2.3 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 8 juni 2021.pdf
Tekst van het document
24
De heer Gündogdu: Nou, mijnheer Kleinpaste, u weet inderdaad wat ons standpunt is met betrekking tot windmolens. Als we al deze stukken bij elkaar neerleggen, dan gaat enerzijds om energiebesparing en anderzijds energieopwekking. Onze mening is wat dat betreft dat energieopwekking middels windmolens dat heeft een aanzienlijke capaciteit, maar die moet wel reëel zijn. De uitdaging is enorm. Met een aantal windmolens bij wijze van spreken op het eiland daar kom je niet verder mee, dus wat wij vinden is: windmolens sluiten wij niet uit, maar, zeggen wij, kijk naar locaties die buiten het eiland van Dordrecht liggen, die veel beter rendement kunnen opleveren. Dus dat is zeg maar ons standpunt en dat blijven we verdedigen. Het is niet dat we per definitie tegen windmolens zijn, absoluut niet, maar kijk waar je het meeste rendement uit haalt. De voorzitter: Oké. Mijnheer Kleinpaste heeft nog een vervolgvraag. Daarna gaan we naar mijnheer Noldus toe. Dus gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Dit maakt mij wel nieuwsgierig, voorzitter, want ik ben met de heer Gündogdu eens dat je het niet alleen maar regionaal kunt oplossen, omdat je dan gewoon niet aan die complete energiebehoefte komt. Dat was vorige week ook duidelijk in de vragen.
Maar is de heer Gündogdu of is Beter voor Dordt dan ook voor aanvullende energiebronnen, ik kom daar later ook nog op terug, aanvullende energiebronnen naast de wind en zon? Want ergens zullen we toch die behoefte moeten beantwoorden. De heer Gündogdu: Ja. Heel mooi. Dank u wel, mijnheer Kleinpaste, dat u dit aansnijdt. Nou, in een vrij recent verleden nog werd er in diverse raden, de Drechtsteden raden werd toegelicht wat mogelijke energiebronnen zijn waar wij op, nou ja, mogen vertrouwen. Nou, geothermie werd daar bijvoorbeeld genoemd. Nou, dat blijkt dus een hele mooie aanvulling te zijn wat ons eiland ook rijk is. Er blijken dus bronnen te zijn hier onder ons eiland die we zo zouden kunnen inzetten, waarbij we dus wel met respect voor de leefomgeving en het milieu. Dus dat zie ik als een heel mooi alternatief. Zonnepanelen is al genoemd, op daken, bedrijfsgebouwen, maar de geothermie dat is een belangrijke uitdaging en wij blijken dus echt geprezen te zijn met de aanwezigheid van geothermie op ons eiland. Dus dat zou ik zeker zien uitgebreid worden. De voorzitter: Nou, dat zou mooi zijn. Dan gaan we nu door naar de mijnheer Noldus. Gaat uw gang. De heer Noldus: Ja, voorzitter. Dank. Ook een vraag aan de heer Gündogdu over met name gekoppeld aan de windmolens en het voorgaande antwoord dat hij hierop gaf.
Daar zit namelijk voor ons wel een punt in, nou daar zullen we zo ook in onze eigen woordvoering op ingaan. Er wordt gesteld, en dat werd ook door bestuurders geroepen: er is geen draagvlak voor windenergie, dus dat zit ook niet in de RES. Onze vraag aan Beter voor Dordt is of dat zij vinden dat het op dit moment voldoende geborgd is in e RES dat er ook geen windenergie ook niet ten westen van de A16 ingezet kan worden? Want wij zien toch in de RES wel een aantal openingen lijken daar te zitten. Maar goed, dat is wel een zorg vanuit onze kant in ieder geval. Dus ik ben benieuwd hoe Beter voor Dordt daarin zit.
25
De heer Gündogdu: Nou, die zorg kunnen wij ook wel onderstrepen, mijnheer Noldus. Kijk, wij hebben natuurlijk een hele discussie of een hele geschiedenis rondom de discussie over aantal windmolens, waarvan wij in ieder geval duidelijk hebben gezegd: nou, een aantal zonnepanelen en dat is echt het maximum, want wij hebben natuurlijk wel ons moeten realiseren dat een volgend college zou kunnen zeggen: nou ja, ik stageer nu in de rond, maar we gaan er nog een stuk of vijftien op het eiland bouwen. Dat is een keuze en ik weet niet of dat überhaupt past in de Omgevingsvisie, dat is natuurlijk een ontwikkeling wat gaande is, maar er zijn inderdaad escapes die mogelijk maken er wat meer zonne- of windmolens kunnen geplaatst worden, waarbij wij altijd het standpunt ook zullen blijven uiten: op de Noordzee daar blijkt zo’n windmolen veel meer rendement uit te halen en laten we kijken of we daarin kunnen participeren als stad dan per se hier een zonne-energiepark te willen neerzetten. Ja. De heer Noldus: Helder. Dank. De heer Gündogdu: Ja. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Mijnheer Jansen is de volgende. Gaat uw gang, mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ik had inmiddels ook geschreven, mevrouw de voorzitter, dat mijn interruptie … De voorzitter: Oh, uw interruptie vervalt. Ja. Ik probeer het lijstje af te gaan, maar … Oké.
De heer Jansen: Ik houd het wel even bij mijn eigen woordvoering anders zitten we hier morgenavond nog. De voorzitter: Ja, precies. Dank u wel. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja. Dank u wel, voorzitter. De heer Gündogdu heeft gezegd dat we met een aantal windmolens op het eiland niet veel verder komen. Hij heeft ook gezegd dat we met geothermie een rijke bron voor energie op het eiland hebben. Mijn vraag is heel simpel of hij zou kunnen aangeven waarom die een aantal windmolens onvoldoende of eigenlijk geen bijdrage levert en hoeveel bijdrage de geothermie zou kunnen leveren. De heer Gündogdu: Ik begrijp uw vraag. Ja, laat ik zo zeggen … Ik ben uw naam helemaal vergeten. Schandalig. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer. De heer Gündogdu: Mijnheer Van der Meer. Sorry, sorry, sorry. De heer Van der Meer: Geeft niet, hoor. Als je maar weet hoeveel geothermie er is.
26
De heer Gündogdu: Ja, ja. Nou, ik heb begrepen dat we echt rijkelijk gezegend zijn met de aanwezigheid van geothermie en geo-energie op ons eiland. Ik ben geen techneut, dus ik kan het helaas niet navertellen wat de ambtenaren of deskundigen ons destijds hebben toegelicht. In verhouding zou dat echt de energiebron moeten zijn om ons eiland heel goed te voorzien. Dat werd ons echt meegegeven. Alleen de techniek en daarnaast ook de financiële middelen die daarvoor nodig zijn die moeten vrijgemaakt worden. Dat was een belangrijke voorwaarde. De heer Van der Meer: Ik raad u aan om eens te kijken naar de antwoorden op de technische vragen 8 en 11 die wij als GroenLinks nog gesteld hebben. Daar komt een heel ander beeld uit naar voren. Ik kom daar zo zelf nog even op terug. De voorzitter: Nou. De heer Gündogdu: Dank u wel. De voorzitter: Interessant, hoor, dat geothermie-verhaal. Dat is echt heel interessant. Mevrouw Klein-Hendriks is nu aan de beurt. Gaat uw gang. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja. Voorzitter, een vraag ter verduidelijking aan de heer Gündogdu. Of nou eigenlijk, hè, wat ik hoorde zeggen is dat we moeten kijken naar de meest efficiënte oplossingen, dus daar waar het meeste rendement mee gehaald zou kunnen worden.
Is het niet eigenlijk zo dat we die vraag ook prima op het eiland van Dordrecht … Een windturbine op zee is niet per se veel energie efficiënter als een windturbine op het eiland van Dordrecht. Gaat het eigenlijk niet veel meer om de vraag te beantwoorden: hoe kunnen wij samen als inwoners van Dordrecht werken aan draagvlak voor die energietransitie? Is dat eigenlijk niet de vraag die we niet uit de weg zouden moeten willen gaan? De heer Gündogdu: Nou, die vraag willen we zeker niet uit de weg gaan, mevrouw Klein-Hendriks, want ik heb zojuist ook aangegeven dat juist die uitdaging, nou ja, dat zal een behoorlijke zijn. Hoe krijgen we onze bewoners en ondernemers zodanig in beweging dat ze echt geloven en ook handelen naar een stukje energiebewustzijn? Wij zijn ervan overtuigd als je, en dan spreek ik u wel even tegen, mevrouw Klein-Hendriks, uit rapporten en onderzoeken blijkt dus dat op zee het opwekken van windenergie veel meer rendeert dan op land. Ja, wij zeggen: we gaan … We nemen onze verantwoordelijkheid, want we participeren als gemeente in dat soort projecten of processen op zee. Dus het is niet zeg maar per definitie: we nemen afstand, dan ga ik even in herhaling, absoluut niet. Maar kijk waar je dus de energie het slimst kunt opwekken en, ja, koop het daar vandaag.
Ja, ik ga nu een heel gek voorbeeld geven: als de zon in de Sahara de meeste energie oplevert, ja er zou zo een kabel die kant opgelegd worden om Nederland van energie te voorzien. Daar moeten we niet voor terugdeinzen. De voorzitter: Of ze dat in de Sahara leuk vinden, is nog maar de vraag. Maar … De heer Gündogdu: Nou …
27
De voorzitter: Was dat het, mevrouw Klein-Hendriks? Zo te horen wel. Oké. Dan gaan we nu door naar de volgende en dat is GroenLinks. Mijnheer Van der Meer, gaat uw gang. De heer Van der Meer: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik sluit mij hier op hoofdlijnen erg aan bij wat de heer Loekemeijer van D66 heeft gezegd. Ik denk dat de meeste mensen er erg van overtuigd zijn van de urgentie van het probleem en onze grote verantwoordelijkheid om dat op te lossen. Daarom is het mooi dat de RES er ligt om daar een goed begin mee te maken, maar tegelijkertijd is dit stuk echt nog niet de strategie die we nodig hebben om de aarde en toekomstige generaties goed in de ogen te kunnen kijken. Waar gaat het om? Enerzijds gaat het om de fysieke maatregelen die in de RES genomen worden. Terecht wordt besparing op de voorgrond gesteld, maar de ambitie is veel te klein op dat punt. Ik zeg daar nu niet veel meer over; ik weet dat de heer Oostenrijk daar het een en ander over gaat zeggen. Ik wil over twee andere punten iets meer zeggen, namelijk over duurzame opwekking en over warmte. Wat duurzame opwekking betreft wordt er heel zwaar ingezet op zonne-energie in deze RES, maar ook in de meeste andere RES’en is dat het geval.
Er zit inderdaad een hele kleine opening in: maximaal komt er één windmolen bij in het gebied bij ons langs de A16 als ik naar de plannen van de RES kijk, maar verder is het eigenlijk alleen maar zonne-energie. Dat heeft twee nadelen. Ten eerste is het duurder dan windenergie, minder efficiënt. Ten tweede leidt het tot een hele grote variatie in het energieaanbod: veel in de zomer, weinig als de zon niet schijnt en in de winter, terwijl er dan een grotere behoefte is. Dat betekent dus dat we heel veel moeten investeren in verzwaring van het net en heel veel zullen moeten investeren in opslagcapaciteit voor energie. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer? De heer Van der Meer: Eén zin en dan ben ik … De voorzitter: Ja, oké. De heer Van der Meer: Klaar voor een interruptie. Een mix van zon en wind geeft een veel stabieler patroon van energieaanbod en is bovendien goedkoper en dus moeten we daar over nadenken. Uiteraard. Maar dat doe ik zo meteen. De voorzitter: Dat is helder. Mijnheer Kleinpaste, u wilt interrumperen? Gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter. In concreto eigenlijk dezelfde vraag die ik bij D66 ook stelde, want ik ben ook bij GroenLinks erg benieuwd hoe ze aankijken tegen het gat wat er tussen de opwekking die mogelijk is en het verbruik wat te verwachten is wat GroenLinks aan dat gat wil gaan doen.
Want de heer Van der Meer was erbij toen ik het ook aan Drechtse Energie vroeg vorige week, en ook de heer Van Bakel erkent gewoon: er is een groot gat tussen dat wat je maximaal niet-fossiel kunt opwekken en dat we ook met het stijgende gebruik van elektrische auto’s aan behoefte met elkaar creëren. De heer Van der Meer: Helemaal eens. Als je dat op het domein van Dordrecht bekijkt, dat is ook in geen enkel plan de bedoeling om alle energie die je in Dordrecht of in
28
Drechtsteden gebruikt ook in dat gebied op te wekken. De heer Gündogdu had het over wind op zee. In het Nationale Energieakkoord wordt ook een heel groot deel van de energie door wind op zee opgewekt. We praten nu dus slechts over een deel van de energiebehoefte die op land moet worden opgewekt en waar wij ons aandeel in moeten hebben. Dat is een stuk van het antwoord. Dus niet alles wordt in Drechtsteden opgewekt. Het andere deel is natuurlijk dat we veel meer, maar daar gaat de heer Oostenrijk wat over zeggen, veel meer op besparing op energie in moeten zetten, maar het kan niet zo zijn, mijnheer Kleinpaste, dat we zeggen: nou ja, we willen graag zoveel energie gebruiken, dus laat die aarde maar een graadje extra opwarmen. Dat kan niet het geval zijn. Dus we moeten naar duurzame energie toe, zo weinig mogelijk en zo slim mogelijk opgewekt en dat kan niet allemaal op ons eigen grondgebied, maar we moeten wel onze verantwoordelijkheid daarvoor nemen. Ik ga door, voorzitter, tenzij er andere interrupties zijn of een vervolgvraag. Ik hoor u niet, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste heeft nog een vervolgvraag. De heer Van der Meer: Ja. De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter.
Ik ben blij dat de heer Van der Meer ook erkent dat het niet allemaal op ons eiland wordt opgewekt, dus dat de energieneutraliteit relatief is en dat zien we … De heer Van der Meer: Daar heeft niemand voor gepleit. De heer Kleinpaste: Natuurlijk moeten we die aarde heel goed aan de volgende generatie doorgeven, dus ik ben blij met de twee opmerkingen van de heer Van der Meer, maar ik vraag me dan wel af wat de heer Van der Meer zelf voor een oplossing heeft voor een aanvullende energiebron of andere mogelijkheden om wind en zon te completeren zodat we dat verbruik kunnen beantwoorden, want alleen met besparen, echt, we gaan het never nooit redden met ook de ambitie van elektrisch rijden en een aantal andere opties. De heer Van der Meer: Nou ja, de heer Kleinpaste, men straalt daarmee enige somberheid uit. Kijk, het is inderdaad zo in mijn ogen dat op dit moment de enige reële grootschalig beschikbare technologieën zonne-energie en windenergie zijn, maar er zijn ook allerlei technologische ontwikkelingen en we hopen erop dat die soelaas bieden en dat we daar gebruik van kunnen maken. In het initiatiefvoorstel wat we indertijd in de raad hebben aangenomen, wordt ook gezegd: we moeten plannen maken die flexibel zijn naar de toekomst, maar voor de korte termijn zal hier de ambitie toch primair met zon en wind moeten realiseren.
Geothermie kan een hele kleine bijdrage leveren in ons gebied, ik kom daar zo nog even op … De heer …: Nou, nou. De heer Van der Meer; Terug, maar op iets langere termijn. Op korte termijn zullen we het daarmee extra moeten doen. Inderdaad, het is de vraag, en dat moeten we ook onder ogen zien, hoever we daarmee komen, maar door nu al te snel allerlei
29
randcondities te stellen: we willen niet meer wind en we willen geen zonneweides in het buitengebied. Als we de discussie op die manier starten, dan zoeken we niet naar de meest optimale oplossing. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, zou u … Ja, mijnheer Kleinpaste, de laatste vraag. Ik wilde net aan mijnheer Van der Meer vragen of hij zachtjes tot een afronding kon gaan komen, want het is … De heer Van der Meer: Ja. De voorzitter: Het loopt aardig uit de tijd op deze manier. De heer Kleinpaste: Maar u gaf de heer Oostenrijk bij de heer Loekemeijer ook alle ruimte, dus ik wilde even … De voorzitter: Ja. Ik zeg ook … De heer Kleinpaste: Vragen stellen. De voorzitter: Ja, mijnheer Oostenrijk moest het ook met twee vragen doen. Dus gaat uw gang. De heer Kleinpaste: Het waren er meer. Maar de heer Van der Meer geeft nu namelijk aan: de zonnepanelen in weilanden. Ik ben dan ook vooral benieuwd naar wat GroenLinks vindt voor de vernietigende werking van dat concept op de biodiversiteit. De heer Van der Meer: Nou, ook daarvan geldt, mevrouw de voorzitter, dat dat niet zo 0-1 is. Natuurlijk, en dat was het volgende wat ik wilde gaan zeggen, moet er zowel bij zon- als bij windenergie heel goed naar de inpassing in het landschap worden gekeken.
Ik denk dat wij als relatief verstedelijkt gebied daar een serieuze bijdrage aan moeten leveren, juist om het meer natuurlijke gebied, het open land, open te kunnen houden en de biodiversiteit zo veel mogelijk te willen te zijn. Natuurlijk zijn er spanningen, dat wil ik niet vergeten, maar we moeten zoeken naar oplossingen die zo slim en optimaal mogelijk zijn en niet beginnen met allerlei mogelijke oplossingen meteen uit te sluiten. Voorzitter, ik wou nog heel graag wat over … De voorzitter: Sorry, het spijt me, maar de heer Gündogdu heeft nog een vraag voor u. Wilt u het een beetje kort houden, mijnheer Gündogdu, want ik vind het een beetje sneu voor alle partijen die nog moeten. Snapt u? De heer Gündogdu: Ja. Nee … De voorzitter: Ik heb gemiddeld voor partij en interrupties een kwartiertje staan en daar gaan we iedere keer overheen. Dat probeer ik toch een beetje aan te sturen dat we daar een beetje op letten. Dus gaat uw gang. De heer Gündogdu: Heel kort. Mijnheer Van der Meer, staat GroenLinks, staat u open om buiten onze eilandgrenzen te kijken voor opwekking van energie?
30
De heer Van der Meer: Dat is een … Kort antwoord daarop is natuurlijk ja. Als wij bereid zijn om daarin te investeren, daar werkelijk aan bij te dragen en dat kan vorm gegeven worden op een manier die niet het karakter heeft van dat we ons probleem bij anderen over de schutting gooien, maar een wederzijds vruchtbare oplossing oplevert, dan valt daar met ons natuurlijk over te praten. Ik heb zelf ook wat vraagtekens bij de wijsheid om dit hele probleem van duurzame opwekking op land naar dertig energieregio’s uit te spreiden, want er kan landelijk gesproken best nog heel veel optimale oplossingen leiden. Dus dat ben ik wel met u eens, maar wat mij te ver gaat, is als je zegt: ja, dat is een probleem en wij doen alleen een uitspraak over wat wij op ons eiland willen doen en de rest moet maar elders opgelost worden. Als u concrete voorstellen heeft om in overleg te gaan met andere gemeentes buiten de Drechtsteden om daar zaken te regelen en we kunnen daar bij wijze van spreken over onderhandelen, dan onderhandel ik graag mee. De heer Gündogdu: Dank u wel. Helder. De voorzitter: Oké. Mijnheer Van der Meer, u krijgt van mij nog heel even. Ik hoop dat u het een beetje compact kunt houden. De heer Van der Meer: Ja, ik doe mijn uiterste best … De voorzitter: Ja, ik weet het. De heer Van der Meer: Voorzitter.
Maar het is een heel wezenlijk onderwerp en … De voorzitter: Ja, dat is het ook. De heer Van der Meer: Het gaat over ons overleven uiteindelijk. Over de warmte. Er is door verschillende sprekers al iets gezegd over het warmtenet, in positieve en in negatieve zin. Ik wil daar toch nog een aantal vraagtekens bij naar voren brengen. Warmtenetten, dat blijkt ook uit de gegevens in de bijlagen en uit de antwoorden op onze technische vragen over het warmtenet, zeker dat in Dordrecht, is niet volledig duurzaam en zal dat ook niet worden. Er blijft afval verbrand worden of andere industriële warmte die met fossiele bronnen wordt opgewekt, en dat zal op termijn een probleem kunnen vormen. Mogelijkheden voor geothermie, ik verwees er al even naar in mijn antwoord op de heer Gündogdu, zijn heel beperkt. Warmtenetten vergen forse investeringen en infrastructuur waar voor een deel publiek geld in zit, wat op een of andere manier of door de overheid of door de gebruikers in de vorm van tarieven zal moeten worden betaald. Klimaatverandering zal de vraag naar warmte geleidelijk doen afnemen en die naar verkoeling doen toenemen. Daar biedt het warmtenet geen oplossing voor, andere warmteoplossingen zoals warmtepompen wel.
Dat leidt opnieuw tot financiële risico’s en tenslotte is vooralsnog duidelijk dat voor met name particuliere eigenaren en voor vrijstaande woningen het warmtenet eigenlijk geen kosteneffectieve oplossing is en dat er dus, iemand anders heeft het ook al gezegd, veel meer naar een evenwichtige warmtestrategie gekeken moet worden waarbij ook daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van all electric oplossingen en, en dan maak ik een verbinding met wat de heer Gündogdu heeft gezegd over: hoe krijgen we de mensen mee? Ik denk dat het
31
heel erg belangrijk is om veel meer in te zetten op het benaderen van alle burgers met op maat gesneden adviezen over hoe zij kunnen isoleren, hoe zij kunnen verwarmen. Niet alleen vanuit die maatschappelijke kostenbatenanalyse, maar ook vanuit hun eigen huishoudboekje hoe het te doen is. Daar is ondersteuning voor nodig, financiering en de fondsen die wij daar op dit moment van een of twee miljoen voor ter beschikking hebben zijn mooi, maar zijn volstrekt ontoereikend om iedereen te kunnen laten meedoen, wat toch een uitgangspunt van de RES is. We moeten bij dit alles niet vergeten dat de energietransitie ook daadwerkelijk positieve economisch effecten kan hebben: werkgelegenheid, om maar eens iets te noemen, en investeringen die zichzelf kunnen terugverdienen door besparing op energie en goedkopere energie. Het kan niet zo zijn dat wij zeggen: nou, we zitten nou één keer met een kapitalistisch systeem en met een lineaire economie en we hebben nou één keer gekozen voor een warmtenet, dus als het gaat zoals het gaat, ja, dan kunnen we er niks aan doen dat de aarde nog verder opwarmt. Dat kunnen we ons niet permitteren. We moeten echt de koppen bij elkaar steken. We hebben allerlei concrete ideeën die we ongetwijfeld … De voorzitter: Wilt u afronden, alstublieft? De heer Van der Meer: In moties … Ja.
Die we ongetwijfeld in moties en amendementen met andere samen vorm zullen geven. Ik ben ook heel benieuwd naar de concrete ideeën van anderen om deze ambitie, waarvan ik echt hoop dat we die met elkaar delen, te realiseren. De voorzitter: Oh, kijk. Dank je. Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Dan gaan we nu door naar de VVD en dat is denk ik mijnheer Noldus. De heer Noldus: Ja zeker, voorzitter. Dat ben ik. De voorzitter: Goedenavond. De heer Noldus: Goedenavond. Voorzitter, dank, want voor ons ligt een belangrijk en ook een mooi document, een route voor een deel van ons land om invulling te geven aan de energietransitie. De energietransitie, dat is al vaker gezegd, is een transitie die moet leiden tot een mooier en schoner Nederland en een mooie schonere wereld. Voorzitter, die tijd … Of die transitie die vraagt veel tijd, aandacht en flexibiliteit van ons, maar vooral ook van onze inwoners. Een transitie zoals deze kan ook niet zonder maatschappelijk draagvlak. Dus de VVD is voor een energietransitie, maar is niet voor waanzin. Gelukkig lezen we in deze RES overwegend ook een reëel verhaal. Er ligt een gedegen stuk voor waarin de Drechtsteden een eerlijke en ambitieuze stap zet voor de invulling van de energietransitie.
Er zijn verschillende wijzen om naar de omvang en de aantallen te kijken, maar deze zijn wat ons betreft passend en passen binnen het gebied en de regio en de uitdaging die daar voorstaat. Toch hebben we een aantal, het zijn een drietal, wensen voor een nadere invulling die we er even uit willen lichten. Het eerste punt, voorzitter, dat hebben we ook aangegeven bij de bespreking van de concept RES en ook die van de Omgevingsvisie was de VVD duidelijk: geen extra windturbines op ons eiland. We zijn ook blij te horen dat we in alle toelichtingen vanuit de verschillende bestuurders uit de regio en Dordrecht dat het helemaal geen onderdeel is van de RES.
32
Vraag aan het college is dan wel hoe we moeten duiden wat er nog in het zoekgebied ten westen van de A16 is meegenomen aan windenergie. We lezen hier het nodige over in de RES, maar dit strookt dan wat ons betreft niet met de uitdragingen van de diverse betrokken bestuurders, dus op dit punt ontvangen we graag ook een toelichting van het college in deze. Punt twee wat we graag willen inbrengen, voorzitter, ook daar hebben we het bij de concept RES al eerder over gehad, is dat bij de gekozen methoden en processen hier in deze RES met name de nadruk ligt op zonne- en windenergie. Kernenergie wordt hier buiten gehouden en voor de VVD is een belangrijke stap … Of is een belangrijke stap naar duurzame energie ook de stap naar kernenergie. Brabant en Zeeland gaven al eerder groen licht voor kernenergie en dat is niet zonder reden, want de energie die een kerncentrale levert is immers veel waardevoller dan de energie die een windmolen levert. Een windmolen produceert energie als er veel aanbod is en weinig vraag en dat levert een lage waarde op, terwijl een kerncentrale vooral ook energie levert als er weinig aanbod is en veel vraag, dus, nou ja, energie met een hogere waarde, ook inhakend op de discussie die net tussen andere partijen naar voren kwam. De voorzitter: Ik stel voor dat mijnheer Noldus even zijn derde vraag ook stelt en dat we dan naar de interrupties gaan.
Dus maakt u het even af. De heer Noldus: Dan maak ik het even … Ja. Dank, voorzitter. Dan maak ik het even af. Het derde punt wat we willen inbrengen is het gebruik van aardgas. Voor de Dordtse VVD is het gebruik van aardgas geen taboe. Dit is immers nog steeds een relatief schone manier van verwarmen, kijk ook maar naar de transities in het buitenland, en het dogma over van gas los in de RES staat ons in die zin ook wat tegen. Het gaat ons immers niet om hoeveel huizen van het gas zijn, maar eigenlijk hoeveel minder gas er is gebruikt voor de verwarming van woningen, of eigenlijk: hoeveel minder uitstoot is hierbij vrijgekomen? Een simpele rekensom is dan ook: levert 70 procent minder gasverbruik bij 50 procent van de woningen niet veel meer op dan 20 procent van de woningen volledig gasloos te realiseren? Voordat iedereen de rekenmachine pakt, dat antwoord is ja. Focus op isolatie is dan ook goed en logisch, maar waarom kijken we niet naar technieken zoals hybride warmtepompen? Hybride warmtepompen zijn geschikt voor bijna alle woningen, besparen tot zo’n 70 procent gasverbruik, zijn goed betaalbaar en de levensduur van de gemiddelde Cv-ketel is tien tot vijftien jaar, dus tot 2030 moeten er in alleen Dordrecht dus al duizenden worden vervangen. Op deze manier … De voorzitter: Nou, dan gaan we toch even naar de interrupties nu, want … De heer Noldus: Oké.
Ik heb nog één alineaatje, voorzitter. De voorzitter: Want twee … De heer Noldus: Maar dat is goed. De voorzitter: Want twee vragen en dan komt er zo’n verhaal bij de derde. Mijnheer Jansen, gaat uw gang.
33
De heer Jansen: Ja, ik had graag alle commentaren bewaard voor bij mijn woordvoering, maar ik sloeg nou toch even aan op kernenergie. Kernenergie draait zoals wij allemaal weten op enorme partijen subsidie. Daar is de VVD altijd erg op tegen op subsidie voor energiewinning. Ik kom tot een vraag hoor, geduld. We weten allemaal ook dat in Nederland al op meerdere plekken al langere tijd de mogelijkheid bestaat om kerncentrales te bouwen. Geen enkele energiecentrale wil daarin stappen, want het kost namelijk allemaal te veel, ze kunnen het er niet uit halen. Mijn vraag aan de heer Noldus is: u wilt geen windmolens op het eiland van Dordrecht, waar op ons eiland wilt u een kerncentrale gaan bouwen? De heer Noldus: Ja, voorzitter, het eerste deel van de vraag kan ik serieus beantwoorden, dat laatste wordt natuurlijk wat lastiger om daar een serieus antwoord op te geven. Kijk, kernenergie is iets wat al lang op de agenda staat en gelukkig, zeg ik erbij, is het iets wat de laatste twee jaar, of misschien iets langer, toch wat meer tractie en draagvlak krijgt, zowel landelijk politiek alsook in de samenleving. We zien het toch echt als belangrijke invulling voor de algehele ambitie die we hebben. Nou goed, de heer Jansen doet net alsof de rest van de energietransitie gratis is. Dat is hij zeer zeker niet, zie daar ook mijn laatste pleidooi voor de hybride warmtepompen bijvoorbeeld.
Maar dit is typisch zo’n feit of typisch zo’n aspect, dit kan alleen het Rijk op een goede manier oppakken, faciliteren samen met een consortium aan partijen. Voor een kernenergie is een gemeente geen partij en de provincie is daar ook te kleinschalig voor. Dus het is echt iets wat we vanuit het Rijk moeten invullen. De heer Jansen: Juist. Niet in uw achtertuin dus? De heer Noldus: Voorzitter, dat is wettelijk gezien met de kaders ook niet eens mogelijk. Er zijn in Nederland misschien maar een, maar anders maar een plek of drie, vier waar het überhaupt binnen de wet- en regelgeving mogelijk is. Dat is inderdaad niet op ons eiland van Dordrecht, maar ik weet van mensen die, VVD’ers overigens, in een gebied wonen waar dat wel zo zou zijn die een warm pleitbezorger zijn van wel het realiseren van een kerncentrale in hun spreekwoordelijke achtertuin. De voorzitter: Goed. We gaan even door, want er is nog wel een rijtje interrupties bijgekomen. Mijnheer Loekemeijer nu aan de beurt. Gaat uw gang. De heer Loekemeijer: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik had even een vraagje voor de heer Noldus met betrekking tot de kerncentrale natuurlijk, want dat is wel een heet punt, letterlijk en figuurlijk. Mijn vraag is een beetje … Kijk, er is natuurlijk ook een enorme urgentie als het gaat om die overstap maken naar een andere vorm van energie.
Als we nu zouden beginnen aan een kerncentrale, dan zouden we eerst nog door allerlei juridische hoepels moeten springen, dan moet dat ding nog gebouwd worden, voordat hij dan staat en daadwerkelijk energie levert zijn we waarschijnlijk vijftien tot twintig jaar verder. Zegt de VVD dan: nou, dan gaan we de komende vijftien tot twintig jaar gewoon lekker door zoals we nu bezig zijn en zetten we volledig in op die kerncentrale? Want ik heb inderdaad het idee als we dat doen dat we dan over vijftien à twintig jaar een groot probleem hebben omdat het dan eigenlijk te laat is en die kerncentrale niet meer hoeft. Hoe ziet de VVD dat?
34
De heer Noldus: Ja, voorzitter. Heldere vraag. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Nee, onze lijn is zeer zeker niet zo conservatief ingestoken als de heer Loekemeijer hem nu insteekt. Ik ben begonnen met over het algemeen de lijn zoals die voorligt in de RES is er eentje dat we kunnen steunen, we hebben alleen een kritische kanttekening geplaatst bij de ruimte die er nog enigszins een beetje zit rondom windenergie, maar alles wat er in zit rondom zonne-energie en de opwekking daaromtrent heeft onze steun daarin. Dus wij doen daar geen afbreuk aan op dat front, wij zeggen alleen: deze transitie is dermate groot, en dat hebben we ook in de eerdere debatten hierover gevoerd, dit vraagt wel om een andere invulling. Wind op zee is er zeker een, maar landelijke invulling van kernenergie is daar een bij. Dat is er inderdaad een dat is waarschijnlijk niet in 2025 geregeld, dus dat zal waarschijnlijk voor de periode na 2030 zijn, maar als we er in 2029 pas weer over gaan spreken met elkaar, dan zijn we alweer aardig wat jaren opgeschoven. Dus zo moet u ons pleidooi daarin zien, voorzitter. De voorzitter: Voldoende, mijnheer Loekemeijer? De heer Loekemeijer: Ja, dank u. De voorzitter: Voor het moment? Oké. Dank u wel. Dan gaan we gauw naar mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, voorzitter. Ik heb niet alles goed begrepen.
Misschien wel, dat ging over de vervanging van de Cv-ketel dat begreep ik niet helemaal, maar ik wil misschien toch even een andere interruptie maken. Dat is namelijk ik heb het zo begrepen dat de Dordtse VVD er toch ook echt is voor de Dordtse ondernemers en dan vraag ik ook eigenlijk gewoon wel de Dordtse VVD: op het moment dat er Dordtse ondernemers zijn die met initiatieven komen, nou, stel dat dat nou gewoon het plaatsen van windturbines kan zijn. Is de VVD er eigenlijk op tegen dat wij als Dordtse bedrijven als het ware zouden kunnen profiteren van die nieuwe economie van die verduurzaamheidsinitiatieven? Is de Dordtse VVD daar op tegen? De heer Noldus: Ja, voorzitter. Ja, uiteraard is de Dordtse VVD niet tegen Dordtse bedrijven die profiteren of renderen bij de energietransitie. Sterker nog, ik denk dat daar ook in de omgeving zeg maar omtrent het Leerpark een aantal goede kansen liggen. Of dat nou direct ook dan de ondernemers die een plan hebben voor een windturbine of dat dan op onze steun en ons applaus kan rekenen. Nou, dat niet direct, want wij zien maatschappelijk te veel hobbels op de weg en teveel bezwaren tegen een windmolen op het eiland.
Het heeft niet zozeer te maken dat wij ondernemers daarin niet zouden willen steunen of iets dergelijks, maar het feit wat ze willen realiseren past niet in onze invulling van hoe we denken invulling denken te geven aan deze transitie en het gebied aldaar. Dus dat zijn toch wel twee dingen die daar los van elkaar staan, wat ons betreft.
35
De voorzitter: Mevrouw Klein-Hendriks heeft nog een vervolgvraag hierop. Gaat uw gang. Mevrouw Klein-Hendriks: Toch een vervolg … Toch een vervolgvraag. De voorzitter: Ja. Mevrouw Klein-Hendriks: Vindt de VVD inderdaad dat het maatschappelijk draagvlak dat daar de politiek voor aan zet is of dat daar dan diezelfde ondernemer misschien een hele belangrijke bijdrage in kan leveren? Dus hoe ziet de VVD dat? De heer Noldus: Ja, het maatschappelijk draagvlak of daar politiek voor aan zet is? Kijk, ik denk in de politiek wordt nu afgetekend hoe het maatschappelijk draagvlak is voor zo’n ontwikkeling. Ik vind het niet aan de politiek, in ieder geval niet aan ons, om draagvlak daarvoor te gaan creëren in de samenleving. Het is andersom: de samenleving maakt het draagvlak in de politiek. Dan zien we tenminste weerspiegelingen van de maatschappij daarin. Dus ik vind het niet mijn taak om rond te gaan trekken met een knapzak om daar een windmolen te gaan verkondigen. De voorzitter: Ach, dat zou ik nou zo graag willen zien. Dat lijkt me nou zo leuk. Was dat het, mevrouw Klein-Hendriks? Is dit voldoende? Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, dank u wel. De voorzitter: Oké. Mijnheer Van der Meer heeft nog een interruptie voor je. De heer Van der Meer: Nou ja, dat sluit mooi aan op het laatste, voorzitter.
Uit onderzoek van het onderzoekscentrum Drechtsteden blijkt dat er best een behoorlijk draagvlak voor meer windenergie is onder de bevolking. De blokkade ligt vooral in de politiek en ligt voor een deel misschien bij de direct omwonenden die op een veel betere manier bij het geheel betrokken kunnen worden, dat leert ervaring elders in den landen dat dan het verzet van omwonenden om kan slaan in steun voor windenergieprojecten. Dus ik heb toch het gevoel dat de VVD vooroploopt met anderen in het tegenhouden van windenergie en de afremming van initiatieven vanuit de samenleving daarvoor. Wat is zijn reactie daarop? De voorzitter: Oh, ik wou al zeggen wat is uw vraag? De heer Noldus: Voorzitter, dat is op zich helder. Ik denk dat de heer Van der Meer het antwoord zelf ook geeft. Natuurlijk in de inspraak en dat is in de participatie ook geweest en wellicht de onderzoeken van de OCD, die heb ik niet helemaal scherp nu, er zijn natuurlijk ook mensen die voor windturbines zijn en er zullen ook vast mensen die binnen de Drechtsteden wonen, laten we een willekeurige gemeente noemen, Sliedrecht, Papendrecht of iets dergelijks, en geen bezwaar hebben tegen windmolens langs de A16. De heer Van der Meer schetst het zelf terecht al: het zijn vooral de nabijwonenden die daar bezwaar tegen hebben. Dus dat is wel … Zo werkt het nu eenmaal en daar komt
36
het not in my backyard aspect ook vandaan, maar dat is toch wel een manier om daar naar te kijken wat ons betreft ook. De heer Van der Meer: Ik wijs op de brief van de heer Willemsens die juist zegt: wel in my backyard, onder bepaalde voorwaarden. De voorzitter: Dat is geen NIMBY, maar een WIMBY. Oké. Dit was het wat de interrupties aangaat? Dan hoop ik dat we er zijn. De heer Noldus: Bijna. Bijna, voorzitter. De voorzitter: Oh. De heer Noldus: Ja. De voorzitter: Oké. De heer Noldus: Nou ja, ik had nog een heel kort stukje, maar onverhoopt komen toch de interrupties tussendoor terug. De voorzitter: Ja. De heer Noldus: Ik was bezig over de hybride warmtepompen. De voorzitter: Ja. De heer Noldus: Daar kom ik met een korte opmerking over. Op deze manier kunnen we immers ook voor bestaande woningen heel veel gas besparen zonder extreme investeringen in het gehele huis. D66 noemde de business case voor warmtenet bijvoorbeeld ook al lastig en een hybride warmtepomp bijvoorbeeld kent een hele korte terugverdientijd. Dit soort aspecten maken juist de energietransitie tastbaar, haalbaar en betaalbaar. Voorzitter, om dan bij af te sluiten: de winnaar van de marathon wordt ook niet bepaald op basis van wie het snelst de eerste kilometer aflegt en ik heb niet het idee dat we hier met z’n allen nu een sprint zijn begonnen, dus we moeten hem niet als zodanig insteken.
Dat zijn onze opmerkingen voor nu bij de RES en de Transitievisie Warmte en we horen op de ingebrachte punten graag ook reactie van de andere fracties en het college, voorzitter. De voorzitter: Dank u … De heer Noldus: Dank u wel. De voorzitter: Wel. Dank u wel. Dan gaan we door naar de PVV. Is er iemand van de PVV aanwezig? De heer Hartog: Ja. De voorzitter: Ja.
37
De heer Hartog: Yes. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Hartog: Dank u wel. Ik kan het kort houden, want we hebben namelijk eigenlijk alleen één vraag aan het college. Want we zien eigenlijk dat er heel veel gedoeld wordt op zon- en windenergie. Wat ziet het college als back-up als deze twee energiebronnen niet genoeg opleveren? De voorzitter: Ik neem aan dat de wethouder dit genoteerd heeft. Dank u wel. Dan gaan we … Geen beeld? We hebben toch beeld? Of is er geen beeld, mevrouw … Mevrouw Klein-Hendriks: Sorry, voorzitter. Ik reageerde op net de woordvoering van de PVV. Ik had geen beeld. De voorzitter: Oh, oké. Nou, ik zag mijnheer Hartog wel, dus vandaar dat ik even verbaasd was. Maakt niet uit. Dan gaan we door naar de … PVV hebben we gehad. CDA. Mijnheer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Een ding is zeker: wij leven op een eiland en dat heeft de nodige consequentie. Dat betekent dat we een beperkt grondoppervlak hebben met de daaraan verbonden mogelijkheden en ook onmogelijkheden. Dat staat los van de ambitie die wij ook als zodanig herkennen in de Regionale Energiestrategie, maar dat is wel een feit. Dat betekent ook dat de mogelijkheden, en die hebben andere sprekers al voldoende aangegeven, de mogelijkheden van warmtewinning begrensd zijn.
Wij hebben niet de mogelijkheid om honderden hectaren vol te zetten met zonnepanelen; we hebben niet de mogelijkheden om tientallen windturbines te plaatsen. Nee, de RES laat het ook vrij duidelijk zien, wij zullen het moeten doen met beperkingen. Dat heeft niets te maken met een gebrek aan ambitie. Nee, dat heeft alles te maken met de feitelijkheden zoals ze zijn. Voorzitter, ik heb al de heer Van der Meer heeft al aangegeven dat ik iets meer zou inzoomen op het fenomeen energiebesparing, want we kunnen het hebben over energiewinning, maar niets is beter dan energie besparen, want hoe minder energie je verbruikt, des te minder energie je ook hoeft te winnen. Nou komen we meteen op een achilleshiel probleem van wat er in de RES staat. Dat betekent dat de ambitie is om in 2030 20 procent minder energieverbruik in gebouwde omgeving te hebben. Dat betekent minder energieverbruik in woningen en gebouwen. Dat is al op zich een beperkte ambitie, maar de zorg is dat er nog totaal geen zicht is hoe je dus die beperkte ambitie ook gaat bereiken. Dat vinden we toch een heel ernstig probleem, want daar gaat het om. We weten dat we in Dordrecht duizenden woningen hebben die een heel slecht energielabel hebben, oftewel die kunnen zelfs fysiek niet aangesloten worden op het warmtenet. Nee, die verbruiken veel gas en een alternatief is er niet.
De ambitie van de gemeente om daar wat aan te doen die is nog ver weg qua concreetheid en dat baart ons zorgen. Dat heb ik al op meerdere momenten en meerdere plekken heb ik dat geuit: we zullen veel meer in moeten zetten op het verduurzamen van woningen, het isoleren van woningen om wat dat betreft ook a) woningen te kunnen aansluiten op het warmtenet of woningen geschikt te maken tot hybride vormen van verwarmen. Zolang dat niet kan, schiet het niet op. Dus wat dat betreft zal het zo moeten zijn dat
38
wij een veel strakker traject moeten gaan opzetten om woningen, om onze talloze woningen die nu nog in de buurt van het label F of G zitten om die richting energielabel A of B of C, hooguit C, te krijgen. Dat betekent heel veel acties, doelgerichte acties, ondersteuning, communicatie, gemakkelijke bereikbaarheid van bewoners om zich te laten informeren, want anders dan komen ze toch in een doolhof terecht. Dus voorzitter, energie besparen, energie besparen, energie besparen. Als we het dan toch hebben van die 20 procent in 2030 is het wel interessant om, en dat wil ik graag ook weten van de wethouder: hoe gaan we dat monitoren? Want het is mij nog volstrekt onduidelijk hoe dat dan gaat, want we kunnen wel zeggen 20 procent besparen, maar als we bijvoorbeeld een jaar of vijf verder gaan, hoe meten we dan dat we op weg zijn naar die 20 procent besparing? Die wellicht laag is, maar als we het niet kunnen meten, dan weten we ook niet of we het überhaupt in 2030 gaan halen. Dus mijn pleidooi is heel erg energie besparen. Ik zou erg graag zien dat het revolterend fonds dat er is dat dat binnen de kortste tijd leeg is, want dan kunnen we het hebben over een start van een succes als het gaat om energiebesparing en dan hebben we het ook graag over het vergroten van dat fonds. De voorzitter: Prima. Mijnheer Oostenrijk, er is een interruptie van mijnheer Kleinpaste. Gaat uw gang.
De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter. Dank u wel. Ik ben het natuurlijk op zich eens met het pleidooi dat je met name in die huizen met isolatie kunt besparen, tegelijkertijd de ongunstige energie labels zitten ook veelal in de woningen waar niet de meest draagkrachtige mensen in wonen, dus ik ben benieuwd of de heer Oostenrijk dan ook aanvullende initiatieven of ideeën heeft om te zorgen dat we mensen met een smalle beurs daarin dan ook heel goed kunnen betrekken en kunnen meenemen. De heer Van der Meer zei terecht al dat de beschikbare twee miljoen daarvoor volstrekt ontoereikend zijn. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, dat laatste heb ik net nog gezegd. Ik hoop dat het beschikbare budget binnen de kortste tijd ontoereikend is, want dan toont dat aan dat er uit geput gaat worden, dat mensen daar gebruik van gaan maken. Natuurlijk, we zijn nog niet uitgeput in de mogelijkheden om mensen in die zin wat dat betreft niet het vel over de neus te halen, want zo werkt het niet. Want we hebben het over koopwoningen, want huurders die zitten in een heel ander traject, maar we hebben heel veel oude koopwoningen waarvan ik ook weet dat veel mensen daar niet al te veel van hebben te besteden, maar er zijn arrangementen waarin men als het ware met weinig of niet geld kan lenen.
Er zijn ook arrangementen, en als ze er nog niet zijn, dan komen die er, die dus op een gegeven moment niet de bewoner direct belasten, maar die dus eigenlijk huisgebonden blijven, zodat de kans dat men dan enthousiast gaat worden om toch hun huis te verduurzamen alleen maar toeneemt. Alle initiatieven die daar op gericht zijn die kunnen helpen. De voorzitter: Oké, dank u. Mijnheer Van der Meer heeft nog een interruptie voor u.
39
De heer Van der Meer: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een vraag aan de heer Oostenrijk. Zijn pleidooi voor besparing ondersteun ik natuurlijk van harte, maar hij focust vooral op woningen en er zijn natuurlijk a) meer gebouwen die ook veel energie gebruiken waarop bespaard kan worden en daarnaast is er ook bijvoorbeeld industriële processen die efficiënter kunnen gebeuren. 70 procent van de totale energie wordt in bedrijven gebruikt, dus mijn vraag aan hem is of dat besparingsinitiatief niet ook tot die sector uitgebreid zou moeten worden. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Ik denk zeker met de heer Van der Meer dat we ook op die categorie van energieverbruik moeten richten. Het zal natuurlijk … Dat zullen andere vormen zijn, ook in financieel opzicht, anders dan bij woningbezitter, maar ik deel zijn mening dat ook bij gebouwen en bedrijven er nog veel te doen valt, dus ook wat dat betreft veel communicatie, voorlichting en met name verleiding. Verleiding van bewoners, bedrijven, ondernemers om, ja, geïnteresseerd te raken in het nut en de zin, als is het maar uit economische overwegingen om het energieverbruik te beperken.
Wat dat betreft, dat hoor ik graag ook richting de wethouder de vraag tegen: wethouder, geef ons instrumenten, geef bewoners instrumenten, geef bedrijven instrumenten om via een laagdrempelige manier die verleiding ook gestalte te doen krijgen. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Was dit voldoende? De heer Oostenrijk: Ja, of het voldoende is dat is natuurlijk een andere vraag. De voorzitter: Ja. Ja nou, goed. De heer Oostenrijk: Maar kijk, ik heb heel bewust geen woord besteed aan energieopwekking buiten onze grenzen, buiten onze eilandgrenzen, omdat daar gaat de Regionale Energiestrategie niet over, zeker als die het over Dordrecht heeft. Daar kan je hele beschouwingen over hebben. Dat heb ik heel bewust niet gedaan, nee. Zoals de heer Van der Meer het al heeft aangegeven: ik heb mij erg geconcentreerd op energiebesparing, energiebesparing, energiebesparing. De voorzitter: En dat is heel nobel. Alhoewel het natuurlijk een interessant idee blijft dat men het hier op het eiland niet op kan lossen in zijn totaliteit en dat sommige dingen misschien inderdaad landelijk zouden moeten. Dat hoor ik wel vaker langskomen eigenlijk eerlijk gezegd, ook buiten de politiek. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter. Ja, dan toch, als u zich ook met de discussie gaat bemoeien … De voorzitter: Nou, nee. Ik zeg alleen dat ik dat vaak langs hoor komen. Ik vind … De heer Oostenrijk: Ja.
De voorzitter: Het wel een interessant punt.
40
De heer Oostenrijk: Ik heb al … De voorzitter: Ik zeg er niks over verder. De heer Oostenrijk: Ik ben gestart met de opmerking: we wonen op een eiland. De voorzitter: Ja. De heer Oostenrijk: En de ambitie mag hoog zijn. Die mag betekenen dat we zo optimaal mogelijke instrumenten moeten gaan benutten om zowel energieopwekking als in de energiebesparing onze inspanning te leveren, maar dat zou kunnen betekenen dat wij op ons eiland de nul-doelstelling niet gaan halen, los van de ambitie. De voorzitter: Nou, die opmerking hebben we er dan toch nog mooi bij. Nee, prima. Mevrouw Klein-Hendriks zegt dat we dan toch maar weer stapelrecht moeten gaan heffen. Dat vind ik toch ook wel weer iets dat is misschien toch ook niet helemaal een goed idee. Ik denk dat we een stapje verder gaan. Ik denk dat we naar mijnheer Portier van de SP gaan. De heer Portier: Ja, voorzitter. Een deel van wat ik wilde zeggen is al door de heer Oostenrijk gezegd, dus ik sluit mij van harte aan bij zijn pleidooi voor besparing, besparing, besparing.
Met toch wel een accentje, heel veel zal ook gedaan moeten worden in de sociale huursector, daar hebben we het zowel over isolatie, als over voor wat aansluiting op warmtenet, bijvoorbeeld vooral ook in wijken als Krispijn en dergelijke gerealiseerd gaat worden en alles wat in dat soort wijken, maar woningbouwverenigingen op dit moment hebben allerlei regeringsmaatregelen, beschikken over weinig geld. Dus vind ik dat we ook als gemeente bereid moeten zijn om dat soort investeringen voor te financieren. Daar is een warm pleidooi gehouden door een aantal mensen, zeg maar, voor veel meer geld steken in de energietransitie. Als het dan ergens ingestoken moet worden, dan is het denk ik in al deze vormen van isolatie. Want, ja, er wordt ook gesproken dat we heel ambitieus zijn, maar echte plannen, voor realisatie van isolatie, zie ik er nog heel weinig. Probleempje wat ik ook nog aan zou willen stippen bij het verduurzamen en dan hebben we het over andere wijken, even bijvoorbeeld bij de 1000 monumenten die onze stad rijk is, want tot nu toe is de gemeente en de monumentencommissie zeer behoudend bij maatregelen die monumenten kunnen verduurzamen. Ik denk dat we daar nog eens heel goed naar moeten kijken, of toch niet bijvoorbeeld een veel grotere inzet van dubbelglas en dat soort zaken mogelijk wordt.
Kleine disclaimer, dat ik hier ook een beetje in mijn eigen belang spreek, maar het is een probleem dat veel meer mensen tegenkomen. Ja, ik zie ook grote risico’s inderdaad in de hele uitrol van het warmtenet, want er wordt wel gesproken over op den duur gaan we geen afval meer verbranden of minder afval verbranden, er zijn nog wat nuances in, maar we gaan het allemaal uit geothermie halen, maar ik zie de concrete acties om te gaan onderzoeken of dit daadwerkelijk werkt en laat staan investeringsplannen om dit weer daadwerkelijk te gaan realiseren. Dus de vraag is van blijft de vulling van warmtenet door middel van geothermie op deze manier niet een vrome wens en zijn we in 2015 niet nog vrolijk bezig om allerlei afval, al dan
41
niet geïmporteerd uit Groot-Brittannië, te verbranden om onze huizen maar van warmte te voorzien. De voorzitter: Momentje. De heer Portier: En daar wou ik het even bij laten. De voorzitter: Oh, prima. Wanneer Oostenrijk heeft nog iets te vragen of te zeggen voor u. Meneer Oostenrijk, gaat uw gang. De heer Oostenrijk: Voorzitter, ja, twee punten. De heer Portier had het over de woningcorporaties, terecht dat hij daar aandacht voor heeft, alleen ik zie ook dat de woningcorporaties Trivire en ook Woonbron wel degelijk bezig zijn om hun bezit te verduurzamen. Op twee manieren, door hun huidig bezit sowieso te verduurzamen bij renovatieplannen. Rigoureus natuurlijk, doordat ze dan toch soms denk ik uiteindelijk verstandig delen van hun woningbezit slopen en dat weer omzetten voor nieuwbouw, wat je er dan ook verder van mag vinden, even als het gaat om huurprijzen, maar dat is een apart verhaal. Ik deel ook zijn zorg over de monumentale gebouwen in de binnenstad en die worden ook deels, laat maar zeggen, de lokale om die te verduurzamen, die veroorzaken we natuurlijk als gemeente, indirect als gemeente zelf. Want ik heb ook de berichten gekregen dat men vooral door de opstelling van de Welstands- en Monumentencommissie er een veel strikter beleid is dan bijvoorbeeld in andere grote steden, zoals Amsterdam.
Daar is veel meer mogelijk zonder dat dan, laten we zeggen, visueel een monument geweld wordt aangedaan, dus wat dat betreft trek ik graag op met de heer Portier als het gaat om daar meer mogelijk te maken. De voorzitter: Nou, dat is krachtig. Meneer Portier, wilt u hier nog op reageren? Want ik heb geen vraag gehoord. De heer Portier: Ik heb ook geen vraag gehoord, maar ik ben blij met de aanvullingen die de heer Oostenrijk gegeven heeft. Dus op dit punt kunnen we inderdaad samen optrekken. De voorzitter: Nou, dat is heel mooi. Dat mag ik maar graag horen. Dan gaan we nu door naar de ChristenUnie-SGP. Gaat uw gang, mevrouw Klein-Hendriks. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, voorzitter, eventjes de camera weer aan. Het is inderdaad ook al veel gezegd en waar ik mee zou willen beginnen is toch het besparingsdeel. Kijk, honger is veelal een teken van armoede en het zou ons dan ook eigenlijk moeten verbazen dat er in ons welvarende land een enorme energiehonger is. Voorzitter, het besparen op energie, het bewust worden van onze energiehonger, dat zou toch echt wel voorop moeten staan en in elk geval is het dus wel goed om terug te lezen dat het één van de doelstellingen in de RES is om in elk geval dan die 20% minder energie te gebruiken in de bebouwde omgeving, zoals ook de heer Oostenrijk al aangaf.
Ja, dat er dan inderdaad verdere communicatie ook nodig is en besparingstips en dat we dan met elkaar het besef hebben dat we zelfs de elektrische auto zouden kunnen laten staan als we gewoon met de fiets kunnen gaan of te voet. Nou, dat draagt er allemaal toe bij dat
42
we onze energiehonger wat zouden kunnen temperen. Onze fractie gaat er eigenlijk vanuit, dat is het tweede punt, dat het huidige beleid voor de windturbines wel wordt gerealiseerd en eigenlijk zouden we met de collega raadsleden die zorgen hebben over de windturbines uitgedaagd moeten worden om toch verder te kijken. Als ik dan terugdenk aan de inspraak waar het gaat over de energie-efficiëntie van windturbines ten opzichte van zonnepanelen, de landschappelijke inpassing die natuurlijk van belang is, maar dat geldt ook voor de zonnepanelen en dat net zoals door een inspreker is gezegd dat het ook belangrijk is om de gebruikelijke ecologische toetsen te laten plaatsvinden zodat ook wat dat betreft zorgvuldig om wordt gegaan met de biodiversiteit, ook bij de plaatsing van zonnepanelen. En dan daarnaast is het zo dat de windturbines, daar blijft ander functie gebruik, dat medegebruik of meervoudig ruimtegebruik mogelijk. Dat zijn allemaal wel voordelen. Ik zou de collega’s wel willen vragen om niet alles dicht te timmeren. Het is onnodig om zorgen te maken op plekken waarvan we eerder hebben gevonden in de Structuurvisie Wind dat in die gebieden wind zou kunnen komen, windturbines. De uitdaging is eigenlijk misschien niet om alles dicht te zetten en het meeste rendement te zien te vinden, door windturbines op zee te zetten of zonnepanelen, Sahara.
De grote uitdaging is echt om draagvlak tot stand te brengen, om stappen te nemen in die energietransitie en die uitdaging zou ik ook bij mijn collega’s willen neer leggen. Alternatieven, zoals het stimuleren, zoals door D66 gevraagd, zou wat ons betreft echt in het stimuleren zitten van buurtcollectieven. Hoe dagen we burgers en in elk geval groepen burgers of groepen bedrijven uit om die collectieven dus te starten? Anders dan die individuele verleiding. En gezamenlijke besparingsinitiatieven, zoals isoleren of energie en warmte-opwekking zou een aanvulling op datgene wat de heer Oostenrijk naar voren heeft gebracht, misschien zou de wethouder nog kunnen reageren. Hoe krijgen we dat tot stand? De voorzitter: Er is eerst iemand anders die graag wil reageren, dat is meneer Gündogdu. Gaat uw gang, meneer Gündogdu. Mevrouw Klein-Hendriks: Je bent in beeld. De heer Gündogdu: Mevrouw Klein-Hendriks wordt bediend met een kopje koffie of thee, denk ik. Mevrouw Klein-Hendriks: Nou, dat weet ik niet. Maar ga door, ja. De heer Gündogdu: Ja, ik heb toch wel even een vraagje, mevrouw Klein-Hendriks.
Dat voorbeeld over zon uit de Sahara, of zonne-energie uit de Sahara, dat kwam even uit mij, maar waar ik eigenlijk bijzonder benieuwd naar ben en ik wil u daarvoor echt uitdagen, waarom wilt u nou bij wijze van spreken over uw schaduw heen stappen en zeggen van joh, wij halen gewoon energie naar onze stad, naar onze inwoners, waar we het meest rendabele uitkomst bij hebben? Want u blijft, zeg maar, kleven aan energieopwekking op het eiland en ik probeer dat even te doorgronden, maar wat is uw motivatie daarachter? Mevrouw Klein-Hendriks: Nou, mijn motivatie is eigenlijk van, kijk, de ruimte die we hebben is niet heel breed gemeten en laten we daar gewoon goed mee omgaan en op
43
het moment dat we onze ruimte gaan gebruiken aan het neerzetten van zonnepanelen, dan is dat gewoon … Dan geven wij heel veel ruimte weg en dat is gewoon … Daartegenover zou je kunnen zeggen van op moment dat je efficiënter een windturbine neer kan zetten, dan win je ruimte. Dus mijn vraag zou echt zijn van zijn van zijn we niet beter bezig als we de ruimte zorgvuldig benutten en dat is wat anders dan het volplempen, dat heb ik eerder gezegd, met zonnepanelen. Laten we ook gewoon echt goed en zuinig omgaan met het ruimtegebruik. En nee, ik ben niet tegen wind op zee, helemaal niet. Het is een mooi project overigens, zeker weten, maar tegelijkertijd zullen mijn collega’s ook beseffen dat als je aan de kust woont of je bedrijf hebt op de Noordzee, dat daar ook nadelen aan zijn. Maar we moeten beide dingen doen en nogmaals, het gaat me echt om het ruimtegebruik. Laten we daar alsjeblieft echt zorgvuldig mee omgaan. De heer Gündogdu: Oké, dank u. Mevrouw Klein-Hendriks: Ik had één … De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Klein-Hendriks: Ja, nog een laatste punt, want er is al veel gezegd en dat laatste punt is, ik gaf ook aan van die buurtcollectieven. Ik gaf ook aan van laten we gewoon ook kiezen voor draagvlak en zoals ik ook vorige keer bij de insprekers ook al aangaf, alleen gaan we sneller, maar samen komen we … De voorzitter: Wellicht verder.
Mevrouw Klein-Hendriks: Wellicht verder en dat blijft dat samen verder, dat is echt een hele opgave, maar ik denk dat die wel heel belangrijk is en daar wil ik aan toevoegen dat het ook van belang blijft om gewoon zicht te houden en te investeren in onze Dordtse ondernemers en dan heb ik het maar even niet over de initiatiefnemers die windturbines willen plaatsen, maar dan heb ik het ook over de Dordtse midden- en kleinbedrijven, de cv-monteur die bij de mensen thuis komt. Die kan aangeven en vertellen van wat een warmtepomp doet en wat ervoor nodig is om te kunnen installeren of andere dingen. Dat zijn eigenlijk degenen die het kunnen vertellen, die de techniek zouden beheersen en ik zou de wethouder willen vragen van hoeveel aandacht hebben wij nu eigenlijk voor nog verder, behalve de Duurzaamheidsfabriek, maar hebben wij als Dordts eiland voldoende installatiebedrijven die onze inwoners verder kunnen helpen met die energietransitie? Ik denk dat dat enorm zou helpen. Daar wil ik het voor nu bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Kort en krachtig, daar hou ik van. Dan gaan we door naar de VSP, meneer Stolk. De heer Stolk: Ja, goedenavond. Ik heb ook heel veel gehoord en in de beide stukken hebben we ook gelezen en ik denk dat er voldoende instaat om daar een goede reactie op te geven en voor de rest heb ik eigenlijk niet veel. Ik heb heel veel gehoord en ik ben
44
benieuwd wat de wethouder gaat zeggen, dus ik geef graag mijn minuten aan de wethouder. De voorzitter: Dat is reuze vriendelijk van u, meneer Stolk. Daar zal de wethouder blij mee zijn. Partij van de Arbeid, meneer Jansen, gaat uw gang. De heer Jansen: Ja, ik ga mijn minuten niet aan de wethouder geven, maar ik zal het niet zo lang maken als sommige van … De voorzitter: Het zij u gegund. De heer Jansen: Mijn collega’s. We hebben het vanavond vooral over een document waar ook heel veel niet instaat. Een strategie dient doorgaans om een doel te bereiken en ik begin dan ook met als allereerste de vraag: als het doel niet bereikt wordt met deze strategie, wat wij eerlijk gezegd wel zien aankomen, wat is dan het plan B? Want die missen wij vooralsnog. Wat wij wel zien is dat er in een sterk verstedelijkt gebied met op zich relatief weinig ruimte, ingezet wordt op de meest ruimtevretende oplossing met het minste rendement, namelijk zonneweides, wat een vals woord is. Zonneweides zijn namelijk niet groen van kleur, maar doorgaans zwart en weides horen eigenlijk groen te zijn, dus ik vind zonneweide eigenlijk niet zo’n goed woord. Zonnecellen op daken zijn we natuurlijk wel een grote liefhebber van, maar daar staat nogmaals in de strategie dat wij in gaan zetten op die zonnecellen, maar er staat dan weer niet gespecificeerd hoe wij dat dan gaan doen.
Hoe gaan wij het gebruik van zonnecellen op daken stimuleren? Want vooralsnog en de heer Oosterwijk stipte dat ook al terecht aan, vooralsnog verhinderen wij vooral als gemeente zonnecellen op daken, zeker waar het de binnenstad betreft. Oftewel, deze RES, worden heel veel worden gebruikt om heel weinig te zeggen. We scheppen eigenlijk geen voorwaarden om de doelen te bereiken die we zelf aangeven en wat het effect gaat worden van deze energiestrategie, van deze RES, voorspellen wij, wij voorspellen dat deze RES leidt tot meer kolen op het vuur op de Maasvlakte. Eén troost: uiteindelijk zullen we tot een compromis kunnen komen, maar als we maar lang genoeg zo weinig blijven doen als we in deze RES doen, dan krijgen we vanzelf die windmolens op zee, op ons eigen Dordtse eiland. Dank u wel. De voorzitter: Dat was een heel duidelijke. Mooie beeldspraak eigenlijk wel, ik hoop niet dat die ooit uitkomt, maar het is wel een mooie beeldspraak. Dan gaan we last but not least naar Gewoon Dordt, meneer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de doelstelling om energieneutraal te worden is een hartstikke mooi streven, daar zijn we het hier in de vergadering volgens mij ook wel over eens allemaal, dus dat is een positief punt. Want iedereen wil natuurlijk de wereld natuurlijk doorgeven aan de volgende generatie, ook als we daarvoor van het gas af moeten.