voorzitter: Ja, sorry, mijnheer Heijkoop. Er is nog een interruptie, mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, voorzitter. Die voorrangsregel in, dat is toch bedoeld voor mensen die echt ergens willen blijven wonen? En daar hebben we het toch hier niet over. De heer …: Dat kan ik helaas niet doen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Nou, even, ik wil het graag even helder. De heer Heijkoop: In principe als je kijkt naar die voorrangsregel in, die gebruiken we om mensen te huisvesten van wie de woning wordt gesloopt en dan staat buiten kijf, dan moet je een andere woning krijgen. Mensen die vanuit het buitenland hier komen, gevlucht zijn, een status krijgen, hier een bestaan mogen opbouwen, die wijs je zo’n woning toe want die hebben nooit punten kunnen opbouwen, om het zo maar te zeggen. Dus die krijgen gewoon voorrang.
Is dat per definitie een, moet dat in deze stad zijn? Ja, in die zin wel, want je hebt dan een taakstelling en je hebt die mensen dan ook netjes te huisvesten. Het kan nog steeds wel zo zijn, dat iemand in Ambacht zegt van, ja, ik ga me wel gelijk inschrijven. Want ik wil uiteindelijk toch in een andere gemeente wonen. Nou, dan kun je uiteindelijk via reguliere weg, kun je alsnog in een andere gemeente gaan wonen. Uitstroom uit een instelling, is hetzelfde. Als mensen uit een instelling komen, dan kunnen ze onder voorwaarden, kunnen ze voorrang krijgen om zo hun stap naar zelfstandig wonen te zetten. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, maar ik begrijp het dus wel goed, dat de intentie is dat ze daar ook echt gaan wonen, terwijl het hier eigenlijk, dit plan is dan, heeft die bedoeling niet. De heer Heijkoop: Niet per definitie.
Dit is echt opvang. Dit is echt anders dan gewoon het woningen toewijzen. Dat is, we willen ook niet dat deze woningen – daar hebben we het in de vorige bespreking ook over gehad - deze woningen, die moeten ook weer vrijkomen. Er moet een plan gemaakt worden en binnen een korte tijd, ene keer drie maanden, andere keer half jaar, een jaar, willen we dat er doorgestroomd wordt. Ja, voorzitter, veel van hetgeen over tafel gaat, hebben we misschien al eerder gedeeld. Ik wil nog even ingaan, ook op de opkoopbescherming. De heer Noldus: Voorzitter, mag ik nog één vraag stellen over het vorige?
47
De voorzitter: Zeker. De heer Noldus: Want wethouder geeft aan, en ik denk heel terecht, dat de voorrangsregeling qua urgentieregeling echt gaat knellen. En dat de verdeling daar ook in, nou, wellicht toch wel anders gaat zijn dan in het verleden is geweest. Tegelijkertijd zegt het college daarmee eigenlijk ook, dat het niet wenselijk is om mensen in de sociale huursector langer te laten wachten op de woning die hiervoor in aanmerking zou kunnen komen. Maar je zegt daarmee ook, dat het niet erg is dat mensen die een woning willen kopen, daarmee langer moeten wachten op een woning. Want het is uiteindelijk, of een sociale huurwoning, of een koopwoning. Is waar het nu op uitkomt. Is dat dan inderdaad in de ogen van het college, dan de eerlijke invulling ja, als ik kijk naar de totale opgave die binnen de woningmarkt ligt? De voorzitter: De heer Heijkoop, is het een eerlijke invulling? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, er zijn weinig zekerheden in het leven, maar ook voorstel dat met wonen te maken heeft, daar kunnen gaten ingeschoten worden. Het verbaast in die zin ook niet, dat toen u de vraag, aan u de vraag werd gesteld van, joh, heeft u betere plannen, dat u zei van: Nee, die hebben we eigenlijk niet, maar dit plan vinden we niet goed. Elk plan heeft voor- en nadelen. Wij vinden dit plan heel mooi proportioneel en recht doen aan de vraag die nu hier ligt.
En wij vinden dat verstandiger dan het over een andere boeg gooien. Want als we het over een andere boeg hadden willen gooien, dan hadden we uw raad ook een ander voorstel doen toekomen. En ik ben het direct met u eens, elk plan dat we doen, dat heeft echt wel nadelen in zich, maar de woningmarkt is dermate onevenwichtig op dit moment, dat we nu echt met creatieve oplossingen moeten durven komen om juist de meest kwetsbaren – want daar gaat het hier over - ieder geval in die bestaanszekerheid, ieder geval in dat dak boven het hoofd te kunnen voorzien. Al is het maar tijdelijk, zodat ze niet op straat hoeven te leven. En, nou ja, vorige keer hebben we er ook over gewisseld, dat we nu enorm veel kosten maken ook om mensen van straat te halen en dan eventueel op vakantieparken en dergelijke onder te brengen. We hebben nu al veel slechtere oplossingen voor dit probleem. En met dit voorstel komen we tot een veel betere oplossing voor het probleem dat er sowieso gewoon is. En voorzitter, ik wil nog even ingaan op die opkoopbescherming. De heer Kleinpaste geeft aan van, ja, zou je dan niet een uitzonderingsbepaling moeten maken voor bijvoorbeeld een maatschappelijke inzet van de aankoop van een woning. Nou, daar zou best wel eens wat voor te zeggen kunnen zijn. Dat we die regeling op dat punt zouden moeten aanpassen.
Tegelijkertijd stel ik ook vast, dat het voor u niet uitmaakt, dat u nog steeds tegen bent. Maar hier, hier is wel sprake van een uitzondering. Kijk, als gemeente kunnen wij sowieso, gaat het niet direct over ons, maar als wij het met de private partij willen doen, dan moet je daar gewoon met elkaar afspreken dat je een uitzondering maakt dat het in lijn is met hoe je die opkoopbescherming ook hebt willen inrichten. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De heer Heijkoop: Er werd ook aangegeven door de SGP, die opkoopbescherming is primair bedoeld om huisjesmelkers weg te houden en in die zin misbruik van de woningmarkt tegen te gaan. En daar is hier natuurlijk op geen enkele manier sprake van.
48
De voorzitter: De heer Kleinpaste, u wordt uitgedaagd om in te gaan op … U blijft toch wel tegen. De heer Kleinpaste: Nou, het zijn twee aparte vraagstukken. Het ene is die opkoopregeling en die andere is, of deze voorziening, de meest ideale is. En ook over of dit de meest ideale voorziening is, kunnen we van mening verschillen. Maar, u duidt ook even van, er komt ook een private partij om de hoek kijken, waar uiteindelijk dus ook die woningen naar toe gaan. En daarmee creëer je dus als overheid, waar je net een instrument in het leven hebt geroepen, de situatie dat je de ene private partij dan buiten de opkoopregeling iets gaat gunnen en de andere private partij gewoon het nakijken heeft. Want die kunnen niet reageren, want die hebben te maken met die opkoopregeling. Dus daar zit iets heel erg moeizaams in. Vandaar dat wij benadrukken, je zou nu het instrument dat pas is ingevoerd door die overheid, al zouden wij echt het goede voorbeeld moeten geven in deze weg niet op moeten willen gaan. Ook als je met die private partij gaat samenwerken, die je dus eigenlijk op die manier bevooroordeelt. De voorzitter: De heer Heijkoop, dat was geen vraag, maar een mening van de heer Kleinpaste ten opzichte van wat u presenteert in uw voorstel. De heer Heijkoop: Ja.
En het is tevens een mooi bruggetje dat de heer Kleinpaste maakt naar de private partijen, want daar hebben een aantal van u zich ook over uitgelaten. Wat ik wel vaststel is, is dat de tegenstanders, die benoemen die private partijen voor een deel als risico en dan ook met commerciële zorgen. Er wordt ook gezegd van, ja, door de heer Tutupoly, dit is geen taak van de gemeente, dat moet aan private partijen werden overgelaten. Nou, dat is het college niet met u van mening; wij vinden dit wel een taak van de overheid. Wij vinden juist deze doelgroep, is een taak van de overheid. En banken, natuurlijk kunnen die financieren, maar banken zijn gericht op winstmaximalisatie. Banken zijn gericht risicominimalisatie en winstmaximalisatie. En als er partijen waren geweest in het verleden, die hier een mooie maatschappelijke businesscase van hadden gemaakt en op een goede manier dat naar schap hadden getoond, dan hadden we hier waarschijnlijk niet eens gezeten. Ik zat gister naast een … De heer …: Voorzitter. De heer Heijkoop: Vastgoedbelegger uit Amsterdam en die zei, dat op dit moment banken überhaupt niet financieren, want ze vinden die woningmarkt veel te spannend.
Dus in zijn algemeenheid zou ik durven zeggen en daarover verschillen wij denk ik gewoon van mening, dat op dit terrein, zou ik juist die maakt wat kleiner willen maken en zou ik de rol van de overheid ook groter willen maken. Omdat de markt ons bepaald niet alleen maar goeds heeft gebracht. En als ik dan kijk naar de acht partijen die hebben gezegd, wij staan hier wel positief tegenover zouden wij eerder een iets grotere rol voor die overheid minder zien dan een kleinere rol, dan denk ik: Nou, bij de uitwerking van een verder plan neem ik dat natuurlijk ook nadrukkelijk mee vanuit het college, omdat ik ook wel zie dat u daar zorgen over heeft. En de partijen die wat meer in die private partnerschap zien, ja, die geven eigenlijk aan van, ja, wij zijn gewoon tegen. Maar als er dan wat gebeurt, dan moet het met private partners. Dus in die zin luister ik ook goed naar uw raad en zal ik dat ook nadrukkelijk meenemen in de verdere uitwerking mocht u mij daar in het college de ruimte voor willen geven.
49
De voorzitter: De heer Tutupoly, als eerste. En dan de heer Kolkiliç interruptie. De heer Tutupoly: Nou, ik wil even één interruptie opvat de heer Heijkoop zei en één vraag. U gaf aan, dat bancaire instellingen op dit moment niet financieren van woningen, want die vinden dat spannend. Nou, het is eerder zo, het is eerder andersom. De aanvragen komen niet zo vaak meer binnen, omdat er een prijsregulatie plaatsvindt in de markt. Dat betekent eigenlijk, dat gezien de rentestand – meer een technisch verhaal - maar gezien de hogere rentestand, betekent dat eigenlijk dat de koopsommen naar beneden moeten. En veel partijen die willen verkopen, die willen het bij de oude prijs houden en de kopers willen het bij een lagere prijs houden, want ze moeten, tenslotte zijn ze meer rente verschuldigd op dit moment. Dus het heeft te maken met rente, met regulatie van de markt. Maar er zijn nog steeds partijen, die willen financieren. Alleen we kijken wel op dit moment, ook naar wat die woningmarkt doet. Want het is wel de verwachting inderdaad, dat die prijsregulatie gaat plaatsvinden. Dus dat is even een iets ander verhaal. Betekent nog steeds, dat je daar ook kan financieren. Dat was even de reactie op wat u net zei en ik had nog even een vraag. Wij hebben in het verleden als gemeente heel veel vastgoed verkocht, onder andere ook woningen.
Is daar nog steeds zicht op wat er nu nog op die lijst staat? En zou het dan misschien niet mogelijk zijn, om een gedeelte van dat vastgoed wat nog bij de gemeente is – omdat daar misschien vastgoed tussen zit wat omgebouwd kan worden tot woningen - zodat je daarmee ook extra woningen creëert in de markt, in plaats dat je het eruit haalt. Want we hebben het hier net over sociale woningbouw gehad, maar ja, die tweehonderdvijfenzeventig, die grens, dat is ook sociale koopkoopwoning. De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Ik denk, ik zou het heel aardig vinden om nog eens een keer een boom op, hoe noem je dat? Ja. De voorzitter: Boompje opzetten. Die hebben we ook nog nodig, Op ons Eiland. De heer Heijkoop: Ja, ik heb sinds vanavond ook verstand van bomen en die wil ik dan wel eens met de heer Tutupoly opzetten over hoe nou die woningmarkt aan de gang is. Want ik vind dat interessant. Ik was gisteravond op een informeel samenzijn van enkele grote beleggers, enkele banken en ook de minister van Volkshuisvesting. En toen kwamen ook al dit soort scenario’s langs. En toen kreeg ik ieder geval ook de signalen, dat banken nu enorm terugtrekkende bewegingen maken, juist omdat die woningmarkt zich heel erg beweegt. Maar goed, in die zin vind ik de marktontwikkeling eigenlijk alleen maar meer pleiten om dit wel te doen.
Om juist wel als overheid nu hier de regie in handen te nemen en die markt even te laten voor wat het is. Als gemeente Dordrecht en vanuit onze functie centrumgemeente beschermd wonen zijn we goed in de gelegenheid om dit ook echt te doen, ook vanuit onze financiële positie en zijn er gelukkig helemaal niet afhankelijk van de markt. En ja, wat zal die markt ervan vinden, was ook een vraag van mevrouw Pichel. Op het moment dat we dit wel gaan doen, ik denk dat de markt dit prima vindt. Omdat de markt ook ziet en, ja, dit is een doelgroep waar wij niet per se geld aan kunnen verdienen. En uiteindelijk is de gemeenteraad de baas. En als de gemeenteraad aangeeft van, wij willen deze beweging mogelijk maken, dan zal de markt daar denk ik helemaal geen problemen mee hebben. Laat onverlet, dat ik op dit moment wel, nou ja, laat ik het zo zeggen, wat discussies heb hier en daar met partijen die nog
50
wat woningen hadden aangekocht en toch gehoopt dat ook te kunnen exploiteren. Dus je ziet wel dat er een bepaalde spanning is. Enerzijds vanuit, de wens vanuit de markt en anderzijds de wens vanuit de overheid om toch wat meerdere die op die volkshuisvesting in handen te krijgen. Allereerst vanuit het kabinet, maar zeker ook op provinciaal en lokaal niveau. De voorzitter: En dan nu het vastgoed van de gemeente. De heer Heijkoop: Nou, dat is wel een aardige vraag. Kijk, we hebben inderdaad een dispositielijst vanuit de gemeente. We hebben allerlei vastgoed, waarvan wij zeggen van, ja, daar zien wij geen muziek in. Dat vastgoed, op het moment dat dat geschikt is om, voor deze doelstelling … Mevrouw Van Engelen: Voorzitter De heer Heijkoop: Dan hadden we het daar ook zeker voor aangewend. We hebben daar echt wel een paar rondjes gemaakt, we kijken sowieso ook naar vastgoedposities in de stad van, waar kunnen we bepaalde voorzieningen treffen. Nou, een goed voorbeeld is bij Emma nu, dat we daar de tijdelijke opvang voor de winter verzorgen voor mensen die komende maanden in ieder geval warm moeten kunnen slapen. Dus op het moment dat daar mogelijkheden zijn, zullen, zouden we die echt wel benut hebben. Die mogelijkheden zien we niet. En hier gaat het wel over in die zin, ja, relatief eenvoudige vraag naar eenvoudige woningen.
En eenvoudige woningen heeft de gemeente niet zo heel veel in bezit, maar van maken nu al wel gebruikt bijvoorbeeld van woningen hier en daar waar het gaat over voor ontwikkelplekken rondom het Maasterras. Dat is wel een aardig voorbeeld. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wilde graag even interrumperen op de wethouder, omdat, ik hoorde hem zeggen, we zien een aantal panden, daarin zien we dan geen muziek. Maar ik wil eigenlijk u toch oproepen om op dat vlak net zo creatief te zijn, als u hier bent geweest met dit voorstel. Want we moeten nu gewoon alles doen wat we kunnen een woningen te realiseren. En al staan er maar vier betonblokken, maar ja, er zit potentie in, dan moeten we er volgens mij wat mee. Dus, ga alstublieft niet teveel op de details zitten en kijk naar de mogelijkheden. De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, mijn collega Tanja de Jonge is van Vastgoed. Die is ongelooflijk bevlogen op dit thema, dus die kijkt echt wel naar, wat zijn de mogelijkheden, wat kunnen we verduurzamen, wat kunnen we een nieuwe bestemming geven. Het pand waar we nu in zitten, nou, dat staat er redelijk op instorten. Maar dat is ook een voorbeeld van het pand dat we volledig gaan transformeren ook, naar nou ja, woningen en dergelijke. Dat gaat hier ook gebeuren.
We hebben heel veel andere container in de regio en in de stad hebben we voor, moet ik zeggen, hebben we al getransformeerd. Zijn voortdurend aan het kijken van, hoe kunnen we ons vastgoed op een goede, maatschappelijke manier inzetten. Gaat ook niet altijd goed, hebben we
51
gezien bij de aanbesteding Berckepoort en met, hoe heet het ook al weer, bij Stadswerven … De voorzitter: De Biesboschhal. De heer Heijkoop: De Biesboschhal. Dus we zijn altijd aan het kijken hoe we zaken goed kunnen herbestemmen en waar mogelijkheden zijn, zullen we die ook echt wel benutten. De voorzitter: Mijnheer Heijkoop, hoeveel vragen wil u nog antwoorden, want u bent nu inmiddels twintig minuten aan het woord. De heer Heijkoop: Dat valt nog wel mee. De voorzitter: Dat valt hartstikke mee. Het lukt mij om soms tussen, als u net even adem haalt, om dan te interrumperen. Dus het valt mee. Gaat u verder. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik ben er inderdaad bijna doorheen. Nog even over de rol van de regio. We zijn voortdurend in gesprek met de regio. De komende weken gaat dat gesprek zich intensiveren, want we hebben een enorme opdracht met elkaar als het gaat over de huisvesting van statushouders, maar ook waar het gaat over de opvang van asielzoekers. We weten allemaal wat er op ons afkomt. Daar zijn, dat zal ook zeker in onze stad gaan spelen en in de regio. En daar betrekken we ook nadrukkelijk de huisvesting van kwetsbare groepen bij. Je ziet, dat de ene keer wordt er wel verantwoordelijkheid genomen, maar er wordt ook weleens gedoken vanuit de regio.
Maar dat laat onverlet, dat wij als gemeente zelf natuurlijk ook een verantwoordelijkheid hebben en het wijzen naar de regio, dat is een, dat is geen oplossing. Dat is meer iets, wat je wel onderdeel moet laten zijn van de gezamenlijkheid en van de gezamenlijke oplossing. Dus dat is eigenlijk voortdurend onderwerp van gesprek. Ik zou bijna willen zeggen, dat is meer dan ooit het geval. Ook morgenochtend om acht uur heb ik een ingelaste call, die ook hier weer overgaat van: Joh, beste gemeente, nou, ik zal de gemeente niet noemen, maar wat dacht je ervan? Je moet even verantwoordelijkheid gaan nemen, ook op dit vlak. Dus daar mag u echt vanuit gaan, dat ik dat doe. En dan tot slot, voorzitter. Ja. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik wil toch even aan de wethouder vragen. Ik snap dit punt, het laatste wat u net aangeeft, dat er vanuit de Veiligheidsregio natuurlijk het een en ander wordt gevraagd en opgedragen eigenlijk. Maar in hoeverre houdt het verband met dit plan, want u geeft ook eigenlijk aan, dit zijn bestaande problemen van Dordtse gezinnen. En wat mij betreft staat dat los van allerlei andere dingen waar de Veiligheidsregio mee komt. Hoe ziet u dat? De heer Heijkoop: Nee, voorzitter. Richting mevrouw Pichel zou ik zeggen, dat is terecht.
Dit was mijn antwoord op de vraag van de VVD, in hoeverre wordt het gesprek ook regionaal gevoerd. En dat gesprek wordt regionaal gevoerd over allerlei ingewikkelde groepen die we moeten huisvesten. En dat gesprek wordt nu intensiever gevoerd, omdat
52
we ook de vraag krijgen vanuit de Veiligheidsregio, vanuit het kabinet, om ook nou ja, asielzoekers op te gaan vangen en ook andere doelgroepen, met name uit Oekraïne en dergelijke. Dus daar moeten we met elkaar in de regio het gesprek over voeren. En daar betrekken we dit wel bij. Want we zeggen wel van, ja, je moet wel kijken naar dat je de draagkracht in de verschillende gemeenten evenredig belast. Dus in die zin had ik hem bedoeld. Maar u heeft absoluut gelijk, het gaat niet direct over dit voorstel. Dan tot slot, voorzitter. De voorzitter: Even een momentje, want de heer Kolkiliç had aangegeven een interruptie te willen doen. De heer Kolkiliç: Voorzitter, bedankt. Nou, ik hoorde het woord statushouders vallen. Nou, in de beantwoording van de technische vragen wat er op aangegeven, dat er geen jongere statushouders, oorlogs- en geweldsvluchtelingen of gezinnen gehuisd zullen mogelijk, waarvan bekend is dat ze overlast veroorzaken. Nou, kunnen we ook verwachten dat er groeperingen, die dan geen overlast veroorzaken, wel in deze woningen opgevangen zullen worden? De heer Heijkoop: Klopt, het gaat om die groepen. Het gaat niet over de groepen die u zegt, dit gaat over gezinnen die gewoon tussen wal en schip zijn beland, geen dak boven het hoofd hebben en die eigenlijk met een dak het meest geholpen zijn. Dit gaat niet over de ingewikkelde doelgroepen die u beschrijft.
De voorzitter: De heer Kolkiliç? Het antwoord is nog niet bevredigend, denk ik. De heer Kolkiliç: Nee, nee. In de beantwoording van de schriftelijke vraag, staat er duidelijk: In de tien woningen worden geen jongere statushouders, oorlogs- en geweldsvluchtelingen of gezinnen gehuisvest, waarvan bekend is, dat ze veel overlast veroorzaken. Nou, dan neem ik aan dat die groeperingen, of jongere statushouders, oorlogs- en geweldsvluchtelingen of gezinnen, die geen overlast veroorzaken, wel in die woningen opgevangen zullen worden. De voorzitter: Ja, mijnheer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, nee, ik vind dit helemaal niet zo’n duidelijke zin. Ik vind dat het hier niet zo duidelijk staat, dus het is goed dat u hier even op ingaat. Nee, wat hier eigenlijk bedoeld wordt, eigenlijk moet ik de zin er even bij pakken, want anders maak ik de verwarring alleen maar groter, hiermee hebben we geprobeerd de doelgroep af te bakenen waar deze woningen voor bedoeld zijn. En dit gaat over gezinnen met kinderen, die niet al de problematiek die u zojuist opleest, daar gaat het niet over. Laat onverlet, dat wij jongere statushouders en dergelijke, die gaan we ook, die moeten we ook huisvesten. Die dienen we gewoon netjes een plek te geven, maar dat doen we gewoon netjes via een reguliere woning. Via de voorrangsregel, dus daar gaat het hier niet over.
Dus deze zin, wij hebben hem niet zo handig geformuleerd, maar het gaat er dus over om aan te geven, waar gaat het wel over, maar ook waar gaat het niet over. De heer Kolkiliç: Voorzitter.
53
De voorzitter: Mijnheer Kolkiliç, kleine laatste, want ik wil toch een beetje naar de afronding toe. De heer Kolkiliç: Nou, ik hoorde, ik heb gedeeltelijk geluisterd net naar de wethouder over, ook over de opkoopbescherming. Nou, een van de punten dat er in het voorstel wordt gevraagd, is afwijking van de opkoopbescherming, terwijl er in artikel 3.7 1a van de huisvestingsverordening duidelijk staat aangegeven, dat het college mag afwijken van de opkoopbescherming als de beschermde woonruimte in opdracht van de gemeente is aangekocht. Nou, dit voorstel gaat ook om beschermd wonen. De heer Heijkoop: Dat, dat, ja, ja. De voorzitter: De heer Heijkoop, gaat dit voorstel over beschermd wonen? De heer Heijkoop: Nee, het gaat niet over beschermd wonen. Beschermd wonen is echt een maatschappelijke voorziening met mensen met een indicatie beschermd wonen. De voorzitter weet er nog veel meer vanaf dan ik. Dit gaat echt over een andere doelgroep, dus in die zin gaat dit inderdaad niet over hetzelfde. De voorzitter: Mijnheer Heijkoop, volgens mij zijn er nog twee kleine vragen, staan er nog. Dat is, de SGP-ChristenUnie heeft nog een vraag, starten met minder woningen. Want in het voorstel wordt gesproken over tien. En wat was er, nog een andere.
Oh ja, wat ik bij meerdere partijen heb gehoord, van: Is het niet mogelijk om de zaak eens om te draaien, dus eerst het voorstel terug te nemen en met een goede invulling te komen? Zodat men dan, mogelijk, kan zeggen: Oké, nu is het goed en daar hebben we zoveel geld voor over. Die twee vragen. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Ik beluisterde de tweede vraag iets anders, maar de raad kan vast dat straks verduidelijken als ik dat niet goed begrepen heb. Richting de raadscommissie, u heeft gelijk, voorzitter. De SGP-ChristenUnie gaf inderdaad aan, van: Moeten het gelijk tien woningen zijn? Nee, dat hoeven niet gelijk tien woningen zijn, te zijn. We kunnen ook starten met enkele woningen. Het is in die zin eigenlijk een soort van een pilot. We gaan gewoon iets, we gaan proberen om dit op een goede manier te doen, maar we gaan ook nog wel onderweg leren. Dus we gaan starten met enkele woningen. En in die zin begrijp ik de vraag vanuit de raad, daar kan ik best mee uit de voeten in die zin dat, ik hoor hier nou, een achttal partijen zeggen van: Nou, wij begrijpen dit, wij zien de maatschappelijke urgentie, wij zien ook dat deze gezinnen opgevangen moeten worden. En wij denken ook, dat dit een oplossing kan zijn. Maar we willen het graag wat verder uitgewerkt hebben, voordat we die woningen daadwerkelijk aan gaan kopen.
Daarmee … De voorzitter: Mijnheer Heijkoop, nu ga ik u even interrumperen, het zal niet helemaal volgens de regels zijn. Maar ik probeerde net die vraag te stellen, waar het volgens mij ook over ging was: Is dit wel de juiste oplossing? Niet zozeer alleen van, we gaan woningen aankopen en we willen daar een invulling eerst van zien. Maar ook van, we willen eerste eens zien hoe het programma eruit komt te zien en dan kijken of er überhaupt woningen of een andere oplossing moet komen. Maar mogelijk heb ik daar verkeerd naar geluisterd.
54
De heer Heijkoop: Nou, u heeft er in ieder geval al veel meer woorden aan gewijd dan degene vanuit de commissie. Kijk, wat mij betreft is het helder: We willen met een goed plan komen. We hebben hier een voorstel: Beste raad, wilt u drie miljoen beschikbaar stellen? Wilt u die opkoopbescherming voor dit plan, wilt u daar een uitzondering op maken en wilt u ons de ruimte geven om een aantal woningen aan te kopen, waarmee we die gezinnen kunnen opvangen? Als de raad zegt van, nou, dat kan op twee manieren. Die drie miljoen, dat gaat even te snel. Dat hoor ik de raad eigenlijk zeggen, bij monde van met name de GroenLinks-fractie. Maar daarin werd bijval uitgesproken. Waarbij men wel aangaf van: Wij zien wel wat in dit plan, maar we willen het wat meer uitgewerkt hebben. Nou, dan kun je, vanuit het college kun je dan twee dingen doen. Je kunt dit plan amenderen van, ga hiermee aan de slag, maar we halen even die drie miljoen er nog uit. Dus ga het verder uitwerken. En dan gaan we het uitwerken en dan komen we met een, dan komen we met die uitwerking en dan wordt het, worden de middelen vrijgegeven. Of je zegt van, nou, dit plan kan zo doorgaan, maar het geld mag niet uitgegeven worden voordat wij eerst gesproken hebben over die uitwerking. Dat kan ook. En als ik dat dan wel zou doen, ja, dan moet u mij gelijk wegsturen, want dan heb ik uw raad getrotseerd.
Dat zijn beide mogelijkheden, het is maar net welke afspraak je met elkaar maakt. Maar het is wel belangrijk – en daarom ben ik heel blij met deze avond – het is wel belangrijk, dat de raad wel uitspreekt bij meerderheid van, nou, wij willen in principe wel dit plan verder uitgewerkt zien. Want als je zegt van, we willen het sowieso niet, omdat de VVD aangeeft bijvoorbeeld van, wij zien deze rol helemaal niet voor de overheid of de heer Tutupoly. Of wij zien zulke grote bezwaren, dit is voor ons gewoon niet de weg. Ja, dan moet je ook geen plan verder gaan uitwerken. Maar ik kan in principe prima uit de voeten vanuit het college met de vraag van mevrouw Van Engelen. Dus wat mij betreft gaan we dat gewoon zo doen. De heer Tutupoly: Voorzitter. De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Even een korte vraag stellen. De voorzitter: Hele korte vraag, want ik wil echt nu zometeen een afrondende vraag aan de hele commissie stellen. De heer Tutupoly: Nee, snap ik. Het gaat namelijk om die drie miljoen, waar de wethouder het over heeft. Waarbij hij het uitgangspunt uiteindelijk neemt, dat banken niet financieren. Maar goed, daar gingen we nog even over bomen. Stel je voor, dat die markt eens even niet zo op slot zit zoals de heer Heijkoop nu veronderstelt.
Is die drie miljoen, is hij dan nog bereid om niet met die drie miljoen euro te komen, maar dat het voordeel voor die belegger er dan in zit, dat ze buiten de opkoopregeling toch in de gelegenheid worden gesteld om woningen hier aan te schaffen? Waar dat nu niet mogelijk is. Zodat dat toch ook een voordeel voor die belegger is. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Kijk, we gaan dit plan verder uitwerken en het doel is uiteindelijk, die gezinnen kunnen opvangen. Ik hoor uw bezwaren en ik hoor uw overwegingen daarbij. Ik hoor een groot deel van de raad ook zeggen van: Ja, wacht even, wij willen juist wat minder die markt. Wij willen juist wat meer die regie vanuit die overheid. Dus ik zou me ook gewoon kunnen voorstellen, dat als ik de opdracht krijg om
55
dit verder uit te werken, dat we dat gewoon eens even naast elkaar gaan zetten. Een variant met dat de gemeente dit helemaal gaat doen. En een variant dat je het met een private partner doet en dat hoeft niet perse een belegger te zijn. Dat kan ook een private partner zijn, die bijvoorbeeld de boel voor je gaat beheren en dergelijke en die daar ook een deel van de inhoudelijke uitvoering voor zijn rekening neemt. Ja, dat kunnen we verder uit gaan werken. Maar nogmaals, ik heb ook een aantal partijen gehoord, die positiever tegenover dit voorstel staan en die zeggen van: Nou, wij willen eigenlijk dat de gemeente hier juist wat meer nog in gaat doen. Dus dat moeten we gewoon even netjes op een rij zetten. Ik geloof er in ieder geval niet in, om gewoon echt met een winstgedreven belegger aan de slag te gaan, want dan ben ik het wel met een aantal raadsleden eens. Ja, dan krijg je toch weer het verhaal van de financiële businesscase, dan moeten er grote, goede rendementen worden geboekt. En dan vloeit er wel heel veel geld weg, op eigenlijk een maatschappelijke opdracht wat wij vanuit het college op dit moment, op dit dossier niet aantrekkelijk vinden. De voorzitter: Nou, omdat u het zo vriendelijk aangeeft, mijnheer Kolkiliç, een heel klein vraagje. Geen heel statement, maar korte vraag. De heer Kolkiliç: Heel kleine vraag. Ik had een vraag gesteld over staatssteun.
Of het wordt gezien als staatssteun indien een lening wordt verstrekt? Daar heb ik een vraag over gesteld. De voorzitter: Heel goed, die had ik niet opgeschreven. De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Op het moment dat wij het met een private partner doen, dan zullen wij de lening verstrekken onder de vigerende wet- en regelgeving. En dat betekent, dat je inderdaad je wel moet verhouden tot de marktrente en dergelijke. Tegelijkertijd, ja, er zijn echt wel mogelijkheden op het moment dat het over een maatschappelijke, over een maatschappelijk doel gaat. Maar u mag erop rekenen en dat zal ook hier intern, zullen de juristen daar goed op meekijken, dat het echt wel staatssteun-proof is, het voorstel dat we u zullen doen. Maar het is goed, dat u dat aangeeft. We zullen dat ook nadrukkelijk meenemen in de uitwerking. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ja, dan zijn we toch een beetje aan de afronding van dit agendapunt gekomen. De vraag is nu, dit raadsvoorstel wat hier voorligt, kan dat ter besluitvorming doorgestuurd worden naar de raad en zoja … En daar bedoel ik de raad van volgende week mee. Zoja, hoe? Hamerstuk, bespreekstuk, u zegt het maar. Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil het graag als bespreekstuk naar de raad sturen, omdat zoals het nu voorligt, kunnen wij niet voor zijn.
Dus ik wil graag een amendement indienen op dit stuk. De voorzitter: Ik zie de heer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter. Bij mij, mijn voorstel is daarmee niet meer zo aan de orde. We hebben het lang genoeg besproken. Volgens mij kan het ter stemming naar de raad. Maar als er een amendement komt, dan gaan we het over het amendement hebben.
56
De voorzitter: Zo is het. En de heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Eigenlijk ook wat mevrouw Engelen zegt, bespreekstuk. Wij denken ook aan een amendement, omdat ik de wethouder net hoor zeggen: Ga je dat als gemeente helemaal doen, nou, met eventueel een partij als beheer. Daar zien wij dan meer in, dus. De voorzitter: Mevrouw Vol. Mevrouw Vol-van den Holst: Ja, wij gaan mee met mevrouw Van Engelen. De voorzitter: Oké. Nou, dan hoeven we niet een hele specifieke politieke vraag nog te stellen om het in de raad nog te bespreken. We krijgen twee amendementen in ieder geval. Misschien twee tot één samengevoegd. Sorry? Mevrouw Van Poppel: ‘…’ De voorzitter: Oh, dat is wel een hele goede, ja. Ja, het is zo fijn, wij hebben dit afgesproken, dat we af en toe elkaar zullen souffleren of tenminste, dat ik gesouffleerd word. Gaat u ermee akkoord, dat als het een bespreekstuk is in de raad, dat u allen twee minuten spreektijd krijgt? Want ik bedoel, er is nu toch al best veel over gesproken. Gaat u daarmee akkoord, twee minuten max? De heer Noldus: Ik weet niet of dat in twee minuten gaat lukken. De voorzitter: Nou, ik denk dat u wel heel erg een eind komt, want u bent … Oh, ja, u hoeft dat niet zelf te doen natuurlijk. Maar ik denk dat, mevrouw Koenen denk ik dat dat … De heer Noldus: Doorgaans is mevrouw Koenen korter van stof dan ik. De voorzitter: Daarom, daarom.
Dus ik denk dat dat wel in twee minuten … De heer Noldus: Maar er kleven echt heel veel haken en ogen aan. De voorzitter: Ik denk dat dat wel in twee minuten kan. De heer Noldus: Ik denk dat dat best lastig zou kunnen zijn. De voorzitter: Dat kan. Maar als we beginnen met twee minuten. Ik bedoel, we hebben ook allemaal nog mogelijkheid tot interrupties, er is een eerste termijn, een tweede termijn en zo kan het besproken worden. Zullen we dat maar doen, zo dan? Oké. Dan wil ik u allen danken voor deze geordende vergadering. Ja, voor straks wel thuis en morgen weer gezond op.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 7 februari 2023.
57
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
58