2.4 Notulen Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 3 februari 2021.pdf
Tekst van het document
Ik kijk nog heel eventjes … De heer Jansen: Ja, ik was nog … Ik was nog niet helemaal … O, dat … De voorzitter: Nee, nee, nee, ik ga u ook niet afronden. Mijnheer Oostenrijk, kan u het nog heel even ophouden totdat de heer Jansen klaar is met zijn betoog? De heer Oostenrijk: Ja hoor. De heer Jansen: Het zijn nog maar twee, het zijn eigenlijk nog maar twee zinnetjes. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Jansen: En het is één zinnetje wat in een andere vorm vanavond nog een keer terug gaat komen, dus onthoudt u hem. De vraag die hier wat ons betreft voorligt is, willen wij een gemeente zijn die niet terug durft te komen op gemaakte fouten en die gemaakte fouten niet durft te herstellen? Daarmee wou ik afsluiten.
21
De voorzitter: Dat was het einde van uw betoog. Dank u wel, mijnheer … De heer Jansen: Ja, ik vond het een mooi einde. De voorzitter: Jazeker. De heer Jansen: Dank u. De voorzitter: Ik durf u niet tegen te spreken als voorzitter. Dan geef ik nu heel even het woord aan mijnheer Oostenrijk want die had volgens mij nog een interruptie op de heer Van der Meer, klopt dat? De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, dat klopt helemaal. Het is heel duidelijk, GroenLinks, die zegt met zoveel woorden, vergeet die parkeerplaatsen, je zou bijna zeggen vrij vertaald, hef er nog maar een aantal op want dan krijgen we meer groen. Dat is naar onze mening een miskenning van de situatie daar. En ook het verhaal van, verschuif ze naar de randen. Nou, de randen zijn ook groen. Dus ook dan kom je tegen hetzelfde probleem aan met uiteindelijk de conclusie, die ik vertaal vanuit GroenLinks, vergeet het maar dat er parkeerplaatsen komen. Nog even een opmerking over … De voorzitter: Nee, nee, nee. Nee, nee, nee, u zou een … U had een interruptie en een vraag. De heer Oostenrijk: Ja, dan kom ik er straks nog op … De voorzitter: Dus nog even … De heer Oostenrijk: Dan kom ik straks nog terug … De voorzitter: Nee, niet straks, nee want ik ga u echt een beetje kort houden. En ik doe echt een beroep op u allemaal, we hebben nog een hele lange agenda en laten we alsjeblieft niet in herhalingen gaan vallen.
Ik geef nog even het woord aan de heer Van der Meer, en dan ga ik even kijken welke fracties er nog een woordvoering willen doen. Mijnheer Van der Meer, heel kort, alstublieft. De heer Van der Meer: Ja, ik vind dat de heer Oostenrijk een beetje een karikatuur maakt. Ik heb al één, ervoor gepleit om meerdere belangen in de afweging te betrekken. En inderdaad ga ik ervan uit dat op termijn het autobezit zal verminderen. Dat betekent niet dat we op korte termijn geen oplossing voor het parkeerprobleem moeten zorgen, maar dat we wel bij de oplossing die we kiezen met de lange termijn rekening moeten houden. En het gaat mij niet om de details maar om het proces want daar zouden we het vanavond over hebben. De voorzitter: Helder, dank u wel. Ik ga nu echt door en ik doe echt een beroep op deze commissie. Want er zijn nog een aantal fracties die hun standpunt ook nog even kenbaar willen maken. En volgens mij was dat als eerste, de heer Kleinpaste. Mijnheer Kleinpaste, gaat uw gang.
22
De heer Kleinpaste: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik moet zeggen, ik vind het heel lastig de vergadering te volgen omdat die chat gewoon helemaal niet werkt. Maar als mensen op elkaar reageren in de chat, is dat in ieder geval iets wat we afgesproken hebben om niet te doen. De chat is er voor de voorzitter vooral. Dus laat ik dat dan nog maar even huishoudelijk opmerken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik was wat verbaasd bij de heer Jansen, dat die echt per se een voorstel van het college verwacht. Je kunt als raad gewoon ook voorstellen doen. Ik ben blij met de suggestie die de heer Kuhlmann wat dat betreft doet. En mijn voorstel zou zijn van, laten we dat nou met elkaar in ieder geval vast in werk stellen, dat kan vlot geregeld worden. En laten we daarna dan met die buurt nog eens door communiceren wat er nog extra nodig is, en daar ordentelijk en heel goed die bewonersparticipatie vorm in geven. Mijn vraag aan de wethouder is echt oprecht van, hoe blikt u nu terug op het proces zoals het hier gelopen is, wat leert u daaruit, hoe gaan we dat vanuit het college in alle participatieprocessen die ons nog te wachten staan, en die goed zijn dat ze gebeuren, hoe gaan we daaruit leren om dat veel beter te doen dan nu het geval is geweest? En laat ik daar maar bij laten. De voorzitter: Kijk, zo ken ik de heer Kleinpaste, kort en bondig.
Dan zie ik ook nog een woordvoering voor D66, mijnheer Loekemeijer. Gaat uw gang. De heer Loekemeijer: Ja, ik wilde graag nog twee korte vraagjes stellen. Ik denk dat over het proces inmiddels wel genoeg gezegd is. Nee, ik wilde de vraag stellen, want dat is me nog steeds niet helemaal duidelijk, is er nu in de buurt een absolute meerderheid, dus een democratie meerderheid die zegt, wij vinden meer parkeerplaatsen de oplossing voor het parkeerprobleem? Dat er een parkeerprobleem is, dat is dan inderdaad vastgesteld door een afhankelijk bedrijf begrijp ik, of onafhankelijke bedrijf. Maar is daar nou inderdaad een consensus in de buurt dat meer parkeerplaatsen de oplossing is? Dat is mij nog niet helemaal duidelijk. Dus ik weet niet wie er antwoord op kan geven, maar hopelijk kan iemand er antwoord op geven. En een andere vraag, het is natuurlijk veel … Die wat … Het is veel gegaan over klimaatadaptatie in buurten, en dat we de wijken klimaatadaptiever moeten maken. En vooral als het gaat om waterafvoer en dergelijke. Dus om op mijnheer Kuhlmann te reageren, zomaar vijftien parkeerplekken realiseren, daar zijn wij niet voor, als daar niet op die manier over nagedacht wordt.
Als er dan parkeerplaatsen moeten komen, dat daar dan over nagedacht is, hoe kunnen we dat klimaatadaptief doen? Is dat bijvoorbeeld een parkeerplaats met een open structuur? Nou ja … De voorzitter: Mijnheer Loekemeijer? De heer Loekemeijer: Ik ben … De voorzitter: U krijgt een … U krijgt een interruptie van de heer Schalken. Mijnheer Schalken, gaat uw gang.
23
De heer Schalken: Ja, voorzitter, dank u wel. Eigenlijk reageer ik op wat de heer Loekemeijer aangeeft van, zijn hier, is hier wel echt een parkeerprobleem? Nou, volgens mij is … De heer Loekemeijer: Nee, dat … De heer Schalken: En dat werd ook al door anderen genoemd. De heer Loekemeijer: Daar wil ik even, dat zeg ik niet, maar dat het, ik zeg, dat zei ik ook van, nou, dat is aangetoond, er is een parkeerprobleem. Maar is er nu een consensus in de buurt dat het realiseren van meer parkeerplekken de oplossing is? Of is dat ... De heer Schalken: Ja, als er een parkeerprobleem is, dan kun je dat alleen maar oplossen met het aanleggen van meer parkeerplekken. De heer Loekemeijer: Ja, maar is er nu niet, of komt er straks nu niet een stille meerderheid die die parkeerplaatsen voor hun deur gerealiseerd krijgen, maar die daar eigenlijk helemaal niet op zitten te wachten? Dat is eigenlijk een beetje mijn vraag. De heer Schalken: Nou ja, volgens mij … De voorzitter: Ja, uw vraag is helder volgens mij. En ik denk ook dat we dalijk even naar de wethouder moeten gaan want die kan ook wel misschien wat antwoorden geven. Want ik krijg interruptie na interruptie op dit moment. Ik krijg nu een interruptie van de heer Kuhlmann, ook op de heer Loekemeijer. Gaat uw gang, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel, voorzitter.
De heer Loekemeijer van D66 die stelde de vraag van, ja, hoe zit dat met dat draagvlak voor meer parkeerplekken in de buurt? Ik heb het idee dat de schoen wringt op het onderdeel van dat op zichzelf daar de parkeerdruk die wordt breed ervaren. Het punt is alleen, een parkeerplek zeg maar precies voor jouw deur, voor jouw uitzicht, het stukje groen, dat liever niet maar wel in de rest van de buurt, daar zit wringt de schoen. En wat dat betreft is het denk ik goed om met een wat breder plan, zoals bijvoorbeeld door de bewonerswerkgroep 2.0, waarbij het dus niet gaat om één specifiek plekje, jij bent alleen de pineut, maar een oplossing waardoor je echt wat doet aan het parkeerprobleem. Dat is naar mijn idee het charmante van hun oplossing en voorziet denk ik ook op dat deel op de vraag die u stelde. De heer Loekemeijer: Oké. Dank u wel. De voorzitter: Is dat helder, mijnheer Loekemeijer? En u kan ook nog verdergaan met uw betoog, als u dat wil. De heer Loekemeijer: Nee, ja, ik had natuurlijk alleen nog de vraag over die klimaatadaptiviteit. Omdat ik een beetje het idee heb met dit soort dingen, dat we eigenlijk een beweging de verkeerde kant op aan het maken zijn omdat we het eigenlijk steeds meer hebben over klimaatadaptiviteit en meer groen in de wijken, et cetera, et cetera, en nu eigenlijk weer een beweging maken de andere kant op in een wijk in Dordrecht.
En ik was even nieuwsgierig hoe het college daar ook naar kijkt?
24
De voorzitter: Helder. Volgens mij heb ik dan nog één partij, en dat is de ChristenUnie/SGP, die nog niet aan het woord is geweest. Gaat uw gang, mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter, dat heeft u heel goed opgemerkt. Nou, de werkgroep, die heeft op zich goed werk verricht. Eén dingetje vond ik wel jammer, dat 150 meter lopen voor hen blijkbaar te ver is, ik vind dat nog zelf wel aanvaardbaar. Misschien dat een aantal van hun voorstellen gehonoreerd worden, dat zou fijn zijn, dan zijn er wat plekken bij. Ik vraag me alleen wel af of ze echt dan, het is al meer genoemd vanavond, de meerderheid vertegenwoordigen? Dus er is een parkeerprobleem, hoe groot het is, is lastig in te schatten. Ik hoor ook geluiden van mensen die zeggen, er zijn mensen met een eigen parkeerplek, die die niet gebruiken maar hem op een openbare zetten. Nou, als dat zo is, dan is het parkeerprobleem iets kleiner dan we denken. Het is heel belangrijk, vinden wij, dat het samen met de bewoners wordt opgepakt. Want dan, ja, kun je het meeste draagvlak verwachten. Ik wil nog wel even er iets aan toevoegen, het parkeerprobleem en alles wat erbij hoort, denk aan de heer Breidel met zijn brieven, die komen in vrijwel alle wijken voor en ze zijn vrijwel onoplosbaar.
Sinds halverwege de jaren ‘60 is de bevolking met 40 procent gegroeid, het aantal auto’s met 750 procent, en de auto’s zijn langer en breder geworden. De heer Van der Meer die zegt, in de toekomst wordt het aantal auto’s kleiner is. Ik denk het ook, maar voorlopig stijgt het jaarlijks nog met 2 procent en het aantal bestelwagens met 4 procent. Bijkomend probleem is dat de auto’s ook nog groter worden. Pas een presentatie geweest van Mecanoo, daar kwam uit naar voren dat 51 procent van het ruimtebeslag van de stad wordt ingenomen voor de functie auto. Dit was best al heel veel, willen we dat nog meer gaan uitbreiden? Wij vragen ons af of dat verstandig is? We moeten ook gaan kijken denk ik naar echte oplossingen, minder auto’s, deelauto’s stimuleren, betere fietsroutes, beter openbaar vervoer, en dat is ook een oplossing van het parkeerprobleem. Als laatste wil ik nog een opmerking maken over, ja, dat verkeerd parkeren en gedogen, enzovoorts. Jarenlang gedogen, of je het bewust of onbewust doet, het wreekt zich altijd een keer. En inhakend nog op wat de heer Kuhlmann gezegd heeft over, ik respecteer ze ook hoor, die kleine zelfstandigen met zo’n bus, tuurlijk hebben wij ook hart voor. De andere kant is wel, als die bussen dus groter en hoger zijn dan de norm, mogen ze er gewoon domweg niet staan en dan moet je ze eigenlijk ook niet gedogen.
Ja, kun je daar als gemeente altijd een oplossing voor vinden? Ik zou zeggen tegen de wethouder, doe je best maar ik denk wel dat het lastig wordt. En dat je niet altijd van de gemeente de oplossing kunt en mag verwachten. Ik dank u wel. De voorzitter: Dan een interruptie van de heer Oostenrijk. Gaat uw gang, mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, kan de heer Struijk ons meer duidelijkheid geven wat ChristenUnie/SGP nu eigenlijk wil? Want daar is die heel vaag in, oftewel, bent u voor meer of minder parkeerplaatsen? De voorzitter: Mijnheer Struijk, gaat uw gang. De heer Struijk: Nou, wij vinden het in ieder geval belangrijk dat er draagvlak is bij de bewoners. Als de bewoners van het betreffende stuk, Iroko en dergelijke, vijftien parkeerplaatsen extra willen en ze zijn te realiseren, het liefst zonder dat dat groen kost,
25
dan zijn we daar op zich niet tegen. Alleen, wat ik graag naar voren wil brengen namens onze partij, het is een tijdelijke oplossing. Over vijf jaar zitten we hier weer want dan zijn die vijftien extra plaatsen ook vol en zijn er nog meer auto’s. Dus je moet toch eventjes verder kijken dan alleen maar wat parkeerplaatsen erbij. Dat is eigenlijk wat wij willen doen. Er mogen best parkeerplaatsen bij, als dat kan, maar het is niet de oplossing. Niet de echte oplossing. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Struijk. Was dat ook het einde van uw betoog? De heer Struijk: Jawel hoor, ik had afgesloten. De voorzitter: Oké. Nou, dan dank u wel. Dan ga ik nu het woord geven aan wethouder Van der Linden. Wethouder Van der Linden, komt u maar binnen. De heer Van der Linden: Ja, goedenavond. Ja, meestal, even aan de voorkant, meestal zeg ik natuurlijk dat ik het kort ga houden, dat ga ik nu niet doen. Want u heeft heel veel aangeraakt, en ik vind het ook recht aan ieders inbreng, om dat stapsgewijs even door te nemen. Dat doet recht aan het gevoerde gesprek en dat kost even tijd. En dan begin ik even bij de vraag die een aantal mensen oproepen, ja, is er nou wel een parkeerprobleem en zo? Ja, er is een parkeerprobleem in Oudelandshoek. Dat is niet zo gek, de wijk is opgezet als een autoluwe wijk. En, nou, in de jaren ‘90 hadden we allemaal minder auto’s. De parkeernorm was ook anders.
De wijk is ook wat, nou, de mensen die er wonen zijn soms heel lang hier blijven wonen, hebben soms kinderen die ook auto’s hebben. Inmiddels werkt bijna iedereen, dus er zijn ook aan de Iroko, huizen waar drie of vier auto’s in gebruik zijn, dat levert gewoon heel veel druk op. Ik woon daar niet, ik kom daar heel vaak even met de fiets doorheen. En ik zou ook zeggen van buiten, hier moeten gewoon meer parkeerplekken komen. Simpel zat, punt. Heel makkelijk. Hoe ga je dat dan doen? Dat is niet moeilijk. Je pakt de wijktekening, doet een ontwerp, en je kunt echt wel een voorstel doen voor tien of twintig plekken. Nou, dat hebben we ook een paar keer gedaan. Dat weet u misschien nog, een jaar of drie geleden, we hebben twee keer een voorstel gedaan van, jongens, de parkeerdruk is hier heel groot, zullen we het zo oplossen? Ik had gedacht dat de reactie zou zijn, nou, dit zijn er te weinig, we willen er meer. De reactie was, nee, dit kan niet, dit zijn er of te veel of ze liggen op de verkeerde plek. Twee keer geweest. Nou, dan heb je iets geleerd. Dan weet je, wacht even, het is verstandig om het niet door de wethouder of door de gemeenteraad of door de ambtenaren alleen te laten doen, maar laten we dan aan de wijk vragen. En dat is de basis geweest voor dat onderzoek, waar een paar van u naar n hebben gerefereerd.
Er is echt een feitelijk probleem met de parkeerdruk, een feitelijk probleem. En ook voor de aanpak om in vijf wijkjes, vijf buurten van deze wijk, te kijken, oké jongens, er is echt een feitelijk parkeervraagstuk, hoe willen jullie dit nou oplossen? Jullie wonen hier, en we weten allemaal hoe de wijk in elkaar zit. We gaan geen huizen weghalen, we gaan ook het bestemmingsplan niet zomaar wijzigen. Groen is belangrijk, speelplekken zijn belangrijk, enzovoorts, en de leefbaarheid moet er ook van overeind blijven. En we willen het doen met draagvlak. Want natuurlijk, het is niet moeilijk, echt niet moeilijk om een plaatsje te tekenen bij jou om de hoek, zodat jij er geen last van hebt. Dat is niet moeilijk. En het kan andersom ook gelden. Het moeilijke is, hoe kom je samen tot een gedragen voorstel? Nou, die eerste werkgroep, die heeft daar met een man of vijftien heel serieus werk van gemaakt. En daar is ook goede begeleiding op gezet van en een verkeerskundige, en iemand die in de processen zit zeg maar. Er zijn
26
een aantal sessies geweest, acht vergaderingen door die werkgroep. Er is ook, ik meen twee of drie keer met de wijk overlegd over, nou, dit zijn opties die er zijn, wat vinden we ervan? Nou, sommigen bleven overeind, anderen werden gewijzigd, en weer andere vielen af. Uiteindelijk heeft die werkgroep een heel gebalanceerd verhaal opgeleverd. In oktober heb ik u een memo doen toekomen op uw verzoek, waarin iets uitgelijnd is over dat proces. Dus ben ik tevreden over dat proces? Ik ben heel tevreden over het proces als je kijkt naar de manier waarop het is aangepakt. Ben je tevreden over het proces als je ziet wat het heeft opgeleverd? Dat is een hele goede vraag en het antwoord daarop hangt natuurlijk een beetje af, wat is het exacte doel? Als je binnen deze beperkte omvang van de wijk twintig plekken had willen realiseren, dan ben ik er niet tevreden over, want er zijn minder plekken te realiseren. Als je kijkt naar het voorstel en naar wat de werkgroep heeft opgeleverd en wat ook is uitgevoerd, dan levert dat een beperkt aantal plekken op, waardoor de opdracht voor de rest van de buurt, van de wijk Oudelandshoek, nog wat groter is. Maar ze hebben ook gezegd, let op handhaving en let ook op, probeer te organiseren dat de grote busjes de wijk uit kunnen. En geef aandacht aan gedrag. Dat laatste is wel een speciaal aandachtspunt, enkelen van u refereerden daar al aan.
Het is een hele fijne buurt, merk ik, maar er zit wel over en weer hier en daar wat onvrede van mensen die zeggen, nou, hij parkeert altijd scheef, of, ja maar daar gaat het altijd mis. Dat is natuurlijk nooit fijn, voor een buurt. In de werkgroep zijn ook twee mensen geweest, die hebben gezegd, wij stappen eruit, uiteindelijk, want wij zijn niet akkoord met een deel van het proces en ook niet met de voorstellen. Dat kan. Ik heb met werkgroep 1 gesproken aan het eind van hun proces en geconstateerd dat het proces goed doorlopen is, dat iedereen tevreden was over de manier waarop het is gegaan. Dat ze ook constateerden dat een deel van het thema is echt eigenlijk binnen de marges die je in zo’n, op zo’n plek hebt, niet heel makkelijk op te lossen is. En ik heb de complimenten gegeven voor de procesvoering. Ik heb wel gezegd, ik ga ook nog met de andere mensen praten want het is niet voor niks dat mensen eruit stappen. Ik ben ook bij een van deze mensen thuis geweest, en ik snap de onvrede over een aantal zaken. Ik heb ook, wat later werkgroep 2.0 is gaan heten, gesproken daarna nog bij een stadskantoor. En ook aangehoord dat ze niet helemaal tevreden waren over het resultaat. Zeker niet gezien de oorspronkelijke vraagstelling, realiseer een aantal plekken. En ik heb hen aanbevolen van, nou, als je er echt niet tevreden over bent, kom dan met andere voorstellen.
Maar één ding is wel belangrijk, natuurlijk moet elk voorstel wel draagvlak hebben. Want dat hebben wij geleerd, dat hebben we allemaal geleerd, draagvlak is echt belangrijk. Prima. Dat het een proces is wat op zich goed kan lopen zien we nu in de tweede aanpak. Daar heeft u de brief over gehad die onlangs is verstuurd rond de Azobé, waar een aantal plekken is aangewezen waar zeker, nou, ik meen vijf plekken extra kunnen worden aangelegd. Ook dat is niet een heel hoog aantal, de parkeerdruk is daar wel iets anders. Ik maak even deze zin af, is dat goed, voorzitter? En dat proces is wat sneller verlopen. Dat vind ik ook wel fijn want ik vond dat eerste wel heel veel tijd nemen. Ze hebben het zorgvuldig gedaan maar het kostte heel veel tijd, de tweede ging wat sneller. Ik ga even ademhalen, en ik denk dat er een interventie komt of niet? De voorzitter: Ja, er komt geen interventie maar een interruptie. De heer Van der Linden: Een interruptie, kijk.
27
De voorzitter: Dat is een interruptie van de heer Oostenrijk. Mijnheer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, dat gaat over hetgeen wat de heer Van der Linden net zei van, dat voorstel, en dat ging over voorstel 2.0, dat moet draagvlak hebben. Nou, daar zit natuurlijk nu net het probleem, omdat natuurlijk zo’n wijkbewoner, die zou dan als het ware het hele enquêteringsproces moeten opzetten. Want dat is de enige manier om feitelijk te constateren of je minimaal 50 procent, of welk getal dan ook, je eraan moet hechten voor draagvlak. En de situatie nu heeft ons geleerd dat dat onmogelijk is om dat als werkgroep te gaan realiseren. Dus we hadden het straks over regie. Ik denk in dit geval, als blijkt dat zo’n werkgroep een reëel voorstel heeft waar je over kunt discussiëren, maar als dat reëel genoeg is om dat te gaan enquêteren, dan vind ik dat je dat niet aan enkele bewoners kunt overlaten, want dan krijg je ruzie. Nee, laat dan de gemeente dat hele enquêteringsproces doen, net zo goed als dat dan, laten we zeggen, ze de regie voert over bij betaald parkeren. Maar in ieder geval dat op die manier duidelijk is of een voorstel vanuit bewoners op draagvlak kan rekenen. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk, komt u tot uw punt, of …? De heer Van der Linden: De vraag is helder. De heer Oostenrijk: Ik was uitgesproken. De voorzitter: Ja? Oké, goed zo.
De heer Van der Linden: Ik, daar kom ik zo op terug, want dat zit in de tweede lijn van mijn, of in het volgend stukje van mijn blokjes. Daar kom ik zo op terug. De voorzitter: Oké, oké. Dan heb ik … Dan geef ik het woord toch nog eventjes aan de heer Schalken want die had ook nog een interruptie. De heer Schalken: Ja, correct. De voorzitter: En misschien sluit dat hier wel een beetje op aan. Mijnheer Schalken. De heer Schalken: Ja, kort op het punt wat de heer Van der Linden net noemde. Hij gaf aan dat nu in het tweede wijkje, het proces al een stuk sneller loopt. Kunt u dat … Kunt u … Is voor u duidelijk waardoor dat komt? Is het meer het gedeelde belang voor de oplossing van het parkeerprobleem, is er daar minder discussie in de wijk over de noodzaak? Of ligt er iets anders aan ten grondslag? Daar heeft u zoveel geleerd uit het eerste proces dat nu daarom beter gaat in het tweede proces? Ook een beetje op naar mijn vraag te komen van, goh, ga nu duidelijke uitvraag doen aan de mensen van het eerste proces zodat je diezelfde, nou ja, de leerpunten kunt meenemen in de verdere uitrol? De heer Van der Linden: Ja, goeie. De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer Van der Linden.
28
De heer Van der Linden: Dank u wel. Dit proces hebben we natuurlijk vrij zorgvuldig ontworpen omdat we hadden geleerd van onze twee voorstellen oorspronkelijk van, hé, dit is toch een goed idee, tien plekken erbij, hé, dit is nog goed idee, acht plekken erbij. Allebei de keren nee, geen goed idee. Nou, dan ga je naar de buurt, dat is natuurlijk niet helemaal nieuw want we doen het al lang. Maar op deze manier was het wel een beetje nieuw, dat we de regie van het proces goed begeleiden, maar de inhoud van het proces en hoe de werkgroep dat wilde vormgeven, daar hebben we goed in meegekeken, dat hebben we ze wel zelf laten doen. En de behoefte van de werkgroep was ook, samen met, dat is ook gecommuniceerd in de buurt, om heel zorgvuldig een aantal stappen te maken. En ook te kijken, is hier nou echt puur een probleem van, er moet meer blik op straat, of kunnen we ook nog andere dingen verzinnen? Nou, en in die groepsdynamiek, dat constateer ik, en daar ga ik verder niks vervelends over zeggen, dat is gewoon wat er kan gebeuren, hebben twee mensen dus gezegd uiteindelijk, nou, wij stappen eruit. En ik heb respect voor allebei de groepen, maar dat is gewoon wel gebeurd. En dat is een minderheid van die werkgroep, maar dat is gebeurd. In werkgroep 2 is dat niet gebeurd.
Kennelijk, ik denk dat de, ik heb dat cijfer niet helemaal in mijn hoofd van het onderzoek, dat de parkeerdruk er ietsje anders beleefd wordt en ook iets anders in elkaar zit. Omdat er veel auto’s toch al op hun eigen terrein staan of dat er iets minder druk is, dat kan hebben geholpen. Maar dat kunnen we wel eens naast elkaar leggen. Ik wil dus ook, want ik merkte soms wel wat cynisme over het proces. Ik hecht er wel aan om de waardering uit te spreken voor de mensen die in de werkgroep hebben gezeten, maar ook voor de ambtelijke begeleiding, want dat is echt zorgvuldig gebeurd. Zorgvuldig wil niet altijd zeggen dat je op snelheid zit, en dat vind ik wel belangrijk. Ik heb ook in de memo van oktober aangegeven dat 2 nu draait, en dat 3 en 4 dit jaar gaan draaien. En begint ’22 zou dan, want we moeten uiteindelijk vijf blokjes pakken, zou dan de laatste werkgroep draaien. Dat even over het proces zoals het nu gelopen is. Dus ik ben blij met het proces, de uitkomst vind ik enigszins verrassend, maar is wel gedragen door een fors deel van de wijk, want dat is goed getoetst. Hoe ga je dan om met een rapport wat nu voorligt? Want daar staan keurige maatregelen in. De maatregelen die erin staan zijn wel eerder tijdens het proces wat met de wijk is doorlopen, ik heb ze niet allemaal opgeteld, maar een aantal daarvan is wel besproken en is afgewezen door de wijk.
Nou, dan kunnen we nogmaals doen wat we in, ik meen 2018 hebben gedaan en gezegd, jongens, dit is de oplossing. Dan weten we, daar komt heel veel weerstand op. Dat weten we. Dat is geen verrassing, er komt veel weerstand op. Dus dat zou niet mijn suggestie zijn aan u. Wat wel mijn suggestie zou zijn is dat wij doorgaan met het proces zoals dat loopt, in wijk 2 is de brief verstuurd, in wijk 3 gaan we zo meteen van start. En dat we ondertussen wel even de toets doen, want dat vind ik een goede suggestie die een aantal van u aangeeft, onder andere heer Schalken, de toets doen van, hoor eens, we hebben, we constateren, geen verrassing, de parkeerdruk is hoog en nog een keer geen verrassing, er is gewoon duidelijk onenigheid over de gewenste oplossing. We kunnen nooit … De voorzitter: Mijnheer Van der Linden, mag ik heel even wat zeggen? De heer Van der Linden: Ja.
29
De voorzitter: Ik zie allemaal weer interrupties komen. Maar ik stel even voor aan de commissie om even het verhaal van de wethouder af te laten maken, en als er dan nog vragen overblijven, dat u die dan stelt. Kunt u daarmee uit de voeten, commissie? De heer Van der Linden: Het blijft onverwacht stil. De voorzitter: Ik denk het wel. De heer Van der Linden: Ja. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van der Linden: Dank u wel. Ja, ik wil recht doen aan de inbreng, ook van werkgroep 2.0. Maar ik weet zeker, als de maatregelen zo worden voorgesteld, dan komt daar weerstand op want die is er al. Dus mij lijkt het goed dat we wel een vorm van een enquête doen, een toets doen bij de wijk en zeggen van, nou, we hebben een proces gelopen, daar heeft u allemaal op een of ander moment kennis van kunnen nemen. Dat heeft een aantal dingen opgelost, en dit gaat er nog gebeuren. Maar we constateren ook dat er nog steeds parkeerdruk is en dat een deel van de wijk hier echt niet blij mee is. Nou, dan moeten we even goed kijken naar vragen, naar de juiste vraagstelling. Maar de digitale vraag is, wil je nou wel of niet meer parkeerplekken in die wijk? En als de meerderheid daarvan zegt, ja dat moet echt, dan hebben we dat te organiseren en dat geeft ook mandaat om wel in te grijpen.
Maar ik blijf wel terugkomen op het eerste punt ook, deze wijk is zo opgezet dat een deel van het parkeren altijd vlak tegen de Chico Mendesring aan staat, dat is de opzet van de wijk geweest oorspronkelijk. En ik snap, iedereen wil zijn auto vlak bij de deur, dat kan in deze wijk, dat geldt trouwens voor heel Oudelandshoek, lang niet overal. Nog een paar deelpunten, want er is nog gevraagd naar de busjes, en dan vooral de te grote busjes. Nou, daar hebben we natuurlijk naar gekeken. Dat hebben we ook in de memo van oktober al aangegeven dat we ook even aan het kijken zijn, waar zou dat kunnen worden opgelost? Nou, iets verderop aan de Chico Mendesring is een parkeerterrein, bij onder andere een paar onderwijsinstellingen en de kinderopvang. We zouden het in de APV zodanig kunnen wijzigen dat die busjes worden geacht daar te parkeren. En dat vereist ook handhaving. Over handhaving hoor je verschillende mensen. Mensen zeggen, stop eens met handhaven want het is hier te vol. Nou, andere mensen zeggen, doe meer aan handhaving want het zijn altijd dezelfde mensen die een andere plek zoeken, buiten de parkeerplekken. We proberen daar verstandig mee om te gaan. En u snapt ook, in coronatijd heeft handhaving heel veel te doen en dan is dit misschien niet het prio stuk.
We vinden wel dat we handhaving hier een serieuze rol in moeten geven, ook omdat de werkgroep, werkgroep 1.0, dat ook heeft aangereikt als een van de oplossingen. Ik kijk even, ik denk dat ik het hierbij hou. Dank. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van der Linden. Ik kijk nog even in de chat. Ik zie een vraag van de heer Van der Meer en daarna een interruptie van de heer Kuhlmann. Gaat uw gang, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb in mijn interventie gevraagd om regie op het proces maar ook om inhoudelijke sturing. En de wethouder begon zijn antwoord met te zeggen, als je daar rondfietst, dan zie je meteen dat er meer
30
parkeerplaatsen moeten komen. Mijn vraag is, moeten we niet, gezien het ruimtebeslag wat auto’s hebben, de heer Struijk heeft daar ook op gewezen, toch af van die reflex dat als er een parkeerprobleem is, dat er dan per definitie meer parkeerplaatsen moeten komen. Is dat niet heel erg de ogen sluiten voor een probleem waar we op deze manier op korte termijn echt helemaal niet meer uit gaan komen? De heer Van der Linden: Ja, dat is een hele goede vraag, en het antwoord is ook … De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Ja. Dat is een goede vraag en kijk, eigenlijk voeren we in deze stad twee parkeerdiscussies. De ene gaat over, laten we zeggen de binnenstad en daaromheen. Waar duidelijk is, we willen een levendige binnenstad, met toerisme, met wonen, met werken, en we willen hem daarom ook autoluw maken want anders kun je het niet overeind krijgen, zeker niet als er meer mensen bezoeken en wonen. En dat is een heel goed gesprek. Tegelijk hebben we 4 kilometer verderop de discussie in de buitenwijken waar we zien, dertig jaar geleden was er misschien één kostwinner met één auto, nu zijn sommige wijken wat ouder waardoor er meer mensen wonen die werken. Nou, de parkeerdruk is groter want we hebben meer auto’s gemiddeld genomen.
Is het nou een situatie die zo blijft? Ik kan dat niet helemaal overzien voor de komende, nou voor de komende tien jaar wel. Ik verwacht niet dat het in die tien jaar substantieel verandert. Natuurlijk, op termijn ga je andere oplossingen zien of andere vervoerswijzen zien, ook vanuit die buitenwijken. Er wordt trouwens ook juist vanuit de buitenwijken ontzettend veel gefietst en heel veel met het OV gereisd. Dat eventjes voor de duidelijkheid. Het dilemma wat ik heb … De voorzitter: Ik heb nog een interruptie, ik heb nog een interruptie van de heer Kuhlmann. Mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Van der Linden: Mag ik deze even afmaken, want dan heb ik de heer Van der Meer beantwoord, denk ik. De voorzitter: Oké, goed. De heer Van der Linden: Ja? De voorzitter: Ja. De heer Van der Linden: Dus ik … Maar het dilemma is er wel, deze wijk is opgezet als groen, maar wel dicht bebouwd. En in zoverre autoluw dat je weet, je staat vooral bij die Chico Mendesring, en in de wijk zelf, daar zijn ook veel plekken maar er is op een gegeven moment een grens. Gezien de druk die er is en gezien de opdracht die er zit in het rapport, of eigenlijk de constatering, er is een tekort, het zijn geen honderden plekken maar er moet wel wat gebeuren, denk ik dat je de mix kunt zien in een aantal plekken, handhaving en de busjes zoveel mogelijk de wijk uit.
Of dat helemaal genoeg is, ik kan dat niet met zekerheid stellen. Want ik denk wel dat er opgeteld, nou vijf buurtjes, best veel plekken bij zijn gekomen, maar de exacte verdeling van de druk in relatie tot, waar kun je extra plekken realiseren, is nooit per erfje vast te stellen. Dat is wel een punt.
31
De voorzitter: Dank. De heer Van der Linden: Zo maar even. Ja. De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan mijnheer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb toch nog wel een interruptie inderdaad op de wethouder, en dan specifiek op het onderdeel waar hij, waar het leek vol zelfvertrouwen zei van, ja goed, het advies van de werkgroep 1.0, dat wordt gedragen door de wijk, of door Iroko, door dit stuk, en voor wat betreft het voorstel van de werkgroep 2.0, dat daar grote twijfels heeft of daar voldoende draagvlak voor is. En daar wil ik toch wat kanttekeningen bij stellen. Ik denk twee manieren, aan de ene plaats is het denk ik zo, op het moment dat je niet een compleet plan voorlegt maar zoals ik die indruk heb dat dat gegaan is, er per specifieke plek vraagt, is er niemand die hier bezwaar tegen heeft? Ja goed, dan is de kans groot dat er altijd wel iemand zegt, ja, dat specifieke plekje, eigenlijk niet want ik heb wel een parkeerprobleem maar los het liever even een paar deuren verderop op, dan heb ik nog steeds mooi uitzicht uit mijn keukenraam.
Het andere is, en dat hangt daarmee samen, ik heb niet de indruk, maar laat de wethouder mij verbeteren als ik dat verkeerd zie, dat er op enig moment echt aan alle inwoners is gevraagd om te reageren van, nou, bent u voor of tegen een compleet plan? En daarmee vind ik het wat stellig om te zeggen van, ja goed, de ene oplossing heeft het draagvlak van de Iroko, en de andere niet. Mijn gedachte hierbij, of de gedachte dus van de Dordtse VVD, is dat we dat eigenlijk nog niet weten en dat het dus heel, denk ik goed is om die vraag wel te stellen. En dat begint er misschien mee wat wethouder zei van, ja, wilt u extra parkeerplaatsen, dat is vraag één. Maar ik denk dat we er ook niet aan ontkomen om vervolgens een, liefst een plan van bewoners, plan voor te leggen waarin een substantieel aantal parkeerplaatsen is ingevuld, om het op die manier aan te pakken. De voorzitter: Dank. Wethouder Van der Linden, daarna komen er nog een paar interrupties en nog een aantal vragen die openstaan. Maar geeft u eerst even antwoord op de heer Kuhlmann. De heer Van der Linden: Ja, dank. Nou, ik vind dat de heer Kuhlmann het op een goede manier opbouwt, en dat vonden zijzelf denk ik ook wel. In de eerste helft lijkt het alsof die in de valkuil wil trappen, zeg maar, die we zelf ook twee jaar geleden of drie jaar hebben gemaakt. Zo van, wij gaan even zeggen hoe het moet.
Hier zijn tien of twintig plekken. Fijn hè. Dat had gekund, en dat is ook best verdedigbaar om het zo te doen. Maar dat corrigeert die, en dat is goed. Namelijk eerst bij de bewoners checken, wacht even jongens, we hebben een mooi proces gedraaid. De meeste mensen vinden het goed verlopen op het proces, vast niet iedereen hoor, maar de indruk is wel, de meeste mensen wel. Veel mensen zullen ook heel goed kunnen leven met de oplossingen, en die constateren inderdaad, ik kan hier niet mijn auto voor de deur zetten maar aan de Chico Mendesring is meestal wel een plekje. En fijn dat er ook een paar andere plekjes extra zijn bijgekomen. En als dan de meerderheid van de buurt alsnog zou zeggen, we snappen het proces van de eerste werkgroep en dat was een mooi proces, maar we constateren toch dat er meer moet bijkomen, nou dan moeten wij dat doen met een voorstel. En het zou best kunnen dat er een aantal plekken, zoals nu ook weer, dat is niet nieuw, door werkgroep 2.0 aangeduid, dat die dan alsnog een parkeerplek worden. Maar
32
het kan ook heel goed zijn dat juist dan over al die plekken weer discussie ontstaat. Want dat heb ik eerder gezien, dat is niet nieuw, veel discussie ontstaat en gezegd wordt, ja, dat willen we gewoon niet. Dus ik denk dat we, willen we recht doen aan werkgroep 1, moeten we accepteren dat het proces in meerderheid gedragen is geweest. En willen we recht doen aan de thematiek waar we mee zijn begonnen, namelijk, er is hier wel veel parkeerdruk, dat zo’n enquête een goede start is om te kijken, jongens, mooi proces geweest, oplossing is mooi maar misschien niet voldoende, is het tijd voor een vervolgaanbod? Dus … De heer Kuhlmann: Ja, voorzitter, ik wil één snelle reactie hierop. De voorzitter: Nou, kijk. Ja, maar er zijn … Er zijn er nog meer hè. De heer Kuhlmann: De wethouder zegt, ja, ik weet het, ik weet het. Nee, ik weet het, heel snel. De wethouder zegt van, ja goed, in meerderheid, het eerste voorstel, er is geen draagvlak voor om meer parkeerplaatsen te creëren. Ik denk dat het heel belangrijk is om onderscheid te maken, de meerderheid van die, wat was het, vijftien mensen in die werkgroep. Uiteindelijk gaat het natuurlijk om honderden mensen die adressen in Iroko, en dat weten we natuurlijk niet, hoe die er tegenaan kijken. De heer Van der Linden: Nou, nee, maar dat weten we wel een beetje.
Kijk, er zijn altijd groepen of mensen die zeggen, het is hartstikke interessant, ik kom niet. Dat hou je toch. Maar we weten wel dat juist werkgroep 1 heel zorgvuldig heeft gekeken van, ja, we zitten hier niet met ons vijftienen, wij doen het voor heel de buurt. Dus die hebben wel geprobeerd om een zo groot mogelijk deel van de buurt ook te betrekken bij het gesprek. Ik weet zeker, ik weet absoluut zeker, als er iemand is in de buurt die zegt, nou, ik heb nooit wat gehoord. Maar er zijn heel veel mensen betrokken geweest en die hebben ook echt iets gevonden, niet alleen van hun eigen plekje, maar ook van de rest van de buurt. Dus ik ga echt verdedigen dat dit een mooi groepsproces is geweest. Waarbij ik wel constateer dat dit kennelijk zo ingewikkeld is voor veel mensen, dat een deel is afgehaakt en een eigen voorstel heeft ingebracht. Waar ik ze ook toe heb gestimuleerd, prima. Maar voordat we nu dus gaan zeggen, o, dan doen we die voorstellen even in uitvoering, zou ik echt willen zeggen, doe nog even de toets. Dus ik sluit een beetje aan bij wat de heer Schalken suggereert, doe even een toets proces gelopen, oplossingen, is dit nou voldoende of zegt u van, nee, we moeten eigenlijk nog meer doen. En dat kan alleen denk ik als we ook als gemeente inhoudelijk zeggen, alleen maar praten, gaat dan niet voldoende opleveren.
Dan hoort daar een zoekopdracht bij voor bijvoorbeeld tien of vijftien plekken. En dat gaat ook ergens pijn doen. De voorzitter: Helder. De heer Van der Linden: Dus zo’n soort gesprek krijg je dan. De voorzitter: Helder. Dan geef ik het woord aan, even kijken, wie als eerste was, volgens mij was dat de heer Jansen, die had een vraag. En dan zie ik ook nog, er staat nog een vraag open van de heer Loekemeijer, en ook nog een interruptie van de heer Schalken. Dus ik heb jullie allemaal gezien, jullie komen allemaal aan de beurt.
33
De heer Jansen: Ja, mijn vraag kan kort zijn, die sluit wel een klein beetje aan bij het betoog van de heer Kuhlmann. Ik heb begrepen uit de gesprekken met bewoners, dat werkgroep 1.0 uiteindelijk een lijst had van 51 parkeerplaatsen, en dat er van die lijst gezegd is binnen de werkgroep, oké, schieten jullie er maar op, bewoners, welke parkeerplaatsen heb je moeite mee? Want als er één bewoner is die moeite heeft met een parkeerplaats, dan wordt die van de lijst geschrapt. En dat vervolgens een voor een alle parkeerplaatsen zo’n beetje van die lijst af weggingen omdat er voor welke plek wel één bewoner te vinden was die voor die specifieke parkeerplaats nou net moeite mee had. Kan de wethouder … De voorzitter: Mijnheer Jansen. De heer Jansen: Daar nog even op reflecteren? De voorzitter: Ja. Gaat uw gang, mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Of het letterlijk zo gegaan is, weet ik niet. Het is wel zo dat er natuurlijk een hele grote groslijst is gemaakt van plekken waar dingen zouden kunnen. En de werkgroep heeft niet gezegd, nou, als iemand zegt, ik wil hem niet voor mijn deur of ik wil hem niet pal naast mijn groenstrookje, dan gaat die lekker toch door want die positie heeft die werkgroep niet. Het doel was om met zoveel mogelijk draagvlak als voorstellen te komen. En daar zit natuurlijk het risico in, dat je dan uiteindelijk niks overhoudt.
Nou, dat is niet gebeurd maar er is weinig overgebleven. Wel met resultaat dat de meeste mensen hiermee kunnen leven. Natuurlijk was het ook mogelijk geweest dat de afspraak was geweest, weet je wat, iedereen in die linkerhoek heeft pech, daar komen tien plekken. Sorry jongens, meerderheid. Hadden we kunnen … Dat hadden we kunnen faciliteren, is niet gebeurd, dat vind ik ook fijn. Want dan moet je echt een nare keus maken. Ik sluit niet uit dat je tot een keus komt uiteindelijk, die inderdaad best naar is. Maar ook in zo’n mooi erf heb je natuurlijk wel een beetje NIMBY-gedrag, dat hoort er wel een beetje bij, bij het verdelen van de pijn. Ja. De voorzitter: Dan heb ik nog een vraag openstaan van de heer Loekemeijer. Mijnheer Loekemeijer, kunt u uw vraag nog even stellen aan de wethouders, alsjeblieft? De heer Loekemeijer: Jazeker, dat ging over die klimaatadaptiviteit, en dat we door het realiseren van extra parkeerplaatsen, dat we eigenlijk een beetje de beweging maken de andere kant op. En of het college daar een idee over heeft van, nou ja, als er dan parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden, als we besluiten dat we dat gaan doen, is daar dan over nagedacht en in welke vorm en …? Nou ja, dat is eigenlijk de vraag. De heer Van der Linden: Nou … De voorzitter: Mijnheer Van der Linden, gaat uw gang. De heer Van der Linden: Ja? Dank. Ja, dank u wel.
De meeste suggesties, en dat zag u misschien ook in de voorstellen van de werkgroep 2.0, die worden wel uitgevoerd op plekken die nu ook al bestraat zijn. En je kan best toe naar oplossingen waarbij je bijvoorbeeld halfdoorlatende tegels realiseert of zo. Maar ik moet wel zeggen dat, kijk, het bestemmingsplan wijzigen doe je niet liever niet, met zo’n parkeerdiscussie. Dat is
34
ook uitgangspunt geweest. Ja, en ze hebben niet voor niets, dat hebben bewoners ook aangegeven, bewoners hechten wel aan het groen. Deze wijk is eigenlijk zo opgezet dat er heel veel dichtheid is in de bewoning, maar eromheen heel veel groen. Dat is trouwens weer heel anders in bijvoorbeeld Stadspolders, die wijk die net tien, vijftien jaar ouder is, waar ook tussen de huizen door wel vrij veel groen is. Dus het concept van de wijk, is wel zo opgezet. Maar er zijn dus best oplossingen denkbaar, dat wil ik maar zeggen. Ja. De heer Loekemeijer: Oké. De voorzitter: Dan heb ik nog één interruptie van de heer Schalken, en dan ga ik toch denk ik afronden want we hebben nog een aantal dingen op de agenda staan. Mijnheer Schalken, de laatste interruptie is voor u. De heer Schalken: Ja, twee korte interrupties. Ik wil eigenlijk nog een keer graag weten of het echt zo is dat aan het begin, toen die werkgroep aan ging starten, of er toen ook nadrukkelijk de opdracht lag om bijvoorbeeld minimaal tien tot vijftien parkeerplekken te realiseren? Dat is mijn eerste vraag. En tweede is, naar aanleiding van de werkgroep 2.0. U gaf aan dat u ze had gesproken. Ik had vanuit de insprekers het idee dat er geen gesprek meer was geweest, maar heeft u ze gesproken nadat zij hun plan hadden gepresenteerd, of had u met ze gesproken voordat zij met hun eigen plan kwamen? Een verduidelijking.
De heer Van der Linden: Ja, dank. Even kijken, de eerste vraag ging over, wat heeft nou, wat is nou de opdracht geweest van werkgroep 1. Nou, werkgroep 1 is gestart met de constatering, hier ligt een rapport, daar staat een groot vraagstuk in want er komt, als je de wijk optelt, komen we echt veel plekken tekort. En dat willen we eigenlijk graag per buurtje oplossen met tien of twintig plekken. Daar is ook wel, met die vraag zijn ze aan de slag gegaan. En in de loop van het proces hebben ze wel gedacht, ja wacht even, parkeren sec is eigenlijk, als je kijkt naar dit stuk van de wijk, niet het grootste probleem. Want we constateren, het is heel druk op sommige plekken, echt absurd druk. Mensen staan ook buiten de vakken. Maar 80, of 100 of 150 meter verder zijn er nog wel plekken, dus het is ook verdelen. Dus we kunnen mensen ook vragen of stimuleren om in een plek te gaan staan die er nog wel is, ook al is dat dan een minuut lopen. Dat heeft ook iets met handhaving te maken, en die busjes moeten de wijk uit. Dus de werkgroep heeft niet met een vastgesteld doel aan parkeerplekken gewerkt. De basis van het gesprek is wel geweest, jongens, er ligt hier een parkeervraagstuk en het is echt groot. En daar is de werkgroep toen mee gekomen, en samen met een groot deel van de wijk, is het hierop uitgekomen.
Ik zou dus best kunnen leven met de gedachte, hoor eens, jongens, ja, wij zetten geen mes op de keel maar er moeten in deze wijk tien plekken te vinden zijn. Maar dat ga je nooit oplossen met een klein groepsproces, want dan zullen er altijd mensen zijn die zeggen, ja maar dat ga ik niet doen. En dan kom je ook op een ander gesprek, voor ons als gemeente is het echt niet moeilijk hoor om een plek aan te wijzen waar je tientallen parkeerplekken realiseert. Maar dan weet je ook, als dat niet goed verdeelt, dan is in een weekend, weet iedereen dat en dan gaat iedereen daar staan. Ja, dan heb je eigenlijk nog niks opgelost. Dus daar zit wel een soort onbalans in. Tweede vraag, nou ik moet een datum nazoeken, maar ik heb in ieder geval bij een van de mensen van werkgroep 2.0, daar ben ik eerder al thuis geweest. En toen werkgroep 1 bijna klaar was, zijn ze een keer bij me langs geweest op kantoor. In de lowtime van het,
35
tussen de eerste en de tweede golf in zeg maar, dus dat kon, hebben ze hun onvrede geuit. En ik heb ook aangegeven, nou, als je dat echt vindt, dan zou het helpen als je met eigen voorstellen komt, maar dan moet je natuurlijk wel draagvlak hebben. En dat hebben ze vervolgens gedaan. Wij gaan overigens als deze commissieavond voorbij is natuurlijk ook keurig reageren op de voorstellen. De heer Schalken: Dat was mijn vervolgvraag, ja. De heer Van der Linden: Precies. Ja. De heer Schalken: Oké, dank u wel. De voorzitter: Goed, dan ga ik toch denk ik als voorzitter even streng zijn, want volgens mij zijn alle fracties ruim aan bod geweest. En heeft de wethouder volgens mij ook een toezegging gedaan om nog een keer een toets te doen en na te gaan kijken hoe de verhoudingen liggen in de wijk. En dan ik kijk even naar de wethouder, hoeft die alleen maar te knikken. Klopt dat? De heer Van der Linden: Nou, ik heb de suggestie overgenomen om zoiets als een enquête te gaan doen. De voorzitter: Ja, maar die … De heer Van der Linden: En dat, ik noem het een toets. We moeten het niet heel breed trekken. We constateren, er is een proces gelopen, dat heeft iets opgeleverd. Fijn. Maar we constateren ook, er is nog steeds verschil van inzicht. En de oorspronkelijke gedachte was, we gaan parkeerplekken erbij plussen.
Nou, dan moeten we een slimme vraagstelling verzinnen waardoor dat duidelijk wordt. En als de rest van de … En als … Dat is makkelijk hè, als 90 procent van de buurt zegt, we snappen het probleem maar we willen het niet, dan houdt dat op. Maar als de helft van de buurt zegt, nou, het probleem is heel groot, dit moet hier opgelost worden, dan heb je een vervolggesprek nodig. Zo, en dat wil ik ook kunnen gebruiken in de richting van de andere drie processen die u … Of het ene proces wat loopt en de andere twee die we gaan starten binnenkort. De voorzitter: Helder. Ik ga … De heer Van der Linden: En misschien is het goed om daar nog een rib omheen te doen, want het memo is van oktober, dat heeft u eigenlijk niet echt besproken. Ik wil eigenlijk wel dat u snapt hoe we te werk zijn gegaan, om ook de indruk weg te nemen dat we het maar laten gaan want dat is echt niet aan de hand. Natuurlijk, de een verwacht een duidelijk stempel van de gemeente en de ander verwacht juist een open planproces. We hechten aan het open planproces, maar wel met een goede geleide vraagstelling. De voorzitter: Nou, dat is mooi dat u de toezegging doet, want dat is natuurlijk geheel aan u, om een raadinformatiebrief hierover te geven.
En ik stel voor aan de commissie, als zij nog vragen hebben over de enquête, want daar zie ik ook al dingen voor in de chat, doet u dan alstublieft dat via de mail, als u vragen bij de enquête wil hebben of doe dat dan eventjes schriftelijk. Want anders lopen we echt vanavond heel erg uit en dan kunnen we het altijd nog een keer agenderen op een andere avond, om dit onderwerp
36
wel recht aan te doen. Want ja, er is een parkeerprobleem, laten we het dan maar zo zeggen. Ik stel nu voor, kunnen deze brieven van het college voor kennisgeving naar de raad, met de toezeggingen die de wethouder nu doet? A, er komt een raadsinformatiebrief en er komt nog een enquête. En dan kijk ik heel even in de chat. Ik zie, ja, ja met de toezeggingen, nou die heb ik al genoemd. Akkoord. Nou, dan kunnen deze brieven voor kennisgeving naar de raad met de toezeggingen die de wethouder heeft gedaan, dus de enquête en de raadsinformatiebrief. Dan stel ik nu voor om even tien minuten te schorsen. Het is nu vijf voor tien, ik verwacht u dan om vijf over tien weer terug voor het volgende onderwerp. En ik dank wethouder Van der Linden voor zijn bijdrage. De heer Van der Linden: Dank u. De voorzitter: Ik schors de vergadering voor tien minuten.
6. Raadsinformatiebrief Revitalisering Stadspolderring De voorzitter: Beste mensen, ik open de vergadering weer. Na een lange discussie over parkeren, gaan we nu verder met de raadsinformatiebrief agendapunt 6, revitalisering Stadspolderring. Portefeuillehouder is de heer Stam. Deze raadsinformatiebrief is geagendeerd op verzoek van de ChristenUnie/SGP. Onderwerp van bespreking is of een deel van de 34 te kappen platanen, alsnog ter plekke, of op een andere plek behouden kunnen worden. Vorige week heeft hierover een uitgebreide technische sessie plaatsgevonden. Ik hoop dan ook dat we vanavond het niet te technisch maken. We beginnen eerst met twee insprekers op dit onderwerp, en dat is mevrouw Schwarzbart, van wie haar ouders aan het smalle deel van de Stadspolderring wonen, en de heer Steegh namens de Bomenridders in Dordt. De insprekers krijgen ieder vijf minuten om in te spreken, en daarna kan de commissie nog vragen stellen aan beide insprekers. En dan wil ik als eerste het woord geven, want dames gaan voor, aan mevrouw Schwarzbart, en daarna het woord aan de heer Steegh. Ik geef het woord nu aan mevrouw Schwarzbart, gaat uw gang. Mevrouw Schwarzbart: Dank u wel, voorzitter. Ik ben te horen? De voorzitter: Jazeker, luid en duidelijk.
Mevrouw Schwarzbart: Ik heb een betoog op papier gezet en ik heb aan de griffier gevraagd of die af en toe wat beelden tussendoor wil laten zien. Ik hoop dat dat goed gaat. In ‘83 zijn wij in de Stadspolderring komen wonen, toen werden de woningen opgeleverd. En wij waren eigenlijk als gezin destijds de eerste bewoners vanaf het eerste uur. Toen de Stadspolderring werd aangelegd met bijbehorende stoep lag het niveau van de stoep gelijk met de dorpel van de voordeur, wat op deze foto overduidelijk te zien is. Deze foto is gemaakt tijdens ons huwelijk op 28 oktober 1994. We zijn inmiddels ruim 26 jaar verder en foto twee laat overduidelijk zien dat de stoep inmiddels zo’n 40 centimeter is verzakt. Bewoners moeten allerlei kunst- en vliegwerk uithalen in de vorm
37
van opstapjes om die 40 centimeter naar de dorpel van de woning te overbruggen. Voor ouder wordende mensen, mensen die slecht ter been zijn en afhankelijk van een rollator of rolstoel, of mensen met kinderwagens zorgt dit voor problemen. Toen de Stadspolderring werd aangelegd zijn de platanen aangeplant als kleine bomen. Er woonden toen voornamelijk jonge gezinnen in de Stadspolderring, maar kleine kinderen worden groot, halen hun rijbewijs, kopen een autootje, en ook dan ontstaat er parkeerschaarste. Een aantal jaren geleden heeft men de stoepranden die rondom de bomen liggen en de parkeerplaatsen van elkaar scheiden, veranderd van een U-vorm in een V-vorm, om de wortels wat meer zuurstof te geven, zo is mij destijds verteld. Hierdoor zijn parkeerplaatsen korter geworden en voldoen niet meer aan de standaardafmeting. Anderzijds is de parkeerdruk in de Stadspolderring fors toegenomen. Inmiddels heeft er flink wat verjonging plaatsgevonden, en dit zijn vaak mensen die allebei werken en dus twee auto’s voor de deur hebben staan. Het aantal parkeerplaatsen is hier niet op berekend en bovendien is de bestrating van de parkeerplaatsen in een dusdanig slechte staat door de opdruk van de wortels, dat bewoners met een wat langere of grotere auto niet kunnen parkeren zonder schade te rijden aan de onderkant van de voor- of achterbumper.
De slechte staat van de bestrating beperkt zich niet alleen tot de parkeerplaatsen, maar is ook terug te zien aan de stoepen en stoepranden. Tegels liggen los, worden omhoog gedrukt en zorgen – zeker met de overmatige bladval in de herfst van de platanen – voor gevaarlijke situaties. Het blad van een plataan verteert moeilijk, dus als het niet regelmatig geruimd wordt blijft het lang liggen. Ook onder de bestrating bestaat er overlast van de bomen. Zo hebben mijn ouders al twee keer last van verstopping van het riool gehad door ingroei van de wortels. Zij hebben dit destijds gemeld bij de wijklijn van de gemeente, maar er werd geen gehoor aan gegeven. Dit zijn schadeposten van zo’n duizend euro per verstopping waar niemand op zit te wachten. Ik ben van mening dat de gemeente Dordrecht hierin haar verantwoordelijkheid had moeten nemen. Ingroei in de riolering van woningen en dat terwijl de bomen ruim vijf meter van de woningen staan. Dit geeft een beeld van hoe groot en wijdverspreid de kluiten van de bomen zich hebben ontwikkeld. Ik weet dat er partijen zijn die liever zouden zien dat de bomen gelift zouden worden en vervolgens verplaatst, maar mijns inziens is dat een klus die gedoemd is om te mislukken.
Ik kan me zo voorstellen dat de enorme wortelpartijen van de bomen als een kluwen om de kabels en leidingen zijn gegroeid, waardoor liften alleen maar meer schade maakt aan onder andere hogedrukgasleidingen, waterleidingen en elektriciteitskabels die onder de grond liggen. Afgezien van de schade wil ik ook benadrukken dat de Stadspolderring een ontsluitingsweg is van alle erven in Stadspolders. Als men boom voor boom wil gaan liften en verplaatsen gaat daar enorm veel geld, maar ook heel veel extra tijd inzitten. Tijd waarin bewoners langer dan nodig in een bouwput zitten, waar geen openbaar vervoer of hulpdiensten kunnen rijden, waar geen bezorging door pakketdiensten, supermarkten en andere goederen kunnen plaatsvinden. Zeker nu in coronatijd vind ik dat persoonlijk heel onwenselijk. Gisteren ben ik op pad geweest om de mening van de bewoners te peilen, met behulp van een handtekeningenlijst. In Stadspolders, vanaf nummer 319 een gedeelte … Of in de Stadspolderring vanaf nummer 319, een gedeelte Simon Vestdijk-Erf tot aan het spoorviaduct en het Johanna Naber-Erf vanaf 458 tot aan het spoorviaduct. De mening van de bewoners is unaniem. Nogmaals, de stoep aan de Stadspolderring is 5,20 meter diep. Daarvan bestaat het grootste gedeelte uit borders met struikjes erin die nauwelijks of niet onderhouden worden en uitnodigen tot het dumpen van zwerfafval.
Ik wil voorstellen om de borders met struiken weg te halen en er
38
blijft dan ongeveer nog 2 meter stoep over, wat voldoende is. Vervolgens zouden parkeerplaatsen in een flauwe diagonale hoek van ongeveer 45 graden gerealiseerd kunnen worden in plaats van parallel aan de rijbaan. Ik denk dan in groepen van 2 of 3 parkeerplaatsen met daartussen nieuwe, compactere bomen. Vanzelfsprekend moeten de bewoners inspraak krijgen in de keuze van de nieuwe bomen. Ik heb dit voorstel besproken met alle bewoners die de handtekeningenlijst hebben ondertekend en ook hier werd unaniem enthousiast op gereageerd. Ik wil alle fracties van de gemeenteraad en de wethouder vragen om het belang van de bewoners hierin voorop te stellen. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Schwarzbart, u heeft het heel keurig gedaan en bijna binnen de tijd. Ook verduidelijkende foto’s die u erbij heeft gedaan voor de commissie. Ik ga, want ik zie al allerlei berichten binnenkomen in de chat, maar ik ga eerst het woord even geven aan de heer Steegh en daarna kan de commissie vragen stellen aan beide insprekers. Ik dank u, mevrouw Schwarzbart, voor het inspreken. De commissie komt dadelijk nog even bij u terug. Ik geef nu het woord aan de heer Steegh. Gaat uw gang, mijnheer Steegh. De heer Steegh: Geachte commissieleden – en dank u, voorzitter, voor het woord – ik ben blij dat ik als woordvoerder van de pas opgerichte Bomenridders Dordrecht het woord tot u kan richten.
Wij hebben ons per brief over onder andere de Stadspolderring tot uw raad gericht om onze zorgen te uiten over het gemak waarmee in Dordrecht kerngezonde, grote en beeldbepalende bomen gekapt worden of dreigen te worden. U bespreekt het voorstel tot revitalisering van die Stadspolderring. Als de plannen doorgaan sneuvelen 34 joekels van bomen die volgens in opdracht van de gemeente zelf uitgevoerd onderzoek nog minstens 10 jaar mee kunnen. Dat kan echt niet. De bomen zouden moeten verdwijnen, omdat het wegdek op delen van de ring zoveel verzakt is dat de toegankelijkheid van woningen in het geding zou zijn, echte steile hellingen voor rolstoelgebruikers zouden zijn en schade aan auto’s zou kunnen optreden. Maar vanuit de bomen geredeneerd is er geen enkele reden om te kappen, integendeel. Uw wethouder schermt echter met eisen die voort zouden vloeien uit het bouwbesluit over drempelhoogtes. Heeft u wel eens rondgekeken in Dordrecht en gekeken waar de openbare weg niet aan deze drempelhoogtes voldoet? Dat is toch een lachertje? Met dit argument kan de halve binnenstad opgehoogd worden en driekwart van de andere wijken, want de hele stad verzakt, heel Holland verzakt. Wij Bomenridders adviseren u nog eens goed te kijken naar de grote voordelen van een lager dan de woningen liggende weg.
Wel eens van hoosbuien gehoord? En hoe dan kelders, maar ook woningen vol lopen, omdat het water van de straat de huizen in stroomt? Koester die lagere ligging van de weg en doe op een andere manier iets aan de toegankelijkheid van de woningen. Bespaar bakken met geld, die beter aan goed bomenonderhoud besteed kunnen worden, schort deze hele revitalisering op tot ook de riolering aan vervanging toe is. De bomen zijn geen lastige restcategorie van de inrichting van de openbare ruimte, ze vormen daarvan letterlijk de kroon. Terwijl Dordrecht een award wint voor zijn bomenbeleid worden hier bomen opgeofferd om technische regeltjes. Als het niet echt hoeft, niet nu, waarom zou je het dan nu doen? Uit naam van de bomen op de Stadspolderring: houd de voorgenomen kap tegen van 34 kerngezonde bomen die nog jaren mee kunnen. Ik dank u.
39
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Steegh. Ook een helder betoog en ook ruim binnen de tijd. Dank voor dit inspreken. Ik ga nu de commissie vragen wie er vragen hebben voor de beide insprekers. Volgens mij zag ik in de chat als eerste mijnheer Kuhlmann. Mijnheer Kuhlmann, ook even aangeven aan wie u de vraag wilt stellen. Gaat uw gang, mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan mevrouw Schwarzbart. Ik zag in de presentatie een lijst met handtekeningen. Ik heb natuurlijk snel even gekeken, maar heb ik het goed begrepen dat van de dertig direct omwonenden die u heeft gesproken, dat die allemaal net als u zeggen: wat ons betreft moeten die bomen gekapt worden en vervangen worden door andere bomen? De voorzitter: Mevrouw Schwarzbart, gaat uw gang. Mevrouw Schwarzbart: Dank u wel. Ja, u heeft dat snel kunnen tellen. Het zijn er inderdaad dertig. De heer Kuhlmann: Dank u wel. De voorzitter: Helder. Dan ga ik naar de volgende vraag aan de inspreker. Dat is mevrouw Jager. Mevrouw Jager, gaat uw gang. Mevrouw Jager: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk aan beide mensen een vraag, maar eerst aan mevrouw Schwarzbart. Vindt u het belangrijk dat alle bomen verdwijnen daar of denkt u dat er een aantal zou kunnen blijven als ze verplaatst worden? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Schwarzbart: Dank u wel.