2.4 2023.10.24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.docx .pdf
Tekst van het document
20
Ik denk, dat inschrijfduur wel degelijk een rol kan spelen. Met een gemengd systeem, waarbij je vooral moet gaan kijken, naar de geschikte woning voor degene die woningzoekende is hè. Dus als je een benedenwoning hebt hè met niet een hele grote tuin en dergelijke, en er is een oudere die op zoek is naar een woning. Ja, dan zou dat een belangrijke rol moeten spelen. Heb je een bovenkamertje, wat klein met een gro… een steile trap hè, dan zou er eerder een jongere in terecht kunnen komen. Heb je een wat ruimere woning, eerder een gezin. Maar als je binnen die categorieën zal ik maar zeggen, moet kiezen dan denk ik van ja, iemand die al tien jaar zit te wachten en nog steeds niet aan de beurt is en in een moeilijke situatie zit, dan zou je degelijk ook die inschrijfduur denk ik, een rol kunnen laten spelen. En uiteraard speelde het hele probleem niet, als er gewoon voldoende sociale en betaalbare woningen ... De voorzitter: Uiteraard. Heer Venderbos. Dhr. Venderbos-Lambinon: Ja, wij vinden gewoon eigenlijk, dat je het systeem zou moeten veranderen in maken, bouwen en verdelen in doelgroep woningen. Bijvoorbeeld kleine woningen van veertig tot zeventig vierkante meiden realiseren, maar dan alleen bestemd voor jongeren en starters. En de grotere woningen voor mensen met gezinnen en die wat ouder zijn. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Nieuwland.
Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Ik vind het wel een interessante gedachte, om daar toch iets aan te doen. Want het staat mij bij, dat ik op mijn achttiende verjaardag mijn inschrijving als het ware, cadeau kreeg van mijn ouders. Die al voor ons nadachten van, je weet maar nooit of je het ooit nodig hebt. Dus het kan namelijk ook een soort rat race zijn van, als je er maar vroeg genoeg bij bent, dat je inderdaad dan op het juiste moment als het ware, die woning kunt krijgen. Dus ja, toch een soort van gemengd systeem, waar je inderdaad meer dingen mee kunt laten wegen. Bijvoorbeeld wat hier ook genoemd wordt, of mensen ook actief al langer op zoek zijn. Want kijk, ik heb zeker sympathie voor degene die al tien jaar op zoek is, dan wil je ook gewoon, dat die eerder een woning krijgt. Maar tien jaar ingeschreven staan, wil dan ook nog niet zeggen, dat je tien jaar op zoek bent. Dus daar ergens een balans tussen, lijkt me een interessante gedachte. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog andere meningen? Ga uw gang. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Dank, voorzitter. Ik zou eigenlijk willen stellen, dat de stelling zoals die nu verwoord staat, eigenlijk misschien wel te beperkt is. Als je kijkt zeg maar, naar de huidige situatie. Woonruimteverdeling op basis van inschrijfduur is niet meer van deze tijd. Ik zou zeggen, niet alleen op basis van inschrijfduur is van deze tijd.
Naast dat zijn een aantal andere aspecten wat ons betreft, van belang. Als je kijkt naar zeg maar, hoe nou ja, de markt ook in elkaar steekt. Sowieso is er weinig aanbod. Nou ja, er zijn mensen die zich meer of minder actief zeg maar, op die markt ook begeven. Nou ja, we kennen ook allemaal wel de kwaliteit zoekers, dus daar zou je wat ons betreft, ook iets mee kunnen doen. Dus dat je eigenlijk eerder een nou ja, drie componenten model hebt zeg maar, als een enkelvoudig componenten model.
21
De voorzitter: Dank u wel. Wil ik de heer Noldus, dan mevrouw Van Vugt en dan wil ik graag een afronding van deze stelling gaan doen. De heer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter. Ik wil voor een groot deel aansluiten bij mevrouw Nieuwland naast mij, want ook wij vinden het een interessante gedachte. We zien wel wat issues en uitdagingen ten opzichte, in de overgang van het huidige systeem hè? Uiteindelijk zul je dat ook op een bepaalde manier, eerlijk en gefaseerd moeten willen laten lopen. Uiteindelijk een kleinere populatie, die meer gericht is en harder op zoek is naar een woning, die een grotere kans heeft, is wat ons beleeft een systeem, wat prima zou kunnen werken. Het huidige wat u ook een beetje inziet, als je maar veel punten verzamelt door op je achttiende er gelijk bij te zijn, nou, dat is soms eerlijk, maar ook lang niet in alle gevallen helemaal eerlijk. En dat is ook reden, dat we volgens mij was het in 2019 denk ik, ook voor de motie over de pilot met loting hebben gestemd, om juist daar te zorgen, dat er iets opengebroken kon, kan worden. Dus nou, je ziet het ook een beetje in terug, om die kansen voor specifieke mensen die hard op zoek zijn, dat wel te vergroten. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, ik heb wat moeite met deze stelling.
Omdat de uitleg erbij al zo duidelijk een mening geeft, in plaats van dat het een stelling is. Ik vind dat lastig, om er dan nog neutraal of gewoon goed op te reageren. Want het is al gezegd, de woningnood is niet gediend met dit systeem. Nou ja, verder vind ik er ongeveer hetzelfde van, van wat de paar laatste sprekers hebben gezegd. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag, dat ik de heer Katif net de mond snoerde. Nee? Volgens mij hoorde ik meerdere meningen, dat het geen juist gebruik is van het systeem. We, ik hoorde kleinere populatie, waar het om moet gaan. Gericht, hoorde ik zeggen. En ik hoorde, meer stappen beleid. De heer Weber, heeft u nog meer dingen gehoord, die ik gemist heb? De heer Weber: Ja. Ik hoorde bijvoorbeeld, dat die, over doorstroming, dat dat zou plaatsvinden met dit systeem. Nou, we kunnen eigenlijk wel stellen, dat blijkt ook uit de beschikbaarheidsmonitor en de cijfers daaruit, dat we vooral toewijzen aan mensen van vijftig jaar en ouder, op basis van inschrijfduur. Dus die oudere, die gaat er op een gegeven moment wel uit, maar dan komt er weer, een nieuwe oudere komt erin. En jongeren die komen echt, de groep jongeren is veel groter en de actief woningzoekende jongeren is veel groter dan de actief woningzoekende ouderen. Toch wordt bijna vijftig procent van alle woningen toegewezen aan die oudere groep. Dus er zit gewoon echt een disbalans in.
Die doorstroming, die vindt voor een deel wel plaats, maar die gaat in heel veel gevallen niet door tot die jongeren. Dat is, wat ik even daarop wilde zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar de tweede stelling en … Gaan we door naar de tweede stelling. Ik wil een beetje variatie inbrengen, hier wilde ik graag een ja of een nee op stemmen. Kunt u doorgaan naar de tweede stelling?
22
De heer Weber: Ja, dat is de tweede stelling. Het gaat over mensen die instellingen verlaten. Die worden nu, die die kunnen aan de ene kant, met een voorrangsregeling geplaatst worden. Vaak komt men niet daarvoor in aanmerking, omdat men niet aan een van de regels voldoet. Dan kan er als dat, altijd nog teruggevallen worden op een contingent regeling, die er is gemaakt. Er zijn nog geen regionale afspraken gemaakt, over verdeling van de uitstroom uit instellingen. Dat betekent dat nou ja, wat wij zien is, dat er eigenlijk, als het één niet lukt, probeert men het ander. Eigenlijk zouden we er graag een aparte regeling voor hebben. Mensen die instellingen verlaten, die acuut woningzoekend zijn of acuut dakloos dreigen te worden, die zouden eigenlijk gewoon ook bijna acuut geholpen moeten kunnen worden, met behulp van één regeling. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik hier even een stemming over doen. Wie is er voor deze stelling? Ik zie hier drie, gedeeltelijk. En één, twee, drie, vier. Kijk, het worden er steeds meer, negen. Zijn er, is de rest tegen of zijn ook mensen neutraal in deze stelling? Ik hoor iemand, die hier niet aan meedoet. Dus dat is neutraal. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Zou voor mij het begrip instelling, nog even geduid kunnen worden? Is dat … Nou, ja. De heer Weber: Ja, dat is een opvanginstelling, zoals bijvoorbeeld het Leger des Heils.
Mensen die dus één of meerdere problemen hebben en die opgevangen worden, die anders dakloos zouden zijn. Die vervolgens in behandeling gaan en op een gegeven moment, zijn ze klaar om uit te stromen. Dan zouden ze in principe zelfstandig al dan niet met begeleiding, zouden ze zelfstandig kunnen wonen. Om de uitstroom uit dat soort instellingen gaat het. De voorzitter: Dank u wel. Heeft iemand die voor deze stelling is, een, die zijn mening toe wil lichten? De heer Portier. De heer Portier: Ja. Die contingent regeling. Je kan, zou je natuurlijk af kunnen vragen, waarom niet alles in een voorrangsregeling. Maar de contingent regeling is natuurlijk ook bedoeld, om een eerlijke verspreiding over gemeentes in de regio te krijgen. Dus ik denk dat dat goed is, om daar inderdaad één regeling voor te hebben. Waarbij je wel moet denken, dat die ruim genoeg moet zijn, die contingenten hè. Om inderdaad iedereen die acuut een woning nodig heeft, die wat voor instelling dan ook verlaat ja, een woning toe te wijzen hè. Dus je zult minder huizen voor je voorrangsregeling hebben dan. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter. Aanvulling daarop hè. Want het is heel goed, denken wij, dat omdat de regio duidelijker die afspraken te maken, over uitstroom uit instellingen, die toch vooral hier in Dordt zijn.
Dat mensen ook in hun eigen gemeente, daar beter gehuisvest kunnen worden. Aanvullend denken we ook, dat het gewoon beter is om één regeling te hebben. Niet dat een deel van de populatie, beroep doet op regeling A, omdat die toevallig beter uitvalt.
23
En een deel van de populatie toevallig, in een andere regeling of de tweede, de herkansing kan doen nog in een andere regeling. Het lijkt ons veel praktischer en transparanter, als daar één goede regeling voor is. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er zijn er nog partijen, die nog wat willen toelichten? De heer Katif. De heer Katif: Ja, dank u wel, voorzitter. Je kan in principe niet tegen de stelling of, niet tegen zijn, tegen de stelling. Simpelweg, als er iemand vanuit een instelling, hetzij een gevangenis, hetzij een waar je voor een of andere psychische probleem behandeld werd en dat je ‘…’ eruit gaat, zo zeggen ja, je kan die man of vrouw niet op straat. Dus je kan nooit tegen zo’n stelling, oneens zijn. Plus als het gaat om eenduidige afspraken, ik zou, ik ben het met de heer Noldus eens. Als je, je moet eigenlijk regionale afspraken maken. Regionale afspraken zou je gewoon kunnen doen door nou ja, we hebben geen Drechtraad meer. Ik zou zeggen, helaas. Nou ja, die is er niet. Zo zou je daar inderdaad afspraken over moeten maken. Dat je gewoon een soort, één geheel identieke regeling. Niet dat wij andere regeling hebben, dan de omringende gemeentes. Want dan ja, heb je een soort lekke mand, zal ik maar zeggen. De voorzitter: Dus je bent het eens met het voorstel hier, van de contingentsregeling? De heer Katif: Volmondig, ja. De voorzitter: Ik kijk even rond.
Volgens mij hoorde ik, dat dit, het heeft het grotendeel van de raadsleden de voorkeur, deze stelling. Vooral omdat hierdoor, eerlijker verdeling over de regio hebt. Het is één regeling, die voor iedereen geldt. Dat is duidelijker. En je kan er niet tegen zijn. Was, heb ik hier nog iets gemist? Wil iemand hier nog iets aan toevoegen? Nee? Dat is wel de consultatie. Dan gaan we door naar stelling drie. Kunt u uw microfoon aandoen, mijnheer Weber? De heer Weber: Deze heeft te maken ook met stelling één, over de inschrijfduur. We hebben op dit moment al, ook een loting model in ons woonruimte verdeelsysteem. Je ziet bij de reacties, dat daar vooral veel jongeren op reageren. En soms krijgen mensen daarbij een woning, die nog maar een maand ingeschreven staan. Dus dat werkt op zich wel. Alleen, als je kijkt naar het totaal aantal, nog steeds kijkt naar het totaal aantal jongeren, wat dan een woning toegewezen krijgt, ten opzichte van de woningen die via inschrijfduur verdeeld worden, dan zit er nog steeds een scheefheid in. Vandaar de stelling, als we nou bij wijze van spreken meer woningen zouden verloten, dan zouden we automatisch ook meer kansen bieden, voor jongeren en starters op de sociale huurwoning markt. De voorzitter: Ik zie al gelijk de vingers omhoog. De heer Uysal. De heer Uysal: Ja, dank, voorzitter. Wij zijn het eens met deze stelling.
Het is dan inderdaad voor jongeren en starters, die komen vaak … Je ziet ook dat ze vaak, steeds vaker reageren op, als het wordt verdeeld via een loting, dan een normale inschrijfprocedure. Dus dat is wel goed voor jongeren en starters.
24
Maar ook los van jongeren en starters, mevrouw Van Nieuwland, die kreeg op haar achttiende verjaardag dat bij wijze van als cadeau, een inschrijving. Maar er zijn ook heel veel mensen, die zich vergeten te inschrijven of dat niet doen en die komen later ook in de knel. Die denken dan ook van, ik krijg geen huis meer toegewezen. Dus in dat kader vind ik het ook wel beter, als we meer richting een loting model gaan werken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn tegen loting. Eigenlijk gaat het terug naar stelling één. Je hebt al een doelgroep 50-plus, die dus een aparte verdeling heeft. Je kan inschrijven als je 50-plus, een woning. Diezelfde doelgroepen zouden wij willen hebben, ook voor jongeren tot zeg maar dertig jaar. Dus krijg je vijf, drie doelgroepen tot en met dertig jaar, dertig, vijftig en dan vijftig en ouder. Ik denk, dat het een eerlijker methode is dan loting. Want dan kan je inderdaad, wat ik net van de heer Weber hoorde, je schrijft je in en een week later heb je een woning. Terwijl een ander al maanden, jaren zit te wachten. De voorzitter: Dank u wel, duidelijk. De heer Portier. De heer Portier: Daarop aansluitend. Kijk, sommige jongeren kunnen dan eerder een woning krijgen. Betekent dan automatisch, dat andere jongeren, later een woning krijgen.
Dus wat dat betreft, voel ik ook meer voor het doelgroepenbeleid. En ook even teruggrijpend op stelling één. Ja, pure inschrijving hè, zou misschien niet voldoende moeten zijn. Maar je zou ook kunnen kijken van, hoe lang is iemand al actief op zoek naar een woning? En ook van, in wat voor situatie woont iemand nu? Kijk, als je in een driekamerwoning woont, met acht broers en zussen terwijl je al vijfentwintig bent, dan kan ik me voorstellen, dat je wat eerder aan de beurt bent, dan als je negentien bent en je bent één van twee kinderen, in een wat grotere woning hè. Dus het moet wat meer gebaseerd zijn op eerlijkheid, laat ik het zo zeggen. Het enige is als we de, op basis van inschrijven af gaan schaffen, moet je wel mensen al hun inschrijfgeld van de afgelopen jaren terugbetalen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Noldus, die wilde ook wat toevoegen. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank u wel. In de basis, wij het niet eens met deze stelling. Wij zouden namelijk liever een systeem zien, wat eerlijk en goed werkt. Dat is ook stelling één eigenlijk, waar ik ook even, verwijzing naar deze stelling al had. Liever dat, dan een loterij tussendoor. Maar als het systeem zoals het nu is, leidt tot het eindeloos punten sparen, ja, dan zien we wel iets aan een toevoeging in een loting element hè.
Dus we hebben, daarom zeggen we, we hebben dit, in de tijd hebben we ook voor deze motie gestemd. We zien ook de positieve effecten. Ik denk, dat wat de heer Uysal ook aangeeft, dat er hier jongeren mee geholpen worden, vooral dan. Nou, daar zijn we blij mee. Tegelijkertijd is dat ook het manco van het huidige systeem, zien we liever daar een andere invulling voor. En dan als dat er is, liever geen loting element daar nog bij.
25
De voorzitter: En wat vindt u van de voorstellen van de heer Portier en Uysal, om via doelgroepen in te delen? Vendebos, sorry. De heer Noldus: Ja, nee, ik was bijna van plan, om me aan te sluiten bij de woorden van de heer Venderbos, totdat hij hier eigenlijk per se over begon. Omdat ik het wel eens was, met het eerste deel van het verhaal. Om dat precies op doelgroepen te maken, dat lijkt ook onnodig complex. Want dan ga je ook woningen reserveren, voor specifieke leeftijden en nou ja, volgens mij is dat ook niet per se, waar het systeem enorm mee geholpen is. Dus ik vind de denkrichting interessant, maar ik ben niet overtuigd, dat dat nou, een hele nou, aansluitende goede invulling is. Maar nou ja, dat is voor de latere invulling en uitwerking. Dan gaan we daarin iets beter oordeel over hebben. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Jager en daarna mevrouw Nieuwland. Mevrouw Jager: Ik hoor mijnheer Noldus zeggen van, dan gaan we dus reserveren voor bepaalde leeftijdsgroep, moeten we niet doen. Maar er wordt ook voor jongeren gebouwd. Er wordt niet meer voor ouderen gebouwd, maar dat is wel de bedoeling, dat dat ook weer gaat gebeuren. Dus dan heb je al doelgroepen idee. En wat mijnheer Uysal zei over van ja, mensen vergeten zich soms in te schrijven, dus dan moeten we maar gaan loten, anders krijgen ze geen kans. Nou sorry, maar dat vind ik geen argument.
Iedereen ingeschreven moet staan, schrijf je dan gewoon in. Is geen argument om te zeggen van, dan komen ze, dan moeten ze op die manier maar aan een woning komen. Als je niet ingeschreven staat, of je nou … Kijk, of je actief zoekt, dat vind ik wel een argument. Hoe lang zoek je al actief? Maar het feit van ja, we moeten maar gaan loten, want sommige mensen vergeten zich in te schrijven. Dat op zich, vind ik geen argument. De voorzitter: Dus als ik concludeer, bent u tegen deze stelling, dat via loting woningen verdeeld moeten worden? Mevrouw Jager: Ja, eigenlijk wel, ja. Ik vind het niet erg, als daar een klein element zo nu en dan naar boven komt, maar niet als standaardverhaal. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw, de heer Noldus, u wil daarop reageren? De heer Noldus: Nou, ik dacht, ik reageer nog even, omdat ik daarover toch iets anders mijn standpunt had toegelicht. Denk, is misschien goed om nog even te reageren, maar ik denk, dat ik toch voor een belangrijk deel met mevrouw Jager eens ben. Want wat ik zei was, voor ons is loting een optie voor een deel, als het systeem niet beter passend en eerlijker is. Dus ik denk, dat we daar dichter bij elkaar zitten, dan uw stellingname doet suggereren. De voorzitter: Dat zei u. Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Ja, ook ik ben het inderdaad oneens, met deze stelling.
Ik denk inderdaad gegeven het huidige systeem, was het een goede ja, misschien een manier om open te breken, om jongeren zo een kans te geven.
26
Maar ik denk niet, dat dat percentage groter moet worden. Want het heeft natuurlijk ook een bepaalde willekeur, dat je dus door een loting dan behoort tot de happy few, die ineens een huis krijgt toegewezen. Terwijl je misschien daar weinig aan hebt gedaan. Dus ik denk inderdaad, dat we vooral ons moeten richten op het systeem veranderen. Dan is dit niet nodig, om dit uit te breiden. De voorzitter: Oké. Volgens mij doet … Mijnheer Tutupoly en daarna doe ik de heer In ’t Veld. De heer Tutupoly: Ja, wij ondersteunen eigenlijk dat doelgroepenbeleid. Hebben we bij stelling één eigenlijk al aangegeven. Waarbij je dus inderdaad voor ouderen, goedkopere woningen kan bouwen, die misschien nu eengezinswoningen bezet houden, omdat het te duur is om te verhuizen. Aan de andere kant, ook voor jongeren bouwt. En daarbij ook nog eens een keer kijkt, naar de eenpersoonshuishoudens. Want dat is wat meer nu aan de gang, dan in het verleden. En daar anticipeert die bouw eigenlijk nog niet helemaal op. Ja, we zitten toch op een eiland met beperkte grond, dus daar zal je kleinere woningen voor in de plaats kunnen zetten. En daarmee hetzij ouderen kunnen bedienen, die eenpersoonshuishoudens vormen, dan wel jongeren. Dan krijg je een betere doorstroming. De voorzitter: Dank u wel. De heer In ’t Veld. De heer In ’t Veld: Dank je wel, voorzitter. Ook bij de VSP zijn we dus tegen loting.
Ieder geval, beslist niet verhogen. Inderdaad dan veel meer richting die doelgroepen. Waarbij je dan inderdaad zou moeten kijken van, oké, kunnen niet alleen doelgroepen zijn, maar je kunt er ook nog wat voorwaarden aan verbinden, zodat bijvoorbeeld inderdaad zeg maar het actief, hoe heet het, reageren op woningen in combinatie met eventueel een inschrijftijd. Dus meer die doelgroepen, die nader uitwerken en niet meer gaan verloten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Weber, volgens mij hoorde ik een overgroot deel oneens. En één iemand, één partij die het eens was, omdat het vooral goed voor de jonge en starters is. Heel veel raadsleden of fracties, die zeggen nou, doelgroepen indeling, daar zijn wij voor. Dat is eerlijker. Wij zijn tegen loting. Maar ik hoorde ook een groot deel, die zei van, we hebben liever een systeem wat beter werkt. Maar wat voor systeem beter werkt, daar hebben we nog niet het antwoord op. Laten we doorgaan naar de volgende stelling. Die stelling wilde ik vooral, omdat het een duidelijke stelling is, een voor of een nou, er zijn drie mogelijkheden. Dus laten we een stemming per drie mogelijkheden, per mogelijkheid doen. U wil eerst de toelichting? Daarna gaan we kijken of dat hij verlengd, uitgebreid of afgeschaft wordt. De heer Weber: Julie hebben in 2022 volgens mij, deze Wet bijzondere maatregelen, daarmee ingestemd.
Alleen artikel 10 daarvan, alleen in kwetsbare gebieden. Dat en waar dat is, is Eisingahof, Lijnbaan gebied, Vogelbuurt en de Witte de Withstraat. Dat zijn de gebieden, waarvoor artikel 10 geldt. Daar worden gegadigden voor een huurwoning gescreend op crimineel of, en-of overlast verleden. Waarbij vier jaar wordt teruggekeken, niet verder.
27
Ja, dat kan dus zijn, dat als er iets aan de hand is met die persoon, dat dan de woning wel wordt toegekend, maar onder bepaalde voorwaarden. Dus nog één keer een overtreding, nog twee keer een overtreding en dan is het klaar. Of, dat is ook een aantal keren gebeurd, dat die gewoon is geweigerd, de huisvestingsvergunning. Omdat we dat in dat gebied, gewoon niet willen hebben. In de Wet bijzondere maatregelen is er ook de mogelijkheid, te screenen op inkomen vanuit werk of vanuit zelfstandig beroep. Dat heet dan, staat dan in artikel 8 of vanuit sociaaleconomische kenmerken en dat staat in artikel 9. Ja, de vraag is, volstaat artikel 10? Dat weg, op zich werkt dat. We hebben, daar zijn we nu al een tijdje mee bezig en je ziet echt wel, dat er dat er dingen veranderen in die gebieden. Nou ja, op moment dat je gaat screenen op inkomen vanuit werk of uit zelfstandig beroep, betekent het dat je ja, de armste mensen met een uitkering of op of onder bijstandsniveau, dat je daar minder in dat soort gebieden, ook minder gaat plaatsen. Ja, je kunt ook zeg maar, vanuit sociaaleconomische kenmerken screenen. Dat zijn de mogelijkheden, die binnen die wet zijn. Wat we nu in Dordrecht doen, is alleen artikel 10. Dus wij screenen alleen nu op overlast en of crimineel verleden.
De voorzitter: Dan is de stelling, moet de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek worden verlengd, uitgebreid of afgeschaft? Wie vindt, dat hij moet worden verlengd? Ik ga eerst even stemmen, anders behaal … Ik hoorde er vijf. Nou gaat iedereen tegelijkertijd. De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Nou ja, je hebt het erover van om het te verlengen, maar in de huidige vorm of met uitbreiding? Want daar zit nog een verschil tussen. Dus waar vraag je die stem voor? Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Volgens mij zijn het namelijk twee delen, als het ware. Je kunt namelijk, het is verlengen of afschaffen en daarnaast heb je naast verlengen, kun je dan ook nog kiezen voor uitbreiden. De voorzitter: Ik ga de heer Weber even bekijken, wat voor informatie hij graag wil hebben. De heer Weber: Nou, wat mevrouw Nieuwland naast mij zegt. Ik denk, dat dat ook de bedoeling was van deze stelling. Hij is alleen niet goed geformuleerd, merk ik nu. De voorzitter: Dus u wilt graag horen of dat we willen, dat we vinden, dat die uitgebreid moet worden. Artikel 10, uitgebreid met artikel 8 of 9. Of, dat wij dus het op de huidige manier … De heer Weber: Nou, wettelijk kan dat pas over een paar jaar, het echte uitbreiden. Omdat we nu zeg maar, toestemming hebben gekregen vanuit het Rijk, om alleen artikel 10 toe te passen, in die gebieden.
En uitbreiding kan betekenen, dat je meer artikelen gaat toepassen, in die gebieden. Maar het kan ook betekenen, dat je meerdere gebieden gaat toewijzen, waar we dit gaan doen hè. Dus dat is ook voor tweeërlei uitleg vatbaar en dat, dus het is een beetje moeilijk om exact aan te geven van, wat willen we nou eigenlijk?
28
De voorzitter: Ik zie heleboel handjes omhoog, die willen graag toelichten. De heer Tutupoly was toen straks als eerste. Dan ga ik ... De heer Tutupoly: Ja, nou goed, wat ons betreft, zou die kunnen worden uitgebreid. Dan gaat het eigenlijk met name op het sociaaleconomische kenmerken. Met het doel eigenlijk, om meer spreiding te krijgen binnen de gemeente. Nou, we hadden het al even over het weigeren van mensen, bijvoorbeeld op bijstand niveau. Maar aan andere kant, kan je het ook andersom in positieve zin omdraaien, dat je meer spreiding over Dordrecht krijgt. Zodat je eigenlijk niet wijken krijgt, waar bepaalde problematiek zich voor kan doen. Of mensen in bepaalde zelfde soort situatie zitten. Dus dat je meer op die manier spreidt, binnen Dordrecht. De voorzitter: Dank u wel. De heer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik kan me daar voor een belangrijk deel bij aansluiten. Voor ons is het ook verlengen, uitbreiden en waarschijnlijk ook met extra artikelen. En inderdaad, wat de heer Tutupoly aangeeft, ons bezoek aan Dordt West was daar ook wel nou, mooi praktijk, ik weet niet of de heer Tutupoly daar ook bij was, mooi praktijkvoorbeeld, van wat het betekent. Welke wijk je ook woont en wat voor nou, standaarden er zijn en wat voor mensen er zijn, om je aan op te trekken.
Dus ik denk, dat het spreiden daarvan heel goed is en dat dit instrument daaraan bij zou kunnen dragen. Dat is uitbreiding nummer één. En uitbreiding nummer twee, zou ik dan, het gebied zijn wat ons betreft. Dat zou wat ons betreft, niet beperkt moeten blijven tot de huidige benoemde gebieden. Dus dat is een dubbele uitbreiding. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Nieuwland, u wilde ook iets daarna. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Ja, ook wat ons betreft, is verlenging prima. Uitbreiding vind ik zelf een beetje ingewikkeld qua gebieden, denk ik wel. Ik vind namelijk echt het verschil maken, of je dus een crimineel verleden hebt. Dan heb je zelf als het ware schuld in, dat je geen huis krijgt toegewezen. Dat vind ik dus echt van andere orde dan je sociaaleconomische kenmerken, die er dan ook nog eens voor zorgen, dat je een bepaald huis niet toegewezen krijgt. Tegelijkertijd voel ik er ook wel voor, dat het ook niet goed is om mensen met lage sociaaleconomische kenmerken bij elkaar te plaatsen. Dus maar ja, als dat betekent in deze krapte, dat je helemaal geen huis krijgt, dat vind ik dus toch wel een hele lastige. Dus ik denk, uitbreiding op artikel 10. 8 en 9 nou ja, liever niet denk ik. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Ja, voorzitter. Ik kan, ik kon mijn oren niet geloven.
In die zin, dat ik, ik verbaas me echt enorm dat … Overigens de artikel 8 en 9, daar hebben we helemaal geen toestemming voor, schuine streep, er is helemaal niks. Dus we kunnen op dit moment helemaal niks. We gaan iets, als we dat doen, dan doen we iets wat eigenlijk helemaal niet kan. Dus die schrijf ik af. Artikel 10, aan de ene kant, ik ben met mevrouw Nieuwland eens, dat ze zegt ja, luister eens ja, daar heb je zelf voor gekozen.
29
Maar tegelijkertijd, wil je de kans juist geven aan zo iemand, die uit een situatie komt waarbij ja goed, wij maken allemaal fouten. Laten we eerlijk over zijn. Er is niemand hier die nooit iets in zijn verleden, ligt eraan wat niet strafbaar, ene wordt wel gezien en de andere niet. Ik snap de VVD hartstikke goed, want die zijn natuurlijk zo rechts als het maar kan. Nee hoor, hij zit al aan mijn rechterzijde. Nee, even alle gekheid op een stokje. Tot nu toe ging het blijkbaar goed hè met artikel 10, als ik mag geloven. Maar ik zou zelfs de artikel 10, zou ik gewoon echt niet willen. In die zin, het, je moet toch de kans geven aan zo iemand. Ik bedoel en het feit, dat je nog vier jaar, vier jaar, na vier jaar pas kun je dat vergeven, als het ware. Ja. De voorzitter: Dus als, ik hoor u een heleboel dingen zeggen, maar eigenlijk ook niks zeggen. De heer Katif: Nou. Ik heb heel duidelijk … De voorzitter: U bent dus tegen deze stelling, dat we dus niet op artikel 10, niet op artikel 9 en niet op artikel 8. Dus u schaft hem af. De heer Katif: Nou ja, maar ik wil daar ook met name aangeven. We zitten namelijk ergens over te discussiëren om duidelijk te zijn, over artikel 8 en 9. Terwijl we eigenlijk helemaal, we kunnen het nog niet eens. Waarom discussiëren we daarover, hoezo? Laten we die artikel 10 dan sowieso bespreken, eens.
Dat je, als je dat wil verlengen, nou ja, goed, ik zou zeggen, doe het dan maar. Maar ga het dan niet verzwaren en als je het verzwaart, met iets eigenlijk helemaal niet kan. De voorzitter: Oké. Nou, daar is het een consultatie voor, hè? De heer Weber zei al, het kan nu nog niet, dat is pas over paar jaar. Maar de heer Tutupoly … Dus we proberen hier nu zoveel mogelijk meningen op te halen. Mijnheer Tutupoly, u wilde hierop reageren? De heer Tutupoly: Ja, dat klopt. Er werd net gezegd, artikel 9 en artikel 8, daar kunnen we niks mee. Nou ja, of een aantal jaren, kennelijk wel. Maar het begint natuurlijk op moment, dat je een spreiding wil hebben, met de bouw van bepaalde woningen. Dat betekent, dat je onder andere als je daar nu niet op anticipeert, bijvoorbeeld met sociale woningbouw op meerdere plaatsen binnen Dordrecht, ja, dan kan je eigenlijk al op voortborduren, zal ik maar zeggen, op de andere artikel, op de andere artikelen, namelijk de spreiding. Het heeft nu niet zoveel zin om te zeggen van nou ja, we kunnen nu nog niks met het artikel zelf, maar we bouwen daar ook niet. Nou, dan kan je over een paar jaar, kan je die spreiding ook nog niet teweegbrengen. Omdat die ja, dan staat er geen sociale woningbouw, om maar iets te zeggen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Heel verstandig reactie, heer Katif, want ik heb hier nog drie sprekers.
De heer Portier, u wilde ook wat zeggen. De heer Portier: Ja, een paar dingen. Om te beginnen, mensen met een succesvol crimineel verleden zitten natuurlijk in de duurdere koopwoningen, in de betere wijken.
30
Maar we hebben ook heel veel sociaal zwakkere wijken hè, denken Crabbehof, Wielwijk, grote delen van Krispijn en dergelijke. Dus waarom een paar kleine wijkjes zeg maar, een extra stigma geven van nou, als je uit dat Lijnbaan gebied komt hè, dan moet het eigenlijk wel al een beetje mis met je zijn hè. Dat vind ik een van de grootste nadelen hiervan. Plus als we daar dan iemand een woning weigeren en die gaat vervolgens een straat verderop wonen, net buiten dit gebied, wat ben je dan eigenlijk opgeschoten hè. Dus de effectiviteit van de maatregel, vind ik ook wat twijfelachtig. Kijk, ik snap wel iets van de achtergronden ervan. Er zijn veel mensen, die overlast veroorzaken. Deels heeft dat psychische oorzaken, dat zijn de mensen, die eigenlijk in de instelling thuishoren. Maar vanwege de bezuinigingen, zijn die gewoon de samenleving ingestuurd, ten nadele van zichzelf en ten nadele van de samenleving. Daarnaast heb je, wat ik gewoon even ouderwets gewoon de asocialen zou willen noemen. Die zou je eigenlijk in geen enkele woonwijk willen hebben hè. Maar nog liever ergens apart zetten aan de rand van de stad, waarvoor we ook al eens een experiment hebben uitgevoerd. Eigenlijk zie ik meer in dat laatste, dan in een paar wijken nu stigmatiseren. Dus wat mij betreft, wordt dit gewoon afgeschaft. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter.
Ik wil ernstig bezwaren maken tegen de bewoordingen van de heer Portier, over asocialen en dergelijke. Ik bedoel, er zijn mensen die passen niet in deze maatschappij, die kunnen zich niet verenigen met hoe wij allemaal keurig in rijtjeshuizen wonen of in hè, met een keurig onderhouden voortuintje. Inderdaad die, daar hebben we dan plekjes voor als de Skaeve Huse. Maar om dan die bij voorbaat al te noemen, het zijn asocialen, omdat ze zich toevallig niet kunnen conformeren, aan hoe wij onze regels, normen en waarden stellen. Daar moet ik toch wel ernstig bezwaar tegen maken. De heer Portier: Voorzitter, er is niemand die geweigerd wordt voor een huis, omdat die zijn tuintje niet genoeg aanharkt. Maar er zijn mensen, die andere bedreigen, lastigvallen, die in elkaars portieken piesen, enzovoort, enzovoort. Die voortdurend dronken zijn. Daar hebben we het over. Dat noem ik inderdaad asocialen, hoeveel bezwaar u daar dan ook tegen heeft. De voorzitter: Oh sorry, ik had hem niet ingedrukt. Ik zeg, laten we het vooral bij de stellingen houden, dan zijn we het meest effectief allemaal. Heer Venderbos en daarna de heer Uysal. De heer Venderbos-Lambinon: Ja, dank u wel. Ik zal het, ik zeg het iets anders. Wij willen wel graag artikel 10 verlengen, dus het moet door blijven gaan, maar ook uitbreiden over de gehele gemeente.
Want ik ga ervan uit trouwens, dat iemand met een crimineel verleden, overigens geen verleden, niet direct uit huis geplaatst zal worden of ergens anders naartoe. Dat hij de tijd krijgt, om zich te verbeteren. Maar iemand die dat niet doet en vervolgens bijvoorbeeld uit een Lijnbaan gebied gezet wordt en naar de binnenstad komt, die gaat daar dezelfde voet verder met overlast geven.
31
Ik ben ervaringsdeskundige erin. We hebben iemand in ons complex, die totaal niet thuishoort en die we er gewoon ook niet uit krijgen. En ik denk dat dat wel iets is, het is een crimineel trouwens en overlastgever, dat we daar wel een mogelijkheid voor moeten hebben, om die inderdaad dan naar de Skaeve Huse toe te sturen. Dus uitbreiden, zowel verlengen als uitbreiden naar elders in de gemeente. De voorzitter: Dank u wel voor uw mening. De heer Uysal. De heer Uysal: Ja, voorzitter. We kunnen denk ik, heel kort hierover zijn. Zowel artikel 10 afschaffen, zowel artikel 10 afschaffen en ook eventueel een artikel 9 en 10, en 8. Ja, dat is gewoon een dubbele bestraffing, want als mensen al een crimineel misdrijf hebben begaan, dan worden ze al bestraft. Als je dan ook nog gaat ontnemen om een huis toe te wijzen, dat komt gewoon neer op een dubbele bestraffing. Artikel 8 en 9, die ja, die rieken toch … Daar hebben we vorige keer ook over gehad, na de Rotterdamwet. Het is gewoon heel kwalijk voor ons, als je mensen gaat beoordelen op hun achtergrond en op basis daarvan gaat bepalen, of ze dan wel of niet een huis gaan krijgen. Dus voor beide stellingen zien wij het liever, dat die worden afgeschaft. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Vugt.
De heer Noldus: Voorzitter, is er nog ruimte om te reageren? Of is het alleen het ophalen per … De voorzitter: Nou, ik zou eerst mevrouw Van Vugt het woord … Ja, toch? Nou, mijnheer Noldus, u krijgt het woord. De heer Noldus: Ja, dank, voorzitter. Ja, nee, ik vind het jammer, dat GroenLinks alleen kijkt naar het straffen van het individu. Terwijl deze maatregel volgens mij niet gaat, om het straffen van het individu, maar juist het bieden van kansen aan de rest en het bieden van perspectief aan een hele wijk. Ik denk, dat met het straffen van het individu, dat u het ook verkeerd uitlicht, de maatregel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Vugt, u … Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, sorry, dat ik even niet inga op de stelling, maar toch nog een keer even terugkom, op waar ik net over begon. Er is natuurlijk gevraagd voor deze vergadering, dat de fracties input kunnen leveren. En we worden, we zijn nu al de helft van de tijd bezig met vier stellingen die naar mijn mening, echt niet recht doen, aan wat er in de eerdere vergadering hierover besproken is. Dan ging het over wel of niet verkleinen van het kernwinkelgebied. Dan ging het over het verhuren van woningen voor ouderen, die in de winter op vakantie zijn. Dan ging het over het splitsen van woningen, om dat dan weer mogelijk te maken. Over mantelzorgwoningen. En ik zie daar helemaal nu niks van terug.
Ik vind doodzonde van de tijd, die we nu zitten te verdoen met dingen, die wel nodig zijn en wel geregeld moeten worden, maar die niet de kern raken van waar we als raad vorige vergaderingen mee bezig waren. Dus ik wil dat toch even hier in de commissie weergeven of zeggen en ik hoor het wel.
32
De voorzitter: Nou, ik kijk vooral even dan de commissie aan. Wat ik in mijn annotatie heb gekregen is, dat dit hierop aansluit, op de vorige keer. Dus het is een uitbreiding, het zou niet een herhaling moeten zijn. Ik weet niet. Ik hoor van u een pleidooi of beetje onrust, dat u zegt, ik zie hier weinig toegevoegde waarde in. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik zie de toegevoegde waarde wel, maar het sluit niet aan bij de dingen. We zochten allemaal naar oplossen van het probleem, om woningtekort op te lossen. Daar gaan deze vier stellingen, geen van alle vier over. Helemaal niks. Ik zou daar graag, onze discussie meer op richten. Ik ben een beetje verstoorder vanavond, maar dat is dan maar even zo. De voorzitter: Nou, dat mag, daar hou ik altijd wel van. Volgens mij als ik kijk naar de, stelling nummer vijf, die doet daar juist wel aan mee. Stelling nummer zeven, nummer acht. Dus laat, laten we dan even kijken, hoe we dit, hier zo goed mogelijk rekening mee kunnen houden. Stelling nummer vier, volgens mij, laten we er niet helemaal op terugkomen, maar daar was heleboel verdeeldheid over. Dus dat is denk ik, de grootste conclusie. Sommigen wilden hem afgeschaft, verlengd, uitgebreid. Dus laten we doorgaan, dat geeft denk ik, ook voldoende feedback voor u, naar stelling nummer vijf.
De heer Weber: Stelling nummer vijf gaat over het verruimen van de mogelijkheden, voor het verhuren van kamers. Op dit moment zijn de regels, zoals ze daar staan. Ben je eigenaar van een woning, dan mag je zonder toestemming één kamer verhuren. Ben je eigenaar van de woning en woon je zelf op een ander adres, dan mag je zonder toestemming twee kamers verhuren. Dat zijn beleidsregels en als je meer kamers wil verhuren, dan heb je een onttrekkingsvergunning van woonruimte nodig. Nou, als we bijvoorbeeld voor studenten en jongeren meer mogelijkheden willen bieden, dan zou je eraan kunnen denken, om deze regels te verruimen. De voorzitter: Dan ga ik eerst even vragen, wie er voor verruiming en dan geef ik daarna het woord aan mevrouw Jager. Maar wie is er voor verruiming? Laten we daar even, nou, dat is niet al te veel, vier. Oh, dat begint stee… twee, vier, acht. Dus wel een meerderheid. Mevrouw De Jager, u wilde graag hier een toelichting. Mevrouw Jager: Nou ja, ik wil, ik heb een vraag hierbij. Heel leuk als wij zo’n beleidsregel maken … Sorry. Maar je hebt een woning en een hypotheek, denkt de bank daar ook zo over? De voorzitter: Sorry, ik begrijp even niet uw vraag ten opzichte … Mevrouw Jager: Als je een hypotheek hebt, dan heb je vaak in je hypotheek, in de clausule staan, dat je niet mag onderverhuren.
De voorzitter: Maar dan kom ik ook nog even terug, op wat mevrouw Van Vugt net zei. We zijn hier om te kijken, hoeveel toegevoegde waarde we kunnen geven aan het beschikbaar stellen van woningen. Dat is het.
33
Mevrouw Jager: Ja, maar dat is, dit is dus een regel, daar kunnen we iets over besluiten. Maar naar alle waarschijnlijkheid, kunnen we er niks over besluiten, omdat wij gewoon niet bevoegd zijn om dat te doen. De voorzitter: Nou, laten we dat even achter ons houden. Er zijn mensen die al hypotheekvrij zijn of dus, laten we daar niet achter … Zijn wij in principe hiervoor? De heer Portier. De heer Portier: Ja. Kan iets over de praktische dingen zeggen, het kan wel degelijk. Maar ik ben voor stelling vijf, in combinatie met stelling zes. Kijk, wat we niet willen hè is, dat mensen zeg maar een woning in een heleboel kamertjes op gaan delen hè en daar dan de hoofdprijs voor gaan vragen. Dus ik ben ervoor, dat of, ongeacht of je wel of niet in de woning woont hè, dat je er twee kamers kan verhuren, maar dan wel minimale ruimte voor de kamer en de gemeenschappelijke voorzieningen die er zijn. En ook een maximaal huur, die je mag vragen. Maar daar moet ook, het hele lage percentage wat je per straat hebt, want dat wordt in deze stellingen niet genoemd, dat moet ook afgeschaft worden. Want als je zegt van, we verruimen dit en ze zeggen van, ja, maar in jouw straat zijn minder dan vijftig woningen, dus het mag sowieso niet hè. Of in dit stuk van de stad zijn honderd woningen, maar er is er al eentje verhuurd, dus het mag niet. Dan heeft het nog weinig zin.
Dus ook die percentages moeten of heel anders of gewoon eruit. De voorzitter: Oké. Heer Kolkiliç, daarna de heer Noldus. De heer Kolkiliç: Ja, voorzitter, eigenlijk meer een opmerking. Ik sluit me aan bij mevrouw Van Vugt, wat ze een paar minuten geleden zei. Bij de eerste twee stellingen duwden we de ouderen opzij. En als ik naar deze stelling kijk, dan wil ik eigenlijk aan mijnheer Weber vragen, of dit niet tegenstrijdig is met de opkoopbescherming? De voorzitter: Mijnheer Weber. De heer Weber: Op zich is het niet tegenstrijdig met de opkoopbescherming. Kijk, op het moment, dat je nu een woning koopt en dit gaat om bestaande woningen. Dus dit gaat om bestaande woningen. Dit gaat niet om iemand die een woning koopt en vervolgens kamers gaat verhuren. Nee, dat staat er inderdaad niet. Nee. De voorzitter: Oké, de heer, dank u wel. De heer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank. Op zich eens, ik deed net ook mijn handje omhoog. Iets later, omdat er wel een maar bij hoort. Die zit natuurlijk in de toelichting op de stelling, staat ook het stuk over jongeren en studenten hè? Daar willen we, dat is ook de commissie behandeling van een paar weken of maanden geleden, dat we daar denk ik, veel voor willen doen met elkaar. Tegelijkertijd, zit de huidige limiet vooral ook op het voorkomen van misbruik van bijvoorbeeld arbeidsmigranten, huisvesting.
Daar wringt wat ons betreft ook wel de schoen, daar zou ook wel iets passends op moeten zijn. Dus eens, liefst verruiming. Want nou ja, kamerverhuren zien we graag en zeker ook rondom horecagebieden of andere wat levendigere gebieden in onze stad.
34
Maar hoe voorkomen we dan, dat we ja, de problemen van vroeger noem ik ze dan maar even, terug opnieuw inbrengen? Dus daar nou ja, hoort denk ik wel een kanttekening bij. De voorzitter: Oké. De heer Tutupoly. Oh wacht, de heer Kolkoli… Had u, oh sorry. De heer Tutupoly: Ja, ik had dan even, ook even een vraag of een verduidelijkingsvraag. Want er staat eronder, bij meer kamers is een onttrekkingsvergunning woonruimte nodig. Nou ja, dat kan het probleem oplossen, wat de VVD aangeeft. Maar ik vroeg me eigenlijk af. Zo’n onttrekkingsvergunning, hoe makkelijk wordt die afgegeven? Wil je zeggen van, dat de regeling zoals die nu is, verruimd moet worden. Want als je dat daar al mee tackelt en je zegt nou ja, het kan gewoon, maar dan moet er alleen een vergunning verleend worden om bepaalde problematiek uit de weg te gaan. Dan vraag ik me af, of je hem dan überhaupt zou moeten veranderen. De heer Weber: Ja, dan komt toch die andere regel weer naar voren hè. Die beleidsregel is ook vastgesteld hè, waarvan per straat mag maximaal twee procent van de woningen verkamerd zijn. Want anders vinden we, dat dat te veel invloed gaat krijgen op de leefbaarheid van een straat of een buurt. En ja, deze stelling kan eigenlijk niet zonder die andere. Die kan niet zonder die andere. Dan moet je ook, dan moet je ook zeg maar het percentage verruimen, als je meer kamerverhuur wil mogelijk maken.
De voorzitter: Oké. Even, ik wil heel even. Want volgens mij wat orde, nou, niet orde, maar wat duidelijkheid voor elkaar creëren. Het is de, het is vooral onze bedoeling volgens mij, om deze sessie voor iedereen zo goed mogelijk te maken, om richtinggevende meningen over de stellingen te geven aan de heer Weber. Zijn er op de aanvullingen die net, nu nog zijn geweest, nee, op de opmerking, nog aanvullingen op deze stelling? Ik begreep dat de heer Kolkiliç en mevrouw Van Vugt nog wat willen zeggen. Zijn dat aanvullingen of herhalingen? De heer Kolkiliç: Nee, ik wilde reageren op de heer Noldus, maar dat hebben we ondertussen al gedaan onderling. De voorzitter: Heel goed, anders gaan we het niet redden. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik wilde me graag aansluiten bij met name de woordvoering van de heer portier. En dan kunnen we volgens mij, een stelling zes ook overslaan. De voorzitter: Nou, dat is nog eens een mooi ordevoorstel. Dan gaan we stelling zes overslaan. Is dat oké? Dan gaan we door naar stelling zeven. De heer Noldus: Voorzitter, mijn nummering gaat anders, maar nee, wil graag nog wat over stelling zes zeggen hoor. Ik ben niet pers e voor. De voorzitter: Ja, we gingen net zo snel. Gezien de tijd, mijnheer Noldus, geeft u het aan?
35
De heer Noldus: Ja, want de nummering loopt bij mij iets anders. Maar voor stelling zes zou ik willen zeggen, daar zijn wij het niet pers mee eens. Omdat we ook willen, dat mensen ruimte krijgen, ik snap de argumentatie van de heer Portier. Maar dat het interessant is om kamers aan te bieden en niet, dat er een heel dichtgetimmerd systeem komt, waardoor überhaupt aanbieders van kamers afschrikken en niet meer de juiste nou ja, op de juiste manier bediend worden, waardoor er uiteindelijk minder aanbod is. Dus uiteindelijk, snap ik de woorden van de heer Portier. Maar dicht reguleren waarop aanbieders afhaken, zou ik wel voor willen waken. De voorzitter: Dank u wel voor de input. Ik kijk even rond. Dan gaan we door naar stelling zeven. De heer Weber: Stelling zeven zegt, dat staat ook echt in de huisvestingsverordening. Dat we, er zijn minimale eisen gesteld voor woningvorming. Dat betekent, dat voor wonen boven winkels, woningen minimaal veertig vierkante meter moeten zijn en in de overige gebieden, minimaal zeventig vierkante meter moeten zijn. De trend is, dat we vaak aanvragen voor woningvorming krijgen, voor veel kleine woningen. En om meer kwaliteit aan de woningvoorraad toe te voegen, is er een ondergrens van zeventig vierkante meter oppervlakte per woning, exclusief een berging en een buitenruimte, opgenomen in de huisvestingsvergunning.
Boven winkels hanteren we die ondergrens van veertig vierkante meter. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan denk ik, dat ik vooral even kijk, wie is het er niet mee eens? Daar wil ik graag het woord aan geven. De heer Portier. De heer Portier: Ja, voorzitter. Ik heb tussen mijn achtentwintigste en vijfendertigste met veel plezier in ieder geval qua ruimte, gewoond in een woning van negenentwintig vierkante meter, die geen berging had en ook geen buitenruimte. Nu wil ik niet alle eisen loslaten hè. Maar ja, je moet echt wel kijken naar het aantal mensen, waarin je in zo'n ruimte zit. En zeventig vierkante meter is een heel fors woonoppervlak. Er zijn hele driekamerwoningen en dergelijke, die dat niet eens halen. Dus wat mij betreft, is dit echt buitensporig. Want meer ruimte, meer kwaliteit ja, minder ruimte betekent niet altijd minder kwaliteit. Dat om te beginnen. Maar dit, deze eis maakt het wel gewoon onbetaalbaar voor veel mensen. De voorzitter: Dank u wel. U bent het er niet mee eens en hoeft niet betaalbaar te zijn. Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Ja, precies. Wij zijn het er ook niet mee eens. En meteen om aan te haken op het laatste punt van de heer Portier. Kwaliteit hoef je niet te verbinden aan de ruimte van een woning. Je ziet, dat dit gewoon belemmeringen oplevert in de behoeftes.
Wij zeggen, je denk allemaal, met zijn allen bouwen naar doelgroepen en bouwen naar behoeftes. Dus kwaliteit, eens. Maar het hoeft niet per se gekoppeld te zijn aan een aantal vierkante meters. De voorzitter: Dank u wel. De heer Venderbos.
36
De heer Venderbos-Lambinon: Ik ben het ook eens, dat je niet in moet boeten op kwaliteit, maar je kan wel terug van zeventig tot vijftig vierkante meter. We hebben woningen nodig, met name voor starters en jongeren. Die kunnen denk ik, wat mijnheer Portier ook zegt, op negenendertig vierkante meter goed wonen. Dus op vijftig vierkante meter, helemaal. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Nieuwland wilde ook graag wat zeggen. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Ja, wat mij betreft is inderdaad, zeventig vierkante meter zou ook minder mogen worden. Want ja, zeker als je kijkt naar alleenstaande ouderen of juist jongeren die, dan heb je echt geen zeventig vierkante meter nodig. Want met zeventig vierkante meter, heb je makkelijk nog een logeerkamer erbij. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Vries, u wilde ook een toevoeging doen. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Als ik kijk naar, we praten nu over de kwaliteit aan de woningvoorraad. Maar ik denk dat het veel belangrijker is, dat we over de kwantiteit praten, want dat is het grote probleem. En dan mag de kwaliteit naar mijn idee, best wel ietsje minder zijn. De hoeveelheid woningen, dat is belangrijk. De voorzitter: Dus u zegt … De heer De Vries: De hoeveelheid woonruimte. De voorzitter: Dus u zegt, mag ook minder, zolang we maar meer kwantiteit krijgen. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter.
Ik zou graag op dat laatste kort ingaan. Want de huisvestingsverordening gaat natuurlijk niet over nieuw te bouwen woningen, maar over bestaande voorraad woningen. Dus ik snap uw wens om meer woningen te bouwen, die hebben we allemaal. Maar daar gaan, gaat daar nu niet over. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kijk even rond. We zijn grotendeels verdeeld, maar het is wel goede input. Ga ik door naar stellingen acht. De laatste, voordat we de onderwerpen van mevrouw Van Vugt indienen. De heer Weber: Stelling acht gaat over de opkoopbescherming. Die hebben we sinds 14 maart 2022 ingevoerd. En die geldt voor alle bestaande woningen in Dordrecht met een WOZ-waarde tot met vierhonderdvijfduizend euro. Deze woningen, ja, zo’n tachtig procent van alle woningen valt daaronder. Deze woningen, voor deze woningen is het de bedoeling dat als men die koopt, dat men er ook zelf gaat wonen. Dus woningen, goedkope woningen moeten beschikbaar worden voor mensen, die er ook echt gaan wonen. En veel minder voor eigenaren, die vervolgens het pand weer gaan verhuren voor hogere prijzen dan normaal. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik kap het even af, want iedereen heeft zich wel behoorlijk goed voorbereid, als ik het zo hoor. Dus ze weten, wat dit inhoudt. De heer Tutupoly, u wilde al gelijk iets van uw hart.
37
De heer Tutupoly: Ja, wat ons betreft, zal het nut van opkopings… opkoopbescherming moeten worden geëvalueerd. De regelgeving is ontstaan in een andere periode, waarbij de woningprijs met name wordt opgedreven door de enorme vraag, waarbij er als gevolg van de lage hypotheekrente, veel geld geleend kon worden. Nou, dat is nu anders. Als gevolg van de hogere hypotheekrente dalen de woningprijzen, maar kunnen minder potentiële kopers of meer, kunnen potentiële kopers veel minder lenen en dus niet alles kopen. Daarnaast zit door deze regeling, ook de verhuurmarkt op slot, doordat nieuwe beleg… doordat beleggers eigenlijk geen nieuwe huurwoningen meer aanschaffen. Dus dan krijg je eigenlijk van ja, die doorstroming van die kopers, dat zit nu op slot, doordat ze minder kunnen lenen. Maar tegelijkertijd zit ook die verhuurmarkt op slot. Dus vandaar dat ik zeg van, evolueer hem even, want de tijd is gewoon nu veranderd. De voorzitter: Dank u wel. De heer Noldus en daarna de heer Portier. De heer Noldus: Ja, voorzitter, ik sluit me aan bij de woorden van de heer Tutupoly. Wij zijn een van de partijen, die hebben gevraagd in de tijd om die opkoopbescherming. Tegelijkertijd eerder bij de Woonbrief ook aangegeven, dat we die evaluatie graag willen zien. Markt is nu veranderd. Hypotheekrente is één.
Maar er zit ook een belangrijke wijziging aan te komen in het landelijk beleid, die ook veel impact heeft op de positie van particuliere verhuurders. Het is nou, bieden we met deze regeling niet nog meer, weer en jagen we niet nog meer verhuurders de stad uit. Zijn toch echt woningen in de particuliere verhuur, die we nodig hebben. Dus niet van ons een harde voor of tegen, maar we maken ons wel zorgen over de, deze regeling in het huidige speelveld van de woningmarkt. De voorzitter: Dank u wel. Heer Portier. De heer Portier: Ja, voorzitter. De heer Tutupoly schetst een aantal trends en waar die precies de verkeerde conclusie uit trekt. Want hij zegt, op dit moment dalen de prijzen van woningen. Ja, wat dat betekent is, dat de BlackRocks van deze wereld met hetzelfde geld, met de miljarden die ze gewoon klaar hebben liggen hè, waar ze helemaal geen hypotheek voor hoeven te nemen, nog veel meer huurwoningen op, koopwoningen op kunnen kopen, waar ze vervolgens voor heel veel geld, zouden kunnen gaan verhuren. Waarbij de mensen die nu in die woning komen, geen enkele bescherming hebben. Dat zal ervoor zorgen hè, dat toch weer een opwaartse druk zal komen op de huizenprijzen, als we deze regeling afschaffen. Het is juist dat huisprijzen gedaald worden en meer in het bereik komen van de mensen, doordat we deze opkoopbescherming hebben. Dus dan moeten we absoluut aan vasthouden.
Daarnaast is er een categorie van mensen die niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning, vanwege de belachelijke regels, die vanuit de Europese Unie daaraan zijn opgelegd. Waardoor mensen met een normaal salaris, niet meer in aanmerking ervoor komen. Daar moeten we wat aan doen. Voor de rest, moeten we ook opkomen voor huurbescherming voor de, überhaupt de particuliere huur, zodat daar de huren ook in bedwang gehouden worden. De voorzitter: Dus u bent voor uitbreiding. De heer Tutupoly, u wilde hier graag op reageren? En dan de heer Uysal.
38
De heer Tutupoly: Ja, heel graag. Want niet ik, maar mijnheer Portier trekt de verkeerde conclusies. Ik heb het namelijk over gehad, over een evaluatie. Wat plaats zou moeten vinden, want op het moment dat er ja, dat de doelgroepen van je eigenlijk zei van, die kunnen nu niet kopen, omdat die prijzen te hoog worden. Op het moment dat die nu nog steeds niet kunnen kopen, door een wijziging zal ik maar zeggen, van de hypotheekrente onder andere en andere regelgeving, ga je dus krijgen dat ook daarnaast, ze hebben toch een woning nodig. Dus dan zou je kunnen zeggen van, dan willen ze een huurwoning en die zijn er niet. Die beleggers gaan ze ook niet meer verhuren, want die trekken zich terug. Want die kunnen niks meer kopen, om te verhuren. Daar zit je mee. En dat je dan uiteindelijk misschien kan reguleren voor de huurprijs, dat is een ander verhaal. Maar nu zit heel die markt op slot op deze manier. De voorzitter: Ja, ik ga hier even, want … Ik zie, de heer Portier, die staat. Maar het is een verschil van inzicht. Beide standpunten zijn duidelijk en geven goede input. De heer Uysal en daarna mijnheer Venderbos. De heer Uysal: Eigenlijk heel kort. Ik sluit me volledig aan, bij de inbreng van de heer Portier. Dus wij willen, dat dit wordt verlengd.
Tuurlijk moeten we ook kijken naar de evaluatie en of het ook gewerkt heeft, maar we moeten mensen wel gaan beschermen voor woekerprijzen. En dat is, daar lijkt het een effectieve maatregel op te zijn. De voorzitter: Dank u wel, dat is duidelijk. De heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Wij zijn ook voor verlengen en ik ga ook met mijnheer Tutupoly mee, om het te evalueren. En dan met name evaluatie meenemen, dat er aannemers zijn die een woning kopen, op een eigen adres blijven wonen, die woning opknappen, er niet gaan wonen en weer de verkoop in doen voor een veel hogere prijs. Dus het gebeurt nu. Dat is, dat gebeurt gewoon nu. Mensen, aannemers kopen een woning, knappen hem op, gaan er niet wonen en verkopen. Ik geloof niet, dat daar enige controle op is. De voorzitter: Oké. Volgens mij is het helder. Er wordt meerdere kanten gepleit voor verlenging, maar ook om een evaluatie. Met zorgen, dat het uit een ander tijdperk kwam en een nieuwe landelijke regeling, die dit ook beïnvloedt. Heb ik dan goed voor, zo is dat volgens mij, als ik zo rondkijk, goede samenvatting. De heer Weber, dit waren de stellingen. Mevrouw Van Vugt heeft ook nog een paar onderwerpen, die zal zij inbrengen. Maar hopelijk is het voor u voldoende input, dat u krijgt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik denk inderdaad, dat er meer mensen echt ook hun input hebben verzameld.
Want ik heb het verder niet heel groot onderbouwd ofzo. Maar ik heb wel allemaal punten opgeschreven, die ik graag met de raad wil delen en waar we het samen over eens kunnen gaan worden. Er is mij gebleken, in voorvergadering ook afstemming met het bestemmingsplan nodig, om premantelzorgwoningen en mantelzorgwoningen mogelijk te maken. En ja, in hoeverre leeft die wens ook bij de andere fracties? Ben ik heel benieuwd naar. Is het verkleinen van het kernwinkelgebied een iets, wat we kunnen bespreken met elkaar?
39
Als tweede punt. Het verkorten van de periode van vijf jaar leegstand in de binnenstad, voordat het een andere bestemming kan krijgen. Of het mogelijk maken, dat zou ook kunnen als je er even over doordenkt, van een andere eindtermijn. Of dat je zegt, je krijgt een tijdelijke vergunning, om gewoon een andere bestemming voor te maken. Want het is toch in onze mening, best een beetje zonde, dat er veel ruimtes leeg staan. Dan het splitsen voor tijdelijke opvang van kwetsbaren dus. Dat dat niet altijd gekoppeld is aan langdurige opvang of dat er altijd bewoning is, maar dat het gewoon ook af en toe zou moeten mogelijk kunnen. Dan heb ik nog vanuit de ouderenbonden input gehad. Die willen best wel graag hun woningen verhuren in de tijd, dat ze overwinteren of in de tijd, dat ze in vakantiewoningen zitten. Dat zou ik ook graag met elkaar bespreken. Dus ja, dat zijn zomaar wat punten die ik, waar ik eigenlijk heel graag aandacht voor wil vragen. De voorzitter: Ik, het is een heel lijstje, ik heb proberen mee te schrijven. Eentje heb ik, dat was de allereerste, niet goed. U wilde graag afstemmen voor mantelzorgers. Wat wilde u afstemmen? Dan … Mevrouw Van Vugt-Roose: Nou, ik heb begrepen, dat er dan ook een afstemming nodig is of tenminste, dat het bestemmingsplan dan ook gewijzigd moet worden, als je mantelzorgwoningen wil mogelijk maken.
Dus in hoeverre, dat er nog bijgenomen moet worden. De voorzitter: Ik kijk even rond, ik hoorde wat het handigste is. Eerst even wat meer punten ophalen, dat we die dan allemaal bespreken. Eens? Ik zie de heer, dan ga ik gewoon van links naar rechts. Mijnheer Kolkiliç, nee, sorry, Kolkiliç. Mijnheer Tutupoly, u had een paar punten. Mevrouw Van Waardhuizen, die zag ik niet kijken, dus vandaar. De heer Tutupoly: Nou ja, eigenlijk twee punten. Er is een en ander, is al genoemd. Het doelgroepenbeleid, of dat meegenomen kan worden. En tweede punt is eigenlijk, om eventueel een mogelijkheid te hebben, om te kunnen kopen op erfpacht, om koopsommen wat naar beneden te kunnen krijgen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kolkiliç, u was heel even een kleine boodschap aan het doen. We gaan even links naar rechts, voor punten die u graag zou mee willen geven. Of wilt u nog even wachten, dat ik op het einde bij u terugkom? De heer Tutupoly: Nee, ik heb, ik had eigenlijk een soortgelijk punt. Ja, ik hoorde het laatste stuk van de heer Tutupoly. In heel veel steden bestaat duokoop, of dat hier ook toegepast kan worden. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Vries, u heeft geen punten? De heer De Vries: Ja, een klein puntje. Tenminste, een klein puntje, niet echt.
Ik, wat ik heel vreemd vind als je, ministerie van Volkshuisvesting, die zegt dat je urgentieverklaringen kan krijgen van bijvoorbeeld, als uw relatie voorbij is en u moet met uw kinderen het huis uit. Dordrecht doet dat niet en ik vraag me af waarom, dat in Dordt niet kan.
40
De voorzitter: Dank u wel, hij staat genoteerd. Mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Ja, wat ons betreft, inderdaad ook graag aandacht voor de mantelzorgwoningen, maar daar in het verlengde daarvan, ook microwoningen, bijvoorbeeld op je eigen erf voor, juist voor jongeren. Zodat ze wel zelfstandige woonruimte hebben, maar dan op het erf van iemand anders. De voorzitter: Dank u wel. De heer Noldus. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, een onderwerp waar we het vandaag niet over gehad hebben. Waar het wel over gaat gaan, als het oordeelsvormend besproken wordt, is natuurlijk de voorrangsregeling, de urgentieregeling. Wat ons betreft, moeten we daar in ieder geval scherp durven kijken, naar het aantal voorrangsgevallen en categorieën, wat er, wat er worden opgenomen. Want met de percentages die we de afgelopen jaren hebben gezien, maar ook die je in de vooruitzichten zijn, nou ja, daar komt eigenlijk alles wat we hebben besproken bij stelling één, bij voorbaat al in het gedrang. Dus daar moeten we wat ons betreft, goed naar kijken. Bij een van de stellingen, ging over kamerverhuur, hebben we ook een opmerking gemaakt over woningen voor arbeidsmigranten. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel een groep, die hier is, die hier ook iets toevoegt en die hier ook een woning nodig heeft. Dan zou ook wel enigerlei vorm in willen voorzien.