CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 2023.09.12 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 10 oktober 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 19 september en de Dordtse Dinsdag van 27 juni en 12 september 2023 Vergaderzalen 1, 3, 522.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

We hopen dat de wethouder daarbij blijft letten op Dordtenaren die minder mobiel zijn, de oudere stadsgenoot die niet meer zo makkelijk op de fiets stapt en het drukke fietspad spannend vindt. We mogen van deze wethouder verwachten dat hij daar oog voor heeft en houdt. Daarnaast zijn we tevreden over de gekozen locaties. De ChristenUnie/SGP pleit al jaren voor het aanleggen van ontbrekende schakels in het fietspaden netwerk. We sluiten ons aan bij de reflectie van de Fietsersbond Drechtsteden en zien dat de gekozen locaties zorgvuldig tot stand zijn gekomen en het netwerk verder afmaken. We denken dat het uitvoeringsprogramma hiermee ook voldoende tegemoet komt aan de belangrijkste punten uit het initiatiefvoorstel van het CDA. Dan nog een kritisch kanttekening of vraag. Uit een enquête van de Fietsersbond Drechtsteden kwam naar voren dat de wegdelen met automobilisten in de negatieve top drie staat van veel fietsers in Dordrecht. Ook in de beoordeling van ons fietsnetwerk door DTV Consultants, scoort een vrijliggend fietspad het best. En tot slot citeer ik nog het uitvoeringsprogramma zelf op pagina 16; een fietsstrook op een 50 kilometer per uur weg, kan nooit een voldoende scoren.

Dan is de prangende vraag aan de wethouder, waarom is er onder andere op de Reeweg Oost keuze gemaakt voor fietsstroken met een schuwstrook, in plaats van vrijliggende fietspaden die je eventueel zou kunnen scheiden van de rijbaan, door geparkeerde auto's? Het omwisselen van die geparkeerde auto's en de fietsstrook, of in dat geval dus het vrijliggende fietspad, heeft nog een bijkomend

21

voordeel. Er zijn tegenwoordig steeds meer auto's die niet meer in de parkeervakken passen, waardoor er geregeld twee wielen op het fietspad terechtkomen. Fietsers worden hierdoor richting de rijbaan geduwd, wat niet per se de meest veilige plek is voor ze. Hoe ziet de wethouder dit heikel punt en wat is zijn visie hierop richting de toekomst, aangezien auto's niet per se kleiner worden. Voorzitter, tot slot; Dordrecht gaat veranderen. We willen een stad met meer ruimte voor groen, een stad waarin we meer Dordtenaren naar de fiets kunnen verleiden. Daar horen soms scherpe keuzes bij. We moedigen de wethouder aan daar ambitieus in te zijn, zodat Dordrecht voor iedereen duurzamer, gezonder en bereikbaarder wordt. Dank u wel. De voorzitter: De heer Klerk heeft een interruptie. De heer Klerk: Het is al weer even geleden dus ik moest het even opschrijven, want anders… ChristenUnie/SGP, of de heer De Feijter geeft aan dat hij zich ook altijd heeft willen inzetten voor het vervolmaken van het fietsnetwerk, laat ik het zo maar even zeggen, en onderschrijft ook dat dat voldoende gebeurt in het uitvoeringsplan. Maar ook de fietsersbond geeft aan dat ze daar toch ook wel andere keuzes in maken, of andere prioritering zouden willen zien.

Hoe ziet de heer De Feijter dat? Of ja, steunt hij daarmee ook ons voorstel om die prioritering toch wel wat explicieter in dat uitvoeringsplan te krijgen? De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u voorzitter. Het is dezelfde vraag die de heer Kuhlmann krijgt en ik kan in die zin ook goed aansluiten bij het antwoord wat de heer Kuhlmann gaf. Daarnaast, misschien heb ik het toch nog net verkeerd gehoord, maar bij de vorige vergadering waarbij de Fietsersbond Drechtsteden aanwezig was, hebben ze een overzichtje laten zien met locaties die, de gekozen locaties, die terugkomen in het uitvoeringsprogramma. En ik kan mij heel duidelijk een sheet herinneren met: maak netwerk af, maak netwerk af, bij alle gekozen locaties. En dat ze juist te spreken waren over de gekozen locaties. De voorzitter: De heer Klerk, nog een aanvulling? De heer Klerk: Er waren in datzelfde overzichtje ook een aantal waarvan er gezegd werd dat ze eigenlijk, ik gebruikt even mijn eigen woorden, dat ze meer cosmetisch waren, maar dat het niet zozeer was om het netwerk af te maken. En ik zag een aantal van die voorstellen, zoals de Twintighoevenweg, die stonden op de reservelijst. Dus dat is toch een andere keuze maken.

De voorzitter: Wat is uw vraag? De heer Klerk: Hoe ziet u dat dan? De heer De Feijter: Dat geldt dan dus specifiek voor de Twintighoevenweg die de heer Klerk geloof of ik al eerder noemde. Wat ik ook zeg, in dit geval er is ook een uitgebreide inventarisatie geweest onder fietsers in Dordrecht. DTV Consultants heeft gekeken naar

22

ons huidige fietsnetwerk. Dan ga ik er ook gewoon een beetje vanuit dat dit de goede, de ontbrekende schakels zijn wat dat betreft. De Fietsersbond Drechtsteden, in mijn beleving waren dus juist positief over alle locaties. Ik heb het even in mijn hoofd niet helemaal scherp, misschien de Twintighoevenweg net wat minder. Het kan natuurlijk zijn dat die keuze om een bepaalde reden is gemaakt, om dan toch de Twintighoevenweg aan te pakken. Dat kan ook zijn om werk met werk te maken bijvoorbeeld. Die vraag laat ik dan enigszins nog een beetje bij de wethouder. Ik heb het idee dat de gekozen locaties het netwerk afmaken. En ik geloof dat DTV Consultants en de Fietsersbond Drechtsteden het daarmee eens zijn. De voorzitter: De heer Klerk nog een korte aanvulling. En dan heb ik nog twee interrupties en we moeten nog verder. Dus even kort. De heer Klerk: Het is niet mijn intentie om een debat te voeren over de Twintighoevenweg, want dat is een hartstikke mooie weg die daar ligt. Maar ik noemde hem slechts als voorbeeld. Maar het gaat mij erom, er staan stukken van die hoofd- en doorfietsroutes op de reservelijst. Hoe verklaart u dan dat u zegt dat u tevreden bent dat het fietsroutenetwerk op basis van het uitvoeringsplan wordt vervolmaakt, dat die prioritering goed is. De heer De Feijter: Dan moet ik weer aansluiten bij de heer Kuhlmann zijn opmerkingen over de geldboom.

Er zijn zeker nog steeds ontbrekende schakels. En er zijn nog steeds meer dingen die we ook willen doen. Daar ben ik het helemaal mee eens. En de aandacht die het CDA ook heeft gehad voor fietsers, ook met haar initiatiefvoorstel, daar kan ik me helemaal in vinden. Maar ja, dan moeten we ook wel met geld over de brug komen denk ik. De voorzitter: Nee mijnheer Klerk, we gaan eerst even naar de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, een vraag richting de heer De Feijter, hij doet een suggestie, althans een vraag richting het college, met name als het gaat om de inrichting van de Reeweg Oost, waarbij hij dus aangeeft; ik denk dat dat een voorkeursscenario van u is, rijbaan, vervolgens parkeren, rijtje bomen en dan een fietspad. In het kader van veiligheid. Maar hoe ziet u dat technisch voor u? De heer De Feijter: Ja, heel flauw. Als raadslid ben ik hier om kaders te stellen, niet om me in de technische uitvoeringen te gaan verdiepen. Dus dat is een vraag die ik zeker bij het college wil laten. Overigens vind ik de bomen een mooie toevoeging in het rijtje. Ik zei alleen rijweg en geparkeerde auto's en fietspad, maar het rijtje bomen mag er zeker tussen. De voorzitter: En de heer Kuhlmann had nog een vraag.

De heer Kuhlmann: Ik wilde vragen, omdat de heer De Feijter het eerder had over wanneer af was, of hij het er ook niet mee eens is dat, op het moment dat we als stad de Staatsloterij zouden winnen, dat er dan echt nog wel veel punten zijn om verbeteringen aan te brengen, bijvoorbeeld zoiets als verlichting. Maar ik denk dat hij zojuist al zelf antwoord heeft gegeven op die vraag.

23

De heer De Feijter: Helemaal eens. De voorzitter: Dat is mooi. Dan gaan we naar de heer Damen, die had ik beloofd de volgende woordvoering te krijgen. U mag tijdens de woordvoering interrumperen. Dat scheelt misschien ook in uw eigen woordvoering nog een stukje. Ga uw gang mijnheer Damen. De heer Damen: Ik ben het van harte eens met de heer Klerk dat het hoofdnetwerk moet worden afgemaakt. We zijn daar al vrij lang mee bezig. Wat er nu concreet voor de komende periode wordt voorgesteld, zijn projecten waar toch al gewerkt wordt. Wat we doen is werk met werk maken. Dat betekent wel dat er een aantal belangrijke forse knelpunten blijft liggen. Ik noem maar wat: de Kraaiestijnstraat een rotstuk. De kruisingen met de N3 bij de provinciale weg en bij de Laan der Verenigde Naties, waar je eindeloos in de file staat. In een file fietsers die voor het stoplicht staan te wachten, tot ze naar het volgende stoplicht kunnen doorrijden. Dat zijn dure plekken als je die goed wil oplossen. In de nota staat: eigenlijk zou je dat kruisingsvrij moeten oplossen. Nou dat is een forse investering. De heer Kuhlmann zei, we hebben geen geldboom. Nee die hebben we geplant in het Park XXL, daar spenderen we 50 miljoen aan leuke infrastructuur, want dat is wat we daar gaan doen. En daar gaan allerlei sportieve mensen bewegen, allemaal prima, leuk.

Maar het is buitengewoon kostbaar en voor die ontbrekende, die dure ontbrekende schakels, hebben we niet echt geld. Daar komt bij dat dit alleen nog maar gaat over het hoofdroute netwerk. Allerlei lokale, wijkgerichte fietsroutes ontbreken in het verhaal. Probeer maar eens van de Reeweg Oost bij het winkelcentrum Crabbehof te komen. Dan moet je dus echt zoeken naar een self explaining road, want die is er echt niet. Dus er is nog een heleboel werk aan de winkel. Ondertussen ontwikkelen zich nieuwe knelpunten. Je ziet dat bij de bewoners van de stad zwerven, die naar supermarkt willen. Aan de noordkant van de Merwedestraat, tegen de fietsrichting in, naar de winkels rijden, naar de Jumbo. En dat zou eigenlijk een dubbelzijdig fietspad moeten worden, maar daar zit natuurlijk een rekening bij. Er zijn meer van dat soort problemen. Ondertussen zijn de dingen die we wel verbeteren, ook niet altijd goed. De rotonde Krispijnseweg-Brouwersdijk. Als je daar richting de Julianaweg wil, dan kom je een hele vreemde constructie tegen, waardoor je zeg maar voor de auto's wordt geduwd. Dat zou je nu snel moeten verbeteren nu het werk nog doorgaat. Nou ja, daar is natuurlijk ook weer geen geld voor. Dat betekent, als je het goed wil doen, dat je meer geld beschikbaar moet stellen. De voorzitter: Mijnheer Damen, mevrouw Kamphuis heeft een interruptie.

Mevrouw Kamphuis: Ik zat zo te denken, het duurde wat langer, maar als je van de Stadswerven afkomt, wat is dan het probleem om heel even over te steken en dan aan de andere kant van de weg te gaan rijden. Want zo doe ik het ook altijd. De heer Damen: En er zijn er ook een heleboel fietsers die dat niet doen. En je moet wel proberen fietsers, of verkeersdeelnemers, te verleiden de fiets te pakken, omdat het veel milieuvriendelijker is. Ik heb het nu niet gehad over het fijnstof probleem als gevolg van… De voorzitter: Dat is een hele andere discussie inderdaad. Mevrouw Kamphuis heeft nog een aanvulling.

24

Mevrouw Kamphuis: Is dat niet iets met gedrag? En daar is ook geen plek om een breder fietspad te maken, want anders heb je daar geen plek meer voor auto's. De heer Damen: Ja dat klopt. Maar er is nog ruimte genoeg om een dubbelzijdig fietspad aan te leggen. Dat betekent wel dat je moet gaan praten met een aantal bedrijven in die buurt, om een halve meter tot een meter grond af te staan. De voorzitter: Dank u wel en gaat u verder met uw woordvoering. De heer Damen: Voorzitter, wat ontbreekt in het mobiliteitsverhaal en ook in dit fietsverhaal, is het hele verhaal over de ruimtelijke ordening. Mobiliteitsbeleid, dus ook fietsbeleid, gaat over ruimtelijke ordening en dat is helaas hier niet aan de orde. Ten slotte, een praktisch probleem dat zich aandient. Op dit moment wordt er een nieuwe fietsenstalling gebouwd bij het station. De fietsenstalling bestaat aan de noordzijde, die staat te verloederen op dit moment. Een bewaakte fietsenstalling is vrij toegankelijk voor iedereen. Beheer vindt niet meer plaats, gedurende twee maanden al. Het is een smeerbende. Aan de zuidzijde is een nood fietsenstalling, die staat mut en mut vol. En links en rechts wordt er nu buiten die fietsenstalling geparkeerd, simpelweg omdat in die fietsenstalling geen ruimte is.

Als we maatregelen nemen ten behoeve van de fiets en er vinden verbouwingen plaats, dan moet je ook de tijdelijke voorzieningen in de tijdelijke ingrepen - dat geldt in feite voor alle verkeersingrepen - moet je begeleiden, door mensen die zorgen dat het in goede banen wordt geleid. Dat is wel een mooie als het over verkeersbeleid gaat. Kortom, wij vinden dat het voorstel volstrekt onvoldoende is. Er moet veel meer gedaan worden in een kortere tijd. De voorzitter: Helder. De heer Klerk, nog een interruptie. De heer Klerk: De heer Damen gaf aan dat hij eens was met de prioritering dat het hoofd- en doorfietsroutenetwerk als eerste zou moeten worden aangepakt. Wel vanuit de consequentie, we hebben geen geldboom, dat besef ik, maar het gaat om keuzes, vandaar de vraag. En de tweede vraag die ik stelde was over die zelf verklarende wegen, om dus van Stadspolders naar winkelcentrum Crabbehof te raken. Dat is een concept wat u ook voor zich ziet? Hoe staat u daar tegenover? De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Hier en daar is dat aangelegd. Fietspad aan Merwedestraat zuidzijde, fantastisch gedaan. Het fietspad aan de oostzijde van de Nassauweg, fantastisch gedaan. Dus dat werkt heel goed. Maar het zijn kostbare investeringen en ze moeten continu zijn.

Het heeft geen zin om zo'n geweldig stukje fietspad aan te leggen over een paar honderd meter, om vervolgens weer in de auto-jungle terecht te komen. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik nu het woord geven aan mevrouw De Groot. Ik nodig iedere keer iedereen uit voor interrupties, maar het is haar maiden speech, dus interrupties verboden. Mevrouw De Groot: Nou dank u wel. Oh jeetje, nu ‘…’ Dank u wel voorzitter. Wat Beter voor Dort betreft is het uitvoeringsprogramma wat nu voorligt ambitieus genoeg. We zoeken toch een beetje… Sorry.

25

De voorzitter: U bent zenuwachtig en dat is heel normaal. Zelfs mensen die al jaren in de raad zitten, zijn nog steeds zenuwachtig, gaan stotteren, maken gekke opmerkingen. Maar ik denk dat u het prima gaat doen, neem uw tijd. Mevrouw De Groot: Dank u wel. We zijn erg tevreden met de plannen die er liggen om de infrastructuren van onze fietsroutes te verbeteren. Wat zal meedragen aan grotere fietsstimulatie en meer veiligheid op de weg. Ook zijn we erg enthousiast over de toename van fietsparkeerplekken die gepland staan, aangezien dit het straatbeeld van de stad goed kan verbeteren. Alleen wat Beter voor Dort betreft, gaat dit niet ten koste van autoparkeerplekken, inclusief invalide-autoparkeerplekken. Wij denken met betrekking tot de gestelde politieke vragen, dat in het uitvoeringsprogramma genoeg zaken staan die ook voorkomen in het initiatiefvoorstel van het CDA. En kijkend naar de andere politieke vragen vindt Beter voor Dort dat er voldoende invulling is gegeven aan de andere politieke vragen die er liggen, en is meer doen naar ons idee ook gewoon niet haalbaar. De voorzitter: Dank u wel, kort en duidelijk. Is er iemand die een interruptie heeft, want dat mag nu wel? De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Sowieso prachtig verwoord natuurlijk. En ik vroeg me, want u gaf dat duidelijk aan, niet meer fietsparkeerplekken, niet ten koste van autoparkeerplekken.

Ik had daar in mijn woordvoering ook iets aandacht aan besteed en gevraagd aan de wethouder of hij een toezegging zou willen doen op dat vlak. Zo’n toezegging, zou die ook welkom zijn voor Beter voor Dort? De voorzitter: Mevrouw De Groot? U mag best even overleggen hoor. Mevrouw De Groot: Ja zo’n toezegging zou ook welkom zijn voor ons. De voorzitter: Iemand anders nog? Dank u wel. De heer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, fijn dat het college werkt aan het verbeteren van Dordrecht voor fietsers, dat is hard nodig. Toch heeft de Partij voor de Dieren ook sterke bedenkingen bij het uitvoeringsprogramma Fiets. Bedenkingen hebben we bijvoorbeeld bij de nieuwe fietsroute tussen Amstelwijk en station Dordrecht Zuid, aan de rand van Crabbehof. Die is volgens het college slechts 200 meter korter dan de bestaande snelfietsroute aan de andere kant van de N3. Met een gemiddelde fiets snelheid is dat ongeveer 48 seconden fietsen. 650 duizend euro gemeenschapsgeld mogen deze 48 seconden van het college kosten. Die andere snelfietsroute, aan de andere kant van de N3, wordt door het college druk genoemd, maar cijfers daarover ontbreken. Een ander feit; 2240 vierkante meter van Crabbehof moet voor dit nieuwe fietspad worden verhard. En het college rept met geen woord over ontstening en vergroening elders, om voor deze verharding te compenseren.

De voorzitter: Mijnheer Groenewege, u heeft een interruptie van de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Over dat fietspad naar het station Zuid, waar u als ik het goed begrijp, veel moeite mee heeft. We hoorden zojuist heer Damen het hebben over de fietsers die dan op de Merwedestraat tegen het verkeer in rijden. En ik denk dat

26

mevrouw Kamphuis terecht zei: je kunt ook eventjes de weg oversteken. Maar wat u nu zegt is, ga maar even naar de andere kant van de N3 toe. Ik denk dat het heel logisch is om daar nu juist een fietspad te leggen, omdat het best wel wat gevraagd is voor mensen om naar de andere kant van de N3 te gaan. Juist voor een partij die volgens mij, ook wel een club die het fietsen, een milieuvriendelijke manier van transport, voor ogen heeft. Waarom heeft u nou toch zoveel moeite met zo'n fietspad erbij? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Het is een afweging van voor- en nadelen en ik had nog niet alle voor- en nadelen opgenoemd, maar er komen er nog meer, dus wellicht overtuig ik u daarmee. Namelijk, het verwachtte effect is dat Crabbehof hierdoor heter en onleefbaarder wordt, vanwege die verharding die ik net noemde en het gebrek aan compensatie daarvoor. Kortom, de Partij voor de Dieren is als we de voordelen tegen de nadelen zetten, niet overtuigd van de noodzaak van deze ingreep. En we zijn benieuwd hoe andere fracties hier tegenaan kijken. En overigens om nog verder antwoord op uw vraag te geven, de moeite is zoals zojuist beschreven; 48 seconden fietsen.

En terwijl er ook alternatieve maatregelen zijn, waar we hetzelfde bedrag, 650 duizend euro, voor ter beschikking kunnen stellen, die wellicht een groter verschil maken op dit moment voor fietsperikelen in Dordrecht. En dat is de afweging. Natuurlijk is zo'n fietspad een verbetering, een verbetering van 48 seconden, maar leg het tegen alle andere verbeteringen die je met 650 duizend euro in deze stad zou kunnen maken, en het wordt een andere afweging. Dat is het punt wat de Partij voor de Dieren maakt. De voorzitter: U heeft heel veel berekend en roept dus ook vragen op. De heer Kuhlmann heeft nog een interruptie en daarna de heer Klerk. De heer Kuhlmann: Nog een korte vervolgvraag. Dit is natuurlijk niet zomaar een locatie, maar dit gaat richting een station, een belangrijk OV-knooppunt. En dan zou ik denken, als je hem afzet tegen andere maatregelen die je kunt nemen, is het eigenlijk een hele logische dat je zorgt dat een station goed te bereiken is, ook met de fiets. En ik kan me eigenlijk niet zo goed voorstellen dat u daar zo anders over denkt. De heer Groenewege: Daar neem ik kennis van. De voorzitter: En dan hadden we nog de heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel voorzitter. Ik dank de heer Groenewege voor het aan het licht brengen wat ik nog niet helder had van een geldpotje.

Is hij dan wel met me eens – en misschien ga ik nu op de zaken vooruitlopen - dat als we het hebben over het resterende hoofd- en doorfietsroute en prioriteiten daarin gaan aanbrengen, dat dat ook een mogelijk middel is om die gelden op die manier aan te wenden? De heer Groenewege: Er stonden een aantal projecten op de reservebank, dat is een manier om het geld te besteden. Maar ik denk bijvoorbeeld ook aan de knelpunten die de heer Klerk in zijn initiatiefvoorstel noemt, die zou je daar natuurlijk ook mee kunnen aanpakken. En wellicht dat daar knelpunten tussen zitten, die meer opleveren dan dit fietspad en ook minder nadelen hebben voor bijvoorbeeld Crabbehof, dat met deze maatregel significant versteender wordt. En het wordt nog erger in hetzelfde gebied.

27

Want waar het Dordtse groen in dit college ook te vrezen heeft, is in het bos in de hoek tussen de Smitsweg en de Zuidendijk. Dat is diezelfde route naar het station Dordrecht Zuid. Dat bos is nu particulier bezit, maar daar wil het college met kettingzagen en asfaltmachines een directe fietsroute doorheen leggen. Deze route levert 140 meter winst op, 33 seconden fietsen. Hier is de Partij voor de Dieren faliekant op tegen en hier zullen we zeker met een amendement over komen. Dan de buurtwinkelcentra, voorzitter, die hadden wij op de agenda gezet. De Partij voor de Dieren vindt het bijzonder dat het college niet gekeken heeft naar de fiets bereikbaarheid van buurtwinkelcentra, maar juist alle pijlen, letterlijk, op de binnenstad richt. Als we bijvoorbeeld op het kaartje kijken naar winkelcentrum Crabbehof, dan zien we alleen basisnet fietspaden daaromheen liggen. Doet dat echt recht aan de functie van de wegen om dat winkelcentrum heen, vraag ik aan de commissie en aan de wethouder. En ik wilde ook nog even reflecteren op het initiatiefvoorstel van het CDA. De Partij voor de Dieren wil haar waardering uitspreken voor de inzet van het CDA op dit dossier. Er zit duidelijk moeite in dit initiatiefvoorstel en veel van de fietsknelpunten waren voor ons als Partij voor de Dierenteam heel herkenbaar. Een zeer terechte oproep van het CDA aan het college, om deze punten aan te pakken.

Toch heeft de Partij voor de Dieren ook bedenkingen bij dit initiatiefvoorstel. En op dit moment zelfs te veel om het te kunnen steunen. Maar er is geen man overboord, want het CDA kan het voorstel nog aanpassen. En ik zal de punten waar we over vallen ook opnoemen. Dat is de groen geasfalteerde fietspaden, waar de Fietsersbond zich tegen heeft uitgesproken. De drempels die ook op de fietspaden liggen waar de Fietsersbond zich ook tegen heeft uitgesproken. En het verkleinen van groenstroken en trottoirs. Want wij vinden dat niet passen bij het STOMP-principe en ook niet bij de ambitie om de stad verder te vergroenen. De Partij voor de Dieren hoopt dat het CDA bereid is om op deze punten te bewegen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Bootsman? De heer Bootsman: Ik had geen interruptie. De voorzitter: Nee, maar u wilde misschien… De heer Bootsman: Ik wil zeker mijn woordvoering doen, maar ik dacht, misschien zijn er nog interrupties. Dank u wel voorzitter. Allereerst vinden wij het uitvoeringsprogramma Fiets een mooi programma. Ook is het mooi om te zien dat de transitie naar het STOMPprincipe ook in dit uitvoeringsprogramma duidelijk zichtbaar is. Wel hebben wij nog een aantal aandachtspunten.

Allereerst lijkt het ons, daarbij sluiten we ons volledig aan bij de heer Klerk, belangrijk dat de prioritering van het uitvoeringsprogramma dusdanig is, dat de gaten in het hoofdfietsnetwerk snel gedicht worden. Want deze fietsroutes worden in onze mening pas echt comfortabel, als zij ook compleet zijn. Het comfortabele van het hoofdfietsnetwerk vind je ook als je weet waar je heen moet. Dus vandaar dat wij ook een voorstander zijn van die self explaining roads, of zelf uitleggende routes, in het Nederlands. Want dit soort situaties zie je makkelijk waar het hoofdfietspad heen gaat en welke route je moet volgen, waarbij je te veel bebording ook weer voorkomt. Goede fietsinfrastructuur is voor hulpmiddelen die op fietssnelheid rijden ook vaak goede - en ik zeg het even tussen twee haakjes - rolstoelinfrastructuur. Echter, is het wel belangrijk dat het geplande verbreden van fietspaden, niet ten koste gaat van de breedte van de trottoirs. Want dit zou ervoor kunnen zorgen dat de trottoirs te smal

28

worden voorbij voorbeeld ouders met kinderwagens, of mensen met loophulpmiddelen, zoals een rollator, en rolstoelen die op loopsnelheid rijden. Ook is het onzes inziens belangrijk dat het verbreden van fietspaden niet ten koste gaat van het groen. Het kan echter zijn dat deze ingrepen soms ten koste gaan van de automobilist. Dit is onzes inziens volledig in lijn met het STOMP-principe, waarin de fietser meer ruimte krijgt ten opzichte tot de automobilist. Door bijvoorbeeld meer eenrichtingsverkeer en/of meer 30 kilometer per uur straten, kan de bereikbaarheid met, en doorstroming van, het autoverkeer met een beperkt tijdsverlies echter toch voldoende in stand blijven. Als laatste bij het stukje communicatie. Wij vragen ons af, of bij de punten om mensen meer te laten fietsen, het mogelijk zou zijn om groepen die nu nog beneden gemiddeld vaak fietsen, dus heel weinig fietsen eigenlijk, zoals bijvoorbeeld mensen met een migratie achtergrond, hoe we die kunnen bereiken om deze groep ook aan het fietsen te krijgen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Kuhlmann, een interruptie? De heer Kuhlmann: Ja inderdaad, een interruptie. De heer Bootsman sloot af met de oproep van hoe je nou meer mensen aan het fietsen kunt krijgen. En ik ben benieuwd hoe GroenLinks kijkt naar… Ik denk dat er af en toe ook wat quick wins kunnen zijn.

Dat zijn natuurlijk niet maatregelen die zo groot zijn als in dit project, misschien geen tonnen kosten. Maar om iets heel praktisch te noemen, op de Noordendijk bij de Hoven, daar is het slecht verlicht, 's avonds laat is dat niet prettig fietsen. Op zo'n dijk schijnt het, als ik het goed begrepen heb, moeilijk te zijn om lantaarnpalen aan te brengen. Maar gewoon een fluorescerende streep, dat soort praktische maatregelen, zou GroenLinks daar ook een voorstander van zijn? De heer Bootsman: Als dat soort situaties natuurlijk het aanwezige groen en dat soort natuurlijke gebieden niet aantasten, zie ik daar wel een voordeel in, als dat het veiliger maakt voor fietsers, zeker. De voorzitter: Voorzitter, de heer Bootsman zei dat hij vond dat het fietsroutenetwerk snel moest worden afgemaakt. Er liggen nu een aantal plannen tot en met 2026, dan is het fietsroutenetwerk nog niet af, dan zijn er nog een heel aantal projecten. Ik ben benieuwd wat de heer Bootsman verstaat onder snel? Hoeveel jaren dat beslaat en of hij vindt dat om een versnelling van de uitvoering of dat financieel van belang is.

De heer Bootsman: Dank u wel voor de vraag. Wat ik bedoelde met snel, was eigenlijk vooral binnen de kaders van het uitvoeringsprogramma. Dat we dus zeg maar dingen die nu op de reservelijst staan, die eigenlijk tot het hoofdfietsnetwerk behoren, dat we die prioriteren. De voorzitter: Dat is een kort krachtig antwoord en snel, dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel voorzitter. Wij van de SP zijn voor veiligheid van voetgangers en fietsers. We moeten niet vergeten dat in sommige gebieden geen plek is om aparte fietspaden aan te leggen. En het ook niet slim is om er een eenrichtingsweg

29

aan te leggen. We moeten dan ook een aanpassing doen aan die fietsenwijk. En kan het aan de rand van de wijk? Bijvoorbeeld langs de Wantij, daar heb je een heel mooi natuurgebied. En daar kan je ook een fietspad maken. Dit was uit gesprekken gekomen die wij samen met fractie Van Waardhuizen hadden gehoord van de bewoners uit de wijk. We snappen dat kosten hoger kunnen uitvallen, maar hoeveel? Dat willen we graag van tevoren weten, voordat er een besluit wordt genomen. Tevens vinden wij dat de fietspaden gewoon rood moeten blijven, net zoals de SP, zoals de rest van het land. Verder vinden wij het een mooi plan, complimenten, ook aan het CDA. De voorzitter: Dank u wel. Interrupties? Geen interrupties. Wie kan ik… De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Mijn koffie stond nog. Voorzitter, dank u wel. In ieder geval mijn complimenten richting de collega's van het CDA met een mooi initiatiefvoorstel en uiteraard ook richting het college met een mooi voorstel. Dat wil niet zeggen dat we een aantal bedenkingen hebben, dan wel tegenvoorstellen hebben voorzitter, dus ik zal dat ook even kort proberen toe te lichten, zonder dat ik in de herhaling val. Voorzitter, wat wij hebben gelezen in ieder geval, is dat als we het hebben over onderzoek naar verkeersveiligheid, dat dat de grootste reden is dat men minder of niet op de fiets wil stappen.

Dat betekent voor ons in ieder geval, vanuit Op Ons Eiland, dat die fietsveiligheid het belangrijkste is en de leidraad vormt voor dit voorstel. We hebben dat dus ook op basis van fietsveiligheid beoordeeld. We zien een aantal voorstellen waarvan we denken, dat zou kunnen toewerken naar fietsveiligheid, maar het kan ook een nadelig effect hebben. En ik heb zojuist meer De Feijter ook bewust een vraag gesteld. Eén van de voorstellen is namelijk, bijvoorbeeld kijkend naar de Reeweg Oost, om daar aanpassingen aan de weg te doen. Met hopelijk, althans de wens, dat het verkeer, het autoverkeer dat overigens ook heel belangrijk is, dat die weg gebruikt, om het autoverkeer enigszins te dempen. Daartegenover staat voorzitter, enige tijd geleden hebben wij op de Bankastraat een hele discussie gehad. En op basis daarvan een herinrichting van de Bankastraat. Met de mededeling: de Reeweg Oost, dat wordt de aanvoerroute richting de binnenstad, dat wordt de hoofdroute. Dus ik ben even benieuwd hoe je dan nu met dit voorstel kan komen, om de Reeweg Oost aan te pakken met de wetenschap dat je dus de Bankastraat al hebt aangepakt en de Reeweg Oost zo zou laten, zoals dat nu erbij lig. Even een vraag aan het college. Daarnaast, voorzitter, waar wij ook wel tegenaan liepen - en dat is zojuist ook wel even gerefereerd – de Twintighoevenweg.

Het college zegt zelf; het is een relatief veilige weg, er wordt veel gebruik gemaakt door de fietsers. Maar we vragen ons af, in het kader van veiligheid, er zijn heel veel andere locaties in de stad die in het kader van fietsveiligheid zo aangepakt kunnen worden. En wat ons betreft - en het zou zomaar in een amendement kunnen gegoten worden - zijn we niet blij met het voorstel om de Twintighoeveweg bij voorkeur of versneld aan te pakken. Wij hebben namelijk een tegenvoorstel en dat is de oversteekplaats bij de Tuinwereld richting de Stadspolders, als we het hebben over veiligheid. Voorzitter, een ander voorstel - en dat doet best pijn - is de rotonde Einsteinstraat. Enige jaren geleden is dat aangepakt, omdat dat in de top 20, top 10 van de verkeersonveilige situaties staat. Op dat moment heeft de Fietsersbond ingesproken en gezegd; college, het voorstel wat jullie nu doen en de ingrepen die jullie willen doen, dat gaat niets uithalen.

30

Dat gaat niet bijdragen aan de fietsveiligheid. En wat zie hier in dit document weer terug; dat het college het eigenlijk nu wel eens is, met dat oordeel dat een aantal jaren geleden is gegeven. Dat is in onze ogen pure kapitaalvernietiging. Dus wat voor lering trekken wij daaruit? Want u gaat weer rotonde Einsteinstraat-Dubbeldamseweg, aanpakken. Voorzitter, participatie is al gevraagd door mijn collega van de VVD. Maatregel, cursus fietsen. Mijn collega Bootsman, die heeft het ook al aangeven. Er zijn genoeg mensen die een nare ervaring hebben gehad met een valpartij, een ongelukje, of die nooit hebben leren fietsen. En in het verleden zijn er meerdere initiatieven geweest voor fietscursussen. Ik zie dat niet weer terug in de maatregel, dus ik zou dat graag willen voorleggen. Vervolgens heeft het CDA een tweetal concrete vragen gesteld; fietsradialen met voorrang. Wij kunnen daar niet tegen zijn, wel met de wetenschap dat het college met een aanbod komt. En ook daar een bepaald bedrag aan heeft gelabeld en zegt, op dit moment kunnen we met dat geld, kunnen we dit doen. Mijn voorstel zou zijn - en dan kijk ik het college en de initiatiefnemers aan - ga nou eens een keertje om de tafel zitten. Probeer via mediation zou ik zeggen, mijnheer Van der Kruijff, daar een tussenweg in te vinden, want er zijn in allebei de voorstellen hele goede elementen.

En ik zou het enorm zonde vinden van al het werk dat u heeft gedaan, om dat af te schieten in de raad. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Hoe sympathiek het ook klinkt om aan CDA, aan het college te vragen: ga aan de tafel zitten en maak er één plan van, dan zie ik toch wat praktische nadelen. Het belangrijkste, uiteindelijk zijn wij als raad degenen die een beslissing nemen, we zitten nu al… We zijn daar al even mee bezig. Het zou toch zonde zijn als we nu alle gedane arbeid staken, wachten tot een nieuw plan ligt, een gecombineerd plan, en daar dan weer opnieuw ons over moeten buigen. Hoe ziet u dat voor zich? De heer Gündogdu: Mijnheer Kuhlmann, u kent mij als iemand die graag samenwerkt. En dit is nou bij uitstek een onderwerp, volgens mij hebben wij allemaal een gezamenlijk doel. En het initiatiefvoorstel van het CDA heeft hele belangrijke elementen. Het voorstel van het college idem dito. En ik zou het puur heel erg jammer vinden, om op basis van een aantal punten tegen dit initiatief van het CDA te moeten stemmen. Vandaar mijn oproep. En u heeft, nou ja, al een keertje of een aantal keer om de tafel gezeten. Ik zou het jammer vinden, maar het is aan u en niet aan mij. Oordeel straks in de raad. De self explaining roads. Voorzitter, dit is iets heel bijzonders.

Volgens mij hebben wij toch een aantal self explaining roads in de stad, die volgens mij goede ervaring hebben. Dus ik ben even zoekende; moeten wij overal self explaining roads gaan opzetten? Het is meer een vraag richting de initiatiefnemers. De voorzitter: De heer Klerk wil nu meteen daar antwoord op geven. De heer Klerk: Ja, dat lijkt me heel verstandig. Nee, die self explaining roads die hebben wij vooral ook voorgesteld in relatie tot het hoofdfietsroutenetwerk. Juist omdat we daar goede ervaringen mee hebben willen we dat uitbreiden. De voorzitter: De heer Gündogdu, vervolgt u uw woordvoering.

31

De heer Gündogdu: Dat zou zeker niet verkeerd zijn, zou ik zeggen. Ik had hem niet in mijn woordvoering, maar mijnheer Groenewege heeft me wel op een punt gebracht. We gaan natuurlijk behoorlijk wat asfalt leggen. En ja, we leven natuurlijk wel in een tijd dat we ook moeten letten op onze natuur en de groene omgeving. Is er toch wel nagedacht of enige vorm van compensatie, wat terugkomt in de stad? Een hele legitieme vraag van mijnheer Groenewege, dus ik zou dat ook graag willen voorleggen. Dat was mijn bijdrage voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Nog niet alle partijen zijn aan het woord geweest. Dat hoeft ook niet per se. Als u denkt, het meeste wat ik had willen zeggen is aan de orde gekomen. Ik kijk even rond, ik zie iedereen zo knikken. Want dan wil ik nu het woord geven aan de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel voorzitter. Dank voor de mooie uitwisseling ook van alle standpunten die er zijn. Hartelijk dank voor de breed onderschreven gedachte; je moet echt willen investeren in de fiets, in het fietsnetwerk, in een stad waarmee gefietst wordt. Dus alle opmerkingen die we nu nog gaan uitwisselen, alle vragen die ik ga beantwoorden, waar ik sommige van ga zeggen: kan niet. Anderen van ga zeggen: inderdaad, er is nog geen Staatsloterij gewonnen. Een paar jaar terug overigens wel.

Dat noemen we Eneco geld, daar hebben we heel veel ook van willen besteden aan het ontwikkelen van de stad, op allerlei manieren. Bij al die opmerkingen die we gaan maken, wat in ieder geval fijn is om te merken dat er een hele goede uitwisseling is geweest over de ambities van het plan en dat die breed wordt onderschreven. Een heleboel opmerkingen en vragen. Ik ga me vooral proberen te concentreren op de vragen die gesteld zijn, waarvan u ook onderling al een aantal heeft opgelost of beantwoord. Begin ik toch eventjes met een observatie; de self explaining roads, een van de dingen die ik heb gemerkt in de afgelopen jaren dat ik wethouder verkeer, maar ook wethouder infrastructuur mag zijn; er zijn altijd een paar dingen die elkaar niet tegenspreken, maar die elkaar niet helpen. Het zou heel mooi zijn als je self explaining roads, wat trouwens een Nederlands concept is, als de hele stad self explaining roads heeft. Tegelijk weten we, uit tientallen jaren verkeersongevallen-onderzoek dat het ook zo is, dat automobilisten bijvoorbeeld, die een zwaar en gevaarlijk middel in handen hebben, namelijk 1500 kilo staal, potentieel dodelijk materiaal, dat je automobilisten ook een beetje alert moet houden. Die moet je alert houden op; ik ben hier op de weg met een goed doel, van A naar B gaan. Ik weet hoe het moet enzovoort, maar ik moet ook alert blijven.

Dus als je te veel self explaining hebt, dan kunnen mensen ook, niet lui worden, maar wat ontspannender raken dan je wil. Je moet in een soort actieve modus blijven. Self explaining roads, ja, maar we zoeken juist ook wel situaties waar heel veel verkeer samenkomt, helderheid in de bewegwijzering, of in verkeerslichten, of in manieren om snel en langzaam verkeer te scheiden. Dus er zit er ook een grens aan. Tweede wat ik heb gemerkt, natuurlijk, heel veel mensen houden ervan om borden weg te halen. Maar we weten allemaal en het is logisch, als er ergens in de stad wat gebeurt, en het laatste jaar, laatste twee jaar, hebben we een aantal malen echt hele vervelende verkeersongevallen gehad, waarbij de weg goed is ingericht, waarbij het goed weer was, waarbij keurig een fietspad is en een kruispunt met een verkeerslicht. En toch een ongeval, dan is onze instrumentenkist ook een beetje leeg. Dan is het vaak gedrag, natuurlijk niet altijd, het kan ook wat anders

32

zijn. Soms helpt het dan om nog een bordje neer te zetten, in plaats van een bordje weg te halen. Dat is ook een dilemma. Dus alles self explaining, dat gaat niet lukken. Bordjes kunnen soms ook juist nog wel helpen, maar waar het kan halen we ze ook weg. Het laatste in dit verband, sommige mensen, sommige van u vraagt om veel tempo en het moet allemaal goed en snel gebeuren. Ik krijg natuurlijk heel vaak te horen als er iets in de stad gebeurt aan werkzaamheden, dat weten mensen mij feilloos te vertellen, zeg ik: dat weten we. Dat doen we niet voor niks, de stad is versleten. Of we komen na vijftig jaar weer eens langs met een nieuw project, want het riool moet vervangen worden. We combineren het enzovoort. Veel meer dan dit, wat we nu aan het doen zijn op een aantal houten plekken, veel meer kun je ook niet programmeren. De organisatie niet, financieel soms lastig, de markt niet en ook de stad niet. Ik ben één keer, ik kan redelijk self explaining van huis naar kantoor fietsen, dat gaat redelijk op routine, maar ik ben een keer bijna verdwaald omdat ik voor de vijfde keer ergens een bochtje moest maken omdat er een werkzaamheidje was. Ho, wacht even, waar zijn we nu eigenlijk? Ik ben inderdaad vijf keer langs wegwerkzaamheden gereden, op een route van zes kilometer.

Dat is goed, want dat moet ook allemaal gebeuren, maar veel meer dan dit kunnen we ook niet organiseren met elkaar. En dat gaat zo de komende jaren door. De voorzitter: Mijnheer Van der Linden, u heeft een interruptie van de heer Damen. De heer Damen: De heer Van der Linden zegt: sommige dingen kunnen we organisatorisch niet realiseren, sommige dingen kunnen we financieel niet realiseren. Dat wel of niet iets financieel kunnen realiseren is een kwestie van willen en niet van kunnen. De heer Van der Linden: Dat is zo, ik wacht uw amendementen af. Zo simpel is het ook, dit is ons voorstel. Gezien de doelstellingen die we hebben met fietsen en gezien het feit dat we ook een aantal andere dingen in deze stad belangrijk hebben gevonden en vinden. Sociaal domein, bomen, bouwen, noem maar op. In die balans geef is dit ons voorstel. En ik ben het helemaal met iedereen eens die zegt, er mag wel meer geld bij. Maar ik ben het ook met iedereen eens die zegt, maar het mag niet ten koste gaan van één van de twintig of dertig andere dingen die we belangrijk vinden in de stad. Dus in de balans is dit wat ons voorstel is. Natuurlijk, ik heb een aantal dingen gehoord waarvan u zegt, vinden we belangrijk. Dan heeft u als raad natuurlijk het laatste woord. Er kan heus meer bij, natuurlijk. Dat vergt een afweging en die kunt u heel goed maken op basis van alles wat er ligt.

Tot zover even de algemene context. Dan eventjes een paar concrete vragen. Bovenaan beginnend, communicatie. Twee ton, best veel geld. We doen vanouds altijd al veel aan communicatie. Een aantal van u refereert aan het fietsplan uit 2014. Eén van de acht spaken in het toenmalig geformeerde fietswiel was ook communicatie. Ook in het fietsplan dat we nu hebben staat in paragraaf 7 hoofdstuk 7, het één en ander over cursussen die we willen aanbieden, verkeersveiligheidslessen op scholen. We hebben doelgroepen, bijvoorbeeld de zestiger of zeventiger die actief wil blijven, die wil blijven fietsen, vaak op een elektrische fiets. Een beetje zwaarder, moet je goed weten te hanteren. Er zijn cursussen voor. Kortom, ik bedoel, we zoeken echt wel de doelgroepen op waarvan we weten, die zijn of kwetsbaar, of ze kunnen misschien wel wat kennis erbij gebruiken. De middelen die we dan in het fietsplan hebben opgenomen, geven daar meer gelegenheid voor. Ik vind het wel fijn om te benadrukken, dat het goed is om als je

33

met fietscursussen, of fietslessen bezig bent, het is goed om positief te beginnen en niet alleen te zeggen, dit mag niet en dat mag ook niet. Er zijn heel veel dingen die mogen niet, maar als je met plezier aan het wegverkeer wil deelnemen, dan horen daar deze dingen bij. Dus daar geven we graag veel aandacht aan, voor alle gebruikers die we kennen en ook nieuwe groepen als dat nodig is. Aansluitend bij GroenLinks, het is best moeilijk om te zeggen, sommige groepen nemen minder deel. We zien natuurlijk al mensen die kwetsbaarder zijn en daardoor minder gaan fietsen. Ik denk dat er ook wel wijken zijn waar ietsje minder wordt gefietst, maar we hebben daar ook weer niet het gedetailleerde inzicht in, bijvoorbeeld dat migrantengroepen per definitie minder fietsen, zo gedetailleerd is dat niet. Ik zie onder andere in een aantal wijken waar de bevolking heel gemixt is, juist ook heel veel groepen wel fietsen. En dat vind ik hartstikke goed om te zien, dat wordt goed opgepakt. Tot zover even over de communicatie. Dan een goede vraag, interessante vraag ook van de VVD over; wat kunnen we doen met parkeerplekken? Kijk, de fiets infra die we aanleggen, dat is natuurlijk weer zo'n gelegenheid om werk met werk te maken. We hebben niet als doel om er plekken af te halen, of om er plekken bij te maken, per definitie. Dat is niet het doel van het uitvoeren van het fietsplan.

Als we werk met werk maken, dan zien we natuurlijk soms wel knelpunten. Dus ik wil best de toezegging doen, dat als zich een situatie voordoet waarin we zien, hier is het echt ingewikkeld, daar mag een plekje bij, of daar is behoefte aan, dat kunnen we zeker doen. Net zoals ik van overtuigd ben, dat we plekjes tegengekomen waarvan we zeggen, dat is een beetje veel, daar kan wel wat weg, dat zou ook kunnen. We hebben daar dus nu niet een soort doelstelling op, het moet meer of het moet minder. Maar al naar gelang de situatie kunnen we daar gewoon op ingaan. En die toezegging wil ik dus wel doen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, u heeft een interruptie. Mevrouw Kamphuis: Ik hoor u zeggen, misschien een plekje minder. Maar kijkt u dan ook of het een invaliden-parkeerplek is, want er zijn er al zo weinig in de stad. De heer Van der Linden: Dat is een goed punt, er zijn al zo weinig in de stad. We weten natuurlijk dat de ruimte in de stad beperkt is. En we willen juist omdat we dat beseffen, ook de ruimte die nodig is voor een gehandicapten-parkeerplaats, ook kunnen maken. Daarom zijn we ook best een beetje, niet streng, we hebben nog een goede procedure om te kijken, is deze hier nog nodig, of is het niet meer zo. Want soms halen we hem ook weg, als het blijkt niet nodig te zijn. Dat doen omdat we ook willen mee-ademen met de vraag die er is.

En als het nodig is, ook in een nieuwe wijk als bijvoorbeeld Maasterras, waar we de ambitie hebben om een autoluwe wijk te maken, waarbij het voor bijna iedereen zou gelden, dat hij zijn auto echt op een afstandje kan zetten. Ook daar moet je niet alleen een bezorger of een verhuiswagen langs kunnen laten komen, maar daar moet ook een situatie mogelijk zijn dat je een gehandicapten-parkeerplaats vlak bij de woning hebt, zo zijn we natuurlijk ook. Even kijken hoor. Dus plekken erbij zou kunnen, plekken eraf zou eventueel ook kunnen. Dat moeten we gewoon aan de hand van het ontwerp zien. Zit je nou te lachen om mijn woordvoering mijnheer de Klerk? Dat bespoedigt ons mediation overleg niet. Een concrete vraag van Kuhlmann, waarin hij ook aangeeft, ik snap het dilemma als we een nieuw project hebben met een fiets infraproject, waarbij iemand tegen is, dan kun je die niet laten afvallen. Natuurlijk zoek je naar een oplossing en dat doen we eigenlijk al tientallen jaren. Er werden een paar

34

voorbeelden genoemd. De Bankastraat is een heel lang proces geweest. Niet omdat het ingewikkeld is om asfalt te smeren, dat kunnen we echt in een paar weken wel. Maar wel omdat we zagen, hier is echt behoefte aan een andere inrichting van de weg. Waarin ook meer ruimte wordt gegeven voor andere weggebruikers enzovoort. Waarin ook duidelijk is dat de infra niet moet uitnodigen om te hard te rijden. Betrokkenheid van de buurt, dat vergt echt wel overleg voordat je tot een plan komt. En ik weet ook nog dat op het eind van het proces, een aantal andere mensen zich ook meldden, maar dat toen de mensen die al langer bij het proces zaten zeiden: we zijn bijna aan het eind, wij vinden ook als buurtbewoners dat er nu een punt moet worden gezet. Ergens moet je dat maken met elkaar. En tot nu toe zijn we er altijd in geslaagd om bij al die grotere projecten, nu ook weer de Krispijnseweg, met bewoners, met gebruikers, met ondernemers tot een punt te komen waarvan je zegt: zo gaan we het doen. En het wordt dan goed gedragen. Ik vind wel en daar vroeg u ook in de vorige avond al aandacht voor, als we het over de grote projecten hebben die zich nou aan gaan dienen dat het heel verstandig is, laten we zeggen de blauwe projecten, om die als we zover zijn dat we denken: nu zijn we er bijna, om dan even de afspraak te maken, we gaan het even laten zien.

Ik zie heel vaak op inspraakavonden, of toelichtende avonden sowieso ook al velen van u daar aanwezig zijn in buurthuizen, of bij plekken waar een ontwerp wordt besproken. Dus dat loopt ook al goed, maar laten we gewoon afspreken dat van de blauwe projecten, de nieuwe maatregelen, dat we daarvan afspreken: daar gaan we sowieso even bij u op terugkomen. En of het nou een RIP is of een tekening, we zorgen gewoon dat we daar de goede informatie leveren. Ik zie de voorzitter een heel klein beetje zenuwachtig worden, dus ik moet korter en sneller praten. Voorbeeld Reeweg Oost, wat de heer De Feijter gaf. Dat is nou typisch een voorbeeld van een straat, waar na een lang participatieproces deze inrichting is gekozen. Onder andere ook omdat we die bomen willen we ook laten staan, konden we ook niet heel veel schuiven. Dit is de uitkomst van wat je met de buurt hebt gezien, of hebt besproken. En daarom is het zo aangelegd. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Toch even over de Reeweg Oosten. De intentie is goed, maar dit is een hele belangrijke aanvoerweg richting het centrum. En we willen natuurlijk een autoluwe binnenstad, maar ik heb het idee dat de situatie zoals de tekening laat zien, wel heel gevaarlijk, nog gevaarlijker gaat worden voor de fietser. Want hoe dan ook, die weg nodigt namelijk uit om 50 te blijven rijden, misschien zelfs sneller.

En het wordt wel een fietspad wat breder wordt. De heer Van der Linden: Nou, het klopt. Het is een belangrijke weg, zowel voor de fietser als voor het met de auto de stad in kunnen. Het is een 50 weg, dus daar moeten we goed naar kijken, dat we dat goed inrichten voor beide categorieën. En we denken dat het kan, hij staat niet voor niks op de projectenlijst. Misschien ga ik meteen door op één van de punten. De heer De Feijter: Voorzitter, dan miste ik nog eventjes het antwoord wat betreft de visie van de wethouder op de steeds breder wordende auto's, die uit de parkeerplaatsen puilen en op het fietspad terechtkomen. De heer Van der Linden: We hanteren bij het aanleggen van alle infra, ook voetgangers oversteekplaatsen, of stoepen, fietspaden enzovoort, hanteren wij de regels van CROW.

35

Ik las toevallig drie weken terug in de krant dat er in Groot Brittannië nu, ik meen 157 voertuigmodellen zijn, die niet meer in parkeervakken passen in Britse garages. Dan denk ik, je kan ook een kleinere auto kopen en dan is het allemaal opgelost. Mevrouw …: En hoe is het hier in Nederland, hoe is het hier in Dordrecht? Het is fijn dat het in Engeland zo is, maar ik bedoel, er wordt nu gesproken over Dordrecht. De heer Van der Linden: Precies en dit is een punt komma. En ook in Dordrecht zie je natuurlijk heel vaak grote auto's, die net binnen de normen passen, in wijken staan waarvan je denkt, hier hadden ook twee kleinere auto's kunnen staan, of anderhalve kleinere auto. Mensen mogen auto’s kopen, mogen de auto's kopen die ze willen. We houden ons aan de CROW-normen. Bijvoorbeeld voor fietspaden hebben we ook andere breedtes afgesproken langzamerhand, omdat we ook zien: er is meer variatie in omvang en snelheid van fietscategorieën. Ik zie geen ontwikkeling waarbij de CROW-normen parkeerplekken worden aangepast. Maar misschien dat dat toch zo is. Maar nee, dus voorlopig houden we ons gewoon aan de geldende regels en aan de geldende normen. Ook als het bijvoorbeeld gaat om het parkeren van overmaatse busjes in woonwijken. Daar hebben we ook gewoon afspraken over en daar houden we ons ook aan.

Dan kom ik even op een interessante van de heer Gündogdu en een aantal anderen van u ook aangaf, de Twintighoeveweg. Wij vinden dat een belangrijke schakel die aandacht verdient. Hij wordt ook door weggebruiker, door fietsers, niet als een hele fijne route gezien. Dus wij vinden hem van belang, daarom zit hij in het voorstel. De heer Gündogdu gaf aan, wij overwegen een amendement om juist bijvoorbeeld oversteekplaats provinciale weg bij de Tuinwereld aan te pakken. Dat vind ik geen gek voorbeeld. Ik heb wel in mijn hoofd de foto die in de krant stond, toen pas weer een ongeval daar plaats had gevonden. En dan som ik op: mooi weer, dus het had niet te maken met mist of met iets anders. Een oversteekplaats die geregeld is met goed asfalt, een verkeerslicht, gescheiden rijbaan, je mag 50 op die weg, fietsers kunnen wachten voor een streep. Veiliger kun je zo'n plek niet inrichten, behalve als je bijvoorbeeld een brug aan gaat leggen. Dat kan hoor, dat kan. Maar als u zegt, hier is een paar miljoen voor een ongelijkvloerse kruising, wat ik - en het is onder andere de heer Damen zei dat - ik ken een aantal plekken in de stad, waar ik dat heel graag zou doen. Bijvoorbeeld de parallelle oversteekplaatsen langs de N3. Maar dan hebben we inderdaad wel tientallen miljoenen nodig. En we kunnen met eentje beginnen hoor, dat kan.

Maar als u zegt: maak ongelijkvloerse kruisingen, want het is veel veiliger, daar ben ik het helemaal mee eens. Dan zou ik op zo'n plek dat liever doen, dan bijvoorbeeld - hoe vervelend ook dat daar een paar weken terug weer een ongeval plaatsvond - dan op die plek. Waarbij ik me wel realiseer dat met 120 duizend inwoners - en het worden er meer - die allemaal een auto, een fiets enzovoort gebruiken. Verkeersongevallen wegdenken willen we heel graag, de ambitie moet ook zijn nul, maar het zal altijd gebeuren dat iemand onwel wordt in de auto, of dat iemand opeens schrikt, of dat een fietser niet uitkijkt omdat hij zit te bellen, dat gebeurt allemaal. Dat is vaak aanleiding voor ongevallen. Wat ik nog ingewikkelder vind is dat we de verkeersongevallen met dodelijke afloop van de afgelopen jaren, heel vaak, bijna altijd zagen, dat het echt te maken had met het gedrag van mensen die 90 of 100 rijden op een plek waar je 50 mag. Mijn persoonlijke opvatting is dat je dan niet geschikt moet worden geacht om een voertuig te besturen. Het is een heel zwaar middel om je te

36

vervoeren. Het is heel vervelend dat je soms te hard rijdt, maar zo hard, dat is echt een bewuste keus. Die bewuste keus moet je niet willen maken, vind ik persoonlijk. En dan kun je met infra-maatregelen, natuurlijk kun je iets doen, maar er zijn altijd andere plekken waar het nog weer gebeurt. Dat even als eerste reactie op uw suggestie voor die oversteekplaats. De voorzitter: Mijnheer Damen, u heeft een korte vraag neem ik aan, een korte interruptie? De heer Damen: Ja. Wij hebben in Dordrecht ook politie, die kan op snelheid controleren. Daar zijn ze buitengewoon terughoudend in. Wat heeft de wethouder op dit punt bereikt? De heer Van der Linden: Allereerst is de relatie met de politie natuurlijk, de portefeuillehouder is de burgemeester, maar we hebben het hier natuurlijk wel vaak over gehad, want we weten dat verkeersoverlast, in algemene zin, één van de grootste ergernissen is van Dordtenaren, in relatie tot, wat kan de politie doen? De politie kan hiertegen optreden. We hebben de laatste jaren meer inzet van de politie gekregen op verkeershandhaving. Dat is een basistaak, dus ze zetten er sowieso op in. Maar ze hebben er meer op ingezet, ook aan de hand van onze top twintig en andere plekken waar het onveilig is. En we communiceren daar ook meer over. U stelt elk jaar het integraal veiligheidsplan vast. Althans, u praat daarover.

En ik vind ook dat, maar dat is ook een opvatting waar ik als stemmer landelijk iets mee kan en waar ik verder gebonden ben aan de inzet die er mogelijk is. Ik vind dat we heus wel meer capaciteit zouden mogen hebben in dit land, op een heleboel politietaken, waaronder verkeer. Dat zou ik heel fijn vinden. Met wat we nu hebben, met de capaciteit die passend is bij een stad als Dordrecht in relatie tot alle andere plekken binnen de kaders die daarvoor gelden, wordt veel inzet gepleegd op verkeer. Mag het meer? Vast en zeker, maar gaat het ten koste van wat? Ja, dat is dan weer een ander gesprek waard. Even kijken, dan heb ik de meeste vragen gehad. Ik zit even te kijken, heb ik hier nog eentje overgeslagen? Nee, nee ik heb er geen overgeslagen. De voorzitter: Mist iemand nog een vraag. De heer Damen vast wel? De heer Van der Linden: Ik heb vinkjes gezet, even kijken. Misschien nog even heel concreet op de heer Groenewege, over de keuze voor bijvoorbeeld fietspad Amstelwijk. Die keus maken we om… U ziet ook in de plannen staan dat we eigenlijk het liefst langs de hele N3 aan de rechterzijde en aan de linkerzijde, betere fietsmogelijkheden hebben, waar die schakels er niet zijn. Juist deze wijk, Amstelwijk, waar natuurlijk veel huizen gebouwd zijn, hebben we vanaf het begin willen ontwerpen als een autoluwe wijk. En dat is ook gelukt.

Dat houd je alleen aantrekkelijk als je ook de fietsinfrastructuur wel op orde brengt. Vandaar de keus om hier een fietspad neer te willen leggen. Waarbij het trouwens ook zo is dat… De voorzitter: De heer Groenewege is tevreden met het antwoord. Of in ieder geval, niet tevreden met het antwoord, maar het antwoord is duidelijk. De heer Van der Linden: Waarbij het overigens ook zo is dat juist dit fietspad ook nog wat meer subsidie heeft gekregen dan een fietspad op een willekeurige andere plek. Dus

37

als je het zou willen amenderen, wat natuurlijk een goed recht is, dan gaat dat geld op die plek vervallen. De voorzitter: De heer Groenewege, toch daar reactie op? De heer Groenewege: Wellicht kan de wethouder dat bedrag specificeren? De heer Van der Linden: Zeker, de helft, de helft van het bedrag. De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Voorzitter, ik heb aangegeven dat ik het plan zoals het er nu ligt, te weinig en te langzaam vind. Kan de wethouder aangeven wanneer het hoofdroutenetwerk voor de fiets op orde is? Welk jaartal? De heer Van der Linden: Als u meegaat in de ambitie die we hebben geformuleerd, waarbij ik ook heb gehoord dat sommigen van u zeggen, dat moet erbij, of dat moet anders. Maar goed, als we even meegaan in deze gedachte, dan staat er op pagina zoveel een overzicht van wanneer de maatregelen kunnen worden uitgevoerd. En uit mijn hoofd, corrigeer me als het niet klopt, is in 2028 alles wat we hiermee willen, uitgevoerd of in uitvoering. Ongetwijfeld gaan we ergens tegenkomen dat iets tegenvalt, maar dat is wel de ambitie,2028. In 2028 zijn alle blauwe en groene projecten afgerond. De heer Damen: Is dan het hoofdroutenetwerk knelpuntloos geworden? De heer Van der Linden: Het hoofdroutenetwerk wat we nu hebben, waarbij we ons richten op binnenstad, goed gezien, maar ook op grotere voorzieningen en ook op OVknooppunten, is dan qua ambitie op orde.

Deze stad is nooit af. Nee en over zes jaar zijn er weer meer huizen gebouwd op het Maasterras enzovoort. En ik hoop ook, want we hebben natuurlijk twee uur geleden even een interessante uitwisseling gehad over, de model split. Kijk, de model split die we nu hebben, is niet de model split die we tien jaar terug hadden. Er wordt nu veel meer gefietst, dat is een groot succes in de afgelopen tien jaar. Maar er wordt nog niet genoeg gefietst, ik zou veel meer willen fietsen. En natuurlijk, aanwas van fietsinfra schept ook weer nieuwe vraag. En dat moet ook, want een STOMP-principe willen we serieus nemen. Natuurlijk, met veel meer geld kun je nog veel meer doen. Dus binnen de kaders die wij onszelf hebben gegeven, is dit de ambitie die we kunnen waarmaken. En die zullen we binnen vier vijf jaar voor elkaar kunnen boksen. De heer Kuhlmann: Ik werd nog even geprikkeld door de bedisseling zojuist over de veiligheid op de provinciale kruising, Provincialeweg Hastingsweg. Ik snap, we hebben helaas niet die miljoenen om dat ongelijkvloers te maken. Maar misschien met een eenvoudige maatregel, kunnen we toch wel wat doen. Dat zou dan ook in lijn zijn met motie die is aangenomen door de raad en waar volgens mij tot nu toe nog niet zo heel veel mee is gedaan. Namelijk om waarschuwingslichten aan te brengen in het wegdek. Dat zou hier misschien best eens een goede plek kunnen zijn.

Dit wilde ik nog even aangeven. Mijn fractiegenoot Lammens herinnerde me daar nog net zojuist aan.

38

De heer Van der Linden: Ik herinner mij die motie en wij hebben die niet willen afdoen met een anderhalf A-viertje. Daar loopt een onderzoek op, want in het land zijn verschillende opvattingen over wel of niet die lichtjes gebruiken bij voetgangersoversteekplaatsen. Sommigen zeggen: wat een top idee en anderen zeggen: nooit doen. Dus daar willen we even goed de stand van zaken van het vak op meegeven. En mochten we dan - en ik weet, ik kijk even naar links om te kijken wanneer hij iets oplevert qua uitkomsten, mochten we dan aan de hand daarvan met elkaar concluderen, we moeten dit wel gaan doen, dan is het een prima idee om te bekijken of het bijvoorbeeld op deze plek een suggestie zou zijn. Maar de conclusie kan ook zijn, dit moeten we eigenlijk niet willen. En die leg ik dan graag aan u voor, maar daar wordt dus serieus naar gekeken hoe dat in elkaar zit. De heer Kuhlmann: U hoeft niet te kijken, het is te vinden in Papendrecht. De heer Van der Linden: Ja dat weet ik. En vandaar ook dat wij dit even serieus willen bekijken. Want er zijn daar ook mensen die zeggen: dit is helemaal niet handig. En er zijn mensen die zijn groot fan, vandaar. De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel voorzitter. Ik zat nog even na te denken over het antwoord van de wethouder op wat betreft Reeweg Oost, maar laat ik hem iets algemener trekken wat dat betreft.

Zoals ik eerder al aangaf, in het uitvoeringsprogramma zelf staat dus in een fietspad op een 50 kilometer per uur weg, wat niet vrijliggend is, kan nooit een voldoende krijgen. Nu zijn er plekken waar we dus de weg gaan aanpakken. Meer willen, of met als voorkeur zeg maar, dat we betere fietsinfrastructuur ervoor terugkrijgen. En dan kiezen we er toch voor, terwijl we het aanpakken, om dan niet een vrijliggend fietspad te maken langs een 50 weg. Dus u geeft uzelf een onvoldoende? De heer Van der Linden: Dit is een geweldige retorische vraag, die ik alleen maar met nee kan beantwoorden. Want kijk, we hebben als we onderhoud plegen aan een weg - en dat doe je om de dertig, veertig jaar - dan heb je in principe de mogelijkheid om binnen het budget van het onderhoud ook een aantal functionele wijzigingen te doen. Die gebruiken we bijvoorbeeld, u heeft ook in die wijk gewoond, Stadspolders, de Ringweg. Een 50 weg, maar bij alle erfjes mag je natuurlijk woonerf snelheid, pakweg 20, eigenlijk stapvoets. Dat is een weg waar je fietsstroken, of eigenlijk fiets suggestie stroken hebt. Die hebben we opnieuw aangelegd. Wel met weer heel goed kleurverschil. En hier en daar ook bij de voetgangersoversteekplaats iets verbreed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/584/documents/26781