2.4 Notulen Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 3 februari 2021.pdf
Tekst van het document
En dat – ook weer opnieuw heb ik begrepen uit de technische informatie – dat effect wordt verergerd door de algehele verzakking, waardoor de bestrating en de stoepen deels dalen en op die wortels blijven hangen. Het resultaat is een stoep waar je heel gemakkelijk struikelt over alle scheve tegels en parkeervakken die dus slecht bruikbaar zijn door de stenen die omhoogkomen. Het werd al genoemd door mevrouw Schwarzbart: je bumper rij je eraan open, aan kapot. Daarom, alles bij elkaar genomen, volgt de Dordtse VVD daarom het collegevoorstel en de wens van de bewoners om op specifiek dit stukje Stadspolderring de weg op te hogen, de bomen – helaas, het is niet anders – te kappen en te vervangen voor nieuwe, meer geschikte bomen. Want hoezeer we ook het belang van bomenbehoud zien, laat daar geen misverstand over zijn, een scenario waar we op wat voor manier dan ook, met heel veel kunst- en vliegwerk bestaande bomen laten staan vinden wij niet realistisch. Van de interne en externe experts hebben we begrepen dat de kans dat de bomen dan alsnog sterven te groot is. Wanneer stervende bomen dan alsnog weggehaald moeten worden en er daarna weer opnieuw bestraat en opnieuw geasfalteerd wordt, zijn we naar het oordeel van de Dordtse VVD echt het paard achter de wagen spannen.
Dat is niet alleen verspilling van geld, het zorgt er niet alleen voor dat er dan extra overlast is voor bewoners, maar het is in elk geval ook niet duurzaam om kort na elkaar twee keer te asfalteren als het ook in één keer had gekund. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank, de heer Kuhlmann. Dan ga ik nu naar de Partij van de Arbeid, de heer Jansen. Gaat uw gang. De heer Jansen: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het niet heel lang maken. Laat ik helder zijn: waar bomen mensen in gevaar brengen kiezen wij voor mensen. Maar laten we niet het belang van bomen vergeten, want het weghalen van bomen brengt ook mensen in gevaar. Volgens cijfers van het CBS sterven er in één week hittegolf in Nederland jaarlijks vierhonderd mensen extra. Dat is voor een groot deel te wijten aan hittestress.
60
Hittestress waar aanwezige bomen een belangrijk wapen tegen zijn. Dus we moeten echt heel voorzichtig omgaan met de bomen die we hebben en we moeten echt heel voorzichtig afwegen voor we besluiten om tot kappen over te gaan, dat ben ik het met het betoog van de heer Timmer helemaal eens. Ik citeer dan even uit het rapport, want de gemeente heeft experts ingeroepen, een adviesbureau en ik citeer even uit het rapport van dat adviesbureau: “Op basis van bovengenoemde punten adviseren wij om een plan uit te laten werken op welke wijze ophoging van het maaiveld met behoud van de bomen kan plaatsvinden, bijvoorbeeld door slim om te gaan met maaiveldhoogtes, aanpassingen in het wegprofiel te maken en op te hogen met licht materiaal, zuurstofdoorlatend. Zo kan men de bomen in het gras mogelijk een deel van het maaiveld nagenoeg op het huidige niveau blijven. Het maaiveld kan dan vanaf de opgehoogde rijbaan geleidelijk aan richting de bomen aflopen, waardoor het ophogen minimaal blijft.
Verder kan het risico barsten door ophoging in de stammen op relatief eenvoudige wijze worden voorkomen door het plaatsen van een ruime korte stalen ring rondom de stammen.” Vervolgens – en ik heb dat adviesbureau niet ingeschakeld, maar de gemeente heeft dit zelf gedaan – en vervolgens heeft men dit advies tot zich genomen en heeft men zelf gezegd, ik ga ervan uit dat ambtenaren van de gemeente ook experts zijn en die hebben gezegd: nee, dit advies is toch niet helemaal zoals we het gaan overnemen, volgens ons kan dat niet opgehoogd worden, dus moet het gekapt worden. Nu liggen er dus twee adviezen en die adviezen zijn tegenstrijdig. Zolang we niet een eensluidend advies hebben, een duidelijk advies van een onafhankelijke expert kunnen wij hier geen zorgvuldige afweging maken. Dus de woordvoering van de PvdA houdt zich er voor vanavond bij dat wij eigenlijk oproepen om dan toch maar een derde onafhankelijk adviesbureau in te schakelen. Misschien dat Arcadis hier nog wat in doet, maar dat laat ik aan de gemeente zelf. Toch maar een derde onafhankelijk adviesbureau in te schakelen om nou eens voor eens en altijd met het correcte advies te komen: kunnen deze bomen wel of niet behouden blijven, terwijl je toch de stoepen en dergelijke netjes ophoogt? Dat willen wij graag weten van een onafhankelijk expert.
De voorzitter: De heer Jansen, u krijgt een interruptie van de heer Kuhlmann. Ik ga even wel wijzen op de tijd. Ik zie allerlei mensen afhaken in de chat die niet meer bij deze vergadering zitten, ik denk niet dat dat de bedoeling is van deze avond. Dus beperkt u even – en ik zie ‘voorzitter’ – beperkt u even kort tot de vraag, de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ja hoor, heel kort. Ik hoorde de heer Jansen namens de PvdA zeggen: er moet een extra onderzoek komen. Ik vraag me af: meent hij dat nou echt? Er ligt een ongelooflijke stapel aan rapporten, er is al heel veel tijd besteed aan echt een klein stukje weg. Volgens mij zijn de conclusies helder, we hebben heel veel technische informatie gehad. Ik kan me niet voorstellen dat het nou nodig is om het én nog langer te laten duren én er nog extra geld tegenaan te gooien, met weer een extra onderzoek. De heer Jansen: Wij vinden zorgvuldigheid belangrijk, mijnheer Kuhlmann. U zegt: er liggen heel veel onderzoeken. Nou, uiteindelijk liggen er twee conclusies. De ene komt van Groenadvies, door de gemeente ingewonnen, en die zegt: het is goed mogelijk om het hier op te hogen als je dat met de juiste materialen doet, zonder dat je de bomen daar kwaad mee doet en de bomen kunt laten staan. Dus daar moet u een plan voor uitwerken.
Dat was het eerste advies, volgens mij, het advies dat wij in de eerste instantie om onduidelijke redenen niet direct allemaal kregen. Het tweede advies komt
61
van de gemeenteambtenaar, volgens mij, die zegt: we moeten toch kappen. Ik weet niet welke van de twee ik nou moet geloven, want ik ben heel eerlijk: ik ben geen expert, ik ben geen bomenkenner … De voorzitter: Wij hebben nog een interruptie. Is dat voldoende antwoord op uw vraag, mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Ja, prima. We verschillen hier van mening. De voorzitter: Ik denk dat jullie er samen niet uitkomen. Mijnheer Soy, u roept om de voorzitter. De heer Soy: Eigenlijk dezelfde vraag als de heer Kuhlmann, maar ook ik verschil van mening dat wij de informatie die wij tot ons hebben genomen en zoveel informatie ook en zorgvuldig ook. Ik vind niet dat we dat in twijfel moeten trekken en ik vind dat ook oneerbiedig voor de mensen die dat allemaal in elkaar hebben gezet en ons hebben doen toekomen. Dus een derde onderzoek, dat zou misschien nodig zijn als je twijfels had, maar ik twijfel niet aan de informatie die wij hebben gekregen. De voorzitter: Helder, maar volgens mij twijfelt de heer Jansen wel, dus ook jullie komen er denk ik niet uit. Gaat u verder, de heer Jansen. De heer Jansen: Ja, ik vraag me af, de heer Soy, twijfelt u dan niet aan conclusie A of twijfelt u dan niet aan conclusie B? Want er liggen twee conclusies en aan welke van de twee mag ik dan volgens u niet twijfelen? Dat is een beetje … Goed, hier kunnen we het bij laten, denk ik.
We gaan het … De voorzitter: Ik denk dat de heer Soy hier niet meer op gaat reageren. Of wel? De heer Soy: Hier gaan we niet uitkomen, dus ik … De voorzitter: Dat denk ik ook niet. Maakt u het betoog even af, mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ik was klaar, mevrouw de voorzitter. Ik zei al dat ik het kort wilde houden. De voorzitter: Oké, dan ga ik verder naar de VSP, de heer Stolk. Gaat uw gang. De heer Stolk: Goedenavond, ik heb vanavond nog niets gezegd. Het debat is heel erg hevig op het vorige onderwerp en op dit onderwerp weer. De VSP die is voor behoud van bomen, ik denk dat dat duidelijk is. Maar de VSP is ook voor de ouderen en de ouderen die moeten goed over straat kunnen. Als je het dus nu ziet zoals dat sportstuk bij de spoorbrug is het erbarmelijk. Ik denk dat iedereen het erover heeft gehad, iedereen is het er mee eens: daar moet wat mee gebeuren. Ik denk dat dat, als ik dat gezegd heb, dat wij dus echt zijn voor behoud van bomen. Maar ik denk ook dat in de technische sessie en in de stukken die er allemaal zijn duidelijk naar voren gekomen is dat het dus beter is om deze bomen, althans de bomen op dat korte stukje gekapt moeten worden, eigenlijk is dat een heel duidelijke zaak. De andere bomen – ik begreep al dat er elf zijn die dus behouden kunnen worden – dat die dus gewoon blijven staan. Qua onderhoud
62
van de weg sluit ik me eigenlijk aan bij mijnheer Oostenrijk, die eigenlijk helemaal verwoord heeft hoe slecht het daar is en waarom het moet gebeuren. Ik denk dat dat heel erg belangrijk is. Ik heb mevrouw Klein-Hendriks ook gehoord: deze bomen kunnen blijven staan. Ja, voor vijf of tien jaar, maar over tien jaar of twintig moeten weer de riolen gedaan worden, ik denk dat het dan weer eens tijd eens om dan weer te kijken, want dan zijn de bomen weer dusdanig groot dat er misschien weer diezelfde prikkelingen zijn. Ik sluit me eigenlijk ook aan bij het betoog van mevrouw, die daar dus woont, met handtekeningen, ook haar wensen om die bomen weg te hebben en weer een fatsoenlijke straat te krijgen is natuurlijk ook belangrijk. Dus wat dat aangaat: wij sluiten ons aan eigenlijk met deze bomen kappen, de rest van de bomen zoveel mogelijk behouden en daarvoor in de plaats weer nieuwe bomen te zetten die weer flink en snel groeien. Dat is het eigenlijk. De voorzitter: Dank u wel, heer Stolk. Dan gaan we verder met … Nee, de PVV die sluit zich aan, dat wil ik eventjes aangeven, want die zijn ook weg, volgens mij. Die sluit zich aan bij de woordvoering van de VVD. Dan heb ik nog op het lijstje staan Gewoon Dordt en de SP. De SP is ook al weg, dus ik geef het woord aan mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het zo kort mogelijk proberen te doen.
Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Timmer, die hij aan het begin van zijn betoog heeft gehouden over de informatievoorziening. Ik vond die ook niet evenwichtig en niet handig, tot aan de technische sessie. Daarna lag alles wel zo’n beetje op tafel en konden we daar wat mee doen. Ik sluit me aan bij een aantal suggesties van mevrouw KleinHendriks waar het gaat om dat er creatiever omgegaan kan worden met de ruimtelijke inrichting en met het aanleggen van wadi’s en met dat soort dingen. Dat hadden we allemaal kunnen doen, we hebben dat in het verleden niet gedaan en het staat er nu ook niet zo voor dat je dat kan gaan doen. Als je de rest van de wijk al hebt opgehoogd dan zit je in dat spoor en dan zal je hier ook met die ophoging door moeten gaan. Dan kom je erbij dat een aantal bomen daardoor zal moeten worden gekapt. Dat is verduveld jammer, ik zeg het niet graag, want ik ben erg voor het behoud van bomen, ik ben erg voor de goede combinatie van wonen en natuur om je huis heen, maar in dit punt, op deze plek, zeker in het smalle gedeelte van die Stadspolderring is dat nu eenmaal een gepasseerd station. Kom je weer uit bij de opmerking van mijnheer Timmer, als we een jaar of tien geleden hadden geanticipeerd was dat beter geweest. Dus in die zin, wat nu voorligt, er is ophoging nodig, er is dus ook op het smalle gedeelte zeker kap nodig.
Daar waar een boom gespaard kan blijven, college, kijk daar nog een keer goed naar of dat dan inderdaad een haalbare kaart is en wees ook niet te zuinig en te pietluttig met het herplantbeleid. Zorg dat we een betere balans krijgen in deze wijk, maar in heel de stad, tussen groen en wonen en dat de hittestress – waar de heer Jansen het dan ook over had – wat dat betreft ook wat beter wordt ondervangen dan dat nu het geval is. Laat ik het daar maar bij laten. De voorzitter: Dank. Dan ga ik naar de woordvoerder van D66. De heer Loekemeijer, gaat uw gang. De heer Loekemeijer: Dank u wel, voorzitter. Ik heb één opmerking en twee korte vragen voor het college. De ene opmerking is dat wij van D66 een beetje het idee hebben dat er soms te makkelijk gedacht wordt over de functie van een boom in de wijk. Dat bomen heel belangrijk zijn voor de leefbaarheid en in de toekomst nog veel belangrijker gaan
63
worden als het gaat om de afvoer of verwerking van hemelwater en het voorkomen van hittestress. De VSP zei net al iets over ouderen en mijnheer Jansen heeft daar ook al iets over gezegd, want tijdens hittegolven zijn het wel ouderen die overlijden als gevolg van hittestress en geen jonge mensen. Dus dat wil ik toch nog even meegeven, dat die mensen weinig hebben aan een goede stoep als ze de zomer niet overleven. Verder wil ik ook nog zeggen dat het verschil tussen een volwassen boom en jonge aanplant in die functie wel heel erg groot is en dat we dat ook wel mee moeten nemen. Dus wat D66 betreft, als we grote, volwassen bomen kunnen behouden, dat we dat ook echt moeten proberen om dat ook te doen. Verder had ik nog een vraag of er gedacht is om dat smalle stuk, om daar een 30 kilometer-weg van te maken. Omdat dat eventueel het probleem met het parkeren op zou kunnen lossen en ruimte kan creëren en we natuurlijk recentelijk een motie hebben aangenomen waarin we het met zijn allen eens waren dat 30 de norm moest gaan zijn in de bebouwde kom. Is dit dan misschien een project waarin dan meteen de daad bij het woord gevoegd gaan worden? Omdat dat ook wel problemen op kan lossen en misschien ook nog ruimte kan creëren voor de bomen die blijven staan, zodat die ook in de toekomst gezonder worden en waarschijnlijk dan nog langer meegaan. Dat was een vraag.
Verder zien wij ook elke keer terug dat er minder bomen worden terug geplant – een vraag voor het college – en dan staat een zin: “Deze worden elders gecompenseerd.” Wij vroegen ons af of het in de toekomst mogelijk is om dan ook aan te geven waar dat gebeurt, omdat bijvoorbeeld bij de Viersprong bomen planten wijken niet groener maakt. Ik had het idee dat we het toch met zijn allen eens waren dat we de wijken groener wilden. Als we dan elke keer toch weer bij elk project bomen weghalen en die compenseren elders in één of ander natuurgebied, dan worden de wijken niet groener en ook niet leefbaarder. Dus ik ben even benieuwd hoe het college daar ook over denkt. Dank u wel. De voorzitter: Dank, heer Loekemeijer. Dan, volgens mij de laatste, is de heer Soy. Daar staat een korte woordvoering, zei u. De heer Soy: Ja voorzitter, ik ben de hekkensluiter, dus ik ga het proberen heel kort te houden. Ik heb heel netjes weer gewacht. Er is heel veel gezegd. Vanuit Beter Voor Dordt vinden wij het jammer dat het niet mogelijk is om die bomen hier te laten behouden, waarbij we ook de belangen van de bewoners meewegen. We hebben ook gezien in de handtekeningenlijst hoeveel bewoners er last hebben van de huidige situatie.
We hebben de technische sessie met ons allen meegemaakt, we hebben daar vragen over gesteld: in hoeverre kan de situatie dermate verbeterd worden dat die bomen toch kunnen blijven staan? De conclusie daarvan is dat dat gewoon niet mogelijk is, een verhoging van veertig centimeter overleven de bomen niet. De bomen op dezelfde plek liften, dus verhogen, dat kan niet, dan breken de wortels af en dat overleven de bomen niet. Bomen verplaatsen, dat is helaas ook niet mogelijk vanwege een slechte kluitvorming, tenzij je heel veel dingen daar kapot wilt maken in de grond om een paar bomen daar te kunnen verplaatsen. Naar mijn idee probeert het college wel alles te doen om die bomen daar te redden of te verplaatsen. Er is daar onderzoek naar gedaan, allerlei scenario’s hebben de revue gepasseerd, waarbij helaas onderaan de streep de conclusie is dat dat gewoon niet mogelijk is. Dat vinden we jammer, maar soms moet je je ook daarbij neerleggen, dat dat het is en dat het niet anders is. Maar ik voel wel wat voor de vraag van de heer Oostenrijk vanuit het CDA, die is daar gaan kijken. Alleen nu wordt het een beetje een spanningsveld tussen experts die beweren dat als je daar de weg ophoogt,
64
dat al die bomen moeten wijken tegenover een goedwillend raadslid, die toch een leek is, die beweert dat er toch elf bomen kunnen blijven staan als er op een gedeelte minder verhoogd wordt. Vanuit de invalshoek wat ik ook eerder heb gezegd, wat Beter Voor Dordt betreft willen wij eigenlijk alle bomen wel behouden als die geen schade geven voor de stoepen en … Ik zie een melding. De voorzitter: Ik zie ook een interruptie van de heer Oostenrijk en daarna nog een vraag van de heer Timmer. Gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Voorzitter, het klopt, ik ben leek, maar ik heb inderdaad de moeite genomen om met de betreffende ambtenaar laten we zeggen te overleggen over zin en onzin. Dat heeft mij tot de insteek geleid van die elf bomen die dus niet in die tracé zitten, dichtbij de huizen, om op zijn minst – en misschien kan de heer Soy ons daarin bijvallen – om in ieder geval aan de wethouder te vragen om naar die elf bomen nog eens een keer heel serieus te kijken. De heer Soy: Als u mij had laten uitspreken, ik heb het woord ‘leek’ genomen, omdat ik mezelf ook een leek vind op dit vlak. Volgens mijn inschatting bent u dat ook, maar daarmee wil ik niet aan uw inbreng afdoen. Integendeel, mijn volgende zin was dat ik mij daarbij aansluit, om te kijken of dat zin heeft om die elf bomen daar te behouden, of dat echt mogelijk is en wat we daarvoor moeten inleveren.
Stel dat je daardoor, ik zeg maar wat, minder verhoging gaat creëren op dat stukje en daardoor over vijf jaar misschien die weg daar op dat stukje opnieuw moet aanpakken. Ik zeg maar wat, wat ik zeg: ik ben een leek op dat gebied. Maar wij ondersteunen die vraag richting het college wel, dus wij gaan gewoon even de beantwoording van het college afwachten. Voorzitter, ik weet niet, gaan we de heer Timmer dan ook gelijk doen of zal ik doorgaan? De voorzitter: Laten we mijnheer Timmer er ook gelijk achteraan doen. Het is wel in deze commissie interruptie op interruptie. Gaat uw gang. De heer Timmer: Dank u wel. Een beetje aansluitend wat de heer Oostenrijk ook zei, er zijn de twee rapporten waarbij in de één wordt aangegeven ‘de bomen moeten toch weg’ en de ander ‘de bomen moeten blijven’. Wat de heer Soy net ook zei: misschien kunnen we toch kijken wat er met die elf bomen mogelijk is. Wat de heer Jansen dan ook aangaf: is dan toch dat extra onderzoek of in dit geval per boom kijken wat er mogelijk is en proberen te redden wat er dus wel te redden valt. Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Soy: Nee, dat ondersteun ik niet, ook vanuit de invalshoek wat ik eerder heb genoemd voor de bewoners van het smalle deel.
Wij zijn ervan overtuigd dat er op dat smalle deel wel degelijk de bomen moeten wijken vanwege de slechte situatie van de weg daar, de wens om de weg en het trottoir daar op te hogen en dat dat ook echt nodig is. Ik ben er zelf ook gaan kijken, dus ik ken de situatie ook wel. Ik vind op dat smalle deel – maar dat wordt ook onderschreven door dertig handtekeningen vanuit de bewoners daar – dan vind ik ook dat je daar ook waarde aan moet hechten, dat wij niet van achter ons beeldscherm moeten bepalen: die bomen moeten daar blijven staan. Terwijl de mensen die daar dagelijks mee te maken hebben daar ook dagelijks last van hebben. Dus dat moeten we ook meenemen in onze afwegingen. Dus die bomen op dat smalle deel, voor ons zijn wij ervan overtuigd dat die daar helaas niet kunnen blijven staan. Dat wordt ook ondersteund vanuit alle rapportages en we hebben dat ook in de
65
technische sessie gevraagd, dat is gewoon niet mogelijk. Die elf, daar laat ik de deur op een kier en is het afhankelijk van hoe het college daarop reageert. Wat ik zeg, die elf zijn bij mij niet bekend, maar als de heer Oostenrijk daar met een ambtenaar is gaan kijken en die ziet daar mogelijkheden in, wie ben ik dan om dat tegen te houden als elke boom die je kan redden, dat is weer een boom. Dus vanuit die invalshoek ben ik benieuwd naar de beantwoording vanuit het college en wacht ik de beantwoording af. Maar over het algemeen steunen wij het voorstel, waarbij we ook het belang zien dat de ophoging daar noodzakelijk is, aangezien de rest van de ring al zo’n ophoging heeft gehad, dan kunnen we hier niet achterblijven. Dat smalle deel, dat is voor ons gewoon helaas een gepasseerd station, daarbij leggen we ons erbij neer dat het daar echt … De voorzitter: Komt u tot een afronding, de heer Soy? De heer Soy: Ik ben klaar, voorzitter. De voorzitter: Goed zo. Nou, dan gaan we even kijken, want dan hebben we alle woordvoerders uitgebreid aan bod gehad. Dan ga ik kijken of de heer Stam nog in de lucht is. De heer Stam, bent u nog online? De heer Stam: Ja hoor, ik heb heel veel discussie gehoord en ik zit nog steeds online. De voorzitter: Kijk aan. Goedenavond, de heer Stam. De heer Stam: Ja, het was even lang wachten, maar goed.
Wel een interessante discussie, heel goed dat iedereen gedreven praat over de bomen en het behoud daarvan. Laat ik beginnen. Ik zou eigenlijk op twee manieren een woordvoering kunnen doen. Ik zou zeggen: luistert u vooral even terug naar de woordvoering die de heer Van der Linden net heeft gedaan, met parkeren in Oudelandshoek. Er zitten hele grote parallellen in en pak daarbij de RIB en dan ben ik klaar. Maar dat lijkt me niet verstandig. Maar we hebben hier wel te maken met allereerst een wegenvervanging/revitalisering die leidend is. We moeten in Dordrecht nog heel veel wegen vervangen, het is een weg die bijna veertig jaar oud is, die heel erg sterk verzakt is. Daarbij ontstaat er een parkeerprobleem en we hebben een bomenprobleem. Vanuit die revitalisering ben ik van mening geweest, vanuit het college – juist omdat het zoveel bomen betreft – om daar extra onderzoek naar laten te doen. Want ik ben ook iemand die voor bomen en voor groen is en we hebben heel bewust gezegd: moet dit nu, is er geen escape mogelijk om te kijken hoe we toch bomen kunnen behouden? Daarom hebben we die onderzoeken gedaan.
Als ik dan kijk naar de vraag voor een extra onderzoek, dat zou ik echt niet adviseren om te doen, want wat gebeurt er nou als er een extra onderzoek komt om rigoureus te kappen? Gaan dan net zolang door tot we tien, acht voorstellen hebben waarbij ze behouden blijven? Ik denk dat we een weloverwogen keuze hebben gemaakt die goed onderbouwd is, ook door de experts. Die heeft u vorige week ook in de technische sessie gehoord. We luisteren daarbij ook heel erg goed naar wat de bewoners zelf willen. Mevrouw Schwarzbart die heeft dat heel goed verwoord en dan kunnen we discussiëren over niet-gelijkliggende stoepjes, moet je dan minder ophogen? Ik denk dat ook de heer Oostenrijk dat heel goed heeft verwoord door te stellen dat die weg in de Stadspolders in veertig jaar zo verzakt is dat er al heel veel erven opgehoogd zijn om op niveau te kunnen komen. Dat moeten wij hier ook doen in die Stadspolderring, anders komen we echt op het grondwaterniveau uit en dan heb je echt een veel groter
66
probleem. Als ik dan kijk naar de vragen die zijn gesteld over het behoud van de bomen, wij hebben daar echt nogmaals heel goed naar gekeken. Het is ook zo dat de zes bomen die bij de zelfbouwwoningen staan in het gras, die blijven staan. Dus we hebben niet echt elke boom omgekapt. Het lijkt me ook niet verstandig om per boom te gaan kijken, als we kijken van het stuk vanaf het Johanna Naber-Erf tot aan de spoorwegovergang, dan is de situatie gewoon echt heel slecht. Veertig jaar geleden zijn er keuzes gemaakt voor een weginrichting autoluwe wijk, snelgroeiende bomen, waarbij je nu de vraag kan stellen: was dat veertig jaar geleden dan wel zo verstandig? Nou ja, op dat moment wel. Als ik dan kijk naar de vraag die mevrouw Klein-Hendriks heeft gesteld over de bomen: wat gaan we dan doen? Het is juist onze bedoeling om daar nu bomen neer te zetten die wel tegemoetkomen aan die opmerkingen die u heeft gezegd. Dus ook hier moet een veel betere invlechting komen die beter past bij de aanpassing van de weg en de toegankelijkheid van de woningen. Dat is ook de bedoeling dat we dat in de rest van de stad verder ook gaan doen, waarmee ik niet de garantie geef dat over veertig jaar eenzelfde gemeenteraad in een discussie beland: wat zijn er voor keuzes veertig jaar geleden gemaakt? Dat kan je niet maken. Dus het is maar net hoe je er tegenaan kijkt.
Maar wij zoeken juist meer groeiplaatsen, omdat dat het doel is van die inrichting. De heer Oostenrijk heeft daarnaast nog aangegeven dat hij op bezoek is geweest, op de Stadspolderring, en met de ambtenaar heeft gesproken. Dat heb ik ook begrepen, ik moet echter wel zeggen: dat gaat niet om elf bomen, maar acht. Dat zouden er een aantal op de middenberm zijn en een aantal in de bocht bij het Johan Naber-Erf. Daar hebben wij ook naar gekeken en het zou wel kunnen, maar dan moeten we concessies doen aan de weginrichting. Dus je zou hem iets minder hoog op moeten hogen, die bomen komen dan in een soort kuil te staan. Dat is dan ook geen garantie dat ze het overleven en je krijgt ook ongelijkheden in die weg. Dus wat dat betreft is ons advies om toch, de bomen die in de RIB staan, om die om te leggen en daar gewoon nieuwe voor te planten die veel beter passen in de omgeving. Maar ik wil best nog wel een keer met het ambtelijke apparaat goed gaan kijken naar die acht bomen, of daar nou echt niets mogelijk is. Maar ik kan daar geen garantie op bieden, omdat we daar gewoon al meer dan voldoende naar hebben gekeken. Als ik dan even verder kijk, er zijn ook wat vragen gesteld over de informatievoorziening. De informatievoorziening heb ik al eigenlijk een beetje aangegeven, vanuit dat wegenplan heb ik gemeend om extra onderzoek te vragen juist naar die bomen.
Dat zijn allerlei ambtelijke adviezen die onderdeel uitmaken van de RIB die naar u toe is gekomen. Dus wat dat betreft ben ik van mening dat die informatievoorziening die uiteindelijk in die RIB staat gebaseerd is op die rapporten. Er is ook een vraag gesteld: als we nou bomen weg gaan halen, waar vindt die compensatie dan plaats? Als ik kijk hoe veel bomen omgaan dan is het natuurlijk niet zo dat wij maar klakkeloos kappen. Die indruk bestaat, begrijp ik een beetje in de gemeenteraad, maar ik moet dat echt ontkennen: wij maken bij elke boom echt een goede afweging of het echt nuttig en noodzakelijk is om een boom te kappen. Wat ik wel heb gesignaleerd is dat wij te weinig aandacht schenken aan het feit waar we nieuwe bomen plaatsen en wanneer we nieuwe bomen plaatsen. Gelukkig – en dat was niet voortvloeiende uit deze vraagstukken, maar dat was al langer gepland – hebben we van de week wat bomen verplaatst van de Muys van Holystraat naar de Vest. Daar is ook een raadslid bij aanwezig geweest en die kan misschien ook wel bevestigen dat de opmerkingen die daar werden gemaakt nou ook niet bepaald positief waren. Dus als ik dan de parallel trek met de parkeerproblematiek in de Oudelandshoek: we zullen altijd voorstanders hebben en we hebben altijd tegenstanders. Maar als ik kijk naar de bomen zoals ze nu aan de
67
Stadspolderring staan dan vind ik het belang van de bewoners heel erg zwaarwegend om toch deze kap die we nu voorstellen te gaan uitvoeren, er de juiste bomen terug te plaatsen. Dat willen we graag doen in overleg met die bewoners, welke soorten dat zijn. Maar dat moet wel passen in de bestrating en in de stoep, zodat we over tien, vijftien jaar niet worden geconfronteerd met dezelfde problemen. Er is ook gezegd: de riolering die wordt over twintig jaar vervangen. Wat wij hebben gezegd is dat de riolering nog minimaal twintig jaar meegaat, dus het zou goed kunnen zijn dat die vervanging pas over dertig jaar plaatsvindt. Dus … De voorzitter: Wethouder? De heer Stam: Ja? De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Oostenrijk, die geef ik eerst even het woord. De heer Oostenrijk: Voorzitter, als het gaat om het aantal, acht of elf, dat lijkt me nu niet handig om daarover te discussiëren. Het enige wat ik wil zeggen is dat wij samen hebben geteld over het aantal wat ik vond die behouden hadden kunnen worden en ik waardeer uw toezegging om daar nog even goed naar te kijken en dan komen we vanzelf wel toe aan het feit of het er acht of elf zijn. In ieder geval, de betreffende ambtenaar weet welke elf ik bedoeld heb. De heer Stam: Ja voorzitter, die weet ik ook.
Het is een afweging van: welke keuzes maak je daarin? Kiezen voor het behoud of voor het aanpassen aan de weg? We gaan die consequenties nu even goed in beeld brengen, maar dat is geen keiharde toezegging dat die bomen er blijven staan. We gaan die afweging aan u voorleggen en als ik dan kijk … De voorzitter: Dan krijgt u nog, wethouder, voordat u verdergaat, u krijgt nog een interruptie van de heer Kuhlmann. Gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de wethouder. Ik hoorde hem zojuist zeggen dat hij voor wat betreft de nieuwe bomen ook in overleg gaat met de bewoners. Uiteindelijk, we hebben natuurlijk niet een soort van alleenrecht om te bepalen wat voor bomen het zijn, maar in overleg, dat klinkt heel goed. Wat ik wel zou willen vragen, of u in datzelfde contact met de bewoners ook misschien het gesprek zou willen aangaan voor wat betreft de parkeerruimte, of het in de nieuwe situatie – mevrouw Schwarzbart die refereerde er al even aan – mogelijk is om het zo in te richten dat er op zo goed mogelijke manier iets gedaan wordt aan die hoge parkeerdruk, om daar nog eens even naar te kijken. De heer Stam: Ja, twee opmerkingen … De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. De heer Stam: Voorzitter, dank u wel.
Wij gaan met die bewoners in overleg over de bomen, want er zijn natuurlijk wel een beperkt aantal bomen die daar passen, dus wij gaan vanuit die optiek met die bewoners praten wat de beste keuze zal zijn. De parkeerproblematiek, daar is eigenlijk al een antwoord op gegeven, meen ik, door de
68
heer Oostenrijk. Het betreft een doorgaande weg, de Stadspolderring. Op het moment dat je daar haaks een parkeerplaats gaat neerleggen dan krijg je achteruitrijdend verkeer, wat levensgevaarlijke situaties op gaat leveren. Dus het advies van onze verkeersexperts is echt om dat niet te doen, omdat je dan een geheel andere problematiek krijgt. De heer Kuhlmann: Als ik één vervolgvraag … De voorzitter: Heel kort, heel kort, want we zitten al … De heer Kuhlmann: Ja, ik weet het. De voorzitter: … op de klok van twaalf uur. Dus het maakt mij niet, het is uw tijd, uw commissie. De heer Kuhlmann: Even of er misschien nog gekeken kan worden naar andere variant, parallel of haaks, dat zijn twee uitersten. Maar misschien is er nog iets mogelijk, een variant waarbij er toch iets meer binnen de beperkte ruimte die er is toch iets meer parkeerruimte ontstaat, zonder dat dat gevaar oplevert voor het verkeer. Want dat is natuurlijk een belangrijk iets waar u terecht naar kijkt. De heer Stam: We hebben daar al uitgebreid naar gekeken en dit is gewoon de maximale optie die wij nu hebben voorgelegd in de plannen die we nu hebben om die revitalisering uit te voeren. Als je dan echt gaat schuiven en doen, dan red je misschien één plekje, maar dat zou dan weer ten koste gaan van bomen en dat is ook de bedoeling niet. De heer Kuhlmann: Dat begrijp ik, dank u wel.
De voorzitter: Dan heeft u nog een interruptie van mevrouw Klein-Hendriks. Gaat uw gang. Mevrouw Klein-Hendriks: Voorzitter, kort. Ik sluit even aan met name bij de woorden van de wethouder, dat meer parkeerplaatsen ten koste zouden gaan van de bomen. Daar ben ik blij mee, met dat antwoord, wil ik even benadrukken, want het leek mij iets te veel gaan worden of we hier een parkeerprobleem aan het oplossen zouden zijn en ik heb steeds begrepen dat dat echt niet de insteek is van deze hele exercitie. Dus laten we die discussie dan ook niet verruimen daartoe. De voorzitter: Wilt u daar nog op reflecteren? Want anders heeft u nog een interruptie. De heer Stam: Ik denk dat het mooi is, de woorden die mevrouw Klein-Hendriks nu spreekt, dat het inderdaad het revitaliseren van de weg is, met behoud van het aantal bomen. De voorzitter: Dan de heer Kleinpaste, gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Dan ben ik bang dat ik toch iets inga tegen dat wat mevrouw Klein-Hendriks net zei, maar ik probeer ook naar het parkeren te
69
kijken, juist om bomen te behouden. Dus in die zin, dat dan weer wel. Maar zou de wethouder ook kunnen ingaan op – of misschien was hij dat nog van plan te doen – de suggestie van D66 voor een 30 kilometer-zone? Want dat zou volgens mij ook weer andere opties voor parkeren geven. De heer Stam: Voorzitter, allereerst betreft dat de portefeuille van collega Van der Linden. Maar als ik hem even voor mijn eigen netvlies voorbij laat gaan dan zie ik niet de relatie tussen het aantal parkeerplekken, het aantal bomen en een 30 kilometer-weg. Dat heeft alleen te maken met de verkeersveiligheid en langzamer verkeer. Als u bekend bent op dat deel van de Stadspolderring: tussen dat gebied staan twee wegversmallingen, dus die zijn al snelheidsbeperkend. Dus wat mij betreft is dat natuurlijk altijd een vraag die u altijd via de portefeuille van de heer Van der Linden kan stellen, maar volgens mij lost dit het probleem en de vraagstukken die we hier vanavond behandelen niet echt op. De heer Kleinpaste: Nou, in zoverre – als ik daar nog één opmerking over mag maken – dat als je de snelheid er hebt uitgehaald het gevaar van een insteekhaven gewoon heel anders is dan als het echt een vijf kilometer doorgaande weg is waar dat ook effectief gereden wordt. De heer Stam: Voorzitter, maar dan moet iedereen zich er ook echt aan houden en dat schijnt toch best wel problematisch te zijn in steden.
De voorzitter: Wethouder, probeer even bij de revitalisering van de Stadspolderring te blijven, want anders gaan we het dadelijk over verkeer hebben en dat is weer een andere portefeuillehouder. Ik stel even voor dat de wethouder even zijn betoog afmaakt en dat we dan kijken of er nog vragen open staan. Want het is de klok van twaalf uur. Nogmaals: mij maakt het niet uit, het is uw commissie. Maar ik denk dat we een beetje in herhaling gaan vervallen. Wethouder, gaat u door met uw betoog. De heer Stam: Voorzitter, volgens mij heb ik alle vragen in grote lijnen wel beantwoord. Mocht ik nog echt specifieke vragen hebben gemist dan hoor ik dat graag van de commissie. De voorzitter: Ik ga heel even in de chat kijken. Dan zijn er geen vragen meer. Dan is na de bespreking nu natuurlijk aan de commissie of zij de brieven van de werkgroep Parkeren Iroko 2.0 en de heer Breidel voor kennisgeving kunnen aannemen of dat de commissie het eventueel nog in de raad wil bespreken, of moties. Maar dat is natuurlijk even aan de commissie, of met de toezeggingen die u nu gedaan heeft, of de commissie zich daarin kan vinden. Ik kijk heel even in de chat. Hier staat: “Steun en hameren.” Nog een keer: “Steun.” Dus ik kan concluderen dat deze brieven voor kennisgeving naar de raad kunnen? Ja.
Helder, dan gaan deze brieven ter kennisgeving naar de raad met de toezeggingen die de wethouder heeft gedaan. Dank, wethouder Stam, voor deze toelichting op deze late avond. Dan ga ik even een ordevoorstel doen aan de commissie. We hebben nog aardig wat op de agenda staan en het voorstel is om de vragen aan het college als artikel 40-vragen indienen of volgende week opnieuw te stellen. Behandelvoorstellen die moeten we eventueel wel doen, want dat kan invloed hebben op de agenda van de commissie. Wie kan daar een suggestie over doen?
70
De heer Soy: Voorzitter? De heer Jansen: Ja, ga jij maar eerst, Gertjan. De voorzitter: Kijk eens even, wat zijn we galant op dit late tijdstip. De heer Kleinpaste, kom maar door. De heer Kleinpaste: Alles voor mijn goede vriend, Alexander Jansen. Voorzitter, mijn vragen aan het college die zouden gaan over mensen in een sociale huurwoning die daarnaast een eigen woning in bezit hebben. Die kan ik heel goed ombuigen naar artikel 40-vragen, dus ik zal dat doen. De heer Stam: Voorzitter? Ik kan er ook voor zorgen dat de antwoorden morgen richting de commissie komen, want ik heb ze klaarstaan, maar ik moest eerst bij een andere commissies zijn, dus ik kan ze u morgen mailen. De voorzitter: Kijk eens aan, u wordt op uw wenken bediend, heer Kleinpaste. U heeft het morgen in uw mail. De heer Jansen: Voorzitter? De voorzitter: Wie is dat? De heer Jansen. De heer Jansen: Ik kan voor een groot deel leven met uw voorstel, ik heb alleen één bezwaar zijn. Er staat een brief op over de rioolkast van de Hazelaarlaan en ik heb eigenlijk een bespreekvraag aan de commissie. Waarom kom ik daar toch mee, ondanks dat het zo laat is? Omdat ons verzoek daarbij is, van de partij, dat dit voor 16 februari op de agenda moet komen van de commissie. Wij denken dat een commissiebehandeling de discussie dan ook ten goede komt, dus dat het is niet eerst naar de raad moet.
Mocht het niet meer voor 16 februari in de commissie komen dan komt er van ons een motie vreemd in de raadsvergadering, want het college is voornemens een maatactie te ondernemen. Wij willen dit eigenlijk voor die tijd wel goed besproken hebben. De voorzitter: Helder. We kunnen sowieso de behandelvoorstellen wel even doen, maar dat gaf ik ook al aan. En dan degenen die ook gereageerd hebben op de mail, en daar zit ook de rioolkast bij. Dus mijn vraag was eigenlijk om – de heer Kleinpaste is al op zijn wenken bediend door de wethouder – maar alleen even de nieuwe behandelvoorstellen te doen. De heer Van der Meer: Voorzitter? De heer Soy: Laten we daar gewoon snel mee starten, mevrouw Stolk. Want de vragen aan het college die hebben we, denk ik, nu gehad. Dus gewoon starten en dan kom je vanzelf wel bij de punten die iedereen wil bespreken. De voorzitter: Goed. De heer Van der Meer: Voorzitter? De voorzitter: Ja?
71
De heer Van der Meer: Ik had ook een vraag aan het college ingediend en daar is nu niets over gezegd. Dus mijn vraag is of die ook bij de wethouder terecht is gekomen en of hij die ook morgen beantwoordt. De voorzitter: Is die voor wethouder Stam ook? De heer Van der Meer: Ja. De voorzitter: Wethouder Stam, bent u nog in de lucht? De heer Stam: Jazeker, ik blijf tot het bittere einde zitten. Deze vraag zegt mij even niets. De heer Van der Meer: Dat ging over het groenonderhoud op Stadswerven. De heer Stam: Ja, zullen wij morgen ook beantwoorden. Die heb ik gezien, maar die zit bij mijn collega Sleeking. De heer Van der Meer: Nee, geeft niet, maar fijn dat die morgen ook beantwoord wordt. Dank u wel. De voorzitter: Kijk eens aan, iedereen op zijn wenken bediend op dit late tijdstip. 8. Raadsinformatiebrief Beantwoorden vragen RIB Visie Staart (motie Natuurlijke Wantijoevers) - Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dan de nieuwe behandelvoorstellen – en nu ga ik echt even door – waar op gereageerd is in de mail al vooraf. Dat is de Raadsinformatiebrief vragen RIB Visie Staart, motie Natuurlijke Wantijoevers, behandeladvies ter kennisname naar de raad sturen en datzelfde doen met de op 16 september 2020 door u aangehouden RIB Visie Staart, afhandeling motie Natuurvriendelijke Wantijoevers. GroenLinks en de ChristenUnie hebben op dit punt een behandelverzoek ingediend.
Het woord is eerst aan die de heer Van der Meer en dan aan de heer Struijk. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Op 16 september stond de Visie Staart als bespreekstuk op de agenda, met 2 politieke vragen. De voorzitter heeft mij toen als indiener van de politieke vragen gevraagd om een paar discussiepunten te formuleren. Dat heb ik gedaan en ook heb ik de wethouder gevraagd om door GroenLinks bij een aantal burgers en organisaties opgehaalde ideeën mee te nemen. De wethouder zegde toen toe om dat te doen, waarop de heer Oostenrijk heeft gevraagd om dan eventueel met een bijgestelde RIB te komen. Wat nu voor ons ligt is eigenlijk het vervolg daarop, maar ik constateer dus dat we op 16 september, hoewel het toen als bespreekstuk op de agenda stond, nog niet over de politieke vragen hebben gesproken, dat er aanvullende informatie is gekomen, die is nu beschikbaar. Het lijkt mij dus logisch om nu die politieke vragen alsnog in de commissie te bespreken. Ik stel dan ook graag voor om dat te doen. De voorzitter: Dan de heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Wij ondersteunen dat verzoek van GroenLinks en hebben nog een extra politieke vraag toegevoegd. Wij vragen ons namelijk af: kunnen
72
wij op deze manier als raad wel uit de voeten met de kaders zoals ze uit de visie blijken? Waar zou de raad verder nog op moeten sturen? Daar wou ik het eigenlijk maar bij laten, mede gezien het tijdstip. De voorzitter: Dank. Wie steunen dit voorstel van GroenLinks en de ChristenUnie-SGP? Graag even in de chat. We hebben zes fracties nodig om dit te bespreken. Ik ga heel even kijken. Steun van Partij van de Arbeid, steun van D66, maar dan wel in maart bespreken. Dan heb ik er geen zes, volgens mij. Nou, dan heeft u niet voldoende … De heer Oostenrijk: Ik had een punt van orde. De voorzitter: Nee, mijnheer Oostenrijk, ik ga heel eventjes door, want anders komen we echt niet aan het einde van deze vergadering. U kan hier nog heel even kort op reageren. De heer Jansen: Voorzitter? De heer Van der Meer: Een punt van orde, voorzitter. De heer Oostenrijk: Dat had ik ook. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Los van of ik aangeef om het te bespreken of niet, is de vraag legitiem of je nu, na twaalf uur, nog uit kunt gaan van de zes fracties die het al dan niet willen steunen. Ik trek dat sterk in twijfel, want we weten ook dat de mensen – denk ik om begrijpelijke redenen – zijn afgehaakt. Dus eigen vind ik deze stemming – en dat geldt ook voor de andere behandelvoorstellen – eigenlijk niet meer legaal. De voorzitter: Helder.
Nogmaals, u gaat over uw eigen commissie en ik heb voorgesteld om de behandelvoorstellen te bespreken. Daar heb ik niemand over gehoord. Nu geeft u aan dat u dus niet de behandelvoorstellen wil bespreken. Dan gaan we dat niet doen en dan … Even wachten, want nou gaat iedereen: “Voorzitter, voorzitter, voorzitter.” Wie? De heer Kleinpaste: Voorzitter? Ik ben het niet eens met de heer Oostenrijk. Je zou hooguit kunnen vaststellen, maar dat moet de griffier dan doen, dat je niet zes maar bijvoorbeeld vier of vijf fracties nodig hebt. Maar laten we wel de bespreekvoorstellen even afronden, zodat we weten wat we de volgende vergadering te wachten staat. De voorzitter: Ik kijk heel even naar de heer Den Boer, want die gaat over dat reglement. Er zijn nog steeds tien fracties aanwezig, volgens de chat. De heer Jansen: Dus dan heb je er vijf nodig. De voorzitter: Zes. Bij tien heb je er zes nodig, dat hoor ik van de heer Den Boer aan de overkant. De heer Jansen: Excuus. De voorzitter: Nou, dan is het geen bespreekstuk.
73
13.Antwoordbrief rappel artikel 40-vervolgvragen van de fracties PvdA, GroenLinks en VSP inzake het Rioolkast – gemaal – Antwoordbrief artikel 40/41 De voorzitter: Dan gaan we door naar het volgende behandelvoorstel en dat is de vervolgvragen van de fracties Partij van de Arbeid, GroenLinks en VSP inzake het Rioolkast. Brief aan de gemeenteraad inzake problemen aan de woning aan de Hazelaarlaan. Behandeladvies: beide brieven voor kennisgeving aannemen. De Partij van de Arbeid en nog een aantal andere fracties hebben al aangegeven dit te willen bespreken. Ik geef even het woord aan de heer Jansen. Gaat uw gang. De heer Jansen: Ik wil even mijn microfoon en mijn camera uitzetten, excuus, het is voor mij ook laat. Ja, de politieke vraag die wij willen verbinden aan besprekingen, wij willen dat graag besproken hebben voor 16 februari, zoals ik net al aangaf. De politieke vraag die wij daarbij willen stellen is: vinden wij dat wij als overheid onze toezeggingen moeten nakomen? Voor de rest denk ik dat iedereen alles al weet wat hierover te zeggen is en dat ik hier niet heel uitgebreid over hoef uit te weiden. De voorzitter: Wie wil de heer – er hebben volgens mij al een paar partijen het aangegeven, maar kunnen die dat nog even aangeven in de chat – wie steunen het voorstel van de heer Jansen? De heer Kuhlmann: Voorzitter, als ik mag? De voorzitter: Ja, hoor. Gaat uw gang.
De heer Kuhlmann: Wij kunnen de gedachte delen om dit te bespreken, zeker omdat het beter is om het in de commissie te bespreken dan aan de hand van een motie vreemd. Wat wij willen voorstellen, om het iets specifieker te maken. De politieke vraag van de PvdA is naar onze woorden heel erg breed en wij zouden willen voorstellen om er een politieke vraag van te maken, of in elk geval toe te voegen of de commissie van mening is dat de voorgestelde oplossing de beste is. Dus heel concreet kijken: oké, welke oplossing is het beste? De voorzitter: Helder. De heer Jansen: Hij is niet voor niks zo breed, als ik dat nog even mag toelichten. Hij is niet voor niks zo breed gesteld. Wij hebben namelijk in deze zaak het verwijt gekregen, onzes inziens onterecht, het verwijt gekregen dat we met persoonlijke belangenbehartiging bezig waren. Dat zijn we niet en vandaar dat we de vraag heel duidelijk heel breed stellen. De voorzitter: Helder. U heeft steun van, nou ja, de VVD dan, maar dan met een iets andere politieke vraag en dat mag. GroenLinks ook steun? Ja. Steun van mijnheer Van der Meer, steun van de heer Stolk. Hoeveel hebben we er dan? Steun met indienen specifieke vragen, dat is de heer Oostenrijk. Dan heb ik de heer Kleinpaste met een tegenargument. Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik heb dat ook in de mailwisseling met de heer Van Verk gehad.
Ik vind het tamelijk principieel erg dat we hier heel diep de uitvoering in gaan en
74
dat dat niet aan de orde zou moeten gaan. Ik heb de heer Van Verk gezegd: dan heeft u een gericht verwijt aan het college, dan zouden we dat juist in de raad met een interpellatie kunnen doen. Ik voel er helemaal niets voor om zo diep de uitvoering in te duiken met een collegebevoegdheid en daar als commissie een oordeel over te moeten gaan formuleren. Dus ik ben daar echt ook principieel op tegen, om dat op die manier te gaan doen. Dus vandaar dat ik het ook niet steun. Wat niet wegneemt dat ik vind dat het opgelost moet worden en dat ik me plaatsvervangend schaam voor hoe het gaat. De voorzitter: Helder. Voorlopig zijn er vijf partijen die dit steunen. “Eens met de heer Kleinpaste.” Nou, dan is er geen steun om dit te bespreken in de commissie en dan denk ik dat de Partij van de Arbeid waarschijnlijk nog met een motie vreemd aan de orde van de dag komt in de eerstvolgende raadsvergadering. Daar is mee dit punt afgehandeld. 16.Besluit op handhavingsverzoek Platform Spoor en Geluid 14 januari 2021 De voorzitter: Dan gaan we naar het laatste behandelvoorstel. Dat is ‘Besluit op handhavingsverzoek Platform Spoor en Geluid van 14 januari 2021’. 17.Brief over het besluit B&W op handhavingsverzoek optelsporen Crayensteynstraat e.o. De voorzitter: 17, ‘Brief over het besluit van burgemeester en wethouders op handhavingsverzoek opstelsporen Crayensteynstraat en omstreken’.
Behandeladvies beide brieven voor kennisgeving aan te nemen. Beter Voor Dordt en GroenLinks hebben op beide punten een behandelverzoek ingediend. Het woord is eerst aan de heer Soy en dan aan de heer Van der Meer. Gaat uw gang, mijnheer Soy. De heer Soy: Dank u wel, voorzitter. Gezien de tijd zal ik niet alle vragen herhalen of oplezen, want iedereen heeft ze via de mail ontvangen. Maar waar het ons om gaat is de leefbaarheid voor de mensen die daar langs dat tracé wonen. Die ervaren dat al jarenlang en dit dossier loopt al acht, negen, tien jaar volgens mij en die bewoners zijn geen steek verder. Nu komt er een klein beetje beweging in de plannen, althans, in de situatie dat de gemeente kan handhaven. Dus dit is meer om te bespreken: in hoeverre gaat de gemeente dan ook handhaven, en wat kunnen we nog meer doen om de situatie voor deze bewoners te verbeteren? Ik weet, sommige partijen hebben erop gereageerd: moeten wij ons daarin mengen? Maar het zijn wel bewoners van Dordrecht waar wij het voor moeten opnemen als raadsleden, dus vandaar onze oproep om dit te bespreken. De voorzitter: Duidelijk. Dan de heer Van der Meer, dacht ik. Toch? De heer Van der Meer: Ja, graag, voorzitter. Ik zal het ook kort houden. Wij hebben ook al gemaild welke politieke vragen wij willen stellen.
Kort samengevat komt het erop neer: geeft het college op de goede wijze invulling aan de gerechtelijke uitspraak? Ik denk wel dat de griffier gelijk heeft met zijn opmerking dat we ook de relatie met het bestemmingsplan in onze discussie zouden moeten betrekken. Dat is in de argumentatie van de bewoners een belangrijk punt en de vraag of er wel of niet in overeenstemming met het bestemmingsplan is gehandeld is – naast de vraag of de gerechtelijke uitspraak goed is uitgevoerd – een relevante. Dus die zou ik er graag nog aan willen toevoegen.
75
De voorzitter: Duidelijk. Volgens mij krijgt u steun van de heer Kuhlmann, VVD, mijnheer Chapel van het CDA. De heer Kuhlmann: Voorzitter? De voorzitter: Heel even wachten, mijnheer Kuhlmann. Steun van de VSP, de heer Stolk. Hoeveel hebben we er dan? De heer Jansen: Voorzitter? De voorzitter: Vijf, we hebben er nu vijf. Dan steun van de Partij van de Arbeid … De heer Jansen: Nee, dat zeg ik niet. De voorzitter: … van Jacqueline van den Bergh. De voorzitter: En dan was de heer Kuhlmann nog even voor u. Graag even aangeven als u het woord wil in de chat alstublieft. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: U legde mij woorden in de mond voor wat betreft steun. Wat ik wil voorstellen, omdat de vragen die er liggen – vanuit Beter Voor Dordt, ook GroenLinks en we hebben daar zelf ook vragen over gesteld – zijn allemaal vrij technisch van aard. Het leek me, los daarvan of het nou nodig is om het te bespreken, leek het me in elk geval goed om eerst een technische sessie te houden, zoals we dat ook voor wat betreft de bomen hebben gehad, om als er een bespreking komt, om die in elk geval goed gefundeerd te kunnen doen. Dus mijn voorstel is om een technische sessie te doen. De voorzitter: Ik kijk even in de chat wie het voorstel van de heer Kuhlmann kan steunen. Daarbij zie ik ook mijnheer Kleinpaste, die wil ook nog iets zeggen.
De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik voel helemaal niets voor een technische sessie, maar ik voel ook helemaal niks voor een bespreking van dit stuk. Dus om dan onze kostbare vergadertijd nog extra te belasten met een technische sessie gaat me echt te ver. Principieel, het is iets tussen de wethouder en de omgevingsdienst. De bewoners kunnen heel goed zelf met de uitspraken die er liggen handhaving afdwingen. Dus ik begrijp echt niet waarom we hier als politiek daar nog een keer extra onze tijd aan moeten spenderen, omdat het volstrekt helder ligt en andere mensen aan zet zijn. De heer Soy: Voorzitter, als ik daarop mag reageren? De voorzitter: De heer Soy, gaat uw gang. De heer Soy: Ik voel me als raadslid van de gemeente Dordrecht geroepen om op te komen voor bewoners die het gevoel hebben dat ze tegen een almachtige overheidsinstantie of groot bedrijf aan het vechten zijn. Net zoals bijvoorbeeld de ouders die tegen de kinderopvangtoeslag en tegen de Belastingdienst moesten opboksen, dat gevoel hebben deze bewoners nu ook al zo’n acht tot tien jaar. Ik vind dat wij als raad, al is het om deze mensen te steunen, dat we dit moeten bespreken, al is het om de wethouder nog een steun in de rug te geven: doe je best om dit op de agenda te houden
76
en de handhavingstrajecten zoveel mogelijk in te zetten. Dus ja, ik heb ook een aantal vragen gesteld waar ik niet direct antwoord op heb, dus het zijn … De heer Kuhlmann doet ze weg als technische vragen en volgens mij zijn het gewoon meer politieke vragen hoe het college hiermee om denkt te gaan en of het college verwacht dat er enige beweging in gang gezet kan worden. De voorzitter: Ik zie mijnheer Kleinpaste kijken, die wil nog even reageren op u. Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Ik zat even te denken over die vergelijking met die toeslagenwet die niet opgaat, maar dat leg ik u graag een keer uit. Als het besproken moet worden, het zij zo. Ik ben daar niet gelukkig mee, dus ik stem daartegen, maar als er een meerderheid voor is, dan leg ik me daar maar bij neer. Ik zou bijna zeggen, dan zou ik wel een politieke vraag willen toevoegen. De heer Soy: Ik zou u extreem graag … De voorzitter: Nou, laten we … Mijnheer Soy, … De heer Soy: Voorzitter, ik zei, ik zou … De voorzitter: Laten we het … Nee, mijnheer Soy, … De heer Soy: Ik zou de heer Kleinpaste wel willen uitnodigen die politieke vraag toe te voegen, want de heer Kleinpaste is net die ene partij die we nodig hebben om het te bespreken. En de vergelijking met de toeslagen, dat is meer de vergelijking van de machteloosheid van een burger waar wij het dan voor moeten opnemen.
De voorzitter: Mijnheer Soy, het wordt al besproken, want we hebben al zes partijen. Dus u kunt nog woordvoeringen met elkaar onderling nu gaan voeren, maar het staat al als bespreekstuk. Nou is het alleen nog even aan de commissie of dat een technische sessie moet worden, of dat het gewoon besproken wordt. De heer Soy: Normaal bespreken. De heer Kleinpaste: En ik zou graag … De voorzitter: Dan ga ik even kijken … Nee, mijnheer Kleinpaste, u stopt nu ook, want nou ga ik echt een beetje streng worden. De heer Kleinpaste: Ik wil wel even een vraag toevoegen zo. De voorzitter: Wat zegt u? De heer Kleinpaste: Ik wil even een vraag toevoegen zo. De voorzitter: Ja, een vraag toevoegen mag altijd, maar onderlinge woordvoeringen nu … In de chat wordt er gezegd dat er woordvoeringen door mensen gedaan worden, maar volgens mij zitten jullie nu ook gewoon woordvoeringen met elkaar te doen. Maar goed,
77
het wordt gewoon besproken, daarvan heeft u nog een extra vraag toegevoegd. Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Ja, mijn vraag die ik zou willen toevoegen is of het politiek verstandig is om politieke verontwaardiging te gaan bespreken in een commissie. De voorzitter: Eens even kijken, dan hebben we: Beter Voor Dordt wil bespreken, GroenLinks wil bespreken, VVD wil besp… O, VVD is niet voor bespreken. Even kijken, dan hebben we Beter Voor Dordt, GroenLinks, CDA, VSP en Partij van de Arbeid. De heer Soy: En Gewoon Dordt. Dus de VVD is afgevallen en Gewoon Dordt is erbij gekomen, dan heb je er ook zes. De heer Kleinpaste: Nee, Gewoon Dordt is er niet bij gekomen, Gewoon Dordt heeft gezegd: als het wordt besproken, voegen we een vraag. Maar ik ben niet voor bespreking. De voorzitter: Nou, dan hebben we er geen zes. Dan, ja, daar kan ik ook niks anders van maken. Dan wordt het niet besproken. Ik kijk nog even de griffier aan. Nee, dan zijn we klaar met dit onderwerp. Dan heb ik nog een opmerking over … Dan heb ik nog een opmerking, het gaat maar door dit. Mijnheer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Voorzitter, ik zou het ook bij de rondvraag kunnen doen. Ik wil graag even tot uitdrukking brengen dat ik deze gang van zaken met betrekking tot de behandelvoorstellen erg onbevredigend vind.
Dat geldt vooral voor het voorstel waar ik het eerder over gehad heb, omdat we daar eerder van besloten hadden om het te bespreken. Dat is toen niet gebeurd en nu besluiten we doodleuk om het niet te bespreken. Maar het geldt ook voor de andere voorstellen waar we over gesproken hebben. Er zijn een aantal mensen weg, we hebben niet tijd om even goed de argumenten te wegen en hier worden een aantal punten nu niet besproken waarvan er toch hele goede argumenten zijn om die wel te bespreken. Ik vind dat heel onbevredigend en het voelt een beetje ondemocratisch aan. De voorzitter: Voorzitter, ik heb heel even overleg gehad met de griffier. Ik stel voor, omdat het niet bevredigend is, dat u alle behandelvoorstellen volgende week nog een keer opnieuw doet. De heer Van der Meer: Ik zou dat zeer op prijs stellen. De heer Kleinpaste: Ik vind dat een merkwaardige gang van zaken, maar … De heer Soy: Ik ben het er niet mee eens, voorzitter. Dan hebben we al die tijd hier voor niks zitten werken. Het zijn fracties die er zelf voor kiezen om uit de chat te gaan. De voorzitter: Ja, klopt. De heer Soy: En kijk, ik moet ook een agendapunt inleveren. Eén van de punten die ik wilde agenderen, die is ook niet geagendeerd. Verdient het de schoonheidsprijs? Nee. Maar het is wel politiek correct verlopen nu. De fracties die aanwezig zijn, die hebben
78
deelgenomen aan de stemming. Er is gestemd, de hamer is gevallen en daar moeten we niet op terugkomen. De voorzitter: Goed zo, dat is duidelijke taal. Maar ik kijk toch nog heel eventjes … De heer Kuhlmann: Daar sluit ik me bij aan. De voorzitter: Ik kijk toch nog heel even deze avond de commissie aan. Er zijn heel veel interrupties gepleegd, er zijn ellenlange woordvoeringen gedaan op bepaalde onderwerpen. Ik snap dat, want iedereen wil daar iets over zeggen. Maar het is als voorzitter – en dat zeg ik heel eerlijk – bijna niet te managen om deze commissie op deze manier te leiden. Maar die leg ik even bij u terug. De heer Soy: Ik herken dat als voorzitter ook van de commissie Fysiek. Zeker met twee van dit soort onderwerpen. Misschien is dat een punt van orde naar de toekomst, dat je niet twee van dit soort onderwerpen op één avond agendeert. Ik heb ook eerder het verzoek gedaan om in ieder geval bijvoorbeeld de nieuwe behandelvoorstellen naar voren te halen, dat je begint met de nieuwe behandelvoorstellen en dan die grote stukken. Dan heb je tenminste het agendadeel gehad waarbij de mensen niet zijn afgehaakt. De voorzitter: Ja, en er zijn nog meer mensen die nu in de chat ook zeggen dat ze afhaken. Ik denk dat deze commissie zich geen recht doet met de onderwerpen die er vanavond op staan.
En nogmaals, u gaat over uw eigen commissie, u gaat over uw eigen agendering, maar u gaat ook over uw eigen woordvoeringen en over uw eigen interrupties. De heer Kleinpaste: Voorzitter, laat ik dan opmerken dat, dat de vergadering zo lang duurt, in ieder geval niet aan u heeft gelegen. Dus dank voor dat voorzitterschap en de commissie kan zich aanrekenen dat we met veel meer discipline zouden kunnen vergaderen. Het waren helemaal niet zulke grote onderwerpen als we de discipline betrachten. De heer Van der Meer: Voorzitter, mag ik daar ook nog iets … De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kleinpaste. De heer Van der Meer: Ik vind ook dat het niet aan de voorzitter ligt. Ik vind het ook niet terecht om te zeggen dat de commissie niet gedisciplineerd genoeg heeft gesproken. Er is zeer inhoudelijk gesproken en ik denk dat dat gewoon te maken had met de onderwerpen die aan de orde waren. De tweede opmerking die ik graag nog kwijt wil is dat het mij pijn doet dat het keurig volgen van de regels belangrijker is dan de democratische kwaliteit van een discussie. Dank u wel. De heer Soy: Ik begrijp dat laatste punt, maar dan hadden we een half uur eerder tot die conclusie moeten komen. Dan hadden we helemaal niet begonnen aan de nieuwe behandelvoorstellen. Dat had ook geen … De heer Van der Meer: Ja, maar daar was ik ook voor om dat niet te doen.
79
De heer Kleinpaste: Ik neem afstand van het feit dat hier de democratische kwaliteit niet op orde is. Ik vind dat een hele kwalijke suggestie. De voorzitter: Nou, ik denk dat we hiermee kunnen afsluiten. 21.Termijnagenda commissie Fysieke Leefomgeving De voorzitter: Ik wil nog één opmerking maken over punt 21. Daar staat eigenlijk dat – hoe heet dat – dat er een raadsvoorstel van stadionontwikkeling – bedoel je die – Krommedijk van de agenda van 9 februari te halen. Er is namelijk geen raadsvoorstel, maar de Hazelaarlaan wordt nu niet besproken, dus wellicht kan die wel op de agenda. Maar dat laat ik even … Of halen we hem er af? De heer Soy: Nee, maar hij wordt niet besproken, dan kan je hem ook niet op de agenda zetten. De voorzitter: Nee, maar het gaat over de Krommedijk. De heer Soy: O, de Krommedijk? Nee, de Krommedijk gaat om andere redenen van de agenda, begreep ik, toch? De voorzitter: Ja, klopt. De heer Soy: Want eerst was het: de Krommedijk gaat er af, dan kan de Hazelaarlaan. De voorzitter: Ja, klopt. De heer Soy: Dus nu de vraag van … De voorzitter: Maar dat wordt nu niet besproken. Dus punt 21 klopt niet. De heer Soy: We kunnen ook een keer vroeg klaar zijn met de commissie Fysiek, dus niet alles hoeft volgepropt te worden. De voorzitter: Nou, ik weet niet of dat lukt in deze commissie. 23.Sluiting De voorzitter: Maar goed.