2.4 Notulen Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 3 februari 2021.pdf
Tekst van het document
Aan het smalste gedeelte van de Stadspolderring ben ik van mening dat ze voor zoveel overlast zorgen dat ze allemaal moeten verdwijnen. Er zijn ook in de Stadspolderring platanen – die staan in een grasveld, die staan niet zo kort op de rijbaan – die gewoon kunnen blijven staan. Die zorgen niet voor overlast. Wat mij is opgevallen, ik heb ook RTV Dordrecht erbij gehaald, ik weet niet wie de uitzending gisterenavond heeft gezien: de polken in de Stadspolderring zijn pas leeggezogen en gisteren met de regenbui stonden ze gewoon weer blank. Dus ik ben van mening, ook gezien de parkeercapaciteit die tekortschiet, dat de platanen in het smalste gedeelte tot aan het spoorviaduct moeten worden gekapt. Daar zijn de bewoners het unaniem mee eens. Mevrouw Jager: Mag ik daar nog één keer op reageren? De voorzitter: Ja, natuurlijk. Gaat uw gang. Mevrouw Jager: Die parkeerhavens, daar zit ik niet zo mee. Waar ik ontzettend mee zit is ingroei van wortels in rioleringen, mensen die struikelen en met hun rollator of kinderwagen er niet meer langs kunnen. Dat vind ik veel belangrijker dan die parkeerhavens. Ik vind ook platanen, dat zijn bomen die heel snel heel groot worden en die een enorm wortelpakket hebben wat gewoon inderdaad in zo’n smalle straat niet past. Maar het is natuurlijk best mooi om daar boompjes te hebben. Ik denk dat het ook
40
heel goed mogelijk is dat dus de gemeente daar een voorstel voor doet – maar goed, dat is aan de wethouder natuurlijk, om dat te vertellen of niet – daar een voorstel voor zou doen dat een keer met u overlegd zou kunnen worden. Maar ik vind het ook helemaal geen slecht idee om de platanen die goed zijn op een goede plaats, waar ze goed de ruimte hebben, want dat is heel belangrijk voor zulke bomen, dat ze daar dus gewoon zouden kunnen blijven staan – net zoals u ook zelf zegt – of dat er nog plaatsen gezocht worden waar de nog goede bomen zouden kunnen. Ik weet niet hoe mijnheer Steegh daarover denkt, maar ik vind het prachtig, ik ben dol op bomen, maar ik vind toch de mobiliteit van mensen, zeker van oudere mensen die met rollators lopen … De voorzitter: Mevrouw Jager, mevrouw Jager. Mevrouw Jager: … en mensen met kinderwagens belangrijker. Wat vindt u? De voorzitter: Goed zo. Mevrouw Schwarzbart: Mag ik daar nog een keer op reageren, voorzitter? De voorzitter: Uiteraard. Mevrouw Schwarzbart: Ik ben het met u eens dat op plekken waar de bomen niet in de weg staan, op grasveldjes, dat soort plaatsen, dat ze daar gewoon kunnen blijven staan. Dat de bomen een bepaalde karakteristieke laan uitstralen ben ik ook met u eens. Maar het is te groot en te veel. In de Bildersteeg staan ook grote bomen, dat is ook karakteristiek voor de Bildersteeg, daar staan ze niet in de weg.
De platanen waar we het hier over hebben staan heel kort aan de rijbaan, verdrukken alles zo’n beetje wat ze tegenkomen en ik denk als je bomen gaat liften dat er gewoon meer schade aangericht gaat worden dan wenselijk is. Want je trekt leidingen kapot, daar lopen gasleidingen, de riolering, want de Stadspolderring zelf is zelfs met zestig centimeter verzakt, daar zitten ook verzakkingen in waarin slib blijft hangen. Als je daaraan gaat liften en trekken, ik weet niet hoe ze dat van plan zijn om te doen, maar dan denk ik dat je de broekeinden af moet gaan hakken of zagen om zo’n boom met een klein beetje kluit er nog uit te krijgen. De voorzitter: Volgens mij … Mevrouw Jager: … dat aan de experts overlaten, denk ik. De voorzitter: Volgens mij wil de heer Steegh … Mevrouw Jager: … wat de heer Steegh hiervan vindt. De voorzitter: Ja, die wil ik even het woord geven. De heer Steegh: Dank u, voorzitter. Ik ben het met mevrouw Schwarz … Schwarzman? Sorry. Mevrouw Schwarzbart: Schwarzbart.
41
De heer Steegh: Oké. Ben ik het eens dat het liften van de bomen geen optie is, dat staat ook in het rapport wat de gemeente heeft laten maken, dat die bomen niet verplaatsbaar zijn. Daarom bepleiten wij vanuit de Bomenridders juist om het hele project ter verhoging van het straatniveau op te schorten tot het moment dat je aan vervanging van het riool toe bent. Tot dat moment kunnen die bomen wel blijven staan. Je moet natuurlijk iets doen aan de stoepen, uiteraard. Je moet er ook voor zorgen dat rollators en rolwagens gewoon bij de huizen kunnen komen, maar dat kan je met hellingen ook oplossen en dat kost ook aanzienlijk minder dan de hele renovatie die nu voor 3,8 miljoen op de begroting staat. De voorzitter: Helder. Mevrouw Jager: Dank u voor uw antwoord. De voorzitter: Maar ik ga nog even verder met vragen van de andere commissieleden. Of had u nog een vraag, mevrouw Jager? Mevrouw Jager: Nee, nee, nee. Ik laat het hier even bij. Ik ben het er niet helemaal mee eens, maar ik laat het erbij. De voorzitter: Ja, maar dat kunt u straks even kwijt, richting de wethouder. Mevrouw Jager: Oké. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste die zit ook al eventjes te wachten, dus ik geef mijnheer Kleinpaste eerst even het woord, want die heeft een vraag aan beide gasten. Gaat uw gang, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter.
Nee, ik heb een vraag aan mevrouw Schwarzbart, niet zozeer aan de heer Steegh, maar ik typte in de chat of ik ze moest stellen na mijnheer Steegh, dus vandaar het misverstand misschien. Want ik hoor mevrouw Schwarzbart eigenlijk een parkeersituatie schetsen met min of meer insteekhavens in plaats van overlangs parkeren. Nu heb ik dat vorige week gevraagd bij de technische sessie en duidelijk van de experts vernomen dat die optie er niet inzit. Dus had u contact gehad met de gemeente daarover of is dit een spontane gedachte die bij u op is gekomen en die u nu beschrijft? Mevrouw Schwarzbart: Ja, dat heb ik helemaal zelf verzonnen. Ik heb het ook niet over parkeerplaatsen die haaks op de woningen komen, maar diagonaal, dus in een flauwe hoek. Die stoep is 5,20 meter breed, als de borders met bosjes – die meer tot overlast zijn dan een toegevoegde waarde hebben – worden weggehaald is er voldoende ruimte om in een flauwe, diagonale hoek parkeerplaatsen te realiseren, waardoor die borders komen te vervallen en waardoor er veel meer parkeerplaatsen kunnen worden gecreëerd. Maar ik heb het helemaal zelf verzonnen. De voorzitter: Helder. Dan heb ik nog een vraag van mijnheer Oostenrijk. Mijnheer Oostenrijk, gaat uw gang. En even aan wie u de vraag stelt.
42
De heer Oostenrijk: Nou, de vraag had ik willen stellen aan mevrouw Schwarzbart, maar in de chat valt te lezen dat die net al door de heer Kleinpaste is gesteld, want ik had dezelfde waarneming, dat gelet op het feit dat het een Stadspolderring is waar 50 kilometer wordt gereden, waar veel verkeer overheen komt, het door deskundigen onverantwoord wordt verklaard om niet anders dan langs parkeren toe te staan. De voorzitter: Helder. Dan ga ik naar de volgende en dat is mijnheer Jansen. Gaat uw gang. De heer Jansen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eerst een vraag aan mevrouw Schwarzbart. Dat komt even terug op de handtekeningen. Ik kon inderdaad wel heel gauw de 30 handtekeningen tellen, maar op mijn scherm kon ik niet zo gauw de exacte vraagstelling van de handtekeningenlijst lezen. Vind ik toch wel van belang nog. Kunt u die nog een keer … De voorzitter: Volgens mij heeft die mevrouw daar antwoord op geven, dat alle bomen daar gekapt moesten worden, volgens mij. Dat was toch het antwoord wat u had gegeven, mevrouw Schwarzbart? Mevrouw Schwarzbart: Dank u, voorzitter. Ik heb deze handtekeningenlijsten ook naar alle fracties, waaronder ook de Partij van de Arbeid, gestuurd. Per mail. Dan gaat het over de mening van de bewoners van de Stadspolderring en Johanna Naber-Erf ten aanzien van de kap van de platanen. De heer Jansen: Oké. Dan heeft die mij nog niet bereikt.
De volgende vraag is aan beiden, maar eerst maar aan mevrouw Schwarzbart, omdat die nu toch al aan het beantwoorden is. Heeft u kennisgenomen van het rapport van Groenadvies wat erbij zit en hoe duidt u het advies dat verhogen goed mogelijk is? Want één van uw bezwaren is dat het niet verhoogd kan worden naar de huizen toe, omdat het zo verzakt is naar de huizen. Dat zien we allemaal en we weten allemaal wat daar het probleem van is, inclusief de wortelopdruk. Maar volgens het rapport kan het verhoogd worden zonder de bomen te verplaatsen. Is dat op zich redelijk uitzonderlijk, maar op deze locatie zou dat kunnen. Hoe duidt u dat? De voorzitter: Mevrouw Schwarzbart, u mag daar best antwoord op geven, maar volgens mij is de vraag die de heer Jansen stelt heel erg technisch van aard. Zullen we die … Mevrouw Schwarzbart: Ik wil het wel proberen. De voorzitter: U mag van mij daar antwoord op geven, maar misschien dat ook de wethouder daar straks … Misschien dat u even kort daar antwoord op kan geven. Mevrouw Schwarzbart: Volgens mij staat in datzelfde rapport dat de bomen te kort op de rijbaan staan, waardoor ze voor problemen zorgen. Als ze nu al vijf meter stoep overbruggen om in riolering van woningen te groeien, de wortels, dan denk ik niet dat je dat moet overwegen. De heer Jansen: Helder. De heer Steegh.
43
De voorzitter: Dank. O ja, aan de heer Steegh had u nog een … Dezelfde vraag. De heer Jansen: Dezelfde vraag, omdat de heer Steegh lijkt mij als Bomenridders toch wel het één en ander ervan af te weten, begreep ik. Hoe hij dit ziet. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Steegh: Dank u, voorzitter. Ik vermoed dat ophoging van de straten in enige mate wel mogelijk is, maar in datzelfde rapport, dat technische rapport heb ik ook kunnen lezen dat als je het echt zestig centimeter of zelfs maar veertig centimeter ophoogt, dat dan de zuurstoftoevoer naar de bomen zodanig verslechterd dat binnen de kortste keren die platanen het laten afweten en dan heb je vallende bomen. Dat wilt u ook niet. De voorzitter: Ik dacht al dat ze zeer technisch van aard zouden zijn en het staat inderdaad ook in het rapport. Dan ga ik naar de volgende, dat is de heer Loekemeijer, die heeft ook een vraag. Gaat uw gang, mijnheer Loekemeijer. De heer Loekemeijer: Goedendag. Ik heb een vraag aan mevrouw Schwarzbart. Ik vroeg me af of zij ook voordelen ziet aan de bomen. Mevrouw Schwarzbart: Nee. De heer Loekemeijer: Helemaal geen enkel voordeel? Mevrouw Schwarzbart: Ze brengen zuurstof in de atmosfeer natuurlijk, dat snap ik allemaal nog wel. Maar voor dat gedeelte Stadspolderring, nee, zie ik geen voordelen. Ze nemen ook een hoop licht weg. De voorzitter: Helder.
Is dat een antwoord op uw vraag? De heer Loekemeijer: Ja, dat denk ik wel. Misschien mevrouw er wel even op wijzen dat het wegnemen van licht tijdens hittegolven – die er veel vaker gaan komen in de zomer – wel een aanzienlijk voordeel kan zijn en dat u het misschien wel eens heel warm kan gaan krijgen als u al die bomen daar weghaalt. Zomers. Mevrouw Schwarzbart: Ja, maar er staan heel veel bomen, ook grote bomen. Het is één van de oudste rijen met huizen die in Stadspolders is gezet, op wat eerdere erven na. Maar goed, ze staan zo’n 38 jaar en ik denk dat er andere bomen zijn die we ook een kans moeten geven en die gewoon wat minder licht wegnemen, maar wel voor diezelfde sfeer kunnen zorgen in de straat. De straat is te smal voor zulke grote bomen. De heer Loekemeijer: Ja, ik ben met u eens, in de huidige inrichting wel, ja. De voorzitter: Dank. Dan geef ik nu het woord aan iemand die heel geduldig en rustig zit te wachten. Dat is de heer Soy van Beter Voor Dordt. De heer Soy, gaat uw gang. De heer Soy: Dat klopt, voorzitter. Dank u wel. Ik heb even een vraag aan de heer Steegh. Ik ben zelf dol op natuur, ik maak een wandeling in het bos en ik vind bomen gewoon geweldig. Ik denk dat dat voor heel veel mensen geldt. Alleen, hoe gaat uw
44
stichting of vereniging – ik weet niet wat u bent – maar hoe kijkt Bomenridders tegen het probleem aan als bomen dermate overlast geven dat het gewoon onveilig is om bijvoorbeeld over trottoirs te lopen, dat mensen niet fatsoenlijk hun woning kunnen betreden, zeker als ze slecht ter been zijn? Hoe kijkt de Bomenridders tegen dit soort situaties aan? Is het dan niet verschuiving van het probleem als we nog tien jaar wachten, omdat die bomen toevallig tien jaar mee kunnen? Maar we laten de bewoners daar wel tien jaar in een moeilijkere situatie leven. Hoe kijkt u tegen die belangenafweging aan? Wat ik ben zelf een fervent bomenliefhebber, één van de mooiste straten vind ik zelf de Crayensteynstraat, waar ook platanen staan. Die staan daar heel prachtig, maar daar is de stoep wel heel egaal en daar heb je geen wortels die het trottoir opdrukken en hier speelt dat wel degelijk. Dus hoe kijkt u tegen die belangenafweging aan? Ik zou daar graag een antwoord van de heer Steegh op willen. De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Steegh. De heer Steegh: Dank u wel, voorzitter. Ja, zeker moet er iets gebeuren aan de toegankelijkheid van de huizen. Zeker moet je iets doen aan ongelijke stoepen. Maar dat kan je ook door in de buurt van de huizen de stoepen en de toegang tot de huizen te egaliseren, zodat je geleidelijk aan bij de voordeuren van de huizen kunt komen.
Dat is natuurlijk een flinke ingreep, maar dat is een aanzienlijk kleinere ingreep dan wanneer je nu de hele straat overhoop gaat halen voor 3,8 miljoen en daar dan ook nog eens zo veel groen voor moet opofferen. We zijn overigens een stichting. De voorzitter: Dank. Ik zie dat de heer Soy nog een vervolgvraag heeft. Gaat uw gang, mijnheer Soy. De heer Soy: Ja, misschien een beetje technisch van aard, maar de heer Steegh stelt voor om dan alleen het trottoir zo te verhogen en de rijbaan te laten staan. Hoe zit je dan met dat hoogteverschil als je een auto in zo’n parkeerplek probeert te parkeren? De heer Steegh: Dat moet je geleidelijk aan aanpakken, voorzitter. Uiteraard kan het niet allemaal in één keer, van zestig centimeter te laag naar het niveau van de voordeur van het huis, dat moet je geleidelijk laten doen. Maar er is nu geen plan om het op een andere manier aan te pakken dan de hele straat zestig centimeter te verhogen. Als je dat doet dan is het einde oefening voor die bomen, dat is voor ons natuurlijk ook volkomen duidelijk. Maar het gaat er niet om dat ze over tien jaar dan wel op zijn. Nee, het onderzoeksrapport heeft aangetoond dat ze nog ten minste tien jaar mee kunnen. De riolering is voorzien tot over twintig jaar. Dat lijkt me het perfecte moment om dan te zeggen: het is mooi geweest.
Haal ze dan weg en vervang ze dan ook door inheemse soorten, alsjeblieft, zodat inderdaad Stadspolders een mooie, groene wijk kan blijven met volwassen bomen, a.u.b. De voorzitter: Helder. De heer Soy: Dank u wel. De voorzitter: Dan heb ik een vraag van de heer Timmer. Gaat uw gang.
45
De heer Timmer: Dank u wel, voorzitter. De vraag is aan mevrouw Schwarzbart. U geeft aan dat u nu overlast heeft van de bomen. Maar ik vraag mij af: wanneer heeft u eigenlijk voor het eerst overlast van de bomen gekregen, hoeveel jaar geleden is dat? Is er toen ook al aan de bel getrokken? Mevrouw Schwarzbart: Dat heb ik in mijn betoog verteld. Ik denk dat de eerste keer ongeveer tien jaar geleden is dat bij mijn ouders voor het eerst de wortels in de riolering groeiden, waardoor ze verstopping hadden. Zij hebben dat inderdaad gemeld aan de wijklijn van Dordrecht en de gemeente heeft daar vervolgens niets mee gedaan. Een paar jaar later was het weer raak. De heer Timmer: Oké. En toen heeft de gemeente ook niks gedaan? Mevrouw Schwarzbart: Toen heeft de gemeente ook niks gedaan, nee. De heer Timmer: Oké, dank u wel. De voorzitter: Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Klein-Hendriks, volgens mij aan de heer Steegh. Gaat uw gang, mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Dat klopt, voorzitter, dank u wel. Dank u wel, mevrouw Schwarzbart, ook voor de informatie. Dat helpt ons bij de meningsvorming, dat is heel fijn. Maar de heer Steegh gaf aan dat de Bomenridders, in elk geval de afdeling in Dordrecht, die zijn dus opgericht.
Ik vroeg mij, wat is de aanleiding geweest? Is de aanleiding geweest deze situatie voor de kap van de 34 bomen of welke aanleiding heeft dat? De heer Steegh: Helaas hadden we meerdere aanleidingen, voorzitter. De meest directe aanleiding was de Zeedijk, waar 512 bomen dreigden te sneuvelen, waar we ook zeker nog gaan kijken wat we daar nog kunnen redden. Daarnaast de mammoetboom, de sequoia, achter de Kromhout, die recent gesneuveld is. Doodzonde. De voorzitter: Is dat … Mevrouw Klein-Hendriks: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan kijk ik nog één keer in de chat. Dank u wel, mevrouw Klein-Hendriks. Daar zijn geen vragen meer. Ik dank beide insprekers voor hun inbreng en toch ook wel hoe u beiden, dan mag je dat van de Bomenridders verwachten, maar ook van mevrouw Schwarzbart, die zich ook best wel verdiept heeft in deze materie. Ik zou zeggen: blijf nog bij ons in de – ik zou zeggen ‘in de uitzending’, maar dat is het niet – in de vergadering. Want we gaan nu verder met de inhoudelijke bespreking. Ik dank u beiden voor uw inbreng. Mevrouw Schwarzbart: Dank u wel. De heer Steegh: Dank u.
46
De voorzitter: Dan gaan we nu verder met de behandeling. De eerste termijn beginnen we met de ChristenUnie-SGP en daarna zal ik inventariseren welke fracties daar nog iets aan toe te voegen hebben. Het woord is nu eerst aan mevrouw Klein-Hendriks van de ChristenUnie-SGP, gaat uw gang. Mevrouw Klein-Hendriks: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij begrijpen als fractie dat aan de Stadspolderring bewoners wonen die er voor zijn om platanen weg te houden. We hebben de handtekeningen inderdaad gezien, mevrouw Schwarzbart heeft ook net een toelichting daarop gegeven. Wij vinden het jammer natuurlijk dat dit gevoel er is bij die bewoners. Is het onbegrijpelijk? Nou, misschien ook niet, want als je inderdaad last hebt van rioolverstopping en je vindt dat de gemeente te weinig het bladafval weghaalt, het trottoir wordt maar niet aangepast, groenvakken en parkeervakken die liggen er redelijk verwaarloosd bij, dan wordt een boom al snel letterlijk een groot ongemak. Ook als we vinden dat er meer geparkeerd moet worden staan bomen gewoon al snel in de weg. Maar wij zien als fractie misschien iets meer het belang van de bomen voor de stad. Ik heb ook gewezen in de voorbereiding aan de commissie op een filmpje van de Bomenstichting, ik denk dat dat voldoende is. Maar in alle gevallen pleiten wij ervoor dat er gewoon veel meer groeiruimte aan bomen wordt gegeven.
Bij aanpak van wegen, maar ook bij nieuwe bomenaanplant. Maar naar de Stadspolderring. Voor de Stadspolderring begrijpen wij die forse ophoping van het wegdek gewoon niet. Wij menen bovendien dat, hoe ingrijpender de aanpak van de weg – daar gaat behoorlijk wat geld in – hoe ingrijpender de aanpak van de weg, hoe eerder overwogen moet worden om echt werk met werk te maken. Over twintig jaar moet de riolering worden vervangen, maar we pakken nu een weg ingrijpend aan om het de komende dertig jaar te laten meegaan. Dat rijmt niet goed met elkaar. Ook de inspreker heeft aangegeven dat er in het verleden al rioleringsproblemen zijn geweest en ze gaf ook nog aan het leeghalen van de straatpolken en als de bomen weg zijn dan zou er ook veel meer hemelwaterafvoer nog naar elders moeten worden afgevoerd. Dus waarom niet de riolering of wachten of schuiven met het aanpassen van de weg tot de riolering ook moet worden vervangen? We halen volwassen bomen weg. Die volwassen bomen die leveren een grote bijdrage in de stad en we vervangen die voor bomen die misschien dan over 20 jaar bij vervanging van het riool ook weer in de weg blijken te staan en die dan te lijden hebben opnieuw onder ons ingrijpen. Voorzitter, 34 platanen kappen is kapitaalvernietiging en is niet nodig.
De meeste bomen wortelen niet zo diep en van platanen wordt zelfs wel gezegd dat ze ondersteboven in het beton ook nog steeds aangroeien. Is het dan niet gemakkelijk van de gemeente om het af te schuiven op bureaus die niet garanderen dat een boom intussen niet doodgaat? Van die 34 kunnen er heus wel worden opgedeeld en er kunnen ook zelfs wadi’s worden gemaakt, in plaats van rond de boom alles ophogen en verdichten. Kan het college op dit onderdeel een toezegging doen dat niet al die 34 bomen worden weggehaald? Kan er niet ingegaan worden op wat de inspreker, mevrouw Schwarzbart, aangeeft, tot daar waar ze in het groen staan in dat gras, daar hoeven die bomen misschien helemaal niet weg. Als eenlaatste-punt: het college heeft na wat gedoe … De voorzitter: Ik ga u heel even onderbreken, want er komen nu te veel interrupties binnen. De eerste interruptie die was van de heer Kuhlmann van de VVD. De heer Kuhlmann, gaat uw gang.
47
De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik heb aandachtig geluisterd naar mevrouw Klein-Hendriks en laat ik beginnen dat ik begrijp haar emotie voor wat betreft de bomen, dat is natuurlijk iets moois. Maar toch, als ik haar goed heb begrepen zegt zij: is het überhaupt wel nodig, kunnen we dit werk niet – in elk geval voor de komende periode – uitstellen? Dan ben ik toch benieuwd hoe zij kijkt naar of welke waarde zij hecht aan het probleem wat er nu bestaat. Hoe langer we wachten, hoe erger dat natuurlijk wordt met de toegankelijkheid van de woningen voor mindervaliden, voor de conditie van de stoepen, van ook de parkeervakken. Wat is haar oordeel daarover? Wil ze daarmee wachten? De voorzitter: Helder. Gaat uw gang, mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Dank u wel, voorzitter. De heer Kuhlmann geeft eigenlijk net iets anders aan dan hetgeen ik naar voren bracht. Bij mij is de verhouding zoek. Er wordt een forse aanpak van de weggepakt, met een dusdanige verhoging, terwijl tegelijkertijd onderliggende problemen of problemen die er sowieso op ons af gaan komen niet worden aangepakt. Maar we voorzien wel dat dat binnen de kortste keren wel moet gebeuren. Die verhouding is bij mij nu echt zoek. Dus we investeren veel geld.
Betekent dat dan dat er niks moet worden gedaan? Naar mijn smaak – en ik heb het idee dat de heer Steegh ook dat heeft aangegeven wel – pak gewoon die trottoirs aan. Die kunnen recht worden gelegd, waarom is het nodig om daar lang mee te wachten? Leg die schuin neer, zodat bewoners een minder hoge overstap naar hun eigen tuin moeten hebben of help bewoners om te kijken hoe ze hun eigen stoepje kunnen aanpassen, zodat ze misschien wel met een rollator of hoe dan ook daar naar hun eigen voordeur kunnen gaan. Helemaal prima, maar dat is wat anders dan meer dan een halve meter een hele straat ophogen en toch over twintig jaar – zeker weten, als het niet eerder moet – dan moeten we het rioleringsgebeuren ook nog eens aanpakken. Die verhouding, die mis ik hier. De heer Kuhlmann: Daar valt denk ik nog wel iets op te zeggen, maar daar kom ik in mijn eigen woordvoering op terug. De voorzitter: Goed zo, heer Kuhlmann. Dan heb ik nog een interruptie van de heer Kleinpaste. Gaat uw gang, heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor hele positieve aspecten in het betoog van mevrouw Klein-Hendriks, hoor. Dus daar geen misverstand over.
Maar ik zou van haar heel specifiek willen weten of dat pleidooi van haar ook geldt voor die baanvakken 6 en 7, het smalle gedeelte van de Stadspolderring, waarbij mijn indruk is dat wat we in de jaren ’83 ruimtelijk heel mooi hebben aangelegd gewoon tig jaar later echt niet meer voldoet. Dus hoe staat ze precies in de ontwikkeling van dat specifieke stukje Stadspolderring? Gaat daar het betoog ook voor op of ziet ze daar een andere oplossing? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Klein-Hendriks: Voorzitter, ik begrijp die vraag inderdaad volkomen. Tenminste, het gaat volgens mij voor de heer Kleinpaste om een deel van hoek 6, want nummer 6 gaat zowel ook over het ruimere deel – waar de bomen in grasplantsoenen staan – als daar waar mevrouw Schwarzbart het vooral over heeft, het smalle deel, eigenlijk waar de
48
huizen naar verhouding het dichtst op de Stadspolderring staan. Ik denk, ik kan me daarbij voorstellen dat je daar die bomen niet kunt handhaven, dat daar iets moet gebeuren. In mijn, maar dan ga ik gewoon een ideaalbeeld neerzetten, waar we misschien over 50 jaar aan toekomen, maar dat is er nog niet, zo realistisch ben ik ook wel. Maar waar het mij wel om gaat is waarom je op dit moment, ook voor dat deel, meer dan een halve meter – en civieltechnisch vraag ik me af of je het überhaupt moet willen – een straat moet ophogen. Dat blijft wel staan, dat punt. Dus in een ideale wereld zouden de bomen kunnen blijven staan, maar die wereld is niet ideaal- Dus op dat smalle stuk – naar verhouding smalle stuk – ik zie wat mevrouw Schwarzbart overigens wel terecht zei, dat wil ik nog wel aangeven, zij begon ook in haar betoog met aangeven dat ze best wel ziet dat bomen echt wel voor karakter van die Stadspolderring zorgen. Dat denk ik ook en ook voor dat stuk. Maar ik zie ook wel de problemen en ik zie ook dat gewoon veel inwoners daar moeite mee hebben. De voorzitter: Helder. Dan zie ik nog een interruptie – we gaan gewoon even door, hoor mevrouw Klein-Hendriks – nog een interruptie van mevrouw Jager. Gaat uw gang. Mevrouw Jager: Eventjes over het smalle stuk inderdaad, alleen over het smalle stuk van de Stadspolderring. De grote platanen.
Platanen zijn prachtige bomen, maar ze hebben zo niet een diep dan toch wel een heel breed wortelpakket. Het is ook geen wonder, het zijn snelgroeiende bomen die dus op een gegeven moment de boel aardig gaan opdrukken. U zegt: nou, laten we dan zorgen dat die mensen, dat dat opgeschuind wordt, zodat ze naar boven. Als je een stuk van veertig, vijftig, zestig centimeter moet overbruggen, dan heb je daar een heel lange weg voor nodig wil je niet boven de vijftien graden helling uitkomen. Mensen die met rollators en dergelijke, ook met kinderwagens, maar vooral met rollators en scootmobielen in de weer zijn die mogen niet verder dan vijftien graden omhoog, anders dan wordt het te hoog en dan gaan ze vallen. Dus ik vraag me af hoe je dat dan moet zien. Ikzelf, persoonlijk denk ik, ik heb het bomenfilmpje gezien en ja, het is prachtig als je een boom midden, ik moet gelijk denken aan de grote eik in een park, als je daar een hele grote boom hebt staan middenin een plantsoen of zo, dat is fantastisch. Maar voor mij niet in het randje aan het smalle stukje van de Stadspolderring. Ik vroeg me af, die twee dingen, dat gaat niet samen. Dus ik vroeg me af hoe u daar over denkt. Als je zegt: oké, of die weg nou zestig centimeter omhoog moet, ik wil wel dat het omhoog moet, want de boel is aardig ingeklonken.
Maar vooral dat je dus gewoon niet simpelweg kunt zeggen … De voorzitter: Mevrouw Jager, komt u even tot de vraag, even tot de kern? Mevrouw Jager: Nou, die had ik net al gesteld, maar ik ging er nog over uitweiden, dat moet ik niet doen. De voorzitter: Ik laat even mevrouw Klein-Hendriks daarop reflecteren. Gaat uw gang. Mevrouw Klein-Hendriks: Ik kan het even proberen. Kijk, naar mijn mening hoeft het niet zo hoog opgehoogd te worden en wij alle twee – mevrouw Jager en ik – zijn niet de civieltechnische experts om te kunnen bedenken hoe het precies moet. Maar dat er wel degelijk andere mogelijkheden zijn, waarbij je wel degelijk ook voor mindervaliden de Stadspolderring ook op dat stuk toegankelijk houdt, dat zal mevrouw Jager ook niet ontkennen. Maar er zit nogal wat tussen gewoon zestig centimeter verhogen, zodat alles
49
gelijkvloers is, of gewoon minder verhogen. Ik denk met elke aanpak van de weg gaat de weg sowieso iets omhoog, dus daar zit wat tussen. Zal ik verdergaan, voorzitter? De voorzitter: Nee, ik geloof dat er nog een vraag is. O nee, dat is geen vraag, dat zijn meer opmerkingen in de chat. Ik zou u alstublieft willen beperken in de chat tot vragen en niet tot opmerkingen. Ik probeer deze commissie zo goed mogelijk te leiden en daarbij ook iedereen de gelegenheid te geven om aan het woord te komen. Gaat u verder, mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Dank u wel. Nog even om een goed woord voor de platanen te houden. Volgens mij, mevrouw Jager gaf aan: het zijn snelgroeiende bomen. Nu denk ik dat platanen gewoon uitstekende stadsbomen zijn. Waarom? Omdat platanen volgens mij heel erg geschikt zijn om een redelijke luchtverontreiniging, om die te handelen. Andere bomen die lijden daar eerder van, dus ode aan de stadsplataan. Maar goed, als een-na-laatste punt, voorzitter. De informatievoorziening, na wat gedoe kwam die wel degelijk goed op gang en we hebben ook gebruik kunnen maken als commissie van een technische sessie. Dat is heel erg prettig. De kwaliteit van de informatie is naar mijn mening wel erg divers en dan refereer ik ook aan het laatste stuk wat we hebben gekregen over de mail over het bouwbesluit.
Ik heb er zelf het artikel 6.48 van het bouwbesluit maar even bij gezocht, maar dat heeft ook totaal geen betrekking op het ophogen van een openbare weg. Dus de kwaliteit laat nog enigszins te wensen over. Tot slot, naar de toekomst. Vooralsnog ziet onze fractie niet dat lering wordt getrokken uit lessen zoals deze Stadspolderring. Verdichting van het oppervlak rondom bomen is meer regel dan uitzondering. We planten een wijk aan, we legden in het verleden gasleidingen, dat doen we nou niet meer, maar we leggen ze wel dicht tegen de bomen aan. De vraag aan het college is: welke mogelijkheden ziet het college om niet zomaar asfalt te storten – ik zeg het nu heel negatief – niet zomaar asfalt te storten, maar om structurele rekening te houden met de goede plaatsing van bomen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Klein-Hendriks. Dan moet ik weer concluderen dat de heer Soy rustig op zijn beurt wacht. Die heeft nog een vraag aan u. Gaat uw gang, mijnheer Soy. De heer Soy: Dat klopt, voorzitter, ik was net aan het typen en ik hoorde u mijn naam al noemen. Eigenlijk heeft een voorganger die vraag ook gesteld. Op sommige plekken is het nu dermate slecht gesteld – bijvoorbeeld in vak zes, heb ik ook gezien – dat je er niet zomaar komt met even de stoep recht te zetten en een klein beetje verhoging.
We lezen ook in de technische stukken, we hebben ook de technische sessie bijgewoond: ook al verhoog je de straat maar met vijftien centimeter, dat dat al schadelijk is voor de bomen. Waarbij zij zich afvragen, althans sterke twijfels uitspreken dat de boom zelfs een verhoging van vijftien centimeter niet zou overleven. Dan wordt het toch wel heel lastig om die bomen daar te behouden, als je en de straat veilig wilt inrichten, het trottoir veilig wilt inrichten, die helling voor mensen die slecht ter been zijn minder steil te maken, je aan de regels te houden. In principe, u was er zelf ook bij, bij de technische sessie. We hebben van alle kanten allerlei vragen gesteld en ik zou ook graag willen dat die bomen daar blijven staan, maar na die technische sessie en alle informatie is bij mij eigenlijk een beetje het idee dat het wel heel lastig wordt om die bomen te behouden.
50
Hoe kijkt mevrouw Klein-Hendriks daarnaar? Wat voor oplossing heeft zij nou concreet waarbij ze denkt ‘op die manier zouden die bomen er wel kunnen staan’? De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Klein-Hendriks. Volgens mij heeft u daar al een beetje antwoord op gegeven. Mevrouw Klein-Hendriks: Volgens mij heb ik daar al een beetje antwoord op gegeven. Nogmaals, op dat deel waar gewoon die huizen het dichtst op de Stadspolderring staan, daar heeft een boom weinig ruimte om te groeien. Gaan we dan de weg ook maar miniem ophogen, dan zorg je voor verdere verdichting van die groeiplek eigenlijk en dan gaat de boom scheefgroeien, gaat wortels aan het andere deel – daar waar het wel kan – gaat het zijn wortels ontwikkelen. Dus dat is geen ideale situatie, absoluut niet. Dus daar moet een oplossing voor en in zoverre, ik merk wel: ik vind dat echt zonde en ik zou het liefst, wat ik al zeg, een ideale wereld doen we dit niet meer op deze manier en zijn er andere oplossingen.
Maar dat is ook echt wel de vraag aan het college die ik stelde in mijn betoog: welke lessen zouden we kunnen trekken, welke lessen trekt het college voor die groeiplaats van die bomen en hoe gaan we daarmee om in de toekomst? De heer Soy: Voorzitter, daarmee hebben we toch het probleem op deze plek niet opgelost? Kijk, dat we daar lessen uit moet trekken voor de toekomst en in het verleden hebben we die rioleringen zo gelegen, dat veranderen we nu niet, het huidige college verandert daar helaas ook weinig aan. Dat we daar in de toekomst naar moeten kijken dat deel ik met mevrouw Klein-Hendriks, maar nu ligt deze situatie op tafel. Wat doen we met deze situatie hier? Mevrouw Klein-Hendriks: Voorzitter, er ligt niet een voorstel voor aan de raad om wel of niet in te stemmen met de kap van 34 platanen. Er ligt een raadsinformatiebrief voor. Naar aanleiding van de raadsinformatiebrief stel ik deze vragen, dus wij gaan daar eigenlijk niet echt hard over om gewoon het college te dwingen om niet te kappen of wel te kappen. Daar heeft het college een eigen afweging in gemaakt, maar dat wil niet zeggen dat we als raad niet daar de kritische toets mogen zijn: welke lessen kunnen we daar in de toekomst leren, hoe zien we in de toekomst verbetering? De heer Soy: Voorzitter … De voorzitter: Helder, helder. De heer Soy: Dat deel ik met mevrouw Klein-Hendriks.
De voorzitter: Helder, en laten we dadelijk ook nog even de wethouder daarop laten reflecteren. Ik zie geen vragen meer, volgens mij. Nee, dan stel ik voor om door te gaan met de volgorde die in de chat is aangegeven. Dat is volgens mij de heer Oostenrijk van het CDA. U kunt met uw woordvoering beginnen. De heer Oostenrijk: Voorzitter, dank. Ik heb al in een eerdere fase aangegeven dat ik er erg prijs op stelde om ter plekke geïnformeerd te worden. Dat heb ik ook inderdaad gedaan, dus ik heb afgelopen maandag vrij intensief gesproken met de betreffende ambtenaar, we hebben dat hele traject doorlopen en dat geeft wat dat betreft meer informatie dan ik voordien tot me heb gekregen. Het is een kwestie van oorzaak en
51
gevolg. We hebben te maken met een verzakt wegdek en dat het verzakt is, dat is niet vreemd, want op meerdere plekken in Stadspolders is de openbare ruimte danig verzakt. Ik weet nog heel goed in de vorige raadsperiode dat tal van aanpalende wegen inmiddels al verhoogd zijn en wel met inderdaad ook zo’n veertig, vijftig centimeter. Dus dat fenomeen van verzakken is daar allerminst vreemd. Wat zien we dan? Dat dus de hoofdrijbaan op die plekken daar inderdaad die veertig, vijftig centimeter lager ligt dan de aanpalende zijwegen. Daar zien we ook het gevolg van. Dus wij onderschrijven de wens om daar de weg op te hogen. Ook, maar dat is dan dat oorzaak en gevolg, en als gevolg van het ophogen betekent het dat die bomen daar niet meer levensvatbaar zijn en dat wordt ook door meerderen al onderschreven. Dus in de smalle gedeeltes waar de bomen grenzen aan de weg, daar kunnen wij ons goed in vinden, dat die inderdaad vervangen moeten worden. Het tweede element, en dat heb ik ook tot me genomen, is dat het wegdek zo laag ligt dat bijna dat wegdekniveau de grondwaterstand nadert. Dus met hevige wateroverlast is dan eigenlijk de ondergrond compleet verzadigd met water en dat is een hele slechte zaak, want dat betekent dat dat grondwater niet meer weg kan. Dus ook een element om in te stemmen met het ophogen van het wegdek.
Als we nu toe gaan naar de bomen dan valt er een onderscheid te maken en mevrouw Schwarzbart heeft dat ook al aangestipt, dat er een onderscheid is te maken tussen de bomen waar de woningen dichtbij liggen – en dat is het laatste gedeelte, dat is sector 7 en een stuk van 6 – maar dat er inderdaad ook bomen zijn die daar niet direct mee te maken hebben. Dat leidt ons tot de vaststelling dat van die 34 bomen er zeker 11 kunnen blijven staan. Die hebben geen directe relatie met de aanpalende problemen van parkeerplaatsen en het trottoir. Nee, dat is een ander verhaal. Ik krijg ook de indruk, in gesprek met de betreffende ambtenaar, dat dat wellicht op een redelijke manier is op te lossen, zodanig dat die 11 bomen kunnen blijven staan. Dus dat leidt ons tot eigenlijk de vaststelling, en daar zou ik toch meer dan het maar melden naar het college, ik zou dat sterker willen doen, ik zou een sterke aanbeveling willen doen om die 11 bomen te laten staan en het overige gedeelte dan aan te pakken zoals ook voorgesteld is. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank, heer Oostenrijk. Dan geef ik nu het woord aan GroenLinks, de heer Timmer, denk ik. De heer Timmer: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik toch vermelden dat we de werkwijze en de manier van informatievoorziening betreuren. De RIB die wij over dit onderwerp hebben ontvangen zou alle belangrijke informatie bevatten.
Naar nu bleek ontbrak er dus nog wel het één en ander aan. Wel danken wij iedereen voor de technische sessie van vorige week, dat heeft het mogelijk gemaakt dat wij vanavond goed geïnformeerd over dit onderwerp in debat kunnen gaan. Dan begin ik. Waarom worden er de afgelopen tijd zoveel bomen gekapt? Is dat echt allemaal nodig? Kan dat niet anders? Wij betreuren dat er in onze ogen vaak voor de makkelijkste en goedkoopste oplossing wordt gekozen en dat is: alle bomen weg. Een boom zorgt immers voor overlast met zijn bladeren en zijn schaduw, viel er te lezen. Of een boom is makkelijk te vervangen voor een nieuw exemplaar, wordt er soms gedacht. Het boomvoor-een-boom-principe is mooi, maar in de realiteit spreken we toch eerder van een twijg voor een boom. Want wist u dat een boom ook veel goede eigenschappen heeft? Om een gekapte boom te compenseren zouden eigenlijk 10 nieuwe bomen – of twijgen in dit geval – geplant moeten worden om hetzelfde effect te bereiken van die gekapte
52
boom. Uiteraard hoeft dat niet op deze locatie. Want wethouder, waarom lijkt het alsof kappen altijd de eerste keuze is of zelfs de enige? Daar moet toch een andere oplossing voor zijn? Dus niet zoals op de Zeedijk alle bomen in één keer weg of nu wat het plan is met de bomen op de Stadspolderring. Gelukkig betreft het niet alle bomen op de Stadspolderring zoals in de eerste instantie leek, maar bespreken we vanavond de 34 platanen in sector 6, het smalle deel. Na alle rapporten gelezen te hebben, naar sprekers en insprekers geluisterd te hebben en alle informatie tot ons genomen te hebben denken we nog steeds dat niet alle bomen gekapt hoeven te worden. Daarom pleiten wij om per boom te kijken en onderzoeken wat er mogelijk is. Begin dan altijd met de vraag: welke bomen kunnen er wel blijven staan? Om vervolgens te kijken: welke bomen zouden er verplaatst kunnen worden? Wellicht kunnen ze dichtbij huis blijven en is er een ander plekje op de Stadspolderring te vinden. Uit het antwoord van de heer Van Herwijnen zijn dat er minstens 7, zoals uit zijn onderzoek bleek. Ook wordt er verwezen naar het bouwbesluit, maar dit is niet heel dwingend, naar het schijnt, het gaat daarbij namelijk om een afweging van belangen. Dus welk belang heeft een … De voorzitter: De heer Timmer, ik ga u even onderbreken in uw bijna poëtische verhaal. U krijgt een interruptie van de heer Oostenrijk.
Heer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Voorzitter, het gaat om het aantal bomen wat onzes inziens ook kan blijven staan. Ik heb er elf geteld, letterlijk. Heeft de heer Timmer dat ook zo ervaren, dat die 11 bomen kunnen blijven staan? De voorzitter: De heer Timmer, gaat uw gang. De heer Timmer: Het exacte aantal weet ik niet, maar als er al in ieder geval elf kunnen blijven staan – wie weet nog meer – er kunnen er zeven verplaatst worden, dan zijn we al bijna op de helft. Zoals ik net zei: als we per boom gaan kijken kunnen we per boom ook kiezen wat de beste oplossing zou zijn. De voorzitter: Dank. Dan heb ik ook nog een interruptie … Is dat een vervolgvraag? De heer Oostenrijk: Mag ik even reageren? De voorzitter: Of gaat u een betoog houden? Want … De heer Oostenrijk: Nee. Een korte reactie. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Voorzitter, die 11 bomen, dat zijn ook typisch die bomen die verplaatst hadden kunnen worden als het nodig was. Ik wil graag dat de heer Timmer aantoont dat de andere 23 bomen verplaatst zouden kunnen worden, met verwijzing naar alle rapportages dat het daar niet kan. De voorzitter: De heer Timmer. De heer Timmer: Ik ben geen expert, dus ik kan ook niet zeggen dat de andere 23 bomen wel allemaal verplaatst kunnen worden, dat heb ik zelf ook niet gezegd. Ik pleit
53
ervoor om per boom te kijken: welke kan er blijven staan, welke kan er verplaatst worden en voor welke boom is er geen andere oplossing? De voorzitter: Dan heb ik nog een interruptie voor u van de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de heer Timmer van GroenLinks zojuist in mijn optiek wat denigrerend spreken over het bouwbesluit en vervolgens ook zeggen: het is uiteindelijk een belangenafweging. Daar wil ik een vraag over stellen, want ik denk dat dat bouwbesluit is natuurlijk niet voor niets, dat gaat er om: zijn die woningen ook toegankelijk, ook als je mindervalide bent? Zoals hij de belangen dan afweegt of GroenLinks de belangen afweegt, is het dan belangrijker dat die boom er blijft staan of dat je, ook als je mindervalide bent, de woning in kan komen via de voordeur? De voorzitter: Mijnheer Timmer, gaat uw gang. De heer Timmer: Ik was nog net niet klaar met dat stukje, want toen kwam de eerste interruptie. Nee, mensen moeten natuurlijk altijd een woning in kunnen komen, mensen moeten veilig over de stoep kunnen lopen, mensen moeten ook te voet of met de rollator of in een rolstoel altijd een woning kunnen betreden. De heer Kuhlmann: Dank u. De voorzitter: Dan heb ik nog een interruptie van de heer Soy. De heer Soy, gaat uw gang. De heer Soy: Dank u wel, voorzitter.
Eigenlijk in het verlengen van de heer Kuhlmann, want de heer Timmer die doet voorstellen alsof het college begint met gelijk de bijl in de hand: we gaan eerst kappen en dan kijken. Dat beeld wil ik toch even rechtzetten, want ook in dit dossier is er gekeken in hoeverre het mogelijk is om de bomen te behouden. Daar is een heel onderzoek naar gedaan, daar hebben specialisten naar gekeken, we hebben daar een technische sessie over gehad. Je kunt van mening verschillen of dat het misschien per boom anders zou kunnen zijn, maar hoe ziet de heer Timmer dat, dat hij zo’n opmerking maakt? Waarom maakt hij die opmerking? Want we zien ook bomen die elders in de stad wel verplaatst worden, waar het wel mogelijk is. Ik heb ook dat voorbeeld van de Crayensteynstraat genoemd, waar ook hele grote platanen staan die iedere keer goed worden onderhouden om ze juist te behouden. Dus waar komt die opmerking van de heer Timmer vandaan, alsof het college direct begint met kappen? De voorzitter: Gaat uw gang, de heer Timmer. De heer Timmer: Wij zijn natuurlijk heel blij, ook de berichten die ik van de week zag, dat er wel bomen verplaatst kunnen worden. Ik hoop dat dat ook, als we kunnen kiezen tussen kappen of verplaatsen, dat dan de voorkeur bij verplaatsen ligt.
Waarom mijn opmerking? Als we naar de Zuidendijk kijken, daar zijn wel heel erg veel bomen gekapt, terwijl wij daar dachten: misschien is er ook wel een andere oplossing mogelijk geweest. Nu ook weer voor de Stadspolderring. In de raadsinformatiebrief stond alleen te lezen: we gaan alle bomen kappen. Terwijl in onze ogen er dus ook een andere oplossing
54
mogelijk zou zijn: in plaats van alles kappen kijken wat er wel kan blijven staan of kijken wat er verplaatst kan worden. De voorzitter: Helder. De heer Soy: Voorzitter, als ik nog heel kort mag. De voorzitter: Afsluitend, kort. De heer Soy: Afsluitend. Dat laatste, dat is naar mijn idee wel gedaan. Er is wel onderzoek gedaan naar in hoeverre de bomen kunnen blijven staan. We hebben ook die technische sessie bijgewoond. Die elfde boom, waar de heer Oostenrijk naar refereert, dat zou een optie kunnen zijn, maar dan moet je aan de andere kant weer inleveren op kwaliteit en de verhoging. Dus dat zijn allemaal belangen die je moet afwegen. Maar ik vind niet dat we te kort door de bocht kunnen zeggen dat er heel makkelijk is besloten om al die bomen daar te gaan kappen. Er is wel degelijk onderzoek naar gedaan en de technische sessie die was voor mij echt bevredigend en ik heb daar ook voldoende informatie uit kunnen winnen. De voorzitter: Helder. Wilt u daar nog op reflecteren of was u klaar met uw betoog? De heer Timmer: Nee, ik wilde graag mijn woordvoering afmaken, als dat mag. De voorzitter: Natuurlijk mag dat. Gaat uw gang. De heer Timmer: Dank u wel.
We waren gebleven bij het bouwbesluit en over de waarde van een boom, dus ik ben wel benieuwd: wat is dan in uw ogen een boom waard? Welke kosten mogen er aan een boom besteed worden? Als we het over bruggen, wegen of rotondes hebben … De voorzitter: De heer Timmer, ik vind het heel vervelend om u weer te onderbreken, maar ik zie een interruptie van mevrouw Jager. De heer Timmer: Oké. De voorzitter: Mevrouw Jager, gaat uw gang. Mevrouw Jager: Ik heb niet zozeer een interruptie op mijnheer Timmer, als wel een opmerking in het algemeen. We zitten hier zo nu en dan en daar net heel erg op macroniveau over bomen, het gaat over elf bomen of veertien bomen of zeven bomen. Wij hebben een ambtenarenkorps wat hier ontzettend mee bezig is, we hebben onderzoeken gehad. Ik zou toch werkelijk niet het werk wat al die mensen doen zomaar in één keer van tafel willen vegen en het als gemeenteraad allemaal nog eens even over gaan doen. Ik vind dat we daarmee tijd verspillen en ik vind dat we dan niet voldoen aan onze taak. Dat wou ik even zeggen. Dat is alles. De voorzitter: U kunt het maar kwijt zijn. Gaat u verder met uw betoog. De heer Timmer: Ja, dank u wel. In de voorbeelden die ik net schetste, als daar geld bij moet komen spreken we vaak over tonnen, in sommige gevallen zelfs over miljoenen.
55
Dan is het vaak: wat moet, dat moet. Als het over bomen gaat dan lijkt het vaak of elke euro te veel is, dus ik ben benieuwd: wat is dus een boom in uw ogen waard? Ik heb mijn oplossing al eerder aangedragen, dus ik wil graag meegeven in deze situatie, maar vooral ook in elke volgende situatie, ga eerst kijken: wat kan er blijven staan? Vervolgens: wat moet er verplaatst worden? En als het echt niet anders kan, vervang dan een boom voor een andere, en het liefst voor tien. De laatste slotzin: als er nieuwe bomen toch geplant moeten worden, houd er dan rekening mee wat voor bomen dit zijn. Vergroot de diversiteit en plant gevarieerder. De voorzitter: De heer Timmer, ik moet u weer onderbreken. U heeft een interruptie van de heer Kleinpaste. Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Voorzitter, dank u wel. Ik vind het een hele interessante vraag van de heer Timmer: wat is een boom u waard? Het zou nog leuker zijn als GroenLinks daar zelf ook heel nadrukkelijk een voorzet zou willen geven: wat zijn die bomen GroenLinks waard? De voorzitter: Gaat u verder, de heer Timmer. De heer Timmer: Die bomen zijn ons dus heel wat waard, want anders stoppen wij niet al deze tijd en energie om dingen uit te zoeken, om dingen te bespreken. Ik ben blij dat wij niet de enige partij zijn die de bomen willen laten staan of überhaupt willen kijken wat er allemaal mogelijk is.
Wij zijn natuurlijk een partij die voor groen is, dat is denk ik wel duidelijk, dat zit ook in onze naam. Dus wij zullen altijd het belang van bomen hoog in het vaandel dragen, dus daarom ook de drie stappen: laat staan, verplaatsen of vervangen. Ik kom bijna tot mijn afronding, dus ik hoop dat ik de laatste twee zinnen kan uitspreken zonder de interruptie, misschien kan dat daarna. Als er dus toch geen andere keuze is, bedenk dan goed welke bomen er geplaatst gaan worden, denk dan aan divers, maar denk ook aan de toekomst, zodat we niet over twintig jaar of misschien wel eerder voor hetzelfde probleem komen te staan. Zoals ik uit de woorden van mevrouw hoorde: tien jaar geleden ontstonden de eerste problemen. Als we toen al geluisterd hadden was het wellicht ook makkelijker geweest om die grote bomen te verplaatsen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Timmer. Dan ga ik met de volgende woordvoerder verder, van de VVD. Dat is de heer Kuhlmann, volgens mij. Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Als de Dordtse VVD hebben we bij de Stadspolderring twee hoofdvragen die moeten worden beantwoord.
In de eerste plaats: is het noodzakelijk dat de weg wordt opgehoogd? In de tweede plaats: is het bij die ophoging noodzakelijk dat een deel van de bomen wordt gekapt? Want wij zijn natuurlijk ook een partij met een groen hart en het zijn daarom wat ons betreft relevante vragen, want bomen die kap je niet zomaar. Voor de bomen van dit stukje Stadspolderring geldt natuurlijk ook dat er meerdere stadgenoten zijn waarvoor die bomen voelen als vertrouwde metgezellen die ze jaar in, jaar uit elk seizoen weer tegenkomen op hun vaste route over de Stadspolderring. Dus daarom te beginnen bij de vraag of het nou eigenlijk wel noodzakelijk is om de weg op te hogen. Het antwoord op die vraag is wat ons betreft duidelijk: ja. Uit de technische informatie uit de ambtelijke organisatie blijkt dat de weg steeds verder wegzakt en op den duur te dicht bij het grondwaterpeil komt. Die weg is gefundeerd op een laag zand en als die laag zand te nat wordt dan kan die
56
niet meer voldoende steun geven voor het asfalt wat er bovenop ligt. Ik vergelijk dat maar met het mengsel van zand en zeewater in de branding: dat biedt ook onvoldoende fundament voor een mooi zandkasteel. Een weg die vol scheuren en kuilen komt te liggen is voor ons geen optie. De Stadspolderring is simpelweg te belangrijk als de ontsluitingsweg voor ruim 18.000 bewoners van Stadspolders. Daarbij, ook vinden we dat de weg moet worden opgehoogd om de stoepen weer op gelijk niveau te krijgen met de voordeuren. De huizen staan namelijk nog wel op de oorspronkelijke hoogte, terwijl de rijbaan en de stoep op sommige plekken meer dan een halve meter is gezakt. We zagen het al eventjes in de presentatie van mevrouw Schwarzbart: de bewoners hebben allerlei treetjes en trapjes moeten maken in hun voortuin om in hun huis te komen, terwijl er dus bewoners zijn die sinds de bouw van de huizen eerst woonden in een huis dat wel voldeed aan het bouwbesluit en dat dus via de voordeur toegankelijk is met een rolstoel of een rollator, maar anno 2021 – buiten hun schuld – is dat niet meer het geval. Dan heb je mooi pech als je oorspronkelijk daar bent gaan wonen met het idee om er zo lang mogelijk te blijven. Denk dan bijvoorbeeld aan de ouders van mevrouw Schwarzbart. De voorzitter: U zag mij het vingertje al opsteken. U krijgt een interruptie, heer Kuhlmann.
Volgens mij is de eerste de heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste, gaat uw gang. Daarna mevrouw Klein-Hendriks. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Toch even een vraag aan de heer Kuhlmann over het ophogen tot het niveau dat het stoepje weer ligt zoals in 1983. Er zijn allerlei klimaatontwikkelingen geweest waarbij het verstandig zou kunnen zijn – de heer Steegh doelde daar ook al op – om dat toch wat lager aan te leggen, met een iets grotere helling om de waterafvoer ook beter te laten verlopen. Zou de heer Kuhlmann daarover kunnen meedenken, of het nou wel verstandig is een situatie van ‘83 na te streven of wel degelijk met voortschrijdend inzicht eens wat anders aan te leggen? De heer Kuhlmann: Als dat mag, voorzitter, een antwoord. Ik denk dat het belangrijk is dat het goed toegankelijk is. Wat je moet voorkomen is dat je een, kijk, je kunt natuurlijk altijd een hellingbaan maken, de vraag is – mevrouw Jager refereerde daar ook al even over – hoe steil wordt die helling? Want als je mindervalide bent, je hebt natuurlijk de mensen in ons paralympische team, die hebben grote spierballen, maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen. Dus je moet wel die helling kunnen nemen. Kort gezegd: het gaat er, denk ik, uiteindelijk om dat je voldoende omhooggaat om op een redelijke manier bij die voordeur te komen.
Dat hoeft misschien niet exact hetzelfde peil te zijn, maar je moet wel naar mijn inzien – en volgens mij wordt dat ondersteund door de technische informatie – echt een stap omhoog maken, een flinke stap omhoog. De voorzitter: Geen vervolgvraag meer, mijnheer Kleinpaste? De heer Kleinpaste: Voorzitter, een hele korte reactie. Ik beoog geen glijbaan te maken of een hele diepe helling. Minder dan vijftien graden, dat is volgens mij reguliere staat. Maar ik denk wel dat het verstandig is om er iets anders mee om te gaan dan zoals de heer Kuhlmann dat aanvankelijk in zijn betoog aanduidde. De voorzitter: Dat is duidelijk. Dan nog een interruptie, mijnheer Kuhlmann, van mevrouw Klein-Hendriks, over de stoepjes, volgens mij.
57
Mevrouw Klein-Hendriks: Dat klopt, over de stoepjes. Verderop op de Stadspolderring, in hetzelfde wegvak zes, zien wij dat de appartementen, de flatgebouwen, dat die hun eigen bordes hebben vormgegeven met helling, dus dat even voor de heer Kuhlmann als beeld. Als wij overal in Dordrecht een gelijk maaiveld willen tot aan de voordeur en we vinden dat we dat als gemeente moeten doen, is de heer Kuhlmann bereid om daar dan ook flink de portemonnee voor te trekken? Want volgens mij, de heer Kuhlmann kent de stad ook wel best wel aardig, maar dan komen we toch op heel veel wegvakken in Dordrecht die behoorlijk opgehoogd zullen moeten worden. Wat vindt de heer Kuhlmann daarvan? De voorzitter: Nou, de heer Kuhlmann, trekt u de portemonnee? De heer Kuhlmann: Het is een beetje makkelijk om, ik snap, mevrouw Klein-Hendriks refereert misschien aan huizen in de binnenstad, er zijn ook andere plekken, met name historische panden, waar je trapjes hebt en waar je inderdaad niet zomaar als mindervalide bij die voordeur komt. Het is denk ik belangrijk om te kijken: we hebben natuurlijk op een gegeven moment zijn daar nieuwe regels voor gekomen en je kunt denk ik die huizen in de binnenstad met de trapjes ook niet vergelijken met deze huizen. Het is een beetje dezelfde situatie, in automusea staan ook nog oldtimers zonder gordel. Sommigen daarvan mogen zelfs nog de weg op.
Maar ik zou toch heel erg gek staan te kijken als ik een probleem heb met de gordel in mijn moderne auto, daarmee naar de garage ga en van de monteur te horen krijg: nou mijnheertje, maakt u zich niet druk, er hoeft helemaal geen nieuwe gordel in, want er bestaan ook nog auto’s waar nooit een gordel in heeft gezeten. Dat is een slechte vergelijking. Je moet kijken naar de eisen die we vandaag de dag stellen, naar de eisen die indertijd, toen die huizen werden gebouwd, werden gesteld. Op dat moment werd er gezegd: je moet dat goed kunnen bereiken met je rolstoel. Dat is hoe de mensen die daar zijn gaan wonen ook van zijn uitgegaan en dat lijkt me zaak dat we daar ons aan houden als gemeente. De voorzitter: Ik zie aan mevrouw Klein-Hendriks dat ze daar nog op wil reageren. Gaat uw gang. Mevrouw Klein-Hendriks: Nou ja, het was niet mijn idee om de binnenstad aan te halen. Het was wel mijn idee om alle wijken, als je het hebt over Sterrenburg, Stadspolders of waar dan ook, daar zijn natuurlijk behoorlijk wat verzakkingen. Dus dat was mijn voorbeeld. Twee, op het moment dat het gaat om sturen in de mist, dat is altijd ingewikkeld. Wat bedoel ik hiermee? Waarschijnlijk is er onvoldoende informatie, namelijk dat het bouwbesluit er niet toe dient om de gemeente te dwingen om alle openbare wegen op te hogen.
Maar goed, ik neem aan dat de heer Kuhlmann het daar eenvoudig mee eens kan zijn. Dank u wel. De heer Kuhlmann: Nou, ik wil daar wel even op reageren. Uiteindelijk gaat het erom, ik vind het los van alle regeltjes en dingen, daar kunnen we natuurlijk eindeloos over neuzelen. Wat denk ik een legitiem punt is: kun je, ook als je mindervalide bent, je voordeur bereiken als je oorspronkelijke woning of waar dat wel het geval is? Dat vind ik een goed punt, los van alle regeltjes. Maar als u het goed vindt, voorzitter, ga ik graag verder. De voorzitter: Heel graag zelfs, gaat uw gang.
58
De heer Kuhlmann: Want de tweede vraag is namelijk of het dan – als je dus ervan uitgaat, en dat vind ik, dat je die weg moet ophogen – of het dan echt nodig is om die bomen te kappen op dit stuk van de weg. Kunnen ze niet blijven staan, wanneer alles wordt opgehoogd? Als je dezelfde laag grond erbovenop gooit om alles op het gelijke niveau te trekken, dan begrijp ik, dan kan er niet meer voldoende zuurstof komen bij de wortels en sterven de bomen helaas. Kun je dan niet de bomen laten staan als je de rest ophoogt? Ik begreep: ook dat kan niet, want dan ontstaat er bij elke boom een kuil ten opzichte van de rest van de straat en als het regent wordt dat dan een soort badkuip waar water in blijft staan met als gevolg dat er opnieuw weer onvoldoende zuurstof bij de wortels kan komen en de bomen sterven. De voorzitter: De heer Kuhlmann, u krijgt nog een interruptie van de heer Jansen, gaat uw gang. De heer Jansen: Ja, dat was eigenlijk, mevrouw de voorzitter, direct na mevrouw KleinHendriks. Ik sloeg aan op het feit dat de heer Kuhlmann begon over de binnenstad en de historische panden, dat het dan verzakt is en dat dat allemaal logisch is en dat kun je niet in de huidige normen. Mevrouw Hendriks noemde het gelukkig al: de wijk Sterrenburg is minstens net zoveel verzakt als de Stadspolders. Dat is niet de enige wijk, dus er zijn heel veel buitenwijken.
Dus nogmaals, mijnheer Kuhlmann, als u dat allemaal netjes op wil hogen naar het standaardniveau dan moet u toch flink de portemonnee gaan trekken. Bent u daartoe bereid? De voorzitter: Volgens mij dwalen we nu een beetje af van het onderwerp. We gaan het nu veel breder trekken dan de revitalisering van de Stadspolderring. Misschien dat u heel kort hierop kan reflecteren en dan verder gaat met uw betoog. De heer Kuhlmann: Nou, ik wil het graag bij de Stadspolderring houden en – als u het goed vindt, voorzitter – voor wat betreft de vragen: als je de weg ophoogt, is er dan toch niet een manier te bedenken dat die bomen kunnen blijven staan? Daar wilde ik nog zeggen dat de bomen op dit specifieke stuk van de Stadspolderring, begreep ik, geen gezond wortelsysteem hebben. Die wortels die staan vlak tegen de rijbaan aan … De voorzitter: De heer Kuhlmann, na mijnheer Jansen komt er altijd een interruptie van de heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Voorzitter, de heer Jansen, maar ook anderen, die hebben twijfels over het nut van het ophogen. Ik heb dat straks ook al gezegd: de wijk Stadspolders is nou typisch zo’n wijk die meer dan andere wijken al decennialang aan het verzakken is. Dat betekent ook dat al heel lang – en zeker in de vorige raadsperiode – tal van woonerven zijn opgehoogd.
Dus we hebben het niet over een eerst voorkomend fenomeen, nee, deze verzakking is in feite een fase van al die andere verzakkingen. Kom dan niet met het argument aan dat we hier een vreemd element hebben. Nee, we hebben het hier over het aanpassen van elders al opgehoogde wijken, punt. De voorzitter: Kijk, dat is kort. De heer Kuhlmann. De heer Jansen wil ook nog even reageren? De heer Kuhlmann: Dat was geen vraag aan mij, volgens mij.
59
De voorzitter: Nee, volgens mij ook niet, maar gaat uw gang, mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ik wil even recht zetten dat ik de noodzaak van de ophoging in twijfel trek. Ik geef alleen aan dat de noodzaak voor ophoging niet alleen hier bestaat en dat de heer Kuhlmann zich dat dan ook moet realiseren. Maar ik trek niet de noodzaak van ophoging in twijfel, zoals de heer Oostenrijk suggereert. De voorzitter: De heer Kuhlmann, ik stel voor gewoon nu even uw betoog … De heer Kuhlmann: Ja, lijkt me goed, ik ga verder. De voorzitter: Ik denk dat we anders in herhaling vallen. De heer Kuhlmann: Zo is het. Voor wat betreft of die bomen niet kunnen blijven staan stipte ik even het wortelsysteem aan. Wat namelijk, die bomen staan stuk voor stuk vlak tegen de rijbaan aan op dit gedeelte. Die wortels kunnen niet onder het wegdek groeien, omdat de druk van het asfalt en de auto’s te groot wordt. Daarom zitten die wortels alleen aan de zijde van de woningen, van de stoep. Door de specifieke samenstelling van de grond – ik begreep: die is te compact – groeien die wortels daar heel erg aan de oppervlakte. Dat is denk ik ook de zien op de foto’s in de presentatie, ze kunnen niet de diepte in. Dat heeft als effect dat die stoeptegels en de bestrating op die parkeervakken omhoog wordt gedrukt.