2.4 2023.10.24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.docx .pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 24 OKTOBER 2023 Vergaderzaal 3 3.
Agenderingsverzoek fracties PvdA, GroenLinks en Partij van Waardhuizen over Implementatie Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 in Dordrecht Voorzitter: De heer Den Heijer Commissiegriffier: Mevrouw Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Jager (Beter Voor Dordt) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Portier (SP) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Simon-Van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Van der Spoel (Fractie Van der Spoel) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: dhr. R. van der Linden. Ambtelijke ondersteuning: mevr. G. Smid-Marsman. Deskundigen: dhr. E. Magnee. De voorzitter: Ja, dames en heren. Ik verzoek de zaal de stilte te nemen, dan kunnen we de deuren sluiten. Mijnheer Van der Spoel, zou u misschien de deur even kunnen sluiten, links achterin? Dank u wel. Ik ga proberen heel snel te praten, want we hebben een uurtje en we hebben hartstikke veel mooie informatie met elkaar te bespreken. Dus van harte welkom, raads- en commissieleden. En de wethouder, die momenteel even buiten de deur is, maar zo ook aan zal sluiten namens het college. Voor het verslag vraag ik om eerst iedereen te laten, voor te stellen.
Zeg ik eerst even voor alle kijkers, waar we het vandaag over gaan hebben. Is namelijk een agenderingsverzoek van de PvdA, GroenLinks, Fractie van Waardhuizen over de implementatie en hervormingsagenda Jeugd 2023-2028. Dan begin ik aan mijn rechterkant, voor u links bij de commissiegriffier. Mevrouw Van Poppel: Denise van Poppel, commissiegriffier.
1
De heer Portier: Oh, wacht, de verkeerde kant op. Ronald Portier, SP. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, PvdA. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter Voor Dordt. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. Mevrouw De Groot: Megan de Groot, Beter voor Dordt. Oh, sorry. De heer Magnee: Ed Magnee, gast vanavond. Onbezoldigd burger en materiedeskundige. Mevrouw Smit: Gemma Smit, portefeuille-directeur sociaal domein Dordrecht. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie Van der Spoel. De heer De Vries: André de Vries, VSP Dordrecht. Mevrouw De Heer: Betsy de Heer, Forum voor Democratie. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, Dordtse DENK. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Claudia Simon-van Waardhuizen, Fractie van Waardhuizen. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De voorzitter: Mijn naam is Rolin den Heijer en ik ben vandaag uw commissievoorzitter. Nou, in de voorstelronde is het ook al naar voren gekomen, hartelijk welkom aan onze gasten. Mevrouw Smid-Marsman en de heer Magnee begreep ik, hoe u het uitsprak. En ik begreep inmiddels ook, dat de adviesraad WMO en Jeugd en Ouderplatform ZuidHolland Zuid hier achter mij aanwezig zijn. Ook aan hen een hartelijk welkom en alle anderen die hier aanwezig zijn.
Zoals ik al eerder zei, de fracties GroenLinks, partij Van Waardhuizen en de PvdA hebben het initiatief genomen, twee bijeenkomsten te organiseren over de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028. Vanavond starten we met de kennismakingsbijeenkomst over dit omvangrijke onderwerp en wordt er een presentatie gegeven over de aanleiding van het landelijke Hervormingsprogramma Jeugd. Of Agenda Jeugd. Het doel, lokale invulling en de financiën die hiermee gemoeid zijn.
2
Ook wordt gereflecteerd op hoe de gemeente en de regio Zuid-Holland Zuid ervoor staat, ten opzichte van andere regio's. Dan was mijn vraag, die ik eigenlijk aan de initiatiefnemer wilde stellen, mevrouw Schnabel, of ik eigenlijk de kaders van deze avond op een juiste manier geschetst heb? Of heeft u daar nog iets op toe te voegen? Mevrouw Schnabel: Nee. Dank voor de uitgebreide toelichting. De voorzitter: Ja. Nou ja, en u dank ook met de andere partijen, voor het arrangeren van deze avond. Dan zie ik aan mijn linkerzijde, dat de wethouder aanwezig is. Het is niet helemaal gebruik, ik ben ook al streng toegesproken door een aantal commissieleden. Toch stel ik even voor omdat, de wethouder ja, die stond zo te popelen, die was niet te houden. Die wilde heel erg graag een aftrap doen vanavond. Dus ik geef de wethouder kort het woord. De heer Van der Linden: Dank u wel. Kort het woord, dank. Nou, dank ook voor het agenderen van dit onderwerp. U weet, dat we sinds 2015 verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de Jeugdwet. Dat doen we op een hele verstandige manier, zoals alle gemeenten dat proberen te doen. Er zitten een paar dilemma’s in. Namelijk A, hoe ga je om met die toenemende vraag? Hoe komt dat nou eigenlijk, komt dat door de wet of komt het door een paar andere factoren? Meestal een combinatie.
En twee, hoe gaan we om met het bijna permanente gegeven, dat we geld tekortkomen of ongeveer rond de nullijn zitten? Wij hebben daar in Dordt al een aantal jaren maatregelen op weten te nemen, die zorgen voor goede zorg en voor min of meer rond het budget, werk dat we ook krijgen. Wat dat betreft, is de Hervormingsagenda Jeugd die nu voorligt, een document waar heel veel ambitie in zit, als het gaat om oh, maar dan wordt het beter en kostenefficiënter. Een aantal van die winstpunten hebben wij al een paar jaar mee gewerkt, wat dat betreft. Is dus best spannend om te kijken, of de ambities die in de Hervormingsagenda Jeugd zitten, of wij die ook net zo productief kunnen maken als gemeentes, die wat minder ver zijn wat dat betreft. Dat even als winstwaarschuwing, maar ook als aanmoediging om dit onderwerp stevig beetpakken. Want er zitten een paar dingen in, in die Hervormingsagenda Jeugd, die een wetswijziging op gaan leveren. Nou, gezien de politieke onrust in Den Haag, gaat die wetswijziging vast niet heel snel komen, maar dat hoop ik wel eigenlijk. Die ook dwingen tot meer samenwerking en die ook nou, wel zorgen voor het betere gesprek over, wat mag je van mensen zelf verwachten? Van ouders, van jeugdigen en hun omgeving. En wat mag je van de gemeente verwachten? Tot zover, voorzitter, in één adem. De voorzitter: Ja. Dank, wethouder, voor die inspanning in ieder geval.
U sprak de woorden over stevig beetpakken. Nou, dat gaan we in ieder geval met twee gasten doen. Ik stel voor, dat ik mevrouw Smit als eerste het woord geef en vervolgens de heer Magnee. En even voor het proces is het denk ik verstandig, om eerst even die presentaties te doen, even de informatie te delen met de commissie. En dat we vervolgens in het restant van het uur, vragen toestaan. Dus als iedereen het daarmee eens is, dan gaan we dat op die manier doen. Dan geef ik u het woord.
3
Mevrouw Smid-Marsman: Graag. En ik ga proberen om mijn verhaal, binnen het kwartier af te ronden. Dus dat betekent, dat een aantal sheets in de presentatie, ik gewoon oversla, omdat u de hebt kunnen lezen. Dus ook wat we vandaag gaan doen. Hier ziet u nog heel even kort, wat in de afgelopen jaren het traject is geweest, rondom de Jeugdwet. En die ertoe geleid hebben, dat er in de vijfhoek en de vijfhoek in dit geval, zijn de gemeenten, de cliëntenorganisaties, het Rijk, de zorgaanbieders en de zorgprofessionals, gekeken is naar, wat kunnen wij samen doen om te zorgen, dat het systeem rond Jeugd en Jeugdzorg op termijn duurzaam te handhaven is. In de Hervormingsagenda zijn twee belangrijke doelen benoemd. Dus een betere en tijdige zorg en ondersteuning op de juiste plek en wanneer dit nodig is en een beheersbaar en daarmee duurzaam, financieel houdbaar stelsel. Er waren negen opgaven. Die ga ik nu even met u doorlopen, waarbij ik steeds kijk naar, wat doen wij en al en wat komt er nog op ons af? Deze is nog wel belangrijk, omdat je hier ziet, dat een aantal dingen echt nog een tijd op ons, dat we daar nog een tijd op moeten wachten. Zo is bijvoorbeeld één van de belangrijke dingen, het beperken van de reikwijdte van de Jeugdwet.
Dat is dus de aanpassing van de wet met bijvoorbeeld scherpere definities over, wat is Jeugdzorg, wat mag je van onderwijs verwachten, wat mag je van gewoon de Wlz verwachten? En dat soort zaken. Als u heel goed kijkt, dan ziet u hier bij het groen implementatie 2028. Dat ging er eigenlijk vanuit, dat we nu met een actief kabinet, volop in debat zouden zijn in Nederland over dit onderwerp. Dit is wel een van de belangrijke dingen, als je straks de kosten terug wil brengen, om daar ook echt resultaten op te behalen. Nou, er zit een aantal andere dingen waar ook voor geldt, dat eerst onderzoek moet worden gedaan. Dan landelijke afspraken moeten worden gemaakt over kaders. Dus het tempo waarmee de hervormingen plaats gaan vinden, zijn wat langzamer dan de inboeken van de bezuinigingen, door het Rijk. Maar daar kom ik straks nog even op terug. De eerste dan, de reikwijdte. Dus de, doel was een heldere afbakening van de Jeugdhulp, Jeugdhulp alleen voor complexe problematiek. Dus ook bijvoorbeeld kijken van, is opvoedondersteuning nou Jeugdhulp of is opvoedondersteuning iets anders? Zou dat onder een andere regeling moeten vallen? Maar ook, wat mag je van mensen zelf verwachten, wat mag je van de maatschappij verwachten? Daarvoor geldt dus ook, versterken van de omgeving en het gewone leven.
Nou ja, dit is dus iets waar we zelf niet zoveel op kunnen sturen, want dat gaat gewoon over de definitie van de wet. Dus daar zijn we afhankelijk van de landelijke termijn. Wat wij wel al gedaan hebben hier in deze regio, is onze verordening aangepast. En met die verordening in ieder geval geprobeerd, om wat binnen de huidige wetgeving mogelijk is, zo scherp mogelijk te definiëren als, wat is Jeugdhulp en wat zijn andere voorliggende voorzieningen? Dan het verbinden met andere domeinen. Dus dat gaat over het verbinden met onderwijs, kinderopvang, volwassenen GGZ, bestaanszekerheid, 18-min, 18-plus. Ook vanuit het idee dat we nu vaak zien, dat er Jeugdzorg ingezet wordt waarbij de vraag is, of het probleem een probleem van het kind is, of een probleem van het gezin. Bijvoorbeeld omdat er sprake is van schulden of van werkeloosheid of van nou ja, andere problematieken binnen het gezin. Waarbij je je dus zou kunnen afvragen, of het niet verstandiger zou zijn en ook effectiever, om daar maar het regelen op te treffen, dan het kind naar de Jeugdzorg te begeleiden. Voor ons betekent dit vooral ook te kijken, hoe we de verbinding kunnen leggen met het ISA en het gala, en ook hoe we de pedagogische basis kunnen versterken.
4
Dus hoe kunnen we ook in de programma's, die we rondom onderwijs doen kijken, hoe we ouders ook kunnen helpen, om aan de opvoedkundige kant en het systeem daar, beter handen en voeten te geven. Nou, we zijn bezig met SPUK-specifieke uitkeringen, voor de mensen die allergisch zijn voor afkortingen, wat heel terecht is. Die zijn in aanvraag en u krijgt binnenkort, de hoop is half november, de Integrale Visie sociaal domein, waarin we ook proberen om de verbinding tussen die verschillende domeinen, te leggen. Dan stevige lokale teams en toegang. Wat we zelf ook al in onze verordening voor een deel hebben vastgesteld is, dat de lokale teams de plek zijn, waar je wilt dat mensen terecht kunnen met hun vraag. Waar ze als het enigszins kan, snel en ook zonder beschikking geholpen kunnen worden. Maar waar ook beoordeeld kan worden, welke mensen wel degelijk extra specialistische hulp nodig hebben en dat ook goed geregeld kan worden. Hier geldt ook dat, de VNG gaat kaders opstellen. Ook deze is weer, dat die in 2028 gereed zouden moeten zijn. Waar wel bij aangetekend moet worden, dat de toekomstscenario kind- en gezinsbescherming ook belangrijk zijn. Die ook van alles vragen van de wijkteams en dus ook betekenen, dat we daar al wel stappen kunnen zetten.
Nou, wat doen we zelf al? Wij hebben vanaf vorig jaar een integrale opdracht aan Dordrecht Sociaal, waar het wijkwerk, het buurtwerk en het jongerenwerk in één opdracht zit. Waar ook de opdracht is, om veel meer vindplaats gericht, outreachend te werken. Op die manier proberen we ook vanuit de gemeente te sturen, op het versterken van die wijkteams als goede toegangsfunctie. Terugdringen van de residentiële hulp. Ambitie is, nul gesloten plaatsingen in 2030. Dat is ook een landelijke ambitie. Als ik heel eerlijk ben is mijn beeld, dat we nooit helemaal op nul terecht kunnen komen. Maar de ambitie blijft wel, om zo weinig mogelijk kinderen gesloten, in een gesloten plaatsing te doen. Dit betekent voor ons in de regio vooral, dat we moeten zorgen, dat we een ander aanbod hebben. Dus dat we kleinschalige voorzieningen dichtbij hebben, waar jongeren tijdelijk geplaatst kunnen worden, waar ze eventueel ook met hun ouders geplaatst kunnen worden, waar ambulante hulp nodig is. Nou, dat is best een opgave. Niet alleen, omdat je daar het zorgaanbod voor moet regelen, maar ook omdat je daar locaties voor moeten hebben. Nou, daar zijn we nu volop mee bezig in regionaal verband. Kwaliteitsverbetering en blijven leren. De wereld staat niet stil, dus ook voor de Hervormingsagenda geldt, dat wat we nu ook bedenken aan interventies, we zullen blijven moeten kijken, hoe het beter kan.
Wat daarbij ook nog van belang is, is dat er, op dit moment is er een norm van goed opdrachtgeverschap. Dat geldt voor gemeenten, is een landelijke richtgeving. Die bijvoorbeeld bepaalt, dat op het moment, dat wij reële tarieven moeten bepalen, betalen, dus nu de cao's van de zorgaanbieders gestegen zijn, worden wij in feite gewoon verplicht, om die cao-stijgingen in de tarieven te verwerken. Er is nog geen norm voor goed opdrachtnemerschap. En die is de bedoeling, dat er nu ook komt. Want je mag net zoals er van ons dingen verwacht wordt, ook van zorgaanbieders het een en het ander verwachten. Dus bijvoorbeeld lokaal, hebben wij het normenkader ingevoerd. En die, in de verordening staat, dat zorgaanbieders vooraf toestemming moeten vragen voor een overschrijding. Nou, we zien dat sommige aanbieders, dat toch dan vergeten of niet doen en dat soort zaken. Dus in die norm zou ook moeten komen, dat ook van de aanbieder je mag verwachten, dat hij dus zich aan alle regels en insteek houdt. Regionalisering. Dat gaat erom, er zijn officieel tweeënveertig regio's, Jeugdzorg regio's, sommigen zijn heel klein en ook nog weer gesplitst.
5
Er zijn ook regio's, waar nog individueel ingekocht wordt. Voor zorgaanbieders is dat heel complex. Betekent verschillende regelingen, verschillende inkoopsystemen en dat soort zaken. Vandaar dat het Rijk gezegd heeft, wij vinden, dat de inkoop op regionaal niveau plaats moet vinden. Daarom gaat VWS nu ook een robuustheidsscan doen. Dus ze gaan bij alle regio’s kijken, of die robuust genoeg zijn. Ik ga ervanuit, met onze regio Zuid-Holland Zuid die wij hebben en hoe wij het georganiseerd hebben, dat wij ons geen zorgen hoeven te maken, dat uit de robuustheidsscan gaat komen, dat wij qua inkoop het prima met elkaar voor me, met elk… prima met elkaar voor elkaar hebben. Het enige wat nog zou kunnen is, dat wij een aantal verschillende documenten hebben, een inkoop strategie, een inkoop kader, het werkprogramma voor de jeugd. De Autoriteit vraagt eigenlijk om een integrale visie, een integrale regionale visie. Nou, wij zeggen, die hebben we ook, maar dat zijn drie documenten. Moeten we een nietje doorslaan en dan hebt u het. Het zou kunnen zijn, dat zij zeggen van nou, wij vinden dat de tien raden dat document nog een keer apart moeten vaststellen. Standaardisatie. Ook hiervoor geldt dat het beeld is, dat er veel te besparen is aan administratie, administratieve lasten, waardoor de kosten omlaag kunnen. Door dezelfde productcategorieën te gebruiken, zelfde standaardisatie.
Ook hier geldt, dat het afhankelijk is van de robuustheidsscan die VWS doet en de startfoto, die de VNG doet. Want de VNG heeft op de ledenvergadering beloofd, dat er gekeken wordt, hoe de gemeente ervoor staat en welke ondersteuning zij nodig hebben bij de implementatie. Wij hebben de inschatting, dat wij met de regionale inkoop in ieder geval al een redelijke slag geslagen hebben, met het standaardiseren en het beperken van het aantal producten. Data en monitoring. Nou, dat is dus een belangrijke, die is dubbel belangrijk. Want er is nog steeds discussie tussen de gemeente en het Rijk, over wat een reëel bedrag is, wat we kunnen bezuinigen op basis van deze Hervormingsagenda. Wat de wethouder net al zei, wij doen een aantal dingen al. Wij hebben POH-jeugd, wij doen regionale inkoop, we hebben minder productcategorieën. Dus de vraag is, of de voorspelde bezuinigingen wel gehaald worden. Nou, daarvoor is afgesproken, dat er een commissie nou, ze heten niet, van deskundigen, ik wou zeggen ze heten niet van wijzen, maar een commissie van deskundigen komt. Die dus in, eind 2025 zal beoordelen, of de gemeentes hun inspanningen hebben verricht en of die dan opgeleverd hebben, wat op papier berekend was. Want als dat niet zo zou zijn, dan zou het Rijk dus de bezuinigingen terug moeten draaien, voor een deel. Is allemaal natuurlijk koffiedikkijken, maar wel erg belangrijk.
En dus het laatste, er wordt gekeken of er voor zeer specialistische zorg, niet veel beter gewoon landelijke inkoop kan zijn. Alleen, dan is de discussie zeg maar even hoe het gaat, ontstaat een discussie tussen de VNG, gemeenten en het Rijk. Het Rijk zegt ja, als we dat doen, gaan die gemeenten alle halve specialistische gevallen allemaal afschuiven naar dat specialistisch systeem, als wij dat moeten betalen. En de gemeenten zeggen ja, als we dit gaan doen, dan gaat het Rijk alle ingewikkelde gevallen niet toelaten en die schuiven ze weer naar de gemeente. Dus er ontstaat een soort discussie over de financiering, waarvan je zou hopen, dat twee overheden met elkaar toch een wat beter gesprek konden voeren over het feit, dat je, dat er goede redenen zijn om sommige dingen echt landelijk te regelen. Vervolgstappen. Nou, wat ik net al zei, de startfoto. Dus om te kijken waar we staan, maar vooral wat de VNG ons aan ondersteuningsbehoefte nog kan leveren. En de robuustheidsscan, daar heb ik net vandaag van gehoord, dat we 30 oktober de uitvraag krijgen.
6
Dat we die 1 december moeten inleveren en dat we eind december een beeld terugkrijgen van AEF, die door VWS is ingehuurd, met wat men vindt over, hoe robuust onze regio is. Dan gaat het Rijk dus besluiten, of ze nog iets aan de regio-indeling gaat doen. Nou, dan de financiering. Wat ik al zei, het Rijk heeft een ingroei pad gemaakt van de bezuinigingen. Waarbij dus twee keer een deskundige commissie kijkt, of de gemeenten zich aan hun inspanningsverplichting hebben gehouden, maar ook wat dat betekent. En dat betekent voor ons, het volgende. We hadden een stelpost in de begroting staan voor de Hervormingsagenda, dat is de bovenste regel. We hebben een aantal bezuinigingen of maatregelen getroffen, waardoor wij denken, dat we minder uitgaven kunnen doen. Er is voorlopig ook door het Rijk gezegd, we vertragen, dus u krijgt in 2024 en in 2025 nog een extra bijdrage vanuit het Rijk. Het Rijk heeft ook gezegd, er is een deel van de afname van de kosten, die wij voor ons rekening nemen. Dat zijn maatregelen waarvan de VNG gezegd heeft, die vinden wij niet realistisch. Gaat bijvoorbeeld over het invoeren van een eigen bijdrage en dat soort zaken. Dat is die vijfhonderd, die u ziet. De provincie als toezichthouder heeft ook nog gezegd van ja, maar wij willen toch dat je daar strikt naar kijkt.
Dan ziet u onder het rijtje waarvan op basis van de uitgangspunten van het Rijk, de kosten voor Jeugdzorg in Dordrecht zouden moeten afnemen. Dat was mijn presentatie. Technische vragen nu of eerst even mijnheer Magnee? De voorzitter: Ik denk, dat we toch snel doorgaan. Ja. Ik zal, de heer Magnee kan het woord nemen voor de reflectie. De heer Magnee: Ik heb een kleine lichamelijke beperking, tijdelijk. Dus ik blijf even zitten, als jullie het goed vinden. Ik heb geen sheets, dus ik wil hierop reflecteren. Dat was ook de vraag. Mijn achtergrond in deze regio. Ik ben enig jaar geleden interimdirecteur Dienst Gezondheid en Jeugd geweest, verantwoordelijk voor de SOJ, de jeugdhulp en Veilig Thuis. Tot een aantal maanden geleden was ik interim-directeur van het Zorg- en Veiligheidshuis in deze regio. Dus ik heb veelvuldig met deze thema's te maken, maar ook kennis van wat hier in de regio speelt. En op dit moment ook veelvuldig overleg met de VNG en de betrokken departementen, over de ontwikkelingen rondom de Hervormingsagenda, maar met name ook onder mijn toekomstscenario. Want dat is iets wat je hier eigenlijk wel, eigenlijk ook gelijk in ogenschouw moet nemen, als je het hebt over de ontwikkeling van de lokale, het lokaal beleid en de lokale teams. Het Dordrechts Sociaal. Ik ga heel kort eventjes naar het verhaal van Gemma, de systeem wereld. Want dat zijn de technische zaken.
Maar ik vind het eigenlijk veel interessanter om te kijken naar, wat betekent dit nou voor de leefwereld? Wat betekent dit voor de inwoners, voor de burgers, voor de jeugdigen die het betreft? Er kwam uit het verhaal al naar voren, de Hervormingsagenda is eigenlijk een samenstel van allerlei maatregelen, die de afgelopen jaren sinds 2015 in gang zijn gezet, maar die nu in perspectief en in samenhang worden geplaatst. Als je dan kijkt naar de regio ZuidHolland Zuid, met daarin Dordrecht als spil, dan zie je dat die regionale samenwerking, de gezamenlijke inkoop, standaardisatie en normering, dat is allemaal, een aantal jaren geleden is dat ingezet hè. Dus daar hoeft deze regio geen extra nieuwe dingen meer te doen. Datzelfde geldt voor dataverzameling, monitoring, rapportage. Er zijn hele strakke systemen voor ingericht, dus dat werkt ook goed.
7
Daarnaast, de verbinding zorg en onderwijs die ter sprake kwam. Ook daar zijn afspraken over in deze regio. Er zijn afspraken met de scholenkoepels, over jeugdhulp op school. Er zijn afspraken met de-plus. Dus de verhouding jeugdhulp, WMO en andere zaken. Dus dat is ook, die afspraken zijn er. Die kunnen altijd beter, er zijn altijd nog hele lastige dossiers. Maar die afspraken, die liggen daar, dus daar kunnen we op terugvallen. Aantal dingen die wel nog aandacht behoeven, de reikwijdte werd al genoemd, de afbakening van jeugdhulp. Ja, dat gaat als je het aan het Rijk overlaat, nog een aantal jaren duren. We hebben hier de Verordening aangenomen 2022. Maar je zou in de nadere regels bij die verordening nog eens kunnen kijken, of je niet al vooruitlopend op wat het Rijk gaat doen, daar een aanscherping in zou kunnen aanbrengen. Tweede wat je kunt doen in die reikwijdte is, intensiever overleggen met het zorgkantoor over jeugdigen, waarvan we eigenlijk allemaal wel voelen, die zouden in de Zorgverzekeringswet of in de Wlz, Wet langdurige zorg moeten vallen. Jeugdigen die ja, waarvan je weet, dat die altijd … Nou, laat ik een voorbeeld noemen. Jeugdigen met autisme, die zullen altijd een bepaalde vorm van ondersteuning nodig hebben.
Ja, moet je dat dan vanuit de jeugdhulp doen? Of is dat net als bij volwassenen, komt dat dan vanuit de Wet langdurige zorg? Nou, het zorgkantoor, die houdt daar een stevig slot op de deur, waardoor die kosten over het algemeen bij de gemeente vallen. Daar kun je afspraken over maken. Met hun in gesprek gaan om te kijken, of je daar op een soepele manier met elkaar kunt omgaan, om daar afspraken over te maken. Niet alleen in financiële zin, maar ook in het belang van die jeugdigen en die gezinnen. Dan weten ze waar ze aan toe zijn. Dus dat zijn van die zaken, die zou je vooruitlopend op de wetgeving en zaken, nog kunnen inrichten. Gemma noemde al de afbouw residentiële jeugdzorg, naar nul uithuisplaatsingen. En tegelijkertijd weten we, je hebt af en toe plekken nodig waar je jeugdigen gewoon moet plaatsen, omdat ze een gevaar zijn voor zichzelf of een gevaar voor hun omgeving. En dat wil je zoveel mogelijk beperken. Op het moment dat je zo'n plek nodig hebt, moet hij er wel zijn. En wat je nu op dit moment ziet is, dat al die voorzieningen worden afgebouwd en dat die ombouw naar hele kleine voorzieningen wel in gang is gezet, maar daar hangt ook een financieel plaatje aan. Die afbouw, die gaat nu zo hard, dat we in de praktijk al zien, dat je soms met jeugdigen zit, die echt gewoon stevige opvang nodig hebben. Waar dan geen plek voor gevonden kan worden.
En dan ja, dan ga je het hele land door om maar een plek te vinden. Dus het is ook wel aan de uitvoeringsorganisaties taak, om daar goede afspraken over te maken. En ik weet, dat doet Zuid-Holland Zuid. Dat doet Dordrecht niet alleen, dat doet Zuid-Holland Zuid niet alleen, maar dat gebeurt in samenspraak met heel Zuid-Holland. Met de regio Rotterdam, regio Haaglanden, regio Gouda. Want je hebt van al die plekken, allemaal niet zo heel veel nodig, maar gezamenlijk kun je dat wel goed afspreken. Dus dat is een aandachtspunt. Nou, financieel kader werd al eventjes genoemd. Blijft een lastig punt, vanuit het Rijksperspectief gezien. Maar ook hier regionaal, kun je natuurlijk al wat doen. Er is een normering afgesproken, standaardisatie afgesproken. Ja, daardoor zie je de afgelopen jaren al, dat die uitgaven die altijd maar zo gingen, dat die stabiliseren. In de veronderstelling en het vertrouwen, dat dat een ombuiging teweeg zou moeten gaan brengen, op de lange termijn. Dus daar zijn ook allerlei dingen voor ingezet. Nou, wat merken de jeugdigen daarvan? En dan, ik verwijs nog even naar de Hervormingsagenda en naar het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.
8
Want in allebei die die zaken en dat werd al even genoemd, ligt eigenlijk de sleutel in handen van het lokale team, van de lokale teams en dat is in Dordrecht, is dat Dordrecht Sociaal. Zij zijn verantwoordelijk voor de begeleiding van gezinnen. Zij leveren de eerstelijnshulp aan die gezinnen, maar zij zijn tevens verantwoordelijk voor de sturing en controle op de jeugdhulp. De ambulante begeleiding, maar ook de specialistische jeugdhulp die wordt ingezet. En zij zijn degenen die als eerste aanspreekpunt voor het gezin, in dat toekomstscenario zo meteen ook verantwoordelijk zijn, voor de veiligheid in het gezin. Taken die nu bij de Jeugdbescherming liggen, die bij Veilig Thuis liggen, die gaan voor een deel, voor een, eigenlijk voor een groot deel verschuiven naar de lokale teams. Dat betekent een behoorlijke verzwaring van hun taak, waarbij ze nog steeds ondersteuning hebben van de Jeugdbescherming en Veilig Thuis. Maar zij worden eigenlijk in een mooie term, integraal verantwoordelijk voor alles hoe het reilt en zeilt binnen zo'n gezin. Dat vergt echt nog aandacht in competentieontwikkeling, in capaciteitsontwikkeling en dat soort zaken. Maar ik denk en ik ben van mening, dat dat voor de gezinnen juist goed is. Ze hebben zo meteen één aanspreekpunt, één gezicht.
En dat gezicht, daar kunnen zij advies aanvragen en die bepalen ook en die begeleiden ook, in wat er verder nodig is. Dat maar even in de notendop en dan verder, tijd voor vragen. De voorzitter: Dank voor uw bijdrage en reflectie. Dan brengt dit tot de rondgang in onze commissie. En dan denk ik dat het ook wel zo chic is, om de initiatiefnemers van deze bijeenkomst als eerste aan te kijken. Dus, mevrouw Schnabel, heeft u al een vraag of opmerking? Mevrouw Schnabel: Dank, ik heb een vraag over het financiële kader. Want waar ik benieuwd naar ben en wat ik gelezen heb, is dat er een soort van vijftig-vijftig regeling is. Dus de of door lokaal in combinatie met de Hervormingsagenda of landelijk dan. Hoe ziet dat er in Dordrecht er dan uit? En wat gaat dat voor Dordrecht betekenen, houden we bijvoorbeeld geld over? En waar ik ook benieuwd naar ben, maar dat is misschien dan weer een vraag van heel andere orde, dat ze misschien specifiek of dat is specifiek naar de wijkteams, dat ik heel benieuwd ben hoe dat ja, hoe dat uitwerking gaat krijgen? Omdat je nu al hoort, dat het voor veel wijkteams al heel zwaar is en dat er heel veel werkdruk ligt. En dat ook om goed opgeleid personeel daar te hebben, dat vraagt ook natuurlijk ja, een hoger loon, want het is specialistisch. Ik ben heel benieuwd, hoe dat of daar al een idee over is.
Mevrouw Smid-Marsman: De vijftig-vijftig kan ik niet plaa… Oh, dat is die. Ik denk, dat deze uit moet. Nee. Er zit ergens een knopje. Ja. De vijftig-vijftig, kan ik niet helemaal plaatsen. Dus wat er gebeurd is, is dat het Rijk dus voor 2024 en 2025 in feite, dus dat is misschien wat u bedoelt met de vijftig-vijftig, heeft gezegd dat ze de helft van de taakstelling niet doorvoert. Dat is voor Dordrecht dus die één komma acht miljoen, die we in 2025 minder hoeven te bezuinigen, dan dat we vorig jaar voor het Rijksbesluit dachten. Dus dat is die vijftig-vijftig. En voor de wijkteams geldt een aantal dingen. Ik weet zeg maar een deel, en dat zal nadrukkelijk ook aan de orde komen in de Integrale Visie sociaal domein, ik weet niet of het altijd specialistischer wordt en ingewikkelder wordt.
9
Voor een deel gaat het ook om accepteren, dat dingen zijn zoals ze zijn en te redeneren vanuit het gezin. Dus wat je nu ziet en dus dat is best wel een, dat is voor medewerkers van het wijkteam heel ingewikkeld. In feite zie je dus nu bijvoorbeeld vaak, maar niet vaak, je ziet af en toe in een gezin, dat iemand komt in een gezin en het is er rommelig en het kind is niet helemaal goed aangekleed en de moeder is een beetje druk. Voor je het weet wordt dan gezegd van, oh jee, is het hier wel veilig, want het is hier niet schoon, het kind is niet helemaal goed aangekleed, de moeder is niet in control, hier moeten we wat doen. Je kan ook naar die situatie kijken met enige afstand en zeggen van nou, gaat het kind naar school? Krijgt het, dus het beeld van, wij zijn met zijn allen heel erg gericht op, elke vorm van onveiligheid voorkomen. Wat je volgens mij met, wat we met elkaar moeten doen en dat zit ook in de discussie over reikwijdte van, wat vinden we nog acceptabel, normaal? En wanneer zeggen we, hier moeten we ingrijpen, hier moet zorg toegepast worden, hier moet een kind uit huis gehaald worden? Dus ik, zeg maar, dus dat is de ene waarom ik denk van, het wordt, het is voor de wijkteams vooral ingewikkeld op het moment, dat wij niet helder met elkaar kaders vaststellen over, waar we vinden dat zaken nog acceptabel zijn en waar zaken niet meer acceptabel zijn.
Wat ook is, is dat we zeggen van, we willen veel vaker naar algemene voorzieningen. Dus nu zie je heel vaak dat dingen individueel, dus dat er zorg in individuele vorm geleverd worden. Je kan ook zeggen of het nou om opvoedondersteuning gaat of over weerbaarheid of over zelfvertrouwen van kinderen, dat kan je ook in groepsaanbod doen, wat het dus een stuk goedkoper maakt. De voorzitter: Ik was op zoek naar de punten. Dank. Mevrouw Schnabel had nog een vervolgvraag. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, hele kleine vraag nog daarbij. Want ik vraag me af, juist om goed in te kunnen schatten of een situatie veilig of onveilig is, heb je toch juist ja, een specialistisch oog nodig juist of om dat onderscheid te kunnen maken? Mevrouw Smid-Marsman: Nou, het idee in het toekomstscenario is juist, dat zo'n wijkteam gewoon echt in het gezin komt en dus ook veel gezinnen ziet. Maar dat het daar waar het heel, dus waar ze de vragen hebben, dat Veilig Thuis nog steeds beschikbaar is om dus advies te geven, mee te kijken. Maar om vooral te zorgen, dat dat gezin dus één aanspreekpunt houdt. Dat er één beg… Dus dat het niet is van, je gaat van het wijkteam naar Veilig Thuis, van Veilig Thuis naar het wijkteam, met steeds weer een nieuw gezicht en een nieuw iemand in het gezin.
Maar het is nadrukkelijk de bedoeling, dat Veilig Thuis beschikbaar blijft, om dus inderdaad specialistisch advies te geven en mee te denken. De voorzitter: Ik zie een vraag bij mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, voorzitter. Aan de ene kant heb ik zoiets, ik heb een aantal commissies Sociaal gemist hoor, bewust, een jaar of acht of zo. Maar ik heb echt het idee van, het is een soort Bold and the Beautiful, want ik hoor dingen, die ik veertien jaar geleden bij wijze van spreken, ook hoorde. Dat is best wel triest eigenlijk. En ik fok me daar dus ook over op, heb ik dus nu gemerkt. En ik hoor …
10
De voorzitter: En uw vraag is? Mevrouw Koene: En mijn vraag is dus ook, als ik dit dan allemaal hoor. Ik hoor mevrouw Smid allemaal dingen zeggen, dat ik dan denk, daar hebben we nou juist de professionals voor. Bedoel, wij gaan hierover, om de kaders te stellen. Laten we nou niet gaan bedenken hier met elkaar, wat goed is voor een jongere of niet. Daar zijn mensen, die hebben daar heel erg goed voor geleerd en laten we dat nou daar laten. Dus wat kunnen we nou, wat kunnen we nou als gemeente concreet dus op dit punt, doen als gemeenteraad, zonder ons met die uitvoering te bemoeien? De voorzitter; Dat is een fantastische technische vraag, dus wie kan ik daarvoor aankijken? Mevrouw Smid-Marsman: Straks bij de Integrale Visie sociaal domein met elkaar, de uitgangspunten vaststellen. Die uitgangspunten zijn dan het kader voor de uitvoering. De voorzitter: Wil ik hier als voorzitter toch opgemerkt hebben, dat, want ik hoor her en der wat reacties. Het is een onderwerp wat volgens mij ook toe doet. Maar we zitten hier wel met elkaar ook, omdat er aanwezigen zijn en mensen meekijken, om ja, met elkaar technisch hiernaar te kijken. We kunnen later hier met politiek of beoordeelsvorming nader nog een rondetafelgesprek organiseren. Dus laten we ook elkaar scherp houden, dat we het in de techniek houden. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter.
Ik merk ook net als mevrouw Koene, dat ik me ook een beetje op zit te winden over, wat is er nou in al die jaren gebeurd? Ik weet een jaar voor 2000, waren we al bezig met 18-min, 18-plus en zo. En dat is kennelijk nog steeds niet veranderd. Maar ik heb wel een paar vragen. Want toch ook die normenkaders versus aanbieders versus de professionals, geeft het vertrouwen en de verantwoordelijkheid ook aan de professionals. Ik hoorde u net zeggen, ik hoorde mevrouw … Smid, Gemma wou ik zeggen, mevrouw Smid ja, zeggen van ja, we moeten toch wel die normenkaders stellen. Want stel je voor, dat er toch een beetje gesjoemeld wordt, met allerlei dingen om die hulp te verlenen? Hoe zit dat hè? Geef ze vertrouwen en verantwoordelijkheid, eigenlijk in aansluiting wat mevrouw Koene zei. Daarnaast heb ik ook nog wel de vraag, de Hervormingsagenda is toch ook ingegeven, om ook het aantal aanbieders terug te dringen. Daar hoor ik dus ook helemaal niets over. Nog een kleine aanvullende vraag even over wat u zei van, we gaan, in die Integrale Visie gaan we dat allemaal samenstellen. Die Integrale Visie, door wie wordt die dan samengesteld? Door mensen van de gemeente of worden daar ook juist de hulpverlening, wordt daar de hulpverlening bij betrokken? Want die weten volgens mij, precies wat er nodig is. De voorzitter: Zijn drie vragen.
Mevrouw Smid-Marsman: Volgens mij, kan ik de meeste beantwoorden. Het normenkader heeft uw raad vastgesteld en is de basis voor de verordening. Als ik dat niet goed geformuleerd heb, dan spijt me dat. Maar daar zit nadrukkelijk juist de ruimte in ook voor professionals, om de afweging binnen dat normenkader te maken.
11
Daarom is ook de ruimte om af te wijken van de normen hè, dus dat dat is nadrukkelijk aan de orde. Want we vinden het heel erg belangrijk, dat juist vertrouwen en verantwoordelijkheid bij die medewerkers en bij die professionals ligt. Het is niet de bedoeling van het Hervormingsagenda om het aantal aanbieders terug te dringen, het is de bedoeling van de Hervormingsagenda om het aantal producten terug te dringen, zodat de administratieve last verlicht wordt. Ja, ik kan er niks aan doen, maar nou ja, misschien ja, nee, maar dat … Dus even kijken en de Visie sociaal domein is de visie, die u zelf vast gaat stellen en die daarna tot een aantal uitvoeringsprogramma 's wordt gewerkt. In ieder geval hebben wij onze belangrijkste stakeholders, betrokken bij de opstelling van die visie. Mevrouw Kruger: Voorzitter, kleine aanvullende vraag, of ik het goed begrepen heb. De voorzitter: Aanvullende vraag, Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u. Kruger. Dank u wel, voorzitter. Hoor ik u nu goed zeggen, dat het, niet het aantal aanbieders moet worden teruggedrongen, maar het aantal producten? Dus we gaan niet kijken naar wat iemand nodig heeft en daar gaan we een product op verzinnen. Nee, we gaan het aantal producten terugdringen en daar moet iedereen weer aan kunnen conformeren, als je iets wil. Zoiets? Mevrouw Smid-Marsman: Nee.
En even he, dit is dus wat het Rijk, dit is niet wat wij in Dordrecht verzonnen hebben, maar wat het Rijk afgesproken heeft, met de andere vier partijen in de vijfhoek. Een van de grote kosten is volgens de aanbieders, de enorme administratieve last die er voor aanbieders is. En een van die dingen komt voort uit het feit, dat er heel veel verschillende productcategorieën zijn. Dus als jij aanbod hebt, dan kan je gedragsondersteuning, licht gestraft ondersteuning, micht, midden, opvoedondersteuning A, opvoedondersteuning C, specialist. Dus de afspraak is gemaakt, dat het aantal productcategorieën wordt teruggebracht, zodat een aanbieder zeg maar nog maar vier vakjes hoeft, nu overdrijf ik hè, maar nog maar vier vakjes kan, hoeft te kiezen. Daarbinnen zit dus dan een cluster van producten en dat zou het dus voor de aanbieders heel veel makkelijker maken, waardoor het weer goedkoper zou worden. Mevrouw Kruger: Oké. De voorzitter: Mevrouw Kruger, zou u uw microfoon uit kunnen zetten? Dan heb ik, Ronald heb ik echt gezien. Ik heb mijnheer Van Ballegooijen gezien, maar mijnheer De Heer was eerder. Mijnheer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Concludeer in ieder geval, dat het een giga complex onderwerp is en te veel voor een uurtje. Toch bedankt in ieder geval voor de presentatie, ondanks dat het wel duizelt.
Ik merk dat we ook proberen te begrijpen, wat omvat nou precies de Hervormingsagenda. Tegelijkertijd proberen we dat natuurlijk echt te vertalen naar hier, naar Dordrecht de komende tijd. En wat wij als raad daar ook voor mogelijk positieve invloed op kunnen hebben. Dan begrijp ik, dat we hier ook spreken over een programma Werk voor de Jeugd, het werd ook echt even aangehaald. Dat liep vanaf september vorig jaar begrijp ik, tot eind dit jaar.
12
Een korte periode van zestien maanden, die bijna ook is afgelopen. Was meer benieuwd omdat ik lijk, denk te begrijpen, dat het ook redelijk aansluit bij wat straks die Hervormingsagenda Jeugd ook gaat betekenen. Zijn daar mogelijk al ondanks dat de evaluatie nog niet heeft plaatsgevonden, wel ook al lessen uit te trekken, die we misschien hier ook kunnen leren op dit moment? De voorzitter: Mevrouw Smid. Mevrouw Smid-Marsman: Ja, we hebben de evaluatie ambtelijk net afgerond en dat wordt binnenkort in het portefeuillehouders overleg Jeugd besproken. Wat we daar proberen, zijn een aantal onderwerpen waarvan we zeggen, dat is goed om met zijn tienen op te pakken, omdat we er allemaal mee bezig zijn. De conclusie is, dat er dus ook het komend jaar, een aantal van die onderwerpen zijn. Een hele belangrijk is het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming. Maar we willen ook rond monitoring nog met elkaar, een aantal dingen blijven doen. En we hebben gezegd, we moeten kijken hoe we samen wat we rond de Hervormingsagenda moeten oppakken, hoe we dat in de regio willen oppakken. Dus in die zin zijn daar wel lessen uitgetrokken, maar die moeten nog bestuurlijk vastgesteld worden. De voorzitter: Mijnheer Portier. De heer Portier: Ja, voorzitter, even een opmerking vooraf. Ik denk dat we duidelijk zien, dat we met een volslagen vastgelopen systeem te maken hebben.
Alleen al het feit, dat je er vijf jaar over moet doen hè, om een wet te kunnen veranderen. En het feit, dat we helemaal niet praten over, wat voor zorg hebben kinderen nodig? Maar dat ze praten over inkoopkaders, normeringen, monitoring, allemaal administratie en bureaucratie. Dat toont wel aan, dat de decentralisatie en de marktwerking hebben geleid, tot een volkomen vastgelopen systeem. Dan overgaand tot de concrete vragen. Het hele idee van de decentralisatie was van, die gemeenten, die staan zo dicht bij de mensen. Die kunnen dat heel goedkoop allemaal gaan regelen, want ze zien precies wat er nodig is en daardoor wordt het allemaal veel efficiënte. Nu wordt er gesproken van ja, maar alles moet wel regionaal, helemaal goed geregeld worden hè. Dus eerste vraag. Ondergraaft het niet het hele principe van de decentralisatie? En de tweede vraag. Het idee is van die hele Hervormingsagenda nu hè, dat straks in deze gemeente en voor de regio wordt het dan natuurlijk nog veel meer bij elkaar, drie komma twee miljoen kunnen bezuinigen in jaarbasis. Hoe realistisch is dat? De voorzitter: Gaan we voor de afwisseling misschien, de heer Magnee het woord geven? Of toch mevrouw Smid? Mevrouw Smid-Marsman: Die laatste, die is dermate politiek, die laat ik aan mijn buurman. De voorzitter: Ja, nou, dan laten we hem. Mevrouw Smid-Marsman: En de eerste misschien ook.
13
De voorzitter: Ik ben het met die lezing eens. Dus wat mij betreft, kunnen we die laatste ook in het midden laten liggen, voor een ander moment bewaren. De heer Magnee: Het is hele complexe materie, dat blijkt. Ik heb al eerder sessies met deze raad of met de vorige raad gehad, waarin dat ook aan de orde is geweest. En je ziet dat je iedere keer één stap vooruit zet of twee stappen vooruit en weer eentje terug. Maar dat betekent niet, dat je niks hoeft te doen. Het is belangrijk om regionaal en landelijk goeie afspraken te maken, over de zorg die beschikbaar moet zijn. Want als je dat niet doet, dan kun je lokaal die zorg ook niet inzetten. Bepalen welke zorg er in een gezin nodig is, dat is echt de taak van de professional. Ik heb wel eens de vraag gehad, die hier ook aan de orde was, vertrouw je die professional dan niet? Nou, ik kan u zeggen, ik heb ook aan de kant van zorgaanbieders gewerkt. Ik heb daar in de keuken gekeken, hoe het gaat. Daarop baseer ik de uitspraak, ik vertrouw die zorg professional wel, maar ik vertrouw hun bedrijfsbureau niet. Want daar wordt vervolgens gekeken op basis van die zorgvraag, welke producten gaan we inzetten? En als er zeg maar een basis GGZ-vraag ligt, dan wil het bedrijfsbureau nu al zo’n specialistische GGZ-vraag van maken, want daar krijgen ze meer geld voor van de gemeenten.
Op die manier kijken ze ook van, wordt er vrij makkelijk soms gevraagd, om verlenging van een beschikking. Zes maanden zijn ze met een jeugdige bezig geweest. Ja, als we dat nog zes maanden kunnen doen en ik zeg het heel hard, maar als we het nog zes maanden kunnen, dan hebben we nog zes maanden inkomen. Heeft het nou wat opgeleverd in die zes maanden en gaat die andere zes maanden ook nog wat opleveren? Dat is dan de vraag. Dit zijn echt praktijkvoorbeelden. Daarom is hier in de regio ook dat normenkader opgesteld, in overleg met al die aanbieders, die dondersgoed weten dat ze dit doen. En daarop aangesproken zijn en zeggen, voortaan gaat die professional in overleg met de specialist. Maar gaat die professional kijken, welke zorg is er nodig? Niet te veel, niet te weinig, de juiste zorg en ook niet te lang, ook niet kort, maar ook niet te lang. Daar is dat normenkader voor bedoeld, om de kwaliteit van zorg te waarborgen en om ook, de beheersing van kosten mogelijk te maken. Hoeveel aanbieders heb je daarvoor nodig? Dat is altijd een hele interessante vraag. Hebben we er te veel, zijn er te weinig? Dat speelt in iedere regio in Nederland. We hebben in Nederland een stramien gehad van Open House, nou, technische termen uit de aanbestedingen wereld, waardoor iedere jeugdhulp aanbieder gecontracteerd moest worden. Dat opent natuurlijk de weg naar allerlei gelukszoekers.
Ik wil de term cowboys niet gebruiken, want dat doe ik een hele sector tekort. Maar die zitten er ook tussen. Maar daardoor is een verschuiving ontstaan van capaciteit bij zware zorg, de systeem instellingen zoals hier, partijen als Enver en Yulius, naar lokale praktijken. Aan de ene kant is dat goed, de geografische spreiding. Aan de ander kant, worden daardoor ook de krenten uit de pap gehaald. De kostenstructuur van die grote systeem partijen is heel anders, dan die kleine aanbieders en toch kregen ze altijd hetzelfde tarief betaald. Nou, ook daar is in deze regio een onderscheid nu in gemaakt. Systeem aanbieders, die klinieken hebben, die specialistische zorg hebben, die kunnen een hoger tarief declareren dan een praktijk van een vrijgevestigde, want die heeft veel minder kosten. Dan is die discussie over hoeveel aanbieders moet je hebben, is wat minder relevant, maar je wil wel zorgen voor een optimaal aanbod.
14
Dus het moet beschikbaar zijn, maar ook niet te veel. Van die specialistische aanbieders, de Envers uit deze regio, daar heb je er geen tien van nodig. Eén nou, misschien twee om onvoorziene capaciteit te hebben, dat is voldoende. Van die vrijgevestigde maakt het niet zoveel uit. Als iemand een psycholoog of een orthopedagoog dichtbij in de wijk wil hebben, omdat dat makkelijk is met je kind, dat kan ik me heel goed voorstellen. Dus daar hoef je niet zozeer beperkingen op te leggen. Maar je wil wel zorgen, dat die specialistische jeugdhulp, dat die altijd gewaarborgd en beschikbaar blijft. Daar zie je de afgelopen jaren een enorme verschuiving, waardoor die in de problemen zijn gekomen. Dus het aantal aanbieders is niet zo relevant, maar wel de differentiatie en de tariefstelling daaromheen. Technisch antwoord, maar dat was volgens mij ook de vraag. De voorzitter: Dank voor uw antwoord. De heer Van Ballegooijen had nog een vraag. De heer Van Ballegooijen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb ook een vraag aan de heer Magnee. Die gaf aan een aantal, op een gegeven moment in zijn reflectie ook een aantal manieren, waarop eventueel vooruit zou kunnen worden gelopen, op nou ja, de wetgeving die verwacht wordt. Ik kreeg het idee, dat het misschien ook wel tussen neus en lippen door, werd aangeraden.
Dus mijn eerste vraag is, klopt dat? Tweede vraag is eigenlijk, kunt u kort schetsen wat de voordelen, maar misschien ook de risico's zijn van vooruitlopen op deze wetgeving, als het gaat om bijvoorbeeld die reikwijdte? De heer Magnee: Ja, ik aarzel nu even, want ik ben zijdelings betrokken geweest bij de totstandkoming van de verordening hier in de raad. Dus om daar dan een oordeel over uit te spreken, is natuurlijk wat lastig. Maar ik ben wel van mening, dat daar meer ingezeten had, laat ik het zo zeggen. De stelling geen kind tussen wal en schip, is natuurlijk een hele waardevolle stelling, maar gaat dan ook voorbij aan die afbakening van die reikwijdte. In die afbakening kun je misschien heel moeilijk iets zeggen over, waar stopt de verantwoordelijkheid van de ouders? Ja, die stopt eigenlijk nooit, maar waar stopt de mogelijkheden van de ouders, om opvoedondersteuning te bieden en jeugdhulp te bieden? En waar moet het wijkteam c.q. de gespecialiseerde jeugdhulp dat overnemen? Tegelijkertijd kun je wel zeggen van ja, dyslexie vraagstuk, is dat iets wat je uit de jeugdhulp pot moet betalen? Of komt dat uit de onderwijs pot of kunnen ouders … Ik heb zelf drie jongens. Het is, ik vond het vreemd, maar het blijkt erfelijk zijn, ik heb drie jongens met dyslexie. Ik heb dat altijd gedaan maar ja, ik ken de wegen, vanuit de Zorgverzekeringswet.
Zij hadden al ondersteuning van een logopediste en die heeft ook de dyslexie behandeling gedaan. Daardoor viel het onder de Zorgverzekeringswet. En niet uit het jeugdhulp budget van de gemeente. Nou ja, dan kun je, als gemeente kun je daar natuurlijk afspraken of stelling over innemen. Hetzelfde geldt, ligt wat moeilijker, leerling vervoer ligt heel erg onder vuur de laatste tijd, over de kwaliteit. Maar ik heb ook de voorbeelden gezien, waar ouders hun kinderen net zo makkelijk kilometers ver weg, op woensdagmiddag naar de voetbal brengen. Of weet ik veel wat. Maar ze zijn niet in staat, om diezelfde kinderen dan naar school te brengen en dan doen ze een beroep op leerlingen vervoer, in voorkomende omstandigheden. Ook daarvan zou je zeggen ja, kun je iets strenger kijken, of ieder gezin wel een beroep moet kunnen doen op dat leerlingvervoer, of dat ouders zelf in staat zijn om dat te doen?
15
Nou, zo zijn er allerlei dingen die op een grijs gebied zitten, maar waar je als gemeente wel een keuze in zou kunnen maken. Welk risico loop je dan? Ik denk, het enige risico wat je loopt is, dat je misschien strenger bent dan wat het Rijk mee gaat komen. En dat is hier ook, het is altijd als je daar de discussie over gaat voeren, is het heel lastig, want je gaat best wel een streng beleid neerzetten. Maar tegelijkertijd, willen jullie ook de kosten in de hand houden. Dus ja, dat vraagt bepaalde keuzes. Mevrouw Smid-Marsman: Mag ik daar één kleine aanvulling aan geven? Omdat ik denk dat het belangrijk is, dat de doelstelling van het de kosten in de hand houden vooral erop gericht is, om de kinderen die echt specialistische hulp nodig hebben, dat daar gewoon en de menskracht en middelen voor zijn. Dus het is niet een doel op zich, maar het is vooral gericht op ervoor zorgen, dat diegenen die het echt nodig hebben, dat die voldoende bediend worden. De voorzitter: Er is nog tijd voor één vraag. Dus ik zag de heer Portier al met de vinger in de lucht zitten, maar die is al een keer geweest. Dus misschien is er nog iemand anders, die nog een prangende vraag heeft? Of verlenen we de heer Portier de gunst, eenmaal, andermaal? Mijnheer Portier, de laatste vraag. De heer Portier: Ja, voorzitter.
Ik vroeg me af, moeten we ons in de VNG niet inzetten, dat gewoon alle specialistische hulp, gewoon onder verantwoordelijkheid vanuit het Rijk gaat vallen? En het liefst gewoon in het kader van de gezondheidszorg. De voorzitter: Ja, dat is, uiteindelijk denken mensen is de vader van de gedachte soms, maar dat is wel een wat politiek gekleurde vraag, aan de mensen die hier te gast zijn. Dan zie ik toch mevrouw Kruger, nog een allerlaatste vraag? Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter. Nou, ik wil in ieder geval de gasten bedanken, voor de presentatie en ook de beantwoording van de vragen. Ik wil eigenlijk een afsluitende opmerking maken of in die zin afsluitend, dat is natuurlijk aan u. De voorzitter: U mag de aanzet leveren. Mevrouw Kruger: Ik zit gewoon echt, ik ben heel erg aan het worstelen, wat ik hier nu mee moet. Want ik hoor met alle respect, heel weinig nieuw, iets nieuws van wat we al jaren geleden hadden. Bij de Drechtraad en zo waren we al bezig, één loket, één dit en één dat. Ik krijg zo’n gevoel van, het kind wordt het kind van de rekening weer, door hoe we er op dit moment alsmaar over aan het praten zijn. Ik weet het gewoon even niet. En ik weet niet, of we nu op de goede weg zijn met ja, we hebben het over een integrale visie, welke visie dan, wat integraal? We hebben het over zorgaanbieders, we hebben het over producten, we hebben het over registratie.
Een hele wirrewar van problemen, die sowieso in de zorg zitten. Maar ten aanzien van jeugdhulp? En ja, mijnheer, nu ben ik uw achter… Magnee. U wees de weg inderdaad naar de Zorgverzekeringswet. Dan denk ik ja, gemeente, misschien kunnen we of dat zullen trouwens de welzijnsteams ook of de jeugdteams ook wel weten, geef het advies dan om daar dat aan te vragen. Of stuur door, in plaats van dat alles op de jeugdhulp komt.
16
Goed, ik nou ja, goed. Dat wou ik gewoon even kwijt, want ik zie het gewoon, ik ben echt verbaasd over deze sessie. De voorzitter: Het kan overigens ook een ook een waardevolle constatering zijn, dat we het soms gewoon even niet weten. Dat we daardoor kijken naar, wat er in het vooruitzicht ligt. Mevrouw Kruger: Ja, voorzitter, maar toch even nog. Als we bedenken dat wij en ik ben niet de enige, die het nu constateert, al zo lang bezig zijn. We zitten in 2023. Er is eigenlijk in mijn ogen weinig tot niets veranderd. En met de tijdlijn die net gepresenteerd is, dat we nog eens vijf jaar er gaan, over gaan doen om ja, waar naartoe te gaan veranderen, weet ik niet. Ik zie dat kind hier nog ergens gewoon drijven, want ik kan het nog niet ergens plaatsen. Ik weet het niet, ik maak me zeer ongerust. Laat ik dat zo zeggen. De voorzitter: Dat is goed dat u dat aangeeft, mevrouw Kruger. Het was ook absoluut niet bagatelliserend bedoeld verder. Hetgeen wat we wel nu in het vooruitzicht hebben als commissie is, dat we op 28 november tweede sessie gepland hebben, met een rondetafelgesprek. En ook enkele gasten achter mij ook aanwezig zullen zijn, als deelnemer van die bijeenkomst.
En ik denk, ik spreek ook de wens uit denk namens de commissie, dat het ook op dat punt meer duidelijkheid ook is, over bijvoorbeeld hè die evaluatie of het normenkader bij de inkoop jeugd, waar ook over gesproken was. Sowieso hebben we natuurlijk met elkaar, ook best een complexe route te pakken met die Integrale Visie voor het sociaal domein. Dus we moeten misschien ook elkaar en als raadsleden, commissieleden scherp op houden, hoe we dit proces op een goede manier voeren. Ja, dan stel ik bij dezen voor als uw voorzitter, dat we voor de volgende keer, de 28e inplannen voor dat rondetafelgesprek. En dat je dan bij afsluiting van die bijeenkomst, met elkaar bepaalt wat dan de vervolgstappen zijn. Zodat we ook daarmee voldoende erkennen, wat onder andere mevrouw Kruger nu aangeeft, dat een deel van de commissie ook echt wel wil, dat we hier ook de komende jaren weer stappen op gaan maken. Vat ik hem op die manier goed samen of hebben mensen hier nog iets op toe te voegen? Ja. Ja, ik krijg net een soort reddingsboei aangeworpen. Er is natuurlijk ook een andere gedachtegang mogelijk. Er is natuurlijk landelijk best wel wat aan de gang, er zijn verkiezingen. Straks ligt, is er een nieuw kabinet met een nieuw regeerakkoord, waar misschien ook wel wat meer duidelijkheid wordt gegeven, op de richting die het Rijk geeft, waar nu heel veel onduidelijk op is.
Wat we natuurlijk ook kunnen doen is, dat we het rondetafelgesprek na de, na het vormen van de nieuwe regering en ook nieuw Rijksbeleid plannen. Maar als dat niet op uw instemming kan rekenen, zou ik zeggen, hou hem lekker op de 28e. Kijk, ik ben onafhankelijk voorzitter, zou mij verder een Dordtse wordt wezen. Oké, dan sluiten we hem op die manier af. Dan zie ik nog één vinger van mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik was benieuwd, welke zorgprofessionals worden uitgenodigd?
17
De voorzitter: Ja, daar komt de griffie op terug. Maar gebruikelijk is wel, als u daar persoonlijke wensen op heeft, dan staat natuurlijk altijd partijen vrij om daar contacten over te zoeken met de griffie, om goede vertegenwoordiging daar aanwezig te hebben. Oké, nou, dan dank ik iedereen voor de aanwezigheid en onze gasten. Ik wens iedereen nog een hele fijne en productieve avond. 4. Memo Totstandkoming beleidsrijke huisvestingsverordening 2024 Voorzitter: mevrouw Boom-Vos Commissiegriffier: mevrouw Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. In ’t Veld (VSP) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevr. Nieuwland-Van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Portier (SP) Mevr. Simon-Van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Tutupoly (Op ons Eiland) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. De Vries (VSP) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop. Deskundigen: dhr. G. Weber (beleidsadviseur wonen). De voorzitter: Ik ga gewoon beginnen. Het loopt overal uit, maar anders lopen wij dadelijk ook uit. Ja. Mag ik de aandacht van iedereen? Dank u wel. Welkom. Ik wil de huidige bezoekers, neem plaats, mevrouw Van de Vugt. Van Vugt, sorry. Franciske, is makkelijker. Ik wil iedereen welkom heten, ook wethouder Heijkoop.
Ik wil u ook voorstellen aan de heer Günter Weber, beleidsadviseur voor wonen. Die zal het consultatieproces begeleiden en doorlopen. Nou ga ik toch al wel beginnen, of dat ik iedereen voor kan laten stellen. Ik begin hier rechts voor het verslag. Mevrouw Van Poppel: Denise Van Poppel, commissiegriffier. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt.
18
Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. Mevrouw Nieuwland-Van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer Weber: Günter Weber, beleidsadviseur wonen. De heer In ’t Veld: Richard In ’t Veld, VSP. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op ons Eiland. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, Dordtse DENK. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Claudia Simon-Van Waardhuizen, Fractie van Waardhuizen. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA. De heer Heijkoop: Peter Heijkoop, namens het college. De voorzitter: Dank u wel. Wij zijn hier bijeen, omdat we bij het bespreken van het raadsvoorstel Vaststellen huisvestingsverordening Dordrecht per 1 juli 2023, een toezegging hebben gekregen van de wethouder Heijkoop, omdat er door het college na de zomer een consultatie bijeenkomst zou worden georganiseerd, in voorbereiding op de beleidsrijke huisvestingsverordening 2024. Nou, dat is een mooie reden. Op 3 oktober hebben we al een technisch, heeft er al een technische briefing plaatsgevonden en zijn de mogelijkheden of onmogelijkheden in de bestaande wet- en regelgeving toegelicht. En deze consultaties sluiten hierop aan. Ik welkom de heer Uysal van GroenLinks. Nou, heet hem welkom. Gekke naam.
Voordat wij beginnen aan de stellingen en de consultatie, hebben wij eigenlijk, staat in de presentatie nog, dat we nog een onderwerp negen hebben, een inventarisatie van overige onderwerpen. Ik wil eigenlijk deze inventariseren, zodat we weten, hoeveel tijd we voor de discussies per stelling hebben. Zijn er nog punten voor overige onderwerpen, die ingediend worden? Ik zie, de heer De Vries heeft zijn microfoon open. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Moeten die overige punten nu al? De voorzitter: Nee, nee, nee. We gaan ze niet bespreken, maar ik zou graag willen weten hoeveel en of dat u er heeft. Dus mevrouw Van Vugt heeft een overig punt. Mevrouw Koene?
19
Mevrouw Koene: Nee, ik heb geen, ik heb alleen maar een ordevoorstel. We kunnen toch door die stellingen heen en aan de hand daarvan dan ... De voorzitter: Nee, we hebben eigenlijk juist, voor de orde willen, zijn we even aan het inventariseren, of dat we voor die overige onderwerpen, een kwartier of een half uur nodig hebben. Vandaar en dan gaan we door naar alle stellingen. Dan denk ik, dat we dus gewoon de planning aanhouden, dat we een kwartier behouden. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Weber. De heer Weber: Ja. Dan hoop ik, dat ik nu even wat technische ondersteuning krijg, om de stellingen op het scherm te krijgen. Mevrouw ‘…’: Wel een korte stelling. De voorzitter: Nou, ik, wij doen tien minuten per stelling. Is dat, dat is te veel. Kijk, als het eerder, sneller kan, dan mag het. Acht stellingen hè? Ja. En overige onderwerpen. De heer Weber: Ja. Ik heb een presentatie gemaakt, maar ik ga hem niet presenteren. Ik kom hier vanavond om, vooral om informatie op te halen bij jullie. We hebben nu eigenlijk besloten, dat we eerst door de stellingen heen gaan lopen en als er dan vervolgens nog onderwerpen zijn, die belangrijk zijn om mee te nemen, dan hebben we daar misschien nog wat tijd voor over. De eerste stelling was, dat woonruimteverdeling op basis van inschrijfduur, niet meer van deze tijd is. En ik heb daaronder een soort van toelichting geschreven. Ja.
Ik zou graag willen weten, wat men hierover denkt? En wat er … De voorzitter: Wie mag ik daarvoor het woord geven? Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Nou ja, goed. Wat ons betreft, klopt de stelling niet helemaal. Omdat je eigenlijk ook zegt van, we bedienen vooral de ouderen, die al een woning hebben. Die ouderen laten ook een woning achter, dus dat bevordert eigenlijk ook doorstroming. Dus als je zegt van ja, we bedienen vooral de ouderen, dan zijn we het daar eigenlijk niet mee eens. Je zou gewoon ook kunnen kijken naar een doelgroepenbeleid bij de bouw, waarmee er meer gebouwd wordt voor ouderen, om die doorstroming juist te bevorderen. Zodat die eengezinswoningen ook voor anderen vrijkomen en dan ook voor starters te gaan bouwen. Dus dan heb je eigenlijk de doorstroom aan de ene kant, de ouderen die kunnen doorstromen en bedien je eigenlijk ook die starters of die jongeren aan de onderkant. De heer Weber: Is het de bedoeling, dat ik daar gelijk op kan reageren? Of … De voorzitter: Nou, ik, laten we even de raad en de commissieleden of de raadsleden … De heer Portier en daarna de heer Venderbos. De heer Portier: Dank, voorzitter. Want ik denk, als we één-tweetjes gaan krijgen, tussen iemand die iets zegt en daar gelijk weer een antwoord op, dat heel lang gaat duren. Specifiek over deze stelling.