CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 6 januari 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 16 februari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 6, 13 en 19 januari, de raadsvergadering van 26 januari en de Auditcommissie van 27 januari 2021.35.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

21

Schorsing De voorzitter: Zo, we zijn er weer. Gaan we verder met de presentaties van de themabijeenkomst huiselijk geweld. En ik begreep dat er iemand anders nu het woord overneemt. De heer Van Mourik: Dat klopt inderdaad. Een goedenavond allemaal, ik hoop dat jullie mij kunnen horen en ook inmiddels kunnen zien. Ik ben Pieter van Mourik, ik ben sinds januari manager bij Veilig Thuis Zuid-Holland-Zuid Dordrecht. En vandaar ook dat ik vanavond aanwezig ben om enigszins wat toelichting te geven. Je mag één sheetje verder, naar de cijfers toe. Om daar even wat bij stil te staan en jullie hier wat over te vertellen. Dan wel, mochten er vragen zijn, daar antwoord op te geven. Nou, zoals jullie hier kunnen zien zie je de cijfers per gemeente. Onderverdeeld zijn de eerste drie kwartalen, dat is misschien ook even goed om te noemen, zoals ook in de titel staat. Het is nog net te kort dag om, nou ja, het hele jaar te kunnen hebben. Maar dit zijn de eerste drie kwartalen. Dan zie je de drie categorieën. Kindermishandeling, de blauwe. Huiselijk geweld, de oranje. Groen, ouderenmishandeling. En het onderscheid is misschien ook goed om te begrijpen dat, huiselijk geweld omvat alles waar geen kinderen zeg maar bij betrokken zijn. De rest, dus kinderen zijn getuigen van huiselijk geweld, dat zijn ook meldingen die vallen onder kindermishandeling.

Het totaal van wat we dus kunnen zien per gemeente, dat is in dit geval Dordrecht, is 1046, hebben we afgezet op het aantal inwoners per gemeente om daarmee ook een vergelijk te kunnen maken. Volgens mij werd er al eerder aangegeven dat Dordrecht voorheen op nummer één stond. Nou, in de regio zelf zie je dat nu terug dat het nummer twee is. Ja, met nek en nek in die zin met Zwijndrecht. En daaronder, nou ja, gemiddeld genomen zie je ze allemaal zitten zo tussen de 0,5% en 0,6%. Op zich is het daarbij ook goed om op te merken als we landelijk kijken, daar hebben ze natuurlijk een monitoring of een dashboard gemaakt bij het CBS. Daar zie je dat waar van oudsher, want ik werk al wat langer bij Veilig Thuis, voorheen ook bij het AMK, waar wij vanuit Zuid-Holland-Zuid toch wel eerder hoog in de lijsten stonden, zie je nu een wat meer daling of misschien wat meer een normalisering. Wij hebben al van oudsher een goede samenwerking met de politie. Wat ook, als we naar deze cijfers kijken, ook onze grootste melder is, de politie. Om een beetje gevoel te hebben bij aantallen, is dat de koplopers is in die zin politie met 764 meldingen. En de rest kan je dan over andere partijen verdelen. Waarbij particulieren, dus burgers, buren of mensen op straat, dat is 181 meldingen in Dordrecht. En dan al gauw komen we bij de 26 uit de ambulance.

24 ziekenhuis, en zo zijn er nog enkelen te noemen, maar die zijn een stuk minder. Dat is een beetje de verdeling wat dat betreft qua cijfers met meldingen. Als we kijken naar de volgende sheet, daar zou ik graag even naar toe willen gaan. Dat laat ook zeg maar een doorkijkje met betrekking tot de meldingen bij Veilig Thuis zien door de jaren heen. Daar zien we een viertal jaren. 2017, de blauwe lijn. Rood, 2018. Groen, 2019. En geel, 2020. Daar zie je, als we kijken naar het totaal, dat er steeds een stijgende lijn zit in het totaal aantal meldingen. Gemiddeld genomen is van al die jaren steeds ongeveer de groei twee-, driehonderd meldingen. We zien ook, dan kom ik terug op de vraag van volgens mij de heer Verk, die aangaf, zijn er dan wachtlijsten en hoe wordt ermee omgegaan? We zien door het jaar heen steeds een piek komen, dan neemt die weer af en dan komt er weer een piek. En eigenlijk zien we door zo’n schema als deze, dat die met name zit zo rond maart-april, dan wel … En dat is eigenlijk een soort uitloop vanuit het december waarbij bijvoorbeeld een politie nog een aantal

22

meldingen heeft die ze dan door moeten voeren naar Veilig Thuis. Dan wel, dat is te zien bij juni-juli, richting de zomervakantie. Scholen gaan dicht, andere professionals. Dus minder werk, dus mensen maken zich zorgen want we hebben minder zicht, gaan meer melden. Dan wel zo ongeveer na de zomer, eigenlijk begin herfst-oktober, daar begint ook wel een stijging. Nou, we hebben het laatste jaar hebben we daar vooral ook op ingestoken door te kijken, hoe kunnen we nou goed omgaan met die pieken? Want die pieken bepalen ook een groot gedeelte hoe de doorlooptermijn van het hele jaar is. Op het moment dat we al aan het begin van het jaar een opstroping krijgen, heb je daar een gevolg van wat dan in de rest van het jaar. En daar proberen we intern zo goed mogelijk mee om te gaan door op tijd de actie te ondernemen met een inhaaldag. Dus meer handjes regelen, zodat we sneller die zaken weer gecreëerd krijgen en het ook weer sneller bij het lokale veld terecht, dan wel extra mensen inhalen, zodat we dat op pieken kunnen opvangen. Zodat wel met elkaar zo goed en zo dicht mogelijk bij de wettelijke termijn blijven. En dat is ook afgelopen, nou ja, zeker het laatste kwartaal gewoon goed gelukt om gewoon 100% binnen de termijn te blijven, dus dat is een goed resultaat.

Verder wat we ook dan zien, naast het Veilig Thuis meldingen die we zien, daar hebben we geen sheet van, maar is goed even voor de beeldvorming. Veilig Thuis krijgt meldingen, maar ook adviezen. En van de adviezen, in totaal zo’n 2064, waren er 707 adviezen die afkomstig zijn vanuit de gemeente Dordrecht. Met daarin als grootste adviesvrager de particulieren. Dus zoals ik al zojuist zei, de burgers, buren, mensen op straat. Daarna de GGZ, onderwijs, ziekenhuizen en huisartsen. Nou ja, dat is een beetje de verdeling qua adviesvragers. Verder zien we ook, en dat was volgens mij ook een vraag, hoeveel gaat er nu vanuit Veilig Thuis, vanuit het primaire proces dat wij ermee bezig zijn, door naar het lokale veld. Nou, we zien daar ongeveer een verdeling 70%-80% gaat vanuit die eerste beoordeling waarin we zien, hulpverlening is betrokken, er zijn nog mogelijkheden om niets met een zwaar middel als de beschermtafel of als een andere maatregel, in te kunnen zetten met vrijwillige hulpverlening. En dat gaat dus zo 70%-80% van al die meldingen gaat naar het lokale veld toe. Nou ja, en van de overige, daar zijn wij dan als Veilig Thuis druk mee doormiddel van of een onderzoek of een vervolg aan een vervolgtraject. En voor Dordrecht waren dat het afgelopen jaar de eerste drie kwartalen 93 stuks. En nou ja, daar zijn we op dit moment mee druk geweest.

Ook hebben we nog tijdelijk huisverbod, want daar hoorde ik ook nog een opmerking over. We doen ook de procesregie op tijdelijke huisverboden. Dus als er een tijdelijk huisverbod wordt opgelegd, dan voeren wij het procesregie erop om te zien, wat is er nodig om vanuit dat acute onveiligheid te zorgen voor veiligheid. Een veiligheidsplan, dat de situatie van escalatie gede-escaleerd wordt, zodat kinderen, slachtoffer, dat kan de man of de vrouw zijn, ook op dat moment weer veilig voort kan gaan met al dan niet hulpverlening. Het is een tien dagen time out. Daar hebben we er achttien van gehad de afgelopen drie kwartalen. En nou, dat zijn denk ik voor nu zo’n beetje denk ik even de belangrijkste cijfers en een doorkijkje bij wat er allemaal gebeurt binnen een Veilig Thuis. Ik weet niet of daar vragen over zijn? De voorzitter: Ik zie geen vragen verschijnen. Dus uw verhaal was duidelijk, dank u wel. De heer Van Mourik: Graag gedaan, hartelijk dank. De voorzitter: Dan denk ik dat we toegaan naar het volgende onderdeel in de presentatie. En dan meld ik nog even tussendoor dat mevrouw Van Benschop van

23

GroenLinks inmiddels ook bij onze commissie aan tafel zit, welkom. Dat was ik zojuist vergeten. Het volgende presentatieonderdeel. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Scheening: Ik denk aan mij. Goedenavond. Er staan twee namen in beeld. Renske Zweitstra, dat is mijn collega, die is er niet bij. Mijn naam is Anne Scheening, één van de vier managers van het sociaal wijkteam in Dordrecht. Dus ik ga het vanavond, mijn verhaal, wel over Dordrecht houden. Ik weet niet of het de bedoeling is dat ik het beheer neem door beheer te krijgen, of dat er gewoon met mij mee geschakeld wordt? De voorzitter: Eerste vraag is even of dat u misschien uw camera aan zou willen zetten? Mevrouw Scheening: Als het goed is, is die aan. De voorzitter: Oh perfect, ik kan u zien. Dank u wel Mevrouw Scheening: En u kunt klikken op, beheer krijgen. En als het goed is kunt u dan de presentatie overnemen, de besturing daarvan. Mevrouw Scheening: Ik denk dat ik hem nu heb, of niet? De voorzitter: Er wordt geknikt naar me. Kunt u … Mevrouw Scheening: Nou, hij is … Ik heb inderdaad … Er staat, presentatie stoppen. Nou, dat doen we maar even niet. Nemen jullie hem maar terug, dat is beter. De voorzitter: Nemen we terug? Dan neemt de commissiegriffier het waar. En als u dan even wilt aangeven wat zij kan dan … Mevrouw Scheening: Ik zal eerst met een korte inleiding beginnen.

Ik … Nou ja, jullie kunnen … Ik hoor natuurlijk een heleboel vragen, dus dan neig je altijd oh zal ik er gelijk op in. Maar dat doen we niet. Ik wil wel meenemen dat we inderdaad bij de start van de sociale teams en de jeugdprofessionals nog apart in de tijd in 2015 naar nu inderdaad heel veel stappen hebben moeten nemen met elkaar. En dat gaat zeker niet zonder slag of stoot. Dus in die ontwikkeling hebben we wel gelukkig grote stappen gemaakt. Dus ik begrijp heel veel vragen die er zijn. En ik ben aan de ene kant ook blij dat ik daar ook wel al wat andere dingen over kan zeggen. Daarom wil ik u ook meenemen van, dat toen wij startten met de sociale wijkteams, werden uit alle organisaties waren er natuurlijk al expertises van dat men huiselijk geweld zaken en dat soort dingen van nul tot honderd had. Maar iedereen op zijn eigen gebied en vanuit zijn eigen organisatie. Met de stap naar de sociale teams in die tijd was het inzicht om generalistisch te werken. Dus eigenlijk was daar het standpunt van, iedereen moest overal vanaf weten en overal van moeten zijn. Je kan niet overal van zijn, dat is een leer die we in deze jaren gedaan hebben. Die we nu ook met de nieuwe kaders die we met de gemeente samen, maar ook met alle samenwerkingspartijen.

Precies wat er straks ook gezegd wordt, het gaat niet alleen om Veilig Thuis, het gaat niet alleen om de sociale wijkteams, we doen het met elkaar. En dat gaat gelukkig steeds meer en steeds beter, maar daar moeten we met zijn allen aan werken. Wat we nu zien is dat vooral ook belangrijk is dat we een generalistische blik hebben als professionals, maar dat je je expertise moet hebben om op de juiste manier de mensen te kunnen ondersteunen en te kunnen kijken wat we

24

doen. Ik wil graag wel aangeven dat het sociale wijkteam wel een vrijwillig kader is. Ik hoor een aantal zaken dat ik denk, laat ik dat al vooral even scherp stellen. Dat wij nu langzaam gaan we eigenlijk af, 2018, op het moment dat we integraal zijn gaan samenwerken met de jeugdprofessionals, wij een grote slag gemaakt hebben in professionalisering. Maar dit is nooit klaar. Dus dat wil ik ook alvast meegeven. Mag ik dan graag de eerste pagina? We zijn … Binnen het kader van 2021-2023 zie je ook al dat buiten dat veiligheid altijd een belangrijk stuk is, is eigenlijk bij de zes taken die we met elkaar gesteld hebben, is er één taak, en dat is de basisvoorwaarde veiligheid. Tuurlijk werd die altijd, weet je dat die er is, maar hij wordt gelukkig steeds meer benoemd. We zien ook dat er gelukkig steeds meer gemeld wordt, en dat is ook een proces van jaren geweest voor kindermishandeling. En daarom denk ik ook dat juist die ouderenmishandeling nog langer nodig heeft om dat ook te gaan durven melden. Want daar zit echt ook wel een grote zorg, maar we krijgen dat nog niet helemaal boven tafel. Wat je ziet bij die activiteiten voor die basisvoorwaarden van die veiligheid, is dat je het moeten bieden van ondersteuning en regie bij veiligheidsvraagstukken.

En juist dat stukje regie werd net ook gezegd, wie neemt dan die regie? Ja, ook wij hebben gezien van, zijn we daar voldoende voor uitgerust en hoe gaan we dat doen? Ja, dat komt steeds meer, en wie neemt dan die proces- of casusregie? Dat hangt ook altijd van de vraag, maar dat betekent ook dat je heel goed me elkaar moet samenwerken. Het uitvoering geven aan de meldcode van huiselijk geweld en kindermishandeling is een stuk wat logisch klinkt, maar hebben we wel voor zorg moeten dragen met elkaar, wat Eline ook al aangaf, in de scholingen. Maar vooral ook het blijven borgen. Het is niet één keer dit doen. Dat betekent dat elke medewerker die in dienst komt, moet eerst de basistraining ook volgen om inderdaad huiselijk geweld te kunnen signaleren. Want het gaat niet eens alleen om de meldingen, het gaat vooral ook als we spreken dat je ook in de gesprekken al ziet hoe mensen binnenkomen, dat je gaat kijken, kunnen we preventief dingen opvangen. Dus dat je veel meer zicht krijgt van, hoe werkt dat nou? Ook een rol die de professionals steeds meer moeten gaan nemen. We voeren als wijkteam ook het uitvoeren van de tijdelijke huisverboden, hebben we een rol bij. Dus niet dat wij hem alleen uitvoeren, wat Veilig Thuis ook net zegt, dat doe je met elkaar.

Het signaleren en bespreekbaar maken van huiselijk geweld en kindermishandeling is een stuk wat we steeds meer met elkaar vanuit een taboesfeer halen, maar waar vooral ook iedereen eigenaarschap in moet nemen. We weten dat het gewoon ook onze burgerplicht is om te melden. Maar melden doet ook iets met mensen, en melden doet ook iets met de gezinnen waar het om gaat. Dus daar dus ook met elkaar heel veel over te hebben. Maar ook met de inwoners zelf en met de scholen en ook met ouderen, met alles er omheen, om steeds meer bespreekbaar te maken. Niet alleen om dingen uit te kunnen voeren, maar ook om goed te kunnen blijven signaleren en te gaan aansluiten bij die inwoner. Het optimaliseren van werkprocessen. Ja, ik hoor ook, er wordt veel gezegd over papierwerk. Het is ook heel belangrijk dat de processen worden uitgevoerd, dus niet alleen dat het op schrift staat. Maar we proberen juist steeds meer de processen zo te maken dat ze makkelijker uit te voeren zijn, dus daar kom ik zo meteen voor terug. Dat is de slag van de laatste jaren. Het bevorderen en borgen van de deskundigheid en kwaliteit op het thema van veiligheid. Ja, ook daar hoorde ik daarstraks zaken over, wat mijnheer Van Vlerk ook al zei, hoe is daar dan in gedaan.

Die slagen die blijven gemaakt worden door continue die scholingsaanbod, maar ook doordat iedereen zijn registratieverplichtingen heeft, blijf je ook continue up to date. En doordat er ook expertises zijn gemaakt binnen elk wijkteam, zijn daar ook mensen die continue daar de

25

scholing en training op moeten hebben. En niet alleen door een cursus te volgen, maar ook door continue casuïstiek, maar ook met de inwoner zelf terug te schakelen, hoe is het gegaan? Professionals in het sociaal wijkteam hanteren de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Bij externe werkprocessen in veiligheidsvraagstukken zoekt het sociale wijkteam samenwerking met partners uit de veiligheidsteken. Het convenant samenwerkingsafspraken staat hier, 2018-2020, dat is 2019-2021. Mag de volgende sheet. Als wij kijken naar de veiligheid voor de wijkteams nul tot honderd, hebben wij binnen het wijkteam zelf ook gezegd, we moeten daar ook de mensen met de expertises bij elkaar zetten om goed te gaan borgen dat die deskundigheid en die kwaliteitsborging op het gebied van de veiligheid voor de sociale wijkteams Dordrecht breed uitgedragen gaat worden. Om juist die expertise heb je nodig om de inwoner goed te kunnen ondersteunen, maar ook goed te kunnen verwijzen of te kunnen, nou ja, te kunnen traceren. Ook dat is een stuk daarvan. Hoe willen we dit bereiken? Dat is door de integrale samenwerking nul tot honderd door middel van interne werkprocessen, de kennisdeling binnen het wijkteam en komen tot de samenwerking met de ketenpartners. Dan mag de volgende sheet, en dat is die integrale klantroute.

En die integrale klantroute die is tot stand gekomen omdat inderdaad de grote problemen waren de wachtlijsten. De wachtlijsten vooral bij de jeugdprofessionals, de casussen niet kwijt kunnen, de zorgen om de veiligheid. Dat betekent dat nu de borging in die integrale klantroute zit door die beperkte wachttijd bij de start van de klantroute. Er moet binnen, bij melding van Veilig Thuis, daar kom ik even, dat is een andere route dan normaal de mensen binnenkomen. De gewone vragen die binnenkomen, iedere inwoner die binnenkomt met een vraag moet binnen twee weken in ieder geval al een vraagverhelderingsgesprek gehad hebben. En dat houdt in dat de professional samen met een expertise, en dat komt nu binnen het wijkteam centrum gaat daar een pilot gedraaid worden, dat ook de WMO daarbij aansluit, om te zien of we daar versnellingsslagen in kunnen maken als dat nodig is. Als je kijkt dat we proberen dat er duidelijke informatie ook veel meer gegeven gaat worden, ook aan de inwoner die komt. Om ook verwachtingen … Maar ook dat men weet wat, ja, wat doen we nou en waarom? En wie hebben we daarvoor nodig? En daar hebben we vooral de inwoner voor nodig. En dat is ook vooral nodig dat we duidelijk met elkaar uitleggen wat we van elkaar kunnen verwachten. En dan de aandacht op de match tussen de hulpverleners en de inwoners, dat is ook een ding die we ook zien dat dat heel belangrijk is.

Om ook te zien als iets niet gaat, dat je ook toets bij de inwoner, maar ook bij de professional, hoe kunnen we verder komen? We hebben wel gemerkt dat we met een éénduidig werkproces over alle wijkteams, daardoor wel de inwoner veel meer dezelfde behandeling krijgt. Dat scheelde in de tijd, ook afhankelijk van de mensen die er zaten. Je hebt het inloop… Hoe kom je die vier processtappen? Je hebt het inloopspreekuur. Dus mensen kunnen binnenlopen, mensen kunnen … Het kan ook op scholen, dus de vindplekken. En die vindplekken kunnen van alles zijn, maar het kunnen ook instanties zijn die melden. Kunnen huisartsen zijn, kunnen buren zijn, maar altijd wel wetende dat we hier ook wel te maken hebben met de AVG-code. Dus dat zijn wel zaken die we ook met de mensen bespreken. Die vraagverheldering die we doen, is puur om te zien wat is die vraag van de inwoner? Wat we eerst deden, is dat we vooral keken wat is de vraag achter de vraag? Maar dan vaak is de inwoner die dan afhaakt, omdat hij komt voor een vraag binnen, en daar kan een vraag achterliggen die heel belangrijk is omdat dat de oorzaak is, maar dan is de inwoner nog niet zover dat hij daar aan toe is. En dat heeft wel een stukje, vaak kan daar kindermishandeling of ouderenmishandeling of dat soort vraagstukken achter liggen. Dat

26

is dan die vraag achter de vraag. En dat heeft … Die haal je niet altijd gelijk boven water, maar dat kan wel vaak met de vraagverheldering kunnen. Dan ondersteuning en over regie. Afhankelijk van wat de vraag is en wat we kunnen doen, gaat de professional met de inwoner aan de slag, of er wordt gekeken wat de inwoner nodig heeft, als het wijkteam dat zelf niet kan, welke partners daarvoor helpend zijn. En als een proces afgesloten kan worden, wordt die afgesloten. Of omdat de vraag opgelost is en de inwoner weer verder kan, of doordat er een andere partij de zaak overneemt, afhankelijk van wat het is. Ik spreek nu niet even alleen over veiligheid, het is even over de hele integrale klantroute. Omdat de veiligheidsvraagstukken, die zijn niet altijd per se gelijk op tafel, die kunnen ook wat later komen. Mag de volgende sheet. Dit is een beetje het proces van de IK. Ik snap dat iedereen al een beetje misschien genoeg plaatjes gezien heeft. Maar het gaat er vooral om dat als we binnen komen lopen, kan dat ook zijn dat een samenwerkingspartner een vraag heeft, maar wel altijd dat de inwoner weet dat die gemeld wordt, of dat de inwoner zelf kan komen. Op dat moment, als dit proces gelopen is, dan wordt er dus gekeken, is er ondersteuning en-of regie nodig. Nou, wat ik daarnet daarvoor zei. Dan mag die door.

Wat we ook aangeven en wat ik net mee startte, is dat we zien dat we steeds meer expertrollen en deskundigheidsbevordering binnen het sociaal wijkteam nodig hebben om de juiste rollen te doen. En nu gerelateerd op het stukje veiligheid hebben we experts huiselijk geweld en huisverboden, en sociale professionals, ouder-kindcoaches en jeugdprofessionals. Die heeft kennis van de meldcode, kan omgaan met onveilige situatie, kan hierin handelen en reflecteren. Ook wat er aangegeven werd van, het was vaak voor sommige professionals in het begin heel spannend om een veiligheidsplan te maken, omdat er toen nog de visie was dat iedereen alles moest kunnen. Kijken we nu veel meer, waar ligt de kracht van een ieder, en hoe kunnen we zorgen dat we de passende mensen op de inwoners krijgen met vragen. Naast de basistraining heeft de expert … Iedere medewerker die komt in het wijkteam gaat een basistraining volgen. Niet alleen op de meldcode, maar ook op het spiraal van huiselijk geweld. Dus dat is ook om te kunnen ontdekken van, zou hier sprake kunnen zijn van huiselijk geweld? Daarnaast zijn de expertmensen, de mensen die al werkervaring hebben en de vervolgtraining gedaan hebben, maar ook bekend zijn om verschillende dingen uit te voeren.

Casuïstiek met elkaar en evaluatiemomenten, wat is daar belangrijk aan? Is dat ook binnen de wijkteams en bij de sociaal professionals en de jeugdprofessionals integrale casuïstiek. Dus met elkaar de casussen te bespreken om het zo passend mogelijk te maken. Dat kan met professionals bij elkaar, kan met samenwerkingspartners, maar het kan ook met de inwoner zelf zijn. En de evaluatiemomenten sowieso. Graag de volgende sheet. Veilig opgroeien is teamwork. Dat is het stukje waar juist die samenwerking gekomen is. Waar we ook zeggen, de beschermingstafel, we willen juist proberen dat je zoveel mogelijk voorkomt om bij die beschermingstafel aan te komen. En dat daarom ook de samenwerking is gedaan met verschillende partijen om dichter bij elkaar met de vraagstukken te komen. En niet alleen die casussen die op rood staan, want dan zijn we eigenlijk al te laat. Maar de casussen waar je juist nog stappen kan nemen en waar je kan voorkomen en waar je veel meer de samenwerking met elkaar moet zoeken. De beschermingstafel an sich, er staat hier ook, is komen te vervallen, doordat we al dichter naar elkaar zijn. Maar dat heeft Eline daarnet ook al een beetje uitgelegd.

Verder zijn vaste collega’s binnen de … Dus contactpersonen met elkaar, dus vanuit Veilig Thuis, vanuit alle zaken, om goed met elkaar te kunnen schakelen, zodat juist die opstapeling van casussen zo min mogelijk tot niet is. Mag de volgende sheet. Dat is afsluiting. En waarom ik het een beetje kort houd,

27

omdat ik weet dat er een hoop vragen zijn, dus daar bereid ik me alvast op voor. Dus in deze wilde ik zeggen, is het misschien het makkelijkste dat men met de vragen komt. De voorzitter: de heer Burakçin had aangegeven dat hij een vraag had. Alleen volgens mij is dat al over. Klopt dat? De heer Burakçin: Nou, nee hoor. Aan het begin zei mevrouw … Ze had het weer over de casusregie, het nemen van die casusregie, en dat komt iedere keer weer terug. En ja, je hoort steeds meer dat dat gewoon op één of andere manier niet van de grond komt. Dat één gezin, één plan, één regisseur principe. Wat moet er nou echt gebeuren volgens u om dat wel van de grond te krijgen? Want iedere keer komt het weer terug. Heeft u daar een beeld bij hoe we daar een structurele oplossing voor kunnen vinden? En de tweede vraag is bijvoorbeeld ook, er wordt voortdurend geacht dat het wijkteam meer preventief te werk moet gaan. Maar kennelijk toch niet lukt om preventief te werken, omdat je wijkteam zeg maar te maken heeft met zwaardere zaken. En wat is bijvoorbeeld daarvoor nodig, wat heeft het wijkteam daarvoor nodig om bijvoorbeeld dat wel voor elkaar te krijgen? Kunt u daar misschien een uitleg voor geven? Klopt het dat ik niks hoor? Mevrouw Scheening: Dat klopt zeker, ik had mijn microfoon uit staan, excuus. U heeft … Dit punt is juist het punt waar wij ook elkaar op aanspreken.

En wat we nu doen op het moment dat er weinig partijen bij zijn, dan is het niet zo moeilijk om aan te wijzen wie de regie heeft. Want dan hoef je ook bijna niet zo’n regie te hebben. Het lastige is gewoon dat we nu nog met heel veel samenwerkingspartners zitten waar we allemaal met onze eigen systemen, onze eigen lijstjes en eigen dingen zitten van, ja, maar deze vraag is dan niet meer voor ons. Nou, dat zijn we gelukkig nu zo ver dat het is, als je casusregie hebt, dan heb je die en dan wordt je daarop aangesproken. Maar die heeft dan ook dat hij de andere partijen erop aan kan spreken. Kant-en-klaar is het niet, maar we zijn gelukkig nu wel daar al veel verder mee. Dat er gelijk vanaf het eerst moment wordt afgesproken, wie neemt hier het touw in, en die naam wordt er aangehangen en die weet wat die daarin moet doen. Maar ook daar blijf je altijd met elkaar van, ja, maar waarom moet ik hem? Nou, dat is op het moment dat jij het meeste in slag bent met de vraag, ben jij degene die de casusregie heeft. En over het procesregie, dat is weer een ander verhaal. En wat wij daarvoor nodig hebben, is elkaar continu te wijzen dat we elkaar verantwoording nemen. En op uw andere vraag. Was dit voldoende antwoord op uw vraag? De heer Burakçin: Nou, toch nog eventjes terug, zeg maar.

Zou het bijvoorbeeld u helpen om bijvoorbeeld te zeggen van joh, vanaf nu bijvoorbeeld is het sociaal wijkteam de aangesproken organisatie die altijd de regie neemt. Of is dat heel makkelijk gezegd? Mevrouw Scheening: Het is ik denk heel makkelijk gezegd. Omdat je … We zeggen juist ook van, wat is regie hè? Is regie alleen dat je het proces leidt? Dus dan heb je als procesleider een taak. Het is inderdaad in ons kader van 2021-2023 zijn deze twee motto’s juist om de rede die ik ook geef, waar wij heel hard mee moeten gaan werken om juist te gaan zien, hoe gaan we die regie nou het beste neerzetten? Of die dan per se altijd alleen bij een wijkteam moet liggen, is ook echt afhankelijk welke partijen er zijn. Ik denk dat deze zoektocht we met elkaar moeten gaan maken. Maar het allerbelangrijkste is dat er duidelijkheid is wie de regie neemt. En wat dan de verwachtingen van elkaar

28

daarin zijn. Die moeten we vanaf … Niet mee wachten om een proces in te maken. Nee, dat moeten we vanaf nu, en eigenlijk zijn we daar gelukkig al mee begonnen, al gaan doen, om nu verder te gaan ontwikkelen. Moet dat altijd één partij zijn, of gaan we daar kijken dat we richtlijnen stellen welke partij het dan zou moeten doen. De heer Burakçin: Ja, oké. Ja. Mevrouw Scheening: Dus dit is wel een opdracht van ons die wij nu meegekregen hebben voor deze periode. Dat is volkomen terecht, en juist hierom. De heer Burakçin: Ja, wij gaan het zien. Mevrouw Scheening: We volgen het met elkaar. En u had nog een tweede vraag? De heer Burakçin: Ja, dat klopt, over dat preventief werken. Mevrouw Scheening: Ja. Het preventief werken ben ik juist wel blij dat we daar wel mee de ouder-kindcoaches op scholen. Dan hebben we het over preventief natuurlijk voor de kinderen. Wij hebben de seniorenexpertise die veel dichter bij de ouderen zitten, die dus ook aansluiten bij buurtwerk, bij andere dingen die er zijn, om juist veel meer die aansluiten preventief te vinden. Samenwerking met de JGZ op jeugd, dus jeugdgezondheidszorg, wordt veel meer gevonden. Voorscholen, daarnaast ook met in buurtinitiatieven. Om steeds meer aan te sluiten, juist te laten zien dat het goed is om met elkaar te durven zeggen als je je zorgen maakt over iets en hoe dat werkt.

Dus dat zien we wel dat die preventie wel steeds meer komt. Maar u heeft wel gelijk dat in het begin alleen maar de probleemcasussen er waren. En wij hopen dat we door in te zetten met elkaar ook op die preventie en die samenwerking, ook juist met Veilig Thuis en alle andere partijen, die preventie veel meer naar voeren te halen. De heer Burakçin: Ja, helder. En bent u zeg maar voldoende toegerust ook met personeel om bijvoorbeeld voldoende preventief te kunnen werken? Mevrouw Scheening: Wat is voldoende toegerust. Het is afhankelijk van vraag en aanbod, dat heb je natuurlijk altijd. En ook als er een casus heel intens is, ja, dan kan je daar heel lang mee bezig zijn. We hebben nu met elkaar hebben we natuurlijk ook de opdracht dat je gewoon zorgt dat sowieso iedereen zo goed mogelijk goed geholpen wordt. En wat je daarmee moet doen. Ja, heb je de tools? Ja, wij hebben … Als wij er niet uitkomen, moeten we dat aangeven. Maar we moeten ook bij onszelf te rade gaan hoe dingen komen. Dus het is een proces van kijken, wat kunnen we zelf beter doen, en een proces met elkaar te kijken, wanneer hebben we wat nodig. Maar we zien wel met de inzet die we nu gekregen hebben om deze integrale klantroute te doen door mensen eerder te kunnen helpen, ik klop het echt even af, dat we momenteel geen wachtlijsten hebben. En dat is echt, nou, een unicum.

Het kan heus duren dat het 2 tot 4 weken het is. Maar echt grote … De wachtlijsten zoals ze er waren, zijn er gelukkig niet meer. De heer Burakçin: Ja, oké. Nou prima, dank je. Mevrouw Scheening: Maar klaar is het nooit.

29

De heer Burakçin: Nee. De voorzitter: De heer Van Verk had ook een vraag. De heer Van Verk: Dank, voorzitter. Ik heb het verhaal zitten aanhoren. En ook hierbij hoor ik weer een verhaal over processen en protocollen en expertise en noem maar op. Dat leidt bij mij wel tot een paar gewoon hele praktische zaken. Er komen samengestelde teams vanuit de jeugdteams en vanuit het sociaal wijkteam, die vormen nu één sociaal wijkteam in Dordrecht. Mevrouw Scheening: Ja. De heer Van Verk: En u geeft ook aan in uw verhaal van, ja, en het is maar net afhankelijk, en ik zeg het nu even … Mevrouw Scheening: Zwart-wit. Dat mag hoor. De heer Van Verk: Net wie het kortste houtje trekt, die krijgt de regie toegewezen. Dat is natuurlijk niet zo, daar is een afweging gaat daaraan vooraf. Maar wat ik wel interessant vind is dat, mensen in de jeugdteams die hebben een SJK, of een … Mevrouw Scheening: SKJ. SKJ-registratie. De heer Van Verk: SKJ-registratie. Dat betekent dus dat als je met een jeugdvraag komt, een kindervraag komt, dat je dan al automatisch weer terecht komt bij je jeugd … Mevrouw Scheening: Nou, ik wil … Daar wil ik toch even op … Maar ik daar op in gaan? Of wilde je eerst je vraag afmaken? Sorry. De heer Van Verk: Nee, gaat u er maar gelijk op in. Mevrouw Scheening: SKJ-registratie is niet alleen binnen de jeugdteams. Alle ouderkindcoaches zijn SKJ geregistreerd.

Het grotendeels van de pedagogen zijn SKJ geregistreerd. En de SKJ registratie zit niet alleen op het feit dat je dan alleen jeugdvragen kan beantwoorden, want dat kan ook met Registerplein en met je BIGregistratie. Ik weet niet of je dat bedoelt? Maar het zit niet in een registratie om dit te kunnen doen? De heer Van Verk: Nee, maar waar mijn vraag eigenlijk zich op gaat richten, is dat … En dat signaal kregen we overigens vanuit enkele teams, dat er ook mensen zonder die registratie jeugdhulpverlening zouden kunnen gaan geven, of jeugdzorg. En andersom, dat mensen met die registratie ingezet zouden kunnen worden op niet-jeugdzorgzaken. Mevrouw Scheening: Ja, wat zijn jeugdzorgzaken hè. Dat vind ik wel een groot verschil. Als het om ondersteuningstrajecten zijn, dat het opvoedingsvragen zijn, waarvan nog gewoon het in het preventieve kader is, wordt dat, laat ik even zeggen, door de pedagogen of door de ouder-kindcoaches gedaan. Op het moment dat er een heel ander proces aan is, dan wordt er of samengewerkt hè, afhankelijk van de vraag. Het kan ook zijn dat de jeugdprofessional en de sociaal professional samen de vraag oppakken als

30

dat ook voor de ouder vaak helpend is, afhankelijk van wat er moet gebeuren. Daarnaast zien we gelukkig ook dat de jeugdprofessional ook steeds meer, ik noem het even, mee naar voren kan bewegen om ook zelf al zaken op te pakken met kinderen. Dus die swung die is er, maar dat hangt niet helemaal af van de registratie. De registratie is echt belangrijk als er inderdaad met de jeugdwet zaken gedaan moeten worden. En dan moet een SKJ-registratie aan de slag, en dat gebeurt. De heer Van Verk: Oké, dat vind ik in ieder geval geruststellend om te horen. Tweede vraag die ik heb, waarbij ik voordat ik die vraag stel, overigens wel wil vaststellen dat je verhaal, als ik dat vergelijk met een aantal jaren geleden, er een hele hoop stappen in de goede richting zijn gemaakt zo. Tenminste, de richting die wij altijd bepleit hebben, zoals mensen gaan inzetten op hun expertise en afstappen van dat generalisme. Een generalistische blik vind ik ook wat anders, dat is gewoon dat je een brede kijk hebt op de wereld en op de mensheid. Maar dat je daar wordt ingezet waar je sterke kanten liggen, dat vind ik alleen maar positief. Wat ik nog wel even, en daar schrok ik eigenlijk wel van, is dat je stelde van, ja, de komende jaren hebben we de opdracht gekregen om de zoektocht uit te voeren naar de regie. Mevrouw Scheening: Ja, dat is een ongelukkige woordkeuze van mij. De heer Van Verk: Oké.

Mevrouw Scheening: Dus laten we gelukkig zeggen dat de woordkeuze daar ongelukkig in is. Nee, niet de zoektocht. We vinden altijd een zoektocht om het goed te doen, en dat is meer waar mijn zoektocht in zat. En dat is het goed doen, en wat is goed? En daar moet je met elkaar continue op door blijven gaan. Wat ik nog wel even wil zeggen, als terug mag komen even op je eerste stukje. Juist dat mensen vanuit het wijkteam geneigd waren om zaken op te pakken die ze misschien al beter bij de collega hadden neer kunnen leggen, dat is juist de rede waarom dat we veel meer met elkaar zijn gaan kijken voor die samenwerking te doen. Dus dat klopt dat dat beeld zeker die zorg geweest is. De heer Van Verk: Ja. Heb ik daar nog wel in dat kader en dat verlengde een vraag. Ik heb hem net opgeschreven bij het verhaal van Ben. Die schetst ook een beeld waarin heel veel partners met elkaar samen moeten werken. Veel samenwerken betekent ook veel overleg, betekent weglekken van tijd waarbij de handen, zoals ze in de zorg zeggen, niet aan het bed kan staan. Mevrouw Scheening: Ja. De heer Van Verk: Zijn die dingen nog wel in verhouding met elkaar? Of gaat dat toch een bepaalde kant op dat je zegt van, ja, als we zo door gaan zitten we meer te vergaderen dan te werken. Vergaderen om te werken hoor. Mevrouw Scheening: Tuurlijk. Ik wilde zeggen, je hebt overleg nodig om het goed te kunnen doen.

Maar dit blijft altijd, als je ziet wat er ook verwacht wordt van professionals, ook om overal bij aan te haken, overal in mee te moeten doen, overal om te doen. Hebben wij wel gezegd, het belangrijkste is dat die inwoner geholpen wordt, dan dat we overal in mee moeten gaan. Dus ja, ook wij moeten daar kritischer in worden om te zorgen, en dat worden we al steeds meer. Maar er liggen ook veel wet- en

31

regelgeving waar we aan moeten voldoen. Dus ja, de valkuil is dat overleg om te overleggen soms dreigend is. En daar proberen we zoveel mogelijk voor te bewaken, maar daar zullen we nog ook met elkaar slagen in moeten maken. Want er wordt ook een hoop verwacht van alle professionals hè. Ze moeten overal bij aansluiten, ze moeten alles kunnen, ze moeten alles doen. Terwijl we ook verwachten dat ze tegelijkertijd iedereen goed helpen. Dus daar hebben wij met zijn allen nog iets in te doen. De heer Van Verk: Oké. Nou, ik stop even en geef het woord aan mijn collega’s. De voorzitter: Mevrouw Nijhof had nog een vraag. Mevrouw Nijhof: Ik heb meerdere vragen. Wat ik geen enkele spreker heb horen zeggen, en daar schrik ik eigenlijk heel erg van. We hebben het vanavond specifiek over kindermishandeling en huiselijk geweld en ouderenmishandeling, over dat protocol hebben wij het. Waar is de positie van de ouders en de kinderen? Want volgens mij is het namelijk zo dat het oorspronkelijk uiteindelijk de bedoeling is dat ouders de regie hebben. En dat moet sowieso het doel zijn, denk ik. Maar ik hoor in het hele verhaal nergens die ouder en dat kind terugkomen. En daarnaast is het zo, ik hoor u zeggen dat jullie heel erg bezig zijn … U zegt, wij zijn vrijwillig kader.

Maar vervolgens wordt er op dit moment toegewerkt naar een situatie waarin in dat vrijwillige kader al alle partijen ingevlogen worden die eigenlijk bij het gedwongen kader horen. Daar bedoel ik mee de tafel van de kinderbescherming. Ja, goed. Ik wil … Kunt u mij zeggen, hebben ouders daar een keuze in? Want dat … Ja. Ja? Mevrouw Scheening: Een keu… Op het moment dat er een melding is, een huisverbod, en er zouden kinderen bij betrokken zijn, dan is het altijd nog steeds het vrijwillig kader. Dus als mensen niet meewerken. Ik weet niet of je dat bedoelt. Mevrouw Nijhof: Nou ja, wat ik bedoel is, kijk, de mijnheer hiervoor die legde uit dat er, en dat heb ik even uitgerekend, ongeveer 165 meldingen aan kindermishandeling bij het wijkteam terecht komen in Dordrecht. Mevrouw Scheening: Ja, klopt. Mevrouw Nijhof: Die moeten dus behandeld worden. Die moeten ook nog onderzocht worden om te kijken, nou ja, laten we zeggen, hoe veilig of hoe onveilig het is, zeg ik maar even. En of deze mensen hulp nodig hebben. Mevrouw Scheening: ja. Mevrouw Nijhof: Want u heeft in het heel algemeen uitgelegd, die klantroute. Maar ik ga er even vanuit, dat als het gaat om meldingen, zorgmeldingen, dat die prioriteit hebben. Mevrouw Scheening: Ja, die worden … Daar wordt op af gegaan, ook. Mevrouw Nijhof: Oké, goed.

Nou hoor ik u ook zeggen dat er eigenlijk al heel snel, eigenlijk om erger te voorkomen, ook de jeugdbescherming en de raad zeg maar aan tafel komen te zitten. Hebben …

32

Mevrouw Scheening: Nee. Mag ik die nuanceren? De nuance zit dat daar nog niet per se … Dat zit nog echt in een heel prematuur stadium, en dat zijn dan nog niet per se dat daar namen of dingen … Dat is puur de kennisdeling met elkaar om te zorgen dat je casussen bespreekt anoniem, die je juist gaat gebruiken om te voorkomen dat je in erge situaties komt. Het is meer kennisdeling van elkaar, het is echt nog in een prematuur stadium hoe je hem zet. Dus dat wil ik wel even nuanceren, want anders dan lijkt het net van dat iedere casus besproken gaat worden al op deze zwaar heftigheid. Nee, dat is niet de bedoeling van dat stukje. Het is echt … En daar wil ik nog wel … Wij zijn ook … En het is echt een inzet van procesbegeleiding voor veilig opgroeien is teamwerk. Dat is misschien wel interessant om daar een keer de informatie van te krijgen, dat je ook ziet wat daar de bedoeling van is. Dus dat is nu niet zo dat dat per se dan al die gezinnen daar al op besproken worden. Mevrouw Nijhof: Nee, maar wat ik wel hoor is, en dan kom ik eigenlijk terug op het eerdere wat ik gezegd heb, is dat u steeds spreekt, allemaal overigens, allemaal over de ketenpartners en de samenwerking en de expertise en de deskundigheid. Maar waar is de positie van ouders en kinderen in deze? Want dat … Mevrouw Scheening: Ja. Ja, helemaal terecht dat je dat ook zegt hè. Mevrouw Nijhof: Ja, ja.

Mevrouw Scheening: Dus op het moment, en dan spreek ik even puur voor eventjes zoals wij nu werken, als mensen binnenkomen en in de vraagverheldering wordt er wel gekeken wat… Als je het puur op veiligheid zetten, want mensen komen ook wel zelf met zorgen over veiligheid. Gelukkig. Dat is een proces wat we eigenlijk het laatste anderhalf jaar steeds meer zien, en dan is het gesprek juist wat mensen nodig hebben, wat ze zelf weinig, of dat ze juist vragen: wil je met de kinderen met ons een gesprek meedoen? Dus wij toetsen ook wel veel meer terug ook op dat moment: wat heb jij nodig? En uit de evaluaties van de laatste jaren hebben we steeds meer gezien dat we ook bij mensen kijken: oké, maak je jezelf zorgen? Wij hebben bijvoorbeeld, er is een melding, dan leg je uit wat die melding is, en mij gaat ook vooral vragen: wat hebben zij er zelf… Hoe staan zij er zelf in, en hoe kijken zij er zelf naar? En dan probeer je zo op die manier te zoeken: hoe kan je nu die dingen in balans krijgen? Want vaak is een ander die zich zorgen maakt, terwijl degene die erin zit er anders nog naar kijkt. Snap je wat ik bedoel? Mevrouw Nijhof: Ik snap wat je bedoelt. Ja. Mevrouw Scheening: Dan proberen we te toetsen: wat heeft die ouder of dat kind nodig om een ouder eigenaar te worden van een probleem wat er is, maar wel aan te sluiten: hoe bereik ik eerst die ouder? Mevrouw Nijhof: Ja, nou goed.

Nu is er natuurlijk in Nederland… Er zijn heftige discussie over hoe het allemaal in de jeugdzorg verloopt, en over dit stukje is ook een extra discussie. En die discussie gaat ook heel erg over de angst die mensen hebben voor het gedwongen kader en voor de jeugdbescherming en voor Veilig Thuis. Want, nou ja, goed. U zegt: mensen komen zelf naar u toe. Maar waar wij het, volgens mij, vanavond vooral over zouden hebben is hoe de routing loopt vanuit Veilig Thuis. Mijnheer Van Verk heeft

33

bijvoorbeeld al een aantal dingen gezegd over die wachtlijsten die er waren. Die waren ook, laten we zeggen, gecreëerd omdat of geen bemensing was in het sociaal wijkteam om het op te pakken, of omdat er handelingsverlegenheid was in het wijkteam. Nou, u zegt nu: dat zijn we aan het oplossen. Maar goed. Hoe ga je nu daarmee om met die angst die er is? Want in dat geval komen mensen natuurlijk niet zelf naar je toe. Zij hebben een brief van Veilig Thuis gekregen dat er een melding is, en in die brief staat, volgens mij, dat u contact met hen gaat opnemen, en dat er verder over gesproken wordt. Mevrouw Scheening: En dit is echt het contact blijven houden met mensen, want soms kan het zijn dat je diegene probeert te bereiken en ze dan de telefoon niet meer opnemen, de deur niet meer opendoen. En als je ze dan op het moment ze wel bereikt, en het gesprek aangaat: wat maakt nou… Waar ben je bang voor? Dan is het eerste wat ze zeggen inderdaad, afhankelijk van het soort gezin, want daar zit ook wel: ja, maar jullie zijn er om mijn kinderen weg te halen. Het is echt van waarover de melding vandaan komt. Als de melding van school of van iets komt, dan is het: ja, jullie willen alleen maar mijn kind te halen. Dat is de angst die er ligt. Dus vaak heb je daar tijd nodig. En of dat je nu die intentie niet hebt, heel veel mensen hebben die angst. Dat klopt.

Dat is ook vertrouwen winnen, maar aan de andere kant heb je soms die tijd niet, omdat je ook de veiligheid van het kind bedoelt. Niet de tijd dat de professional niet heeft, maar omdat je dan moet handelen. Nou, en daar zitten gewoon twee grote verschillen dat ik probeer te zeggen je probeert juist in die preventie dat je aanhaakt bij die mensen om ze vertrouwen te geven dat hetgeen dat zij doormaken dat het goed is als het je zou lukken om het daarover te hebben, en om vertrouwen te krijgen om jouw problemen op tafel te leggen. Maar dat blijft echt een ding die, nou ja, als we daar de oplossing met elkaar voor zouden hebben, dan ben ik de eerste die daar graag aan mee zou willen doen. Maar het is echt het gesprek blijven aangaan, en de wijze van gesprekvoering. Daar hebben we heel veel in te doen gehad. Mevrouw Nijhof: Maar het punt is wel, denk ik, dat in het geval van laten we zeggen, toch weer terugkerende acute onveiligheid, die ook kan ontstaan als een gezin onder jullie monitoring loopt, wat doe je dan? Hebben jullie dan ook de bevoegdheid om op te schalen naar de Jeugdbeschermingstafel? Hoe loopt dat proces? Moet daar onderzoek gedaan worden bij de raad, of hoe …? Mevrouw Scheening: Ja, de jeugdprofessional op het moment dat dat er sprake is, dan wordt er natuurlijk altijd ook met de ouders eerst besproken dat ze dit aan doen. Dat is logisch.

Dat zou toch gek zijn als dat niet het gevaar van het kind in het belang is. Dan meld je het de ouder: wij gaan het… Je meldt altijd dat je naar de beschermertafel gaat. Alleen de ene keer kan je zeggen: het lijkt ons verstandig om naar de beschermingstafel te gaan als ouders zelf, afhankelijk van of het kind in gedrang is, of dat het ook weleens helpend kan zijn om met de beschermingstafel die stap te nemen. Dat wordt zeker gedaan. En die lijnen zijn juist, en als het nodig is. En eerst was dat vooral dat dat veel sneller ging, omdat de zaken veel ingewikkelder al binnenkwamen. En nu zie je dat het alleen nodig is als het ook echt moet. En dan maken… Zijn die lijnen snel gemaakt. Mevrouw Nijhof: Zijn er cijfers van hoeveel gezinnen er uiteindelijk naar de beschermtafel komen?

34

Mevrouw Scheening: Ja. Mevrouw Nijhof: Want dat zag ik net niet. Mevrouw Scheening: Nee, ik ga je heel eerlijk zeggen, en dat zal ik ook nog later bespreken. Ik had een beetje een beeld gekregen dat het de bedoeling was dat ik iets vertelde over het wijkteam en over de veiligheid, en dat soort dingen erbij. Ik snap nu een beetje dat het een iets heel ander kader is, dus waarvoor mijn excuus. Als er op cijfers gerekend was, dat heb ik even niet gedaan. Dus dat zijn dingen die kunnen wij eventueel kijken wat je daarvoor nodig hebt om dat aan te leveren. Mevrouw Nijhof: Oké, ja. Verder wou ik nog een opmerking maken over de SKJregistratie, want volgens mij zegt de wetgever - dat is expliciet vastgelegd - dat iedereen die met kinderen werkt een SKJ-registratie moet hebben, en zeker degene in een jeugden in een wijkteam. Mevrouw Scheening: Ja, dat klopt. Ik wou u wel zeggen, ik heb zelf altijd met kinderen gewerkt, en de BIG-registratie, afhankelijk van wat je met kinderen… Als jeugdverpleegkundige heb je je BIG-registratie, maar ook daar zit een wettelijk kader in, dus het is echt wel afhankelijk dat niet iedereen die met een kind werkt SKJ geregistreerd is. Mevrouw Nijhof: Nee, dat weet ik.

Maar het is wel zo dat op het moment dat er een probleem ontstaat, zeg maar, en diegene is niet SKJ geregistreerd dat er een ander is die daar, of de instelling zelf, voor de tuchtrechter moet komen. Mevrouw Scheening: Klopt. Nee hoor, dat klopt. Mevrouw Nijhof: En dat wil ik toch even zeggen, ook wel herhalen wat mijnheer Van Verk zei… Want mij zijn cijfers… Ik heb cijfers gezien van hoeveel mensen er in het sociale team, en ook in de sociale basis, want dat is natuurlijk ook ons nieuwe wijkteam, deels, de sociale basis. Daar zijn toch net een nipte meerderheid, volgens mij, SKJ geregistreerd, en dat vind ik best wel zorgelijk, eerlijk gezegd. Mevrouw Scheening: Ik snap je vraag, en ik ga het ook meenemen. Wat ik wel even wil zeggen is als het kindzaken zijn, wat dit is, dan is degene met de SKJ-registratie in de lead. Alleen, … Mevrouw Nijhof: Ja, die is verantwoordelijk. Mevrouw Scheening: Alleen het aantal kindvragen en het aantal volwassenvragen, want dat… Ik snap dat veiligheid voor kinderen, maar ook echt volwassenen, moet je ook je registratie wel hebben. En dan is een SKJ-registratie niet geldig, dus je moet wel de balans hebben dat je de juiste registraties overal kan inzetten. Dus ik snap jouw stuk, maar op de SKJ-registratie lopen de mensen die daar moeten lopen. Dus als een pedagoog… Die was inderdaad toen hij bij Jong JGZ gezet had, had hij geen SKJregistratie.

Die zijn nu overgaan naar de SKJ.

35

Mevrouw Nijhof: Kijk, mensen die veiligheid moeten wegen… Mevrouw Scheening: Ja, maar dat doet de jeugdprofessional. Dat doet de jeugdprofessional. Mevrouw Nijhof: Ja, dat zijn altijd… Mevrouw Scheening: En die zijn allemaal SKJ-geregistreerd. Mevrouw Nijhof: Nou ja, goed. Wat ik toch weer wil zeggen is dat ik wel ontzettend schrik van de hoeveelheden mensen die hierin betrokken zijn. Dat is eigenlijk iets wat wij wel al in de Dordtse Raad vanaf 2014 constant maar bespreken, zeg maar, maar ook… Mevrouw Scheening: Hoe bedoel je? Kan je mij dat uitleggen wat je bedoelt? Mevrouw Nijhof: Nou Ja, dat is wat mijnheer Burakçin zegt: zo min mogelijk… Eigenlijk wil je zo min mogelijk professionals betrekken bij een gezin. En het is uiteindelijk de bedoeling dat mensen zelf de regie over hun eigen stukje kunnen voeren. En wat ik nu ontzettend hoor is dat… Er is een heel cordon met mensen die er omheen staan. Althans, zo klinkt het… Mevrouw Scheening: Ja, dat wou ik net zeggen, want dat is juist een heel eind verminderd. Dat was in het begin nog veel meer dan het nu is, omdat er nu echt gekeken wordt: wie is er nog nodig in het gezin? Het gebeurt nog veel te veel, maar het is wel gelukkig al verminderd. Mevrouw Nijhof: Ja, nou goed. Nu staan er heel veel mensen omheen ook. Kijk, we hadden vroeger natuurlijk de discussie: er zitten soms 10 mensen in een gezin.

Nou ja, goed, dat is misschien enigszins verminderd, maar nu zie je dus de toename als het gaat over de veiligheidsvraagstukken dat steeds meer partners zich laten zich opstellen rondom een gezin. Mevrouw Scheening: Ja, of vinden er ook wat van. Mevrouw Nijhof: Ja, daar vind ik ook wel wat van. Maar goed, ik… Mevrouw Scheening: Dat is ook wel iets waar met elkaar heel goed naar moeten gaan kijken, want dit is wel een signalering die we met elkaar ook doen, hé? Mevrouw Nijhof: Ja. Nou ja, goed, en u moet ook begrijpen dat wij natuurlijk vanuit de raad moeten wij heel erg kijken. U weet de budgetten die overal overstegen worden, dat dit stukje natuurlijk, het heel veel inzetten van professionals, ook om een gezin, dat dat ook geld kost, dus. Mevrouw Scheening: En dat is ook het stukje waar wij met andere zorgen natuurlijk bezig zijn om veel meer te kijken naar het stukje maatwerk, maar ook: wat kan er zelf, wat kan

36

er in het netwerk, wat kan er op een andere wijze? Dat gaat echt ook weer steeds meer gebeuren. Mevrouw Nijhof: Ja, nou ja, goed. Ik zou er ook voor kiezen om… Kijk, als het zo is dat er, laten we zeggen, dat de SKJ-registratie geldt, dan zou ik er ook voor kiezen. Een Wmo-er heeft waarschijnlijk geen SKJ-registratie nodig, hé? Nee, maar op het moment dat er een gezinsprobleem is zou je dus heel makkelijk gewoon één iemand in kunnen zetten met een SKJ-registratie die zowel de Wmo-zaken doet en de regelzaken als de jeugdzaken, zou ik maar zeggen. Mevrouw Scheening: Dat is nu natuurlijk het stuk wat met de regie met de Wmo en met ENVER momenteel bekeken wordt, hé? Dus ik heb daar vanmiddag ook met hen over gehad. Zij sluiten ook al bij twee gesprekken nu aan bij ons al bij een vraagverheldering om deze toets te doen. En die doen we ook gewoon met de Wmo, maar dan op de volwassenstuk, en we gaan met deze slagen maken. Dus ik herken jouw stukje. Mevrouw Nijhof: Ja, ik ben zelf… Ja, goed. Ik zal het maar zeggen… Mevrouw Scheening: Ik ken jouw achtergrond. Mevrouw Nijhof: Ja, je kent mijn achtergrond, ja. Ik ben zelf SKJ geregistreerd. Mevrouw Scheening: Ja daarom. Ik snap je vragen. Mevrouw Nijhof: Dus het is mijn dagelijks werk. Dus ik… Mevrouw Scheening: Ik snap het. Ik weet het. Dat is juist goed, dus je observatie is ook heel goed.

Als we het maar gewoon open met elkaar blijven bespreken, maar ook om te zien wat loopt er een wat loopt er niet. En natuurlijk zullen er nog steeds dingen niet lopen, maar we hebben gelukkig wel heel veel slagen gemaakt. Mevrouw Nijhof: Oké. Nou, dit waren mijn vragen even. Mevrouw Scheening: Dank je wel. Mevrouw Nijhof: Ja. De voorzitter: Een laatste vraag… O, er komt er nog eentje bij. De heer Van Dam Timmers had een vraag. De heer Van Dam Timmers: Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor het verhaal en ook eigenlijk de heldere antwoorden die er steeds gegeven worden ook als ons dingen onduidelijk zijn. Ik denk dat dat heel belangrijk is en fijn dat we op deze manier kunnen praten. Ik zal proberen het kort te houden, ook gezien de tijd. Ik had een paar vragen. Ik steun heel erg de vraag die ging over regie, en dat is ook wat ik zelf vanuit mijn eigen achtergrond tegenkom, en ook aan de mensen, bijvoorbeeld mijn vrouw die ik daar veel over spreek, dat die regie inderdaad lastig is, omdat soms zoveel mensen betrokken zijn,

37

en dat uiteindelijk als iedereen betrokken is, niemand betrokken is. Goed dat daar aandacht voor is, en nou ja, dat dat als kernpunt gezien wordt. Mevrouw Scheening: Het staat echt bovenaan de lijst. De heer Van Dam Timmers: Nou, heel belangrijk. Dat is mooi. Dan hoeven we het daar niet verder over te hebben, maar het moet natuurlijk nog wel gebeuren, dat is soms wel weer het lastige. Mevrouw Scheening: Ja, zeker. De heer Van Dam Timmers: Dan heb ik eigenlijk nog een vraag die ook een beetje aansluit bij die financiering, maar ook eigenlijk bij mijn eerdere punt. Wat ik vaak merk in zorgverlening, en zeker ook in jeugdzorg, maar ook in überhaupt de zorg, dat het stoppen met iets, dat dat enorm moeilijk is. Dus dat als er eenmaal een traject gestart is en dan worden heel vaak projecten bij gestart in een gezin, of voor een ander kind, of op een andere manier, maar het stoppen is heel moeilijk. Is dat ook iets wat uw aandacht heeft? Mevrouw Scheening: Nou, dat is een hele goede, want dit is iets wat we met professionals natuurlijk heel veel bespreken. Wanneer sluit je nu een gezin af? En sommigen hebben in huizen - als we het nu over het woordje regie hebben - dan kunnen de sommige casussen heel lang open blijven staan omdat er wel jaren dingen daar zijn. Nou, dat zijn de discussies in het land wat we met mekaar hebben, ook binnen de teams.

En daarom wordt er continu die casuïstiek, maar ook de caseload, continu bekeken: waarom staat het nog open, wat doe je er nog in, wat weten mensen hiervan? Dus die bewustwording, die maken wij met elkaar. De heer Van Dam Timmers: Dat is hartstikke mooi. Dan heb ik eigenlijk nog een tweede vraag. Dat is eigenlijk een beetje aansluitend bij de vraag van de heer Burakçin, en dat ging over of er voldoende eigen capaciteiten zijn. Het is fijn om te horen dat er nu in ieder geval geen wachtlijsten zijn. Maar ik vroeg me af van… Wat je dus ziet is dat er vaak veel verloop is binnen organisaties, en dat heeft veel impact op de werksfeer, maar ook vaak op de kwaliteit. Hoe is dat eigenlijk op dit moment? Mevrouw Scheening: Nou, ik wil twee dingen zeggen waardoor we op dit moment kunnen doen wat we doen, is doordat we extra Fte gekregen hebben om deze projecten te draaien, maar dat zijn tijdelijke middelen, dus dat wil ik ook nog iets zeggen. Daar ligt ook wel onze zorg. Het tweede stukje daarin is … Je tweede stuk wat je vroeg? De heer Van Dam Timmers: Mijn tweede stuk was: als er veel verloop is in de organisatie dan leidt dat tot bepaalde problemen soms. Mevrouw Scheening: Ik moet je zeggen bij het sociaal domein is het verloop veel minder. Bij jeugd is dat meer geweest, en dat stabiliseert nu. De heer Van Dam Timmers: Oké. Dat is in ieder geval fijn.

En dan had ik nog als laatste punt. Dat was ook… Vanavond hebben wij een hele lange sessie over deze

38

jeugdvraagstukken, en ook huiselijk geweld en alles wat daarbij hoort. En ik vroeg me af wat uw gedachte is? Wat zou de raad, wat u betreft, kunnen doen om hier nog meer stappen in te zetten? Of zegt u eigenlijk: het werk van de raad is bijna volbracht?

Mevrouw Scheening: Nou, ik denk dat de werk van de raad nooit volbracht is. Nou, of nooit voor volbracht, het is gewoon goed om met elkaar ernaar te kijken. Ik hoop dat ik nog mag terugkomen op dit stuk, omdat ik daar eigenlijk, en dan ga ik heel eerlijk over zijn, ik daar niet mij eigenlijk zo geconcentreerd heb om dit te doen dat ik dacht… Je hebt nog zoiets als je naar de raad gaat dan wil je gewoon goed beslagen. Je wilt gewoon goed informatie geven, dus ik ben heel blij met je vraag, en ik hoop dat ik terug mag komen met mijn antwoord. De heer Van Dam Timmers: Dat mag zeker. Dank voor je antwoorden ook. De voorzitter: De heer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank. Ja, allereerst bedankt voor alle uitvoerige informatie die wij gekregen hebben. Want er is best heel veel informatie gedeeld met de raad, en we hebben ook, volgens mij, heel veel onderdelen nu al met elkaar besproken. Ik heb eigenlijk nog twee vragen, maar voordat ik dat zeg wil ik nog even zeggen dat ik heel veel respect heb voor al het werk wat er op dit gebied gebeurt. Het is best een heel moeilijk en complexe situatie als je met dit soort problemen te maken hebt in gezinnen en als kinderen betrokken zijn, dus respect voor al het werk wat er gebeurt vanuit Veilig Thuis, wat er gebeurt vanuit sociale wijkteams, en vanuit de jeugdteams en alle mensen die daarmee bezig zijn.

Het is wel even een beetje gegaan over die preventie. Ik zat me even af te vragen. We hebben nu heel veel met elkaar gepraat over de aanhaling van melding als het fout gaat. Hoe het proces loopt, wat daarin beter kan en wat er al aan verbeterstappen genomen is. Maar even nog naar die voorkant, want u zei er al iets over mensen die eigenlijk al zich melden met een probleem voordat het echt geëscaleerd is, om het zo maar te zeggen, voordat er een melding komt. Heeft u het idee dat we daar meer … Ja, grip is niet het juiste woord, maar dat meer mensen die weg weten te vinden, en al vroegtijdig met problematiek binnen gezinnen als het gaat om huiselijk geweld, als het gaat om kindermishandeling of de fase daarvoor dat jullie al weten te vinden, en dat je dus ook al eerder in gesprek kan om die problemen aan te pakken en met name ook op het punt waar mevrouw Nijhof op duidde: om dan juist op die betrokkenheid van die ouders, zeg maar te versterken. Die ouders gewoon in hun regie te laten? Dat is eigenlijk mijn eerste vraag. En de tweede vraag. Volgens mij gaan we straks nog praten, ook over de ervaringsdeskundigheid, de betrokkenheid ervan.

Hebben jullie bij die preventieve stand … Misschien kun je daar iets over zeggen? Ook al een stukje dat die ervaringsdeskundigheid, of die ervaringsdeskundige, daarin betrokken worden, met name, zeg maar, in die eerste fase? Mevrouw Scheening: Ja, mag ik nog even één stap terug naar jouw eerste stukje? Als we het over preventie hebben. Ik pak nu even een totaal stukje. Wij hebben natuurlijk een aantal ketenaanpak schulden. Je zou zeggen: waar bedoel je daar nu mee? Ja, daar bedoel ik heel veel mee. Want er ontstaat crisis in gezinnen door allerlei redenen, dus alle trajecten die wij lopen, ook al op Vroegsignalering door de samenwerking met

39

partijen met dat soort zaken dat we al vroeger bij de mensen aan de deuren staan. Dat je dus daar al veel meer… Daar kan je iets van vinden, maar we zien daar nu wel de resultaten van dat wij eerder in beeld komen. Dus die Vroegsignalering is in de hele aanpak waar de gemeente voor gekozen heeft: een ketenaanpak schulden, wat een heel groot pakket is. Daarin denk ik ook dat we die preventieve slag met elkaar moeten slaan. Dat is misschien een beetje krom dat ik dat zo zeg, maar dat heeft absoluut met elkaar te maken. Dus het moet wel breed gezien worden, want we hebben het hier over een stuk, maar we zijn al met z’n allen met een hele grote ketenaanpak bezig, waardoor je dus wel, hopelijk, die preventie wel al veel meer gaat aanpakken. Dat wil ik als eerste geven. Dan je tweede stukje over: wanneer zet je ervaringsdeskundigheid of onafhankelijke cliëntondersteuning, want dat zijn allemaal dingen die, denk ik, belangrijk worden… Ik ben ook heel nieuwsgierig zo meteen naar de presentatie hierna, maar dat zijn heel goede zaken om met elkaar te kijken: hoe gaan we dat doen, en is daar ook, want daar ben ik ook benieuwd naar, is dat ook de grote behoefte van de inwoner, en wanneer is juist die ervaren deskundigheid, of mensen die juist vroeg al willen, of wat doet dat met mensen? Dus ik vind het heel belangrijk, omdat ik daar ook wisselende dingen bij gezien heb, bij het inzetten.

Dus ik sta daar open voor om daar juist naar te luisteren, dus daar zitten we ook met z’n allen voor. De heer Boersma: Ja, prima. Maar ik begrijp daar wel een beetje uit dat, zeg maar, die ervaringsdeskundigheid binnen, die jullie betrekken mogelijk in dit soort situaties, dat die nog een beetje in de kinderschoenen staat dan? Mevrouw Scheening: Ja, zeker. Ja, afhankelijk van de vragen zetten we natuurlijk wel ervaringsdeskundigen in ook als we gewoon merken dat dat heel helpend is, en ook die behoefte bij de inwoners zitten. We wijzen er wel op altijd, en op de onafhankelijke cliëntondersteuning, en op ervaringsdeskundigheid. De heer Boersma: Oké. Ja, prima. Bedankt. Mevrouw Scheening: Maar nog lang niet voldoende misschien, hoor. Dus dat zeg ik ook eerlijk. De voorzitter: Dank u wel, voor de moeite. Mevrouw Scheening: Graag gedaan. Ik moest nog even denken ga ik zeggen graag gedaan, maar ja, nee, echt graag gedaan. Met plezier. De voorzitter: Ja, dank u wel. We gaan door naar het laatste onderdeel van het Themabijeenkomst Huiselijk Geweld, en daarvoor geef ik het woord terug aan de heer De Haan. De heer De Haan: Ja, dank u wel. Misschien is het handig als de presentatie nog even naar voren komt. Dan ga ik even door naar de vragen. Even over ervaringsdeskundigheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/218/documents/7539