2.4 2025.07.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
De heer Burakçin: Voorzitter, toch nog even … De voorzitter: Een laatste dan, denk ik, wat dit onderwerp betreft. De heer Burakçin: Een laatste. Maar voorzitter, volgens mij stelt de VVD dit zelf voor, lastenverhoging. Ik heb uitgelegd hoe dat gaat. Dat is gewoon wat u zelf voorstelt. Maar ik heb nog steeds geen antwoord op mijn vraag, hoeveel asielzoekers slapen er momenteel in hotels in Dordrecht? De voorzitter: Momenteel in een hotel. Dat wilde ik ook nog zeggen. Die vraag was nog niet beantwoord. De heer Den Heijer: Op dit moment is het zo dat het COA hotelkamers boekt in Dordrecht. Dat zijn er tientallen. En of die voor asielzoekers of voor statushouders gebruikt worden, dat maakt voor ons principe niet zoveel uit. Want ons principe is dat die logiesheffing dan van toepassing is. En wat wij voorstellen, is dat je de vrijstelling, die nu in de verordening opgeschreven staat, dat je daarvan zegt dat je die schrapt. En dan kan mijnheer Burakçin ook weer allerlei dingen in het Rijk en het land erbij slepen, daar heeft de heer Burakçin het ook heel graag over in de raad. Terwijl ik zeg, die puinhoop kan ik niet zoveel meer aan veranderen. Onze stad beter maken en ervoor zorgen dat de speeltoestellen bijvoorbeeld behouden blijven in de wijken, daar ben ik verantwoordelijk voor, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Heijer.
Ik heb een vraag van mevrouw Nieuwland voor u. Daarna van mijnheer Aarden. En als die dan nog niet beantwoord is, heeft mijnheer Damen misschien nog een nieuwe vraag. Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Er is al het een en ander gevraagd over het COA. En ik zou er nog aan toe willen voegen dat we op dit moment ruimhartig betaald worden
22
door het Rijk voor de opvang van asielzoekers. Ik ben benieuwd of het inderdaad dan niet een soort van vestzak-broekzak gaat worden als gemeenten dit aan gaan passen, dat het Rijk denkt van, dan houden we dat eerst wel even in. Maar met dat ik even in die verordeningen zat te kijken, kwam ik iets anders tegen waarvan ik denk, dat ga ik nog even meegeven aan de VVD. In Dordrecht is het zo dat kinderen tot 18 jaar zijn vrijgesteld. En dat is echt afwijkend ten opzichte van wat ik bij veel Van der Valk’s heb meegemaakt met onze kinderen. Bijna altijd wordt het gewoon geheven, al vanaf 4, 5 jaar. Misschien dat we daar iets aan kunnen doen? Ik geef het maar mee. De voorzitter: Het was geen vraag, mijnheer Den Heijer, maar misschien dat u toch uw voordeel ermee kunt doen voor de dekking. De heer Den Heijer: Het is in de optelsom van gevangenissen tot aan leeftijdscategorieën. Wij staan open voor alle varianten, om ervoor te zorgen dat we daar op een verstandige manier ook die publieke zakelijkheid toepassen. Geen beletsel hoor. Totaal niet. De voorzitter: Gezamenlijk iets indienen. Mijnheer Aarden. De heer Aarden: Dank, voorzitter. Ik wilde toch nog even een verduidelijking vragen van de VVD. Want er staat, dit expliciet ook van toepassing te laten zijn op azc, et cetera, en andere tijdelijke verblijfsvoorzieningen.
Bedoelt de VVD hier dan ook het Leger des Heils, De Hoop en andere organisaties mee? De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Voor zover daar geen sprake is van een inschrijving, zou dat kunnen. Tegelijkertijd stelt het Tijk ook een aantal uitzonderingsgronden. En ik ben benieuwd of de specifieke doelgroepen waar u het nu over heeft daar niet onder vallen? De gemeentes hebben zelf wel de vrijheid om op een aantal andere aspecten af te wijken. En dat doet de gemeente ook. En daar is nu een aantal voorbeelden van genoemd. Daar heb ik een voorbeeld van genoemd. En daar zeggen wij van, kijk daar eens goed naar en doe daar een voorstel voor naar de raad. Betekent dat we dat voorstel ook zouden moeten bespreken als raad. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Damen. De heer Damen: Twee vragen, voorzitter. Geldt dit principe van die logiesheffing alleen voor mensen die niet zijn ingeschreven bij de gemeente? Zijn mensen in een azc niet ingeschreven bij de gemeente? Ik weet in ieder geval wel dat mensen in een huis van bewaring of een gevangenis ingeschreven zijn bij de gemeente, als ze langer dan drie maanden … De voorzitter: Even ordelijk. Mijnheer Damen maakt even zijn verhaal af. En straks mag u door de microfoon uw antwoord geven. De heer Damen: Tweede vraag is, er zijn bepaalde organisaties die ook een soort zakelijke heffing vragen aan vluchtelingen.
Dat zijn de mensen die vluchtelingen smokkelen uit hun land van oorsprong en de vluchtelingen voor heel veel geld
23
hiernaartoe laten komen. Vindt u niet dat u met dit voorstel een beetje afzakt naar het morele niveau van dat soort organisaties? De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Voorzitter, nee. De voorzitter: Dat was een makkelijk antwoord. Gaat u verder. De heer Den Heijer: Ik vervolg mijn betoog. Het gaat om tientallen plekken, nul bijdrage, terwijl de impact op onze stad en voorzieningen fors is. Komt bij dat deze hotelkamers ook niet beschikbaar zijn voor toeristen, mensen die bijdragen aan de lokale economie. En we hebben ook een tekort aan hotelkamers op dit moment in Dordrecht. Dat is dubbel onhandig, zeker als het college zegt publiek en zakelijk te willen opereren. We zien een kans. Schrap de vrijstelling. Het levert structureel extra inkomsten op. Geld wat we goed kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld die speelplekken in de wijken. Die plekken dreigen nu te verdwijnen. En laat iedereen bijdragen aan de stad waar ze tijdelijk verblijven. Dan hadden we nog een ander punt over de CPI. De afgelopen jaren, zien we vanaf 2014 dat er best wel flinke pieken zijn in de inflatie. Ik denk dat iedereen zich wel kan herinneren met corona, de inflatie, de oorlog in Oekraïne. Dan zie je dat dat soms piekt. In 2021 tot 5,1, 5,7 procent, 9,59 procent. Dat is bijna 10 procent. Dat zijn flinke pieken. En incidenteel is ervoor gekozen om bijvoorbeeld die 75 euro terug te geven.
Om toch te zeggen van, het begint wel de spuigaten uit te lopen. Maar ik ben ook benieuwd, en dat ken ik het liefst ook hier in de commissie, ik denk ook niet dat het makkelijk is, maar wij doen een worp van, zou je niet, als het boven bijvoorbeeld de 3 procent CPI is, met elkaar het gesprek moeten te voeren van, de inflatie is vrij hoog, maar dat geldt ook voor de boodschappen en bij de benzinepomp, voor gewoon onze inwoners. En als we die indexatie dan toepassen, ook automatisch, plus alles wat we daar nog bovenop willen stapelen aan lasten, ik kijk ook de heer Katif daar vragend op mee, wordt dat dan niet gewoon een beetje te veel voor de mensen? En we zien dat misschien nu niet aankomen, maar je kunt wel met elkaar zeggen, willen we daar eens een soort richtlijn, taakstelling, norm … We kunnen er allerlei woorden aan verbinden. Maar ik ben benieuwd hoe de rest ernaar kijkt. De voorzitter: Dat was gelijk ook uw afronding? Want dan ga ik naar mevrouw Van Vugt, die erop wil reageren. En daarna mijnheer ’t Lam. De heer Katif: Sorry, er werd een vraag aan me gesteld. Ik zou best de gelegenheid willen gebruiken om datgene wat ik in mijn woordvoering gezegd heb … De voorzitter: U mag heel kort nog iets daarvan zeggen. De heer Katif: Dank u wel. De voorzitter: Ik vatte het niet op als een vraag, maar meer als een … Zo ongeveer.
Als u nog per se de behoefte hebt, mijnheer … Niet? Dan ga ik naar mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Als je een bovengrens stelt aan die CPI, dan wordt dat eigenlijk een doel op zichzelf. En nu weet ik dat dat sterker leeft hoor
24
bij de VVD, maar is dat niet een verkeerde doelstelling? Stel dat je in zulke omstandigheden terechtkomt dat je daardoor nog veel meer moet gaan bezuinigen, dan zit je met die vastgestelde bovengrens. En dan komt het erop neer dat je op een ander vlak weer moet bezuinigen. Vindt u dat gewoon ook gewenst dat het op die manier gaat? De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Voorzitter, daar kan ik bevestigend op reageren, omdat wij denken dat je altijd terughoudend moet zijn waar het gaat om het verhogen van de lokale lasten. Zo kennen we het CDA overigens ook. Het is ook niet een partij die meteen die knop om wil draaien. Tegelijkertijd als we met elkaar niet een soort kritische grens bespreken, dan komt het wel voor dat … We zien de onzekerheden in de wereld, we zien dat er echt wel wat aan de hand is in de wereld. Dat is allemaal niet plezierig. Dat heeft zijn effecten ook op ons land, op onze stad. En het is zomaar niet uitgesloten dat we weer flink de inflatie in kunnen duiken. En de vraag is, willen we dan acuut reageren of gaan we met elkaar nu vooruit regeren en alvast bedenken van, wat doen we eigenlijk op zo’n moment, als het weer bijna 10 procent CPI is? En is het misschien ook niet beter om dat geld ergens anders vandaan te halen dan bij de inwoners? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, kort nog graag.
Mevrouw Van Vugt-Roose: Het klopt dat het CDA ook niet een partij is die zomaar aan de ozb-knop wil draaien. Daar heeft u helemaal gelijk in. Maar om het als doel op zich te zien, daar zou ik op dit moment echt nog niet in mee willen gaan. Om misschien op een bepaald moment bij een bepaald percentage het gesprek aan te gaan, dat vind ik wat anders. Maar om echt een bovengrens vast te stellen, dan draai je jezelf wel vast. En dat vind ik bepaald niet toekomstbestendig. De voorzitter: Duidelijk het standpunt van het CDA verwoord. Er was geen vraag. Dat hoefde ook niet. Het was een reactie. Mijnheer ’t Lam heeft misschien wel een vraag. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. Een grens stellen van 3 procent is duidelijk, denk ik. Maar als de inflatie hoger is, ontstaat er een probleem in de begroting. En dan moet je het geld elders vandaan halen, zegt de heer Den Heijer. Maar hij zegt niet waar. Als je die grens echt als gemeente gaat vastleggen, dan heb je denk ik op voorhand, zodra er meer inflatie is, weer een nieuwe bezuinigingsronde. Zie ik dat goed? De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ja, dat zou zomaar kunnen. En zeker waar je nu toch door tegenvallende rijksinkomsten die 17 miljoen moet gaan vinden, die we nu aan het zoeken zijn. En tegelijkertijd ook gewoon zelf te veel geld uitgeeft. Dat komt wel voort uit de jaren die er ook voorafgaand gepasseerd zijn.
En ons lijkt het verstandig dat je dan wel met elkaar kijkt of je opnieuw misschien ook weer eens een keer wat dingen tegen het licht aan kunt houden. Want er is door een aantal fracties bijvoorbeeld opgemerkt van, zijn de dingen die we nu voor een deel doen niet eigenlijk no-brainers? De heer ’t Lam: Voorzitter.
25
De heer Den Heijer: Hadden we dat niet allang moeten doen? Hadden we dat misschien eerder gedaan, dan hadden we destijds die CPI niet van 10 procent hoeven te hanteren. Dan had de VVD er als een juichaapje bijgestaan natuurlijk. De voorzitter: Vervolgvraagje, mijnheer ’t Lam. De heer ‘t Lam: Een helder antwoord. Ik geef de heer Den Heijer mee ook eens goed naar ons amendement te kijken, want wij maken in feite die keus nu al. Niet door een 3 procent te stellen, maar niet continu te blijven bezuinigen, hier wat af, daar wat af. Misschien kiest u dan een ander project. Maar gewoon een project eruit halen en zeggen van, streep eronder. Denk daar eens over na. De voorzitter: Hij is duidelijk. Daar gaat de VVD over nadenken. Mijnheer Van der Meer mag nog een vraag stellen aan de VVD en dan wil ik graag naar de volgende spreker. Korte vraag alstublieft, mijnheer Van der Meer, als het lukt. De heer Van der Meer: Aan de heer Den Heijer, of hij niet vindt dat als die inflatie hoger oploopt dat je dan een afweging moet maken tussen het belang van de lokale lasten laag houden, ook GroenLinks draait niet zomaar aan de knoppen voor lokale lasten, aan de ene kant en aan de andere kant de functies, de dienstverlening, de ambities die je als gemeente hebt? En dat zou, zoals ook nu, tot een keuze kunnen leiden dat je de lasten misschien toch een beetje moet verhogen. Een mogelijkheid.
Moet je die mogelijkheid niet openhouden? De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dat is de wat subtielere variant van wat de heer Burakçin zojuist zei. En toch kijkt u me met hele lieve oogjes aan of toch niet een beetje de belastingen weer omhoog zouden kunnen? Daar kijkt de VVD echt anders naar, voorzitter, zeg ik via u. En even terugkomend op hetgeen wat de heer het ‘t Lam zojuist stelde, kijken wij natuurlijk ook heel nauwkeurig naar gewoon een langdurige, meerjarige, financiële, degelijke begroting. En als je zegt, wij gaan als Dordrecht door met incidenteel geld stoppen voor structurele kosten die we maken, dat lijkt ons onverstandig. En daar ziet het voorstel van de heer ‘t Lam wel een beetje op. We gaan dat nog eens even heel kritisch bestuderen. Maar het is niet dat we nu per definitie denken dat we daarmee het ei van Columbus hebben gevonden. En als GroenLinks stelt, u moet daar een brede afweging maken, dat is altijd verstandig, ook bij de Kadernota en de begroting. Tegelijkertijd, als je als raad ook vindt dat we de last niet onevenredig hoog op moeten stapelen en we zien nu ook een lichte verhoging vanaf 2027, als dan op dat moment de inflatie weer 10 procent is en mensen dat ook op de mat erbij krijgen, dan vindt de VVD dat gewoon te veel. De voorzitter: Ik denk dat u dit duidelijk onder woorden gebracht hebt en al eerder ook.
Mevrouw Van Vugt mag nog een heel miniem vraagje stellen. En daar mag u een heel kort antwoord op geven. En dan wil ik echt naar mijnheer Aarden, want anders komen sommige partijen niet aan bod. Dat vind ik ook jammer. En u mag straks bij de koffie nog wel even elkaar wat toefluisteren. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Is de VVD het met me eens dat dit eigenlijk ten diepste een voorstel is zonder dekking?
26
De voorzitter: Mijnheer Den Heijer, u mag met ja of nee antwoorden, en een korte toevoeging. De heer Den Heijer: Ja, dat geef ik ruiterlijk toe, voorzitter. En daarom ligt er ook geen instrument nu op tafel. Dan zie ik dit eerder als een benen-op-tafel-sessie om eens te kijken met elkaar, hoe kunnen we hier in de toekomst beter mee omgaan? De voorzitter: Kijk, een mooi, eerlijk antwoord. Heel goed. De heer Den Heijer: Ik heb alleen nul op mijn rekest vanuit het CDA. En dat vind ik toch wel jammer. Maar goed, het is wel duidelijk. De voorzitter: Er is nog een week. Wie weet. Mijnheer Aarden, Partij voor de Dieren. De heer Aarden: Dank, voorzitter. Ik kan u tegemoetkomen door het lekker kort te houden vandaag. Over geen plafond bij rioolheffing, wij zijn groot voorstander van het principe, de vervuiler betaalt. En als er geen grens zit op de vervuiling, waarom zit er dan wel een grens op de kosten? Daar komt nog eens bij dat de bedrijven die veel lozen, het water van die bedrijven vaak ook nog eens extra vervuild is, wat de gemeente weer op meer kosten brengt om dat te reinigen. Het college heeft aangegeven dat ze het plafond van de rioolheffing willen aanpassen, maar ze geeft niet aan wat dat plafond dan moet worden. Aangezien wij van mening zijn dat het plafond opgeheven moet worden, zullen wij hier een motie over indienen. Dank. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Aarden.
Mijnheer Van der Meer wil op u reageren. De heer Van der Meer: Nee hoor. De voorzitter: U wil gewoon het woord eventjes? De heer Van der Meer: Ja. De voorzitter: Heeft u een heel lang verhaal? De heer Van der Meer: Verhaaltje. De voorzitter: Want ik heb sommigen nog helemaal niet gehoord. En als u het niet erg vindt, wil ik eerst eventjes de mensen die ik helemaal nog niet … Dat is waar. U hebt gereageerd. Maar als u het kort kan houden, als het enigszins kan. De heer Van der Meer: Voorzitter, er wordt op de gemeentelijke organisatie bezuinigd. Waar het gaat om efficiënter inrichten van processen, benutten van ICT en het verminderen van inhuur is dat natuurlijk prima, al hebben we het over het vaststellen van percentages en wat er genoemd is in de begroting al gehad, wat dat laatste betreft. Maar aan de andere kant krijgen we vaak signalen dat de organisatie onder druk staat, dat er personeelstekorten zijn waardoor zaken vertraging oplopen. We krijgen ook regelmatig signalen uit de samenleving dat er te veel regels en te ingewikkelde procedures zijn en dat de gemeente soms onvoldoende responsief zou zijn. Dat roept de vraag op of en hoe we door vereenvoudiging van regels en procedures zowel de relatie
27
met de burger kunnen verbeteren als meer ambtelijke capaciteit kunnen vrijspelen voor het ontwikkelen en implementeren van creatief, integraal en toekomstgericht beleid? Hoe kijken andere fracties en het college daartegenaan? En wij overwegen om het college ertoe op te roepen hier een verkenning naar te doen. Tegenover de moties over digitale veiligheid, zeker als die aangepast wordt, staan wij positief. En over de evaluatie van bezuinigingen hebben we al gesproken. En over andere moties wil misschien mevrouw Van Engelen nog een enkele opmerking maken. De voorzitter: Direct aansluitend dan mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, ik zal dat volgens de vergadernorm via interrupties doen. De voorzitter: Dank u wel. Dat is aardig. Ik ga even rondkijken. Wie van de fracties die nog niet aan het woord geweest zijn, omdat ze niet op mijn lijstje stonden, willen toch nog eventjes het woord? Daar is nu tijd voor. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik hoef niet echt per se het woord over alles wat er gepasseerd is, want ik denk dat dat door mijn vraagstelling soms ook al wel enigszins duidelijk is. Nog wel even een vraag over motie 2, Digitale veiligheid eerst. Ik begrijp dat die wordt aangepast. Ik weet niet wat de aanpassingen zijn.
Maar als er iets wordt aangepast, kan er dan ook gewoon worden uitgelegd wat er bedoeld wordt met gemeentelijke data? Dat wil ik in elk geval even meegeven. De voorzitter: Mijnheer Katif, daar weet u vast wel een antwoord op. De heer Katif: Dat wordt meegenomen. De voorzitter: Dat wordt in ieder geval meegenomen. Prima. De heer Katif: U wordt op uw wenken bediend. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Engelen, u wil? Dan mag u nu toch eventjes. En anders ga ik richting de wethouder. En die zal vast en zeker ook weer reacties oproepen. Maar als u even nog het woord wil, kort. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, het enige wat ik dan toe heb te voegen over het onderwerp stapeling lokale lasten, wat Beter voor Dordt heeft aangedragen, werd net een paar keer gezegd, de ozb-knop wordt graag verschoven door GroenLinks. En ik wil toch even hier zeggen, dat is niet de enige knop. En die beeldvorming de wereld inbrengen is wel erg mooi, maar er waren natuurlijk afgelopen periode ook een paar momenten waar we andere lokale lasten naar beneden konden brengen als raad. En daar hebben deze partijen dan weer niet aan meegedaan. Dat toch eventjes als herstelling. De voorzitter: Dank u wel. En daar wil de heer Kolkiliç op reageren.
28
De heer Kolkiliç: Voorzitter, dank u wel. Ik wil het even kort over digitalisering hebben. Daar staat een stuk ook in de Perspectiefnota over. Het college zet in op digitalisering van dienstverlening. Het is op zich begrijpelijk in 2025, maar wij verwachten gevolg voor mensen die niet mee kunnen. Dit voornamelijk ook omdat het college zelf aangeeft dat er momenteel een vertraging is met digitalisering en automatisering door een achterstand in de uitrol van een stabiel en goedwerkend IT-netwerk door een externe leverancier. Ik wil vragen aan de wethouder of dit niet intern geregeld kan worden? Ouderen, laaggeletterden, nieuwkomers of mensen met beperkte digitale vaardigheden dreigen hierdoor ook uitgesloten te worden van een recht op goede dienstverlening. Tweede vraag is of het college kan garanderen dat er een menselijke route ook zal overblijven? Nog een aantal moties waar ik op kan reageren. Motie M2 wachten we een nieuwe motie af. En M3 en M4 zullen wij steunen. Geen steun voor het amendement. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolkiliç. Als ik verder geen vingers zie, dan ga ik naar mijn buurman, wethouder Van der Kruijff. En dan gaat hij antwoord pogen te geven dan wel te reageren op allerlei uitgesproken woorden. En uiteraard mag u hem ook eventueel verduidelijkende vragen stellen. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter.
Ik denk dat het het makkelijkste is als ik gewoon maar in de volgorde ga, zoals die vandaag voorbij is gekomen. En dan begin ik maar bij het betoog van Beter voor Dordt rondom de externe inhuur. Daar kun je op heel veel manieren tegenaan kijken. We geven een groot bedrag uit, dat hij heeft u genoemd. En los van wat het precieze getal is, maar het is een groot bedrag aan externe inhuur. En tegelijkertijd kun je dan uitrekenen als dat 1 procent minder zou zijn, wat dan de besparing is. Maar daar gaat eigenlijk de redenering al mank, want op het moment dat we de externe inhuur besparen, zal nog altijd het werk gedaan moeten worden, en dan bij voorkeur door eigen medewerkers. Maar eigen medewerkers kosten ook geld. Die betalen we namelijk gewoon salaris en vakantietoeslag en we betalen ze door als ze ziek zijn, we betalen hun opleidingen, en ga zo maar door, en als ze op vakantie zijn. Er zal een verschil kunnen zijn tussen wat per jaar een externe kost en wat eigen medewerkers kosten, maar dat is natuurlijk niet 1 procent of een percentage van het bedrag wat je uitgeeft aan externe inhuur, want dat geef je dan uit aan eigen medewerkers.
En de systematiek van werken rondom personeel is dat we voor alle beleidsvelden en programma's die we hebben, daar is gewoon een begroting op, daar is een post op ook voor fte's voor medewerkers, niet in fte overigens, gewoon in euro's wat daaraan besteed kan worden. En dat is voor de budgetverantwoordelijken gewoon taakstellend om binnen budget te handelen. Waar budgetverantwoordelijken in beleid bezig zijn, moeten ze binnen dat budget hun werk doen. En als ze externen inhuren, betekent dat nog steeds dat ze binnen budget moeten blijven. En als ze het met eigen medewerkers doen ook. Neemt niet weg dat we heel veel ook zelf de ambitie hebben als college, dat heeft u gelezen. En ik kan u vertellen, voor ons is een ambitie niet iets wat je kwijt kunt raken of wat je kunt verlaten. Als we een ambitie uitspreken, is dat iets om naar te streven en niet om te verlaten. Voor ons de woorden taakstelling en ambitie zit wel een verschil tussen, maar niet in de mate waarop je erop inzet. Het verschil zit erin dat het college inzet op uitvoering van beleid en dat we daar de mensen voor moeten hebben die het moeten doen. En als we de mensen niet hebben, zullen we het beleid niet kunnen
29
uitvoeren. En dat zult u als raad waarschijnlijk ook niet accepteren. En dat proberen we zoveel mogelijk te doen met eigen mensen. En we weten allemaal de redenen waarom dat soms anders is. Soms heb je opeens een piek, want dan moet er tijdelijk iets gebeuren en dan is tijdelijk personeel vaak extern, zeker als het voor korte duur is. Soms heb je specialistische kennis nodig, en dan kom je ook bij externen uit. En soms is het ook gewoon dat er tegenslag is, dan valt er iemand uit door zwangerschap, door ziekte, door ontslag nemen. En dan moeten we tijdelijk iets. En dan huur je ook soms externen in, als de huidige krappe arbeidsmarkt het ons niet mogelijk maakt om het snel anders op te lossen. Vanuit de continuïteit houden we graag die wendbaarheid. Neemt niet weg dat we het helemaal met eenieder eens zijn en het ook zelf in de Perspectiefnota hebben opgeschreven. En ook de percentages die de heer Merx al eerder heeft genoemd, hoe je ziet dat de externe inhuur naar beneden gaat. Dat alles erop gericht is om dat zoveel mogelijk te doen. Maar dan wel in die volgorde. Beleid uitvoeren staat voorop en zoveel mogelijk qua middelen eerst met eigen personeel, en waar dat niet anders kan met externen. De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Ik hoor het betoog van de wethouder. Op zichzelf kan ik hem tot zover volgen.
Wat ik niet kan volgen, voorzitter, is dat voor mij niet duidelijk gemaakt wordt op de vraag, 1 procent van die … Laat ik zeggen dat we op 18 procent zitten dit jaar, of dit jaar 15 procent. Wat is dan als wij eens gewoon op 18 procent uitkomen? En ik ga het financieel niet maken. Ik wil het gewoon heel simpel, 3 procent omhoog, wat kost de gemeente dat? Wat zijn de kosten die daarmee gemoeid zijn? Dan kun je zeggen, wat u zegt is beleidsmatig. Dat snap ik. Uurtje, factuurtje. Vast tegen inhuur. Dat snap ik. Maar kunt u mij uitleggen als ik tegen u zeg, 1 procent bezuinigen, wat kost dat dan? Dat zou ik graag van u willen weten. Meer niet. De voorzitter: Een mooie technische vraag. De heer Van der Kruijff: Het is een technische vraag, waarvan de heer Katif zegt, daar heb ik geen antwoord op gegeven. En waar, als het goed is, technisch ook onderbouwd is waarom er geen antwoord op gegeven kan worden, omdat we niet weten als we een externe niet inhuren wat je dan een eigen personeel uitgeeft, exact. We hebben personeelsbudgetten. En daar sturen we op. De voorzitter: En daar zult u het mee moeten doen, mijnheer Katif. Gaat u verder, wethouder. De heer Van der Kruijff: Even kijken, voorzitter. Er waren nog een aantal andere moties, ook van Beter voor Dordt. Eentje over de Digitale veiligheid eerst, waar nog een nieuwe versie op komt. U weet, dat is niet mijn eigen portefeuille.
Ik spreek hier even namens collega Burggraaf. Maar daarvan heb ik begrepen dat de intentie is daar positief tegenover staat. En als u hem gaat verbeteren, zou die intentie alleen maar sterker kunnen worden. Maar dat gaan we dan meemaken als we de verbetering gezien hebben. Voorzitter, dan is er nog de motie, ook van Beter voor Dordt, over Evalueer de ombuigingen. We zijn het met u eens dat we de ombuigingen moeten evalueren. En we
30
zijn het ook eens met degenen die u daarop geïnterrumpeerd hebben die zeggen, u komt er wel wat te vroeg mee. Want ook wij zien het zo dat je inderdaad de ombuigingen gaat. Evalueren is altijd terugkijken op het moment dat je ze gerealiseerd hebt en kijkt of je het effect bereikt wat je wil. En dat heeft natuurlijk twee aspecten. Dat is de ene kant het financiële. Het is tenslotte een ombuiging. Vaak een bezuiniging. En aan de andere kant is het maatschappelijk effect. En dat zijn we ook van plan om dat te gaan doen. Maar zoals het nu allemaal in de motie staat qua tijdlijnen en hoe dat precies zou moeten, op dat punt zouden we als college deze motie willen ontraden. Dat hebben we natuurlijk ook vorige week op die manier gezegd. Maar we kunnen u toezeggen dat we bij de begroting van 2026, waarin de ombuigingen worden verwerkt, echt met een voorstel komen welke ombuigingen we specifiek willen en kunnen volgen. En laten we eerlijk zijn, welke ook niet. Dan hebben we het namelijk in ‘26 ook voorbereid. En daarom is het bij de Perspectiefnota ook te snel, want dan weten we dat nog niet. We gaan in ‘26 ermee aan de slag, maar bij de begroting van ’26, in het najaar, kunnen we dat met uw raad delen. En dan is het helder waar er sprake is van maatschappelijke effecten en dat ze moeten worden uitgewerkt.
En dan zal de raad ook nader worden geïnformeerd over de monitoring en de vaststelling van de betreffende begroting. Dat kunnen we doen op het moment dat ze gedaan zijn. Dat kan volgend jaar voor de dingen die al in ‘26 ingaan, de maatregelen. Een aantal maatregelen gaat ook in ‘27 in, zoals een aantal van u heeft aangegeven. En daar geldt eigenlijk hetzelfde verhaal, maar dan een jaar later, dat je dat dan bij de begroting van ‘28 doet, want dan kun je ze evalueren en kunnen we ze monitoren. En ons voorstel is, er is een hoop gesproken over bestuurlijke drukte en regels vereenvoudigen en niet te ingewikkeld maken en al helemaal niet extra personeel hoeven inhuren, dat we dat zoveel mogelijk in de P&C-cyclus willen inpassen. U krijgt dan ook een voorstel welke maatschappelijke effecten we voorzien aan het begin en aan het eind hoe we dat kunnen volgen en hoe we dat vormgeven. En een jaar later wat we zien hoe het gaat. En dat is dan de evaluatie en de monitoring. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel. Ik hoor P&C-cyclus. Uit welke P&C-cyclus hebben we het dan? Hebben we het over ’26, ’27? Ik wil even een jaar. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, de P&C-cyclus is elk jaar hetzelfde. En zoals we het hier aangeven, nemen we dat dan mee bij de begroting.
En dat zal in, moet ik het even goed zeggen … De voorzitter: In ’26, denk ik. De heer Van der Kruijff: In ‘26 is het aantal ombuigingen nog gering. En ze worden vanaf ‘27 geïmplementeerd. Daar kunnen we dan eind ‘27 voor het eerst iets wat over zeggen hoe we dat gaan doen.
31
De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Even een checkvraag. Heb ik de wethouder nu horen zeggen dat bij de begroting wat preciezer nog in beeld wordt gebracht wat de verwachte maatschappelijke effecten zijn van de bezuinigingen dan dat in de Perspectiefnota al is gedaan? De voorzitter: Kunt u dat bevestigen, wethouder? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, de heer Van der Meer zegt, de begroting. En dan hoort er wel een jaartal bij. De voorzitter: De komende, zegt de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: De komende begroting, bedoel ik. De heer Van der Kruijff: Dat kunnen we de komende begroting nog niet zeggen. We hebben u namelijk in de Perspectiefnota aangegeven dat we de maatregelen in ‘26 gaan voorbereiden en uitwerken. Dan zou het vreemd zijn als we dat in november ‘25 van tevoren al kunnen zeggen. De heer Van der Meer: Ik had het over de verwachte maatschappelijke effecten. De heer Van der Kruijff: Nee, want die horen bij de uitwerking. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer is het niet helemaal helder. Gaat u toch maar verder. De heer Van der Kruijff: Als het niet helemaal helder is, een aanvulling. U heeft bij een aantal ombuigingen gelezen dat we nog in overleg met de betrokken partijen gaan invullen. Dat overleg moet ook geweest zijn. En die invulling is ook bepalend voor wat de verwachte maatschappelijke effecten zijn.
Pas na dat overleg, wat ook gedurende ‘26 gaat plaatsvinden, kunnen we met de maatschappelijke effecten bij u terugkomen, nadat we ook met alle partners overlegd hebben. De heer Van der Meer: Dat overleg vindt pas in ‘26 plaats? De heer Van der Kruijff: Ik sluit niet uit dat we al gedurende ‘25 een eerste contact hebben met deze of gene instellingen. Sterker nog, die zijn er nu al, want die komen natuurlijk nu al met vele vragen op ons af. Maar wil het zodanig concreet zijn en richting krijgen dat we er iets zinnigs over kunnen zeggen richting uw raad, dan zijn we echt volgend jaar. Dat over de evaluatie van de ombuigingen. Dan het amendement van de SP, over wat nodig is voor een aantrekkelijke stad. Ik hoorde de heer ‘t Lam al beginnen, wat we nu doen, is helemaal niet aantrekkelijk voor de stad. Ik weet niet of u het letterlijk zo zei, maar zoiets heb ik hier in ieder geval voor mezelf opgeschreven. En dat zijn we voor een heel deel met u eens. Bezuinigen, hebben we vaak gezegd, doet pijn in de stad en is helemaal niet fijn voor de stad. Neemt niet weg dat we wel hebben gepoogd daar zo weinig mogelijk afbreuk aan te doen. Maar laten we inderdaad niet
32
gaan doen alsof ombuigen en bezuinigen aantrekkelijk zou zijn. Dat is het niet. Vervolgens is dan wel de vraag hoe je vooruit moet kijken. En wij hebben een aantal dingen voorgesteld. Een robuust financieel beleid. U noemde een heel aantal dingen op die voor vier jaar incidenteel gefinancierd zijn en die, als je niets doet, na ‘26 verdwijnen. Daar heeft u gelijk in. Maar daar zit een als in. Als je niets doet. Wij hebben als college niet gevonden dat we nu al een jaar of een half jaar, een klein jaar voor de verkiezingen nu moeten gaan besluiten of al dat incidentele beleid en al die politieke beleidskeuzes door deze raad moeten worden vastgesteld. Tot nu toe hebben we gekozen in het politiek akkoord dat voor vier jaar te financieren. Waar we wel een beweging op in hebben gezet, is om het meer mogelijk te maken, ik zeg niet helemaal mogelijk te maken, meer mogelijk te maken om volgend jaar afwegingsruimte te hebben op beleid. En wij vinden ook dat na de verkiezingen een nieuwe raad daar in positie moet zijn om de keuzes daarin te maken. Tot en met 2026 gaat het allemaal gewoon door en hoeft er niets afgebouwd te worden. En na de coalitieonderhandelingen, na de verkiezingen van maart ‘26 kunnen partijen en de raad vervolgens met elkaar besluiten wat in ‘27 gecontinueerd moet worden en wat niet.
En ik voel op een heel aantal punten persoonlijk met u mee dat je dat graag zou willen, maar dat is dan wel het collectief van de raad op dat moment. En anderen zullen daar misschien andere keuzes in maken, maar ook bepaalde dingen willen. En dat is dan ook aan de raad op dat moment. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam wil graag nog eventjes iets aan u vragen. De heer ‘t Lam: Dank u, voorzitter. In ons amendement, zeg ik richting de wethouder, geven wij wel aan wat er stopt na 2026, want dat is het uitvloeisel van het huidige beleid. En wij geven in algemene bewoordingen ook aan dat er belangrijke dingen zijn die je dan zou moeten voortzetten. Ik heb er een aantal genoemd. Maar in ons amendement noemen wij niet concreet de besluiten die je na ‘27 ook nu … We nemen nu geen besluit wat er na ‘27 moet gebeuren. We maken er alleen geld voor vrij, zodat de nieuwe raad ook alle kans heeft, in tegenstelling tot het college. Het college maakt niet echt geld vrij om na ‘27 dat huidige politiek akkoord voort te zetten. En door de keus die wij maken, is het ook mogelijk dat een aantal bezuinigingen nu niet nodig zijn, omdat je in één keer een bedrag in de algemene reserve kan storten, zodat de 1 procent weerstandsratio gehaald wordt en er ruimte ontstaat in de jaren ’25, ‘26 ’27. En je dan bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing niet hoeft te verhogen, je de ozb niet hoeft te verhogen.
Dat zijn keuzes die je maakt. Dat wil ik wel even meegeven richting wethouder. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer ’t Lam. Gaat u verder, wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, de heer ‘t Lam heeft geheel gelijk. Ik moet hem echt complimenteren voor het technisch zeer correcte amendement, want er is inderdaad niets op af te dingen in technische zin. Het kan op die manier. Dat kan overigens ook over een jaar. Dat kan ook een nieuwe raad doen, want dit kan je elk jaar doen, geld uit de reserves halen. Wat het college voorstelt, is minder vanuit reserves te gaan financieren, dat doet u nu juist wel op deze manier, en meer vanuit je reguliere inkomstenstroom. Oftewel de inkomsten en de uitgaven met elkaar in evenwicht te
33
brengen. En daar wordt ruimte voor gecreëerd. Nog niet voldoende ruimte, maar wel een begin. En een ander punt, dat is een technisch punt, op een gegeven moment ook de provincie als toezichthouder er wat van gaat vinden als wij de begroting op lange termijn allemaal kloppend gaan maken door reserves in te zetten. Want ook een provincie ziet erop toe dat op een structurele manier inkomsten en uitgaven met elkaar in balans worden gebracht. De voorzitter: Mijnheer ’t Lam gaat u nog een keertje wat vragen. De heer ‘t Lam: De wethouder zegt, je moet in de toekomst wat minder uit reserves financieren. Maar dat betekent dan dat de wethouder ervoor kiest, als we in 2027 een aantal dingen willen voortzetten en we die niet uit reserves halen, de lokale lasten verder omhoog moeten of er verder bezuinigd moet worden. En wat de provincie betreft, het amendement is door de ambtelijke dienst ook voorgelegd aan de provincie. En we nemen een zinsnede op om datgene wat de provincie verlangt vast te leggen in het amendement wat nog verspreid gaat worden morgen. De voorzitter: Wethouder Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, die zin heb ik niet gezien, maar die gaan we dan op enig moment wel lezen. De voorzitter: Mijnheer Damen heeft ook nog iets. De heer Damen: Voorzitter, er is ook een grijs terrein.
En dan gaat het om belangrijke investeringen die we bijvoorbeeld rond het Maasterras doen. Niet voor het Maasterras zelf, maar aanvullende of noodzakelijke investeringen. Die zouden we in een keer kunnen afboeken op de reserves. Maar waar we voor kiezen, is om die investeringen af te schrijven in de loop van de jaren, als structurele kost in de begroting op te nemen. Dat is een keuze. Je kunt het één doen. Je kunt het ander doen. Dat scheelt wel 2 miljoen aan bezuinigingsmogelijkheden. We moeten meer bezuinigen. De voorzitter: Wilt u iets vragen aan de wethouder? De heer Damen: Ja. Heeft het college overwogen om in een keer af te schrijven op de reserves bij dit soort investeringen? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, voor je het weet, gaan we het nu over het Maasterras hebben. Laten we dat niet te lang doen, maar dit even als voorbeeld. Bij het Maasterras, ik ga het er verder niet over hebben, weten we met zijn allen dat het uiterst ingewikkeld was en ook veel vragen om dat financieel allemaal mogelijk te maken. Daar zijn ongeveer alle opties over tafel gekomen. En deze optie is eruit gekomen en gekozen.
34
Voorzitter, en tenslotte ligt er natuurlijk ook een hele grote politieke keuze aan ten grondslag, aan het amendement van de SP, namelijk of je de middelen die voor Stadspark zijn gereserveerd inderdaad hieraan wil besteden of dat je het belangrijk vindt om ze voor Stadspark te reserveren, omdat je dat ook een hele waardevolle investering vindt. Daar zijn opvattingen over. In ieder geval heeft het college in deze de uitspraak van de raad gevolgd, die de middelen heeft gereserveerd voor het Stadspark. En heeft zich niet vrij gevoeld die opeens voor iets anders in te zetten. Voorzitter, dan het punt rondom de logiesheffing voor asielzoekers, statushouders, het COA. Er wordt van alles en nog wat genoemd. Om te beginnen, er zijn een heel aantal inwoners in Dordrecht, zoals statushouders, zoals Oekraïners, en ik denk vanaf volgend jaar ook asielzoekers, die worden gewoon ingeschreven in de BRP, de Basisregistratie Personen. En voor al die personen is het om die reden ook niet mogelijk om logiesheffing te gaan heffen, want dan zou je dat voor iedere inwoner van Dordrecht kunnen doen die hier ingeschreven staat. U weet voor de Oekraïners, laat ik dat voorbeeld nemen, dat ons inwoneraantal daardoor ook gestegen is. Dat heeft u in een aantal raadsinformatiebrieven wel teruggezien. Daar zie je dat effect. En dat zal op enig moment, als hier asielzoekers zijn, ook gebeuren.
Daar zie je het inwoneraantal door stijgen, want ze worden ingeschreven. Dat betekent overigens dat de gemeente daar ook extra middelen op binnenkrijgt, want we hebben extra inwoners. En u weet dat bij het gemeentefonds dat een van de indicatoren is waarop de toelage aan de gemeente via het gemeentefonds wordt bepaald. Wij krijgen al extra middelen binnen. Overigens wil ik ook aangeven dat de huisvesting in het azc door het COA de gemeente niets kost, want het is allemaal op rekening van het COA. En wij betalen daar niets aan. Die werd al een beetje tussendoor gezegd, het gaat ten koste van voorzieningen. Ik weet niet op welke u doelt, want wij betalen in ieder geval niets daaraan. Het gaat niet ten koste van voorzieningen of geld wat wij anders hadden betaald aan voorzieningen wat we nu hieraan betalen, want dat is niet zo. En voor Oekraïners geldt hetzelfde. Sterker nog, u weet, daar hebben we tot op heden heel veel geld aan overgehouden en hebben we nu een reserve ontheemden van ergens tussen de 20 en 25 miljoen staan. Dat heeft ons geen geld gekost, maar hebben wij een reserve van gevormd om dit allemaal goed te kunnen doen. Het enige wat technisch zou kunnen, heb ik begrepen, is logiesheffing heffen voor statushouders. Overigens niet voor asielzoekers, want in hotelkamers verblijven geen asielzoekers. Die hebben ook helemaal geen verblijfstitel. Dat mag ook niet.
Maar statushouders hebben een verblijfstitel en mogen door het COA gehuisvest worden in hotelkamers. En dat doet het COA ook weleens bij hoge nood. Omdat, zoals u weet, de azc's overvol zitten en ze daar ruimte nodig hebben, worden weleens tijdelijk statushouders die nog niet geplaatst zijn door een gemeente in een hotelkamer gehuisvest. En technisch is het mogelijk daar logiesheffing voor te heffen. De modelverordening van de VNG sluit dat uit. En wij hebben ooit die modelverordening in Dordrecht gewoon hier opgeschreven en toegepast. Daarom gebeurt het niet. Maar het staat de raad vrij om dat anders te doen. Dat is een politieke keuze. En die kunt u overwegen, als u dat zou willen. Ik geef wel mee dat u ook nog zou kunnen overwegen, maar dat laat ik aan uw politieke keuze over, dat een aantal gemeenten, waaronder ook Dordrecht, fors achterloopt op de taakstelling van het huisvesten van statushouders. Wat betekent dat de azc's overvol zitten. En vervolgens het COA op hun kosten die mensen in hotelkamers huisvest.
35
Of omdat wij met zijn allen achterlopen in het huisvesten, zou moeten betekenen dat het COA extra logiesheffing moet gaan betalen omdat zij dat op hun kosten voor ons oplossen. Maar goed, dat geef ik dan maar als dilemma’s aan uzelf mee. De voorzitter: Mijnheer Burakçin heeft nog een vraag voor u. De heer Burakçin: Toch nog een korte vraag. Het is inderdaad een politieke keuze, en dat snap ik volledig, maar ik zou toch graag van de wethouder willen horen of dat hij dit wenselijk acht, ook mede wat ik zojuist zelf zei, omdat we gewoon achterlopen op de taakstelling en dat soort zaken? De voorzitter: Wethouder. De heer Burakçin: Het is ook gewoon een noodoplossing. Wat vindt het college hiervan? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, het college heeft het op die manier nog niet uitgebreid besproken en is uitermate benieuwd naar de opvatting in de raad erover. De voorzitter: Kunt u, wethouder, richting een afronding? Want de klok vraagt daarom. De heer Van der Kruijff: Ja. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: Maar de heer Den Heijer ook vanwege dezelfde reden. Mijnheer Den Heijer, graag kort. De heer Den Heijer: Ik vond het een volstrekt heldere uitleg van de wethouder. Waarvoor dank. Het blijkt dat het technisch mogelijk zou zijn voor hetgeen wat het COA doet met statushouders in hotels.
Op dat punt voelen we ons gesterkt om inderdaad dit voorstel op dat punt op die manier ook zo te verwerken. En tegelijkertijd spreekt de wethouder over bewoners- of inwonerstijging. En dat is een flink aantal ook, in dit geval. Zijn deze extra middelen ook al opgenomen in de meerjarenbegroting? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, het is een gewetensvraag. Dat zou ik 1, 2, 3 niet weten, maar dat kan ik wel voor u nagaan, als u dat graag wilt. De voorzitter: En dan krijgt u antwoord … De heer Den Heijer: Voorzitter, ik stel deze vragen gewoon even technisch dan aan de wethouder. De heer Van der Kruijff: Doet u dat. De voorzitter: Helemaal goed. Kunt u tot een afronding komen, wethouder? De heer Van der Kruijff: Ja. Voorzitter, de volgende vragen kunnen vrij kort. Er was nog vanuit de Partij van de Arbeid over de vrijwilligersorganisaties met een subsidiebedrag
36
tot 50.000 euro. Wat wij zien, is dat de meeste kosten die organisaties maken loongerelateerd zijn. En wat je bij de vrijwilligersorganisaties ziet, die hebben nauwelijks of geen mensen met lonen in dienst. Daar speelt de stijging ook niet hard. Maar uiteindelijk is ook dat een politieke keuze. Wij denken dat 10.000 een goede keuze is. Maar als je dit zou doen, is voor ons uitgerekend, dat dan weer wel technisch, dat u ongeveer 33.000 zou mislopen qua ombuiging. Dan moet er wel een alternatieve dekking voor gevonden worden. Voorzitter, dan GroenLinks. Die vroeg naar minder procedures. We doen niet anders, heb ik van mijn collega's begrepen. Die zitten vooral rondom de Omgevingsdienst en de regelgeving en veiligheid. En u weet waar allemaal procedures voor gelden. U mag een oproep doen, maar ik denk niet dat ze harder gaan lopen, want ze lopen al een heel hard om dit voor elkaar te krijgen, heb ik van hen begrepen. Qua stapeling van lokale lasten, ik heb de bedragen hier staan. Ik zal ze nog even opzoeken. Ik weet niet of u nog een rondje je wil doen of dat u zegt, we zitten aan het eind van de tijd, dan zorg ik dat ik de goede bladzijde voor me heb en zal ik straks nog even zeggen dat dat allemaal reuze meevalt. De voorzitter: We zitten bijna aan het tijd van de tijd. Nog een minuut of 2, 3 en dan wil ik gaan afronden.
De mensen die nog vragen wilden stellen, we krijgen gewoon een tweede termijn in de raad. Spaar ze op en doe dat daar. En dan kan de wethouder vervolgens in zijn tweede termijn daarop reageren. Houden we nog wat over. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, nog 1 zin, want dat zijn maar 2 woorden. Was de vraag van DENK rondom digitale bereikbaarheid. Dat heeft wat vertraging met de externe leverancier opgelopen, maar dat gaat weer beter. En we hebben altijd nog de telefonische bereikbaarheid van 14078, zoals u weet. En bellen blijkt iedereen te kunnen. De voorzitter: Dat was hem. Dat valt mee. Ik zag u nog scrollen. Ik dacht, er komt nog wat. Mijnheer Damen, als uw vraag heel kort is en er kan een kort antwoord op komen, kan hij nog. De heer Damen: Heeft de wethouder informatie over hoeveel mensen er in dienst zijn bij vrijwilligersorganisaties? En gaat dat dan niet vaak om een figuur die lastige administratieve klusjes moet doen? De voorzitter: Wethouder, weet u dat? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, in het voorstel van het college staan natuurlijk de vrijwilligersorganisaties met een budget tot 10.000 euro. En dat zijn de organisaties die doorgaans helemaal op vrijwilligers draaien. De voorzitter: Was uw vraag net zo kort, mijnheer Van der Meer? Dan kan die namelijk nog net. De heer Van der Meer: Wij hebben vanmiddag een interessant werkbezoek aan handhaving gebracht.
En wat mij daar opviel, is hoe ontzettend veel regels en hoe ontzettend veel administratieve lasten die organisatie heeft. Dat lijken mij toch dingen, vraag ik aan de wethouder, waar best wat meer aan zou kunnen gebeuren. De voorzitter: Wethouder.
37
De heer Van der Kruijff: Voorzitter, diezelfde frustratie hebben we, denk ik, in het college ook, maar dat wordt wel heel grotendeels ingegeven door landelijke regelgeving en niet door onze lokale eisen die we stellen. Maar goed, als u daar andere opvattingen over hebt, dan moet u dat vooral een keer met mijn collega's aangaan, want die zitten er veel dieper in dan ik. De voorzitter: U had nog een antwoord gevonden, zie ik. De heer Van der Kruijff: Ik heb een antwoord gevonden op de vraag over de lokale lastendruk. We zitten in Dordrecht sowieso relatief laag. De laagste in ieder geval in de Drechtsteden. Ik heb nog een paar rankings. Die zal ik u even besparen. Het effect van de verhoging. De afvalstoffenheffing gaat 2,27 euro per jaar per huishouden omhoog. Of dat veel of weinig is, laat ik aan u. Ik vind het weinig. En de ozb extra verhoging, de 1,33 procent extra, betekent 4,60 euro gemiddeld per jaar per huishouden. In de optelsom hebben we het ongeveer over een kleine 7 euro stijging, boven op de index. De voorzitter: Dank u wel. Beste mensen, wij hebben een boeiende eerste termijn achter de rug. Waarvoor dank. De wethouder heeft gereageerd. En volgende week dan gaan we het afronden met een tweede termijn. Mijnheer ‘t Lam gaat zijn fractievoorzitter vast en zeker goed trainen, zodat hij het amendement met verve kan gaan verdedigen. We zien er al naar uit.
Ik vraag eenieder om, als hij hier niet terugkomt, zijn emballage, zoals dat deftig heet, mee te nemen naar de juiste plaats en het daar achter te laten. Afvalscheiding gaat in Dordt niet helemaal goed, maar jullie gaan het goede voorbeeld geven, hoop ik. En voor degenen die nog terugkomen, tot straks. En de anderen, fijne avond nog. Ik dank u allen hartelijk voor uw inbreng. 4. Vaststellen Perspectiefnota 2026 (raadsvoorstel) i.c.m. RIB over Verantwoording proces Ombuigingen (raadsinformatiebrief) Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. In ’t Veld (VSP)
38
Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouder: wethouder T. de Jonge, wethouder M. Merx De voorzitter: Goedenavond, beste mensen, ik constateer in ieder geval dat er een quorum is. Dat is fijn. Meer dan negen fracties. Ik heet hartelijk welkom de raads- en commissieleden en de aanwezige portefeuillehouders, meervoud deze keer. Welkom de ambtelijke ondersteuning en alle andere mensen die hier fysiek aanwezig zijn en uiteraard ook de mensen die thuis meekijken. Voor het verslag vraag ik eenieder zich kort voor te stellen. En ik ga deze keer linksom. Ik begin met mevrouw Vermeulen. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Groenewege: Pieter Groenenwege, Partij voor de Dieren. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Van der Meer: Frans-Bauke Van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks. De heer Merx: Marc Merx, wethouder.
Mevrouw De Jonge: Tanja de Jonge, wethouder. De voorzitter: Mijn naam is Leen Struijk, en ik ben vanavond uw voorzitter. Vorige week hebben de fracties hun algemene beschouwingen bij de Perspectiefnota uitgesproken en hier en daar al wat moties en amendementen ingediend. Vanavond gaan we hier in deze oordeelsvormende commissie dieper op in. Geldt ook voor aanvullende onderwerpen en nieuwe concept moties en amendementen die fracties tot en met gisterochtend konden
39
aanleveren. Op het dagschema bij de stukken van vanavond vindt u al die onderwerpen. En vast en zeker is dit alles u bekend. En u weet, wij gaan ons nu bezighouden met de dingen die horen bij het Begrotingsprogramma Groen, Duurzaam en Ruimtelijk Dordrecht. Vandaar dat deze twee wethouders aan mijn rechterhand zitten. We doen vanavond één termijn van de fracties en vervolgens één termijn van het college. En in de raad van volgende week wordt de behandeling van de Perspectiefnota afgerond. Ik heb een plannetje gemaakt, samen met de collega naast me, hoe we het gaan aanvliegen. Zojuist kreeg ik een andere tip. Maar na overleg hebben we toch besloten het eventjes op mijn manier te doen, op onze manier, omdat ik zie hier nogal wat welbespraakte mensen zitten. En ik ben bang als we dan twaalf onderwerpen één voor één gaan bespreken dat het heel erg laat gaat worden. En ik zie heel wijs, mijnheer Van der Meer is heel wijs, die zie ik knikken, instemmend. Als hij knikt, dan heb ik een goede keus gemaakt. Ik heb vier namen van fracties op mijn lijstje staan die in ieder geval moties, amendementen of andere onderwerpen ingediend hebben. En dan heb ik steeds degene die als eerste genoemd werd maar als de indiener genoemd. En dat betekent dat ik vier fracties achtereenvolgens het woord ga geven.
En die fractie kan dan, en ik hoop niet al te uitvoerig, gewoon het rijtje waar zij aandacht voor willen op gaan noemen. Als eerste zo meteen ga ik de VVD het woord geven. Daarna GroenLinks. Dan Beter voor Dordt. Dan Partij voor de Dieren. En uiteraard mag u interrumperen. En ook als u niets ingediend heeft, kunt u, nadat deze vier partijen geweest zijn en het nog geen middernacht is, ook nog een woordvoering aanvragen. Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Bedankt, voorzitter. Even voor de goede orde, wij hebben ook een motie ingediend over dagrecreatieterrein. De voorzitter: Dat is er later bijgekomen. U heeft gelijk. Ga ik u als vijfde erop zetten. Komt helemaal goed. Daar stonden stippeltjes en daar ga ik nu CDA invullen. Helemaal goed. Die stond met rood. Die is er later bijgekomen. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kuhlmann.
De heer Kuhlmann: Rondom uw ordevoorstel, is het zo, zoals u het voorstelt, dat de partijen die een motie hebben ingediend en die dan in de eerste ronde aan bod komen, in die ronde ook enige gelegenheid hebben om eventueel iets te zeggen over andere moties, of is dat in een aparte ronde? De voorzitter: Nee. U mag dat alvast meenemen. Als u begint, dan mag u ook best wel wat vertellen alvast over de taakstelling Biesboschcentrum. Maar als u zegt, dat vind ik eigenlijk helemaal niet leuk als die partij het nog niet gedaan heeft, mag u er ook mee wachten. En dan kunt u, als mijnheer Van der Meer bijvoorbeeld of mevrouw Van Engelen dat gaat vertellen, uw vingertje opsteken als u het ergens niet mee eens bent. En dat zal vast en zeker een keer gebeuren. Kies maar hoe u het wilt doen. U mag u beperken tot uw eigen ingediende onderwerpen. Als we maar een beetje de vaart erin houden, het vooral een beetje leuk is en er ook nog wat tijd overblijft voor de wethouders. Handenwrijvend, mijnheer Kuhlmann heeft er zin in. Let’s go.
40
De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben een aantal onderwerpen. Om te beginnen de herten en de andere dierenparkjes hebben we een motie voor ingediend. Het is eigenlijk heel simpel, vrijwel iedereen in Dordrecht geniet daarvan. Die willen we heel graag behouden. En daarom deze motie, om te zorgen dat ze niet op een reservelijst staan. Uiteraard ook niet op de lijst met maatregelen. Maar dat we gewoon daar nu zekerheid voor geven voor de hele stad, dat die maatregel niet wordt genomen en dat de herten, de dieren in het Wantijpark, dieren in het Dubbelmondepark gewoon daar nog jaren en jarenlang kunnen blijven staan. Dat is die motie. Ongetwijfeld zal het CDA straks ook over de motie dagrecreatieterrein spreken, die we mede indienen. En dan kom ik bij de speelplekken waar we aandacht voor hebben gevraagd. De toekomst van de speeltuintjes in Dordrecht staat namelijk onder grote druk. Daar is eigenlijk een tekort voor wat betreft het onderhoud. Het is natuurlijk van belang dat die speeltuinen veilig zijn, dat dat gekeurd wordt, op het moment dat het dat er vernieuwing nodig is, dat het wordt vernieuwd. En hoe kunnen we dat toch behouden? En wij zijn dan ook benieuwd hoe de raad kijkt. En ik sta heel erg open voor alle reacties erover. En ik hoop dat partijen daar ook zich over uit zullen spreken om dat tekort te dekken via bijvoorbeeld logiesheffing voor het COA.
De voorzitter: Ik ga u heel even onderbreken. Dat is in de vorige sessie uitvoerig besproken. Ik stel voor dat we het over de dekking niet nog een keer hier gaan hebben. Dat heeft uw college Den Heijer met verve verdedigd. De heer Kuhlmann: We hoeven het ook niet over die specifieke motie te hebben. Die is inderdaad al aan bod geweest. Maar uiteindelijk gaat het erom, het is natuurlijk voor iedereen makkelijk om te zeggen van, we willen graag die speeltuintjes behouden. Maar goed, dat geld moet ergens vandaan komen. Vandaar dat ik toch wel benieuwd ben of mensen die gedachterichting interessant vinden. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter. De heer Kuhlmann: Een andere gedachterichting kan zijn … Kijk aan. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel. Voorzitter, vraag richting de heer Kuhlmann. Hoeveel geld is er nodig voor die speelplekken? De voorzitter: Dat is een hele mooie gesloten vraag. Mijnheer Kuhlmann, noem het aantal euro's maar. De heer Kuhlmann: Dat gaat om een fors bedrag. Als je alles wil behouden zo'n 500.000 euro per jaar. En daarbij geldt natuurlijk ook, elke euro die we op welke manier natuurlijk binnen kunnen halen, betekent dat we natuurlijk weer een schommel, een glijbaan kunnen behouden. Alles is denk ik van harte welkom. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen.
Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, dan vraag ik me toch af, de heer Kuhlmann heeft tegen de pers al gezegd dat 60.000 euro per jaar voor dierenparkje maar een hele kleine
41
bezuiniging is. Maar ik hoor nu eigenlijk als het over speelplekken gaat dat elke euro welkom is. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dat klopt. En het is natuurlijk van belang om die zaken waar mensen van genieten in de stad te behouden. Voor wat betreft de dieren is het natuurlijk evident. En op dezelfde manier zetten we ons in voor de speeltuintjes. Vandaar dat we dit onderwerp willen bespreken. En voorzitter, met uw welnemen, ga ik verder. De voorzitter: Een moment. Derde en laatste keer, mevrouw Van Engelen, over dit onderwerp. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, nog een vraag, omdat speelplekken vinden we denk ik allemaal erg belangrijk. Het is goed om op zoek te gaan naar dekking. Inderdaad, u heeft al net gezegd, het onderwerp van de logiesheffing waar de dekking vandaan komt, is net al uitvoerig besproken. Maar dat lijkt me toch een geschatte dekking, want we weten niet hoeveel eruit gaat komen. Dat kan ook ieder jaar anders zijn. Heeft de VVD ook al een andere richting waar we dekking vandaan kunnen halen voor de speelplekken? De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Het is alsof u mijn woordvoering voor u ziet liggen. Althans, dat ziet u ook voor u liggen, want we hebben gewoon die scenario’s doorgestuurd. En behalve om die vrijstelling op te heffen van die logiesheffing, denk bijvoorbeeld ook aan vrijwillige bedrijfsbijdrages, sponsoring.
En we zijn ook erg benieuwd naar ideeën van andere partijen. Want je kunt natuurlijk veel meer bedenken van hoe we de zoveel mogelijk speeltuintjes kunnen behouden. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Ik wil wel een suggestie doen, voorzitter. U zei het al, in de vorige sessie hebben we de logiesheffing op bepaalde instituten al uitvoerig besproken. En daaruit bleek ook, bij monde van de wethouder, dat dat eigenlijk niet goed mogelijk is, omdat er heel weinig logies verleend wordt door het COA, zonder dat mensen gewoon staan ingeschreven. En dan is er geen logiesheffing mogelijk. Maar we willen een hele grote, tenminste het college wil een hele grote speelplaats inrichten in de stad. Dat werd weleens park XXL genoemd. Je zou je kunnen afvragen of je niet de keuze moet maken om dat incidentele geld, dat daarvoor gereserveerd is, om te zetten in structureel geld en dat als dekking aan te wenden voor die speelplaatsjes. Dat zou ik hartstikke leuk vinden. De voorzitter: Ik denk dat mijnheer Kuhlmann u begrepen heeft. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dan ben ik toch benieuwd naar de rekenkundige truc van de Partij van de Arbeid, hoe je incidenteel geld zou kunnen omzetten in structureel geld? Dat hoor ik graag.
42
De voorzitter: Nu krijgen we het nadeel dat dit in een vorige sessie uitvoerig besproken is. En het is absoluut geen incidenteel geld, maar structureel geld. Er wordt heel veel geld vrijgespeeld, namelijk door het amendement van de SP, waar de heer Damen op doelt. Dan heb ik het verkeerd begrepen. De heer Damen: Incidenteel geld, als je dat wegzet bij de bank, krijg je rente. Dat is structureel geld. De voorzitter: Maar het ging wel om de bezuiniging op het Stadspark. En dan is het geen incidenteel geld. Maar dan moeten we ook weer niet die discussie helemaal opnieuw gaan overdoen, denk ik. Mijnheer Kuhlmann, gaat u verder. Mijnheer Klerk nog. De heer Klerk: Voorzitter, dank u wel. Deze, maar dat is mijn mening, vervelende manier van vergaderen, dat we niet mee hebben gekregen dat er een eerste sessie is gezet. Mijn vraag was inderdaad van, of het mogelijk was, de dekking die u net voorstelt vanuit het COA, of dat haalbaar is. Maar ik ben wel geïnteresseerd in, u noemde een tweede … Of sorry, de heer Kuhlmann noemde een tweede optie. Iets met bedrijfsbijdragen. Kan hij me daar iets meer … De voorzitter: Sponsoring en dergelijke. De heer Klerk: Sponsoring. Kan hij me daar iets meer over … De voorzitter: En een keer nog over wat u irritant vindt, dat vinden wij ook, de dekking komt uit een ander programma dan dit.