2.4 2023.06.27 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
Voor wat betreft die pasjes en het afschaffen daarvan. Ik snap het enthousiasme delen we voor een deel, maar we zien ook wel wat bezwaren. Vandalisme of bedrijfsafval. Ik ben benieuwd zou de VSP het misschien een nog mooiere motie vinden als er ook even wat aandacht is voor die nadelen en hoe je daar wat tegen kunt doen. Dus als we die proef inrichten dat we ook oog hebben voor bijvoorbeeld met camera’s of met andere middelen. Hoe kijkt u daarnaar? De heer Stolk: Om camera's neer te zetten daar waar er dus vuil gestort wordt niet op de juiste manier daar kunnen we voor zijn. Maar dan kom je weer in het gebied wat ga je dan doen? Ga je dan beboeten de mensen die je tegenkomt. Ik ben nog steeds altijd van mening, de VSP, dat we eigenlijk zoveel mogelijk ruimte moeten geven dat mensen hun vuil kwijt kunnen. In welke vorm dan ook. We hebben dus betalen voor grof afval twee tientjes. Ik zit bij ons in het complex, het wordt netjes neergezet bij mij en zoek het maar uit. Dus wij moeten die twee tientjes betalen en dat zie je dus ook in de wijken. Wat dan eigenlijk wel goed is, dat is dus die maandelijkse ophalen in een wijk. Als je dan ziet wat er aan grofvuil gratis opgehaald wordt, dan denk ik daar moeten we in investeren. We moeten het dus de bewoners van Dordrecht makkelijker maken.
We zijn nog steeds mee bezig hoe kunnen we het meeste geld aan de bewoners verdienen of althans de kost te beperken. Daar ben ik dus niet voor we moeten zorgen dat ze echt op elk moment van de dag hun spullen kunnen afgeven. Jawel. Dat dus HVC in dit geval, dus zorgt dat ze echt een continue stroom hebben dat ze dat gaan ophalen. Vooral, dat is het laatste eigenlijk, als je dan ziet als het weekend is geweest je wil niet weten. De voorzitter: Zo'n hartstochtelijk pleidooi verleidt tot een vraag zo te zien. De heer Kuhlmann: Goed dat inderdaad dat u ook ogen hebt voor die … dat waar mensen die je moet het makkelijk maken, maar mensen die er echt een potje van maken dat we daar ook wel bepaalde perken aan stellen. Eens dat je het niet moeilijker moet
20
maken. Wat ons betreft ook wel goed zeg maar om ook wel enig oog te hebben voor de kosten omdat uiteindelijk we betalen dat ook allemaal vrijwel iedereen via de afvalstofheffing. Dus wat dat betreft is die balans waarbij je zeg maar oog hebt voor een heffing, waarbij je niet tweeduizend euro per jaar betaalt en zeg maar goede service en het mensen zo makkelijk mogelijk maken dat is van belang. Maar de heer Stolk noemde een aantal denk ik goede voorbeelden waar we het voor een groot deel met elkaar eens zijn. De heer Stolk: Voorzitter mag ik daar nog iets op zeggen. Het is natuurlijk zo dat het vuil is er en het wordt niet gemaakt laat ik het maar even zo zeggen. Het moet ergens kwijt. Dus wat we ook doen, links of rechtsom het moet weg. Ik denk dat er een balans moet komen in geld wat het gaat kosten en wat het vuil minder zichtbaar is op de straat. De voorzitter: De heer Van der Meer u wilt er iets aan toevoegen. De heer Van der Meer: Een vraag aan de heer Stolk. Hij zegt het vuil is er, maar in het kader van het streven naar een circulaire economie gaat het er ook juist om om de hoeveelheid vuil te reduceren. Dus de hoeveelheid afval te reduceren. Hoe is in zijn visie waarin er altijd ruimte is om het afval kwijt te raken wat is dan de Incentive om de hoeveelheid afval te reduceren? De heer Stolk: Voorzitter. Ik begrijp de vraag.
Het gaat eigenlijk om proberen de reductie te krijgen. Net zoals je zegt plastic moet een papieren zakje worden of wat dan ook. Daar zijn we natuurlijk wel voor. Want je kan veel meer artikelen zo gebruiken of meenemen als dat het is. Dus ik ben daar wel mee eens dat dat we daar wel op moeten investeren. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Stolk kunt u ook nog de mening van de VSP over groen in de stad geven? Of heb ik die gemist? De heer Stolk: Nee die heeft u echt gemist en ik heb hem nog niet beantwoord. Wij zijn natuurlijk ook voor groen in de stad. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even de heer Maroof of de heer Van Pelt wilt u … de heer Maroof zie ik in actie komen. Gaat uw gang. De heer Maroof: Dank u wel voorzitter. Laten we dan de vergeten stuk als eerste behandelen. We zijn voor vergoeding van de stad, dus bij deze. Maar over de recreatiedruk dan moet ik u wel teleurstellen voorzitter via u. Wij zijn voor recreatie en vandaar dat wij voor de onderzoek van de college zijn om mensen meer in natuur te krijgen. Dus daarom geen steun daarvoor. De moties van Beter voor Dordt M1 die dienen we mee. Alles werk op batterijen daar hebben wij ook meegetekend. De motie van PvdA over afvalstress daar hebben ook meegetekend. Ik wil wel zeggen er is natuurlijk al heel veel over gezegd. We zijn de afgelopen tijd heel vaak in wijken geweest, maar ook laatste zondag ook in Krispijn.
Dus ik wilde even meegeven mocht er een pilot komen dat in Krispijn echt een juiste wijk is om echt te testen. Want daar gaat het echt van alle kanten op. Dan kunnen we echt van alles ook makkelijker testen vind ik. Want dan heb je niet veel ondernemers wat nu in het centrum gezegd wordt. Dus heel veel bewoners en
21
ik vind dat we dan zo’n pilot daar makkelijk plaats kunnen vinden. Voor de rest ben ik niks vergeten. Dank u wel. De voorzitter: Ik dacht dat ik er drie hoorde, maar ik zie niemand reageren. Helemaal goed. Ik zie niemand reageren. Mijnheer Van Pelt wilt u uw woordvoering doen?
De heer Van Pelt: Dank u wel. Ik zal ook beginnen dan met de vergroening van de stad. Daar zijn wij net als iedereen voor. Niemand kan daartegen zijn denk ik. Het is wel zo dat vergroening en stad in principe natuurlijk een contradictie is. Als je een stad hebt waar ook nog meer mensen komen wonen, betekent dat meer beton, meer steen, meer afval. Betekent minder plek voor groen, dat betekent dat je naar de gaatjes moet gaan zoeken. Daar staan wij op zich wel voor, want groen is fijn. Dus we zijn in principe zijn we daar voor. Als het over het amendement 2 gaat … De voorzitter: Even wachten hoor mijnheer Van Pelt er komt nog een vraag. De heer Groenewege: Het is misschien een wat flauwe vraag, maar is Forum voor Democratie bekend met het concept natuurinclusief bouwen? De heer Van Pelt: Ik vrees niet al te scherp nee. De heer Groenewege: Voorzitter dat is een prachtig concept waarmee je dus woningen voor mensen én woningen voor beestjes die in de natuur leven heel mooi kunt combineren. Waarmee je dus zelfs met het uitbreiden van het aantal inwoners van de stad, toch nog ervoor kan zorgen dat je plek houdt voor de natuur. Dus ik zou de heer Van Pelt aanraden om zich daar eens in te verdiepen. De heer Van Pelt: Ik vind dat gewoon ronduit aantrekkelijk klinken. Het amendement 2 daar geven wij geen steun aan. Er zijn al een aantal dingen genoemd die wij ook onderschrijven.
Wij vinden dat de natuur in de nabijheid van de stad vooral ook ten dienste moet staan aan de mensen, de inwoners van de stad. Daarnaast herkennen wij ons niet in het antagonistische, wat vijandige sfeer die hier gecreëerd wordt tussen mens en natuur. Wij denken dat de natuur niet zo kwetsbaar is en veel veerkrachtiger is. Omgekeerd dat wij als mensen ook niet zo invloedrijk zijn dat wij de natuur grootschalig zouden kunnen om zeep kunnen helpen. Wij geloven ook niet dat er een soort massale uitsterving van het leven op aarde is. Ondanks dat er heel veel over geroepen wordt, maar heel vaak in mijn beleving zonder cijfers. De stad is, dat steunen wij niet. Het punt van de het onderzoek nascheiding afval, daar zijn wij voor. Het behelst een onderzoek dit voorstel. Wij vinden dat daar goede argumenten voor gegeven zijn. Dus het lijkt ons goed om dat uit te voeren. De motie nummer 3 Alles werkt beter op batterijen dat denken wij niet. Dus daar zijn we dan tegen. Dat heeft ermee te maken dat wij in principe geen noodzaak zien voor de hele energietransitie an sich. Zelfs als we die wel zouden zien die noodzaak, dan denken wij dat de manier waarop we het nu vormgeven buitengewoon inefficiënt is. Wat er genoemd is die techniek staat volgens mij nog in de kinderschoenen. Het is halsoverkop in een avontuur stappen waarvan we de consequenties nog niet kunnen overzien.
Dus we moeten daar veel meer rust, veel meer tijd voor nemen. Ik denk ook dat het heel erg duur gaat worden batterijen. Koopt u maar
22
eens twee batterijen voor uw zaklamp. Als we dat grootschalig gaan doen, dan heb ik het vermoeden dat dat gewoon erg duur gaat worden. Wat ook weer betekent dat we dat geld weer niet aan andere dingen kunnen uitgeven. Dus het is niet het enige belang wat ons ter harte gaat denk ik. Dan tot slot de motie nummer 11 Van afvalstress naar afvalZen, zijn wij voor. Het voorstel is om dat in een experiment te gaan uitproberen en goede redenen worden daarvoor opgegeven. Wij vinden ook dat de schoonheid van de stad, dat er niet al te veel troep zichtbaar is omdat het heel erg afbreuk doet aan de woonbeleving, de veiligheid en het thuisgevoel van burgers. Dat dat voorop moet staan. Verder zijn wij niet heel erg gecharmeerd van allerlei vormen van dwang en drang via boetes die overal opgelegd worden om op die manier de burger te sturen. De voorzitter: Mijnheer Van Pelt u heeft een vraag van de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Het heeft even geduurd, maar hij moet even tot me doordringen. Het had te maken met die batterijen. U gaf namelijk aan dat batterijen niet op voorhand goed hoeven te zijn. U maakte de vergelijking met de batterijen van de zaklamp dat het volgens u, althans zo leek het, duurder zou zijn. Alleen nu lees ik juist in de motie om onderzoek te doen naar de kosten en welke subsidies kunnen worden aangesproken.
Als ik u dan hoor zeggen dat u het vermoeden heeft dat het duur is en juist de motie erover gaat om het te onderzoeken, welke kosten en welke subsidies daarvoor gehaald kunnen worden. Zou u dan juist niet een voorstander moeten zijn voor de motie om te zeggen dan zijn we wel benieuwd hoeveel dat dan gaat kosten en wat het rendement daar op te behalen is? De voorzitter: De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Nee want ik weet ook niet hoe dat precies zit met die kosten en dat is blijkbaar ook nog niet bekend. Wat wel een beetje onderstreept denk ik wat ik net zei. Dat we te veel en te snel en te veel halsoverkop ergens ons instorten. Maar los daarvan is ons belangrijkste argument, wat ik als eerste noemde, is dat wij ons dus niet kunnen vinden en ook niet de noodzaak zien van de energietransitie, de klimaattransitie. Daarmee vervalt voor ons ook het nut van elk onderzoek in deze richting. De voorzitter: Mijnheer van Pelt dat was volgens mij uw woordvoering. Helemaal mooi volgens mij is het heel erg duidelijk wat iedereens mening is. Ik hoor een paar vragen dus ik wil de wethouder het woord geven om een reactie te geven. Mevrouw De Jonge: Dank u wel voorzitter. Ik ga het even een beetje clusteren. Ik begin met het aangedragen onderwerp vergroenen van de stad.
Er werd namelijk geciteerd uit het politiek akkoord en er wordt gevraagd wat is de voortgang? Er is wel degelijk een voortgang op. Het onderzoek loopt al en stadsbreed is er gekeken naar de plekken waar er mogelijk te veel verstening zou kunnen zijn. Ik heb doorgekregen dat eind van dit jaar die kaart inzichtelijk zou moeten zijn. Dus dat is in ieder geval de planning die daar al op zit. Neemt ook niet weg ... De voorzitter: Mevrouw De Jonge er is een vraag van de heer Groenewege.
23
De heer Groenewege: Ik heb geleerd om eraan te hechten dat dingen als toezegging worden geformuleerd, dus kan de wethouder toezeggen dat deze kaart dit jaar nog naar de raad komt. Mevrouw De Jonge: Deze wethouder zal toezeggen dat er eind van dit jaar een kaart naar u toe komt. Maar in de tussentijd zijn wij wel al met veel dingen bezig. Wat we namelijk gedaan hebben is, op het moment dat er in wijken aan de slag wordt gegaan dat we werk voor werk maken. Tromptuin is zo'n voorbeeld. Dat was een hele revitalisering van de wijk. Daar is gelijk gewerkt aan steen eruit en veel meer groen en water klimaatadaptief erin. De Vogelbuurt noem ik ook altijd waar we juist met een buurtaanpak bezig zijn geweest met de inwoners. We hebben er ook gelijk een sociaal component aan toegevoegd. Om groen toe te voegen. U heeft gezien het Energieplein is opgenomen in het ontwikkelplan Wantij-West. Wat we ook steeds doen als er ergens groot onderhoud in een wijk is, dat we gelijk met klimaatadaptatie dat we dat combineren om gelijk te zeggen als er dan toch groot onderhoud is hoe breng je terug? Dat daar ook gelijk gekeken wordt kan er steen uit en kan er meer groen in. Dus in de tussentijd zijn we echt wel bezig geweest, maar het grote plan gaat naar u toe komen. Iemand zei het ook al Stadspark. Dat gebruiken we echt bewust ook in het kader van vergroenen van de stad.
Er zijn nu eenmaal delen in deze stad waar we niet zullen kunnen vergroenen vanwege de compactheid, vanwege de ondergrond. Noem maar een paar redenen waarom het niet kwam. Daar functioneert Stadspark echt als de groene long ook om te zeggen binnen een korte tijd moeten mensen ook in het groen kunnen gaan verblijven. Voor verkoeling, voor gewoon lekker bezig zijn of voor de sporten, wat je er ook maar wil doen. Dus die noem ik ook wel even nog in dit verhaal mee we kijken echt wel hoe we de stad kunnen vergroenen en ook wel goed logisch kunnen opbouwen met groene structuren. Het tweede ... De voorzitter: Mijnheer Van der Meer zegt u het eens. De heer Van der Meer: Ik had nog de vraag gesteld over de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn. Of een indicatie kan worden gegeven hoe toereikend die zijn of dat er op termijn meer geld nodig is om de ambities te realiseren. Mevrouw De Jonge: Heeft u gelijk in. Wat ik net vertelde de meekoppelkant werk met werk maken dat doen wij voor een deel uit die zeven ton. Wat wij op dit moment niet kunnen, dat is inderdaad omdat er geen budget is, we kunnen niet proactief in de wijken nu aan de slag door te zeggen we kunnen daar gaan vergroenen. Daar zullen we inderdaad meer budget voor nodig hebben. Dat heeft u collega Merx denk ik al meerdere malen ook horen zeggen.
Zowel voor een bomenprogramma als voor meer groen in de wijk dat zit nu gewoon niet in onze budgetten als we daarop willen intensiveren of proactiever op willen worden. Dan de Biesbosch. Ik merk een beetje dat er een andere uitleg wordt gegeven als waar wij als college een beleidswens voor hebben neergelegd. Er staat duidelijk we willen een florerend centrum en we willen een kwaliteitsimpuls aan de Biesbosch geven. Vorige week heb ik ook gezegd de Biesbosch is groot. De Biesbosch begint met de nieuwe Dordtse Biesbosch in de polder Merwelanden. Langzaamaan richting de rivieren wordt het steeds meer recreatie naar natuur. Met het opheffen van het Parkschap waar we al wisten dat er echt een impuls aan het centrum moest komen, is dat naar de achtergrond gegaan. De budgetten zijn geminimaliseerd.
24
Wat we echt als college willen is dat we dat Biesboschcentrum weer de kracht geven die het moet hebben om ervoor te zorgen, want zij doen ook het groot onderhoud en klein onderhoud ook trouwens in de Biesbosch, zij doen ook educatie. Ze doen ook een stukje recreatie met de kano's en de wandelpaden verzorgen en goed aangeven. We kunnen als college vragen geeft u het geld en dan doen we een beroep op de kadernota, op de budgetten. We hebben gemeend met het onderzoek inzicht te krijgen hoe 1. kun je dat gebied zo groot als het is, van de verschillende functies voorzien met de respect voor natuur, met respect voor recreatiemogelijkheden, met respect voor educatiemogelijkheden? Maar dat we wel proberen daar inkomsten uit te genereren zodat ik niet zo'n groot bedrag aan u moet gaan vragen. Want anders komt er echt vijf zes ton op u af. Dat is waarom wij dit onderzoek willen doen. We willen ook in kaart brengen wat wil je absoluut gewoon niet, heb ik vorige week ook gezegd. Dat is toch echt wel de oproep om niet met het amendement mee te gaan. Laten we dat nu goed in kaart brengen en er dan gezamenlijk de keuzes in maken hoe kijken we nu naar dat grote gebied? Het is ook om bezoekersmanagement vorm te geven. Het is niet het doel om meer recreanten te gaan trekken. We zijn blij met de hoeveelheid. Corona heeft laten zien dat we ook best nog wel wat toename konden hebben.
Maar samen met de Brabantse gemeente gaan we ook echt kijken hoe gaan we bezoekersmanagement goed organiseren in de hele Biesbosch en dan komt er ook weer de vraag wat doe je dan waar. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Ik ben wel benieuwd hoe realistisch de wethouder het vindt om per jaar een half miljoen euro extra te gaan verdienen in die hoek van het eiland, zonder dat er extra recreanten naartoe gaan. Mevrouw De Jonge: Dat is dus inderdaad ook de opdracht in het onderzoek dat wij willen gaan laten onderzoeken waar zit nu mogelijkheden om inkomsten te genereren? We hebben ooit wel eens gezegd hoe kun je kijken naar de activiteiten die er zijn. Is alles gratis? Kun je er een vergoeding voor vragen? Dat zijn de vragen die we juist beantwoord willen krijgen met dit onderzoek. Zit er nog potentie als je kijkt naar het centrum wat ze nu doen. Wat voor mogelijkheden zitten daarin. Als je zegt het wordt weer gewoon een sterk centrum wat in onze regio gewoon goed bekend staat als de uitvalsbasis. Dat is wat we willen onderzoeken. Kijk als zeg maar het één ton uitkomt dan ga ik met u het gesprek aan. Wat wilt u dan? Ik kan maar één ton aan extra inkomsten. Wat is dan uw verwachting bij dat Biesboschcentrum en bij het hele gebied de Biesbosch. Dan gaan we met elkaar het gesprek aan. Volgens mij is het ook de juiste volgorde om het gesprek met elkaar te hebben.
De batterijen energie daar heb ik vorige week inderdaad op gereageerd dat wij dit willen meenemen in de Visie Opslag die wij willen ontwikkelen. U zei, goed horen zeggen, u gaat uw tijdslijn aanpassen in de motie dan past hij erin. Aan het eind van deze week krijgt u ook inzicht in de processenplanning zoals in de motie was gevraagd. Bij de energietransitie dan zult u ook de Visie Opslag in zien staan. Die nemen we daarin mee. Dan heb ik nog een cluster afval.
25
Er zijn heel veel meningen en ideeën bij afval. Waar ik u graag op wil wijzen is drie jaar geleden is er door deze raad een nieuw afval een grondstofbeleidsplan aangenomen. Dat was gebaseerd op diverse onderzoeken, op diverse pilots en ook gesprekken met verschillende experts. Ik hoor eigenlijk een klein beetje een herhaling van zetten laten we dat weer doen. Wat ik aan u wil vragen is we gaan de laatste actie nemen van de eerste fase van dit grondstoffenbeleid. Dat is dat we de uitrol gaan doen van bronscheiding bij de hoogbouw. Gelijk voor de heer Hartmeijer, dat was al besloten dus dat voeren we uit. Eigenlijk zou ik u willen vragen kunt u dat eerst afwachten om te kijken wat nu als we het hele palet aan maatregelen wat we stap voor stap hebben uitgerold. Als dat werkt en dat heeft een enige tijd gewerkt, dat we dan kijken met elkaar wat is dan de stand van zaken met betrekking tot de scheidingspercentages, de restafvalkilo's hoe zich dat ontwikkelt. Voordat we het plan wat we met elkaar hebben vastgesteld alweer willen gaan wijzigen. De heer Wringer: Voorzitter? De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Dank u wel voorzitter. 214 kilo restafval per persoon in Dordrecht we zitten aan de top. De Rijksoverheid wil dat we naar dertig kilo of minder gaan. Dat gaan we toch nooit redden met bronscheiding bent u dat met mij eens? Mevrouw De Jonge: Voorzitter een nuance.
Ons huishoudelijk afval bestaat uit fijn afval en grof afval. Met fijn afval zitten we nog maar op 174 kilo. In de benchmark van stedelijke compacte gebieden doen wij het heel goed als Dordrecht. Vorige week ook gezegd we worden als voorbeeld gezien hoe krijgen jullie het voor elkaar in zo'n compacte stad? Betekent dus ook dat we nog heel veel grof afval hebben. Grof afval moeten we een andere aanpak voor verzinnen. Ben ik mee bezig, is mijn collega Merx ook mee bezig. Want dat is ook een groot deel van de bijplaatsingen, naastplaatsing, noem het maar op. Dus dat wil ik wel nuanceren dat wij echt we zijn meer dan vijftig kilo al naar beneden gegaan in die paar jaar. We doen het dus vergeleken met benchmarks van vergelijkbare steden doen wij het wel heel goed. De voorzitter: Wethouder er komen ook een vraag van de heer Damen en een vraag van de heer Tutupoly. De heer Damen: Voorzitter. De wethouder vraagt of wij de uitrol van het beleidsplan willen afwachten. Maar gezien de enorme hoeveelheid bijplaatsingen zoals dat formeel mooi heet, maar het is gewoon hier en daar een grote bende, is de vraag of we zo lang kunnen wachten. Ik vind dat de vervuiling van de stad behoorlijk urgent wordt. De voorzitter: Zullen we ook eerste de vraag van de heer Tutupoly inventariseren? De heer Tutupoly: Dank u wel voorzitter.
U geeft aan dat er een aantal jaren geleden dat we experts gesproken hebben. Daar zijn geen mensen bij geweest van de afvalinzamelaars van Rotterdam, die daar juist wel voor nascheiding hebben gekozen. Dus dat verhaal hebben we eigenlijk niet gehoord.
26
Het is eigenlijk alleen beperkt geweest met name tot de HVC. Daarnaast vroeg ik me af, u zei dat we een stuk terug zijn gegaan. Alleen juist ten aanzien van die hoogbouw die we in Dordrecht ook veel hebben, daar komt sowieso alles nog op één hoop wat dus niet gescheiden gaat worden. Hoe denkt u daar mee om te gaan? Want volgens mij kan het aardig helpen als je dan toch op nascheiding ... De voorzitter: Ik zie nu meerdere vragen binnenkomen. Ik denk dat het handiger is als de wethouder eerst haar betoog afmaakt. Maar ik kijk even de wethouder aan wat zij voorstelt. Mevrouw de Jonge: Is goed. De voorzitter: Dan komt u daarna … Mevrouw De Jonge: Komen we zo even op terug. Betoog afmaken over afval nascheiding. Er zijn vragen over. Ik heb ook aangegeven dat is in Dordrecht met de proeven die wij gedaan hebben, is gebleken dat bronscheiding in Dordrecht meer opleverde, zowel financieel als qua kilo’s restafval en andere grondstoffen gescheiden. Het idee om te zeggen laten we nog een keer een expertsessie, dat kan natuurlijk altijd. Ik wil wel nuanceren de experts waren toen niet alleen van HVC. We hebben landelijke experts gehad, onafhankelijk bureaus. Nee we hebben Rotterdam toen niet gevraagd want die waren zij nog niet zover. Maar we weten ook van Rotterdam dat zij nascheiding doen omdat zij gewoon de bronscheiding niet kwijt kunnen in hun stad qua aantal bakken.
Dus het is bij hun misschien niet eens een afweging geweest vanuit beleid, maar meer vanuit de praktische kant hoe kunnen wij überhaupt het afval ophalen? Maar goed dat kunnen ze zelf komen vertellen. De voorzitter: Een verdiepende vraag. De heer Tutupoly: Voorzitter een verdiepende vraag. Want u noemt nu alleen Rotterdam. Barendrecht heeft die overstap ook gemaakt van bronscheiding naar uiteindelijk nascheiding. Dus daar zijn zullen andere ervaringen zijn want dat is niet zo krap natuurlijk als in Rotterdam qua oppervlakte. Dus hoe kijkt u daar dan tegenaan? Mevrouw De Jonge: Het is zeker niet zo krap als Rotterdam dat kan ik bevestigen. Ik heb indertijd ook dit nauwkeurig gevolgd. De keuze die daar gemaakt is, is puur op euro’s geweest. Op euro's, op de kosten. De scheidingspercentages gingen daar omlaag. In de zin nog minder plastic wat er uiteindelijk bij de nascheiding uitkwam. Dus zij hebben daar hun doelstelling op het gebied van de VANG, circulariteit, hebben zij hiermee niet verbeterd. Maar zo gaan we heel veel systemen met elkaar kunnen vergelijken en je kunt gemeenten met elkaar vergelijken, maar dan moet je ook wel alle context meenemen. Ik heb vorige week ook gezegd Nijmegen ook een mooie compacte stad voor DifTar daarin. Kilo's restafval gaan verder naar beneden, scheidingspercentages gaan omhoog en daardoor gaan ook hun tarieven omlaag.
Waar wilt u mee vergelijken? Dat is wel de discussie in dit hele afval hoofdstuk. Het is gewoon heel lastig. De voorzitter: Ik ga hem nog heel even toestaan maar volgens mij pleit dit alleen maar voor de beeldbepalende sessie die de heer Kuhlmann voorstelde. Want die zitten we nu te doen. Korte vraag.
27
De heer Tutupoly: Vraag naar aanleiding wat de wethouder zei. U zei we hebben proeven gedaan en daaruit is gebleken dat bronscheiding voor ons de beste manier is. Maar hoe hebben wij die proeven dan gedaan? Waar hebben we dan mee vergeleken want wij hebben geen mogelijkheden toch hier tot nascheiding? Want die machines hebben we niet. Mevrouw De Jonge: Dan gaan we echt weer terug in de tijd van drie vier jaar geleden. Toen hebben we in Dordrecht verschillende systemen naast elkaar gehad om te kijken wat het deed. Op basis van de proeven in verschillende wijken, verschillende inzamelsystematieken, verleden erbij gehaald wat deed het dan. Op basis daarvan is toen de conclusie gekomen voor Dordrecht is het het beste om bronscheiding te gaan doen. Dus dat hebben we toen echt wel op een gedegen manier gedaan samen met de inwoners, samen met uw raad. Elke keer stapsgewijs, hoe zou in Dordrecht nu het afvaluitdaging zal ik het maar noemen? Hoe kunnen we dat eens goed met elkaar aanpakken? Dus daar verwijs ik graag wel naar en als je ziet wat we daar toen hebben gedaan. Maar nogmaals als een beeldvormende sessie u gaat helpen om wat meer informatie te krijgen, beeldvorming, verschillende invalshoeken te horen, ja natuurlijk. HVC zal daar zeker toebereid. Zij kunnen meer dan vijftig gemeenten aan u laten zien. Wat ze daar aan verschillende inzamelingen doen en wat de effecten zijn.
En halen we er een onafhankelijk expert bij. Want wat ik wel belangrijk vind is als je het over nascheiding hebt. Kijk alstublieft dan ook naar alle effecten als je het wil gaan doen. Kijk naar de effecten op je restafval, kijk ook naar de scheiding. We horen veel verhalen. U zegt het hier zelf ook, wie gaat er dan gebruik van maken? Ondernemers. Je kent de verhalen van de buurgemeenten die liever nog een met hun zak verder rijden omdat het ergens anders op een andere manier kan. Dat is ook gelijk even de stap naar de pasjes. De motie roept op om gemeentebreed te stoppen met het pasjessysteem. Dat ontraden wij echt, want dat is een rigoureuze stap waarmee je de effecten echt niet kan overzien. Ook hiervan is aangetoond op voorhand met de pasjes dat het echt wel leidde tot minder bijplaatsingen, tot minder restafval. Wij zijn echt niet doof als college voor alle vragen en opmerkingen de mails die wij ook krijgen van inwoners. Dat het op sommige plekken echt gewoon niet goed gaat. Daar zitten we samen met collega Merx van het programma Schoon zitten we daarboven op. Het gaat om ongeveer zeventig tot tachtig procent van de plekken waar we te maken hebben met bijplaatsingen, ongewenste bijplaatsingen. Daarbinnen nog enkele hotspots waarvan we ook echt weten. Daar zitten we ook naar te kijken wat zouden we daaraan kunnen doen? Een camera, kunnen we eens kijken.
Inmiddels hebben we gesprekken met de wijkconciërges die daar rondlopen en die geven ons ook heel veel inzicht. Het heeft ook echt met mensen te maken. We zullen met de mensen aan de slag moeten. We moeten gaan begrijpen waarom zij met een zak naar beneden lopen en hem gewoon neerzetten. Dat was wel een inzicht van de week. De conciërge die zei ook maakt niet uit of ze een pasje hadden. Die mensen zijn ergens gewoon niet in staat om wat wij vragen goed kunnen uitvoeren. Daar moeten we eigenlijk mee gaan helpen. Daar zouden wij heel graag nog de kans toe krijgen samen met programma Schoon. Ook met onze inzamelaar om ons verder te gaan verdiepen in die plekken waar het nu echt niet goed gaat. Om daar te kijken wat zouden we aan maatregelen, aan actie kunnen doen om ervoor te zorgen dat we dat samen in zo'n wijk kunnen oppakken. Om te kijken
28
wat is de trigger die we kunnen aanzetten dat we die bijplaatsingen, die vervuiling tegengaan. Want daar zijn we het denk ik met zijn allen over eens, dat willen we niet. De voorzitter: Heel even want de heer Stolk had ook … De heer Stolk: Ik wilde de wethouder vragen is het niet mogelijk om een kleine wijk of een wijk toch te proberen zonder pasjes wat de gevolgen daar dan van zijn? Mevrouw De Jonge: Voorzitter ik wil deze graag inderdaad meenemen met mijn collega Merx van Schoon. Dat we kijken die plek waar we echt weten wat is daar aan de hand? Daar willen we ook echt achter komen. Dat kunnen we een keer proberen, daar zijn we echt niet tegen. Maar ik probeer even de illusie weg te halen dat het een oplossing is voor wat we tegenkomen. Ook de oproep, de motie roept op gemeentebreed stoppen met de pasjes. Daarvan zeggen we echt doe dat alstublieft niet. De voorzitter: Duidelijk. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank voorzitter. Ik had wel iets eerder mijn vinger opgestoken toen ik de wethouder vrij lovend hoorde spreken over het afvalsysteem zoals dat er nu is. Vooral ook met kilo minder restafval. Ik denk dat dat samenhangt met een keerzijde. Namelijk hoe het zit met zwerfafval en afvaldumping. Ik ben blij dat ze daar zojuist zelf ook al één en ander over gezegd heeft. De voorzitter: Ik hoor geen vraag, dus we gaan door. Heel goed even voor de duidelijkheid.
De heer Damen en daarna de heer Van den Berg. De heer Damen: Vraag aan de wethouder is wanneer we dan een verhaal tegemoet kunnen zien over hoe de aanpak van het bijplaatsen hoe dat verder gaat plaatsvinden. De voorzitter: Dat was uw eerdere vraag. Mevrouw De Jonge: Daar kom ik graag even op terug want dat wil ik even goed afstemmen met mijn collega die over Schoon gaat en ... De heer Van der Meer: ‘…’ (buiten de microfoon). Mevrouw De Jonge: Dat ga ik proberen voor u. De voorzitter: Ze vallen allemaal uit die wethouders. Je weet maar nooit. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank voorzitter. Als het gaat over de pasjes een vraag aan de wethouder. Zou het dan wel mogelijk zijn dat bijvoorbeeld de afvalambassadeurs een pasje krijgen om hun gevonden afval in de wijk te deponeren in de bakken? Mevrouw De Jonge: Voorzitter dit zijn echt de ideeëngesprekken waar we ook over spreken, waar wij echt voor open staan. Want dit is wat wij willen als er mensen zijn die vrijwillig zeggen wij helpen de buurt schoon te houden. Nu mag het al met eigen pasje natuurlijk, maar stel dat we doorgaan naar DifTar dan moeten we sowieso daar iets voor doen. Maar die hebben we zeker op het vizier.
29
De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer u heeft ook nog een vraag. De heer Hartmeijer: Dank. Ik zat even te twijfelen ik dacht dat we eerst het hele betoog van de wethouder zouden doen en dan pas vragen. De voorzitter: Als ik naar haar aantekeningen kijk is ze er doorheen vandaar. Volgens mij bent u klaar? Dat was over het restafval wegbrengen naar het afvalbrengstation. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Toch nog eventjes over de pasjes. Ik hoor de wethouder doe dat alstublieft niet, houdt dat in stand. Maar waar zit dan het euvel? Is dat puur op de volumes van de bakken en de frequentie van het ophalen? Zit daar het euvel? Want ik kan me voorstellen als iedereen gewoon zijn afval in die bakken kan doen dan hoef je niet bij te plaatsen. Zit daar dan het euvel? Mevrouw De Jonge: Voorzitter. Dit is de vraag die ons ook bezighoudt. Want wat wij nu op kleine schaal hebben gedaan hoe zo'n hotspot zoals dat heet, wat weten wij uit de gegevens vanuit mijn plan zeg ik dan altijd maar. De bakken waren niet vol. We hebben navraag gedaan. De pasjes werkten op dat moment. Er was geen storing, we weten ook van die wijk ja er is een percentage die geen pasje heeft. Oké daar moeten we echt wat aan gaan doen hoe komt het dat ze geen pasje hebben? Dat maakt het voor ons ook zo complex.
We proberen een relatie te leggen inderdaad wanneer plaatst iemand gewoon naast de bak? De trigger zit hem, in ieder geval in die kleine steekproef die we nu hebben gedaan, dat blijkt dus niet in de bak te zitten, niet in de ophaalfrequentie. Dus we zoeken echt ook naar waar kunnen wij gaan beginnen om te helpen dat het in de bak gaat en niet ernaast. De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Een aanvullende vraag. Zou het dan misschien toch aan de pasjes kunnen liggen? Want als je het even hebt over omringende wijken die daar niet mee te maken hebben. Die hebben dus ook geen pas, maar die hebben bijvoorbeeld volle containers staan zodat er uiteindelijk afvaltoerisme plaatsvindt. We hebben dat eigenlijk toen gezien destijds bij de Karel Lotsyweg, daar was natuurlijk altijd dat daar iets naast gedumpt werd. Terwijl daar toch met pasjes gewerkt werd, maar er werd gezegd altijd dat het van omringende wijken was die daar hun afval dumpten. De voorzitter: Weet u het goede antwoord? Mevrouw De Jonge: Nee nogmaals dit vraag veel meer uitzoekwerk. Tot op heden is niet gebleken dat pasjes de trigger zijn om bij te plaatsen. We hebben in het verleden juist gezien dat de pasjes daartoe leiden dat er minder werd bijgeplaatst. Maar ook dat voor geldt welke oorzakelijke verbanden kunnen we leggen.
Maar het pasjessysteem, de invoering daarvan heeft niet echt geleid tot heel veel bijplaatsingen. We weten wel dat men steeds weer moeten uitleggen, zeker als we het hebben over wijken waar snelle doorstroming is van mensen, nieuwe bewoners komen. Ik heb het zelf, ik heb het echt ook letterlijk gezegd, toen ik hier kwam wonen. Ik heb geen enkele folder of wat dan ook gehad van hoe haalt Dordrecht vuil op. Ik wist het niet. Natuurlijk wist ik het wel omdat ik zelf ik kan hier het gemeentehuis in lopen. Ik ben slim genoeg om naar HVC.nl te
30
gaan. Maar ik kan me voorstellen als je hier komt wonen en je hebt nog van alle andere dingen aan je hoofd, dat niet het eerste is ik gaan eens uitzoeken. Daar hangen vuilniszak aan een paal, dat mag blijkbaar hier. Dus we hebben ook nog wel wat te doen hoor. Daar willen we ook echt vol op inzetten om daar veel meer aan de voorkant met communicatie preventief te werk te gaan. Helemaal mee eens, moeten we echt ook nog wat aan doen. Maar de oorzakelijk verband van het pasjessysteem die kunnen wij echt niet boven tafel krijgen, dat dat de reden is. De voorzitter: Wethouder kunt u ook nog de heer Tutupoly antwoord geven op de restafval en dan heeft de heer Wringer nog een vraag. Mevrouw De Jonge: Daar heeft u gelijk … nee even kijken hoor. Restafval naar het afvalstation. Het is een bewuste keus dat we dat niet doen omdat dat, sorry toch weer euro's, dit is echt kostenverhogend. Want dan moeten we én restafval op het afvalstation blijven faciliteren voor een grote hoeveelheid en we willen juist dat het in de wijk wordt ingezameld en dat het daar wordt opgehaald. U stelde ook de vraag het kan natuurlijk zijn dat hij vol is. Maar als het goed is, zou elk pasje ook op een volgende moeten werken.
Dus mensen kunnen naar de volgende lopen … De heer Tutupoly: Sorry ik bedoel als de container zoals je die bijvoorbeeld die voor je huis hebt staan, dus niet een container met een pas, maar je eigen container. Stel je voor je vergeet hem om buiten te zetten, dan wordt hij dus niet geleegd. Dan kan je dus drie weken wachten voordat hij geleegd wordt. Maar je vuil moet wel ergens heen en dan heb je dus niet de mogelijkheid om het weg te brengen. Dus de enige mogelijkheid die je hebt, is hem in een andere wijk bijvoorbeeld neer te zetten naast de container. Mevrouw De Jonge: Ik had u vraag begrepen van de ondergrondse, maar u bedoelt de minicontainers als ze die voor restafval hebben. Die zouden in principe natuurlijk altijd opgehaald moeten worden en als dat niet gebeurt, is mij verzekerd als er een melding komt dat ze hem alsnog komen legen. Tenzij er een sticker op zit dat er verkeerde spullen in zitten. Maar daar ga ik even niet vanuit. Stel dat ze hem echt vergeten zijn, dan moet er echt gewoon een melding komen en de inzamelaar belooft dat hij hem dan echt binnen korte tijd ophaalt. Dus dat zou eigenlijk niet mogen gebeuren. Dus als u dat wel heeft gezien, geef aan, meldt het gelijk bij de inzamelaar. Want daar hebben we de afspraak mee dat ze dan nog een rondje rijden om het alsnog goed op te halen. De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Dank voorzitter.
Ik proef hier toch een beetje dat voor de motie over onafhankelijke onderzoek naar nascheiding dat extern er geen meerderheid is. Maar we hebben natuurlijk een voorstel gehad van de heer Kuhlmann om eventueel een beeldvormende technische sessie te organiseren. Moet dat nog even overleggen met mijn collega van DENK als die dat ook goed vindt. Als we de motie aanpassen naar een technisch beeldvormende met externe onafhankelijke deskundigen, kunt u hem dan omarmen? De voorzitter: Moet even verwerkt worden.
31
Mevrouw De Jonge: Voorzitter sowieso als u zegt dat willen wij graag dan organiseren we dat, heb ik geen motie voor nodig. Dat is een beetje flauw hoor dat begrijp ik ook wel. Als u zegt ik pas de motie aan dan kan ik hem omarmen. Maar gezien de discussie hier, als u bij de griffie aangeeft we willen graag een beeldvormende sessie dan gaan mijn medewerkers en ik daar gewoon voor zorgen. De voorzitter: Dan is eigenlijk de heer Wringer de vraag wilt u de motie nog indienen met deze toezegging of niet? De heer Wringer: Met deze toezegging van de wethouder zullen we deze motie intrekken. De voorzitter: Duidelijk. De heer Tutupoly: Voorzitter? De heer Wringer: Als de heer van DENK het er ook mee eens is. De voorzitter: Even overleggen. ‘…’ (buiten de microfoon). Ik loop met een microfoon uit te praten. Heel even. U laat denk ik de komende dagen even aan de griffie weten wat u beiden besluit als de indieners. De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Dan wilde ik even nog voorstellen als dan een sessie gehouden wordt, of daar dan ook een andere inzamelaar dan bijkomt buiten de HVC. Om de redenen eigenlijk al die eerder genoemd zijn gezien de betrokkenheid bij HVC. De voorzitter: Heel even wachten. Want de griffie wil graag even een samenvattend iets. Volgens mij is nu de afspraak de beide indieners van de motie kijken nog dat ze hem aanpassen naar een beeldvormende technische sessie.
Nee, want dan wordt hij ingetrokken. De heer Wringer: Precies. Dus wij hebben hem ingetrokken. Als de griffie een technische beeldvormende sessie organiseert met onafhankelijke externe partijen voor- en nadelen van nascheiding. Dan kunnen we daar altijd weer mee verder gaan. De voorzitter: Dat is, omdat u nog wilde besluiten. Dus dat is een mooi besluit. De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dit lijkt mij gewoon een agenderingsverzoek. Zou dat niet gewoon volgens de normale agenderingsverzoekenroute moeten lopen dan? De voorzitter: Het mag ook een commissiebesluit zijn. Als wij dit nu als commissie besluiten en dan kijk ik even rond of iemand daar op tegen is. Dan is het nu een commissiebesluit dat we een beeldvormende technische sessie met externe onafhankelijken hebben. Hoe noem je dat? Gastinsprekers dit doen. Dan vervalt de motie en hebben we nu een commissiebesluit. Kijk hebben we toch nog iets nuttigs gedaan. Sorry. Ik ga eens even kijken. We hebben nog tien minuten en ik kijk nog even rond. De wethouder is klaar met haar reactie. Zijn er nog vragen of betogen? De heer Stolk.
32
De heer Stolk: Ik zit nog steeds met de gedachte er wordt veel gepraat over we gaan het onderzoeken of we zijn ermee bezig. Dan loop ik al drie vier jaar in de wijk Krispijn en alles. Het is eigenlijk in die periode niet verbeterd. Het lijkt wel of het echt verslechterd is. De vraag is eigenlijk wanneer denken jullie uitgedacht te zijn en tot daden overgaan? De voorzitter: Wethouder. Mevrouw De Jonge: Deze neem ik even mee met de vraag over met aanpak Schoon kunnen jullie iets zeggen over de plannen, de deadlines. Die neem ik even mee terug. De voorzitter: De heer Hartmeijer heeft ook nog een vraag. De heer Hartmeijer: Nog eventjes over de Biesbosch even nog scherp. Want ik hoorde wel de reactie van de wethouder het gaat vooral om het centrum dat op peil te houden zeg maar wat zij nu doen aan activiteiten. Het gaat dus duidelijk niet om allerlei extra zaken die je daar wil organiseren, zoals weet ik veel festivals of bruiloften. Het gaat echt puur om wat zij eigenlijk nu al doen dat op een andere manier, of dat te herzien eigenlijk. Begrijp ik hem zo goed? Mevrouw De Jonge: Voorzitter. Kijk ons doel is dat we daar gewoon een modern centrum hebben wat aansluit bij de behoeften van de bezoekers die er nu komen. We merken dat we dat onvoldoende kunnen, omdat we te weinig capaciteit hebben en ook te weinig mogelijkheden om wat we nu doen te vernieuwen.
Daar hoort wel de bredere vraag bij en dat proberen we ook aan te sluiten met de visie op het buitengebied. Hoe ga je nu ervoor zorgen dat het zich ook evenwichtig verdeeld over het buitengebied dat we hebben en welke rol speelt dan de Biesbosch in zijn grote omvang. Dus niet alleen natuurgebied, ook de andere gebieden. Hoe ziet dat er dan in totaal uit als mogelijkheden voor de verschillende functies. De voorzitter: Wethouder de heer Groenewege heeft nog een vraag. De heer Groenewege: Ik vind dat de wethouder zeer algemene termen gebruikt. Mogelijkheden voor de verschillende functies. In de kadernota staat volgens mij gewoon concreet meer wandelen, fietspaden en meer steigers. Kan de wethouder dat bevestigen? Is vraag één. Vraag twee gaat het college ook kijken naar gebieden waar nu nog geen wandelpaden, fietspaden en steigers zijn? Waar die nu nog gereserveerd zijn voor dier en natuur. De voorzitter: Wethouder. Mevrouw De Jonge: Voorzitter er staat letterlijk dat we kijken hoe we mogelijkheden kunnen verbeteren. En verbeteren betekent niet meer, betekent ook een kwaliteitsslag, betekent ook aansluiten bij een behoefte die er is bij gebruikers van het gebied. Dus er staat niet meer.
Daar gaat duidelijk in worden het onderzoek hebben we nodig om in kaart te brengen wat betekent verbeteren? Wat kunnen we met de huidige infrastructuren? Mocht daar uitkomen dat er staat, het kan alleen maar als je gaat uitbreiden. Dan hebben wij een gesprek met elkaar. Waar kijken wij naar? Ik wil gewoon heel duidelijk hebben balancerende Biesbosch is Dordrecht en twee Brabantse gemeenten. Ik wil eenzelfde soort visie op het Dordtse deel. Hoe kun je ons Dordtse deel
33
nu op gaan delen in zoneringen daar ga je niet komen. Daar kun je extensief doorheen wandelen. Daar mag het wel een beetje meer als de Merwelanden. Daar wil ik graag naartoe gaan werken, zodat we eenduidig kunnen zeggen zo organiseren wij dat in Dordrecht. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter de wethouder geeft een proces beantwoording, maar ik vroeg ook naar een visie. Gaat de wethouder kijken, staat het college ervoor open om wandelpaden, fietspaden en andere recreatievoorzieningen te realiseren in de Biesbosch op plekken die nu gereserveerd zijn voor dier en natuur. Waar je als recreant niet komt. Dat is toch een hele concrete vraag? Daar kan de wethouder toch gewoon antwoord op geven? Mevrouw De Jonge: Voorzitter ik herhaal mijn antwoord. Dit gaan we in het onderzoek meenemen waarbij we respecteren wat de huidige status is van de natuur die er is. Natura2000 heeft een duidelijke scheiding. Staatsbosbeheer heeft een duidelijke zonering aangegeven voor bepaalde natuurgebieden. Dat is input voor het onderzoek om binnen de kaders die er nu zijn te kijken hoe ziet een gebied er uit? Daar willen we aan gaan werken. Dan kom ik met u antwoord op uw vraag hoe ziet dat er dan uit in de verschillende onderdelen van de grote Biesbosch? De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of dat wij nog meer dingen te bespreken hebben.
Volgens mij is het allemaal duidelijk. Hebben we een goed debat gehad. Zijn we klaar voor de raad volgende week. Volgens mij geen andere samenvatting. Dank u wel. We hebben nog een kwartiertje pauze.
2. Vaststellen Kadernota 2024 – Raadsvoorstel Bouwend & Bereikbaar Dordrecht Voorzitter: de heer Van der Net Raadsgriffier: mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Feijter (CU/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Den Heijer (VVD) Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Simon-van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen)
34
Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op ons Eiland) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden De voorzitter: Dames en heren ik start één minuut eerder dan gepland staat. Dus dan ga ik voortvarend in ieder geval te werk. Ik kreeg net ook al eventjes de vraag van de heer Safranti mag iedereen het woord voeren? Wij hebben afgesproken dat we met deze vergaderingen wat flexibel zijn. Om de doodeenvoudige reden dat bij fracties, grotere fracties, iedereen zijn eigen onderwerp kan behandelen qua motie. Dat was de reden en dat wordt dus op dit moment toegestaan mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel voorzitter. Alleen ik heb net ook een kamer gehad waar drie mensen spraken. Dat vond ik een beetje te veel en overdreven. De voorzitter: Goed waarvan acte dan mijnheer Safranti. In ieder geval welkom dan bij deze commissie met betrekking tot de kadernota. Dan hebben we het over Bouwend & Bereikbaar Dordrecht. Zoals gebruikelijk gaan wij eventjes snel even de namen langs zodat iedereen inderdaad eventjes dat kan zeggen. Ik zie aan mijn rechterhand dat er al een knopje gaat naar de microfoon dus ik begin rechts. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen commissiegriffier. De heer Safranti: Mehmet Safranti DENK Dordrecht. De heer De Feijter: Bart De Feijter ChristenUnie-SGP. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer SP.
De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly Op ons Eiland. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer Beter voor Dordt. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Claudia Simon-Van Waardhuizen Fractie van Waardhuizen. De heer Stolk: VSP Leo Stolk. De heer Klerk: Albert Klerk CDA. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff CDA. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt Forum voor Democratie. De heer Groenewege: Pieter Groenewege Partij voor de Dieren. De heer Den Heijer: Rolin den Heijer Dordtse VVD.
35
De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp Gewoon Dordt. De heer Uysal: Abdullah Uysal GroenLinks Dordrecht. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer GroenLinks. De heer Damen: Leo Damen Partij van de Arbeid. De heer Van der Linden: Rik van der Linden wethouder. De voorzitter: Mijn naam is John van der Net en ik ben gedurende dit, hoe lang zijn we bezig, een uur, eventjes uw voorzitter. Voordat wij gaan beginnen, er is een conceptmotie aangekondigd nog door de ChristenUnie. Ik wilde gewoon eerst eventjes de ChristenUnie, de heer De Feijter eventjes de kans geven om eventjes weer te geven wat die motie inhoudt. Mocht daar iemand al direct op willen reageren, dan mag dat natuurlijk. U heeft het woord. De heer De Feijter: Dank u wel voorzitter. Voorzitter het valt ons op dat veel van de plannen en investeringen, waaronder jeugd, toerisme, woningbouw, onderwijs, mobiliteit uit de kadernota 2024 gekoppeld zijn aan de groeiambitie van de stad. Dat is ook logisch. Willen we als stad de huidige en toekomstige voorzieningen in stand houden, dan zullen we moeten groeien naar 140.000 inwoners in 2030. Daarom is het belangrijk om het bereiken van deze doelen goed te monitoren. Halen we die 140.000 inwoners en bouwen we genoeg huizen.
Dit is niet alleen belangrijke informatie voor het college die zij met RIBs zo nu en dan deelt met de raad, maar ook om transparant te zijn als overheid en deze informatie dus kenbaar te maken aan burgers. U kent ons we brengen graag politiek en inwoners dichter bij elkaar. Hierom denken wij erover na om een motie in te dienen die het college oproept en online overzicht te realiseren waar zowel burgers als de gemeenteraad de actuele uitvoering van de Dordtse groeiambities kunnen volgen. Dat is hem even in het kort en als daar reacties op zijn, dan hoor ik dat graag. De voorzitter: Ik zit me wel even af te vragen want normaal natuurlijk moet een motie worden ingediend in de raad, kijk ik eventjes naar … dus dat betekent dat volgende week officieel deze motie dan wordt ingediend dan toch? De heer De Feijter: Dat is correct. We beraden ons nu nog op of we hem indienen, maar we kondigen hem hierbij bij deze alvast in de commissie aan. Mevrouw Vermeulen: ‘…’ (buiten de microfoon). De voorzitter: Wij kwamen erachter dat het systeem niet doet wat het wel doet. De één heeft hem wel op zijn tablet, anderen niet. Bijvoorbeeld ik niet, ik krijg hem niet te zien maar ik heb hem wel gemaild gekregen. Maar daar wordt aan gewerkt dus wachten wij dat af. Wij gaan het ... De heer Van der Meer: Mag ik een vraag stellen aan de heer De Feijter?
36
De voorzitter: U mag zeker een vraag stellen. De heer Van der Meer: Hoe verhoudt deze motie zich tot de monitor over die groeiagenda die we al hebben en die we regelmatig zien? Gaat dit ook over andere indicatoren of hoe moet ik dat zien? De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel voorzitter en bedankt voor de vraag richting de heer Van der Meer. Er is inderdaad twee keer per jaar wordt er een dashboard gedeeld. Dat wordt met de begroting gedaan en waarbij nog meer weet ik niet eens. Maakt niet uit is twee keer per jaar. Dat mag wat ons betreft wat actueler dan twee keer per jaar. Vooral wat het belangrijkste is, daar worden twaalf grafiekjes in genoemd, maar de woningbouw staat daar specifiek niet bij. Wat ons betreft is woningbouw nu net één van die hoofdambities waar we juist graag heel transparant in willen zijn. Wij willen zelf als raad die informatie ook hebben. Wat nu wel eens voorkomt is dat er miscommunicatie ontstaat omdat de raad nog verouderde informatie, verouderde data heeft wat betreft de woningbouw. Terwijl het college alweer nieuwe cijfers heeft. Zo'n miscommunicatie wil je voorkomen. Je wil ervoor zorgen dat je allebei gewoon de meest actuele cijfers hebt wat betreft de woningbouw.
Daarnaast is het ook één van de grootste uitdagingen in deze stad en ook iets waar heel veel inwoners nauw bij betrokken zijn en ook graag zien dat er meer woningen worden gebouwd. In het kader van transparantie willen we dan ook graag inzicht geven in hoe staat het er nu voor met die ambitie? De voorzitter: De heer Van der Meer wil hier nog op reageren. Gaat uw gang. De heer Van der Meer: Even een vervolgvraag lees ik het nu in de gauwigheid goed dat het de bedoeling ook is dat vanuit de gemeenteraad punten kunnen worden meegegeven die in dat dashboard in beeld zouden moeten worden gebracht? Lees ik de voorlaatste bullet zo goed? Want daar staat de gemeenteraad om input te vragen naar de wensen voor actuele inzichten. Dus daar kan bijvoorbeeld gezegd worden kijk naar dat en dat aspect in die ... oké. De heer De Feijter: Dat lijkt me goed mogelijk. Ik snap dat het wat kort dag is. Het liefst zouden we natuurlijk nu dan al een commissie wat dingen horen ook een beetje richting het college. Kijk wat wij niet willen is dat we een supergroot kostbaar instrument gaan optuigen. Dat is helemaal niet nodig. Waar wij eigenlijk puur om vragen zijn de cijfers die we als het goed is al hebben om die gewoon inzichtelijk te maken. Dus gewoon vooral die transparantie.
We vragen er niet om om een super uitgebreid dashboard neer te gaan zetten met allerlei data die we nu niet hebben die we dan weer opnieuw moeten gaan meten, daar vragen we niet om. We vragen gewoon om de data die er al is, zet die gewoon duidelijk in een overzichtje. Werk die gewoon regelmatig, het liefst één keer per maand of zo bij, zodat we gewoon allemaal de actuele en dezelfde informatie hebben zowel college als raad als burgers.
De voorzitter: De heer Damen was als eerste.
37
De heer Damen: Voorzitter. Ik heb bij het voorstel de vraag of het dan ook de bedoeling is dat niet alleen de woningbouwcijfers geleverd worden, maar ook de soort woningbouw. Want de meeste Dordtenaren zijn geïnteresseerd in betaalbare woningen. De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dat lijkt ons een uitstekend iets. Daarbij willen we dus wel diezelfde kanttekening maken die ik zojuist al maakte. Het gaat er ons niet om om een superkostbare instrument op te tuigen. Ik geloof dat deze informatie gewoon voorhanden is, dat deze cijfers er zijn. Dus dat die gewoon gedeeld kunnen worden. Mochten daar inderdaad praktische bezwaren tegen zijn, dan moeten we daar nog eens naar kijken. Maar het lijkt mij dat het inderdaad juist een goed iets is om te delen. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank u voorzitter. Het motief van ChristenUnie-SGP bestrijd ik absoluut niet. Want ik vind het heel nobel dat de koersstrategie die wij inzetten waar eigenlijk de hele stad van zou moeten profiteren voor nu en in de toekomst, dat je daar iedereen deelgenoot van maakt. Dat kan vanuit ons op sympathie rekenen. Maar blijft bij mij nu even over wat u nu precies bedoelt. Dus is het dan zo dat we eigenlijk een vaste rapportage hebben. Dus er is een monitor één keer in het half jaar, wat op zich best geregeld is.
Want je kunt ook niet elke week allerlei getallen veranderen en de vraag is even wat dat dan verder oplevert ook voor de inwoner zelf. Is uw wens nu eigenlijk verpak die nu eens handig op een website. Of op een tabblad op onze gemeentewebsites, of als mensen het googelen dat ze daarop terechtkomen dat ze zien wat voor resultaten groeiambities opleveren, waar we eigenlijk op afkoersen. Is dat eigenlijk uw pleidooi? De heer De Feijter: Ik denk dat de heer Den Heijer dat goed verwoord. Vooral dus wat ik zeg cijfers die er al zijn, zet ze inderdaad toegankelijk op een websiteje, niet stopt achter enkele dingen die we als raad toegestuurd krijgen, maar bewoners niet zien. Vooral ook voeg het puntje woningbouw eraan toe. Wat dus nu bijvoorbeeld niet in dat dashboard zit. Er zijn meerdere gemeenten, zowel groot als klein, die ook gebruik maken van een dashboard met al deze informatie en ook zelfs nog toegespitst op specifieke projecten. Dat gaat eigenlijk ons voorstel alweer ter ver. Het zou allemaal superleuk zijn natuurlijk, maar dan ga je wel weer echt een kostbaar meetinstrument optuigen. Er zijn gewoon heel veel cijfers die we gewoon hebben. Maak ze gewoon inzichtelijk en toegankelijk voor iedereen. De voorzitter: Ik zie nog een vingertje van de heer Groeneweg volgens mij. De heer Groenewege: Dank u wel voorzitter.
Ik heb de motie net onder ogen gekregen en even snel doorgelezen. Wat mij opvalt is dat er twee concepten worden gemengd, namelijk groeiambitie en groeirealisatie. De groeiambitie die verandert maandelijks niet, neem ik aan. Dus ik neem aan dat u overal waar u groeiambitie zegt, groeirealisatie bedoelt. Wellicht kan de ChristenUnie-SGP dat dan aanpassen. Waar de Partij voor de Dieren ook over struikelt, is dat wij als Partij voor de Dieren niet achter de groeiambities van het college staan. Dus dat zou wellicht een drempel zijn om voor deze motie te
38
kunnen stemmen. Dus het lijkt me ook dat de referenties daarnaar die de heer De Feijter heeft toegevoegd niet nodig zijn voor deze motie. Dus wellicht kan hij die verwijderen zodat hij ook de Partij voor de Dieren mee kan krijgen. De voorzitter: Ik hoor niet echt een vraag voor de heer De Feijter. De heer De Feijter: Die laatste die miste ik eventjes, zou de heer Groenewege die misschien eventjes kort willen herhalen. De heer Groenewege: Het gaat erom niet alle partijen in de raad zijn het eens met de groeiambitie van het college. Maar kan me best voorstellen dat er breed draagvlak is voor een dashboard met feiten over de realisatie van woningen. In de constateringen heeft de ChristenUnie-SGP een paar referenties toegevoegd die steun uitspreken voor de groeiambities van het college. Wellicht is het een idee waar de heer De Feijter op kan reageren, ook al stel ik het niet als vraag, om die referenties te verwijderen om zo de potentiële steun voor deze motie te vergroten. De voorzitter: Ik hoor een suggestie nu.
De heer De Feijter: Nu begrijp ik hem goed voorzitter. Ik denk dat dat een suggestie is waar we zeker voor openstaan. Ik durf daar nu eventjes geen toezeggingen over te doen. Ik moet zeggen dat ik ook niet persoonlijk deze motie heb opgesteld, dus dat zou ik ook zeker even terug moeten brengen in de fractie. Terugkomend op het eerste punt van groeiambities en groeirealisatie door elkaar halen. Ik zie het zo snel even niet. Wat ik wél zie, dat is dus we hebben gewoon een bepaalde groeiambitie inderdaad, die verandert niet om de week. Maar de realisatie daarvan die gaat hopelijk natuurlijk steeds beter en we komen steeds dichter bij die ambitie. We willen dus pleiten voor een overzichtje waarin we zien in hoeverre we die ambities gerealiseerd hebben. Dus zet neer hoe staat het ervoor met de woningbouw, hoe staat het ervoor met het inwonersaantal. Dergelijke punten die worden meegegeven in de motie ten opzichte van de ambitie. De voorzitter: Nog even in het kort want we moeten zo meteen ook nog over andere onderwerpen hebben. De heer Groeneweg. De heer Groenewege: Dank u wel. ‘…’ Zoals de heer De Feijter het nu uitlegt staat de Partij voor de Dieren daar positief tegenover.
Alleen dan zou ik hem toch willen aanraden om nog eens kritisch te kijken naar bijvoorbeeld het eerste verzoekpunt waarin de ChristenUnie SGP oproept tot een dashboard waarin we actueel de Dordtse groeiambities kunnen volgen. Die zullen we niet iedere maand wijzigen. Dus wellicht kunt u dan die verwoording kritisch bekijken. De voorzitter: Toch nog iemand. Ook toch nog een reactie na het lezen? De heer Van der Kruijff: Voorzitter ik begin me op een gegeven moment af te vragen wat precies de bedoeling is. Als ik het dictum lees en zo begon de heer De Feijter ook, ging het over een online dashboard met actuele cijfers en in zijn laatste woordvoering was het al afgezwakt tot een overzichtje. Ik denk hebben we het nu nog steeds over hetzelfde?
39
Want het overzichtje, met alle respect, het is namelijk een redelijk professioneel overzicht. Dat hebben we al. Dus ik vraag me echt af wat de meerwaarde is om dat dan elke maand te gaan actualiseren boven dat we dat één keer in de zoveel maanden krijgen. Want zoveel huizen worden er ook nu weer niet per maand toegevoegd. Dus ik denk dat het best, helaas inderdaad, dat dat best voldoet. Ik wil er best in meegaan als u zegt het overzicht wat er is, zorg dat dat voor iedereen makkelijk te vinden is. Maar dan wordt het een heel andere vraag, want dan sluit ik ook wel aan bij uw overzichtje waar we om vragen dat is er namelijk al om dat op een makkelijk toegankelijke manier te publiceren. De voorzitter: Ik hoor dat dat overzichtje er al is. De vraag is, is het een overzichtje of wordt het een dashboard? De heer De Feijter: Kijk voorzitter het woord dashboard dan klinkt het inderdaad direct alsof we een super uitgebreid instrument dus inderdaad willen optuigen en dat is zeker niet onze bedoeling. Daarom mijn keus voor het woord overzicht of overzichtje. Maar goed, het komt wat ons betreft op hetzelfde neer in dit geval. We vragen eigenlijk gewoon min of meer om een uitbreiding van dat dashboard en dat het wordt gekoppeld aan die groeiambities.
Zodat we het kunnen zien in de context daarvan halen we die? En wat ik zei een uitbreiding hiervan, zeker wat betreft woningbouw, wat we nu nog niet terug kunnen vinden. De voorzitter: U nog een keer mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dan is het me duidelijk wat het is. Maar dan steun ik niet wat ergens in de overwegingen staat dat op het moment, wat staat er, dat het niet actueel genoeg is. Wij vinden echt als je één keer per halfjaar een overzicht met voortgang publiceert dat je actueel genoeg bent als overheid in je voortgang. De voorzitter: Waarvan akte. Ik denk dat de overweging is voor de ChristenUnie SGP om te kijken of volgende week dinsdag deze conceptmotie wordt ingediend. Dan gaan wij verder naar de onderwerpen die op dit moment op de agenda staan. We hebben motie 2, motie 7, motie 23 en motie 12 op de agenda staan. Maar we hebben ook een punt wat is aangedragen door één van de fracties en dat is namelijk de Dordtse VVD. Die heeft het punt van betere planning van werkzaamheden en andere grote infrastructurele projecten zodat overlast van verschillende gelijktijdige projecten niet onnodig stapelt. Ik geef de heer Den Heijer daar het woord over. De heer Den Heijer: Met de opmerking voorzitter dat dit onderwerp aangedragen is door mijn fractiegenoot de heer Kuhlmann, maar die zit ergens anders dus zijn geest waart hier nu rond in de commissie.