CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 2025.10.07 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 november 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 14 oktober 2025 en de Dordtse Dinsdag van 30 september, 7 oktober en 28 oktober 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 537.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Maar voor ons de opvallendste voor onze Dordtse situatie is de stapeling van onderzoeken die nog nodig zijn voordat je kunt realiseren. De impact die zo'n bouw ook heeft, zeker bij een verdichtingsopgave, voor de omwonenden, en ook de financiële haalbaarheid. U ziet ook andere artikelen. Landelijk ook merk je dat daar grote uitdagingen zitten om die realisatie daadwerkelijk van de grond te krijgen. En dat geldt ook voor Dordrecht. We hebben in die monitor eigenlijk geprobeerd om, waar u in het verleden ook al wel gewend was om informatie over de woningvoorraad te krijgen, die verder te bundelen en te structureren aan de hand van een aantal doelen. En daarbij kijken we ook naar wat het huidige college heeft bedacht ten aanzien van de woonvisie. We hebben de woonvisie natuurlijk als uitgangspunt. Die stond al. Politiek akkoord is daaraan toegevoegd met de volgende uitgangspunten, namelijk het bouwen in alle segmenten. En meer betaalbare woningen toevoegen en ook nog de focus op meer sociale woningen. En uitgesplitst onderscheiden we in deze monitor dan drie doelen. Want enerzijds wil je gewoon meer woningen toevoegen en dan moet je niet alleen denken aan woningen bouwen, maar ook ander type transformatie. Splitsen, het toevoegen van woningen in de woningvoorraad van Dordrecht.

Vervolgens is een ander doel ook wel, je hebt genoeg woningen, maar je wil ook dat het een toegankelijke woningmarkt is, dat iedereen een woning kan betrekken, betalen. Dat is dan doel twee, voldoende betaalbare woningen naar de behoefte die er is. En vervolgens is het ook dat er gewoon verschillende behoeftes zijn in typologieën. Dat je allerlei specialistische vormen hebt van wonen, allerlei verschillen en diversiteit van woonbehoeftes. En ook daar wil je als stad in voorzien. Die drie doelen kun je los van elkaar eigenlijk knippen, maar natuurlijk hebben ze allemaal met elkaar een verband en dan zult u in dit verhaal ook verder wel merken. Maar die drie doelen hebben we eventjes losgeknipt, ook omdat we daar vervolgens verderop in het verhaal indicatoren in de monitor aan toevoegen. Als je kijkt naar meer woningen, dan hebben we als gemeente eigenlijk meerdere opties. Maar de belangrijkste invloed die u eigenlijk heeft als raad is het omgevingsplan vaststellen en daarmee de ontwikkelaars of andere partijen de mogelijkheid geven om die woningen te gaan bouwen. En ook kunnen we bouwvoorwaarden meegeven en hoe we die meegeven. En verder natuurlijk welke strategie we daarbij toepassen voor meer woningen, is het verdichten, ik zei het net al, waarbij je ook juist kwaliteit wil toevoegen aan de bestaande stad.

Ook de mensen die er al wonen die willen daar een positieve impact van ervaren. Soms betekent dat ook dat je op een iets grotere schaal gaat kijken, dus herstructureren en ook gaat beetje gaat schuiven. Op het moment dat ik hier ga bouwen, betekent dat ook dat een functie net even logisch is op een andere plek. Dat is dat herstructureren. En transformeren zijn

20

bestaande woningen die je aanpast. Als het gaat om een betaalbare woning hebben we ook allerlei instrumenten die we inzetten, bijvoorbeeld een starterslening. Jonge mensen die starterslening kunnen verkrijgen. Subsidies die we kunnen binnenkrijgen vanuit het Rijk en de provincie. Met name zitten die vaak op betaalbare woningen realiseren. We kunnen de doelgroepenverordening inzetten, zodat we percentages kunnen gaan koppelen aan een omgevingsplan over wat er gerealiseerd moet worden op een plek. We hebben een anti-speculatiebeding en ook kun je de opkoopbescherming inzetten. En natuurlijk ook daar weer geldt, daar zitten die doelen met elkaar verweven, als het aanbod groter wordt, als je een grotere poule hebt om in te vissen, dan betekent dat uiteindelijk ook dat dat ten gunste komt van de betaalbaarheid. En dat zit natuurlijk op betaalbare woningen kopen, sociale huur, maar zelfs ook op duurdere woningen, omdat je daar vaak ook een verhuisbewegingen mee hebt en ook dat dat een prijseffect heeft. Die laatste categorie, doel drie, aantrekkelijke woonstad, is onze opdracht vooral om te bouwen voor alle verschillende doelgroepen, verschillende behoeftes. En u kunt daarbij denken aan jongeren en starters op de woningmarkt, de woonbehoefte ook van senioren. Hoe geven we die een goede plek in onze stad bij de juiste voorzieningen, aan de hand van hun behoeftes.

Woningen voor gezinnen, of zelfs grotere gezinnen, ziet u verderop ook in de presentatie. En geschikte woningen voor mensen die zorg hebben. Dat zit al een deel op wat u al eerder heeft vastgesteld, de woonzorgvisie. En de combinaties van die doelgroepen in de wijk, daar had ik het net al over. Dat soms ook mensen graag in hun eigen wijk willen blijven wonen, dat je ook kijkt naar, hoe landen al deze diverse woonwensen in één wijk? En uiteindelijk resulteert dat in dat wij allerlei verschillende typen woningen, niet zelf bouwen dat is de clou wel, de gemeente bouwt niet zelf, maar willen laten realiseren, daarop sturen, zoals nieuwbouwwoningen in hoogstedelijke gebieden, het toevoegen van woningen in bestaande woongebouwen. En waar het kan ook rijtjeshuizen toevoegen, twee-onder-één-kap en vrijstaande woningen. En daar zit natuurlijk wel een uitdaging, omdat dat iets meer ruimte vraagt voor het aantal wat je realiseert. Daar moet je de plekken voor vinden in de stad binnen de verdichtingsopgave. Eigenlijk ook gekoppeld aan alle drie de doelen, ik noemde hem net al, is dat je een verhuisketen op gang brengt, waarbij je eigenlijk juist als je op het duurdere segment toevoegt ook woningen beschikbaar maakt, omdat iemand dan weer doorverhuist en weer doorverhuist. Dat is ook een belangrijke strategie hier bij onze gemeentelijke aanpak.

En die hebben we dan eventjes kort in een soort overzichtje gezet. Het is echt een overzicht, zo moet u het zien, met welke aandachtspunten heb je dan per wijk? Omdat er inderdaad ook verschillen per wijk zijn. Dan kun je in het centrum denken aan meer betaalbare appartementen voor starters, omdat je daar ook de voorzieningen hebt, en senioren die weer zoeken naar die levendigheid in het centrum. In en om dat centrum ook allerlei extra doelgroepen en ook grotere woningen voor gezinnen die juist daar een plekje zoeken. En ook in het centrum heb je af en toe juist vrij grote woningen die mogelijkerwijs op een goede, kwalitatieve manier gesplitst kunnen worden. Ook dat gaat woningen toevoegen aan onze stad. In Oost kunt u denken aan extra eengezinswoningen, ook weer appartementen voor senioren, sociale huurwoningen, omdat daar het percentage juist wat lager ligt. Dus in de bestaande wijk verdichten. En in West ziet u vooral opgave om betaalbare koop en huurwoningen te bouwen, ook weer verdichten, voor doorstromers, starters, senioren. Dat zit ook natuurlijk gekoppeld aan het programma wat daar loopt. En het vernieuwen van sociale huurwoningen die daar al staan.

Als we de hele ontwikkeling van de woningvoorraad voor u willen aanbieden, want dat is wat wij proberen te doen, u zo veel mogelijk informatie te geven, zodat u op een goede wijze kunt u kunt sturen, dan hadden we ook een heel boekwerk kunnen maken, want er zijn natuurlijk on oneindig veel factoren, indexen, et cetera. We hebben voor u gekeken naar, wat zijn legitieme bronnen en welke

21

indicatoren kunnen we daaruit pakken? Welke dingen zullen sowieso veranderen op het moment dat je in een verandering hebt in de woningvoorraad? Daarom hebben we een selectie gemaakt, een vrij uitgebreide selectie, aan de hand van die doelen, als u deze indicatoren in de gaten houdt, dan gaat u zien hoe het gaat met onze woningvoorraad. Zo hebben we dat ingestoken. En dan gaan we weer over naar cijfers en dan mag Bart weer. De heer Korteweg: En dat laatste hebben we inderdaad ook gedaan om het behapbaar te maken. Want je kan inderdaad wel uit duizenden een bronnen putten. Deze sheet behoeft wellicht enige toelichting, hoe monitoren we de voortgang? U heeft als raad in 2019 de lokale woonvisie vastgesteld en daarin heeft u afgesproken hoeveel woningen er in welk segment gebouwd moeten worden. Die afspraak die bestaat uit 2000 woningen in het duurste segment, 3000 woningen in het koopsegment daaronder, ook weer 3000 woningen in het koopsegment tot 390. Dat is de zogenaamde betaalbaarheidsgrens. Dat was in 2024, die is ondertussen 405 euro. Dat is de betaalbaarheidsgrens … Sorry, 390 duizend. Dan is er ook afgesproken dat er 1000 particuliere huurwoningen gebouwd moeten worden en 1000 sociale huurwoningen, en nog eens 1000 daarbij ter compensatie van sloop. Dat maakt 2000 sociale huurwoningen die gebouwd moeten worden.

Wat geeft deze figuur weer? Ik ga er even zo voorstaan, anders blokkeer ik het wellicht. De donkerblauwe kleuren geven de gerealiseerde woningen aan en de lichtere versie van blauw, rood, groen, deze kleur blauw en paars geven de woningen aan die in, het staat hieronder ook, vastgestelde bestemmingsplannen zitten. Wat valt ons in ieder geval op? Dat je ziet dat die betaalbare koop tekortschiet op dit moment. Of tekortschiet, daar zitten we nog niet aan die 3000 die afgesproken is in harde bestemmingsplannen en in realisatie. En hetzelfde geldt voor dat dure koopsegment. En dat tussen segment zitten we bijna aan middenhuur, zitten we ruim boven de 1000 als je realisatie en harde bestemmingsplannen optelt. En bij de sociale huur zitten we net aan boven die 2000 woningen. Wat is er gebeurd in het verleden? We komen vanuit een situatie waarin er bijna geen woningen gebouwd werden. Dat laat dit figuur heel duidelijk zien. In 2018 is onze woningvoorraad afgenomen. Een simpele verklaring is, er vond toen veel herstructurering plaats in de sociale huur. Er is meer gesloopt dan dat er in alle andere segmenten bij elkaar is toegevoegd in dat jaar. Daarna is er een omslag gekomen. We zien dat de woningvoorraad gestaag toeneemt met enkele honderden woningen per jaar.

En dit is een netto toename, dus hier zit in nieuwbouw, overige toevoegingen, dan moet u denken aan splitsingen, onzelfstandige woningen die zelfstandig zijn gemaakt. Je zit ook in de sloop en ook overige onttrekkingen. Dat kan ook zijn dat een woning een winkel is geworden of iets dergelijks. Dit is de netto toename, en hier afname in 2018, van de totale woningvoorraad in de gemeente Dordrecht. Wat doet dat dan? Deze hebben we er gewoon even bijgezet ter indicatie. Dan zie je ook, dat start in 2008. We zien in 2018 dat die bevolking afneemt. Er zijn minder woningen. Daar zijn natuurlijk meer verklaringen voor, maar je ziet wel een soort van verband tussen het aantal woningen en het aantal inwoners die in de stad wonen. En deze stijging valt natuurlijk op. Dit heeft alles met de oorlog in Oekraïne te maken, met vluchtelingen die in Dordrecht zijn komen wonen. In perspectief plaatsend weer ten opzichte van Nederland, betaalbaarheid. Wat zien we met de transactieprijs per vierkante meter als indicator? Gemeenten in Nederland van een lage transactieprijs, dan moet u denken aan ZuidoostGroningen, Drenthe, Zeeland bepaalde gebieden, naar een hoge transactieprijs. Gemiddeld Nederland zitten we op bijna 4400 euro per vierkante meter en in Dordt zitten we daar zo'n 10 procent eronder, op 3900 vierkante meter.

Het weer enigszins perspectief van, wat is die transacties en hoe laat zich dat vergelijken met het gemiddelde van Nederland en met gemeentes in Nederland?

22

Je zou bijna kunnen zeggen zitten, we zo'n beetje in het midden qua transactieprijs. En dan ga ik hem weer overgeven, dan zit hij weer bij jou. Mevrouw Bruggeling: Zolang er geen grafiekje in staat, dan mag ik weer volgens mij. Wat ik zei, het gaat niet alleen maar over de bouw van woningen, toevoegen van woningen, maar ook, hoe maak je die woningen betaalbaar en toegankelijk? En daar zitten zit de starterslening natuurlijk nadrukkelijk in. En u ziet, in de monitor heeft u daar ook informatie over gevonden, dat we in 2024 35 startersleningen hebben verstrekt. Dat is dan een toename van 10 ten opzichte van het jaar daarvoor. En we zijn heel benieuwd of dat aankomende jaren weer verder gaat toenemen. Ook wat ik eerder zei, wat heel prettig is, doordat het een landelijk probleem is, zijn er ook allerlei rijks- en provincieambities die hier een bijdrage aan willen leveren. En daarom is het ons gelukt om in 2024 meer dan 48 miljoen euro aan subsidies te verkrijgen om die betaalbare woningen te realiseren in onze stad, waarbij de belangrijkste factoren van die subsidies waren bijvoorbeeld het verduurzamen van particuliere woningen ook en een mobiliteitsbudget ten opzichte van woningbouw. Het is niet allemaal rechtstreeks in woningen, maar het is wel ten gunste van de woningen die je gaat realiseren.

Als we het hebben over de aantrekkelijke woonstad, dan begin ik even heel hoog over, want we hebben daar een hele mooie indicator van, de Atlas voor gemeenten. Ik hoop dat u kent, maar dat is een digitaal platform waar 50 gemeenten worden vergeleken. Die heeft een woonaantrekkelijkheidsindex en daarmee worden die 50 gemeenten vergeleken. En daar staan wij op plek 20. Dat is hartstikke positief. De hoogste punten die we scoren zijn op natuur, bereikbaarheid, historie. Iedereen wil hier graag wonen, zou je denken. Maar ze hebben tegelijkertijd ook een brede welvaartsindex en daar is het is het beeld wat genuanceerder. En dat geldt trouwens niet alleen voor de gemeente Dordrecht. De Atlas merkt het ook op, dat eigenlijk steden vaak een discrepantie zien tussen die woonaantrekkelijkheidsindex en die brede welvaartsindex. Die brede welvaartsindex gaat veel meer over de kwaliteit van leven in die stad, hoe ervaren mensen dat, in plaats van allerlei voorzieningen, waar die eerste index over ging. En dan zie je dat we juist redelijk onderaan bungelen, op plaats 44. Daar hebben we echt nog wel een opgave met elkaar te vervullen. En een belangrijke factor daarbinnen is het woonplezier. Er zitten allerlei factoren in. Ik weet niet of u het kunt lezen, want het is heel klein. Maar er zit gezondheid en welvaart in, werk en opleiding, werk en privébalans. Het is een veel bredere index.

We gaan dit niet alleen oplossen met de woningvoorraad. Maar één belangrijke indicator daarbij is het woonplezier. En dat gaat over hoe mensen hun woning ervaren en hun directe woonomgeving ervaren. En daar staan we op plek 42, ook relatief onderaan. Met elkaar hebben we een uitdaging om daar een trapje op de ladder te doen, lijkt me. De heer Korteweg: Dan pak ik hem weer over, ondanks dat jij ook wat grafiekjes gedaan hebt. De aantrekkelijke woonstad. We hebben even ook in kaart gebracht, hoe ziet de huidige woningvoorraad er nu uit? Dan hebben we een aantal onderscheiden gemaakt. En een van de onderscheiden die we gemaakt hebben is huurkoop. Blauw is de corporatiehuur. Dat zijn in Dordrecht zijn de huurwoningen van Trivire en van Woonbron. Dan hebben we oranje, de particuliere huur. En groen zijn de koopwoningen. Dan ziet u de verhoudingen, hoe dat zit. We hebben rond de 15 duizend corporatiewoningen. Daar zitten ook enkele woningen bij die net iets boven de sociale huur zitten, maar dat zijn er maar een paar honderd. En dan hebben we de particuliere huurwoningen. Dat stijgt licht, dat gaat naar de 10 duizend. Daar zitten dan weer sociale huurwoningen bij, in ieder geval huurwoningen die een prijs hebben onder de zogenaamde

23

liberalisatiegrens. En we zien de koopwoningen die ook gestaag in aantallen toenemen en verreweg de meerderheid vormen. Dat hebben we nog iets verder proberen te onderscheiden in eengezinswoningen en meergezinswoningen. En dan hebben we eengezinswoningen, huur en appartementenhuur, eengezinswoningen koop en appartementen koop. Dan zien we dat met name, dat is ook wel een landelijk verhaal, we zijn natuurlijk wel een stad, we hebben iets minder eengezinswoningen dan landelijk gemiddeld. Maar we hebben wel ruim meer eengezinswoningen dan appartementen. Dan pak ik deze weer even erbij. Ook vooral om te laten zien, net ging het vooral over de aantallen woningen, maar hier ook over, wat voor soort woningen heeft u als raad afgesproken om te bouwen en hoever staat dat er nu mee? En daar zie je dat we vooral goed zijn in het programmeren en bouwen van huurwoningen op dit moment, relatief gezien qua wat de afspraken zijn. En dat we inderdaad vooral nog een inhaalslag te maken hebben op die, volgens de definitie, betaalbare koopwoningen van in 2025, 405 duizend euro. Dan hebben we ook het de woningmarktanalyse erbij gepakt, uitgevoerd door RIGO. Volgens mij is dat bij u allemaal wel bekend, dat dat uitgevoerd is door RIGO. Het wordt in de volksmond ook wel volgens mij het RIGO-onderzoek genoemd.

Wat zien we daarin? Dat loopt dan net natuurlijk logischerwijs wat anders dan wat er afgesproken is in die woonvisie. Er is uitgerekend tot met 2035 wat de behoefte is. Dit zijn die 10.200 woningen weer, verdeeld in huur en koop en appartementen en eengezinswoning. Wat daarin opvalt, is dat ruim een derde behoefte is vraag is tot 2035 aan eengezins koopwoningen. En deze een derde, 35 procent, het zijn huurappartementen. Dat zijn appartementen in de huursector. Dan hebben we nog een wat lager percentage koopappartementen en een relatief klein percentage eengezinswoningen in de huur. En de huur is dan ook met name de sociale huur waar die behoefte in ligt. Er is ook wel wat behoefte in de particuliere huur, maar hij zit met name in de sociale huur. En dat kunt u hier zien. Ook weer volgens het RIGOonderzoek, opgesplitst in segmenten. Huurwoning sociaal, bijna 3000 woningen, behoefte aan tot 2035. Huurwoningen vrije sector, 1260 woningen. Dan hebben we weer die koopwoningen, vanaf 390 duizend euro, vanaf die betaalbaarheidsgrens. Een kleine 30 procent. En dan hebben we nog koopwoningen tot die betaalbaarheidsgrens. Dat is weer die enorme boel die we zouden moeten programmeren. Dat is 30 procent. Zoals je ziet, zit bijna 60 procent van de behoefte zit in koopwoningen en de overige behoefte zit in huurwoningen, zowel in de vrije sector huurwoningen als in corporatie huurwoningen.

En dan ga ik hem weer overgeven voor het slotstuk. Mevrouw Bruggeling: Dit is het einde. Conclusie zover is blijven inzetten op een stabiele bouwstroom. Dat is nu afgelopen jaren gelukt en laten we dat blijven doen. om vooral de laatste plaatjes rondom de behoefte ook in te gaan lopen. Met daarbij ook dat je ziet dat de stappen die zijn gezet op projecten die veel toevoegen aan de stad, ook echt effect sorteren. Dat is Maasterras, Gezondheidspark Middenzone, Spuiboulevard, Amstelwijck, maar ook echt heel veel kleine projecten. Onze collega's die zetten zich dagdagelijks in om overal projecten te begeleiden. En met elkaar bereiken we dan resultaat. Als cliffhanger wil ik daarbij afsluiten met, de regionale samenwerking is natuurlijk hierbij essentieel. Bart en ik zijn daar ook veel met de regiogemeenten in gesprek. En het zal u niet zijn ontgaan, maar er is een wet versterking regie volkshuisvesting die nu bij de Eerste Kamer ligt. En als die wordt besloten, dan betekent dat ook dat we … We zijn sowieso van plan om aan de hand van wat daar nu aan het komen is te kijken, moeten we dan ook die woonvisie herijken?

24

We gaan hopelijk volgende keer, als er iets meer bekend is over die wet, nog een keer bij u terugkomen om daar iets meer over te vertellen. De voorzitter: Hartelijk dank voor deze presentatie. We zijn netjes door de 37 dia's heen geloodst. We hebben nog een klein uurtje om vragen te stellen en om ons licht op te steken. Ik zie al wat vragen. Kun je daar beginnen? De heer Uysal. De heer Uysal: Gelijk met alle vragen, voorzitter? Of gaat u zo een heel rondje maken eerst? Mijn eerste vraag was, u hield een pleidooi over bouwen van dure woningen om de verhuisketen los te krijgen, te ontlasten. En zelfs in de PowerPoint stond ook, met de bouw van één dure woning maak je drie gezinnen blij. Maar hebben we daar dan ook cijfers van hoeveel gezinnen we daarmee dan ook echt blij hebben gemaakt? De voorzitter: We kunnen er even paar inventariseren. Dan kunnen jullie ondertussen ook de vragen verdelen. Deze hebben we vast genoteerd. Zijn er ook voorbeelden van dat die doorstroming op gang komt? De heer Uysal: Ik heb nog meerdere vragen, als ik ze dan toch mag stellen. Of gaat u een rondje maken? De voorzitter: Zullen we even zeggen, maximaal twee? Kies even de belangrijkste eruit. De heer Uysal: De volgende ging over netto toename. U liet een staafdiagram zien. En sinds 2018 is het nog nooit zo laag geweest dat we woningen hebben kunnen toevoegen aan onze stad.

Wat is daar de verklaring voor en wat is het perspectief daarvoor? De voorzitter: De verklaring voor de lage woningtoename sinds de laagste sinds 2018 voor sociaal. De heer Uysal: Afgelopen jaar, ja. Afgelopen jaar in vergelijking met voorgaande jaren. De voorzitter: Gaan we naar de volgende. De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie vragen, maar moet ik er eentje op de reservelijst zetten dan, begrijp ik. Eentje die zag over op slide 20. Daar stond de verdeling per wijk in en hoe daar het plan was om daar op woningen in te zetten. En toen zag ik dat er in Dordt-West vooral ingezet wordt op sociale huur en echt de betaalbare woningen. Ik vroeg me af, is daar ook nog een inzet op andere segmenten? En ik vroeg me af, en dat is misschien een domme vraag, als we het hebben over de woonbehoefte, waar hebben we het dan over? Is dat gekoppeld aan de Dordtse vraag, Dordtse woningzoekenden? Of is dat de potentiële vraag in Dordrecht? De voorzitter: En dan bedoelt u ook van buiten Dordrecht? De heer Klerk: Ja. De voorzitter: De vragen zijn genoteerd. We gaan naar de heer De Feijter van ChristenUnie/SGP. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk om over dat laatste punt van de laatste slide te beginnen, de regionale samenwerking, dat die essentieel is. We hebben

25

natuurlijk ook de regionale bouwtafel. Ik ben benieuwd of daar wellicht wat meer over gedeeld kan worden, wat eventuele resultaten zijn die behaald zijn door middel van de bouwtafel. En het ging ook eerder over maatregelen die genomen worden om de betaalbaarheid in het oog te houden, waaronder de opkoopbescherming en antispeculatiebeding. Zijn er aantoonbare effecten van te benoemen en eventueel te delen met ons? Die twee voor nu dan. De voorzitter: En dan doen we er nog eentje en dan gaan we even tussendoor beantwoorden. De heer Groenewegen van Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Dank u wel. Er werden veel cijfers en grafieken gedeeld die gingen over gemiddelden, bijvoorbeeld dat we in Dordrecht een lager dan Nederlands gemiddelde transactieprijs hebben van woningen. Tegelijkertijd zagen we ook dat we, als je naar de mediaan kijkt, eigenlijk perfect in het midden liggen. Ik zou wel benieuwd zijn of we ook cijfers hebben die gaan over de mediane prijzen. Dat ging over meerdere grafieken. En ik moet ook even selecteren. Er was een grafiek over het saldo van de voorraad, met hoeveel woningen de Dordtse woningvoorraad per jaar is toegenomen. En ik vroeg me af of die ook per woningtype eventueel zou kunnen worden gedeeld. Want ik denk dat die er voor de sociale huurwoningen wellicht heel anders uitziet dan voor andere categorieën.

De voorzitter: We hebben acht vragen en ik heb steekwoorden ook genoteerd. We gaan eerst de beantwoording van deze acht vragen. En het is maar goed dat we het gelimiteerd hebben tot twee, want anders zouden we nooit meer rondkomen. Jullie hebben al een verdeling kunnen maken wie wat doet? Aan jullie het woord. Mevrouw Bruggeling: Over de verhuisketen, daar doen we onderzoek naar met zo’n verhuisketenonderzoek. Als het goed is die uw kant opgekomen. Dat is de laatste versie van wat we nu extra aan informatie hebben daarover. Over de aanpak in Dordt-West, daar loopt natuurlijk inderdaad gewoon een programma waar juist ook de insteek is om een wooncarrière voor mensen die daar wonen te realiseren. Daar zitten ook andere segmenten in. Over de effecten van opkoopbescherming en anti-speculatiebeding, nee, daar hebben we nu niet specifieke informatie over. Als u suggesties heeft hoe we dat zouden kunnen monitoren, graag, maar die hebben we op dit moment niet. Behalve dan dat eigenlijk onze logica is, en zo hebben we het aan u proberen uit te leggen, dat met relatief staafbare indicatoren, we juist hopen dat al die kleine instrumentjes ook in effect doorspelen juist op de grote lijnen monitoren met alle instrumenten die we inzetten, in plaats van juist elk instrument monitoren. Omdat uiteindelijk gaan we toch naar doel met zijn allen.

Hebben we cijfers over de mediaan? Nee, op dit moment niet. In een deel is dat natuurlijk gewoon omdat dit cijfers zijn die vanuit bronnen zijn waar dat ook niet bij beschikbaar is. In een deel van de gevallen is dat natuurlijk wel zo. Maar in ons geval hebben we vooral geprobeerd om te duiden wat het verschil is tussen Dordrecht en andere gemeenten en landelijk. Maar inderdaad, ik heb ook al aangegeven bij die woonquote bijvoorbeeld, dat daar echt wel grote verschillen in zitten in situaties tussen mensen. De heer Korteweg: Dan gaan we weer terug naar u. De netto toename, waarom die het afgelopen jaar lager was dan het andere, als ik hem goed begrepen heb. Dat is een enigszins flauw antwoord. De gegevens zijn nog niet definitief over dat laatste jaar. Er zal waarschijnlijk nog ietsje bijkomen. Dat heeft gewoon met bouwstromen te maken. We hebben een keer een topjaar gedraaid omdat er 333 woningen van het Leerpark bij zijn gekomen. Dat fluctueert soms en dat kan soms inderdaad honderden woningen schelen.

26

En we zitten ook wel in een tijd waarin het iets lastiger bouwen en realiseren is dan een aantal jaar geleden. Dat is een beetje samenvattend de drie hoofdredenen waarom dat iets lager uitvalt dan de voorgaande jaren. De woonbehoefte. Het RIGO-onderzoek is, ik zou bijna zeggen logischerwijs, een modelmatig onderzoek. Daar zit van alles in, een heel technisch verhaal. Ik weet zelf niet eens hoe dat helemaal in elkaar zit. Het is een Drechtstedelijk onderzoek, al die Drechtsteden zitten er sowieso in. En daar wordt rekening gehouden met migratiestromen. Uiteraard ook met andere demografische gegevens, zoals geboorte en sterfte. Het is een totaalpakket van, wat komt er binnen, wat komt eruit? Wat overlijdt er en wat wordt er geboren? Maar daar zit ook in, wat doet die huishoudensontwikkeling? Want het gaat niet om het aantal mensen, het gaat om het aantal huishoudens, want die hebben een woning nodig. En je ziet natuurlijk ook dat de gemiddelde huishoudengrootte steeds ietsje kleiner aan het worden is. En de verwachting is dat die verder gaat afnemen. Dat zit er allemaal in. Ja, daar zit inderdaad ook in van buiten. De voorzitter: Een aanvullende vraag. De woonbehoefte. De heer Klerk: Dank u wel. U geeft aan dat het ook over huishoudens gaat, maar we kennen bijvoorbeeld ook het fenomeen van kinderen die veel te lang bij hun ouders blijven wonen. Dat zijn ook woningzoekenden.

Ik vraag me dan af, zijn er cijfers bekend die echt op Dordrecht zien en de woonbehoefte hier ook, met name voor dit soort gevallen? De heer Korteweg: Die zitten nu met name, dit specifieke voorbeeld, kinderen die langer thuis blijven wonen inderdaad, in het actuele woningtekort. Die mensen hebben de behoefte om zelfstandig te wonen, kunnen die woning niet vinden. Dat is direct een actueel woningtekort. Die optelsom wat ik vertelde, actueel woningtekort, toekomstige behoefte. Dat bij elkaar is de totale vraag. Daar zit deze groep in, inderdaad. Dan heb ik er nog eentje. De voorzitter: Er is nog een aanvullende vraag hierop van de heer Uysal. De heer Uysal: Ik wist niet dat we mochten doorvragen. Toen mijn collega dat wel deed, wil ik ook gebruikmaken van die gelegenheid. U beantwoordt net mijn vraag over waarom het achterblijft, waarom die verschillen er zijn tussen de jaren met betrekking tot de toename van de woningvoorraad. Maar als je kijkt, u noemde het zelf ook, topjaar. Dat was 2023 met 680 plus. Maar dat was wel een uitzondering en vaak is het tussen de 200, 300 en 400. Maar u gaf net ook aan, in 2035 is het doel en de behoefte wel meer dan 10 duizend woningen. Dat betekent dat we per jaar 1000 woningen moeten toevoegen aan de voorraad.

Hoe ziet u dat voor zich? Mevrouw Bruggeling: We hebben hier geprobeerd te schetsen waar de gemeente invloed op heeft en een hele rits bestemmingplannen maken. En vervolgens ook de condities zo scheppen dat we ontwikkelaars verkrijgen dat ze daar op in willen zetten en corporaties. Maar u heeft zelf het initiatief genomen om daarover ook een rondetafelgesprek te organiseren. De voorzitter: De heer Gorter wil hier ook op doorvragen. De heer Gorter: Eigenlijk op de vraag die ook het CDA stelde. Het ging over die woonbehoefte. Ik weet niet of ik die vraag kan stellen, want die heeft daar wel een relatie mee.

27

De voorzitter: Het mag, maar als ik het als nieuwe vraag zie, dan heeft u er een verspild. De heer Gorter: Ik heb nog geen vraag gesteld. Dan stel ik hem toch. Dat gaat over die woonbehoefte. Ik ben heel benieuwd hoe dat vastgesteld wordt want u heeft het over betaalbare woningen. De definitie van betaalbare woningen is een woning die je kan betalen op basis van jouw inkomen. Dat geldt ook voor huizen van 600 duizend euro, dat geldt ook voor huizen voor 300 duizend euro. Hoe wordt die woonbehoefte vastgesteld? Kijkt men dan echt naar het inkomen en van wie? De heer Korteweg: Het zijn verschillende factoren. Een grote enquête en een landelijk onderzoek zit hieraan vast, zit hieraan gekoppeld. Het wordt geëxtrapoleerd naar de Drechtsteden en naar de afzonderlijke gemeentes binnen de Drechtsteden, inderdaad ook Dordrecht. En daar worden de woonwensen gekoppeld aan het inkomen. Het is niet zo dat je ze zegt, we gaan iedereen enquêteren, ik wil een villa met een zwembad. Want dat krijg je dan natuurlijk, dat wil iedereen wellicht wel. Maar dat wordt inderdaad gekoppeld aan inkomen wat je realistisch zou kunnen kopen. En we zien ook, want we hebben dit nagevraagd bij het RIGO ook, de antwoorden die gegeven worden, dat zijn niet de extreme gevallen van, ik heb een X inkomen waarvan ik nooit die villa zou kunnen kopen, maar ik wil wel graag die woning. Er zit een realiteitsgehalte in.

Ja, helaas wellicht, als je dat echt wilt, een villa met een zwembad. Maar ik noem het even als extreem voorbeeld om aan te geven hoe dit onderzoek werkt. Er zit een realiteitsgehalte in inderdaad, van hoe die enquêtes zijn opgesteld. De voorzitter: Wacht even. De aanvankelijke vraag was, zitten er ook externen meegerekend in die woonbehoefte, de niet-Dordtenaren? U heeft gevraagd, hoe wordt dat getal opgebouwd? Dat is toch echt wel een iets andere vraag. U heeft daar nu een doorvraag op dat kan, maar ik vind het wel een van de vragen al. Maar die doorvraag die kan en misschien dan straks daar ook nog. De heer Gorter: Voorzitter, daar heeft u gelijk in. Maar het ging wel om het bepalen van die woonbehoefte en hoe die vastgesteld wordt. En als ik het zo hoor, dan zou het betekenen dat die woonbehoefte die wij in Dordrecht hebben, de vraag dekt die we ook werkelijk in Dordrecht nodig hebben. We bouwen naar wat we nodig hebben, als we naar het inkomen kijken. De voorzitter: De technische vraag is, bouwen we wat er verwacht wordt dat we nodig hebben? De heer Korteweg: Dat is een lastige vraag. Want hier komen de plannen die er op dit moment liggen, of die corresponderen met de behoefte zoals die vastgesteld is in het woningmarktonderzoek. Is dat wat u bedoelt? De heer Gorter: Nee, mijn vraag was in relatie tot het inkomen.

Als er gekeken wordt naar het inkomen, want dat is die woonbehoefte, en als we daar dan op bouwen, dat zou betekenen dat we bouwen daar waar ook de vraag is, dat we de juiste woningen bouwen. Dat wil ik toch graag als bevestiging horen. Bouwen we de juiste woningen voor de Dordtenaren? De voorzitter: Kloppen de plannen bij het inkomen van de Dordtenaar?

28

Mevrouw Bruggeling: In principe is onze opdracht de woonvisie en daar zijn ook segmenten in opgedeeld. De voorzitter: We gaan niet conclusies trekken. U mag ook uw vraag stellen. Maar die visie is natuurlijk wel opgesteld naar behoefte. Maar u bent straks aan de beurt, of hoort die hier nog echt bij? De heer Damen: Ik wil daar graag op aansluiten, want in het RIGO-rapport wordt zelf aangegeven dat ze in het verleden vaak misgekleund hebben. Pagina 3, halverwege de pagina, schrijven ze zelf, in berekeningen, en dat waren berekeningen van RIGO, hebben ze voortdurend te weinig sociale woningen gebouwd of de vraag die te laag is ingeschat. Nu wordt er weer geconcludeerd dat er 2000 woningen tekort zijn, actueel tekort, orde van grootte, waarvan de helft sociaal. Tegelijkertijd krijg ik berichten dat er ieder jaar 1000 mensen zich opnieuw inschrijven voor een sociale huurwoning. Ieder jaar erbij. We zitten nu tegen de 20 duizend ingeschreven woningzoekenden. En dat zullen misschien mensen zijn die al een woning hebben. Zeg dat de helft daarvan niet beschikt over een woning. Maar dan kom je nog uit op 10 duizend huishoudens die zich ingeschreven hebben voor een woning. En nu krijgen we te horen dat de behoefte, de actuele behoefte, maar 1000 woningen is. Ik snap niet hoe dat gerijmd kan worden. Ik hoor daar graag een uitleg over.

De voorzitter: Een goede vraag denk ik, maar die parkeren we even, want dat is weer een andere vraag. We gaan eerst de rest afhandelen die al gesteld zijn. Ik heb hem genoteerd, er komt straks een antwoord. Ik heb nog één vraag openstaan, per woningtype, de saldovoorraad per woningtype. De voorzitter: Ik heb er nog een paar. Ook de inzet van de bouwtafel, saldo voorraad woningtype en inzet andere segmenten. De heer Korteweg: Ik ga beginnen met het saldo van de voorraad per woningtype. Woningtypen, dat hebben we niet. Die gegevens zijn te gedetailleerd en die hebben we niet paraat. Dat is het antwoord. De voorzitter: En die wilt u wel hebben, denk ik. De heer Groenewege: Niet paraat is één ding, maar zouden ze nog kunnen aangeleverd kunnen worden? Als u ze heeft voor één categorie, dan is dat ook al meer dan het generieke beeld. De heer Korteweg: We kunnen zeker gaan zoeken. De voorzitter: Toezegging is genoteerd. De heer Langenberg: Volgens mij nog één vraag rondom de bouwtafel. De bouwtafel, daar zitten de gemeente en de corporaties samen aan tafel. De winst is de inzichten rondom de vertragingen, rondom bouw of hoe het wel goed gaat.

Het leereffect, het ervaringseffect, daarin twee voorbeelden is bijvoorbeeld het parallel plannen, wat ook een landelijke systematiek rondom een soort projectenmethodiek, waarbij de verschillende fases tegelijkertijd of in ieder geval overlappend met elkaar door worden gepland, waardoor er een versnelling plaatsvindt. En een tweede concreet voorbeeld is bijvoorbeeld rondom het vastlopen bij Haaglanden, waarbij de natuurvergunningen vertragend een effect hadden. Niet zozeer om het inhoudelijke deel, maar het verwerken

29

van de natuurvergunningen. Dat pak je dan ook regionaal op. Dat zijn dan signalen die je dan regionaal ook ... De voorzitter: We gaan verder met vragen en we hebben er eentje van mijnheer Damen staan. Die moeten we wel ietsje technischer maken. En ik stel voor dat we als volgt de vraag stellen. We hebben een woonvisie die is vastgesteld en hoe kunnen we als raad zien of die woonvisie nog juist, aangezien we ook berichten horen dat er elk jaar 1000 meer inschrijvingen zijn en meer behoefte is aan sociale huur? Dan wordt die technisch, maar anders wordt het een mening. De heer Damen: Het is duidelijk zo dat er een discrepantie is tussen het aantal ingeschreven woningzoekenden en de actuele woningvraag zoals die in de voorliggende rapporten vermeld staat. 2000 woningen actueel woningtekort, waarvan 1000 sociaal. Daar is toch een discrepantie tussen. Dan is de vraag, waar zit het dan in? De voorzitter: En dan u gelijk nog een tweede vraag stellen. De heer Damen: De cijfers over de sociale huur die geven aan dat er iets van 1230 sociale huurwoningen in de afgelopen 7 jaar gesloopt zijn. Ik heb de bouwmonitor 2023 erbij gepakt, daar staat dat vanaf 2018 er ook nog eens een keer 870 woningen gesloopt zijn. Dat zijn doorgaans sociale huurwoningen, want we lopen eigenlijk alleen sociale huurwoningen.

Dat betekent dat we meer dan 2000 in de afgelopen periode, we kijken steeds terug vanaf 2018 in de stukken, sociale huurwoningen gesloopt hebben. Is het dan te verklaren dat er een veel groter tekort lijkt te zijn aan sociale huurwoningen dan de 1000 die we nu bouwen ter vervanging van gesloopte woningen? De voorzitter: Is het verklaarbaar dat het tekort veel groter lijkt te zijn dan wat we nu opnieuw te horen krijgen? U heeft de toelichting daar ook op gegeven en die eerste vraag ging over de discrepantie. Gaan we even door naar de heer Hartmeijer van de SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ook een vraag over definities van huurwoning in dit geval. Bij particuliere huur weten we natuurlijk dat er ook een stukje sociale huur bij zit. Andersom zie je bij corporaties ook een klein stukje middenhuur. En ik vroeg me af blijven die stukjes door de tijd ongeveer gelijk qua realisatie of zit daar een onzichtbare ontwikkeling in? En de tweede vraag is, in Dordt-West gaat het dan over realisatie betaalbare huur nog naast sociale huur. Wat verstaan we daar dan onder? De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de heer Wringer, Beter voor Dordt. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik heb één opmerking en één verzoek, en geen vragen. In de vorige sheet van de conclusies staat het Gezondheidspark en de Middenzone. Dat is volgens mij hetzelfde project. Dat was dan mijn opmerking.

Maar als we het over projecten hebben, vroeger, in de vorige raadsperiode, kregen we elk kwartaal een heel groot overzicht van alle bouwprojecten. En dat zag er dan zo uit en dat was ontzettend handig. Daar stonden alle projecten in in Dordrecht, in welke fase ze waren, hoeveel harde planvoorraad, zachte planvoorraad. En dat mis ik hier eigenlijk en dat zou ik … Ik hoef niet elk kwartaal te hebben, maar twee keer per jaar zou ik dat wel fijn vinden om dat overzicht te krijgen. En dat verzoek wil ik graag bij jullie neerleggen. De voorzitter: Het verzoek is genoteerd en daar zal straks ook even op gereageerd worden, of dat kan. Gaan we naar de heer Gorter. U mag nog een tweede vraag stellen.

30

De heer Gorter: Ik was er doorheen, voorzitter. U heeft mij duidelijk gezegd, het waren er twee. Daar hou ik me ook netjes aan. De voorzitter: Nee, ik had gezegd dat u een andere vraag stelde dan de heer Klerk en dat u vervolgens een doorvraag op uw eigen vraag stelde. U mag nog een tweede. De heer Gorter: Het is mij duidelijk. Ik laat het hierbij. De voorzitter: Dat is helemaal prettig. We gaan nog naar de heer Roggekamp van Gewoon Dordt. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik was heel blij met de vraag van de heer Klerk, want die kwam redelijk in de buurt met wat ik ook graag wilde weten. Maar wat ik dan wel zou willen weten over die woonvoorraad is waar het aantal woningen dan vandaan komt en de verdeling. Ik begrijp dat we dat hier niet kunnen krijgen, maar of het mogelijk is dat we inzicht kunnen krijgen hoe dat RIGO aan die getallen komt. En dan is het voor ons vooral interessant, wat is de behoefte voor de Dordtenaren, die mensen die ook thuis nog wonen en er niet uit kunnen? En wat is de verwachting dat van instroom, bijvoorbeeld uit Rotterdam waar we het vaker over hebben gehad, hiernaartoe komt? En het zou fijn zijn als we dat kunnen hebben voor een politieke sessie, want dan kunnen we daar wat over zeggen.

En daar wil ik dan ook meteen in hebben heel graag, of het mogelijk is, in het begin kaartje stond Dordrecht als een stad met een relatief lage prijs van woningen. Terwijl verderop zeggen we, we bouwen nog heel veel bij. Of die onderbouwing daar ook bij zou kunnen komen, omdat daar volgens mij een beetje een disbalans is. Als we al hele goedkope woningen hebben, waarom komen dan die nog juist in het advies erbij? Als u begrijpt wat ik bedoel. De voorzitter: De vraag is, als we al genoeg goedkopere woningen hebben of beter betaalbare woningen, waarom bouwen we daar dan juist nog veel van bij? Daar een onderbouwing van. De heer Roggekamp: Of daar die onderbouwing dan ook … En dat hoeft niet nu, dat kan dan voor dat we politiek gaan bedrijven, want dat is meer politiek. Tenminste, we hebben dit nodig om de politiek te kunnen bedrijven. De tweede vraag is de aantrekkelijke woonstad. En als wij met inwoners praten, gaat dat heel erg om dat punt waar we al relatief hoog staan. Het groen, bomen, veldjes in de buurt van de woningen. Maar als we kijken wat er nu gebeurt en waar wij heel veel klachten ook krijgen over voetbalveldjes die volgebouwd worden, hoeken van straten waar nu uitzicht is, zo meteen niet meer. Dan is onze vraag of met de doelstelling die er was, alleen maar verdichting, of dat niet ontiegelijk in conflict komt met elkaar.

En in hoeverre dat dat misschien ergens in uit te drukken is, dat we daarnaar kunnen kijken, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. We hebben weer acht vragen. We kunnen weer een rondje antwoorden doen. En ik zie dat er alweer een verdeling is gemaakt. Ik zie dat eerst het woord is aan mevrouw Bruggeling. Mevrouw Bruggeling: De vraag over het aantal woningen wat gesloopt is en wat juist wat ons betreft heuglijk is, is dat we nu eindelijk op het punt komen dat we meer woningen hebben toegevoegd dan dat er gesloopt is. Het saldo van sociale huurwoningen. De heer Damen: Ja, het laatste jaar. Maar de afgelopen 11 jaar niet.

31

De heer Korteweg: Dat klopt. We zijn nu die inhaalslag eindelijk begonnen. We zijn nu aan het inlopen. We hebben inderdaad de afgelopen jaren meer gesloopt dan toegevoegd. Er zit nu een kentering in en we gaan nu weer netto toevoegen, maar dat betekent compenseren van. De voorzitter: U mag er nog even op doorvragen. De heer Damen: Uit de cijfers blijkt dat er ongeveer 30 procent sociale huur nodig is om de bevolking te huisvesten. We zitten nu onder die 30 procent. Ik heb uitgerekend op basis van het RIGO-rapport dat we op de 29 procent betaalbare huurwoningen zitten, inclusief de betaalbare particuliere huurwoningen. Als je nu op de 30 blijft zitten ga je niks inhalen. Dan blijf je de achterstand in stand houden. Je loopt niet verder achteruit, maar je houdt de achterstand dan gewoon in stand. De heer Korteweg: Wij hebben gekeken inderdaad ook naar die particuliere huurwoningen specifiek. Daar komen we op 5 procent particuliere huurwoningen die op dit moment … Daar zit ook nog een vraag in trouwens, hoe zit die ontwikkeling van die huurwoningen? Daar komen we zo op. Ik kan dat trouwens ook wel meteen meepakken. Dit was bij het vorige RIGO-onderzoek 7 procent, dat is nu 5 procent geworden. We zien dat die voorraad particuliere sociale huurwoningen naar beneden aan het gaan is.

We zien ook een ontwikkeling dat veel, noem het beleggers van die particuliere huurwoningen, die woningen op dit moment aan het verkopen zijn en die belanden dan weer in de betaalbare koop. Dit terzijde. Maar opgeteld, als wij ernaar kijken, naar RIGO, komen we op 28 procent corporatie sociale huurwoningen plus 5 procent sociale huurwoning in de particuliere sector. Plus nog een x-percentage ongeveer vergelijkbaar, ook 5 procent, in de middenhuur sector. Dat zijn eventjes de kale, gortdroge cijfers zoals wij hem uit het RIGO-onderzoek destilleren. Dan hebben we een verschil van mening. Wij komen tot een berekening waarin er 5 procent sociale particuliere huurwoningen aanwezig zijn. De voorzitter: Misschien goed om, als er toch een vraag blijft leven, die even op schrift te stellen. Ja? Gaan we door naar de rest van de vragen. Mevrouw Bruggeling: De woonkwaliteit, waar conflicteert dat met het verdichten? Het is natuurlijk altijd een uitdaging, maar je kan ook heel veel kwaliteit toevoegen met verdichten, bijvoorbeeld doordat je dan ook een voorziening toevoegt, een huisarts, extra dingen waar de wijk ook naar vraagt. En het is juist inderdaad, misschien dat daarom ook processen soms wat langer duren, om zorgvuldigheid te betrachten samen met die bewoners.

Waar hebben zij ook behoefte aan om dan uiteindelijk wel te verdichten, maar op een manier dat iedereen er wat aan heeft? De voorzitter: Dan hebben we nog wat vragen openstaan. De heren Korteweg. De heer Korteweg: Ik heb nog de vraag staan inderdaad van inzicht in RIGO en vooral hoe RIGO aan deze getallen komt. Ik kan daarin eigenlijk maar één advies geven, RIGO zelf uitnodigen. Dit is een enorm technisch verhaal wat hierachter zit, wat niet mijn vakgebied is. En ik kan dit niet zodanig correct uitleggen als dat RIGO dit kan. De heer Roggekamp: Mag ik dan vragen om bij de tafel die er komt te kijken of RIGO uitgenodigd kan worden?

32

De voorzitter: Ja, dat wilde ik ook voorstellen. Dat zullen we aan het eind ook nog even erbij pakken. Volgens mij had ik ook nog een vraag staan over definities van de heer Hartmeijer en hoe dat in Dordt-West ook verder wordt vertaald. De heer Korteweg: Dan gaat het om de vraag van betaalbare huur, hoe vertaalt dat zich in Dordt-West? Wat die particuliere huur is die in Dordt-West wordt toegevoegd, of dat betaalbare particuliere huur is, als ik hem goed begrepen heb. De heer Hartmeijer: Omdat ik lees, er wordt sociale huur toegevoegd, maar een aparte categorie is dan nog betaalbare huur. Wat is dat dan voor huur? De heer Korteweg: Dat is ook weer een terechte vraag, hoor. Dat is een landelijke definitie. Dat is de zogenaamde middenhuur. Uit mijn hoofd was dat in 2024 1123 euro. Dat is dan weer het bedrag wat eraan vastzit en dat wordt dan beschouwd als betaalbare huur. Dat is de huur die na de sociale huur komt en voor de vrije sector. Die zit daar precies tussenin. En die zit nu volgens mij uit mijn hoofd op 1154 euro om, en nabij. Schiet me er niet op af, maar die zit ergens rond 1150 euro. Maar dat noemt men betaalbare huur. Of middenhuur, ja, zit in het midden inderdaad. Dank. Klopt. De heer Hartmeijer: Nog een andere vraag over die stukjes sociale huur bij particulier uur en het stukje middenhuur bij de corporaties.

Zie je daar een ontwikkeling in? Is dat bekend? De heer Korteweg: Ja, bij die corporaties gaat het echt om nog volgens mij en nabij de 200 woningen van de 15 duizend die niet in de sociale huur vallen. Volgens mij houden ze dit gewoon in stand en zijn er niet veel ontwikkelingen. Wat ze nu toevoegen is echt … We hebben nu een projectje gehad, volgens mij de Van Kinsbergenstraat, daar zitten dan weer van Woonbron 15 betaalbare middenhuur woningen in. Maar dit schommelt niet heel erg. Dat staat wel vast. En wat ik net al zei, die particuliere sociale huur, het blijft ingewikkelde materie met al die definities, daar is natuurlijk wetgeving op. Het puntenstelsel is uitgebreid van de sociale huur naar de middenhuur, zodat niet meer vanaf de sociale huur ongebreideld je zelf kan bepalen wat je aan huur vraagt. Er zit gewoon een puntensysteem aan vast. Tot een bepaald aantal punten zit je gewoon in de gereguleerde huur. Ook die middenhuur zit tegenwoordig in de gereguleerde huur. Dat hebben we af zien nemen van 2020 naar 2024 van 7 naar 5 procent. En de vraag is wat de toekomst gaat doen. Wat we nu als actuele ontwikkeling zien is inderdaad dat veel van deze eigenaren hun woningen aan het verkopen zijn. Je zou kunnen veronderstellen dat het wellicht nog afneemt, maar ik ga dat nu niet hard zeggen. Dat is te recent aan de gang, daar hebben het inzicht nog niet voor.

De voorzitter: En dan hebben we nog de vraag van de heer Wringer, of het mogelijk is om twee keer per jaar zo'n overzicht aan te leveren. De heer Wringer: Ik zou het verzoek willen doen om dat richting de politiek, richting de portefeuillehouder dat verzoek te doen. Want daar zit ook een prioriteringsvraag in. De voorzitter: We konden het niet goed verstaan. Ik in elk geval niet. De heer Wringer: Dan herhaal ik het even. De vraag is om dat in een andere setting bij de politiek te vragen, of die lijst aangeleverd kan worden.

33

De voorzitter: Maar het gaat om gegevens. Op zich is dat niet per se politiek. We gaan het even vragen. Komt goed. We gaan naar het laatste rondje vragen stellen en dan beginnen we bij de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: voorzitter, dank u wel. Ook bedankt voor deze presentatie. Ik heb een drietal vragen, maar ik stel de eerste twee even voor de zekerheid. Wij hebben vorig jaar om en nabij 48 miljoen euro subsidie ontvangen, lees ik. En dat hebben we natuurlijk zo goed mogelijk ingezet ten behoeve van betaalbaarheid van woningen. Is het mogelijk om wat nadere duiding te geven waar die 48 miljoen euro … Ik weet niet of dat exact vorig jaar al is uitgegeven, maar wat doen we zoal daarmee zodat die betaalbare woningen gerealiseerd kunnen worden? Dat is mijn eerste vraag. En mijn tweede vraag is, het komt weleens voor en daar hebben we het heel vaak met elkaar over, dat er bepaalde postzegels of plekken zijn in de stad waarvan in de planvoorraad is opgenomen dat er ooit eens gebouwd gaat worden, maar dat het zo lang duurt. Even om een voorbeeld te geven, rondom de Colijnstraat in Crabbehof, volgens mij zijn we daar al jaren aan het wachten totdat er woningen gebouwd gaan worden. Wat zit daar achter dat het zo lang duurt? Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Heldere vragen. Dank u wel. Gaan we naar de heer Stolk van de VSP. De heer Stolk: Voorzitter, dank u wel.

Wij hebben niet veel te vragen. Ik heb wel een vraag over alles wat er nu gemeten wordt is tussen de 2024 en 2035. En ik wilde eigenlijk weten, zijn er ook cijfers hoe het nu uitziet tot 2030? Want we hebben natuurlijk het rapport gehad van de visie en die loopt tot 2030. Mijn vraag is, is daar ook een status van? De voorzitter: U vraagt om een status van nu tot 2030? Dan gaan we naar de heer Kolkiliç van DENK. De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter. Ik heb één vraag. Er is behoefte aan 10.200 woningen gaf u aan, tot 2035. Hoeveel woningen zijn er ook eigenlijk concreet opgenomen in planvoorraad? Dan heb ik het over gewoon harde plancapaciteit ook. De voorzitter: Hoeveel woningen in de planvoorraad. We hebben vier vragen openstaan en ik zie dat u alweer klaarstaat voor de beantwoording. Mevrouw Bruggeling: Voor de waarom duurt de realisatie zo lang, daar wil ik ook weer naar die ronde tafel doorverwijzen. Dat zou een interessante zijn, om dat ook vooral met de partijen die daar ook mee te maken hebben te vragen. En de verkregen subsidies in de monitor die hebben we niet in de presentatie zitten. Maar in de monitor staat een tabelletje met wat meer uitgebreid per subsidie het bedrag en waarvoor dat is toegekend. Bij punt drie, in ieder geval. Pagina vijf, onderaan. Ik kan het wel een beetje voor u opsommen.

Er is dan een subsidie gekend voor onderzoek van woningbouw en richting de sociale woningbouw, verduurzamen. Wat ik eerder ook al als voorbeeld noemde. Een gebiedsbudget voor woningbouw, een woningbouwimpuls. De heer Gündogdu: Om het dan, voorzitter, als het mag, concreter te maken. Wordt het dan ook ingezet om die woningen echt wel betaalbaarder te maken of goedkoper te aan te bieden? Wordt het ook concreet daarvoor ingezet? De heer Korteweg: Jazeker, zou ik bijna willen zeggen. Veel van die subsidies zijn gekoppeld aan de voorwaarde dat er een x-aantal woningen, een x-percentage betaalbaar gerealiseerd moet worden. We krijgen die subsidie alleen maar als we al

34

zeggen, er moet een x-percentage betaalbaar gerealiseerd worden. We zijn het verplicht bij bepaalde subsidies. We hebben bijvoorbeeld een WBI-subsidie. Daar zijn we verplicht om in die categorieën te bouwen, anders krijgen we die subsidie niet en wordt hij ingetrokken. De heer Gündogdu: Voorzitter, en zonder die subsidies zouden we die betaalbare woningen niet kunnen realiseren? Is dat een goede redenatie? De heer Korteweg: Die gaat wellicht wat ver, maar dit maakt het een stuk makkelijker om ze te realiseren, laat ik het zeggen. Of minder moeilijk, zo kan je het ook zeggen. Het helpt ons in het realiseren om financieel de businesscase rond te kunnen krijgen. De voorzitter: En dan hebben we nog de vraag over de harde planvoorraad, hoeveel woningen staan daarin. De heer Korteweg: Ik heb hem even snel opgezocht. Wij hebben in de voorraad, moet ik even spieken, bijna 10.500 woningen staan. Dat is de totale planvoorraad. En daarvan zijn er een kleine 5000 in harde bestemmingsplannen. Van die ruim 10 duizend zijn er een kleine 5000 woningen opgenomen in vastgestelde bestemmingsplannen. Dat is dan de juridische term ervoor. De voorzitter: Daar heeft de heer De Feijter een doorvraag op. De heer De Feijter: Ja, sorry.

Dan direct even een vervolgvraag daarop, omdat in de toelichting bij de bouwmonitor die bij de stukken zit staat, op pagina twee is dat, dat over alle segmenten staan nu 6907 te realiseren woningen in vastgestelde plannen. Dat is een kleine 7000. Wat is dan het verschil met die 5000 die u zojuist noemt? De heer Korteweg: Dan wordt het heel complex. De monitor die uw collega daarnet liet zien dat is de voortgangsmonitor. Dat heeft met terminologie te maken. Daar komt dat getal uit en dat is een andere term van hard dan een vastgesteld bestemmingsplan. Dat is een plan wat alle gemeentelijke procedures doorlopen heeft. En daar zit het verschil in. De voorzitter: We hebben denk ik wel behoefte aan een verklarende woordenlijsten af en toe. We hebben ook nog de vraag van de VSP over de voorraad tot 2030. Of over de behoefte tot 2030. De heer Korteweg: Het vorige RIGO-onderzoek ging inderdaad over 2020 tot 2030.Waarom pakken ze die tien jaar periode? Met name omdat 5 jaar te kort is. Voordat een woning vanuit planvorming gerealiseerd is, zit je vaak al aan die 10 jaar. IN dit geval hebben we 11-12 jaar gepakt. Je kan simpelweg gewoon meer zeggen als je het over een lange periode doet. Als je het weer te lang gaat doen, zit er te veel risico in de prognoses. Maar doe je het te kort, dan ga je ook gegevens missen.

Dit is een volgens RIGO goede balans, een goede termijn, om je prognose op te voorzien. En dat was volgens mij ook nog een vraag, we hebben niet die gegevens tot 2030 op dit moment. De voorzitter: We gaan naar de ronde met de resterende vragen. Er komen wat vingers. De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, twee vragen. Eén, in het RIGO-onderzoek staat dat de woningbehoefte in de Drechtsteden tamelijk traditioneel zijn, maar bij die woonwens

35

wordt geen rekening gehouden met andere ruimtelijke ambities die we hebben. Maar daar wordt ook geconcludeerd dat de woningbouwprogrammering van Dordrecht om die reden dan niet volledig overeenkomt met dat woningbehoefteonderzoek. Kunt u dat nader duiden? Wat betekent dat precies en wat wordt daarmee bedoeld? Tweede vraag is, als we kijken naar de monitoring van de voortgang van woningen, dan zien we bij koop drie categorieën. Duur, midden en zogenaamd betaalbare koop. Als GroenLinks hebben wij al vaker voorgesteld om daar ook een categorie sociale koop op te nemen. Kunt u dat ook nu, maar ook bij de volgende monitoring, inzichtelijk maken? Sociale koop. De voorzitter: We gaan verder. De heer Gorter, u heeft nu nog een kans. De heer Gorter: Er kwam er nog eentje binnen. De woonvisie is in 2019 vastgesteld. Daar is de woonbehoefte op vastgesteld. Nu vraag ik mij af, is dat in beton gegoten voor de komende jaren of is daar nog een bijstelling mogelijk? Want ik kan me voorstellen dat inkomens veranderen en dat die woningbehoefte ook verandert. Ligt dat vast of is daar een bijstelling nog mogelijk? Vanuit de woonvisie. De voorzitter: Heldere vraag. De heer Groenewege. De heer Groenewege: Twee vragen.

Als we tot 2035, stel we voldoen als gemeente aan de gehele woningbehoefte, hoeveel inwoners hebben we dan in 2035? Is dat bekend? En de heer Klerk stelde een vraag over betaalbare woningen in Dordt-West. Toen werd er gezegd, we bouwen daar ook andere woningen om een wooncarrière mogelijk te maken. Maar toch stond die wel als focus, betaalbare woningen in Dordt-West. Ik ben benieuwd, wordt er in Dordt-West meer ingezet op betaalbare woningen dan in andere delen van de stad? De voorzitter: Ook een heldere vraag. De heer Klerk. De heer Klerk: Ik had nog even een verhelderende vraag bij een van de slides, slide 12. Dat gaat over de uitdagingen bij realisatie. En daar staat, de eerste bullet point is een stapeling aan onderzoeken. Waar moet ik dan aan denken? De voorzitter: Wat is een stapeling van onderzoeken, sheet 12. De heer Damen. De heer Damen: Het is misschien een vraag die we straks aan de corporaties moeten stellen, maar daar moeten ze zich wel op kunnen voorbereiden. Er staat nu bij sociale huurwoningen een beperkt aantal woningen die gerealiseerd zijn en heel veel woningen die in de harde planvoorraad zijn vastgelegd.

Maar is daarvan duidelijk of de corporaties die ook kunnen bouwen? Hebben ze daar de financiële mogelijkheden voor? Of wordt er net zoals bij de Thureborgh in Dordt-West het bouwen overgelaten aan particulier initiatief? En dat vraag ik met name omdat we op het Leerpark zien dat particulier initiatief dat kleine woningen bouwt niet altijd leidt tot succesvolle complexen. De voorzitter: Dat laatste stukje laten we er dan uit. Maar hebben corporaties genoeg financiën om te kunnen bouwen. Mensen, ik geef een winstwaarschuwing. We inventariseren de vragen nog, maar als ze niet meer allemaal beantwoord kunnen worden, dan gaan ze gewoon mee in een vragenrondje. Dan worden ze schriftelijk verder afgehandeld. De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Een van de oorzaken waarom er weinig of nog niet genoeg wordt gerealiseerd was onder andere financiële haalbaarheid. En ook dat

36

zelfs als de harde planvoorraad, alle vergunningen en dergelijke kloppen, dat toch nog de bouw stagneert. En er werd ook gezegd, de gemeente bouwt niet, de gemeente faciliteert. Nu is dat, Artikel 22 van de Grondwet, heeft de overheid wel een verantwoordelijkheid voor volkshuisvesting. En ik vraag me af, in het verleden zijn er constructies geweest, zoals de publiek-private constructies, zoals gemeenschappelijke exploitatiemaatschappijen, een juridische entiteit waarin overheden en private partijen samen woningbouw realiseren. Is er wel eens overwogen om naar deze vorm van constructie of eventueel publieke constructies, om toch die woningbouw te kunnen realiseren? Bijvoorbeeld op het Maasterras, een groot project. De voorzitter: En wordt er weer gekeken naar breder dan wat we gewend zijn en ook eigenlijk even terug naar het verleden. Kan ik dit even zien als de inventarisatie van de vragen? Dan gaan we zien hoever we komen. Ik laat u nog 5 minuten aan het woord en dan moeten we afsluiten.

Mevrouw Bruggeling: Ik heb maar één vraag. Over die stapeling van onderzoeken, ik heb slechts een korte inventarisatie bij mijn collega's gedaan. Ik heb niet een terdege bouwen, behalve dan dat zij dit herkenden als een van … Er waren zeven redenen die de NRC opsomden en deze drie waren voor hen het meest pakkend voor de Dordtse situatie. Maar het NRC-onderzoek heeft het een natuurlijk over natuuronderzoeken, stikstofonderzoeken, allerlei dingen die voorafgaand aan de bouw moeten plaatsvinden. De heer Korteweg: Dan pak ik hem over. De eerste die ik opgeschreven heb is, als we de woningvraag vanuit RIGO zien, hoe strookt dat met de plannen? Als ik hem goed begrepen heb, komt dat enigszins overeen. Als we gewoon puur naar de cijfers kijken, wat zegt RIGO qua segmentering? Wat zegt RIGO qua type woningen en wat zit er nu in de plannen? Dan komt dat logischerwijs niet 100 procent overeen. Anders gezegd, wat wij nu in de programmering hebben staan, komt niet overeen met RIGO. Dat zit hem in, in de programmering zitten andere typen woningen of de verhouding appartementen-eengezinswoningen is anders. Maar ook de prijssegmentering en de eigendomssituatie, dus koop-huur, is inderdaad anders. Er zitten discrepanties in de programmering vergeleken met het RIGO-onderzoek.

Mevrouw Bruggeling: Maar dat is ook consequent aan dat je inderdaad allerlei andere opgaven ook mee moet wegen in de stad natuurlijk. De heer Korteweg: Ja. Zoals die ruimte, zoals financiële haalbaarheid. RIGO zegt dat zelf altijd heel mooi volgens mij in het onderzoek ergens in het begin, deze behoefteraming is geen blauwdruk voor beleid. En daar zit natuurlijk wat in. Je kan het een-op-een overnemen, dan zal u dat als raad inderdaad vast kunnen stellen. Maar wat we nu zien is inderdaad dat die behoefte anders is dan wat we in de programmering hebben opgenomen. Dan hebben we nog vragen over woonwensen, of die kloppen bij de woningbehoefte. Hoeveel bewoners of inwoners we hebben als alle woningen worden gerealiseerd. Of Dordt-West een andere opbouw kent in wat daar wordt bij gepland, of de visie in beton is gegoten. De heer Korteweg: Ik ga ze proberen inderdaad. En ik roep uw hulp in als dat nodig is. wordt gevraagd of we ook de sociale koop in kaart kunnen brengen wat betreft de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/929/documents/44025