2.4 2024.07.02 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
En wie weet, en daar ga ik toch een ijdele hoop uitspreken, wordt dan de hele stad eens een keer vuurwerkvrij. Maar ik heb het nu niet over die afzonderlijke straten. Ik gaf dat als voorbeeld. Maar als bijvoorbeeld de maneges nu een verzoek doen, omdat ze het ieder jaar toch zo ervaren, moeten ze dan aan bepaalde voorwaarden voldoen? Of is een mailtje naar u, naar de heer Kolff, voldoende om daar dan op te acteren? De heer Kolff: Nee, dat zou zeker helpen. Ik heb in zeven jaar tijd dat ik hier burgemeester ben nog nooit een mailtje gekregen van een manegehouder of een andere dierenpension of wat dan ook dat er vuurwerkoverlast wordt ervaren. Dat is één. Twee: dat kwam net ook al even ter sprake in de bespreking, er zou een meldpunt zijn voor vuurwerkoverlast van de gemeente. Dat is er niet. De Partij voor de Dieren heeft volgens mij in het verleden wel eens een meldpunt gehad of een aantal keer. Volgens mij GroenLinks ook, dat weet ik eigenlijk niet eens. Ja, hè? De gemeente heeft dat niet specifiek voor vuurwerk, maar er kan altijd een melding worden gedaan op Fixi. Dat is niet zo dat er dan meteen een autootje gaat rijden als zo'n melding wordt gedaan, maar als er nou uit een bepaald gebied veelvuldig wordt gemeld, dan kan het zijn dat we daar wel wat vaker surveilleren bijvoorbeeld.
Dus als daar veel meldingen van komen, kan ook via de politie, dan kan het zijn dat er meer wordt rondgereden, maar dat zal dan vaak zijn tijdens de momenten dat vuurwerk sowieso overal al verboden is. Dus dan heeft een vuurwerkvrije zone geen toegevoegde waarde, want die vuurwerkvrije zone heeft alleen toegevoegde waarde voor alle duidelijkheid, tijdens de uren dat het mag. Dat zijn maar een paar uur per jaar. De voorzitter: Dit roept nog meer vragen op bij mevrouw Kruger.
40
Mevrouw Kruger: Ja, zeker. De heer Kolff geeft aan, moet ik even kijken, ik ben het even kwijt. De heer Kolff zei over vuurwerkvrije zones, een paar uur per jaar. Die paar uur per jaar zijn behoorlijk verziekend voor…Daar hoeven we het allemaal niet over te hebben. Ik dacht even over…Ik ben het even kwijt gewoon. Misschien kom ik er zo nog even op. De voorzitter: Dan ga ik even naar de heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, dank aan de portefeuillehouder voor de duiding ook. Wat ik toch wat opmerk, is dat de houding daarin die vind ik toch wat reactief, omdat er eigenlijk wordt gezegd: we zien geen enkele aanleiding om dat te verruimen. Je zou kunnen zeggen: dat is ook niet zo heel gek als je geen meldpunt hebt of als meldingen die in het verleden zijn aangekomen bij andere partijen niet direct zijn overlegd en gecommuniceerd met de gemeente. Daarnaast zou je ook kunnen zeggen: wanneer kom je als gemeente in actie? Zeg je dan: er moet eerst een melding worden gedaan, dan pas als overheid of als gemeente komen wij in actie? Of zou je kunnen zeggen: we zien bij heel veel andere gemeenten in Nederland die, zoals ik dat benoemde, dat laaghangend fruit zoals een manege en bepaalde zorglocaties, die soms op een hoek van een wijk zitten, net als een schoolplein of de manege van, de Dordtse manege die daar op die hoek van dat kruispunt zit.
Die prima op zo'n manier ook op dat lijstje zou kunnen komen, dat je zegt: we gaan niet wachten tot er meldingen komen, want deze manege, ja, waar had die dat dan moeten melden? Weet een burger altijd precies waar hij naartoe moet, ondanks die oprechte zorgen die ik daar aan de telefoon hoorde? Of zou je dan kunnen zeggen: nou, we horen inderdaad een aantal vanuit onze eigen raad en vanuit andere gemeenten een aantal voor de hand liggende locaties, laten we daar eens naar kijken zonder al te veel inspanning en daar waar het kan, zetten we de stap naar voren en voegen we die toe aan het lijstje. Hoe kijkt de portefeuillehouder daarnaar? De heer Kolff: Niet zo heel erg anders als wat ik net zei. We hebben vijftien verpleeg- en woonzorgcentra al aangemerkt. Dan heb je eigenlijk wel een heel groot deel daarvan in Dordrecht al genoemd. Die staan ook bij naam genoemd. En dat beperkt natuurlijk ook, tijdens die paar uur nogmaals, en dat is niet om het te bagatelliseren, maar dus om aan te geven dat bij alle andere uren is het al verboden. Dus het gaat echt om die paar uur tijdens oud en nieuw. Of je kiest ervoor om als stad te zeggen: we willen gewoon geheel vuurwerkvrij zijn. Daar geloof ik eerlijk gezegd helemaal, geloof ik gewoon niet in dat, dat werkt. Ik zie dat ook bij andere gemeenten. Apeldoorn heeft het bijvoorbeeld geprobeerd.
Daar is meer vuurwerk afgestoken dan in welke jaren daarvoor dan ook. Dus dat heeft kennelijk een soort van uitnodigende, protesterende werking. Dus ik vind het wel belangrijk dat als je zegt van: die paar uur per jaar mag je nog vuurwerk afsteken in onze stad, in reguliere woonwijken, dat je daar mensen dan ook wel enige ruimte voor geeft. We hebben gezegd: we gaan dat beperken. Geen schoolpleinen, geen parken, geen Biesbosch, geen verzorgingscentra. De hele binnenstad is vuurwerkvrij, de rest van de stad niet. Dat is de keuze die gemaakt is. Ik sta daar eerlijk gezegd achter. Als er nou inderdaad een plek is waar dieren verblijven of worden verzorgd waar men structureel of misschien zelfs een zeer ernstige overlast ervaart, stuur me een bericht, gaan we er naar kijken, kunnen we die eventueel toevoegen in het eerstvolgende APV. Maar om dat nu breed over de stad te gaan doen, dan blijft er eigenlijk straks de facto een vuurwerkvrije
41
stad over die waarschijnlijk uitnodigender wordt om vuurwerk af te steken, zoals we dat ook in andere steden zien. De voorzitter: Mevrouw Kruger weet haar vraag weer. Mevrouw Kruger: Ja, over het meldpunt. Want de heer Kolff gaf aan van: we hebben Fixi. Dat is allemaal heel erg leuk. Dat meldpunt was niet zozeer, zoals wij dat toen bij GroenLinks deden, was dat niet zozeer om dan op dat moment de politie te kunnen waarschuwen van: daar wordt vuurwerk afgestoken. Nee, juist om in kaart te brengen waar de overlast het meest wordt ervaren. Dat was heel duidelijk zichtbaar door al die meldingen. En dat was een apart meldpunt. Volgens mij is het voor de gemeente, en ik weet dat de heer Burggraaf zich daar ook al een paar jaar toen voor hart heeft gemaakt, om op de website daar speciaal aandacht voor te geven, een bepaalde knop in te zetten. Het schijnt heel makkelijk te zijn. Laten we dat dan promoten, dat mensen als ze vuurwerkoverlast ervaren, dat meldpunt benaderen en niet dat het ondergaat in Fixi, want daar hebben we niet altijd even... De heer Kolff: Ja, maar als ik de afgelopen zeven jaar mag bekijken voor hoeveel verschillende activiteiten van de gemeente er vanuit de r vragen komen voor een apart meldpunt, dan hebben we bijna meer meldpunten dan medewerkers.
Ik vind het belangrijk dat wij toch Fixi gebruiken, want Fixi is een systeem waar registratie aan gekoppeld is waar mensen achter zitten die precies kunnen duiden van: oké, dit hoort daar en dit hoort daar. Fixi is een systeem waar we keurig kunnen zien, als mensen daar meldingen maken over vuurwerkoverlast, waar, om de term maar weer eens te gebruiken, hotspots zitten. Als we een apart knopje op de website maken, moet ik dat nog maar weer zien. En de vraag is ook: hoe koppel je dat dan vervolgens weer aan politiebestanden en dergelijke. Dus wij kunnen, door gewoon dat via Fixi te laten doen, dat keurig in kaart brengen. Overigens moeten mensen dat dan wel weten. Ik vind ook, dat heb ik ook al eerder gezegd in de richting van de heer de Heer, wij kunnen best nog wel een goede slag maken op de website van de gemeente en op andere manieren qua communicatie om de vuurwerkvrije zones die er zijn goed onder de aandacht te brengen. Daar kunnen we ook in meenemen waar mensen terecht kunnen met klachten over vuurwerk. Tegelijkertijd wil ik daar ook de verwachtingen bij managen, want het is niet zo dat als jij een klacht indient, dat je daarna de rest van het jaar vuurwerkvrij achter de bloemetjes kunt zitten. Mevrouw Kruger: Voorzitter, ik dank de heer Kolff dat hij inderdaad daar extra aandacht aan wil besteden, aan dat er mogelijkheid voor melden is en waar men dat dan kan doen.
En natuurlijk moet je aan verwachtingsmanagement doen. Maar ik vind het toch wel weer een beetje jammer dat, dat nu zo gezegd wordt alsof mensen…Waarom heeft het zin? Het heeft altijd zin om te melden. Laten we dat gewoon promoten. En het verwachtingsmanagement, dat zit er altijd al in. Mensen hebben niet altijd de hoop dat als ze melden dat er wat aan gedaan wordt. Integendeel. Dus laten we nou gewoon massaal melden en daar ook actie op ondernemen. Dan komt het vertrouwen in hoe wij met onze meldingen omgaan ook weer een beetje terug. De voorzitter: Nog een reactie van de portefeuillehouder?
42
De heer Kolff: We zitten niet zo heel gek ver uit elkaar. Laat ik het niet verder uitkristalliseren. Ik hou er altijd wel van als iemand een melding doet, dat mensen ook even een terugkoppeling krijgen of dan een signaal over wat er met die melding is gebeurd. En als je straks precies tijdens die paar uur dat vuurwerk niet is verboden, ik zeg maar wat, tienduizend meldingen krijgt, ik weet niet of we dat kunnen. Ik weet niet of we het kunnen waarmaken. Dat vind ik wel belangrijk. Ik hou ervan dat een overheid betrouwbaar is en dus ook antwoord kan geven op meldingen. Het is goed om het in kaart te brengen. Misschien komen er hotspots uit voort. Ik heb in mijn vorige gemeente weleens een speciaal apparaat tijdens oud en nieuw ter beschikking gehad. Dat heeft ons toen, ik geloof, tien- of twaalfduizend euro gekost. En dat zou precies in kaart brengen in welke buurten en wijken er bovengemiddeld veel vuurwerk overlast was. Het gaf een kaart van de gemeente uiteindelijk als resultaat met één grote rode vlek. Toen heb ik gezegd: die twaalfduizend euro die had ik liever anders ingezet. Dus ik heb gewoon niet de illusie dat tijdens oud en nieuw, dat dat soort dingen enorm werken. Maar nogmaals, het is goed om het in kaart te brengen, met name voor de momenten dat het wel verboden is. In de aanloop bijvoorbeeld naar oud en nieuw.
De voorzitter: Ik heb een vraag van de heer Lambinon van de Partij voor de Dieren. De heer Venderbos-Lambinon: Geen vraag, maar met een opmerking. Indien geïnteresseerd, kunnen wij een link van ons meldpunt doorsturen. Ik geloof dat er vierof vijfhonderd meldingen gedaan zijn, waar je dan ook de hotspots kan zien waar het plaats heeft gevonden. Dus die kunnen we zo doorsturen. De heer Kolff: Dat mag, graag zelfs. De voorzitter: Nou, dank u wel. Ik kijk even rond in de commissie. Zijn er nog vragen, wensen, opmerkingen? Nou, we zijn vrij rustig. Dat is mooi. En we zijn netjes binnen de tijd. Dan gaan we dit natuurlijk verder behandelen op 9 juli. Dan dank ik jullie allemaal voor jullie aanwezigheid. Vergeet de flesjes niet, de kopjes, de bekertjes. Ja, heel fijn. 4. Bouwend en Bereikbaar - Vaststellen Perspectiefnota 2025 Voorzitter: Mevrouw Van Engelen Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Jager (Beter Voor Dordt) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Klerk (CDA) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie)
43
Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Dhr. Uysal (GroenLinks) Portefeuillehouders: Wethouder M. Burggraaf. De voorzitter: Nog eentje. Ik drukte maar twee keer. Goedenavond. Ik hoop nou niet dat die vastloopt, want dan hebben we dit een uur lang er doorheen. Valt mee. Goedenavond allemaal. Welkom bij de tweede ronde commissievergaderingen over het vaststellen van de perspectiefnota 2025. Welkom iedereen die hier aanwezig is en thuis ook meekijkt. Voor het verslag beginnen we even met een namenrondje en dan zal ik de vergadering even kort toelichten. Begin ik hier rechts van mij bij de commissiegriffier. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter Voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter Voor Dordt. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. Mevrouw Kamphuis: Meta kamphuis, SP Dordrecht.
De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, college. De voorzitter: Dank u wel. Dan vanavond. In de raad van 18 juni zijn de algemene beschouwingen geweest over de perspectiefnota. Vandaag gaan we hierop verder in de
44
commissie. De commissie zal een eerste termijn voeren met elkaar en het college zal daarop reageren. Nu is het bij onze vergadering over Bouwend en Bereikbaar zo dat er geen moties en amendementen voorliggen, maar alleen bespreekonderwerpen. Dat zijn er vier. Twee van de VVD, twee van het PvdA. Dus mijn voorstel is om ook eerst die partijen toe te laten lichten waarom het is ingediend. Van de VVD is er ingediend voorkomen onnodig stapelen van regels om huizen betaalbaar te kunnen bouwen en versimpeling en vermindering van beleid ter bevordering van structureel lagere lasten op behandeling, toetsing en handhaving. De heer Noldus van de Dordtse VVD, mag ik u vragen om een toelichting op de bespreekpunten? De heer Noldus: Ja, voorzitter, zeker. We zien dat de bouwambitie is groot. We hebben hard meer woningen nodig. We zien echter ook dat de markt complex ingewikkeld is en dat het moeilijk is om projecten tijdig door te laten gaan en ook dat de betaalbaarheid van woningbouw, vooral nieuwbouw ook onder druk staat. Dus wat ons betreft gaan we ook aan de slag met het versimpelen van regelgeving daaromtrent, het minder stapelen van allerlei sectoraal beleid dat we op verschillende aspecten toch zelf echt toevoegen hieraan, zodat we daar onze woningen bereikbaarder en betaalbaarder kunnen maken voor grote groepen mensen.
De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: Dit is alleen nog maar een toelichting op het bespreekpunt, waarom we het bespreken. Dus zo meteen mag u het debat aangaan. De heer Noldus: Dank u wel, voorzitter. Ga ik nog even verder en dan kom ik zo meteen denk ik wel op de vraag uit. Wat ons betreft, net als dat je af en toe je zolder opruimt, is het ook zaak om af en toe het beleid en de regelgeving op te ruimen. Je ziet dat we dat weinig doen. We hebben nu een hoop capaciteit gericht op de realisatie van projecten en dat is terecht. We komen echter van een jaar of acht geleden denk ik ook uit een periode dat we een stuk minder projecten hadden, dat we in de vorige bouwcrisis hebben afgeschaald qua capaciteit. Wat ons betreft is het iets om niet nog een keer te doen en te zorgen dat we capaciteit die we eventueel krijgen en als minder vraag uit de markt komt, ook inzetten om actief die zolder op te ruimen en de versimpeling, minder regels en ook minder kosten voor beleid maken en de handhaving van beleid. Dus wat ons betreft is dat niet alleen iets om de bouwopgave te versnellen, maar ook iets om met een investering nu structureel lagere lasten te krijgen vanaf het jaar 2026, op het moment dat we minder geld beschikbaar hebben. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting.
Dan het PvdA heeft ook twee onderwerpen ingediend, sociale woningbouw en investeringen fietsenetwerk. Mijnheer Damen, kunt u daar een korte toelichting op geven waarom u dit wil bespreken in de commissie vanavond? De heer Damen: Ja, voorzitter. In de perspectiefnota wordt vooral ingegaan op structurele inkomsten en uitgaven. Maar wij vinden dat we ook over de reserves en de bestemming van de reserves moeten praten. Er is vijftig miljoen gereserveerd voor het Park XXL. Daar schijnt geen Europese subsidie bij te komen. We zien tegelijkertijd dat er een nota ligt over het mobiliteitsbeleid. Daarin worden allerlei, ons inziens, zeer zinvolle
45
voorstellen gedaan over het bevorderen van het gebruik van de benenwagen en van de fiets. Daar wordt ook gesproken van een fonds om investeringen daarvoor mogelijk te maken, een mobiliteitsfonds. Wij zien daar echt helemaal geen dekking voor. En wij vinden dat op dit moment in het fietsbeleid er heel efficiënt en praktisch gewerkt wordt. Er wordt werk met werk gemaakt. Maar dat brengt wel met zich mee dat je steeds her en der stukje van het fietspadennetwerk uitvoert, maar zelden toekomst aan complete fietsroutes. En om het fietsen aantrekkelijk te maken, moeten fietsroutes, die zijn net zo mooi als het slechtste punt in de route. Dus je moet zorgen dat de knelpunten uit de routes gaan verdwijnen. Die knelpunten blijken steeds vaker dure plekken te zijn om een oplossing te vinden, kruising met Laan der Verenigde Naties. Dus daar is geld voor nodig. De voorzitter: Het is helder waarom u dat wil bespreken. De heer Damen: Iets soortgelijks geldt voor sociale woningbouw. Er is in het verleden veel gegoocheld met cijfers over hoeveel nieuwbouw in de sociale huursector gerealiseerd wordt. We hebben in het verleden er al op gewezen dat je niet alleen moet kijken naar de nieuwbouw in de sociale sector, maar dat je ook moet kijken wat er verdwijnt door sloop.
Dan blijkt opeens dat de helft van de nieuwbouw die we in deze periode gepland hebben, als je tot 30 procent van de nieuwbouw wil komen in deze collegeperiode, dat je, als je de sloop daarvan aftrekt in deze periode, dat je nog maar 15 procent toevoegt. Wij vinden dat, nou ja, voor de woningzoekende is dat gewoon een probleem. Die hebben gewoon niet 30 procent ter beschikking, maar 15 procent ter beschikking. Wij denken dat je daarvoor extra moet investeren in sociale woningbouw. Dat betekent meer sociale woningbouw in de verschillende projecten. Dat levert automatisch minder grondopbrengsten op. Een kavel voor een sociale woning is een stuk goedkoper dan voor een koopwoning. De voorzitter: Het is volgens mij helder waarom u dit wil bespreken vanavond. De heer Damen: Ook daar denken wij aan de reserve van Park XXL. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Dan gaan we naar de commissietermijn. Welke partijen willen allemaal graag het woord voeren? Oké, dan begin ik bij de heer Schalken van Beter Voor Dordt. Gaat uw gang. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Niet zozeer het woord voeren, maar ik probeerde net al een verduidelijkende vraag richting de VVD te stellen met betrekking tot de onnodige stapeling van regels. Ik denk dat we op hetzelfde spoor zitten, maar ik hoor graag van de heer Noldus waar de VVD aan denkt met betrekking tot die onnodige regels.
De heer Uysal: Voorzitter, een aanvullende vraag, want ik had ook een soortgelijke vraag. De voorzitter: Als het inderdaad heel erg hierop lijkt en de heer Noldus daar in één keer antwoord op kan geven, gaat uw gang. De heer Uysal: Wij zijn inderdaad ook wel benieuwd waar de VVD dan precies op doelt, want als je kijkt naar de procedures wat betreft plan en besluitvorming voor nieuwbouw
46
in Dordrecht, dan zien we dat die procedure tweeënhalf jaar is en als je dat ook afzet tegen landelijk is dat vijf jaar. Dus wat ons betreft zijn die cijfers al best wel, die procedures die verlopen al snel. Dus op welke regels doelt de VVD dan als ze dat nog sneller moeten doen? Daar horen wij graag meer over. De voorzitter: Mijnheer Noldus, kunt u beide vragen beantwoorden? De heer Noldus: Voorzitter, ik ga een poging doen. Dank daarvoor. Wat ons betreft zitten we, om met die laatste vraag gelijk wat te zeggen, zitten we qua processen en procedures zitten we inderdaad veel sneller dan gemiddeld. Daar hebben we ook echt stappen gemaakt. Dat zien we ook niet alleen in ons beleid, dat zien we vooral ook op de straat waar woningen echt opgeleverd worden. Tegelijkertijd zit in dat proces van besluitvorming is er één aspect waar het ons meer om gaat is dat we ook heel veel projecten meerdere malen toch zien sneuvelen op, wat wij soms denken, details. Dan zit het op dingen rondom welstand, materiaalgebruik, dat zit dan op circulariteit, op bijkomend beleid. Niet zozeer op het bestemmingsplan of op de planvorming an sich, maar alles wat daar nog tegenaan geplakt wordt wat uiteindelijk een project minder haalbaar maakt. Wat ons betreft moeten we daar kritisch op zijn.
Wij zijn altijd goed in dingen, extra ideeën met elkaar vinden waar we het met elkaar eens zijn, wat we extra gaan doen. Maar ik zou de handdoek, of niet de handdoek in de ring. Ik zou hem hier in de ring willen gooien om ook met elkaar scherp te kijken om af en toe qua beleid wat minder te doen. Zeker als er mogelijk tijden aankomen waar minder vraag is, dat we dan ook zorgen dat we en de mensen die we keihard nodig hebben om plannen te toetsen, vasthouden, dat we die kennis aan boord houden, dat we als de markt weer aantrekt verder kunnen. Maar dat we ook onszelf de doelstelling opleggen om beleid te schrappen en wat ons betreft zelfs een jaarlijkse norm daarvoor. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie heel veel handen omhoog gaan, maar we zitten eigenlijk soort van in de termijn van de heer Schalken. Zo meteen kunt u alle pijlen op de heer Noldus in dat termijn. Mijnheer Schalken, had u nog verdere woordvoering? De heer Schalken-den Hartog: Nou, voorzitter, ik heb niet echt zozeer een hele termijn voorbereid, maar richting de heer Noldus misschien nog meer specifiek: heeft u het daarbij ook over scherpere eisen die wij stellen aan het bouwen, waardoor bijvoorbeeld soms projectontwikkelaars denken van: nou, we gaan maar bouwen in een andere gemeente.
Er is vraag genoeg en dat we op die manier buitenspel raken en als gemeente dus een project niet kunnen realiseren, omdat wij wellicht soms meer eisen stellen dan andere gemeenten stellen? De voorzitter: Mijnheer Noldus, kunt u dat straks in uw termijn beantwoorden, alstublieft? De heer Noldus: Ik kan nu heel kort antwoorden, zeer zeker, voorzitter. De voorzitter: Want anders wordt het heel rommelig. Ja, nee, maar het is nu al rommelig. We kunnen straks in de termijn van de VVD, kunnen we al deze vragen gaan stellen. Maar het is niet zozeer de bedoeling dat uw termijn alleen maar bestaat uit interrupties op.
47
De heer Uysal: Misschien een ordevoorstel, dat deden we net in vergaderzaal 1 ook. Volgens mij hebben weinig mensen hier een termijn voorbereid, omdat er geen moties of amendementen voorliggen. Het zijn onderwerpen van fracties die zijn voorgedragen, waarvan de meeste andere partijen niet weten wat dat precies inhoudt. De initiatiefnemers van die onderwerpen hebben dat nu net toegelicht. Het lijkt mij beter om daar dan meteen als vraag-antwoord op in te gaan. Dan kunnen we een constructief gesprek met elkaar voeren in plaats van per fractie een termijn af te gaan. De voorzitter: Dan, dat lijkt me een goed voorstel, dan geef ik inderdaad als toevoeging op de toelichting gewoon eerst het woord voor de termijnen aan de VVD en PvdA. Net waren er veel interrupties op de Noldus, dus die mag van mij dan als eerst. Gaat uw gang. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dan zal ik eerst een paar woorden zeggen en dan kan iedereen alvast naar de knop. Nee, ik heb over deze twee punten niet heel veel aanvullends nu in de termijn, dus als er vragen zijn, beantwoord ik die met liefde en anders ga ik naar de Partij van de Arbeid over de moties of over de ideeën. De voorzitter: Ik zie een hoop interrupties. Mijnheer Damen, PvdA. De heer Damen: Ik zou graag onderbouwd zien waarom of in hoeverre de extra eisen die wij stellen, dat dat leidt tot het stilvallen van bouwprojecten.
Want ik heb die informatie simpelweg niet. Misschien heeft de heer Noldus een kortere lijn naar het college. Die heb ik niet, maar die informatie wil ik graag. Een bijkomende vraag is: belangrijke bijkomende kosten bij woningbouw zijn de parkeerplaatsen. We hebben hier een prachtig experiment onderhanden waarbij we buitengewoon weinig parkeerplaatsen realiseren. Maar dat moet nog een beetje van de grond komen. Is de heer Noldus het ermee eens dat je dat vaker zou moeten proberen? Het verlagen van de parkeernorm. De voorzitter: Mijnheer Noldus, Dordtse VVD. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Dan ben ik door de hele betogen de eerste vraag eigenlijk al vergeten. De eerste vraag, het heeft niet zozeer te maken met een kortere lijn naar het college, maar meer zien welke projecten er spelen in de stad, welke initiatieven er zijn en waar partijen dan ook tegenaan lopen. Het zijn een verscheidenheid aan trajecten, maar ook als je vanuit de media volgt, maar ook als je wat directe contacten hebt, dan zie je waar partijen vastlopen. En het is echt een verscheidenheid aan onderwerpen. Ik denk dat we daar veel goed doen, wat de heer Uysal, Abdullah wou ik zeggen, de heer Uysal ook terecht zei. We doen er veel goed in het proces. We hebben daar direct contact. We betrekken partijen vroeg. Maar tegelijkertijd vind ik dat we daar nooit helemaal tevreden mee moeten zijn.
Dat we daar, in lijn met de rest van het antwoord dat ik net al even gaf naar de heer Schalken-den Hartog, dat we daar kritisch moeten zijn op alles wat we extra eisen ten opzichte van andere gemeenten. En als ik mag, voorzitter, het antwoord op de tweede vraag. Of over parkeren. We hebben nu een project in de stad waar het aan de hand is. Dan gaan we het meemaken hoe scherp we daarin zijn. We hebben eerder ook bij Amstelwijck hebben we daar met een andere bril naar gekeken. Dus ja, dat moeten we iedere keer an sich wegen. Maar we kunnen ook niet doen met elkaar alsof parkeren en parkeereisen niet aan een behoefte voorziet bij woningbouw. Want er gaan namelijk gewoon mensen
48
wonen die verwachten hun auto te kunnen gebruiken en kwijt te kunnen. Dus daar moeten we heel pragmatisch mee omgaan. De voorzitter: Oké. Dan de andere interrupties die nog open stonden. Mijnheer Uysal, GroenLinks Dordrecht. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Ik werd getriggerd door het woordje materiaalgebruik, wat de heer Noldus aangaf. Dat valt dus kennelijk onder een van de voorwaarden waarvan de VVD ziet van: daar kunnen we nog misschien wat mee doen. We hebben in het politiek akkoord de ambitie geformuleerd om in 2040 klimaatneutraal te zijn als stad. We zien dat we tegen onze ecologische en economische grenzen aanlopen en dat vraagt van ons dat we heel anders moeten omgaan met onze natuur en ook met de omgeving en ook dus met het gebruik van de materialen. Doen we dat niet, dan levert dat voor de lange termijn veel maatschappelijke kosten voor ons op. Ik ben benieuwd hoe de VVD daar tegenaan kijkt en ik ben ook benieuwd hoe de VVD aankijkt tegen het feit dat we volgens mij ook huizen toekomstbestendig moeten bouwen. Wat je ziet als voorbeeld, na de Tweede Wereldoorlog hebben we in kort tempo, in hoog tempo hebben we heel veel huizen gebouwd waarvan later ook wel bleek van: ja, als we daar met de huidige blik naar kijken dan is dat niet zo heel toekomstbestendig.
Volgens mij kunnen we die fout nu opnieuw niet nog een keer maken als we nu heel veel huizen in korte tijd willen gaan bouwen waarvan een tien, twintig, dertig jaar later blijkt dat het toch niet helemaal toekomstbestendig is. Hoe reflecteert de VVD daarop? De voorzitter: Mijnheer Noldus, Dordtse VVD. De heer Noldus: Voorzitter, dank voor de vraag. Tweeledig, voorzitter. Tweeledig, voorzitter. Aan de ene kant zien we dat ander materiaal gebruik ook iets doet met de prijs. En die betaalt iemand, dus dat is één aspect. Het tweede is, en daar heb ik een tweetal voorbeelden bij, bij bijvoorbeeld materiaal gebruik waarbij houtskeletbouw een optie was, waarbij in een project hier in onze stad, het om redelijk dure woningen ging, werd een houtskeletbouw gebouwd op zo'n voorwaarde gestoeld. En dat de reactie van veel kopers was die ik heb gesproken van: ja, dan betaal je vijf, zes tot zeven ton voor een woning en dan heb je niet eens betonnen vloeren en betonnen funderingen. Dat is toch wat? Dus het doet iets met zo'n kwaliteitsbeleving vanuit de koper. En het tweede is een ander project, ook in onze stad, waar we zeggen: we hebben een bepaalde norm ook qua hoogte. We stellen een partij aan, of de partij die wil ontwikkelen, stellen we ook mee: ga met houtconstructiebouw aan de slag.
Dat doet iets met je bouwhoogte, een beetje technisch, maar dat doet iets met je bouwhoogte, waardoor het ook niet meer in die hoogte past. Dus door een combinatie van allerlei eisen maken we sommige projecten gewoon enorm moeilijk. Wat ons betreft gaan we daar pragmatisch voortvarend mee aan de slag en moeten we ook kritisch naar onze eigen regels kijken. De voorzitter: Dank u wel. Dan staan er nog een aantal interrupties open van mevrouw Van Herwijnen, van de heer Struijk, van de heer Van der Kruijff en mevrouw Kamphuis. Mijnheer Uysal, heeft u nog een dringende vervolgvraag? De heer Uysal: Het is geen vraag, maar wel een constatering. Volgens mij is juist natuurinclusief bouwen, maar ook circulair bouwen, dat heeft een toegevoegde waarde voor de kwaliteitsbeleving van de mensen in de buurt. Nu haalt de heer Noldus van de
49
VVD een aantal projecten uit waarbij dat dan misschien niet zo heel gunstig uitpakt. Maar volgens mij is dat juist een positieve impuls op de woonbeleving van de mensen die in dit soort huizen wonen. De voorzitter: Als afsluiting van de discussie, dank u wel. Dan eerst mevrouw Van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Ook wij hadden wel wat vragen bij het onnodig stapelen van regels. Wanneer is dat dan onnodig? U noemde een aantal zaken, waaronder bijvoorbeeld welstand. U noemde later ook nog een keertje over die regels. Wil de VVD dan van welstand af? Moeten we als gemeente dan welstandsvrij gaan worden? En is dat niet te tegenstellend met het feit van: willen we dan met kwaliteit bouwen? Dat is dus de eerste vraag. Mag ik dan ook gelijk een vraag stellen over het versimpelen en verminderen van beleid? De voorzitter: Zeker, gaat uw gang. Mevrouw Van Herwijnen: Want daar hadden we eigenlijk hetzelfde. Je maakt beleid, omdat je ergens naartoe wil gaan werken. En dan, wat voor effect heeft het dan als je beleidsarmer gaat worden als gemeente? Heb je dan nog wel op papier staan waar je naartoe wil en hoe je dat wil doen? Want uiteindelijk ga je natuurlijk naar een uitvoeringsbeleid. De voorzitter: Mijnheer Noldus, Dordtse VVD. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Twee vragen.
Op de eerste vraag: nee, de Dordtse VVD stelt hier niet voor om de welstand helemaal af te schaffen. Ik denk dat er landen om ons heen zijn waar je kan zien dat welstand an sich iets toevoegt. Bij welstand zitten allerlei instrumenten, je hebt allerlei verschillende gradaties en je hebt allerlei verschillende zones waar je ook gradaties aan mee kunt geven. Dus daar kan wat ons betreft wel kritisch naar gekeken worden. En het is vooral de combinatie en de manier hoe je daar dan ook weer mee omgaat. Dat is een beetje het antwoord ook op de tweede vraag. Een aantal beleidsaspecten zijn goed om daar beleid op te hebben, een stuk op de horizon te hebben maar het is ook goed om dan prioritaire doelen met elkaar te hebben en te zeggen: ja, maar sommige doelen gaan even voor en die moeten ook doorgaan als het dan even op een ander terrein een tandje minder moet. En zo zien wij eigenlijk de bouwopgave die we hebben. Die kunnen we heel goed onder bepaalde kaders meegeven, wat ons betreft, om bepaalde projecten uit het slop te krijgen of te zorgen dat ze daar niet in komen, is er echt wel wat speelruimte. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw van Herwijnen, een vervolgvraag? Mevrouw Van Herwijnen: Ja, eigenlijk twee, want de eerste eigenlijk: is het dan meer de tegenstrijdige regels waar de heer Noldus op doelt? Dus zijn het tegenstrijdige regels als het gaat om beeldkwaliteit en circulair bouwen, die met elkaar dus tegenstrijdig werken tot een uiteindelijk concreet plan? De voorzitter: Dan doen we eerst één.
50
Mevrouw Van Herwijnen: Ja, dat is prima. De voorzitter: Mijnheer Noldus De heer Noldus: Het lastige hierin, voorzitter, is dat het altijd een beetje wisselt per project. Maar ook als je de welstandscommissie volgt, zie je dat er op verschillende aspecten en onder andere groen en uw buurman gaf daar net ook iets over aan, dat mensen, duurzaamheid en groen doet iets met de beleving van mensen. Dat is positief, zolang het ook gaat over openbaar groen, maar als het gaat over constructie, of die van hout of beton is dan werkt dat soms een hele andere kant op. Dan geeft zo'n kwaliteitsbeleving geeft iets heel anders mee. Dan is hout niet per definitie iets wat mensen met kwaliteit associëren als het op een woning aankomt. De voorzitter: Oké. Punt twee, mevrouw Van Herwijnen. Wat was het ook alweer? Mevrouw Van Herwijnen: Ik heb even moeten pauzeren en nu is hij me ontschoten. Mag ik hem eventjes later nog… De voorzitter: Tuurlijk, als u er straks op terugkomt. Ik deed het om het voor de heer Noldus helder te houden en daarmee heb ik u in de war gebracht. Excuus. Voor de speling ga ik even naar de overkant en dan ga ik straks weer terug. Mijnheer Struijk, ChristenUnie/SGP. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik vind het ook lastig worden om nog precies te onthouden wat nu wel en wat niet gezegd is.
Ik zou toch graag van de heer Noldus wat meer concrete voorbeelden horen van waar ze nu bij projecten tegenaan lopen. Want hij heeft wel het woord veel genoemd, maar per saldo heb ik iets gehoord over hout wat een belemmering kan zijn en heb ik iets gehoord over welstand wat een belemmering zou kunnen zijn. Ik zou eigenlijk graag nog wat meer voorbeelden hebben, want kijk onnodig, daar zijn we ook voor. Je moet alleen dingen doen die nodig zijn en je moet niet dingen doen die onnodig zijn. Dus dat is mijn eerste, graag toch nog iets meer concreter. En het tweede, dat vind ik eigenlijk een beetje in tegenspraak met wat de heer Noldus zelf zegt. Om projecten uit het slop te trekken, dan moet je gaan prioriteren en dan moet je, nou ja, iets anders, maar eventjes moet je maar niet zo krap kijken. Bedoelt de heer Noldus daar dan mee van: nou ja, we moeten in ieder geval kosten wat kost gewoon bouwen, bouwen, bouwen. Net als dat we na de Tweede Wereldoorlog gedaan hebben? De voorzitter: Met die eerste vraag voedt het ook gelijk aan de tweede interruptie van mevrouw Van Herwijnen. De heer Noldus, Dordtse VVD. Dan mag de heer Struijk zijn microfoon even uitzetten. De heer Noldus: Dank, voorzitter. Ik heb een aantal voorbeelden genoemd. Het is misschien een wat abstracter niveau, maar je ziet: het gaat inderdaad over materiaalgebruik. Het gaat over circulariteitseisen.
Het gaat over welstandseisen die vrij breed geformuleerd zijn. Maar het gaat over heel veel meer aspecten. Parkeren is even in de vraag meegenomen. Het gaat over hoogte. Het gaat over rooilijnen. Het gaat over best wel wat aspecten die naar voren komen die een ontwikkeling, zeker binnen steden, complex maken. Dat zijn een aantal die ik er zou willen uitlichten.
51
Het gaat me er niet nu hier vanavond om, om er eentje specifiek te schrappen, maar meer of we met elkaar in de modus kunnen komen dat we bereid zijn om met elkaar ook wat concessies in onze eisen te doen. Richting de, over de tweede vraag of het schrappen van projecten uit het slop trekken van projecten dan zegt dat we alleen maar moeten bouwen, bouwen, bouwen en niks meer te doen aan kwaliteit. Nou, dat is ook niet wat we hier willen bepleiten. En ook niet iets wat we op dit moment zien gebeuren in de stad. We denken ook dat er heel veel partijen zijn die goed kwalitatief willen kunnen bouwen en dat er heel veel behoefte is aan goed kwalitatieve woningbouw. Dus daar hoeven we wat ons betreft echt niet op in te boeten. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Van der Kruijff en daarna naar mevrouw Kamphuis. Daarna wil ik eigenlijk graag naar de PvdA. Maar misschien dat mevrouw van Herwijnen ook nog iets heeft. Maar eerst de heer van der Kruijff, CDA Dordrecht. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. U zegt zowaar CDA Dordrecht, dat zeggen wij nou nooit. Wij hebben niet zozeer een vraag, maar meer een opvatting erover. Want dat zag je net al gebeuren, over onnodige regels, over het versimpelen van beleid. Dat voor je het weet ontstaat er een politieke discussie wat dan onnodige regels zijn.
En dan zie je GroenLinks alweer reageren van: dat zal over duurzaamheid en circulariteit zijn wat u kwijt wilt. Die discussie moet je natuurlijk wel uit weg blijven. Dus als het echt over efficiency gaat en doelmatigheid, kunnen we er in meegaan. Maar politieke discussies moet je wel politiek blijven voeren en niet over de procedurele as, denk ik, gaan voeren. Wat we wel veel horen, als we met projectontwikkelaars spreken of met bouwers, is dat ze behoefte hebben aan standaardisatie. En dat is heel wat anders. Want het lijkt wel alsof elke gemeente in Dordrecht, of niet in Dordrecht, elke gemeente in Nederland, zo'n beetje zijn eigen set aan bouwregels aan het creëren is, waar je aan moet voldoen. Daar hoor je bouwers, als je met ze spreekt, wel over klagen. Omdat het daar duurder van maakt, het onvoorspelbaarder maakt als ze kant-en-klaar woningen, want die zijn er ook, realiseren dat ze dan weer niet voldoen aan de eisen van de gemeente links en rechts, omdat ze allemaal verschillend zijn. Dus als CDA zouden we vooral willen pleiten over standaardisatie van regels, en dat was gemeenten, ik denk zelfs in VNG-verband het initiatief zouden bijvoorbeeld kunnen nemen, of je daar wat meer op één lijn in Nederland kunt komen. Want dat gaat echt helpen om het te versnellen als je gaat standaardiseren. De voorzitter: Dank u wel.
Geen vraag aan de VVD, maar dan heeft de VVD in ieder geval de reflectie van het CDA in de pocket. Dan gaan we naar mevrouw Kamphuis, SP. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. We hebben nu 30 procent sociale woningbouw. Wij vinden dat je eigenlijk veel ruimer zou moeten zoeken in de mogelijkheden voor betaalbaar bouwen. In Arnhem worden huizen gebouwd van twee ton. In diverse plaatsen in de Randstad worden kleinere koopwoningen voor alleenstaanden op grote schaal neergezet. Dus hier zijn al ontwikkelingen gaande op de markt. Onze gemeente moet daar ook veel meer op inspreken. Hoe denkt de VVD daarover? De heer Noldus: Voorzitter, dank. Het laatste stuk van de vraag kreeg ik niet helemaal mee. Daarvoor excuus. Maar het gaat over de insprekers bij betaalbare woningbouwprojecten. Is dat wat u betoogt?
52
De voorzitter: Even nog ter verduidelijking, mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ja, bij de, voor kleinere koopwoningen en voor alleenstaanden op grotere schaal neergezet. De heer Noldus: Ja, ik zit even te denken hoe we dat hier kunnen positioneren. Op zich zijn we voor allerlei initiatieven. Wij zijn ook voor Leerpark 2F, hebben we denk ik ook een initiatief hier in de stad met wat mitsen en maren, maar wat wel in een bepaalde doelgroep en behoefte voorziet. We hebben ook met de huisvestingsverordening vorige week of twee weken geleden een uitvoerige discussie gehad waarbij we heel veel dingen mogelijk wilden maken, ook dingen die nu niet standaard zijn. Of nou echt de realisatie zit en echt hele grote aantallen tiny houses, zou ik dan bijna zeggen, dat vraag ik me oprecht wel af. Zeker gezien een relatief groot deel van de bestaande woningvoorraad in de categorie betaalbaar is zeker afgezet tegen de regio waarin we ons bevinden. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, tweede interruptie. Mevrouw Kamphuis: Wij hebben het niet over tiny houses, maar over eigenlijk kleine koophuizen van ongeveer een woonkamer, een keuken en een slaapkamer van ongeveer vijftig vierkante meter. De heer Noldus: Ja, met mijn weten is dat ongeveer de grens voor een tiny house. Ik weet niet, misschien gaat het om andere vormen.
Ik denk wel dat we in een stad waar we redelijk wat bestaande betaalbare voorraad hebben, dat we ook moeten inzetten op het toevoegen van kwaliteit en niet alleen maar op klein en op prijs moeten gaan zitten. Je ziet dat we in Dordrecht veel woningen ook te koop hebben in de gemiddelde koopprijs van 265 duizend euro. Daar bouw je niet een vergelijkbare nieuwbouwwoning voor. Dus we moeten met elkaar ook duidelijk hebben dat de bestaande voorraad ook echt een oplossing is voor heel veel mensen die een woning zoeken. En dat je niet iets concurrerends nieuwbouw daarnaast kan bouwen, zeker niet op zo’n schaal, verwacht ik, in onze regio. De voorzitter: Oké, dan kijk ik nog even naar mevrouw Van Herwijnen of u nog een laatste interruptie op de VVD wilt doen? Mevrouw Van Herwijnen: Dan gaan we weer even terug op die andere vragen. De voorzitter: Dat mag. Mevrouw Van Herwijnen: Is dat helemaal prima? Oké. Het ging toch weer eventjes over die versimpeling en vermindering van beleid. Want we hebben wel wat voorbeelden gehoord over hoe we die stapeling van regels kunnen gaan voorkomen. Maar over het versimpelen en verminderen van beleid, daar hebben we eigenlijk nog niet heel veel voorbeelden van gehoord, van welk beleid…Want u had het ook over van: dan moeten we eigenlijk wel gaan prioriteren.
Welk beleid geven we nou voorrang over een ander beleid? Waar, in welke hoek moeten we het dan zoeken?
53
De voorzitter: Concrete voorbeelden over het versimpelen van beleid door de Dordtse VVD. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, ik denk dat die twee redelijk in dezelfde lijn zitten, want uiteindelijk maak je beleid over verschillende assen. Het gaat over welstandsbeleid, het gaat over beleid over bijvoorbeeld circulariteit en materiaalgebruik en dat uit zich in regels en aan die regels wordt dan getoetst. Dus ik denk dat die dingen in elkaars verlengde liggen. Als we scherp kijken naar wat voor beleid je maakt, dan uit zich dat ook in meer of minder regels. En daar kun je dus wat ons betreft ook doelen in stellen of prioriteiten stellen tussen die beleidsdoeleinden, beleidsterreinen. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we deze bespreekpunten hebben we dan het debat over gevoerd. Dan wilde ik eigenlijk graag naar de PvdA voor de volgende twee bespreekpunten: sociale woningbouw, investering in fietsennetwerk. Mijnheer Damen heeft nog iets toe te voegen aan de toelichting van net? De heer Damen: Nee, maar ik zit nog wel met de vraag van wat nou de conclusie is van het debat wat we net gevoerd hebben? De voorzitter: Ja, ik dacht: er zijn bespreekpunten aangeleverd, dus wie weet leidt dat tot een aankondiging van een motie of een amendement, maar dat heb ik niet gehoord van de VVD noch een andere partij.
De heer Damen: Mijn conclusie is een beetje, voorzitter, dat we behoefte hebben aan meer informatie. Op zich ben ik niet tegen het goedkoper bouwen en het verlagen van woonlasten. De voorzitter: Deze bespreekpunten zijn ingeleverd om te bespreken bij de perspectiefnota. Dus als u dit verder wilt bespreken in een vergadering op het onderwerp zelf, dan kunt u het natuurlijk agenderen. Maar vanavond lijkt me de bedoeling dat er of concrete ideeën komen om hier iets mee te doen bij de perspectiefnota en het anders een andere keer te bespreken. De heer Uysal: Voorzitter. Ja, ook misschien… De voorzitter: Mijnheer Uysal, heeft u een ordevoorstel? De heer Uysal: Nee, nou ja, aanvullend op de vraag en misschien ook een beetje om tegemoet te komen aan de wens van de heer Damen. Ik hoorde hem ook die vragen stellen, voorzitter. Misschien kan de wethouder een aantal punten meegeven waarin dit ook voorkomt in bouwprojecten of ook tegen… De voorzitter: Er komt straks inderdaad gewoon een collegetermijn. Na het eerste termijn van de commissie. De heer Uysal: Ik kreeg een beetje de indruk dat die vraag niet heel uitdrukkelijk gesteld was, dus ik wil hem bij deze toch uitdrukkelijk stellen: zijn er bouwprojecten waarbij we tegen allerlei regels aanlopen die eventueel voor vertraging zorgen? Dus die zouden wij graag van de wethouder willen horen als dat zo is.
54
De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de interrupties over de onderwerpen sociale woningbouw en investeringen fietsennetwerk. Mijnheer Damen. De heer Damen: Ik dacht dat ik duidelijk was geweest. Dus ik wacht op reacties. De voorzitter: Er waren misschien ook wellicht wat interrupties. Ik kijk eventjes rond. Mijnheer Uysal, GroenLinks Dordrecht. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Ik ken de heer Damen als iemand die altijd een warm pleidooi houdt voor sociale huurwoningen. Het onderwerp gaat ook het het aan het hart toe. En ja, er zijn grote lange wachtlijsten. Ja, we moeten veel meer sociale huurwoningen bouwen. Alleen wat ik wel mis in het verhaal van de heer Damen is dat het lijkt alsof we helemaal geen positieve stappen zetten richting het tekort wat we hebben. Dus ik hoop dat de heer Damen het ook erkent, dat hij het ook inziet dat we nu de juiste stappen zetten met het realiseren van sociale huurwoningen. De ambitie was om deze periode twaalfhonderd sociale huurwoningen te realiseren. De verwachting is dat we er achttienhonderd van gaan realiseren. En in tegenstelling tot de vorige periode, is ook deze periode de afspraak gemaakt met corporaties dat we alleen gaan slopen als er ook nieuwe afspraken gemaakt worden om daarvoor in de plaats nieuwe sociale huurwoningen te bouwen. Dat gaat ook vaak gepaard met verdichting.
Dus er komen meer sociale huurwoningen ervoor terug in de plaats. Dus ziet de heer Damen van de Partij van de Arbeid ook in dat we het been bijtrekken? En ik ben het van harte mee eens dat het niet genoeg is, maar ik hoop wel dat hij ook inziet, voorzitter, dat we op de juiste weg zijn. De voorzitter: Mijnheer Damen, ziet u dat? De heer Damen: Geen millimeter, voorzitter. En ik vind ook dat er steeds halve waarheden worden verteld. We bouwen inderdaad, waar sociale huurwoningen worden gesloopt, bouwen we sociale huurwoningen terug. Maar dat levert maar een hele beperkte winst op. Er wordt ongeveer 10 procent meer aan sociale huurwoningen teruggebouwd dan er stonden. En voor een deel zijn dat sociale huurwoningen die niet voor de mensen met een bijstandsuitkering bereikbaar zijn. Die zitten boven de aftoppingsgrens. Dus die woningen zijn in veel mindere mate beschikbaar voor de mensen met de laagste inkomens. Daarnaast bouwen we maar heel beperkt toevoegingen. Dus we vervangen, we vervangen ruim, 10 procent extra, maar de toevoegingen die we doen zijn heel beperkt. Zitten vooral in zorgwoningen of, en dat was een paar jaar terug, of in woningen à la Leerpark en dadelijk à la Thureborgh. Dat zijn particuliere woningen, die zijn niet duurzaam, die zijn geen eigendom van sociale verhuurders. En die woningen zijn behoorlijk aan de prijs en vrij beperkt wat betreft woonkwaliteit.
Dus ik vind dat we volstrekt onvoldoende op de goede weg zijn. En ik vind dat we echt niet een tandje bij moeten zetten, maar ongeveer een extra motor erbij moeten zetten. De voorzitter: De heer Damen ziet het niet zo in. Dan gaan we naar de interruptie van de heer Struijk, ChristenUnie/SGP.
55
De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik vond het wel leuk dat ik de heer Damen het woordje duurzaam hoorde noemen, want kijk, meer sociale woningbouw en investeren in het fietsnetwerk, dat is allemaal prima, maar dat kost natuurlijk geld. Dat weet de heer Damen ook en ik vond het wel sympathiek dat hij ook gelijk voor de dekking zorgde, namelijk die 50 miljoen die op de plank ligt voor het Stadspark XXL. Maar vindt de heer Damen het nou wel duurzaam om daar een streep door te halen? Want ja, we hebben bij een groeiende bevolking en bij een opwarming van de aarde toch volgens mij ook wel meer groen nodig. Dat is punt één. En punt twee: als ik naar de plannen kijk van dat stadspark, dan zie ik daar ook heel veel mooie wandel- en fietsroutes in. Dus ja, als je dat geld weg gaat halen om fietsroutes te gaan ontwerpen, dan dat klopt niet. Want dan krijg je die juist minder. Dus ja, daar zou ik graag wat uitleg van de heer Damen op willen hebben. De voorzitter: Mijnheer Damen, de uitleg hierop. De heer Damen: We hebben niet zo lang geleden een RIB gekregen over het Stadspark XXL. Daar zou een rondweg in komen voor wandelaars en fietsers. Vergelijkbaar breed als het brede fietspad door het Weizigtpark, zeven meter. Dus een hoop asfalt. Die is vooral bestemd voor mensen die daar rond willen fietsen of rond willen wandelen in het park.
Ik heb liever dat er geïnvesteerd wordt in het fietspadennetwerk voor dagelijks gebruik. Van je huis naar het wijkcentrum, of naar het winkelcentrum, of naar de binnenstad, of naar scholen, of naar het kinderdagverblijf. En niet voor mensen die in lycra gewoon lekker aan het sporten zijn op hun eentje. De voorzitter: Dank u wel. Tweede interruptie van de heer Struijk, ChristenUnie/SGP. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook behoorlijk uitvoerig gekeken naar de plannen voor het Stadspark. En een van de dingen die daarin zitten, is onder andere een fietsroute van de Schenkeldijk richting de Noordendijk, waar nu je levensgevaarlijke toeren uit moet halen over de Stevensweg, die onder handen genomen is, wat niet heel erg in het voordeel van de fietsers is, volgens mij. Ik zou dan, en ik hoop dat de heer Damen het met me eens is, heel erg blij zijn als die fietsroute langs de Stevenshof uiteindelijk gestalte gaat krijgen. Die is dan wel degelijk dus bedoeld om mensen van de ene wijk veilig naar de andere wijk te laten fietsen. Of zie ik het verkeerd, is mijn vraag aan de heer Damen. De voorzitter: Mijnheer Damen, PvdA. De heer Damen: Ik pleit al dertig jaar voor het voltooien van die fietsroute, want die zit al dertig jaar in de planning. Dat zou een stuk efficiënter kunnen.
Maar dat sluit heel nadrukkelijk aan op het fietsroutenetwerk zoals dat voor het dagelijks gebruik is ontworpen. Een heleboel van de fietspaden in het Stadspark XXL sluiten daar op geen enkele manier op aan. De voorzitter: Oké, dank u wel. De discussie over Stadspark XXL zullen we even ontwijken. Aangezien we gaandeweg samen de vergaderstructuur hebben bepaald, ook waarvoor dank, wil ik even de commissie rondkijken. Kunnen we overgaan naar het collegetermijn, reactie van het college of moet er nog iets gezegd worden? Mijnheer
56
Noldus, u heeft al wel heel veel kunnen en mogen zeggen. We gaan even kijken of het toegevoegde waarde heeft. Gaat uw gang. De heer Noldus: Ja, niet even over onze eigen punten, maar over de Partij van de Arbeid twee punten. Waarbij ik in ieder geval het punt van sociale woningbouw dacht: nou, dat kunnen we het misschien mee eens zijn totdat we de invulling van de Partij van de Arbeid daarbij hoorden. Want onze inzet was eigenlijk een andere vraag die wij ook tijdens de raadsvergadering gesteld hebben en volgens mij in de eerste termijn van de wethouder niet beantwoord is. Maar we zien in de jaarstukken terug dat we niet 30 procent, maar 45 procent sociale huurwoningen gaan realiseren deze periode. Ziet het college ruimte om bij te sturen om toch richting die 30 procent te gaan en misschien meer woningen te realiseren in bijvoorbeeld betaalbare koop, waar ik net ook een aantal mensen hier in de commissie voor hoorde pleiten, om toch meer richting 30 procent te gaan in plaats van die 45 procent? Die vraag wilde ik even aan het college meegeven in deze termijn. Dank u wel. Dan de heer Safranti nog. De heer Safranti: Ik hoor een aantal tegenstrijdige verhalen, want ik hoor nu de heer Damen over de woningbouw en de realisatie, de heer Uysal van GroenLinks die benoemde een en ander, maar ook de heer Noldus die dus opeens op 45 procent zit.
Dus mijn vraag is: wat is nou waar? Wie moeten wij dan als raadsleden daarin geloven? De voorzitter: Dat is misschien een goede vraag voor het college. Mijnheer Uysal, heeft u een interruptie op de heer Safranti of heeft u een vraag aan het college? De heer Uysal: Ik heb een interruptie op de heer Noldus, want het is toch wel bijzonder merkwaardig wat de heer Noldus even op het aller-, allerlaatste moment even er in fietst. Dus ik wil daar toch wel even een opmerking over maken. De voorzitter: Maar we gaan zo meteen…De heer Safranti stelt het al: er zijn heel veel verschillende getallen en dergelijk genoemd. We gaan zo meteen, als het goed is, ook horen waar de feiten zitten. De heer Uysal: Nee, dat snap ik. Maar ik hoor nu van de VVD dat ze van achttienhonderd sociale huurwoningen, 45 procent, liefst naar 30 procent sociale huurwoningen wil. Dus ik vind dat bijzonder merkwaardig en daarop zou ik een aantal vragen willen stellen aan de VVD voordat we overgaan op de termijn van de wethouder. De voorzitter: Nou ja, dit is eigenlijk een mening van de VVD over een punt wat PvdA heeft ingebracht. Dus dat wordt een totaal nieuwe discussie. En ik wil wel graag ook aan het collegetermijn toekomen. En het tweede termijn hierover dat wordt gevoerd volgende week in de raad. De heer Uysal: Ja, nee, dat snap ik, voorzitter.
Volgens mij hebben we ook tot elf uur en het scheelt ook dat we deze discussie volgende week in de raad gaan voeren. Vandaar dat ik een aantal vragen nu zou willen stellen aan de VVD en ik had mijn vragen intussen al vaker kunnen stellen in plaats van met u in discussie te gaan. Dus als u het toestaat, voorzitter, dan zou ik toch die vraag willen stellen aan de VVD, want de afgelopen periode hebben wij een tekort opgebouwd van sociale…
57
De voorzitter: Mijnheer Uysal, even ter inventarisatie, hoeveel vragen zijn het? Zijn het korte vragen of opent dit een nieuw debat? De heer Uysal: Het ligt eraan wat voor antwoorden de VVD gaat geven. De voorzitter: Dan wil ik u beiden verzoeken om het kort en krachtig te houden, zodat we daarna naar het collegetermijn kunnen gaan. Mijnheer Uysal. De heer Uysal: We hebben de vorige periode zijn er heel veel sociale huurwoningen gesloopt en er zijn geen sociale huurwoningen ervoor in de plaats teruggebouwd. Dus dat betekent dat we een tekort hebben opgebouwd. We hebben met elkaar de afspraak gemaakt om dat tekort in ieder geval deze periode in te lopen. In te lopen betekent niet dat we dat tekort helemaal teniet doen. Daar hebben we nog een lange weg met zijn allen voor te gaan. De VVD schetst nu het beeld alsof we nu heel veel sociale huurwoningen bouwen en alsof we een overload aan sociale huurwoningen hebben, alsof we helemaal geen wachtlijsten meer hebben. Dat is natuurlijk een vertekend beeld wat de VVD schetst. En hoezo zou de VVD dan nu eigenlijk weer terug willen schieten in de reflex wat we de vorige periode hebben gedaan? We zouden toch juist, tenminste, die afspraak hebben we toch met elkaar gemaakt, om het been bij te trekken. Hoezo dan nu weer terugkrabbelen? De voorzitter: Mijnheer Noldus, Dordtse VVD. Specifiek hierover, wat de heer Uysal heeft gezegd.
Het voegt niets verder toe. De heer Damen: Ik wil graag citeren uit een stuk van het college. De voorzitter: Een citaat is geen vraag, maar als uw vraag over dit onderwerp gaat, dan mag u hem nu stellen. De heer Damen: Dan wil ik vragen aan de heer Noldus om te reageren op wat het college hier zelf over zegt. In de Realisatiemonitor Bouwende stad 2023. Want daar staat dat, wat betreft nieuwbouw en sloop, dat er in de periode 2022-2026 in netto zeshonderdvierenzestig sociale huurwoningen worden toegevoegd. Dat is dus geen 45 procent. Waarbij nog geen rekening is gehouden met de aan- en verkoop van woningen door woningbouwcoöperaties. En Woonbron gaat tot op de dag van vandaag gewoon door met het verkopen van sociale huurwoningen. Ik kan dit niet begrijpen als u zegt dat er we… De voorzitter: Dus eigenlijk is de vraag van: klopt de stelling van de VVD met de feiten die de heer Damen net noemde? Mijnheer Noldus, Dordtse VVD. De heer Noldus: Voorzitter, antwoord. Ik zal het kort houden, maar wel tweeledig. We hebben afgesproken met elkaar dat we de gesloopte sociale huurwoningen gaan compenseren en daarbij duizend sociale huurwoningen extra toevoegen. Dat is de bouwvisie die we hebben vastgesteld met elkaar. Daarbij hebben we in het politieke akkoord gezegd: we gaan 30 procent van de vierduizend woningen deze periode gaan we sociale huurwoningen realiseren.
Uit de jaarstukken die we hebben gekregen, die ook afgelopen raadsvergadering, bij de volgende raadsvergadering voorstaan, staat dat we
58
in de periode 2022 tot 2026 uit lijken te komen op achttienhonderdzes sociale huurwoningen. Dat is ruim 45 procent van de vierduizend die gepland staan tot 2026. Dus dat is een duidelijk ander percentage dan die 30 procent waar we het over hebben. En dat is de duiding van onze vraag. Die percentages haal ik uit de jaarstukken die we hebben toegestuurd. De voorzitter: De heer Noldus heeft genoemd waar zij hun percentage vandaan hebben gehaald. Mijnheer Uysal, GroenLinks. De heer Uysal: Maar nu we dan toch in de jaarstukken zitten, als je dan een paar regels verder leest, dan zie je ook dat de ambitie tot 2031 is, uit conform de woonvisie die we in 2019 met elkaar hebben vastgesteld, dat we tweeduizend sociale huurwoningen bijbouwen. En dan zitten we nog op achttienhonderd, dat betekent dat we er nog lang niet zijn. Dus wat voor nut heeft dat dan om nu ineens een stop te zetten op de bouw van sociale huurwoningen, terwijl we nog ook in de komende jaren nog bij moeten bouwen? De voorzitter: Mijnheer Noldus, Dordtse VVD.
De heer Noldus: Voorzitter, ik zou niet terug willen komen op de afspraken uit de woonvisie, maar de vraag gaat wel over, en misschien is het antwoord nee, dat hoor ik dan graag van het college, maar kunnen we ook binnen deze periode dan schuiven met projecten en zorgen dat we ook betaalbare koop ertussen kunnen krijgen? Want we hebben een opgave voor sociale huur, maar we hebben zeker ook een opgave voor de andere segmenten die voorliggen. We kunnen onze inwoners die op zoek zijn naar een koopwoning niet verleiden met een sociale huurwoning als ze daar niet naar op zoek zijn. Dus die behoefte ligt er ook, die bestaat. Er zijn echt mensen op zoek naar een koopwoning. Het is misschien een schok voor een aantal, maar we hebben echt een aantal projecten waar we mogelijkerwijs nog koopwoningen kunnen gaan toevoegen. Daar horen we graag een reactie op van het college. De voorzitter: Ik denk dat we nu duidelijk hebben gekregen waar u het dus niet over eens bent en misschien ook niet wordt. Dit heeft toch geleid tot meerdere vragen. Mevrouw van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Dan wil ik toch nog even een aanvulling doen op de vraag die de heer Noldus doet aan de wethouder, aan het college, over het bouwen van meer betaalbare woningen.
Is die mogelijkheid er dan zonder minder sociale huurwoningen volgens de afspraken te gaan bouwen? De voorzitter: Dat is een hele duidelijke vraag. Dank u wel. Die gaat naar het college. Mevrouw Kamphuis, SP. Mevrouw Kamphuis: Ik hoor de VVD praten over betaalbare koopwoningen. Nou wil ik aan de wethouder vragen: is de wethouder het er mee van eens dat een betaalbare koopwoning rond de twee ton ligt? De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over naar het collegetermijn en dan geef ik het woord aan wethouder Burggraaf. Gaat uw gang.
59
De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zal me gewoon beperken tot de vragen die echt aan het college zijn gesteld. De eerste was daarvan of we projecten hebben waar we tegen regels aanlopen die voor vertraging zorgen. Ja, dat is zeker het geval. Dat is ook omdat elk project weer in een unieke omgeving zit. U heeft onlangs in de krant kunnen lezen dat onder andere hier in de binnenstad een project van Nera uiteindelijk toch weer, die was stil komen te vallen door de huidige moeilijkere bouwperiode, maar uiteindelijk is vlot getrokken omdat de parkeernormen zijn verlaagd in de tussentijd, waardoor die niet meer in het project gerealiseerd hoefde te worden en het daardoor wel van de kant kon komen. Ik kan me herinneren bij Amstelwijck hebben we een hele discussie met het waterschap gehad, omdat we aan de ene kant graag groen wilden behouden in dat gebied, 40 procent groen en 60 procent bouwen. Maar ook het waterschap eisen had over het peilniveau, het waterniveau wat hoger zou moeten komen, maar op dusdanige hoogte dat je dan vervolgens eigenlijk dat bestaande groen niet meer zou kunnen behouden. Dus daar hebben we toen een flinke tijd een discussie over gehad om daar toch het beste van beide kanten van te kunnen realiseren. Dus ja, dat zijn een aantal voorbeelden.