2.4 2023.09.12 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG, D.D. 12 SEPTEMBER 2023 Vergaderzaal 3 4. Vaststellen Uitgangspuntennotitie Mobiliteitsplan Dordrecht 2040 Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Kruger Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Feijter (CU/SGP) Dhr. Gorter (Op ons Eiland) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Mevr. Kamphuis (SP Dordrecht) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Simon-van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Struijk (CU/SGP) Insprekers: Dhr. Weeda (Voorzitter gebruikersoverleg Sportboulevard), Dhr. Kuhlmann (Stichting Reizigersoverleg regio Dordrecht) De voorzitter: Goedenavond allemaal, ik doe even een poging om uit de chaos te komen en de wisselingen van commissies die allemaal net even te laat plaatsvonden. Maar we gaan snel van start, welkom bij de commissievergadering het raadsvoorstel Vaststellen Uitgangspuntennotitie Mobiliteitsplan Dordrecht 2040. En deze is beeldvormend, waarbij we hebben afgesproken dat er insprekers zouden kunnen zijn, die zijn er vanavond, twee insprekers en aan de insprekers kunt u...
De insprekers hebben zelf vijf minuten tijd om een verhaal te doen en u kunt alle vragen stellen aan de insprekers. Dat is ook het enige waar we het vanavond bij deze beeldvormende sessie over hebben. Want het raadsvoorstel zelf wordt op 26 september oordeelsvormend besproken en daarom is er vanavond in deze agenda ruimte gecreëerd om de sprekers de tijd te geven iets te zeggen. Dan wil ik even een rondje doen waarbij u allen even zegt wie u bent en van welke partij of in welke hoedanigheid, ga ik hier aan mijn linkerhand beginnen. De heer Weeda: Ik ben Rob Weeda, ik ben voorzitter van het gebruikersoverleg Sportboulevard. Mevrouw Kamphuis: Kamphuis, SP Dordrecht.
1
Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Claudia Simon-Van Waardhuizen, Fractie van Waardhuizen. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. Mevrouw De Heer: Betsy de Heer, Forum voor Democratie. De heer Kuhlmann: Paul Kuhlmann van de stichting reizigersoverleg regio Dordrecht. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP Dordrecht. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op ons Eiland. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie-SGP. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie-SGP. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: En ik ben Kitty Kruger, uw voorzitter van vanavond. En dan wil ik als eerste het woord geven aan Paul Kuhlmann, die zich als eerste inspreker heeft gemeld, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Sorry, ik moet er even nog aan wennen, neem me niet kwalijk. Geachte raadsleden, helaas staat wat ons betreft het belangrijkste van deze uitgangspuntennotitie Mobiliteitsplan 2040 helemaal achteraan. We lezen het bij hoofdstuk zes bij het kopje participatie, dat gaat over het opstellen van de mobiliteitsplan.
In de tekst staat de zin: het is belangrijk om inwoners aan de voorkant al mee te nemen. Maar is de voorkant dan al niet deze uitgangspuntennotitie, wat heeft het college al gedaan om de inwoners daarbij te betrekken? Heeft het college de uitgangspuntennotitie al aan belanghebbenden burgerorganisaties gestuurd, zoals bijvoorbeeld ouderenorganisaties, jongerenorganisaties, de Fietsersbond, wandelorganisaties of het reigersoverleg regio Dordrecht. Zo had men al hun opmerkingen en commentaar op de door het college opgestelde uitgangspunten kunnen horen. Of wordt het toch weer een hapklaar product waar
2
slechts marginaal op gereageerd kan worden? De tekst onder het kopje Doel van deze notitie, geeft ons weinig hoop. Deze notitie geeft een doorkijk naar hoe het definitieve mobiliteitsplan eruit gaat zien. Wij zullen ons zoveel mogelijk beperken tot het openbaar vervoer en we gaan ervan uit dat er nog gesprekken komen over het mobiliteitsplan 2040 met alle belanghebbenden. Rond het OV moeten we ons realiseren dat dit niet vanuit de gemeente geregeld wordt. Helaas is de provincie degene die het wat dat betreft voor het zeggen heeft. En uit afgelopen periode blijkt niet echt dat ons college nadrukkelijk onze wensen rond het OV naar voren heeft gebracht. Er is maar weinig met de vuist op tafel geslagen, terwijl wij als reizigersoverleg toch echt wel mogelijkheden hebben gezien. Zowel de vervoerder als de provincie heeft voor wat betreft de infrastructuur wel degelijk de gemeente nodig, daar valt wat ons betreft meer uit te halen. Ook zou er vanuit de plaatselijke politiek wat meer druk uitgeoefend kunnen worden op hun provinciale collega's, denken wij. Het college richt zijn pijlen op een autoluwe binnenstad of een autoluwe stad. Daarvoor is echter een fijnmazig openbaar vervoer nodig. En dat is er momenteel bij lange na niet, het is eerder verslechterd nu met de nieuwe concessie. Bij Arriva was de loopafstand tot een bushalte 400 meter, die is nu al 500 meter.
De gemeente zal dus meer de strijd aan moeten gaan met de provincie en de vervoerders om hun doel te bereiken. Bij het bepalen van de loopafstand naar een bushalte zal er ook meer gekeken moeten worden of dit voor de voetganger, reiziger, wel een veilige route is. Bijvoorbeeld de situatie van bushalte van lijn vijf aan de Hugo van Gijnweg vanuit Crabbehof dient men eerst deze drukke weg over te steken. Een ander uitgangspunt is het steeds vaker verdwijnen van ritten in de avond, inwoners willen ook in de avonduren mobiel kunnen blijven na een avondje stappen of gewoon naar de film wil je gewoon met het OV thuis kunnen komen. Er staan best wel goede ideeën in deze uitgangspuntennotitie, wij hopen alleen dat ze samen met de belanghebbenden verder uitgewerkt gaan worden. De colofon geeft aan dat de makers hebben gehaald uit het plan van de gemeente Utrecht. Die heeft twee jaar de tijd genomen op met hun inwoners, belangenorganisaties, werkgevers en omliggende gemeenten het uiteindelijke plan op te stellen, wij zijn benieuwd hoe dit college dat gaat doen. Het mobiliteitsplan vraagt een gedragsverandering van de inwoners maar ook een gedragsverandering van de politiek, wil het kans van slagen krijgen. Nauwe samenwerking met alle betrokkenen is van belang, wij ruimen graag tijd in om met u over dit plan te overleggen.
Echter wel onder voorbehoud dat het geen dichtgetimmerd verhaal is, dank u wel voor de aandacht. De voorzitter: Mijnheer, u heeft het er geweldig van afgebracht, vierenhalve minuut De heer Kuhlmann: Hartstikke goed. De voorzitter: Heel knap. Mijnheer Kuhlmann, u heeft een vraag aan de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Inderdaad, een mooie naam trouwens, maar goed. Alle gekheid op een stokje, ik heb nog even een vraag dat ook een beetje in het licht van bijeenkomst die eerder vanmiddag was rondom het openbaar vervoer en toen kwam ook naar voren van, wat kan de gemeente doen? En toen werd er ook gezegd van, als overal de snelheid omlaag wordt gehaald dat het overal dertig wordt, dan wordt het lastig voor de bus om nog een beetje aantrekkelijke
3
dienstregeling te rijden. Nou staat dat ook in dit mobiliteitsplan aangekondigd om zoveel mogelijk de snelheid naar beneden te halen, hoe kijkt het reizigersoverleg daarnaar? De heer Kuhlmann: U bedoelt dus de tijden, zal ik maar zeggen? De heer Kuhlmann: Wat ik bedoel, er staat hier in die uitgangspuntennotitie de snelheid van autoverkeer waar mogelijk te verlagen en dat heeft natuurlijk effect ook op de snelheid van de bus en hoe snel u dan als OV-reiziger bij je bestemming bent, misschien kunt u daar iets over zeggen, hoe het reizigersoverleg erover denkt. De heer Kuhlmann: Want het is natuurlijk zo en dat vanmiddag ook werd gesteld van, dat de hele stad natuurlijk een beetje overhoop ligt op dit moment, dat daar dan natuurlijk ook de problemen mee komen. Maar dat is maar ten dele waar natuurlijk. Want ik bedoel, het heeft natuurlijk ook te maken met inzet van de mensen zelf die daar dus, de chauffeurs met name, dat die dus meer de tijd zouden krijgen om ook te kunnen pauzeren en dat is dus de vraag, of dat in hun dienstregeling allemaal goed geregeld is, dat weet ik dus niet. Dat is even een probleem en dat vind ik ook problematisch eigenlijk om daar nu iets over te zeggen, omdat ik dat gewoon niet weet.
Dat zou eigenlijk bij Qbuzz zou dat eigenlijk naar voren moeten komen, hoe zit dat dan precies met indeling van hun werktijden? Want dat is natuurlijk een belangrijk punt ook van overweging denk ik. De voorzitter: Zo is het maar net. En dat is niet voor het mobiliteitsplan op zich? De heer Kuhlmann: Nee, dit is een zaak van Qbuzz. De voorzitter: Dank u wel. De heer van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor uw verhaal, meneer Kuhlmann, die Kuhlmann bedoel ik deze keer De heer Kuhlmann: Wij zijn overigens geen familie van elkaar zeg ik nog even. De heer Van der Meer: En met name ook voor wat u gezegd heeft over de noodzaak van gedragsverandering en dat dat natuurlijk ook participatie en overleg vereist, aar ben ik het van harte mee eens. Mijn vraag gaat over de frequentie en de dichtheid van het netwerk van openbaar vervoer, want daar had u het over, dat dat in feite minder aan het worden is, dat constateren wij ook. En de vraag is, want dat werd vanmiddag bijvoorbeeld gesuggereerd, om steeds meer deur-halte taxi's en ander bestelbaar vervoer, maar niet regulier vervoer tussen bepaalde adressen en de haltes te realiseren. Hoe staat het reizigers overleg daartegenover?
De heer Kuhlmann: Ik vergeet het steeds, neem me niet kwalijk. Wij constateren ook steeds van dat dat een probleem is, want zeker bijvoorbeeld in de wijk Crabbehof dat staat bijvoorbeeld bij het winkelcentrum Crabbehof extra vervoer met fietsen, er staan
4
vijf fietsen, ik heb daar vanmiddag geteld en wie maakt daar gebruik van? Dit is volstrekt onlogisch dat daar de fietsen staan, waarvoor is dat? Dat snap ik dus gewoon niet, dus dat dat soort vervoer wat extra wordt aangemerkt, heeft dat wel zin en waar zet je, waar doe je dat dan? Dat vind ik ook een merkwaardig iets eigenlijk. De voorzitter: U kunt zeker een aanvullende vraag stellen. De heer Van der Meer: een aanvullende vraag, want fietsen is één oplossing, de halte taxi's zijn een andere oplossing. En het argument van bijvoorbeeld Qbuzz is van, wij kunnen die lijnen gewoon niet commercieel exploiteren. Zo fijnmazig als het was, dus het moet minder fijnmazig, maar dan vullen we het aan met bijvoorbeeld deur-halte taxi's, hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Kuhlmann: Dat dat soort extra vervoersmogelijkheden, dat zie ik ook niet zo zitten eerlijk gezegd. Want als we nou eens kijken naar bijvoorbeeld lijn drie, wat 's avonds aan de orde is, bijvoorbeeld als je naar Crabbehof toe wilt bijvoorbeeld, als je laat in Dordrecht aankomt op het station, dan moet je vaak een uur wachten eerder dat je een bus hebt naar de rechten Crabbehof. Hij gaat maar één keer per uur en dat was vroeger heel anders bij Arriva bijvoorbeeld, dat is gewoon slecht en dat vind ik een heel nadelig iets. En dat geldt trouwens ook voor lijn vier, lijn drie, dat is dezelfde haltes. De voorzitter: Dank u wel.
De heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel voorzitter en u bedankt voor uw komst en uw vlammende betoog. Wat ik met nam wel interessant vond en ook stoer, de gemeente die moet met zijn vuist op tafel slaan en dan krijgen we een fijnmaziger netwerk. Ik vind een beetje moeilijk om me daar iets bij voor te stellen, want de provincie die heeft het geld, te weinig, dat heeft invloed op het netwerk. Wat helpt een vuist op tafel, hoe krijg je dan meer bussen, kunt u dat uitleggen? De heer Kuhlmann: Dat is een goede vraag, mijnheer. Ik denk, het is ook moeilijk hoor, dat snap ik ook van u, van dus de gemeente uit. Maar van de andere kant, ik dacht ook dat de gemeente wel degelijk geld steekt in het openbaar vervoer wat hier in deze stad wordt gehouden, maar dat weet ik dus niet helemaal zeker. Ik had altijd de indruk van dat het wel zo is, dat dus provincie geld aan de gemeentes vraagt om bij te dragen aan het openbaar vervoer. En dus vraag ik mij af van, als dat zo is, dan kun je dus ook met de vuist op tafel slaan, dat bedoel ik. De voorzitter: Nog een klein aanvullende vraag, want er zijn nog twee ... De heer Struijk: Een aanvullende opmerking, mijnheer, u was volgens mij ook bij die sessie in zaal één. Als ik me het goed herinner, is ons toen voorgeschetst dat de provincie 50 procent betaalt, dat er 15 procent bij het OV vandaan komt en 35 procent bij de burgers.
Ik heb niet gehoord dat de gemeente daar ook iets aan bijdraagt, dus ... De heer Kuhlmann: Dat snap ik ook van u, maar ik wil weten dat dat er zit, want ik hoor van allerlei verhalen daarover dus vandaar dat ik dat ... Dat vind ik een beetje
5
merkwaardig namelijk, want als de gemeente werkelijk wel bijdraagt dan zou je kunnen zeggen dan kun je als gemeente ook iets mee doen. De heer Struijk: Ik schat in dat het niet zo is. De voorzitter: Dank u wel, de heer Van der Kruijff, u had ook een vraag? De heer Van der Kruijff: Dank voorzitter, ik had eigenlijk een soortgelijke vraag als de heer Van der Meer maar ik wilde toch één poging doen het misschien anders te verwoorden, want hij kwam dacht ik niet helemaal over. Hoe u staat tegenover belbusjes, dus als er geen gewone buslijn is, dat u een telefoonnummer heeft dat u kunt bellen en dat u dan gebracht wordt. Vindt u dat een goed alternatief of niet? De heer Kuhlmann: Als dat zou werken wel, denk ik. Maar als ik zie van, hoe dat bijvoorbeeld ... De andere mogelijkheid van gehandicaptenvervoer als geregeld wordt, dan moet je een dag van tevoren al een busje bestellen. En dus je moet ver van tevoren al weten dat je ergens naartoe gaat en dat vind ik dus een nadeel. Dus ik weet ... Als dat goed geregeld is, vind ik het oké, maar anders niet. De voorzitter: Dank u, helder. De heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, ik had een vraag over het slecht bereikbaar zijn van wijken in de avond.
Ik weet toevallig dat lijn twee na zeven uur 's avonds niet meer rijdt, maar wat ik uit uw betoog begreep, geldt ook voor andere lijnen, dat die minder rijden in de avond? De heer Kuhlmann: Zeker, want de frequentie gaat omlaag en dat is zeker bij lijn drie en lijn vier zo. Eén keer per uur is dat en dat is al na acht uur, dat vind ik gewoon slecht. En dat gaan ze dus volgend jaar voortzetten, want dat heb ik dus vanmiddag begrepen. 2024 kunnen we niets meer aan doen, dat is duidelijk, want dat hebben we vanmiddag gehoord dus ik vrees dat dat dus voorlopig zo blijft. De voorzitter: Dank. Heeft er iemand nog een korte vraag aan de heer Kuhlmann? Dan wil ik de heer Kuhlmann bedanken voor het inspreken en beantwoorden van de vragen. Ik denk dat u ook wat vragen nog heeft gesteld die wij mogelijk kunnen meenemen ook weer naar wethouder toe bijvoorbeeld, dus dank voor het inspreken. Gaan we nu naar de heer Weeda. De heer Weeda: Geachte voorzitter, geachte raadsleden, dank dat ik mag inspreken op het voorgenomen besluit om de uitgangspuntennotitie Mobiliteitsplan 2040 vast te stellen. Ik vertegenwoordig het gebruikersoverleg van de reguliere gebruikers van de Sportboulevard, dat zijn 10 verenigingen die daar hun vaste thuisbasis hebben. Overigens sporten er ruim 70 verenigingen in de Sportboulevard.
Die reguliere gebruikers hebben leden uit Dordrecht, uit de regio, maar ook boven regionaal, want de ijsbaan is een bovenregionale voorziening, daarom zijn we al langer bezig over het parkeren bij die Sportboulevard. In het politiek akkoord 2022-2026, dat staat ook in de uitgangspuntennotitie, is opgenomen: voor het parkeren en de parkeertarieven bij plekken met belangrijke maatschappelijke functies, zoals de
6
Sportboulevard onderzoeken we oplossingen. In de uitgangspuntennotitie Mobiliteitsplan 2040 Dordrecht vinden wij, behalve dit citaat, hier niets over terug. Ik begreep zojuist wel dat mogelijk het Binnenvaartmuseum wel zo'n belangrijke maatschappelijke functie is, dat is nog niet helemaal zeker, maar dat zou kunnen, daar wordt over nagedacht. Voor het thema parkeren in het Mobiliteitsplan 2040 lijkt het ons logisch om de uitwerking van het parkeren bij het belangrijk knooppunt Gezondheidspark op te nemen. Dat is van belang, omdat te makkelijk gedacht wordt over terugdringen van autogebruik. In de uitgangspuntennotitie lezen wij: het moet vanzelfsprekende worden om met het openbaar vervoer te reizen als men een bezoek wil brengen aan de binnenstad, naar een plek in de regio of naar andere delen van de Randstad wil reizen. Een voorbeeld, één van onze gebruikers met een vaste thuisbasis is de IJssportvereniging Alblasserwaard, in de regio dus. Een lid uit Wijngaarden, slechts elf kilometer vanuit Dordrecht, reist op een doordeweekse avond vanaf de Sportboulevard in 56 minuten naar de halte Wijngaarden langs de provinciale weg N482, dan is die persoon nog niet thuis, met de auto is dat ongeveer 16 minuten tot een huisadres. Aanvullende vervoersvoorzieningen zoals een vraaggestuurde bus als maatwerk die wordt voorgesteld, als een soort '...' oplossing.
Dat werkt lokaal wel, maar bovenlokaal echt veel minder, als je eerst naar Streefkerk moet en dan nog een keer naar Wijngaarden en noem al die dorpen maar op, dan ben je ook vrij lang onderweg. Het is dus logisch als zo'n lid met de auto reist, dan moet dat ook aantrekkelijk zijn om bij die Sportboulevard voor een redelijk tarief te kunnen parkeren. En wat betreft parkeren lezen wij: we stellen een brede business case parkeren op voor parkeren in parkeergarages, parkeren op straat en voor fietsparkeren. Onduidelijk is of die business case ook betrekking heeft op de parkeergarage en de te bouwen garages bij het Gezondheidspark. Bij het besluit om de parkeergarage bij de Sportboulevard te verkopen aan een marktpartij, heeft geen participatie plaatsgevonden, in ieder geen overleg met ons. Het gebruikersoverleg kreeg de mededeling dat de parkeertarieven fors omhoog zouden gaan, gelukkig is verhoging van die parkeertarieven tot nu toe geen waarheid geworden. Wij onderschrijven overigens de doelstelling, Dordrecht is een gezonde stad, dus ook fietsen naar die Sportboulevard, dat moet wel mogelijk zijn. En ook bieden onze vrijwilligers in de Sportboulevard al dertien jaar een gevarieerd sportaanbod aan. Dat willen we blijven doen en daarom willen wij graag twee zaken.
Nu het contract met de marktpartij die de parkeergarage Sportboulevard zou kopen is opgezegd, willen wij u verzoeken de parkeergarage in gemeentelijk eigendom te houden. Dan kan invulling worden gegeven aan het voornemen uit het politiek akkoord om een oplossing te zoeken voor parkeren en parkeertarieven bij de Sportboulevard. Daarnaast verzoeken wij u om ons te betrekken bij het vormgeven van die oplossingen. In 2020 kregen wij de mededelingen dat de parkeertarieven met 50 procent zouden stijgen en de jaren daarop nog verder zouden stijgen. De planvorming die te weinig parkeerplaatsen voorzag, zou waarschijnlijk tot nog een grotere stijging voor de parkeertarieven leiden en daarmee onze verenigingen in problemen laten komen. Wij voelden ons genoodzaakt om bezwaar- en beroepsprocedures te starten, dat hoeft in de toekomst wellicht niet als wij ordentelijk bij de planvorming worden betrokken. Dank u wel. De voorzitter: U bedankt, mijnheer Weeda. Want je hebt altijd baas boven baas, u hebt nog ruim een minuut over.
7
De heer Weeda: Krijg ik een prijs? De voorzitter: U kunt door voor de wasmachine. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Veel van de punten die u noemt, die herkennen wij natuurlijk wel. Dat het van belang is dat je behalve met de fiets ook weleens met de auto ergens kunt komen. Misschien om een klein beetje een beeld geven, want er zijn natuurlijk mensen die zeggen, als je gaat sporten dan ben je sportief bezig, moet je toch altijd met fiets kunnen gaan? U noemde het voorbeeld van die IJshockeyvereniging. Hoeveel, als je bijvoorbeeld een keeper bent in zo'n team, spullen moet je dan meenemen achterop je fiets als je dat uurtje gaat fietsen, of hoe lang het is vanuit die gemeente in de buurt? De heer Weeda: Dat gaat niet lukken op een fiets, je hebt aan leggings en ijshockeysticks die al anderhalve meter lang zijn, dat is een volume van een halve kuub wat je in zo'n hele grote tas met rolwieltjes mee moet nemen, dat gaat gewoon niet op de fiets, dat is onmogelijk. Ik kan daaraan toevoegen, ik ben zelf lid van de duikvereniging zoals u wellicht weet, een luchtfles, een persluchtfles met 200 bar erin, die valt onder gevaarlijke stoffen als je hem in een bus stopt, want een bus is beroepsvervoer, ik mag hem wel in mijn privéauto meenemen. En er is een perslucht vulstation op de Sportboulevard van die vereniging.
Daarnaast, als je met kinderen iets wil doen vanuit de Alblasserwaard waar de IJssportvereniging Alblasserwaard gevestigd is, dan is openbaar vervoer bijna geen ding. Als je spitsuur ouder bent en je wil die kinderen ook nog laten schaatsen, dan lukt dat niet met reistijden van meer als een uur met de bus, plus natransport, en in een ruim een kwartier met de auto wel. De heer Kuhlmann: Mag ik nog een vraag stellen? De voorzitter: Zeker, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Heel helder verhaal en ik zit nog een beetje verder te denken. Als je natuurlijk een sporter bent komt natuurlijk ook een moment dat je dit soort spullen aanschaft, misschien wel in de binnenstad van Dordrecht. Kunt u een beetje schetsen hoe dat dan is als je dit soort volumineuze of heel zware artikelen gaat aanschaffen, lukt dat een beetje op de fiets of is dan eigenlijk ook wel handig als er wat plek is voor de auto?
De heer Weeda: Dan is het ook wel handig als er plek is voor de auto. Voor ijshockey is er volgens mij geen winkel in Dordrecht die dat soort voorzieningen doet, voor duikflessen ook niet, dan moet je al naar Hardingxveld, dat is de regio of verder naar Rotterdam, Breda. Maar dat soort spullen die moet je ... Meestal heb je een auto nodig om die spullen in je bezit te krijgen. De voorzitter: De heer Van der meer.
8
De heer Van der Meer: Naar aanleiding van deze discussie, dank u wel, voorzitter, heb ik de vraag of kan worden aangegeven welk deel van de gebruikers van de Sportboulevard per se een auto nodig heeft om daar te komen. De heer Weeda: Dank u wel. Per se, bedoelt u dat qua spullen die ze mee moeten nemen ook of qua reistijd, want een reistijd van ruim een uur versus een kwartier vind ik ook wel een argument. Dat schat ik in, maar dat is een schatting van een paar jaar geleden, dat ongeveer 40 procent wel regelmatig met de auto moet komen. Ik woon zelf in Dordrecht, maar als ik mijn duikfles wil laten vullen, dan moet ik met de auto, want ik kan dat niet met de bus en op de fiets is levensgevaarlijk, maar dat gebeurt niet altijd. De voorzitter: Dank u wel. Wie volgt, heeft iemand nog een vraag aan de heer Weeda? U had een klip-en-klaar verhaal, dank u wel, twee prijzen. Dan is nu de vraag aan de commissie van, eerder is al aangegeven dat de oordeelsvorming bespreking van het raadsvoorstel op 26 september gepland staat en u als agendacommissie besloot eerder dat de Oordeelsvormende bespreking, om die te focussen op de scherp geformuleerde samenvatting van het uitgangspuntennotitie zoals verwoord in het raadsvoorstel, kan iedereen zich daarin vinden? De heer Kuhlmann.
De heer Kuhlmann: Ik heb nog wel een aanvullende politieke vraag, of het mobiliteitsplan voorziet in de behoefte van alle soorten wegvervoer in Dordrecht? De voorzitter: Dank u wel, deze wordt genoteerd. De heer Van der Kruijff De heer Van der Kruijff: Voorzitter, er is volgens mij heel serieus over gedacht om te beginnen juist over alleen die uitgangspunten, om daarop te focussen omdat dat een goede discussie geeft en we niet alle kanten op vliegen. Dus mijn voorstel zou zijn, bij de bespreking, ons daar echt aan te houden en aan het eind van die bespreking met elkaar te constateren of we dan alles geraakt hebben of dat er nog een tweede bespreking nodig is die meer op details ingaat, om te voorkomen dat we in die eerste bespreking daar al in raken. De voorzitter: Ik kijk eens even rond en ik zie goedkeurend knikken. Kan de heer Kuhlmann zich daar ook in vinden? De heer Kuhlmann: Nee.
De voorzitter: Daar was ik al bang voor, maar ik denk dat we toch even ... Ik denk dat de heer Van der Kruijff gelijk heeft dat in de agendacommissie is dit besloten om op deze manier zo te bespreken en willen we toch een enige lijn erin hebben en niet verzanden in allerlei details. En nogmaals, vorige keer ging dat ook mis in onze conversatie over details. Laten we eerst even ons focussen op die lijnen en mocht er dan nog tijd zijn, dan kunnen die ook nog ter sprake komen. In ieder geval is deze vraag neergezet. De heer Damen De heer Damen: We kunnen dat wel beslissen, maar we moeten wel borgen dat de details, met name details die insprekers naar voren brengen, dat die wel aan de orde
9
komen voordat we echt uitwerkingsplannen vaststellen. Dus het kan niet zo zijn dat we nu uitgangspunten formuleren die nadere invulling van die details veel te veel vastleggen. De voorzitter: Daar heeft u zeker een punt. Ik bedoel, er is meegeschreven ook met insprekers en ik heb net al tegen de heer Kuhlmann ook gezegd, dan bedoel ik de inspreker meneer Kuhlmann, dat hij ook al vragen had richting nog het college en die zullen zeker ook, ga ik zomaar vanuit, beantwoord worden. Ik heb nu geen wethouder hier die dat gaat bevestigen, maar daar durf ik ... Hij zit erachter en hij steekt zijn duim omhoog zie ik, maar hij knikt van, dat gaat helemaal goed komen. Kan iedereen zich verder vinden dan in hoe het nu is voorgesteld? Dank u wel, de heer Damen. De heer Damen: Een opmerking. Voorzitter, in de stukken staat een uitspraak van Rekenkamercommissie vermeldt, dat een evaluatie van het voorgaande beleid met betrekking tot mobiliteit moeilijk was te beoordelen, omdat er geen smart formulering plaatsvond van wat er bereikt moest worden. Dat vindt in dit stuk opnieuw niet plaats en in het stuk wordt wel scherp aangegeven dat er een soort concurrentie is in de ruimte en waarschijnlijk ook in geld, tussen het autogebruik en andere verkeersvormen.
Op het moment dat wij niet helder concluderen hoe wij daar willen uitkomen en niet scherp formuleren hoe de modal split, want dat is zo'n smart instrument. Voor de mensen die niet weten dat een modal split is, dat is de verdeling in percentages tussen ritten tussen openbaar vervoer, auto, fiets en voetgangers. Als we die modal split niet bij benadering aangeven, dan wordt het een vrij open verhaal en dan gaan wij eigenlijk niks vastleggen, dan formuleren we mooie doelstellingen zonder aan te geven hoe de lastige afweging tot stand moet komen. De voorzitter: U heeft hier nu iets neergelegd, wat wilt u hiermee verder nog doen? Ik bedoel, u constateert bepaalde zaken. Ik ben slechts de voorzitter, dus ik leg de vraag neer, wat wilt u met deze opmerking? De heer Damen: Ik vind dat het college moeten vragen om aan te geven wat de modal split op dit moment is en welke modal split zij, over zeg 10 jaar, willen bereiken. De voorzitter: Ik zie meerdere mensen knikken, het is een mooie vraag en die gaat voorgelegd worden aan het college. Het is een technische vraag, zeker. Nog andere technische vragen toe te voegen? De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Voorzitter, ik kom nog even terug op de opmerking van de heer Van der Kruijff zojuist, dat de agendacommissie besloten zou hebben van hoe dit in de oordeelsvorming behandeld wordt.
Ik zit even terug te kijken naar de agenda van de agendacommissie toen dit stuk daarop stond en toen is alleen aangekondigd op welke manier dat beeldvormend behandeld zou worden. Ook die oordeelsvormend, daar heeft niemand, anders dan de agendacommissie zelf kennelijk, de gelegenheid gehad zich over uit te spreken. Dan vind ik het eigenlijk een gekke zaak dat we daar eerder niet de gelegenheid hebben gehad om ons daar over uit te spreken en nu even op een hele korte manier wordt gedicteerd hoe we dat gaan behandelen over twee weken. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, mag ik daarop reageren?
10
De voorzitter: De heer Van der Kruijff, graag. De heer Van der Kruijff: Het gaat om mij helemaal niet om de agendacommissie hier te verdedigen overigens, maar de agendacommissie, de griffie heeft weliswaar via de agendacommissie echt voorgesteld om te beginnen met een discussie over die uitgangspunten, om te zorgen dat we ons niet verliezen in de details. En een discussie voeren we hier altijd in een oordeelsvormende commissie zoals u weet en niet in een beeldvormende commissie, dus dat ging wel degelijk over de oordeelsvormende commissie. Mijn voorstel was juist om u te helpen en ook de heer Damen te helpen en ik denk ook alle anderen en mezelf te helpen door te zeggen, laten we dat nou als eerste gaan doen en als we aan het eind daarna nog zeggen, we gaan hebben over percentages modal split of over de onderwerpen die u dacht, laten we dat dan op een moment daarna doen, dat we die niet gaan mixen. Dus ik doe het niet om de agendacommissie te verdedigen, ik doe het omdat ik het zelf vind, leg ik het aan deze commissie zo voor. De voorzitter: Ik denk dat dat een hele goede oplossing is, ik weet niet. De heer Van der Meer heeft nog wat en de heer Groenewege, de heer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Voorzitter, op zich heb ik ook nog allerlei technische vragen over het geheel, die kun je natuurlijk gewoon schriftelijk stellen ter voorbereiding van die bespreking of zoals nu wordt voorgesteld aan het einde concluderen dat er nog te veel technische vragen zijn om er een vervolg aan te geven. Dus dat lijkt mij prima. De voorzitter: Dat kan zeker altijd na de oordeelsvormende sessie. De heer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, ik denk dat het iets te eenvoudig is om alle onderwerpen die partijen kunnen aandragen weg te zetten als details of technische vragen. Ik denk zeker dat de modal split geen detail is in een mobiliteitsplan, dus wat dat betreft heb ik wel sympathie voor de heer Kuhlmann. De voorzitter: Helder, de heer Damen. De heer Damen: Voorzitter, er zijn nog een paar elementen die heel principieel zijn en die niet in dit stuk aan de orde komen. In de vergadering hiervoor is herhaaldelijk door de provincie betoogd, maar dat zeggen ook andere mensen, dat beleid met betrekking tot mobiliteit ook ruimtelijke ordeningsbeleid is. Je moet zorgen dat op openbaar vervoerslijnen en daaromheen een dichte bebouwing plaatsvindt. In het hele verhaal wordt niets gezegd over ruimtelijke ordening, je kunt niet over mobiliteit praten als je niet over ruimtelijke ordening praat, dat onderdeel zou moeten worden toegevoegd.
Verder is er een groep bijzondere verkeersdeelnemers, dat zijn mensen die afhankelijk zijn van rolstoelen en andere voorzieningen om zich goed te kunnen verplaatsen, omdat ze mindervalide zijn. Die groep komt in het hele verhaal niet voor en ik vind dat wel een hele principiële. De voorzitter: U heeft zeker heel veel punten, ik maak toch een beetje bezwaar hoe de commissie nu omgaat met dit stuk. We hebben in de agendacommissie, is het raadsvoorstel Vaststellen uitgangspuntennotitie aan de orde geweest. U allen heeft in uw eigen fractie de mogelijkheid gehad om aan te geven hoe dat besproken gaat worden.
11
Daar is, sorry, mijnheer Kuhlmann, ik wil even uitspreken. Daar is uitgekomen dat we nu een beeldvormende sessie hebben over het beeld over het mobiliteitsplan, met insprekers, niet meer dan dat. En dat daarna, dat is het voorstel, om dan dat in de vergadering van 26 september oordeelsvormend te doen. Mocht het nou zo zijn dat u allen zegt van, daar zijn we helemaal nog niet aan toe, dan moet er nog een andere commissie aan vastgeplakt worden met andere vragen die gesteld gaan worden. Daar hebben we dan ook weer een aantal fracties voor nodig om dat zo op die manier te doen en als dat ook mogelijk is binnen de planning, want ik weet helemaal niet of er een fatale datum zit op de uitgangspuntennotitie, dan moeten we ook daarnaar kijken. Dus ik wil eventjes een punt van orde hebben, hoe gaan we hier verder mee om? Want we krijgen nu een hele discussie over allerlei nieuwe invalshoeken en dat kan niet zo even weggezet worden. Omdat ik het zeg, de heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Wat mij betreft is er geen probleem om de 26ste oordeelsvormend te bespreken. Waar het me om gaat is dat er ruimte is voor dat ieder zijn eigen inbreng kan hebben. En mijn voorstel zou zijn dat er gelegenheid is voor ieder om politieke vragen in te dienen, zoals we dat ook bij heel veel andere onderwerpen doen, dat die, laten we zeggen, voor het einde van deze week bij de griffie binnen moeten zijn.
En mocht dan blijken uit die inventarisatie dat de tijd die er voor de 26ste voor gereserveerd is te weinig is, dan moeten we daar dan even naar kijken. Maar dat het op die manier kan, ik denk dat ... Wat mij betreft zou dat een prettige manier zijn en ik kan u vertellen, vanuit de Dordtse VVD hebben we niet tien politieke vragen, maar eentje die ik net noemde, that's it. De voorzitter: Dat scheelt, maar we hebben nog meerdere fracties, dus we kunnen nog aan veertien punten komen sowieso. Hoeveel hebben we er nu, vijftien geloof ik. Het voorstel van de heer Kuhlmann om bijvoorbeeld voor het einde van de week nog extra vragen in te dienen om die dan te betrekken bij het bespreken van het stuk oordeelsvormend, hoe denkt u daar allen over? De heer Damen, u vindt wat. De heer Damen: Ik vind langzamerhand dat de discussie daarmee bizar wordt, ik vind dat daarmee enorm wordt ingeperkt op waarover wel en waarover niet gepraat mag worden, terwijl het hier over een vrij essentieel deel van het gemeentebeleid gaat. De voorzitter: de heer Damen, u bent zelf aanwezig hier om met elkaar te bespreken wat wel en niet aan de orde komt, dus u wordt gehoord. De heer Damen: Ik wil zelf kunnen bepalen wat ik aan de orde stel. De voorzitter: Dat mag toch, daar hebben we nu net ... De heer Kuhlmann heeft net... De heer Damen: U zegt wat anders.
De voorzitter: De heer Kuhlmann heeft net een voorstel gedaan waaruit u juist uw input kunt geven over wat en hoe u iets wil bespreken. En dat komt dan de 26ste aan de orde, dat is wat er voorligt. En dan kunt u zelf uw eigen invulling geven. De heer Damen: Dan ben ik akkoord, ik vond dat de heer Kuhlmann het iets beperkter formuleerde.
12
De voorzitter: Dat is heel fijn. De heer Kuhlmann en iets beperkt, wij gaan weer een prijs uitdelen vanavond, geweldig. We hebben unicum op unicum. Is er iemand die nog iets wil toevoegen, want dan ... De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik zou wel willen suggereren, want we lopen nu de politieke vragen en de vragen om beeldvorming een beetje door elkaar en ik zou dus wel willen voorstellen dat vragen niet met beeldvorming te maken zoveel mogelijk als technische vraag vooraf worden gesteld, zodat we daarmee het overleg niet hoeven te belasten. De voorzitter: Dat is een heel goed plan en wilt u dan allen toch in uw achterhoofd houden dat technische vragen, die gaan zeker beantwoord worden, maar we weten allemaal van de hoge belasting van het ambtenarenapparaat en dat geldt ook voor de ambtenaren die met mobiliteit te maken hebben. Dus onthoud eventjes of neem dat even mee in de opstelling van uw vragen. Dit was hem, hartelijk dank voor uw aanwezigheid, we hebben even een kwartier pauze. 5. Vaststellen Uitvoeringsprogramma Fiets 2023-2026 - Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Kruger Commissiegriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Feijter (CU/SGP) Dhr. Gorter (Op ons Eiland) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland) Mevr. De Groot (Beter voor Dordt) Mevr.
De Heer (Forum voor Democratie) Mevr. Kamphuis (SP Dordrecht) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Simon-van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Stolk (VSP) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden, ambtelijke ondersteuning S. Platenkamp De voorzitter: Ik wil zo toch de vergadering gaan starten, want voor je het weet is de tijd voorbij. Goedenavond allemaal, we hebben een beetje wisseling aan tafel, maar als ik zo eens rondkijk is het overgrote gedeelte toch hetzelfde gebleven. Toch ga ik zo meteen nog even een rondje doen van wie er aan tafel zitten. Wij hebben deze oordeelsvormende vergadering omdat we op 29 augustus het uitvoeringsprogramma
13
Fiets en het initiatiefvoorstel beeldvormend aan de orde hebben gehad en de commissie besloot toen vervolgens tot een oordeelsvormende bespreking, waarbij de volgende politieke vragen zijn gesteld. Houd u vast en luister goed, zien we voldoende van het initiatiefvoorstel Fijn Fietsen in Dordrecht terug in het uitvoeringsprogramma Fiets 20232026 van het CDA, dat was dit programma? Moeten recreatieve fietsroutes worden onderzocht en of in de routekaart worden opgenomen? Vraag van Partij voor de Dieren. Moeten fietsroutes naar buurtwinkelcentra worden onderzocht en of in de routekaart worden opgenomen? Eveneens van Partij voor de Dieren. Heeft de verbinding Amstelwijck station Dordrecht-Zuid toegevoegde waarde ten opzichte van de bestaande routes, zo ja, welke route is voor deze verbinding optimaal? En u raadt het al, ook van Partij voor de Dieren. Bevat het uitvoeringsprogramma voldoende informatie over de uitvoering, zodat de raad tot een gedegen oordeel kan komen? Deze was van de Dordtse VVD. Levert dit uitvoeringsprogramma het beste resultaat voor zoveel mogelijk Dordtse fietsers binnen het gestelde budget? Eveneens van de Dordtse VVD. Houdt dit uitvoeringsprogramma voldoende rekening met de belangen van andere weggebruikers zoals voetgangers, gehandicapten, autorijders, winkelend publiek, et cetera? En ook deze weer van de Dordtse VVD.
Dit zijn de vragen waar we mee bezig gaan, ik wil nu even een rondje doen en dan begin ik even bij de heer Stolk aan mijn rechterkant. Wie bent u en van welke partij? De heer Stolk: Ik ben ik en ik ben van de VSP De voorzitter: Dank, we wisten ook wie u bent. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op ons Eiland. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie-SGP. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder. Mevrouw Platenkamp: Saskia Platenkamp, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Claudia Simon-Van Waardhuizen, Fractie van Waardhuizen. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren.
14
Mevrouw De Heer: Betsy de Heer, Forum voor Democratie. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. Mevrouw De Groot: Megan de Groot, Beter voor Dordt. De voorzitter: Dank u wel en ik ben ... We slaan er eentje over, ik had niet door dat u al terug was. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op ons Eiland. De voorzitter: Dank u wel, en ik ben vanavond uw voorzitter, Kitty Kruger. Welke partijen willen er allemaal een woord en welke niet? Allemaal, dan moeten we zo meteen eventjes gaan kijken hoeveel spreektijd u allen een beetje heeft. Probeer ook niet te overlappen, als u denkt van, dat heeft een andere partij al gezegd, dan kom met iets origineels of iets nieuws. Het is gewoon om ook de vergadering een beetje ... Het is allemaal serieuze business maar laten we dat dan ook zo doen. Ik wil toch allereerst het woord geven aan de heer Klerk, indienen van het initiatiefvoorstel over ... Gaat uw gang.
De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Het fietsbeleid gaat het CDA aan het hart en al in de vorige raadsperiode zijn wij begonnen te werken aan het initiatiefvoorstel dat ook nu weer voorligt, Fijn Fietsen in Dordrecht. De timing dat dat gelijktijdig gebeurt samen met het uitvoeringsplan kan ongelukkig lijken, maar het heeft ook voordelen. En in deze vergadering zullen we dan ook een oordeel vellen aan de hand van de politieke vragen ook over de stukken in zijn samenhang. We zijn blij dat het college het STOMP-principe omarmt, en de keuze maakt om het fietsen in Dordrecht te bevorderen. Het uitvoeringsplan focust zich vooral op de '...' die daarin getekend stond, de omgeving en, sorry, het fietsinitiatief focust daar vooral op. Dit blijkt ook uit de voorstellen die wij daarin doen waarin we willen bijdragen aan de fysieke omgeving en dat die geen drempel vormt, maar een uitnodiging is om te gaan fietsen. Maar als het aan CDA ligt, is er wel iets meer nodig dan wat er in het uitvoeringsplan ligt. Het initiatiefvoorstel roept op tot een denkomslag, benader de verkeerssituaties vanuit het perspectief van de fietsen. Dat gebeurt gelukkig deels ook in het uitvoeringsplan maar kan beter.
Ik noem bijvoorbeeld een van de gevaarlijke punten die ook in het plan stond, het kruispunt bij de Galileïlaan met Spirea, Nota bene een weg naar een basisschool waar de fietser het moet ontgelden ten koste van een auto. En de reactie van het college daarop was, de omschreven situatie is een overgang van 50 kilometer naar een 30 kilometer per uur weg en in een 30 kilometer zone is het gebruikelijk dat fietser en auto dezelfde weggedeelte gebruiken. Echter, die weg is niet als zodanig ingericht en voor fietsers die dan de oversteek willen maken naar Zuidhoven bijvoorbeeld is het echt een kamikazeactie. Het fietsbeleid is gebaseerd op zeven uitgangspunten uit de fietsnota 2014. En in die zin is er niet echt sprake van een breuklijn of een denkomslag, maar lijkt het ook wel gestoeld op oud beleid en oude uitgangspunten. En die uitgangspunten focussen vooral op forenzen en recreanten en niet op de Dordtenaar die zich met de fiets van wijk naar wijk of naar de binnenstad of naar de buurtwinkelcentra, zojuist genoemd
15
ook in de politieke vragen, wil begeven. In de wensen en bedenkingen die het college heeft geuit op het initiatiefvoorstel, stelt het college: wij ondersteunen het uitgangspunt van het initiatiefvoorstel dat de doorstroming op de fietsroutes tussen Dordtse wijken en naar de binnenstad van belang zijn voor de bevordering van het fietsgebruik in onze stad. Dat zouden we graag wat explicieter terugzien, noodzakelijk daarvoor zijn de hoofd- en doorfietsroute, dat hoofd- en doorfietsroutes netwerk helemaal af is of zoals het in het uitvoeringsplan heet, de kwaliteitsnetwerken. Het CDA is van mening dat de ontbrekende schakels in die zogenaamde fietsradialen met voorrang worden aangepakt en in ieder geval niet op de reservelijst staan. Vraag aan de andere fracties ook of zij die mening delen, immers het aantal knelpunten bepaalt de kwaliteit van een fietsroutenetwerk. Deze oproep werd ook onderschreven door de Fietsersbond in de beeldvormende vergadering. We vragen ons oprecht af waarom cosmetische aanpassingen zoals in Twintighoevenweg eerder worden aangepakt dan een gevaarlijke situatie aan de Galileïlaan. Ik citeer maar weer eens uit die destijds unaniem aangenomen fietsnota: daarnaast zou de gemeente ontwerpen voor fietsroutes en voetgangersgebieden toetsen aan het ontwerpprincipe van acht tot tachtig. Het CDA ziet dat principe niet overal worden toegepast.
Dan bewegwijzering, daarin hebben we ook in ons initiatief wat gezegd, we roepen op tot duidelijke bewegwijzering van het fietsroutenetwerk zodat Dordtenaar zich ook eenvoudig van wijk naar wijk kan bewegen en om ook te bevorderen dat die fietsen juist door die infrastructuur het vooraanliggende vervoermiddel wordt. Misschien nog wel een beter idee dan bewegwijzering is het principe van zelfverklarende wegen, self explaining roads in mooi Engels, dat is nu eenmaal het begrip. Waar door inrichting en kleur worden de route en de loop van de fietsroute begrepen, dit leidt tot een zekere en comfortabele situatie voor de fietser. Liefst ook een herkenbaar rode kleur, al vind ik groen toch mooier. Maar ik snap het standpunt dat we aansluiten bij de CROW-standaard. Ik vraag me af, ook aan de andere fracties, hoe die staan tegenover die self explaining roads, nee, zelfverklarende wegen. Daarnaast heeft de vraag aan de inwoners een aantal gevaarlijke verkeerssituaties opgeleverd en dan ga ik afsluiten. Althans, dat zijn de inwoners die die situaties als gevaarlijk ervaren en wij onderkennen dat ook, hebben dat ook gezien. En als het aan het CDA ligt worden die ook geborgd, die situaties, dat ze eventueel wel worden meegenomen in een volgende versie van een uitvoeringsplan, want het is belangrijk dat deze situaties niet in vergetelheid geraken.
Ook op dit punt ben ik benieuwd hoe andere fracties daarover denken. Tenslotte, de brandende vraag hoe het CDA verder wenst te gaan of zou willen gaan met het initiatiefvoorstel dat voorligt. Wij beseffen ons ook dat zeker gezien de tijdlijn, het niet reëel is dat dat afzonderlijk in stemming zou worden gebracht en we zien goede aanknopingspunten in het uitvoeringsprogramma. Echter de essentie, de denkomslag, zoals ik zojuist heb uitgelegd, die zie ik nu nog niet voldoende terug. En daarom overwegen wij dus de beide stukken in elkaar te vlechten via een amendement of motie in de volgende vergadering. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Feijter, heeft u een vraag aan de heer Klerk? De heer De Feijter: Zeker, dank u wel. Ik hoorde de heer Klerk praten over, het wordt nog niet genoeg gezien vanuit de fietser en dat moet ... Die denkomslag mist de heer Klerk
16
van het CDA nog enigszins. We hebben in het STOMP-principe afgesproken dat de fiets soort van op twee staat of in ieder geval gezamenlijk samen met stappen, gevolgd door openbaar vervoer enzovoorts, dat dat de voorkeursvolgorde is bij het inrichten van de infrastructuur in onze stad. Is de heer Klerk het eens met het STOMP-principe of zou hij liever de fietsenraad op één willen zetten in alle gevallen? En hoe kijkt u daarnaar wat betreft de uitvoering in dit uitvoeringsprogramma? De voorzitter: De heer Klerk, fiets op één of stappen op één? De heer Klerk: Trappen op één wordt een heel onuitspreekbare afkorting. Maar naast dat denk ik dat het STOMP-principe als zodanig, daar ben ik zeker wel fan van en de CDAfractie ook. Dus geruststelling. Hij probeert me kort te houden. De voorzitter: Zoals we kunnen zien, in sommige fracties is er een bepaalde fractiediscipline.
De heer Klerk: Maar goed, het gaat mij over die ... Als we het hebben over rotondes, het gaat mij erom dat het STOMP-principe, dat we de fietser boven de auto zien, dat we die denkomslag durven te maken en de fiets is nou eenmaal ... De auto is steeds minder, we neigen steeds meer naar een autoluwe binnenstad, fietsen is echt een opkomst. We hebben te maken met steeds meer fietsers, ook andere vorm van fietsen, e-bikes en dergelijke. En de fiets blijft wel de kwetsbare weggebruiker en daarom zeg ik van, dan is het heel belangrijk dat je ook die denkomslag, dat die vooral zit tussen de trapper en de privéauto. De voorzitter: Helder, de heer Kuhlmann. De heer Damen heeft nog een vraag, neem ik aan. De heer Damen: Ik ben nieuwsgierig of de heer Klerk vindt dat de huidige financiële middelen die beschikbaar worden gesteld voldoende zijn om zo'n vervlechting van het CDA-plan en het gemeentelijk plan ook binnen afzienbare tijd, ik noem vier jaar, te realiseren. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Tenminste, ik denk dat ik mag reageren. De voorzitter: Zeker, ik schreef de vraag even op. De heer Klerk: Het gaat misschien niet in vier jaar, maar het gaat uiteindelijk wel om keuzes maken en we vragen wel om die denkomslag.
En dan zien we in het voorstel een aantal projecten staan die op de reservelijst staan waarvan ik me afvraag van, zouden die niet eerder op basis van het uitvoeringsprogramma moeten worden uitgevoerd in plaats van bijvoorbeeld zo'n Twintighoevenweg die daar wel op staat wat in principe voor de fietser niet zozeer een gevaarlijke situatie opleverde? Wat dat aangaat is, ligt die prioritering gewoon, die zouden wij anders maken. En wat het dan uiteindelijk onder de streep, van die reserveprojecten zie ik ook niet wat ze kosten, dat zie ik ook niet terug in het plan. Maar dat het allemaal in vier jaar zou moeten gebeuren, dat geloof ik niet dat dat haalbaar is, maar het gaat wel om de juiste prioritering.
17
De voorzitter: De heer Kuhlmann aan u woordvoering. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter De voorzitter: En de heer Klerk heeft duidelijk wat vragen gesteld, dus misschien kunt u die ook beantwoorden. De heer Kuhlmann: Laten we maar om te beginnen zeggen, de Dordtse VVD wil graag investeren in het verbeteren van de bereikbaarheid voor alle weggebruikers en nadrukkelijk dus ook voor fietsers. En we willen dat het veilig en comfortabel fietsen is in onze stad en maatregelen zoals de aanleg van nieuwe vrijliggende fietspaden staan al langer op onze verlanglijst en we zijn ook blij dat ons college hier voortvarend mee aan de slag gaat. Toch blijven er nog wel een paar zorgpunten in dit uitvoeringsprogramma, zo krijgen we toch een beetje de indruk dat als het college aan fietsers denkt, dat het college dan alleen de nette heren van de Fietsersbond voor zich ziet en niet de diversiteit aan fietsers die er in onze stad zijn. Om eerlijk te zijn, daar zitten soms ook best heel brutale mensen bij. Wij vinden belangrijk dat er oog moet zijn voor zwakke verkeersdeelnemers op de stoep, ouderen, gehandicapten, mensen met kinderwagens die soms worden geconfronteerd met hondsbrutale fietsers.
Hetzelfde geldt ook voor die fatbikes, er zijn natuurlijk een hele nette gebruikers van fatbikes, maar voor een deel is het ook een beetje de vervanging van de scooter en op zich, er is niks mis met een scooter, er zijn ook hele nette scootergebruikers, maar er zijn ook mensen die daar echt op een gevaarlijke manier op rijden en ook nu op die fatbikes. Hetzelfde geldt voor mensen die door de stad heen fietsen met van die boxen bij zich om dan veel mensen op geluid te trakteren. Dat zorgt wel voor overlast, niet iedereen zit erop te wachten en daarom vinden we het toch wel erg jammer dat er van die 180.000 euro aan communicatie en een budget, bijna twee ton, geen cent wordt gereserveerd ook om mensen die gaan fietsen een beetje te wijzen op de op de regels. Het zou ons wel wat waard zijn als de wethouder zou toezeggen dat daar ook aandacht voor is in dat toch forse communicatiebudget. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, mevrouw Kamphuis heeft een interruptie. Mevrouw Kamphuis: Ik ben het mee eens met scooterrijders, kwam gisteren bijna eentje aan mijn zijkant. Maar hoe dacht jij dat we dat, via u voorzitter, hoe dacht meneer Kuhlmann om dat te controleren? Want elke straat is weer anders, hoe kan je dan dat gedrag veranderen? De heer Kuhlmann: Als we bijna twee ton uitsteken voor communicatie, dan kun je ook wat aandacht besteden aan het juiste weggedrag.
En ik geef meteen ook eerlijk toe, niet iedereen zal daar natuurlijk meteen door overtuigd zijn. Aan de andere kant, dat soort campagnes kunnen ook best wel effect hebben. Er zijn ook best mensen die door een drukke winkelstraat fietsen en op het moment dat ze er even worden aangesproken, hun gedrag aanpassen. En misschien moeten we nog wel verder gaan en ik wil hier ook niet meteen alle plannen gaan schrijven, maar het punt wat ik wil maken, is dat er in dit uitvoeringsplan op dat onderdeel geen aandacht is. En wij hebben daar in onze technische vraag expliciet naar gevraagd en uit de antwoorden proef ik toch dat daar
18
eigenlijk vooralsnog geen behoefte is om daar aandacht aan te besteden. En vandaar dat ik dat nu nadrukkelijk benoem. Met uw permissie, voorzitter, ga ik verder. De voorzitter: Nee, want de heer De Feijter heeft nog een interruptie. De heer de Feijter: Dank u wel voorzitter, de heer Kuhlmann die vraagt terecht aandacht denk ik voor kwetsbare weggebruikers, ook mensen die gebruikmaken van de stoep, voetgangers. De partij van de heer Kuhlmann, Dordtse VVD, heeft hier ook vragen over gesteld rond dit onderwerp en in de beantwoording door het college werd ook onder andere genoemd dat juist het verbreden van fietspaden er ook voor zorgt dat fietsers minder geneigd zijn om juist op de stoep te komen. In combinatie met die schuine randen, waardoor je minder lang over een stoep zou hoeven fietsen, maar echt op het punt waar je moet afslaan een klein stukje over de stoep moet gaan. Denkt de heer Kuhlmann niet dat dit plan, dit uitvoeringsprogramma juist een verbetering is voor kwetsbare voetgangers? De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Er zitten zeker hele goede elementen in dit plan, daar begon ik ook mee. En voor wat betreft specifiek dat onderdeel van die schuine stoeprand, dat moeten we dan maar even zien in de praktijk van hoe dat uitpakt.
Maar goed, los van die stoeprand, ik weet niet of de heer De Feijter wel eens op een mooie weekenddag aan het winkelen is in onze stad, maar dan kan het best gebeuren dat je van je sokken gereden wordt. En dat is niet fijn, zeker niet als je een kwetsbare verkeersdeelnemer bent op de stoep, dus dat is niet meteen verholpen als we die fietspaden iets veranderen, vandaar dat we daar aandacht voor vragen. De voorzitter: U kunt verder met uw woordvoering. De heer Kuhlmann: Dank, voorzitter. Een ander punt wat toch wel zorgen heeft, is het risico dat er te veel en te gemakkelijk autoparkeerplaatsen verdwijnen in de binnenstad en in andere gebieden waar parkeerdruk nu al heel hoog is en bewoners met regelmaat veel moeite hebben om hun auto enigszins in de buurt van hun huis te parkeren. En laten we vooropzetten, dit is natuurlijk een fietsplan. Toch is het zo, als je weet dat er gebieden zijn waar de parkeerdruk heel hoog is, waar mensen staan te springen om plekjes erbij, waar we dat in het verleden ook wel gewoon heel pragmatisch hebben gedaan. In wijken als Stadspolders en Oudelandshoek, gewoon als er een plekje is in overleg met bewoners. Zou ik, als je dan toch aan de slag gaat met de weg en de gelegenheid doet zich voor dat je op dat punt wat kan betekenen, zou ik het heel fijn vinden als die kans dan wordt gepakt.
En wat dat betreft was ik wat teleurgesteld in de antwoorden op de technische vragen die we hebben gesteld, waar toch naar mijn smaak wat dogmatische instelling in zit, terwijl dit toch heel praktisch werk-met-werk, als er een kans is, pak die. Dus ook weer daar de oproep, ik hoop dat de wethouder kan toezeggen om daar iets praktischer mee om te gaan. Tot slot, een laatste zorgpunt, voorzitter, dat is de participatie. Dat is natuurlijk van belang en toch wij zitten er een beetje mee. Hoe gaan we nou om ... Er zit een risico in dat een straat maatregelen krijgt opgelegd waar de meerderheid van de bewoners in die straat niet op zit te wachten en zoals ik het lees in de antwoorden op de vragen die we hebben gesteld is het dan toch, de trein rijdt door.
19
We hebben ons best gedaan om naar u te luisteren, maar helaas. En dat is toch wat onbevredigend antwoord, waarbij ik hoop dat er iets meer ruimte is. Ik snap ook, als er één iemand is die zegt, ik wilde dit niet, je moet natuurlijk niet alles tegen kunnen houden en twee ook niet. Maar als een meerderheid van de mensen in de straat iets niet ziet zitten, dat vind ik eigenlijk veel zwaar wegen. Ik hoop dat daar straks nog eventjes antwoord op kan komen. En ik wil afsluiten dat het belangrijk is om te investeren in de bereikbaarheid voor alle weggebruikers, dus ook voor fietsers. Dank. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klerk heeft nog een interruptie. De heer Klerk: Ik heb allereerst de vraag, even terughakend op zojuist. Ik zie niet zo goed hoe de parkeerproblematiek die aangehaald werd, hoe die in een fietsuitvoeringsplan thuishoort. En daarnaast zou ik heel graag nog antwoorden willen op de vragen die ik heb gesteld, met name over hoe de Dordtse VVD het idee vindt dat fietsradialen met voorrang worden aangepakt. De VVD gaf aan blij te zijn met de vrijliggende fietspaden. Nou ja, dat is iets wat we deden dan, in ieder geval. En hoe de VVD aankijkt tegen het principe van self explaining roads. De voorzitter: De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Het zijn een aantal vragen, ik ga mijn best doen om ze allemaal netjes af te lopen.
De eerste vraag ging over, waarom in een fietsplan? Dat is heel simpel, dit zijn grote infrastructurele projecten. De hele straat gaat op de op de schop. Dan vind ik het logisch dat je als je op een makkelijke manier zonder heel veel extra moeite iets kan doen voor anderen, lijkt me dat heel logisch om die kans te pakken. Op dezelfde manier als je in zo'n project ook kan zorgen dat de stoep er wat netter bij ligt, lijkt me ook een goeie. Dat heb ik nu niet expliciet genoemd, maar dan bij deze. Dus dat daarover, gewoon een hele logische om kansen te benutten wanneer die zich voordoen. Voor wat betreft, helpt u me nog even De voorzitter: De heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel. De vraag die ik aan andere fracties ook heb gesteld is, in hoeverre u het eens bent, dat het bij de prioritering zo zou moeten zijn dat de fietsradialen ofwel de hoofd- en doorfietsroutes, met voorrang worden opgepakt, om die te vervolmaken om de kwaliteit van het fietsnetwerk ook echt te verbeteren. En hoe de Dordtse VVD aankijkt tegen het principe van zelf verklarende wegen. De heer Kuhlmann: Ja nou met zo’n fietsradiaal dat vind ik wel een technisch begrip, daar heb ik eerlijk gezegd niet zo heel veel mee. Maar wat ik wel een logische vind is, gegeven dat we een beperkt budget hebben, ik zou ook graag zien dat we geldbomen hadden en alles konden doen, maar goed, we moeten nu eenmaal keuzes maken.
Dan vind ik het niet zo gek dat je kiest voor die fietsroutes die het meest worden gebruikt. Dan hebben namelijk de meeste mensen er profijt van. En ik heb de indruk, sterker nog zo lees ik dat plan, dat dat ook de bedoeling is van dit plan. Als aanleiding heeft dat dat anders is, dan hoor ik het graag. Maar dat is de indruk die ik heb. Dus wat dat betreft denk ik, dat is een logische keuze. En voor wat betreft wegen die duidelijk zijn. We zijn voor duidelijk wegen. En mocht het nodig zijn, daar had u het ook over, om nog een
20
bordje neer te zetten, zijn we daar natuurlijk ook altijd voor. En kan ik me voorstellen dat daar misschien nog ruimte is in dat communicatie budget van bijna twee ton. De voorzitter: Oke dank u wel. Mijnheer Klerk, nog een kleine opmerking want er moeten nog meerdere partijen ook woordvoering plegen en anders komen we daar niet aan toe.
De heer Klerk: Ik kreeg een kleine vraag terug. Namelijk als er aanleiding is dat ik dat anders zou zien, dat ga ik nu aangeven. Dat is met name ook vanuit beeldvormende sessie door de Fietsersbond ook wel aangegeven dat zij die prioritering toch ook anders zien. En juist zouden willen zien dat die hoofd- en doorfietsroutes als eerste met prioriteit worden aangepakt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Damen, u wilde ook nog een vraag stellen? De heer Damen: Nee hoor, ik wilde graag ‘…’ De voorzitter: Oké, maar dan was de heer De Feijter u voor en dan na de heer De Feijter mag u. De heer De Feijter. De heer De Feijter: Hartelijk dank voorzitter. Het gaat niet om de bestemming, maar om de reis ernaartoe. En die kan voor fietsers in Dordrecht prettiger en veiliger. Daarom zijn we blij met het voorliggende uitvoeringsprogramma Fiets 2023-2026. Het is het vijfde uitvoeringsprogramma in deze reeks. En hoewel er mooie dingen zijn gebeurd voor fietsers de afgelopen jaren, laat het ook zien dat het nooit af is. Het blijft hard werken om fietsveiligheid en comfort te borgen en ook voldoende ruimte voor fietsparkeren te realiseren. Het nieuwe uitvoeringsprogramma Fiets is hier weer een goede stap in. Het is duidelijk dat de voorkeur voor de Stomp terugkomt in de plannen. Een belangrijk principe waarmee we inzetten op het beleven van de stad op een menselijke schaal.