2.5 2022-12-13 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT – DORDTSE DINSDAG, D.D. 13 december 2022 Vergaderzaal 5
1. Inspreker niet geagendeerd onderwerp: voedselvoorraad en voedselvisie Drechtstadboer Voorzitter: mevr. Pichel Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Aanwezig: Dhr. De Feijter (CU-SGP) Mevr. Doeze Jager (CDA) Dhr. In ’t Veld (VSP) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Kwaak (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Maroof (DENK) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Van der Spoel (PvdA) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Inspreker: dhr. Klaassen Inspreker: mevr. De Vlieger De voorzitter: Goedenavond dames en heren. Welkom iedereen, welkom aan de mensen thuis, volgens mij ook goedenavond. Ik stel voor dat we even een rondje doen om iedereen voor te stellen. We hebben vanavond een inspreker, de heer Klaassen. Maar laten we even links van mij beginnen om een rondje te maken voor iedereen die aan tafel zit. Mevrouw Van Poppel: Denise van Poppel, commissiegriffier. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie-SGP. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Maroof: Abdul Maroof, DENK Dordrecht. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, PvdA. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren.
1
Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer In ’t Veld: Richard In ’t Veld, VSP. Mevrouw Doeze Jager: Sandra Doeze Jager, CDA. De heer Kwaak: Peter Kwaak, Dordts VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordts VVD. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De voorzitter: En ik ben Ruby Pichel, uw voorzitter. Kijk ik even naar, want de heer Klaassen zit dan helemaal vooraan. Wie zit er naast mijnheer Klaassen? Kunt u u even voorstellen? Mevrouw de Vlieger: Annette Vlieger, ook van Drechtstadsboer. De voorzitter: Dank u wel. Nou, wat is het onderwerp van deze avond? Dat is iets wat niet geagendeerd is. De heer Klaassen wil iets bespreken over de voedselvoorraad en de voedselvisie van de Drechtstadsboer. Hij wil eigenlijk praten over het voedselbeleid en over de mogelijkheid van het opstellen van een Voedselvisie. En wat de mogelijk rol van de Voedselraad daarbij kan zijn. Hij wil niet alleen een toelichting geven op de mogelijkheden van de Voedselvisie en Voedselraad, maar dit ook inbedden in de visie van de gemeente Dordrecht. En hiervoor is een tien punten-plan opgesteld, wat aan de raad zal worden aangeboden.
En hieromtrent gaan voorstellen worden ingediend omtrent de Dordwijkzone Stadspark XXL en omtrent de herontwikkeling van de Biesboschhal. Mijnheer Klaassen, u heeft vijf minuten voor uw presentatie en gaat uw gang. De heer Klaassen: Ja, dank u wel, voorzitter, voor deze gelegenheid. We beginnen met … De voorzitter: Sorry, nog even kleine … Is misschien handig, want het is een korte presentatie en we willen u de gelegenheid geven om te vertellen en dat we de vragen: waren tot na de presentatie. De heer Klaassen: Akkoord. De voorzitter: Is dat oké? De heer Klaassen: Dan heb ik meer tijd dan ik dacht. Ik dacht drie minuten voor de … en twee minuten voor de vragenronde. Oké. We beginnen. Het eerste plaatje is de Drechtstadsboer. De Drechtstadsboer bestaat nu ongeveer bijna tien jaar in actief in de Drechtsteden. We halen ervoor, Drecht eraf gehaald, want we doen inmiddels ook
2
projecten in Brabant, Gelderland, Noord-Holland. Dus het wordt Drecht is niet meer helemaal van toepassing, maar Stadsboer nog altijd wel. Volgende plaatje, een filmpje. Dank u wel, het was een hele korte introductie. Ik ga u kort een korte toespraak houden hier. In voedsel komt alles samen. Ten eerste, voedselbeleid raakt aan veel grote opgaven waarvoor de gemeente Dordrecht zich gesteld ziet. Leefbare, schone en veilige wijken, banen, een betere gezondheid en een groen milieu, sociale cohesie, alsmede de betrokkenheid van burgers bij het lokaal bestuur. Vanaf juli 2021 heeft de Drechtstadsboer gemeenteraadsleden met enige regelmaat geïnformeerd over lokale, regionale, landelijke initiatieven op het gebied van voedselbeleid. Een aantal van de ons omringende gemeenten heeft vervolgstappen gezet. Ten tweede, Dordtse politici en bestuurders hebben zich uitgesproken voor een gezonde leefomgeving en de gezonde stad. Meermalen zelfs. Wethouder Stam tijdens de Voedsel Vierdaagse Dordrecht, wethouder Burggraaf, wethouder Heijkoop tijdens het Voedsel Verkiezingscafé, fractieleiders van nagenoeg alle Dordtse politieke partijen spraken zich uit voor gemeentelijk voedselbeleid. In het coalitieakkoord is de belofte gedaan om een voedselvisie te doen ontwikkelen. Dank hiervoor aan de veelal ongezonde voedselomgeving, reclame, fastfood aanbiedingen in stations, scholen, kantines.
Een van de uitdagingen is het bestrijden van overgewicht bij doelgroepen. Landelijk is het gemiddelde om en nabij één op zeven, in Dordrecht is dat één op vier. Alleen een integraal voedselbeleid kan hier verandering in brengen. Ten derde, de Raadsinformatiebrief stadslandbouw stamt uit 2012 en is aan actualisatie toe. Deze coalitie sprak zich uit om voedsel op te nemen in de duurzaamheidsambities van de stad. Het is serieus hoog tijd, voedsel niet alleen als integraal onderdeel op te nemen in het collegeprogramma, maar ook te verbinden aan concrete maatregelen en een wethouder specifiek verantwoordelijk te maken. Vele gemeenten zijn Dordrecht voorgegaan: Amsterdam, Groningen, Ede. Dichterbij: Hoeksche Waard, Molenlanden, Krimpenerwaard. Last but not least, corona, maar ook de oorlog in Oekraïne laten de noodzaak zien om als gemeente een voedselbeleid te voeren. Juist in de armere wijken, waar de sociale cohesie, de gezondheid en de leefbaarheid al lager zijn dan gewenst. Een goede gezondheid en voedselzekerheid is een zorg die ons allen aangaat en niet alleen als individuele opgave te beschouwen is. Gezond en duurzaam geproduceerd voedsel kan bereikbaar en betaalbaar worden door te investeren in lokaal ondernemerschap gericht op korte ketens. Wij roepen u op om voedsel tot een prominent, duurzaam onderdeel van het gemeentelijk beleid te maken.
Een Voedselvisie is het ijkpunt en toekomstig voedselbeleid. En een Voedselraad verbindt de leefwereld met de systeemwereld. Drechtstadsboer heeft het voortouw genomen om partijen, organisaties, instellingen, onderzoekers en ondernemers bijeen te brengen in een gezamenlijke opgave. Wij verzoeken de gemeente deze duurzame zoektocht te faciliteren met toereikende financiële middelen. Wij hebben … Dit is zeg maar de achtergrond waarvan, ja. Voor het komend jaar zouden wij willen komen tot de volgende concrete projecten. Daartoe hebben we al een aantal aanzetten genomen. De Voedselvisie heb ik net toegelicht, daar zijn we een jaar geleden mee begonnen. Een aantal van u is ook op bijeenkomsten geweest, die wij georganiseerd hebben. Inmiddels zijn die, is de Voedselvisie op provinciaal en landelijk niveau geborgd in diverse beleidsplannen. Ik kan ze hier, ik zal ze even ophouden voor de camera: de regionale Voedselvisie bijvoorbeeld of voedsel op de stedelijke agenda. Dat zijn dus landelijke programma’s. En in de omringende, ons omringende gemeentes zijn er al voedsel wethouders benoemd, met name Molenlanden. En de gemeente Hoeksche Waard
3
hebben een food academie opgericht en in Molenlanden is er ook een food academie opgericht. Dordrecht blijft achter, dat wou ik even constateren. Foodpark XL is ook een plan, dat hebben we hier liggen. U weet, wij zijn in het verleden bezig geweest met diverse vormen van stadsboerderijen. Dat hebben we trachten te realiseren bij de Watertoren, op Amstelwijck en … Mevrouw De Vlieger: Meer locaties. De heer Klaassen: Meerdere locaties in Dordrecht, ja, daar zijn we mee bezig geweest. En Dordrecht niet gerealiseerd, maar op andere provincies wel. Dus we hebben wel successen behaald in Gelderland en in Noord-Holland en in Brabant. Nu hebben we, zijn we twee jaar geleden gevraagd door de gemeente om ook een plan in te dienen voor sport…, voor sportpark, Stadspark XXL geheten nu. En hier hebben we dus een eerste aanzet toe; samen met de Moestenier en Drechtstadsboer kunnen we daar een gelegenheid ontwikkelen. Daar hebben we ook een businessplan bij, want er wordt altijd gezegd: Wat is je businessplan? Businessplan hebben we hier. Inmiddels, het is het vierde businessplan, dus we worden daar echt steeds handiger in kan ik zeggen. Food Hub. Bij zijn in de gelukkige omstandigheid, dat we alweer ruim een jaar zitten in de Biesboschhal.
En in die Biesboschhal hebben we inmiddels wel elk kwartaal een grote bijeenkomst georganiseerd, waarin sprekers, muziek, cultuur gecombineerd worden met een goede maaltijd, lokale producten. In de tussentijd zijn we ook bezig geweest contact te leggen met instellingen als: Da Vinci, Yuverta, HBO Drechtsteden Culinair en andere partijen om te komen tot een Food Hub. Wat is nou een Food Hub? Dat is eigenlijk een brandpunt voor lokaal voedsel, hè simpel. Je kan het zoiets zien … In Rotterdam heb je de Fenix Food Factory, is een mooi voorbeeld. Waar je kan, waar voedsel ambachtelijk, lokaal wordt verhandeld en ook kan worden genoten. Ons plan is daar ook onderwijs aan te koppelen en voedseldistributie. Dus tegelijkertijd ook een voedselpunt, zoals we ook in de Drechtsteden de afgelopen jaren iets van twaalf voedselpunten hebben gerealiseerd. Dat zijn eigenlijk de zaken. Dus de Voedselvisie is de bodem. De Voedselraad verbindt leefwereld en systeemwereld. Daar zijn al uitgebreide protocollen voor, voor de legitimiteiten en de representativiteit van voedselraden. Drechtstadsboer participeert in een landelijke pilot over voedselvoorraden in de gemeentes. Dus daar is al heel veel werk in verricht. Het voedselpark is, ja, dat is natuurlijk aan u, aan de gemeente. Hier hebben we het plan Dordwijk XXL.
Het toeval wil ook dat Drechtstadsboer ook enige tijd geleden een, ook een behoorlijk lijvig rapport heeft laten maken door een professor uit de Universiteit Delft en met een vergelijkbare opgave. Drechtsteden, Drechtstadsboer, Drechtstadsgerichte landbouw. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klaassen. Was dit … De heer Klaassen: Dan is nu mijn tijd om. Oh en dit zijn onze partners, dankzij wie onze activiteiten mogelijk zijn. De voorzitter: Dank u wel. Ja, dan wil ik nu eigenlijk de commissie de gelegenheid geven om vragen te stellen. Zijn er op dit moment vragen? Heer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Bedankt voor de inspirerende presentatie. Wat mij betreft heel belangrijk onderwerp om op een andere manier over voeding na te gaan denken en de lokale gemeenschap daarbij te betrekken. De
4
belangrijkste vraag die ik heb, is eigenlijk van: Hoe groot is jullie olievlek al? Om het zo maar te zeggen. Jullie hebben een aantal initiatieven heel, in sneltreinvaart samengevat. In hoeverre is dat nou toereikend om die voedseltransitie waar u het over heeft, waar te maken? U heeft het over financiële ondersteuning door de gemeente, om echt een slag te maken die u voor ogen heeft. Over wat voor financiën zou dat gaan, wat voor bedragen? Om een beetje een beeld te krijgen van wat … De heer Klaassen: Ik zal, ik kan het vergelijken met hoe de gemeente Ede dit aangepakt heeft. Er is, Ede heeft een wethouder Duurzaamheid, ChristenUnie-SGP, de heer Leon Meijer, die daar heel goed werk verricht. Die kan beschikken over de inzeturen van een viertal ambtenaren. En in de verbinding met het veld, het voedselveld, is er dus een stichting opgericht, Eetbaar Ede, die - naast trouwens de Alliantie Gelderse Vallei die op dat wetenschappelijk en ziekenhuisniveau zit - die ook weer twee fte-mensen heeft die het programma helpen mede mogelijk te maken. Dus dan heb je het over, wat is een fte? Veertigduizend euro. Dat is dus voor de, moet ik zeggen, de personele ondersteuning van het uitwerken van de Voedselvisie. Als dat niet bij het ambtelijk apparaat wordt ondergebracht.
De voorzitter: Is uw vraag voldoende beantwoord? Een vervolgvraag? De heer Van der Meer: Ik heb een vervolgvraag, voorzitter, dank u wel. Dat kan ik mij voorstellen, om een Voedselvisie op te stellen. Maar het gaat mij ook een beetje om, stel dat we een mooie Voedselvisie maken, dat er een stadsboerderij komt en nog een aantal dingen, hebben we het dan over een half procent, één procent, tien procent, twintig procent van de markt van voedsel in Dordrecht of in de Drechtsteden? Structuur, dat bedoel ik ook een beetje met die olievlekwerking: Is het een pilotproject of hebben jullie echt een beeld van, we kunnen die hele voedselvoorziening ‘…’? De heer Klaassen: We zijn op zoek, wat we tot nu toe gerealiseerd hebben is de samenwerking met Rechtstreeks Drechtsteden, Rechtstreex Dordrecht. Dat is dus een korte keten verbinder die van tachtig boeren uit de regio inkoopt met een webwinkelsysteem en dat in tien afhaalpunten afzet, twee keer in de week. Die partij, die is met corona behoorlijk gegroeid en die zit nu met een omzet van boven het miljoen en die heeft ook vijftien medewerkers. Dus om even aan te geven, dat die korte keten ook best wel substantieel is. Een ander project wat we hebben opgezet is, is met Zorgboerderij De Zuidpunt. Toen we die samenwerking startten in 2016, had Zorgboerderij De Zuidpunt twintig pakketten.
En een pakket doet pakweg driehonderd euro voor een huishouden, vier keer in de week, veertig weken lang. Inmiddels is het ook doorgegroeid naar honderdvijftig pakketten en hij kan doorgroeien naar vijfhonderd pakketten. Dus dat is een beetje, dat is het potentieel, ja. Verder heeft, maar dan hebben we een heel groot vergezicht, een stip op de horizon, de gemeente of nee, de Universiteit Wageningen heeft doorgerekend, dat het landbouwgebied van de gemeente Dordrecht, het buitengebied – dat is vierduizend hectare – toereikend zou zijn om een derde van de Dordtse bevolking lokaal te voeden. Dus als het gaat, als je echt een vergezicht zegt, 2040, 2050, voedselzekerheid, voedselzelfvoorziening, dan is dat nu nog misschien een hele verre droom, maar het is wel realiseerbaar. De heer Van der Meer: Zeer bedankt. Dit helpt.
5
De voorzitter: Kan ik iemand anders het woord geven? Ja. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Hallo, bedankt voor de presentatie, goede presentatie. Ik heb even een vraag over, in Dordrecht kunnen wij, helaas kunnen wij, uit de moestuin kunnen we niet iedere dag eten. Ik zou het fantastisch vinden als we, als één derde van Dordrecht gewoon uit de bron zou kunnen eten. Maar hoe zit het precies met de voedselveiligheid? De heer Klaassen: Ja. Ik ga daar niet over, u ook niet. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dat is het probleem. En de provincie gaat er wel over en er is ook Milieudienst en dan moet ik toch berichten, dat u net als ik te horen heeft gekregen dat de vergunning van Chemours voor de komende tien jaar verlengd is. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja. De heer Klaassen: Dat is een ernstige tegenslag om als het gaat over het bevorderen van lokaal geteeld, streekgebonden groenten van de eigen streek. Dat betekent, dan kun je zeggen: Wat boffen wij, want de zuidwestelijke wind, die landt vooral in Sliedrecht en verder in het Groene Hart. Maar uiteindelijk is het toch hier een fabriek, die de kwaliteit van de leefomgeving aanzienlijk heeft aangetast, voor ons en ook voor de toekomstige generaties. Dus ik zeg ook namens, want Drechtstadsboer is ook medeoprichter van de CSA Vereniging Nederland , daar zijn vijfhonderd lokale tuinders bij aangesloten: Eet niet alleen uit één tuin, spreid het risico.
En dat is, dat is jammer dat ik dat moet zeggen. Maar ik ga daar niet over. Ik zou het graag anders willen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Lammens-Oostdijk: We zijn er ook als raad mee bezig. Maar we gaan er niet over. De voorzitter: Ja, gaat uw gang mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Ja, dank u wel voor de presentatie. Ik heb eigenlijk twee vraagjes, van: We weten dat er meer lokale initiatieven zijn. En eigenlijk wel benieuwd hoe u daarmee samenwerkt. En als ik naar de logo’s kijk daar, zie ik ook het logo van de gemeente Dordrecht daarbij staan. Dus ben ik eigenlijk wel benieuwd, wat de gemeente Dordrecht al bij jullie voor, ja, wat is sponsoring, financiering doet? De heer Klaassen: Moet ik even naar kijken. Naast mij zit degene die de boekhouding doet, dus die kan daar nu antwoord op geven. Dordrecht heeft meegeholpen aan een aanvraag, die we voor een Europees project hebben gedaan, Horizon 2020. De inzet was de ontwikkeling van een regionaal voedselsysteem. Drie universiteiten uit de Europese Unie, twaalf landen en Drechtstadsboer was uitgenodigd door één van die universiteiten om voor Nederland de partner te zijn. Daar heeft de gemeente Dordrecht in geparticipeerd, de provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam en een dertigtal zeg maar, groene voedselgerelateerde organisaties. We scoorden dertien punten uit vijftien.
6
We dachten: Die hebben we binnen, dat project. Maar we vielen toch buiten de boot. Was heel jammer, want met Horizon 2020 zijn echt, serieus aan geld mee gemoeid. En dan hadden we nu al een stuk verder geweest, denk ik. Dus dat is … Mevrouw De Vlieger: De gemeente heeft wel bijdrage gedaan. De heer Klaassen: Oh ja, en de gemeente, precies. Ik krijg, ik word ingefluisterd. Wij hebben georganiseerd vorig jaar de Voedsel Vierdaagse, dus samen met de Dutch Food Week, een aantal donkergroene boerenorganisaties, Boerenlanddag, een stadslandbouwtocht. Mevrouw De Vlieger: Filmavond. De heer Klaassen: Een Disco Food, een filmavond, Disco Soup; daar heeft de gemeente Dordrecht aan bijgedragen. En we hebben nu net afgerond het project Groene Helden. Groene Helden zijn jonge mensen die zich inzetten voor de landbouw- en voedseltransitie en die filmpjes kunt u op de website ook terug zien, et cetera. En die, dat is ook mede, dat is mede mogelijk door de provincie, door de gemeente Dordrecht. Dus we hebben een subsidierelatie, kun je zeggen. Ja. De heer Roggekamp: Ja. En dan de vraag over: Met welke lokale andere initiatieven jullie al samenwerken of zouden willen werken? De heer Klaassen: Oh ja. We hebben vrij regelmatig samengewerkt met Da Vinci, als het gaat om de opleiding koks. Ook wat betreft de opleiding zorg hebben we daar samenwerking mee gehad.
We hebben verder ook met, wat je dan kan zien in, we hebben al twee keer Stadslandbouwdag georganiseerd en daar zitten partijen bij als, zeg maar iedereen die in Dordrecht ja, met stadslandbouw bezig is. Dat zijn er echt, dat zijn er heel wat. Dat zijn er een stuk of twintig. Mevrouw De Vlieger: Kas, De Zuidpunt. De heer Klaassen: Ja, precies. Kas, Zuidpunt, et cetera. VoedselBos, al die partijen. Die hebben we hier niet. Dat zouden we, de volgende keer doen we die ook in een logoblokje van, wat is er allemaal in Dordrecht, met wie we samenwerken. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Vlieger: Toch Zuid-Holland met de zorgboerderij. De heer Klaassen: Oh ja. Het laatste project, dat heb ik hier ook bij. Dat was een mooi project, een combinatie met, een samenwerking met Zorgboerderij De Zuidpunt en Diverz Welzijn uit Zwijndrecht. Wat op de Zuidpunt wordt geteeld, werd direct afgezet in Welzijn, in dus in Diverz, in diverse punten. En die hebben dan … Mevrouw De Vlieger: ‘…’ De heer Klaassen: En aan de keuken. En die hebben daar ook hun vrijwilligers opgeleid en daarmee leren koken, met die producten. Dus streek-, seizoensgebonden koken met
7
minder vlees en meer plantaardig, is een project geweest dat we met De Zuidpunt gedaan hebben. En een ander project wat me dan ook weer te binnen schiet, is Wortel Schieten. Wortel Schieten hebben we gedaan met, ook met Da Vinci en met een organisatie die … Mevrouw De Vlieger: ‘…’ De heer Klaassen: Ik moest even … nieuwe Nederlanders en koks in opleiding bij elkaar brengt. Hun gezamenlijke eetcultuur, laat kennismaken met elkaar met als resultaat menu’s zoals bijvoorbeeld een Libanees worstenbroodje, ik noem maar eens iets, recepten. En zaken als dat nu daadwerkelijk etnische producten worden geteeld in Stadskas De Beer. Dus voor kousenband hoef je niet meer naar Suriname, nee, dat kan gewoon ook op het eiland van Dordrecht. Dat zijn wat van die projecten. En dat zijn allemaal natuurlijk, het is, hoe moet je het zeggen, verhoudingsgewijs, als je het percentueel zegt, dan is het één, twee, drie procent maximaal. Of nog, vergelijkbaar met wat het aandeel van de biologische landbouw in Nederland is. Als je ziet, Dordrecht heeft zevenendertig boeren en één is er biologisch. Dus in dat opzicht en waar het gemiddelde in Nederland vijf procent is. Dus dat is … Mevrouw De Vlieger: Maar we weten allemaal, dat die aanloopfase het moeilijkste is. En als die vaart genomen is, dat het treintje rijdt. En we zitten nog steeds in die aanloopfase. We blijven gaan.
De heer Klaassen: Nou ja, goed, we zijn tien jaar bezig. De voorzitter: Nog een vraag? Ik heb hier nog een vraag van mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik had nog even een vraag. Wat kost een pakket voor een, een voedselpakket? Is het voor iedereen betaalbaar? De heer Klaassen: Ja, betaalbaar. Cors, die vraagt ongeveer een tientje voor, zeg maar … Mevrouw De Vlieger: Voor een gezin met vier. De heer Klaassen: Voor een gezin met vier, plus aardappelen en een eitje. Mevrouw De Vlieger: Zes vijfenzeventig. De heer Klaassen: En als je het ophaalt, dus zelf naar die boerderij gaat, maar het is wel een heel eind weg en zeker in de winter zou ik dat niet doen, maar dan is het zes vijfenzeventig. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Is het op andere punten af te halen? De heer Klaassen: Ja, het is op al die punten af te halen. Mevrouw Lammens-Oostdijk: En dan is het? Hoeveel als je het afhaalt? De heer Klaassen: Ik denk …
8
Mevrouw De Vlieger: Eenpersoons is zes vijfenzeventig en dan heb je tweepersoons en vierpersoons en het is op allerlei plekken in de stad is het verkrijgbaar. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Is het met eenpersoons, één pakket van zes vijfenzeventig, kan je vier mensen eten geven? Mevrouw De Vlieger: Nee, dan kun je vier keer koken, voor één persoon. De heer …: Eén persoon. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Oh, vier dagen voor … Mevrouw De Vlieger: Voor één persoon, ongeveer vier dagen voor twee personen, vier dagen voor vier personen. De heer Klaassen: Maar zou je met zijn vieren zijn, vier dagen eten, zoiets van een tientje. Dat is toch altijd nog vele malen minder dan wat Hello Fresh, Albert Heijn of andere partijen, dus dit maakt biologisch, onbespoten, gezond voedsel betaalbaar voor de kleine beurs. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ok, goed om te horen. De heer Klaassen: Dat is een mooi initiatief. En trouwens, waarom wordt het ook niet hier aangeboden, hier in de gemeente? Ja. Mevrouw De Vlieger: Voor het personeel van de gemeente. De heer Klaassen: Ja. De voorzitter: Even in het kader van, want we moeten zo afronden. Is er iemand die nog heel graag een vraag zou willen stellen aan de heer Klaassen? Dan is daar nu nog even tijd voor. De heer Van der Meer, gaat uw gang.
De heer Van der Meer: Nou, ik zou graag nog iets meer over die Food Counsil willen horen en over de samenstelling die jullie daarbij voor ogen hebben? De heer Klaassen: Oké. Food Council, daar zitten, moet ik het zeggen, is een verbinding tussen de beleidswereld aan de ene kant en de leefwereld aan de andere kant, door partijen die op een of andere manier zich, betrokken zijn bij voedsel. Dus dat kan dus zijn op het gebied van retail, winkels, kleinbedrijf, onderwijs, et cetera. Mensen zit … De raad moet zeker representatief zijn en legitiem. Met andere woorden, dus een afspiegeling van de samenleving bieden. En de raad, die heeft bevoegdheden – in andere steden althans, zoals dat nu opgezet wordt - om de wethouder en/of de gemeenteraad te adviseren over de te nemen maatregelen, maatregelen voor te stellen of maatregelen te evalueren. Dus het is een … En ook persoonlijke titel. Ook dat nog eens een keer, moet ik erbij zeggen. Dus het is geen branchevereniging of belangenbehartiging. In dat opzicht lijkt het, doet het denken aan de Burgerberaad, eigenlijk een vergelijkbare opzet. Dus het model is ook eigenlijk daarop een-op-een neergelegd. Ik heb, hoe moet ik het zeggen, een behoorlijke gereedschapskist – tool box heet dat dan in het Engels – over
9
hoe je dat ja, gereedschapskist, hoe deze voedselraden uitgezet worden. En de goede voorbeelden, die zijn inderdaad: Ede, Helmond, et cetera, dat zijn een paar goede voorbeelden. Amsterdam, is het wat minder goed gelukt. Daar zijn namelijk drie voedselraden opgericht, die mekaar beconcurreren en zo moet het dus niet. Maar daar kun je van leren ook weer. En Rotterdam is het, zaten er teveel ambtenaren in de Voedselraad, waardoor op een gegeven moment de ondernemers dachten: Ja, dat is zonde van … Dus er zijn een paar, er zijn leerpunten, maar er is inmiddels al behoorlijk wat ervaring opgedaan. En het krijgt natuurlijk ook landelijke ondersteuning, dus het wordt ondersteund door RVO, Duurzaam Door, de ontwikkeling daarvoor. En als je wilt, kan ik ook dus de, hoe moet ik het zeggen, de gereedschapskist die ik heb, toesturen. In Den Haag hebben ze dat mooi ontwikkeld. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klaassen: Ja, doe ik. De voorzitter: Ja, de tijd van deze vergadering is verstreken. Ik wil de insprekers hartelijk bedanken. De commissie neemt kennis van uw bijdragen. Nou, dank aan alle raadscommissieleden en de mensen thuis. 2. Garantstelling blaashal hockeyvereniging DMHC- Raadsvoorstel Voorzitter: dhr. Van der Spoel Commissiegriffier: mevr. Van Poppel Aanwezig: Dhr. De Feijter (CU-SGP) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. In ’t Veld (VSP) Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevr.
Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Maroof (DENK) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt)Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Van Dam-Timmers (CDA) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Wethouder: dhr. Merx De voorzitter: Zo, de meneer, even kijken, mijnheer Den Heijer zit ook en is ook gelijk stil. Hartstikke fijn. Dan wil ik, voordat ik even ga toelichten waar we vanavond over vergaderen, snel even een rondje maken met alle aanwezige commissieleden. En dan begin ik hier aan mijn linkerhand, bij de commissiegriffier. Mevrouw Van Poppel: Ja, Denise Poppel, commissiegriffier. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie-SGP.
10
De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Maroof: DENK Dordrecht. De heer Van Dam-Timmers: Jan van Dam-Timmers, CDA Dordrecht. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Den Heijer: Rolin den Heijer, Dordtse VVD. De heer In ’t Veld: Richard In ’t Veld (VSP). Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Merx: Marc Merx, wethouder. De voorzitter: En de ambtelijke ondersteuning is ook aanwezig. Dank je wel. Even voor de orde, ik zie meerdere mensen van dezelfde partij zitten. Ik wil jullie vriendelijk verzoeken één iemand het woord te laten voeren, want we hebben een kort uurtje. En daar ga ik heel streng op zijn. En ik zie dat de heer Stolk ook nog is binnengewandeld van de VSP. Wij zijn hier vanavond bijeen voor een oordeelsvormende sessie over de Garantstelling blaashal hockeyvereniging DMHC. En op 22 november jongstleden hebben wij een rondetafelgesprek gehad en ik mocht deze ook voorzitten. En ik vond dat een prettige bijeenkomst en een mooie uiteenzetting van, ja, zienswijzen van verschillende partijen. En ik raad het aan om dat vaker te doen op die manier, want ik vond het erg prettig. En ik had ook het idee, dat dat voor meerdere partijen aan tafel erg fijn was op deze manier.
En toen is geconcludeerd, dat wij dit zouden doorzetten naar een oordeelsvormende commissie. En daarin hadden wij drie politieke vragen geformuleerd en die lees ik even voor. Als eerste: Vindt de commissie de garantstelling een goed idee? Twee: Welke compensatie voor de VHP Stichting en verbindt de gemeente daaraan hoogte en duur? En drie: Zijn richtlijnen gewenst voor het tertiair gebruik van de blaashal? Ja, ik kan dat woord niet uitspreken. Moest het ook even opzoeken toen ik ging voorbereiden. Eens even kijken, dan is het nu aan ons om even kort uiteen te zetten hoe iedere partij hierin staat. Vervolgens korte reactie van de wethouder en daarna mogen we met elkaar in debat. En dan wil ik u vragen om ook lekker dat debat te voeren en je vooral te laten overtuigen door andere meningen en er een beetje open in gaan. Omdat dat een beetje ten goede komt van het debat, want ik vind ze vaak wat saai. Dus vandaar, ga er open in. Dan zie ik de heer Van Dam-Timmers heel enthousiast zwaaien, dus ik heb het idee dat hij als eerste het woord wil voeren. En dat gunnen we hem bij dezen, gaat uw gang. De heer Van Dam-Timmers: Ja, dank, voorzitter. Had ik inderdaad, het leek mij fijn om af te trappen vanavond, omdat het een onderwerp is wat ik ook leuk vind. En het is ook fijn om daar plezier natuurlijk in te hebben.
Vanavond bespreken we dus oordeelsvormend over het voorstel rondom de garantstelling voor de blaashal van hockeyvereniging
11
DMHC. En CDA Dordrecht vindt het goed om te zien, dat DMHC een bloeiende vereniging is, waarbij deze ontwikkeling door hen ook wordt voorgesteld en waar ze voor het, waar het voor hen ook financieel mogelijk is. Ten aanzien van de politieke vragen staat het CDA Dordrecht positief ten opzichte van de garantstelling en de compensatie voor de verenigingshallen. We zien weinig financiële risico’s en veel sportieve voordelen voor DMHC. We begrijpen wel, en dat is wel een kanttekening natuurlijk, dat we hiermee natuurlijk vooruitlopen op de actualisatie van het sportbeleid in het algemeen. En we begrijpen ook, dat de blaashal gevolgen heeft voor de bezetting van de verenigingshallen, maar we vinden dat de voorgenomen compensatie, dat die er wel goed bij past. Vanuit de insprekers en vanuit de beeldvormende sessie zijn er ons ook wel meer bezwaren nog helder geworden ten opzichte van dit voorstel. De hulpvraag vanuit die verenigingshallen staat eigenlijk een klein beetje los natuurlijk van de garantstelling. Die is wel helder en we zien ook een gezamenlijke opdracht voor zover de verenigingshallen als de gemeente. Naar aanleiding van de beeldvormende bespreking en het verdere informeren, zijn bij ons dan ook een paar vragen nog voorgekomen, nou ja, over gekomen voor de wethouder.
En de vraag is van, ten aanzien van de compensatie is onze indruk, dat niet per se de financiën het knelpunt zijn voor de verenigingshallen, maar juist ook het vinden van de juiste huurders. Hoe kijkt de wethouder daarna? En daarbij komt eigenlijk ook, dat er natuurlijk sprake is van concurrentie tussen gemeentelijke hallen, onderwijshallen, maar ook private sporthallen. En dat deze voor het aanbieden eigenlijk van die verschillende accommodaties, niet samenwerken. Dat lijkt los te staan van deze blaashal, maar tegelijkertijd is dat ook niet zo. Want eigenlijk de kanttekening bij deze blaashal zal zijn, de bezetting van die overige hallen. Dus er is, eigenlijk is, de kanttekening bij dit voorstel zit hem eigenlijk in andere hallen. En daarom richt ik me ook vooral daar ook. Want als je het hebt over die compensatie, gaat het aan de ene kant, enerzijds om financiële compensatie. En anderzijds zouden we natuurlijk ook juist een voorstel daaraan kunnen verbinden om die bezetting te verbeteren. Nou, als we daar dan naar kijken, dan zien we dat het op dit moment niet gebruiksvriendelijk is. Of dat de manier waarop mensen nu een sporthal kunnen boeken niet gebruiksvriendelijk is.
En dat er daar vanuit zowel de gemeentelijke sporthallen, maar ook vanuit de verenigingshallen dus verbetering te boeken valt en daarom de volgende vraag: Welke mogelijkheden ziet de wethouder hier om daar verbetering op te maken, en zodanig die financiële compensatie ook deels overbodig te maken? En hoe kijkt de wethouder naar de huidige mogelijkheden eigenlijk, van het vullen van die verschillende sporthallen? En is de wethouder van mening, of wat vindt de wethouder van de samenwerking tussen de gemeenten en de gemeentelijke sporthallen en de verenigingshallen en de sporthallen? De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik het woord geven na de heer Van Dam-Timmers? Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ja, dank, voorzitter. Dordtse VVD vindt een blaashal bij DMHC een goed idee. Het is belangrijk voor een club om het hele jaar door een goed bezochte accommodatie te hebben. Redenen zijn: de sociale binding tussen leden en het is logistiek ook gewoon wat handiger, want ze, trainers, ouders moeten nu verschillende hallen in de stad bezoeken. Soms zelfs op dezelfde avond. En niet alle handen zijn geschikt voor zaalhockey. En het belangrijkst, dat men ook kan uitbreiden na anderhalf uur training in de, per week. In plaats van dat ene uur wat het nu is. Dus er wordt ook
12
gewoon meer gesport. Al met al een positieve bijdrage en het helpt deze club ook de achterstand op andere clubs niet verder te laten oplopen. Het voorstel is, een volledige compensatie voor de periode van vier jaar opgenomen. Lijkt ons ook een goed voorstel. Daarmee breng je de hallen niet in de, op korte in de problemen, maar is er wel ook een prikkel en een stimulans om actief op zoek te gaan naar verdeling van de zaal. En wat ons betreft moet tertiair gebruik aan alle hockey-gerelateerde activiteiten – dus ook dingen die bijvoorbeeld bij de bond of de KNHB georganiseerd worden - mogelijk zijn. Wellicht is er zelfs meer mogelijk. In mijn fractie is bijvoorbeeld ook kinderopvang, wat gerelateerd is aan de activiteiten. Daar aan de orde gekomen. Nou, in ieder geval op dat eerste hebben wij de wethouder positief gehoord. Wat we niet willen is, dat het aan andere huurders die bij verenigingshallen plannen, gebruik maken, dat het daar naartoe gaat. Want dat zou niet fair zijn. Maar goed, daar moeten we volgens mij ruimte bieden, omdat het niet direct concurreert met het VHB en invulling geeft aan meervoudig gebruik en het open sportpark wat we met zijn allen nastreven. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik de heer Uysal. De heer Uysal: Ja, dank, voorzitter.
Allereerst, onderschrijft GroenLinks Dordrecht het belang van sport en bewegen en ook de ambitie om zoveel mogelijk Dordtenaren te laten sporten en ook hier in mee te laten doen. De GroenLinks-fractie is niet principieel tegen dit raadsvoorstel, maar we zijn wel kritisch ten aanzien van een aantal. Zo hadden wij volgens mij afgesproken, dat we met de actualisatie van sportbeleid, ook de verenigingshallenplannen daarin zouden meenemen. Wat we nu eigenlijk doen, is een specifiek onderdeel daaruit trekken en dan lopen we eigenlijk daarmee vooruit op de zaken en de urgentie hiervan ontbreekt nog een beetje. Waarom moeten we dit nu per se gaan beslissen en kunnen we niet wachten op de actualisatie van het sportbeleid, terwijl dat volgens mij ook op zeer korte termijn richting de raad komt? Daarnaast is er ook sprake van een wegzuigende werking bij andere hallen en daarvoor wordt financiële compensatie gevonden van twee miljoen euro uit het sportparkenprogramma, dat is een fors bedrag. Gaf tot alles gebruikt gaat worden of niet, ben ik wel benieuwd naar hoe dat zich verhoudt tot de andere onderdelen van het sportbeleid. Dus we gaan het ook hebben in het sportbeleid over revitaliseren van de sportparken.
En hoe verhoudt zich dat bedrag dan tot de andere investeringen die we gaan doen met het sportbeleid? Belangrijkste vraag die daarbij komt is dus eigenlijk: Is het niet handig om het integraal aan te pakken? Zoals we dat ook eigenlijk hebben afgesproken. En tot slot, ook moeten we het goed hebben over het tertiair gebruik. En wat mijn collega van de VVD en ook het CDA aangaf is, dat er dan natuurlijk geen sprake moet zijn van concurrentie met de overige stichtingen die gebruik maken van het verenigingshallenplan. Graag gaan wij hierover in gesprek met de fracties een tafel en zien wij de reacties van de wethouder tegemoet. De voorzitter: Dank u wel. Heb ik nog wel één vraag aan u: Bent u voor het raadsvoorstel, voor de garantstelling of bent u tegen? Of wacht u het debat nog even af? De heer Uysal: Wij laten ons graag overtuigen, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Helder. Gaat uw gang, de heer De Feijter.
13
De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Ja ook wij hebben goed gehoord wat er bij de beeldvormende vergadering naar voren is gebracht. We snappen het belang van DMHC en de noodzaak voor hen om een blaashal te kunnen realiseren. We hebben ook van andere sporthallen gehoord wat het negatieve effect voor hen is. De wegzuigende werking, waardoor een aantal inkomsten van andere hallen vervallen. Ook wij zijn niet principieel tegen het voorstel, maar wij hebben wel moeite met een aantal onderdelen daarvan. We wachten nog op de nieuwe Sportvisie en de uitwerking van het nieuwe verenigingshallenplan. Is de acute noodzaak voor de blaashal zo groot, dat we dit hier niet bij kunnen betrekken? We zijn daar kritisch over en we zijn het eens met het advies van de Sportraad dat financiering van een blaashal hierbij betrokken moeten worden. Dan ten tweede, het voorstel gaat uit van een compensatie van wegvallende inkomsten van de andere verenigingshallen. Voor vier jaar maximaal vijfendertigduizend euro. Ook hierbij geldt, dat we dit vanuit het totale plaatje van de verenigingshallen moeten bekijken, want naast het wegvallen van inkomsten door de blaashal, zijn er bij de beeldvormende sessie meerdere zorgen geuit over het exploiteren van de verenigingshallen. En tot slot, ten aanzien van de vraag of er richtlijnen gewenst zijn voor het tertiair gebruik van een blaashal.
Nou, het antwoord daarop is, ja. Als we vinden dat er een blaashal moet komen, dan zal dat onderdeel van het verenigingshallenplan moeten worden en zullen we heel voorzichtig moeten zijn met tertiair gebruik, om te voorkomen dat er nog meer concurrentie met de andere verenigingshallen ontstaat. Dus kort samengevat, is het zo, is het zo acuut dat we de blaashal niet bij het totaal van verenigingshallenplan en sportvisie kunnen betrekken. Nou ja, op voorhand zijn we niet per se tegen een blaashal bij DMHC en garantstelling vanuit de gemeente, maar we vinden het niet handig om nu weer op één onderdeel te beslissen terwijl we het geheel nog steeds niet voldoende in beeld en onder controle hebben. De voorzitter: Dank u wel, dan gaan we naar de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang, mijnheer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Dank u wel, voorzitter. Ja, er is al heel veel gezegd en wij zijn het in heel veel punten eens. Wij zijn in principe voorstander van die blaashal, omdat het gewoon voor de verenigingen zelf bijzonder goed is, dat ze uit kunnen breiden en groter kunnen worden. We hebben wel één vraag eigenlijk. In het raadsvoorstel Garantstelling staat het onderwerp, hoe wordt dit betaald dat er een compensatie is voorzien voor vier jaar. De Sportraad kan uitsluitend positief reageren als er een tienjarig, een meerjarig iets is. Tien jaar, meen ik.
Waarom is het college afgeweken van die tien jaar wat door de Sportraad geadviseerd wordt en gaat men terug naar vier jaar? En hoe is het met de indexering per jaar? Want ik lees alleen maar, dat er dus een totaalbedrag van vijfendertigduizend euro in staat en niet een indexering. En kan het college niet zeggen: Oké, we doen het voor tien jaar en dan de overige zes jaar een soort garantstelling, maar wel met de bepaling dat men vooruitgang moet boeken in andere sportactiviteiten die dan in die hallen plaats gaan vinden? Nou, in principe zijn wij wel voor, met inachtname van wat gezegd is. De voorzitter: Helder. Dan zie ik de Verenigde Senioren Partij, gaat uw gang. De heer In ’t Veld: De VSP is voor zeg maar, de garantstelling. Gelet zeg maar op de ontwikkeling van de hockeysport in zijn algemeenheid en ook voor de vereniging DMHC. Voor die wegzuigende werking hebben wij ook toch wel wat bedenkingen. En er wordt
14
wel aangegeven zeg maar, dat de gemeenteraad gaat zich inzetten, zeg maar, om te wegvallende uren te compenseren in overleg zeg maar met de hallen. Maar ja, dat biedt nog weinig garantie natuurlijk, zeker in deze tijden. En, nou ja, wij stellen ons voor zeg maar, dat in ieder geval dat na een jaar of twee, na twee jaar – dus de helft van de looptijd - dat in ieder geval even gekeken wordt van, jongens, hoe ontwikkelt zich dat nu. Om te voorkomen zeg maar, dat je ook na vier jaar opeens tot ontdekking komt van, het is, het gaat niet lukken. En met die vier jaar, als die voorbij is, dan is die compensatie verdwenen. Dus laat je ze dan in een zwart gat vallen, als je ziet dat dat niet goed gaat? Want dit vraagt natuurlijk van de gemeente best ook wel een behoorlijke inspanning. En voor wat betreft zeg maar het gebruik van de blaashal, vinden wij ook zeg maar, dat dus geen andere activiteiten dan hockeygerelateerde activiteiten mogen plaatsvinden om die wegzuigende werking bij andere hallen te voorkomen. Maar wij staan positief tegenover het voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar Beter voor Dordt. Gaat uw gang. De heer Wringer: Ja, dank, voorzitter. Ik denk dat u dadelijk teleurgesteld wordt in de discussie; meeste partijen zijn wel voor. Ook wij zijn positief over de garantstelling.
Een blaashal heeft vele voordelen voor de vereniging, zoals meer verbinding binnen de club en meer jongeren die langer kunnen sporten. Het is een garantstelling in de vorm van een lineaire lening, dus als het goed is, krijgt de gemeente het geleende geld in vijftien jaar weer terug. Beter voor Dordt gaat er vanuit dat de gemeente goed heeft uitgezocht of de hockeyvereniging een financiële gezonde boekhouding beheert. Natuurlijk, dat er een gat van vijfendertig duizend ontstaat in het bijdragen aan het VHP. Maar het college heeft toegezegd, dat voor maximaal vier jaar te compenseren en met vijfendertig duizend per jaar. Dit gaat de gemeente dus maximaal honderdveertigduizend kosten. En Beter voor Dordt roept het college dan ook op, om zo snel mogelijk een andere partij te vinden om het gat dat is ontstaan door het vertrek van de hockeyvereniging, te dichten en de raad bijtijds op de hoogte te stellen wanneer dit is gelukt. De VHP maakt zich sowieso zorgen om de toekomst en Beter voor Dordt snapt dit ook wel. We verwachten dan ook, dat het college samen met de VHP in gesprek blijft en blijft zoeken naar structurele oplossingen die de toekomst van de VHP moeten waarborgen. Dat was het, voorzitter. De voorzittter: Dank u wel. Dan gaan we naar … Oh, even de microfoon, even uit. Ja, dank u. Gewoon Dordt, gaat uw gang. De heer Roggekamp: Ja, dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, wij hebben echt een hele mooie discussie gehad de vorige keer, of een heel mooi verhaal gehad. Hele actieve vereniging, heel goed om te zien. Ook mooi om te zien van wat ze allemaal willen doen. Alleen alle discussies komen toch op, om het punt van: Past dit in het totaalplaatje? En dat is die Sportvisie waar we op moesten wachten. Die Sportvisie zou ook snel komen. De vereniging zelf heeft aangegeven, dat eigenlijk we al te laat zijn om voor dit jaar te kunnen draaien. Dus dat het pas voor volgend jaar is. En dus zien we eigenlijk niet van, waarom we het uit de Sportvisie zouden moeten halen en het nu over moeten beslissen. Zeker ook kijkend naar het tertiaire gebruik wat een onderdeel moet zijn van die Sportvisie. Want het is ook, ja, er zijn heel veel partijen die zeggen van, ja, ze mogen niks anders in die hal doen. Nou ja, we moeten daar goed naar kijken en misschien kan dat wel als je het goed verdeelt over alle hallen. Wat dan ook voor zo’n vereniging beter
15
is en hun niet nu al, vooraf, op achterstand zet dat zoiets nooit mogelijk is. We hebben het ook over die compensaties. Ja, daar hebben we eigenlijk best wel, is beetje lastig omdat het best wel voor alleen zo’n hal best wel veel geld is. En we willen dat dus in zijn geheel bekijken. Waarbij in het voorstel zelf een wat groter probleem mee hebben – en dat is niet voor die vereniging zelf - maar dat is om gewoon de burgemeester en wethouder gewoon een carte blanche te geven. En de reden, dat we daar problemen mee hebben, is omdat we bij De Dubbel in het verleden ook hebben gezien, dat het daar eigenlijk best wel mis is gegaan. Dus eigenlijk willen we niet, de vrees van om alles bij burgemeester en wethouder – van, jongens, jullie mogen het voor de rest uitzoeken – te leggen. Maar dat willen we altijd wel hier op de tafel hebben als er dingen gedaan moeten worden, zeg maar. Dus wel voor het gewoon, regulier afhandelen. Maar als er dingen fout gaan, als er bedragen bij moeten, als wat moet gebeuren, maar dan willen we dat in heel de Sportvisie zien ook graag. De voorzitter: Dank u wel. Dan eindigen we bij DENK, gaat uw gang. De heer Maroof: Dank, voorzitter. Ik zal het kort houden. De laatste, dus ik heb alles bijna gehoord. DMHC heeft onzekere tijden. Mooie organisatie en die nog groeiend is. En dat steunen we van harte, dus steun voor de garantstelling. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Dan, voordat wij naar de wethouder gaan voor een, ja, beantwoorden van een aantal vragen, dan moet ik nu tot de conclusie komen dat GroenLinks, ChristenUnie-SGP en Gewoon Dordt … Gewoon Dordt was er al tegen en de andere twee partijen staan nog redelijk open, zoals het nu ligt. Dus ik wil de wethouder vragen, om de vragen kort en bondig te antwoorden en misschien wel wat langer stil te staan juist bij het wegnemen van de twijfels bij deze drie partijen in … En dan gaan we daarna over op het debat. Gaat uw gang. De heer Merx: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, waarom niet gewacht tot de Sportvisie en daarin meegenomen het verenigingshallenplan? Dat heeft een aantal redenen. De eerste is, dat met de Sportvisie en de, hoe we gaan aankijken tegen het verenigingshallenplan, de ruimte niet toeneemt. De behoefte van DMHC zal ook dan nog steeds meer zijn, dan behandelen nu kunnen bieden. En in die zin heeft het ook niet zo heel veel zin om langer te wachten. Dat is één. Twee is, dat we, of dat de raad twee jaar geleden of een jaar geleden denk ik dat het is, gezegd heeft van: Luister, voor spoedeisende zaken, voor urgente zaken willen we graag twee miljoen ter beschikking stellen om zaken die dat vragen op te pakken. Nou, dit is er dan eentje van. Want DMHC wacht inmiddels al ruim twee jaar op een beslissing van de gemeente hierover.
En in die twee jaar – en dat is de derde reden of misschien al de vierde reden; ik ben de tel even kwijt – zijn de prijzen explosief gestegen. En ik als wethouder, wil het de vereniging niet aandoen omdat ik, we hebben maar twee keuzes: we doen het wel of we doen het niet. En als wij het niet doen, dan kunnen zij hun ambitie niet waarmaken. Ik verwacht namelijk niet, dat er zoveel ruimte komt in de verenigingshallen dat zij daar in die tien weken per jaar hun ambitie waar kunnen maken. Maar blijven wachten, dan zullen die prijzen nog verder stijgen. En we hadden het net al eventjes erover, de honderdvijfenzeventig duizend euro garantstelling die we nu doen, dat is al gebaseerd op wat meer gedateerde cijfers. We hopen dat dat nog steeds daarvoor kan, maar dat is dan wel de reden, alles bij elkaar genomen, ze wachten al heel lang, de prijzen worden alleen maar hoger, de hallen die worden, die groeien niet, tenzij we met het verenigingshallenplan besluiten en de
16
Sportvisie dat er nog gewoon een hal bij moet voor DMHC. Dat lijkt me heel erg duur. Dus om die redenen, alles bij elkaar genomen, hebben wij besloten dit voorstel aan u voor te leggen. Ook – en dat staat ook in het voorstel zelf - omdat wij ook deze vereniging, die zich kenmerkt als een sterke, vitale vereniging met ambities ook niet daarin willen weerhouden om die ambities en de mogelijkheden die ze zien, waar te maken. Daarom dat we niet gewacht hebben met dit voorstel tot de Sportvisie, die in januari verwacht naar uw raad toe te kunnen sturen, daarin mee te nemen. Omdat dat waarschijnlijk nog een hele grote discussie gaat voeren. Tegelijkertijd, en dat constateert u terecht, trekken we wel een gaatje in de dekking van de verenigingshallen. U heeft het vorige week allemaal, vorige keer allemaal goed gehoord, de zorgen die er zijn bij de verenigingshallen. Ik moet daarbij aangeven, dat wij eigenlijk spekkoper zijn met de manier waarop we het nu georganiseerd hebben. We hebben verenigingen die het op zich genomen hebben een stichting op te richten om een hal te gaan exploiteren. Er zijn zeven gemeenten in Nederland waar dat gebeurt. En de gemeente zit eigenlijk voor een dubbeltje, of nu is het misschien een kwartje, op de eerste rij. En dat is dankzij de inzet van deze stichtingen en van alle vrijwilligers die deze stichtingen runnen.
Ik heb vorige week nog samen met de mensen van Sport, met de voorzitters van de verenigingshallen bij elkaar gezeten. En dat hebben we ook afgesproken - in tegenstelling tot eerdere periodes - om dat echt regelmatig te doen, om met elkaar te praten, hoe staat de vlag ervoor. Want het is voor iedereen, dus ook voor de verenigingshallen best wel een spannende tijd. We zien dat, aan de hallen zijn aan – maar daar komen we straks nog wel op terug met het plan - die staan eigenlijk op het punt om vervangen te worden. De kapitaallasten zullen enorm gaan toenemen, want ja, die dingen gaan ongeveer dertig jaar mee. En u kunt zich voorstellen, dertig jaar geleden echt wel voor een – tegenwoordig – een appel en een ei zo’n hal werd gebouwd. Nou, tegenwoordig betaal je daar echt wel wat meer voor. We staan echt wel voor uitdagende keuzes. En we hebben ook afgesproken – en dat was ook een signaal dat u vorige keer hoorde - dat we eigenlijk de verdeling van de uurtjes en hoe we daarmee omgaan ook in relatie tot sportzalen van basisonderwijs en speciaal basisonderwijs, die de gemeente gewoon echt moet neerzetten en exploiteren omdat het onze zorgplicht is, dat daar wel verbetering mogelijk is. Verbetering in de verdeling van, wie zetten we waar neer. En hoe kunnen we met elkaar afspreken, dat juist de hallen allemaal zo goed mogelijk gevuld worden.
En dat als zich iemand meldt, dat dat ook op meer centrale plaatsen ook terecht komt, om te kijken: Hé, verhip, dat kan ik bij zaal of bij verenigingshal A, maar hé, we zien in de planning dat verenigingshal B daar nog ruimte voor heeft. Het is niet zo, dat hebben ze ook vorige week heel nadrukkelijk aangegeven, dat de gemeente de regierol gaat krijgen. Want dat zou betekenen, dat wij op de stoel gaan zitten van de verschillende besturen; dat willen ze echt niet, want het zijn zelfstandige stichtingen en die willen ook echt zelf hun boontjes doppen. Maar ze hebben wel heel veel behoefte, met elkaar en wij ook met hun, om zoveel mogelijk af te stemmen. Dat is het woord wat vorige week gevallen is en dat gaan we ook verder uitwerken. Betere afstemming van de behoefte en de mogelijkheden. De voorzitter: Ik ga u even onderbreken. Ik zie een vraag komen. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, ik hoor hele mooie woorden van de wethouder. Daar ben ik heel blij mee, maar wat ik me even afvroeg: Beter afstemmen en zo, moet ik dan denken aan een soort Marktplaats voor verenigingshalplanuurtjes of andere
17
sporthaluurtjes of een soort RB&B waar je je sport kan boeken? Nee, maar is dat een beetje de denkrichting of is het een hele andere denkrichting? Want ik probeer even een dubbeltje concreet te maken wat u zegt. De heer Merx: Nou, dat is een goeie vraag. U vult het al wat verder in dan wij op dit moment eigenlijk zijn. Wat wij hebben geconstateerd met elkaar en ook de verenigingshallen voorzitters onderling is, dat er eigenlijk niet zo heel gek veel afstemming was. En dat ze daar allemaal wel behoefte aan hebben. Ook een van elkaar te leren, hoe ga je met bepaalde situaties om. Dan gaat het over andere dingen dan bijvoorbeeld het afstemmen van, hoe vullen wij met elkaar samen de behoefte in die er is in de maatschappij en hoe zorgen we ervoor dat we allemaal de hal draaiende kunnen houden? Hoe we dat precies gaan vormgeven, dat is iets wat we met hen verder gaan overleggen. Maar dat de gemeente daarin een faciliterende rol gaat vullen, dat daar wel een soort centrale plek gaat komen, daar is wel behoefte aan. Dus of dat nou een marktplaats moet zijn op het bureau van mijn buurman, of anderszins, dat weten we niet. Maar we hebben al echt wel een belangrijke stap gezet, denk ik. Met elkaar, door de mensen bij elkaar te brengen en met elkaar echt die ambitie uit te spreken om die afstemming – niet de regie, maar de afstemming - beter doen.
Hoe dat precies gaat vormgeven, dat moet ik echt op dit moment schuldig blijven. De voorzitter: Ik zie nog één prangende vraag. Het woord, alstublieft. De heer Van Dam-Timmers: Voorzitter, wanneer staat het in de planning, wanneer kunnen we dat verwachten? Want als ik die verenigingshallen zo begreep, is er best wel een urgent probleem en kunnen we als gemeente hier ook flink geld besparen als we dat snel en goed doen. De heer Merx: Ja, de urgentie, er is een urgentie. Maar nog geen hal op dit moment staat op instorten of op omvallen, omdat ze de exploitatie niet rond krijgen. Zover is het nog niet, wel zien we bepaalde ontwikkelingen. Mevrouw Heijmans heeft dat vorige keer ook heel nadrukkelijk gezegd. We zien dat we, de avonduren worden korter, men gaat later sporten, maar men stopt er ook eerder mee. Dus dat soort ontwikkelingen moeten we echt de vinger goed aan de pols houden. En we zoeken dus ook, nou, ik geef al weer wat meer weg en het gaat alweer verder dan de blaashal, maar goed. Wat we zien is, dat we de exploitatie rond kunnen krijgen en beter rond kunnen krijgen als we meer onderwijs overdag in die hallen kunnen krijgen.
En dat betekent dus, als je in je sportvisie na gaat denken – maar dat hebben we, als u gaat vragen, niet volgend jaar gereed en misschien over vier jaar nog niet - maar je zou kunnen gaan denken aan meer faciliteiten op sportparken met bijvoorbeeld onderwijs en dat soort zaken in de omgeving of in de nabijheid en misschien wel op het sportpark. U kunt het allemaal niet forceren, dat moet ook groeien, maar het is wel een denkrichting waarin je zegt: Hé, verhip, dan kun je daarmee die hallen overdag vullen en ‘s avonds kunnen de sportverenigingen aan de slag van wie die hallen zijn en eventueel anderen die ook nog graag daar willen sporten. Dus ja, het is echt, dit wordt wel een lange adem. En naar de concrete vraag van wanneer is dat dan precies ingevuld, wordt het een R&B of wordt het een Marktplaats of wordt het een, nou, noem nog eens wat anders. Nou, dat moet wel begin volgend jaar, eerste kwartaal willen we daar wel echt een volgende stap in hebben gezet. En dan gaan we met mekaar, met de voorzitters en ook, we gaan er ook in meenemen de hallen van het onderwijs. En dat wordt nog echt een tour de force. Gaan we met elkaar, gaandeweg,
18
lerende, lerend het proces in om dat steeds beter vorm te geven. Het kan niet in één keer goed zijn, want we komen echt wel van ver. De voorzitter: U bent nu tien minuten aan het woord en de vragen … De heer Merx: Ja, maar het zijn ook heel goede vragen. Even kijken, nou, dan ga ik even mijn lijstje langs. Die heb ik gehad. Concurrentie hebben we het over gehad. Het tertiair gebruik, nee, daar bent u het allemaal over eens en daar ben ik het ook over eens. Dat gaan we regelen, dat, en daar is overigens ook DMHC het mee eens. We hebben die hal tien weken in het jaar, daar gaan we in hockeyen en daar gaan we geen andere dingen in doen. Mocht zich nou, en dat gaan we ook wel vastleggen, mocht zich nou de unieke mogelijkheid voordoen, dat er iets heel bijzonders kan worden georganiseerd in zo’n hal en we echt onszelf in de voet hebben geschoten om dit heel erg strak dicht te regelen, daarvoor wil ik wel een uitzonderingspositie hebben. Dat mochten ze iets heel bijzonders doen, dat het een gemiste kans zou zijn als je het niet doet, dat ze dan contact opnemen met de gemeente, met ons, om te zeggen: Nou, in afwijking van wat we willen, in dit bijzondere geval gaan we dat doen. Maar dat is dan echt een uniek iets en niet iets wat elke week gebeurt.
De heer …: Maar geldt het dan …? De heer Van Dam-Timmers: Maar voorzitter, dit strookt toch niet helemaal met juist het verenigingshallen idee, dat je juist dubbel gebruik ook wil en dat je ook eventueel voor scholing, die dan aan het hockeyen zijn in die hal, het wel mogelijk wil maken. Dus ik vind het wel een beetje ingewikkeld, want dan maak je eigenlijk … Kijk, ik snap dat je niet wil concurreren, maar de andere kant, als je het zo dicht zet, dan staat die hal straks leeg overdag. Dat is toch, dan toch ook weer zonde van de mogelijkheden die we als stad hebben en de doelstellingen van zoveel mogelijk mensen sporten, hoog kwalitatief, dat ze bij een vereniging kunnen sporten waarbij ze een mooie hockeyhal klaar hebben staan. Ik begrijp niet helemaal die, nou ja, dat je daar heel strak in wil zijn, want dat voelt toch eigenlijk weer niet efficiënt. De heer Merx: Nou ja, het is een hal van DMHC. Het is een hal die zij nodig hebben om te kunnen voorzien in hun behoeften en de groei die zij verwachten te gaan krijgen. Ik heb ook een meerderheid in ieder geval hier gehoord van, we willen niet dat er nog verder gekannibaliseerd wordt zeg maar, op de bestaande verenigingshallen. Dus als daar scholen ineens denken: Hé, verhip, DMHC daar kan ik voor een tientje huren en bij die andere moet ik er twintig euro voor betalen of zo. Dus ik ga bij DMHC.
Nou, daar ben ik dan zelf wel – tenzij u mij dwingt met een motie om te zeggen, maar ik wil het toch echt anders want die hal mag ook lekker concurreren met de verenigingshallen - maar daar was ik niet mee, eigenlijk niet van plan om daarmee in te stemmen. Omdat juist nu, wat ik aan het begin zei, ik zie de noodzaak en de behoefte en de urgentie voor DMHC. En mocht zich nou een unieke kans voordoen, een eenmalig iets - dat zou heel erg jammer zijn als we dat niet doen – dan zeg ik: Oké. Maar als zich bijvoorbeeld school X of Y aanmeldt van, nou, in die tien weken wil ik bij jullie gaan en dan vertrek ik bij De Dijk of weet ik veel welke andere hal, nou, daar ga ik niet aan mee werken. Dus in die zin moet u dat zien. Nou, dat wacht ik op de dingen … Heb ik het over gehad. Compensatie voor vier jaar. Ja, we hebben echt bewust gekozen voor vier jaar. De vertegenwoordiger van Partij voor de Dieren is helaas net vertrokken.
19
De voorzitter: Mevrouw Vol is aangeschoven. De heer Merx: Ah, kijk eens! Ach. De voorzitter: Was van tevoren aangekondigd. De heer Merx: Nou, u had de vraag gesteld: Waarom compensatie niet voor tien jaar? Zoals ook de, nou ja, de Sportraad had zelf gezegd, vijftien jaar of nog langer. Ja, ik wil ons eigenlijk, samen met de verenigingshallen wel de ambitie opleggen om dit probleem zo snel mogelijk opgelost te hebben. En hoe langer wij wachten met, hoe langer we het onszelf gunnen, dan weet ik wat er gaat gebeuren namelijk. Dat als ik al lang geen wethouder meer ben, het nog steeds elke maand, elk jaar betaald wordt. En tegen de tijd dat de vijftien jaar voorbij is, dat we dan eens gaan kijken van, hoe gaan we die uren invullen. Dus wil onszelf eigenlijk, meer een … Nou, dankjewel, een stok achter de deur voor onszelf en voor de verenigingshallen om dit zo snel mogelijk op te lossen. De wegzuigende werking hebben we het over gehad. Ja, zeker VSP die zegt, ja, moet je niet naar twee jaar. Nou, door de manier waarop ik net toelichtte, dat wij eigenlijk meer in de afstemming willen gaan zoeken samen met de verenigingshallen, maar ook met andere hallen, gaan we veel frequenter de vinger aan de pols houden om te kijken, hoe ontwikkelt zich dit. Want er is een mogelijke tendens gaande, die enerzijds zorgelijk is, maar we weten niet hoe die zich verder ontwikkelt.