CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 6 januari 2021.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 16 februari 2021, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Commissies Bestuur en Middelen, Fysieke Leefomgeving en Sociale Leefomgeving van 6, 13 en 19 januari, de raadsvergadering van 26 januari en de Auditcommissie van 27 januari 2021.35.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE SOCIALE LEEFOMGEVING DORDRECHT D.D. 6 JANUARI 2021 Vergaderkamer – (digitale vergadering) Voorzitter: Mevr. Van der Ham Commissiegriffier: Mevr. De Jong en mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van Benschop (GroenLinks) Dhr. De Boer (Beter Voor Dordt) Dhr. Boersma (ChristenUnie/SGP) Dhr. Bosman (ChristenUnie/SGP) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Van Eck (Beter Voor Dordt) Dhr. Den Heijer (VVD) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Kwaak (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Nijhof (Beter Voor Dordt) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tiebosch (D66) Dhr. Van Verk (PvdA) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop Gasten: mevrouw Dijkema, de heer De Haan, mevrouw Kortman, de heer Van Mourik, mevrouw Scheening en mevrouw Ververs

Opening 1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda De voorzitter: Ja, goedenavond allemaal. Welkom bij deze eerste commissievergadering van de commissie sociaal van 6 januari 2021 alweer. We beginnen met de opening en mededeling, vaststellen agenda, vanavond. En voor de volledigheid, omdat we dat misschien vergeten zijn in deze kerstvakantie, de belangrijkste afspraak voor digitaal vergaderen. Als u niet aan het woord bent, zet u de camera en microfoon uit. Als u wilt interrumperen of het woord wilt, kunt u dit aangeven in de chat. En bij de bespreekpunten hanteren we de sprekersvolgorde van de raad, tenzij een onderwerp door een bepaalde fractie is geagendeerd. Ik ga nu even de deelnemers uit de deelnemerslijst opnoemen. En als ik uw naam noem, dan is het even de bedoeling dat u uw camera aanzet en even aangeeft dat u present bent. En dan begin ik gewoon bovenaan. Mevrouw Anne Scheening, één van onze gasten.

1

Mevrouw Scheening: Present. De voorzitter: Mevrouw Striebeck van de VSP. Mevrouw Striebeck: Goedenavond. Aanwezig, voorzitter. Dank u. De voorzitter: De heer Bosman van de ChristenUnie/SGP. De heer Bosman: Goedenavond, aanwezig. De voorzitter: De heer Van Verk van de PvdA. De heer Van Verk: Goedenavond, aanwezig. Sorry. De voorzitter: Toepasselijke achtergrond vanavond, de heer Van Verk. De heer Van Verk: Dank je wel. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers van het CDA. De heer Van Dam Timmers: Goedenavond. Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: De heer Tiebosch van D66. De heer Tiebosch: Present, voorzitter. De voorzitter: De heer De Haan. Uw microfoon staat uit. De heer De Haan: Sorry, je hebt helemaal gelijk. De voorzitter: Welkom. De heer De Haan: Goedenavond. De voorzitter: Wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Present, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene van Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Ja. De voorzitter: De heer Boersma van ChristenUnie/SGP. De heer Boersma: Goedenavond, ik ben er ook. De voorzitter: De heer Van der Net van de VVD. De heer Van der Net: Ja. Ik ben er ook, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: Mevrouw De Jong, onze commissiegriffier één vanavond.

2

Mevrouw De Jong: Ja, voorzitter, present. De voorzitter: Mevrouw Kruger van GroenLinks. Uw microfoon staat uit. Mevrouw Kruger: Dan zet ik die nog aan, en dan is mijn beeld nu uit. Ik ben er ook. De voorzitter: Ja, bevestigd. Mevrouw Kortman, ook te gast vanavond. Mevrouw Kortman: Present. De voorzitter: Welkom. Mevrouw Nijhof van Beter Voor Dordt. Mevrouw Nijhof: Present. De voorzitter: Mevrouw Van Eck van Beter Voor Dordt. Mevrouw Van Eck: Ik ben er ook. De voorzitter: Mevrouw Dijkema, te gast vanavond. Mevrouw Dijkema: En ik ben er ook. Goedenavond. De voorzitter: De heer Van Mourik, ook te gast bij onze commissie vanavond. De heer Van Mourik: Goedenavond, ook aanwezig. De voorzitter: De heer Burakçin van GroenLinks. De heer Burakçin: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: De heer Kwaak van de VVD. De heer Kwaak: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Dan hebben we mevrouw Van Poppel, onze nieuwe commissiegriffier, die ik gelijk eventjes hallo kan zeggen. Mevrouw Van Poppel: Goedenavond, present. De voorzitter: De heer De Boer van Beter Voor Dordt. De heer De Boer: Aanwezig, voorzitter. Goedenavond. De voorzitter: De heer Den Heijer van de VVD. De heer Den Heijer: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Rutten van de PVV. Mevrouw Rutten-Alberts: Aanwezig.

3

De voorzitter: Welkom. En dan hebben we mevrouw Ververs te gast vanavond. Mevrouw Ververs: Ja, goedenavond. Aanwezig. De voorzitter: En dan zijn we rond. We zijn met een behoorlijke club vanavond. Dit kost veel tijd inderdaad, mevrouw Koene. Maar we hebben een nieuwe commissiegriffier, en het handig als zij ook even onze gezichten heeft gezien met naam en toenaam. Dus vandaar dat ik even wat meer tijd neem dan normaal gesproken. Gaan we beginnen. Er zijn geen mededelingen. Tenzij iemand nu aangeeft een mededeling te hebben, in de chat. Dat is niet het geval. Dan, kan de agenda zo worden vastgesteld? Ook geen reactie, dus we gaan er vanuit dat dat het geval was. 2. Vaststellen besluitenlijst commissie Sociale Leefomgeving 8 december 2020 De voorzitter: En dan kunnen we doorgaan naar agendapunt 2. Het vaststellen van de besluitenlijst adviescommissie 8 december 2020. Kan de commissie instemmen met de besluitenlijst? Geen reactie is goed bericht ga ik dan vanuit. Dan kunnen we de besluitenlijst van 8 december 2020 vaststellen. 3. Vragen aan het College De voorzitter: Dan is de categorie vragen aan het college. Er zijn vragen aangemeld. Heeft iemand op dit moment nog een vraag die gesteld moet worden? Ook dat is niet het geval. Stukken ter bespreking 4.

Themabijeenkomst Huiselijk Geweld De voorzitter: Dan gaan we door naar waar we vanavond voor gekomen zijn, de themabijeenkomst huiselijk geweld. Agendapunt 4 op onze agenda. De commissie heeft voor de zomer van 2020 de wens uitgesproken om een themabijeenkomst te organiseren over huiselijk geweld. Deze bijeenkomst vindt vandaag plaats en is voorbereid door de ambtelijke organisatie, in samenspraak met de werkgroep van de commissie. De heer Ben de Haan zal het programma in goede banen leiden, waaraan ook Veilig Thuis, sociale wijkteams en de werkgroep Transitie Hulpverlening Huiselijk geweld een bijdrage gaan leveren. Aan het einde van de bijeenkomst is er gelegenheid tot het stellen van vragen. Maar komen ze tussentijds op, geef dat dat even aan in de vergaderchat, dan maken we daar even ruimte voor en kan ik u de beurt geven. Dus dan denk ik dat we nu gaan beginnen met het programma. En dan denk ik dat de heer De Haan het van mij overneemt. De heer De Haan: Ja, dat klopt. Hartelijk dank, we hebben een presentatie voorbereid met de werkgroep, en er zullen verschillende mensen zullen het woord voeren. Ik begin deze presentatie en vervolgens zal Eline Kortman daar iets over zeggen, en Pieter van Mourik van Veilig Thuis. Daarna zal Anne Scheening het woord nemen over het sociaal wijkteam.

En eindig ik met het aantal vragen aan Marjon Dijkema van de stichting in oprichting THG, Transitie Hulpverlening Huiselijk geweld. Als we het hebben over huiselijk geweld, dan is er in deze regio, en landelijk, eigenlijk al een

4

meerjarenprogramma vanuit diversie ministeries, twee ministeries, en de VNG gestart. Dat is gestart op 1 januari 2019 voor deze regio. En elke Veilig Thuis regio in Nederland heeft zijn eigen projectleider, en ik mag dat hier in Zuid-Holland-Zuid zijn. Het programma loopt overigens tot einde van dit jaar. Dus in dit jaar zullen we echt met behoorlijke, ja, resultaten moeten om in ieder geval zaken te kunnen borgen voor de toekomst, en een goede doorstart te maken op diverse projecten waar we mee bezig zijn. Zoals ik al zei, sinds 1 januari 2019 zijn we gestart in de regio Zuid-Holland-Zuid. En de regiovisie en het actieplan is één van de opdrachten om die te verwezenlijken, dat is inmiddels gebeurd. Het college heeft het programma, de regiovisie, vastgesteld. En het uitvoeringsplan is één van de uitkomsten van de regiovisie en het actieplan. Die heeft u allemaal gekregen. En als daar vragen over zijn dan kan dat natuurlijk altijd. We zullen in ieder geval een aantal vanuit het uitvoeringsplan straks aan de orde laten komen. Het programma verbindt veel instellingen en professionals, en dat zien we wel terug in de uitvoering. We kunnen deze stappen natuurlijk alleen maar zetten als er een gezamenlijke visie is. Als het gaat om de bestrijding van huiselijk geweld, zijn de professionals de belangrijkste schakel in het geheel.

En de lokale teams zijn daarin de basis van bestrijding huiselijk geweld en kindermishandeling. Met het kwaliteitskader lokale infrastructuur als basis, zullen we de komende tijd hier verder vorm aan geven, aan de invulling en de bestrijding van huiselijk geweld en kindermishandeling. In de presentatie komen de onderwerpen wat meer uitgebreid aan bod. Ik zal nu even kijken of ik dat … Of de dia’s, ja, door mij bediend kunnen worden. Inderdaad, helemaal goed. Dank je wel, Bregje. Als het gaat over de regiovisie en het actieplan, de regiovisie is gebaseerd op de gefaseerde ketenzorg. Dat wil zoiets zeggen als dat er een keten is van ketens waarbij met name de samenwerking voor veiligheid en de samenwerking voor risico gestuurde zorg de belangrijkste grondslag is. En het herstel kan pas plaatsvinden als er sprake is van structurele en stabiele veiligheid. Dus dat is de basis van de regiovisie. Dus zonder het werken aan veiligheid kunnen we ook geen hulpverlening inzetten, en kunnen we niet werken aan duurzaam herstel. Het duurzaam aanpakken van huiselijk geweld is natuurlijk wel gebaat bij beleid dat gericht is op een vlot functionerende keten. En de keten start bij preventie, en vervolgens naar signaleren, melden en analyseren. Interventies volgen daarop middels hulpverlening. En de cirkel is steeds gebaat bij een effectieve nazorg.

Er zijn een aantal actielijnen gekoppeld aan de regiovisie, die staan uitgebreid beschreven ook in het plan. Ja, daar zijn eigenlijk alle projecten aan gekoppeld. Als we kijken naar het regiobeeld, dan hebben we in ieder geval een aantal doelstellingen met elkaar afgesproken. Als het gaat over de actielijn 1, eerder en beter in beeld, dan is in ieder al een goed functionerend Veilig Thuis is daarin het uitgangspunt. Daarnaast is expertise en het kwaliteitskader van lokale teams natuurlijk essentieel, en die worden daarin expliciet benoemd. Daarin is ook het een belangrijk onderdeel om samenwerkingsafspraken te maken tussen Veilig Thuis en de lokale teams, wat inmiddels ook in deze regio heeft plaatsgevonden. Eline Kortman zal daar straks uitgebreid op ingaan. Daarnaast is natuurlijk het stoppen en duurzaam oplossen van huiselijk geweld, meer een hulpverleningsvraag. En daarin zijn we natuurlijk met name bezig om te kijken van, hoe kunnen we nu die hulpverlening zo stroomlijnen, dat alles verder uitstekend verloopt. MDA++, de multidisciplinaire aanpak, is één van de voorbeelden waarin we dus met name naar de echte kwetsbare gezinnen kijken hoe we daar nog beter zaken kunnen gaan aanpakken. En dat doen we samen met heel veel partners in deze regio, en ook buiten de regio. Daarnaast natuurlijk traumascreening en aanpak van seksueel geweld, belangrijke zaken die hieraan

5

gekoppeld zijn. Specifieke doelgroepen, dat zijn met name de doelgroepen die we wat extra aandacht willen geven en in de diverse actielijnen. Voor deze regio gaat het dan met name om bijvoorbeeld het loket voor scheiden. Dus dat is een project wat met name in drie gemeenten werkt op dit moment, Zwijndrecht, Papendrecht en Dordrecht, waar ook extra geld voor beschikbaar is gesteld. Ouderenmishandeling. Tenminste, slachtoffers van ouderenmishandeling is een andere expliciete doelgroep. Maar ook kinderen in kwetsbare opvoedsituaties. Daarnaast seksueel geweld. Aanpak seksueel geweld is een belangrijk onderdeel waar we mee bezig zijn. Nou, wat is er nodig? Nog even terugkomend op de eerdere dia’s. Als we daarin de uitgangspunten benoemen, dan komen we in ieder geval op de volgende items. Het gaat natuurlijk om het hele plaatje van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dus niet alleen kijken naar huiselijk geweld, ook de oorzaken moeten we in kaart brengen. Er zijn veel factoren die betrokken zijn bij deze problematiek, en dit moet integraal worden benaderd. Daar is het lokale veld de uitgelezen partij om zaken in kaart te brengen en die op te pakken en samen met cliënten op orde te brengen. Integrale aanpak behelst dus ook de betrokkenheid van het gezin, bij de aanpak en met alle sectoren die hiermee te maken hebben.

De gemeentes zijn verantwoordelijk voor een goede uitvoering van de WMO en de jeugdwet, en zorgt voor de inrichting van de juiste aanpak. Als we kijken naar het uitvoeringsplan lokaal, dan zien we een aantal zaken waarin met name Eline Kortman wat verder op zal focussen. Dus ik houd het vrij kort. En nog een punt wat hier expliciet nog benoemd is, is Handel With Care. Handel With Care is een programma waarbij geconstateerd huiselijk geweld door de politie wordt gemeld aan de school, aan de leerkracht. Waarbij natuurlijk met name de scholen en de leerkrachten de kinderen wat extra aandacht kunnen geven. Dat is in deze regio nog niet gestart, maar dat is wel één van de projecten waar we graag mee aan de slag willen. Als we kijken naar de regionale uitvoeringsplannen, de grotere items, dan is met name de multidisciplinaire aanpak, wat ik net al benoemde, aanpak van seksueel geweld en de traumascreening, zijn belangrijke onderdelen om aan te pakken. Het onderdeel ervaringsdeskundigheid komt straks apart aan de orde, en zullen we wat dieper op in gaan. Ja, ik heb net al wat genoemd over de specifieke doelgroepen. Dus ik denk dat we daar kort over kunnen zijn. Er zijn diverse projecten gaande rondom dit onderwerp waar we ook op insteken, en ook aparte financiering voor hebben kunnen regelen.

Dan geef ik nu graag het woord aan Eline Kortman en Pieter van Mourik, om in ieder geval Veilig Thuis, de lokale infrastructuur, maar ook ouderenmishandeling, wat meer onder de aandacht te brengen. De voorzitter: We hebben een vraag van de heer Kwaak. De heer De Haan: Prima. De heer Kwaak: Goedenavond. Kunt u mij vertellen waarom Handle With Care nog niet gestart is in onze regio? De heer De haan: Ja, dat kan ik. Dat gaat met name om de inzet van de politie. We hebben met leerplicht, met onderwijs, met veilig thuis, hebben we afspraken gemaakt over hoe we zaken kunnen gaan organiseren. Maar de politie heeft nu aangegeven, vorig jaar, dat zij op dit moment focus op andere zaken leggen, met name rondom projecten van stalking waar ze druk mee bezig waren, en op dit moment niet de capaciteit hebben om daarmee aan de slag te gaan. Inmiddels is er landelijk overleg geweest met de politie, ministerie en ook met het programmateam Geweld hoort nergens thuis, en is

6

toch de deur weer op een kier gezet. Inmiddels zijn we ook in overleg met de burgemeester van Gorkum, om daar eventueel wat mogelijkheden te krijgen om samen met de burgemeester van Dordrecht, Wouter Kolff, om in ieder geval de politie zover te kunnen krijgen dat er ook weer een mogelijkheid is dat we Handle With Care dit jaar kunnen starten. De heer Kwaak: Oké, dank u wel. De voorzitter: Een vraag van mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja. Ik heb eigenlijk een vraag over de routing van een melding, want die heb ik niet gehoord in dit geval. U begint uw verhaal met, nou ja, het begint bij preventie, en als er dan een melding komt dan doet het sociaal wijkteam melden bij Veilig Thuis. Maar wij staan in Dordrecht al jaren, en inmiddels op de tweede plaats, maar al jaren bekend om de gemeente met de meeste meldingen van kindermishandeling, weet ik uit ervaring. En dit hebben we ook heel vaak in de raad besproken. Hoe zit dat met het aantal meldingen, en hoe verloopt de routing? Want volgens mij is Veilig Thuis, laten we zeggen, die kan ook benaderd worden door bewoners of bezorgde buren of nou ja, goed, wie dan ook. En daarnaast is het volgens mij de verplichting van politie om überhaupt een melding te maken op het moment dat daar minderjarigen in betrokken zijn. Toch? De heer De Haan: Klopt, ja. Mevrouw Nijhof: Dat zegt toch de meldcode. De heer De Haan: Ja, dat klopt.

Mevrouw Nijhof: Ja. De heer De Haan: Nee kijk, de politie is één van de grootste leveranciers van meldingen van huiselijk geweld, en kindermishandeling natuurlijk, bij Veilig Thuis. Maar om wat specifieker in te gaan op deze punten die u net noemt, denk ik dat ik niet het gras voor de voeten van Eline en Pieter weg zal maaien, want ze gaan er uitgebreid op in. Mevrouw Nijhof: Oké, goed. De voorzitter: En nog een vraag van de heer Van Verk. De heer Van Verk: Ja, goedenavond. Ik heb een reeks vragen, en ik wacht er maar even mee. Ik begrijp dat er nog een presentatie komt die wat dieper ingaat op een aantal stappen zoals mevrouw Nijhof die net ook formuleerde. Dus ik kom daar aan het eind van de rit kom ik daar nog wel op terug. De heer De Haan: Oké. De voorzitter: Volgens mij waren dat de vragen vanuit de raadscommissie, zover. Dus dan kunnen we terug naar de presentatie. De heer De Haan: Akkoord. Dan zal Eline de presentatie overnemen.

7

Mevrouw Kortman: Ja, dat klopt. Alleen ik kan de presentatie niet beheren. Dank je wel. De voorzitter: De commissiegriffier geeft aan dat zij het voor u kan doen. Mevrouw Kortman: Oké. Nou, als hij dan even terug kan naar de lokale actiepunten. Ja, uitvoeringsplan lokaal. Ik zal me eerst even voorstellen, ik ben Eline Kortman en ik ben beleidsadviseur bij Veilig Thuis in Zuid-Holland-Zuid. En ja, ik neem u graag mee in het programma Geweld hoort nergens thuis, de activiteiten waar we vanuit dat programma al, nou ja, ruim 1,5 jaar mee bezig zijn. En ik ga u inderdaad ook meenemen in de infrastructuur van Veilig Thuis, het werkproces. En mijn collega Pieter Van Mourik, inmiddels de manager van Veilig Thuis, die gaat u allerlei cijfers duiden en veel meer vertellen over de achtergrond daarvan. De voorzitter: Mevrouw Kortman, de vraag is of dat u misschien uw camera aan zou willen zetten voor ons. Dan hebben we er een gezicht bij. Mevrouw Kortman: Ja. Ik ben steeds gewend om een microfoon alleen aan te moeten zetten. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kortman: Dan ga ik nu verder met het versterken van de lokale infrastructuur. Veilig Thuis heeft de wettelijke taak om een veiligheidsbeoordeling uit te voeren voor de meldingen van huiselijk geweld, kindermishandeling en ouderenmishandeling. Alles om zicht te krijgen op de veiligheid.

In veel casussen draagt Veilig Thuis de melding na het triëren daarvan deze over aan de lokale wijkteams, met als doel om de passende hulpverlening in te kunnen zetten. En dit betekent, zoals mijnheer de Haan net al aangaf, dat de lokale wijkteams een hele belangrijke rol hebben in de effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. En om die rol goed uit te kunnen voeren, is het van groot belang dat er tussen Veilig Thuis en die lokale wijkteams, of lokale teams, afhankelijk hoe dat het in de gemeente genoemd wordt, samengewerkt wordt. Dat er eenzelfde taal gesproken wordt, dat men elkaar kan begrijpen en daardoor weet wat men ook van elkaar mag verwachten in deze complexe problematiek. En omdat dat geen vanzelfsprekendheid was, want er waren geen afspraken over gemaakt in het begin, het was helemaal niet zo duidelijk wie wat wanneer deed, wie wanneer de regierol oppakte, en hoe dat het nou precies zat met de Wet meldcode huiselijk geweld kindermishandeling, hebben we daarvoor samenwerkingsafspraken gemaakt. We zijn vanuit Veilig Thuis met de lokale wijkteams van Dordrecht om de tafel gegaan, en met elkaar aan de hand van casuïstiek gaan kijken van nou, wat is nou de rode draad in onze samenwerking, dat was die wet meldcode. Waar liggen nu die onduidelijkheden, en wat moeten we daar dan doen om elkaar beter te gaan begrijpen.

Nou, daarvoor hebben we die samenwerkingsafspraken gemaakt, zowel voor de jeugdmeldingen als voor de volwassen meldingen, en hebben we die gevoegd in een convenant. Die hebben we ook geformaliseerd door de bestuurders van onze organisatie. En zijn we op basis daarvan leertafels gaan organiseren. En die leertafel die houdt in dat we ook aan de hand van casuïstiek met elkaar zijn gaan kijken, is wat we op papier hebben gezet, werkt dat nu ook wel goed in de praktijk. Wat loopt er nu nog niet goed, en wat hebben we dan nodig om het te verbeteren? Met de sociale wijkteams in Dordrecht hebben we niet alleen die leertafels een aantal keer georganiseerd, maar hebben we zelfs in gezamenlijkheid een

8

training ontwikkeld. En die hebben we ook in gezamenlijkheid gevolgd. En die training is ook door een extern bureau gegeven. Nou ja, omdat wij dit zo met elkaar gesignaleerd hebben, bleef dat bij het toezicht van het sociaal domein ook niet ongemerkt dat die aansluiting niet helemaal goed liep. En dat was de aanleiding voor de VNG om een kwaliteitskader, werken aan veiligheid, te ontwikkelen wat ook opgenomen is in de regiovisie. En wat ervoor moet zorgen om bij de gemeente zicht te krijgen op de inrichting van het lokaal wijkteam, en om het eventueel te versterken. Nou, om dat beeld goed te krijgen is er een zelfscan ontwikkeld. En dat is een heel uitgebreid vragenformulier wat gestuurd is naar alle ambtenaren van de gemeente, met de vraag om die in te vullen. Nou, die vragen die gaan over, is er kennis over de visie gefaseerde ketenzorg? Zijn de professionals bekend op het gebied van de geweldsdynamiek? Kan de veiligheid goed beoordeeld worden? Kan iedereen een goed veiligheidsplan maken? Nou, die uitgebreide vragenlijst die aan de ambtenaren gestuurd is, die hebben wij ingekort voor de professionals van de lokale teams, omdat we ook gewoon heel benieuwd waren wat zij daarvan vinden, hoe het met hun kennis en vaardigheden met betrekking tot huiselijk geweld en kindermishandeling en ouderenmishandeling gesteld staat.

En welke behoefte er is om aan deskundigheidsbevordering te gaan werken of om trainingen te volgen. Aan de hand van de uitkomst van die zelfscans en die vragenlijsten gaan we eind deze maand kijken wat er nodig is om een plan van aanpak te maken. En wat we daarvoor moeten gaan organiseren? Dus we willen heel graag, want we hebben deze vragenlijsten voor heel de regio uitgezet. Wat we regionaal en lokaal voor plan van aanpak, voor scholingsplan, moeten gaan organiseren, zodat we zeg maar die kennis en expertise nog beter in kunnen gaan zetten bij deze complexe problematiek. Dit is naar aanleiding van de versterking van de lokale infrastructuur. Dan neem ik u nu mee in het thema ouderenmishandeling. Want ouderen, dat weten we allemaal, die blijven langer op zichzelf wonen en worden daardoor steeds afhankelijker van andere mensen. En die afhankelijk, afhankelijksrelatie, die kan leiden tot ouderenmishandeling. Ouderenmishandeling kent verschillende vormen, en één vorm daarvan is financiële uitbuiting. Hiervoor wordt landelijk, regionaal en lokaal heel veel aandacht gevraagd. Er zijn lokale allianties over financiële uitbuiting ontwikkeld. In Dordrecht is vorig jaar een lokale alliantie voor die financiële uitbuiting met het sociaal wijkteam, de politie, de Rabobank, de notaris en het beschermingskantoor gemaakt.

En omdat deze complexe problematiek niet door één partij opgepakt kan worden, is die samenwerking, dus het in gezamenlijkheid uitvoeren, is juist zo belangrijk. Dat men elkaar goed weet te vinden. En de aandacht voor die ouderenmishandeling en financieel misbruik, daar heeft Veilig Thuis en Indigo, dat is de preventieafdeling van Julius, al jarenlang een gezamenlijk plan van aanpak voor gemaakt. En vorig jaar stond dat plan van aanpak helemaal in het teken van scholing en deskundigheidsbevordering aan professionals en aan de oudere mensen zelf. Nou, helaas is dit vanwege de coronacrisis niet gelukt om uit te voeren, en hebben we daarom het plan van aanpak aangepast. We hebben een campagne over financieel misbruik bij oudere mensen hebben we ontwikkeld. En daarvoor zijn vier interviews, door RTV Dordrecht, in het Dordts museum opgenomen, en hebben we vier thema’s besproken. Samen met jullie wethouder Peter Heijkoop uit Dordrecht en Lizanne Lanser uit de Molenlande is een thema gegaan over wat is nu precies financieel misbruik, en wat gebeurt daarover precies in uw gemeente? Het andere thema was van, ja, hoe kun je dat nu signaleren? Dus daar zat de huisarts en de Thuiszorg en de ouderenadviseur aan tafel. Het derde thema was van … Ging over wat je eraan kan doen. Nou ja, dat werd beantwoord door onder andere Veilig Thuis en de notaris, de

9

Rabobank. En als laatste thema ging het erover, hoe kun je dat voorkomen? Naast die interviews die uitgezonden zijn vanaf 9 november, zijn er allerlei artikelen geschreven in de huis-aan-huisbladen, die zijn ook geplaatst op de website van de gemeente. En hebben we een flyer gemaakt die inmiddels met alle huis-aan-huisbladen in heel de regio verspreid is. Nou ja, in de pak van ouderenmishandeling is heel veel aandacht voor scholing en deskundigheidsbevordering. En hebben we in de Hoeksewaard, de subregio, in 2017 een convenant met alle partijen, alle ketenpartners, kunnen maken, met betrekking tot de afspraken over die deskundigheidsbevordering en hoe die aanpak nu goed uitgevoerd kan worden. Nou, dat convenant in de Hoeksewaard, dat kunnen we dit jaar gaan ontwikkelen met het samenwerkingsverband Drechtszorg, omdat we daar met alle partijen die deel uitmaken van Drechtzorg deze aanpak ook kunnen gaan borgen. Ook met aandacht voor wat er nu allemaal in de regio, subregio Drechtsteden en Alblasserwaard, al aan afspraken zijn met betrekking tot ouderenmishandeling. Maar ook hoe we dit verder uit kunnen breiden. En ja, is dit wat ons betreft met betrekking tot de borging over de aanpak en activiteiten die er al zijn, is echt wel een heel goed moment om dat in, hopen we, in juni te kunnen formaliseren in het convenant met Drechtzorg.

Nou, als laatste in dezen wil ik u meenemen over de voorlichtingen en de meldcode toen. Veilig Thuis geeft op verzoek van de lokale teams, het onderwijs, de kinderopvang, voorlichtingen over de wet meldcode en de rol van Veilig Thuis daarin. Daarvoor hebben we een poel van voorlichters gevormd, die naast het primair proces het gewoon heel leuk vinden om voorlichting te geven. Maar ja, helaas, om het primair proces te laten stagneren, kunnen we maar 45 voorlichtingen per jaar geven. Dus dat wordt goed gecoördineerd. En ja, is het helaas ook vanwege de coronamaatregelen niet mogelijk geweest om die voorlichtingen fysiek te geven. Maar ja, zijn we ermee bezig om ook zoveel mogelijk digitale voorlichting te geven. Vanwege de onduidelijkheid over die meldcode en de samenwerking met Veilig Thuis, is er landelijk een meldcodetour ontwikkeld vanuit het ministerie. Het bureau regioplan die geeft daar uitvoering uit, en zijn we daar al eerder over in gesprek gegaan om te kijken van, hoe kunnen we dat nou voor Zuid-Holland-Zuid organiseren, en voor wie? Nou, wij waren van mening dat de leerkrachten van het onderwijs en de professionals van de kinderopvang, dat het daar heel passend voor zou zijn. Ook gebaseerd op de wensen en behoeften van wat wij terugkrijgen vanuit onze eigen voorlichtingen. En nou ja, daar was een mooie bijeenkomst voor georganiseerd.

Of nou, waren drie bijeenkomsten voor georganiseerd, maar die konden ook geen doorgang vinden. En daar is nu een alternatieve bijeenkomst online voor ontwikkeld. En gaan we 2 februari met een trainingsbureau gaan we online aan de professionals van de kinderopvang en de leerkrachten van het onderwijs die voorlichting over die meldcode geven, en daarbij ook de rol voor Veilig Thuis vertellen. Omdat scholing, deskundigheidsbevordering, samenwerking, elkaar beter leren kennen, die korte lijnen, zo belangrijk zijn in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, blijven we daarom zoeken naar mogelijkheden om die voorlichting te kunnen geven en dat, ja, zal dit jaar nog zoveel mogelijk digitaal zijn. En dat zal dan ook in een projectvorm opgepakt worden. Het kan nu naar de dia over de taken van Veilig Thuis. De voorzitter: Ik denk dat het goed is om eerst even de vragen te doen, omdat er best al wel wat vragen zijn langsgekomen, en die gingen over hetgeen u tot op heden verteld heeft.

10

Mevrouw Kortman: Prima. De voorzitter: Mevrouw Kruger had een vraag, maar die moest de vergadering weer verlaten, dus dat gaat dan over. Dan hebben we de heer Van Verk. De heer Van Verk: Dank je, voorzitter. Ik hoorde een heel boeiend verhaal van mevrouw Kortman, wat overigens naar mijn gevoel wel gekenmerkt wordt door vooral veel papier en voorlichting. Waarbij ik altijd dacht dat Veilig Thuis zich juist primair richtte op de mensen die in beknelde situaties zaten. Maar ik wil op één ding focussen, en dat is de samenwerking met de sociale wijkteams, of hoe die ook maar magen heten, in de verschillende gemeenten. Ongeveer een jaar geleden heb ik een gesprek gehad bij Veilig Thuis, en toen gaven zij mij een aantal zaken mee waar we vanuit de gemeente weleens aandacht aan zouden moeten besteden. En de eerste was dat er bij Veilig Thuis wachtlijsten zijn van dossiers, dus mensen die in een beknelde situatie zitten, die zij niet kunnen doorgeleiden naar de sociale wijkteams, omdat die geen ruimte zouden hebben om deze dossiers verder op te pakken. En dat leidt dan tot een overgangszorg vanuit Veilig Thuis, maar een allerminst ideale situatie. Op het moment dat ik dat gesprek had, was er sprake van tachtig dossiers die er lagen. Ik vroeg me af hoe dat nu is? Zeker gezien het feit dat de samenwerking allemaal meer vorm lijkt te krijgen.

Een tweede opmerking die gemaakt werd, is dat binnen de sociale wijkteams men regelmatig werd geconfronteerd met behandelingsverlegenheid. Personeel, de mensen die daar werkten, wisten niet goed of durfden niet goed om te gaan met meldingen rondom huiselijk geweld. Is die situatie inmiddels ook verbeterd of veranderd? Dat vind ik toch wel een vraag. En een derde vraag die bij mij in ieder geval, als ik het verhaal hoor, naar boven popt, is dat ik constateer dat er weinig outreachend wordt gewerkt door de wijkteams. Die zitten vooral in hun kantoor en hebben eigenlijk het beleid van, nou, mensen kunnen binnenkomen met een probleem, maar dat moeten ze vooral zelf doen. Dat alles leidt er bij mij wel toe van, de vraag van, hoe is nu de stand van zaken rondom de sociale wijkteams, en wie is er nu dadelijk feitelijk verantwoordelijk voor de begeleiding van mensen in die beknelde situaties? Zou mevrouw Kortman daar eens kort op in kunnen gaan? Mevrouw Kortman: Ja, dat zal ik kort doen. Want het sociaal wijkteam gaat hierna een presentatie geven oer hun werkwijze en werkprocessen, dus dat gaat zeker aan de orde komen. Maar ja, Veilig Thuis biedt zelf geen hulpverlening. En die hulpverlening die wordt geboden door de professionals van het sociaal wijkteam.

En zoals ik in mijn verhaal net ook al aangegeven had, hebben we best wel … Zijn we tegen heel veel knelpunten aangelopen met betrekking tot kennis en expertise van deze complexe materie. En zijn we daar vanuit juist heel erg met elkaar gaan kijken van, wat is er nodig om die handelingsverlegenheid om daar aan te werken. Er zijn deskundigheidsbevorderingen zijn er georganiseerd, trainingen, waarbij de professionals in die sociale wijkteams een enorme slag gemaakt hebben. De heer Van Verk: Oké. U vertelde dat er een zelfscan was ontwikkeld en was uitgevoerd. Mevrouw Kortman: Ja.

11

De heer Van Verk: En dat is interessant, maar ik vind het zo jammer dat we niet horen wat de uitkomst ervan is. Mevrouw Kortman: Nee, en dat vind ik ook heel jammer, maar dat … We hebben nog niet alle zelfscans binnen, dus het is nog wachten op één. En nou ja, als die … Die hoop ik deze week te krijgen, en dan kunnen we verder de uitkomsten gaan uitwerken. En nou ja, de analyse daarvan die wordt gemaakt door één van de epidemiologen van de GGD. Dus kunnen we dat rapport als dat klaar is met de beleidsadviseurs en de prevenders en de sociale wijkteams delen en het dan verder uitrollen. Dus dat is inderdaad een heel interessant document. De heer Van Verk: Ja. Ik zit even te twijfelen. Ik moet daar even over nadenken hoe ik daar verder mee wil gaan. Nog een tweede vraag voor wat betreft de ouderenmishandeling. Hoe groot is dat probleem nu? U zegt van, we hebben, nou ik noem het maar even heel oneerbiedig, reclame gemaakt door in de huis-aan-huisbladen te staan, folders te verspreiden. Wat was nou de respons daarop? Was dat nou groot, klein? Mevrouw Kortman: Nee, helaas was dat … De heer Van Verk: Helaas? Mevrouw Kortman: Ja. Kijk, je doet zoiets natuurlijk om het onder de aandacht te brengen, omdat we weten dat het een groot probleem is. Gezien het aantal meldingen die er jaarlijks bij ons bij Veilig Thuis binnen komen.

Als je kijkt naar 2009 en 2019, zijn er 43 meldingen uit heel de regio binnengekomen, waarvan 19 uit Dordrecht. Dat is natuurlijk heel fijn dat die gemeld zijn, maar landelijk gezien, uit de onderzoeken, weten we dat er veel meer problematiek rondom die ouderenmishandeling is. Maar ja, door allerlei factoren niet gemeld wordt of geen advies voor gevraagd wordt. Dus ja, wij hebben gehoopt om door op deze manier onder de aandacht te brengen, mensen ook te motiveren om of met een ouderenadviseur of met iemand van het sociaal wijkteam in contact te gaan als ze in zo’n situatie zich bevinden. De heer Van Verk: Oké. Er zijn er nog vervolgacties op touw? Want u zegt van, ja, er moet meer zijn, dus we gaan verder graven. We gaan toch meer … Mevrouw Kortman: Nou ja, dat gaan we zeker doen. En daarom is ook die borging zo belangrijk van de aanpak. En zijn we ook heel blij dat we dat met het samenwerkingsverband Drechtzorg, met de verzorging en verpleeghuizen, de thuiszorg, dat we dat daarmee kunnen gaan afspreken om het onder de aandacht te blijven brengen. De heer Van Verk: Oké. Voor dit moment genoeg van mijn zijde. Mevrouw Kortman: Oké. De voorzitter: Mocht het straks inderdaad na de woordvoering van het wijkteam weer oppoppen dan krijgt u de gelegenheid weer. Ik heb ook een vraag van de heer Van Dam Timmers.

12

De heer Van Dam Timmers: Ja. Dank, voorzitter, voor het woord. Ook dank voor de presentatie over de structuren die er zijn. Er zijn een aantal dingen die opvallen. Ik heb een aantal dingen over de wijkteams, maar die wacht ik nog even af. Eén ding vond ik wel heel opvallend. Het viel mij namelijk op dat er gesproken wordt over Veilig Thuis en de wijkteams, terwijl er vaak veel meer partijen nog betrokken zijn bij een individueel probleem, zoals bijvoorbeeld ambulante begeleiding of specialistische GGZ of de huisartsen bijvoorbeeld. Waar zitten die in dit verhaal? Mevrouw Kortman: Ja, die maken ook allemaal deel uit van de aanpak, want het is een gezamenlijke aanpak die we met elkaar moeten uitvoeren. Zeker gebaseerd op die risicofactoren die ten grondslag liggen aan de onveilige situaties. Ja, daar vanuit moet je gaan kijken, wat voor problematiek speelt er en wie kan daar de best passende zorg in bieden? Dus wij hebben dus niet alleen met de lokale wijkteams afspraken, maar wij hebben ook afspraken met de verslavingszorg, met de psychiatrie, dus de GGZ en de organisaties voor de mensen met een verstandelijke beperking. De contacten, de samenwerkingsrelaties met de huisartsen, die gaat ook steeds beter, de lijnen worden korter. Dus ja, ook daar wordt hard aan gewerkt. De heer Van Dam Timmers: Ja, oké. Ja, dank.

Want ik heb voorbereidend aan deze vergadering nog even gevraagd ook van, ja, wat zijn nou dingen die ik uit het veld hoor? En toen kreeg ik één ding met name terug, en dat was met name dat als er meer partijen betrokken zijn, dat het soms eigenlijk onduidelijk is wie nou de bepalende spin in het web is. En ik vroeg me af, is dat een signaal wat bij jullie ook bekend is, of is dat iets wat nieuwer? Mevrouw Kortman: Nee hoor, nee. Dat is niet nieuw, dat is een steeds terugkerend iets. Zodra dat er een multidisciplinair plan van aanpak gemaakt wordt, dan kan het voorkomen dat er een regievoerder gemist wordt die zeg maar iedereen bij elkaar houdt of die de helikopterview over de afspraken behoudt. En ja, ook daar wordt aandacht voor gevraagd om te verbeteren, dat maakt ook deel uit van die visie van de gefaseerde ketenzorg. De heer Van Dam Timmers: Ja. Mevrouw Kortman: Er moet gewoon één regiehouder zijn die alle afspraken onder controle houdt en die aan de bel kan trekken als er iets niet goed loopt, die dus zeg maar verantwoordelijk is voor de afspraken binnen het plan van aanpak. De heer Van Dam Timmers: En wie zou dat moeten zijn volgens u? Mevrouw Kortman: Ja, dat is afhankelijk van de situatie. Dat kan Veilig Thuis zijn, die kan vanuit een hele complexe situatie de regierol op het proces oppakken. Dat kan een professional uit het lokaal wijkteam zijn.

Dat moet, afhankelijk van de achterliggende problematiek en de complexiteit, moet dat in het overleg met elkaar afgestemd worden. De heer Van Dam Timmers: Ja. Ik begrijp gelijk waarom dat vaak dan onduidelijk is, want als alles mogelijk is, dan is ook alles mogelijk, en dan is dat denk ik ook lastig, ja. Mevrouw Kortman: Ja, dat klopt. Daarom is die afstemming ook zo belangrijk.

13

De heer Van Dam Timmers: Ja, ja. Dank, in ieder geval. De voorzitter: Een vraag van de heer Kwaak. De heer Kwaak: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Kortman, bedankt voor de uiteenzetting. De meeste van de vragen zijn helaas al beantwoord. Maar ik had een vraagje over het crisisteam. Mevrouw Kortman: Ja. De heer Kwaak: Daar heb ik u helemaal niet over gehoord. Mevrouw Kortman: Nee, want … De heer Kwaak: Kunt u daar wat meer uitleg over geven? Mevrouw Kortman: Ja, dat kan, want ik ga zo natuurlijk verder over Veilig Thuis. Het crisisinterventieteam is in Zuid-Holland-Zuid geïntegreerd in Veilig Thuis. En het crisisinterventieteam is ervoor, nou ja, de doelgroep van nul tot honderd ook, net als Veilig Thuis. En ja, dat team dat gaat er op uit als er sprake is van een acute onveilige situatie, om de crisis te bezweren. En ook met als doel de situatie, als de crisis bezworen is, er toe te leiden naar de hulpverlening. De heer Kwaak: Ja, ik zie u allemaal mooie reclame maken in de dagbladen zo allemaal, maar ik zie … Het woord crisisteam kom ik haast niet tegen. Daar is een telefoonnummer van. En ik vraag me af, is dat bij de mensen wel bekend? Mevrouw Kortman: Ja, dat weet ik natuurlijk niet of het bij iedereen bekend is. Maar het is in ieder geval bij de ketenpartners bekend. De heer Kwaak: Oké, dank u wel. Tot zover. De voorzitter: Een vraag van mevrouw Nijhof.

Mevrouw Nijhof: U vertelt dat er na triage zeg maar vaak afgeschaald wordt naar het wijkteam. Zou u mij ongeveer kunnen zeggen van wat er laten we zeggen, welke hoeveelheid er bij Veilig Thuis blijft als het gaat om, nou ja, laten we zeggen, denk ik, de acute meldingen? En wat er afgeschaald wordt naar het wijkteam? Heeft u daar een beeld van? Want u noemt net, ouderenmishandeling zijn 43 meldingen van geweest. Nou, goed. Maar ik ga er even vanuit, even gerelateerd aan de eerdere vraag die ik al stelde, dat er veel meer meldingen zijn op het gebied van, laten we zeggen, huiselijk geweld en kindermishandeling. Mevrouw Kortman: Dat klopt, ja. En ja, dat is heel flauw, maar daar gaat Pieter van Mourik die gaat zo na mij hier iets … Ja, die heeft de presentatie over de cijfers en de aantallen, en die kan u meer vertellen over het percentage van directe toeleiding naar het lokaal team. Mevrouw Nijhof: Ja. En zou u ook … Want u noemt net aan één van de voorgaande vragenstellers welke ketenpartners er zijn. Nou goed, daar noemt u, nou ja, eigenlijk alle

14

partners zo ongeveer op, behalve de jeugdbescherming. Want wat mij opvalt in het verhaal is dat het jeugdbeschermingstafelverhaal hier nog niet genoemd is. Want wordt er vanuit Veilig Thuis ook direct, kan dat in dit geval, direct naar de jeugdbeschermingstafel geschakeld? Of gaat dat altijd via het wijkteam? Mevrouw Kortman: Nee, nee. Veilig Thuis die kan zelf aanmelden bij de beschermingstafel. En als we gaan kijken naar de werkwijze die we hier in de regio en natuurlijk ook voor de gemeente Dordrecht ontwikkeld hebben over veilig opgroeien, daarin is juist die samenwerking met Jeugdbescherming West of gecertificeerde instellingen, dus Jeugdbescherming, de William Schrikker stichting en het Leger des Heils, de Raad van de Kinderbescherming en de jeugdprofessionals van het jeugdteam, is deze samenwerking veel meer naar die voorkant ontwikkeld, zodat de jeugdprofessional naast het gezin kan blijven staan. En als er sprake is van zorgen over de ontwikkeling van kinderen, dan kan er met ouders het gesprek gevoerd worden met of Veilig Thuis of de Jeugdbescherming. Om met elkaar te kijken van nou, hoe kan deze situatie nou voorkomen worden, dat die gemeld wordt of gemeld moet worden bij de jeugdbeschermingstafel of bij de Raad van de Kinderbescherming.

Dus we proberen juist in de jeugdbeschermingsketen veel meer naar die voorkant te gaan om zeg maar erger, dus een raadsmelding of een uithuisplaatsing, te voorkomen. Dus wij zijn juist vanaf afgelopen jaar heel erg met de ketenpartners uit de jeugdbeschermingsketen ook aan het samenwerken. Mevrouw Nijhof: Oké. Nou, u bent waarschijnlijk wel op de hoogte van de enorme discussie die er in het lang gevoerd wordt over de drang, laten we zeggen, het drangkader wat gecreëerd is, waarin er een aantal partijen aan tafel zitten die eigenlijk normaliter opereren in het gedwongen kader. Waardoor het vaak voor ouders heel ingewikkeld wordt om, nou ja, laten we zeggen, in alle vrijheid in te stemmen met hulpverlening of niet. Want wordt die discussie hier ook gevoerd? Mevrouw Kortman: Ja, daar praten we natuurlijk ook met elkaar over. Van ja, wanneer ga je vanuit het voorkomen van die escalatie, ga je over naar een dwangkader. En wie heeft dan wanneer de verantwoordelijkheid om daarmee verder te gaan. Mevrouw Nijhof: En wie meldt bij de rechter hè. Want dan is … uiteindelijk zal er een verzoek tot onderzoek gedaan worden bij de raad, neem ik aan. Mevrouw Kortman: Ja, ja. En de raad die maakt ook deel uit van deze ketensamenwerking. Mevrouw Nijhof: Oké.

En ik neem aan dat ik zo meteen nog wel wat vragen kan stellen aan het wijkteam daarover? Want dat zijn ook degenen die wellicht ook opschalen. Toch? Mevrouw Kortman: Klopt, ja. Mevrouw Nijhof: Ja, oké. Ja. Ik laat het hier even bij. De voorzitter: Een laatste vraag van de heer Van Verk.

15

De heer Van Verk: Dank u, voorzitter. Ik hoorde mevrouw Kortman iets vertellen over het crisisteam, naar aanleiding van de vraag van de heer Kwaak. Maar wat me nou daarin verbaasd, is het woord integreren en integratie. Ik meen me te herinneren, toen wij, jaren geleden inmiddels, het crisisteam onderbrachten bij de Dienst Gezondheid & Jeugd, dat er toen is vastgesteld dat het crisisteam een aparte entiteit moest blijven binnen de Dienst Gezondheid & Jeugd. Overigens net zoals Veilig Thuis, met een aparte financiering en een aparte kleine organisatie, zodat Veilig Thuis wellicht enige sturing kon geven. Maar het was niet de bedoeling dat dat zou integreren. Want het was naar ons idee, en ons, dat is dan in ieder geval de gemeenteraad Dordrecht, was het toch wel een aparte tak van sport die daar bedreven werd. Hoe zit dat nu dan? Want het klinkt nu alsof het crisisteam is opgegaan in Veilig Thuis en eigenlijk de werkzaamheden van Veilig Thuis ook uit… Mevrouw Kortman: Nee. Nou, als door het woord integreren een onduidelijkheid ontstaan is, dan excuses daarvoor. Het is wat onder integreren bedoeld wordt, vanuit het KIT, dat is zeg maar een eigen team, daar is niks aan veranderd. Maar omdat die meldingen die bij Veilig Thuis binnenkomen, die omvatten ook crisissituaties.

En is het omdat het KIT in hetzelfde pand zit, de lijnen heel kort zijn, ja, is er gewoon heel veel overlap en moet er heel snel geschakeld kunnen worden met die professionals van het KIT. Zodat zij er dan op uit kunnen gaan. Dus het crisisinterventieteam is een eigen team, daar is niks aan veranderd, ook qua financiering niet. Alleen we proberen wel zoveel mogelijk onderling met de professionals die lijnen kort te houden, zodat er heel snel geschakeld en geïntervenieerd kan worden. De heer Van Verk: Oké. Nee, dat lijkt me handig. Dank je. De voorzitter: Dan kan u verder met de presentatie denk ik. Mevrouw Kortman: Oké. Kan die dan naar de sheet met de wettelijke taken van Veilig Thuis? De voorzitter: We zoeken hem op, we kunnen hem nog niet vinden. Mevrouw Kortman: Hierna komt die. De voorzitter: Hierna, oké. Mevrouw Kortman: Oh nee, niet waar. Ja. Het werkproces van Veilig Thuis. Ja, wat … We hebben het net al een paar keer gehoord van, ja, wat is Veilig Thuis nu? Wat doet Veilig Thuis? Nou, Veilig Thuis Zuid-Holland-Zuid die zet zich in als advies- en meldpunt om kinderen, volwassenen en oudere mensen in afhankelijkheidsrelaties te beschermen tegen situaties waar veiligheid in het spel staat. Gewoon simpelweg omdat iedereen recht heeft op een veilig thuis. En Veilig Thuis die doet dat vanuit een adviesrol.

Als je kijkt naar het stappenplan van de meldcode, kan elke professional Veilig Thuis in stap 2 zonder contact of persoonsgegevens te hoeven delen, om advies vragen. Dus Veilig Thuis kan meedenken met de adviesvragen, en daarbij kan Veilig Thuis ook ondersteunend zijn. Ondersteunend bij complexe casuïstiek door mee te gaan met een professional op huisbezoek of om aan te sluiten bij een rondetafelgesprek. Veilig Thuis is een meldpunt waar de meldingen via de mail en telefonisch binnen komen. Alle

16

meldingen die worden geregistreerd en getrieerd door het triageteam. En bij het triageteam daar wordt een beoordeling op direct gevaar en de ernst van onveiligheid en complexiteit van de problematiek gemaakt. Het triageteam heeft vijf werkdagen om het zicht op die veiligheid te krijgen. Om het dossier te verrijken wordt het systeem voor Veilig Thuis gecheckt of dat er al niet eerder een melding binnengekomen is. Het systeem van de politie. En als het nodig is, wordt er een check gedaan bij de Raad van de Kinderbescherming. Er wordt een besluit op genomen of er op korte termijn gezinsleden of personen veilig gesteld moeten worden, dus als er sprake is van een crisis. Er wordt na triage toe geleid naar specifieke expertise die voor die casus nodig is. En daarvanuit krijg je dan het besluit wie de vervolgstappen gaat nemen om die veiligheid op langere termijn te borgen. Na die triage kan Veilig Thuis dus een melding meteen toe leiden naar het lokaal team, dus dat is de directe toeleiding. Maar Veilig Thuis kan ook, als dat blijkt nodig te zijn, om nog meer onderzoek te doen naar de complexiteit van de problematiek. Wanneer zeg maar direct betrokkenen wel of niet meewerken, kan er een toeleiding gedaan worden met voorwaarden, of er kan een onderzoek eerst gedaan moeten worden.

En vanuit dat onderzoek wordt de gemelde vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigd of weerlegd. Veilig Thuis heeft daar tien weken voor om dat onderzoek te doen. Er kunnen veiligheidsvoorwaarden vastgesteld worden die bij de overdracht aan de hulpverlening meegegeven wordt. Het inzetten van de vervolghulp is gericht op stabiele veiligheid en het herstel van de opgelopen schade als gevolg van huiselijk geweld en kindermishandeling, omdat er eerst gewerkt moet worden aan die problematiek, om vervolgens aan het herstel te kunnen werken. Wanneer een melding overgedragen wordt met veiligheidsvoorwaarden, of naar een onderzoek, dan heeft Veilig Thuis de taak om de melding te monitoren. Veilig Thuis monitort de veiligheid van de direct betrokkenen totdat er een half jaar … Tot een half jaar. Net zo lang … Of eigenlijk net zo lang totdat er sprake is van stabiele veiligheid. Als blijkt dat er na een half jaar nog geen sprake is van stabiele veiligheid, dan wordt er langer gemonitord. De focus hierbij ligt op de uitvoering van de veiligheidsvoorwaarden en het resultaat ervan. En er blijft steeds aandacht voor het herstel van de opgelopen schade. Even nogmaals om aan te geven dat de meldingen die direct toegeleid worden, na triage, aan het lokaal team, daar worden afspraken gemaakt over de terugkoppeling. Dus daar heeft Veilig Thuis niet die monitorrol.

Die heeft de monitorrol bij de overdracht met veiligheidsvoorwaarden en na het onderzoek. Veilig Thuis heeft in 2019 ook de radarfunctie gekregen. Die kwam voort uit het onderzoek van het Verwey en Jonker Instituut wat eerder gedaan is bij gezinnen waarbij sprake was van onveilige situaties. En waaruit bleek dus dat er gemist werd dat er één aanspraakpunt was bij complexe situaties. Dat er meerdere hulpverleners bij een gezin over de vloer kwam zonder dat ze dat van elkaar wisten, of dat de hulpverlening al uit beeld was. Dat stond nergens geregistreerd. Dus als er een nieuwe melding binnenkwam, moest men steeds weer opnieuw gaan onderzoeken wat er nu precies aan de hand was. Nou, die radarfunctie die betekent dus dat er op één plek alle meldingen gemeld kunnen worden en geregistreerd worden. Zodat als er een nieuwe situatie gemeld wordt, dat er meteen actief contact opgenomen kan worden bij de hulpverlening die eerder betrokken geweest is, of nou ja, als blijkt dat dat niet afdoende was, dat er gekeken wordt naar een andere hulpverlening. Veilig Thuis heeft ook nog twee andere taken. Dat is de uitvoering van de tijdelijk huisverbodmeldingen en de taxatie van de vrouwenopvang. Dan mag de volgende. Veilig Thuis is er in Zuid-Holland-Zuid voor alle burgers en professionals. Die kunnen om advies vragen, die kunnen een melding doen.

17

De meldingendienst die is er van maandag tot en met vrijdag van 9:00 tot 17:00 uur. Veilig Thuis bestaat uit een team van maatschappelijk werkers, gedragswetenschappers, vertrouwensartsen, een secretariaat, een managementteam en een beleidsmedewerker. En met elkaar zorgen zij ervoor dat die wettelijke taken allemaal goed uitgevoerd worden, en zorgen ook dat zij die meldingen die opgepakt worden vanuit die visie gefaseerde ketenzorg, toegeleid worden naar de hulpverlening. Er dus eerst geïnventariseerd wordt of er sprake is van acute of structurele onveiligheid, welke risicofactoren er aan ten grondslag liggen, zodat daar eerst de hulpverlening voor opgezet wordt. Er wordt gewerkt vanuit partnerschap. In gezamenlijkheid wordt er met direct betrokkenen, dus slachtoffer, pleger en de kinderen, gekeken wat er aan de hand. Er wordt in gezamenlijkheid met de hulpverlening afspraken gemaakt, doelen beschreven in een plan van aanpak, zodat dat met elkaar uitgevoerd wordt en dat dat ook geregistreerd staat. En nou ja, de rode draad die hier doorheen loopt, is die wet meldcode huiselijk geweld, kindermishandeling, die ook in 2019 aangescherpt is. De voorzitter: Er zijn weer de nodige vragen. De heer Van Verk heeft er één. De heer Van Verk: Ja. Dank u, voorzitter. Ik hoor mevrouw Kortman het proces zoals dat in ieder geval op papier staat bij Veilig Thuis, keurig netjes uitleggen.

En alle mensen die daarbij betrokken zijn. Dat leidt bij mij wel tot de vraag, en hoe is nu de werkelijkheid? Lukt het ook altijd? Kan het allemaal binnen die vijf dagen? Hoe groot zijn de wachtenlijsten? Of op welke manier tackelen we de problemen wanneer het meer vraag dan aanbod is in uw vak? En hoe gaat dat nu in de coronatijd, want daarmee is het nog eens een keer ingewikkelder geworden. Mevrouw Kortman: Ja, dat klopt. In de coronatijd … Vanaf de eerste lockdown worden alle meldingen vanuit huis opgepakt. Er is een klein team die werkt vanuit kantoor. Dat is onder andere, zijn ook de crisisteam medewerkers die, ja, toch met elkaar eropaf moeten gaan. Er wordt dagelijks met dat team de meldingen geprioriteerd op acuutheid. En ja, loopt het werkproces, het primair proces, loopt vanuit de thuiswerkers gewoon door. Er is op dit moment geen wachtlijst. Die is er wel geweest. Maar als het termijn van die vijf werkdagen overschreden werd, dan wordt er een inhaaldag, werd er georganiseerd. En er is eind vorig jaar is er een team ingehuurd die zich bezig gehouden heeft met de wachtlijst van de triagemeldingen, die zij met elkaar opgepakt hebben en toegeleid hebben naar de hulpverlening, waardoor die wachtlijst er nu niet is.

Dus wanneer er zeg maar een wachtlijst dreigt te ontstaan, of dreigt niet aan dat termijn te kunnen voldoen, dan wordt er meteen adequaat een oplossing gezocht. Dus dan een actie zoals inhaaldagen, of een team wat ondersteund. De heer Van Verk: Dus eigenlijk, er wordt of overgewerkt of er wordt van buitenaf ingevlogen. En de wachtlijsten richting de sociale wijkteams? Want daar heb ik net wel naar gevraagd. Daar heeft u eigenlijk niet meer op geantwoord en gezegd, ja, dat komt bij de sociale wijkteams wel. Maar het probleem zit bij Veilig Thuis, dus hoe is daar de stand van zaken? Kunnen alle doorverwijzingen direct binnen de termijn worden doorgeleid. Mevrouw Kortman: Ja, op dit moment worden de meldingen, de triagemeldingen, de onderzoeken, binnen de wettelijke termijnen doorgeleid.

18

De heer Van Verk: En worden ze daar dan ook opgepakt? Of … Mevrouw Kortman: Er zijn lokale teams die ze meteen op kunnen pakken, waar geen wachtlijst is. En er zijn lokale teams bij wie dat niet lukt. De heer Van Verk: En dat laatste kan toch eigenlijk niet in een geval van een Veilig Thuis melding. Mevrouw Kortman: Nee, dat klopt, maar het is er wel. De heer Van Verk: Maar dan is daar toch iemand verantwoordelijk voor? Mevrouw Kortman: Ja. De heer Van Verk: Stel nu dat dat helemaal fout loopt, dan kan er uiteindelijk iemand voor het hekje komen. Mevrouw Kortman: Ja, dat is een heel groot risico. En dat is ook waar zowel de professionals van Veilig Thuis als de professionals van de sociale wijkteams zich heel erg bewust van zijn, en dat drukt ook op het werk. Men voelt zich heel erg verantwoordelijk als een melding niet overgedragen kan worden naar een lokaal team, want dan moet er vanuit Veilig Thuis zeg maar steeds het zicht op die veiligheid gehouden worden. De heer Van Verk: Een soort overbruggingszorg noemt u dat ook. Mevrouw Kortman: Ja, ja. Maar ja, die signalen die worden wel steeds gedeeld in het AB van de Dienst Gezondheid & Jeugd, zodat er vanuit de gemeente in ieder geval aandacht aan geschonken moet worden. De heer Van Verk: Nou, mevrouw Kortman, dat verbaast mij. Ik maak al twee jaar lang de vergaderingen van het AB mee.

Echt een feest is dat, want ik heb nog nooit zo’n signaal gehoord. Dus dan lijkt het goed te gaan. Maar eerlijk gezegd ben ik daar niet helemaal van overtuigd. Maar dat is dan misschien mijn wantrouwen daarin. Mevrouw Kortman: Ja. Nou ja, we hebben onlangs een themabijeenkomst met het AB gehad, over zeg maar de werkwijze van Veilig Thuis en waar tegenaan gelopen wordt. En ja, daar zijn de knelpunten zijn daar benoemd. De heer Van Verk: Daar is vast en zeker ook een verslag van, dat gaan wij dan maar eens opvragen. Want ik vind dat de knelpunten die bij Veilig Thuis zijn, vind ik knelpunten die van essentieel belang zijn in de jeugdzorg. Mevrouw Kortman: Ja. De heer Van Verk: Dat vind ik niet zomaar een knelpunt. Maar dat vind ik een knelpunt waar direct actie op moet worden genomen. Dus dat is niet als kritiek naar u bedoeld, of naar de organisatie. Maar Veilig Thuis is een essentieel onderdeel in de jeugdzorg vanwege de veiligheidsaspecten die zij moeten behartigen. Dus daar kunnen geen knelpunten zijn, dat moet altijd goed en vlotjes verlopen.

19

De voorzitter: Misschien, mijnheer Van Verk, we hebben de heer Van der Linden en de heer Heijkoop ook in deze vergadering zitten, als leden van het AB, dat deze vraag nog even vastgehouden wordt en mogelijk later nog een aan hen gesteld wordt, mocht ook het sociaal team de zorg niet voldoende wegnemen. De heer Van Verk: We komen er ongetwijfeld op terug. De voorzitter: Ja, dus houdt hem vast. Ik probeer ook mee te onthouden. Even kijken hoor, de heer Kwaak heeft ook nog een vraag. De heer Kwaak: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik had dezelfde soort vraag als mijnheer Van Verk, dus ik laat het hierbij. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja, ik wil toch wel een beetje in de lijn van mijnheer Van Verk blijven. Want het proces wat u schetst klinkt mij als zeer bureaucratisch in de oren. En ik heb ook het idee dat het, laten we zeggen, het protocol is. En ik zou graag is horen … Kijk, kindermishandeling is een, laten we zeggen, een menselijk probleem. En we weten allemaal dat op het moment dat, laten we zeggen, het zich voordoet, dat het heel belangrijk is dat er ook direct gesproken wordt met, laten we zeggen, de plegers, het slachtoffer, de kinderen.

Zou je mij eens uit kunnen leggen hoe bijvoorbeeld een monitoring verloopt? Want ik denk te weten uit ervaring dat monitoring overwegend bestaat uit, laten we zeggen, telefonisch contact, zeg maar met het gezin of wellicht met de hulpverlener die op dat moment in dat gezin is. En dat er vanuit Veilig Thuis wat dat betreft heel weinig face to face contact is. Kunt u daar eens iets over zeggen? Want ook het triageproces is een telefonisch proces wat uitzoekt hoe het precies in elkaar zit. Want ik zou ook voor de beeldvorming voor de raad weleens van u willen horen, wij hebben allemaal een bepaald beeld van een kindermishandeling en hoe ernstig dat is. En nou ja goed, dat het over veiligheid gaat. Dus zou u eens kunnen schetsen, ja, hoe vaak er face-to-face contact is tussen de Veilig Thuis medewerkers en degene die hiermee te maken krijgen? Mevrouw Kortman: Ja, dat kan ik. Vanuit triage wordt de melding, zoals ik net schetste, gecheckt in de systemen. Dus dat is inderdaad op papier. En daar vanuit wordt de direct betrokken middels een brief geïnformeerd over de melding. En over de toeleiding van de melding. Als het nodig is wordt er telefonisch contact opgenomen. Maar er is vanuit dat proces geen face to face contact, tenzij het nodig is. Pas in de monitoring, daar wordt met de direct betrokkenen en de hulpverleners afgestemd wanneer er een monitormoment plaatsvindt.

En ook afhankelijk van de situatie wordt dat of face-to-face gedaan of telefonisch. Dus ja, er is geen standaard van alle monitormomenten worden face-to-face gedaan of telefonisch. Het wordt een inschatting gemaakt op het moment dat het gepland staat, en wat er nodig is dat wordt gedaan. En er wordt dus zeg maar, in de overdracht worden er afspraken meegegeven, dus voorwaarden waaraan voldoen moet worden om aan die veiligheid te kunnen gaan werken, die stabiele veiligheid. En die vormen ook het uitgangspunt voor het monitorgesprek.

20

Mevrouw Nijhof: En op het moment dat het, laten we zeggen, bij jullie blijft, en na triage bij jullie blijft en het onderzoek plaatsvindt wat … Dan is er wel face to face contact tussen de Veilig Thuis medewerkers en het gezin? Mevrouw Kortman: Ja. Mevrouw Nijhof: Of degene die … Oké. Mevrouw Kortman: Ja. Mevrouw Nijhof: En door het KIT denk ik hè? Dat KIT is altijd. Mevrouw Kortman: Ja. Mevrouw Nijhof: Oké. Ja, dat was mijn vraag. De voorzitter: De heer Burakçin had nog een vraag. De heer Burakçin: Ja. Dank u wel, voorzitter. In principe zijn een aantal vragen al beantwoord, die Van Verk heeft gesteld. Maar toch eventjes over de vrouwenopvang waar mevrouw Kortman het over had aan het begin. Mijn vraag is, loopt Veilig Thuis wel eens zeg maar tegen problemen aan als iemand geplaatst moet worden in de opvang in onveilige situaties. Nu ook met name zeg maar in de coronatijd. Dus komt het wel eens voor dat het bijvoorbeeld uitgesteld wordt of moet worden. Mevrouw Kortman: Nou, op dit moment komt het niet voor dat er een vrouw met of zonder kinderen in een onveilige situatie niet geplaatst kunnen worden in de opvang. Er is plek. Wanneer dat niet lukt, dan is er een noodopvang in Breda waar een bed gereserveerd is waar gebruik van gemaakt kan worden. Er wordt altijd gekeken als het niet kan, wat er voor andere mogelijkheden zijn om die persoon in veiligheid te stellen.

We kunnen ook kijken naar een werktoestel wat geplaatst kan worden, waarbij het slachtoffer heel snel op een knop kan drukken als er onveiligheid dreigt en de politie ter plaatse komt. Of er wordt gekeken of dat er in het eigen netwerk ruimte is voor een veilige plek. Als dat allemaal niet zo is en het zit helemaal vol, dan gaan we altijd in overleg met de gemeente om te kijken of dat we een hotelplaatsing voor elkaar kunnen krijgen. Ook ter overbrugging totdat er wel plek is in de opvang. Maar daar hoeven we eigenlijk de laatste tijd geen gebruik van te maken. De heer Burakçin: Ja. Nee, prima. Dank je wel. De voorzitter: Dan gaan we even … U was nu klaar met uw presentatie, mevrouw Kortman, met uw deel? Mevrouw Kortman: Klopt. De voorzitter: Dan gaan we even een korte pauze houden, want we zijn al best even bezig met elkaar. En dan stel ik voor dat we om 21:25 uur weer verder gaan met het volgende deel in deze presentatie. Dus over 10 minuten, 21:25 uur, zie ik jullie weer terug.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/218/documents/7539