2.4 2025.07.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
En daar kan je niet twee keer over gaan zitten praten, want dan gaat het natuurlijk fout. Maar het is een beetje vervelend. Mijnheer Kuhlmann, de sponsoring, kunt u dat nog wat toelichten? De heer Kuhlmann: Ja. Laat ik benadrukken dat je kijkt natuurlijk naar verschillende puzzelstukjes om zoveel mogelijk te behouden. Ik denk niet dat er … Tenminste laat ik het zo zeggen, alleen in mijn meest optimistische scenario is er een bedrijf wat zegt van, wij hebben even 5 ton per jaar wat we voor in de eeuwigheid hiervoor vrij plaatsen. Zo realistisch zal ik ook zijn. Maar op dezelfde manier als dat er rotondes zijn of sommige andere plekken of mooie evenementen waar bedrijven … Denk aan een bekende Dordtse bakker die zich inzet voor de vierdaagse of een leuk pinksterontbijt. Zo zijn er natuurlijk allerlei ondernemers die lokaal betrokken zijn bij onze mooie stad. De uitdaging wordt natuurlijk van, hoe kun je … Want laat ik daar meteen eerlijk over zijn, het is natuurlijk niet zo moeilijk om een schommel te sponsoren of een wip of een speeltuintje. Het zit hem erin, hoe kun je nu zorgen dat de wat minder sexy kosten, het onderhoud langjarig, het testen van die toestellen periodiek, zodat we zeker weten dat ze veilig zijn, om ook daar ondernemers aan te koppelen. Maar u kent mij, we zijn positief. De voorzitter: Ik denk dat het duidelijk is.
De heer Kuhlmann: We zien daar mogelijkheden. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u nog wat verder toevoegen ergens over een onderwerp? De heer Kuhlmann: Nee, dit is onze start voor wat betreft dit onderwerp.
43
De voorzitter: Heel goed. Dank u wel. Dan ga ik naar GroenLinks. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. We moeten bezuinigen. En dat maakt het urgenter dan ooit om prioriteiten te stellen. Als we het over groen, ruimtelijk en duurzaam hebben, is de grootste prioriteit om de weg naar de toekomst open te houden. Dat betekent onder meer intensief blijven inzetten op klimaatneutraliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. De heer Kuhlmann: Voorzitter, pardon voor de onderbreking. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Maar toch even een punt van orde. Ik was klaar met het punt voor wat betreft de speeltuintjes. Alleen zoals u heeft gezien op de lijst, onze fractie heeft over dit onderwerp … De voorzitter: Daarom vroeg ik u ook, bent u klaar? En toen zei u ja. De heer Kuhlmann: Ik zei dat ik klaar was met het onderwerp speeltuintjes. En we hebben de onderwerpen een beetje verdeeld binnen onze fractie. En mevrouw Lammens zou graag voor wat betreft het Energiehuis ons punt willen duidelijk maken. De voorzitter: Helemaal prima. Vindt u het erg als Mijnheer Van der Meer, die nu net begonnen is, even dit … Dan kom ik daarna terug bij de VVD. Ja? Mijnheer Van der Meer. Maar het was mij niet helemaal helder dat u … De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter.
Intensief blijven inzetten op klimaatneutraliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit om de weg naar de toekomst open te houden. We constateren dat in de laatste meerjarenbegroting, die we gezien hebben, het budget voor groen, milieu en duurzaamheid geleidelijk aan een beetje afneemt. En we zoeken naar mogelijkheden om die trend om te keren. 3 concrete aandachtspunten. 1, vorig jaar heeft de raad bij de Perspectiefnota een motie aangenomen waarin gevraagd wordt om extra financiering te zoeken voor klimaatneutraliteit na 2026. Die motie is nog in behandeling. We hopen dat die in elk geval voor de begroting van een antwoord kan worden voorzien, zodat we dat bij de begroting kunnen betrekken. 2, voor bomenonderhoud en aanplant van nieuwe bomen zijn te weinig middelen beschikbaar. We zien mogelijkheden om, door het anders te organiseren en financieren, te komen tot een betere oplossing. En we komen na de zomer met een initiatiefvoorstel hierover. 3, het Omgevingsprogramma Economie, dat net is verschenen, ziet er met betrekking tot duurzaamheid, circulariteit en dergelijke veelbelovend uit. Hulde daarvoor. Wellicht kunnen we met betrekking tot onze eigen gemeentelijke aankopen en aanbestedingen en met betrekking tot het bevorderen van gedragsverandering bij consumenten nog een slag maken. Vanuit deze visie een korte appreciatie van een aantal moties.
Klimaatneutraal 2040 is uit het oogpunt van toekomstbestendigheid realistischer in onze ogen dan uitstel daarvan. Tegen die motie. Materialendepot, prima. Misschien aan te vullen met een bomendepot. Bomen zijn een belangrijk kapitaalgoed en dat verdient goed onderhoud. Klimaatneutraal gemeentelijk vastgoed, prima. Speelplekken ook. Over de dekking moeten we het nog hebben, want de dekking vanuit de logiesheffing zien wij niet zo zitten. En ten slotte het
44
Biesboschcentrum. Er ligt een forse taakstelling van bijna een 500.000 euro. Hoe zorgen we dat dit centrum zo belangrijk voor de verbinding van mensen met de natuur, of beter nog de ervaring dat we onderdeel zijn van de natuur, kan blijven voortbestaan en zijn werk kan voortzetten? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Ga ik naar mevrouw Lammens, van de Dordtse VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. In september 2024 hebben we een motie aangedragen, die is breed aangenomen, Energie een stap verder. Het college is toen opgedragen om met een plan van aanpak te komen voor het Energiehuis, met als doel beter te benutten van de bezettingsgraad. Het hierbij mee te nemen de verbetering van de maatschappelijke en culturele invulling, de bevordering van de horeca bedrijfsmatig te verhuren, de partij die het Energiehuis exploiteert dit waar te laten maken. Deze partij is Kunstmin. Tot 2027 zijn zij nog verantwoordelijk daarvoor. In Q2 zou het college antwoord geven op deze motie. Daar hebben wij nog steeds niks over gehoord. Ik zou eigenlijk het college toch willen vragen, kom alsjeblieft hiermee. Kijk hoe het mogelijk is om het Energiehuis weer goed te krijgen. Het is natuurlijk een beetje heel erg raar dat Khotinsky in oktober 2023 failliet is gegaan. Dat is bijna twee jaar geleden.
Moeten we nu nog tot 2027 wachten tot dat er eindelijk een keertje een opvolging komt, of kan er gewoon niet een foodtruck ingereden worden en daar het Khotinsky rendabel mee maken? Want ik vind het een beetje heel erg raar dat we nu nog waarschijnlijk twee jaar moeten wachten. Dat is de vraag over het Energiehuis. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Lammens. Ik zie geen vingers. Dan ga ik naar Beter voor Dordt, de heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Laten we beginnen met onze motie Realistisch klimaatneutraal. Ik denk dat die vanzelfsprekend is. Althans, hij is duidelijk genoeg. Samen met de VSP en DENK dienen we hem in. We vinden het onrealistisch, gezien wat er in de Perspectiefnota staat om in 2040 al klimaatneutraal te zijn. Zeker omdat er geen geld is, geen energie is. En alles wat je nu uitgeeft, is duurder dan over vijf jaar of over tien jaar. En dan hadden we, geloof ik, nog een punt die een collega had ingebracht, het groenonderhoud. Er is al zo weinig groen in het centrum, laten we dat niet verminderen. De binnenstad is ons visitekaartje voor de stad en voor Nederland. Daar zijn we tegen. Kort gezegd. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Wringer. Mijnheer Groenenwege, van de Partij voor de Dieren De heer Groenewege: Dank u wel. Voorzitter, in de raad hebben we al het een en ander gezegd over de motie van de Partij voor de Dieren, over een Materialendepot.
Dat zal ik niet herhalen. Het college gaf toen een positieve reactie, waar we blij mee zijn, maar had twijfels bij de deadline. We zijn bereid om dat punt van de motie aan te passen. En we zijn benieuwd welke deadline voor een businesscase het college realistisch acht. Ik ga graag door over een ander onderwerp, namelijk het dagrecreatieterrein. Daar ligt een motie van drie coalitiepartijen, CDA, VVD en ChristenUnie/SGP, om het gebied in een zo vroeg mogelijk stadium aantrekkelijk te maken voor gezellige daghoreca. Wij snappen eigenlijk niet wat dat inhoudt. Moet je daar dan hele busladingen dorstige mensen
45
naartoe sturen, jong en oud. Als er genoeg mensen in de omgeving van het dagrecreatieterrein omkomen van de dorst, ruikt een ondernemer wellicht op enig moment geld. Of moet je misschien een flinke parkeerplaats aanleggen, een fietsenrek, een bushalte, of moet je iets anders doen met de inrichting? Het is ons echt niet duidelijk. Misschien kunnen de indieners een beetje toelichten wat ze bedoelen met, het gebied aantrekkelijk maken voor … De voorzitter: Een van de indieners wil u op uw wenken bedienen. Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Natuurlijk wil ik dat. Ik wil daar straks ook weer iets uitgebreider op terugkomen. Alleen om even daarop in te haken, het zit hem er vooral in dat we de tijdlijn van hoe het nu staat aangekondigd eigenlijk zonder concreet einde, dat we daarnaar gaan kijken van, kunnen we het niet op een eerdere manier al aantrekkelijk maken om er te recreëren. Zeker omdat in het gebied van de Nieuwe Dordtse Biesbosch er geen aansprekende horeca is. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Maar het klinkt dan alsof het gebied vooral eerder geschikt wordt gemaakt voor recreatie. En wat specifiek aantrekkelijk wordt gemaakt voor horeca, is me dan nog steeds niet echt duidelijk.
Want is niet al het plan om het gebied geschikt te maken voor recreatie? De voorzitter: Ik denk als straks mijnheer Klerk zijn woordvoering gaat doen, dat u daar vast en zeker op gaat reageren. De heer Groenewege: Prima. Dan het punt van Beter voor Dordt over de kwaliteit van het groenonderhoud in de binnenstad. Toevallig zit ik zelf in deze business bij een andere gemeente. En ik ken wat mensen die er kijk op hebben en die ook weten hoe het er in Dordt aan toegaat. En die hebben geen goed woord daarvoor over. Een struik in Dordt wordt pas gesnoeid als er een melding over binnenkomt en anders loopt die zomaar het risico om een jaar lang genegeerd te worden. De Partij voor de Dieren heeft er weinig moeite mee dat we in delen van de stad van niveau A naar niveau B gaan. Maar de eerste kanttekening die we daarbij hebben, is de vraag of we dat niveau B überhaupt wel ergens halen. We betwijfelen dat ten zeerste. De tweede kanttekening is de vraag wat er verloren gaat? Van A naar B klinkt eenvoudig, maar het heeft wel wat meer voeten in de aarde dan gewoon wat minder vaak langsgaan om het te onderhouden. Een perk met zomerbloeiers of een hanging basket met eenjarigen moet je op niveau A beheren. Op niveau B kan dat niet. Alle perken met zomerbloeiers moeten de binnenstad uit. Alle hanging baskets de binnenstad uit.
En kan dat bewegende bos nog wel met dit onderhoudsniveau? Vandaar de volgende vraag. Heeft het college al in beeld wat er allemaal niet meer kan als niveau A wordt losgelaten? Heeft het college al incidenteel budget gereserveerd om bloemperken in de binnenstad opnieuw in te richten, zodat ze op niveau B beheerd kunnen worden? En wat moet dat allemaal kosten? Wij horen het graag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Groenewege. De heer Kuhlmann heeft één of meerdere vragen voor u.
46
De heer Kuhlmann: Voor wat betreft de motie van de Partij voor de Dieren over het Materialendepot. De heer Groenenwege stapte daar heel snel overheen. Maar ik ben toch even benieuwd, want zoiets betekent natuurlijk dat er een groot depot nodig is, veel ruimte. We weten allemaal in onze stad dat we ruimte te kort hebben. En de heer Groenewege zal vast niet voorstellen om daar een stukje polder of Biesbosch voor op te offeren. Maar als u nu de andere kant op redeneert, want ik kan me ergens wel voorstellen, oude stoeptegels en zo hebben misschien nog wel een bepaalde waarde. Hoe staat de heer Groenewege ertegenover, of de Partij voor de Dieren, als je zoiets wellicht nog tot de tijd voordat er een keer ruimte is voor zo’n depot om wat oud spul te verkopen, zodat je die waarde wel gebruikt en op het moment dat je nieuwe bestrating nodig hebt, bijvoorbeeld van dat geld weer aan te kopen, zodat je die economische waarde wel gebruikt? De voorzitter: Mijnheer Groenenwege. De heer Groenewege: We zijn toch bang dat je het er niet uithaalt dan, want een restpartij oude betonklinkers verkopen we voor bijna niks, maar je betaalt wel de nieuwprijs voor de nieuwe lading. Terwijl je er gewoon één had liggen die je ook had kunnen gebruiken, want die kunnen vaak veel langer mee dan de economische levensduur. Daarnaast is dit al in een aantal gemeenten ingevoerd.
En daar merk je ook, het gebeurt al weleens, bij projecten bijvoorbeeld, dat er eventjes ergens wat stenen worden opgeslagen die dan later in het project weer worden gebruikt. Maar dat is dan niet structureel op gemeenteniveau. Terwijl je vaak als gemeente toch bij kleine werkzaamheden even een stoep moet dicht tegelen of dat soort dingen moet doen. En dan is het fijn als je ergens gewoon een reserve hebt aan stenen die je dan kan aanspreken, zodat je niet gelijk een kleine partij nieuwe hoeft te kopen. In gemeenten die dat hebben ingevoerd, hebben ze gekozen voor een centrale locatie. Klopt. Je moet een locatie zoeken. Dat is wat erbij komt kijken. Maar daarna komt er wel een kostenbesparing bij. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Ik ben toch benieuwd hoe dat in de praktijk dan uitpakt. Als ik aan de ene kant hoor van, eigenlijk heeft het geen economische waarde meer. Je bent dan waardeloze spullen aan het opslaan. Aan de andere kant, in de gemeenten die u in uw voorstel noemt, dat zijn natuurlijk allemaal gemeenten met kneiterlinkse colleges. Is dit niet veel meer een principepunt, een beetje in de trant van mensen die een enorme stapel oude linnentasjes en zo bewaren of andere spulletjes in hun huis? Niet zozeer een financieel punt, maar gewoon een principieel punt, wat misschien heel goed bij uw partij past, maar niet zozeer een financiële afweging.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, wat wel weer typisch is van de VVD, is dat de waarde alleen waarde is als het financiële waarde is. Maar dat is natuurlijk niet zo. Want als je bijvoorbeeld kijkt naar een natuursteen die in de stad ligt, die kan al na tien jaar, twintig jaar … Ik weet niet wat de afschrijvingstermijn is. Misschien is die na dertig jaar
47
afgeschreven. Maar die is na dertig jaar nog in exact dezelfde staat als toen je hem neerlegde. Die kan je prima hergebruiken. De heer Kuhlmann zegt, die steen is niks meer waard. Doe hem maar weg. De Partij voor de Dieren zegt, die steen is nog alles waard. Sterker nog, ze worden zelfs mooier als je ze langer gebruikt. Hergebruik ze. En het is niet helemaal waar wat de heer Kuhlmann zegt. Zelf werk ik bij de gemeente Breda. En ook de raad van Breda, echt een VVD-gemeente, heeft een motie aangenomen voor een materialendepot. De voorzitter: Kijk, nou ben ik benieuwd of de Dordtse VVD hetzelfde is als de Bredase VVD. Maar goed, dat geeft natuurlijk niet. Mijnheer Kuhlmann, nog reageren of niet meer? De heer Kuhlmann: Dank voor de aanvullende informatie. En we zullen zorgvuldig naar het voorstel kijken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Groenewege, u was klaar met uw woordvoering? Dan ga ik naar mijnheer Klerk. En ik denk dat u zo dadelijk wel een interruptie heeft. De heer Klerk: O ja? Ik ben benieuwd. Allereerst de motie dagrecreatieterrein. Ik had er net al even op geïnterrumpeerd, op de heer Groenewege. In de raad hebben we die besproken en de wethouder gaf aan dat ze wat minder kan met een gezinsvriendelijke horeca. En de vraag was, daghoreca voor jong en oud, of de wethouder daar wel oren naar had? En dat had ze gelukkig. En daarom is de motie aangepast ingediend.
Ik heb net in de interruptie ook aangegeven wat de intentie van die motie is. De vraag kwam van, maar waar gaat het uiteindelijk om? Gaat het om dagrecreatie of om horeca? De praktijk leert wel dat heel vaak recreatie en horeca hand in hand gaan. En dat een horecabestemming of een horecagelegenheid vaak toch wel een doorslaggevende reden is om ergens te gaan recreëren. Dan is het zonde als aan het einde van de ontwikkeling de hele tijdlijn ontbreekt en dat daardoor het dagrecreatieterrein niet direct de waardering krijgt van de recreërende Dordtenaar, die het wel zou verdienen. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. Allereerst, de titel van de motie Span het paard niet achter de wagen. Ik zou het paard überhaupt niet aan een wagen spannen, voor, achter, zij, doe maar gewoon niet. Laat dat paard maar gewoon. Dan over dagrecreatieterrein. Het blijft nog heel abstract. Wat houdt het precies in om dat terrein aantrekkelijk te maken voor horeca? De heer Klerk zegt, als je het geschikt maakt voor recreatie, maak je het aantrekkelijk voor horeca. Maar zoals ik het voorstel van het college heb gelezen, is het juist nu al het plan om het terrein zo snel mogelijk geschikt te maken voor recreatie. Welke concrete wijzigingen gaat deze motie eigenlijk opleveren? Wij snappen dat niet.
De voorzitter: Mijnheer Klerk, kunt u het uitleggen? De heer Klerk: Ja, dan verwijs ik naar de raadsinformatiebrief van, ik ben heel slecht in datums, mei dit jaar. Daar wordt expliciet ook in gezegd dat afgeweken wordt van de variant of alternatief, zoals het in eerste instantie is gepland. En dat het gereedmaken voor horeca eigenlijk het sluitstuk wordt. En daar is dit een reactie op, in samenspraak
48
met wat er in de Perspectiefnota over is gezegd. Dan verwijs ik de heer Groenewege naar die raadsinformatiebrief. En ik denk dat hij dan het antwoord op die vraag leest. De voorzitter: Dank u wel, tot zover. De heer Tutupoly wil ook graag iets aan u vragen. De heer Tutupoly: De titel luidt Span het paard niet achter de wagen. En als ik me niet vergis, hebben wij enige tijd geleden toen over de Nieuwe Dordtse Biesbosch gesproken. En toen ging het over de bebouwing daar van een stuk onroerend goed en hoe groot het moest zijn. En ik dacht dat er toen ook gesproken is over horeca, waarbij uiteindelijk gezegd werd van, die horeca hoort daar niet te komen. Alhoewel ik het wel begrijp. Omdat er toen eigenlijk verwezen werd naar met name de Merwelanden, waar ook horeca zat. En volgens mij vanuit de coalitie of zo, is het toen tegengehouden. VVD misschien niet. Daar houd ik me even terzijde van. Maar vanwaar dan eigenlijk nu, als ik even naar de titel kijk en de ommezwaai daarin? De voorzitter: Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Ik herken niet een ommezwaai. Ik weet, als ik me goed kan herinneren, want dat was een van de eerste debatten die ik voerde toen ik in de in de raad zat, ging dat vooral over de omvang van het multifunctionele gebouw. En daar hebben wij een discussie over gevoerd. Sterker nog, het CDA heeft altijd bepleit wel dat daar horeca zou moeten komen.
Ik heb toen ook expliciet het pannenkoekenhuis meermaals genoemd. De voorzitter: Mijnheer Tutupoly, kunt u zich dat nog herinneren? De heer Tutupoly: Dat kan ik me niet herinneren. Maar ik zou haast denken, als de coalitie ervoor gestemd had, was het ook destijds erdoorheen gegaan. En dat is volgens mij er niet doorheen gegaan toen. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Graag maak van de gelegenheid gebruik om natuurlijk steun uit te spreken voor de motie die we mede indienen met het CDA. En als je terugkijkt, en dan kijk ik naar de heer Tutupoly, voor wat betreft de Dordtse VVD, en ik denk ook voor meer partijen in de raad, staat natuurlijk voorop dat als je een aantrekkelijk gebied wil hebben dat horeca daarbij een noodzakelijke voorwaarde is. Op het moment dat je daar gezellig gaat recreëren, en het gaat in feite natuurlijk ook om een groter gebied, waar je leuk kunt wandelen, hoe sneller we daar echt iets toevoegen, daar zit natuurlijk bij die plas nu iets, dat is niet echt het meest bruisende plekje voor wat betreft ons horeca-aanbod, om het heel eufemistisch te zeggen. En in die ontwikkeling zit natuurlijk een bepaalde volgorde in. Er is natuurlijk ook aangegeven eerder vanuit het college van, we kunnen dit niet in één klap doen. Je moet het in stappen doen.
En ik denk, onze motie is een heel duidelijk signaal van, geef prioriteit aan die horeca, want daarmee maak je het gewoon een heel leuk, aantrekkelijk gebied. Mevrouw Koene zit niet in deze zaal. Dan durf ik te zeggen. Ik denk dat dat een gamechanger is. De voorzitter: We hopen dat ze het niet na gaat luisteren. Mijnheer Klerk, heeft u nog wat verder toe te voegen?
49
De heer Klerk: Nee, ik heb daar niets aan toe te voegen, behalve dan dat de motie vooral … Dat de belangrijkste oorzaak daarvoor, dat die bij ons opkwam, ligt in die raadsinformatiebrief. Als daar vragen over zijn, dan zou ik vooral die nog lezen. Dan verder. Wat staat er nog meer op mijn lijstje? Behoud herten en andere dierenparkjes. De heer Kuhlmann heeft dat heel mooi verwoord. Ik wilde daar nog aan toevoegen dat onze motivatie daarvoor ook is dat sommige bezuinigingen … Want dat is het. En bezuinigingen doen altijd pijn. Want als ze geen pijn doen, is het gewoon iets afschaffen. Maar we moeten opletten dat door de bezuinigingen er geen kaalslag ontstaat. En ik denk dat dierenparkjes waar gezinnen, waar ik word geacht voor op te komen … Kinderen, scholen maken daar dankbaar gebruik van. Die hebben daar mooie momenten. En het is zonde als dat verdwijnt. En daarom het verzoek om dat van de reservelijst af te halen. En ten slotte wilde ik nog iets zeggen over niet een motie van mijzelf, maar dan heb ik het wel vast gezegd, dat gaat over het Materialendepot. Dat is een motie die wij buitengewoon interessant vinden. Ik ben wel met de heer Groenewege benieuwd naar de reactie van de wethouder op zijn vraag over die termijnen. En anders zou dat zeker een motie zijn, als dat een goed antwoord is die op onze steun kan rekenen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klerk.
Mijn lijstje eindigde bij vijf. Ik ga nu even rondkijken. Welke fracties willen nog meer het woord voeren? En als dat er geen zijn, dan ga ik richting het college. En mevrouw De Jonge, begint u? En uiteraard mag u vragen stellen aan de wethouder als u iets niet begrijpt. Mevrouw De Jonge: Dank u wel, voorzitter. Mijn collega begint al te lachen. De voorzitter: Van je collega’s moet je het maar hebben. Mevrouw De Jonge: Precies. Dat is fijn. Maar hij mag zo ook nog aan de bak. Dan ga ik weer even lachen. In de vorige commissie hebben we toen gezegd, we gaan de moties waar commentaar al is geweest van het college niet herhalen. Ik kijk alleen maar, zijn er nog nieuwe of zijn er aanvullende vragen gekomen? Ik werk mijn lijstje af. GroenLinks heeft een vraag gesteld over klimaatneutraal, over de budgetten. Zoals we ook in de Perspectiefnota hebben aangegeven, stoppen de budgetten die we bij het politiek akkoord hebben geregeld. Na 2026 is er geen geld meer extra voor klimaatadaptatie, voor de biodiversiteit en ook niet voor het gemeentelijk gefinancierde deel van klimaatneutraal. Dat zijn we kwijt in de begroting. Voor klimaatneutraal hebben we daar ook opgenomen dat we inderdaad ook nog afhankelijk van het Rijk zijn of zij die middelen, die al uitgedacht zijn tot 2030, beschikbaar stellen. En daar wordt nu in Den Haag ook op gelopen. U had het nog even over uw motie.
We hebben ook voorgesteld om de motie wel af te doen, omdat we dit wel allemaal in beeld hebben en voor ons daarmee ook de opgave ligt om dit goed in de gaten te houden van, hoe kunnen we goed elders gelden vandaan halen? De heer Klerk: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Met afdoen, bedoelt u afraden?
50
De voorzitter: Wethouder. Mevrouw De Jonge: Nee, de motie is uitgevoerd. We hebben in kaart gebracht hoe de financiering in elkaar zit en wat daar dan nog loopt. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Daar hoor ik mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Onze vraag was vooral of wij als raad voor de begroting of bij de begroting duidelijkheid kunnen krijgen waar de gaten vallen of waar eventueel mogelijkheden zijn voor financiering na 2026? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Meer: Want dat was in feite de bedoeling van die motie. Mevrouw De Jongen: En volgens mij hebben we dat aangegeven, er is geen geld meer. In principe valt gewoon alles stil wat nu met de gelden werd gefinancierd. De heer Van der Meer: Begrijp ik. U heeft het net zelf ook over nieuwe fondsen die van het Rijk zouden kunnen komen of andere mogelijkheden. Daar wordt nu aan gewerkt in Den Haag. Is het voorzien dat daar bij de begroting al zicht op is? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat denk ik niet, want de Tweede Kamerverkiezingen komen eraan en dat geld is nu niet geregeld. Er zijn op dit moment geen andere fondsen dan ons eigen beperkte budget wat we hadden voor het politiek akkoord. Vandaar dat ik ook zeg, die motie, we hebben het in kaart gebracht en dit is wat er is. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw De Jonge: Ik ga door inderdaad. De heer Wringer: Voorzitter.
Mevrouw De Jonge: Toch niet. De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. In het kader van wat de wethouder nu weergeeft, is het dan toch niet realistisch om pas in 2050 neutraal te zijn, ook gezien te weinig energie, te weinig geld? Zou u die motie dan aanbevelen? De voorzitter: Wethouder. Mevrouw De Jonge: Dank, voorzitter. Nee, want dat heb ik ook al tijdens de raad toegelicht. We zijn begonnen met deze ambitie. Het geld wat wij krijgen, dat is voor onze ambtelijke ondersteuning. Ondertussen zijn er nog ontzettend veel gelden voor onze inwoners en ondernemers via het RVO-subsidiefonds, wat nog wel door het Rijk wordt gevuld. En zien wij ook gewoon dat er heel veel energie zit, om het zomaar te zeggen, bij
51
onze ondernemers en inwoners om zelfstandig door te gaan. En die capaciteit hebben we nog wel, om net als voorheen de ondersteuning te bieden aan onze inwoners en ondernemers, om de weg te vinden om het wel te kunnen gaan doen. We missen gewoon een stukje slagkracht om nog meer te kunnen doen dan dat je uiteindelijk zou willen. Maar voor de doelstelling maakt dit niet uit. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, ik ga door. Circulariteit werd even aangestipt. Wat doen we eigenlijk al? Ik kan me wel voorstellen dat misschien voor uw raad dat wat minder zichtbaar is wat we daar doen. Komt omdat we er bewust als college geen apart programma van hebben gemaakt. We hebben gezegd, dit soort opgaven moet je zien te verweven in de activiteiten die je doet. Dat lees je onder andere ook bij klimaatneutraal 2040. Daar hebben we ook weggeschreven van, circulariteit is wat je meeneemt bij de activiteiten. We zijn ook lid van het convenant maatschappelijk verantwoord opdrachtgever inkopen. Daar ligt ook al de opgave dat wij onze eigen inkopen en opdrachten die we geven circulariteit daar criteria bij is. En we zien ook echt wel dat er hele mooie dingen gebeuren. Er is een bouwhub in Dordrecht gestart door de ondernemers. Een materiaaldepot kan natuurlijk ook heel erg circulair worden aangemerkt.
Maar we zien hier wel dat er echt veel animo is, ook weer qua initiatieven binnen onze ondernemers. Die stimuleren wij ook vooral om dat te doen. Laatste punt van GroenLinks was het Biesboschcentrum Drechtsteden. U werpt het op eigenlijk in dezelfde vorm als dat het college het ook heeft meegegeven in de Perspectiefnota. Wij maken ons zorgen. We hebben inzicht gegeven in de financiën. Bijna 7 ton nodig. 2 ton hebben we zelf kunnen vinden. Daar zijn we trots op en blij mee. Blijft een gat van 5 ton. En we hebben als college ook gezegd van, we gaan onszelf de opdracht geven om breder te gaan kijken van, wat ligt er allemaal in het Biesboschgebied? Wat hebben we daar voor budgetten voor in onze gemeente? Kunnen we daar nog eens goed naar kijken. Maar de opgave ligt er om jaarlijks 5 ton nog ergens erbij te moeten gaan vinden. Daar blijven wij heel hard voor werk om dat te vinden. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: De opdracht ligt er. Dan zou je haast denken dat het college die opdracht niet hoogstpersoonlijk zelf bedacht heeft, maar dat is toch wel het geval? Mevrouw De Jonge: Jazeker. Het college heeft die opdracht neergelegd bij de ambtelijke organisatie, om hier verder mee te gaan. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Een vervolgvraag. De wethouder kondigt nu aan een zoektocht te gaan doen naar geld in de Biesbosch.
Maar die aankondiging stond ook al in de Kadernota 2024. Wat heeft dat opgeleverd? Want als het goed is, loopt dit al twee jaar. De voorzitter: Wethouder.
52
Mevrouw De Jonge: Klopt. We hebben hem toen opgeknipt in 2 zaken. We hebben toen gezegd, het Biesboschcentrum an sich gaan we bekijken van, kunnen we daar meer inkomsten genereren, kunnen we daar dingen misschien efficiënter gaan doen? Daar komt die 2 ton uit voort die we hebben gevonden. Wat we in het verlengde daarvan nu willen gaan doen, is kijken van, waar zitten alle budgetten die iets met de Biesbosch hebben te maken? En dan ga niet te ver terug. Parkschap had een groot budget. Dat is ooit bij het opheffen in de organisatie verdeeld dat we zeggen, als we nu dat weer eens tegen het licht houden van, wie doet nu eigenlijk wat in de Biesbosch aan beheer, onderhoud of recreatie? Je kan van alles bedenken. Als we dat nog eens een keer goed tegen het licht houden, kunnen we daar dan in die gezamenlijkheid en in die samenwerking misschien ook kansen zien die we nu niet zien, omdat we het niet bij elkaar brengen? Wij denken daar echt nog wel een slag te kunnen maken. Nogmaals, het blijft wel een uitdaging om het geld te vinden. Daar zijn we gewoon heel eerlijk in. Voorzitter, ga ik verder. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw De Jonge: Energiehuis kwam even langs. Heb ik vorige week ook antwoord op gegeven waarom wij daar nu niks kunnen, omdat dat ligt bij de hoofdhuurder Kunstmin.
Wij zijn als gemeente bezig nu met alle plannen voor de renovatie dan te kijken van, wat is er allemaal nodig om het gebouw te gaan herstellen? Vorige week ook gezegd, gaan we ook gelijk naar het businessmodel kijken van het Energiehuis. En we gaan ook de gesprekken aan met de hoofdhuurder van, hoe ze zelf kijken tegen het houden van het hoofdhuurderschap en hoe dat in het nieuwe bedrijfsmodel tot uiting kan komen? Dat kunnen wij niet zomaar zelf regelen, omdat de afspraken er liggen. We zijn er wel over in gesprek om te kijken hoe we het anders kunnen gaan doen. Het Materialendepot was inderdaad de … De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Even op dit punt. Want eerlijk gezegd denk ik dat het toch net even te makkelijk is om te zeggen van, we hebben nu eenmaal een hoofdhuurder. Alsof dat een volslagen onbekende is. Dat is Kunstmin. Dat is een instelling waar de gemeente een enorme vinger in de pap heeft. Gewoon ons gemeentelijk theater. Daar komt het in feite op neer. En wij zouden toch graag zien … Natuurlijk die discussie over de toekomst en dat je dat in de toekomst anders gaat doen, dat is goed dat ernaar gekeken wordt. Maar ondertussen staat natuurlijk elke dag daar een prachtige ruimte, die heel geschikt is voor horeca, leeg.
Waarom gaat de wethouder niet morgen met Kunstmin om de tafel zitten, even de vuist erbij en zeggen, we willen daar gewoon een leuke foodtruck hebben? We willen niet dat die ruimte nog heel lang leegstaat, dat daar niks gebeurt. De voorzitter: Wethouder De Jonge. Mevrouw De Jonge: Dank u wel. Dit gesprek voeren wij al een jaar met Kunstmin hierover. Dat wij inderdaad ook vinden dat daar iets moet gebeuren. Zij hebben die handschoen ook opgepakt van, dat gaan wij ook bekijken. En het lukt hun niet. En
53
natuurlijk duwen wij erop. Wij vinden het ook een doorn in ons oog hoe het nu is. Maar we hebben wel een overeenkomst met een partij waar we nu niet zonder meer van af kunnen en waar we ook proberen om samen met ze te kijken hoe we hieruit kunnen komen. Want ook voor Kunstmin is dit natuurlijk geen leuke situatie die ze hebben. Alleen op dit moment is het zo dat als je nu met horeca gaat praten en we vertellen er gewoon eerlijk bij van, het kan best zijn dat we binnen een half jaar starten met een renovatie waar je misschien een paar jaar van in de ellende zit, dat is niet echt iets om als horeca hiep hoi te gaan zeggen, we willen erin. We moeten ook naar het concept gaan zoeken van, hoe kan je tijdens een renovatie dan toch de horeca een plek geven? En zodra we al moeten beginnen met het deel waar ooit het restaurant was, want dat ook wel een van de echt te renoveren stukken, dan heb je geen keuken. Dan moet je op een andere manier ernaar gaan kijken. Maar we proberen dat echt zo goed mogelijk met de partijen die er nu in zitten en met Kunstmin om dat wel te doen, maar het lukt niet op deze manier. De voorzitter: Nog een vervolgvraag, mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Ja. Er zijn natuurlijk in de stad allerlei leuke festivals, georganiseerd door vrijwilligers die in hun vrije tijd bijvoorbeeld iets organiseren met hele leuke foodtrucks.
Daar kun je iets zonder een keuken doen. Heeft u daar het gesprek al eens over gevoerd met Kunstmin? Want dat zou natuurlijk een uitgelezen kans kunnen zijn. De voorzitter: Wethouder De Jonge. Mevrouw De Jonge: Daar hebben we het zeker over gehad met Kunstmin. En het is hun besluit geweest om daar verder geen invulling aan te geven, of in ieder geval er niet uit te komen met degene waar zij mee in gesprek zijn. Wij jagen steeds het gesprek aan. Ook wij denken mee aan concepten die erin zouden komen. Maar het is wel hun verantwoordelijkheid vanuit dat hoofdhuurderschap, zolang ze dat hebben, om die invulling ook te organiseren. We denken echt met alles mee. Maar nogmaals, er moet ook wel voor die horeca een rendabele casus uitkomen. En het Energiehuis an sich, het is niet voor niks denk ik dat het vorige het niet gered heeft. Er moet meer gaan gebeuren om een rendabele horeca erin te krijgen. En dan zit je wel een beetje in dat kip-ei van, we moeten dat gebouw gaan optimaliseren, inclusief een model van, wat wil je er eigenlijk aan activiteiten in hebben om veel meer inkomsten te gaan genereren, veel meer reuring. Waardoor een horeca zegt van, dat wordt interessant, er is nu veel meer overdag te doen dan alleen de ouders die hun kinderen naar de les komen brengen. Dat is het dilemma waar we steeds in zitten als we die horeca echt vorm willen geven.
De voorzitter: Mevrouw Van Engelen wil er ook nog iets over vragen. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, misschien ook om wat meer een idee te geven waar Kunstmin dan wel en niet over gaat, zouden er andere keuzes voor horecaondernemers al zijn gemaakt als Kunstmin niet de hoofdhuurder was? De voorzitter: Wethouder.
54
Mevrouw De Jonge: Die vraag kan ik niet beantwoorden. Ik weet niet met wie Kunstmin allemaal wel en niet spreekt en die gesprekken, op welke punten dat dan zou knellen. Daar kan ik echt helemaal geen antwoord op geven. Wij hebben zelf geen direct contact met de horeca. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, nog een laatste vraag over dit onderwerp. De heer Kuhlmann: Afsluitend dan gewoon de oproep richting de wethouder of het college in het geheel, want ze hebben natuurlijk ook een wethouder van Cultuur, die natuurlijk veel contact heeft met Kunstmin. Laten we daar eerlijk over zijn. Die ligt natuurlijk aan het subsidie-infuus van de gemeente. En wij denken dat er allerlei manieren zijn om dit punt heel krachtig over te brengen. Eens inderdaad dat er in het gebouw van alles moet gebeuren. Maar ik hoop dat iedereen in deze zaal dat ook met ons eens is, het zou toch ontzettend zonde zijn als we tot aan 2027 daar eigenlijk zo'n mooie horeca kans zouden laten liggen. De voorzitter: En uw vraag was? De heer Kuhlmann: Dit was de afsluitende opmerking, naar aanleiding van de woorden van de wethouder. De voorzitter: Afsluitende opmerking. Wethouder, gaat u verder dan. Mevrouw De Jonge: Dank u wel. En dit steunt inderdaad ons als college in de gesprekken die we met Kunstmin hebben. Dank daarvoor. Ik ging door naar het Materialendepot.
Inderdaad, ik had toegezegd om vandaag terug te komen met een planning hoe dit eruit kan zien. Ik heb meegekregen van, als we nu starten met de verkenning, gesprekken met de gemeente, mogelijk kunnen we ook nog bij u op de lijn komen voor wat ervaringen, moet ik even goed kijken, in juni van ‘26 zou er een definitieve locatiekeuze kunnen liggen. En dat zou betekenen dat we in het najaar alles doorgerekend en het ontwerp hebben. En dat we eind van het jaar dan echt in uw raad daar een voorstel voor kunnen hebben liggen. Dat is de planning die ik heb meegekregen. En dan in ‘27 aan de slag. Nogmaals, ook vanuit het college, wij hebben hier echt oren ook naar. We kijken er al naar, ook vanuit gebiedsontwikkelingen. Ook met aannemers hebben we er gesprekken over hoe we hen kunnen helpen. De heer Groenewege: Voorzitter, als het mag een kleine aanvulling. De voorzitter: Mijnheer Groenewege, natuurlijk mag dat. De heer Groenewege: Een aanvulling op mijn bijdrage. Ik moest even googelen wie allemaal die Bredase motie had gesteund. Die is unaniem aangenomen. En ook de 9 raadszetels van de VVD stemden voor. De voorzitter: Dat is een hele waardevolle bijdrage van de heer Groenenwege, denk ik. Gaat u verder, wethouder. Mevrouw De Jonge: Dank u, voorzitter. Ga ik door naar de motie, iets met een paard en ervoor en erna spannen, of helemaal niet liefst. Dat hoor ik ook nog.
Misschien is het wel
55
leuk om paarden daar te gaan laten lopen. Misschien wordt het een heel aantrekkelijk gebied. En dat is ook eigenlijk wat we hebben uitgelegd van, doordat we nu niet in 1 keer alle financiering hebben, hebben we fasen aangelegd. Fase 1 willen we echt de componenten uit het ontwerp beetpakken die de aantrekkelijkheid, zodat er ook gelijk bezoekers gaan komen … Willen we oppakken. En we hebben daar ook van gezegd, horeca kan daar zeker aan bijdragen. En horeca die past bij de uitkomst van het leefstijlenonderzoek. De aanpassing in de motie inderdaad dat we een supergezellige horeca krijgen, dat kan het college inderdaad ook wel onderstrepen. En dat waren mijn punten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we kijken of u nog wat te lachen heeft over uw collega, wethouder Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. 2 punten, de speelplekken en het groenonderhoud, naar aanleiding van de vragen. De laatste van de Partij voor de Dieren. Speelplekken. We hebben dat bewust ook nietsverhullend in de nota opgenomen, er gaan circa 75 speelplekken verdwijnen. Het gaat vooral om kleine en niet echt intensief gebruikte speelplekken. Maar desalniettemin, het zijn speelplekken in heel de stad, maar voornamelijk in Dordt West. Destijds incidenteel gefinancierd. En ik ben benieuwd naar uw uitkomsten. Als u zegt, ik wil dat niet, wat er dan voor alternatieve dekking voor is.
Wij hebben het niet gevonden, in ieder geval. Het gaat om echt een fors bedrag, 500.000 euro. Dan naar het groen. De heer Groenewege stelde heel expliciet de vraag, hoe zit het met die hanging baskets? Moet ik het goed zeggen. Het is al laat. En hoe gaat het met die perkjes, met de zomerbloeiers? Ik kan u geruststellen, die zijn buiten deze bezuinigingen gehouden, omdat dat heel raar zou zijn als je dit soort planten, die echt wel de verzorging nodig hebben, niet meer onderhoudt op het niveau waarop ze onderhouden moeten worden, want dan is het kapitaalvernietiging. Dat blijven we gewoon doen. Ik hoop dat ik u daarmee gerustgesteld heb. En dat waren volgens mij de vragen. De voorzitter: Dan kijk ik even vragend rond of dit inderdaad de vragen waren? Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik heb nog wel even een vraag over het groenonderhoud. De Partij voor de Dieren noemde natuurlijk of het de vraag was of eigenlijk het onderhoud nu al op het juiste niveau ligt, of het gehaald wordt? En een voorbeeld, als ik gewoon even kijk in Oudelandshoek, daar zie je bepaalde bomen daar breken constant de takken af. Vorig jaar is het gesnoeid. Werd ook verteld bij het snoeien, deze bomen zijn eigenlijk op. En vervolgens krijg je hetzelfde effect nu weer. En dan wordt er eigenlijk gezegd van, ze zijn hard gegroeid, maar als we nu gaan dan snoeien, dan moeten we volgend jaar weer snoeien.
Ik vraag me dan eigenlijk af in hoeverre dat onderhoud dan ook op peil is als die keuze gemaakt wordt, terwijl het eigenlijk ook gevaarlijk is gewoon voor omwonenden die daar lopen? De voorzitter: Wethouder Merx. De heer Merx: Heeft u het over het groenonderhoud of het bomenonderhoud? Want dat zijn twee verschillende dingen. Het bomenonderhoud, waar u het volgens mij nu over
56
heeft, daar hebben we tot volgend jaar dekking om het op het niveau te houden waarop het nu is. En daarna, zonder dekking, gaan we terug naar, dan moet ik even goed zeggen, volgens mij het C-niveau. In ieder geval een niveau lager. En dan snoeien we nog steeds, maar vlak boven de wortels. En dat klinkt heel naar. En dat is het ook. Maar goed, dat is wel de consequentie. We hebben daar al heel veel debatten over gevoerd. Maar dat is een ander onderhoudsniveau. En we proberen zo lang als mogelijk die bomen intact te houden. Dat hebben we namelijk u beloofd vorig jaar in de raad. En dat is het gevolg dat we nu een aantal keren bomen misschien wel extra moeten snoeien. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik kijk nogmaals rond. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik heb even de woorden van wethouder de Jonge laten bezinken. En Beter voor Dordt is er natuurlijk helemaal voorstander van om naar een klimaatneutrale stad te werken. En ze heeft natuurlijk gelijk dat er nog steeds financiën beschikbaar zijn van het RVO, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, en andere rijksgelden. Maar dit zijn natuurlijk wel gelden die beschikbaar zijn om in 2050, net zoals de rest van Nederland BV, Nederland klimaatneutraal te zijn.
Ik vroeg me af, heeft de wethouder enig idee hoeveel tientallen, misschien wel honderden miljoenen nodig zijn om tien jaar eerder klimaatneutraal te worden? En waar denkt zij dat geld vandaan te halen? Dank u, voorzitter. De voorzitter: Een beetje een technische vraag, wethouder. Kunt u er wat van zeggen? Mevrouw De Jonge: Wat ik ervan kan zeggen is, als u ook kijkt naar het Programma Klimaatneutraal 2040, wat ook door de raad is vastgesteld, we hebben eigenlijk twee afwegingen gemaakt. We gaan versnellen, omdat wij ook zien dat de effecten van het klimaat op onze inwoners is, maar ook op onze economie en op onze leefomgeving. Dat is voor ons ook een belangrijke trigger om vast te houden aan die 2040. Wat we ook in dat plan hebben gedaan, we hebben dat de hink-stap-sprong genoemd. We hebben gezegd, we kunnen wel heel concreet 2026 … Dat hebben we ook helemaal uitgewerkt. We hebben ook al tot 2030 laten zien van, wat gaan we dan doen? Nog iets minder concreet. En we hebben gezegd, 2030-2040, dat is wat we langzaam gaan opbouwen met de kennis en ervaring die we opdoen. Daar gaan we ook die vertaalslag maken van, wat is er nog nodig als je ziet wat er allemaal op gang is gekomen in de eerste jaren, de eerste vijf tot tien jaar? Dat is ook doorgerekend.
En met die berekeningen is ook aangetoond, met de inzet die we met de hink-stap-sprong gaan doen, dat wij daar 2040 mee kunnen redden. Maar dat is wel onderdeel van onze monitor natuurlijk om steeds te blijven kijken van, zitten we op dat schema? Houden we dat met elkaar vol? De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik denk dat we naar een afronding toe kunnen. We hebben een eerste termijn gehad. Ook een eerste termijn van het college. Volgende week in de raad komt de tweede termijn. En dan gaan we zien hoe het allemaal afloopt. Ik dank u allen voor uw inbreng en vraag u vriendelijk of u uw lege flesjes, glazen en dergelijke mee wil nemen. En ik wens eenieder nog een hele fijne avond. Dank.
57
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 23 september 2025.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
N. Mol
58