2.3 Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 6 januari 2021.pdf
Tekst van het document
Wie kent niet de ervaringen van het kastje naar de muur? Slachtoffers van huiselijk geweld voelen zich natuurlijk niet als begrepen in deze zoektocht naar veiligheid, juridische steunhulpverlening. Het verschil tussen systeemwereld en de leefwereld is doorgaans prominent aanwezig op dit onderdeel. En
40
als we dan praktijk, natuurlijk van huiselijk geweld en de aanpak willen verbeteren, is de inbreng van ervaringsdeskundigen, naar mijn idee, wel noodzakelijk. Als professionals en beleidsmakers kijken we meer naar de problematiek, en we hebben natuurlijk de bril juist van degenen nodig die heeft meegemaakt om verbeteringen door te kunnen voeren. Zij kennen de problematiek van binnenuit, en met name ook in het rapport Samen deskundig - wat u ook toegestuurd heeft gekregen – wordt uitgebreid beschreven wat de meerwaarde ervan zijn. En het gaat er nu om dat we in deze stad, in deze regio, ook daadwerkelijk de ervaringsdeskundige een stem geven als het gaat om inbreng van de leefwereld in de systeemwereld. Nou, gelukkig zijn er in deze stad mensen die zich daarvoor willen inzetten, naast Marjon Dijkema - die ik zo later vragen ga stellen - zijn er nog diverse mensen die bezig zijn met de opzet van de stichting om dit te realiseren. En aan mevrouw Dijkema zou ik graag een aantal vragen willen stellen die misschien wat meer inzicht geven in de werkgroep of de Stichting oprichting THHG, en wat ze dit jaar allemaal van plan zijn natuurlijk. Dus ik zou graag aan Marjon willen vragen, zeg maar, wat is in feite … Ik beperk mij tot vijf vragen. Die staan er op dit moment.
De eerste vraag is aan Marjon: wat is nu precies de reden van de oprichting van de THHG geweest? Mevrouw Dijkema: Ja, dank je wel, de heer De Haan. Ik ben blij dat de vragen die gesteld zijn geworden in dit hele gesprek die zijn belangrijk. En ik ben blij dat ze gesteld zijn. Vanuit onze kennisbank zijn dit ook de hiaten die worden gevoeld ook door de ervaringsdeskundigen. Daarin wil ik als eerste ook even noemen: het manifest. Dat is geschreven omdat er sinds 2015 menig proces niet op orde is, en dat manifest dat kunt u allen ook terugvinden op de website van masker19, en desnoods met alle plezier willen doorsturen naar mijnheer De Haan. Waarom onze oprichting? Het is een initiatief van de ervaringsdeskundigen op het gebied van huiselijk geweld, en wij behartigen de collectieve belangen van de slachtoffers van huiselijk geweld, en hernieuwd slachtofferschap. Wij werken dus hierbij ook samen met de projectleider Zuid-Holland Zuid van het landelijk programma: Geweld hoort nergens thuis. Nou, onze visie is om slachtoffers van huiselijk geweld die hebben recht op begeleiding, op ondersteuning, goede informatie, en een fatsoenlijke bejegening. En dat recht zien wij, dat hebben ze vanaf het begin tot aan de definitieve afhandeling van hun fysieke, geestelijke of materiële schade. Slachtoffers van huiselijk geweld zijn kwetsbaar, maar ze zijn niet zwak.
Die kwetsbaarheid zit namelijk ook vol kracht. Het stoppen en het voorkomen van hernieuwd slachtofferschap van slachtoffers van huiselijk geweld dat is onze missie. We willen op basis, ook vanuit onze kennisbank, ook vanuit die ervaringsdeskundigheid, willen wij andere mensen leren en inspireren, nieuwsgierig maken ook naar hoe de oplossingen daadwerkelijk zijn gemaakt. Een stukje betrokkenheid willen wij daarin heel graag zien, ook vanuit de raad en natuurlijk de gemeente Dordrecht, maar ook vanuit de mensen die al het ingewikkelde werk moeten doen. En hierbij kom je dus ook samen uit op de verbondenheid, dus de samenwerking tussen de ervaringsdeskundigen, de beleidsmakers en de uitvoerders van het beleid, en dat zonder een verborgen agenda. Wat gaat er dan daadwerkelijk om? Uiteindelijk bij die ervaringsdeskundigen. De heer De Haan: Goed. Ja, dank je wel, Marjon. Duidelijk. Volgende vraag die ik daar eigenlijk logischerwijs wil stellen is: wat zijn eigenlijk jullie doelstellingen op, zeg maar, hoofdlijnen?
41
Mevrouw Dijkema: Ja, onze doelstellingen. THHG behartigt de collectieve belangen van slachtoffers van huiselijk geweld, en hernieuwd slachtofferschap bij huiselijk geweld. Dat ik overigens weinig over terug gehoord heb in het verhaal waar we de hele avond naar hebben mogen luisteren. Dit is ook een hele grote groep die tussen het wal en het schip vallen en ook van het kastje naar de muur gestuurd worden, omdat je je ook aan het begin moet melden. En ons doel is om het na te streven dat gedurende het hele proces van begin tot eind, er ingezet gaat worden op nazorg en herstel. Nou, daarnaast willen wij het bundelen van de kennis en expertise. En dit zien we heel graag terug bij onze ervaringsdeskundigen tussen de professionals en de beleidsmakers om gezamenlijk te komen om hetzelfde niveau mekaar te ontmoeten, en zaken te bespreken: hoe wordt dat werkelijk ervaren van de verschillende kanten? De heer De Haan: Ja, oké, dat is duidelijk. Daarnaast ben ik natuurlijk wel benieuwd: als je het over doelstellingen hebt, die zijn natuurlijk vrij breed. Waar wil je dan met name op focussen in de komende tijd? Mevrouw Dijkema: Ja, ons doel is … Ja, ons grotere doel is … Dat gaat over één loket en één meldpunt te realiseren in 2025. Nou, daarvoor hebben wij kleinere stappen nodig om ons te kunnen richten op dat grotere doel.
En om de belangen van de slachtoffers te kunnen behartigen hebben we kennis, informatie en de expertise nodig. En tevens een platform waar we deze opgedane kennis kunnen gaan inzetten. Nou, onze doelstelling is daarom ook om, in ieder geval dit jaar, tenminste acht bijeenkomsten en sessies te organiseren waarbij onze doelgroepen en lotgenoten een luisterend en een empathisch oor willen bieden aan de ervaringen van huiselijk geweld en hernieuwd slachtofferschap. Voor een stukje onderbouwing wil ik je ook verwijzen naar de website van project masker19. De opgedane kennis en de ervaring, direct vanuit de ervaringsdeskundigen, kunnen we samenvatten en onderzoeken op synergie en ontbrekende schakels die in het huidige proces van de verlening vanuit hulpverlening en meldpuntorganisatie aangaande huiselijk geweld en hernieuwd slachtofferschap. Dus op basis van deze opgedane kennis willen wij dus, in het kort gezegd: wat gaat er mis en wat missen we binnen dit hele ingewikkelde proces? En we zijn er zeker bij gebaat om quick wins te kunnen identificeren en wel overwogen direct toe te passen met een gezamenlijk aangedragen oplossing binnen dit hele ingewikkelde proces.
Wij zien bijvoorbeeld dat de gemeente Dordrecht, en wij willen hier nog ambitieuzer zijn door de gemeente Drechtsteden uit te dagen om voor synergie te gaan in de 10 gemeenten vanuit Drechtsteden, zodat wij kunnen streven en uitvoeren van één en hetzelfde proces. Wij noemen dit: ons platform. Ons platform en gesprekspartner, daar waar er beleid wordt geschreven en professionals elkaar ontmoeten. Daar willen wij graag het verschil maken gebaseerd op de daadwerkelijke oorsprong, de ervaringsdeskundige. Binnen deze in kaart gebrachte processen hoort, wat ons betreft, ook het hernieuwd slachtofferschap in thuis. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de slachtoffers die nu tussen wal en schip terecht komen meedraaien ook in het nieuwe proces? Nou, wij zien hier ook het belang waar een totaal in kaart gebracht proces aan ten grondslag ligt om de huidige hiaten duidelijk te kunnen identificeren. Ten eerste: wat is het huidige proces of hoe loopt het nu? De identificatie. De identificatie van welke hiaten zijn er volgens de ervaringsdeskundigen? En daar zien wij, het THHG, werk voor ons weggelegd. Uiteindelijk kan dit dus resulteren in een nulmeting en een identificatie van de quick wins. Daarna doordacht doorvoeren van de oplossingen van deze quick wins. We evalueren daarna weer opnieuw het proces, en we
42
gaan weer verder met de identificatie, omdat we van mening zijn dat dit nooit in een keer kan. En omdat het ongelofelijk veel werk en tijd kost zal dit een proces zijn wat steeds opnieuw gedaan moet worden. Wij zijn ervan overtuigd, THHG, de antwoorden op de ontbrekende schakel die hiaten binnen het hele proces, daarbij startend vanuit één loket, c.q. meldpunt, met daaruit volgend de juiste hulpverlening kunnen helpen identificeren vanuit onze kennisbank. De heer De Haan: Oké. Dat is duidelijk, Marjon. Je geeft eigenlijk ook al meteen aan dat dat een concrete verbetering zou moeten zijn. Dus het zit in met name het loket meldpunt voor huiselijk geweld. En ja, daar heb je eigenlijk al antwoord op gegeven. Maar hoe zou je dat het beste kunnen realiseren? Mevrouw Dijkema: Ja, het is inderdaad onze belangrijkste verbetering. Dat we de uiteindelijke doelstelling voor 2025 om één loket te krijgen. Nou, wat wij willen doen is, we willen graag lezingen en trainingen organiseren ten behoeve van de verschillende gemeenten binnen de Drechtsteden om beleid schrijvers en -sprekers voor ervaringsdeskundigen elkaar te ontmoeten op hetzelfde niveau, zodat er wederzijds begrip, betrokkenheid en verbondenheid ontstaat. Ook één van onze kernwaarden. Hierin willen wij betrekken de verschillende professionals die binnen dit hele proces een ervaringsaandeel kunnen om en doen schrijven.
Daarnaast zijn we van mening dat themamiddagen zoals deze, overigens een heel goed initiatief ook vanuit de gemeente om een themamiddag, een -avond, of in dit geval huiselijk geweld. Wij zien dit ook als de manier om de hiaten te kunnen vinden in het proces. Om de verschillende disciplines erbij te betrekken, en hier van elkaar te leren en te inspireren en wederzijdse verplaatsing in de situatie, empathie. Bijvoorbeeld sociaal wijkteam, Veilig Thuis en politie. Dit samen aan één tafel, en dit zal verder uitgewerkt moeten worden, waarbij wij het zeer op prijs stellen om hier ondersteuning vanuit de gemeente Dordrecht te kunnen krijgen. Daarnaast heb ik zelf ook nog een vraag voor de raad, of hebben wij nog een vraag aan de raad. Waar wij ook benieuwd naar zijn is wat jullie van ons nodig hebben om het juiste beleid te kunnen ontwikkelen? Waar kan THHG ondersteunend zijn in het hele verhaal? De heer De Haan: Dank je, Marjon. Bedankt voor je uiteenzetting en ook de manier waarop je dit hebt gedaan. Nou, ik ben ook heel benieuwd naar wat de raad daarvan vindt. En kijk, je gaf zelf ook aan in het gesprek die we hadden, dat jullie ook bijvoorbeeld denken aan aanvullende financiering, wellicht ook voor subsidie in aanmerking komen. Maar, goed, dat zijn ook processen, die gaan we ook in gang zetten, maar ik ben heel benieuwd wat de raad daar eventueel mee vindt.
En wat mij betreft kunnen wij dit gesprek nu beëindigen. Met hartelijke dank daarvoor. Mevrouw Dijkema: Bedankt voor de gelegenheid. De voorzitter: Er is een vraag van de heer Kwaak, maar dat is sowieso niet een vraag op de laatste vraag van mevrouw Dijkema, want dat was een vraag die al langer in de chat stond. De heer Boersma, heeft u wel een vraag aan mevrouw Dijkema nu? Doen we die eerst even. Sorry.
43
De heer Boersma: Ja. Eigenlijk wel. Nee, ik vind het … In ieder geval bedankt voor het verhaal, en ook heel veel succes met … Nou ja, succes is niet helemaal het juiste woord in dit verband, maar wijsheid ook met waar jullie bezig zijn. Ik denk dat dat heel belangrijk is dat ook gewoon mensen die hiermee geconfronteerd worden en die de ervaring hebben dat die ondersteund worden, hun verhaal kwijt kunnen. En ik denk dat het heel goed is als jullie die expertise ook vooral kunnen delen met de professionals om te voorkomen dat het herhaald slachtofferschap, en dat mensen zich nog meer slachtoffer voelen dan eigenlijk nodig is. Ik vond het ook goed dat je aan het eind de vraag aan ons stelt: wat heb je nodig? Ik zat er even over na te denken. We hebben een hele presentatie gehad hoe het hele proces loopt, zeg maar. Er zijn heel veel inhoudelijke vragen over gesteld. Wat ik mij wel afvraag, en waar ik misschien wel een rol voor jullie zou zien is één hoe je die ervaringsdeskundigheid, zeg maar, ook in zo’n proces mee kan nemen op een goede manier. Ik had het net al even met de vorige spreker vanuit het wijkteam gevraagd: gebeurt het al? Ik begreep dat gebruikt niet heel veel, maar in een aantal gevallen wel: hoe kun je die ervaringsdeskundigheid ook gewoon betrekken bij hoe je je processen hebt ingericht om te zorgen dat dat niet een papierwerkelijkheid is.
Het woord systeemwereld en leefwereld leeft voor jullie al, nou, daar zijn hele boeken over geschreven, maar hoe zorg je dat je aansluit bij degene die echt daarmee geconfronteerd wordt? En tweede, maar dat is misschien ook … Kun je daar iets over zeggen? Zouden jullie ook gewoon aan kunnen geven in dat hele proces als je daarnaar zo kijkt: waar zitten nu dan echt, op dit moment, de punten waarvan jullie zeggen: dat gaat nog niet echt helemaal goed, zeg maar? Als wij de geluiden horen van de mensen die hiermee te maken krijgen, die zo’n proces doorlopen. Waar zitten nu de dingen waarvan jij zegt: nou, dat zou, wat ons betreft, nog wel iets steviger mogen of misschien zelfs iets anders mogen? Mevrouw Dijkema: Het eerste punt: de ervaringsdeskundigheid, hoe willen we die gaan inzetten? We zijn van mening dat ervaringsdeskundigen, heb je natuurlijk op allerlei niveau. Dat heb je bij de politie, dat heb je bij de hulpverlening. De ervaringsdeskundige waar wij meespreken dat zijn echt de mensen die hulpbehoevend zijn. Kijk, voor deze mensen is het vaak moeilijk omdat ze ook continu hun verhaal weer opnieuw moeten vertellen, en dat is ook wel een moeilijkheid in deze. Dus wij hebben daar ook al over nagedacht, omdat we van mening zijn dat er zijn voldoende casussen waarbij je naar zou kunnen kijken.
De mensen die serieus in aanraking zijn geweest met de hulpverlening en de mensen die het uitvoeren. Wij denken dat wanneer je deze mensen bij elkaar zet dat je een casus op zich krijgen. Omdat je op dat punt zoveel van elkaar kunt leren, en kan ontdekken waar inderdaad die hiaten zitten. Want ieder geval, ieder persoon is uniek, en iedere situatie is uniek, en dat maakt het ook zo ingewikkeld. Maar we zijn ervan overtuigd dat er een synergie is. En juist binnen die synergie bestaan, naar onze mening, quick wins die we ook zouden kunnen toepassen. En dat is natuurlijk een uitgelezen kans, zeg maar, om mensen op die manier met elkaar in gesprek te laten gaan, waar je dus van elkaar ook echt kunt leren. Daarnaast denken wij dat een stukje feitenonderzoek heel belangrijk is in deze, want wat gebeurt er nu echt? Wordt inderdaad echt alles genoteerd, wordt overal een dossier van gemaakt? Wordt er in heel veel gevallen niet een mening, met de beste intenties, want we willen het niet veroordelen, wordt er niet een eigen interpretatie gegeven aan de problematiek die er heerst op dat moment? Komt de persoon bij een persoon, die bij een hulpverlening terechtkomt, wel op de juiste plek terecht? En dat zijn, wat we schrijnende gevallen noemen, waar dat niet het geval
44
is. En hoe goed we ons best ook doen, en daarom was ik ook blij met de vragen die gesteld wel: wie nu eigenlijk de regie? Want dat is een van de dingen die wij zeker zien dat dat niet op de juiste manier gebeurt. En daarom willen we ook pleiten voor één loket met daarachter het orgaan wat een oplossing biedt voor degene die hulp vraagt. De persoon die aan het loket komt die moet niet bezig zijn met: hoe doe ik dit, hoe doe ik dat? Nee, die moet geholpen worden. Nou dat is even als we het over die eerste vraag… We kunnen daar, denk ik, heel lang over discussiëren, maar daarom: wij willen graag een stukje lezing, een stukje training, een stukje ervaringsdeskundigheid met de verschillende disciplines, willen wij heel graag om de tafel om op die manier ook die hiaten zichtbaar te gaan maken. Dat is belangrijk. De heer Boersma: Prima. Dank je wel. Mevrouw Dijkema: Alsjeblieft. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ook dank voor het verhaal. Eigenlijk vond ik dat je een heldere vraag stelde: wat is nu nodig om dat goed te kunnen doen? Ik denk dat je dat precies vanavond al eigenlijk doet. Precies dit verhaal vertellen over waar de knelpunten zitten. En soms moet je dat verhaal heel vaak vertellen, en dat is op het gebied van die regie, voordat daar wat beweging in komt.
En ik denk dat dat precies is wat je moet blijven doen, dus ik wil je daar vooral in aanmoedigen eigenlijk. Mevrouw Dijkema: Oké, dank je wel. De voorzitter: De heer Kwaak. De heer Kwaak: Ja, dank u, voorzitter. Ik had net ook al een vraag. Mijn vraag is: kunnen de ervaringsdeskundigen de knop omzetten? Zijn ze niet te emotioneel betrokken bij dit onderwerp om het slachtoffer te kunnen helpen? Mevrouw Dijkema: Dat is een goede vraag. Ik neem mezelf even als voorbeeld. Ik ben zelf geen ervaringsdeskundige, maar ik heb wel voldoende mensen om mij heen nu, op dit moment, ook binnen de stichting en oprichting, die mij veel dingen verteld hebben wat voor mij misschien wat makkelijker is om het te kunnen gaan verwoorden. Ik vind het lastig om te beantwoorden of mensen te emotioneel betrokken zijn. Ik denk dat dat heel goed mogelijk kan zijn, omdat je het hebt over echte situaties. Daarom hebben wij ook daarover nagedacht, en om binnen de, bijvoorbeeld zo’n themamiddag, om daar ook met gezamenlijk met twee mensen aanwezig bent, één ervaringsdeskundige, en de andere zeg maar, om die ervaringsdeskundige te kunnen ondersteunen. En ik denk ook dat dat de manier is.
Want we gaan met elkaar om met respect, en iedereen verdient een stukje respect, en als we daardoor op het niveau moeten gaan zitten van een ervaringsdeskundige, want dat is eigenlijk wat er nu gezegd wordt, denk ik dat het alleen maar goed is om ook meer begrip te krijgen voor de situatie waarin mensen zich in bevinden.
45
De heer Kwaak: Ja, dat snap ik. Maar ik had eigenlijk ook nog een vraag over het meldpunt. Ik heb u horen praten over professionals, maar hoe ziet u het klantgericht? Mevrouw Dijkema: Sorry? De heer Kwaak: Hoe ziet u het klantgericht eigenlijk? Want ik neem aan dat ook de mensen die huiselijk geweld hebben die bij het meldpunt terecht kunnen. Is dat een 24/24 of een loket voor dagelijks? Hoe ziet u dat? Mevrouw Dijkema: Ja, hoe zien wij dat? Wij zien dat 24/24. Ik bedoel elke situatie kan altijd gebeuren. Kijk, hoe dat aan de achterkant ingericht wordt, daar hebben wij wel ideeën over. Alleen ik denk dat dat ook verder uitgediept moet worden. Waar we wel van mening zijn is dat we de ervaringsdeskundige, dus degene die hulp komt vragen, niet moeten vermoeien met vragen zoals: ja, wat moet ik nu? Bij welk loketje moet ik nu aankloppen voor… Het kan om een simpele hypotheek zijn. Dat mensen financieel onafhankelijk moeten zijn om weg te kunnen gaan bij de persoon, bij de pleger, zeg maar. Dus het kan een arm om de schouder zijn, dus het kan van alles zijn. Sorry. De heer Kwaak: Ja, dus ik moet het eigenlijk zien als een huiselijk geweld loket? Dus een loket voor alles eigenlijk, begrijp ik? Mevrouw Dijkema: Nou, goede vraag. Ik denk dat geweld, wat voor soort geweld dan ook, bij één meldpunt terecht moet komen, en dat we van daaruit verder moeten gaan kijken.
De heer Kwaak: Tot zover mijn vragen, dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhoff: Ja, nou. De laatste antwoorden die u gaf doen mij weer nadenken denk ik, want er is natuurlijk rondom huiselijk geweld en kindermishandeling, zeg maar, is er… Als mensen uiteindelijk, door wat dan ook, door een vechtscheiding, maar goed, waar lichtelijk geweld in plaatsvindt, uiteindelijk uit elkaar gaan, zie je ook heel erg natuurlijk de kwestie over de waarheidsvinding met betrekking ook tot de omgang met kinderen, want dat… Nou ja, goed. Ik ben heel erg voorstander van het delen, laten we zeggen: het betrekken van een ervaringsdeskundigen op het moment dat een slachtoffer dat wenst. Dat zou ik echt wel een rol voor jullie vinden, eerlijk gezegd. Dus op het moment dat er … Nou ja, goed, en dat moet iemand natuurlijk wel toestaan, of dat een advies gegeven wordt. Nu is er ook heel duidelijk inmiddels dat huiselijk geweld zowel door mannen als vrouwen gepleegd wordt. En men heeft altijd nog wel de neiging om te denken dat het meestal mannen zijn die daders zijn. Je ziet ook heel vaak bij rechters dat die uiteindelijk, als het gaat om de toewijzing van kinderen en zo, toch uiteindelijk wat meer naar de vrouwen neigen, omdat die het kind verzorgt, waardoor uiteindelijk ook kinderen soms vervreemden van hun vader.
Zijn dat zaken die jullie, laten we zeggen: waar jullie ook over nagedacht hebben? Want dat is natuurlijk iets wat in de samenleving op dit moment heel erg leeft, en het is heel mooi om als ervaringsdeskundigen betrokken te raken bij een situatie. Alleen, de onafhankelijkheid, en laten we zeggen: de steun die je dan geeft aan een slachtoffer, die kan natuurlijk tot… Ja, laten we zeggen, gevolgen
46
hebben, die uiteindelijk voor het gezin helemaal niet zo voordelig zijn. Snap je wat ik bedoel? Of ga ik nu wartaal uitspreken? Mevrouw Dijkema: Het is heel inhoudelijk. Mevrouw Nijhoff: Ja, het is heel inhoudelijk. Ja, dat klopt. Dat is heel inhoudelijk, ja. Mevrouw Dijkema: Ja, kijk, in detail. Kijk, huiselijk geweld is natuurlijk heel breed. Dat kan in allerlei vormen kan het voorkomen. Ik zeg: ja, één meldpunt voor alle vormen van huiselijk geweld. Ja, het is een feit dat het door vrouwen als door mannen gepleegd kan worden. Kijk, inhoudelijk, we zijn… Wanneer zijn we begonnen? Vorig jaar zijn wij begonnen, en inhoudelijk hebben wij er wel over nagedacht, maar ik kan nog niet concreet aangeven hoe we dat, zeg maar, aan de achterkant gaan inrichten. En ik weet ook niet of dat onze taak is. Ik denk eerder dat de professionals die zich daarover kunnen buigen juist daar de toegevoegde waarde kunnen geven. Wij zijn er, vind ik, en vinden wij, meer om de hiaten, zeg maar, die we nu zien gebeuren samen met die ervaringsdeskundige te identificeren, en dat we op die manier kunnen bijdragen aan het proces wat achter die ene meldpunt komt te zitten. Mevrouw Nijhoff: Ja. Mevrouw Dijkema: Dus wij zien daar onze rol als extra toegevoegde waarde, omdat ja … Mevrouw Nijhoff: Ja. Nou, ook misschien omdat een aantal zaken ook echt door professionals wellicht gemist worden.
En dat zouden jullie kunnen, ja. Mevrouw Dijkema: Zeker. Mevrouw Nijhoff: Met betrekking tot opvang, en dat soort zaken bijvoorbeeld? Mevrouw Dijkema: Ja, dat klopt. Mevrouw Nijhoff: Oké. Ja. Nee goed, ik… Mevrouw Dijkema: Is dat het antwoord? Mevrouw Nijhoff: Ja, maar ik vind jullie wel heel erg waardevol, hoor, eerlijk gezegd. Ik denk dat dat… En dat hebben we net natuurlijk in al die verhalen ook wel gehoord, het gaat heel erg over procedures en protocollen. En nou ja, goed. Uiteindelijk, de aandacht die daadwerkelijk naar iemand toegaat die… In ieder geval, komt op mij, als eigenlijk te weinig voor. Dus jullie inbreng, is heel waardevol. Dus ik ben daar een heel erg voorstander van. Mevrouw Dijkema: Fijn om te horen, want dat is precies hetgeen waar we willen zitten. Ja. Dank u wel. De voorzitter: Een laatste vraag is van de heer Tiebosch.
47
De heer Tiebosch: Ja, dank u wel, voorzitter. We begonnen de avond met een aantal actielijnen. En een van die actielijnen dat was het stoppen en het duurzaam oplossen van huiselijk geweld. En nu heeft u eigenlijk een pleidooi gehouden, ook aan de raad: hoe kunnen wij nu gebruikmaken van jullie expertise, van jullie ervaringsdeskundigheid? In het kader van over die preventie, is al heel veel gesproken, maar in kader van die actielijn stoppen en duurzaam oplossen vroeg ik mij af: of jullie bijvoorbeeld ook al contact hebben of betrokken zijn bij de Waag? Dat is een organisatie, die zijn bezig met hulpverlening aan daders om te zorgen dat die eigenlijk weer een held worden zonder geweld te gebruiken. En ik dacht: misschien is het toch, met de expertise die jullie hebben, kunnen zij daar mogelijk ook daar gebruik maken in hun behandelprogramma’s? Mevrouw Dijkema: Nee, daar kan ik heel kort over zijn. Nee, wij zijn daar nog niet in betrokken. Wellicht interessant om dit mee te nemen, en in contact te komen. De heer Tiebosch: Oké. Dank u wel. Mevrouw Dijkema: Alstublieft. De voorzitter: Hartelijk bedankt, mevrouw Dijkema, voor uw bijdrage vanavond. Mevrouw Dijkema: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Gaan wij door met onze agenda. En het is al elf uur, dus we hebben uitdaging voor onze neus om nog zoveel mogelijk af te ronden.
En dan beginnen we met de mededeling van de heer, wethouder Stam. Die heeft een mededeling voor onze commissie over het Pumptrack, en die komt nu pas bij onze vergadering binnenschuiven. Dus het woord is aan wethouder Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Al enige tijd loopt het burgerinitiatief Pumptrack. We zijn daar druk op zoek geweest naar allerlei locaties. Dat heeft er nu toe geleid dat we in overeenstemming met de initiatiefnemers een locatie hebben gevonden, en die is aan de Schenkeldijk. En daar loopt nu een onderzoek vanuit Mecanoo om de beste plek te zoeken. Maar ik wilde u al deelgenoot maken dat we wel nu zover zijn dat we een locatie hebben gevonden, en dat de definitieve invulling op die Schenkeldijk nu dichterbij lijkt dan ooit. Dat was het. 5. Corona maatregelen (8 december) - Raadsinformatiebrief De voorzitter: Dank u wel. Gaan we door naar agendapunt 5 van vanavond. De Raadsinformatiebrief Coronamaatregelen van 8 december 2020. En daarvan hebben de fracties CDA en GroenLinks aangegeven een bespreekwens te hebben. Dus dan geef ik eerst even het woord aan het CDA met hun vraag over sportverenigingen. Daarna geef ik het woord aan GroenLinks over de scholensluiting, en vervolgens zal ik even bij de rest van de fracties ophalen of iemand daar nog wat aan toe te voegen heeft, en gaan we daarna naar de wethouders.
Dus het woord is eerst aan de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort worden, ook gezien de tijd. Eigenlijk was vraag die ik heb is kort. We hebben een aantal signalen gekregen
48
van sportverenigingen dat ze, gezien ook het vooruitzicht dat niet zo gunstig is, ondanks dat we vandaag nu begonnen zijn met de vaccinaties, dat ze te maken hebben met teruglopende ledenaantallen, met niet doorgaande activiteiten, geen verhuur, dat het financieel toch bij sommige verenigingen de vooruitzichten niet zo gunstig zijn. En mijn vraag was dan ook eigenlijk aan de wethouder: kent u deze signalen, en wat doet de wethouder op dit moment om sportverenigingen toch deze moeilijke tijd verder door te helpen, zeker nu er ook zicht is op toch weer een verlenging van de lockdown? De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de fractie GroenLinks over de scholensluiting. Wie mag ik het woord geven? Ik denk de heer Burakçin? De heer Burakçin: Ja, dat klopt, voorzitter. Ja, voorzitter, inderdaad over de schoolsluiting. Nou ja, goed, ik neem aan dat heel veel van mijn collega’s gisteren ook het debat hebben gevolgd, want het lijkt erop dat gezien de huidige ontwikkelingen dat we na 19 januari de lockdown verlengd gaat worden. Dat zou dus betekenen dat ook de basisscholen nog gesloten zullen blijven, en de kinderen dus wederom onderwezen zullen moeten worden thuis, met alle nadelige gevolgen van dien. En wij maken ons met name ook zorgen, zeg maar, voor de kinderen in kwetsbare posities.
Dat baarde ons toch enige zorgen, en deze zorgen willen wij graag met de commissie, en met de wethouder delen. Voorzitter, een van onze zorgpunten die wij dus met u willen delen gaat over de grote verschillen per school. In de kwaliteit van het geboren thuisonderwijs. Wij krijgen signalen binnen dat bijvoorbeeld de ene school een paar uur per dag digitale lesgeeft, terwijl de andere schoolkinderen ‘s ochtends een half uur laten inloggen, en verder de ouders vraagt de rest van het onderwijs te verzorgen. Ook krijgen wij signalen binnen dat bij sommige scholen enkel herhalingslessen verzorgd worden, omdat het anders te ingewikkeld wordt met lesgeven. Dus al met al, voorzitter, wij maken ons hier toch wel ernstige zorgen over, en vragen ons af of er enige sturing of controle mogelijk is vanuit de gemeente op de manier van hoeveelheid digitale les dat scholen geven, dus graag een reflectie van de wethouder hierover. En ons tweede zorgpunt gaat over de opvang van kwetsbare kinderen en kinderen van ouders met een cruciaal beroep op scholen. Nou, zoals u bekend worden scholen dus opengesteld voor deze kinderen, en ons bereiken signalen dat deze kinderen echter geen onderwijs volgen, maar puur alleen worden opgevangen door volwassenen. Juist voor de kinderen lijkt het ons van belang dat zij dus ondersteund worden in het te volgen onderwijs.
Ja, ook hier graag een reflectie van de wethouder. Voorzitter, tot slot, en in het verlengde van mijn vorige punt dat gaat over het grijs gebied die er kennelijk is met betrekking tot de opvang van kwetsbare kinderen op scholen. Het ministerie van Onderwijs heeft namelijk benadrukt dat scholen zelf mogen bepalen of het nodig is om kwetsbare kinderen naar school te laten komen. Ja, omdat de definitie van kwetsbare kinderen ontbreekt ontstaat voor sommige scholen een grijs gebied hoe hiermee omgegaan moet worden. De scholing in de gemeente Amsterdam bijvoorbeeld hebben besloten om na 4 januari de scholen open te stellen voor achtstegroepers, omdat zij dus van mening zijn dat groep 7 al te maken had gehad met schoolsluiting, en de eindtoets en het advies voor de middelbare school eraan komt waar ze de kinderen goed op willen voorbereiden. Dus de scholen hebben groep 8-leerlingen bestempeld als kwetsbaar, waardoor het mogelijk werd om de school open te stellen voor groep acht-leerlingen. Dat heeft overigens goedkeuring gekregen van de minister zelf. Ja, voorzitter u kunt het al raden. Kortom, wat let ons om het Amsterdamse voorbeeld te volgen, en dus dan ook het college vragen om zo snel
49
mogelijk met de schoolbesturen in gesprek te gaan en per school te gaan kijken naar de mogelijkheden om de kinderen alsnog fysieke les op school te geven. Dus ook hier graag een reactie van de wethouder. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik vraag even aan de andere fracties of zij op dit moment een aanvulling of woordvoering willen doen op dit punt? De heer Den Heijer heeft een vraag. De heer Den Heijer: Ja, misschien een toevoeging aan het CDA. Nu hebben wij in de commissie, ik meen een maand geleden, heeft de VVD samen met de Verenigd Seniorenpartij in deze commissie besproken: de nood is hoog, er is een acute brief verzonden namens de sportclubs dat de nood erg hoog is, en daar refereert het CDA nu ook aan. En dan vraag ik aan de wethouder: wat merkt hij nu aan de situatie van toen naar nu? Wordt de situatie nog urgenter? En daarmee zou ik dan de underline willen zetten: ja, maar oké, gaan we nu werk maken van die overbruggingssubsidie en gaan we echt kijken naar de mogelijkheden, want de commissie was toen nog wat verdeeld, en dat was het CDA toen ook. Gaan we echt naar de mogelijkheden kijken om die sportclubs te ondersteunen, want we hebben in de begroting 4,2 miljoen daarom voorziening op gereserveerd voor coronazaken, en ik denk dat die sportclubs nu wel ergens in de rij komen te staan om daar gebruik van te kunnen maken.
Dus ik zou dat ook graag aan de wethouder willen vragen hoe de stand van zaken daarmee is. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Er hebben zich geen andere fracties op dit moment gemeld om vragen te stellen of een aanvulling te doen, dus dan zou mijn voorstel zijn om even naar de wethouders toe te gaan. Ten aanzien van de sportverenigingen is dat wethouder Stam. Wethouder Stam, heeft u misschien hierop al antwoorden of kunt u ons op andere wijze verder helpen? De heer Stam: Nou, ik denk dat ik wel antwoord kan geven, voorzitter. Allereerst bedankt voor de vragen en opmerkingen en ook met betrokkenheid bij de Dordtse sportverenigingen. Ik ken de signalen, wij kennen signalen vanuit de Dordtse sportwereld. Wij staan hierover in nauw contact met de sportraad en met de voorzitter van de voetbalverenigingen, die centrale club. Daarnaast is de organisatie vanuit de mensen van sport hebben we wekelijks contact met alle verenigingen. We houden die situatie echt goed in de gaten. Dat heeft ertoe geleid dat we inderdaad naar die subsidie gaan en dat we ook de veldhuur tot het eerste kwartaal uitstellen. Wij kijken ook uit naar de rijksregelingen die meer dan waarschijnlijk onze kant opkomen.
Wij gaan dan echt goed kijken: welke clubs zitten er nu in nood? Nogmaals, we hebben bijna wekelijks contact met verenigingen, en als de nood echt hoog wordt gaan we kijken hoe we die goed kunnen aanpakken. VVD gaf al aan dat er een bedrag gereserveerd is voor coronamaatregelen. Wij zijn echter vanuit die optie goed aan het kijken van hoe we clubs die echt in nood zitten, hoe we die echt goed kunnen ondersteunen, en we hebben daar de eerste stappen ingezet door de twee maatregelen die we nu hebben getroffen. Dus het antwoord: ja, het signaal kennen we, we monitoren het sterk en waar nodig springen we in. De voorzitter: De heer Den Heijer wil hierop reageren.
50
De heer Den Heijer: Ja, die voorzieningen in de begroting is zo mooi, omdat je daarmee een soort van sluis kunt creëren, dat je zegt: in afwachting op de rijksmiddelen die we gaan ontvangen kunnen we iets uit dit potje pakken om de clubs die het echt nodig hebben, die echt acuut op springen staan die te kunnen ondersteunen. Die eigenlijk normaliter een gezonde boekhouding zouden hebben op dit moment, maar door lege kantines, lege velden niet aan inkomsten komen. Hoe denkt de wethouder daar tegenover? Is hij bereid om uit dat potje dan al wat geld te pakken, en dan in de toekomst dat weer verder te kunnen dekken met de middelen die uit het rijk komen, want anders wachten we misschien te lang en monitoren we misschien iets te lang en kunnen we niet ingrijpen als die mogelijkheid niet bestaat? De heer Stam: Ja, voorzitter, ik heb eigenlijk in mijn antwoord al gegeven: op het moment dat wij echt cruciale gevallen zien dat we daarop inspringen. En natuurlijk ben ik dan zeker naar die sportverenigingen meer dan bereid om te kijken hoe we dat doen binnen die mogelijkheden van de 4,2 miljoen, en dan achteraf kunnen kijken hoe we dat in verband kunnen brengen met de rijksregelingen en de bedragen die daarvoor gereserveerd worden. Ik denk dat dat, zoals de heer Den Heijer dat verwoordt, dat dat ook onze intentie is om het op die manier te benaderen.
De voorzitter: De heer Van Dam Timmers? De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ook dank aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Ja, ook vanuit onze sociale wil ik toch één ding opmerken. Het is goed dat daar oog voor is, maar ik wil heel erg oproepen om niet alleen af te gaan op de hardste signalen, en de hardste schreeuwers. Want het wil nog wel eens dat die dan hulp krijgen, maar vaak zit de nood ook juist in de mensen die niet per se hard schreeuwen, maar die wel in stilte veel lijden, dus ik roep wel op om daar ook oog voor te hebben. En dat geldt ook, denk ik, juist voor clubs die misschien geen velden hebben, en die geen voetballers zijn. Maar dat terzijde. De heer Stam: Nee, voorzitter, ik denk dat dat het juiste woord is. Ik denk dat dat juist, omdat de mensen van sport zijn juist in contact met alle verenigingen, en niet enkel de voetbalverenigingen. En wat ik eigenlijk heb aangeven is dat die voetbalproblematiek centraliseren via voorzitter-overleg, maar de mensen van sport, en ook ikzelf, kom regelmatig bij verenigingen om te vragen hoe het gaat. Dus we proberen echt alle verenigingen in beeld te houden, en in beeld te krijgen en de werkelijke situatie goed te beoordelen. De heer Van Dam Timmers: Nou, dank daarvoor in ieder geval.
De voorzitter: Dan is mijn vraag op dit moment aan de wethouder Heijkoop om in te gaan op de gestelde vragen van het GroenLinks over de scholensluiting, en kansenongelijkheid. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik heb geprobeerd heel snel mee te schrijven met de heer Burakçin, want hij had een hele lijst met vragen. Vragen die ik ook zeker recht wil doen. In die zin is het jammer dat we op een tijdstip zitten waarin enige haast geboden is. Want de zorgen van de heer Burakçin over de kansenongelijkheid in
51
het onderwijs die deel ik van harte, en volgens mij deelt uw hele raad dat van harte. Want zeker in deze tijd hebben we ook gezien na de eerste lockdown, zijn juist kinderen die het al lastig hadden vanuit een thuissituatie op school, die hebben daar het meeste last van gehad. Wat we nu wel zien bij deze tweede schoolsluiting is dat de draaiboeken lagen klaar. En we zien eigenlijk dat we goed gestart zijn, het onderwijs is goed gestart, en dat verdient zeker een compliment. Dat ze goed uit de startblokken zijn gekomen is omdat die organisatie al op poten was, en ook de ICT-problemen die bij de eerste lockdown nog heel nadrukkelijk aanwezig waren die zijn nu veel minder aan de orde. De heer Burakçin die geeft eigenlijk aan: kijk nou ook met name naar de positie van die kwetsbare kinderen. En dat ben ik van harte met u eens. Bij de eerste lockdown was Dordrecht overigens met Amsterdam, een van de eerste gemeente die ook gelijk alles al heeft opengezet voor die kwetsbare kinderen, ook vooruitlopend op het besluit van minister Slob destijds. En we hebben vanuit die eerste lockdown ook het een en ander geleerd, bijvoorbeeld hoe we eerder contact nog moeten leggen met de ouders, omdat het heel belangrijk is dat je die kinderen ook goed in het oog houdt. Waar het gaat over het fysiek onderwijs, deel ik absoluut de opvatting van de heer Burakçin dat we daar goed naar moeten kijken.
En u geeft het voorbeeld aan van de achtstegroepers uit Amsterdam. Ja, dat deel ik van harte dat dat gewenst is. En ik heb ook al expliciet, proactief naar het onderwijs in Dordrecht aangegeven, daarmee heb ik eigenlijk ook uw vraag in die zin beantwoord, dat ik vanuit het college, als wethouder van onderwijs, en daar hebben ze ook al naar gevraagd, het van harte ondersteunen als zij ook fysiek onderwijs aanbieden. En ik weet dat sommige scholen kijken met name naar groep 3 en groep 8, dat zijn cruciale klassen waar eigenlijk die lesstof niet gemist kan worden, en die zijn zich daarop aan het beraden, en er is ook al een basisschool die laat de achtstegroepers ook al naar school gaan, omdat zij zien: ja, deze kinderen hebben echt wat extra’s nodig. Dus ze zijn daar voortdurend over in overleg, en scholen hebben daar zeker wat het stadsbestuur betreft, alle ruimte voor. Maar het is wel een keuze die de school zelf maakt, want we hebben vrijheid van onderwijs in ons land. U vraagt: kun je dat niet wat meer allemaal op één lijn brengen? Nee, dat kan niet, helemaal. Er is wel intensief overleg met de schoolbesturen onderling. Er zijn appgroepen, er zijn mailgroepen, er is veel overleg om het wel af te stemmen, maar we hebben verschillende schooltypen.
Denk aan de Dalton, denk aan het katholiek onderwijs, we hebben de vrije school en openbaar onderwijs, en die hebben eigen stijlen waarop zij lesgeven en we hebben ook verschillende wijken waar verschillende scholen staan die ook weer een ander ondersteuningsaanbod hebben aan hun kinderen. Kinderen in Dubbeldam hebben misschien wat anders nodig dan kinderen in bijvoorbeeld een Nieuwwijk of Krispijn naar school gaan, dus het is niet verkeerd dat daarin wordt gedifferentieerd, want die behoeftes zijn verschillend. Zou je misschien op onderdelen nog wat meer op één lijn willen zien of waar het gaat over het aantal uren thuisonderwijs en dergelijke? Ja, dat zou misschien wel goed zijn, maar het is wel een groot goed dat die scholen zelf goed kunnen inspelen op wat er nodig is. En ik ben het wel met u eens dat er verschillen zijn. Ja, volgens mij, heb ik nu de vragen beantwoord. Ik kijk even of ik… Ik heb uw vragen meege… Ja. De voorzitter: Ik kan wel… De heer Burakçin wil graag nog een vraag stellen. De heer Burakçin: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou ja, in ieder geval goed om te horen van de wethouder dat hij volledig achter staat om de scholen zo snel mogelijk weer te laten
52
starten, en met name voor bepaalde groepen. En u heeft het over dat de scholen eigenlijk al goed gestart zijn. Alleen zoals ik eigenlijk in mijn pleidooi ook vertelde, is dat we dus echt compleet andere signalen hebben dat het nog niet goed verloopt. Ik heb net voorbeelden genoemd dat bijvoorbeeld op school, zeg maar, voor die noodopvang, gewoon een ouder in de klas staat voor een groep, en eigenlijk niet fysiek lesgegeven wordt, of bijvoorbeeld gewoon totale ondersteuning ontbreekt van leraren tijdens het afstandsonderwijs, dus we hebben echt heel veel signalen dat eigenlijk nog niet goed loopt. En dan is onze vraag ook: hoe wordt daar bijvoorbeeld op toezicht op gehouden dat het allemaal goed gaat? Want ik neem aan, dit gaat nog heel lang duren, dus het wordt met de dag eigenlijk belangrijker dat er gewoon goed onderwijs gevolgd wordt en gegeven wordt door de leraren, en daar ontbreekt het toch aan. Dus over die verschillen in onderwijs, dat begrijp ik, dat er inderdaad allerlei verschillen zijn, maar daar gaat het ons niet om de verschillen, maar het gaat meer om de kwaliteit van het onderwijs waar wij ons zorgen om maken. Dus welk beeld heeft u daarbij? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Daar wil ik ook nog even kort op ingaan.
Want u had inderdaad ook een vraag gesteld over de noodopvang en hoe kunnen we daarmee omgaan? In Dordrecht gaan we zeer ruimhartig om met de noodopvang. Als een school een signaal geeft dat het nodig is of het sociaal wijkteam, of zelfs maar een ouder, dan voorzien we daarin eigenlijk gelijk. Als scholen hebben gezegd: bij twijfel, er is geen twijfel, dan bieden we die opvang aan. En er wordt ook veel meer gebruik van gemaakt dan tijdens de eerste lockdown, dus dat proberen we op een goede manier te doen, of het onderwijs probeert het op een goede manier te doen. Het gaat over die kwetsbare kinderen. En u gaf net al aan bij de eerste trits vragen: daar is niet een eenduidige definitie voor. Dus dat is echt professionaliteit van de wijkteams, van het onderwijs om daar een goede keuzes in te maken. En er ligt ook geen inspectiekader waaraan die noodopvang zou moeten voldoen. Kijk, we zien het liefst dat er zoveel mogelijk onderwijs plaatsvindt, en dat het ook op een goede manier, ook coronaproof gebeurt, maar we hebben meer dan 40 basisscholen in Dordrecht en dat zal niet in elke klas of elke basisschool nog helemaal lopen zoals het zou moeten lopen. Ik krijg heel veel positieve signalen binnen. Ik heb zelf ook schoolgaande kinderen. Ik zie dat het echt wel goed in elkaar zit.
En het is ook belangrijk dat scholen voldoende mensen beschikbaar stellen om dat ook goed te ondersteunen. Natuurlijk hebben we ook gezien dat er veel leerkrachten zijn uitgevallen bijvoorbeeld op de corona-gerelateerde klachten, maar er zijn wel degelijk heel veel middelen beschikbaar, al dan niet incidenteel, om de formatie ook uit te breiden. Dus we maken ook gebruik van extra inzet vanuit de culturele hoek, vanuit sport. U heeft ook gehoord wellicht van de top tutors vanuit het samenwerkingsverband waar extra bijles wordt geven. Die middelen zijn er ook. We stimuleren scholen ook echt actief om daar gebruik van te maken. Zelfs extra conciërges bijvoorbeeld om die in te zetten om ook die leerkrachten te ondersteunen. En ik zie dat scholen dat ook echt wel goed doen. En als u nu hoort van bepaalde scholen: daar gaat het echt niet goed, wilt u mij dat dan even buiten deze vergadering dan doorgeven? Want dan ga ik gewoon bellen met de schoolbesturen om te bespreken of wij misschien nog kunnen ondersteunen om het beter te kunnen laten lopen. En nog een opmerking over het speciaal onderwijs. Die zijn ook al bezig om erover na te denken om kinderen toch eigenlijk ook alweer fysiek les te gaan geven, omdat je ziet dat juist ook die kinderen er heel veel last van hebben, en ook dat ondersteun ik van harte.
53
De heer Burakçin: Ja, nou goed. Dank in ieder geval voor uw uitleg, en mijn laatste vraag ging namelijk over dat speciaal onderwijs, want als we bijvoorbeeld het over kwetsbaarheid hebben, dan is het bijvoorbeeld heel die speciaal onderwijs wel. Dus dan zou je eigenlijk heel de school moeten openen, maar daar heeft u dus antwoord op geven. Maar in ieder geval dank, en ik zal zeker even signalen aan u doorgeven, want die krijgen we namelijk genoeg. De voorzitter: De heer Bosman heeft ook nog een vraag. De heer Bosman: Ja, voorzitter, dat klopt. Dank u wel. Ja, eigenlijk een vraag aan de wethouder, want onze fractie deelt uiteraard ook de zorgen over de scholen, en over de kinderen. Nou, ik zal het kort houden. Eigenlijk is de vraag… Want ik snap dat niet op elke school individueel natuurlijk de gemeente iets kan doen. Mijn vraag is wat algemener. Waar kan de gemeente in zijn algeheel wel wat aan doen? En dan denk ik bijvoorbeeld weer aan de zomerscholen of daar dan extra aandacht voor is tegen die tijd? Dat het niet op korte termijn opgelost wordt, dat snap ik, of wellicht in de meivakantie wat op de meeste scholen twee weken duurt. Of daar extra op ingezet kan worden dat kinderen kunnen inlopen op eventuele achterstand die ze oplopen? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter. Waar zit de rol van de gemeente? Nou, we hebben hele korte lijntjes met het onderwijsbestuur.
Die heb ik zelf, maar die hebben zeker ook onze ambtenaren. We hebben ook een goede infrastructuur in Dordrecht. Dat klinkt een beetje ambtelijk, maar het feit… U noemt de zomerschool. Dat is een goed voorbeeld van waarin we elkaar heel goed weten te vinden, en waarin we snel kunnen schakelen om bijvoorbeeld aanvullende programma’s op te zetten en daarover zijn we ook met ze in gesprek. We hebben de afgelopen zomerschool enorm uitgebouwd om juist ook recht te doen aan de leerachterstanden die zijn opgelopen tijdens de eerste lockdown. Dat willen we nu weer gaan doen, en we hopen ook dat het een en ander mogelijk is. Het onderwijs is daar echt heel nadrukkelijk mee bezig. En binnen de Onderwijsvisie is ook een van de programma’s, ziet hier ook op toe. En binnen die programmawerkgroepen wordt daar nu ook hard aan gewerkt. De schoolbesturen verwacht eigenlijk een regierol vanuit de gemeente om het een beetje aan elkaar te knopen, en dat loopt ook wel goed. En we proberen ook, waar het gaat over ondersteuning bijvoorbeeld, waar het gaat de ventilatievragen vanuit het onderwijs, proberen wij daar ook in te ondersteunen. Eventuele aanvragen richting OCW, nou ja, daar ook in te helpen.
Zeker de kleinere schoolbesturen, dus op die manier proberen wij onze rol te vervullen, waarbij we wel natuurlijk altijd respect hebben voor het feit dat het onderwijs zelf verantwoordelijk is voor de wijze waarop zij onderwijs invullen, want dat is ook een groot goed van ons land. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan is de vraag aan de commissie: kan deze RIBCoronamaatregelen van 8 december 2020 ter kennisname naar de raad? Ja, zo te zien kan dat, dus dan kan de RIB ter kennisname naar de raad. Agendadeel Nieuwe behandelvoorstellen 6. Verstrekken van Noodkrediet Wantijbad - Raadsvoorstel
54
De voorzitter: Gaan we naar het volgende agendaonderdeel. En dat is de nieuwe behandelvoorstellen, en we hebben er veel. En die behandelvoorstellen die lopen van A tot en met P, dus ik ga gewoon bij A beginnen. Maar zit u vooral actief in de chat, want als u er een wil agenderen, en ik ben er al voorbij… De heer Van Verk die geeft al gelijk aan: ik wil wat. Kom maar door. De heer Van Verk: Ja, voorzitter, dank u wel. Overigens, bij mij lopen de voorstellen van 6 tot en met veel, dat om verwarring te voorkomen. Bij 6 heb ik: het verstrekken van noodkrediet Wantijbad staan. Ik weet niet wat… De voorzitter: Dat is bij mij A. De heer Van Verk: Wij zouden dat graag willen bespreken toch. Met als politieke vraag: op welke wijze het college denkt de komende jaren de tekorten die gesignaleerd worden in de brief voor ook de onderhoudskosten te gaan dekken? We hebben nu een eenmalige lening gegeven van 50.000, maar voor dit jaar, 2021, wordt al gesignaleerd dat wellicht een ton tekort is, en wat gaan we daarmee doen? Dat is één. Daarnaast heb ik een technische vraag over btw en BOSA. Die zal ik schriftelijk stellen aan de wethouder, zodat hij die kan beantwoorden op de zijn gebruikelijke wijze. De voorzitter: Oké. En het gaat bij A over een nieuw raadsvoorstel.
Het oude raadsvoorstel is al geagendeerd, dus het zal nu gebundeld geagendeerd worden met de politieke vraag van de heer Van Verk dan, want die was er nog niet. Dan hebben we er gelijk een. De heer Van Verk: Oké. De voorzitter: Even kijken. Dus A was 6. En dan is vaststellen Beleidskader nieuwe Wet Inburgering bij u 7? De heer Van Verk: Ja, klopt. De voorzitter: Oké. Dan ga ik even op mijn velletje nummers ervoor zetten, en dan gaan we daarna het rijtje aflopen. De heer Tiebosch: Voorzitter, ik heb nog een aanvullende politieke vraag op het Wantijbad. De voorzitter: Dat mag, de heer Tiebosch. De heer Tiebosch: Voorzitter, ik zou graag van het college een helder overzichtje willen geven naar wat is nu, als je kijkt naar de dubbel, het eigenaarschap, het Wantijbad, het eigenaarschap, en de sportboulevard, het eigenaarschap. Wat zijn nu de verschillen in waarop het onderhoud wordt gefinancierd, en wat is daar nu precies de reden van? De heer Van Verk: Je bent niet te verstaan, Arine. De voorzitter: Ja, we zitten hier ook… Het is al laat, dus dan krijg je dit soort dingen. Jullie kunnen niet liplezen. Ik mag weer opnieuw beginnen. Ik ben iets nog overheen gestapt
55
hoeveel fracties de agendering van punt 6 steunen, maar we hebben in ieder geval al twee politieke vragen van de PvdA en van de D66 gekregen. En aangezien dit oude raadsvoorstel ook al geagendeerd was. De CDA steunt de agendering ook, en GroenLinks. Nou, we hebben er genoeg. Dus nummer 6 wordt geagendeerd, ter bespreking met twee politieke vragen. 7. Vaststellen Beleidskader nieuwe Wet Inburgering - Raadsvoorstel De voorzitter: Even kijken hoor. Ik heb een aantal mensen in de chat die al wat aangegeven hebben, en daar zie ik 7 niet bijstaan. 7: vaststellen beleidskader nieuwe Wet Inburgering wordt dus niet besproken. De heer Van Verk wil nog… De heer Van Verk: Nee, ik was voor nummer 8 en 9. 8. Voortgang pilot landelijk Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren voor Dordrecht - Raadsinformatiebrief De voorzitter: Kijk. Ah. Dan zijn we nu bij u, nummer 8. Voortgang pilot landelijk Actieprogramma dak– en thuislozen jongeren voor Dordrecht, en u wordt voorgesteld de Raadsinformatiebrief ter kennisgeving agenderen voor de gemeenteraad. De heer Van Verk. De heer Van Verk: Wij hebben enige tijd geleden hebben we al 2 andere brieven of voorstellen geagendeerd rondom de opvang van kwetsbare groepen. Ik trek het maar even wat breder.
Daar zou deze brief qua bespreking goed in passen, en brief nummer 9, de stand van zaken van de uitvoering, zou daar ook in passen, zodat we een mooi pakketje aan bespreekpunten hebben richting opvang kwetsbare groepen. Dus ik zou ze daarbij willen betrekken. De voorzitter: Ja, dat gaat over de Raadsinformatiebrieven die voor volgende week op de agenda staan? Eens met de heer Van Verk, geeft mevrouw Nijhof aan. Eens met Cor. ChristenUnie, SGP en GroenLinks steunen ook. Dus daarmee hebben we voldoende steun om deze RIB toe te voegen aan de bespreking van 13 januari, en dat gaat, voor de duidelijkheid over de voortgang pilot landelijk Actieprogramma dak- en thuislozen jongeren voor Dordrecht. En ook de VVD steunt dat voorstel. Even spieken. 9. Stand van zaken Uitvoering visie Van opvang naar wonen 2020 – 2025 – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Nou, volgens mij heb ik alles genoteerd. Dan gaan we naar punt 9. Stand van zaken Uitvoering visie Van opvang naar wonen 2020 tot 2025. En ook op dat punt wil de heer Van Verk iets zeggen? De heer Van Verk: Ja, die wilde ik in datzelfde pakketje stoppen, dus mijn voorstel was 8 en 9 te agenderen bij: opvang kwetsbare groepen. Ze gaan allemaal over hetzelfde onderwerp. De voorzitter: Oké, dan doen we dat.
56
10. Evaluatie en vervolg actie ‘gratis mondkapjes voor minima’ – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Even kijken dan gaan we naar punt 10. Evaluatie en vervolg actie ‘gratis mondkapjes voor minima’. Niemand heeft aangegeven dat daar wat mee moet gebeuren, dus die gaat ter kennisgeving naar de raad. 11. WK Shorttrack 2021 – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Nummer 11 het WK Shorttrack 2021. Daarvan wordt voorgesteld de RIB te, even kijken, hoor. De Raadsinformatiebrief ter kennisgeving te agenderen voor de gemeenteraad. En GroenLinks heeft aangegeven daar iets in te willen zeggen, dus het woord is aan de heer Burakçin. De heer Burakçin: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dat is een onderdeel van mijn collega mevrouw Van Benschop, maar we hebben daar wel een opmerking over. Voorzitter, er ligt nu een Raadsinformatiebrief, maar er is een raadsvoorstel toegezegd, en die willen wij dan ook graag ontvangen, want dat is gewoon een Raadsinformatiebrief. Er staat als kopje: raadsvoorstel, maar dat is… Ik weet niet waarom dat er zo staat, maar dat klopt volgens mij niet. En dat is zeker omdat de bedragen die in deze Raadsinformatiebrief genoemd worden nogal wat vragen oproepen. De gereserveerde € 100.000 is ineens exclusief btw, en wanneer het evenement geannuleerd wordt door overheidsmaatregelen betaalt de gemeente Dordrecht een bedrag aan Optisport voor gederfde inkomsten.
Dus wij vinden genoeg reden om hierin een raadsvoorstel voor te krijgen en door te spreken of er de juiste keuzes gemaakt worden. Dat was het. De voorzitter: Ik kan uw redenering volgen mijnheer Burakçin. Alleen op dit moment is de enige vraag, of enige mogelijkheid die wij nu hebben, is of deze RIB al dan niet te agenderen? De heer Burakçin: Ja. Maar goed, dat klopt dus niet. Niet natuurlijk, want we hebben om een raadsvoorstel gevraagd, want dat is een Raadsinformatiebrief, dus dan is toch heel de gang van zaken niet goed? Of zeg ik nu iets heel geks? De voorzitter: Ik vind het heel moeilijk, want ik kan me dat helemaal niet goed voor de geest halen of dat het nu wel of niet een raadsvoorstel had moeten zijn, of dat dat gezegd is. Maar op dit moment… Stel dat het wel gezegd is dan hebben we nu nog steeds de enige mogelijkheid die we nu hebben is om deze RIB wel of niet te agenderen. Dus als u dit issue wilt bespreken dan zal het geagendeerd moeten worden, en dan zal daar steun voor moeten zijn. De heer Van Verk: Voorzitter, we hebben nog een andere mogelijkheid. Namelijk om te zeggen: deze brief die accepteren wij niet en die sturen we terug naar het college en kom maar terug met een raadsvoorstel. Wat ik vind dat de heer Burakçin wel een punt heeft.
Wij hebben bij de begrotingsbehandeling, waarin dit punt naar voren is gekomen, hebben we vast kunnen stellen dat de wethouder de mogelijkheid heeft om een ton uit te geven zonder daar instemming van de raad voor te hebben, dus een soort vrije ruimte. Maar als je een ton uitgeeft, en je gaat vervolgens ook nog btw uitgeven dan kom daar zo’n 21% op, dan zit je over die ton heen. Dat vind ik dus één constatering, en
57
de tweede constatering is dat ik in het gehele financiële opzet, die ik even snel gescand hebt, daar bevreemdde mij toch wat dingen, en dacht ik: is dit nu een bedrag boven op een bedrag wat we al zouden gaan geven of hoe zit dat nu precies? Maar dat is dan misschien meer technisch en geconcentreerd lezen, maar de heer Burakçin heeft een punt. Er wordt meer uitgeven als een ton. Nou, dat is dan een raadsvoorstel, punt. Dus de wethouder komt maar terug met een raadsvoorstel. De voorzitter: Ja, en ik heb mij zojuist laten vertellen door onze griffiers dat dat een uitspraak is die alleen de raad zelf kan doen. Dus in dat geval zullen wij deze brief naar de raad moeten sturen ter bespreking, en dan zal de raad de uitspraak moeten doen dat de brief terug moet, en dat mag de adviescommissie niet zelf. De heer Burakçin: Nou ja, ik zal… De heer Van Verk: Wat voor discussies willen ze aan, voorzitter? De voorzitter: Ja, ik kan die discussie niet voeren, want dit is wat ik te horen nu krijg, dus ik probeer even pragmatisch te zijn. Misschien heeft de heer Boersma… Die zegt ook: voorzitter. Misschien heeft die de oplossing voor ons. De heer Boersma: Nou ja, niet de oplossing, maar we hebben dit al meerdere keren gedaan. Dat weet de heer Van Verk ook. Dus het verbaast me dat het dan een beslissing van de raad zou zijn.
Ik bedoel we krijgen van de raad een brief, en goed, als dat een raadsvoorstel moet zijn… Het enige wat we dan nog zouden kunnen doen dan moeten wij als adviescommissie aan de raad adviseren om dit niet in behandeling te nemen, maar terug te sturen. Ja, als dat formeel de juiste procedure is? Maar we hebben het al eerder gedaan, dus we kunnen toch gewoon zeggen… We kunnen als commissie toch gewoon een wethouder vragen om hier een raadsvoorstel te maken, en als hij zegt: ik heb nog onvoldoende informatie, en misschien gaat het hele verhaal niet door, maar ja. Weet je, we hebben het, voor zover ik weet, al zeker 3 of 4 keer gedaan. De voorzitter: Oké. Goed. Laten we in dat geval het volgende afspreken: wij laten deze vraag stellen aan de wethouder: maak er een raadsvoorstel van, en dat gaat de griffier voor ons vragen. En volgende week hebben vast een antwoord op die vraag, en hebben we ook uitgezocht hoe dat dan moet, en dan kunnen we altijd in de commissie nog een andere oplossing bedenken volgende week. Want ja, als mij nu verteld wordt dat het niet kan op die manier, dan wil ik daar niet te hard van zeggen: het kan wel. Dus ik wil dat ook gewoon netjes doen.
Dus laten wij het volgende afspreken: we laten de vraag stellen door de commissiegriffiers aan de wethouder: kan het een raadsvoorstel worden? Zo ja, graag zien, en zo nee: waarom niet? En dan hebben we binnenkort dat gesprek met elkaar wat we ermee gaan doen. Dus we houden deze even aan tot volgende week, en we laten de vraag stellen. De heer Burakçin: Prima. De heer Van Verk: Ik zou wel willen voorstellen dat volgende week als aandachtspuntje op de agenda te hebben. De voorzitter: Ja, zodat we weten dat we dit…
58
De heer Van Verk: Dat we het niet vergeten. De voorzitter: Misschien bent u zelf wel voorzitter, dan heeft u de macht in handen. We houden deze aan met de vraag, dus, en dan komen we volgende week op terug. 12. Stand van zaken opgave Zorgzame Stad - Raadsinformatiebrief De voorzitter: Punt 12, stand van zaken opgave Zorgzame Stad, een RIB. Daar heeft niemand wat van aangegeven. Punt 13, Jongerenparticipatie… Hé? De heer Van Verk: We gaan zo snel. De voorzitter: Sorry. De heer Van Verk: Als ik dat allemaal moet typen… Punt 12 zou ik willen agenderen met de politieke vraag dat het hier een tussenrapportage betreft, en ik zou graag uit een oordeel willen hebben van mijn collega’s of dit nu de goede richting is die we hebben ingeslagen met de besteding van de gelden. Wat de voorlopige resultaten zijn, en of het tot bijsturing moet leiden? Dit is dan een mooi moment om te zeggen als raad: nou, we hebben kaders gesteld, we controleren wat er gebeurt, en we gaan eventueel een bijsturing doen op de zaak. En ik heb echt die hele bijlage niet zitten lezen, want dat vond ik een beetje te veel voor dit stadium, maar ik vind dit gewoon wel een taak voor ons. De voorzitter: Ik kijk even in de chat of er voldoende steun is voor uw voorstel. We hebben 5 partijen nodig, en ik heb er nu 4. Ja, streng ben ik, hé? De heer Van Verk: Het lijkt wel een wedstrijd.
De voorzitter: Ah, de heer Boersma redt u. Dus nee, dat is helemaal prima. De RIB stand van zaken opgave Zorgzame Stad wordt ter bespreking geagendeerd in de commissie. Politieke vraag? De heer Van Verk: Had ik geformuleerd. De voorzitter: Dat was iets of dit nu juiste weg was? De heer Van Verk: Een, de eerste deel is: zijn we op de goede weg? Twee: wat zijn de voorlopige resultaten, en drie: behoeft de onderdelen bijsturing? Dus dan is het antwoord op vraag een: nee, we willen meer een andere richting op. De voorzitter: O? De heer Van Verk: Het wordt laat, Ari. De voorzitter: Ja. Nee, prachtig. 13. Jongerenparticipatie in Coronatijd - Raadsinformatiebrief